3.2 Besluitdocument_Renvooi Ontwerp-Definitief OP Bodem en basisstructuur.pdf
Tekst van het document
Artikel 11.58 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie BBBB Het opschrift van artikel 11.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.59 11.62 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw
46
CCCC Artikel 11.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.60 11.63 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw 1.
Een melding als bedoeld in artikel 11.59 11.62 bevat: a. de resultaten van een verkennend bodemonderzoek; b. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; c. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht; d. de dagtekening; en e. bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 11.55 11.58 de gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.
2.
Dit artikel is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.
3.
De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.
DDDD Artikel 11.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.61 11.64 Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 11.59 11.62 . artikel 11.58 11.61 is van overeenkomstige toepassing. EEEE Artikel 11.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.62 11.65 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een bodemgevoelige locatie alleen in gebruik genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in artikel 11.56 11.59 , zijn getroffen. FFFF Artikel 11.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.63 11.66 Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1.
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie als bedoeld in paragraaf 7.3.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening Omgevingsverordening.
2.
Onder een significante verontreiniging van het grondwater wordt verstaan een significante verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 3.131 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
GGGG Het opschrift van artikel 11.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
47
Artikel 11.64 11.67 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw HHHH Artikel 11.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.65 11.68 Voorafgaand grondwateronderzoek 1.
Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als onderzocht is of sprake is van een verontreiniging van het grondwater zoals als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening Omgevingsverordening.
2.
Aan het eerste lid wordt voldaan door: a. het verrichten van voorafgaand bodemonderzoek; of b. het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijk mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.
IIII Artikel 11.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.66 11.69 Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit 1.
Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie bij een verontreiniging van grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is uitsluitend toegestaan als een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als de bron van verontreiniging van het grondwater: a. zich niet langer bevindt in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie, tenzij uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, of uit een beschikking als bedoeld in artikel 11.65 11.68 , tweede lid, onder b, blijkt dat er sprake is van een zak- of drijflaag; of b. zich in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie bevindt en diffuus van aard is.
3.
Het eerste lid is ook niet van toepassing als de verontreiniging van grondwater: a. het gevolg is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie; of b. een restverontreiniging na het uitvoeren van een grondwatersanering betreft en als zodanig is opgenomen in een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 3.141e van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of een beschikt evaluatieverslag als bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.
JJJJ Het opschrift van artikel 11.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.67 11.70 Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging KKKK Artikel 11.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
48
Artikel 11.68 11.71 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning en informatieplicht bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in artikel 11.65 11.68 , verstrekt.
2.
De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.
3.
Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden: a. indien sprake is van een verontreiniging van grondwater: 1°. een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; 2°. de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek bedoeld in het eerste lid; 3 2°. de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht; 4 3°. een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en 5 4°. de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit; b. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in artikel 11.67 11.70 , eerste lid, wordt verricht; en c. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht.
LLLL Artikel 11.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.69 11.72 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw De omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie' wordt alleen verleend als aannemelijk is gemaakt dat sanerende maatregelen als bedoeld in artikel 11.67 11.70 worden getroffen. MMMM Het opschrift van artikel 11.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.70 11.73 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw NNNN Artikel 11.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.71 11.74 Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1.
49
Een melding bevat: a. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; b. het adres waar de bouwactiviteit wordt verricht; c. de dagtekening; d. het voorafgaand onderzoek, zoals als bedoeld in artikel 11.65 11.68 ;
e.
f.
g.
2.
als er sprake is van verontreiniging van grondwater; een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak als bedoeld in artikel 11.67 11.70 wordt verricht; en als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt verricht.
Dit artikel is niet van toepassing als voor de bouwactiviteit op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist.
OOOO Artikel 11.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.72 11.75 Informatieplicht ingebruikname na maatregelen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw Bij aanwezigheid van een significante grondwaterverontreiniging als bedoeld in artikel 3.131, onder b of c, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt een grondwatergevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een grondwatergevoelige locatie alleen in gebruik genomen na de bouwactiviteit, nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende maatregelen, bedoeld in artikel 11.67 11.70 , zijn getroffen, of als de sanerende maatregelen nog in uitvoering zijn, de wijze waarop de ingebruikname van het grondwatergevoelige gebouw de sanerende maatregel niet belemmert. PPPP Afdeling 14.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 14.1 Waterberging [Gereserveerd]
Paragraaf 14.1.1 Bouwactiviteiten in beperkingengebied Waterbergingsgebied Artikel 14.1 Toepassingsbereik - [gereserveerd] Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van bouwwerken binnen het beperkingengebied waterbergingsgebied'.
Artikel 14.2 Algemene regels - [gereserveerd] Het bouwen van bouwwerken binnen het beperkingsgebied waterbergingsgebied is alleen toegestaan als het gaat om bouwwerken ten dienste van waterzuivering en waterberging.
Artikel 14.3 Aanwijzing vergunningplicht - [gereserveerd] Het is verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken, anders dat bouwwerken ten dienste van waterzuivering en waterberging, te bouwen binnen de locatie 'beperkingengebied waterbergingsgebied'.
Artikel 14.4 Beoordelingsregels - [gereserveerd] Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14.3 , wordt verleend als: a. wordt voldaan aan de regels voor bouwactiviteiten, bedoeld in hoofdstuk 6; b. door de bouwactiviteiten de waterbergingsfunctie niet wordt aangetast.
50
Paragraaf 14.1.2 Bouwactiviteiten in beperkingengebied waterkering Artikel 14.5 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van bouwwerken binnen het beperkingengebied waterkering'.
Artikel 14.6 Algemene regels 1.
Het bouwen van bouwwerken binnen de locatie 'beperkingengebied waterkering' is alleen toegestaan als het gaat om bouwwerken ten dienste van het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering.
2.
De bouwhoogte van bouwwerken, bedoeld in het eerste lid, niet meer dan 10 meter bedraagt.
Artikel 14.7 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken, anders dat bouwwerken ten dienste van het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, te bouwen binnen de locatie 'beperkingengebied waterkering'.
Artikel 14.8 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, bedoeld inartikel 14.7, wordt verleend als: a. wordt voldaan aan de regels voor bouwactiviteiten, bedoeld in hoofdstuk 6; b. door de bouwactiviteiten de waterkerende functie niet wordt aangetast. QQQQ Afdeling 15.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 15.2 Bomen kappen [Gereserveerd]
Artikel 15.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Kappen van bomen en vellen van houtopstanden'.
Artikel 15.2 Verbod Het is verboden: a. om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de activiteit 'Kappen van bomen en vellen van houtopstanden' uit te voeren of uit te laten voeren voor: 1°. bomen die vermeld zijn op de lijst Bijzonder waardevolle bomen; 2°. bomen of houtopstanden die geplant zijn op basis van een herplantplicht als bedoeld in artikel 15.8, in het geval dat die herplantplicht minder dan 12 jaar geleden is opgelegd; 3°. bomen in publiek eigendom met een stamomtrek van minimaal 0,40 meter; en 4°. bomen in particulier eigendom met een stamomtrek van minimaal 1 meter. b. om bomen of houtopstanden die publiek eigendom zijn: 1°. te bekladden of te beplakken of ernstig te beschadigen; en 2°. te snoeien, behalve als het gaat om boomverzorgende taken die door de publiek rechthebbenden zijn opgedragen. c. om zonder schriftelijke toestemming of opdracht van het college van burgemeester en wethouders één of meer voorwerpen aan gemeentelijke bomen aan te brengen of op een andere manier te bevestigen.
Artikel 15.3 Uitzondering Het verbod als bedoeld in artikel 15.2 geldt niet voor: a. bomen of houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 11.111, lid 2, sub c tot en met sub f van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. bomen die moeten worden gekapt of houtopstanden die moeten worden geveld volgens de Plantgezondheidswet;
51
c. d. e. f. g.
bomen die moeten worden gekapt of houtopstanden die moeten worden geveld volgens een aanschrijving van het college; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; een velling die alleen bedoeld is als verzorgingsmaatregel, tot het dunnen van de houtopstand, met het doel bevordering van groei van overblijvende houtopstand; en het snoeien - anders dan kandelaberen - van bomen met achterstallig onderhoud waarbij meer dan 20% moet worden gesnoeid, door of op aanwijzen van een bomendeskundige.
Artikel 15.4 Beoordelingsregels 1.
Een vergunning als bedoeld in artikel 15.2 kan in ieder geval worden geweigerd als het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van de boom of houtopstand: a. natuurwaarden; b. waarden voor het milieu; c. landschappelijke waarden; d. cultuurhistorische waarden; e. waarden voor recreatie en leefbaarheid; f. dendrologische waarde.
2.
Bij de belangenafweging als bedoeld in het eerste lid kan de levensverwachting van de boom of houtopstand meegewogen worden.
3.
Een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom of houtopstand die is opgenomen op de lijst van Bijzonder waardevolle bomen als bedoeld in artikel 15.2, onder 1 wordt in principe niet verleend, behalve als sprake is van: a. een gecertificeerde bomendeskundige die beoordeelt dat instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade; of b. een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de bijzonder waardevolle boom, en alternatieven om de boom te behouden uitvoerig zijn onderzocht en zijn afgevallen.
4.
In beginsel wordt geen vergunning als bedoeld in artikel 15.2 verleend als het kappen of vellen strijdig is met de Omgevingswet of andere regelgeving over natuurbescherming.
Artikel 15.5 Voorschriften
52
1.
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 15.2 kunnen door het college van burgemeester en wethouders voorschriften verbonden worden.
2.
Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren: a. het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en b. volgens de door het college van burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.
3.
In de voorschriften als bedoeld in het tweede lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke manier herplantbomen die slecht groeien, ziek of dood zijn, moeten worden vervangen.
4.
Degene aan wie de herplantplicht is opgelegd of zijn rechtsopvolger is na het uitvoeren van de herplant verplicht om die herplant aan het college van burgemeester en wethouders te melden. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald hoe en binnen welke termijn die melding dient plaats te vinden.
5.
Als niet ter plaatse kan worden herplant, kan aan een vergunning tot vellen het voorschrift toegevoegd worden dat een geldbedrag gestort dient te worden in het gemeentelijke herplantfonds.
6.
Tot aan de vergunning als bedoeld in artikel 15.2 te verbinden voorschriften, kan het voorschrift behoren: a. dat pas met het kappen van de boom of het vellen van de houtopstand bij bouw- en aanlegactiviteiten of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie werkzaamheden mag worden gestart nadat andere ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn; en
b. 7.
de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
Tot aan de vergunning als bedoeld in artikel 15.2 te verbinden voorschriften kunnen behoren: a. aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen bomen en/of struiken; en b. voorschriften ter bescherming van flora en fauna die in en rond de te vellen bomen aanwezig zijn.
Artikel 15.6 Intrekking of wijziging Het college van burgemeester en wethouders kan na verlening een omgevingsvergunning intrekken of wijzigen: a. in het geval dat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt om de ontheffing of vergunning te verkrijgen; of b. als dit door veranderde inzichten of omstandigheden na verlening van de omgevingsvergunning noodzakelijk is.
Artikel 15.7 Beperking geldigheidsduur 1.
Als van de vergunning tot vellen, als bedoeld in artikel 15.2 geen gebruik is gemaakt, vervalt de vergunning van rechtswege twee jaar na datum van inwerkingtreding van het besluit.
2.
Het eerste lid geldt niet als het college van burgemeester en wethouders schriftelijk een langere termijn heeft toegestaan omdat het college van burgemeester en wethouders een langere uitvoeringstermijn van een project hebben voorzien.
3.
Als sprake is van een vergunningsvoorschrift als bedoeld in artikel 15.5 zesde lid, sub a en sub b, start de termijn van twee jaar na datum van inwerkingtreding, bedoeld in het eerste lid, vanaf de dag waarop de andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures die in het voorschrift worden genoemd onherroepelijk zijn geworden, of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
Artikel 15.8 Herplant-/instandhoudingsplicht
53
1.
Als de activiteit 'Kappen van bomen en vellen van houtopstanden' in strijd met artikel 15.2 uitgevoerd is, of een boom of houtopstand op een andere manier verloren zijn gegaan: a. legt het college van burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop de boom of houtopstand zich bevond(en) of aan een andere (rechts)persoon die voorzieningen mag treffen: 1°. de verplichting op om te herplanten; 2°. volgens de door hen te geven aanwijzingen; 3°. binnen een door hen te stellen termijn; en b. legt het college van burgemeester en wethouders naast de fysieke herplantplicht een storting in het gemeentelijke herplantfonds op.
2.
Bij het opleggen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid, kan daarbij ook worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke manier herplantbomen die slecht groeien, ziek of dood zijn moeten worden vervangen.
3.
Degene aan wie de herplantplicht is opgelegd of zijn rechtsopvolger is na het uitvoeren van de herplant verplicht om die herplant aan het college van burgemeester en wethouders te melden. In de verplichting als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald hoe en binnen welke termijn die melding, zoals bedoeld in lid 3, moet plaatsvinden.
4.
Als een boom of houtopstand, die volgens artikel 15.2, sub a vergunningplichtig is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, om welke reden dan ook, waaronder door bouw- en aanlegwerken, dan kan het college van burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop de boom of houtopstand staan of aan een andere (rechts)persoon die voorzieningen mag treffen: a. de verplichting opleggen om voorzieningen te treffen waardoor de bedreiging wordt weggenomen; b. volgens de door hen te geven aanwijzingen, gericht op het wegnemen van de bedreiging; c. binnen een door hen te stellen termijn, gericht op het wegnemen van de bedreiging; en d. een bomeneffectanalyse (BEA) te maken en aan te bieden aan het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 15.9 Bestrijding van boomziekten 1.
Als het college van burgemeester en wethouders beoordeelt dat een boom of houtopstand gevaar oplevert voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van ziekteverspreiders zoals insecten, is de persoon die over de boom of houtopstand kan beschikken, als hij hierover door het college is aangeschreven, verplicht om binnen de termijn zoals vastgesteld in de aanschrijving: a. de boom te kappen of de houtopstand te vellen; en b. volgens de richtlijnen uit de aanschrijving en binnen de door de gemeente gestelde termijn de gekapte boom of gevelde houtopstand op een die manier te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.
2.
Het niet voldoen aan de aanschrijving als bedoeld in het eerste lid leidt tot het toepassen van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden door of namens de gemeente kunnen worden verricht, voor risico en voor rekening van de persoon die is aangeschreven.
3.
Het is verboden om gekapte bomen of gevelde houtopstanden of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren als er een wezenlijke kans bestaat dat deze bomen of delen daarvan een boomziekte verspreiden.
4.
Het derde lid geldt niet voor de afvoer van de bomen of delen daarvan direct na de kap.
Artikel 15.10 Strafbepaling Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 15.5 is gegeven, of aan wie een verplichting is opgelegd zoals bedoeld in artikel 15.8 of artikel 15.9, eerste lid, en diens rechtsopvolger, moet naar dat voorschrift of die verplichting handelen.
Artikel 15.11 Toezicht Door de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering, en daartoe door het college aangewezen personen wordt erop toegezien dat de regels in deze afdeling 15.2 worden nageleefd.
Artikel 15.12 Bijzonder waardevolle bomen 1.
Het college van burgemeester en wethouders stelt de lijst van bijzonder waardevolle bomen vast: a. de lijst met bijbehorende kaart wordt, zo nodig, iedere 4 jaar herzien en vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders; b. de lijst bevat in ieder geval de lokale bijzonder waardevolle bomen; c. de lijst bevat in ieder geval de bomen die voorkomen in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting; d. de lijst geeft aan om welke boomsoort het gaat; en e. de lijst geeft aan op welke locatie de boom staat.
2.
De gemeente geeft eigenaren van bijzonder waardevolle bomen de mogelijkheid om eens in de 5 jaar het onderhoud van de bomen, gericht op gezondheid, veiligheid en een zo hoog mogelijke levensverwachting van de boom, op kosten van de gemeente uit te laten voeren.
3.
De eigenaar van een bijzonder waardevolle boom is verplicht het college van burgemeester en wethouders onmiddellijk schriftelijk te informeren: a. als sprake is van het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een bijzonder waardevolle boom, anders dan door het kappen op grond van een verleende vergunning; en b. als sprake is van een dreiging dat de bijzonder waardevolle boom geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.
RRRR Hoofdstuk 25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 25 Procesregels [Gereserveerd]
54
Afdeling 25.1 Voorbereiding van besluiten [Gereserveerd]
Afdeling 25.2 Gemeentelijke projecten van publiek belang [Gereserveerd]
Afdeling 25.3 Advies Paragraaf 25.3.1 Gemeentelijke adviescommissie [Gereserveerd]
Paragraaf 25.3.2 Advies veiligheidsregio [Gereserveerd]
Paragraaf 25.3.3 Advies waterbeheerder Artikel 25.1 Advies waterbeheerder 1.
Burgemeester en wethouders vragen schriftelijk advies aan de betrokken waterbeheerder over een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van bouwwerken binnen het beperkingengebied waterbergingsgebied', bedoeld in artikel 14.3. - [gereserveerd]
2.
Burgemeester en wethouders vragen schriftelijk advies aan de betrokken waterbeheerder over een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van bouwwerken binnen het beperkingengebied waterkering, bedoeld in artikel 14.7.
SSSS Afdeling 29.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 29.1 Bodem Artikel 29.1 Delegatie afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie Het college van burgemeester en wethouders kan voor bedrijventerreinen binnen het 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' bepalen dat artikel 11.13 niet van toepassing is. Het college kan voor bedrijventerreinen binnen het 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' bepalen dat artikel 11.15 niet van toepassing is.
Artikel 29.2 Delegatie locaties nazorg aanwijzen Het college van burgemeester en wethouders kan de locatie 'locaties nazorg Omgevingswet' wijzigen.
55
TTTT Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijlage I Begripsbepalingen omgevingsplan
omgevingsplan gemeente Sliedrecht.
aanbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
aansluitafstand
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt. ;
achtererf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.
achtererfgebied
het achtererfgebied zoals bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
achtererfgrens
de van de weg afgekeerde grens van een perceel; indien er meerdere zijden van het perceel van de weg zijn afgekeerd wijst het bevoegd gezag een achterste erfgrens aan.
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld. ;
ambulante handel
de verkoop en het te koop aanbieden alsmede de uitstalling daarvan van waren aan consumenten buiten vestigingen onder ambulante handel wordt mede verstaan weekmarkten en standplaatsen buiten de markten.
ander ondergeschikt onderdeel van een onderdeel van een gebouw die uitsluitend gerealiseerd gebouw wordt of gerealiseerd is bij een gebouw en daar zowel functioneel als naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is.
56
asbestgevoelige locatie
openbare kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij woningen, volkstuinen volks-/moestuinen, tuinen en verhardingen die horen bij een school en openbare plantsoenen in woonwijken. ;
AS SIKB 2000
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018. ;
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken.
bebouwingsgebied
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw. ;
bebouwingsgrens
een grens van een bouwperceel welke niet door bouwwerken mag worden overschreden.
bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.
begane grond
de bouwlaag van een gebouw die ter hoogte van het maaiveld is gelegen waarop in de meeste gevallen de
hoofdtoegang van het gebouw is gesitueerd en waaronder zich een kruipruimte kelder of souterrain kunnen bevinden.
57
beroep of bedrijf aan huis
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, uitgeoefend door de hoofdbewoner, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publiekstrekkend zijn en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning grotendeels haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die past bij de woonfunctie.
beschikken
de bevoegdheid hebben om te beslissen over een boom, krachtens zakelijk recht (bijvoorbeeld eigendom) of krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid (bijvoorbeeld gemeentelijk groenbeheerder).
bestaand bouwwerk
een bouwwerk dat gebouwd is of mag worden op basis van een omgevingsvergunning, of een bouwwerk dat gebouwd is of mag worden volgens de geldende regels.
bestaand gebruik
gebruik dat plaats mag vinden op basis van een omgevingsvergunning of volgens de geldende regels.
bestaande afstands-, hoogte-, inhoudsen oppervlaktematen
afstands- hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die zijn of mogen worden op basis van een omgevingsververgunning, of volgens de geldende regels.
bindmiddelen
niet-vormgegeven stoffen die aan de bodem worden toegevoegd met als resultaat dat samen met de in de bodem aanwezige grond een stabilisaat ontstaat, waaronder in ieder geval kalk, cement en gips. ;
bodemfunctieklassen
de klassen die zijn vastgelegd in de bodemfunctiekaart. De meest actuele versie van de bodemfunctiekaart is te vinden via de website www.ozhz.nl. /;
bodemgevoelige locatie
een bodemgevoelige locatie als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving in artikel 5.89h. ;
bodemkwaliteitsklassen
de klassen die zijn vastgelegd in de bodemkwaliteitskaarten. De meest actuele versie van de bodemkwaliteitskaarten is te vinden via de website www.ozhz.nl. ;
bodemonderzoek
onderzoeken als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving. ;
bomeneffectanalyse
een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
bomendeskundige
iemand met grote kennis bomen, aantoonbaar vanuit ervaring of via certificaten, zoals VCA, BVC of ETW.
boom
een houtig opgaand gewas, zowel levend als afgestorven, met één of meer stammen.
boom in publiek eigendom
een boom die staat op grond die eigendom is van een Nederlands overheidsorgaan of een woningbouwvereniging, voor zover die grond publiek toegankelijk is.
boomstructuur
een aantal bomen die in een samenhangende vorm geplant zijn, zoals een laan, bomenrij of boomgroep.
boomwaarde
de financiële waarde van een boom wordt getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen of met de meest recente Nederlandse versie van het programma i-Tree.
bouwen
bouwen zoals bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.
58
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen.
bouwwerk
bouwwerk zoals bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met dak.
bijzonder waardevolle boom
bijzondere beschermwaardige boom met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere ecologische, cultuurhistorische, landschappelijke of zeldzaamheidswaarde, die vermeld wordt op de lijst Bijzonder waardevolle bomen van Gemeente Sliedrecht.
bouwwerken bedoeld voor waterzuivering en waterberging
bouwwerken die nodig zijn voor een goede aan- en afvoer van water ten behoeve van waterberging of waterzuivering, zoals stuwen, inlaten, sluizen, dammen, duikers en gemalen.
branchering van standplaatsen
De gemeente Sliedrecht maakt bij de branchering onderscheid tussen food en non-food (deze lijst is niet volledig): Food • Aardappelen, groente en fruit; • Kaas en andere zuivelproducten; • Snacks, friet en ijs; • Vis en visproducten; • Brood, koek en banket; • Gebak en oliebollen; • Snoepgoed; • Vlees en vleeswaren; • Wild en gevogelte; • Kruidenierswaren; • IJs. Non-food • Bloemen en planten; • Kleding en dergelijke; • Huishoudelijke artikelen; • Drogisterij artikelen; • Doe-het-zelf artikelen; • Dierenbenodigdheden; • Posters en schilderijen; • Kerstbomen.
BRL SIKB 2000
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013. ;
BRL SIKB 7000
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015. ;
brutovloeroppervlak
bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580.
BVC-cyclus
de cyclus van regelmatige boomveiligheidscontroles, uitgevoerd door gecertificeerde BVC-controleurs.
cultuurhistorische waarde
belang in geschiedkundig opzicht, onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het occupatiepatroon en de bebouwing.
cultuurhistorische waarde (boom/houtopstand)
de waarde van een boom als overblijfsel van / of herinnering aan de ruimtelijke situatie zoals die op én rond de locatie van de boom 50 of meer jaren geleden was of de waarde van een boom als herdenkingsboom.
concentratiegebied geurhinder en veehouderij
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied. ;
dendrologische waarde
a. b. c.
59
van een gemeentelijk dan wel landelijk zeldzame soort; van wetenschappelijk belang, bijvoorbeeld een moederboom van een soort; met een bijzondere groeivorm als gevolg van natuurlijke oorzaken, bijvoorbeeld tweestammig, meerstammig.
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen. Seksinrichtingen worden hiertoe niet gerekend.
distributienet voor warmte
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater. ;
dove gevel
een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen als bedoeld in Bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
eerste bouwlaag
een bouwlaag waarvan de vloer op gelijke of bij benadering gelijke hoogte als het peil ligt.
erf
het al dan niet bebouwde perceelsgedeelte, direct gelegen bij hoofdgebouw, ingericht ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw.
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
geurgevoelig object
a.
gebouw: i. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, ; en; ii. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. ; en
b.
60
iii. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, ; of geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd. ;
gezoneerd industrieterrein
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. ;
grondstabilisatie
het stabiliseren van de bodem tot een stabilisaat als gevolg van de toevoeging van bindmiddelen aan de bodem. ;
grondwatergevoelige locatie
een locatie als bedoeld in artikel 7.28 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. ;
grondwatergevoelig gebouw
een gebouw als bedoeld in artikel 7.27 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. ;
grondwaterverontreiniging
een verontreiniging als bedoeld in artikel 7.30 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening (ZHOV). ;
hakhout
loofboomstronk of - stobbe, met nieuw uitgroeiende takken, die in een meerjarige cyclus verwijderd of geoogst worden.
Handel in volumineuze goederen
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals verkoop van auto`s, boten, caravans, tuininrichting artikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair.
hoogovenslak
slak die is vrijgekomen bij de bereiding van ruwijzer in een hoogoven. ;
horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden: a. Horeca in horeca-categorie 1: hotel: een activiteit, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken daaraan ondergeschikt is; b. Horeca in horeca-categorie 2: restaurant: een activiteit, die in hoofdzaak bestaat uit verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken daaraan ondergeschikt is; c. Horeca in horeca-categorie 3: een horeca-activiteit die qua openingstijden vergelijkbaar is met detailhandelsactiviteiten, zoals een dagcafé, lunchroom, koffiehuis, koffieshop en ijssalon; d. Horeca in horeca-categorie 4: cafetaria: een activiteit, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van kleine eetwaren, niet zijnde maaltijden; e. Horeca in horeca-categorie 5: cafés, bars, avond- en nachtgelegenheid: een horeca-activiteit die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of het gelegenheid bieden voor dansen.
herplantplicht
de verplichting die het bevoegd gezag kan opleggen aan degene die over een boom mag beschikken om op of bij de locatie van een te vellen of gevelde boom één of meer vervangende bomen te planten.
61
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkste is.
houtopstand
een verzameling van meerdere bomen, boomvormers of andere houtige gewassen op één locatie.
huishouden
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren.
incidentele standplaats
een tijdelijke standplaats die slechts af en toe en niet met regelmaat wordt ingenomen. Het gaat hier om verkoop of promotie van commerciële producten of diensten. Een incidentele standplaats kan voor één dag(deel) en maximaal drie aaneensluitende dagen worden ingenomen.
in stand houden van een bouwwerk
het uitvoeren van alle werkzaamheden die nodig zijn, zodat het bouwwerk zijn functie kan blijven vervullen.
ISO 11423-1
ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997. ;
kandelaberen
het drastisch inkorten van de hoofdtakken van een boom, waarbij weinig of geen rekening gehouden wordt met de zijtakken en waarmee de kroon van de boom met tenminste 50% verkleind wordt.
kantoor
Gebruiksfunctie voor administratie.
kappen
het verwijderen van de bovengrondse delen van een boom, waarbij de stobbe en het wortelgestel intact blijven.
knotboom
boom die op 1 tot 2,5 meter boven maaiveld is afgezaagd, met daarop nieuw uitgroeiende takken, die in een meerjarige cyclus verwijderd of geoogst worden.
landbouwhuisdieren met geuremissiefactor
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: i. rundvee tot 24 maanden, ; ii. kalkoenen, ; iii. eenden, ; of iv. parelhoenders. ;
landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren. ;
landschappelijke waarde
de visuele waarde van de boom als onderdeel van zijn omgeving, vaak in samenhang met andere landschapselementen, zoals andere groenelementen, wegen, open water en gebouwen. De boom kan bijvoorbeeld een landschapsstructuur (b.v. weg of waterloop) accentueren, onderdeel zijn van een boomstructuur of een herkenningspunt zijn in het landschap.
LD-staalslak
slak die vrijkomt bij de bereiding van staal volgens de methode van Linz-Donawitz. ;
leiboom
een boom waarvan de takken in een bepaalde richting geleid worden. De boom wordt jaarlijks teruggesnoeid tot op de hoofdtakken.
maatschappelijke functie
voorziening op het gebied van onderwijs, religie, cultuur, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening, of een daarmee vergelijkbare voorziening.
62
natuurwaarde
gebruikswaarde van de boom voor diverse Nederlandse planten- en diersoorten, zoals voortplantingslocatie, (winter-)verblijfplaats, foerageergelegenheid, zaadbron (genetische waarde) of als onderdeel van een ecologische verbinding.
metaalslakken
metaalslakken zoals hoogovenslak, fosforslak, gieterijslak, koperslak of LD-staalslak. ;
NEN 5725
NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017. ;
NEN 5740
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016. ;
NEN 6090
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017. ;
NEN 6578
NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;
NEN 6589
NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010. ;
NEN 6578
NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.
NEN 6600-1
NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019. ;
NEN 6965
NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005. ;
NEN 6966
NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006. ;
NEN-EN 858-1/A1
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004. ;
NEN-EN 858-2
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003. ;
NEN-EN 872
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
NEN-EN 1825-1
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;
NEN-EN 1825-2
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002. ;
NEN-EN 12566-1
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 12673
NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999. ;
63
NEN-EN 16693
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015. ;
NEN-EN-ISO 2813
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014. ;
NEN-EN-ISO 5667-3
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018. ;
NEN-EN-ISO 5815-1
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019. ;
NEN-EN-ISO 5815-2
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003. ;
NEN-EN-ISO 9377-2
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000. ;
NEN-EN-ISO 9562
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004. ;
NEN-EN-ISO 10301
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997. ;
NEN-EN-ISO 10523
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water - Bepaling van de pH, versie 2012. ;
NEN-EN-ISO 11885
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009. ;
NEN-EN-ISO 12846
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012. ;
NEN-EN-ISO 14403-1
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012. ;
NEN-EN-ISO 14403-2
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012. ;
NEN-EN-ISO 15587-1
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002. ;
NEN-EN-ISO 15587-2
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002. ;
NEN-EN-ISO 15680
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003. ;
64
NEN-EN-ISO 15682
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001. ;
NEN-EN-ISO 15913
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003. ;
NEN-EN-ISO 17294-2
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016. ;
NEN-EN-ISO 17852
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008. ;
NEN-EN-ISO 17993
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004. ;
NEN-ISO 15705
NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003. ;
NEN-ISO 15923-1
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013. ;
nieuw bouwplan
een bouwplan waar op grond van dit omgevingsplan of in afwijking van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning voor verleend moet worden voordat bouwwerken gebouwd mogen worden.
nieuw gebouw
een gebouw dat nog niet daadwerkelijk gebouwd is, waarbij het niet van belang is of het gebouw mag worden gebouwd op basis van een omgevingsvergunning of volgens de geldende regels.
nutsvoorziening
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
ondergeschikte zaalhuur
niet-zelfstandige zaalhuur, die uitsluitend wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar zowel functioneel als naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is.
onzelfstandige woonruimte
woonruimte, die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
rooien
het volledig verwijderen van een boom, met inbegrip van de ondergrondse delen: de stobbe en evt. het wortelgestel.
rooilijn
de grens tussen de openbare weg en de aangrenzende eigendommen.
seizoensgebonden standplaats
een locatie die door de vergunninghouder wordt ingenomen: a. in een vooraf (in de omgevingsvergunning) toegewezen periode van het seizoen; b. van waaruit seizoensgebonden producten worden verkocht; en c. voor maximaal 5 kalenderjaren;
De seizoensgebonden standplaats telt niet mee voor de branchering. stamomtrek boom
De omtrek van de stam, uitgedrukt in centimeters, gemeten met een meetband op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam.
standplaats
Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel, waaronder niet wordt verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening Sliedrecht 2022 en iedere vastgestelde opvolger die ervoor in de plaats komt.
standaardbodem
standaardbodem als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit 2022, bijlage GII
straatpeil
a.
b.
65
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang. ; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. ;
toepassingszones
de zones die zijn vastgelegd in de toepassingskaart, dit is een combinatie van bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctiekaarten. De meest actuele versie van de toepassingskaart is te vinden via de website www.ozhz.nl/;
vaste standplaats
een vaste locatie verstaan die door de vergunninghouder wordt ingenomen: a. op een vooraf (in de omgevingsvergunning) toegewezen dag met een wekelijkse of maandelijkse regelmaat, uitgezonderd 6 weken (waarvan maximaal 4 weken aaneengesloten) vakantie per jaar; b. voor een maximum van twee dagen per week; c. structureel, dus het gehele jaar door is toegestaan; en d. voor maximaal 5 kalenderjaren. Van het maximum van twee dagen per week kan worden afgeweken als er voor de betreffende locatie geen concurrerende omgevingsvergunningsaanvragen zijn ontvangen of als de vaste standplaats op privéterrein ligt.
vellen
onder de definitie van vellen vallen de volgende handelingen: a. rooien; b. kappen; c. verplanten; d. het snoeien van meer dan 20% van de kroon en/of het wortelgestel, met inbegrip van eenmalig kandelaberen; e. het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van een boom tot gevolg kunnen hebben.
venten
a.
Onder venten wordt verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een
b.
66
openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. Onder venten wordt niet verstaan: i. het aan huis afleveren in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; ii. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet of op snuffelmarkten; iii. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in 5.15, sub b.
verbouw
verbouwen als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
verplanten
het levend verplaatsen van een volledige boom, inclusief het wortelgestel, met als doel dat de boom op de nieuwe locatie verder groeit.
vervangende nieuwbouw
nieuwbouw van woningen als gevolg van recente sloop, met dien verstande dat de situering in hoofdzaak onveranderd blijft.
verzorgingsgebied
Een gebied tot waar mensen naar een bepaalde voorziening toereizen.
volks-/moestuin
een perceel grond dat geen deel uitmaakt van de grond waarop de woning van de gebruiker staat, waarop de gebruiker gewassen kweekt voor eigen gebruik. ;
voorgevellijn
lijn die per bouwperceel wordt bepaald door de gevel van het gebouw die het dichtste bij de weg of de langzaam verkeersroute ligt.
waarde voor het milieu
de waarde van de boom voor verbetering van de leefomstandigheden voor mens en dier in zijn omgeving, zoals beschaduwing, windbreking, vasthouden van water, regeling luchtvochtigheid, geluidsdemping en afvanging van fijn stof.
waarde voor recreatie en leefbaarheid
de bijdrage die de boom levert aan een omgeving die mensen stimuleert om naar buiten te gaan en/of die het welzijn van mensen verhoogt.
warmteplan
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen. ;
welstandsbeleid
Het document ‘Welstand Sliedrecht 2011’, gewijzigd in oktober 2013, en iedere vastgestelde opvolger die in de plaats van dit document komt.
werkingsgebied
een geografisch gebied, gekaderd en gedefinieerd door een set coördinaten waarop regels van toepassing zijn.
wijziging van gebruiksactiviteit
Het veranderen van het toegelaten gebruik op een locatie, als bedoeld in hoofdstuk 5 van dit omgevingsplan.
wonen
het houden van verblijf, het verhuren en tevens (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een huis/ woning, evenwel met uitzondering van woonvormen met een maatschappelijk karakter met intensieve begeleiding,
met dien verstande dat kamerverhuur in een pand beperkt is en blijft tot maximaal 4 personen.
67
woongebouw (gestapelde woningen)
Een woongebouw bestaat uit woningen die geheel of gedeeltelijk boven of onder een andere woning is gelegen met dien verstande dat ook een gestapelde woning rechtstreeks toegankelijk op het straatniveau kan zijn en waarvan een van de bouwlagen aansluit op het maaiveld.
zaalhuur
het al dan niet bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie, waarbij het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of drank voor consumptie ter plaatse mogelijk is.
zelfstandige woning
woonruimte die een eigen toegang heeft en door een huishouden kan worden bewoond zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
zijerfgrens
de kadastrale grens van een perceel tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.
zijerf
het bij een gebouw behorende erf, dat is gelegen naast de zijgevellijn van dat gebouw.
zijgevel
De zijgevel links of rechts, meestal haaks op de voorgevel, zoals deze bij de bouw is gerealiseerd en grenzend aan het zijerf.
zijgevellijn
een lijn, welke zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de zijgevels van de hoofdgebouwen.
UUUU Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijlage II Overzicht Informatieobjecten Bodembeheergebied grond en baggerspecie
/join/id/regdata/gm0610/2024/Bodembeheergebied_grond_en_baggerspecie/nld@2025-03-03;10001
Locaties nazorg Omgevingswet
/join/id/regdata/gm0610/2024/Locaties_nazorg_Omgevingswet/nld@2025-03-03;10001
bedrijf
/join/id/regdata/gm0610/2025/bedrijf/nld@2025-0303;10001
detailhandel
/join/id/regdata/gm0610/2025/detailhandel/nld@2025-0303;10001
detailhandel - begane grond
/join/id/regdata/gm0610/2025/detailhandel_-_begane_grond/nld@2025-03-03;10001
schil kernwinkelgebied
/join/id/regdata/gm0610/2025/schil_kernwinkelgebied/nld@2025-03-03;10001
supermarkt
/join/id/regdata/gm0610/2025/supermarkt/nld@2025-0303;10001
volumineuze detailhandel
/join/id/regdata/gm0610/2025/volumineuze_detailhandel/nld@2025-03-03;10001
vaste standplaats
/join/id/regdata/gm0610/2025/vaste_standplaats/nld@202503-03;10001
horeca-categorie 2
/join/id/regdata/gm0610/2025/horeca-categorie_2/nld@2025-03-03;10001
horeca-categorie 3
/join/id/regdata/gm0610/2025/horeca-categorie_3/nld@2025-03-03;10001
horeca-categorie 4
/join/id/regdata/gm0610/2025/horeca-categorie_4/nld@2025-03-03;10001
horeca-categorie 5
/join/id/regdata/gm0610/2025/horeca-categorie_5/nld@2025-03-03;10001
horeca-categorie 5 - bovenste verdieping /join/id/regdata/gm0610/2025/horeca-categorie_5_-_bovenste_verdieping/nld@2025-03-03;10001
68
ondergeschikte zaalhuur
/join/id/regdata/gm0610/2025/ondergeschikte_zaalhuur/nld@2025-03-03;10001
terrassen
/join/id/regdata/gm0610/2025/terrassen/nld@2025-0303;10001
kernwinkelgebied
/join/id/regdata/gm0610/2025/kernwinkelgebied/nld@202503-03;10001
kantoren
/join/id/regdata/gm0610/2025/kantoren/nld@2025-0303;10001
kantoren - begane grond
/join/id/regdata/gm0610/2025/kantoren_-_begane_grond/nld@2025-03-03;10001
maatschappelijk
/join/id/regdata/gm0610/2025/maatschappelijk/nld@202503-03;10001
maatschappelijk - onderwijs
/join/id/regdata/gm0610/2025/maatschappelijk_-_onderwijs/nld@2025-03-03;10001
maatschappelijk - sportzaal
/join/id/regdata/gm0610/2025/maatschappelijk_-_sportzaal/nld@2025-03-03;10001
maatschappelijk - zorg
/join/id/regdata/gm0610/2025/maatschappelijk__zorg/nld@2025-03-03;10001
maatschappelijk - zorg op begane grond /join/id/regdata/gm0610/2025/maatschappelijk__zorg_op_begane_grond/nld@2025-03-03;10001 verkeer
/join/id/regdata/gm0610/2025/verkeer/nld@2025-0303;10001
wonen
/join/id/regdata/gm0610/2025/wonen/nld@2025-0303;10001
wonen op verdieping
/join/id/regdata/gm0610/2025/wonen_op_verdieping/nld@2025-03-03;10001
water
/join/id/regdata/gm0610/2025/water/nld@2025-03-03;10001
groen
/join/id/regdata/gm0610/2025/groen/nld@2025-03-03;10001
beperkingengebied - dijk - 1
/join/id/regdata/gm0610/2025/beperkingengebied_-_dijk__1/nld@2025-03-03;10001
bouwvlak
/join/id/regdata/gm0610/2025/bouwvlak/nld@2025-0303;10001
maximum bebouwingspercentage
/join/id/regdata/gm0610/2025/maximum_bebouwingspercentage/nld@2025-03-03;10001
maximum bouwhoogte
/join/id/regdata/gm0610/2025/maximum_bouwhoogte/nld@2025-03-03;10001
onderdoorgang - 1
/join/id/regdata/gm0610/2025/onderdoorgang__1/nld@2025-03-03;10001
onderdoorgang - 2
/join/id/regdata/gm0610/2025/onderdoorgang__2/nld@2025-03-03;10001
specifieke bouwaanduiding - 1
/join/id/regdata/gm0610/2025/specifieke_bouwaanduiding__1/nld@2025-03-03;10001
specifieke bouwaanduiding - 2
/join/id/regdata/gm0610/2025/specifieke_bouwaanduiding__2/nld@2025-03-03;10001
specifieke bouwaanduiding - luifel
/join/id/regdata/gm0610/2025/specifieke_bouwaanduiding__luifel/nld@2025-03-03;10001
nutsvoorziening
/join/id/regdata/gm0610/2025/nutsvoorziening/nld@202503-03;10001
garage
/join/id/regdata/gm0610/2025/garage/nld@2025-0303;10001
halte waterbus
/join/id/regdata/gm0610/2025/halte_waterbus/nld@202503-03;10001
karakteristiek