CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

211125_ANTW_TECH.VR_Spruijt_SGP-ChristenUnie_Omgevingsvisie Sliedrecht 30 november 2021.pdf

Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 30 november 2021, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 12: FYS – Omgevingsvisie Sliedrecht21.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Blad 12 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

 

procesnatuur. Dat betekent dat de graslanden minder geschikt zijn als foerageergebied voor kolganzen waardoor deze buiten het Natura 2000-gebied gaan foerageren. Migratiebarrières: de afsluiting van het Haringvliet en andere zeearmen heeft geleid tot een achteruitgang van de trekvissen in de Biesbosch die migreren tussen de Noordzee en de binnenlandse paaigronden. Exoten: Het voorkomen van sommige vissen wordt bedreigd door diverse exotische vissoorten en de monocultuur van invasieve plantenexoten als de reuzenbalsemien, Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw verdringt die soorten behorende tot de habitattypen. Verstoring: rust is voor een groot aantal diersoorten een belangrijke factor voor het behoud van een gezonde populatie. Door intensieve recreatie is er sprake van optische verstoring en van verstoring als gevolg van geluid en (in mindere mate) licht. Er vindt momenteel een zonering plaats op basis van bereikbaarheid van het gebied. Een beperkt aantal delen is afgesloten voor publiek. Verstoring van vogels vindt plaats terwijl de doelstelling wel gehaald wordt. Hiermee lijkt de huidige verstoringsdruk door recreatie acceptabel. Soorten waarvan de instandhoudingsdoelstellingen niet worden gehaald worden gestuurd door andere drukfactoren. Wel blijft rust een punt van zorg als de recreatieve druk in de Biesbosch de komende jaren nog verder toeneemt.

Overige: Voor de hardhoutooibossen en voor de aalscholver zijn er knelpunten die niet in een van bovenstaande categorieën vallen. Hardhoutooibossen zijn in de Biesbosch nu beperkt tot enkele binnendijks gelegen aangeplante bossen. Buitendijks zijn er onvoldoende hooggelegen plekken waardoor de vorming van het habitattype maar moeizaam van de grond komt. De omvang van de aalscholverkolonie vertoont een negatieve trend. Het is onduidelijk waardoor dit wordt veroorzaakt.

Figuur 4.2 Stikstofdepositie en overschrijding van de KDW voor de Biesbosch in 2017 (bron: Atlas Regio)

Blad 13 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Tabel 4.2: Samenvatting instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Biesbosch met aanduiding van de doelen waarvoor er sprake is van een actueel knelpunt en de oorzaak ervan. (de instandhoudingsdoelen die niet onder druk staan, zijn niet in de tabel opgenomen (RVO, 2017). Knelpunt

Oorzaak

Onbekend

Gebrekkige gegevens

Beperkte ruime voor ontwikkeling + successie Vergrassing en vervilting, verbossing, te weinig aanvoer zand Beperkte vestiging minder algemene soorten, groeit dicht met algemene ruigtekruiden Vergrassing en vervilting

Gebrek aan dynamiek

Habitattypen Beken en rivieren met waterplanten H3260B (grote fonteinkruiden) H3270

Slikkige rivieroevers

H6120

Stroomdalgraslanden

H6430A

Ruigten en zomen (moerasspirea)

H6430B

Ruigten en zomen (moerasspirea)

H6510A

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

H6510B

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)

H91E0A

Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)

H91E0B

Vochtige alluviale bossen (essenipenbossen)

Vergrassing en vervilting + successie naar nattere vegetaties Geen

Stikstofdepositie/ gebrek aan dynamiek, te extensief beheer Gebrek aan dynamiek Stikstofdepositie, te extensief beheer/ onvoldoende inundatie (gebrek aan dynamiek) Stikstofdepositie, te extensief beheer/ Hydrologisch beheerregime onvoldoende Geen

Moeizame vestiging oudbosplanten.

Gebrek aan hooggelegen plaatsen + successie naar bostype kost tijd

Beperkte verbinding met zee

Migratiebarrière

Habitatsoorten H1095

Zeeprik

H1099

Rivierprik

H1103

Fint

H1106

Zalm

H1102

Elft

H1134

Bittervoorn

H1145

Grote modderkruiper

H1149

Kleine modderkruiper

H1163

Rivierdonderpad

H1318

Meervleermuis

Geen

Geen

Concurreert slecht met exoten

Exoten

Geen

Geen

H1337

Bever

Geen

Geen

H1340

Noordse woelmuis

Onbekend

Gebrekkige gegevens

H1387

Tonghaarmuts

Onbekend

Gebrekkige gegevens

Platte schijfhoren

Geen

Geen

H4056

5

Broedvogels Aalscholver

Dalende aantallen

Onduidelijke oorzaak

A021

Roerdomp

Verruiging

Gebrek aan dynamiek

A081

Bruine kiekendief

A017

Ongeschikte rietgorzen: verruiging

5

Soort is niet beschreven in het N2000-beheerplan. Inschatting knelpunt is op basis van het feit dat de soort een behouddoelstelling heeft in het ontwerp-wijzigingsbesluit aanwezige waarden van februari 2018.

Blad 14 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

A119

Porseleinhoen

A229

IJsvogel

A272

Blauwborst

A292

Snor

A295

Rietzanger

Knelpunt Geen

Oorzaak Geen

Geen

Geen

kleiner worden geschikt leefgebied a.g.v. verruiging en verbossing Successie en verlanding

Gebrek aan dynamiek

Geen

Geen

Geen

Geen

Minder geschikt foerageergebied door verlaten landbouwgrond Geen

Beheer

Geen

Geen

Niet-Broedvogels

4.1.4

A005

Fuut

A017

Aalscholver

A027

Grote zilverreiger

A034

Lepelaar

A037

Kleine zwaan

A041

Kolgans

A043

Grauwe gans

A045

Brandgans

A050

Smient

A051

Krakeend

A052

Wintertaling

A053

Wilde eend

A054

Pijlstaart

S056

Slobeend

A059

Tafeleend

A061

Kuifeend

A068

Nonnetje

A070

Grote zaagbek

A075

Zeearrend

A094

Visarend

A125

Meerkoet

A156

Grutto

Geen

Autonome ontwikkeling Algemene ontwikkelingen voor Natura 2000 De komende decennia zal onder andere vanwege bevolkingsgroei en klimaatverandering de druk op Natura 2000-gebieden toenemen. Bevolkingsgroei leidt doorgaans tot meer uitstoot en verstoring, klimaatverandering zorgt met name voor temperatuurstijgingen en grotere weersextremen. Dit resulteert in verschuiving van geschikte verspreidingsgebieden en grotere fluctuaties van populaties. Het belang van een goede ruimtelijke samenhang neemt toe waardoor leefgebieden vergroot kunnen worden en soorten mee kunnen schuiven en fluctuaties beter opgevangen kunnen worden. Het Nederlandse beleid is erop gericht om de gunstige/veilige staat van de habitattypen en soorten vallend onder de Vogel- en Habitatrichtlijn binnen Nederland te realiseren. Voor de Natura

Blad 15 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

2000-gebieden zijn beheerplannen opgesteld waarin is aangegeven welke maatregelen getroffen moeten worden om op termijn de Natura 2000-doelen te halen. In de PAS-gebiedsanalyses die voor de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn opgesteld is betoogd dat de doelen op termijn kunnen worden gehaald. In de Natura 2000-beheerplannen zijn maatregelen geformuleerd die moeten bijdragen aan het realiseren van de doelen. Uit monitoring moet blijken of dit ook daadwerkelijk het geval is en of aanvullende maatregelen nodig zijn. De Natura 2000-gebieden zijn voor het grootste deel onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waarmee ook de realisatie van het NNN een essentieel instrument is om de vereiste gunstige staat te bereiken voor de in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermde plantensoorten, diersoorten en habitattypen. In het kader van de realisatie van NNN is aandacht voor een robuuste omvang van de gebieden, voor een goede kwaliteit en voor de samenhang tussen de gebieden. Daarnaast dragen ook natuurmaatregelen buiten het NNN bij aan het realiseren van een gunstige staat van instandhouding. Want uiteindelijk wordt de staat van instandhouding bepaald voor Nederland als geheel, ongeacht voorkomen binnen of buiten Natura 2000 gebieden of NNN.

Specifieke autonome ontwikkelingen Natura 2000-gebied Biesbosch; natuurherstel In de afgelopen jaren zijn natuurherstelmaatregelen uitgevoerd om de knelpunten aan te pakken (bijvoorbeeld ook het Kierbesluit om de Haringvlietsluizen bij vloed op een kier te zetten om de barrière voor trekvissen te verminderen). Voor duurzaam behoud zijn ook in de komende jaren nog maatregelen nodig. Binnen de Biesbosch zijn echter wel verschillen in de huidige waarden en het historisch beheer, waardoor de aanpak van knelpunten niet in de hele Biesbosch gelijk is. Er wordt onderscheid gemaakt in:  Procesbeheer: wordt toegepast in het grootste deel van het Natura 2000-gebied, met uitzondering van de polders in de Sliedrechtse Biesbosch. Onder procesnatuur vallen de habitattypen beken en rivieren met waterplanten, slikkige rivieroevers, ruigten en zomen (A en B) en vochtige alluviale bossen (zachthout- en hardhoutooibos). Het belangrijkste knelpunt dat aangepakt wordt, is de afname van dynamiek in het systeem. Andere knelpunten zijn concurrentie door exoten, migratiebarrières en in de toekomst een afname van ganzenfoerageergebied.  Patroonbeheer: wordt toegepast in de polders in de Sliedrechtse Biesbosch en rond de binnendijks gelegen kreken aan de oostzijde.

Onder patroonnatuur vallen de habitattypen stroomdalgraslanden (H6120), glanshaver- en vossenstaarthooilanden (H6510-A en H6510_B) en hardhoutooibossen (H91E0_B). Knelpunten die aangepakt worden, zijn de gevolgen van overmatige stikstofdepositie en van de hydrologische veranderingen als gevolg van aantakken rivierarmen, te extensief beheer en het gebrek aan geschikt habitat voor hardhoutooibossen. Maatregelen die in het N2000-beheerplan benoemd zijn, betreffen:  Verwijderen stortsteen langs de oevers (langsdammen) aan de noord- en zuidzijde van de Kop van de Oude Wiel  Aanvoer en verwerken rivierzand Merwede  Verwijderen rasters, ruigten en andere opgaande begroeiing (bomen) langs de noord- en zuidoevers van de Kop van de Oude Wiel  De Haringvlietsluizen worden permanent enigszins geopend (Kierbesluit)  Periodiek en grootschalig terugzetten van successie in natuurontwikkelingsgebieden  Het areaal stroomdalgraslanden wordt extra gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd

Blad 16 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

       

Op het huidige areaal stroomdalgraslanden en op de aanliggende potentieel geschikte gebiedsdelen wordt de beweiding geïntensiveerd (incidenteel ook met schapen in de winter) In het huidige areaal stroomdalgrasland wordt de uitgebreide verjonging van meidoorns en opslag van wilgen bestreden Het areaal van de glanshaverhooilanden (H6510A) wordt intensiever beheerd door extra te maaien en door het maaisel af te voeren Op het areaal glanshaverhooiland (H6510A) wordt de nabeweiding geïntensiveerd Op het areaal vossestaarthooilanden (*H6510_B) wordt de nabeweiding geïntensiveerd Het waterbeheer voor vossestaarthooilanden (*H6510_B) aanpassen Kraaijennest: dempen van de afvoerkreek Kwaliteitsverbetering hardhoutooibos Realisatie NNN

Onderzoeken die in het N2000-beheerplan benoemd zijn om op termijn de juiste maatregelen te kunnen treffen, zijn:  Instellen van onderzoek naar de verandering in de hydrologische standplaatscondities (grondwaterpeilen) in delen van de Sliedrechtse Biesbosch  Onderzoek naar het optimale hydrologische beheerregime H6510_A en H6510_B  Onderzoek naar de kolonie en de metapopulatie aalscholvers  Invullen van inventarisatielacunes omdat van een aantal habitatrichtlijnsoorten de huidige verspreiding en de aantalsontwikkeling onvoldoende bekend zijn.  Maatregelen voor verbetering leefgebied instandhoudingsdoelen

Blad 17 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

5

Ingreep-effectanalyse

5.1

Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden Als gevolg van de ontwikkelingen in gemeente Sliedrecht kunnen zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase effecten optreden op beschermde gebieden. De effectenindicator en daarbij horende achtergronddocumentatie (onder meer Broekmeyer et al (2005)) zijn geraadpleegd om na te gaan welke mogelijke effecten als gevolg van de ontwikkelingen kunnen optreden. De effectenindicator is een instrument waarmee mogelijke schadelijke effecten ten gevolge van de activiteit en plannen worden verkend. Het dient als leidraad; geanalyseerd is of alle aangegeven effecten daadwerkelijk optreden en of aanvullende effecten relevant zijn. In tabel 5.1 zijn alle storingsfactoren uit de effectenindicator weergegeven. Voor een omschrijving van de storingsfactoren wordt verwezen naar Bijlage 1. Tabel 5.1: Overzicht storingsfactoren die bij activiteiten kunnen ontstaan.

Storingsfactoren Oppervlakteverlies en versnippering (1 en 2) Verandering dynamiek substraat (12) Stikstofdepositie (verzuring en vermesting) (3 en 4) Verstoring door geluid (13) Verzoeting (5) Verstoring door licht (14) Verzilting (6) Verstoring door trilling (15) Verontreiniging (7) Verstoring door optische effecten (16) Verdroging (8) Verstoring door mechanische effecten (17) Vernatting (9) Verandering in populatiedynamiek (18) Verandering stroomsnelheid (10) Bewuste verandering soortensamenstelling (19) Verandering overstromingsfrequentie (11)

Op basis van de effectenindicator van het ministerie van LNV en expert judgement in combinatie met de gevoeligheid/knelpunten van de Natura 2000-gebieden en het invloedsgebied van de storingsfactoren zijn de volgende storingsfactoren relevant bevonden:  Verzuring en vermesting door stikstofdepositie uit de lucht Verzuring van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van vervuilende gassen door bijvoorbeeld bedrijven en (vracht)voertuigen, maar ook door de stookinstallaties van woningen ten behoeve van verwarming. Deze ontwikkeling vindt in alle (woningbouw)projecten plaats. De uitstoot bevat onder andere zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen (VOS). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. Vermesting is in dit geval de 'verrijking' van ecosystemen door stikstofdepositie. Het gaat daarbij om aanvoer door de lucht (droge en natte neerslag van ammoniak en stikstofoxiden). Vermesting kan ook optreden door nitraat- en fosfaataanvoer via het oppervlaktewater. Van dit laatste is bij voorgenomen ontwikkelingen geen sprake. De effecten van verzurende stoffen zijn niet altijd te scheiden van die van vermestende stoffen, omdat een deel van de verzurende stoffen ook vermestend werkt (aanvoer van stikstof).

Om deze reden zijn beide effecten hier samengenomen. De groei in veel natuurlijke landecosystemen zoals bossen, vennen en heidevelden worden gelimiteerd door de beschikbaarheid van stikstof. Het gevolg van stikstofdepositie is dat deze extra stikstof extra groei geeft. Daarbij is de beschikbaarheid van stikstof bepalend voor de concurrentieverhoudingen

Blad 18 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

tussen de plantensoorten. Wanneer door stikstofdepositie de hoeveelheid beschikbaar stikstof boven een bepaald kritisch niveau komt, neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van meerdere andere. Diersoorten hoger in de voedselketen krijgen te maken met een mineralen-onbalans als gevolg van de samenstelling van plantaardig voedsel. Hierdoor neemt de biodiversiteit af. Dit heeft ook effect op de fauna, doordat hierdoor veranderingen van het leefgebied optreden, waardoor een gebied ongeschikt wordt als broed- of foerageergebied. Stikstofdepositie kan bij alle ontwikkelingen spelen. Stikstofdepositie is relevant voor alle aspecten uit de omgevingsvisie  Uitbreiding en vernieuwing van de woningvoorraad (alle scenario’s): aanleg- en gebruiksfase, door de verkeersaantrekkende werking.  Aanleg van nieuwe groen- en waterstructuren: emissies in de aanlegfase en een verkeersaantrekkende werking in de gebruikfase  Realiseren van verbindingen met de Alblasserwaard en de Merwede indien hiervoor nieuwe wegen worden aangelegd  Aanleg van openbare sport- en recreatievoorzieningen Omdat de Biesbosch nog een stikstofknelpunt ondervindt, het invloedsgebied van stikstofdepositie groot kan zijn en er diverse stikstofgevoelige gebieden op grotere afstand liggen, zijn significante gevolgen door stikstofdepositie niet bij voorbaat uit te sluiten.

5.2

Afbakening niet-relevante storingsfactoren De ontwikkelingen liggen allemaal buiten Natura 2000-gebied en worden ook niet in de directe omgeving omringd door Natura 2000-gebied waardoor van oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging geen sprake is. Verder leiden de ontwikkelingen niet tot een verandering in chloridegehaltes in water waardoor effecten van verzoeting of verzilting in de aanleg- of gebruiksfase zijn uitgesloten. De ontwikkelingen leiden evenmin tot lagere of hogere grondwaterstanden en/of toenemende kwel, veroorzaakt door menselijk handelen. Verdroging en vernatting is hierdoor uit te sluiten. De ontwikkelingen leiden niet tot verandering van de stroomsnelheid, overstromingsfrequentie of verandering in bodemdichtheid of bodemsamenstelling van terrestrische of aquatische systemen, omdat de projecten niet leiden tot aanslibbing of verstuiving. Significante gevolgen door verstoring door geluid en optische verstoring zijn ook bij voorbaat uit te sluiten. Door de ontwikkeling van woningen kan er sprake zijn van verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen zoals geluid door wegverkeer, door bedrijvigheid of door mensen. Gezien de afstand tussen de ontwikkelingslocaties en de Natura 2000-gebieden is verstoring door geluid in de realisatiefase niet aan de orde.

Van verstoring door geluid tijdens de gebruiksfase (van woningen) kan, samen met optische verstoring (verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem) is ook geen sprake. Gezien het plangebied van de Biesbosch gescheiden wordt door de Beneden Merwede en het plan voorziet in de realisatie van groen-, sport en recreatievoorzieningen leidt het plan niet tot een toename van de recreatiedruk in Natura 2000-gebieden.

Blad 19 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Er is sprake van verstoring door trillingen in bodem en water als dit door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren of heien. Dit betreft met name bouwwerkzaamheden in de aanlegfase. Gezien de afstand van de ontwikkelingen tot de Natura 2000-gebieden en het feit dat de gemeente gescheiden is van de Biesbosch door de Beneden Merwede is hier geen sprake van. Tevens is er gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden geen sprake van verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en bedrijventerreinen. Significante gevolgen door mechanische effecten zijn ook bij voorbaat uit te sluiten. Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding (door recreanten) of golfslag en dergelijke, die optreden ten gevolge van menselijke activiteit. Om dit soort effecten te krijgen, moeten activiteiten in de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Deze effecten zijn aan de orde als het plan leidt tot een toename van de recreatiedruk (op het land en/of het water). Daar is echter geen sprake van. Het plan voorziet in de realisatie van groen-, sport en recreatievoorzieningen leidt het plan niet tot een toename van de recreatiedruk in Natura 2000-gebieden. Van verandering van soortensamenstelling is geen sprake omdat de projecten niet voorzien in herintroductie van soorten of introductie van exoten.

Conclusie Ingreep-effectanalyse Natura 2000 In tabel 5.2 is de afbakening van relevante storingsfactoren voor het Natura 2000-gebied Biesbosch en de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving weergegeven. Geconcludeerd kan worden dat de effecten via stikstofdepositie nader onderzocht dienen te worden.

Blad 20 van 22

Verdroging, vernatting , verontreiniging, verzoeting, verzilting

Verandering stroomsnelheid en/of overstromingsfrequentie en/of dynamiek substraat

Verstoring door mechanische effecten

Verandering in populatiedynamiek en/of Bewuste verandering soortensamenstelling

Biesbosch en overige stikstofgevoelige gebieden Uitbreiding en vernieuwing van de woningvoorraad (alle X √ scenario’s) Uitbreiding van groen- en X √ waterstructuren Verbindingen met de X √ Alblasserwaard en de Merwede Openbare sporten X √ recreatievoorzieningen

Verstoring door geluid , licht, trillingen en optische verstoring

Verzuring en vermesting door N-, depositie uit de lucht,

Tabel 5.2 Afbakening relevante storingsfactoren bij de verschillende ontwikkelingen voor Natura 2000gebieden, waarbij √ = nader te onderzoeken en X- significante gevolgen bij voorbaat uit te sluiten Ruimtebeslag en versnippering

5.3

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

6

Conclusie voortoets De Omgevingsvisie Sliedrecht omvat een aantal ontwikkelingen die een risico op significante gevolgen en een verhoging van de milieudruk met zich meebrengen. Omdat significante gevolgen niet zonder meer uit te sluiten zijn vanwege de mogelijke stikstofdepositie-effecten, dient er een passende beoordeling opgesteld te worden. Het doel van die passende beoordeling is het nader signaleren van beleidskeuzes waarvan de uitvoerbaarheid, vanwege effecten op het Natura 2000-netwerk, onzeker is. In dat geval moeten in de Omgevingsvisie maatregelen worden opgenomen die de negatieve effecten voldoende verzachten zodat aannemelijk gemaakt kan worden dat het beleid uitvoerbaar is. Ook zal er dan aandacht besteed worden aan aanbevelingen om de aanwezige kansen te benutten. .

Blad 21 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

7

Bronnen AnteaGroup, 2021. NRD Oer Omgevingsvisie Sliedrecht Arcadis, 2014. Effectafstanden natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. In opdracht van de Provincie Gelderland. Broekmeyer, M. E. A., Schouwenberg, E. P. A. G., van der Veen, M., Prins, D., & Vos, C. C. (2005). Effectenindicator Natura 2000-gebieden: achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. (Alterra-rapport; No. 1375). Wageningen: Alterra. Provincie Noord-Brabant, 2017. Gebiedsanalyse Biesbosch (112). Programma Aanpak Stikstof. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2017. Natura 2000-beheerplan Biesbosch (112). Websites https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-brabant/biesbosch https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Soorten_Oud/Profiel_soort_H4056.pdf https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?selectGebied=112&selectActi viteit=Woningbouw&submit=Toon+effecten&subj=effectenmatrix

Blad 22 van 22

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Bijlage 1 Definitie storingsfactoren

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Bijlage 1 Definitie storingsfactoren Ministerie van EZ, 2015 Oppervlakteverlies en versnippering (1 en 2) Oppervlakteverlies leidt tot een afname van beschikbaar oppervlak leefgebied van soorten en/of habitattypen. Door versnippering kunnen verschillende gebieden geïsoleerd van elkaar komen te liggen, waardoor ze onbereikbaar worden of hun functie verliezen. Stikstofdepositie (verzuring en vermesting)(3 en 4) Verzuring van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx), ammoniak (NH3)). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. De belangrijkste bronnen van verzurende stoffen zijn de landbouw, het verkeer en de industrie. Verzoeting (5) Verzoeting treedt op als het chloridegehalte in het water afneemt, en niet meer geschikt is voor de beoogde zoute of brakke natuurtypen. Het steeds zoeter worden van bijv. het Oostvoornse meer heeft gevolgen voor de flora en fauna in het meer. Bepaalde soorten zullen verdwijnen terwijl nieuwe soorten zich zullen vestigen. Door de verzoeting zal de brakwatervegetatie verdwijnen. Dit heeft tot gevolg dat door het afsterven van algen en wieren een verslechtering van de waterkwaliteit kan optreden. Verder kan door verzoeting de gevoeligheid voor eutrofiëring sterk toenemen.

Naast verandering van vegetatie zal bij een verdere verzoeting ook de macrofauna- en visstandsamenstelling veranderen. Verzilting (6) Verzilting betreft de ophoping van oplosbare zouten (kalium, natrium, magnesium, calcium) in bodems en wateren. In wateren komt verzilting over het gehele spectrum tussen zoet (<200 mg Cl/l) en zeer zout (> 30.000 mg Cl/l) voor en is dus niet beperkt tot zoet en brak water. Als gevolg van verzilting verandert de zoet-zout gradiënt en dit heeft gevolgen voor de grondwaterkwaliteit en dus de bodemvruchtbaarheid. Dit werkt weer door in randvoorwaarden voor aanwezige plant- en diersoorten en leidt uiteindelijk tot een verandering in de soortensamenstelling. Verontreiniging (7) Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen die onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Het gaat hier onder andere over organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater en lucht. De gevolgen van verontreiniging zijn divers en complex en kunnen zich pas vele jaren later manifesteren. Vrijwel alle soorten habitattypen reageren op verontreiniging (bron: effectenindicator EZ). Verdroging (8) Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel.

De actuele grondwaterstand is dan lager dan de gewenste/benodigde grondwaterstand.

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Vernatting (9) Vernatting manifesteert zich in hogere grondwaterstanden en/of toenemende kwel veroorzaakt door menselijk handelen. Verandering stroomsnelheid (10) Verandering van stroomsnelheid van beken en rivieren kan optreden door menselijke ingrepen zoals plaatsen van stuwen, kanaliseren of weer laten meanderen. Verschillen in stroomsnelheid (langzaam of snel) en dimensies (van bovenloop tot riviertje) leiden tot duidelijke verschillen in levensgemeenschappen en kenmerkende soorten hiervan. Door verandering in stroomsnelheid verdwijnen kenmerkende soorten en levensgemeenschappen. Verandering overstromingsfrequentie (11) De duur en/of frequentie van de overstroming van beken en rivieren verandert door menselijke activiteiten. Voor een voedselarme vegetatie bijvoorbeeld leidt een toenemende overstroming met voedselrijk water tot vermesting: verrijking van de bodem en daardoor verruiging van de vegetatie. Bij boezemlanden die regelmatig worden overstroomd leidt een afname van de overstromingsfrequentie tot verzuring van de bodem, waardoor basenminnende plantensoorten kunnen verdwijnen. Langdurige overstroming kan leiden tot zuurstofgebrek in de wortels van planten waardoor planten kunnen afsterven. Uiteindelijk grijpt een verandering in de overstromingsdynamiek zo in op de soortensamenstelling.

Verandering dynamiek substraat (12) Er treedt een verandering op in de bodemdichtheid of bodemsamenstelling van terrestrische of aquatische systemen, bijvoorbeeld door aanslibbing of verstuiving. Verstoring door geluid (13) Verstoring door geluid betreft verstoring van diersoorten door onnatuurlijke geluidsbronnen. Verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Geluidsbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens leiden tot het verlaten van het leefgebied of afname van de reproductie. Er kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu geluid (bron: effectenindicator Ministerie van EZ en Broekmeyer et al., 2005). Verstoring door licht (14) Lichtverstoring kan optreden indien kunstmatige lichtbronnen de gevoelige habitatsoorten bereiken. Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden, zoals vogels, vleermuizen en zeehonden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van risico’s. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken of verdreven worden door de lichtbron.

Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld en verlichte delen van het leefgebied worden vermeden (bron: Broekmeyer et al., 2005). Verstoring door trilling (15) Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen et cetera.

Voortoets Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 0469221.100 2 april 2021 Gemeente Sliedrecht

Verstoring door optische effecten (16) Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Verstoring door mechanische effecten (17) Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen et cetera, die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Verandering in populatiedynamiek (18) De storende factor verandering in populatiedynamiek treedt op indien er een direct effect is van een activiteit op de populatie-opbouw en/of populatiegrootte. Er wordt hier vooral gedoeld op de situatie wanneer er sprake is van sterfte van individuen door wegverkeer, windmolens, of door jacht of visserij. Bewuste, menselijke ingrepen op populatieniveau kunnen leiden tot directe problemen en problemen in de toekomst. Een verandering in populatieomvang is een direct effect. Een verandering in populatie-opbouw (verandering van de verhouding sterfte-reproductie) leidt in de toekomst tot effecten. Zowel minder organismen (een kleinere populatie) en zeker een verandering in samenstelling van de populatie (bijv. meer oude dieren) kunnen leiden tot een verandering in de geboorte/sterfte ratio. En daarmee kan er iets veranderen in de populatiedynamiek (het gedrag in de tijd).

Dit kan uiteindelijk leiden tot het (tijdelijk) verdwijnen van soorten, waardoor het evenwicht van het ecosysteem verschuift. De gevoeligheid is sterk afhankelijk van diverse populatiekenmerken zoals de generatietijd van een soort en de huidige grootte van populaties. Vooralsnog zijn alle soorten als ‘gevoelig’ gescoord in de effectenindicator. Bewuste verandering soortensamenstelling (19) Er is sprake van bewust ingrijpen in de natuur door herintroductie van soorten, introductie van exoten, uitzetten van vis, inzaaien van genetisch gemodificeerde organismen etc. Er treedt concurrentie op in voedselbeschikbaarheid, nestgelegenheid etc. Deze concurrentie kan leiden tot het verdringen (opvullen van de niche) van de oorspronkelijke soorten. Ook kunnen soorten verdwijnen door predatie van de geïntroduceerde soort. Hierdoor kunnen relaties binnen het ecosysteem worden verstoord.

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. 0655494890 E. marien.kornet@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/162/documents/2880