CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

240625_ANTW_TECH.VR_Verheij_PRO Sliedrecht_RIGO Woningmarkt Sliedrecht.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 8 juli 2024, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 5b: Programmaplan Ruimtelijke Vernieuwing 2024 - 202534.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Doelgroepen In 2016 zijn 2574 corporatiewoningen verhuurd in de regio Drechtsteden, inclusief Hardinxveld-Giessendam. 11% van deze woningen is verhuurd aan jongeren tot 23 jaar en 24% aan ouderen vanaf 55 jaar. In Hendrik-Ido-Ambacht en Hardinxveld-Giessendam zijn relatief veel woningen aan ouderen verhuurd. In figuur 5-1 is de ontwikkeling in de afgelopen jaren te zien. figuur 5-1 Verhuringen van corporatiewoningen, per gemeente naar leeftijd, 2014 -2016 (bron: WoningNet) 7% 6% 4% 6% 8% 6% 10% 7% 6% 8% 8% 6% 4% 9% 8% 4% 18% 13% 14% 13% 12% 9% 6% 9% 7% 9% 11% 12% 12% 8% 8% 8% 10% 11% 11% 10% 10% 9% 4% 9% 13% 8% 10% 10% 4% 10% 13% 2% 6% 10% 8% 10% 13% 4%

Alblasserdam

Dordrecht < 23 jaar

23 tot 55 jaar

55 tot 65 jaar

5% 7% 9%

8% 8% 9%

6% 8% 9%

2016

2015

Zwijndrecht Drechtsteden > 75 jaar

Meer dan de helft (55%) van de huishoudens die in 2016 een corp oratiewoning accepteerden, bestaat uit alleenstaanden, net als in de jaren daarvoor (zie figuur 5-2). In HardinxveldGiessendam werd zelfs 64% van de corporatiewoninge n aan alleenstaanden verhuurd. In Zwijndrecht kwamen grotere huishoudens relatief vaak aan bod. Twee derde van de geslaagde woningzoekenden had een inkomen tot € 22.100; in Dordrecht zelfs bijna driekwart (zie figuur 5-3). Slechts 9% van de corporatiewoningen is verhuurd aan huishoudens met een inkomen vanaf €35.739. In Alblasserdam zijn relatief weinig corporatiewoningen verhuurd aan lage inkomens en veel aan middenin komens.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

8% 9% 8%

2014

2016

2015

2015

Sliedrecht

65 tot 75 jaar

8% 6% 8%

8% 10% 8% 12% 10% 11%

2014

2016

Hardinxveld- Hendrik-Ido- Papendrecht Giessendam Ambacht

2014

2016

2015

2014

2016

9%

2015

9% 13% 8% 12% 11% 10% 13% 13% 8%

2014

6%

64%

7% 9% 8%

71% 68% 68% 70% 63% 64% 65%

65% 51% 63% 56% 61% 61%

2016

2014

2016

2015

2014

2016

2015

12% 7% 12% 15% 12% 13% 9%

65% 62%

60%

2015

66% 69% 63% 60% 62% 62% 72%

2014

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

16

figuur 5-2 Verhuringen van corporatiewoningen, per gemeente naar huishoudengrootte, 2014 2016 (bron: WoningNet)

20% 21% 19% 20% 18% 23% 26% 24% 20% 21% 19% 27% 28% 32%

Dordrecht

Hardinxveld- Hendrik-Ido- Papendrecht Giessendam Ambacht eenpersoons

tweepersoons

2016

2015

2014

2016

2015

2014

55% 55% 51% 56% 52% 54% 58% 49%

2016

38%

2015

2014

2016

2015

2014

2016

Alblasserdam

58% 58% 59% 57% 60% 64% 51%

Sliedrecht

46% 44%

26% 27% 26%

54% 52% 55%

2016

24%

2015

24% 22% 29% 23% 30% 26%

32%

2014

29% 25%

2016

28% 22% 22%

2015

10% 11% 17%

34%

50% 44% 50%

2015

22% 24% 25% 26%

2016

29%

29%

2015

35%

20% 18% 15% 17%

2014

27% 21%

2014

14%

2014

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Zwijndrecht Drechtsteden

meerpersoons

figuur 5-3 Verhuringen van corporatie woningen, per gemeente naar inkomensgroep, 2014 -2016 (bron: WoningNet) 1% 6%

4% 8% 12% 9% 6% 6% 11% 12% 10% 7% 11% 9% 11% 9% 10% 10% 6% 8% 9% 10% 10% 11% 14% 17% 24% 20% 17% 26% 27% 21% 18% 20% 17% 14% 17% 20% 22% 16% 23% 16% 18% 18% 18% 23% 17% 10%

Dordrecht

€ 22.100 tot € 30.050

Hardinxveld- Hendrik-Ido- Papendrecht Giessendam Ambacht € 30.050 tot € 35.739

€ 35.739 tot € 39.874

2016

Zwijndrecht Drechtsteden

€ 39.874 tot € 45.000

Verhuisbewegingen Om inzicht te geven in de verhuisstromen in de sociale huursector zijn in tabel 5-1 de verhuringen in 2016 uitgesplitst per gemeente van de woning (bestemming) en per gemeente waar de woningzoekende vandaan kwam (herkomst). Zo is te zien dat 67 woningzoekenden uit Alblasserdam binnen de gemeente een woning hebben gevonden en 12 naar Dordrecht zijn verhuisd. De 67 ‘lokale woningzoekenden’ zijn goed voor 38% van het totale aantal verhuringen in Alblasserdam en vormen 60% van alle woningzoekenden uit Alblasserdam die in de regio een corporatiewoning hebben gevonden. De meeste woningen in de regio (54%) zijn verhuurd aan lokale woningzoekenden. De overige woningen zijn verhuurd aan woningzoekenden uit een andere gemeente in de regio Drechtsteden (23%) of aan woningzoekenden van bu iten de regio (22%). De meeste vestigers van buiten de regio zijn afkomstig uit Breda (15%), Gorinchem (13%) of Rotterdam (6%).

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

2015

2016

Sliedrecht

2014

67%

2015

59% 64% 66%

2014

70% 64% 64%

2016

2015

2014

2016

2015

2014

2016

2015

2014

2016

62% 63% 64% 67% 58% 65% 62% 61% 64% 60% 66%

2015

2016

< € 22.100

74%

2014

2015

Alblasserdam

67% 72%

2016

58%

2% 7%

2015

66% 62%

7%

2014

8%

9%

2014

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

17

> € 45.000

tabel 5-1 Verhuringen van corporatiewoningen in 2016, naar herkomst en bestemmin g (bron: WoningNet)

Dordrecht

HardinxveldGiessendam

Hendrik-IdoAmbacht

Papendrecht

Sliedrecht

Zwijndrecht

Overig

Totaal

Bestemming (woning) Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Drechtsteden Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Drechtsteden Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Drechtsteden

Alblasserdam

Herkomst (woningzoekende)

67 12 0 8 14 4 7 112 38% 1% 0% 5% 5% 2% 1% 4% 60% 11% 0% 7% 13% 4% 6% 100%

30 732 1 24 60 45 147 1039 17% 70% 1% 14% 22% 19% 28% 40% 3% 70% 0% 2% 6% 4% 14% 100%

1 0 73 0 1 1 0 76 1% 0% 52% 0% 0% 0% 0% 3% 1% 0% 96% 0% 1% 1% 0% 100%

3 14 1 63 1 3 35 120 2% 1% 1% 37% 0% 1% 7% 5% 3% 12% 1% 53% 1% 3% 29% 100%

11 17 0 5 120 13 11 177 6% 2% 0% 3% 44% 5% 2% 7% 6% 10% 0% 3% 68% 7% 6% 100%

4 10 6 1 17 119 6 163 2% 1% 4% 1% 6% 50% 1% 6% 2% 6% 4% 1% 10% 73% 4% 100%

5 35 0 31 9 8 221 309 3% 3% 0% 18% 3% 3% 41% 12% 2% 11% 0% 10% 3% 3% 72% 100%

57 219 59 38 52 47 106 578 32% 21% 42% 22% 19% 20% 20% 22% 10% 38% 10% 7% 9% 8% 18% 100%

178 1039 140 170 274 240 533 2574 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 7% 40% 5% 7% 11% 9% 21% 100%

Van de woningzoekenden die een woning hebben gevonden in de Drechtsteden, is 70% binnen hun woongemeente gebleven en is 30% naar een andere gemeente in de regio verhuisd. Helaas zijn geen cijfers voorhanden over de woningzoekenden uit de Drechtsteden die buiten de regio een corporatiewoning hebben gekregen. Bij de percentages in tabel 5-1 valt op dat in Dordrecht een relatief groot deel van de won ingen is verhuurd aan lokale woningzoekenden (70%). De oorzaak hiervan is gelegen in het feit dat Dordrecht veruit de grootste gemeente in de regio is. Ook vindt relatief weinig uitwisseling plaats tussen Hardinxveld-Giessendam en de gemeenten die op dit moment de regio Drechtsteden vormen. Dit wordt deels veroorzaakt door het feit dat woningzoekenden uit de Drechtsteden die een corporatiewoning in Hardinxveld -Giessendam zouden willen, zich eerst moeten inschrijven bij Woongaard om in aanmerking te kunnen komen. Hun eventuele inschrijving bij Woonkeus en de inschrijfduur die ze daar hebben opgebouwd, zijn niet geldig in Hardinxveld-Giessendam. Andersom kunnen woningzoekenden uit Hardinxveld -Giessendam die staan ingeschreven bij Woongaard nu niet reageren in de Drechtsteden, tenzij zij ook een inschrijving hebben bij Woonkeus.

In de factsheets is per gemeente de samenstelling van drie groepen woningzoekenden te vinden: woningzoekenden uit andere gemeenten die naar de betreffende gemeente zijn verhuisd (‘instroom’), woningzoekenden die binnen de betreffende gemeente zijn verhuisd (‘lokaal’) en woningzoekenden die vanuit de betreffende gemeente naar een andere gemeente binnen de regio zijn verhuisd (‘uitstroom’).

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

18

Bijzondere doelgroepen Om een woning te kunnen vinden via Woonkeus of Woongaard moeten woningzoekenden zelf reageren op advertenties waarin vrijkomende woningen worden aangeboden. Wanneer er meerdere kandidaten zijn voor een woning, dan wordt deze als eerste aangeboden aan de kandidaat met de meeste opgebouwde punten. Voor sommige woningzoekenden wordt een uitzondering gemaakt op deze regels. Wanneer woningzoekenden vanwege een zeer dringende reden moeten verhuizen kunnen woningzoekenden in sommige gevallen een urgentieverklaring krijgen. Meestal kunnen woningzoekenden met urgentie in de regio Drechtsteden zelf reageren op aangeboden woningen en krijgen zij daarbij voorrang op andere kandidaten. In sommige gevallen zoeken urgent woningzoekenden niet zelf maar wordt hen een passende woning aangeboden: dire cte bemiddeling. In alle gemeenten wordt een deel van de vrijkomende woningen niet via advertenties aangeboden maar via directe bemiddeling verhuurd. In figuur 5-4 is per gemeente te zien hoeveel corporatiewoningen de afgelopen jaren zijn verhuurd via advertenties (media) aan reguliere en urgent woningzoekenden en hoeveel woningen zijn bemiddeld. In Dordrecht wordt bijna de helft van de corporatiewoningen verhuurd via bemiddeling of aan urgenten, waardoor relatief weinig aanbod overblijft voor reguliere woningzoekenden.

In totaal is in 2016 8% van de corporatiewoningen in de regio Drechtsteden via advertenties verhuurd aan urgenten, ongeveer evenveel als in de voorgaande jaren. Daarnaast is 30% van de corporatiewoningen verhuurd via directe bemiddeling; evenveel als in 2015, maar aanzienlijk meer dan in 2014. figuur 5-4 Verhuringen via media of bemiddeling, per gemeente, 2014-2016 (bron: WoningNet)

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

17% 4%

30% 35% 8%

21%

9% 36% 35% 13%

16% 6%

27% 27% 26% 29% 21% 23%

14% 5%

4% 10% 6%

7%

5%

18%

28%

5% 3%

9%

10% 13%

80% 62% 60% 65%

32%

19% 19% 23% 21% 10% 7%

6%

30% 30%

9% 8%

4%

8%

3% 77% 78%

54% 52%

41%

69% 63% 69% 62% 72% 72%

77%

69% 56%

65%

71% 74% 71% 69%

63% 62%

2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016

Alblasserdam

Dordrecht

HardinxveldGiessendam

Hendrik-IdoAmbacht

Media regulier

Papendrecht

Media urgent

Sliedrecht

Zwijndrecht

Drechtsteden

Bemiddeling

Zowel bij urgentie als bemiddeling is sprake van voorrang. In figuur 5-5 is de ontwikkeling van het aantal verhuringen met voorrang in de regio Drechtsteden (excl. Hardinxveld -Giessendam) te zien, uitgesplitst naar reden. Het meest opvallend is de stijging van het aantal verhuringen aan statushouders, als gevolg van de verhoogde instroom van vluchtelingen in Nederland in 2015. Deze toename geldt voor alle gemeenten ( figuur 5-6). Ook het aantal verhuringen met voorrang aan instellingen of vanwege herstructurering is de afgelopen jaren toegenomen. Het aantal verhuringen aan woningzoekenden medische of sociale indicatie (excl. statushouders) is redelijk stabiel.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

19

figuur 5-5 Verhuringen met voorrang naar reden, 2014 -2016 (bron: Woonkeus) 350 301 300

250 200 149

150 100

2014

159 137

2015

112 117

106

84

69

2016

84

50

32 31 30

50

30

12 11 4

0 Herstructurering

Instelling

Medische Indicatie

Sociale indicatie

Statushouder

Overig

figuur 5-6 Verhuringen met voorrang naar reden, per gemeente, 2014 -2016 (bron: Woonkeus)

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

7%

2%

3% 6%

7%

19%

13% 29%

35% 64%

10% 67%

14%

42%

7% 7%

5% 12% 2%

38% 25%

4% 4% 2%

36% 62%

36% 28% 4% 4%

24% 5% 10% 5%

32%

12% 20% 7%

12%

5%

2%

10%

17% 18%

10%

17%

23% 43% 29%

30%

9% 14%

24%

19%

39%

2%

42%

41% 29%

28%

3% 8%

47%

42%

12%

45%

5%

4% 11% 38%

56% 50%

8% 8%

3% 25%

64% 18%

3% 11%

9%

47%

43%

8% 14%

5%

15%

31%

20%

40%

24%

5%

10% 13% 8%

7%

9%

7%

23%

14%

15%

4% 12%

24%

24%

14% 11%

17%

2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016 2014 2015 2016

Alblasserdam

Dordrecht

Herstructurering

Hendrik-IdoAmbacht

Instelling

Papendrecht

Medische Indicatie

Sliedrecht

Sociale indicatie

Zwijndrecht Statushouder

Drechtsteden Overig

In tabel 5-2 zijn de verhuringen in 2016 aan instellingen uitgesplitst per gemeente en type instelling. De meeste van deze verhuringen zijn helaas niet gecategoriseerd. tabel 5-2 Verhuringen van corporatiewoningen aan instellingen in 2016 (bron: Woonkeus)

Alblasserdam Dordrecht Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Drechtsteden

Jeugdzorg

Psychiatrie

Gehandicaptenzorg

Verslavingszorg

12 1 1

3 1 3 2 1 10

1 1 3 1 2 8

2

3 17

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

1 3 6

Overige zorg 2 24 1 4 3 9 43

Totaal 2 42 4 11 7 18 84

20

Ontwikkeling van de doelgroepen In dit hoofdstuk brengen we de ontwikkeling in beeld van de omvang van de doelgroepen in de periode tot 2031 volgens drie economische scenario ’s. Om de toekomstige ontwikkeling van de woningbehoefte te kunnen ramen (zie hoofdstuk 7) is het allereerst nodig om inzichtelijk te maken hoe de omvang van de verschillende doelgroepen zich de komende jaren zal ontwikkelen. Dit vergt aannames over demografische en economische ontwikkelingen, die in dit hoofdstuk worden toegelicht.

Demografische ontwikkelingen Volgens de prognose Primos 2016 neemt tussen 2016 en 2031 het aantal huishoudens in de Drechtsteden toe met circa 9.570, een toename van 8%. In 2031 wonen er naar verwachting circa 135.000 huishoudens in de regio. De groei van de afgelopen jaren zet zich de aankomende vijf jaar in min of meer dezelfde trend door (figuur 6-1). Tussen 2016 en 2021 is de verwachte groei met circa 880 huishoudens per jaar iets sterker dan de afgelopen jaren (gemiddeld 700 per jaar). Na 2030 zwakt de groei af. De woningbehoefteprognose (WBR) en de bevolkingsprognose (BP) van de provincie ZuidHolland voorspellen voor de periode 2016-2021 een iets sterkere groei dan Primos 2016, maar na 2021 weer wat minder (tabel 6-1). Ook ligt het absoluut aantal huishoudens in de verschillende prognosejaren hoger. Dit komt in eerste instantie doordat de provinciale prognoses in 2016 van een hoger aantal huishoudens uitgaat, die niet aansluit bij het werkelijk aantal huishoudens volgens het CBS. figuur 6-1 Ontwikkeling aantal huishoudens regio Drechtsteden, 2000 -2016 werkelijk en 20162040 volgens Primos 2016 en de provinciale prognoses WBR 2016 en BP 2016

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

21

tabel 6-1 Aantal (boven) en ontwikkeling (onder) huishoudens 2016 -2031 in regio Drechtsteden volgens Primos 2016 en de provinciale prognoses WBR 2016 en BP 2016

Primos 2016 WBR 2016 BP 2016 gemiddeld

2016 125.430 130.340 130.230 128.670

2021 129.850 136.830 135.480 134.050

2026 132.870 139.650 137.790 136.770

2031 135.000 141.430 139.000 138.480

Primos 2016 WBR 2016 BP 2016 gemiddeld

2016 t/m 2020 4.420 6.490 5.250 5.390

2021 t/m 2025 3.020 2.820 2.310 2.720

2026 t/m 2031 2.130 1.780 1.210 1.710

2016 t/m 2031 9.570 11.090 8.770 9.810

Niet alle gemeenten in de regio groeien even sterk. In figuur 6-2 zijn de verschillen tussen de gemeenten goed te zien. Hardinxveld -Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht en Sliedrecht krijgen relatief gezien met de meeste huishoudensgroei te maken. In Papendrecht neemt het aantal huishoudens tot 2031 met 3% toe. De toename van het aantal huishoudens is afhankelijk van de aannamen in het Primos prognosemodel. Naast nieuwbouwplannen houdt Primos ook rekening met natuurlijke aanwas (geboorte en sterfte) en de verhuisbewegingen van de afgelopen jaren. figuur 6-2 Ontwikkeling huishoudens 2016 t/m 2020 en 2021 t/m 2031 gemeenten in regio Drechtsteden volgens Primos 2016

tabel 6-2 Absolute en relatieve ontwikkeling huishoudens 2016 t/m 2020 en 2021 t/m 2031 gemeenten in regio Drechtsteden volgens Primos 2016

2016 2021 2031 Alblassserdam 8.060 8.360 8.540 Dordrecht 54.580 55.910 57.690 Hardinxveld-Giessendam 6.890 7.190 7.740 Hendrik-Ido-Ambacht 11.630 12.460 13.290 Papendrecht 14.000 14.370 14.450 Sliedrecht 10.330 11.160 11.930 Zwijndrecht 19.950 20.420 21.360 Drechtsteden 125.430 129.850 135.000

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

2016-2021 300 1.330 300 830 370 820 480 4.420

2016-2031 490 3.110 850 1.660 460 1.600 1.410 9.560

2016 t/m 2021 t/m 2016 t/m 2020 2031 2031 4% 2% 6% 2% 3% 6% 4% 8% 12% 7% 7% 14% 3% 1% 3% 8% 7% 15% 2% 5% 7% 4% 4% 8%

22

Niet alleen komen er aankomende periode meer huishoudens bij , ook de samenstelling verandert. De aankomende tien jaar neemt het aandeel gezinnen af (van 36% naar 34% in 2031) en het aandeel alleenstaanden toe (van 34% naar 38%). In figuur 6-3 is deze veranderende huishoudenssamenstelling, die samenhangt met vergrijzing, weergegeven. In het figuur zien we een afname van het aantal gezinnen tussen de 45 en 65 jaar in de periode 2016-2031. Deze nu nog gezinnen schuiven een leeftijdscategorie op en doordat de kinderen uit huis gaan, wordt het merendeel een paar. Het aandeel huishoudens van 65 jaar of ouder neemt toe van 29% in 2016 tot 31% in 2021 en 36% in 2031. Dit komt neer op een toename van circa 11.500 oudere huishoudens (65+) in de periode 2016 tot 2031. De overige groepen blijven ongeveer gelijk van omvang of nemen iets toe of af.

figuur 6-3 Aantal huishoudens naar leeftijd en type regio Drechtsteden in 2016, 2021 en 2031 (bron: Primos 2016)

Economische ontwikkelingen Om de inkomensverdeling van de toekomstige huishoudens te kunnen ramen, moeten we aannames doen over economische ontwikkelingen. Omdat de toekomst onzeker is, maken we gebruik van drie economische scenario’s (positief, basis en een negatief scenario). In de basisvariant wordt ervan uitgegaan dat de economie blijft schommelen en dat de gemiddelde koopkrachtontwikkeling gelijk zal zijn aan de afgelopen periode volgens het CPB. In de periode 1997 t/m 2015 lag dit gemiddelde op 0,30 procent per jaar. Naast deze basis variant is een positieve en negatieve variant geplaatst. In het positieve scenario neemt de reële koopkracht met 0,80 procent per jaar toe. In het negatieve scenario neemt de koopkracht af met gemiddeld 0,15 procent per jaar. Hoe de economie zich daadwerke lijk zal ontwikkelen is en blijft onzeker, de varianten zijn vooral bedoeld om bandbreedten inzichtelijk te maken.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

23

figuur 6-4 Koopkrachtontwikkeling 1997 t/m 2015 en de drie economische scenario’s (bron: CPB, bewerking RIGO)

Ontwikkeling inkomensgroepen Op basis van de Primos-prognose is voor de drie economische varianten in figuur 6-5 en tabel 6-3 de ontwikkeling van de inkomensgroepen in de Drechtsteden weergegeven. In de periode 2016 tot 2021 nemen alle inkomensgroepen bij alle economische scenario ’s in absolute zin toe. Gaat het economisch wat beter dan neemt het aantal huishoudens met hogere inkomens wat meer toe, gaat het economisch wat slechter dan neemt het aantal lagere inkomens toe. De omvang van de laagste inkomensgroep (< € 22.100) neemt afhankelijk van de economische ontwikkeling tot 2021 toe met 1.130 tot 2.300 huishoudens en tot 2031 met 2.400 tot 5.840. Het aandeel lage inkomens neemt afhankelijk van het scenario toe van 25% naar 26% tot 28% in 2031.

figuur 6-5 Aantal huishoudens behorend tot de laagste inkomensgroepen in 2016, 2021 en 2031 in de Drechtsteden volgens Primos 2016 i.c.m. drie economische varianten varianten (bron: Primos 2016, woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

24

figuur 6-6 Ontwikkeling inkomensgroepen in 2016 -2021 en 2021-2031 in de Drechtsteden volgens Primos 2016 i.c.m. drie economische varianten (bron: Primos 2016, woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

tabel 6-3 Aantal en ontwikkeling inkomensgroepen 2016, 2021, 2026 en 2031 in de Drechtsteden volgens Primos 2016 i.c.m. drie economische varianten (bron: Primos 2016, woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

2016 < € 22.100 € 22.100 tot € 30.050 € 30.050 tot € 35.739 € 35.739 tot € 39.874 € 39.874 tot € 45.000 > € 45.000 totaal < € 22.100 € 22.100 tot € 30.050 € 30.050 tot € 35.739 € 35.739 tot € 39.874 € 39.874 tot € 45.000 > € 45.000 totaal

31.600 16.780 9.710 6.680 8.020 52.640 125.430

2021 2026 2031 neg basis pos neg basis pos neg basis pos 33.900 33.270 32.730 35.970 34.680 33.570 37.440 35.620 34.000 17.660 17.680 17.570 18.360 18.360 18.130 18.940 18.790 18.480 10.170 10.180 10.140 10.450 10.440 10.450 10.660 10.700 10.680 6.970 6.960 6.990 7.130 7.150 7.170 7.200 7.270 7.320 8.240 8.230 8.290 8.330 8.380 8.460 8.380 8.470 8.580 52.920 53.540 54.140 52.620 53.860 55.080 52.370 54.150 55.940 129.850 129.850 129.850 132.870 132.870 132.870 135.000 135.000 135.000 2016-2021 2016-2026 2016-2031 2.300 1.670 1.130 4.370 3.080 1.970 5.840 4.020 2.400 880 900 790 1.580 1.580 1.350 2.160 2.010 1.700 460 460 430 740 730 740 950 980 970 290 280 310 450 460 490 520 590 630 220 210 260 310 360 440 360 450 560 280 900 1.500 -20 1.220 2.440 -260 1.510 3.300 4.420 4.420 4.420 7.430 7.430 7.430 9.560 9.560 9.560

Niet alleen nemen de lage inkomens tot 2031 absoluut en relatief gezien toe, maar ook de samenstelling van deze huishoudens zal veranderen. Onder de toekomstige doelgroep van beleid zullen meer oudere huishoudens van boven de 75 jaar zijn en minder jongere huishoudens dan nu het geval is. In 2031 is circa 31% van de doelgroep 75 jaar of ouder (figuur 6-5). Relatief gezien neemt het aandeel eenpersoonshuishoudens met een inkomen van minder dan €30.050 toe van 61% in 2016 naar 63% in 2031. Het aandeel twee - en meerpersoons met een laag inkomen neemt iets af.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

25

figuur 6-7 Leeftijd hoofdbewoner huishoudens < € 30.050 in 2016, 2021 en 2031 volgens Primos 2016 i.c.m. de economische basisvariant (bron: Primos 2016, woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

26

Toekomstige woningbehoefte In dit hoofdstuk ramen we de toekomstige woningbehoefte van de doelgroepen in de regio Drechtsteden in twee varianten. In het vorige hoofdstuk hebben we op basis van demografische en economische ontwikkelingen de omvang van de doelgroepen in 2021 en 2031 geraamd. In totaal neemt het aantal huishoudens in de regio Drechtsteden toe met 4.420 tussen 2016 en 2021 en met nog eens 5.140 tussen 2021 en 2031. De vraag is wat deze toename betekent voor de toekomstige woningbehoefte. Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we aannames doen over de woningen die de doelgroepen in de toekomst bewonen. Hierbij onderscheiden we twee varianten:  De eerste variant noemen we de trendmatige woningbehoefte. Hierbij is het uitgangspunt dat huishoudens uit de doelgroepen in de toekomst op een soortgelijke manier wonen als huishoudens met dezelfde kenmerken nu;  De tweede variant noemen we de woningbehoefte inclusief fricties (toelichting in paragraaf 7.2). Hierin wordt bij de raming van de toekomstige woningbehoefte rekening gehouden met de discrepanties tussen vraag en aanbod in de huidige woni ngmarkt. Om de volkshuisvestelijke opgave te bepalen vergelijken we de toekomstige woningbehoefte (in 2021 en 2031) met de huidige woningvoorraad. Per woningbehoeftevariant is te zien hoe groot de uitbreidingsbehoefte is in diverse woningsegmenten.

Door be ide varianten te tonen hebben gemeenten en corporaties de keuze in hoeverre zij in hun woningbouwprogramma rekening willen houden met de huidige fricties op de woningmarkt. De gepresenteerde woningbehoefte is nog geen woningbouwprogramma. Bij het opstellen van een bouwprogramma spelen ook andere factoren een belangrijke rol, zoals geschikte locaties, potentiële investeerders en bovenal beleidsmatige opvattingen.

Trendmatige woningbehoefte Bij de trendmatige woningbehoeftevariant hanteren we als aanname dat de huishoudens van de toekomst op soortgelijke wijze kunnen en willen wonen als soortgelijke huishoudens op dit moment, gegeven hun leeftijd, samenstelling en inkomen. In het verleden is gebleken dat woonpatronen van huishoudens vrij stabiel zijn. Toch kunnen in de loop der tijd verschuivingen in de woonpatronen optreden. Een voorbeeld daarvan is de woonsituatie van ouderen. Op dit moment wonen relatief veel ouderen in een huurwoning (zie hoofdstuk 4). Sinds de jaren negentig is het eigenwoningbezit in Nederland echter flink toegenomen. Hierdoor woont de generatie die de komende periode zal vergrijzen veel vaker in een koopwoning dan de generaties voor hen 3. Hoewel een deel van deze groep alsnog zal verhuizen naar een huurwoning, zullen er in de toekomst toch meer ouderen in een koopwoning wonen dan nu het geval. Daarom voeren we bij de raming van

3 Het rapport Demografie en Woningmarkt in opdracht van BZK/WWI/KenV (RIGO 2011) gaat hier verder

op in.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

27

de woningbehoefte van ouderen een correctie uit op de huidige woonpatr onen, waardoor rekening wordt gehouden met het toegenomen eigenwoningbezit. In de periode 2016-2031 komen er volgens de Primosprognose 2016 circa 9.540 huishoudens bij. Als alle huishoudens in 2031 (naar leeftijd, type en inkomen) op een soortgelijke wijze wonen als de huishoudens van nu, dan ligt de grootste opgave in de koopsector. De uitbreidingsbehoefte bestaat voor circa 85% uit koopwoningen en 15% uit huurwoningen. In elk economisch scenario neemt de komende vijftien jaar vooral de behoefte aan grondgebonden koopwoningen toe (figuur 7-1). In de periode tot 2031 varieert deze toename van 4.720 woningen bij de negatieve variant tot 6.730 woningen bij de positieve variant. De verschillen tussen de economische varianten zijn bij de grondgebonden koopwoningen het grootst, omdat dit segment het meest gevoelig is voor conjuncturele schommelingen. De behoefte aan koopappartementen neemt toe met 1.760 tot 2.340 woningen . In de huursector neemt de behoefte aan huurappartementen in de periode 2016 tot 2031 toe met 1.560 tot 3.200 woningen. Deze toename is vooral het gevolg van de groeiende groep eenpersoonshuishoudens en ouderen.

Tegelijkertijd neemt de behoefte aan grondgebonden huurwoningen tot 2031 af, omdat de huidige bewoners van deze woningen komen te overlijden en – uitgaande van constante woonpatronen – de nieuwe aanwas voor dit segment beperkt is. De afname varieert tussen de 660 en 1.520 woningen in de periode 2016 tot 2031, afhankelijk van de economische ontwikkeling. figuur 7-1 Ontwikkeling trendmatige woningbehoefte naar type en eigendom in 201 6-2031 in de Drechtsteden volgens Primos 2016 i.c.m. drie economische varianten (bron: woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

In de koopsector is trendmatig de behoefte het grootst aan koopwoningen met een verkoopwaarde van onder de € 177.400 euro en tussen de € 177.400 en € 300.000 ( figuur 7-2). Binnen de huursector (corporatie en particulier) concentreert de behoefte zich op woningen met een huurprijs tot € 587 (eerste aftoppingsgrens). Er is een kleine behoefte aan duurdere huurwoningen en vrije sector. Doordat er anno 2016 weinig huishoudens in dit segment wonen, komt er trendmatig gezien voor de lange termijn geen toenemende behoefte uit.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

28

figuur 7-2 Ontwikkeling trendmatige woningbehoefte naar eigendom en prijsklassen in 20162031 in de Drechtsteden volgens Primos 2016 i.c.m. drie economische varianten (bron: woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

In tabel 7-1 staat de ontwikkeling van de trendmatige woningbehoefte naar verschillende woningkenmerken weergegeven. In de eerste kolom staat de huidige omvang van de woningvoorraad. In de kolommen daarna is per periode en economisch scenario de uitbreidingsbehoefte weergegeven: het verschil tussen de toekomstige woningbehoefte en de huidige woningvoorraad.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

29

tabel 7-1 Ontwikkeling trendmatige woningbehoefte naar verschillende woning kenmerken 2016, 2021, 2026 en 2031 in de Drechtsteden volgens Primos 2016 i.c.m. drie economische varianten (bron: woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

2016 koop corporatie particulier onzelfstandig totaal koop eengezins koop meergezins corporatie eengezins corporatie meergezins particulier eengezins particulier meergezins onzelfstandig totaal < €177.400 €177.400 - €250.000 €250.000 - €300.000 €300.000 - €450.000 > €450.000 < kwalk.gr (< 410) 1ste aftopgr. (410 - 587) 2de aftopgr. (587 - 629) liberalisatiegr. (629 - 711) dure huur tot 850 (711 - 850) dure huur > 850 onzelfstandig totaal koop eengezins koop meergezins met lift koop meergezins zonder lift huur eengezins huur meergezins met lift huur meergezins zonder lift onzelfstandig totaal < 40 m2 40 tot 60 60 tot 80 80 tot 100 > 100 m2 onzelfstandig totaal

69.970 37.540 13.960 3.960 125.430 57.770 12.200 13.120 24.430 6.130 7.830 3.960 125.430 20.470 26.780 16.810 1.970 3.940 7.980 25.130 4.910 7.420 3.540 2.520 3.960 125.430 57.770 7.200 5.000 19.250 17.880 14.370 3.960 125.430 1.310 8.720 24.790 30.730 55.930 125.430 125.430

neg 2.610 1.150 380 290 4.420 1.880 730 90 1.060 70 310 290 4.420 950 960 570 50 80 370 810 140 110 70 10 290 4.420 1.880 570 160 160 820 550 290 4.420 90 430 1.050 1.050 1.500 290 4.420

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

2016-2021 basis 3.040 750 350 270 4.420 2.240 810 -50 800 50 300 270 4.420 990 1.000 770 90 190 300 560 90 50 70 30 270 4.420 2.240 620 190 0 720 380 270 4.420 80 330 930 940 1.860 270 4.420

pos 3.490 330 340 260 4.420 2.600 890 -190 520 40 300 260 4.420 1.020 1.030 1.000 140 300 210 300 40 -10 70 50 260 4.420 2.600 680 210 -150 610 210 260 4.420 70 240 810 820 2.210 260 4.420

neg 4.680 1.950 380 420 7.430 3.410 1.280 -60 2.010 -10 390 420 7.430 1.690 1.750 1.050 90 100 520 1.350 240 130 70 10 420 7.430 3.410 1.030 240 -80 1.700 700 420 7.430 90 640 1.830 1.900 2.550 420 7.430

2016-2026 basis 5.600 1.090 350 390 7.430 4.130 1.470 -340 1.430 -40 390 390 7.430 1.790 1.850 1.470 170 310 350 790 150 20 80 60 390 7.430 4.130 1.150 310 -380 1.470 350 390 7.430 60 430 1.610 1.690 3.250 390 7.430

pos 6.490 250 330 360 7.430 4.820 1.670 -620 870 -50 390 360 7.430 1.870 1.940 1.870 260 540 160 270 60 -100 90 100 360 7.430 4.820 1.280 390 -670 1.250 10 360 7.430 30 240 1.370 1.490 3.950 360 7.430

neg 6.480 2.320 220 540 9.560 4.720 1.760 -440 2.760 -220 440 540 9.560 2.240 2.390 1.530 150 170 550 1.660 250 60 20 0 540 9.560 4.720 1.470 290 -660 2.490 710 540 9.560 90 730 2.390 2.370 3.440 540 9.560

2016-2031 basis 7.810 1.070 190 490 9.560 5.760 2.050 -850 1.920 -250 440 490 9.560 2.370 2.540 2.140 280 480 280 860 120 -100 40 60 490 9.560 5.760 1.640 400 -1.090 2.150 210 490 9.560 40 430 2.050 2.070 4.480 490 9.560

30

pos 9.080 -140 170 450 9.560 6.730 2.340 -1.250 1.110 -270 450 450 9.560 2.480 2.590 2.760 410 830 40 80 -10 -260 60 130 450 9.560 6.730 1.820 520 -1.520 1.830 -270 450 9.560 0 160 1.710 1.760 5.480 450 9.560

Woningbehoefte inclusief huidige fricties In de tweede variant voor de raming van de woningbehoefte bouwen we voort op de trendmatige woningbehoefte, die we in de vorige paragraaf bespraken. Het verschil met de eerste variant is dat we voor de raming van de toekomstige woningbehoefte nu niet alleen gebruikmaken van de huidige woonpatronen maar ook rekening houden met de huidige fricties tussen vraag en aanbod. Daarom gaan we eerst in op de fricties, voordat we de uitkomsten van de woningbehoefteraming presenteren. Huidige fricties Voor het bepalen van de fricties in de huidige woningmarkt kijken we naar de woonwensen van huishoudens (op basis van WoON 2015). In figuur 7-3 is te zien hoeveel huishoudens in de regio Drechtsteden binnen twee jaar willen verhuizen en actief op zoek zijn naar een woning. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de vraag van doorstromers, die een woning achterlaten als ze verhuizen, en de vraag van starters. De meeste starters zijn op zoek naar een huurappartement, terwijl doorstromers veelal willen verhuizen naar een eengezinswoning in de koopsector. Het aanbod wordt gevormd door de woningen die de doorstromers achterlaten als ze gaan verhuizen. Het verschil tussen de vraag en het aanbod noemen we de huidige fricties. De meeste vraag is er naar eengezinswoningen in de koopsector.

Hoewel het potentiële aanbod ook groot is, is het onvoldoende om aan de vraag te kunnen voldoen. Voor koopappartementen geldt dat er ongeveer evenveel vraag als aanbod is. In de huursector is de vraag naar eengezinswoningen groter dan het aanbod. En bij de huurappartementen is het aanbod in theorie groter dan de vraag. figuur 7-3 Vraagaanbodverhoudingen (huidige fricties) naar eigendom en woningtype van starters en doorstromers (met een actieve verhuiswens bin nen 2 jaar) in de Drechtsteden (bron: woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

In figuur 7-4 zijn de fricties weergegeven naar prijsklasse. In de koopsector is de vraag het grootst naar woningen met een verkoopwaarde onder de €250.000, maar het aanbod in dit segment is ook groot. In het segment van €300.000 tot €450.000 is er veel vraag van met name doorstromers en er is bijna geen aanbod. In de huursector is er de meeste vraag naar huurwoningen met een huurprijs onder €587, maar het aanbod in dit segment is ook groot. In de duurdere huursector (€629 tot €850) is de vraag groter dan het potentiele aanbod.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

31

figuur 7-4 Vraagaanbodverhoudingen (huidige fricties) naar eigendom en prijsklassen van starters en doorstromers (met een actieve verhuiswens bin nen 2 jaar) in de Drechtsteden (bron: woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

Met de komst van passend toewijzen in de gereguleerde huur sector is het voor huishoudens met een laag inkomen niet meer mogelijk om een hu urwoning boven de aftoppingsgrenzen toegewezen te krijgen. In figuur 7-5 staan de huidige fricties weergegeven gecorrigeerd voor de regels van het passend toewijzen. De fricties in de koopsector en de vrije sector (> € 711) zijn gelijk gebleven. Het gevolg is dat de vraag naar huurwoningen in het segment 629 tot 711 euro is verschuift naar de segmenten 410 tot 587 en 587 tot 629 euro. Deze aangepaste fricties zijn input voor de woningbehoeftevariant inclusief fricties. figuur 7-5 Vraagaanbodverhoudingen (huidige fricties) naar eigendom en prijsklassen van starters en doorstromers (met een actieve verhuiswens bin nen 2 jaar) in de Drechtsteden, woonwensen huurders gecorrigeerd voor passend toewijzen (bron: woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

Fricties verwerkt in de woningbehoefte In de tweede variant van onze woningbehoefteraming verwerken we de bovenstaande fricties (gecorrigeerd voor passend toewijzen) in de trendmatige woningbehoefte. In de twee figuren in figuur 7-6 staan in de eerste kolom de huidige fricties (verschillen tussen de vraag en het potentiele aanbod) weergegeven. In de twee kolom staat de ontwikkeling van de trendmatige behoefte tot 2031. In de derde kolom zijn de fricties verwerkt in de woningbehoefte. Wanneer we rekening houden met de huidige fricties blijkt er minder behoefte te zijn aan extra huurappartementen en meer behoefte aan eengezinswoningen in de koopsector. Qua prijzen verschuift in zowel de huur- als de koopsector de behoefte van het lagere segment naar het duurdere segment.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

32

figuur 7-6 Huidige fricties, ontwikkeling trendmatige woningbehoefte 2016 -2031 en woningbehoefte 2016-2031 verdisconteerd voor de huidige fricties naar eigendom en type (links) en prijsklassen (rechts) regio Drechtsteden o.b.v. economisch basis scenario (bron: woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

In tabel 7-2 staan de uitkomsten voor verschillende woningkenmerken: eerst de huidige omvang van de voorraad (2016), dan de huidige fricties, vervolgens de uitbreidingsbehoefte op basis van de trendmatige raming en ten slotte de uitbreidingsbehoefte op basis van de raming waarbij rekening is gehouden met de huidige fricties.

Resumé aannamen toekomstige woningbehoefte:  De demografische prognose Primos 2016 is leidend voor de kwantitatieve woningbehoefte (+ 4.420 tot 2021 en +9.560 tot 2031).  Bij de trendmatige woningbehoeftevariant hanteren we als aanname dat de huishoudens van de toekomst op soortgelijke wijze kunnen en willen wonen als soortgelijke huishoudens op dit moment, gegeven hun leeftijd, samenstelling en inkomen.  Voor de ontwikkeling van huishoudens naar leeftijd en samenstelling is Primos 2016 leidend. Voor de ontwikkeling van de inkomensgroepen hanteren we drie economische scenario’s op basis van de werkelijke ontwikkeling van de koopkracht en voorspelling van het CPB.  Vanwege feitelijke generatieverschillen in de woonpatronen, passen we een ‘ouderencorrectie toe’. Hiermee houden we rekening met het toegenomen eigenwoningbezit. In de toekomst wonen meer ouderen in een koopwoning wonen dan nu het geval is.  Bij de tweede woningbehoeftevariant houden we bij de raming van de toekomstige woningbehoefte rekening met de discrepanties tussen vraag en aanbod in de huidige woningmarkt. Deze fricties zijn gebaseerd op de woonwensen van verhuisgeneigde st arters en doorstromers en het in potentie vrijkomende aanbod uit het woningmarktsimultatiemodel op basis van het WoON 2015 en lokale data.

 Voor de fricties in de huursector naar prijsklassen hebben we de woonwensen van woningzoekenden met een laag inkomen gecorrigeerd voor de regels van het passend toewijzen.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

33

tabel 7-2 Huidige woningvoorraad en huidige fricties in 2016 en de trendmatige woni ngbehoefte en behoefte inclusief fricties in 2021 en 2031 o.b.v. ec onomisch basis scenario (bron: woningmarktsimulatie 2016 RIGO)

2016 koop huur onzelfstandig totaal koop eengezins meergezins huur eengezins meergezins onzelfstandig totaal koop < €177.400 €177.400 - €250.000 €250.000 - €300.000 €300.000 - €450.000 > €450.000 huur < kwalk.gr (< 410) 1ste aftopgr. (410 - 587) 2de aftopgr. (587 - 629) liberalisatiegr. (629 - 711) dure huur tot 850 (711 - 850) dure huur > 850 onzelfstandig totaal koop eg mg met lift mg zonder lift huur eg mg met lift mg zonder lift onzelfstandig totaal koop < 60 m2 60 tot 80 80 tot 100 100 tot 120 > 120 m2 huur < 60 m2 60 tot 80 80 tot 100 > 100 m2 onzelfstandig totaal

69.970 51.510 3.960 125.430 57.770 12.200 19.250 32.260 3.960 125.430 20.470 26.780 16.810 1.970 3.940 7.980 25.130 4.910 7.420 3.540 2.520 3.960 125.430 57.770 7.200 5.000 19.250 17.880 14.370 3.960 125.430 1.710 7.010 15.650 17.410 28.190 8.320 17.780 15.080 10.330 3.960 125.430

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

trendmatige trendmatige huidige fricties woningbehoefte woningbehoefte incl. fricties vraag aanbod frictie 2021 2031 2021 2031 9.180 7.120 2.060 3.040 7.810 3.640 8.340 7.010 7.400 -390 1.100 1.260 510 740 270 490 270 490 16.180 14.520 1.670 4.420 9.560 4.420 9.560 7.500 5.180 2.320 2.240 5.760 3.250 6.830 1.680 1.930 -260 810 2.050 390 1.510 2.690 2.250 440 0 -1.090 320 -550 4.320 5.150 -840 1.100 2.360 190 1.280 270 490 270 490 16.180 14.520 1.670 4.420 9.560 4.420 9.560 2.360 2.780 -420 990 2.370 410 1.650 2.640 2.590 50 1.000 2.540 740 2.180 1.700 1.340 370 770 2.140 810 2.120 1.940 130 1.810 90 280 1.350 1.760 540 280 260 190 480 320 620 390 1.140 -750 300 280 -320 -390 3.540 3.160 380 560 860 670 1.050 700 590 100 90 120 140 190 540 1.110 -580 50 -100 -380 -570 1.370 720 640 70 40 510 580 480 680 -200 30 60 -120 -120 270 490 270 490 16.180 14.520 1.670 4.420 9.560 4.420 9.560 7.500 5.180 2.320 2.240 5.760 3.250 6.830 960 960 0 620 1.640 450 1.390 710 970 -260 190 400 -50 120 2.690 2.250 440 0 -1.090 320 -550 2.030 2.160 -140 720 2.150 410 1.700 2.290 2.990 -700 380 210 -230 -410 270 490 270 490 16.180 14.520 1.670 4.420 9.560 4.420 9.560 310 320 -10 70 120 50 90 630 1.000 -370 360 800 -10 370 1.080 1.900 -820 760 1.980 -40 990 2.790 1.610 1.190 650 1.670 1.310 2.420 4.360 2.290 2.070 1.200 3.230 2.330 4.480 1.220 1.730 -510 340 350 -120 -140 1.870 2.470 -600 570 1.250

-20 550 1.710 1.770 -60 180 90 90 20 2.210 1.430 780 10 -420 560 300 270 490 270 490 16.180 14.520 1.670 4.420 9.560 4.420 9.560

34

Reflectie op de uitkomsten In de voorgaande paragrafen zijn twee varianten van de toekomstige woningbehoefte gepresenteerd: een trendmatige variant, waarin de huidige woonpatronen maatgevend zijn voor de toekomst, en een tweede variant waarin rekening is gehouden met de fricties tussen vraag en aanbod in de huidige woningmarkt. In de uitkomsten van beide behoefteramingen zijn zowel overeenkomsten als verschillen te zien. In beide varianten ligt de grootste behoefte aan uitbreiding van de woningvoorraad in de koopsector. Ook geven beide varianten aan dat op de lange termijn geen behoefte is aan extra eengezinswoningen in de huursector: door de vergrijzing komen in de toekomst meer dan voldoende eengezinswoningen vrij. Als deze eengezinswoningen ook geschikt zijn voor bewoning door mensen met beperkingen (waaronder ouderen) zal het mogelijk zijn een deel van de behoefte aan appartementen in dit segment op te vangen (substitutie). Ook kan men bekijken of de grondgebonden huurwoningen die ouderen vrijmaken niet ook geschikt zijn voor jongeren. Vanwege de toenemende behoefte aan grondgebonden koopwoningen is verkoop van grondgebonden huurwoningen ook een mogelijkheid.

Het belangrijkste verschil in de uitkomsten van beide behoefteramingen is dat er meer behoefte is aan dure koopwoningen en betaalbare huurwoningen wanneer rekening wordt gehouden met de huidige fricties en de regels van het passend toewijzen. Het gaat daarbij om huurwoningen tussen €410 en €587 en koopwoningen tussen €300.000 en €450.000. Rekeninghoudend met de fricties er ook een behoefte aan duurdere huurwoningen met een huurprijs tussen €711 en €850 euro. Deze duurdere segmenten in de huur- en de koopsector komen nu weinig voor in de regio Drechtsteden. Vanwege het doortrekken van de huidige woonpatronen komt de behoefte aan deze segmenten in de trendmatige variant niet sterk naar voren. Uit de huidige fricties blijkt echter dat er wel degelijk vraag is naar deze segmenten. De grotere vraag naar dure woningen is in de woningbehoeftevariant inclusief fricties ook terug te zien in een grotere behoefte aan grote woningen. Geen van beide woningbehoefteramingen biedt een blauwdruk voor een woningbouwprogramma. Zij dienen vooral als input voor de beleidsmatige discussie daarover. Daarbij spelen naast deze uitkomsten ook bestuurlijke opvattingen over de gewenste ontwikkelingsrichting van de regio een rol: willen de gemeenten en corporaties de regionale woningmarkt zo houden zoals die is of meer ruimte bieden voor bepaalde doelgroepen?

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

35

Ontwikkeling woningvoorraad In dit hoofdstuk inventariseren we de huidige woningbouwplannen in de regio en confronteren deze, zover mogelijk, met de woningbehoefteramingen uit het vorige hoofdstuk.

Nieuwbouwplannen In de regio Drechtsteden staan er voor de komende periode circa 9.508 nieuwbouwwoningen op de planning (hard en zacht). Ook worden er circa 2.056 woningen onttrokken, waardoor de absolute toename op circa 7.500 woningen uitkomt (de opgeleverde woningen in 2016 zijn hier niet in meegenomen). In tabel 8-1 staat per gemeente en bouwperiode het aantal nieuwbouwwoningen weergegeven op basis van actuele cijfers over de regio Drechtsteden uit de Planmonitor van de Provincie Zuid-Holland (maart 2017). Nieuwbouwplannen kunnen veranderen, dus de cijfers vormen een momentopname. De prognose Primos 2016 gaat uit van een toename van 4.420 huishoudens tussen 2016 en 2021 en van 5.140 tussen 2021 en 2031 (zie hoofdstuk 6). Deze aantallen kunnen niet één op één vergeleken worden met de aantallen uit de Planmonitor, omdat de periodes verschillen. Ook moet rekening worden gehouden met het aantal woningen dat in de zelfde periode wordt onttrokken aan de voorraad (veelal goedkope en betaalbare sociale huurwoningen) . In totaal gaat het om circa 2.056 te slopen woningen, maar de periode is niet bekend. Ondanks de databeperkingen kunnen we zeggen dat de geplande aantallen globaal gezien in lijn liggen met de verwachte groei van het aantal huishoudens. Dat wil niet zeggen dat er al voldoende plannen zijn en dat er geen nieuwe plannen meer nodig zijn.

In de praktijk blijkt immers dat een deel van de plannen niet of pas later gerealiseerd wordt. tabel 8-1 Overzicht (nog te realiseren) nieuwbouwplannen naar periode (bron: Provinciale Planmonitor maart 2017, bewerking RIGO)

2015-2016 Alblasserdam

2017-2019

2020-2024

2025-2029

na 2029

166

222

389

-

Dordrecht

2

1.259

2.022

472

Hardinxveld-Giessendam

94

310

360

167

-

931

560

912

111

-

1.583

355

145

-

-

609

602

568

-

-

1.170

-

Hendrik-Ido-Ambacht

-

Papendrecht Sliedrecht

94 -

Zwijndrecht

93

286

269

-

totaal

449

3.594

4.665

750

-

totaal 777

35

3.790

648 35

9.508

Vier vijfde van de geplande nieuwbouw bestaat uit koopwoningen: 5.082 eengezinswoningen en 2.612 appartementen. In de huursector komen er ongeveer evenveel eengezinswoningen (677) bij als appartementen (638). In tabel 8-2 en tabel 8-3 staan de nieuwbouwplannen per gemeente uitgesplitst naar eigendom en woningtype en naar eigendom en prijsklasse. Voor 572 woningen (6%) van de nieuwbouwwoningen is de invulling nog onbekend. Van 266 koopwoningen in Alblasserdam is het type nog niet bekend, maar wel het eigendom.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

36

tabel 8-2 Overzicht (nog te realiseren) nieuwbouwplannen (hard en zacht) naar eigendom en type 2016-2031 (bron: Provinciale Planmonitor maart 2017)

koop

eengezins

Alblasserdam 212

HardinxveldDordrecht Giessendam 1.700 775

Hendrik-IdoAmbacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht 1.350 301 539 205

meergezins

58

1.371

onbekend

266

-

eengezins

28

462

76

41

meergezins

63

257

38

94

onbekend/geen detailplanning

150

-

-

totaal

777

3.790

sloop

1

1.639

huur

42 -

98 -

totaal 5.082

115

472

117

2.273

-

-

-

266

-

23

47

677

8

136

42

638

-

185

-

237

572

931

1.583

609

1.170

648

9.508

7

-

80

175

143

2.045

Van een deel van de koopwoningen (28%) is de verkoopprijs nog niet bekend. Binnen de huursector worden de meeste woningen toegevoegd in het sociale segment (1.087). Daarnaast staan 194 markthuurwoningen in de planning. Van de overige 34 huurwoningen is het prijssegment nog niet bekend. De meeste koopwoningen hebben een verkoopwaarde van meer dan 350.000 euro (1.929). Slechts 90 woningen hebben een verkoopwaarde van minder dan 175.000 euro. tabel 8-3 Overzicht (nog te realiseren) nieuwbouwplannen naar eigendom en prijsklassen 2016 2031 (bron: Provinciale Planmonitor maart 2017)

koop

huur

< 175.000

Alblasserdam 39

HardinxveldDordrecht Giessendam 51 -

Hendrik-IdoAmbacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht -

totaal 90

175.000 - 250.000

29

847

41

511

167

43

118

1.756

250.000 - 350.000

9

1.073

26

435

38

6

99

1.686

> 350.000

129

1.056

36

477

118

8

105

1.929

onbekend

330

44

714

25

93

954

-

2.160

sociaal

91

589

76

121

-

159

51

1.087

14

-

-

38

194

markt

-

130

12

onbekend

-

-

26

onbekend/geen detailplanning

150

-

-

totaal

777

3.790

sloop

1

1.639

-

8

-

-

34

-

185

-

237

572

931

1.583

609

1.170

648

9.508

7

-

80

175

143

2.045

Plannen versus behoefte In hoeverre sluiten de huidige plannen aan bij de woningbehoefteramingen uit hoofdstuk 7? In tabel 8-4 en tabel 8-5 worden de cijfers uit de planmonitor vergeleken met de uitbreidingsopgave volgens de trendmatige woningbehoefte en de woningbehoefte inclusief fricties. Daarbij concentreren we ons op de kwalitatieve invulling van de plannen: is die in lijn met de behoefte? De aantallen zijn niet goed één op één met elkaar te vergelijken, vanwege de nog onbekende invulling van circa 600 woningen plus circa 2.200 woningen waarvan de prijs nog niet bekend is. In de analyse kijken we daarom alleen naar de woningen waarvan het eigendom en type of prijsklasse bekend is. De rechter tabel geeft de verdeling weer van de pl annen exclusief de onbekenden.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

37

Zover bekend bestaat 85% van de geplande nieuwbouw uit koopwoningen en de overige 15% uit huurwoningen. Deze verhouding sluit goed aan bij de uitbreidingsopgave volgens de trendmatige behoefteraming. Volgens de tweede behoefteraming, waarin rekening wordt gehouden met de huidige fricties, zou het aandeel koopwoningen nog hoger mogen zijn (92%). De woningbehoefteramingen geven aan dat er al meer dan voldoende eengezinswoningen in de huursector zijn, terwijl er in de huursector wel behoefte is aan extra appartementen. Toch bestaat meer dan de helft van de geplande huurwoni ngen uit eengezinswoningen. De keuze om in de huursector eengezinswoningen bij te bouwen is mede afhankelijk van opvattingen over de woningkwaliteit die corporaties willen leveren. In de praktijk zijn eengezinswoningen in de huursector populair onder woningzoekenden. Als de corporaties ervoor kiezen om het aantal eengezinswoningen uit te breiden, dan wordt het voor een bredere groep huurders mogelijk om in een eengezinswoning te wonen. Hierdoor kan in de huursector een vraagverschuiving plaatsvinden van appartementen naar eengezinswoningen. tabel 8-4 Verdeling van nieuwbouwplannen uit de Planmonitor naar eigendom en woningtype, de trendmatige woningbehoefte en de woningbehoefte inclusief fricties tot 2031

koop

huur

plan-

trend

frictie

plan-

trend

frictie

monitor

behoefte

behoefte

behoefte

behoefte

eengezins

5.082

5.760

6.830

eengezins

monitor* 59%

64%

75%

meergezins

2.273

2.050

1.510

meergezins

26%

23%

17%

onbekend

266

eengezins

8%

-12%

-6%

eengezins

677

-1.090

-550

meergezins

7%

meergezins

638

2.360

1.280

totaal

100%

26% 100%

14% 100%

9.070

9.070

koop totaal

85%

86%

92%

huur totaal

15%

14%

8%

eengezins totaal

66% 34%

51% 49%

69% 31%

onbekend/geen detailplanning

koop huur

572

totaal

9.508

sloop

2.056

meergezins totaal * exclusief onbekend/geen detailplanning

De meeste koopwoningen (66%) die op de planning staan, hebben een verkoopprijs vanaf €250.000. Dit aandeel is hoger dan bij de uitbreidingsbehoefte wanneer rekening wordt gehouden met de huidige fricties. Slechts 2% van de geplande koopwoningen heeft een verkoopprijs tot €175.000; veel minder dan de uitbreidingsbehoefte volgens beide ramingen. Als onvoldoende goedkope koopwoningen worden gebouwd, kan de behoefte wellicht verschuiven naar de huursector.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

38

tabel 8-5 Verdeling van nieuwbouwplannen uit de Planmonitor naar eigendom en prijsklassen, de trendmatige woningbehoefte en de woningbehoefte inclusief fricties tot 2031

koop

huur

plan-

trend

frictie

plan-

trend

frictie

monitor* 90

behoefte 2.370

behoefte 1.650

monitor* 2%

behoefte

behoefte

30%

20%

175.000 - 250.000

1.756

2.540

2.180

175.000 - 250.000

32%

33%

26%

> 250.000

3.615

2.900

4.500

> 250.000

66%

onbekend

2.160

totaal

100%

37% 100%

54% 100%

totaal

7.621

7.810

8.340

sociaal (< €711)

85%

92%

38%

sociaal (< €711)

1.087

1.160

280

markt (> €711)

15%

markt (> €711)

194

100

460

totaal

100%

8% 100%

62% 100%

1.260

740

9.070

9.070

< 175.000

onbekend totaal onbekend/geen detailplanning

huur

< 175.000

* exclusief onbekend/geen detailplanning

34 1.315

koop

572

totaal

9.508

sloop

2.056

In de huursector is 85% van de nieuwbouwwoningen in het sociale deel gepland. Gezien de huidige prijsverdeling van de huurvoorraad (zie hoofdstuk 3) betekent dit een toename van het aandeel huurwoningen in de vrije sector. Uit de huidige fricties blijkt dat deze toename gewenst is. Volgens de behoefteraming die rekening houdt met deze fricties zou zelfs meer dan de helft van de nieuwe huurwoningen in de vrije sector gebouwd kunnen worden.

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

39

Bijlage 1 Factsheets per gemeente

Eindrapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld

40

Factsheet Woningmarktonderzoek Drechtsteden Alblasserdam Huishoudens Alblasserdam

Drechtsteden

60%

20% 10%

16%

16%

16%

65 tot 75

30%

< € 22.100 € 22.100 tot € 30.050 € 30.050 tot € 35.739 € 35.739 tot € 39.874 € 39.874 tot € 45.000 > € 45.000 totaal

36%

34%

30%

55 tot 65

40%

Alblasserdam abs. % 1.810 22% 1.170 15% 630 8% 400 5% 510 6% 3.530 44% 8.060 100%

51%

50%

1%

type

75+

23 tot 55

< 23

3+p

2p

1p

0%

Drechtsteden % 25% 13% 8% 5% 6% 42% 100%

leeftijd

Doelgroepen 0%

20%

totaal 1%

40%

51%

> € 45.000

80%

16%

66%

€ 39.874 tot € 45.000

59%

€ 35.739 tot € 39.874

48%

€ 30.050 tot € 35.739

43%

€ 22.100 tot € 30.050

12%

35%

23 tot 55 jaar

totaal

20%

40%

30%

10% 4%

> € 45.000

9%

€ 39.874 tot € 45.000

24%

39%

12%

€ 35.739 tot € 39.874

21%

49%

18%

6%

€ 30.050 tot € 35.739

19%

61%

30% 48%

30%

16%

34%

< € 22.100

69%

eenpersoons

tweepersoons

75+

37%

32%

26%

65 tot 75 jaar

100%

36%

33%

€ 22.100 tot € 30.050

55 tot 65 jaar

80%

34%

20%

25%

10%

60%

16%

24%

13%

0%

100%

16%

15% 15%

32%

< € 22.100 4% < 23 jaar

60%

45%

21% 44%

11% 20%

12%

drie- en meerpersoons

Woningvoorraad Drechtsteden

48%

6% 4%

16%

15%

12%

Alblasserdam

50%

4%2%

18%

16%

9%

0%

10%

20%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

koop eg

koop mg met lift

koop mg zonder lift

huur eg

huur mg met lift

huur mg zonder lift

25%

46%

Drechtsteden

7%

20%

Alblasserdam

7%

22%

0%

30%

10%

20%

< 40 m2

30% 30%

40%

40 tot 60

koop

40%

50%

60%

60 tot 80

70%

80%

80 tot 100

90%

100%

> 100 m2

< €177.400 €177.400 - €250.000 €250.000 - €300.000 €300.000 - €450.000 > €450.000 corporatie < kwalk.gr (< 410) huur 1ste aftopgr. (410 - 587) 2de aftopgr. (587 - 629) lib. grens (629 - 711) dure huur tot 850 dure huur > 850 particuliere huur totaal

Alblasserdam abs. % 950 12% 1.910 24% 1.170 15% 150 2% 310 4% 430 5% 1.650 21% 190 2% 200 3% 20 0% 10 0% 940 12% 7.920 100%

Drechtsteden 17% 22% 14% 2% 3% 5% 18% 3% 4% 0% 0% 11% 100%

Actuele fricties 700

700 700

700

600

600 600

600

500

500 500

500

400

400 400

400

300

300 300

300

200

200 200

200

100

100 100

100

0

0 eg

mg

eg

koop vraag doorstromers

250

0

mg huur

vraag starters

0 < 40 m2

40 tot 60 m2

60 tot 80 m2

vraag doorstromers

aanbod

250

250

80 tot 100 m2 vraag starters

> 100 m2

onbekend

aanbod

250

250

250

250

250

200

200

200

200

150

150

150

150

100

100

100

100

50

50

0

0

50

50

< €177.400

€177.400 €250.000

€250.000 €300.000

€300.000 €450.000

> €450.000

0

0 < 410

410 - 587

587 - 629

711 - 850

> 850

huur

koop vraag doorstromers

629 - 711

vraag starters

vraag doorstromers

aanbod

vraag starters

aanbod

40%

70%

Woonsituatie 1.200

0%

koopwoning

1.000

10%

20%

totaal

huurwoning

30%

< 25

25-34

35-44

45-54

55-64

65-74

75-84 > 84 jaar

29%

15% 2% 14% 2%

53%

17% koop

15% 1%

37%

29%

< € 22.100

0

8% 7%0%

47%

€ 22.100 tot € 30.050

63% corporatie huur

90% 100% 12% 2%

21%

55%

€ 30.050 tot € 35.739

200

31%

64%

€ 35.739 tot € 39.874

400

80%

85%

€ 39.874 tot € 45.000

600

60%

56%

> € 45.000

800

50%

particuliere huur

16%

2%

16%

4%

onzelfstandig

Passend wonen - corporatie huur

1 persoon

< kwalk.gr. (< 410) 1ste aft. (410 - 587) 2e aft.gr.(587 - 629) 210 560 50 90 190 20 10 60 10 30 130 20 20 180 20 10 100 10 10 50 10 40 10 20 10 80 20 10 80 10 40 170 40 440 1.650 190 Alblasserdam Drechtsteden passend 1.300 53% 52% niet-passend te duur 190 8% 11% niet passend te goedkoop 480 20% 16% goedkoop scheef 500 20% 20% sociale voorraad 2.480 100% 100%

lib. gr.(629 - 711) 50 20 10 20 30 10 10 10 10 10 30 200

< € 22.100 € 22.100 tot € 30.050 € 30.050 tot € 35.739 2 personen < € 22.100 € 22.100 tot € 30.050 € 30.050 tot € 35.739 3+ personen < € 22.100 € 22.100 tot € 30.050 € 30.050 tot € 35.739 € 35.739 tot € 39.874 € 39.874 tot € 45.000 > € 45.000 totaal corporatie huur

> 711 euro 10 10 30

totaal 860 320 80 200 250 130 80 50 30 120 110 290 2.500

Demografische ontwikkelingen - Primos 2016

< 25 jaar

25-45 jaar

45-65 jaar

65-75 jaar

> 75 jaar

totaal

alleenstaand paar gezin alleenstaand paar gezin alleenstaand paar gezin alleenstaand paar gezin alleenstaand paar gezin

2016 120 50 30 500 350 1.500 630 740 1.540 430 760 100 720 540 50 8.060

2021 150 60 50 460 310 1.490 680 740 1.600 430 740 130 830 650 30 8.360

2031 2016-2021 2016-2031 110 30 -10 40 10 -20 50 10 20 410 -40 -90 260 -40 -90 1.690 -10 190 630 60 0 670 10 -70 1.480 60 -60 400 0 -30 730 -20 -30 200 30 100 1.030 100 310 780 110 250 70 -20 10 8.540 300 490

Alblasserdam 2016-2021 2016-2031 29% -9% 19% -28% 36% 48% -8% -18% -12% -26% -1% 12% 9% 0% 1% -9% 4% -4% 1% -6% -3% -4% 33% 104% 14% 43% 21% 46% -37% 26% 4% 6%

Drechtsteden 2016-2021 2016-2031 10% 0% 8% -8% 12% 28% 3% 2% 1% -14% -1% 12% 8% 8% -6% -20% 1% -10% 14% 33% 3% 1% 15% 65% 12% 53% 11% 48% -11% -7% 4% 8%

Ontwikkeling doelgroepen 2016 < € 22.100 € 22.100 tot € 30.050 € 30.050 tot € 35.739 € 35.739 tot € 39.874 € 39.874 tot € 45.000 > € 45.000 totaal

neg 160 50 20 20 10 30 300

1.810 1.170 630 400 510 3.530 8.060

2016-2021 basis 120 60 20 20 10 70 300

pos 100 50 20 20 10 100 300

neg 260 90 40 30 20 60 490

2016-2031 basis 170 70 40 30 20 160 490

pos 100 40 30 30 20 260 490

Woningbehoefte - trend 500

negatief basis positief

400 300

500

negatief basis positief

400 300 200

200

100

100

0

0

-100

-100

-200

-200 eengezins

meergezins

eengezins

koop

< €177.400

meergezins huur

> €300.000

< € 587

€587 - €711

koop

2016 koop corporatie particulier onzelfstandig Totaal koop eengezins koop meergezins huur eengezins huur meergezins onzelfstandig totaal < €177.400 €177.400 - €250.000 €250.000 - €300.000 €300.000 - €450.000 > €450.000 < kwalk.gr (< 410) 1ste aftopgr. (410 - 587) 2de aftopgr. (587 - 629) liberalisatiegr. (629 - 711) dure huur tot 850 (711 - 850) dure huur > 850 onzelfstandig Totaal eg mg met lift mg zonder lift onzelfstandig Totaal < 40 m2 40 tot 60 60 tot 80 80 tot 100 > 100 m2 onzelfstandig Totaal

< €177 €300

4.480 2.500 940 140 8.060 3.990 500 1.460 1.990 140 8.060 950 1.910 1.170 150 310 580 1.840 250 390 210 170 140 8.060 5.440 1.580 900 140 8.060 50 550 1.780 2.360 3.180 140 8.060

neg 180 80 20 20 300 140 40 20 80 20 300 50 70 50 10 10 30 50 10 10 0 0 20 300 160 90 30 20 300 0 20 80 80 100 20 300

2016-2021 basis 200 50 20 20 300 160 40 10 70 20 300 50 70 60 10 20 30 40 10 10 0 0 20 300 170 80 20 20 300 0 10 70 70 130 20 300

pos 230 30 20 20 300 190 40 0 50 20 300 50 70 70 10 30 20 20 0 0 0 0 20 300 190 80 20 20 300 0 10 60 60 150 20 300

neg 430 50 -30 30 490 360 70 -70 90 30 490 100 190 120 20 10 10 20 10 0 -10 -10 30 490 290 180 -20 30 490 0 0 110 140 200 30 490

huur

2016-2031 basis 500 -10 -30 30 490 420 80 -100 50 30 490 100 180 160 30 40 0 -20 0 -10 -10 0 30 490 320 170 -40 30 490 0 -10 90 120 260 30 490

pos 560 -70 -30 30 490 470 100 -120 20 30 490 90 170 200 40 70 -20 -60 -10 -20 -10 10 30 490 340 170 -50 30 490 -10 -30 70 90 330 30 490

> €711

Woningbehoefte - wensen (fricties)

koop

< €177.400 < €177.400 - €250.000 < €250.000 - €300.000 < €300.000 - €450.000 > €450.000 < 410 410 - 587 587 - 629 629 - 711 711 - 850 > 850

huur

onzelfstandig totaal 600

situatie 2016 950 1.910 1.170 150 310 580 1.840 250 390 210 170 140 8.060

behoefte incl. fricties 2016-2031 20% 90 26% 120 25% 110 24% 110 8% 40 -7% -30 5% 20 3% 10 -6% -30 4% 20 -3% -10 0% 30 0% 490

situatie 2016 3.990 500 1.460 1.990 140 8.060

koop

eg mg huur eg mg onzelfstandig totaal

behoefte incl. fricties 2016-2031 88% 400 15% 70 -13% -60 10% 40 0% 30 100% 480

600 < €177.400

500

€177 - €300 > €300.000

400

koop eg

500

koop mg 400

huur eg

< € 587 300

€587 - €711 > €711

200

200

100

100

0

0

-100

huur mg

300

-100 fricties 2016

behoefte 20162031

behoefte incl. fricties 2016-2031

fricties 2016

behoefte 2016-2031 behoefte incl. fricties 2016-2031

Behoefte vs planmonitor 2016-2031

koop

eengezins meergezins onbekend huur eengezins meergezins onbekend/geen detailplanning totaal sloop

koop

< 175.000 175.000 - 250.000 250.000 - 350.000 > 350.000 onbekend huur totaal huur sociaal (< €711) onbekend onbekend/geen detailplanning totaal sloop

plantrend frictie monitor behoefte behoefte 212 420 400 58 80 70 266 28 -100 -60 63 50 40 150 777 450 450

planmonitor 39 29 9 129 330 91 91 0 150 777 1

koop huur

eengezins meergezins eengezins meergezins

totaal sloop * exclusief onbekend/geen detailplanning

koop

huur

< 175.000 175.000 - 250.000 > 250.000 totaal huur sociaal (< €711)

totaal sloop * exclusief onbekend/geen detailplanning

planmonitor* 59% 16% 8% 17% 100% -

trend frictie behoefte behoefte 91% 88% 18% 15% -21% -14% 11% 10% 100% 100%

planmonitor* 13% 10% 46% 31% 31% 100% 1

trend frictie behoefte behoefte 21% 20% 39% 26% 49% 58% -10% -4% -8% -5% 100% 100% -

Behoefte sociale huur (trendmatig en bij afname scheefheid) 2016 huidige situatie 3.620

A. doelgroep van beleid Waarvan woonachtig in: B. sociale voorraad (DAEB) 2.000 C. koop en particuliere huur 1.620 D. sociale voorraad bewoond door overige huishoudens 500 E. = B+D sociale voorraad 2.500 ontwikkeling 2016-2031 ontwikkeling 2016-2031 bij afname scheefheid 3%

negatief 3.990

2031 basis 3.890

positief 3.790

2.070 1.920

2.010 1.890

1.950 1.840

480 2.540 40 -40

470 2.480 -20 -90

480 2.420 -80 -160

Tabellen woonruimteverdeling lokaal instroom

uitstroom

6%

10%

2% 4%

7% 0%

16%

14%

9%

11%

11%

12%

63%

64%

71%

tot 23 jaar

23 tot 55 jaar

55 tot 65 jaar

65 tot 75 jaar

vanaf 75 jaar

lokaal

instroom

uitstroom

21%

22%

29% 44%

49%

52%

30%

27% 27%

1 persoon

2 personen

3 of meer personen

lokaal instroom 9%

uitstroom

0%

7% 4%

5%0%

0%

13%

9% 21%

44%

49%

24%

52% 16%

14%

tot €22.100

15%

€22.100 tot €30.050

18%

€30.050 tot €35.739

€35739 tot €39.874

€39.874 tot €45.000

vanaf €45.000

lokaal instroom

uitstroom 16% 27%

27% 9%

51%

1% 3% 10%

5%

18% 31%

4% 100%

Alblasserdam

Dordrecht

Hardinxveld-Giessendam

Hendrik-Ido-Ambacht

Papendrecht

Sliedrecht

Zwijndrecht

overig

Factsheet Woningmarktonderzoek Drechtsteden Dordrecht Huishoudens Dordrecht

Drechtsteden 54%

60% 38%

33%

30% 20% 10%

17%

14%

12%

2%

75+

23 tot 55

< 23

3+p

2p

1p

0%

type

abs. 15.610 7.400 4.320 3.100 3.550 20.610 54.580

< € 22.100 € 22.100 tot € 30.050 € 30.050 tot € 35.739 € 35.739 tot € 39.874 € 39.874 tot € 45.000 > € 45.000 totaal

29%

65 tot 75

40%

55 tot 65

50%

Dordrecht % 29% 14% 8% 6% 7% 38% 100%

Drechtsteden % 25% 13% 8% 5% 6% 42% 100%

leeftijd

Doelgroepen 0%

20%

40%

totaal 2%

60%

54%

> € 45.000

80%

17%

14%

63%

0%

100% totaal

12%

23%

20%

40%

38%

10% 4%

> € 45.000

32% 36%

12%

56%

18%

17%

9%

€ 35.739 tot € 39.874

54%

16%

18%

11%

€ 35.739 tot € 39.874

€ 30.050 tot € 35.739

51%

14%

€ 30.050 tot € 35.739

46%

23%

€ 22.100 tot € 30.050

50%

19%

< € 22.100

68%

eenpersoons

tweepersoons

€ 22.100 tot € 30.050

42%

< € 22.100 < 23 jaar

13%

22%

7%

48%

13%

13%

23 tot 55 jaar

55 tot 65 jaar

65 tot 75 jaar

75+

100%

29%

39%

€ 39.874 tot € 45.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/736/documents/9758