CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Concept Programmabegroting 2026.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 11 november 2025, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 5: BES – Programmabegroting 202630.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

45

Door deze aanpak zorgen we dat data-gedreven werken geen los project blijft, maar een vast onderdeel wordt van hoe we als gemeente Sliedrecht functioneren. Daarmee worden we transparanter, beter in staat om te sturen en leggen we een stevige basis voor een toekomstgerichte en wendbare organisatie. Waar nodig en (financieel) mogelijk versterken we de organisatie, kwalitatief en kwantitatief. We houden nauwgezet zicht op de beschikbare en benodigde capaciteit om onze ambities te realiseren, naast de uitvoering van het reguliere werk. Portfoliomanagement helpt ons om hierin keuzes te maken, maar is niet alleen voldoende om een gezond werkklimaat te garanderen. We blijven alert op signalen uit de organisatie. De werkdruk blijft een terugkerend thema en vraagt om voortdurende aandacht. Het is essentieel dat de formatie blijft aansluiten bij de opgaven en ambities van de organisatie. Daarom blijven we monitoren of het aantal fte in balans is met de taken en verantwoordelijkheden, zowel wettelijk als strategisch. Een gemeente als Sliedrecht met een ambtelijke organisatie van relatief kleine omvang, kan niet zonder een goede samenwerking in de regio. Enerzijds met de overige gemeenten in de Drechtsteden waarmee we door (meervoudig lokaal) samen te werken, slagkracht kunnen realiseren.

Anderzijds in onze samenwerking met Bedrijfsvoering Drechtsteden, door diensten af te nemen die we als gemeente niet zelfstandig kunnen uitvoeren zonder in te leveren op kwaliteit. We blijven kijken naar uitbreiding van deze samenwerkingen. In beide gevallen is het van belang dat we ieders rol en verantwoordelijkheid goed blijven duiden, zodat we met elkaar constructief kunnen blijven samenwerken. In het geval van Bedrijfsvoering Drechtsteden werken we met elkaar aan een nieuwe systematiek, inclusief een nieuwe producten- en dienstencatalogus, die moet leiden tot meer stabiliteit en ontwikkelperspectief en een balans tussen partnerschap en zakelijke samenwerking. Dit om de samenwerking in de regio toekomstbestendig te maken en te houden.

Reguliere werkzaamheden en overige ontwikkelingen

46

Beleidsindicatoren

4a

4b

4c • •

Naam indicator

Meest recente waarde Sliedrecht

Streefwaarde

Cijfer tevredenheid: KTO (1e lijn dienstverlening)

7,8

8

% realisatie servicenormen (1e lijn dienstverlening) balie % realisatie servicenormen (1e lijn dienstverlening) telefonie

93% 47%

Cijfer tevredenheid medewerkers (organisatie)

7,0*

80% 70%

8

4A* Dit is opgebouwd uit 3 verschillende onderdelen: balie 8,5, telefonie 7,4 en web 7,4 (cijfers Sliedrecht jan-juni 2025). 4c* Dit is een gemiddeld cijfer van het MTO afgenomen in 2023.

4a t/m 4b Dienstverlening loopt als een rode draad door de hele organisatie, het is iets van alle medewerkers. Elke medewerker heeft te maken met het leveren van diensten. Dit kan voor een interne- of externe klant zijn, maar uiteindelijk werken wij allemaal voor de inwoners en ondernemers van de gemeente Sliedrecht. In het CWP is richting gegeven aan de manier waarop wij onze diensten willen leveren en hoe wij als betrouwbare partner willen (samen)werken. 4c Medewerkers die tevreden zijn over hun werk en de organisatie presteren beter en dragen bij aan het succes van de organisatie. Een medewerkers tevredenheidsonderzoek is een indicator die weergeeft of medewerkers betrokken, gemotiveerd of tevreden zijn en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn zoals verzuim, verloop en effectiviteit. Dit onderzoek geeft handvatten om de organisatie te verbeteren, wat direct positieve gevolgen heeft voor onze dienstverlening.

Bijdrage van verbonden partijen aan dit programma De bijdrage aan de Bedrijfsvoering Drechtsteden (BVD) wordt toegelicht in de Paragraaf Bedrijfsvoering.

47

Overzicht van baten en lasten

Huisvesting

Het huisvestingsbudget is ondergebracht onder het budget van bedrijfsvoering.

48

Programma 5 - Financiën van Sliedrecht Onze visie Om de inhoudelijke doelstellingen te kunnen realiseren en het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de voorzieningen in stand te kunnen houden dienen de gemeentelijke financiën structureel in evenwicht te zijn.

Inleiding Het hoofdstuk Financiën van Sliedrecht is ten opzichte van de vier eerdergenoemde programma's een afwijkend programma. In dit programma worden de (verplichte) onderdelen met betrekking tot de

algemene dekkingsmiddelen, onvoorzien en vennootschapsbelasting weergegeven. Ambities Ambitie 1: In 2026 en verder is er sprake van een structureel sluitende meerjarenbegroting en afdoende weerstandsvermogen De Begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 is structureel sluitend. Door het zogenoemde 'ravijnjaar' ontvangen gemeenten aanzienlijk minder financiële middelen van het Rijk. Als gevolg hiervan is de begroting van ongeveer driekwart van de Nederlandse gemeenten niet meer sluitend. Dit geldt ook voor de gemeente Sliedrecht. In overleg met de raad heeft het college de ambtelijke organisatie in 2024 gevraagd om een pakket van bezuinigingsvoorstellen op te stellen. Allereerst is gekeken naar maatregelen zonder maatschappelijke impact. Dit zijn bezuinigingsmogelijkheden van technische aard die geld besparen of opleveren, zonder gevolgen voor inwoners, bedrijven of samenwerkingspartners. Een voorbeeld hiervan is het realistischer ramen van kosten en opbrengsten. Vervolgens is onderzocht welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn, waarbij wél maatschappelijke effecten te verwachten zijn. Om deze maatregelen onderling te kunnen afwegen, is een afwegingskader opgesteld en heeft een inwonersconsultatie plaatsgevonden.

49

De gemeenteraad heeft op 8 juli 2025 het besluit genomen de volgende maatregelen te verwerken in de voorliggende begroting:

Toelichting maatregelen zonder maatschappelijke impact 1.

Dekking overhead begroten

2.

Gemeentefonds - BCF

De gemeente Sliedrecht boekt opbrengsten vanuit overheadkosten op personeel, maar deze opbrengsten zijn nog niet opgenomen in de begroting. Door dit wel te doen, kan er structureel een opbrengst worden gerealiseerd. De opbrengst is afhankelijk van inzet en uren van personeel. Een jaarlijkse opbrengst van € 1.700.000 wordt realistisch geacht. Deze maatregel heeft geen invloed op het voorzieningenniveau of de organisatie zelf. De gemeente kan hogere inkomsten ramen uit het gemeentefonds door reëler om te gaan met inflatieverwachtingen en het zogenaamde BCF-plafond (restantbudgetten btwcompensatiefonds). Dit levert € 690.000 in 2026 oplopend naar € 1.250.000 in 2029, zonder dat dit directe gevolgen heeft voor de gemeentelijke taken of voorzieningen.

50

3.

Beschermd wonen De centrumgemeente Dordrecht keert overschotten uit aan deelnemende gemeenten voor Beschermd wonen, waaronder Sliedrecht. De huidige begroting houdt rekening met een lager bedrag dan feitelijk ontvangen wordt. Door dit realistischer in te schatten op basis van historische gegevens (gemiddeld € 340.000) rekening houdend met de toekomstige afbouw van de gelden en ontwikkelingen bij de centrumgemeente, ontstaat extra ruimte in de begroting. Deze correctie heeft geen gevolgen voor de uitvoering van beschermd wonen.

4.

Dividend opbrengsten

5.

Realistisch ramen – Samenleving

De gemeente ontvangt jaarlijks dividend van onder andere Stedin en de BNG Bank. Momenteel wordt hier conservatief op begroot. Door uit te gaan van een meer realistische raming gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen jaren, kunnen extra structurele inkomsten worden gegenereerd tot €260.000. Dit heeft geen invloed op diensten of inwoners. In diverse programmaonderdelen van het sociaal domein (zoals leerlingenvervoer, subsidies kinderopvang, burgerparticipatie) blijken budgetten structureel onderbenut. Door deze overschotten vrij te laten vallen (ongeveer € 200.000), blijft er nog voldoende financiële ruimte over om het huidige beleid voort te zetten.

6.

Rioolheffing

7.

Realistisch ramen – ROB (Ruimtelijke Ontwikkeling en Beleid)

Binnen het Water- en rioleringsprogramma is ruimte ontstaan doordat rentevoordelen en investeringsvertragingen voordelig uitpakken. Daardoor kunnen aanvullende kosten voor watergangenbeheer (ongeveer € 90.000) via de rioolheffing worden gedekt zonder tariefsverhoging. Dit leidt niet tot een merkbaar effect voor inwoners of bedrijven. Ook binnen economische initiatieven en verbetering van winkelcentra zijn de beschikbare middelen niet volledig benut. Door € 90.000 vrij te maken uit deze niet-gebruikte budgetten, kan worden bespaard zonder dat dit gevolgen heeft voor de economische ontwikkeling of voorzieningen.

8.

Opbrengst kasgeld

9.

Degeneratievergoeding

Door het beschikbaar kasgeld tegen rente uit te zetten, zijn in het verleden aanzienlijke opbrengsten behaald. Door dit ook structureel te begroten, kan een opbrengst worden gerealiseerd van € 750.000 in 2026 aflopend naar € 150.000 in 2028. Deze maatregel vereist geen inhoudelijke aanpassing van beleid of uitvoering. De gemeente ontvangt jaarlijks vergoedingen voor het openbreken van wegen en stoepen ten behoeve van kabels en leidingen door derden. Momenteel wordt hier conservatief op begroot. Door uit te gaan van een meer realistische raming gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen jaren, kunnen extra structurele inkomsten worden gegenereerd van €100.000. Dit heeft geen invloed op diensten of inwoners.

10. Gemeenteraad De griffie heeft gezamenlijk met het presidium kritisch gekeken naar de verschillende onderdelen van de kosten van de gemeenteraad en ziet mogelijk om de lasten te verlagen. 11. Opvang Oekraïne Voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen ontvangt de gemeente een normvergoeding per plek. Deze vergoeding ligt momenteel hoger dan de daadwerkelijke kosten. Door dit overschot te ramen, ontstaat een incidenteel financieel voordeel.

51

Toelichting maatregelen met maatschappelijke impact 1.

Kostendekkendheid leges

De gemeente Sliedrecht is niet kostendekkend voor haar leges voor omgevingsvergunningen. De huidige tarieven dekken nu 60% van de hiervoor te maken kosten. Met deze maatregel worden de leges uit hoofdstuk 2 (omgevingsvergunningen) vanaf 2028 in twee jaar kostendekkend gemaakt wat structureel € 440.000 oplevert. Hierbij geldt uiteraard ook dat als de gemeente de taken van omgevingsvergunningen tegen lagere kosten kan realiseren dat daarmee het tarief ook daalt. 2.

Kostentoerekening afval en riool

De kosten van straatreiniging worden niet volledig doorbelast naar de rioolheffing. Met deze maatregel belasten we de kosten van straatreinigen volledige door. Dit resulteert in een hogere rioolheffing voor inwoners waarbij vanaf 2028 in vier jaar groeien naar volledige doorbelasting. 3.

Onroerendezaakbelasting Niet-Woningen naar landelijk of regionaal gemiddelde

4.

OZB Niet-woningen gebruikers bij leegstand

De gemeente Sliedrecht hanteert een OZB-tarief voor Niet-woningen welke 41% onder het landelijk gemiddelde tarief en 32% onder het regionaal gemiddelde tarief voor OZB ligt. Met deze maatregel wordt er vanaf 2028 in twee jaar toegegroeid naar dit regionale gemiddelde OZB-tarief voor Niet-woningen. Voor de OZB kennen we voor de Niet-woningen een tarief voor gebruikers en voor eigenaren. Bij leegstand is er geen gebruiker en wordt er dus ook geen tarief in rekening gebracht. Met deze maatregel wordt de verordening OZB hiervoor vanaf 2028 zodanig uitgewerkt dat de misgelopen OZB door leegstand Niet woningen wordt verrekend in het eigenaarsdeel.

5.

Havengeld verhogen

6.

Regie op arbeidsmigratie

Met deze maatregel worden de tarieven van havengelden in de commerciële haven vanaf 2028 sterker dan alleen de indexatie verhoogd. Dit zal de kosten voor gebruikers van de commerciële haven verhogen, maar draagt positief bij aan het saldo van de begroting. Hoewel het in rekening brengen van havengelden geaccepteerd is, kunnen te hoge tarieven het volume van gebruik doen afnemen. Grip krijgen op de huisvesting van ongeveer 1.000 arbeidsmigranten in Sliedrecht. Dit door hen beter gereguleerd en centraal te huisvesten, waardoor 200 onzelfstandige woningen weer aan de woonvoorraad worden toegevoegd. Dit verbetert de sociale samenhang in wijken, verlaagt de druk op de woningmarkt, en levert extra inkomsten op voor de gemeente. De maatregel dient vanaf 2027 te worden gerealiseerd, hoewel er mogelijk verzet tegen gereguleerde woonvormen kan zijn. De uitwerking van deze maatregel vraagt inzet en onderzoek.

7.

IHP-afschrijvingstermijn

In het nieuwe IHP de levensduur van schoolgebouwen verlengen door gebruik te maken van moderne bouwtechnieken. Voor nieuwbouw wordt een levensduur van 60 jaar aangehouden en voor renovatie 40 jaar. Dit is tot op heden 40 jaar voor nieuwbouw en 25 jaar voor renovatie. Deze maatregel betekent dat schoolgebouwen minder snel gerenoveerd of vervangen hoeven te worden, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit door het nemen van mitigerende maatregelen.

52

Speerpunten We volgen ontwikkelingen ten aanzien van het gemeentefonds op de voet en anticiperen hierop in de P&C-cyclus. We continueren onze lobby (samen met de Drechtsteden/VNG) richting het Rijk om te komen tot een afdoende financiering voor aan gemeenten opgedragen taken. We verfijnen het denken in scenario's/ bandbreedten ten aanzien van het exploitatiesaldo van de meerjarenbegroting, zodat we niet verrast worden door nieuwe ontwikkelingen. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar risico's maar ook naar kansen.

We houden het financiële beheersinstrumentarium (Financiële Verordening en bijbehorende nota's) op orde. In 2026 wordt geïnventariseerd welke wijzigingen in de financiële verordening nodig zijn. In het kader van relevante BBV-wijzigingen geldt dit ook voor de overige lokale beleidsnota's. We laten de lokale lasten op verantwoorde wijze meebewegen met de economische ontwikkeling en inhoudelijke ambities. −

−

De opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) wordt naast de reguliere indexatie van 2,6% verhoogd met de eerder besloten 6,0%. Dit als onderdeel van het besluit in het collegewerkprogramma dat de OZB in de periode 2022-2026 met 3x 6% wordt verhoogd om financiële huishouding van de gemeente gezond te houden. De afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn verhoogd met de reguliere indexatie van 2,6%

Onvoorzien en vennootschapsbelasting De verplichte overzichten onvoorzien en vennootschapsbelasting maken onderdeel uit van de begroting van Sliedrecht. In Sliedrecht is er jaarlijks € 61.100 begroot voor onvoorzien. Met betrekking tot Vpb zijn er tot en met 2023 aanslagen opgelegd. In de periode 2020-2022 was de aanslag gemiddeld € 10.000 per jaar. De Belastingdienst loopt achter in het opleggen van aanslagen. Mede omdat er verschil van inzicht is tussen gemeenten en de Belastingdienst ten aanzien van diverse onderwerpen. Voor Sliedrecht speelt dit bijvoorbeeld bij de vergoeding die we ontvangen voor de reclame op de driehoeksborden langs de toegangswegen. Dit heeft tot gevolg dat tot op heden niet exact duidelijk is wat de financiële impact is van de vennootschapsbelasting.

Reguliere werkzaamheden en overige ontwikkelingen

53

Beleidsindicatoren

Dit betreft dezelfde beleidsindicatoren zoals (verplicht) opgenomen onder de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. De nadere toelichting op deze indicatoren is in breder perspectief daar opgenomen.

Bijdragen van verbonden partijen aan dit programma Bedrijfsvoering Drechtsteden voert voor de Financiën van Sliedrecht onder andere de volgende taken uit; • • • •

De financiële administratie, De treasury functie, Het innen van de gemeentelijke belastingen en Ze levert expertise op de diverse aspecten van te betalen belastingen (denk aan BTW).

Gemeentebelastingen en Basisinformatie Drechtsteden (GBD) is onderdeel van Bedrijfsvoering Drechtsteden. GBD heft en int gemeentelijke belastingen en voert de Wet waardering onroerende zaken (Woz) uit.

Overzicht van baten en lasten

Algemene uitkering

Aan de lastenkant betreft dit de stelpost indexatie.

54

Treasury

Betreft de toename van de verwachtte te betalen rente.

55

Paragrafen

56

Paragraaf Lokale heffingen en belastingen Inleiding In deze paragraaf geven we inzicht in de tarieven en tariefontwikkeling voor de lokale heffingen en belastingen. Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op: − − − − −

Ontwikkelingen en rijksbeleid Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen Heffingen woonlasten (lokale lastendruk) Overige lokale heffingen Kwijtscheldingen

Ontwikkelingen en rijksbeleid a. Rijksbeleid In het hoofdlijnenakkoord 2024-2028 Hoop, Lef en Trots is opgenomen dat de er afspraken gemaakt gaan worden om de woonlasten (OZB) te maximeren. Verder is er opgenomen dat er nadere afspraken gemaakt worden met gemeenten over een gemaximeerde planbatenheffing. Hoe dit in beide voorbeelden verder in de praktijk wordt gebracht is op dit moment nog niet duidelijk. b. Lokale ontwikkelingen Het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)’ schrijft voor dat inzichtelijk gemaakt moet worden hoe we er bij de berekening van tarieven van heffingen voor zorgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, welke beleidsuitgangspunten ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. Wij hanteren de volgende uitgangspunten voor de kostendekkendheid: 1. 2. 3. 4.

Overhead toerekenen op basis van formatie; Eén systematiek van toerekening van overhead; Maximaal 100% kostendekkendheid; De kwijtschelding ten laste te brengen van de heffing.

57

Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen Alle hierna genoemde tarieven zijn ter informatie opgenomen en kunnen afwijken van de definitieve tarieven. De belastingverordeningen 2026 met de definitieve tarieven stelt de gemeenteraad in december 2025 vast. Onderstaande tabel geeft een overzicht, ingedeeld naar algemene dekkingsmiddelen en gebonden heffingen, met de geraamde opbrengst voor 2026 en 2025, evenals de verantwoorde opbrengsten over 2024. Wij merken op dat de verschillen tussen 2026 ten opzichte van 2025 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen hierbij een belangrijke rol.

In het begrotingsjaar is ongeveer 9% van de inkomsten van de gemeente Sliedrecht afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarmee een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Bij de opbrengst van de onroerendezaakbelasting niet-woningen is rekening gehouden met bij de begroting 2023 ingezette nieuwe beleid van het ondernemersfonds (zie paragraaf 4.1.2 van de paragraaf Lokale heffingen begroting 2023). Er is geen sprake van wijzigingen hierop, de uitgangspunten blijven hetzelfde.

58

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk) Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het leeuwendeel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. In onderstaande tabellen worden de ontwikkeling van gemiddelde WOZ-waarde (= de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) <van alle woningen samen en die van koopwoningen> en de woonlasten voor meerpersoonshuis¬houdens in euro’s weergegeven over de laatste vier jaren. Hier zijn voor de afvalstoffen- en de rioolheffing de gemiddelden opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage.

Bij de berekening van de woonlasten voor 2026 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. Onroerendezaakbelastingen + 2,6% + 6% College werkprogramma Afvalstoffenheffing + 2,6%, Rioolheffing + 2,6% De verhoging van de Afvalstoffenheffing en rioolheffing is overeenkomstig de kadernota 2026 waarbij geldt dat het tarief maximaal kostendekkend is. Voor de afvalstoffenheffing is de stijging beperkt gebleven tot 1,5% in verband met de genoemde kostendekkendheid. Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemiddelde woonlasten in Sliedrecht in 2026 met 3,9% zullen stijgen ten opzichte van het jaar ervoor. Hieronder treft u per heffing een toelichting aan. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De onroerendezaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing. Tot en met 2019 gold als enige restrictie voor de opbrengst OZB de macronorm. Deze is vervangen door de benchmark lokale lasten. Deze treft u verderop aan in de paragraaf. De heffingsgrondslag voor de OZB is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit.

Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2026 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2025. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak. 59

De WOZ-waardeontwikkeling van peildatum 1 januari 2024 naar 1 januari 2025 is voor woningen berekend op 9,5% en voor niet-woningen op 4,3%. Rekening houdend met de gewenste (meer)opbrengst en de waardeontwikkeling leidt dit voor 2026 tot de volgende tarieven. Om de ontwikkeling van de tarieven te laten zien zijn ook de tarieven over eerdere jaren opgenomen.

Sliedrecht kent het gemeentebrede ondernemersfonds, dit wordt gefinancierd vanuit een opslag op de OZB-heffing voor niet-woningen. De opbrengst hiervan wordt via het Ondernemersfonds Sliedrecht besteed, daarom is dit budgetneutraal opgenomen. Het aandeel voor het ondernemersfonds is ca 20% van de opbrengst/tarief van de OZB niet woningen. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten ter zake. De berekening van de kostendekkendheid vatten we aan het eind van de paragraaf samen in een overzicht. Bij de bepaling van de nieuwe tarieven hebben we rekening gehouden met de kostenontwikkeling van inzameling en verwerking van huisvuil. De tarieven afvalstoffenheffing zijn berekend op basis van de informatie die ten tijde van het opstellen van de begroting bekend was. De tarieven in deze begroting kunnen afwijken met de tarieven die later in de verordening reinigingsheffingen worden opgenomen. De afwijking zal dan worden toegelicht. De tarieven ontwikkelden zich de afgelopen jaren als volgt (x € 1):

2022 Meerpersoons 316,20 Eenpersoons 225,48 Stijging 8,0%

2023 351,00 250,20 11,0%

2024 365,04 260,16 4,0%

2025 375,00 268,00 2,8%

2026 380,52 270,96 1,3%

Rioolheffing Met ingang van 2010 is het rioolrecht ex artikel 229 van de Gemeentewet vervangen door de rioolheffing ex artikel 228a van diezelfde wet. Dit is het gevolg van de inwerkingtreding van de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. Hiermee hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om naast de kosten van zorgplicht voor het afvalwater ook de kosten van de zorg voor het hemel- en grondwater te verhalen via de rioolheffing. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten ter zake. Op welke manier dit bepaald wordt kent zijn grondslag in het WRP-2024-2028 die op 2 juli 2024 door het college is vastgesteld. De tarieven ontwikkelden zich de afgelopen jaren als volgt (x € 1):

Rioolheffing eigendom Gebruik vastrecht Stijging

2022 183,70 93,60 9,3%

2023 183,70 93,60 0,0%

2024 202,07 102,96 10,0%

2025 202,07 102,96 0,0%

2026 207,32 105,60 2,6% 60

Vergelijking andere gemeenten We vergelijken de woonlasten in Sliedrecht met die van andere Drechtstedengemeenten. De vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2025 op www.coelo.nl en betreft de woonlasten van meerpersoonshuishoudens (x € 1). Het betreft hier koopwoningen. De gemiddelde waarde voor alle woningen, waarvan in de tabel 'Woonlasten meerpersoonshuishouden' is uitgegaan, ligt lager

Benchmark lokale lasten Tot en met 2019 gold de zogenoemde 'macronorm'. Dit was een afspraak tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid over de maximale stijging van de landelijke opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB). Deze macronorm bepaalde de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten samen en stamde uit 2007. In 2014 is uit onderzoek gebleken dat de macronorm geen effectief instrument is, omdat de norm niet heeft bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling, daar de besluitvorming over tarieven in gemeenten in de eerste plaats geënt is op lokale afwegingen. Sinds die tijd is de vergelijking van de lokale lasten, OZB, afvalstoffen- en rioolheffing, tussen gemeenten volgens het Rijk beter mogelijk geworden. Onder meer door de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentebegroting de ontwikkelingen toe te lichten. Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de jaarlijkse benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning.

De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. In de benchmark voor 2025, opgenomen in de Coelo atlas 2025 vanaf pagina 184, wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Met de (grafische) vergelijking voor ZuidHolland op pagina 193 worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente, minus de tegemoetkoming in de woonlasten (heffingskorting) voor 2025 en de mutatie van de woonlasten per gemeente ten opzichte van 2024.

61

De figuren bieden de mogelijkheid om de gemeenten op verschillende punten te vergelijken. De positie op de x-as (hoe ver naar rechts staat de gemeente?) geeft informatie over de hoogte van de gemeentelijke woonlasten in vergelijking met die van de andere gemeenten in de provincie. De horizontale rode lijnen laten zien in hoeverre de gemeentelijke woonlasten en de mutatie afwijken van het gemiddelde in Nederland (doorgetrokken rode lijn) en de provincie (gestippelde rode lijn). Het gemiddelde voor Nederland bedraagt € 1.052 en voor Zuid-Holland is dit € 1.090. Het stijgingspercentage ten opzichte van 2024 bedraagt landelijk 5,9% en voor Zuid-Holland 5%. Verder kan de hoogte van de ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden vergeleken. Enkele gemeenten hanteren een korting op de totale aanslag (heffingskorting). De hoogte van de heffingskorting wordt weergegeven met een oranje balkje. Het bedrag van de heffingskorting is verrekend met de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing in de gemeente door het gekorte bedrag te delen door drie en dit in mindering te brengen op de drie betaalde bedragen. Naast de vergelijking per provincie wordt ook een overzicht op G40-G4niveau gepresenteerd.

62

In de beantwoording van kamervragen over de stijging van de gemeentelijke belastingen in 2021 door de voormalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw Kajsa Ollongren is aangegeven dat evaluatie van de benchmark gepland staat voor 2025. Ook zal gekeken worden naar de relatie tussen de afschaffing van de macronorm en de ontwikkeling van de lokale woonlasten. In het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB is opgenomen dat de stijging van de gemeentelijke woonlasten (OZB) wordt gemaximeerd via afspraken met gemeentes. Hoe eerdere afspraken over gemeentelijke heffingen hierin zullen worden meegenomen is op dit moment niet duidelijk.

Overige lokale heffingen Hondenbelasting De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerende-zaak-belastingen, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. Voor 2026 zullen de tarieven verhoogd worden met 2,6% zoals vastgesteld in de Kadernota 2026. Reinigingsrechten Voor het ophalen van afval bij niet-woningen (winkels, bedrijven, buurtcentra, etc.) kunnen gemeenten een reinigingsrecht heffen. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten ter zake. Gemeenten hebben niet de verplichting om afval bij bedrijven in te zamelen. Dit in tegenstelling tot het inzamelen van huishoudelijk afval bij woningen. Bedrijven dienen zelf zorg te dragen voor het afvoeren van het afval en kunnen hiervoor een contract aangaan met een erkende afvalinzamelaar.

63

Voor 2026 zullen de tarieven niet verhoogd worden met de in de kadernota vastgestelde 2,6% zoals vastgesteld in de Kadernota 2026. De kostendekkendheid geeft voor 2026 geen ruimte voor een stijging van het tarief. Reclamebelasting Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg reclamebelasting heffen. De reclamebelasting is een algemene belasting. De reclamebelasting kan mede worden gezien als een profijtbelasting, wanneer zij geheven wordt naar de mate waarin particulieren en bedrijven profiteren van overheidsvoorzieningen die het doen van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mogelijk maken. Zo is bijvoorbeeld vanuit de profijtgedachte een hoger tarief denkbaar in het (winkel)centrum van een gemeente, waar immers het meeste effect wordt verwacht van de openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Ook kan regulering worden nagestreefd met deze heffing door deze bijvoorbeeld te beperken tot - of een hoger tarief te hanteren in - bepaalde wijken, om wildgroei van openbare aankondigingen tegen te gaan. Verder kan de reclamebelasting zich kan beperken tot een deel van de gemeente, mits daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat.

Sliedrecht kent sinds 1 februari 2018 drie reclamebelastingen, namelijk Winkelgebied Burgemeester Winklerplein, Winkelgebied Kerkbuurt en Woonboulevard Sliedrecht. Deze zijn gekoppeld aan daartoe opgerichte ondernemersfondsen. Het doel is om met deze ondernemersfondsen het ondernemers- en verblijfsklimaat en daarmee de duurzame economische vitaliteit van deze winkelgebieden te versterken. Havengeld Voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken en voor het gebruik van alle binnen onze gemeente gelegen openbare wateren heft de gemeente havengeld. Het uitgangspunt daarbij is dat dit maximaal kostendekkend gebeurt. Voor 2026 zijn de tarieven verhoogd met 2,6% zoals vastgesteld in de Kadernota 2026. Lijkbezorgingsrechten Als gemeente heffen wij rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt. Voor 2026 zijn de tarieven verhoogd met 8,6% zoals vastgesteld in de Kadernota 2026. De tariefstijging is daarmee onvoldoende om de lijkbezorgingsrechten kostendekkend te laten zijn. Leges Leges worden geheven voor door de gemeente verleende diensten.

Het uitgangspunt voor de berekening van de kostendekkendheid is toetsing op verordeningenniveau, waarbij de geraamde lasten van alle genoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen belastingen. Voor 2026 zijn de tarieven verhoogd met 2,6% zoals vastgesteld in de Kadernota 2026.

64

Marktgeld Op grond van artikel 229 van de gemeentewet kunnen gemeenten marktgeld heffen. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt. Voor 2026 zijn de tarieven verhoogd met 2,6% zoals vastgesteld in de Kadernota 2026.

Kwijtscheldingen Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Ook vindt een vermogenstoets plaats. Onlangs is de wettelijke vermogensnorm verhoogd. Ook hier geldt dat de gemeente de ruimste norm toepast. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend.

Er kan kwijtschelding worden verleend voor: Sliedrecht • Onroerendezaakbelastingen • Afvalstoffenheffing • Rioolheffing • Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond) Naar verwachting wordt in 2026 voor de volgende bedragen kwijtschelding verleend: x € 1.000

Werkelijk Begroting Begroting 2024 2025 2026

Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting Totaal

172 58 5 235

161 53 3 217

189 65 6 260

Kostendekkendheid Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In de onderstaande tabel hebben we de kostendekking voor 2026 inzichtelijk gemaakt. In de begroting is uitgegaan van de reguliere tariefstijgingen van 2,6% (lijkbezorging +6%) zoals opgenomen in de kadernota 2026. Voor de afvalstoffenheffing is deze op basis van de kostendekkenheid verlaagd naar 1,5% en de tariefstijging voor de reinigingsrechten kan niet plaats vinden als gevolg van de kostendekkendheid.

65

66

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt ingegaan op de bestaande risico's binnen de gemeente en het vermogen om deze risico's (financieel) op te vangen op het moment dat de risico's zich daadwerkelijk voordoen. De relevante kaders zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vastgesteld september 2020). In eerste instantie is dit verder aangescherpt met behulp van het amendement 'Algemene risicoreserve', zoals dat is aangenomen bij de behandeling van de Begroting 2021. Met het vaststellen van de Nota Reserves en Voorzieningen (juni 2023) is één-op-één verwerking van het amendement vervallen. De intentie van het amendement is verwerkt in de nota Reserves en Voorzieningen. Daarnaast is op 8 juli 2025 de motie 'Voorzien en voorkomen' aangenomen. Hierin verzoekt de raad om in 2025 met een voorstel te komen om in raadsvoorstellen de paragraaf risico's zodanig vorm te geven, dat de raad in staat wordt om bij besluitvorming zaken als: risico identificatie, risicokwalificatie, de te nemen beheersmaatregelen en de financiële dekking, op een goede manier te kunnen laten meewegen. De paragraaf is onderverdeeld in vijf blokken: • • • • •

Het risicoprofiel, hier wordt ingegaan op de bestaande risico's; De weerstandscapaciteit, hier wordt bepaald wat de ruimte is om risico's op te vangen; De ratio weerstandsvermogen, hier wordt beoordeeld in hoever de risico's in verhouding staan tot de weerstandscapaciteit; De financiële kengetallen, hier wordt bovenstaande in een breder (vanuit het BBV) verplicht perspectief geplaats; De reserve Koers 2030, hier wordt inzicht gegeven in de opbouw de reserve.

Risicoprofiel Het risicoprofiel wordt bottom-up opgebouwd. Alle risico's met een ingeschatte impact van groter dan € 10.000 worden hierbij meegenomen. Per risico wordt vervolgens bepaald of het een incidenteel, of een structureel risico betreft. Een structureel risico wordt voor 2,5 jaar opgenomen in het risicoprofiel. Er is daarmee 2,5 jaar (gewogen) budget gereserveerd om voor een dergelijk risico een structurele oplossing te vinden. Dit is nodig omdat de weerstandscapaciteit niet structureel kan worden aangesproken. Naast risico's worden er soms ook kansen opgevoerd. Per risico wordt vervolgens bepaald hoe groot de kans van optreden is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vier klassen:

67

Dit levert vervolgens per risico een bedrag op. Met behulp van zeven risicogebieden zijn deze in onderstaande tabel weergegeven:

Het laatste risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht is vastgelegd in de jaarrekening 2024 welke door de raad op 1 juli 2025 definitief is vastgesteld. In de jaarrekening 2024 bedroeg het totale risico € 11,8 miljoen. Het risicoprofiel in deze begroting is ingeschat op € 13,1 miljoen. Het totale risico is daarmee verhoogd met € 1,3 miljoen. Door de besluitvorming bij de Kadernota 2026 (en dan met name omtrent het ravijn) zit er in de onderliggende risico's veel meer dynamiek dan het verschil doet vermoeden. Met name als gevolg van de maatregelen ZONDER maatschappelijke impact zijn er allerlei nieuwe risico's toegevoegd. Daarnaast zijn enkele bestaande risico's aanzienlijk kleiner geworden. Met name omtrent het gemeentefonds, niet omdat het risico is beheerst, maar omdat de budgetten omtrent het risico zijn opgehoogd. Tenslotte is één groot risico wat niet is gekwantificeerd, maar wat wel benoemd moet worden. Steeds vaker treffen we in Sliedrecht met PFAS vervuilde grond aan. Wanneer je met deze grond aan het werk wilt ontstaan er vragen waarbij elk antwoord meer budget vraagt dan het gaan werken met schone grond. De zes risico's met het hoogste risicobedrag (omvang risico x kans van optreden) worden nader toegelicht. Hiermee wordt 80% van het totale risicobedrag verklaard. 1. Gemeentefonds, € 4.170.000 (Algemene uitkering) De herijking van het gemeentefonds is doorgevoerd.

Het effect is op dit moment beperkt tot € 37,50 per inwoner met behulp van een zogenaamde suppletie uitkering binnen het gemeentefonds. De minister heeft besloten om de volgende stappen te zetten in het effectueren van de herverdeling. Tot op heden is dit echter niet verwerkt in het gemeentefonds. In de gemeentelijke begroting is een bedrag oplopend tot € 1,2 miljoen gereserveerd om de volgende stappen in de herverdeling op te vangen. Dit heeft tot gevolg dat het risico aanzienlijk is verlaagd met € 1,8 mln. Daarnaast is als gevolg van het ravijnjaar de maatregel met ingang van 2026 genomen de ruimte onder het BCFplafond te begroten. Dit leidt tot een stijging van het risico.

68

2. Treasury, € 2.303.000 (Dividend en rente) De in de begroting opgenomen ambities kennen een groot liquiditeitsbeslag, er is veel geld nodig. Geld dat niet allemaal op de bank staat. De uiteindelijk te betalen rente is afhankelijk van twee factoren. Het tempo waarmee investeringen gerealiseerd worden en de stand van de rente. Beide factoren zijn verre van stabiel en resulteren bij elke nieuwe berekening weer in een nieuwe waarde. Wanneer de rente hoger uitvalt dan begroot en wanneer alle investeringen volgens planning worden gerealiseerd dan ontstaan er meer rentekosten dan begroot. Daarnaast hebben we als gevolg van het ravijnjaar als maatregelen met ingang van 2026 ons verwacht dividend en opbrengst kasgeld meer risicovol begroot. 3. Verbonden partijen, € 2.127.000 (Verbonden partijen) Er is sprake van een algemeen risico door deelname aan een gemeenschappelijke regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden doorgelegd naar de eigenaren, de gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2026 naar verwachting € 49,4 miljoen. In het risico houden we rekening met een overschrijding van 2,5% van deze bijdrage. Daarnaast is in deze begroting een risico vanaf 2028 toegevoegd omdat de financiering van jeugd vanaf dat jaar veranderd. 4.

Projecten, € 1.803.000 (Projectrisico's) Het succesvol uitvoeren van projecten gaat naast het realiseren van je inhoudelijke doelstellingen over het kunnen beheersen van je risico's. Het uitvoeren van projecten gaat inherent gepaard met risico's. Deze risico’s bestaan bijvoorbeeld uit: Risico’s die verband houden met de aard van het plan, bijvoorbeeld de aannamen over noodzakelijke werkzaamheden in verband met voorbelasting; • Risico’s die verband houden met het tijdstip van realisatie van het plan: veel plannen schuiven door, in afwachting van betere tijden. Dit kan leiden tot hogere rentekosten en werken door in de waarde van het plan; • Risico’s die verband houden met gehanteerde parameters, bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden. 5. Dekking overhead begroten, € 1.656.000 (Organisatie) In Sliedrecht brengen we een gedeelte van de overhead ten laste van de grondexploitaties en investeringen. Als gevolg van het ravijnjaar hebben we als maatregel met ingang van 2026 hiervoor een jaarlijkse 'opbrengst' van € 1,7 miljoen begroot. De realisatie van dit bedrag is afhankelijk van de hoeveelheid uren die gemaakt worden door het ambtelijk apparaat op grondexploitaties en investeringen. 6.

Budget dG&J – Serviceorganisatie Jeugd, € 969.000 (Verbonden partijen) Tussen de VNG en het Rijk zijn aanvullende afspraken gemaakt in het langlopende gesprek over de financiering van de Jeugdzorg. In zowel de mei- als de septembercirculaire heeft dit geleid tot aanvullend budget. Hiermee verdwijnen echter niet alle risico's van tafel. Het Rijk moet (nog steeds) maatregelen nemen om de eigen bijdrage mogelijk te maken. Als die niet genomen worden is het huidige budget SOJ niet toegerekend. Verder verwacht het Rijk dat er gestuurd wordt op de trajectduur. Dat gebeurt in de Drechtsteden al veel langer. Het is dan ook de vraag of de daling in de kosten vanuit dit perspectief zich nog zal voordoen, of dat die daling al eerder is opgetreden. Voor een gedeelte van dit risico is een structurele stelpost opgenomen van € 800.000.

69

Weerstandscapaciteit De weerscapaciteit beschrijft het vermogen om de financiële effecten van risico's die zich voordoen op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat (volgens de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing) uit het saldo van de algemene reserve, de reserve weerstandsvermogen, de niet beklemde bestemmingsreserves en de opgenomen post voor onvoorzien. Daarnaast wordt voor de weerstandscapaciteit in Sliedrecht 20% van de niet benutte belastingcapaciteit en 20% van de stille reserves gerekend. De resulteert in de onderstaande weerstandscapaciteit. Voor de B2026 zijn twee vergelijkende standen opgenomen. De stand 31/12/24 betreft de één-op-één aansluiting met het boekwerk. De stand 01/01/25 betreft de stand zoals die resulteert na de besluitvorming over de resultaatbestemming 2024.

1. Algemene reserve De hier gehanteerde stand van de algemene reserve wijkt af van de gepresenteerde stand in de tabel onder Reserves en voorzieningen. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat het geraamde rekening resultaat 2025 in de tabel onder Reserves en voorzieningen niet is meegenomen, maar dat daar hier wel rekening mee is gehouden. Dit omdat dit een reëler beeld geeft van het beschikbare weerstandsvermogen. Het daadwerkelijke resultaat 2025 is logischerwijs nog onbekend waardoor de uiteindelijke stand op 1 januari 2026 gaat afwijken. 2. Onvoorzien Dit betreft het begrote bedrag onvoorzien in 2026. 3. 20% van de stille reserves Doordat bezittingen tegen historische kostprijs moeten worden opgenomen op de balans (voorschrift BBV) is er sprake van zogenaamde stille reserves. Het gevolg hiervan is dat eventuele waardeontwikkeling niet zichtbaar is (een eventuele daling wel, want die moet direct worden afgeboekt). Een voorbeeld waarbij dit duidelijk werd is de verkoop van Eneco. Strikt gezien werd de gemeente hiervan niet rijker. Iets wat eigendom was van de gemeente (met de bijbehorende waarde) werd omgezet in geld. We onderkennen een tweetal stille reserves allereerst in het vastgoed bezit (€ 1,3 miljoen) en ten tweede in het aandelen bezit (€ 0,5 miljoen). Samen resulteren deze stille reserves in een weerstandscapaciteit van € 1,8 miljoen.

Stille reserve vastgoed

Op vastgoed is een verschil te maken tussen vastgoed waarvoor een, wat de omvang betreft, redelijke markt is zoals voor woningen en kantoren, en vastgoed waarvoor een beperkte markt is zoals voor zwembaden en sportvoorzieningen. Voor de inschatting van de stille reserve vastgoed kan een vergelijking gemaakt worden van de WOZ-waarde en de boekwaarde. Hierbij is de WOZ-waarde voor het vastgoed waarvoor een beperkte markt is, uit voorzichtigheidsprincipe uitgegaan van een executiewaarde van 70% van de WOZ-waarde. Uit deze vergelijking rolt een stille reserve van € 6,7 miljoen, waarvan 20% is opgenomen in de weerstandscapaciteit (€ 1,3 miljoen).

Stille reserve aandelen

De gemeente bezit aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten, ROM-D, Oasen en Stedin. De aandelen BNG kennen volgens het jaarverslag 2024 van de BNG een waarde van afgerond € 80,23 per aandeel. Uitgaande van deze waarde bestaat een stille reserve in de aandelen BNG van afgerond € 2,4 miljoen, waarvan € 0,5 miljoen is opgenomen in de weerstandscapaciteit. 70

4. 20% van de onbenutte belastingcapaciteit De wijze waarop het gemoeide bedrag van de onbenutte belastingcapaciteit moet worden bepaald is beschreven in de regelgeving omtrent een eventuele artikel 12 status van een gemeente. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de OZB-opbrengst eerst worden verhoogd tot 120% van het landelijk gemiddelde. Het bepalen van de onbenutte belastingcapaciteit betreft een complexe berekening welke voor Sliedrecht resulteert in een bedrag van € 2,8 miljoen. Dit resulteert in een weerstandscapaciteit van € 0,6 miljoen.

Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen hoe de verhouding is tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit gebruik je de ratio voor het weerstandsvermogen (weerstandsratio). De weerstandsratio bereken je door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Als streefwaarde voor het weerstandsvermogen hanteert Sliedrecht een ratio van minimaal 1,0. Daarmee is voldoende dekking voor het totale risicoprofiel aanwezig en wordt niet onnodig beslag gelegd op middelen die ten behoeve van de beleidsdoelstellingen kunnen worden ingezet. De berekening van de ratio weerstandsvermogen ziet er als volgt uit:

De ratio is ten opzichte van de Jaarrekening 2024 gedaald naar 0,9 en voldoet daardoor niet meer aan de norm. De daling is het gevolg van inzet van de Algemene Reserve en een toename van de risico's. De toename van het risico is vooral ingegeven vanuit het ravijnjaar en de ingevoerde maatregelen zonder impact. Deze maatregelen zijn alleen impliceren het nemen van meer risico's, door realistischer te begroten. In de jaarschijf 2026 storten we € 1.065.000 in de algemene reserve om de ratio weer boven de minimale norm van 1,0 te brengen. De bepaling van de weerstandsratio is per definitie gebonden aan een moment in de tijd. Het is daarom relevant om naast de stand op een moment beeld te hebben bij het verloop vanuit het verleden naar de toekomst. In onderstaande tabel brengen we dat in beeld. In de tabel is te zien dat de Algemene reserve per 1 januari 2026 te laag is. Door de storting in de loop van 2026 wordt de Algemene Reserve weer op de benodigde hoogte gebracht.

71

De grafiek bevat vijf lijnen waarbij de belangrijkste conclusie is: • De beschikbare weerstandscapaciteit (oranje lijn) na de storting van € 1.065.000 precies op de blauwe lijn. De beschikbare weerstandscapaciteit is daarmee gelijk aan de minimaal benodigde weerstandscapaciteit. • De stand van de algemene reserve (zowel de doorgetrokken rode lijn, als de gestippelde rode lijn) ligt boven de benodigde ondergrens in de algemene reserve (groene lijn), wederom met uitzondering van de stand per 1 januari 2026). Er is daarmee sprake van een afdoende hoogte van de algemene reserve.

Financiële kengetallen In de P&C-documenten moet een gemeente verplicht ingaan op de financiële kengetallen. Deze kengetallen geven een beeld van de financiële situatie waarin een gemeente zich bevindt. Het betreft de volgende kengetallen: netto schuldquote, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatie ruimte en de gemeentelijke belastingcapaciteit. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft. Het zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting: veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen de 90% en 130% wordt gezien als voldoende. Een lagere netto schuldquote dan 90% wordt gezien als goed. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op langere termijn te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen weer. Een percentage van 20% tot 50% wordt als voldoende gezien.

72

Het kengetal grondexploitatie geeft een indicatie van de verhouding van de in exploitatie genomen gronden ten opzichte van de totale baten. Het geeft een indicatie of een gemeente veel geld in grond heeft geïnvesteerd, geld dat in de toekomst moet worden terugverdiend. Een kengetal grondexploitatie lager dan 20% wordt gezien als goed. De structurele exploitatieruimte geeft weer hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening. Een kengetal groter dan 0 duidt op structurele ruimte. De belastingcapaciteit maakt inzichtelijk welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het genereren van hogere baten. Dit kengetal geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten lager dan gemiddeld in Nederland. Het verschil tussen het kengetal en 100% geeft de ruimte aan om de belastingen te verhogen tot het gemiddelde. In onderstaande tabel is dit schematisch weergegeven:

Bij de Begroting 2026 horen de volgende financiële kengetallen:

73

Beschouwing financiële kengetallen Eén kengetal in een enkel jaar geeft op zich nog niet veel informatie. Deze moeten vooral in samenhang worden gezien en naast de stand is vooral het verloop relevant op te bepalen welke ontwikkelingen spelen.

Netto schuldquote

De waarde van de netto schuldquote valt in categorie A. De ambities uit Koers 2030 vragen forse investeringen dit is terug te zien in het oplopen van de netto schuldquote.

Solvabiliteitsratio

Voor 2026 bevindt de waarde zich in categorie A.

Grondexploitatie

Dit kengetal valt in categorie A, vanaf 2027 is de waarde zelfs negatief. Dit wordt veroorzaakt doordat er in die jaren naar verwachting meer opbrengsten, dan kosten zijn in het totale grondbedrijf.

Structurele exploitatieruimte

Door de besluitvorming bij de Kadernota 2026 is de structurele exploitatieruimte positief geworden, zowel in 2025 als in het meerjarenbeeld.

Gemeentelijke belastingcapaciteit

De gemeentelijke belastingcapaciteit ligt op 93%, één procent punt beter dan in 2025. De onderliggende berekening is gebaseerd op de Coelo Atlas 2025 en daarmee op de tarieven 2025. Het kengetal dat hoort bij 2026 kan nog niet worden uitgerekend, omdat de tarieven voor 2026 nog niet bekend zijn.

Koers 2030 Een volledig zicht op het vermogen is niet compleet zonder inzicht in de reserve Koers 2030. De reserve Koers 2030 is bedoeld om doelen uit de Koers 2030 te kunnen realiseren. Inzet vindt plaats voor specifiek goedgekeurde projecten, danwel programma's.

74

In onderstaande tabel zijn de nog niet verdeelde middelen verdeeld naar de gereserveerde bestemmingen. Wanneer de bedragen op een regel muteren is er al een raadsbesluit over de opgenomen mutaties en is het college bevoegd de middelen uit te geven.

Met het vaststellen van de Begroting 2026 is bovenstaande tabel op een tweetal punten aangepast. Er is besloten € 2,0 miljoen te storten in 2026, € 2,0 miljoen in 2027 en € 0,5 miljoen in 2028. Daarnaast stond er in 2026 een exploitatiebudget begroot om de boekwaarde van de scholen PWA Valkweg en OBS De Wilgen af te boeken. Het moment dat er daadwerkelijk gesloopt gaat worden is nog niet bekend. Met behulp van de reserve Koers 2030 kan het budget eenvoudig gekoppeld worden aan het jaar dat er daadwerkelijk wordt gesloopt.

75

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente beheert de openbare ruimte waarin veel activiteiten plaatsvinden. Wonen, werken en recreëren bijvoorbeeld. Voor die activiteiten zijn kapitaalgoederen als wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen nodig. Zowel de kwaliteit van de kapitaalgoederen als het onderhoud ervan zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Dit onderdeel van de begroting geeft aan voor welk ambitieniveau de gemeente heeft gekozen. Inclusief de financiële consequenties daarvan. Het door de raad gewenste onderhoudsniveau is van invloed op de lasten. Het beleid op de kapitaalgoederen wordt vastgesteld met beleidsnota’s. Deze nota’s bieden de mogelijkheid om algemene beleidslijnen vast te stellen. Zowel voor inhoudelijke kaders (visie van de raad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen) als voor procedurele kaders (afspraken tussen raad en college over besluitvorming en informatievoorziening). Het gemeentelijk beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen is onder andere opgenomen in: • • • • • • • • • • •

Het 'Beheerplan Onderhoud vastgoed 2025-2028' (vastgesteld in 2025); Het 'Onderhoudsbeleid Vastgoed 2021-2030' (vastgesteld in 2021); Het 'Vastgoedbeleid 2021-2028' (vastgesteld in 2021); Het Accommodatiebeleid; Het 'Water- en rioleringsplan 2024-2028' (vastgesteld in 2024); Het 'Beleidsplan Onderhoud wegen 2015-2025' (vastgesteld in 2014) en het 'Onderhoudsplan Wegen 2021 t/m 2025' (vastgesteld in 2021); Het 'Beleidsplan Openbare Verlichting (vastgesteld in 2025) en het 'Onderhoudsplan Openbare Verlichting (vastgesteld in 2025); Het 'Beheerplan Onderhoud bruggen 2022-2026' (vastgesteld in 2021); Het 'Beheerplan Onderhoud binnenhaven 2022-2026' (vastgesteld in 2021); Het 'Groenbeleidsplan 2021-2025' (vastgesteld in 2021) en het 'Groenbeheerplan 2023-2026' (vastgesteld in 2024) en Het 'Uitvoeringsbeleid Speel- en sportruimte Sliedrecht' (vastgesteld in 2016).

Op basis van beheerplannen ramen we jaarlijks budgetten voor het onderhoud dat we in het begrotingsjaar moeten uitvoeren. Dit doen we op basis van terugkerende inspecties. In 2026 bekijken we in hoeverre ook (open) data kan helpen planningen te vereenvoudigen. Het uitgangspunt is dat er voldoende wordt gereserveerd (stortingen in onderhoudsvoorzieningen) of dat er investeringsbesluiten genomen worden voor het uitvoeren van toekomstig onderhoud. Hieronder gaan we verder in op de beleidsvelden openbaar groen en speelvoorzieningen, riolering, waterbeheer, wegen, bruggen, openbare verlichting, gebouwen, binnenhaven en reserveringen voor onderhoud. Voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte heeft een rekenkameronderzoek plaatsgevonden welke in 2025 in de gemeenteraad is behandeld. Daarbij is door de gemeenteraad de aanbeveling overgenomen om met meetbare doelstellingen te gaan werken. Om hier invulling aan te geven hebben we per hoofdstuk aan de doelstellingen indicatoren en streefwaardes gekoppeld.

76

Openbaar groen en speelvoorzieningen Groen In 2026 starten we met het opstellen van het nieuwe Groenbeleidsplan. We besteden veel aandacht aan de thema’s biodiversiteit, klimaatadaptatie, leefbaarheid en nemen maatregelen om invasieve exoten te voorkomen en/of te beheersen. Het doel is om het groen zoveel mogelijk in te zetten met een functie, zoals het voorkomen van wateroverlast, het bevorderen van de biodiversiteit en ecologie en het leefbaar maken van de wijken door bijvoorbeeld het zorgen voor verkoeling en andere ecosysteemdiensten. De financiële middelen die nodig zijn voor het reguliere onderhoud zijn opgenomen in de exploitatiebegroting. Verder handhaven we de huidige bomenaantallen en waar het kan vergroten we deze. We streven naar het behoud van grote bomen en bij de nieuwe aanplant van bomen houden we rekening met de toekomstige klimatologische en natuurlijke omstandigheden. We zorgen voor veilige en gezonde bomen door onze zorgplicht na te leven en regelmatig, cyclisch onderhoud en beheer uit te voeren. Bij herinrichtings- en renovatiewerkzaamheden sturen we aan op een maximaal haalbare oppervlakte van functioneel groen. In 2026 wordt het bereiken van deze maximaal haalbare oppervlakte groen meegenomen bij de inrichting van projecten in de openbare ruimte en in het dagelijks reguliere onderhoud.

We zijn scherp op een goede inpassing van groen in de grote ontwikkelingsprojecten, zoals Binnenstedelijke herstructurering en de diverse projecten in Sliedrecht-Noord en De Driehoek. Verwijderen van groen gebeurt alleen wanneer dit écht niet anders kan. Op deze plekken komt altijd nieuw groen terug, waarbij we de kwaliteit verbeteren ten opzichte van de eerdere situatie. Indicatoren De biodiversiteit in de (ecologische) bermen kunnen we meten aan de hand van de tool nectarindex en gemonitord door jaarlijkse vegetatieopnames. Daarnaast is het op peil houden van het aantal bomen een goede graadmeter voor een groen Sliedrecht. Het bomenbestand wordt bijgehouden op de bomenkaart en onderworpen aan boomveiligheidscontroles. Indicator

Streefwaarde 2026

Biodiversiteit op basis van nectarindex

Hoger of gelijk aan 0-meting van 2025

Bomenbestand

10191 bomen of meer

Spelen Het uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte (2016) van de gemeente Sliedrecht is volledig gerealiseerd. De visie is hiermee concreet vormgegeven: inwoners van alle leeftijden kunnen in de openbare ruimte spelen, sporten, recreëren en elkaar ontmoeten. De mogelijkheden voor spelen en sporten zijn hiermee stevig verankerd. De aankomende tijd zal naar aanleiding van het bezoek van Jantje Beton worden bekeken in hoeverre er meer speelplaatsen inclusief worden ingericht zodat deze voor een breder publiek toegankelijk zijn. Voor het beheer is een structureel budget beschikbaar. De voorzieningen worden onderhouden conform het warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) en de normen NEN-EN 1176 en NEN-EN 1177. Zo blijven de voorzieningen duurzaam, veilig, aantrekkelijk en toegankelijk.

77

Indicator Voor speel- en sporttoestellen en speelondergronden dienen te voldoen aan de warenwet attractie en speeltoestellen (WAS) en de norm NEN-EN 1176 en 1177. Jaarlijkse vindt hierop inspectie plaats op ieder speel- en sporttoestel. Indicator

Streefwaarde 2026

Percentage dat voldoet aan de WAS en NEN-EN 1176/1177

100%

Riolering In het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) 2024–2028 beschrijft de gemeente Sliedrecht hoe invulling wordt gegeven aan de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater (conform artikel 2.16 Omgevingswet). Daarnaast is in het programma aandacht voor klimaatadaptatie en het beheer van oppervlaktewater. Het WRP geeft richting aan wat we willen bereiken, wat we gaan doen en welke middelen daarvoor nodig zijn. In 2026 geeft de gemeente verder invulling aan klimaatadaptatie door bij beheer- en herinrichtingsprojecten klimaatadaptieve maatregelen in het ontwerp en de uitvoering te integreren. De nadruk ligt op een groenblauwe inrichting van de buitenruimte, die zorgt voor verkoeling, meer biodiversiteit en extra waterberging. Klimaatadaptatie is daarmee een vast onderdeel van het dagelijks beheer, waarvoor binnen het WRP structureel budget is gereserveerd. Voor planmatig onderhoud is inzicht nodig in de technische en hydraulische staat van de riolering. Jaarlijks wordt daarom 16 km riool gereinigd en geïnspecteerd, zodat het volledige stelsel elke tien jaar volledig in beeld is en schoon blijft. Daarnaast worden alle kolken die aangesloten zijn op de riolering twee keer per jaar gereinigd en geïnspecteerd. Deze beheer- en onderhoudsmaatregelen waarborgen de continuïteit van het rioolstelsel en verkleinen het risico op calamiteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/1010/documents/13165