CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 Besluitdocument_Renvooi Ontwerp-Definitief OP Bodem en basisstructuur.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 1 juli 2025, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 15: FYS - Eerste wijziging Omgevingsplan: thema bodem en basisstructuur Drechtsteden40.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

/join/id/regdata/gm0610/2025/karakteristiek/nld@2025-0303;10001

parkeren appartementen centrumgebied /join/id/regdata/gm0610/2025/parkeren_appartementen_centrumgebied/nld@2025-03-03;10001 beperkingengebied archeologie

/join/id/regdata/gm0610/2025/beperkingengebied_archeologie/nld@2025-03-03;10001

beperkingengebied waterkering

/join/id/regdata/gm0610/2025/beperkingengebied_waterkering/nld@2025-03-03;10001

[Vervallen] VVVV De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

69

Artikel 5.1 Toepassingsbereik Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten. [Vervallen] WWWW De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.2 Algemene regels Dit artikel bepaalt waar bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'bedrijf'. De locatie 'bedrijf' bestaat uit een optelsom van alle locaties waar bedrijven zijn toegestaan. Bedrijfsactiviteiten die passen in dit artikel zijn dus voor het gebruik vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Ondanks dat bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn binnen de locatie 'bedrijf' betekent dit niet dat elk bedrijf op elke locatie mogelijk is vanwege effecten op de fysieke leefomgeving, zoals geluid of geur. Om te bepalen of een specifieke bedrijfsactiviteit op een locatie is toegestaan, zijn ook de milieuregels bepalend. Deze regels zijn te raadplegen in de hoofstukken 12 (geluid) en 15 (milieu overig). [Vervallen] XXXX De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten die niet op grond van de algemene regels van artikel 5.2 (verwijst naar artikel algemene regels binnen deze afdeling) zijn toegestaan. Zonder een omgevingsvergunning mogen er geen nieuwe bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd op een locatie buiten de locatie 'bedrijf'. [Vervallen] YYYY De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.4 Toepassingsbereik Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van algemene vormen van detailhandelsactiviteiten. Deze paragraaf gaat niet over de specifieke vormen van detailhandel zoals detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt, in de vorm van handel in volumineuze goederen, in de vorm van ondergeschikte detailhandelsactiviteiten of in de vorm van ambulante handel. [Vervallen] ZZZZ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.5 Algemene regels Dit artikel bepaalt waar detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'detailhandel'. Binnen de locaties 'detail-

70

handel' en 'detailhandel - begane grond' is het toegestaan detailhandelsactiviteiten te verrichten, zonder hiervoor een omgevingsvergunning aan te vragen of een melding te doen. Detailhandelsactiviteiten die passen in dit artikel zijn dus voor het gebruik vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande detailhandelsactiviteiten niet geldt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen de locatie 'detailhandel'. Bestaande detailhandelsactiviteiten vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten deze locatie. In het derde lid is opgenomen dat binnen de locatie 'detailhandel - begane grond' de detailhandelsactiviteiten alleen zijn toegestaan op de begane grond. Detailhandelsactiviteiten op verdiepingen is hier niet toegestaan. [Vervallen] AAAAA De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.6 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het eerste lid van dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten die niet op grond van de algemene regels van artikel 5.5 (verwijst naar artikel algemene regels binnen deze afdeling) zijn toegestaan. Het gaat hier om detailhandelsactiviteiten die buiten de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond' worden verricht. In het tweede lid worden detailhandelsactiviteiten binnen de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond' uitgezonderd. Dit houdt in dat de vergunningplicht in het eerste lid niet geldt voor detailhandelsactiviteiten binnen deze locaties. Zonder een omgevingsvergunning mogen geen nieuwe detailhandelsactiviteiten worden uitgevoerd op een locatie buiten de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond'. [Vervallen] BBBBB De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.7 Beoordelingsregel omgevingsvergunning Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten buiten de locatie 'detailhandel'. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de detailhandelsactiviteit plaatsvindt binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied' en wordt voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6. [Vervallen] CCCCC De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.7 Verbod toepassen thermische Aanwijzing vergunningplichtige gevallen thermisch gereinigde grond Uitleg artikel Dit artikel voorziet in een verbod op het toepassen van thermisch gereinigde grond. Deze 'gereinigde' grond is op dit moment in opspraak en veroorzaakt bij onzorgvuldige toepassing milieuschade. Er is gekozen voor een verbod, omdat een melding onvoldoende reguleert. Reikwijdte en werking

71

Het verbod is van toepassing op het toepassen van thermisch gereinigde grond en niet op andere grond of baggerspecie. Een kanttekening bij dit verbod is dat van een verbod in principe afgeweken kan worden met een buitenplanse omgevingsvergunning voor afwijking op het omgevingsplan (Bopa). Hierbij is voldoende mogelijkheid tot regulatie. Bij vergunningverlening moet de aanvrager rekening houden met het volgende: Maatregelen ter voorkoming milieuschade: 1. Thermisch gereinigde grond wordt toegepast zodanig dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan buiten gebruik stellen van het werk, boven de grondwaterstand ligt én onder gesloten verharding. 2. Het werk waarin thermisch gereinigde grond wordt toegepast dient binnen 1 jaar na toepassing te zijn afgerond. 3. Thermisch gereinigde grond wordt toegepast over een oppervlakte van minimaal 1.000 m2. Bij de aanvraag van de Bopa is de volgende informatie in ieder geval vereist: a. een planning van de werkzaamheden waaruit blijkt dat het werk waarin de grond wordt toepast binnen 1 jaar na toepassing wordt afgerond; b. indien de milieuhygiënische verklaring een productcertificaat is, dan zijn waarborging van de eisen van het productcertificaat hierin verwerkt; c. de kritische aspecten zoals grondwater en oppervlaktewater in de nabijheid, zetting PH-buffercapaciteit, kwetsbare objecten en ecologie zijn beschreven/verwerkt; d.

een schriftelijke instemming met de uiteindelijke eigenaar; e. de toepassingshoogte ten opzichte van de grondwaterstand; f. de verwachte zetting voor de komende 100 jaar; g. tekeningen van de toepassingslocatie en dwarsdoorsnedes van de toepassing; en h. een schriftelijke onderbouwing hoe overlast voor de omgeving (in de vorm van stofvorming en wateropvang als dit vrijkomt uit het materiaal) wordt voorkomen. Dit artikel bepaalt dat voor het toepassen van thermische gereinigde grond een vergunningplicht geldt. Voor het toepassen van deze bouwstoffen moet eerst een omgevingsvergunning aangevraagd worden om het te kunnen toepassen. DDDDD De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.8 Toepassingsbereik Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt. [Vervallen] EEEEE De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

72

Artikel 5.9 Algemene regels Dit artikel bepaalt waar detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'supermarkt'. Supermarkten die passen in dit artikel zijn dus voor het gebruik vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Dit betreffen de locaties waar nu reeds een supermarkt is gevestigd. [Vervallen] FFFFF De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.10 Toepassingsbereik Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van handel in volumineuze goederen. [Vervallen] GGGGG Na sectie 'Artikel 11.7 Verbod toepassen thermische gereinigde grond' worden twee secties ingevoegd, luidende:

Artikel 11.8 Aanvraagvereisten vergunning thermisch gereinigde grond De aanvraagvereisten zijn nodig bij het beoordelen, opstellen en afgeven van een omgevingsvergunning. De gegevens zijn ook nodig voor het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken door het bevoegd gezag. In lid a en b wordt gevraagd om de verwachte begintijd van de activiteit en een planning hiervan. De planning wordt mede gevraagd om te beoordelen of aan de zorgplicht wordt voldaan. Bijvoorbeeld een lange tussentijdse opslag van de thermisch gereinigde grond voordat deze wordt toegepast/verwerkt in het werk (als gevolg van bijvoorbeeld een zomervakantie) kan onnodige risico's voor het milieu opleveren. Met de gegevens gevraagd in lid c kan mede gecontroleerd worden of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In lid d wordt gevraagd om de ligging, omvang en locatietekeningen van het toe te passen materiaal. Op basis hiervan bijvoorbeeld worden beoordeeld of de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte. Daarnaast kan de ligging op basis hiervan ook worden geregistreerd. Aan de hand van de leden e, f en g kan beoordeeld worden of het materiaal in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Uit de gevraagde beschrijving moet blijken dat vooraf nagedacht is over de invulling van de zorgplicht tijdens het werk. Voor bijvoorbeeld de kritische aspecten, zoals stofvorming, contact materiaal met water en beïnvloedding oppervlaktewater, dient aangegeven te worden hoe hier in de aanlegfase mee omgegaan wordt. Op basis van de in lid h en i opgegeven toepassingshoogte kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de eis dat de toepassing vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater. De leden j, k en l geven inzicht in wie verantwoordelijk is tijdens de aanlegfase, gebruiksfase en buiten gebruik stelling van het werk. Deze gegevens zijn nodig voor vergunningverlening, toezicht en eventuele handhaving.

73

Met de gegevens uit de leden kunnen verder ook de nog niet benoemde aspecten uit de beoordelingsregels worden beoordeeld.

Artikel 11.9 Beoordelingsregels thermisch gereinigde grond Een omgevingsvergunning wordt verleend als de toepassing past bij de functie van een locatie en omgeving en als in voldoende mate rekening wordt gehouden met de zorgplicht. Allereerst (lid a) wordt gecontroleerd of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In deze paragraaf staan algemeen geldende regels voor het toepassen van thermisch gereinigde grond. Zo wordt bijvoorbeeld getoetst of sprake is van een nuttige en functionele toepassing in een werk; bijvoorbeeld als fundatie onder infrastructuur of bouwwerk en wordt de kwaliteit van de toe te passen grond gecontroleerd. Daarnaast (lid b) wordt ook beoordeeld of de zorgplicht tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd. Bij de aanvraagvereisten worden gegevens gevraagd over specifieke aspecten die vaak voorkomen bij het werk. Deze gegevens worden in ieder geval beoordeeld in dit kader. Het belang zoals in lid c en d wordt omschreven is afkomstig uit de instructieregel in de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 7.39g) voor milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen. Dit belang is overgenomen aangezien de toepassing van thermisch gereinigde grond gevolgen kan hebben voor watersystemen.

In lid e, f en i wordt overwogen of de toepassing bij de gebruiksfunctie van de locatie en omgeving past. De toepassing past bijvoorbeeld bij locaties gelegen op bedrijfs- of industrieterreinen of grootschalige infrastructuur. Toepassing in woon-, grondwaterbeschermings-, landbouw- of natuurgebieden past minder goed bij de functie van het gebied. Indien sprake is van hergebruik op plaats van vrijkomen is dit wel weer te overwegen. Toepassing in grootschalige werken (lid g) zoals een (snel)weg of viaduct is passend, maar in een kleinschalig werk zoals een fietspad of een kleine brug is toepassing minder voor de hand liggend. Het is van belang dat als na toepassing graafwerkzaamheden plaatsvinden dat dan de aanwezigheid van de grond herkend wordt. In lid g en h staan maatregelen om uitspoeling van stoffen naar de bodem en oppervlaktewater te voorkomen. Het doel van de afdekking en hoge ligging is het voorkomen van contact van de toepassing met water. Op die manier wordt uitspoeling voorkomen. Getoetst wordt of de grond boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand wordt aangelegd en deze ook na zetting tijdens de gebruiksfase blijft liggen. Daarnaast wordt getoetst of de toepassing wordt afgedekt met een gesloten verharding. Een gesloten verharding betreft bijvoorbeeld een asfaltverharding en een vergelijkbare afdekking kan bijvoorbeeld een kleilaag in combinatie met folie zijn.

Indien afgeweken wordt van de criteria in dit omgevingsplan, dan is het is mogelijk om een buitenplanse omgevingsvergunning voor afwijking op het omgevingsplan (BOPA) aan te vragen. Buiten de scope van de beoordeling van de omgevingsvergunning vallen mogelijk andere van toepassing zijnde regelgeving, zoals bijvoorbeeld regels, zoals artikel 3.41 ZHOV ten aanzien van grondwaterbeschermingsgebieden (Zuid-Hollandse Omgevingsverordening). Op basis van deze regelgeving kan het verplicht zijn om een omgevingsvergunning bij (Omgevingsdienst Haaglanden namens) de provincie aan te vragen. HHHHH De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.8 11.10 Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of baggerspecie Uitleg artikel In dit artikel staat dat in gebieden die volgens de bodemfunctiekaart de functieklasse Landbouw/natuur of Wonen hebben, geen grond of baggerspecie mag worden toegepast met meer dan 5 ge-

74

wichtsprocent steenachtig materiaal of hout. Dit in tegenstelling tot de in het Besluit activiteiten leefomgeving genoemde 20 gewichtsprocent in artikel 4.1271 lid 1 onder a. Alleen bij een partijkeuring wordt het percentage bodemvreemd materiaal daadwerkelijk aangegeven bij de keuring door de veldwerker. Dit is niet zo bij (water)bodemonderzoeken. Dit is ook niet in het protocol hiervoor vastgelegd (protocol 2001). Hier wordt praktisch mee omgegaan. Matig, sterk of uiterst steenachtig of houtachtig materiaal houdend wordt ingeschat als meer dan 5%. Sporen en licht steenachtig of houtachtig materiaal houdend wordt ingeschat als minder dan 5%. Reikwijdte Dit artikel is van toepassing op grond en baggerspecie die wordt toegepast in gebieden met de functie landbouw/natuur of wonen. IIIII De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.11 Algemene regels Dit artikel bepaalt waar detailhandelsactiviteiten in de vorm van volumineuze goederen zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'volumineuze detailhandel'. Volumineuze detailhandel die past in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Dit betreffen de locaties waar nu reeds volumineuze detailhandel is gevestigd. [Vervallen] JJJJJ Sectie 'Artikel 11.10 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.8 Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of baggerspecie'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.10 11.12 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie Bij verspreiden van baggerspecie in het beheergebied mag de bagger niet zilt of zout zijn. Van zilte of zoute grond is sprake bij een chloridegehalte van 200 mg/kg of hoger. Deze norm is ontleend aan de eisen die gesteld worden aan ontzilt zeezand. Het verspreiden van zilte of zoute bagger in zoetwatersystemen is niet wenselijk, omdat dit negatief effect heeft op de flora en fauna. Omdat bagger ook van nature (door kwel) zilt of zout kan zijn, wordt wel toegestaan dat de bagger nabij de locatie van vrijkomen op de kant wordt gezet of op locaties wordt verspreid waar tevens sprake is van nature zilte/zoute omstandigheden. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de zorgplicht. KKKKK De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.12 Toepassingsbereik Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van ondergeschikte detailhandelsactiviteiten. Het gaat om detailhandelsactiviteiten die als ondergeschikte activiteiten bij een andere gebruiksactiviteit worden uitgevoerd. [Vervallen] LLLLL

75

Sectie 'Artikel 11.9 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.10 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.9 11.11 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie Uitleg artikel Lid 1 In dit artikel wordt bij lid 1 aangegeven welke kwaliteitseisen strenger zijn in dit beheergebied dan de landelijke regels (artikel 4.1272 uit het Besluit activiteiten leefomgeving). Dit geldt voor het toepassen van grond of baggerspecie op landbodem die zowel uit het beheergebied afkomstig is als van elders komt. PH (zuurgraad): Bij toepassing van grond of baggerspecie in het beheergebied moet de pH-waarde van de toe te passen grond of bagger tussen de 5 en 9 liggen. Grond met andere pH-waarden zijn niet toegestaan. In ons beheergebied komt over het algemeen een pH van tussen de 5 en 9 voor, dit sluit aan bij het natuurlijke ecologische systeem. Vreemde gronden (zure gronden of antropogene gronden) worden weleens aangeboden, maar zijn vanuit ecologisch oogpunt niet wenselijk, de toepassing van deze gronden wordt hiermee uitgesloten. Chloride: Bij toepassing van grond of baggerspecie in het beheergebied mag de grond of bagger niet zilt of zout zijn. Van zilte of zoute grond is sprake bij een chloridegehalte van 200 mg/kg of hoger. Deze norm is ontleend aan de eisen die gesteld worden aan ontzilt zeezand. Het toepassen van zilte of zoute gronden is niet wenselijk, omdat dit negatief effect heeft op de flora en fauna in ons gebied.

De toepassing van deze gronden wordt hiermee uitgesloten. Er is wel maatwerk (maatwerkbesluit) mogelijk voor bijzondere situaties. Barium: Bij toepassing van grond of baggerspecie in het beheergebied geldt een maximale waarde van 920 mg/kg droge stof (standaard bodem). Voor barium is geen toetsingswaarde opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit bij indeling van grond en baggerspecie in een kwaliteitsklasse. In ons beheergebied komen van nature gehalten tot de voormalige interventiewaarde van 920 mg/kg droge stof voor. Barium wordt standaard meegenomen in de analyse van de grond of baggerspecie en kan ook een antropogene verontreiniging zijn. Het gehalte barium boven de voormalige interventiewaarde kan duiden op een sterke antropogene verontreiniging. Hergebruik van grond met een sterke verontreiniging wordt hiermee uitgesloten. Lood: In gebieden met de functie wonen geldt voor lood een maximale waarde van 90 mg/kg droge stof (standaard bodem) en voor volkstuinen volks- en moestuinen (loodgevoelige locatie) een maximale waarde van 50 mg/kg droge stof (standaard bodem). Deze ten opzichte van het landelijke beleid (Regeling bodemkwaliteit) strengere waarden vloeien voort uit het provinciale handelingskader voor lood (2020) dat is opgesteld naar aanleiding van advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016).

De waarden sluiten gezondheidsrisico's uit en bij deze waarden is de bodem duurzaam geschikt voor de beoogde bodemfunctie. Asbest: Op asbestgevoelige locaties geldt voor asbest een maximale waarde van 10 mg/kg droge stof (gewogen gehalte). Dit verkleint de kans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal in opgebrachte grond. Asbestgevoelige locaties zijn openbare kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij woningen, volkstuinen volks- en moestuinen, tuinen en verhardingen die horen bij een school en openbare plantsoenen in woonwijken. Lid 2 In dit artikel wordt in lid 2 aangegeven welke kwaliteitseisen soepeler zijn in dit beheergebied dan de landelijke eisen (artikel 4.1272 uit het Besluit activiteiten leefomgeving). Met het versoepelen van de kwaliteitseisen zorgen we ervoor dat meer grond en baggerspecie kan worden hergebruikt, zonder dat de risico's voor de gezondheid of de bodemkwaliteit toenemen. Dit geldt voor het toepassen van grond of baggerspecie op landbodem afkomstig uit ons beheergebied. Grond die van elders komt dient aan de landelijke eisen te voldoen. Nikkel: Voor toepassen van grond of baggerspecie in een gebied met gebruiksfunctie landbouw/natuur en wonen geldt een maximaal gehalte nikkel van 56 mg/kg droge stof (standaard bodem). In

76

ons beheergebied komen gehalten voor tot 56 mg/kg droge stof. Dit is de P95 (95ste percentiel) van ons beheergebied. Deze waarden leiden niet tot gezondheidsrisico's. Reikwijdte De kwaliteitseisen ten aanzien van pH, barium, chloride, lood en asbest gelden voor alle grond of baggerspecie die in het beheergebied wordt toegepast. De soepele kwaliteitseisen ten aanzien van nikkel geldt voor grond die vrijkomt en wordt toegepast binnen het beheergebied. MMMMM De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.13 Algemene regels Dit artikel bepaalt waar ondergeschikte detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan. Het eerste lid bepaalt dat ondergeschikte detailhandel toegestaan is op gronden waar het gebruik als bedrijfsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, kantooractiviteiten of maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan. Ondergeschikte detailhandel die past in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Het tweede lid bepaalt dat de ondergeschikte detailhandel naar aard en omvang ondergeschikt moet zijn aan het hoofdgebruik. Het hoofdgebruik kan dus gaan om bedrijfsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, kantooractiviteiten of maatschappelijke activiteiten. [Vervallen] NNNNN De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.12 11.14 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor wegbermen buiten bebouwde kom Uitleg artikel De kwaliteit van wegbermen is de laatste decennia beter geworden, vanwege schonere voertuigen, kwaliteit van het wegdek en wegonderhoud. Wegbermen vormen een steeds belangrijker groenvoorziening en bron voor biodiversiteit. Dat blijkt o.a. uit beleid van de provincie Zuid-Holland en een veranderend groenbeheer in gemeenten. Er zijn aantoonbaar negatieve effecten van enkele zware metalen en bestrijdingsmiddelen op planten, insecten en bodemfauna. Deze hopen zich op in de voedselketen. Wegbermen betreffen 'Groen met natuurwaarden' met 'gemiddelde generieke bescherming'. Dit komt overeen met de bodemkwaliteitsklasse "wonen". Om het milieu te beschermen is in dit artikel opgenomen dat alleen grond van de kwaliteitsklasse wonen of schoner (landbouw/natuur) mag worden toegepast in wegbermen. Reikwijdte Het betreft het toepassen van grond vanuit en baggerspecie van uit de regio en van buiten de regio in wegbermen. Het is niet van toepassing op grootschalige toepassingen. Bij tijdelijke uitname van grond gelden de regels uit paragraaf 3.2.21 (Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit) van het Besluit activiteit leefomgeving. OOOOO De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

77

Artikel 5.14 Toepassingsbereik Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel. Ambulante handel is nader beschreven in de begripsbepaling. Deze paragraaf gaat niet over: - Standplaatsen op een jaarmarkt of markt. Dit is overgenomen uit artikel 5:17, lid 2, sub a van de APV Sliedrecht 2022. De bevoegdheid voor het aanwijzen van deze standplaatsen wordt geregeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet. Dit artikel mag niet worden overgenomen in het omgevingsplan van een gemeente omdat de regulering van markten en jaarmarkten expliciet is voorbehouden aan de Gemeentewet. Deze scheiding van bevoegdheden en verantwoordelijkheden blijft bestaan. - Een vaste plaats op een evenement. Dit is overgenomen uit artikel 5:17, lid 2, sub b van de APV Sliedrecht 2022.Evenementen wordt gereguleerd door aparte regels. Regels over evenementen zijn op dit moment nog niet opgenomen in het omgevingsplan. Regels over evenementen worden later opgenomen in het omgevingsplan. - Standplaatsen op wegen in beheer bij het Rijk, de provincie of het waterschap. De bevoegdheid voor de regulering van deze standplaatsen ligt bij de betreffende wegbeheerder (Rijk, provincie of waterschap) en niet bij de gemeente.

[Vervallen] PPPPP De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.13 11.15 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen De grond die op een industrie- of bedrijventerrein van groter dan 2 hectare mag worden toegepast mag van de kwaliteit industrie (en schoner) zijn. Met deze regel wordt niet gekeken naar de bestaande bodemkwaliteit, maar alleen naar de gebruiksfunctie van de locatie. Dit is een verruiming van de mogelijkheden voor hergebruik van de grond, zonder dat hierdoor risico's voor de gezondheid of de bodemkwaliteit ontstaan (lid 1). Dit beleid is overgenomen uit de bodembeheernota van 2010. Dit zijn locaties waar de gemeente andere ambities ten aanzien van de bodemkwaliteit heeft. Reikwijdte Dit betreft alleen grond uit het beheergebied die wordt toegepast in het beheergebied op een industrie- of bedrijventerreinen, met uitzondering van terreinen waar de gemeente andere ambities heeft ten aanzien van de bodemkwaliteit. QQQQQ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.15 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel. Zonder omgevingsvergunning is het niet toegestaan om detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel uit te voeren of een standplaats ten behoeve van detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel in te nemen of te hebben. Deze vergunningplicht is overgenomen van artikel 5:18, lid 1 van de APV Sliedrecht 2022. [Vervallen] RRRRR

78

Sectie 'Artikel 11.15 Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.13 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.15 11.17 Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie Uitleg artikel In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven dat een milieuverklaring voor bodemkwaliteit niet enkel mag bestaan uit een verklaring op grond van de de bodemkwaliteitskaart, maar dat de kwaliteit tevens tenminste moet zijn bevestigd met een verkennend bodemonderzoek. Een milieuverklaring voor de bodemkwaliteit kan bestaan uit een verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verklaring op basis van de bodemkwaliteitskaart. Deze kan niet bestaan uit enkel een verklaring op basis van de bodemkwaliteitskaart. In het tweede lid staat aangegeven dat dit alleen kan als sprake is van een onverdachte locatie en dat het verkennend bodemonderzoek moet voldoen aan de NEN5725 en NEN5740. Indien uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit slechter is dan wat de bodemkwaliteitskaart aangeeft, dient een kwaliteitsbewijs voor de bodemkwaliteit te bestaan uit een verklaring op grond van een partijkeuring. Ook als de locatie verdacht is, dient een kwaliteitsbewijs voor de bodemkwaliteit te bestaan uit een verklaring op grond van een partijkeuring. Een onderzoek conform NEN5740 betreft ook grondwateronderzoek. Omdat het om toepassen van grond of baggerspecie gaat, hoeft de kwaliteit van het grondwater niet te worden onderzocht.

Dit is dan ook uitgesloten in het derde lid van dit artikel. Reikwijdte Door dit artikel wordt het niet toegestaan om enkel op grond van de bodemkwaliteitskaart grondverzet te plegen. De grond moet tenminste zijn onderzocht met een verkennend bodemonderzoek. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op een gemiddelde bodemkwaliteit, dit betekent dat de kwaliteit van een vrijkomende partij grond slechter kan zijn dan de kaart aangeeft. Daarom is specifiek bodemonderzoek naar de te verplaatsen partij grond nodig. In de praktijk is grond die vrijkomt meestal al onderzocht en vindt grondverzet plaats op basis van een partijkeuring of een representatief verkennend bodemonderzoek in combinatie met de bodemkwaliteitskaart. SSSSS De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.16 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel. In het eerste lid zijn de beoordelingsregels opgenomen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van ambulante handel, voor zover het gaat om het uitvoeren van ambulante handel op een vaste standplaats. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit plaatsvindt binnen de locatie 'vaste standplaats' en er worden voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6. De locaties van vaste standplaatsen zijn opgenomen in het Standplaats- en ventvergunningenbeleid 2022. De activiteit mag niet in strijd zijn met andere regels in dit omgevingsplan. Deze voorwaarde komt uit artikel 5:18, lid 3 van de APV Sliedrecht 2022. Daarnaast moet de standplaats, en de omgeving van de standplaats voldoen aan de redelijke eisen van welstand en mag de activiteit geen kwantitatieve of territoriale beperking hebben in verband met dwingende reden van algemeen belang, als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente. Deze laatste twee voorwaarden komen uit artikel 5:18, lid 3 van de APV Sliedrecht 2022.

In het tweede lid zijn de beoordelingsregels opgenomen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van ambulante handel, voor zover het gaat om het uitvoeren van ambulante handel op een seizoensgebonden standplaats. Een vergunning voor het uitvoeren van ambulante handel op een seizoensgebonden standplaats wordt alleen verleend als de locatie niet wordt bezet door een vaste standplaats, er voldoende parkeergelegenheid in de omgeving van de

79

locatie is en de activiteit niet leidt tot belemmeringen voor de verkeersveiligheid. Dat er voldoende parkeergelegenheid is en dat de activiteit niet tot belemmeringen voor de verkeersveiligheid leidt, moet blijken uit advies van een verkeersdeskundige. Het derde en vierde lid zijn de algemene weigeringsgronden uit artikel 1:8 van de APV Sliedrecht 2022. Het derde lid bepaalt dat een omgevingsvergunning kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu. Het vierde lid bepaalt dat een omgevingsvergunning kan worden geweigerd als de aanvraag van de omgevingsvergunning minder dan drie weken voor de beoogde datum van de activiteit is ingediend. Het bevoegd gezag heeft in dat geval te weinig tijd om de aanvraag op de juiste manier te behandelen. [Vervallen] TTTTT Sectie 'Artikel 11.14 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.15 Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.14 11.16 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS Uitleg artikel In de regio Zuid-Holland Zuid komt een omvangrijke diffuse bodemverontreiniging met PFOA voor met concentraties die aanzienlijk hoger zijn dan de landelijke achtergrondwaarde. Om hergebruik mogelijk te maken zijn lokale normen nodig. We willen grond en baggerspecie zo veel mogelijk hergebruiken, omdat dan storten van grond en winning van nieuwe grondstoffen (primair materiaal) minder nodig is. Dit is een invulling van het rijksbeleid voor duurzaam bodembeheer (Besluit bodemkwaliteit en Handelingskader PFAS 2021). Ten behoeve van het lokale hergebruiksbeleid is een zone A en B gedefinieerd. In zone A worden over het algemeen gehalten PFAS (P95) verwacht die liggen onder de landelijke achtergrondwaarden. Daarom gelden hier geen afwijkende kwaliteitseisen. In zone B komen gehalten voor die hoger zijn dan de landelijke achtergrondwaarden voor PFOA en in mindere mate ook PFOS. Zie figuur 1.

80

Figuur 1 Zonekaart PFAS Zuid-Holland Zuid

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

In onderdeel a van dit artikel staat aangegeven dat de grond voor de andere stoffen dan PFOA en PFOS aan de kwaliteitseisen moet voldoen. In onderdeel b staat dat het gaat om grond afkomstig uit zone B en toegepast wordt in zone B van de PFAS-zonekaart. Voor de gebruiksfunctie landbouw/natuur en voor moestuinen en volkstuinen zijn afwijkende (soepelere) eisen gesteld voor de stof PFOA en PFOS. Voor de gebruiksfunctie wonen en industrie zijn de landelijke normen wat ruimer. De grond die nu aangeboden wordt in die gebieden voldoet in de meeste gevallen aan de landelijke norm, een regionale norm is hier niet nodig. In grondwaterbeschermingsgebieden gelden ook eisen vanuit de Zuid-Hollandse omgevingsverordening Omgevingsverordening. Op dit moment voldoen de eisen ook aan de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. In onderdeel c van dit artikel staan de lokale normen voor PFOA en PFOS voor de gebruiksfuncties landbouw/natuur en voor moestuinen en volkstuinen. De normen zijn een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én ruimte voor maatschappelijke ontwikkelingen. Gezondheidsrisico's zijn hierbij uitgesloten.

Dit resulteert samengevat in het volgende overzicht van lokale en landelijke normen (weergegeven in µg/kg in plaats van in het artikel in mg/kg) voor hergebruik van PFAS-houdende grond: Tabel 1: Toepassen grond/baggerspecie Zone A - conform landelijk beleid

Tabel 2: Toepassen grond/baggerspecie Zone B - conform landelijk beleid

Kanttekening De kwaliteitseisen in dit artikel bieden voor grond uit zone B onvoldoende hergebruiksruimte. Dit is niet met een algemeen geldend artikel op te lossen. Met maatwerk kan wel ruimte worden geboden

81

waar dit verantwoord is. In zone B kan daarom, onder voorwaarden, ruimte worden geboden voor maatwerk voor grond met hogere hergebruiksnormen. Per locatie kan hiervoor een maatwerkvoorschrift worden aangevraagd. Het beleid is verder uitgewerkt in het beleidsstuk “hergebruik PFAS houdende grond en bagger Zuid-Holland Zuid”. Deze staat op de website van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Reikwijdte De in dit artikel opgenomen Lokale Maximale Waarden gelden alleen voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Zuid-Holland Zuid, die wordt toegepast in zone B. Het betreft niet het verspreiden van baggerspecie (en weilanddepots voor baggerspecie). Voor de overige PFAS zijn geen Lokale Maximale Waarden opgesteld, maar is het landelijke beleid geldig. Ter plaatse van puntbronnen (bijvoorbeeld plaatsen waar met blusschuim is gewerkt) kunnen sterk verhoogde gehalten aan PFAS voorkomen in de bodem. Dit artikel geldt alleen voor grond met verhoogde gehalten als gevolg van de regionale diffuse verontreiniging met PFOA. Ook bij perceelsmatching zijn verhoogde gehalten als gevolg van puntbronnen in zowel de toe te passen grond als de ontvangende bodem uitgesloten van de toets. Puntbronnen vallen onder andere regelgeving, zoals het overgangsrecht van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet. UUUUU De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.17 Indieningsvereisten omgevingsvergunning Dit artikel geeft aan welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel door de aanvragen moeten worden toegevoegd. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning komt uitsluitend een natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt in aanmerking. Deze persoon moet een aanvraag via het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier indienen bij het college. De indieningsvereisten zijn overgenomen van artikel 5.2 van het Standplaats- en ventvergunningenbeleid 2022. [Vervallen] VVVVV Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.16 11.18 Maatwerkregel informatieplicht toepassen grond of baggerspecie WWWWW De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.18 Algemene regels Dit artikel bepaalt waar en onder welke voorwaarden detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel zijn toegestaan. In het dit artikel is een tabel opgenomen een overzicht metwaar en hoeveel standplaatsen er per gebied, per dag en locatie, per branche per week en per branche per dag zijn toegestaan. Dit overzicht geldt alleen voor vaste standplaatsen. Voor de seizoenstandplaatsen zijn geen vaste locaties en wordt bij de beoordeling van een locatie getoetst aan de beoordelingsregels uit artikel 5.17, lid 2. Het overzicht is overgenomen uit artikel 4.2 van het Standplaats- en ventvergunningenbeleid 2022. [Vervallen] XXXXX

82

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.17 11.19 Toepassingsbereik toepassen van bouwstoffen YYYYY De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.19 Uitzondering incidentele of seizoensstandplaats De vergunningplicht voor het innemen of het hebben van een standplaats ten behoeve van ambulante handel geldt niet voor incidentele of seizoensstandplaatsen. Dit is overgenomen uit artikel 5:18, lid 4 van de APV Sliedrecht 2022. [Vervallen] ZZZZZ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.18 Oogmerken 11.20 Oogmerk toepassen van bouwstoffen AAAAAA De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.20 Uitzondering provinciaal wegenreglement De vergunningplicht voor het innemen of het hebben van een standplaats ten behoeve van ambulante handel geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door het provinciaal wegenreglement. Dit houdt in dat er geen omgevingsvergunning kan worden aangevraagd voor het innemen of hebben van een standplaats ten behoeve van ambulante handel op wegen die in eigendom zijn bij de provincie. Deze uitzondering komt voort uit artikel 5:20, lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Sliedrecht 2022. In dit artikel worden ook uitzonderingen genoemd voor situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer en de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. Omdat de Wet milieubeheer en de Wet beheer rijkswaterstaatwerken (grotendeels) zijn opgaan in de Omgevingswet is in dit artikel alleen de uitzondering op basis van het provinciaal wegenreglement opgenomen. [Vervallen] BBBBBB Sectie 'Artikel 11.20 Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.18 Oogmerken toepassen van bouwstoffen'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.20 11.24 Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie Dit artikel geeft aan waar deze paragraaf over gaat. CCCCCC De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

83

Artikel 5.21 Toepassingsbereik Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van dienstverleningsactiviteit. [Vervallen] DDDDDD Sectie 'Artikel 11.19 Verbod toepassen van AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.20 Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.19 Verbod toepassen van 11.21 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen AVIbodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, en metaalslakken Uitleg artikel Dit artikel voorziet in een verbod op het toepassen van zogenaamde aandachtsbouwstoffen, ook wel thermisch of chemisch bewerkte bouwstoffen (stabilisatie/ immobilisatie, AVI-bodemassen en metaalslakken). Dit zijn de bouwstoffen die op dit moment in opspraak zijn en bij onzorgvuldige toepassing milieuschade veroorzaken. Er is gekozen voor een algemeen verbod, omdat een melding of binnenplanse vergunningplicht alsnog onvoldoende reguleert. Reikwijdte en werking Het verbod is van toepassing op het toepassen van aandachtsbouwstoffen (stabilisatie/ immobilisatie, AVI-bodemassen en metaalslakken) en niet op andere bouwstoffen (zoals (bouw)puin, natuursteen, metselmortel, asfalt(beton), et cetera. Het is mogelijk om middels een buitenplanse omgevingsvergunning voor afwijking op het omgevingsplan (Bopa) af te wijken van dit verbod. Hierbij is voldoende mogelijkheid tot regulatie en bestuurlijke afweging of en hoe medewerking wordt verleend. Bij vergunningverlening moet de aanvrager rekening houden met het volgende: Maatregelen ter voorkoming van milieuschade: a. de bouwstof wordt boven de grondwaterstand toegepast; b. de bouwstof ligt onder gesloten verharding; c.

het werk dient binnen 1 jaar na toepassing te zijn afgerond; en d. de bouwstoffen worden minimaal toegepast over een oppervlakte van minimaal 1000 m2. En de volgende, te verstrekken, informatie: a. de aanduiding van de functionele toepassing, bedoeld in artikel 4.1260, in het kader waarvan de AVI-bodemassen, stabilisatie, immobilisatie en/of metaalslakken worden toegepast, en een onderbouwing van de functionaliteit van de toepassing. Onder ander met behulp van stabiliteitsberekening; b. de dimensionering van de functionele toepassing in het kader waarvan de AVI-bodemassen, stabilisatie, immobilisatie en/of metaalslakken worden toegepast; c. de verwachte datum van het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1257; d. de verwachte datum waarop het werk zal zijn voltooid; e. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen AVI-bodemassen, stabilisatie, immobilisatie en/of metaalslakken; f. als deze grond van het Besluit bodemkwaliteit bij de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit moet worden verstrekt: een afleverbon;

84

g. de herkomst van de AVI-bodemassen, stabilisatie, immobilisatie en/of metaalslakken; h. de kwaliteit van de AVI-bodemassen, stabilisatie, immobilisatie en/of metaalslakken; i. de hoeveelheid AVI-bodemassen, stabilisatie, immobilisatie en/of metaalslakken in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; j. de hoeveelheid bindmiddelen die in totaal voor de immobilisatie / stabilisatie van de bodem zal worden toegepast; k. de coördinaten van de ontvangende landbodem, tenzij het adres daarvan is vermeld; l. planning van de werkzaamheden waaruit blijkt dat het werk waarin de grond wordt toepast binnen 1 jaar na toepassing wordt afgerond; m. indien de milieuhygiënische verklaring een productcertificaat is, dan zijn waarborging van de eisen van de productcertificaat verwerkt; n. de kritische aspecten zoals grondwater en oppervlaktewater in de nabijheid, zetting PH-buffercapaciteit, kwetsbare objecten en ecologie zijn beschreven/verwerkt; o. schriftelijke instemming met de uiteindelijke eigenaar; p. de toepassingshoogte ten opzichte van de grondwaterstand; q. de verwachte zetting voor de komende 100 jaar; r. tekeningen van de toepassingslocatie en dwarsdoorsnedes van de toepassing; s. een schriftelijke onderbouwing hoe overlast voor de omgeving (in de vorm van stofvorming en wateropvang als dit vrijkomt uit het materiaal) wordt voorkomen; en t.

een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de toevoeging van de bindmiddelen aan de bodem de zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater beïnvloeden of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast. Dit artikel bepaalt dat voor het toepassen van secundaire bouwstoffen, specifiek de bouwstoffen AVI-bodemassen, metaalslakken, immobilisaten en grondstabilisatie of een bouwstof met 20% gewichtsprocent aan één van deze vier bouwstoffen een vergunningplicht geldt. Voor het toepassen van deze bouwstoffen moet eerst een omgevingsvergunning aangevraagd worden om het te kunnen toepassen. EEEEEE De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.22 Algemene regels Dit artikel bepaalt waar dienstverleningsactiviteiten zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'dienstverlening'. De locatie 'dienstverlening' is opgenomen waar (bestaande) dienstverlening aanwezig is of de mogelijkheid bestand voor het uitvoeren van dienstverlening. In het tweede lid is opgenomen dat binnen de locatie 'dienstverlening - begane grond' de dienstverleningsactiviteiten alleen zijn toegestaan op de begane grond. Dienstverleningsactiviteiten op verdiepingen is hier niet toegestaan. [Vervallen] FFFFFF Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

85

Artikel 11.21 11.25 Oogmerken opslaan van grond en baggerspecie GGGGGG De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.23 Toepassingsbereik Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 2. [Vervallen] HHHHHH Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.22 11.26 Afscherming bij opslaan grond IIIIII De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.24 Algemene regels Dit artikel bepaalt waar horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 zijn toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 2'. Welke horeca-activiteiten in deze categorie vallen, is uiteengezet in de begripsbepaling. Horeca-activiteiten die passen in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 niet geldt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen de locatie 'horeca-categorie 2'. Bestaande detailhandelsactiviteiten vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten deze locatie. [Vervallen] JJJJJJ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.25 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 die niet door middel van de algemene regels van artikel 5.25 zijn toegestaan. Het is zonder omgevingsvergunning niet toegestaan om buiten deze locatie horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 uit te voeren uitgezonderd bestaande horeca-activiteiten in categorie 2. [Vervallen] KKKKKK Na sectie 'Artikel 11.22 Afscherming bij opslaan grond' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

86

Artikel 11.22 Aanvraagvereisten vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken De aanvraagvereisten zijn nodig bij het beoordelen, opstellen en afgeven van een omgevingsvergunning. De gegevens zijn ook nodig voor het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken door bevoegd gezag. In lid a en b wordt gevraagd om de verwachte begintijd van de activiteit en een planning hiervan. De planning wordt mede gevraagd om te beoordelen of aan de zorgplicht wordt voldaan. Bijvoorbeeld een lange tussentijdse opslag van de bouwstof voordat deze wordt toegepast/verwerkt in het werk (als gevolg van bijvoorbeeld een zomervakantie) kan onnodige risico's voor het milieu opleveren. Lid c en d betreffen de locatie van de toepassing. Deze zijn nodig om de locatie te registreren. En te toetsen of de toepassing past bij de functie van de locatie en niet in een waterwingebied ligt. Op basis van de in lid e opgegeven toepassingshoogte kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de eis dat de toepassing vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ligt en niet in contact komt met het grond- en oppervlaktewater. Een onderbouwing kan bestaan uit bijvoorbeeld een zettingsberekening. In lid f wordt gevraagd om de hoeveelheid van toe te passen materiaal.

Eerder in b werd ook al de omvang gevraagd, deze zouden in overeenstemming met elkaar moeten zijn. Daarnaast kan op basis hiervan ook worden beoordeeld of de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte. Met de gegevens gevraagd in lid g en h kan mede gecontroleerd worden of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving. De leden i, j en k geven inzicht in wie verantwoordelijk is tijdens de aanlegfase, gebruiksfase en buiten gebruik stelling van het werk. Deze gegevens zijn nodig voor vergunningverlening, toezicht en eventuele handhaving. Aan de hand van de leden l, m, n en o kan beoordeeld worden of de toepassing in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Uit de gevraagde beschrijving moet blijken dat vooraf is nagedacht over de invulling van de zorgplicht tijdens het werk. Voor bijvoorbeeld de kritische aspecten, zoals stofvorming, contact bouwstof met water en beïnvloedding oppervlaktewater, dient aangegeven te worden hoe hier in de aanlegfase mee omgegaan wordt.

Indien sprake is van immobilisaat is ook van belang: het type materiaal (inclusief de dikte en het moment van aanbrengen) wat gebruikt gaat worden om de uitdroging, slijtage en erosie van het immobilisaat te voorkomen tijdens het uithardingsproces; een beschrijving en visualisatie van hoe de randen en taluds van de definitieve toepassing worden afgewerkt; een beschrijving van alle uit te voeren metingen en werkwijzen met betrekking tot de vereiste controles van de verdichtingsgraad van de ondergrond en het aan te brengen immobilisaat (verwijzing naar RAW bepalingen is onvoldoende). Daarnaast ook een beschrijving wat de minimale druksterkte (in Mpa) moet zijn van het aangebracht immobilisaat voordat dit immobilisaat wordt betreden met hei/funderingsmachines. Met de gegevens uit de leden kunnen verder ook de nog niet benoemde aspecten uit de beoordelingsregels worden beoordeeld. LLLLLL Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.23 11.27 Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit

87

MMMMMM De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.26 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 buiten de locatie 'horecacategorie 2'. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de horeca-activiteit in horecacategorie 2 plaatsvindt binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied' en wordt voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6. [Vervallen] NNNNNN De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.27 Toepassingsbereik Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 3. [Vervallen] OOOOOO Na sectie 'Artikel 11.23 Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 11.23 Beoordelingsregels vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken In deze beoordelingsregel is bepaald wanneer het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent. Allereerst (lid a) wordt gecontroleerd of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In deze paragraaf staan algemeen geldende regels voor het toepassen van bouwstoffen. Zo wordt bijvoorbeeld getoetst of sprake is van een nuttige en functionele toepassing in een werk; bijvoorbeeld als fundatie onder infrastructuur of bouwwerk en wordt de kwaliteit van de bouwstof gecontroleerd. Daarnaast (lid b) wordt ook beoordeeld of de zorgplicht tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd. Bij de aanvraagvereisten worden gegevens gevraagd over specifieke aspecten die vaak voorkomen bij het werk. Deze gegevens worden in ieder geval beoordeeld in dit kader. Het belang zoals in lid c en d wordt omschreven is afkomstig uit de instructieregel in de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 7.39g) voor milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen. Dit belang is overgenomen aangezien de toepassing van deze bouwstoffen gevolgen kan hebben voor watersystemen. Ook lid e is overgenomen uit de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 3.103 (aanwijzing verboden gevallen)).

Het is volgens de verordening verboden om in een waterwingebied de activiteit toepassen van een bouwstof te verrichten. In artikel 3.18, tweede lid, van de ZHOV is bepaald dat afdeling 3.3 van de ZHOV niet geldt voor de uitvoering van taken door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet. Met waterwingebied wordt bedoeld een waterwingebied zoals blijkt uit de geometrische begrenzing van grondwaterbeschermingsgebieden die is vastgelegd in bijlage II van de ZHOV. In lid f wordt overwogen of de toepassing bij de gebruiksfunctie van de locatie en omgeving past. De toepassing past bijvoorbeeld bij locaties gelegen op bedrijfs- of industrieterreinen of grootschalige infrastructuur. Toepassing in woon-, grondwaterbeschermings-, landbouw- of natuur- gebieden

88

past minder goed bij de functie van het gebied. Indien sprake is van hergebruik op plaats van vrijkomen is dit wel weer te overwegen. Toepassing in grootschalige werken (lid g) zoals een (snel)weg of viaduct is passend, maar in een kleinschalig werk zoals een fietspad, parkeerplaats of een kleine brug is toepassing minder voor de hand liggend. Meest gewenste toepassingslocaties zijn in wegen waterbouwkundige werken als aanvul-, ophoog- en funderingsmateriaal en als steunlaagmateriaal op stortplaatsen. Lid g: Herkenbaar en beheersbaar door voldoende schaalgrootte: hiermee wordt bedoeld dat als er in de grond wordt gegraven waar deze bouwstof is toegepast, dat je herkent dat er een bouwstof aanwezig is in de grond. Toepassing in grootschalige werken verdient milieuhygiënisch en beheersmatig gezien de voorkeur. De omvang (schaalgrootte) is van belang voor de levensduur van de toepassing, waarbij de bouwstof niet doorgraven mag worden, goed aanwijsbaar/terug vindbaar en goed terug neembaar moet zijn. Het is van belang dat als na toepassing graafwerkzaamheden plaatsvinden, de aanwezigheid van een bouwstof herkent wordt. Bij een grootschalige toepassing kun je denken aan bijvoorbeeld toepassing over een oppervlakte van 1000 m2 of omvang van 5000 m3. In lid g wordt gesproken over voldoende, omdat hier geen exact getal aan te verbinden is.

Zo kan bijvoorbeeld een toepassing onder een loods met een oppervlakte van 500-1000 m2 ook herkenbaar en beheersbaar zijn. In lid h staan maatregelen om uitspoeling van stoffen naar de bodem en oppervlaktewater te voorkomen. Het doel van de afdekking en hoge ligging is het voorkomen van contact van de toepassing met water. Op die manier wordt uitspoeling voorkomen. Getoetst wordt of de bouwstof boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand wordt aangelegd en deze ook na zetting tijdens de gebruiksfase blijft liggen. Daarnaast wordt getoetst of de toepassing wordt afgedekt met een gesloten verharding. Een gesloten verharding betreft bijvoorbeeld een asfaltverharding en een vergelijkbare afdekking kan bijvoorbeeld een kleilaag in combinatie met folie zijn. De gesloten verharding is rekkelijk maar hangt ook af van de functie, locatie en soort toepassing en onder welke condities de bouwstof wordt toegepast. Lid i: Ook kunnen voorzieningen of maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de bouwstof in de aanlegfase en gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden. Bij het verlenen van een vergunning wordt afgewogen of voldoende rekening wordt gehouden met de effecten van de toepassing op mens en milieu (nadere invulling van de zorgplicht).

Lid j: Als randvoorwaarde bij het verlenen van een vergunning geldt altijd dat de veiligheid, gezondheid en milieu niet geschaad mogen worden. Indien afgeweken wordt van de criteria in dit omgevingsplan, dan is het is mogelijk om een buitenplanse omgevingsvergunning voor afwijking op het omgevingsplan (BOPA) aan te vragen. PPPPPP Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.24 11.28 Oogmerken graven in de bodem QQQQQQ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.28 Algemene regels Dit artikel bepaalt waar horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 zijn toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 3'. Welke horeca-activiteiten in deze categorie vallen, is uiteengezet in de begripsbepaling. Horeca-activiteiten die passen in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.

89

In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 niet geldt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen de locatie 'horeca-categorie 3'. Bestaande horeca-activiteiten vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten deze locatie. [Vervallen] RRRRRR Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.25 11.29 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit SSSSSS De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.29 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 die niet door middel van de algemene regels van artikel 5.29 zijn toegestaan. Het is zonder omgevingsvergunning niet toegestaan om buiten deze locatie horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 uit te voeren uitgezonderd bestaande horeca-activiteiten in categorie 3. [Vervallen] TTTTTT Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/943/documents/11925