Bijlage 1 - Programmabegroting 2024.pdf
Tekst van het document
56
Onroerendezaakbelastingen; Afvalstoffenheffing; Rioolheffing; Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond).
Kostendekkendheid Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In de onderstaande tabel hebben we de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2024 inzichtelijk gemaakt. Daarbij hebben we rekening gehouden met het in de begroting 2020 opgenomen beleid van toegroeien naar maximaal 100% kostendekkendheid in vier jaar. Bij met name de afvalstoffenheffing en rioolheffing is enige margeruimte ten opzichte van de 100% kostendekkendheid aangehouden om risico's ingeval fiscale procedures te vermijden. Voor het toegroeien naar maximaal 100% kostendekkendheid voor de lijkbezorgingsrechten geldt een termijn van zes jaar.
57
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt ingegaan op de bestaande risico's binnen de gemeente en het vermogen om deze risico's (financieel) op te vangen op het moment dat de risico's zich daadwerkelijk voordoen. De relevante kaders zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vastgesteld september 2020). In eerste instantie is dit verder aangescherpt met behulp van het amendement 'Algemene risicoreserve', zoals dat is aangenomen bij de behandeling van de Begroting 2021. Met het vaststellen van de Nota Reserves en Voorzieningen (juni 2023) is één-op-één verwerking van het amendement vervallen. De intentie van het amendement is verwerkt in de nota Reserves en Voorzieningen. De paragraaf is onderverdeeld in zes blokken:
Het risicoprofiel, hier wordt ingegaan op de bestaande risico's; De weerstandscapaciteit, hier wordt bepaald wat de ruimte is om risico's op te vangen; De ratio weerstandsvermogen, hier wordt beoordeeld in hoever de risico's in verhouding staan tot de weerstandscapaciteit; De financiële kengetallen, hier wordt bovenstaande in een breder (vanuit het BBV) verplicht perspectief geplaats; De bandbreedte, hier wordt het exploitatiesaldo in een bandbreedte geplaatst; De reserve Koers 2030, hier wordt inzicht gegeven in de opbouw de reserve.
Risicoprofiel Het risicoprofiel wordt bottom-up opgebouwd. Alle risico's met een ingeschatte impact van groter dan € 10.000 worden hierbij meegenomen. Per risico wordt vervolgens bepaald of het een incidenteel, of een structureel risico betreft. Een structureel risico wordt voor 2,5 jaar opgenomen in het risicoprofiel. Er is daarmee 2,5 jaar (gewogen) budget gereserveerd om voor een dergelijk risico een structurele oplossing te vinden. Dit is nodig omdat de weerstandscapaciteit niet structureel kan worden aangesproken. Naast risico's worden er soms ook kansen opgevoerd. Per risico wordt vervolgens bepaald hoe groot de kans van optreden is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vier klassen:
Dit levert vervolgens per risico een bedrag op. Met behulp van zeven risico gebieden zijn deze in onderstaande tabel weergegeven:
58
*De berekening van het weerstandsvermogen is een statische berekening. Dit heeft tot gevolg dat je de ontwikkeling moet volgen aan de hand van de behandeling van de P&C documenten in de tijd. De meest recente berekening was die bij de JR2022. Het laatste risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht is vastgelegd in de jaarrekening 2022 die door de raad op 4 juli 2023 is vastgesteld. In de jaarrekening 2022 bedroeg het totale risico € 8,7 miljoen. Het risicoprofiel in deze begroting is eveneens ingeschat op € 8,7 miljoen. Op het eerste gezicht zijn er daarmee geen grote mutaties opgetreden. Wanneer je de top-5 naast elkaar legt zie je echter wel grote verschuivingen. De risico's inflatie en energieprijzen zijn niet meer aanwezig. Het effect dat optreedt vanuit inflatie heeft een plek gekregen in de Kadernota 2024. Het risico heeft zich daarmee voorgedaan. Het risico op hogere energieprijzen is aanzienlijk verlaagd door de ontwikkelingen in de markt. De vijf risico's met het hoogste risicobedrag (omvang risico x kans van optreden) worden nader toegelicht. Hiermee wordt 89% van het totale risicobedrag verklaard. 1. Herijking gemeentefonds / suppletie uitkering, € 3.296.000 (Overige risico's) De herijking van het gemeentefonds is doorgevoerd. Het effect wordt beperkt tot € 37,50 per inwoner met behulp van een zogenaamde suppletie uitkering binnen het gemeentefonds.
De onderbouwing voor deze uitspraak is een politieke afspraak. Wanneer afspraken anders komen te liggen dan bestaat het risico dat de uitkering wegvalt. 2. Budget dG&J/SOJ, € 1.437.000 (Verbonden partijen) Het structureel beschikbare budget is in overeenstemming met de huidige lasten voor jeugdzorg. In het budget is echter sprake van een negatieve stelpost vanaf 2025 oplopend naar € 1,5 miljoen. Deze stelpost is het gevolg van de toezegging van het Rijk om maatregelen vast te stellen die leiden tot € 0,5 miljard lagere lasten binnen de jeugdzorg in heel Nederland. Tot op heden zijn deze maatregelen uitgebleven. 3. Projecten, € 1.371.000 (Projectrisico's) Het succesvol uitvoeren van projecten gaat naast het realiseren van je inhoudelijke doelstellingen over het kunnen beheersen van je risico's. Het uitvoeren van projecten gaat inherent gepaard met risico's. Deze risico’s bestaan bijvoorbeeld uit:
Risico’s die verband houden met de aard van het plan, bijvoorbeeld de aannamen over noodzakelijke werkzaamheden in verband met voorbelasting; Risico’s die verband houden met het tijdstip van realisatie van het plan: veel plannen schuiven door, in afwachting van betere tijden. Dit kan leiden tot hogere rentekosten en werken door in de waarde van het plan; 59
Risico’s die verband houden met gehanteerde parameters, bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden.
4. Verbonden partijen, € 1.031.000 (Verbonden partijen) Er is sprake van een algemeen risico door deelname aan een gemeenschappelijke regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden doorgelegd naar de eigenaren, de gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2024 naar verwachting € 44,4 miljoen. In het risico houden we rekening met een overschrijding van 2,5% van deze bijdrage. Dit komt bovenop de risico's zoals genoemd onder 2 en 5. 5. Budget GR Sociaal, € 575.000 (Verbonden partijen) Er is sprake van een dubbele vergrijzing (er komen meer senioren en mensen worden gemiddeld ouder). Dit heeft een stijgende tendens in de kosten van GR Sociaal tot gevolg. Het inschatten van deze stijging is een complexe aangelegenheid door de grote hoeveelheid variabelen. Er is daarom een risico opgenomen voor mogelijk hogere kosten dan begroot.
Weerstandscapaciteit De weerscapaciteit beschrijft het vermogen om de financiële effecten van risico's die zich voordoen op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat (conform de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing) uit het saldo van de algemene reserve, de reserve weerstandsvermogen, de niet beklemde bestemmingsreserves en de opgenomen post voor onvoorzien. Daarnaast wordt voor de weerstandscapaciteit in Sliedrecht 20% van de niet benutte belastingcapaciteit en 20% van de stille reserves gerekend. De resulteert in de onderstaande weerstandscapaciteit. Voor de JR2022 zijn twee vergelijkende standen opgenomen. De stand 31/12/22 betreft de één-op-één aansluiting met het boekwerk. De stand 01/01/23 betreft de stand zoals die resulteert na de besluitvorming over de resultaatbestemming 2022.
1. Algemene reserve De hier gehanteerde stand van de algemene reserve wijkt af van de gepresenteerde stand in de tabel onder Reserves en voorzieningen. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat het geraamde rekening resultaat 2023 in de tabel onder Reserve en voorzieningen niet is meegenomen, maar dat daar hier wel rekening mee is gehouden. Dit omdat dit een reëler beeld geeft van het beschikbare weerstandsvermogen. Het daadwerkelijke resultaat 2023 is logischerwijs nog onbekend waardoor de uiteindelijke stand op 1 januari 2024 gaat afwijken. 2. Reserve Weerstandsvermogen Voor de vergelijking is deze reserve nog als regel opgenomen, maar de reserve is opgeheven. 3. Niet beklemde reserves Bij de besluitvorming bij de Nota Reserves en Voorzieningen zijn diverse reserves opgeheven. Dit
60
heeft tot gevolg dat er slechts één niet beklemde reserve resteert, namelijk de reserve Herplantfonds (€ 34.000). In de nota Reserves en Voorzieningen komt de term (niet) beklemde reserves niet meer terug. Dit omdat de term voor diverse uitleg vatbaar is. De algemene reserve is de enige zuivere "niet beklemde" reserve (er rust geen enkele claim op). Alle andere reserves bestaan voor een doel en zijn "beklemd" voor dat doel. In sommige gevallen zijn voor dit doel al harde verplichtingen aangegaan in andere gevallen nog niet en in die gevallen kan de raad nog andere afwegingen maken. Dit is ook het geval voor de reserve Herplantsfonds, we hebben afgesproken dat we deze middelen inzetten voor het planten van bomen, de reserve is daarvoor "beklemd", ook deze reserve is daarom niet meegenomen in het bepalen van het weerstandsvermogen. 4. Onvoorzien Dit betreft het begrote bedrag onvoorzien in 2024. 5. 20% van de stille reserves Doordat bezittingen tegen historisch kostprijs moeten worden opgenomen op de balans (voorschrift BBV) is er sprake van zogenaamde stille reserves. Het gevolg hiervan is dat eventuele waardeontwikkeling niet zichtbaar is (een eventuele daling wel, want die moet direct worden afgeboekt). Een voorbeeld waarbij dit duidelijk werd is de verkoop van Eneco. Strikt gezien werd de gemeente hiervan niet rijker.
Iets wat eigendom was van de gemeente (met de bijbehorende waarde) werd omgezet in geld. We onderkennen een tweetal stille reserves allereerst in het vastgoed (€ 1,2 miljoen) bezit en ten tweede in het aandelen bezit (€ 0,5 miljoen). Samen resulteren deze stille reserves in een weerstandscapaciteit van € 1,7 miljoen.
Stille reserve vastgoed
Op vastgoed is een verschil te maken tussen vastgoed waarvoor een, wat de omvang betreft, redelijke markt is zoals voor woningen en kantoren, en vastgoed waarvoor een beperkte markt is zoals voor zwembaden en sportvoorzieningen. Voor de inschatting van de stille reserve vastgoed kan een vergelijking gemaakt worden van de WOZ-waarde en de boekwaarde. Hierbij is de WOZ waarde voor het vastgoed waarvoor een beperkte markt is, uit voorzichtigheidsprincipe uitgegaan van een executiewaarde van 70% van de WOZ-waarde. Uit deze vergelijking rolt een stille reserve van € 7,9 miljoen, waarvan 20% is opgenomen in de weerstandscapaciteit (€ 1,5 miljoen).
Stille reserve aandelen
De gemeente bezit aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten, ROM-D, Oasen en Stedin. De aandelen BNG kennen volgens het jaarverslag 2021 van de BNG een waarde van afgerond € 78 per aandeel. Uitgaande van deze waarde bestaat een stille reserve in de aandelen BNG van afgerond € 2,4 miljoen, waarvan € 0,5 miljoen is opgenomen in de weerstandscapaciteit. 6. 20% van de onbenutte belastingcapaciteit De wijze waarop het gemoeide bedrag van de onbenutte belastingcapaciteit moet worden bepaald is beschreven in de regelgeving omtrent een eventuele artikel 12 status van een gemeente. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de OZB-opbrengst eerst worden verhoogd tot 120% van het landelijk gemiddelde. Het bepalen van de onbenutte belastingcapaciteit betreft een complexe berekening welke voor Sliedrecht resulteert in een bedrag van € 2,3 miljoen. Dit resulteert in een weerstandscapaciteit van € 0,5 miljoen.
Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen hoe de verhouding is tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit gebruik je de ratio voor het weerstandsvermogen (weerstandsratio). De weerstandsratio bereken je door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Als streefwaarde het weerstandsvermogen streeft Sliedrecht een ratio van 61
minimaal 1,0 na. Daarmee is voldoende dekking voor het totale risicoprofiel aanwezig en wordt niet onnodig beslag gelegd op middelen die ten behoeve van de beleidsdoelstellingen kunnen worden ingezet. De berekening van de ratio weerstandsvermogen ziet er als volgt uit:
Het valt op dat de ratio ten opzichte van de Jaarrekening 2022 aanzienlijk lager uitvalt (van 1,58 naar 1,03), terwijl de risico's gelijk zijn gebleven. De terugval wordt dan ook nagenoeg volledig verklaard door een gewijzigde definitie van wat we in het weerstandsvermogen meenemen. Namelijk nog enkel de middelen waar geen enkele manier een bestemming aan hangt (danwel hard door middel van verplichtingen, danwel zacht in de vorm van door de raad gewenste inzet). De bepaling van de weerstandsratio is per definitie gebonden aan een moment in de tijd. Het is daarom relevant beeld te hebben bij het verloop vanuit het verleden naar de toekomst. In onderstaande tabel brengen we dat in beeld:
62
De grafiek bevat veel lijnen waarbij twee belangrijke conclusies zijn:
De beschikbare weerstandscapaciteit (oranje lijn) ligt boven de benodigde weerstandscapaciteit (blauwe lijn) op basis van het risicoprofiel. Door het 'ravijn' vanaf 2026 draait dit om. De begrote tekorten worden moeten namelijk worden afgetrokken van de algemene reserve. Om deze situatie voor te zijn is besloten om richting de Kadernota 2025 te komen met de eerste voorstellen om de begroting structureel op orde te brengen. Bij de algemene reserve zijn twee lijnen getrokken een gestippelde en een doorgetrokken rode lijn. De gestippelde lijn bevat het verwachte verloop van de algemene reserve inclusief rekeningresultaten, de rode exclusief rekeningresultaten. De gestippelde lijn ligt onder de benodigde ondergrens van de AR. Dit impliceert dat een kleiner deel van het weerstandsvermogen per direct beschikbaar is dan gewenst. Dit zou kunnen worden opgelost door een gedeelte van het nog niet verdeelde deel uit de reserve Koers 2030 terug te storten naar de algemene reserve. In de begroting is dat nog niet doorgevoerd.
Financiële kengetallen In de P&C-documenten moet een gemeente verplicht ingaan op de financiële kengetallen. Deze kengetallen geven een beeld van de financiële situatie waarin een gemeente zich bevindt. Het betreft de volgende kengetallen: netto schuldquote, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatie ruimte en de gemeentelijke belastingcapaciteit. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft. Het zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting: veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen de 90% en 130% wordt gezien als voldoende. Een lagere netto schuldquote dan 90% wordt gezien als goed. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op langere termijn te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen weer. Een percentage van 20% tot 50% wordt als voldoende gezien. Het kengetal grondexploitatie geeft een indicatie van de verhouding van de in exploitatie genomen gronden ten opzichte van de totale baten. Het geeft een indicatie of een gemeente veel geld in grond heeft geïnvesteerd, geld dat in de toekomst moet worden terugverdiend. Een kengetal grondexploitatie lager dan 20% wordt gezien als goed.
De structurele exploitatieruimte geeft weer hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening. Een kengetal groter dan 0 duidt op structurele ruimte. De belastingcapaciteit maakt inzichtelijk welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het genereren van hogere baten. Dit kengetal geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten lager dan gemiddeld in Nederland. Het verschil tussen het kengetal en 100% geeft de ruimte aan om de belastingen te verhogen tot het gemiddelde. In onderstaande tabel is dit schematisch weergegeven:
63
Bij de Begroting 2024 horen de volgende financiële kengetallen:
Beschouwing financiële kengetallen
Eén kengetal in een enkel jaar geeft op zich nog niet veel informatie. Deze moeten vooral in samenhang worden gezien en naast de stand is vooral het verloop relevant op te bepalen welke ontwikkelingen spelen.
Netto schuldquote:
De waarde van de netto schuldquote valt in categorie A. De ambities uit Koers 2030 vragen forse investeringen dit is terug te zien in het oplopen van de netto schuldquote. Die gaat richting een verdubbeling. Tegelijkertijd is dat nog maar de helft van de maximum onder categorie A.
Solvabiliteitsratio:
De solvabiliteitsratio beweegt zich rond de grens van categorie A en B. Voor 2024 bevind de waarde zich in categorie A.
Grondexploitatie gemeentelijke belastingcapaciteit:
Deze kengetallen vallen in categorie A. De grondexploitaties vormen een zeer beperkt geheel ten opzichte van de totale exploitatie.
Gemeentelijke belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit loopt licht op (er is een bewegen naar het gemiddelde). Vooruit kijken bij deze indicator is niet mogelijk, omdat het een verhoudingsgetal is tussen gemeenten. Met de in de begroting opgenomen opbrengst stijging van OZB met 6% (excl. inflatie) is er een opwaardse druk aanwezig. In hoeverre zich dat volgend jaar uit in deze indicator is afhankelijk van de gemiddelde mutatie in heel Nederland.
Structurele exploitatieruimte
Er is sprake van een beperkte structurele exploitatieruimte. Vanaf 2026 is deze niet meer aanwezig.
Bandbreedte De paragraaf Weerstandsvermogen is van oudsher gebaseerd op risico's die zich vertalen in een bedrag. Waarbij je het gemoeide bedrag afzondert in je reserves, zodat je dit risico kunt 'opvangen'. Dit is een werkwijze die vooral past bij risico's die zich eenmalig voordoen. De reserve is tenslotte een incidentele dekking. 64
In de werkelijkheid zijn veel risico's van structurele aard. In de berekening wordt het jaarbedrag van een dergelijk risico vermenigvuldigd met 2,5. Op deze manier wordt er 'tijd' gekocht om het risico te verwerken in de meerjarenbegroting. Wanneer het risico na 2,5 jaar nog steeds bestaat dan is er geen vermogen meer gereserveerd waarop aanspraak gedaan kan worden. Voor dergelijke risico's is het denken in bandbreedten / scenario's ten opzichte van het exploitatiesaldo een veel beter instrument. Hiermee is gestart bij de P&C-cyclus 2022. Voor de meerjarenbegroting geldt de volgende bandbreedte:
De grafiek laat zien dat het ravijn in 2026 ook aanzienlijk dieper kan uitpakken en vervolgens ook nog eens dieper kan worden. Tegelijkertijd is het ook nog steeds mogelijk dat het ravijn zich helemaal niet zal voordoen. Anticiperen op dit laatste is niet wat we voorstaan. We gaan proactief op zoek naar manier om de begroting structureel te kunnen sluiten. In de bandbreedte zijn voor een vijftal dossier risico's uitgewerkt. Kenmerkend voor deze risico's is dat wat zich daadwerkelijk voordoet slechts beperkt beïnvloedbaar is. De onderliggende risico's betreffen: Serviceorganisatie Jeugd, GR Sociaal, energie, kapitaallasten en de financieringssystematiek van gemeenten.
Koers 2030 Een volledig zicht op het vermogen is niet compleet zonder inzicht in de reserve Koers 2030. De reserve Koers 2030 is bedoeld om doelen uit de Koers 2030 te kunnen realiseren. Inzet vindt plaats voor specifiek goedgekeurde projecten, danwel programma's.
65
In onderstaande staafdiagrammen is per jaar te zien voor welke projecten/programma's budget is gereserveerd en welk deel nog ingezet kan worden.
De omvang van de 'staafjes' per project verschilt soms van jaar tot jaar. Dit komt doordat er middelen worden toegevoegd, danwel onttrokken. Waar er sprake is van dergelijke wijzigingen van omvang is dat het gevolg van goedgekeurde onttrekkingen / toevoegingen. Het college is in deze gevallen bevoegd tot het doen van de bijbehorende uitgaven. Andere 'staafjes' blijven gelijk qua omvang. In deze gevallen is er nog enkel sprake van een reservering en is het college niet bevoegd over te gaan tot daadwerkelijke besteding. Daarvoor is eerst een nader besluit van de gemeenteraad nodig. Dit is bijvoorbeeld het geval bij Burgemeester Winklerplein.
66
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente beheert de openbare ruimte waarin veel activiteiten plaatsvinden. Wonen, werken en recreëren bijvoorbeeld. Voor die activiteiten zijn kapitaalgoederen als wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen nodig. Zowel de kwaliteit van de kapitaalgoederen als het onderhoud ervan zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Dit onderdeel van de begroting geeft aan voor welk ambitieniveau de gemeente heeft gekozen. Inclusief de financiële consequenties daarvan. Het door de raad gewenste onderhoudsniveau is van invloed op de lasten. Het beleid op de kapitaalgoederen wordt vastgesteld met beleidsnota’s. Deze nota’s bieden de mogelijkheid om algemene beleidslijnen vast te stellen. Zowel voor inhoudelijke kaders (visie van de raad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen) als voor procedurele kaders (afspraken tussen raad en college over besluitvorming en informatievoorziening). Het gemeentelijk beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen is onder andere opgenomen in:
het beheerplan Vastgoed 2021-2024 (vastgesteld in 2021), het onderhoudsbeleid Vastgoed 2021-2030 (vastgesteld in 2021), het Vastgoedbeleid 2021-2028 (vastgesteld in 2021), het gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (vastgesteld in 2018), het Beleidsplan onderhoud wegen 2015-2025 (vastgesteld in 2014) en het Onderhoudsplan Wegen 2021 t/m 2025 (vastgesteld in 2021), de notitie Uitgangspunten onderhoud openbare verlichting 2015 -2025 (vastgesteld in 2014), het Beheerplan onderhoud bruggen 2022-2026 (vastgesteld in 2021), het Beheerplan onderhoud binnenhaven 2022-2026 (vastgesteld in 2021), het Groenbeleidsplan 2021-2025 (vastgesteld in 2021) en het Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte Sliedrecht (vastgesteld in 2016).
Op basis van beheerplannen ramen we jaarlijks budgetten voor het onderhoud dat we in het begrotingsjaar moeten uitvoeren. Het uitgangspunt is dat er voldoende wordt gereserveerd (stortingen in onderhoudsvoorzieningen) of dat er investeringsbesluiten genomen worden voor het uitvoeren van toekomstig onderhoud. Hieronder gaan we verder in op de beleidsvelden openbaar groen en speelvoorzieningen, riolering, waterbeheer, wegen, bruggen, openbare verlichting, gebouwen, binnenhaven, aanlegsteiger waterbus en reserveringen voor onderhoud.
Openbaar groen en speelvoorzieningen Zoals in het vastgestelde groenbeleidsplan is opgenomen besteden we ook in 2024 extra aandacht aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en nemen we maatregelen om invasieve exoten te voorkomen of te beheersen. In dat kader gaan we werken met een nieuw groenbeheerplan, waarin die doelstellingen geborgd zijn. In de afgelopen jaren is het aantal bomen in de openbare ruimte verhoogd. We proberen die hoeveelheid te handhaven of te vergroten, met vooral voldoende grote bomen. Vanwege de leeftijd van veel bomen en de klimatologische omstandigheden zetten we extra in op boomveiligheidscontrole. Bij (her-)inrichting en renovatie sturen we op een maximale oppervlakte aan groen met aandacht voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. In 2024 loopt het onderhoud en herinrichting van het groen onder andere mee in de volgende integrale projecten:
uitvoering en afronding Elzenhof-west: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen, 67
uitvoering Overlaat-Stormrand en omgeving: nieuwe aanleg met hergebruik bestaande materialen in combinatie met verkeerswensen en groen, gefaseerde uitvoering Vogelbuurt: grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet. Voorbereiding en uitvoering Jacob Catsstraat-zuid en omgeving: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met groen en riolering.
Met de inrichting van de speelplaats aan het Achterom in 2023 zijn de speelplaatsen in Sliedrecht, per buurt opgepakt volgens het Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte gemeente Sliedrecht. De speelplekken zijn verbeterd en aangepast op basis van de onderhoudsstaat en vervangingsbehoefte. Er is een uitwerking gegeven aan en een vertaalslag gemaakt naar de visie: "Sliedrecht daagt haar inwoners van jong tot oud uit om in de hele openbare ruimte te spelen, te sporten, te recreeren en elkaar te ontmoeten. Wij faciliteren dit door informele speelruimte dicht bij huis en speel-, sport- en ontmoetingslocaties te verbinden in een structuur van wijk overstijgende plekken, centrale plekken in de buurten en steunplekken dichter bij huis. De speelplekken zijn opgeknapt waarna nu het reguliere beheer en onderhoud volstaat. Hiervoor is een structureel onderhoudsbudget beschikbaar
Riolering Eind 2023 verloopt het huidige gemeentelijk rioleringsplan 2019-2023. In 2024 wordt daarom een nieuw 'Water- en rioleringsplan 2024-2028' ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Dit plan beschrijft hoe de gemeente Sliedrecht invulling geeft aan de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. In dit programma leggen we onder andere de doelen, afwegingkaders, te nemen maatregelen en de bekostiging vast. De afgelopen jaren is intensief ingestoken op het in kaart brengen van de toestand van het areaal, door onder andere het uitvoeren van inspecties en onderzoeken. Vanwege de achterstanden en de tijds- en kostenintensieve werkwijze, is er nog geen dekkend beeld van de actuele toestand van het gehele areaal, dit betreft een meerjaren cyclus (circa 10-15 jaar). We zetten de komende jaren in op het verder in kaart brengen van de toestand van het areaal. We werken in 2024 aan de voorbereiding en uitvoering van onder andere de onderstaande projecten: • Rioolvervanging Vogelbuurt-zuid • Rioolvervanging Elzenhof • Aanbrengen hemelwaterafvoerstelsel Stormrand en omgeving • Reconstructie riolering Nijverwaard
Waterbeheer Sinds 1 januari 2015 is 75% van de watergangen in beheer en eigendom overgegaan op Waterschap Rivierenland. Deze watergangen hebben conform de keur en legger van Waterschap Rivierenland een A-status gekregen. De gemeente Sliedrecht is verantwoordelijk voor het onderhoud van zowel de eigen watergangen als die van Waterschap Rivierenland. Voor dit onderhoud (en het kroosruimen) ontvangt de gemeente jaarlijks een vergoeding.
Wegen Eind 2014 is het Beleidsplan Onderhoud Wegen 2015-2025 vastgesteld. De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn:
het voorkomen van kapitaalsvernietiging, het voorkomen van te grote hoogteverschillen met betrekking tot toegankelijkheidseisen en het voorkomen van schadebeelden waarbij het risico van schadeclaims van toepassing is.
In 2021 heeft de gemeenteraad bovendien het Onderhoudsplan Wegen 2021 t/m 2025 vastgesteld. In dat plan zijn het onderhoudsniveau, de kosten en de planning opgenomen. Het klein en regulier 68
onderhoud aan elementenverharding en asfalt loopt zoveel mogelijk via onderhoudscontracten die meerjarig aanbesteed worden. Voor groot onderhoud en vernieuwing wegen staan in 2024 de volgende, integraal afgestemde, projectmatige activiteiten op de planning:
Uitvoering Elzenhof-west: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen. Uitvoering Overlaat-Stormrand en omgeving: nieuwe aanleg met hergebruik bestaande materialen in combinatie met verkeerswensen, riolering en groen. Gefaseerd uitvoeren Vogelbuurt: grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet. Voorbereiding en uitvoering Jacob Catsstraat-zuid en omgeving: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met groen en riolering. Voorbereiden Parallelweg langs Nijverwaard en fietspad Leeghwaterstraat: grootschalig asfaltonderhoud in combinatie met verkeersmaatregelen. Voorbereiden P.A. de Genestetstaat-oost: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen.
Bruggen Eind 2021 heeft de gemeenteraad het beheer - en onderhoudsplan 2022-2026 voor het vervangen en onderhouden van het bruggenareaal binnen de gemeente vastgesteld. Als kader voor de staat van de bruggen wordt in dit plan onderhoudsniveau 3 (redelijk) gehanteerd. Dit wordt bepaald aan de hand van de indicatoren Veiligheid, Functionaliteit/beschikbaarheid, Duurzaamheid en Toonbaarheid. In het plan is hiervoor opgenomen wat de te verwachten kosten zijn en de daarbij behorende planning. We maken hierbij onderscheid tussen klein onderhoud, groot onderhoud en vervanging. Het klein jaarlijks onderhoud betreft voornamelijk werkzaamheden van beperkte omvang. De kosten hiervan komen ten laste van het jaarlijkse exploitatiebudget. Het groot onderhoud vindt planmatig plaats en is gericht op het tijdig structureel verbeteren van de brug om de beoogde levensduur te behalen. Voor de dekking van de kosten van groot onderhoud beschikken we over een voorziening onderhoud bruggen. Aan het einde van de levensduur vindt vervanging van de gehele brug plaats. In de planperiode 20222026 is de vervanging van een negental bruggen voorzien. Tegelijkertijd met de vaststelling van het beheer- en onderhoudsplan heeft de gemeenteraad hiervoor een investeringskrediet beschikbaar gesteld. De vervanging van deze negen bruggen is geclusterd in een viertal projecten.
In 2023 is hiervan een cluster uitgevoerd (Reinenweer) en 3 in voorbereiding genomen welke we in 2024 willen afronden.
Openbare verlichting Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting hebben we ondergebracht bij de gemeente Dordrecht. In 2014 zijn hiervoor uitgangspunten voor onderhoud openbare verlichting 2015-2025 vastgesteld. Onze ambities spitsen zich toe op veiligheid, duurzaamheid en financiën welke we in ons plan willen bereiken door: - de vervanging van masten en armaturen tijdig uit te voeren; - te voldoen aan de Richtlijnen Openbare Verlichting 2011; - te investeren in duurzaam materiaalgebruik (met name led); - een energiebesparing te realiseren van totaal 36% in de eindsituatie; - de kwaliteit en veiligheid van de openbare verlichting in de toekomst blijvend op peil te houden. - een verantwoord uitstel van vervangingen, dimmen op doorgaande wegen en het voorkomen van 69
lichthinder en lichtvervuiling. De hiervoor benodigde maatregelen worden jaarlijks ingepland en integraal afgestemd op projecten in de openbare ruimte. De onderhoudskosten voor het in stand houden van de openbare verlichting worden gedekt uit het exploitatiebudget. Daarnaast beschikken we voor het vervangen van lichtmasten en verlichtingsarmaturen over investeringskredieten. In 2024 verwachten we nieuwe beleidskaders ter vaststelling aan de gemeenteraad aan te bieden.
Gebouwen We beheren onze gebouwen vanuit het Vastgoedbeleid 2021-2028, het Onderhoudsbeleid Vastgoed 2021-2030 en het Beheerplan onderhoud Vastgoed 2021-2024. Deze beleidsdocumenten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en door de raad in 2021 vastgesteld. Sinds 2020 zetten we vol in op een nieuwe vorm van beheer, die zich voor wat betreft het onderhoud kenmerkt door 'preventie' in plaats van 'curatie'. Het Vastgoedbeleid 2021-2028 geeft niet alleen inzicht in de totale vastgoedportefeuille en de organisatie rondom het vastgoedbeheer. Het beleid vormt ook het afwegingskader voor eigendom of afstoten van vastgoed. In het Beheerplan Vastgoed 2021-2024 staat een onderbouwing van de onderhoudsbudgetten voor gebouwen in de begroting van Sliedrecht. Het plan geeft inzicht in het (bouw)technisch onderhoud van het gemeentelijk vastgoed en de daarvoor benodigde middelen. Voor de financiële verantwoording gaan we uit van een doorkijk op basis van de meerjarenonderhoudsplanningen met een looptijd van 20 jaar die in 2020 zijn opgesteld (tot 2040). Voor 2024 staat er in het beheerplan voor € 2,1 miljoen aan onderhoud gepland. Er volgt nog een kredietvoorstel voor de renovatie van het raadhuis en de huisvesting van het gemeentekantoor. Bij de voorbereiding van dit voorstel zal ook de planning nader worden uitgewerkt.
Binnenhaven Eind 2021 is het beheer- en onderhoudsplan Binnenhaven 2022-2026 vastgesteld. Hierin wordt een onderbouwing gegeven van het beoogde onderhoudsniveau, de kosten van het onderhoud en de daarbij behorende onderhoudsplanning. Het uitgangspunt dat we hanteren voor de binnenhaven is het in stand houden van een minimale vaardiepte zodat de scheepvaart ongehinderd naar binnen en naar buiten kan varen. Om zekerheid te krijgen over de diepte vinden er vijfjaarlijks peilingen plaats. Daarnaast vormen de bevindingen van schippers (o.a. door opwervelend slib) een belangrijke indicator. Het onderhoudsregime dat we vervolgens toepassen is:
Het vijfjaarlijks peilen om een beeld te krijgen van de aanwas en vervuilingsgraad van het slib zodat de ondiepe plaatsen of knelpunten tijdig worden gesignaleerd. Het uitvoeren van peilingen is gepland in 2024. Eens in de tien jaar ondiepe plaatsen uitbaggeren. De eerstvolgende baggerwerkzaamheden zijn gepland in 2025.
Voor de dekking van de kosten van het uitvoeren van dieptepeilingen en baggerwerkzaamheden, beschikken we over een voorziening onderhoud haven. De kosten van het uitvoeren van klein onderhoud worden ten laste gebracht van het jaarlijkse exploitatiebudget.
Aanlegsteiger waterbus Het vervoer met de Waterbus is geregeld in een contract tussen de Provincie en de vervoerder. De gemeente Sliedrecht betaalt hiervoor jaarlijks een bijdrage aan Servicegemeente Dordrecht. Het haltebeheer gebeurt op basis van de gezamenlijke haltevisie Drechtsteden uit 2019. Richtinggevend hierin zijn vindbaarheid, herkenbaarheid en bereikbaarheid van de Waterbus. Om dit te bewerkstelligen is voor 2024 een upgrade qua uitstraling gepland. De verwachting is dat hiervoor 70
een invensteringskrediet van ca. 81.000 euro benodigd is. In de begroting is ter dekking van de hieruit voortvloeiende kapitaallasten het bedget voor de aanlegsteiger verhoogd met 5.000 euro (besloten met de vaststelling van de kadernota 2022). Daarnaast is het ponton van de Waterbus in Sliedrecht geïnspecteerd en daaruit blijkt dat groot onderhoud nodig is in 2026/2027 voor een geraamd bedrag van 205.000 euro. De financiële middelen voor beide werkzaamheden (vaststelling investeringskrediet en budget voor groot onderhoud) dienen aangevraagd te worden bij de raad. Constructieve aanpassingen die nodig zijn voor het varen met de nieuwe boten zijn voor rekening van de vervoerder.
Reserveringen voor onderhoud In het kader van de begroting is het van belang dat er voldoende wordt gereserveerd voor toekomstig onderhoud. In 2024 doen we stortingen in de diverse onderhoudsvoorzieningen conform onderstaande tabel. Omschrijving
Categorie BBV Programma
Zalencentrum De Lockhorst
Gebouwen
1
15.676
15.676
Diverse multifunctionele accommodaties
Gebouwen
1
10.377
10.377
10.377
Binnensportaccommodaties
Gebouwen
1
105.178
105.178
105.178
Zwemaccommodatie De Lockhorst
Gebouwen
1
Subtotaal Programma 1
Rekening 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 15.676
49.213
49.213
49.213
180.444
180.444
180.444
Watergangen en sloten
Water
3
8.972
8.972
8.972
Onderhoud riolering
Riolering
3
1.422.000
1.422.000
1.422.000
Onderhoud wegen
Wegen
3
192.915
192.915
192.915
Bruggen
1)
Wegen
3
62.862
45.500
45.500
Binnenhaven
Water
3
5.802
5.802
5.802
Ponton waterbus
Water
3
19.290
19.290
19.290
1.711.841
1.694.479
1.694.479
Raadhuis
Gebouwen
4
44.335
44.335
44.335
Gemeentekantoor
Gebouwen
4
125.000
125.000
125.000
Gemeentewerf
Gebouwen
4
Subtotaal Programma 3
Subtotaal Programma 4 Totaal
48.497
48.497
48.497
217.832
217.832
217.832
2.110.117
2.092.755
2.092.755
71
Paragraaf Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie en het kasbeheer. Het Financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of tijdelijk uitgezet. Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt. Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Sliedrecht uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Rente ontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kortlopende leningen) laten de afgelopen maanden een sterk oplopende trend zien. Dit houdt nauw verband met de beleidsrente van de ECB, omdat die meerdere keren is verhoogd. Dit doet de ECB om de inflatie te beteugelen en terug te brengen naar 2%. De verwachting voor de tweede helft van 2023 is dat de stijging van de kortlopende rente zal afvlakken en dat de ECB de beleidsrente nog maar een half procentpunt gaat verhogen. De 10-jaarsrente is begin augustus gestegen naar een niveau van 3,12%.
Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio 2023 circa 0,20% (20 basispunten). Het afgelopen jaar heeft de rente zicht als volgt ontwikkeld:
72
Financieringspositie Financiering activa De activa van de gemeente Sliedrecht zullen per begin 2024 naar verwachting als volgt gefinancierd zijn:
Renteschema Voor de interne rente sluiten wij aan op de voorschriften uit de BBV-notitie rente, waarbij wij geen rente rekenen over het eigen vermogen en de voorzieningen. Uit deze berekening komt een omslagrente van afgerond 0,01%. Dat de rente niet wordt gesteld op nihil heeft een technische reden (het financiële systeem heeft een waarde nodig).
Het BBV schrijft voor dat de omslagrente afgerond mag worden op 0,5% (omhoog, danwel omlaag). Indien de werkelijke rentelasten afwijken van de begrote lasten, dan moet er in geval dat er sprake is 73
van meer dan 25% afwijking een correctie plaatsvinden. Doordat het saldo van rentelasten en rentebaten zich bevind in de buurt van 0 is dit voorschrift onuitvoerbaar. Het rente percentage van 0,01% leidt tot een afwijking van - 93%. Een rente percentage van 0,5% leidt tot een afwijking van 244%. Door de afronding op 0,5% ontstaat er daarmee per definitie een verschil dat groter is dan 25%. Voor eventuele herberekening wegen we het absolute verschil dat ontstaat daarom mee.
Leningenportefeuilles Opgenomen leningen Onderstaande tabel geeft inzicht in het verwachte verloop van de portefeuille aan opgenomen langlopende leningen in 2024:
Op grond van de meest recente liquiditeitenplanning wordt voor 2024 geen nieuwe langlopende lening verwacht.
Risicobeheersing Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet fido. De belangrijkste risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de gemeentelijke treasuryfunctie betreffen rente- en kredietrisico's. Renterisico’s moeten vanuit de Wet fido beoordeeld worden op de korte en op de langlopende schuld. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren: 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2024 kan de kasgeldlimiet als volgt worden bepaald:
74
De gemeente Sliedrecht verwacht in 2024 binnen de normen van de kasgeldlimiet (max. drie kwartalen overschrijding) te opereren. Bij beoordeling van een eventuele financieringsbehoefte zal de kasgeldlimiet optimaal worden benut. De meest actuele liquiditeitenplanning geeft aan dat er geen nieuwe langlopende lening nodig is in 2024. Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rente typische looptijd groter dan, of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. De norm heeft als doel om het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal en bedraagt voor Sliedrecht in 2024 € 18,5 miljoen.
Uit deze opstelling blijkt dat de gemeente Sliedrecht in 2024 ruimschoots binnen de renterisiconorm blijft.
Kredietrisico’s Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus het risicoprofiel) van de tegenpartijen bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties. Verstrekte geldleningen Ingedeeld naar risicocategorie, verwachten we voor 2024 het volgende verloop:
75
Het hierboven bij Openbare lichamen vermelde bedrag betreft de deelneming in, dan wel leningen verstrekt uit hoofde van, het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). Het bedrag bestaat uit drie onderdelen: startersleningen, duurzaamheidsleningen en het rekening courant saldo bij de SVn (beschikbaar voor leningen). In theorie zouden hier ook blijversleningen kunnen staan, maar die zijn niet verstrekt. Het bedrag van € 1,9 miljoen is revolverend, wat betekent dat aflossingen op de leningen op de rekening courant komen waarmee nieuwe leningen kunnen worden gefinancierd. De overige langlopende leningen betreffen (oude) renteloze leningen aan verenigingen in Sliedrecht. Voor 2029 zullen deze allemaal zijn afgelost. Verleende garanties De borgstellingen worden als volgt gespecificeerd naar risicogroep:
De specificatie van bovenstaande bedragen is als volgt:
76
Kas- en saldobeheer De inrichting van het betalingsverkeer (het beheer van het gemeentelijke rekeningstelsel, het coördineren van bevoegdheden en het verrichten van feitelijke betalingen) alsmede de saldoregulatie wordt verzorgd vanuit Servicegemeente Dordrecht. Gemeente Sliedrecht onderhoudt bankrelaties met de Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank. Een hulpmiddel bij de saldoregulatie en voor het eventueel opnemen van langjarige financiering is de meerjarige liquiditeitenplanning, welke door Servicegemeente Dordrecht (SGD) in nauw overleg met de gemeente is opgezet. Deze planning wordt periodiek geactualiseerd op grond van nieuwe informatie of inzichten. De bankrekening van de personeelsvereniging staat juridisch ook op naam van de gemeente, maar is praktisch geen eigendom. In overleg met de personeelsvereniging wordt gezocht naar een oplossing waarmee dit ook juridisch juist wordt geregeld.
Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2,0 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in 's Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt medio 2023 rente vergoed van ongeveer 3,4%. Dit tarief beweegt mee met de beleidsrente van de ECB en kan in een tijdsbestek van maanden sterk stijgen of dalen. Het drempelbedrag voor de gemeente Sliedrecht voor 2024 kan als volgt worden berekend:
77
Informatievoorziening Enkele keren per jaar vindt een overleg plaats met Servicegemeente Dordrecht over de voortgang en uitvoering van de treasuryzaken. Indien daartoe vanuit de gemeente of vanuit SGD behoefte dan wel noodzaak wordt gevoeld, vindt daarnaast ook contact op incidentele basis plaats. Voor zover relevant zullen door SGD rapportages worden opgeleverd voor in- of extern gebruik.
78
Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding Deze paragraaf gaat in op de activiteiten voor 2024 op het gebied van bedrijfsvoering. We beschrijven in deze paragraaf, op hoofdlijnen, de voorgenomen activiteiten voor 2024 en geven een beeld van de bijbehorende relevante cijfers. Een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering is van essentieel belang voor een slagvaardige organisatie en het waarborgen van de dienstverlening aan de inwoners en is onlosmakelijk verbonden met de doelstelling "Koersvast en ontwikkelingsgericht toewerken naar 2030". In 2024 zal, nauw verbonden aan deze doelstelling en de daarbij vastgestelde principes, de weg vervolgd worden.
Bedrijfsvoering algemeen In een tijdperk waarin duurzaamheid een steeds grotere rol speelt in het mondiale bewustzijn, zijn gemeenten niet meer alleen dienstverleners aan hun inwoners, maar ook pioniers op het gebied van duurzaamheid. Duurzame bedrijfsvoering binnen een gemeente betekent dat we niet alleen meer kijken naar de functionaliteit van de bedrijfsvoering, maar dat we duurzame bedrijfsvoering gaan inzetten als instrument om verandering te bereiken of te stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn het gebruikmaken van groene energie, het toepassen van energiebesparende maatregelen van gemeentelijke panden, maar ook de digitale transformatie en maatschappelijk verantwoord inkopen en opdrachtgeven.
Servicegemeente Dordrecht De samenwerking binnen de Drechtsteden, met name de samenwerking met de servicegemeente Dordrecht, vraagt om een goed doordachte visie op bedrijfsvoering. Dit is cruciaal om een effectieve en efficiënte dienstverlening aan de medewerkers, inwoners en ondernemers te kunnen bieden.
Het is van belang dat alle betrokken partijen hun rol als opdrachtgever en opdrachtnemer verder blijven ontwikkelen. Door samen te werken met de servicegemeente Dordrecht en gebruik te maken van de expertise binnen de regio, kunnen we profiteren van schaalvoordelen.
De taken en diensten van de voormalige service-onderdelen zijn ongewijzigd overgenomen. Ook de komende periode gaan we in overleg met de organisatie en de servicegemeente om per dienstgroep de dienstverlening verder uit te diepen, met als doel de organisatie verder te helpen in het behalen van haar ambities. Ook gaan we in gesprek met de Servicegemeente en overige Drechtsteden om te onderzoeken of we op nieuwe terreinen kunnen samenwerken.
Personeel De krapte op de arbeidsmarkt vormt een blijvende uitdaging voor de organisatie. In 2023 is er een start gemaakt met het verstevigen en professionaliseren van het werving en selectieproces door de inzet van een kundige adviseur recruitment. Dit heeft in 2023 geresulteerd in 18 nieuwe medewerkers in loondienst (t/m september 2023). In 2024 zal de samenwerking met de adviseur recruitment worden gecontinueerd en wordt er gewerkt aan een sterker werkgeversmerk. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in opleiding en ontwikkeling van onze huidige medewerkers en is er aandacht voor een plezierige werkplek. Het afgelopen jaar is de nieuwe organisatiestructuur geformaliseerd en is er een start gemaakt met het uitwerken van de fijnstructuur, waaronder het maken van teamplannen en ontwikkelplannen. Tevens is er een start gemaakt met de basis op orde brengen van de functieprofielen. In 2024 heeft 79
iedere medewerker een passend functieprofiel, welke aanknopingspunten geeft voor het voeren van het goede gesprek over inzet, uitvoering van het werk en ontwikkeling. Tevens worden verschillende HR processen, zoals in-, door- en uitstroom, verder gestroomlijnd en geprofessionaliseerd, zodat de processen transparanter en beter werkbaar zijn voor zowel de medewerker als de leidinggevende. In september-oktober van 2023 is het medewerkersonderzoek uitgevoerd. In 2024 gaan we aan de slag met de resultaten die hieruit voortkomen. Daarnaast maken we in 2024 een start met Strategische Personeelsplanning (SPP) en het moderniseren van de gesprekscyclus. Het aantal fte hebben we opgenomen in de volgende tabel: Aantal fte
2023
2024
Reguliere formatie
121,49
133,12
College van b&w
4,00
4,00
Griffie
3,16
3,16
Totaal
128,65
140,28
De verzuimcijfers zijn opgenomen in onderstaande grafiek:
Als we kijken naar de verzuimcijfers van 2023 zien we dat het verzuim gedaald is ten opzichte van het jaar 2022. Sinds april 2022 is er een samenwerking met de arbodienst Bbezig en leidinggevenden worden beter betrokken bij verzuimcasuïstiek en er is meer aandacht voor verzuimpreventie. Vanaf 2024 wordt er twee keer per jaar een themasessie op het gebied van verzuimpreventie georganiseerd voor het management. De eerste sessie gaat over werkdruk.
Juridische zaken De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) blijft onverminderd organisatie-brede aandacht vragen. Waar mogelijk wordt afstemming en samenwerking gezocht met de andere Drechtsteden. We geven prioriteit aan het actualiseren en bijhouden van het register van
80
verwerkingen, het uitvoeren van risico-inventarisaties en stellen beleid op, met als doel het privacybewustzijn van de organisatie te borgen. De implementatie van de Wet open overheid (Woo), maar ook van andere wetgeving zoals bijvoorbeeld de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en de Wet digitale overheid (Wdo) hangt nauw samen met informatiemanagement, -veiligheid en automatisering. Daar waar mogelijk wordt samenwerking gezocht met de overige Drechtsteden.
Informatiemanagement en Automatisering Een sterke informatiehuishouding ondersteunt door goed ingerichte en werkende informatievoorziening zijn een belangrijke randvoorwaarde voor een slagvaardige organisatie. De wereld digitaliseert gestaag verder, waardoor informatievoorziening steeds meer gaat inwerken op strategieën en processen. Informatiemanagement zorgt voor de vertaling van de informatiebehoeften (die uit de verschillende werk- en bedrijfsprocessen van een organisatie ontstaan) naar een informatievoorziening die deze processen optimaal ondersteunt. In 2024 werken we verder aan de optimalisering van onze informatiehuishouding. Zo wordt het applicatielandschap verder ingevuld en voeren we updates uit waar nodig. Verder wordt er gewerkt aan de voorbereidingen van verschillende wetgeving die digitalisering raakt. Het archief wordt verder geoptimaliseerd, nu ook digitalisering daar een steeds belangrijkere rol inneemt. Ook wordt er gewerkt aan de verdere introductie van data gedreven werken. Verder is facilitaire IT een aandachtspunt in de verbouwing raadshuis en gemeentekantoor. Ten slotte blijft blijft ICT Beweegt een belangrijk regionaal programma. Hiermee faciliteren we tijd en plaats onafhankelijk samenwerken in een moderne en veilige digitale werkomgeving. In 2024 hebben we de verhuizing naar de cloud gemaakt.
Een belangrijke randvoorwaarde van informatiemanagement is informatieveiligheid. Zorgvuldig omgaan met onze gegeven is van groot belang. Informatieveiligheid werkt aan beleid en implementatie met betrekking tot de bescherming van onze informatie, zoals de wet dat voorschrijft.
Financiën In 2023 is de nieuwe financiële verordening vastgesteld. 2024 is het eerste volledige jaar waarin we gaan werken aan de hand van deze verordening. Een van de wijzigingen is dat de tussentijdse rapportages zijn vervangen door een voorjaars- en winternota. Naast deze producten stellen we zoals gebruikelijk de jaarstukken, kadernota en begroting op. Al deze producten worden opgesteld in Pepperflow. Pepperflow maakt het opstellen van de planning en control producten eenvoudiger en eenduidig. Raadplegen van de producten vindt plaats via een online tool, wat zorgt voor een reductie van het papier verbruik. In 2023 is het implementatietraject afgerond. De koppeling met het financiële pakket is nog niet tot stand gekomen. Het doel is om dit in 2024 te realiseren.
Rechtmatigheid Vanaf het jaar 2023 wordt het college van burgemeester en wethouders zelf verantwoordelijk voor het afgeven van een rechtmatigheidsverklaring en is het niet meer de accountant die zich verantwoordt. Deze verandering zal gevolgen hebben voor het financiële beleid, de inrichting en financiële verantwoording binnen de gemeente. Het team Financiën en Control zal in samenwerking met de Concerncontroller er nauw op toezien als organisatie 'in control' te zijn en te blijven.
81
Huisvesting In 'Koers 2030, Groei en ontwikkeling' is richting gegeven aan de ontwikkeling van het raadhuis en gemeentekantoor. Niet alleen is het noodzakelijk om het gemeentekantoor en het raadhuis te moderniseren, verduurzamen en te laten voldoen aan de wettelijke eisen voor bijvoorbeeld brandveiligheid of ARBO normen, maar is het doel ook de band tussen de samenleving, bestuur en de gemeentelijke organisatie te verstevigen. Het raadhuis wordt een huis voor de democratie en het centrum van de samenleving. Een plek waar ontmoeten met buiten wordt gefaciliteerd. Het gemeentekantoor is een plek waar (interne) ontmoeting en het opgavengericht werken wordt faciliteert. De planvorming voor de herinrichting van het gemeentekantoor loopt op dit moment, een aangepast programma van eisen is voor de Industrieweg 11 is gemaakt. De architect maakt het definitief ontwerp, de verwachting is dat deze gereed is in het vierde kwartaal van 2023. Vervolgens zal er contractvorming plaatsvinden op basis waarvan de aanbesteding volgt. De De planning is dat in het tweede kwartaal de uitvoering van de werkzaamheden start en de oplevering in het vierde kwartaal van 2024.
Kosten bedrijfsvoering 2024 De totale kosten van de bedrijfsvoering zijn opgenomen in de volgende tabel:
82
Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Sliedrecht droeg de uitvoering van een aantal gemeentelijke taken over aan verbonden partijen. De gemeente blijft verantwoordelijk, maar voert de taken dus zelf niet meer uit. De gemeente neemt deel in verbonden partijen om bepaalde taken efficiënter of met meer kwaliteit te kunnen uitvoeren. Natuurlijk is deelname gekoppeld aan specifieke doelstellingen. Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft (art. 1 Besluit Begroting en Verantwoording, BVV). Er is onderscheid tussen deelnemingen door de gemeente in publiekrechtelijke samenwerkingsorganisaties (gemeenschappelijke regelingen), in privaatrechtelijke samenwerkingsorganisaties (N.V.’s, B.V.’s, stichtingen, verenigingen etc.) en in publiek-private samenwerkingsorganisaties (PPS-constructies). Het college bestuurt en beheert de Verbonden Partijen conform de kaders die de raad in 2022 in de Nota Verbonden Partijen heeft vastgelegd. In die nota heeft Sliedrecht vastgesteld dat de paragraaf Verbonden Partijen van de Begroting fungeert als vigerend register van de regelingen waaraan de gemeente deelneemt. Door bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en de risico’s die daar mogelijk uit voortvloeien, besteden wij in de begroting en jaarrekening expliciet aandacht aan de verbonden partijen.
In deze paragraaf nemen we, rekening houdend met de wettelijk verplichte informatie, het volgende op:
naam en vestigingsplaats, deelnemers, type organisatie, doelstelling (openbaar belang), financieel belang van de gemeente bij GR Gevudo en de privaatrechtelijke samenwerkingen (separaat in een tabel staan de financiële bijdrage aan de overige GR-en, een overzicht van de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partijen in het begrotingsjaar en een overzicht van de financiële positie -inclusief eigen en vreemd vermogen aan het begin en einde van het begrotingsjaar- van de verbonden partijen), bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente, bestuurlijk vertegenwoordiger, relatie met programmabegroting, ontwikkelingen en uittredingsregeling risicoprofiel
In de programmakaarten is de inhoudelijke bijdrage vanuit de GR-en aan de beleidsdoelen van de gemeente weergegeven en in paragraaf 3.2, 'Weerstandvermogen en risicobeheersing', zijn de risico's opgenomen. Daarnaast is voor de begroting 2024 een risicoclassificatie gemaakt van alle verbonden partijen, conform de gestelde kaders in de Nota Verbonden Partijen. Voor de visie op en de beleidsvoornemens omtrent de verbonden partijen verwijzen we naar de eerder genoemde Nota Verbonden Partijen.
Risicoanalyse
Per verbonden partij wordt volgens een risicoanalyse in beeld gebracht welke risico's de gemeente loopt in haar financiële, informatieverstrekkende en bestuurlijke relatie met de verbonden partij. De wijze van risicobepaling is gebaseerd op basis van de Nota Verbonden Partijen 2022. Indien het bestuurlijk en/of financieel risico beperkt is, is de verbonden partij gekwalificeerd als een laag risico en kleurt deze groen. Kunnen enkele opmerkingen gemaakt worden, kleurt het oranje. Mocht de relatie met de verbonden partij risicovol zijn, dan is de verbonden partij
83
rood. Hieronder volgt de risicoanalyse van de verbonden partijen, waarbij classificeringen vanaf middel/hoog en hoog een nadere tekstuele duiding hebben gekregen.
Beknopte toelichting op de verbonden partijen met een risicoclassificatie van gemiddeld-hoog en hoog: • De risicoclassificatie van de GR Sociaal wordt als hoog gekwalificeerd vanwege de hoge financiële bijdrage en de toenemende kosten in het sociaal domein. • De GR DG&J ZHZ kent hoge hoge financiële en inhoudelijke risico's. Het onderdeel Jeugd kent (financiële) zorgen en risico's omdat de vraag naar jeugdhulp blijft stijgen. We worden gecompenseerd door het rijk via de hervormingsagenda. Daarin zijn echter ook weer meteen bezuinigingen opgenomen. We zijn hierin ook afhankelijk van landelijk beleid. Grip krijgen op de kosten van de Jeugdzorg doen we regionaal, maar is met ingang van 2023 ook een lokale aangelegenheid. Vanaf 2023 is de bijdrage volledig gebaseerd op het profijtbeginsel. De in de begroting van de GR gepresenteerde weerstandratio is 0,45%. De buffer om onvoorziene tegenvallers op te vangen is daardoor beperkt en dit heeft effect op het gemeentelijk risicoprofiel. • De GR OZHZ heeft een gemiddeld-hoog risico door het te verwachten (financieel) tekort in 2023 en de nog bestaande onzekerheden rondom de implementatie van de omgevingswet.
Overzicht verbonden partijen Het overzicht van de verbonden partijen waarvan de gemeente Sliedrecht een financieel en bestuurlijk belang heeft, is onderverdeeld in: a. gemeenschappelijke regelingen, b. vennootschappen en coöperaties en c. stichtingen en verenigingen. Sliedrecht neemt in geen andere verbonden partijen deel. 1. GR Sociaal
84
Naam, Vestigingsplaats
GR Sociaal, Dordrecht
Deelnemers
Dordrecht, Zwijndrecht, Papendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht, Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam
Type organisatie
Gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam (Wgr, art 8.1) Optimale dienstverlening binnen het sociaal domein aan de inwoners van de Drechtsteden. Dit betekent ook het efficiënt en effectief uitvoeren van de taken binnen het sociaal domein die door de gemeenten zijn belegd bij de GR, met ruimte voor flexibiliteit en maatwerk. Het gaat om de volgende taakvelden:
Doelstelling (openbaar belang)
Participatiewet IOAW IOAZ WMO Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Wet kinderopvang Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Wet Sociale Werkvoorziening Beschermd wonen en opvang Wet op de lijkbezorging
(16de wijziging) Verder voert de GR Sociaal vanaf 2023 de taken van de oorspronkelijke GR Sociale Werkvoorziening Drechtwerk uit omtrent de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Doel van deze wet is zoveel mogelijk voor de Wsw geïndiceerde inwoners een dienstbetrekking aan te bieden voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden. Per 1 januari 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) Stemrecht in algemeen bestuur op grond van inwoneraantal: 8,67%.
Bestuurlijk vertegenwoordiger
Wethouder Paas (AB)
Relatie met programmabegroting
Drechtsteden draagt vanuit verschillende onderdelen bij aan de speerpunten van beleid en reguliere taken binnen de programma's veilig & inclusief Sliedrecht en ondernemend & betrokken Sliedrecht.
Ontwikkelingen
In 2024 blijft aandacht nodig voor de oplopende kosten in het sociaal domein. De omvang en de afstand van het bijstandsbestand naar werk neemt toe en de vraag naar WMO voorzieningen groeit mede als gevolg van de dubbele vergrijzing. Aan de ene kant moeten de lokale raden hier beleidsmatig op te
85
sturen, aan de andere kant moet de GR in de uitvoering met beheersmaatregelen komen. Per 2023 is de GR Sociale Werkvoorziening Drechtwerk ondergebracht in de GR Sociaal. Met de fusie is Drechtwerk opgeheven als zelfstandige GR. Doel van het traject is de samenwerking tussen beide GR-en verder te verstevigen en de bestuurlijke coördinatie en effectiviteit te vergroten.