CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

210412_Bijlage 1 GRD Jaarstukken 2017.pdf

Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 12 april 2021, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 10: FYS - Uitvoeringsprogramma 2021 en cyclus – Groeiagenda Drechtsteden 2030 (vervolg 16 maart 2021)44.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Een landelijke lobby om de wetgeving aan te passen vindt tot nu toe nauwelijks gehoor. Op regionaal niveau zijn wel acties ondernomen. Er zijn afspraken gemaakt met de rechtbank met als doel de instroom te beperken, de uitstroom de bevorderen en de kwaliteit te bewaken. Daarnaast zijn belangrijke 'doorverwijzers' (vaak zorgaanbieders) geïnformeerd over de alternatieven voor beschermingsbewind die de Sociale Dienst Drechtsteden biedt. Het product budgetbeheer kan een passend alternatief zijn. Dit heeft zich inmiddels vertaald naar een toename van zowel regulier als preventief budgetbeheer (zie ook schuldhulpverlening; paragraaf 2.4).

4 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren; http://wetten.overheid.nl/BWBR0035730/2016-10-01.

36

Om een meer integraal en efficiënter schuldhulpverleningsaanbod te kunnen realiseren is eind 2017 door het Drechtstedenbestuur besloten om op beperkte schaal beschermingsbewind in eigen beheer uit te gaan voeren. Inrichtingskosten De uitgaven voor inrichtingskosten zijn lager dan begroot omdat er minder (her)huisvestingen in het kader van 'eerste vestiging' of gezinshereniging van statushouders hebben plaatsgevonden dan verwacht. Tot en met december werden 517 aanvragen bijzondere bijstand voor inrichtingskosten toegekend in de vorm van een lening of bijstand "om niet". Door een verruiming van het beleid wordt een gedeelte van deze kosten (stoffering) niet langer als een lening maar "om niet" verstrekt. Collectieve zorgverzekering voor minima In 2017 werd voor 9.032 polissen een premiebijdrage betaald (waarvan 4.062 uit het Wtcg/ CER budget). Hiermee is ten opzichte van 2016 een stijging gerealiseerd van circa 8,6 % in het gebruik van deze regeling. De forse stijging van het aantal verzekerden heeft gezorgd voor een overschrijding van de begroting. Middels de 1e bestuursrapportage 2017 is de begroting met dit geprognosticeerde tekort aangepast. Gedurende het jaar zijn de realisaties nagenoeg op hetzelfde niveau gebleven omdat men door het jaar heen niet kan wisselen van verzekeraar; dat kan alleen tijdens de eindejaarscampagne in december.

Echter personen die voor het eerst een verzekering moeten afsluiten, zoals statushouders die zich voor het eerst vestigen, kunnen wel gedurende het jaar instromen. Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten Ter compensatie van de afschaffing van de landelijke Wtcg/ CER middelen, komen chronisch zieken en gehandicapten in aanmerking voor bijzondere bijstand voor indirecte onverzekerde medische kosten. Per ultimo december zijn hier 314 verstrekkingen voor geboekt. Dit is min of meer gelijk aan dezelfde verslagperiode vorig jaar. Hiermee blijven de jaarrealisaties binnen de begroting. Zoals bij de collectieve zorgverzekering vermeld worden er 4.062 polissen betaald uit het Wtcg/ CER budget. Kinderopvang en kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie (SMI). De regionale vergoedingsregeling voor kinderopvang zorgt dat de door ouders te betalen eigen bijdrage minimaal is. Echter blijkt landelijk dat de huishoudens met een lager inkomen beperkt gebruik maken van de formele kinderopvang. In lijn hiermee zien we dat in de Drechtsteden een beperkt beroep wordt gedaan op de vergoedingsregeling voor de eigen bijdrage. Per ultimo december zijn 53 aanvragen toegekend. Het aantal toegekende Sociaal medische indicaties kinderopvang bedraagt tot nu toe 8.

Zoals in de 1e bestuursrapportage 2017 vermeld, wordt de huidige regeling op dit moment geoptimaliseerd om het beleid aan te laten sluiten op de decentralisaties. Wet op de Lijkbezorging (WLB) In de WLB is vastgelegd dat als niemand maatregelen neemt om de begrafenis van een persoon te realiseren, de burgemeester daarvoor verantwoordelijk is en dat de daaraan verbonden kosten voor rekening van de gemeente komen. Deze taak is door de Drechtstedengemeenten gemandateerd aan de Sociale Dienst Drechtsteden. In 2017 is er 13 keer een opdracht gegeven voor een begrafenis in het kader van de WLB.

37

Wat heeft het gekost? Programma Bedragen x € 1.000

Realisatie 2017

Actuele begroting 2017 Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Afwijking Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Minimabeleid 50

50

0

44

50

6

-6

0

6

Minimabeleid Maatw. voorz. ink.steun

8.280

8.280

0

8.143

8.330

187

1.683

0

1.615

1.683

68

50 0

187

1.683

-137 -68

Totaal

10.013

10.013

0

9.802

10.063

261

-211

50

261

Kinderopvang

68

Kinderopvang Het voordelige resultaat kinderopvang ad € 6.000 wordt op basis van voor- en nacalculatie met de gemeenten afgerekend. Minimabeleid Het positieve resultaat op het minimabeleid is € 187.000 en bestaat voornamelijk uit:  Hogere lasten bewindvoering. De groei bewindvoering bedraagt ten opzichte van 2016 40%. De groei wijkt niet af van het landelijk beeld en is nauwelijks te beïnvloeden;  Lagere lasten individuele uitgaven als gevolg van lagere uitgaven periodieke bijzondere bijstand;  Niet volledig benutten van het budget preventief budgetbeheer in 2017. Pas eind 2017 is de laatste vacature opgevuld. Het voordelige resultaat van €187.000 op het minimabeleid wordt conform de gewijzigde financieringsafspraken (2e bestuursrapportage 2017) betrokken in de resultaatbepaling. Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten Het voordelige resultaat maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten ad € 68.000 wordt op basis van solidariteit naar rato van de inleg met de gemeenten afgerekend.

2.2.3.

Wmo

Wat hebben wij bereikt? De inwoners van de Drechtsteden hebben toegang tot betaalbare, houdbare, oplossingsgerichte en toegankelijke ondersteuning. We helpen inwoners met een ondersteuningsvraag zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig, waarbij zij zoveel mogelijk de eigen regie houden. Inwoners die gebruik maken van maatwerkvoorzieningen beoordelen deze positief. Taken en ambities worden uitgevoerd binnen het beschikbare Wmo-budget. Wat hebben wij daarvoor gedaan? Om bovenstaande doelen te bereiken is in de Drechtsteden voor de Wmo in 2017 ingezet op de volgende prioriteiten:  Het bieden van passende ondersteuning en maatwerk;  Het vergroten van de integraliteit van de dienstverlening;  Het bevorderen van de kwaliteit van de ondersteuning;  Versterking van de positie van cliënten;  Het bevorderen van een inclusieve samenleving.

38

Het bieden van passende ondersteuning en maatwerk Voor alle cliënten die zich melden met een ondersteuningsvraag wordt gezocht naar de meest passende vorm van ondersteuning. Dit kan ook inhouden dat de oplossing gevonden wordt in het eigen netwerk van de cliënt of middels de inzet van een algemene voorziening. Hieronder volgt per type maatwerkvoorziening een korte beschrijving van de ontwikkelingen in 2017. Voor alle voorzieningen geldt dat in de Verordening is vastgelegd welke systematiek wordt gehanteerd bij de bepaling van de hoogte van de PGB's. Tevens zijn de uitgangspunten van de dit jaar uitgebrachte AMvB 'reële kostprijs Wmo' in de Verordening opgenomen. Huishoudelijke ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning is ongewijzigd voortgezet. Wel is, in antwoord op recente jurisprudentie, het uitvoeringsbeleid ten aanzien van huishoudelijke ondersteuning aangescherpt, zodat nu in het ondersteuningsplan voor de klant duidelijk wordt welke activiteiten worden ondernomen om te komen tot een schoon en leefbaar huis. Daarnaast stijgt het aantal klanten sinds jaren weer. Landelijk stijgt het aantal klanten met huishoudelijke ondersteuning al sinds halverwege 2016.

Het voornemen van het kabinet om één abonnementstarief voor de Wmo in te voeren in 2019 zal deze stijging naar verwachting versterken, aangezien het voor midden- en hoge inkomens aantrekkelijker wordt huishoudelijke hulp via de Wmo te ontvangen dan deze zelf te regelen. Ook hierover vindt nog overleg plaats tussen de VNG en het ministerie van VWS. De sociale partners bereikten in juli overeenstemming over de cao VVT 2016-2018, dit heeft gevolgen voor gemeenten omdat onder de cao een afspraak over een hogere loonschaal voor huishoudelijke hulpen valt. De afspraak impliceert dat – wanneer de cao algemeen verbindend wordt verklaard en in werking treedt (vermoedelijk april 2018) – de kosten voor huishoudelijke ondersteuning sterk zullen stijgen. Conform de huidige contracten stijgen de uurtarieven van huishoudelijke ondersteuning aankomend jaar met slechts 2,68%. De VNG en het ministerie van VWS zijn nog over dit onderwerp in gesprek. Bovenstaande leidt er toe dat er in 2018 gesproken gaat worden met de aanbieders over de mogelijke consequenties van deze ontwikkelingen. Tevens zal in 2018 ingezet worden op een toekomstbestendige doorontwikkeling van de voorziening. Huishoudelijke hulp toelage/ dienstencheques De Drechtsteden hebben de huishoudelijke hulp toelage vormgegeven als dienstencheques, waarmee (aanvullende) huishoudelijke ondersteuning kan worden ingekocht.

De huishoudelijke hulp toelage is in de Drechtsteden een tijdelijke maatregel en wordt gefinancierd op basis van de (eenmalige) subsidie die het rijk in 2015 ter beschikking heeft gesteld. In 2017 bedroeg de afname van de dienstencheques ongeveer 43.500 stuks. Hoewel dit ten opzichte van de afname in 2016 (26.533 dienstencheques) een forse toename betekent en een werkgelegenheid van zo'n 29 fte wordt behouden, blijft het gebruik ver achter op het beoogde aantal van 102.000 dienstencheques op jaarbasis. Daarmee lopen de Drechtsteden echter niet uit de pas met het landelijke beeld. Bij de 2e bestuursrapportage 2017 heeft de Drechtraad besloten per 1 juli 2018 te stoppen met de voorziening Huishoudelijke Hulp Toelage. Het besluit is genomen omdat het een additionele voorziening betreft, waarvan het primaire doel (zoveel mogelijk werkgelegenheid) beperkt gehaald wordt. Daarnaast is het destijds door de staatssecretaris bedoeld als tijdelijk regeling. Tot slot wordt door de onzekerheden op het Wmo budget, bijvoorbeeld door de nieuwe cao VVT en toename op de begeleidingsproducten, de structurele financiering van een additionele voorziening met gering succes niet realistisch geacht.

Hulpmiddelen Bij één van de leveranciers, Welzorg (roerende woonvoorzieningen, rolstoelen, schootmobielen en tilliften), spelen al langere tijd problemen voor wat betreft de kwaliteit van de geleverde dienstverlening. Eerder gemaakte afspraken over verbetertrajecten hebben helaas uiteindelijk niet tot het gewenste resultaat geleid. Om deze reden is besloten om geen gebruik te maken van de optie om het contract te verlengen, waarmee het contract met Welzorg per 1 januari 2018 afloopt. Klanten bij Welzorg zullen vanaf deze datum worden ondergebracht bij de twee resterende leveranciers waarvan de contracten wel worden verlengd. Deze leveranciers hebben de hulmiddelen verdeeld en overgenomen, waarmee de effecten voor de Wmo-cliënten beperkt zullen zijn. Uiteraard zijn alle cliënten schriftelijk geïnformeerd. 39

De gunning voor trapliften heeft in het vierde kwartaal plaatsgevonden. Voor plafondliften geldt dat een reguliere aanbesteding niet passend is vanwege het feit dat deze weinig worden aangevraagd en het hierbij vaak gaat om producten die dermate op maat moeten worden geleverd dat er geen algemene eisen gesteld kunnen worden. Het eerste kwartaal 2018 zal worden gebruikt om de procedure voor het inkopen van plafondliften verder uit te werken. Doelgroepenvervoer Het Drechthopper-vervoer wordt per 1 februari 2017 aangestuurd door het eigen mobiliteitsplatform van de Drechtsteden: Stroomlijn. Voor 12.642 klanten met een actieve indicatie voor de Drechthopper (Wmo geïndiceerd en 75+) wordt vervoer georganiseerd. Als onderdeel van de regievoering stuurt Stroomlijn ook op de kwaliteit van het Drechthopper-vervoer. Het gemiddeld rapportcijfer dat klanten, per december 2017, geven als totaaloordeel over de Drechthopper is een 8,0. Dit was in 2016 nog een gemiddeld rapportcijfer van een 7,7. Naast de Drechthopper, stuurt Stroomlijn sinds 1 januari 2017 ook het Wmo dagbestedingsvervoer aan. Voor 251 klanten met een indicatie dagbesteding inclusief vervoer wordt vervoer georganiseerd. Dit aantal neemt per 2018 toe, een aantal zorgaanbieders dat in 2017 nog zelf voor het vervoer van haar klanten zorgt, schakelt in 2018 namelijk over op Stroomlijn.

Het gaat hierbij om Werkvisie de Hoop, Yulius en Swinhove. Voor zorgaanbieders Het Parkhuis en Het Spectrum wordt het aantal locaties waarvoor Stroomlijn het vervoer organiseert verder uitgebreid in 2018. Daarnaast is ook met een aantal zorgaanbieders afgesproken dat Stroomlijn het WLZ vervoer in 2018 zal aansturen. Waar 2017 voor Stroomlijn het jaar was van een nieuwe start met focus op kwaliteitsverbetering, wordt 2018 een jaar van verdere groei en doorontwikkeling van kwaliteit en vervoersoplossingen. Stroomlijn wordt per 1 januari 2018 verantwoordelijk voor het Wmo-vervoer van geïndiceerde inwoners van Hardinxveld – Giessendam. Daarnaast zal Stroomlijn per 1 januari 2018 de aansturing van het vervoer in het kader van de Jeugdwet op zich nemen, met de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ als opdrachtgever. Voor beide ontwikkelingen geldt dat deze zorgvuldig zijn voorbereid en met vertrouwen tegemoet worden gezien. Tot slot zal Stroomlijn per 1 april 2018 het vervoer organiseren voor klanten van Baanbrekend Drechtsteden die aan het werk gaan en een vervoersvoorziening nodig hebben.

Met het oog op de doorontwikkeling van vervoersoplossingen heeft Stroomlijn samen met de SDD en samenwerkingspartners (vervoerders DVG en Munckhof, Stichting Waardeburgh uit Sliedrecht, Stichting E-wheels) de afgelopen periode een pilot voorbereidt, welke in januari 2018 in Dordrecht en in februari 2018 in Sliedrecht wordt uitgevoerd. De pilot richt zich op korte ritten die binnen een straal van 5 tot 7 kilometer worden gereden. Vanuit de ritgegevens uit 2016 blijkt namelijk dat het Drechthoppervervoer veel van deze korte ritten kent. Het idee is dat voor dit type ritten een alternatief vervoersmiddel wordt ingezet; de zogeheten Wijkhopper, in de vorm van kleinere, elektrische voertuigen. Om te ontdekken hoe het concept Wijkhopper onderdeel kan worden van het vervoersaanbod van Stroomlijn, is het nodig om te weten hoe de doelgroep reageert op dit alternatief. In de pilot krijgen gebruikers van de Drechthopper de mogelijkheid om korte ritten met verschillende elektrische voertuigen uit te voeren. Na deze ritten worden zij kort bevraagd over de ervaring in het voertuig. De pilot moet uitwijzen of de voertuigen die worden getest geschikt zijn voor de Wmodoelgroep. Individuele begeleiding Individuele begeleiding kent sinds 1 januari 2017 vier varianten.

De meest recente, zwaarste variant (IB4) is vanwege budgettaire redenen beperkt tot één doelgroep: 18+ jongeren die doorstromen uit de residentiële Jeugdzorg. Nog niet alle beschikbare plekken (20 in totaal) zijn gevuld, maar ze worden steeds beter gevonden. Ook in 2017 zet de toename van het gebruik van individuele begeleiding door. Het aantal actieve indicaties groeit met 283. Wanneer deze groei onveranderd voortzet in 2018 worden de budgettaire kaders overschreden. Begin 2018 zal naar aanleiding van een analyse van de groei worden bekeken welke stappen gezet kunnen worden om de budgettaire kaders niet te overschrijden. Uit onderzoek onder 138 klanten blijkt dat 98% van de klanten tevreden is over het ondersteuningsplan en ruim 90% ook tevreden of zeer tevreden is over de daadwerkelijk geboden ondersteuning. Bij 78% sloot de ondersteuning goed aan op de doelen van de klant, en bij 28% was dit gedeeltelijk het geval. Ook uit de cijfers van Zorglokaal blijkt dat veruit de meeste klanten vinden dat zij goed geholpen worden door hun begeleider.

40

Dagbesteding Dagbesteding is in 2017 ongewijzigd voortgezet, maar wordt per 1 januari 2018 getransformeerd. De transformatie betreft twee grote veranderingen: 1. De vereenvoudiging van de huidige productstructuur tot 3 hoofdvormen, uitgaande van de feitelijke ondersteuningsbehoefte van klanten en - waar mogelijk - maximaal gericht op hun ontwikkeling; 2. Het uniformeren van de tarieven en de overgang naar resultaatfinanciering. De transformatie moet ertoe bijdragen dat de dagbesteding doelgerichter wordt, dat (op termijn) schotten tussen verschillende sectoren worden opgeheven en daarmee de keuzevrijheid van cliënten om passende dagbesteding te vinden, wordt vergroot. Bovendien is het, door de invoering van vaste tarieven, in beginsel eenvoudiger geworden om dagbesteding bij verschillende aanbieders te verzilveren. Daarnaast moet overgang naar resultaatfinanciering de administratieve lasten helpen verlichten en budgettair meer voorspellingskracht bieden. Tot slot opent resultaatfinanciering nieuwe handvatten om als opdrachtgever te kunnen sturen op de kwaliteit van de dienstverlening Kortdurend verblijf Kortdurend verblijf is ongewijzigd voortgezet.

Onderzoek bestandsontwikkeling Onderzoeksbureau I&O Research is gevraagd een analyse te maken van de oorzaken van de bestandsontwikkelingen ten aanzien van huishoudelijke ondersteuning, individuele begeleiding en dagbesteding en te komen tot een prognose voor de komende twee jaar. De resultaten van dit onderzoek worden in het eerste kwartaal van 2018 verwacht. Omdat de stijging van het gebruik van individuele begeleiding en de kosten hiervan blijven groeien, waardoor in 2018 een budgetoverschrijding wordt verwacht, wordt aanvullend op het onderzoek van I&O een eigen analyse gedaan van de oorzaken van deze groei en naar de mogelijkheden om binnen budget te blijven. Het bevorderen van de integraliteit van de dienstverlening Jeugdteams De aansluiting 18-/18+ blijft een punt waar aandacht voor is. Deze aansluiting loopt niet vanzelf en om een goede aansluiting te bieden is het vaak nodig te zoeken naar maatwerk en samenwerking voor een oplossing binnen Jeugdwet/ Wmo/ P-wet. Het is door de verschillende wetten en de gaten die daartussen nog bestaan niet mogelijk om op beleidsniveau zaken dicht te regelen. Daarom wordt op individueel niveau, per casus, bekeken wat de beste oplossing is om de klant niet tussen de wetten in te laten vallen.

Wijkteams Net als vorige jaren ontmoeten de medewerkers van de sociale dienst de sociale wijkteams op het snijvlak van werk en inkomen, schulden en Wmo. Zij hebben op casusniveau frequent contact met elkaar op het gebied van verschillende levensgebieden zoals financiën, dagbesteding, maatschappelijke participatie, geestelijke gezondheid en ADL) algemene dagelijkse levensverrichtingen. De samenwerking met de wijkteams wordt als positief ervaren. Leertuin Drechtsteden Er wordt actief geparticipeerd in de leertuin Drechtsteden, een samenwerkingsverband tussen de Drechtsteden, de Sociale Dienst Drechtsteden, Zorgkantoor VGZ en zorgaanbieders in de Drechtsteden. In 2017 is tijd genomen om meer focus aan te brengen in deze leertuin. Dit is vormgegeven door te gaan werken in drie pijlers: ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg en verpleging/ verzorging en thuiszorg. In 2017 zijn reeds enkele pilots gestart, waarvan Werk als Beste Zorg er een is. De Leertuin wordt in 2018 voortgezet en de reserves blijven dan ook bestaan.

41

Het bevorderen van de kwaliteit van de dienstverlening Cliëntervaringsonderzoek (CEO) Het wettelijk verplichte jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek Wmo is in het tweede kwartaal door het OCD uitgevoerd. De Drechtraad is door middel van een raadsinformatiebrief over de uitkomsten geïnformeerd. Net als vorig jaar zijn de cliëntervaringen voornamelijk positief. Belangrijkste verbeterpunt vormt de bekendheid met de – onder de lokale verantwoordelijkheid vallende – onafhankelijke cliëntondersteuning. Verantwoording en kwaliteitsmeting Bij het bieden van maatwerkvoorzieningen behoort tevens de controle op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de levering door aanbieders. Onder de externe begeleiding van adviesbureau De ToetsPraktijk is in 2017 een pilot gedaan waarmee de in 2016 ontwikkelde kwaliteitstool is toegepast bij de huisbezoeken ten behoeve van de herindicatie individuele begeleiding. Op basis van de opgedane ervaringen zal de tool in 2018 verder worden doorontwikkeld. Toezicht Toezicht wordt in de Drechtsteden uitgevoerd in een samenwerking tussen de sociale dienst Drechtsteden en de Dienst Gezondheid & Jeugd. Hierbij richt de DG&J zich vooral op kwaliteit en calamiteiten, terwijl de sociale dienst zich richt op rechtmatige verstrekking van ondersteuning. Het afgelopen jaar is met elkaar gezocht naar een goede werkwijze hierin.

De meeste signalen van onrechtmatigheid komen voor bij klanten met een PGB. Hierin is het belangrijk de klant te beschermen tegen kwaadwillende aanbieders. Dit wordt scherp in de gaten gehouden en waar nodig worden inspectiebezoeken gepland door de DG&J om de kwaliteit van zorg op locatie te controleren. In het laatste kwartaal is een onderzoek uitgevoerd door de Toetspraktijk naar de rechtmatigheid en kwaliteit van de persoonsgebonden budgetten in begeleiding en dagbesteding. De uitkomsten hiervan zijn op dit moment nog niet bekend. Het versterken van de positie van cliënten Verbeteren informatie onafhankelijke cliënt ondersteuning. Dit was een belangrijk verbeterpunt uit het CEO. Hoewel dit onder de lokale verantwoordelijkheid valt, en de sociale dienst haar klanten in brieven en op de website standaard al wees op de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning (tijdens het keukentafelgesprek), zijn de betreffende formuleringen in overleg met de regionale adviesraad verder aangescherpt om duidelijker te maken wat onafhankelijke cliëntondersteuning precies behelst en wat haar meerwaarde is. Tevens is een folder beschikbaar gekomen over het keukentafelgesprek, waarin expliciet wordt ingegaan op de onafhankelijke cliëntondersteuning. Deze folder wordt bij de afspraakbevestigingen meegezonden.

Overigens blijkt de onbekendheid met de onafhankelijke cliëntondersteuning een landelijk fenomeen, zoals de VNG in terugblik op het CEO 2016 op haar website begin dit jaar publiceerde#. Persoonsgebonden budget In de Drechtsteden zijn ongeveer 800 klanten met een persoonsgebonden budget (413 actieve pgb's huishoudelijke ondersteuning, 292 pgb's individuele begeleiding en 91 pgb's dagbesteding). Ter verbetering van de positie van de cliënt heeft dit jaar een doorontwikkeling plaatsgevonden op het proces voor het verstrekken van een persoonsgebonden budget. Het proces is nu opgeknipt in meerdere stappen waardoor klanten de tijd hebben om rustig af te wegen of het pgb iets voor hen is. Er is ook meer tijd om voorlichting, uitleg en begeleiding te geven bij de opstart van het pgb. Per 1 april van dit jaar is het derdenbeding opgenomen in de standaard zorgovereenkomsten van de sociale verzekeringsbank (SVB) en zijn deze formats verplicht geworden voor het sluiten van een zorgovereenkomst tussen klant en zorgverlener. Dit derdenbeding regelt dat de klant niet aansprakelijk is op het moment dat de zorgverlener fraudeert. De gemeente (of SDD) kan dan rechtstreeks terugvorderen bij de zorgverlener, zodat de klant niet de dupe is van de onrechtmatigheid. Belangrijk voor 2018 is de koppeling van het wettelijk minimumloon aan de zorgovereenkomsten.

Het is niet langer toegestaan een uurloon in te vullen onder het Wml. Hiervoor worden nog enkele overgangsbepalingen gehanteerd voor lopende contracten. Om deze overgang soepel te laten verlopen, maar ook op tal van andere onderwerpen over het pgb is nauw contact tussen de SDD en 42

de SVB. Hierbij wordt gewerkt met vaste contactpersonen om het contact zo soepel mogelijk te laten verlopen. Rekentool Om te voldoen aan de informatieplicht over de eigen bijdrage is een rekentool ontwikkeld waarin de kostprijzen in de Drechtsteden zijn opgenomen. De rekenhulp van het CAK geeft alleen de maximale periodebijdrage, en kijkt niet naar de werkelijke kostprijs. De rekentool van de SDD bevat beide componenten zodat klanten zo goed mogelijk worden voorgelicht over de eigen bijdrage. Belangrijk aandachtspunt hierbij is wel dat de rekentool slechts een inschatting geeft. De definitieve berekening van de eigen bijdrage wordt nog steeds gedaan door het CAK. Het bevorderen van een inclusieve samenleving Beschermd wonen (BW) en maatschappelijke opvang (MO) Ook in 2017 voert de sociale dienst in opdracht van (centrumgemeente) Dordrecht een aantal taken uit ten aanzien van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Het betreft: de toegang en indicatiestelling, inkoop en contractbeheer, afhandeling van klachten en bezwaar, contacten onderhouden met de partners op cliëntniveau en met hen verdere uitvoeringsafspraken (voor toegang en indicatie) maken en tot slot de administratieve taken rondom declareren en betalen van de aanbieders.

De sociale dienst is intensief betrokken geweest bij de transformatie van beschermd wonen die 17 juli 2017 onder regie van centrumgemeente Dordrecht is doorgevoerd. Naast de introductie van nieuwe arrangementen/ woonvarianten is dagbesteding binnen beschermd wonen sindsdien anders gepositioneerd (d.w.z. niet langer onderdeel van het integrale arrangement BW). Tevens is voor BWklanten de eerder geschetste transformatie van dagbesteding op dat moment reeds doorgevoerd. De omzetting is in eerste instantie een administratieve operatie geweest, voor bestaande klanten wijzigt de dienstverlening pas bij herindicatie. Licht Verstandelijke Beperking -problematiek In het kader van de bestuurlijke aanbesteding Begeleiding een begin gemaakt met het ontwikkelen van een integrale aanpak voor jongeren met LVB problematiek. Naast relevante disciplines van de SDD (Wmo, participatie en schulden) zijn ook de Dienst Gezondheid en Jeugd, Zorgkantoor VGZ en de lokale gemeenten bij deze ontwikkelingsopgave aangesloten. Dit - complexe - proces wordt in 2018 voortgezet. Tevens zal de SDD deelnemen aan het traject 'Weet wat je kan' met de gemeente Zwijndrecht en het Rijk, om de ondersteuning en dienstverlening van mensen met LVB-problematiek te verbeteren. Overig Eigen bijdrage In 2017 zijn de aanpassingen van de eigen bijdrage geëvalueerd.

Uit de evaluatie blijkt dat er een toename van het aantal klanten individuele begeleiding en dagbesteding is. De maatregelen hebben daarmee het beoogde resultaat gehad, namelijk het voorkomen van financieel gedreven zorgmijding. Ook in 2018 zal de eigen bijdrage voor deze voorzieningen gehandhaafd blijven op €0,00. Het Rijk heeft wijzigingen van de eigen bijdrage aangekondigd. Deze gaan naar verwachting 1 januari 2019 in. Het komende jaar wordt gebruikt om alle processen hierop voor te bereiden. CAK De contacten met het CAK zijn gestroomlijnd via vaste contactpersonen, zodat er snel geschakeld kan worden indien er problemen optreden met de vaststelling en inning van de eigen bijdrage. Er wordt een wettelijke aanlevertermijn gesteld. Gemeenten moeten binnen 28 dagen de zorggegevens bij het CAK aanleveren. Tot nu toe was er geen termijn gesteld waarbinnen gemeenten de gegevens moeten aanleveren. Dit is genoemd als een van de oorzaken voor het ontstaan van stapelfacturen. Deze maatregel moet dit probleem oplossen. De publicatie in de staatcourant is half november geweest. De ingangsdatum is nog niet bekend.

43

Invlechting Hardinxveld-Giessendam 2017 stond in het teken van het treffen van voorbereidingen om de toetreding van HardinxveldGiessendam tot de Drechtsteden en de overgang voor Wmo cliënten naar een nieuw regime zo soepel mogelijk te laten verlopen. Voor de meeste Wmo voorzieningen is de impact voor inwoners van Hardinxveld-Giessendam van de overgang naar een nieuw regime gering. Voor enkele voorzieningen geldt echter wel een merkbaar verschil. Hierbij gaan inwoners van HG er in sommige gevallen op vooruit en in andere gevallen iets op achteruit. Alle klanten –met uitzondering van de klanten die een eenmalige voorziening verstrekt hebben gekregen van Hardinxveld-Giessendam- zijn door de Drechtsteden voorzien van een herindicatie per 1 januari 2018. De sociale dienst is in het laatste kwartaal van 2017 hard aan de slag geweest om dit te realiseren en om de continuïteit van de ondersteuning per 1 januari te garanderen. Dit is gelukt. Centraal uitgangspunt hierbij was uiteraard dat klanten op maat worden geholpen. Concluderend De voor de Wmo gestelde doelen zijn voor 2017 behaald. De taken en ambities zijn binnen het beschikbare budget uitgevoerd. Het gebruik van voorzieningen neemt toe en de eigen bijdragen zijn in 2017 nog steeds erg laag in de Drechtsteden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de voorzieningen toegankelijk en betaalbaar zijn.

Echter, de groei van het gebruik van vooral individuele begeleiding en de ontwikkelingen rond de cao VVT die de prijs van huishoudelijke ondersteuning opwaarts stuwen scheppen de verwachting dat in 2018 de budgettaire kaders krap worden. Uit het cliënt ervaringsonderzoek blijkt dat cliënten de ondersteuning over het algemeen positief waarderen.

44

Aantallen en trends Aantal actieve Wmo indicaties* Drechtsteden 2017

Stand 01/01

Stand 30/04

Stand 31/08

Stand 31/12

Huishoudelijke ondersteuning - HO - HO+ - HO Zorgstudio - PGB HO - PGB HO+

4.615 966 56 430 17

4.590 875 55 420 14

4.520 799 55 411 10

4.617 787 58 405 8

2.740

2.685

2.678

2.703

8.388 (322)

8.397 (300)

8.490 (293)

8.635 (293)

4.011 1.846 121 347

3.913 1.852 118 360

3.927 1.882 116 372

4.007 1.904 112 382

238 257 51 3 49

249 132 26 3 26

270 222 44 3 44

310 334 68 6 72

Begeleiding individueel***  waarvan PGB

1.669 304

1.819 290

1.881 277

1.952 292

Dagbesteding (incl. vervoer)  waarvan PGB

1.003 (569) 80

1.040 (595) 86

1.059 (605) 90

1.092 (607) 91

12 10

12 8

12 6

8 5

Hulpmiddelen: Rolstoelen Vervoersvoorzieningen - Drechthopper (waarvan begeleiding) - Drechthopper 75+ pas - Scootmobielen - Individuele vervoersvoorziening - Overig Woonvoorzieningen - Hulpmiddelen wonen - Roerende woonvoorz.** - Eenvoudige aanpassingen** - Complexe aanpassingen** - Plafond- en trapliften**

Kortdurend verblijf  waarvan PGB

* Het overzicht betreft standcijfers. ** Dit cijfer heeft betrekking op het aantal nieuwe indicaties in het verslagjaar, omdat het eenmalige verstrekkingen/ (koop)voorzieningen betreft met een andere meetsystematiek. Het aantal bouwt gedurende het jaar cumulatief op. Dit in afwijking tot de andere cijfers die het aantal actieve indicaties voor doorlopende (huur) voorzieningen betreffen. De cijfers worden hier vergeleken met de cijfers op hetzelfde meetmoment 1 jaar eerder. *** Sinds 1 januari 2016 is persoonlijke verzorging onderdeel van individuele begeleiding, nog lopende PGB-indicaties persoonlijke verzorging zijn opgenomen onder individuele begeleiding. Aantal unieke klanten per gemeente Klanten kunnen meerdere indicaties hebben. Bij de bepaling van het aantal unieke klanten zijn in onderstaande tabel in tegenstelling tot de rest van de rapportage tevens de maatwerkvoorzieningen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen meegenomen. Dit omdat ontvlechten geen recht zou doen aan de samenloop in het bredere domein van de Wmo-maatwerkvoorzieningen.

45

Gemeente Alblasserdam Dordrecht H-I-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal Drechtsteden

31/12/2016 1.060 6.900 1.222 1.612 1.796 2.610 15.200

31/08/2017 1.074 6.965 1.253 1.592 1.814 2.660 15.358

30/04/2017 1.068 6.904 1.249 1.591 1.810 2.628 15.250

31/12/2017 1.088 7.034 1.281 1.612 1.825 2.703 15.543

Wat heeft het gekost? Het resultaat op de Wmo is nog niet bekend. Bij de definitieve jaarrekening 2017 zal er een analyse van het resultaat op de Wmo worden gemaakt. Let op: in de volgende alinea's wordt een indicatie gegeven van de uitkomst van de Wmo. (bedragen x € 1.000) Programma

Realisatie 2017

Actuele begroting 2017 Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Afwijking Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Wmo Huishoudelijke ondersteuning Huishoudelijke Hulp Toelage Hulpmiddelen Begel. en kortdurend verblijf & Persoonlijke verzorging Innovatiereserve Leertuinen Totaal

15.100

15.100

-

14.274

14.429

155

-826

-671

155

1.681

1.681

-

630

1.681

1.051

-1.051

-

1.051

9.150

9.150

-

9.151

9.171

20

1

21

20

19.969

19.969

-

19.817

19.969

152

-152

-

152

299

299

-

52

52

-

-247

-247

-

46.199

46.199

-

43.924

45.302

1.378

-2.275

-897

1.378

Huishoudelijke ondersteuning In de 2e bestuursrapportage 2017 zijn gemeenten geïnformeerd over het afvlakken van de dalende trend van het klantenbestand huishoudelijke ondersteuning. In het tweede halfjaar 2017 steeg het klantenbestand voor het eerst sinds jaren. Ondanks deze stijging zijn de lasten met circa € 0,8 miljoen gedaald ten opzichte van de begroting. Tegenover de lagere lasten staat ook een daling van de inkomsten eigen bijdrage CAK van circa € 0,7 miljoen, waardoor 2017 met een positief saldo van circa € 0,1 miljoen wordt afgesloten. De lagere ontvangsten CAK zijn het gevolg van een stapeling van landelijke en regionale aanpassingen van het eigen bijdrage beleid. In juni 2016 heeft de Drechtraad besloten om de parameters op basis waarvan de eigen bijdrage wordt berekend, aan te passen. Vlak na het besluit van de Drechtraad om de parameters voor de eigen bijdrage te wijzigen, werd landelijk besloten per 1 januari 2017 nieuwe parameters in te voeren. Dat heeft tot gevolg gehad dat de percentages van de aangepaste parameters worden toegepast op de nieuwe (lagere) landelijke bedragen. Daardoor is sprake van een onbedoeld stapelingseffect van verlagingen op de eigen bijdrage. In oktober 2017 is door de Drechtraad besloten om de parameters aan te passen naar het landelijke beleid. Het onbedoelde stappelseffect wordt daarmee met ingang van 2018 teruggedraaid.

De verwachting is dat definitief een einde is gekomen aan de dalende trend van afgelopen jaren. In 2018 zullen de lasten stijgen door de groei van het klantenbestand en als gevolg van de nieuwe cao voor huishoudelijke hulpen. Huishoudelijke Hulp Toelage Bij de 2e bestuursrapportage 2017 is besloten om tussentijds € 1 miljoen van het budget Huishoudelijke Hulp Toelage ten gunste van de gemeenten vrij te laten vallen. Het beschikbare budget 2017 bedraagt hierdoor circa € 1,68 miljoen, waarvan € 0,63 miljoen in 2017 is uitgegeven. Het restantbudget 2017 wordt bij deze jaarrekening via resultaatbestemming overgeheveld naar 2018. Hulpmiddelen Het resultaat op het onderdeel Hulpmiddelen (individuele vervoer, rolstoelen, woonvoorzieningen en collectief vervoer & Drechthopper) is nagenoeg nihil.

46

Begeleiding en kortdurend verblijf (inclusief vervoer) Het resultaat in deze jaarrekening op het onderdeel Begeleiding en kortdurend verblijf bedraagt circa € 0,2 miljoen positief. Het overschot wordt vooral verklaard door een incidenteel voordeel over 2016. Door de stijging van het klantenbestand is het beschikbare budget 2017 wel volledig besteed. De verwachting is dat de stijging in 2018 vooralsnog zal aanhouden. Innovatiereserve Leertuinen In 2017 is € 52.000 uitgeven aan innovatieprojecten Leertuinen. De projecten lopen door in 2018. De innovatiereserve leertuinen is regionaal geld, bestemd voor innovaties in het sociale domein die samen met externe partijen als VGZ, Yulius en anderen worden geïnitieerd. De directeur van de SDD zit, namens de regio het platform voor.

2.2.4.

Budgetadvies en schuldbemiddeling

Wat hebben wij bereikt?

Doelstelling:

Inwoners van de Drechtsteden met schulden en/of beperkte financiële zelfredzaamheid begeleiden en schulden duurzaam oplossen of beheersbaar maken.

In het beleidsplan is de verplichting opgenomen om jaarlijks een doelstelling te formuleren ten aanzien van de wachttijd en de kwaliteit van zowel het stabilisatie- als het schuldregelingstraject. Hieronder staan deze doelstellingen en realisatie voor 2017 weergegeven:

 

Doelstelling 2017

Stand 31/12

Wachttijd: in 95% van de gevallen wordt maximaal 10 werkdagen na de melding de hulpvraag vastgesteld

95%

94%

Aantal trajecten: naast de bestaande klanten wordt minimaal 1.200 nieuwe klanten een dienstverleningstraject aangeboden

1.200

1.035

70%

79%

80%

94%

Kwaliteit stabilisatietraject: minimaal 70% van de stabilisatietrajecten wordt positief* afgesloten Kwaliteit schuldregelingstraject: minimaal 80% van de schuldregelingstrajecten wordt positief** afgesloten

*Kwaliteit stabilisatietraject: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald er is een betalingsregeling getroffen - de schulden zijn geherfinancierd - overdracht naar schuldregelen. **Kwaliteit schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend - een schuldbemiddeling wordt gestart of als een WSNP verklaring wordt afgegeven.

47

Wat hebben wij daarvoor gedaan? Meldingen schuldhulpverlening en wachttijd Zoals in de 1e en 2e bestuursrapportage 2017 beschreven, is het aantal meldingen voor schuldhulpverlening in 2017 gedaald ten opzichte van 2016. In 2017 bedroeg het aantal meldingen 1.446 ten opzichte van 1.591 meldingen in 2016. Dit betreft een afname van 145 meldingen. Van alle aanmeldingen is 19% niet verschenen op de afspraak voor de aanmeldbijeenkomst. Het percentage is nagenoeg gelijk gebleven, in 2016 was dit 20%. De doelstelling van de wachttijd voor de aanmeldbijeenkomst is, op een minimaal verschil na, behaald: in 94% van de gevallen wordt in maximaal 10 werkdagen na de melding de hulpvraag vastgesteld. Naast de daling van het aantal meldingen is ook het aantal nieuw gestarte trajecten gedaald. In 2017 zijn er 1.035 nieuwe trajecten gestart ten opzichte van 1.101 nieuwe trajecten in 2016. De doelstelling voor 2017 voor wat betreft het aantal aangeboden nieuwe trajecten is niet gehaald. De verwachting is dat dit in 2018 wel het geval zal zijn door de inzet op vroegsignalering van wanbetalers zorgverzekering. Via een integrale aanpak zal worden ingezet op het verlagen van het aantal wanbetalers (5.140 in 2016) in de Drechtsteden. Uit CBS gegevens blijkt dat een ongeveer een kwart van de wanbetalers een bijstandsuitkering ontvangt.

In 2018 wordt ingezet op het actief benaderen van deze doelgroep en het (indien nodig) aanbieden van schuldhulpverlening. Zoals in eerdere bestuursrapportages aangegeven is de daling van het aantal meldingen conform landelijk beeld. Diverse aspecten zoals de groei van beschermingsbewind en de rol van de Sociaal (Wijk)Teams spelen hierin een rol. Deze rol is tweeledig. Enerzijds kunnen interventies van het Sociaal (Wijk) Team voorkomen dat een situatie escaleert en er een beroep moet worden gedaan op schuldhulpverlening. Anderzijds is er ook het signaal dat de Sociaal (Wijk)Teams in individuele gevallen curatieve interventies plegen of niet tijdig doorverwijzen naar schuldhulpverlening. Om dit te ondervangen wordt de bestaande samenwerking met de Sociaal (Wijk) Teams verder geïntensiveerd. Daarnaast speelt natuurlijk ook het gedrag van mensen mee. Mensen melden zich ondanks het feit dat ze hulp nodig hebben niet snel aan en proberen zo lang mogelijk zelf tot een oplossing te komen. Er is al een aantal preventieve acties ingezet om het bereik van schuldhulpverlening te vergroten en invloed uit te kunnen oefenen op o.a. de toestroom van het aantal 'onder bewind gestelden'. Zo is budgetbeheer meer in positie gebracht als passend alternatief, hetgeen zich vertaalt in een toename van zowel regulier als preventief budgetbeheer.

Daarnaast wordt in 2018 het instrument beschermingsbewind toegevoegd aan het productaanbod van schuldhulpverlening (zie ook onderdeel Minimabeleid). Het aantal lopende trajecten op 31 december 2017 bedraagt 1.559 trajecten. Dit betreft een stijging ten opzichte van 2016. Op 31 december 2016 bedroeg het aantal lopende trajecten 1.451. Een verklaring voor deze stijging is de toename in het aantal trajecten Preventief Budgetbeheer (+67%) en Regulier Budgetbeheer (+18%). Kwaliteitsdoelstellingen stabilisatie- en schuldregelingstraject De doelstellingen op het gebied van kwaliteit, vertaald naar het aantal positief afgesloten trajecten, zijn ruimschoots behaald. De kwaliteit van het stabilisatietraject is in 2017 verder verbeterd en het aantal succesvol afgesloten trajecten bedraagt 79%. Dit is hoger dan de doelstelling en hoger dan het resultaat van 2016 (76%). De kwaliteit van het schuldregelingstraject is met 94% succesvol afgesloten trajecten tevens boven de doelstelling en ligt boven het behaalde resultaat van 2016 (90%). Preventief Budgetbeheer Het bereik van Preventief Budgetbeheer is sterk verbeterd, de stijgende lijn die sinds eind 2016 is ingezet blijft zich continueren. Eind 2017 waren er 96 personen in een traject Preventief Budgetbeheer ten opzichte van 58 trajecten in 2016. Desondanks is de ambitie voor het jaar 2017, een aantal van 160 cliënten, niet bereikt.

Gezien de stijgende lijn van het aantal trajecten, in combinatie met de preventieve acties inzake bereik en bewindvoering, is de verwachting dat dit in 2018 wel het geval zal zijn.

48

Wat heeft het gekost? Programma (Bedragen x € 1.000)

Realisatie 2017

Actuele begroting 2017 Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Afwijking Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Schuldhulpverlening

50

50

0

41

50

9

-9

0

9

Totaal

50

50

0

41

50

9

-9

0

9

Het programma budgetadvies en schuldbemiddeling is begroot op € 50.000. In 2017 is er circa € 41.000 uitgegeven op het beschikbare budget. Gemaakte kosten hebben met name betrekking op bekendheid en doorontwikkeling van schuldhulpverlening in de Drechtsteden (onderzoek, externe audits, communicatie en kennisuitwisseling, hierop is iets minder uitgegeven dan begroot.

2.2.5.

Apparaatskosten

Wat heeft het gekost? Programma (Bedragen x € 1.000)

Realisatie 2017

Actuele begroting 2017 Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Afwijking Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Apparaatskosten

34.420

34.420

0

33.576

35.014

1.437

-844

594

1.437

Totaal

34.420

34.420

0

33.576

35.014

1.437

-844

594

1.437

Op de apparaatskosten is er een voordeel van ongeveer € 1,4 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt omdat er minder ingehuurd hoefde te worden (€ 0,5 miljoen) dan vooraf voorzien. Er was vooral minder inhuur ('flexibele schil') nodig om de groei van de bijstand op te vangen. In de primaire begroting werd nog uitgegaan van een groei naar 7.000 bijstandsgerechtigden. Deze groei is uiteindelijke echter bijna 500 lager uitgekomen. De gerelateerde extra capaciteit is dus achteraf gezien maar beperkt noodzakelijk geweest. Verder is binnen de apparaatskosten sprake van vrijval binnen de voorziening frictiekosten (€ 0,2 miljoen), vertraagde uitvoering van innovatieprojecten (€ 0,2 miljoen) en diverse kleine andere apparaatskosten (€ 0,4 miljoen) die lager zijn uitgevallen zoals vrijval van salariskosten als gevolg van moeilijk invulbare vacatures.

49

2.3.

Bedrijfsvoering

2.3.1.

Ingenieursbureau Drechtsteden

Wat hebben we bereikt en gedaan? Uitbreiding eigenaarschap Eind 2016 is een samenwerkingsovereenkomst getekend met de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Deze gemeente treedt per 1-1-2018 toe tot de Drechtsteden. In 2017 heeft IBD voor de gemeente enkele projecten uitgevoerd. Daarnaast zijn enkele bijeenkomsten georganiseerd en opleidingen aangeboden om elkaar beter te leren kennen. Ook voor de gemeentes die niet structureel gebruik maken van het IBD zijn regelmatig bijeenkomsten en opleidingen verzorgt. Samenwerken met de markt Een van de belangrijke ontwikkelingen in 2017 is samenwerken met de markt. Het IBD heeft een Europese aanbesteding uitgeschreven waarop circa 30 ingenieursbureaus hebben ingeschreven. In november 2017 heeft het IBD opdracht verstrekt aan 5 bureaus die samen met het IBD aan de projecten gaan werken. Ondernemingsplan 2018-2020 Gedurende 2017 is een nieuwe ondernemingsplan 2018-2020 tot stand gekomen in nauwe samenwerking met onze eigenaren. Nieuwe ontwikkelthema's zijn benoemd: 3D modeleren en ontwerpen, circulaire economie, klimaatadaptatie en datagestuurd werken. Daarnaast willen we de zeven IBD-disciplines duidelijker gaan profileren: contracten & kosten, groen- en cultuurtechniek, inrichting & ontwerp openbare ruimte, wegen & verhardingen, constructies & geotechniek, riolering & stedelijk water en directievoering & toezicht.

IB3D en VISI In de technische en kennis ontwikkeling heeft IBD stappen gemaakt naar de toekomstige BIM werkwijze. Al eerder werd getekend volgens de standaard NLCS. In 2017 zijn we gebruik gaan maken van VISI en 3D-visualisaties. VISI ondersteunt het communicatieproces met opdrachtnemers waarmee faalkosten kunnen worden gereduceerd. De 3D techniek wordt nu toegepast in de ontwerpfase voor presentaties. Kennis delen De zichtbaarheid van het IBD richting het bestuur en de gemeenteraden is in 2017 verder opgepakt. Ons communicatieplan zet in op het bekend maken van onze prestaties, in lijn met onze visie: 'Versterkt en verlengd opdrachtgeverschap'. Uiteindelijk realiseren wij deze projecten voor onze publieke opdrachtgevers. We moedigen ons personeel aan om goede relaties op te bouwen en te houden met ons netwerk. We hebben workshops, themabijeenkomsten en excursies georganiseerd waar we onze kennis delen en vergroten. Dit deden we met onze bestuurders, opdrachtgevers en partners in de uitvoering. Onze klanten hebben in 2017 Klant Tevredenheid Onderzoeken (KTO's) ingevuld die in lunchbijeenkomsten door opdrachtgevers en projectleiders zijn besproken. Deze uitwisseling is positief ervaren en zal ook in 2018 worden toegepast. De gemiddelde score in 2017 is 7,7. Het gemiddelde rapportcijfer over de periode 2015-2016 was 7,4.

Hoe hebben wij gemeten? Het IBD stelt maandelijks een managementrapportage op, die gebruikt wordt als sturingsinstrument, waarmee op korte termijn de organisatie bijgestuurd kan worden. Naast het meten van reguliere bedrijfsvoeringindicatoren (Omzet, kosten, resultaat, productiviteit, orderportefeuille etc.) hebben we in dit instrument ook ruimte ingebouwd voor meting van kwaliteit en beleving van onze dienstverlening. Ieder maand wordt het managementdashboard gedeeld met de medewerkers en de eigenaren van het IBD.

50

Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000) Actuele begroting 2017 Saldo van baten en lasten Mutaties reserve Resultaat

Realisatie 2017

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

7.560

8.000

440

8.420

8.922

502

-860

922

62

440 8.000

8.000

-440 -

500 8.920

8.922

-500 2

-60 -920

922

-60 2

Resultaatanalyse (bedragen x € 1.000) Toelichting Omschrijving afwijking Lasten Meer capaciteits- en directe A. projectkosten vanwege grotere productievraag Subtotaal

B. C.

D.

Baten Meer omzet door extra productieve uren en doorbelasting van directe projectkosten Extra vrijval voorziening frictiekosten Subtotaal Saldo van baten en lasten Mutaties reserve Resultaat

I/S

Voordeel

Nadeel

Saldo

Gemeente

I

-

860

-860

-

860

-860

I

862

-

862

Dordrecht/ Zwijndrecht

I

60

-

60

n.v.t.

922

-

922

922 922

860 60 920

62 60 2

Dordrecht/ Zwijndrecht

Toelichting: A. Meer capaciteits- en directe projectkosten vanwege grotere productievraag Samenhangend met de grotere productievraag (dan begroot) is extra personele capaciteit aangetrokken en zijn de directe projectkosten hoger uitgevallen. Deze kosten worden financieel via de projecten doorbelast aan de opdrachtgevers en zijn dus volledig gedekt. B. Meer omzet door extra productieve uren en doorbelasting van directe projectkosten Bij de 2e bestuursrapportage 2017 is de verwachte omzet positief bijgesteld voor geheel 2017 van € 6,8 miljoen tot € 8,0 miljoen. Als gevolg van een in omvang toegenomen orderportefeuille en hogere gerealiseerde productie bedraagt de werkelijke omzet uiteindelijk € 8,8 miljoen. Tegenover deze extra omzet staan extra capaciteit(inhuur)kosten en directe projectkosten (zie A.). C. en D. Extra vrijval voorziening frictiekosten en mutatie reserve Per jaareinde wordt de voorziening frictiekosten herijkt aan de hand van de nieuwste inzichten, risico's en kengetallen. Deze herijking leidt tot een extra vrijval van de voorziening (bovenop de begrote € 440.000) van € 60.000. Deze vrijval wordt aangewend ter aanzuivering van de per ultimo 2016 gevormde negatieve frictiekostenreserve.

51

2.3.2.

Servicecentrum Drechtsteden

Wat hebben wij bereikt?  De strategische opgaven voor de bedrijfsvoering zijn in samenwerking met onze klantorganisaties geformuleerd in de Strategische Bedrijfsvoeringsagenda 2017-2020;  In 2017 is veel aandacht besteed aan privacywetgeving en de impact voor de organisaties;  In 2017 is de uitrol van het project KZA door het SCD voorbereid. Inmiddels spelen er twee grote ontwikkelingen die de stuurgroep KZA hebben doen besluiten om de uitrol van het KZA tijdelijk te parkeren;  De organisatie van het SCD ontwikkelt zich door om aan de vraag en verwachtingen van onze klanten te kunnen voldoen, met twee leidende principes: 'uitmuntende operatie' en 'klantnabijheid';  De dienstverlening door afdeling Vastgoedbeheer & Onderhoud is in 2017 verankerd in het SCD;  De invlechting van de bedrijfsvoering van Hardinxveld-Giessendam in de SCD-organisatie is in 2017 afgerond. Wat hebben wij daarvoor gedaan? Naast de 'going concern' taken was de focus voor 2017 gericht op de volgende onderwerpen: Strategische bedrijfsvoeringsagenda In samenwerking met onze klantorganisaties hebben we de gezamenlijke ambities en opgaven voor de bedrijfsvoering binnen de Drechtsteden bepaald. Deze zijn vastgelegd in de strategische bedrijfsvoeringsagenda 2017-2020. De belangrijkste onderwerpen op deze agenda zijn: 1. We werken aan betrouwbare en passende bedrijfsvoering; 2.

Goed werkgeverschap geïnspireerd op waarden van de participatiemaatschappij; 3. Organisatie en informatie klaar voor de toekomst; Samen met het MT-Middelen en CIO office zijn we verantwoordelijk voor het geven van volwaardige ondersteuning aan het primaire proces van onze klanten. Ad 1. Betrouwbare en passende bedrijfsvoering De omgeving van onze klanten en de opgaven waar zij voor staan veranderen. Bij het SCD zijn we ons hier bewust van. Klanten vragen steeds meer flexibiliteit en innovatie en dit heeft gevolgen voor onze dienstverlening. Waar we nu standaarddienstverlening bieden, zullen we overgaan naar meer flexibele dienstverlening die aansluit bij de omgevingscontext van gemeenten, zonder de sharedservicegedachte uit het oog te verliezen. Dit vraagt van het SCD een interne doorontwikkeling. Zie daarvoor het onderdeel 'Interne ontwikkelingen SCD'. Ad 2. Goed werkgeverschap Goed werkgeverschap is één van de belangrijke speerpunten in bedrijfsvoeringsstrategie. De rol van de lokale overheid verandert en dat vraagt aanpassingsvermogen van organisaties om hierop in te spelen. Om in deze ontwikkeling mee te gaan zijn betrokkenheid en bevlogenheid bij medewerkers belangrijk.

Goed werkgeverschap richt zich enerzijds op het behouden en vergroten van deze betrokkenheid en bevlogenheid van medewerkers en anderzijds op het zijn van een aantrekkelijke werkgever voor nieuwe medewerkers. Daarbij vragen de huidige ontwikkelingen flexibiliteit van medewerkers en wendbaarheid van organisaties. Wat hebben medewerkers hiervoor nodig en wat wordt er verwacht van de organisatie? Momenteel wordt gewerkt aan een visie op goed werkgeverschap in de Drechtsteden en een agenda op hoofdlijnen. In nauwe samenwerking met het netwerk is deze vertaald naar een agenda met vier thema's: a. Inspirerend en persoonlijk leiderschap; b. Duurzame inzet op talent en drijfveren; c. Inspirerende werkplek en ICT; d. Digitale en wendbare HR systemen. Hierbij is het uitgangspunt dat we niet streven naar een generiek programma, maar een programma dat past bij de behoefte en 'fase' van de organisatie(s) op basis van deze vier thema's. In haar rol als adviseur en dienstverlener levert afdeling P&O bijdragen aan projecten en initiatieven op het gebied van organisatieontwikkelingen en – aanpassingen. Zo ook bij het programma Goed Werkgeverschap. 52

Ad 3. Organisatie en informatie klaar voor de toekomst De doelstelling is een ICT-omgeving te creëren die toekomstbestendig is en waarin we kunnen beschikken over de juiste communicatiekanalen en toegankelijke data. Hierbij draagt de ICTomgeving bij aan een goede (virtuele) werkomgeving die ondersteunend is aan de opgave buiten én de integrale werkprocessen passend is bij de 'nieuwe overheid'. In 2017 zijn er twee onderzoeken uitgevoerd voor een verdere concretisering van deze doelstelling. Berenschot heeft onderzoek gedaan naar de invulling en de organisatie van informatiemanagement bij de gemeenten en de GRD. KPMG heeft onderzoek gedaan naar een IT sourcingstrategie. Beide organisaties is gevraagd om vanuit hun expertise een advies uit brengen onafhankelijk van de Drechtstedelijke mening over beide onderwerpen. Op basis van deze twee onderzoeken is in nauwe samenwerking met het CIO office en in opdracht van het DSB een informatievisie opgesteld. Deze informatievisie geeft richting aan de strategie die gevolgd wordt om de ICT doelstelling te realiseren. Deze strategie wordt vervolgens uitgewerkt in een Transitieplan 'ICT Sourcing en Regie'. Op basis van dit transitieplan zal de fundamentele heroriëntatie op het hele ICT domein verder worden vormgegeven.

In het laatste kwartaal van 2017 is er een start gemaakt met het opstellen van het transitieplan en zal in het tweede kwartaal van 2018 klaar zijn voor bestuurlijke besluitvorming. Totdat het transitieplan is opgesteld en vastgesteld, beperken we de investeringen in de ICT infrastructuur tot de noodzakelijke vervangingen om de continuïteit te borgen. Onder deze voorwaarden is er in 2017 aan een twaalftal ICT infrastructuur projecten gewerkt conform het ICT meerjaren investeringsplan. Lopende belangrijke projecten Klant-, zaak- en archiefsysteem (KZA) In 2017 zijn voorbereidingen door het SCD gedaan voor de uitrol van het project KZA. De vervanging van Mozaïek en de uitrol van een nieuw Klant-, zaak- en archiefsysteem is een complexe aangelegenheid. Dat was bekend toen de aanbesteding plaatsvond in 2016. Inmiddels spelen er twee grote ontwikkelingen die de stuurgroep KZA hebben doen besluiten om de uitrol van het KZA tijdelijk te parkeren. Allereerst heeft Green Valley nog onvoldoende antwoord op de nieuwe wetgeving in het kader van de AVG (privacywet). En verder heeft, na het vaststellen van de sourcingstrategie door het ONS-D, de stuurgroep KZA aan Green Valley gevraagd of er ook een SaaS-oplossing (Software as a Service) mogelijk is. De stuurgroep KZA is voornemens in februari 2018 aan de hand van een businesscase een keuze te maken voor een eventuele vervolgstap.

Privacywetgeving (bescherming persoonsgegevens) De (Europese) Algemene verordening gegevensbescherming is in werking getreden en van toepassing met ingang van 25 mei 2018. De Wet bescherming persoonsgegevens vervalt dan. Het Netwerk MT-Middelen heeft vorig jaar ingestemd met een voorstel voor de aanpak en implementatie Privacy compliance, inclusief de financiële middelen voor 2017 en 2018. Hierdoor is de implementatie van de naleving van de privacywetgeving in regionaal verband opgepakt. Er is in 2017 onder meer gewerkt aan het ontstaan van 'privacy-awareness'. Dit punt blijft belangrijk in het komend half jaar. Daarnaast is een concept privacy beleid opgesteld en zijn de eerste stappen gezet voor de implementatie van enkele verplichtingen die voortvloeien uit de Europese verordening. In het eerste kwartaal van 2018 zal de vaststelling van het privacy beleid een belangrijk zijn. Daarnaast werken we aan de implementatie van een aantal verplichtingen. Bijvoorbeeld het opstellen en vullen van de (verplichte) registers met de informatie over processen waarin persoonsgegevens worden verwerkt en het afsluiten van verwerkersovereenkomsten.

Generatiepactregeling Om te komen tot een toekomstbestendige personeelsopbouw is de afgelopen periode verkend of alle Drechtstedelijke organisaties tot een generatiepactregeling kunnen komen: een regeling waarin oudere medewerkers afbouw van uren wordt geboden met compensatie voor loon- en pensioenopbouwverlies in combinatie met instroom van jonge medewerkers. De verschillen in standpunten bij de deelnemers heeft ertoe geleid dat werkgevers niet tot een gezamenlijke regeling zijn gekomen. Een aantal organisaties beraadt zich nu op dit lokaal te regelen.

53

Interne ontwikkelingen SCD Organisatieontwikkeling Onze klanten kijken ernaar uit dat het SCD de volgende stap zet, namelijk onze kennis en expertise nog strategischer inzetten en meer nabij de klant opereren, zonder de shared-servicegedachte uit het oog te verliezen. Naast standaardisering en uniformering zien klanten graag dat het SCD oog heeft voor de verschillen tussen gemeenten en de GRD-dochters en daar naar handelen. Daarnaast verwachten zij van ons dat wij weten welke ontwikkelingen er spelen, dat wij hiervan een vertaling kunnen maken naar onze organisatie en die van onze klanten en daarover proactief adviseren. De vraag en verwachtingen van onze klanten scherpen de strategische mijlpalen aan van het SCD. De ontwikkelthema's zijn daarin:  Een groot deel van wat het SCD levert, draait om terugkerende producten en diensten, die we zo slim, voordelig en innovatief mogelijk leveren. Het leidende principe hier is 'uitmuntende operatie'. De uitvoering en beheer bedrijfsvoering is 'state of art'. Het SCD sluit aan op de ontwikkelingen bij de klantorganisaties;  Het SCD ontwikkelt zich verder in de adviesrol. Het belangrijkste is dat we zo goed mogelijk naar de klant luisteren en onze aanpak afstemmen op diens individuele behoefte. Onze expertise en klantkennis zetten we in om alle gevarieerde en individuele vragen te beantwoorden.

Hier is 'klantnabijheid' het leidende principe. De strategische denkkracht van het SCD wordt vergroot. Onze adviezen zijn gebaseerd op inzichten en worden niet vanuit de regels gestuurd;  De reputatie van het SCD en de relatie met onze klanten wordt versterkt, omdat het SCD investeert in die relaties op basis van wederkerigheid en partnership. Het SCD weet wat er in de organisaties en omgeving speelt. Het SCD draagt bij aan initiatieven op landelijk niveau;  Het SCD ontwikkelt zich tot een expertisecentrum voor de bedrijfsvoering, dat een constante kwaliteit levert. Kernwoorden daarin zijn: gedreven, slagvaardig en deskundig. Op beide leidende principes, uitmuntende operatie en klantnabijheid, worden in concrete ideeën en projecten verder uitgewerkt. We zijn aan de slag en kijken wat werkt. Vastgoed Beheer en Onderhoud (VB&O) Inmiddels is de dienstverlening voor Vastgoedbeheer en Onderhoud verankerd in het SCD. Er wordt hard gewerkt om de onderhoudscyclus beter af te stemmen op de planning- en controlcyclus bij gemeenten. Met een groot aantal gemeenten wordt nauw samengewerkt aan het vraagstuk hoe het SCD maatwerk kan leveren. Daarbij houden we rekening met de vastgoedstrategie van die gemeente én het zo efficiënt en effectief mogelijk vormgeven van de onderhoudscyclus.

Een andere opgave in 2018 is het aanleggen van gebouwendossiers per gemeente waarmee compliance wordt gewaarborgd. De vraagstellingen richten zich op het totale vastgoedbeheer, dat wil zeggen Bouwkundig (B), Elektrotechnisch (E) en Werktuigbouwkundig (W). Bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden kiezen we zoveel mogelijk voor duurzame oplossingen. Twee belangrijke pijlers waar het SCD zich hierbij op richt zijn circulaire economie en energie. Invlechting Hardinxveld-Giessendam Op basis van de voortgangsrapportages invlechting Hardinxveld-Giessendam in de GRD zijn de gerealiseerde invlechtingskosten in de lijn met het plan van aanpak. Gerealiseerd zijn onder meer de investeringen in ICT, het plaatsingsproces van medewerkers, het inregelen van klantmanagement en de inrichting van de financiële en personele administratie. Er is een start gemaakt met het wegwerken van de archiefachterstanden. Per 1-1-2018 is Hardinxveld Giessendam ingevlochten in het SCD en opgenomen in de reguliere bedrijfsvoering. Het project is daarmee afgesloten.

54

Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Reguliere exploitatie Mutaties reserve Resultaat

Actuele begroting 2017 Lasten Baten Saldo 45.614 44.883 -731

Realisatie 2017 Lasten Baten Saldo 46.122 46.189 67

45.614

46.122

731 45.614

731 -

731 46.920

731 798

Lasten -508

Afwijking Baten 1.306

Saldo 798

-508

1.306

798

Resultaatanalyse (bedragen x € 1.000) Toelichting Omschrijving afwijking Lasten A. Hogere personele kosten B. Lagere materiële kosten C. Regionale contracten D. Mutatie voorzieningen Subtotaal

A. C.

Baten Extra dienstverlening Regionale contracten Subtotaal Saldo van baten en lasten Mutaties reserve Resultaat

I/S

Voordeel

I I I I

504 94 598

312 794 1.106

-312 504 -794 94 -508

Ja Ja Ja Ja

I I

512 794 1.306

-

512 794 1.306

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/48/documents/951