CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

211125_ANTW_TECH.VR_Spruijt_SGP-ChristenUnie_Omgevingsvisie Sliedrecht 30 november 2021.pdf

Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 30 november 2021, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 12: FYS – Omgevingsvisie Sliedrecht21.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beoordeling gemaakte keuzes van de Omgevingsvisie De beoordeling van de scenario’s helpt de gemeente om keuzes te maken voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Deze keuzes worden in het OER vervolgens beoordeeld. Vanuit deze beoordeling worden aandachtspunten en aanbevelingen meegegeven. Ook signaleert het OER voor welke thema’s of aspecten het monitoren en evalueren van de effecten gewenst is. Monitoring en evaluatie helpt de gemeente om ‘de vinger aan de pols te houden’. Grip houden op de effecten op de omgeving en tijdig ingrijpen als dat nodig is.

Blad 30 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

7.2

Beoordelingskader Opbouw in thema’s en aspecten Het OER richt zich op de fysieke leefomgeving. Hoe de leefomgeving er nu uitziet, hoe die zich ontwikkelt de komende jaren en wat de effecten van de opgaven uit de omgevingsvisie op de leefomgeving zijn. Dat roept de vraag op wat er precies verstaan wordt onder leefomgeving. Welke thema’s horen daarbij, welke aspecten worden meegenomen? Het totaal aan thema’s en aspecten dat meegenomen wordt in het OER wordt het beoordelingskader genoemd. Het beoordelingskader is ingedeeld aan de hand van de hoofduitgangspunten uit de omgevingsvisie. Tabel 7.1 Beoordelingskader OER Omgevingsvisie Sliedrecht

Hoofduitgangspunten Ruimtelijke vernieuwing

Thema’s Woningbouw

Aspecten (criteria) • Omvang van de woningvoorraad • Kwalitatieve woningvoorraad

Ruimtelijke kwaliteit: historisch, groen en adaptief

•

Duurzaamheid

•

Bereikbaarheid

• •

Zichtbaarheid, herkenbaarheid en beleving van cultuurhistorisch erfgoed Kwaliteit openbare ruimte Klimaatadaptief (waterberging, verkoelend effect groen/blauw) Energiebehoefte en duurzame energieopwekking Circulariteit: materiaalgebruik en afvalstromen Doorstroming op het wegennet OV- en fietsgebruik

Milieu en gezondheid

• • • • • • • • • • • • • •

Milieuhinder Geluidbelasting Luchtkwaliteit Hittestress Geurhinder Lichthinder Omgevingsveiligheid Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Gezondheidsbevordering Ruimte voor sport en recreatie Ruimte voor activiteiten en evenementen Aanbod aan werkgelegenheid Voorzieningenniveau

• •

Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland, Ecologische verbindingszones en stiltegebieden

• •

•

Veilige, gezonde en inclusieve samenleving

Sociaal, veilig en gezond

Ondernemend en betrokken

Natuur en landschap

Sport, cultuur en recreatie Vitale bedrijventerreinen en een levendig centrum Beschermde natuurgebieden

Blad 31 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Biodiversiteit

•

Effecten op flora en fauna

Landschappelijke waarden

• •

Aardkundige en archeologische waarden Landschappelijke kwaliteiten

In paragraaf 5.5 zijn opgaven en ambities benoemd die meegenomen moeten worden in de effectbeoordeling. Deze hebben een plek gekregen in het beoordelingskader. Zo is de opgave voor bereikbaarheid en mobiliteit terug te vinden bij het thema ‘bereikbaarheid’. De opgave voor energie is terug te vinden bij het thema ‘duurzaamheid’. Het beoordelingskader kan gezien worden als de reikwijdte van het OER. Het laat zien welke thema’s een plek krijgen in het OER. Ook hiervoor geldt dat dit niet in beton gegoten is. De NRD is bedoeld om hierover advies in te winnen.

7.3

Detailniveau De omgevingsvisie beschrijft toekomstige ontwikkelingen op hoofdlijnen. Dit betekent dat er geen concrete uitspraken gedaan worden over bijvoorbeeld het aantal en de type woningen per ontwikkellocatie of een exact aantal vierkante meters groen. Het gaat meer om kaders met een hoog abstractieniveau (minder gedetailleerd). Het OER sluit aan bij het detailniveau van de omgevingsvisie. Dit betekent dat in het OER geen gedetailleerde onderzoeken, zoals verkeersmodellen of geluidberekeningen, plaatsvinden. Dat is niet zinvol om de abstracte kaders van de omgevingsvisie te beoordelen. De beoordeling zal voornamelijk kwalitatief zijn, op basis van expert judgement. Waar nodig worden kengetallen of globale berekeningen gebruikt ter ondersteuning van de beoordeling.

7.4

Plangebied en studiegebied In het OER wordt onderscheid gemaakt tussen plangebied en studiegebied. Plangebied Het plangebied is het gebied waar ontwikkelingen voorzien zijn. In dit geval betreft dit de gehele gemeente. De Omgevingsvisie heeft namelijk betrekking op heel Sliedrecht. De beschrijving en beoordeling van de referentiesituatie is dan ook gericht op heel Sliedrecht. Als het gaat om ontwikkelingen die betrekking hebben op een specifieke locatie, zoals woningbouw in de polder, zal op die locatie ingezoomd worden. Studiegebied Het studiegebied is het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen op (kunnen) treden. Dat kan groter zijn dan het plangebied. Verkeerseffecten verspreiden zich over het wegennet, luchtverontreiniging verspreid zich door de lucht naar aangrenzende gemeenten en natuurgebieden. Het studiegebied verschilt per thema. In het OER wordt daarom per thema het studiegebied bepaald.

Blad 32 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Bijlage I - Beleidskader Bij het opstellen van de omgevingsvisie en het OER dient rekening gehouden te worden met beleid van de nationale overheden, de provincie en regionale samenwerkingsverbanden. Dit beleid kan consequenties hebben voor het beleid van de gemeente Sliedrecht. Deze beleidsstukken en de mogelijke consequenties daarvan zijn in dit hoofdstuk kort toegelicht.

Nationaal beleid Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor grote maatschappelijke ingewikkelde opgaven, zoals droogte, extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de bouw van 1 miljoen woningen. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. In de NOVI wordt weergegeven voor welke uitdagingen Nederland staat en wat daarbij de belangen zijn. Er wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven om de grote opgaven aan te pakken. De NOVI stelt het versterken van de omgevingskwaliteit centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. De belangrijkste keuzes in de NOVI zijn:  Een klimaatbestendige inrichting van Nederland.  De verandering van de energievoorziening.  De overgang naar een circulaire economie.

 De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland.  Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.  Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Conclusie De opgaven uit NOVI, zoals de opgave voor klimaatbestendige inrichting en verandering van energievoorziening gelden ook voor de Omgevingsvisie Sliedrecht. Deze opgave komen daarin terug en worden ook meegenomen in het OER. In de NOVI zijn verder geen directe bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het grondgebied van de gemeente Sliedrecht.

Blad 33 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Wet milieubeheer M.e.r.-plicht De Wet milieubeheer (Wm) regelt een groot aantal verschillende milieuaspecten. Zo is ook de Europese verplichting tot milieueffectrapportage uitgewerkt in deze wet. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Op deze manier krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde categorie C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde categorie D-activiteiten). 

De m.e.r.-procedure is van toepassing op categorie C-activiteiten die de drempelwaarde overschrijden. Voor activiteiten die deze drempelwaarde overschrijden staat op voorhand vast dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze gevolgen moeten worden onderzocht in een m.e.r.-procedure. Daarnaast zijn er ook de categorie D-activiteiten. Het bevoegd gezag moet hiervoor beoordelen of er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen en moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd.

Procedure De NRD is de eerste formele stap in de m.e.r.-procedure, waarbij in hoofdlijnen wordt beschreven hoe de m.e.r.-procedure wordt ingestoken. De volgende stap is het verder uitwerken van de kernopgaven naar ambities en eventueel nieuw beleid. Het OER beoordeelt de kernopgaven op de effecten op de fysieke leefomgeving. Per kernopgave brengt het OER in beeld wat dit betekent voor de fysieke leefomgeving. Aandachtspunten of mogelijke conflicten tussen de opgaven komen hiermee naar voren. Deze beoordeling helpt de gemeente Sliedrecht bij het aanscherpen van opgaven of het maken van richtinggevende keuzes in de omgevingsvisie. In het OER worden deze gemaakte keuzes vervolgens integraal beoordeeld. Conclusie Het opstellen van een omgevingsvisie is niet als zodanig opgenomen in categorie C of D van het Besluit m.e.r. De activiteiten en opgaven van de omgevingsvisie, zoals de woningbouwopgave en de opgave voor duurzame energie, zijn hier wel in opgenomen. Aangezien de omgevingsvisie voor deze activiteiten de kaders stelt, is de omgevingsvisie kaderstellend voor toekomstige ontwikkelingen. Het doorlopen van de m.e.r.-procedure en het opstellen van een MER is dan ook verplicht vanuit de Wet milieubeheer. Met het opstellen van deze NRD en het starten van de procedure voor de m.e.r. voldoet de gemeente aan deze verplichting uit de Wet milieubeheer.

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) bevat de regels rondom de bescherming van natuurwaarden. In de Wnb heeft het rijk alle verplichtingen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000- gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden.

Blad 34 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Wanneer significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten kunnen worden, volgt uit de Wnb dat een passende beoordeling moet worden opgesteld. Dit wordt onderzocht via een zogenaamde voortoets. Conclusie Vanwege de nabijheid van Natura 2000-gebieden (onder andere De Biesbosch) zijn negatieve effecten niet uit te sluiten. Bij deze NRD is een voortoets opgesteld om te bepalen of het opstellen van een passende beoordeling noodzakelijk is. Hiermee wordt voldaan aan de bepalingen uit de Wnb.

Provinciaal beleid Provinciale omgevingsvisie De provincie Zuid-Holland heeft per 1 april 2019 de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en omgevingsverordening in werken laten treden. De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen:  Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur;  De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing;  Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor ruimtelijke kwaliteit;  Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit meerdere kaartbeelden. De relevante kaartbeelden voor Sliedrecht zijn:  Het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via HOV verbonden regiokernen. De provincie koppelt de ruimtelijke ontwikkeling aan het op orde brengen en opwaarderen van het mobiliteitsnetwerk.  De hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht. Kennis, hoogstedelijke voorzieningen en de diensteneconomie zijn en worden geconcentreerd in het deel van de stedelijke agglomeratie dat ligt rond de lijn Leiden-Dordrecht.

 De samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie  De groene ruimte en de groenblauwe structuur: De groene ruimte draagt in hoge mate bij aan de biodiversiteit in de provincie en kent kwaliteiten die onderscheidend en uniek zijn vanwege de typisch Zuid-Hollandse combinatie van deltalandschappen.  Het bodem- en watersysteem: Klimaatverandering, toenemende verzilting, inklinking en het veranderend ruimtegebruik (ook in de ondergrond) vergen aanpassingen van keuzes in het bodem- en watersysteem, die in veel gevallen invloed hebben op de ruimtelijke ordening.  Energie: De provincie streeft naar een substantiële verhoging van het aandeel duurzame energie in 2020 in Zuid-Holland. Ambities en sturing Zuid-Holland zet in op vernieuwing om slimmer, schoner en sterker te worden. Waar Zuid-Holland nu vergelijkenderwijs nog achter blijft bij andere regio’s moet de overgang ingezet worden van de

Blad 35 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

oude op fossiele grondstoffen gebaseerde economie naar groen en digitaal. Met de inzet op innovatie, hergebruik en nieuwe energie. De provincie wil meer ruimte en vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. Daarvoor werkt de provincie in haar omgevingsbeleid vanuit een aantal principes en kaders, als waarborg voor kwaliteit. Dat wordt gedaan aan de hand van sturingsprincipes. Opgavegericht, de maatschappelijke opgave zijn het vertrekpunt van het provinciaal handelen. Provinciaal belang, de provincie geeft richting aan een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Maatwerk, de provincie pakt opgave bij voorkeur samen met andere partijen op, dit vraag om; gebiedsgericht aanpak, uitgaan van passend schaalniveau en ruimte voor differentiatie. Hierbij heeft de provincie zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities staan niet op zichzelf, ze zijn geworteld in de historie, liggen en economische structuur en gekoppeld aan de strategische uitdagingen van de regio. Omgevingskwaliteit De provincie stelt het verbeteren van de omgevingskwaliteit centraal. Het streven is een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De leefomgevingskwaliteit wordt verder ontwikkelden aan de hand van de volgende onderdelen.

Unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, met de drie deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken. Een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit, de leefomgevingstoets. Deze is agenderend voor verdere beleidsontwikkeling. En als laatste een nadere uitwerking van het provinciaal beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Het laatste onderdeel wordt als volgt neergezet. De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag.

Verordening Naast de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie is er op 1 april 2019 ook een omgevingsverordening vastgesteld. De inhoud van deze verordening is ook bindend voor lagere overheden. Artikelen 6.9 en 6.10 van de verordening zijn relevant. In artikel 6.9 zijn voorwaarden geformuleerd ten aanzien van het bereiken van de gewenste omgevingskwaliteit die door de provincie zijn benoemd in de omgevingsvisie. Van belang is dat de ontwikkelingen passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit en dat er geen sprake is van wijzigingen op structuurniveau.

Gemeentelijk beleid Voor dat de concept omgevingsvisie opgesteld is zijn er twee documenten opgesteld kadernota en nota van uitgangspunten. Deze vormen de basis voor de concept omgevingsvisie.

Blad 36 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Kadernota 2021 In de kadernota legt het college de koers voor Sliedrecht aan de raad voor. Wat zijn de ambities voor het dorp? Waar liggen de essentiële opgaven? Wat gaan we concreet doen? En hoe verhoudt zich dat tot de beschikbare middelen en de ambtelijke organisatie? Er is een perspectief neergelegd voor de toekomst van Sliedrecht. Het college is ervan overtuigd dat een overalvisie – ook als koepel voor al vastgestelde deelvisies – noodzakelijk is om Sliedrecht blijvend te ontwikkelen. De opgave zijn groot en vragen om doorontwikkeling, verandering en vernieuwing. In de kadernota wordt de ontwikkeling van Sliedrecht aan de hand van drie kernopgaven weergegeven. “Ruimtelijke vernieuwing”; Evenwichtige ontwikkeling met focus op ruimte, kwaliteit en duurzaamheid. “Een veilige en inclusieve samenleving”; Een sterke sociale infrastructuur waarin iedereen meedoet naar vermogen. “Ondernemend en betrokken Sliedrecht”; Verbinden, organiseren en promoten. Deze kernopgaven worden verder onderbouwd met doelen en ambities. Deze kernopgaven komen integraal terug in de Omgevingsvisie en is in het OER terug te vinden bij het betreffende thema. Verkeers- en mobiliteitsplan 2017-2040 Het nieuwe Verkeer en mobiliteitsplan 2017-2040 beschrijft hoe het huidige verkeerssysteem en de wijze waarop dit functioneert.

Daarnaast beschrijft het de ontwikkelingen die worden voorzien en wat daarvan de effecten zijn op het gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid. Het plan biedt handvatten om sturing te geven aan het verkeersbeleid. Een van de uitgangspunten is een goede doorstroming en een goede bereikbaarheid met het autoverkeer. Ruimtelijke en verkeerskundige afstemming is hiervoor noodzakelijk en vraagt om een integrale benadering. Tot 2020 waren een aantal van korte-termijndoelen: het verbeteren van de verkeersveiligheid, garanderen van bereikbaarheid en verbeteren van de leefbaarheid. Voor de middellange termijn (tot 2030) wordt met name gekeken naar de structurele problemen op het gebied van doorstroming en leefbaarheid. De gemeente wil dit vervolgens samen met bewoners en bedrijven oppakken om te verbeteren. Voor de lange termijn (tot 2040) wordt gekeken naar de verwachte trendbreuk in verplaatsingsgedrag, door doorbraken in nieuwe technologie, met de verwachting dat in 2035 er op schone energie wordt gereden. Deze doelen worden meegenomen in de omgevingsvisie en is in het OER terug te vinden bij de beoordeling van het thema bereikbaarheid. Economische Visie 2021-2030 De economische visie is een samenwerking tussen de gemeente Sliedrecht en Vereniging Sliedrechtse Ondernemingen.

Beide partners hadden behoefte aan een overkoepelend beeld bij de bespreking van de ontwikkelingen op specifieke bedrijventerreinen, maar zeker ook voor de economische inbreng in de nieuwe Omgevingsvisie. Met de visie wordt houvast geboden aan ondernemers bij het maken van keuzes en anderzijds helderheid en transparantie geboden over de koers van het gemeentelijk economisch beleid. De belangrijke thema’s uit deze visie zijn: Vitale werklocaties en slim ruimtegebruik. Innovatie, verduurzaming en digitalisering. Arbeidsmarkt en onderwijs. Bereikbaarheid. De sectoren waarop wordt ingezet zijn: Maritiem-industriële sector, Woonboulevard, Zakelijke dienstverlening en Dorpscentrum. Deze koers wordt meegenomen in de omgevingsvisie en is in het OER terug te vinden bij de beoordeling van het thema vitale bedrijven(terreinen).

Blad 37 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Groenbeleidsplan In januari 2015 heeft de gemeente het Groenbeleidsplan vastgesteld. Het groenbeleidsplan geeft het kader voor afwegingen en besluiten op dit terrein. Er is onderscheid tussen drie schaalniveaus gemaakt. De hoofdgroenstructuur: dit is groen dat belangrijk is voor heel Sliedrecht, hoofdzakelijk groen langs hoofdwegen en de parkzone langs de snelweg. Wijkgroenstructuren: groen dat van belang is op wijkniveau maar niet voor heel Sliedrecht, hoofdzakelijk wijkparken en groen langs gebiedsontsluitingswegen. Woon en buurtgroen: heeft betrekking op groen dat van belang is voor de directe woonomgeving, onder andere het groen in woonstraten. De visie is uitgewerkt aan de hand van drie uitgangspunten. ‘Een herkenbare en samenhangende groene hoofdstructuur behouden en versterken’. De groenstructuur is bepalend voor de huidige woon- en leefkwaliteit. De hoofd- en wijkgroenstructuur had al veel bescherming, maar de kaders in dit groenbeleidsplan stellen deze nog scherper. Door reconstructie van groen wordt gefaseerd naar (nog) meer samenhang en een (nog) betere herkenbaarheid gewerkt. ‘Biodiversiteit en Groenbeleving’. Habitatontwikkeling en natuurvriendelijk beheer zijn van belang, evenals een optimale beleving van de ‘groene omgeving’. In aanvulling op de verplichting voor de Flora en Faunawet stelt de gemeente ook een gedragscode vast.

Hierin zijn per situatie maatregelen voorgeschreven die toegepast dienen te worden bij ruimtelijke ontwikkelingen en groenonderhoud. ‘Betrokken samenleving’. Hierin staat de behoefte van de bewoners centraal. Zij krijgen een actieve rol bij de herinrichting en in het beheer. Vooral gericht op kleinschalig beheer buiten de hoofd- en wijkgroenstructuren. In het Groenbeleidsplan is een langetermijnvisie voor het groen in de gemeente Sliedrecht vastgelegd. Van groot belang is een uiteindelijke uitwerking en impact op de openbare groene ruimte. De uitgangspunten van dit plan worden meegenomen in de omgevingsvisie en het OER. Woonvisie Drechtsteden 2017-2031 Met de woonvisie willen de Drechtsteden een gezicht geven aan degenen die tot nu toe nog een wooncarrière in de regio heeft kunnen vinden. De Drechtsteden willen zich spiegelen aan de groei die Amersfoort heeft doorgemaakt in relatie met Utrecht, en Haarlem in relatie met Amsterdam. Die beide ruimte boden voor groei waar dit in de steden van Utrecht en Amsterdam minder goed mogelijk bleek. De Drechtsteden willen zich positioneren als ‘de Drechtsteden voor Rotterdam’. Deze ambitie heeft zicht vertaald in 20 kernpunten. Een van de kernpunten is om als gemeente locaties te vinden om de woonopgave van deze Woonvisie te realiseren. Deze locaties worden onderdeel van de Omgevingsvisie.

Aanvullend op en binnen de kaders van deze regionale Woonvisie stellen de individuele gemeenten een lokale uitvoeringsparagraaf op. Hierin worden de regionale ambities verbonden met de lokale wensen en mogelijkheden. Deze visie wordt meegenomen in de omgevingsvisie en in het OER terug te vinden bij het thema woningbouw. Lokaal Uitvoeringsprogramma Wonen Sliedrecht De woningmarkt van Sliedrecht ontwikkelt zich de komende jaren op meerdere manieren. De huishoudensgroei neemt toe tot 2040. Er ontstaat behoefte aan middeldure en dure woningen. De doorstroming naar nieuwbouw in koop en huur in het midden- en hoger segment is noodzakelijk. De groei van het aantal huishoudens is het hoogst in de periode tot 2030. De invloed van woningbouw voor de buurgemeenten is beperkt.

Blad 38 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

In het Uitvoeringsprogramma zijn ambities opgenomen. De eerste ambitie is “Onze eigen kinderen kunnen in Sliedrecht blijven wonen”. De tweede ambitie is “Onze woningbouw is beter gespreid over het dorp”. De derde ambitie is “Er wordt flexibeler en sneller woningbouw gerealiseerd”. In de woningbouwprogrammering wordt minder gericht op de doorwerking van de exacte aantellen uit het verleden en meer gericht op de trends naar de toekomst. In de hoeveelheden woningen die gebouwd moeten worden gaat het om in totaal 1.500 woningen tot 2030 en 2.500 woningen tot 2040. De woningbouwopgave speelt een grote rol in de omgevingsvisie en staat centraal in het OER. Regionale Energie Strategie De Drechtsteden zijn pilotregio geweest voor de Regionale Energiestrategie, in 2017 hebben zij als een van de eerste regio's een energiestrategie gepresenteerd. In juni 2020 presenteerde de regio een nieuw concept dat hier een nadere uitwerking van is. In de RES is opgenomen dat de gemeenten en provincie in hun omgevingsvisies aandacht besteden aan de ontwikkellijnen, het bod, de ambities en de beleidskaders van de RES. Sliedrecht onderzoekt een koppeling met Dordrecht/AVI voor restwarmte uit de haven. Deze warmtebronnen moeten bijdrage aan de realisatie van nieuwe aardgasvrije wijken in Sliedrecht.

Deze visie wordt meegenomen in de omgevingsvisie en in het OER terug te vinden bij het thema duurzaamheid. Toekomstperspectief Kerkbuurt 2019 Dit toekomstperspectief voor de Kerkbuurt biedt het kader en leidraad voor huidige en toekomstige gezamenlijke inspanningen van gemeente, ondernemers en vastgoedeigenaren. Het einddoel is de toekomstbestendige versterking van de bekendheid, uitstraling, invulling en aantrekkelijkheid van de Kerkbuurt. Dit toekomstperspectief presenteert – als middel om tot dat einddoel te komen – een ruimtelijke indeling van de Kerkbuurt, met een kernwinkelgebied en aanloopstraten. Het kernwinkelgebied loopt van de Stationsweg tot de Waterkeringweg, waarin het accent ligt op recreatief winkelen en frequent benodigde artikelen. De westelijke entree en het Merwedeplein vormen daarbij kerngebieden voor ontmoeting en activiteiten, met een prominente plek voor horeca. De Kerkbuurt-West ten oosten van de Stationsweg en de Kerkbuurt-Oost ten westen van de doorgang naar de Waterkeringweg vormen als onderdeel van de Kerkbuurt de aanloopstraten. Hier is een gemengd profiel van wonen, dienstverlening en (in beperkte mate) winkels.

Instrumenten om te komen tot dit compact winkelgebied met een combinatie van winkels, woningen en horeca, die elkaar onderling versterken, zijn onder meer: het stimuleren van verplaatsing van winkels naar het kernwinkelgebied en het herbestemmen van leegstaande winkels buiten het kernwinkelgebied naar andere passende bestemmingen. Deze visie wordt meegenomen in de omgevingsvisie en in het OER terug te vinden bij het thema levendig centrum.

Blad 39 van 40

NRD Omgevingsvisie Sliedrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de milieueffectrapportage projectnummer 0469221.100 22 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Bijlage II – Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht

Blad 40 van 40

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. 0655494890

www.anteagroup.nl

Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht

projectnummer 0469221.100 definitief 2 april 2021

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht

projectnummer 0469221.100 definitief 2 april 2021

Auteur Drs. C. Schellingen

Opdrachtgever Gemeente Sliedrecht Industrieweg 11 3361 HJ SLIEDRECHT

.

datum vrijgave

beschrijving revisie definitief

goedkeuring M.L. Kornet

vrijgave J.J. Verhoeven

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Doel voortoets Leeswijzer

1 2 2

2

Wettelijk kader

3

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6

Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming – Natura 2000 Wettelijk kader stikstof Programma Aanpak Stikstof (PAS) Spoedwet Aanpak Stikstof (SAS) Verkeersbesluit 19 december 2019 Stikstofregistratiesysteem (SSRS) Beleidslijn voor zeer geringe en tijdelijke stikstofdeposities Toekomstige ontwikkelingen

3 3 4 4 5 5 6 6 6

3

Onderzoeksopgave voortoets

7

4

Natura 2000-gebieden

8

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4

Biesbosch Kenmerken Instandhoudingsdoelen Knelpunten Autonome ontwikkeling

9 9 10 12 15

5

Ingreep-effectanalyse

18

5.1 5.2 5.3

Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden Afbakening niet-relevante storingsfactoren Conclusie Ingreep-effectanalyse Natura 2000

18 19 20

6

Conclusie voortoets

21

7

Bronnen

22

Bijlage 1 Definitie storingsfactoren

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet stelt de gemeente Sliedrecht een Omgevingsvisie op. De Omgevingswet brengt het beleid voor de fysieke leefomgeving samen. De omgevingsvisie, een verplicht instrument onder de Omgevingswet, beschrijft dit beleid op hoofdlijnen. In de Omgevingsvisie zet de gemeente Sliedrecht de koers uit op weg naar 2040. De Omgevingsvisie wordt opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente Sliedrecht. Het vervangt de huidige structuurvisies voor onder andere natuur, energie, verkeer en vervoer, water en milieu. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving en geeft richting aan de verdere uitwerking in programma’s, regelgeving (zoals omgevingsplannen en verordeningen), vergunningen en projectbesluiten.

Figuur 1.1 Gemeentegrens Sliedrecht.

De Omgevingsvisie stelt de kaders voor toekomstige ontwikkelingen, zoals woningbouw, infrastructurele ingrepen of de aanleg van groen en water. De Omgevingsvisie bevat nieuwe richtinggevende beleidskeuzes, die mogelijk -afzonderlijk of in samenhang- kunnen leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Een plan kan worden vastgesteld als de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet worden aangetast, met andere woorden dat significante gevolgen zijn uitgesloten. Om dit te bepalen is allereerst een voortoets opgesteld.

Blad 1 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

1.2

Doel voortoets Een voortoets in de oriëntatiefase kan uitsluitsel geven of het project geen kans heeft op significant gevolgen heeft of dat een passende beoordeling is vereist als significante gevolgen niet op voorhand in de voortoets uit te sluiten zijn. Het detailniveau van de toetsing aan de Wet natuurbescherming sluit aan bij het detailniveau van een omgevingsvisie. Gezien het abstracte karakter van de Omgevingsvisie is de beoordeling meer op hoofdlijnen. Het betreft daarom met name een risico-inschatting.

1.3

Leeswijzer De voortoets is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding en het doel van de voortoets weer; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het relevante wettelijke kader; Hoofdstuk 3 beschrijft de ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie die getoetst worden; Hoofdstuk 4 beschrijft beknopt de kenmerken, instandhoudingsdoelen, knelpunten en autonome ontwikkelingen van het - voor deze voortoets belangrijkste - relevante Natura 2000-gebied; Hoofdstuk 5 toetst of de kans op significante gevolgen als gevolg van de ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie bij voorbaat uit te sluiten zijn; Hoofdstuk 6 geeft de conclusie van de voortoets.

Blad 2 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

2

Wettelijk kader

2.1

Vogel- en Habitatrichtlijn Twee Europese richtlijnen, de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG), voorzien in de bescherming van belangrijke Europese natuurwaarden. De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. In dat kader zijn speciale gebieden aangewezen die beschermd moeten worden. Deze zogenaamde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden vormen samen het Natura 2000-netwerk. De afzonderlijke gebieden worden ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren en voorkomen dat er storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa.

2.2

Wet natuurbescherming – Natura 2000 Aanwijzing en beheer van Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in de nationale Wet natuurbescherming (verder Wnb) overgenomen, in het onderdeel gebiedsbescherming. In hoofdstuk 2 van de Wnb is de bescherming van gebieden geregeld. De Wnb maakt het mogelijk gebieden aan te wijzen als beschermde natuurgebieden, waaronder Natura 2000-gebieden. Deze gebieden worden aangewezen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De essentie van het beschermingsregime voor de Natura 2000-gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudings-doelstellingen zijn vastgelegd in de (ontwerp-)aanwijzingsbesluiten1 voor de betreffende gebieden. Daarbij gaat het in ieder geval om instandhoudingsdoelen ten aanzien van de leefgebieden van vogels, voor zover nodig ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en/of ten aanzien van habitats en habitats van soorten, voor zover nodig ter uitvoering van de Habitatrichtlijn.

De provincie (Gedeputeerde Staten) zijn verplicht zorg te dragen voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen voor de in de provincie gelegen Natura 2000-gebieden en moeten ook -indien daar aanleiding voor bestaat- passende maatregelen nemen om verslechtering van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden te voorkomen. Voor de Natura 2000-gebieden in de Rijkswateren, waaronder de Waddenzee, is Rijkswaterstaat verantwoordelijk.

1

Momenteel zijn op twee na alle gebieden definitief aangewezen, alleen het Krammer-Volkerak en het Zoommeer in Zeeland zijn nog niet definitief aangewezen. Voor deze 2 Natura 2000-gebieden is er nog geen definitief aanwijzingsbesluit.

Blad 3 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Voor ieder Natura 2000-gebied wordt een beheerplan opgesteld, dat elke zes jaar wordt geactualiseerd. In dit plan zijn de instandhoudingsdoelen nader uitgewerkt, zijn maatregelen beschreven die nodig zijn om deze doelen te realiseren en zijn kaders voor vergunningverlening voor menselijke activiteiten binnen de Natura 2000-gebieden aangegeven. Bescherming van Natura 2000-gebieden bij ruimtelijke plannen en projecten De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, ten aanzien van plannen en projecten die mogelijke effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van de gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelen die in de Natura 2000-gebieden van kracht zijn. De Wnb maakt daarbij onderscheid in enerzijds plannen en anderzijds projecten. De Omgevingsvisie betreft een plan. Een plan dat -afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten- significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten (art. 2.8 lid 3 Wnb). Bij het toetsen aan de instandhoudingsdoelen dient rekening te worden houden met “externe werking”.

Dat wil zeggen dat niet alleen moet worden gelet op activiteiten binnen een Natura 2000-gebied, maar ook op activiteiten die buiten de grenzen van het betreffende Natura 2000gebied worden uitgevoerd en een mogelijk effect hebben op Natura 2000-gebieden. Het toetsingskader van de Wnb, onderdeel gebiedsbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op significante gevolgen: geen vergunningplicht, plan is uitvoerbaar; 2. Er is een kans op significante gevolgen: passende beoordeling dient aan te tonen dat significante gevolgen uit te sluiten zijn voor een uitvoerbaar plan; (eventueel met ADC-toets = Alternatieventoets + Dwingende redenen van groot openbaar belang + Compensatie als in de passende beoordeling na het nemen van mitigerende maatregelen significant negatieve effecten nog steeds niet uit te sluiten zijn).

2.3

Wettelijk kader stikstof

2.3.1

Programma Aanpak Stikstof (PAS) PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het Europees Hof van Justitie om advies gevraagd inzake een aantal pilotzaken om de juridische houdbaarheid van het PAS te toetsen. Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof besloot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 dat het PAS niet mag worden gebruikt als basis voor vergunningverlening. De Afdeling stelt dat de huidige motivering niet de wetenschappelijke zekerheid biedt dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor de natuur. Toestemming voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor Natura 2000-gebieden vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden - mag daarom vooraf niet meer worden gegeven. Dit kan consequenties hebben voor concrete vervolgbesluiten die kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie en daardoor mogelijk significant negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben. Met deze uitspraak zijn ook Bijlage 2 van het PAS, artikel 2 van het (vervallen) Besluit grenswaarden en artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming onverbindend verklaard.

Blad 4 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

2.3.2

Spoedwet Aanpak Stikstof (SAS) De Spoedwet Aanpak Stikstof is verschenen in het Staatsblad (Staatsblad 2019, 517) van 30-122019. De Spoedwet aanpak stikstof, met uitzondering van artikel IX (heeft betrekking op Omgevingswet), is in werking getreden met ingang van 1 januari 2020. De Spoedwet aanpak stikstof voorziet in aanvullende instrumenten om de stikstofproblematiek aan te pakken en moet nieuwe activiteiten met stikstofdepositie mogelijk maken. De Spoedwet voorziet in een permanente wijziging van onder andere de Wnb:  de vergunningplicht voor andere handelingen vervalt.  de Wnb bepaalt niet langer dat ook een vergunning nodig is indien een project de kwaliteit van de natuur kan verslechteren of daarop een significant verstorend effect kan hebben (gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied). Het nieuwe artikel bepaalt eenvoudigweg dat het verboden is zonder vergunning een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Door deze wijziging is er geen verslechteringstoets meer nodig. In paragraaf 4.1 is aangegeven dat er geen vervolgstappen nodig zijn volgend op de voortoets, dus ook geen verslechteringstoets.

 De Wnb maakt het mogelijk om categorieën van projecten aan te wijzen die significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied maar niet vergunningplichtig zijn op grond van de Wnb als aan nadere regels is voldaan. De aanwijzing van die categorieën en het stellen van nadere regels gebeurt bij ministeriële regeling of bij provinciale verordening. Hiermee kunnen drempelwaardes worden ingevoerd. Bij het opstellen van dit natuurrapport zijn (nog) geen drempelwaardes vastgesteld.  De Wnb krijgt een nieuw artikel; artikel 5.5a. Dat artikel voorziet erin dat projecten die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden toch toestemming krijgen als zij stikstofdepositieruimte hebben gekregen. In het stikstofregistratiesysteem wordt stikstofdepositieruimte opgenomen die ontstaat als gevolg van een daling van stikstofdepositie door aanvullende bronmaatregelen. De stikstofdepositieruimte kan vervolgens aan nieuwe activiteiten worden toegedeeld, zodat aan die nieuwe activiteiten toestemming kan worden verleend. Het instellen van een dergelijk stikstofregistratiesysteem kan alleen bij ministeriële regeling. Bij het opstellen van dit natuurrapport is een dergelijk stikstofregistratiesysteem inmiddels ingesteld voor woningbouw en zeven specifieke MIRT-projecten.

2.3.3

Verkeersbesluit 19 december 2019 Met zijn brief van 13 november 2019 (Brief van 13 november 2019, nr. DGNVLG / 19260351) heeft het kabinet het maatregelenpakket voor de stikstofproblematiek in de woningbouw- en infrastructuursector bekend gemaakt. Eén van de maatregelen betreft: “het doorvoeren van een snelheidsverlaging overdag op autosnelwegen. De maximumsnelheid wordt overdag (van 6:00 19:00 uur) op alle autosnelwegen verlaagd naar 100 km per uur. Voor de wegen waar nu een maximumsnelheid van 120 of 130 km per uur geldt, blijft deze maximumsnelheid gelden in de avond en nacht (19:00 - 6:00 uur). Met het verkeersbesluit van 19 december 2019 is invulling gegeven aan voornoemd kabinetsbesluit. Per 16 maart 2020 is de snelheidsverlaging van kracht.

Blad 5 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

2.3.4

Stikstofregistratiesysteem (SSRS) Vanaf 23 maart 2020 kan een natuurvergunning worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem. Dit geldt in eerste instantie voor de woningbouwprojecten en zeven MIRT-projecten. Het stikstofregistratiesysteem is wettelijk verankerd in hoofdstuk 2 van de Regeling Natuurbescherming. Enkel voor projecten kan aanspraak gemaakt worden op stikstofruimte uit het SSRS. Voor plannen is dit niet mogelijk. Via het stikstofregistratiesysteem worden per Natura 2000-gebied de effecten van stikstofmaatregelen geregistreerd. Voorwaarde voor het systeem is dat er eerst stikstofruimte is gecreëerd door maatregelen die de stikstofneerslag verminderen. Het stikstofregistratiesysteem is gevuld met de afname van de stikstofdepositie door de snelheidsverlaging. De verlaging overdag van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur is de maatregel die het snelst stikstofruimte oplevert. Vervolgens wordt een deel van die ruimte (maximaal 70%) besteed aan ruimtelijke ontwikkelingen. De overige 30% valt toe aan de reductie van stikstof en daarmee aan natuur. Het registratiesysteem zorgt er voor dat voor ieder Natura 2000-gebied in beeld komt welke beschikbare depositieruimte verdeeld kan worden bij de vergunningverlening, in eerste instantie voor woningbouw en een beperkt aantal grote wegenprojecten.

Met het stikstofregistratiesysteem is er aan de ene kant een afname van stikstofdepositie (door de snelheidsverlaging), waarvan de ruimte wordt opgespaard in een ‘spaarpot’, het SSRS. De toename van stikstofdepositie op natuur (door een project) wordt vervolgens gemitigeerd door middel van afboeking van stikstofruimte uit het SSRS.

2.3.5

Beleidslijn voor zeer geringe en tijdelijke stikstofdeposities Voor kleine tijdelijke stikstofbijdragen tijdens de aanlegfase kan, onder bepaalde voorwaarden, gebruikt worden gemaakt van de ‘Beleidslijn voor zeer geringe en tijdelijke stikstofdeposities’ die recentelijk door Rijk en provincies (bevoegde gezagen vergunningverlening Wet natuurbescherming) is opgesteld. De beleidslijn is toepasbaar op depositie als gevolg van uitstoot door mobiele werktuigen en ander materieel in de aanlegfase van projecten. Volgens de beleidslijn is er voor het aspect stikstof geen vergunning noodzakelijk wanneer de stikstofdepositie kleiner of gelijk is aan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal twee jaar, of een equivalent hiervan, bijvoorbeeld 0,1 mol N/ha/jaar gedurende één jaar op een overbelast stikstofgevoelig habitat. Daarnaast zijn overige voorwaarden van toepassing: het project mag niet leiden tot een verkeersaantrekkende werking en er mogen behalve stikstof geen overige effecten spelen.

2.3.6

Toekomstige ontwikkelingen In december 2020 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering aangenomen door de Tweede Kamer. Op 9 maart 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel. In de wet, zoals die nu is opgesteld, zijn sloopwerkzaamheden en aanlegactiviteiten vrijgesteld van de Wnbvergunningplicht voor wat betreft stikstof.

Blad 6 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

3

Onderzoeksopgave voortoets Voor de beschrijving van de te toetsen aspecten wordt aangesloten bij de analyse van de onderzoeksopgave zoals opgenomen in de NRD (Antea Group, 2021). Op basis van een globale beoordeling van de opgaven uit de Omgevingsvisie zijn hier de relevante opgaven voor de omgevingseffectrapportage2 bepaald. Uitbreiding en vernieuwing van de woningvoorraad De woningbouwopgave voor Sliedrecht komt voort uit regionale woningmarktonderzoek en de gemeentelijke visie hierop. De toenemende behoefte aan woningen komt door een groeiende bevolking en veranderingen in woonwensen en huishoudenssamenstelling. Een groei naar ruim 13.000 woningen in 2040 is de ambitie van de gemeente. Voor de effectbepaling zijn twee aspecten van belang: de omvang van de groei en de locaties waar woningbouw plaats kan vinden. Deze twee aspecten staan niet helemaal los van elkaar. De omvang van de woningbouwopgave bepaalt mede welke locaties wel of niet geschikt zijn en een geschikte locatie kan beperkingen stellen aan het maximale aantal woningen dat gebouwd kan worden. Voor woningbouw is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied of uitbreiding van stedelijk gebied een belangrijke afweging. Uitbreiding van groen- en waterstructuren De gemeente wil de leefomgeving vergroenen en meer klimaatbestendig maken, door meer ruimte voor waterberging te creëren.

Binnen het stedelijk gebied gaat het dan om de hoeveelheid groen en water uit te breiden en beter met elkaar te verbinden. In het buitengebied bestaat deze opgave uit het verbeteren van de landschappelijke kwaliteiten en mogelijkheden voor recreatie en toerisme. Verbindingen met de Alblasserwaard en de Merwede De verbindingen vanuit het woongebied van Sliedrecht richting de Alblasserwaard zijn beperkt. Het verbeteren en uitbreiden van verbindingen naar het buitengebied geeft inwoners van Sliedrecht meer mogelijkheden om te recreëren in het buitengebied. Met de Omgevingsvisie zet de gemeente in op het verbeteren van de toegang tot en het zicht op de Merwede. Openbare sport- en recreatievoorzieningen De gemeente wil de inwoners van Sliedrecht meer en betere (openbare) sport- en recreatievoorzieningen bieden. Hiermee wil de gemeente mensen stimuleren om meer te bewegen en te sporten. Openbare sportvoorzieningen en sportverenigingen dragen ook bij aan de sociale verbondenheid. Sportevenementen en -activiteiten passen hier ook bij.

2

De Omgevingsvisie stelt de kaders voor toekomstige ontwikkelingen, zoals woningbouw, infrastructurele ingrepen of de aanleg van groen en water. Voor deze kaderstellende plannen is het doorlopen van de m.e.r.-procedure en het opstellen van een MER verplicht . Deze verplichting volgt uit de Wet milieubeheer. De wetgeving rond de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Inhoudelijk verandert er niet veel, maar procedureel zijn er wel wijzigingen. Conform de Omgevingswet wordt er naast milieueffecten breder gekeken naar effecten op de fysieke leefomgeving. Door de verbrede scope bij een Omgevingsvisie past het beter om te werken met een omgevingseffectrapportage (OER).

Blad 7 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

4

Natura 2000-gebieden Rond de gemeente Sliedrecht ligt een aantal Natura 2000-gebieden (zie figuur 4.1). Het betreft: Natura 2000-gebied Biesbosch Boezems Kinderdijk Donkse Laagten Uiterwaarden Lek Zouweboezem Lingebied & Diefdijk-Zuid Loevestein, Pompveld & Kornsch Boezem Hollands Diep Oudeland van Strijen Oude Maas Langstraat

Bescherming VRL + HRL3 VRL VRL HRL VRL + HRL HRL HRL VRL + HRL VRL HRL HRL

Stikstofgevoelig Stikstofgevoelig Niet stikstofgevoelig Niet stikstofgevoelig Stikstofgevoelig Stikstofgevoelig Stikstofgevoelig Stikstofgevoelig Niet stikstofgevoelig Niet stikstofgevoelig Niet stikstofgevoelig Stikstofgevoelig

Figuur 4.1 De ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van Sliedrecht.

3

VRL: Vogelrichtlijngebied, HRL: Habitatrichtlijngebied

Blad 8 van 22

Afstand Ca. 0,3 km Ca. 6 km Ca. 4 km Ca. 12 km Ca. 16 km Ca. 12 km Ca. 13 km Ca. 13 km Ca. 14 km Ca. 12 km Ca. 19 km

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Het Natura 2000-gebied Biesbosch is relevant voor voorliggende voortoets – met uitzondering voor wat betreft stikstofdepositie4 - omdat op dit gebied effecten niet uit te sluiten zijn. Dit is gebaseerd op:  de afstand van de voorgenomen projecten tot de in de omgeving aanwezige Natura 2000gebieden;  de voorgenomen projecten en het invloedsgebied hiervan. Gezien de ligging zullen andere Natura 2000-gebieden buiten het invloedsgebied van de ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie liggen. Alleen stikstofdepositie kan effect hebben op natuurgebieden op grotere afstand. Voor de Natura 2000-gebieden op grotere afstand van Sliedrecht is alleen van belang of de gebieden stikstofgevoelig en stikstofoverbelast zijn. Om te kunnen bepalen welke invloed het beleid uit de Omgevingsvisie heeft voor de natuurlijke kenmerken en instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden wordt gestart met een beschrijving van het meest relevante nabijgelegen gebied Biesbosch; de kenmerken, de instandhoudingsdoelen, de knelpunten en autonome ontwikkeling. Het detailniveau van deze beschrijvingen sluit aan bij het detailniveau van de Omgevingsvisie. Gezien het abstracte karakter van de Omgevingsvisie is met name de beschrijving van de knelpunten en de autonome ontwikkeling op hoofdlijnen.

Meer Natura 2000-gebieden meenemen in deze voortoets wordt niet noodzakelijk en zinvol geacht voor de effectbeoordeling. Namelijk, het effect van ontwikkelingen doet zich in de eerste plaats voor op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, dat door de gevoeligheid het meest kritisch en maatgevend is. Effectafstanden van de meeste storingsfactoren, met uitzondering van stikstofstofdepositie en aanvaringsslachtoffers, zijn enkele honderden meters tot max 1,5 km (Arcadis, 2014). Hierdoor overlapt het gebied waar een effect van bijvoorbeeld geluidverstoring optreedt niet met enig Natura 2000-gebied, anders dan mogelijk Biesbosch. Daarmee liggen de meeste Natura 2000-gebieden buiten het invloedsgebied van de mogelijke effecten van de ontwikkelingen die de Omgevingsvisie mogelijk maakt, buiten stikstofdepositie. Effecten via stikstofdepositie op omliggende gebieden op ruimere afstand zijn sowieso kleiner. Op voorhand wordt verwacht dat de ontwikkelingen (mogelijk) significante effecten hebben via stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Maatregelen voor deze gebieden hebben ook een positief effect op verder weg gelegen gebieden. Als de stikstofproblematiek op deze gebieden opgelost wordt, zijn ook (eventuele) problemen op verder weg gelegen gebieden opgelost.

4.1

Biesbosch

4.1.1

Kenmerken De Biesbosch was eeuwenlang een uitgestrekt zoetwatergetijdengebied, dat in Europa nauwelijks zijn weerga kende. Ontstaan in het begin van de vijftiende eeuw, tijdens de beruchte SintElizabethsvloed, werd het gebied lange tijd gekenmerkt door verraderlijke wilgenvloedbossen (deels in gebruik als grienden), afgewisseld met kale zand- en slikplaten, rietgorzen en 4

Voor wat betreft stikstofdepositie kan het invloedsgebied ver reiken en zijn in principe alle stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden relevant. Deze gebieden worden in de voorliggende voortoets niet afzonderlijk benoemd.

Blad 9 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

biezenvelden. Door de uitvoering van de Deltawerken heeft de Biesbosch veel van zijn allure moeten prijsgeven. Na de afsluiting van het Volkerak in 1960 en het Haringvliet in 1970 viel het getij terug van gemiddeld 2 meter naar enkele decimeters. Het gebied bestaat uit drie delen: de Sliedrechtse en Dordtsche Biesbosch ten noorden van de Nieuwe Merwede en de Brabantse Biesbosch ten zuiden ervan. Alleen in de Sliedrechtse Biesbosch resteert nog een getijdeverschil van ongeveer 70 centimeter door de open verbinding met de Oude Maas. Het dynamische getijdengebied veranderde na de uitvoering van de Deltawerken in een verruigd moerasgebied waarin de hoogteverschillen tussen platen en geulen geleidelijk verminderden, wat ten koste ging van afkalving van de eilanden. De biezenvelden, rietgorzen en wilgenvloedbossen zijn grotendeels verdwenen; inpolderingen en de aanleg van reusachtige drinkwaterbekkens hebben verder hun tol geëist. Maar toch, ondanks dit alles bezit de Biesbosch ook in zijn huidige vorm grote botanische en faunistische kwaliteiten, terwijl het landschap van eilanden en slingerende waterwegen in wezen nog steeds bestaat. De Biesbosch is een belangrijk leefgebied voor de blauwborst; een broedvogel van verruigd rietland.

Daarnaast een belangrijk broedgebied voor andere moerasvogels (bruine kiekendief, porseleinhoen, snor en rietzanger) en broedvogels van waterrijke gebieden met opgaand bos (aalscholver en ijsvogel). Belangrijk rust- en foerageergebied voor fuut, lepelaar, kleine zwaan, kolgans, grauwe gans, brandgans, smient, krakeend, wintertaling, kuifeend, grote zaagbek en grutto. Daarnaast van enig belang voor aalscholver, pijlstaart, slobeend, tafeleend, nonnetje, visarend en meerkoet. Voor de meeste van deze soorten is zowel de Brabantse als de Dordtse Biesbosch als slaap- en foerageergebied van betekenis. In de Dordtse Biesbosch heerst daarnaast voldoende rust voor een belangrijke functie als ruigebied (wintertaling) en als pleisterplaats voor verstoringsgevoelige soorten als lepelaar en nonnetje. De Sliedrechtse Biesbosch is vooral van belang voor ganzen.

4.1.2

Instandhoudingsdoelen Het Natura 2000-gebied Biesbosch betreft een Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Het gebied is in 2013 definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelen zijn in Tabel 4.1 opgenomen. Op 23 februari 2018 heeft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een ontwerp-wijzigingsbesluit voor diverse Habitatrichtlijngebieden getekend. Daarin zijn voor een groot aantal Natura 2000-gebieden (habitatrichtlijngebieden) instandhoudingsdoelen voor een aantal habitattypen en/of habitatsoorten toegevoegd, ook voor het Natura 2000-gebied Biesbosch (instandhoudingsdoel voor de platte schijfhoren). Het ministerie van LNV heeft aangegeven dit besluit niet te gaan vaststellen (kamerbrief Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dd. 13-11-2019, kenmerk: DGNVLG / 19260351). Dit ontwerp-wijzigingsbesluit heeft echter tot doel heeft het Natura 2000-gebied tijdig de bescherming te bieden die nodig is op grond van de Habitatrichtlijn. Daarom zijn ook de ontwerpdoelstellingen meegenomen in de voorliggende rapportage. Deze doelen zijn ook in tabel 4.1 aangegeven.

Tabel 4.1: Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Biesbosch. Het doel uit het ontwerp-wijzigingsbesluit is cursief aangegeven.

Blad 10 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Doelst. Opp.vl.

Doelst. Kwal.

Habitattypen H3260B Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden)

=

=

H3270

Slikkige rivieroevers

>

>

Stroomdalgraslanden

>

=

H6430A

Ruigten en zomen (moerasspirea)

=

=

H6430B

Ruigten en zomen (moerasspirea)

>

=

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

=

>

H6510B

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)

=

>

H91E0A

Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)

= (<)

>

Vochtige alluviale bossen (essen-ipenbossen) Habitatsoorten H1095 Zeeprik

>

>

=

=

>

H1099

Rivierprik

=

=

>

H1103

Fint

=

=

>

H1106

Zalm

=

=

>

H1134

Bittervoorn

=

=

=

H1145

Grote modderkruiper

=

=

=

H1149

Kleine modderkruiper

=

=

=

H1163

Rivierdonderpad

=

=

=

H1318

Meervleermuis

=

=

=

H1337

Bever

=

=

=

H1340

Noordse woelmuis

>

>

>

H1387

Tonghaarmuts

>

>

>

H4056

Platte schijfhoren

=

=

=

H1102

Elft

=

=

>

H6120

H6510A

H91E0B

Doelstelling populatie

Broedvogels A017 Aalscholver

=

=

aantal broedparen 310

A021

Roerdomp

>

>

10

A081

Bruine kiekendief

=

=

30

Porseleinhoen

>

>

9

A229

IJsvogel

=

=

20

A272

Blauwborst

=

=

1300

Snor

=

=

130

Rietzanger

=

=

260 Aantal overwinterende of doortrekkende individuen 450 f

A119

A292 A295

Niet-Broedvogels A005

Fuut

=

=

A017

Aalscholver

=

=

330 s/r/f

A027

Grote zilverreiger

=

=

20 f 60 s/r

A034

Lepelaar

=

=

10f

A037

Kleine zwaan

=

=

10 s/r/f

Blad 11 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Doelst. Kwal. =

Doelstelling populatie 1800 f 2300 s/r/f

A041

Kolgans

A043

Grauwe gans

=

=

A045

Brandgans

=

=

870 f

A050

Smient

=

=

330 s/r/f

A051

Krakeend

=

=

1300 f

A052

Wintertaling

=

=

1100 f

A053

Wilde eend

=

=

4000 f

A054

Pijlstaart

=

=

70 f

S056

Slobeend

=

=

290 f

A059

Tafeleend

=

=

130 f

A061

Kuifeend

=

=

3800 f

A068

Nonnetje

=

=

20 f

A070

Grote zaagbek

=

=

30 f

A075

Zeearend

=

=

2f

A094

Visarend

=

=

6f

A125

Meerkoet

=

=

3100 f

A156

Grutto

=

=

60 s/r/f

Legenda = > = (<) f s/r

4.1.3

Doelst. Opp.vl. =

Behoud Uitbreiding omvang of verbetering kwaliteit = (<) behoud oppervlakte, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde Foerageergebied Slaap- en rustplaats en foerageergebied

Knelpunten De belangrijkste knelpunten om de doelstellingen voor behoud en verbetering in de Biesbosch te realiseren zijn:  het gebrek aan dynamiek: als gevolg van het wegvallen van de getijdewerking (wisseling van peil, periodieke overstroming) treden er lagere stroomsnelheden op (afzetting van slib tot gevolg), successie en verlanding op. Dat proces is begonnen met de afsluiting van het Haringvliet in de zeventiger jaren, maar is nog steeds gaande.  de hoge stikstofneerslag: een groot deel van de Biesbosch is stikstofgevoelig. De huidige depositie ligt voor de glanshaverhooilanden en voor de vossenstaarthooilanden rond de kritische depositiewaarden (KDW), maar lag er in het verleden boven (zie figuur 4.2). Voor stroomdalgraslanden is de huidige situatie enigszins gunstiger en ligt de depositie inmiddels net onder de KDW. Teveel stikstofdepositie uit zich in een toename van grassen in de vegetatie ten koste van andere soorten. De situatie uit het verleden ijlt zeker nog enige tijd na. De kwaliteit en omvang van de habitattypen staat daardoor onder druk.  beheer: doordat de agrarische bedrijfsvoering grootschaliger is geworden, is de interesse van agrariërs voor het beheer van de hooilanden en weidegronden in de Biesbosch afgenomen. Voor de vossenstaarthooilanden laat het hydrologisch beheer, zowel intern als extern, te wensen over.

De glanshaverhooilanden hebben te leiden van drainage door sloten in het Kraaijenest. Grote delen van voormalige landbouwgronden zijn benoemd tot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/162/documents/2880