CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

211119_Bijlage 4_Programmaruimte actualisering 2016_ANTW_TECH.VR_Pauw_PRO Sliedrecht_Sliedrecht Buiten.pdf

Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 23 november 2021, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 11: FYS – Ruimtelijk en financieel kader Sliedrecht Buiten37.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Operationeel doel

Beter afstemmen van de verschillende functies van het gebruik van de ruimte met betrekking tot efficiënt ruimtegebruik in de haven Rotterdam en de omliggende regio

Realisatiemix

Afspraken met betrokken partijen over afstemming functies en efficiënt ruimtegebruik

De provincie Zuid-Holland is onder meer verantwoordelijk voor natuurontwikkeling, de kwaliteit van specifieke woonmilieus en de economische ontwikkeling van de mainport. Om duurzame ontwikkeling van diverse functies mogelijk te maken, zal de provincie daarom actief toezien op de ruimtelijke afwegingen voor hindergevoelige functies (wonen, natuur, recreatie, etc.) ten opzichte van het Havenindustrieelcomplex. De opgave tot 2030 omvat: 1. het verhogen van de ruimteproductiviteit en zoeken naar verhoging van de toegevoegde waarde van de havenactiviteiten; het faciliteren van de mainport als energieleverancier voor bedrijven binnen de mainport onderling ( warmte en stoom), voor de greenport en voor woningen en kantoren (wind, warmte en CO2) 2. ruimtelijke ontwikkeling faciliteren voor de economische dynamiek (de profilering van de verschillende havengebieden) en nieuwe ontwikkeling (transformatie en uitbreidingsruimte); 3. aandachtszones: het vaststellen van een externe veiligheidscontour in besttemmingsplannen voor de haven. Met een veiligheidscontour ontstaat duidelijkheid over de uitbreidingsmogelijkheden van enerzijds de industrie in de haven en anderzijds de stedelijke bebouwing in de omliggende gemeenten. 45

Medio 2015 heeft de provincie Zuid-Holland samen met de gemeente Rotterdam, de regiogemeenten, het Havenbedrijf Rotterdam, Deltalinqs en de provincie Zuid-Holland met medewerking van de DCMR Milieudienst Rijnmond het regionaal afsprakenkader geluid en ruimtelijke ontwikkeling ondertekend. De rol van de provincie bij het maken van de afspraken is gebaseerd op de zorg om zorgvuldige afwegingen te maken bij de (milieu-)vergunningverlening voor bedrijven en gemeentelijke wensen voor woningbouw (geluidwetgeving). Dit in relatie met de wens om hinder te verminderen en de ambitie voor een intensiever ruimtegebruik binnen het haven- en industriegebied. Wat de geur en de stankoverlast betreft, werkt men met een zogenaamde hotspotbenadering met inzet van e-noses. Risicovolle activiteiten in omgeving burgers

Operationeel doel

Oplossen en voorkomen van knelpunten als gevolg van de combinatie van risicovolle activiteiten en aanwezigheid van grote groepen burgers waarbij er, als gevolg van ruimtelijke ontwikkeling, geen significante toename van het aantal blootgestelden is die kunnen komen te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Realisatiemix

Werkwijze externe veiligheid en RO Beleidsvisie duurzaamheid en milieu

Het beschermen van grote groepen burgers tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen is een doel. Onderstaande risicobronnen kunnen in geval van een ongeval of andere calamiteit gevolgen hebben voor grote groepen burgers: •

bedrijven waar op- en overslag, productie, gebruik, opslag- en of verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt

•

transportassen (weg, water, spoor en buis) waar vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt

•

luchthavens

•

kerncentrales

Om het ontstaan van nieuwe knelpunten rond deze risicobronnen te voorkomen, vraagt de provincie de gemeenten om aannemelijk te maken dat op termijn aan de oriëntatiewaarde wordt voldaan, wanneer het groepsrisico als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt en het berekende groepsrisico boven de oriëntatiewaarde ligt. De provincie vraagt in dat geval aan te tonen dat een maximale inspanning is geleverd om de gevolgen van een ongeval tot een minimum te beperken. Indien in bovengenoemde situatie het aantal blootgestelden toeneemt, dan vraagt de provincie maatregelen te nemen ter voorkoming of mitigatie van de gevolgen. Daarnaast wordt voor specifieke infrastructuur met een groot economisch belang aanvullend beleid gevoerd om ontwikkelingen nabij deze infrastructuur niet te laten interfereren met de economische ontwikkeling. Dat gaat over de oevers van de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg en Rotterdam The Hague Airport. Veiligheid oevers van de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas

Operationeel doel

De veiligheid langs de oevers van de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas waarborgen

Realisatiemix

Verordening ruimte

In de Verordening ruimte is een veiligheidszonering opgenomen voor de oevers van de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas. De zonering is van toepassing in het gebied tussen Hoek van Holland en de splitsing van de Nieuwe Maas en de Hollandsche IJssel. Voor dit gebied geldt een bebouwingsvrije zone en een zone waarin bebouwing alleen is toegestaan nadat een nadere afweging is gemaakt. Er zijn in de Verordening ruimte enkele uitzonderingen opgenomen. Indien dit speelt moet er advies gevraagd worden aan de Veiligheidsregio Rotterdam, de vaarwegbeheerder of de havenbeheerder.

46

2.4.2 De Greenports

Greenport Algemeen Glasareaal Greenport Operationeel doel

Modernisering en intensivering van het bestaande teeltareaal

Realisatiemix

Afspraken met (samenwerkende) gemeenten en bedrijvenleven om modernisering en intensivering te bevorderen Financiering: subsidieverlening (planvormingssubsidie) Kennisontwikkeling: gereedschapskist instrumentarium modernisering Programma mobiliteit Uitvoeringsstrategie regionale Economie

De provincie streeft naar een greenport waar het accent ligt op specifieke hoogwaardige productie met een centrale plaats voor logistiek, handel, kennis en innovatie. Door modernisering en intensivering van het gebruik van het bestaande teeltareaal, kunnen de greenports zich verder ontwikkelen. Het gaat daarbij om productielocaties en de bijhorende ontsluiting. Bij modernisering van het teeltareaal is een substantiële private betrokkenheid van belang. De primaire verantwoordelijkheid aan overheidszijde ligt bij de (samenwerkende) gemeenten. De provincie onderzoekt samen met gemeenten en het bedrijfsleven verbetermogelijkheden. Alle mogelijkheden om met andere overheden en het bedrijfsleven tot versnelling van het proces te komen, zijn wat de provincie betreft bespreekbaar. Te denken valt aan private en publieke investeringen in het openbare gebied, onteigening, fiscalisering of andere financieringsconstructies. De provincie stelt een gereedschapskist met instrumenten voor modernisering ter beschikking en draagt via subsidie bij aan planvorming ten behoeve van modernisering van het teeltareaal. Glas voor glas-regeling

Operationeel doel

'Glas voor glas' regeling toepassen om zo de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren

Realisatiemix

Verordening ruimte

In de Verordening ruimte is de glas-voor-glas regeling opgenomen. De regeling maakt uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf tot meer dan 2 hectare kassen mogelijk, mits elders fysiek glas wordt gesaneerd en de ruimtelijke kwaliteit per saldo wordt verbeterd.

Greenport Westland-Oostland Functiemenging in glastuinbouwgebieden

Operationeel doel

Versterking van de greenport door weloverwogen functiemenging mogelijk te maken in glastuinbouwgebieden als deze de greenport versterken

Realisatiemix

Verordening ruimte Uitvoeringsstrategie Regionale Economie

Greenportgerelateerde bedrijven vestigen zich tot op heden op agrogerelateerde bedrijventerreinen in de regio. De provincie heeft de intentie om hier flexibeler mee om te gaan, door in de Verordening ruimte weloverwogen vormen van functiemenging binnen het glasteeltareaal van de greenport Westland–Oostland mogelijk te maken, mits het gaat om bedrijven die het greenportcluster versterken.

Greenport Aalsmeer

47

Ruimte voor de greenport Aalsmeer

Operationeel doel

Behoud van voldoende en passende ruimte voor de greenport Aalsmeer

Realisatiemix

Verordening ruimte Uitvoeringsstrategie Regionale Economie

De Zuid-Hollandse gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop maken deel uit van de greenport Aalsmeer. Deze omvat verder de Noord-Hollandse gemeenten Haarlemmermeer, Uithoorn, Amstelveen en Aalsmeer en de Utrechtse gemeente de Ronde Venen. De Stuurgroep Greenport Aalsmeer heeft in februari 2015 met een Ruimtelijke Visie voor de Greenport Aalsmeer ingestemd. Deze Ruimtelijke Visie geeft aan wat de toekomst is van de verschillende productiegebieden binnen de Greenport Aalsmeer. Om de toekomst van de verschillende gebieden te bepalen zijn alle 40 gebieden in de Greenport Aalsmeer bekeken en op basis van 5 criteria ingedeeld in 5 verschillende gebiedscategorieën. Iedere gebiedscategorie heeft zijn eigen opgaven. Het geplande glastuinbouwgebied Nieuw Amstel Oost 1 blijft opgenomen binnen de begrenzing van het glastuinbouwgebied in de Verordening ruimte. Invulling als glastuinbouwgebied is echter pas aan de orde als de behoefte hiertoe is aangetoond. Het is gewenst in het bestemmingsplan ontwikkeling voor glastuinbouw mogelijk te maken via een wijzigingsbevoegdheid. Zolang de behoefte aan nieuwe glastuinbouw niet is aangetoond blijven de gronden gereserveerd.

Dit betekent dat er in deze gebieden geen ontwikkelingen mogen plaatsvinden die een eventueel toekomstige transformatie naar glastuinbouw belemmeren, tenzij het een ontwikkeling betreft die past binnen het huidige agrarische grondgebruik. De geplande glastuinbouwgebieden Nieuw Amstel Oost 2 en 3 zijn de eerste decennia waarschijnlijk niet nodig. Deze gebieden zijn daarom niet meer opgenomen binnen de begrenzing van het glastuinbouwgebied, zoals dat begrensd is in de Verordening ruimte. Dit neemt niet weg dat het ook voor deze gebieden wenselijk is deze voor de lange termijn beschikbaar te houden voor transformatie naar glastuinbouw mocht daar op termijn behoefte aan ontstaan. Dit kan door deze gronden op een vergelijkbare manier te beschermen als Nieuw Amstel Oost 1. Omdat het gaat om een lange termijn reservering, zou regeling via de Verordening ruimte 2014 in dit geval te belastend zijn. Daarom is gekozen voor een juridisch lichtere, maar inhoudelijk vergelijkbare, tekst hierover in het Programma ruimte. Deze tekst geeft aan dat er geen ontwikkelingen mogen plaatsvinden die een eventuele toekomstige ontwikkeling als glastuinbouwgebied significant beperken, tenzij het een ontwikkeling betreft die past in het huidige agrarisch grondgebruik. Bij het beoordelen van bestemmingsplannen voor deze gebieden zien Gedeputeerde Staten hierop toe.

Het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan is niet nodig, nu ontwikkeling voor glastuinbouw de eerste decennia waarschijnlijk niet aan de orde is. De maatwerkgebieden in Nieuwkoop blijven een functie vervullen voor de greenport. Hoewel het gaat om verouderde gebieden, is er toch ook nog een aantal moderne bedrijven gevestigd. In de Verordening ruimte 2014 zijn deze gebieden opgenomen als glastuinbouwgebied, met de nadere aanduiding ‘maatwerkgebied Greenport Aalsmeer’. Dit betekent dat aan blijvers de ruimte wordt geboden om hun glastuinbouwbedrijf voort te zetten en uit te breiden en dat aan stoppers een andere passende bestemming kan worden toegekend. Belangrijk is dat de sector zelf met initiatieven komt, die onderling en met de omgeving goed zijn afgestemd. In overleg met andere partijen wordt verkend welke ontwikkelingskansen er zijn voor andere functies (agrarisch, wonen, recreatie, natuur, zorg, anders). De uitvoeringsagenda Greenport Aalsmeer zal een voorzet geven. De belangrijkste opgaven voor de Greenport Aalsmeer zijn de modernisering en indien nodig herstructurering van het teeltareaal van de toekomstbestendige glastuinbouwgebieden, het realiseren van duurzaamheidsvoorzieningen, en de sanering en transformatie van verouderd glasareaal in niet toekomstbestendige glastuinbouwgebieden.

Ten behoeve van de uitvoering van deze opgaven van de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer wordt een uitvoeringsagenda en -strategie opgesteld. In de uitvoeringsagenda zullen de benodigde projecten en het benodigde instrumentarium worden geformuleerd en uitgewerkt.

Greenport Boskoop 48

Herstructureren greenport Boskoop

Operationeel doel

Herstructureren van de greenport Boskoop

Realisatiemix

Verordening ruimte Uitvoeringsstrategie Regionale Economie Afspraken over herstructurering met betrokken partijen

De grondgebonden boom- en sierteelt in Boskoop heeft een kleinschalig type veenlandschap opgeleverd, dat uniek is in Zuid-Holland. Het aandeel van de pot- en containerteelt (PCT), die niet grondgebonden is, neemt toe. Deze teelt krijgt, in combinatie met de kennis- en handelsfunctie, ruimte voor concentratie in de droogmakerij in en rond het PCT-terrein. Daardoor kan in het veengebied meer ruimte ontstaan voor hoogwaardige en duurzame opengrondteelt in een aantrekkelijke omgeving. Er is ruimte voor kleinschalig glas in combinatie met deze opengrondteelt. Deze ontwikkeling en een efficiëntere zoetwatervoorziening maken herstructurering noodzakelijk. Door deze ontwikkelingen zal ook de energievraag in de toekomst substantieel toenemen. Daarom bestaan in de gemeente Alphen aan den Rijn verschillende plannen voor het plaatsen van windmolens. Op dit moment is ruimtelijke inpassing op grond van vigerend ruimtelijk beleid niet mogelijk. Gelet echter op de te verwachten ontwikkelingen in de Greenport, zoals extra kassen en meer mobiliteit, zal in de nabije toekomst meer energie nodig zijn. Alle betrokken partijen in het gebied willen dit duurzaam invullen. Dit zou kunnen met zonnepanelen en windmolens. Een nadere verkenning van de mogelijkheden hiertoe met de gebiedspartijen zou op korte termijn kunnen worden opgestart.

In de greenport nieuwe stijl (greenport 3.0) zullen de hiervoor genoemde ontwikkelingen worden ingepast op een wijze die volledig recht doet aan een greenport nieuwe stijl en in evenwicht zijn met de omgeving. De ruimte voor niet-grondgebonden pot- en containerteelt op het PCT-terrein, naast de grondgebonden boom- en sierteelt, is opgenomen in de Verordening ruimte. Kassen bij volwaardige grondgebonden boom- en sierteeltbedrijven zijn toegestaan tot een derde deel van het bedrijfsoppervlak. Bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven binnen het PCT-terrein gelden ruimere bebouwingsmogelijkheden voor kassen, namelijk tot de helft van het beteelbare oppervlak per bedrijf. Op het PCT-terrein kan in beperkte mate ook ruimte worden geboden aan bedrijven en andere functies indien die een directe binding hebben met de boom- en sierteelt en een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de greenport. Ontsluiting greenport Boskoop

Operationeel doel

De ontsluiting van greenport Boskoop verbeteren

Realisatiemix

Programma mobiliteit

De provincie vindt een betere ontsluiting van de greenport Boskoop wenselijk. De aanleg van de westelijke randweg en een keuze voor een noordelijke ontsluitingsvariant in Boskoop zijn daarbij belangrijk.

Greenport Duin- en Bollenstreek Herinrichting greenport Duin- en Bollenstreek

Operationeel doel

Herstructurering Duin en Bollenstreek

Realisatiemix

Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM)

De Greenport Duin- en Bollenstreek heeft een groot economisch belang voor Zuid-Holland. Het is een sterk cluster van productie, handel en kennis dat wereldwijd nieuwe groeimarkten aanboort en daarnaast verbindingen legt met de nabij gesitueerde clusters Life Sciences en Space. Om te werken 49

aan een goed investeringsklimaat voor een duurzame en vitale greenport, hebben de gezamenlijke gemeenten de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) opgericht. Deze geeft uitvoering aan herstructurering en revitalisering in het gebied. Voor de Duin- en Bollenstreek is het beleid gericht op verdere ontwikkeling tot een vitale, economisch concurrerende en duurzame greenport, met aanzienlijke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Nauw verweven met het economisch belang van de greenport, is het economisch belang van de regio als toeristische trekker en belangrijk landschappelijk en cultureel erfgoed, met de Keukenhof als exponent. Voor beide economische pijlers is behoud van het bollenareaal van belang. In de Bollenstreek is een herinrichtingsopgave aan de orde, waarin verbetering van de productieomstandigheden gepaard gaat met aanzienlijke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Hiervoor is een verdergaande schaalvergroting van grondgebonden bollenteeltbedrijven nodig in combinatie met de sanering van vrijkomende bebouwing. Ook wordt op bescheiden schaal een verdere concentratie en herstructurering van bollengerelateerde glastuinbouw en bedrijvigheid nagestreefd. Van belang is dat deze locaties zo goed mogelijk aansluiten op het logistiek netwerk van greenports en mainport.

Een ander onderdeel van de herstructurering is de opgave om de zelfvoorziening voor zoetwater te vergroten. In de Intergemeentelijke Structuurvisie van de gemeenten voor de Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) zijn deze doelstellingen ook neergelegd. Het werkingsgebied van de GOM is in de ISG gedefinieerd. Vertaald naar de terminologie van de Visie ruimte en mobiliteit gaat het om het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied en buiten de uitleglocaties voor woningbouw zoals opgenomen in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde actuele regionale woonvisie, alsmede de woningbouwlocaties die groter zijn dan 3 ha, zoals opgenomen in dit programma. Binnen het werkingsgebied van de GOM geeft de ISG invulling aan het handelingskader ruimtelijke kwaliteit, zoals opgenomen in visie, programma en verordening. De samenwerkende gemeenten hebben onder meer afgesproken dat binnen het werkingsgebied geen andere woningen worden gebouwd dan ‘Greenportwoningen’ en ‘ruimte voor ruimte’-woningen. De provincie erkent deze afspraak. De GOM verstrekt bouwtitels voor de Greenportwoningen. De opbrengst hiervan wordt ingezet ten behoeve van de projecten uit het meerjarenprogramma van de GOM, waarmee onder meer de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd. Ook zal er in het beleid ruimte zijn voor de realisering van z.g. clusterlocaties (kleiner en groter dan 3 ha) voor Greenportwoningen.

Voorzover de locaties groter zijn dan 3 ha behoeven zij niet als zodanig in het Programma ruimte opgenomen te zijn. De provincie maakt verdere afspraken met de zes gemeenten in de Bollenstreek in een apart daarvoor opgesteld Afsprakenkader. Hoofdpunten daarin zijn: •

Provincie Zuid-Holland en de zes Bollengemeenten spreken gezamenlijke ambities uit voor belangrijke hoofdzaken voor ruimtelijke ontwikkeling tot 2030 tot een vitale Greenport Duinen Bollenstreek. Daarbij wordt aangegeven dat VRM en ISG op elkaar aansluiten en dat het Afsprakenkader de gezamenlijke ambities bevestigd.

•

Het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek is aangegeven op kaart als contramal van BSD en alle uitleglocaties (ook kleiner dan 3 ha) binnen de voormalige rode contour.

•

In het buitengebied geldt de herstructureringsopgave voor de Duin- en Bollenstreek. Financiële afdracht of tegenprestatie ruimtelijke kwaliteit kan slechts in drie vormen: het kopen van een bouwtitel voor een Greenportwoning van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), het slopen van oude, bestaande bedrijfsbebouwing of kassen conform de Regeling Intergemeentelijk Compensatiefonds 'ruimte voor ruimte en lintbebouwing, waarvan de uitvoering bij volmacht is opgedragen aan de GOM, en de bollengrondcompensatieregeling.

50

Ondersteunend glas bollenbedrijven

Operationeel doel

Voldoende ruimte voor ondersteunend glas bij opschaling bollenbedrijven

Realisatiemix

Verordening ruimte Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM)

In de Verordening ruimte is opgenomen dat op volwaardige bollenbedrijven ten hoogste 3000 m² ondersteunend glas is toegestaan. De regeling ‘glas voor glas’ maakt het onder voorwaarden mogelijk een groter oppervlak aan kassen te realiseren, mits daar sanering van kassen elders binnen het bollenteeltgebied tegenover staat. Voor bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en stekbedrijven, die in de huidige situatie al beschikken over meer dan 3.000 m² glas, is in de verordening opgenomen dat ten hoogste 6.000 m² glas is toegestaan. Compensatie bollengrond

Operationeel doel

Handhaven van het teeltareaal bollengrond door het compenseren van bollengrond wanneer grond onttrokken wordt voor andere ontwikkelingen

Realisatiemix

Verordening ruimte GOM

De provincie streeft ernaar om minimaal 2625 hectare eerste klas bollengrond te handhaven. Nieuwe ontwikkelingen of functies in het bollenteeltgebied die ten koste gaan van het areaal bollengrond, moeten worden gecompenseerd. Dit is vastgelegd in de Verordening ruimte. Hierin is tevens opgenomen dat daartoe een financiële afdracht plaatsvindt aan de GOM. Bescherming graslanden Bollenstreek

Operationeel doel

Bescherming bieden aan de graslanden in de Bollenstreek

Realisatiemix

Verordening ruimte Kwaliteitskaart

De waardevolle graslanden in de Duin- en Bollenstreek vragen om toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van de specifieke waarden naast de generieke bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit omdat deze graslanden een functie vervullen als weidevogelgebied en vanwege de openheid van het landschap. De graslanden zijn in de Verordening ruimte (regeling ruimtelijke kwaliteit) aangeduid als ‘beschermingscategorie 1’.

Glas buiten de greenports Handhaven duurzaam glas

Operationeel doel

Handhaven (overige) duurzame glaslocaties

Realisatiemix

Verordening ruimte Gebiedsprofielen Subsidie

Naast de vier greenports is er een aantal andere locaties met duurzaam glas. Hier is glas gevestigd dat ook in de toekomst tot het teeltareaal blijft behoren. Voorbeelden zijn locaties in Rijnsburg, Voorne en de recent aangewezen locaties in de Hoeksche Waard en op Goeree-Overflakkee. Deze locaties behouden in de Verordening ruimte de aanduiding duurzaam glastuinbouwgebied. 51

Verbeteren kwaliteit door saneren verspreid glas

Operationeel doel

Door sanering van verspreide glastuinbouw de ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied verbeteren

Realisatiemix

Visie ruimte en mobiliteit: Kwaliteitskaart Gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit Subsidie sanering glastuinbouw

Binnen Zuid-Holland ligt ook een aantal verspreid gelegen glasbedrijven met een beperkte economische waarde, gelegen op locaties die minder wenselijk worden geacht. Deze locaties komen in aanmerking voor sanering en kunnen in principe niet worden uitgebreid. De provincie heeft een faciliterende en stimulerende rol in deze nog te realiseren sanering van 150 hectare verspreid liggende kassen. Zij kan de sanering faciliteren met instrumenten uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en stimuleren door subsidie. De inzet verschilt per gebied. Leidend is de te realiseren verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het bereiken van de doelstelling hangt vooral af van de mate waarin de gemeenten zelf actie ondernemen en de bereidheid van ondernemers om te saneren. Saneringen die leiden tot verplaatsing van bedrijven, dragen bij aan de concentratie van glastuinbouwbedrijven, waarbij ook duurzaamheidsvoordelen zijn te behalen. Sanering vindt ook plaats via de glas-voorglasregeling. 2.5 Luchthavens 2.5.1 Rotterdam The Hague Airport

Operationeel doel

Versterken van het zakelijk profiel van de luchthaven. In 2010 vliegt minimaal 50% van de passagiers naar een zakelijke bestemming.

Realisatiemix

Via Bestuurlijke Regiegroep Rotterdam The Hague Airport organiseren van de regionale inbreng rondom ontwikkelingen inzake de luchthaven

Tot 1 mei 2013 functioneerde Rotterdam The Hague Airport (RTHA) op basis van een Aanwijzingsbesluit op grond van de Luchtvaartwet. Met de inwerkingtreding van de wet Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML) op 1 november 2009 is een nieuw stelsel van bepalingen voor luchthavens, met uitzondering van Schiphol, in werking getreden. Op 1 mei 2013 is het aanwijzingsbesluit van RTHA vervangen door een omzettingsregeling op grond van deze RBML. Vanaf dat moment is het nieuwe stelsel voor burgerluchthavens, zoals dat is opgenomen in hoofdstuk 8 van de Wet Luchtvaart voor RTHA van kracht. Deze omzettingsregeling dient per 1 januari 2018 vervangen te zijn door een geheel nieuw en volledig luchthavenbesluit op basis van de Wet Luchtvaart zoals voorgeschreven in de RBML. De luchthaven levert een belangrijke directe en indirecte bijdrage aan de economische ontwikkeling van de provincie. Om deze positie te behouden en te versterken heeft de luchthaven aangegeven te willen groeien. Omdat de vraag naar vervoer via Rotterdam The Hague Airport (RTHA) is toegenomen en de grens van de vergunde milieucapaciteit in de omzettingsregeling bereikt is, heeft de luchthaven de behoefte om in het toekomstige luchthavenbesluit meer ruimte te realiseren voor de commerciële en maatschappelijk relevante c.q. spoedeisende luchtvaart, zoals trauma- en politiehelikopters.

Ten behoeve hiervan heeft de luchthaven onderzoek laten doen naar de effecten van diverse groeiscenario’s, zowel als het gaat om de economische effecten als de effecten op de kwaliteit van de leefomgeving. De luchthaven is voornemens eind 2016 een aanvraag in te dienen voor een luchthavenbesluit voor één van de groeiscenario’s zodat dit besluit uiterlijk 31 december 2017 wordt vastgesteld.

52

De toekomstige ontwikkeling van de luchthaven is afhankelijk van het draagvlak in de regio. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu is het bevoegd gezag over Rotterdam The Hague Airport aangezien het een luchthaven van nationale betekenis is. Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit wordt door het Rijk een integrale afweging gemaakt of de negatieve effecten voldoende gemitigeerd worden dan wel opwegen tegen de maatschappelijke baten. Hoewel de provincie geen wettelijke bevoegdheid heeft bij de vaststelling van het luchthavenbesluit, wordt bestuurlijk draagvlak bij de provincie en gemeenten in het beperkingengebied van de luchthaven als voorwaarde gesteld door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. De provincie heeft in dit proces een belangrijke rol; zij is namelijk door de staatssecretaris verzocht te toetsen of er draagvlak is voor (één van de) groeiscenario’s van de luchthaven. Bij een standpuntbepaling over het draagvlak hecht de provincie aan een brede consultatie van belanghebbenden. Tevens wordt een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het regionaal economisch belang en maatschappelijke baten en lasten.

Ter ondersteuning van de besluitvorming zal de provincie een onafhankelijke studie laten uitvoeren naar de economische toegevoegde waarde van RTHA voor de gemeenten, metropoolregio en provincie, aanvullend op de maatschappelijke kosten en baten analyse welke is uitgevoerd in opdracht van de luchthaven. Ten aanzien van de geluidhinderproblematiek is samen met de betrokken gemeenten het bestaande uitvoeringsplan Maatregelen Geluidhinder Rotterdam The Hague Airport geactualiseerd. Hierbij zijn de voorstellen nader uitgewerkt in samenspraak met belanghebbenden en is een inschatting gemaakt van haalbaarheid, effectiviteit en kosten. De provincie zal op basis van de uitkomsten een standpunt innemen over de uit te voeren voorstellen. Tevens zal de middels een jaarwerkplan uitvoering gegeven worden aan de betreffende voorstellen. Concrete acties - Toetsen van draagvlak voor (één van de) door de luchthaven voorgestelde groeiscenario’s RTHA. - Aanvullend onderzoek naar de regionale maatschappelijke baten en lasten van de groeiscenario’s van RTHA. - Besluitvorming over de uitvoering van voorstellen uit het uitvoeringsplan Maatregelen Geluidhinder Rotterdam The Hague Airport en het opstellen van een jaarwerkplan ten aanzien van de betreffende voorstellen (2e kwartaal 2016). 2.5.2 Schiphol

Operationeel doel

In 2020 heeft Schiphol haar groeipotentieel optimaal kunnen benutten tot een maximum van 500.000 vliegbewegingen per jaar. De toename van hinder is zo veel mogelijk tegengegaan of gecompenseerd. Binnen de geluidcontouren rondom Schiphol wordt terughoudend omgegaan met nieuwe woningbouw, echter binnen de regels moet kleinschalige woningbouw mogelijk zijn, indien dit de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid ten goede komt.

Realisatiemix

De provincie neemt actief (bestuurlijk en ambtelijk) deel aan het overleg rondom Schiphol en borgt daarin de Zuid-Hollandse belangen met betrekking tot ruimtelijk-economische ontwikkeling en hinderbeperking.

De provincie hecht waarde aan de luchthaven Schiphol als belangrijke motor voor de economie in de Randstad. Tegelijkertijd vindt de provincie het van belang dat de toename van de hinder zoveel mogelijk wordt gecompenseerd. Hiervoor is een uitgebreid pakket aan hinder beperkende maatregelen vastgesteld. De 53

afspraken rondom de groei van Schiphol zijn vastgelegd in het Aldersakkoord 2008 en Aldersadvies 2013. De provincie is betrokken partij bij de totstandkoming en uitvoering van deze afspraken en is dus actief betrokken bij de ontwikkeling van de luchthaven en de aanvliegroutes. Daarnaast draagt de provincie waar nodig en mogelijk bij aan de landzijdige ontsluiting van de luchthaven. Woningbouwmogelijkheden binnen 20 Ke –contour De 20 Ke-contour is een planologische contour bedoeld om terughoudendheid te betrachten wat betreft woningbouw buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Deze terughoudendheid is enerzijds ingegeven vanuit het oogpunt van de bescherming van mensen tegen vliegtuiggeluid, en anderzijds om voldoende ruimte te laten voor (toekomstige) ontwikkelingen (zoals veranderingen in aanvliegroutes) van de mainport Schiphol. Op dit moment wordt het Luchthavenindelingbesluit van Schiphol herzien. In dit proces loopt een discussie welke overheidslaag verantwoordelijk is voor het beperkingenregime binnen de 20 Kegeluidcontour. Het beperkingenregime gaat over de woningbouwmogelijkheden binnen deze geluidscontour. Tot op heden is het Rijk verantwoordelijk voor de ruimtelijke regels binnen de 20 Kegeluidscontour. Deze regels staan in het Luchthavenindelingbesluit (LiB) dat het Rijk momenteel wijzigt.

Na de eerdere decentralisatie van de verstedelijkingsopgave naar provincies en gemeenten is de volgende stap dat de afweging tussen de woningbouwopgave en de geluidhinder binnen de 20 Kecontour een verantwoordelijkheid van de provincie wordt. Vooruitlopend op de definitieve LiB is het nodig dat de provincie een beperkingenregime van de 20 Ke-geluidscontour opstelt en in de Verordening Ruimte opneemt. Concrete acties -

Betrokkenheid bij ontwikkeling Schiphol.

-

Waar nodig meewerken aan verbetering landzijdige ontsluiting.

-

Op basis van het huidige gebruik van de luchthaven zal baanpreferent vliegen ertoe leiden dat Schiphol maximaal kan groeien naar 500.000 vliegbewegingen.

2.5.3 Kleine en recreatieve luchtvaart

Operationeel doel

Zuid-Holland biedt in beginsel ruimte aan kleine en recreatieve luchtvaart maar gaat terughoudend om met nieuwe initiatieven voor commerciële en bedrijfsgebonden luchtvaart. Initiatieven op het gebied van luchtvaart met een maatschappelijk belang worden ondersteund. Bij de beoordeling wordt een integrale afweging gemaakt van het effect op natuur, beschermde diersoorten, geluid en economie.

Realisatiemix

De provincie heeft de bevoegdheid voor het aanwijzen van kleine regionale luchthavens en burgerluchthavens van regionale betekenis.

Voor de uitvoering van het beleid ten aanzien van kleine en recreatieve luchtvaart vormt de Wet Luchtvaart het kader. Sinds 2009 is de provincie het bevoegd gezag voor het verlenen van luchthavenbesluiten of –regelingen voor kleine regionale luchthavens, de burgerluchthavens van regionale betekenis. Dit is vastgelegd in de Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De eisen voor de inrichting van een luchtvaartterrein of luchthaven (vastgelegd in de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen) en het luchtzijdig gebruik vallen onder de

54

bevoegdheid van het Rijk. De bevoegdheid van de provincie reikt tot het landzijdige gebruik van luchthavens of terreinen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik en de inpassing in de omgeving. De provincie heeft binnen deze kaders de bevoegdheid om voor luchthaventerreinen luchthavenbesluiten of luchthavenregelingen vast te stellen. De provinciale luchthavenverordening is de basis voor het toezicht op en de handhaving van de vigerende regelingen en besluiten. Gelet op het diverse karakter van de genoemde vormen van luchtvaart gaat de provincie bij de beoordeling uit van maatwerk en zal per initiatief een nadere afweging worden gemaakt met behulp van de beleidskaders uit het Programma Ruimte. Daarnaast vindt toetsing plaats aan de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet, de Wet natuur (inzake luchtkwaliteit), de nieuwe Wet Natuurbescherming en Wet ruimtelijke ordening. Tevens vindt een brede belangenafweging plaats van de initiatiefnemer, gemeenten en andere partijen. De provincie maakt in haar beleid onderscheid tussen recreatieve luchtvaart, helikopterluchthavens en onbemande luchtvaart. De volgende paragrafen bieden een beoordelingskader voor deze categorieën.

Daarnaast is de provincie bevoegd ontheffing te verlenen van het verbod om met een luchtvaartuig op te stijgen dan wel te landen anders dan van een luchthaven, de zogenoemde ontheffing voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (tug-ontheffing). Bij de beoordeling wordt de Beleidsregel landen en opstijgen anders dan van luchthavens Zuid-Holland 2013 toegepast, welke eind 2016 wordt geactualiseerd. De afweging voor wat betreft natuur en beschermde diersoorten vindt nu bij separate besluitvorming plaats in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 , de Flora- en Faunawet, en per 1 januari in het kader van de nieuwe Wet Natuurbescherming (die de Natuurbeschermingswet 1998 en de Floraen Faunawet vervangt). Concrete acties -

Evalueren en aanpassen Beleidsregel Landen en Opstijgen op terreinen anders dan luchtvaartterreinen ten behoeve van onbemande luchtvaartuigen.

Recreatieve luchtvaart De recreatieve luchtvaart in Zuid-Holland staat onder druk. Diverse ruimteclaims (als gevolg van verstedelijking en natuurontwikkeling) maken dat locaties verdwenen zijn. Tegelijkertijd is de mogelijkheid om op recreatieve basis te kunnen vliegen een waardevolle toevoeging aan het recreatieve aanbod in Zuid-Holland. Daarom is het van belang dat, indien de provincie een ruimtelijk besluit neemt dat er toe leidt dat een bepaalde vorm van recreatieve luchtvaart moet verdwijnen, er gelijktijdig een besluit wordt genomen over de toekomst van de gebruikers. Voor geluidsarme gemotoriseerde luchtvaart, zoals het vliegen met Micro Light Aircraft (MLA) motorzwevers (TMG) en ongemotoriseerde luchtvaart, wordt in principe ruimte geboden, mits voldaan wordt aan de vigerende regelgeving. De provincie staat echter geen nieuwe luchthavens toe voor gemotoriseerd vliegen met eenmotorige vliegtuigen (SEP). Deze vorm van luchtsport wordt alleen toegelaten op Rotterdam The Hague Airport. Schermvliegen, ballonvaren, paramotorvliegen en zeilvliegen zijn overigens vrijgesteld van de verplichting te starten van een terrein met een luchthavenregeling. Toestemming van Provinciale Staten is dus niet benodigd.

Wel geldt de bepaling dat de burgemeester van de gemeente waar de luchthaven is gelegen, in verband met de openbare orde en veiligheid, een verklaring van geen bezwaar af dient te geven. Helikopterluchthavens 55

Helikopterluchthavens kunnen, afhankelijk van het type helikopterluchthaven, in een maatschappelijke en/ of economische behoefte van de samenleving voorzien en leveren mogelijk een bijdrage aan het vestigingsklimaat van ondernemingen. De provincie gaat echter terughoudend om met nieuwe helikopterhavens. Bij de beoordeling wordt een afweging gemaakt tussen het maatschappelijk en individueel belang van de helikopterluchthaven enerzijds en het effect op de leefomgeving. De provincie definieert hierbij de volgende categorieën: -

Maatschappelijke helikopterhavens (ten behoeve van o.a. trauma- en politiehelikopters

-

Bedrijfsgebonden helikopterluchthavens

-

Commerciële helikopterluchthavens

-

Persoonsgebonden helikopterluchthavens

Aan nieuwe helikopterluchthavens ten behoeve van maatschappelijke vluchten dient ruimte te worden geboden indien dit voorziet in een maatschappelijke behoefte. Bedrijfsgebonden helihavens, die ter ondersteuning dienen bij de algemene bedrijfsvoering, zijn inpasbaar binnen de provincie mits deze voldoen aan de vigerende regelgeving en beleidskaders. De provincie gaat echter terughoudend om met de vaststelling van luchthavenbesluiten en –regelingen voor commerciële helikopterluchthavens. Deze zijn alleen inpasbaar mits deze voldoen aan de vigerende wet- en regelgeving en deze een aantoonbaar toegevoegde economische waarde hebben voor de gemeente(n) waar binnen de helikopterluchthaven gelegen is. De afweging over commerciële helikopterluchthavens zal mede plaatsvinden op basis van een maatschappelijke kosten en baten analyse. Aan persoonsgebonden helikopterluchthavens wordt in principe geen ruimte geboden tenzij er draagvlak bestaat in de directe omgeving. Binnen 500 meter van aaneengesloten woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen worden nieuwe luchthavens voor gemotoriseerde luchtvaart niet toegestaan. Uitgezonderd zijn luchthavens met een maatschappelijke functie en bedrijfsgebonden helikopterluchthavens gevestigd op een locatie aangewezen als bedrijventerrein. Onbemande luchtvaartuigen Er is in toenemende mate sprake van het gebruik van onbemande luchtvaartuigen.

Dit betreft zowel het recreatief gebruik van modelluchtvaartuigen en de toepassing van op afstand bestuurde luchtvaartuigen met een professioneel dan wel commercieel karakter. Voor professioneel gebruik worden deze vooral ingezet ten behoeve van: -

Inspectie- en opsporingsactiviteiten (infrastructuur, recherche, etc.)

-

Bescherming van de openbare orde en veiligheid (bijvoorbeeld bij grote evenementen en calamiteiten).

-

Mediadoeleinden (verslaglegging grote evenementen, reclamemateriaal)

Beide categorieën zijn tot 25 kg vrijgesteld van de verplichting op te stijgen van of te landen op een aangewezen luchthaven. Momenteel is Europese wetgeving in voorbereiding voor onbemande luchtvaartuigen, waarbij naar verwachting onderscheid gemaakt wordt tussen speelgoed (<1 kg), zeer lichte onbemande luchtvaartuigen (<4 kg) kleine onbemande luchtvaartuigen tot 25 kg.

56

3 Kwaliteit van landschap, groen en erfgoed 3.1 Inleiding

Een aantrekkelijke groene ruimte is een voorwaarde voor een duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat. De groene ruimte kent kwaliteiten die onderscheidend en uniek zijn vanwege de typisch Zuid-Hollandse combinatie van kustlandschap, veenlandschap en rivierdeltalandschap. De provincie kent een aantal topkwaliteiten die bijdragen aan het behoud van de biodiversiteit en het cultureel erfgoed. Instandhouding en versterking van deze topkwaliteiten is van groot belang. Versterking van de recreatieve kwaliteit in de provincie is eveneens een belangrijke opgave, vooral in en om de stad. Om de kwaliteit van het landschap, groen en erfgoed te versterken, heeft de provincie onderstaande strategische doelen geformuleerd: Strategische doelen •

Instandhouding en zo mogelijk versterking van de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland, zodat voor de huidige en toekomstige generaties het onderscheidend karakter van de drie Deltalandschappen herkenbaar en beleefbaar blijft.

•

Ruimte voor duurzame landbouw en andere passende economische activiteiten in het landelijk gebied, afgestemd op condities vanuit bodem, water, natuur en vanuit gebiedskwaliteiten.

•

Behoud, herstel en verhoging van de biodiversiteit als intrinsieke waarde van de groene ruimte, zo mogelijk gekoppeld aan andere maatschappelijke doelen.

•

Instandhouding en versterking van het cultureel erfgoed, vanwege de historische waarde en de betekenis voor de identiteit, variëteit en beleving van de Zuid-Hollandse landschappen en kernen.

•

Behoud en ontwikkeling van een groenblauwe structuur, die de samenhang tussen stad en land versterkt en de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde in en nabij de stad verbetert.

Beleid en uitvoering groen en cultureel erfgoed De doelstellingen en prioriteiten van het provinciale groenbeleid zijn opgenomen in de Beleidsvisie Groen. Aanvullend op deze beleidsvisie stelt de provincie jaarlijks een actualisatie van het Uitvoeringsprogramma Groen op. In het programma staan de projecten waaraan de provincie samen met gebiedspartners (grotendeels via cofinanciering) werkt om de groene beleidsdoelen te realiseren, waarbij veelal ook doelen voor water en cultuurhistorie worden meegenomen. Het programma biedt ruimte voor het verkennen van nieuwe projecten en nieuwe realisatie- en beheermethoden via pilots. De ruimtelijk relevante ontwikkelingen zijn opgenomen in dit Programma ruimte. Voor de uitvoering wordt in de realisatiemix verwezen naar het Uitvoeringsprogramma Groen. Voor het cultuurbeleid heeft de provincie haar doelstellingen en prioriteiten vastgelegd in de beleidsvisie Cultureel Erfgoed 2013-2016. Aanvullend op deze beleidsvisie wordt jaarlijks een Uitvoeringsprogramma Erfgoedlijnen opgesteld. Een erfgoedlijn is een geografische structuur die meerdere monumentale stippen verbindt tot een streep of lijn op de kaart. De erfgoedlijnen zijn ensembles van erfgoed, landschap en water die kwaliteit verschaffen aan de ruimte en beschikken over groot recreatief en toeristisch potentieel.

In het programma staan projecten voor zeven erfgoedlijnen (Limes, Oude Hollandse Waterlinie, Landgoederenzone, Trekvaarten, Atlantikwall, Waterdriehoek en Goeree-Overflakkee), waaraan de provincie samen met gebiedspartners (grotendeels via cofinanciering) werkt om doelstellingen te realiseren op het gebied van beschermen, benutten en beleven. Daarbij zijn veelal ook doelen voor groen en water meegenomen. De ruimtelijk relevante ontwikkelingen zijn opgenomen in dit Programma ruimte. Voor de uitvoering wordt in de realisatiemix verwezen naar het Uitvoeringsprogramma Erfgoedlijnen. 3.2 De groene ruimte 3.2.1 De drie Deltalandschappen

Het veenlandschap van het Groene Hart

57

Operationeel doel

Versterken en behouden van het veenweidelandschap in het Groene Hart

Realisatiemix

Veenweideconvenant Gouwe Wiericke Veenweidepact Krimpenerwaard Programma en Kernprojecten Stuurgroep Groene Hart Uitvoeringsprogramma Groen Uitvoeringsprogramma Erfgoed (Oude Hollandse Waterlinie)

In het veenlandschap kiest de provincie voor behoud en versterking van het waterrijke en open karakter en de kenmerkende afwisseling van veenweidelandschap, rivieren, boezems, plassen en droogmakerijen. Het Hollands Plassengebied kan zich verder ontwikkelen tot een toeristisch aantrekkelijk watersportgebied, passend ingebed in de waardevolle cultuur- en natuurlandschappen. In het veenweidelandschap van de Krimpenerwaard ligt de opgave vooral in een goede integratie van landbouw, natuur, landschappelijke kwaliteit en waterbeheersing, mogelijk in combinatie met de dijkversterkingsopgave. In de Alblasserwaard Vijfheerenlanden staat behoud en ontwikkeling van de landbouw centraal, in combinatie met de ontwikkeling van goede stad-landovergangen en versterking van de recreatieve kwaliteit onder meer door de totstandkoming van het regiopark Merwedezone. Ook hier speelt een dijkversterkingsopgave. Het gebied tussen de Oude Rijn en de Hollandsche IJssel kent een grote verscheidenheid aan kwaliteiten. Een belangrijke opgave is de verbetering van de overgangen tussen stad en land en versterking van de recreatieve kwaliteit. Ook hier ligt een integratie opgave rond landbouw, natuur en waterbeheersing. In Groene Hart verband zet de provincie de samenwerking met de provincies Utrecht en Noord-Holland voort, zoals het Veenweide-Innovatiecentrum en het programme Waterrecreatie Groene Hart.

De Stuurgroep Groene Hart is uitgebreid met waterschappen en gemeenten. De overheden werken gezamenlijk in een 10-tal kernprojecten aan een mooi en vitaal Groene Hart. Dit programma omvat uitvoeringsmaatregelen en (beleids)onderzoeksprojecten 2014-2016. Het Zuid-Hollandse rivierdeltalandschap Operationeel doel

De instandhouding en de voltooiing van Deltanatuur, het bieden van ontwikkel- en vergroeningsmogelijkheden voor de grondgebonden landbouw en gerichte ontwikkeling van recreatie en toerisme, gekoppeld aan de kust en het waternetwerk van zeearmen en rivieren

Realisatiemix

IRP Goeree-Overflakkee Uitvoeringsprogramma Groen Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta Uitvoeringsprogramma Erfgoed (Goeree)

In de Zuid-Hollandse delta zijn de wateropgaven en de opgaven voor de eilanden nauw met elkaar verweven. Op Voorne-Putten richt de opgave zich op versterking van de toeristische- en ecologische kwaliteiten, met een accent op de kustzone, op verbetering van de overgangen tussen stad en land en op versterking van de recreatieve kwaliteit. De kansen voor de landbouw staan in dit perspectief centraal en liggen vooral in verbreding. In de Hoeksche Waard staat behoud en ontwikkeling van de landbouw centraal in combinatie met de versterking van de recreatieve en landschappelijke kwaliteit. Dat geldt ook voor Goeree-Overflakkee, waar bovendien opgaven liggen in versterking van de toeristische kwaliteiten en de instandhouding van bijzondere cultuurhistorische en ecologische waarden. Voor alle drie is versterking van de overgangen tussen land en water een opgave. Daarbij gaat het om gebiedsgerichte verbetering van de samenhang in recreatieve, ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten. Voor het Eiland van Dordrecht ligt de opgave in de voltooiing van Deltanatuur en recreatiegebied, in combinatie met de ontwikkeling van goede stad-landovergangen. Voor het Nationaal Park de Biesbosch staat actieve bescherming centraal, in combinatie met versterking van een toeristisch profiel dat past bij de specifieke natuurlijke kwaliteiten Het Zuid-Hollandse kustlandschap

58

Operationeel doel

Versterking van de toeristische kwaliteiten, waaronder betere ontsluiting van het kustlandschap

Realisatiemix

Uitvoeringsprogramma Groen (duinen) Uitvoeringsprogramma Erfgoed (Atlantikwall) Strategische Agenda voor de Kust Suppletieprogramma voor de Kust Impulsprogramma Recreatie en Vrije Tijd

Veel meer dan de andere grote landschappen wordt het kustlandschap gekenmerkt door een afwisseling van stedelijkheid en landelijkheid. Instandhouding van de kwaliteiten van het duingebied is van groot belang, met het oog op biodiversiteit en kustveiligheid. Voor de gehele kustzone is gebiedsgerichte versterking van de toeristische kwaliteiten een centrale opgave. Verbetering van de bereikbaarheid van de kust is hier onderdeel van. Van belang is dat de diverse badplaatsen aan de Zuid-Hollandse kust een eigen, onderscheidend profiel ontwikkelen met bijbehorend aanbod (bijvoorbeeld een zeejachthaven) afgestemd op hun ligging en bereikbaarheid. Op de eilanden staat versterking van de kwaliteit centraal. De randen van de Maasvlakte bieden kansen voor specifieke en dynamische vormen van kustrecreatie. In het Westland ligt de opgave bij de verbetering van de overgangen van het glastuinbouwgebied naar de kustzone en een betere ontsluiting van de kust. In Duin, Horst en Weide ligt het accent op bescherming van de duinen en de landgoederenzone, in combinatie met drinkwaterwinning in de duinen. 3.2.2. Bebouwing in de groene ruimte

Vrijkomende bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied Operationeel doel

Toelaten van niet agrarische functies in vrijkomende bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied

Realisatiemix

Verordening ruimte

Vrijkomende bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied kan een andere functie krijgen mits de milieugebruiksruimte van omliggende agrarische bedrijven in stand blijft en er geen bovenmatige verkeersaantrekkende werking van de nieuwe functie is. In de Verordening ruimte zijn voor het hergebruik van bestaande bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied aanvullende regels opgenomen. Het gaat daarbij onder andere om hergebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Agrarische bebouwing Operationeel doel

Agrarische bebouwing wordt geconcentreerd binnen het bouwperceel en mag in principe een maximale omvang hebben van 2 hectare

Realisatiemix

Verordening ruimte

De provincie wil nieuwe bebouwing in het landelijk gebied beperken om zo de openheid te handhaven. Daarom heeft de provincie in de Verordening ruimte opgenomen dat een agrarisch bouwkavel een maximale omvang mag hebben van 2 hectare. Indien nodig is extra ruimte voor verbreding van activiteiten (met bijvoorbeeld zorg, recreatie of duurzame energieopwekking door middel van biomassavergisting) met ten hoogste 0,5 ha mogelijk. Gebleken is dat akkerbouwbedrijven omwille van een duurzame en efficiënte bedrijfsvoering soms behoefte hebben aan schaalvergroting. Voor deze bedrijven is er de mogelijkheid om een nabijgelegen bedrijf over te nemen en een aaneengesloten bouwperceel van meer dan 2 hectare te gebruiken. Het bouwperceel bedraagt in dit geval niet meer dan de omvang die de bouwpercelen van beide bedrijven in eerste instantie omvatten. Voorwaarde is dat het bouwperceel met de opstallen van het achtergelaten bedrijf worden gesaneerd. Voor de bedrijfswoning kan eventueel een uitzondering worden gemaakt als omzetting naar een burgerwoning ter plaatse past in het provinciale beleid voor ruimtelijke kwaliteit.

59

Agrarische bedrijven voor de intensieve veehouderij kunnen hun bestaande bouwkavel uitbreiden tot maximaal 2 hectare onder voorwaarde van certificering. De in artikel 2.2.2 van de Verordening ruimte bedoelde certificering wordt nader door Gedeputeerde Staten uitgewerkt. Niet-agrarische bebouwing Operationeel doel

Niet-agrarische bedrijvigheid moet zo veel mogelijk gevestigd worden op bedrijventerreinen

Realisatiemix

Verordening ruimte

Uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf of een agrarisch aanverwant bedrijf met meer dan 10% is alleen mogelijk als verplaatsing naar een bedrijventerrein geen reële mogelijkheid is. Het gaat daarbij zowel om de beschikbaarheid van ruimte op een bedrijventerrein, als om de praktische en financiële uitvoerbaarheid van verplaatsing van het gehele bedrijf. Operationeel doel

Nieuwe recreatiewoningen zijn alleen mogelijk op verblijfsrecreatieparken

Realisatiemix

Handreiking ruimtelijke kwaliteit Verordening ruimte

Nieuwe recreatiewoningen zijn alleen toegestaan in bestaande of in nieuwe verblijfsrecreatieparken, teneinde permanente bewoning tegen te gaan. Het beleid voor ruimtelijke kwaliteit is van toepassing. De uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatiepark zal veelal een vorm van ‘aanpassing’ zijn. De ontwikkeling van een nieuw verblijfsrecreatiepark zal veelal een vorm van ‘transformatie’ zijn. Een recreatiewoning wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. Permanente bewoning van recreatiewoningen beschouwt de provincie als een onwenselijke ontwikkeling. 3.3 Vitale en aantrekkelijke agrarische cultuurlandschappen Grondgebonden landbouw

Operationeel doel

Behouden van grondgebonden landbouw om openheid van het landschap te garanderen

Realisatiemix

Verordening ruimte Uitvoeringsprogramma Groen

De provincie heeft een bescheiden rol in het landbouwbeleid. Zij kan faciliteren met haar instrumentarium uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), zij kan innovatiemaatregelen stimuleren en veranderingen agenderen door te lobbyen bij het Rijk en de Europese Unie. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie stuurt in grote mate de vitaliteit van de sector. De inzet verschilt per gebied: •

topgebieden voor landbouw: verbeteren van de landbouwstructuur, planologische ruimte geven, vergroeningsmaatregelen stimuleren ter ondersteuning van de toplandbouw en daarmee de agrobiodiversiteit;

•

rondom de stad: vergroten van de toegankelijkheid tot de lokale en regionale markt, vergroten van afzetmogelijkheden in de stad en de organisatie van de keten en het stimuleren van maatschappelijke diensten;

•

gebieden met een opgave: innovatiemaatregelen veenweiden ontwikkelen ten behoeve van het afremmen van de bodemdaling en het stimuleren van maatschappelijke diensten;

60

In de Verordening ruimte is opgenomen dat er voldoende ruimte wordt geboden voor een vitale landbouw die waar mogelijk bijdraagt aan behoud en versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten en de biodiversiteit. Het oprichten van agrarische bebouwing is dan ook alleen mogelijk indien deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven. 3.4 Behouden en vergroten van biodiversiteit Biodiversiteit: het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura2000-gebieden

Operationeel doel

Tegengaan van de achteruitgang van de biodiversiteit: realiseren en beheren van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en uitwerken van beheerplannen voor Natura2000-gebieden

Realisatiemix

Verordening ruimte Uitvoeringsprogramma Groen

In de Realisatiestrategie EHS heeft de provincie aangegeven hoe de opgave voor nieuwe natuur tot 2027 gerealiseerd wordt. Ze voldoet hiermee aan de internationale doelen voor Natura2000 en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het accent ligt op nieuwe natuur in de veenweiden en de delta. In de veenweiden worden naast natuurdoelen ook doelen voor water, recreatie en agrarische structuurversterking gerealiseerd. De opgave voor nieuwe natuur wordt in een aantal fases gerealiseerd. Uitgangspunt is dat de doelen en de middelen in balans zijn. De provincie heeft gebiedspartijen uitgenodigd om met een bod te komen hoe de natuurdoelen gerealiseerd kunnen worden. De begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur(EHS), is op 11 december 2013 door PS vastgesteld en opgenomen in de Visie ruimte en mobiliteit en de Verordening ruimte. Het NNN heeft geen betrekking op de zee. Dat is een verantwoordelijkheid van het Rijk. In de Verordening ruimte is aangegeven dat er geen bestemmingen mogen worden gerealiseerd die de kenmerken en waarden significant beperken of die leiden tot vermindering van de oppervlakte of samenhang van gebieden die tot het NNN behoren, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn.

In dat geval moeten mitigerende maatregelen de schade zo veel mogelijk beperken en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Toestemming hiervoor wordt alleen verleend als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Ook moet voldaan worden aan de overige voorwaarden voor een ontheffing van de Verordening ruimte. De Europese Unie wil de achteruitgang van de biodiversiteit keren door een samenhangend netwerk van natuurgebieden op Europees niveau: Natura2000. Dit bestaat uit de gebieden die eerder al zijn aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zuid-Holland kent 23 Natura2000gebieden, allen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het gaat om de grote natuurgebieden zoals de Nieuwkoopse Plassen, de duinen en de Deltawateren. Deze gebieden zijn niet alleen van groot belang voor behoud van de biodiversiteit, maar ook voor de groenbeleving. Voor elk van de 23 gebieden wordt een Natura2000-beheerplan opgesteld, waarin bepaald wordt hoe de natuurdoelen gerealiseerd gaan worden. De provincie heeft een belangrijke rol bij het opstellen van deze beheerplannen. Maatregelen variëren van het verbeteren van de milieu- en watercondities tot het (her)inrichten van terreindelen en het aanpassen van het beheer en de zonering. Prioriteit gaat uit naar maatregelen in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

De instandhoudingsdoelen zullen ‘robuust’ gerealiseerd worden, zodat er in en rond Natura2000-gebieden voldoende economische ontwikkelruimte blijft en gebieden niet ‘op slot’ gaan. Over de uitvoering van die maatregelen maakt de provincie afspraken met terreinbeheerders en andere betrokkenen. De ambitie voor de eerste beheerplanperiode is minimaal het realiseren van de behoudsopgaven en het tegengaan van een verdere verslechtering van de aangewezen habitattypen en leefgebieden van soorten. De verbeter- en/of uitbreidingsopgaven zullen in de daaropvolgende beheerplanperioden hun beslag krijgen.

61

Behouden van biodiversiteit

Operationeel doel

Behouden van biodiversiteit door het vroegtijdig signaleren of een ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de Natuurbeschermingswet 1998

Realisatiemix

Vergunningverlening in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 Bestemmingsplanadvisering

De Natuurbeschermingswet 1998 heeft tot doel gebieden met hoge natuurwaarden en bijzondere planten diersoorten te beschermen. De provincie is in de meeste gevallen bevoegd gezag voor de vergunningverlening in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is deze vergunningverlening vaak pas aan de orde nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. De provincie vindt het van belang dat het bestemmingsplan al voldoende inzicht geeft in de mogelijke effecten op natuurwaarden en plant- en diersoorten. Zo wordt voorkomen dat een bestemmingsplan ruimtelijke ontwikkelingen toelaat die in strijd zijn met de Natuurbeschermingswet en dus alsnog niet gerealiseerd kunnen worden. Wanneer een bestemmingsplan daar onvoldoende inzicht in geeft, zal de provincie de gemeente daarop aanspreken. Flankerende maatregelen behoud biodiversiteit

Operationeel doel

Flankerende maatregelen voor behoud biodiversiteit

Realisatiemix

Uitvoeringsprogramma Groen

De komende jaren richt de provinciale inzet voor het behoud van de biodiversiteit zich vooral op goed beheerde bestaande natuurgebieden en op de ontwikkeling van robuuste kerngebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie wil aanvullende maatregelen nemen die verder bijdragen aan de realisatie van internationale doelen. Deze richten zich op een groenblauwe dooradering in blijvend landbouwgebied rond de natuurkerngebieden en een effectieve inzet van agrarisch natuurbeheer voor het in stand houden van de weidevogelpopulatie. Verder richt de provincie zich op het stimuleren van inrichtingsmaatregelen die de biodiversiteit versterken in recreatiegebieden om de stad en op het benutten van de mogelijkheden voor tijdelijke natuur op braakliggende terreinen. Provinciale landschappen en provinciale natuurgebieden

Operationeel doel

Bescherming natuurwaarden en landschappelijke waarden buiten het Natuurnetwerk Nederland

Realisatiemix

Onderzoek naar toegevoegde waarde aanwijzen provinciale landschappen en provinciale natuurgebieden.

De nieuwe Wet natuurbescherming maakt het mogelijk dat Gedeputeerde Staten vanaf 1 januari 2017 gebieden gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland kunnen aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden of provinciale landschappen. Bezien zal worden wat de toegevoegde waarde is van deze nieuwe mogelijkheid, naast het huidige beschermingsniveau en de mogelijkheid tot aanwijzing van waardevolle gebieden in de Visie ruimte en mobiliteit. Daarbij zal ook gekeken worden naar het beschermingsniveau van specifieke gebieden, waaronder Midden-Delfland. Als proef is in Midden-Delfland gestart met het maken van een gebiedsbeschrijving. Met de gebiedsbeschrijving wordt vastgelegd wat ontwikkelingsmogelijkheden zijn en wat beschermd moet worden.

62

3.5 Instandhouding en versterking van het cultureel erfgoed Kroonjuwelen cultureel erfgoed

Operationeel doel

Beschermen en waar mogelijk versterken van de kroonjuwelen cultureel erfgoed

Realisatiemix

Verordening ruimte Beleidsvisie Cultureel Erfgoed Cultuurhistorische Hoofdstructuur

In de Visie ruimte en mobiliteit en op de Kwaliteitskaart zijn dertien ‘cultuurhistorische kroonjuwelen’ benoemd tot topkwaliteit in de groene ruimte. Door hun unieke karakter zijn deze gebieden bepalend voor de identiteit van een regio. Vaak hebben ze ook een toeristische waarde. Tegelijk zijn ze kwetsbaar. Daarom is voor deze kroonjuwelen bescherming van kracht, gericht op behoud van de uitzonderlijke kwaliteit. Vanwege het unieke karakter van de kroonjuwelen zijn ruimtelijke ontwikkelingen die strijdig zijn met de schaal en aard van het landschap niet mogelijk. Ontwikkelingen die passen bij de schaal en aard van het landschap wel. Per gebied is aangegeven hoe invulling gegeven kan worden aan het behoud en eventueel versterking ervan. Behoud cultuurhistorische kwaliteiten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/161/documents/2843