CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport energiebesparingsplicht

Raad 5 juni 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Rekenkamerrapport doe-mee onderzoek energiebesparingsplicht bedrijven (Houtakkers)67.928 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 8

Van 2019 tot en met 2023 is een intensivering in het aantal controles zichtbaar van 1.520 in 2019 tot 6.790 in 2023 (voor 110 gemeenten). Ook het aantal ingezette uren is in deze periode gestegen van 18.863 tot 40.550 (voor 89 gemeenten).3 Het aantal bedrijven in het gebied en het aantal controles dat plaatsvindt zijn bepalend voor hoe lang een omgevingsdiensten bezig zijn om het hele bedrijvenbestand te contro-

De Versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht (VUE) stelt het bevoegd gezag in staat haar toezichts- en handhavingstaken op het gebied van de energiebesparings- en informatiplicht te intensiveren. Via de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK – THE) konden omgevingsdiensten een specifieke uitkering aanvragen voor extra ondersteuning op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht. Het digitale loket van RVO maakt automatisch een code aan, de zogenaamde rubriceringscode. De omgevingsdienst kan op basis van deze code besluiten om locatie(s) te controleren, omdat bijvoorbeeld blijkt dat het bedrijf nog veel erkende maatregelen moeten uitvoeren en/of beperkt aan de energiebesparingsplicht voldoet (zie ook paragraaf 2.3). Getallen zijn opgehaald in de uitgezette enquête. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit géén totaalbeeld is. Sommige omgevingsdiensten hebben geen of maar gedeeltelijk getallen aangeleverd, andere omgevingsdiensten hebben een totaal voor de gehele regio ingevuld.

Energiebesparingsplicht | 2025

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

Bestuurlijke reacties Beleidsopzet

leren. Een groot deel van de omgevingsdiensten (44%) geeft aan tussen de 5 en 10 jaar nodig te hebben om alle bedrijven en instellingen te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. Een iets kleinere groep (36%) geeft aan tussen de 2 en 5 jaar nodig te hebben. • Het aantal geconstateerde overtredingen stijgt over de jaren heen van 391 in 2019 tot • 3.300 in 2023 (voor 54 gemeenten).4 In de meeste gevallen is er een hersteltermijn opgelegd, of is er een vooraankondiging last onder dwangsom verstuurd. • Meer dan de helft van de omgevingsdiensten (55%) geeft aan geen zicht te hebben op het energiebesparingspotentieel van bedrijven en instellingen in de betreffende gemeente of provincie. In ongeveer een kwart (26%) van de gevallen hebben omgevingsdiensten op andere wijze zicht op het energiebesparingspotentieel. Zo baseert een aantal omgevingsdiensten het besparingspotentieel van 9% op gasverbruik en 10% op elektriciteitsverbruik op eigen onderzoek of worden landelijke richtlijnen gehanteerd. Een klein deel van de omgevingsdiensten (14%) kan een indicatie geven van het energiebesparingspotentieel op basis van de informatieplicht.

Bijlagen

Factsheets Resultaten

Toelichting

De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek met betrekking tot de verantwoording zijn: • Ruim een kwart van de gemeenten (27%) geeft aan dat er wel eens vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad zijn geweest. Vragen gingen bijvoorbeeld over de werkwijze, de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden (aantal controles, naleefgedrag) en de bereikte resultaten. De meeste van de vragen over de bereikte resultaten gingen over de gerealiseerde CO2 reductie, over de hoeveelheid controles en naleefgedrag en het type uitgevoerde maatregelen. • Zeven van de twaalf provincies geven aan dat er wel eens vragen/opmerkingen zijn geweest van Provinciale Staten over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. Deze vragen gingen met name over hoe de samenwerking tussen de bevoegde gezagen en de omgevingsdienst in de regio verloopt. Ook werd er gevraagd naar de voortgang en implementatie van de energiebesparings- en informatieplicht, naar energiebesparingsmogelijkheden van bedrijven en de efficiëntie van de werkzaamheden van omgevingsdiensten en naar de invulling, controle op en voortgang van de verplichtingen bij de gemeenten binnen de provincie.

Duiding van de uitkomsten De uitkomsten, zoals hierboven beschreven, zijn op basis van de deskstudie en focusgroepen geduid. De belangrijkste duiding van de resultaten is hieronder weergegeven.

• Uit de analyse van toegestuurde begrotingen blijkt dat het rijk middels subsidieregelingen in deze periode fors heeft ingezet op de organisatie van het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht. Deelnemende overheden hebben in de focusgroepen aangegeven dat de SPUK-regelingen en subsidies vanuit provinciale akkoorden van de afgelopen jaren opschaling in de uitvoering mogelijk hebben gemaakt. Dit is ook terug te zien in

Slotbeschouwing

Eindrapport van vereninging van Rekenkamers Literatuurlijst en bijlagen

de uitkomsten, waarin het aantal controles tussen 2019 en 2023 fors is toegenomen. Omgevingsdiensten hebben door aanvullende financiering bijvoorbeeld energieteams kunnen oprichten en het aantal controles kunnen opschalen. De toegekende middelen vanuit het Rijk en de aanvullende subsidies vanuit een aantal provincies hebben echter tot nu toe altijd een tijdelijk karakter gekend. In de focusgroepen is door alle deelnemende overheden aangegeven dat het hierdoor moeilijk is om continuïteit te behouden in de uitvoering, om vaste medewerkers aan te trekken en om te versnellen in de uitvoering. • Het zicht op welke bedrijven aan de verplichtingen moeten voldoen is beperkt en kost veel capaciteit, geven omgevingsdiensten aan tijdens de focusgroep. Sommige omgevings- diensten hebben daarom extra capaciteit ingezet op het in beeld krijgen van deze bedrijven, naast informatie die beschikbaar is via RVO of bijvoorbeeld via reguliere milieucontroles. Omgevingsdiensten hebben in de focusgroep aangegeven dat het inzichtelijk krijgen van energieverbruik van bedrijven en instellingen via netbeheerders een belangrijke oplossing is om alle bedrijven die aan de verplichtingen moeten voldoen in beeld te krijgen en het mogelijk te maken om energiebesparing structureel te monitoren.

• Een belangrijk knelpunt in toezicht en handhaving is de complexe wet- en regelgeving, waardoor het veel tijd kost de juiste mensen bij omgevingsdiensten te vinden en op te leiden. Energiecontroles zijn een veel technischere variant van toezicht dan de gemiddelde toezichthouder gewend is uit te voeren. Bovendien zijn de gesprekspartners (bedrijven) vaak ook niet in staat technische vragen te beantwoorden. De huidige krapte op de arbeidsmarkt maakt het extra moeilijk de juiste mensen bij omgevingsdiensten te vinden en te behouden. • Een aantal omgevingsdiensten gaf tijdens de focusgroep aan dat er veel energie verloren gaat in de papieren werkelijkheid van de informatieplicht: het voldoen aan de informatieplicht betekent niet dat er ook daadwerkelijk energiebesparende

4 Idem.

67

Energiebesparingsplicht | 2025

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

Bestuurlijke reacties Beleidsopzet

maatregelen worden genomen. Eén omgevingsdienst geeft daarom aan niet meer actief op de informatieplicht te handhaven, maar prioriteit te geven aan het controleren op het daadwerkelijk treffen van energiebesparende maatregelen. • Zowel in de focusgroepen als de enquête is door gemeenten en provincies aangegeven dat informatie over het energiebesparingspotentieel en de totaal gerealiseerde energiebesparing in veel gevallen ontbreekt, maar wel relevant is om te bepalen wat de inspanningen op toezicht en handhaving uiteindelijk opleveren. In sommige gevallen is wel een indicatie van de (potentiële) energiebesparing mogelijk, op basis van bijvoorbeeld informatie uit de informatieplicht en energiecontroles.

Bevindingen onderzoek Algemene Rekenkamer De Algemene rekenkamer onderzoekt, parallel aan het DoeMee-onderzoek, de sturing van de minister voor Klimaat en Energie op de energiebesparingsplicht en de resultaten van de verplichting op landelijk niveau. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek voor het DoeMee-onderzoek zijn:

• De opbrengsten van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht blijven achter bij de doelstellingen of streefwaarden van het kabinet, gebaseerd op prognoses van TNO en PBL. De doelstelling was in 2013 – 2014 (vanuit het Energieakkoord) dat de plicht ca. 35 PJ energiereductie zou opleveren. In de Klimaat en Energie Verkenning van 2020 wordt echter ingeschat dat ca. 7 PJ energie is bespaard in 2020. • Voor zover hier zicht op is, voldoen bedrijven sinds 2008 structureel niet (volledig) aan de energiebesparingsplicht en informatieplicht. Het doel van de minister dat er 100% naleving is onder bedrijven die onder de energiebesparingsplicht vallen wordt daarmee niet behaald. • Doelen die het kabinet heeft gesteld op het gebied van handhaving van de energie- besparingsplicht lijken ook niet gehaald. Een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) uit 2016 stelt dat afgesproken is dat bedrijven eens per 4 jaar

68

Bijlagen

Factsheets Resultaten

Toelichting

Slotbeschouwing

Eindrapport van vereninging van Rekenkamers Literatuurlijst en bijlagen

worden bezocht en gecontroleerd. Echter blijft, op basis van dit uitgangspunt, het jaarlijks aantal uitgevoerde controles sterk achter. • Uit verschillende evaluaties blijkt dat omgevingsdiensten onvoldoende functioneren en niet goed geëquipeerd zijn hun taken uit te voeren. Financieel zijn er daarnaast onvoldoende middelen beschikbaar om de door het kabinet en minister aangegeven aantal jaarlijkse controles uit te voeren. • De Algemene Rekenkamer stelt vast dat zij niet ex post de kosteneffectiviteit van de plicht kan nagaan. Wel stelt zij vast dat de baten (mogelijk) zijn overschat (hoeveelheid gerealiseerde energiebesparing) en de omvang van de ingeschatte kostenposten (bijvoor- beeld middelen voor toezicht en handhaving) zeker zijn onderschat.

Handelingsperspectief Het handelingsperspectief voor provincies, gemeenten en omgevingsdiensten is op decentraal niveau beschikbaar via de factsheets, die in het kader van dit onderzoek voor elke gemeente of provincie specifiek zijn opgesteld. In de factsheets staat onder andere op decentraal niveau beschreven hoe de samenwerking met omgevingsdiensten is vormgegeven en wat de voortgang op toezicht en handhaving is. De factsheets bieden hierdoor handvaten om op decentraal niveau de doeltreffendheid en/of doelmatigheid van toezicht en handhaving te verbeteren als hier aanleiding toe is.

Energiebesparingsplicht | 2025

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

Bestuurlijke reacties Beleidsopzet

Inleiding 1.1

Aanleiding

In dit VVR DoeMee-onderzoek 2024 doen in totaal 109 rekenkamers onderzoek naar de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing, op initiatief en onder begeleiding van de Vereniging van Rekenkamers (VVR).

Bijlagen

Factsheets Resultaten

Toelichting

Energiebesparingsplicht

De uitkomsten van dit DoeMee-onderzoek bieden inzicht in de manier waarop gemeenten, provincies en omgevingsdiensten het toezicht en de handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht hebben georganiseerd, wat de voortgang is en wat eventuele knelpunten zijn. Voor gemeenten en provincies extra relevant, omdat goed toezicht en handhaving kunnen bijdragen aan het behalen van hun eigen duurzaamheidsdoelstellingen.

Informatieplicht energiebesparing

Onderzoek Algemene Rekenkamer

Bedrijven en instellingen zijn vanaf 1 juli 2019 verplicht eens in de 4 jaar actief informatie te verstrekken aan hun omgevingsdienst over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert het loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten. Indien bedrijven/instellingen voldoen aan de informatieplicht, betekent dit niet dat zij ook automatisch voldoen aan de energiebesparingsplicht.

De Algemene Rekenkamer voert, grotendeels parallel aan het DoeMee-onderzoek, onderzoek uit naar: • hoe de minister voor Klimaat en Energie stuurt op de energiebesparingsplicht; • wat de resultaten op landelijk niveau tot op heden zijn; • hoe de minister zicht houdt op de resultaten.5

Gemeenten en provincies hadden de uitoefening van toezicht en handhaving van bovenstaande verplichtingen in de meeste gevallen gemandateerd aan hun omgevingsdienst, maar sommige gemeenten en provincies voerden zelf de toezichts en handhavingstaken uit. In 2022 is echter door bedrijven, instellingen en het bevoegd gezag aangegeven het toezicht bij voorkeur door één partij te laten uitvoeren. Dit is efficiënter en verlaagt de lastendruk. De energiebesparingsen informatieplicht zijn daarom toegevoegd aan het Basistakenpakket van omgevingsdiensten per 1 juli 2023. Het is dus de omgevingsdienst die het toezicht uitvoert in opdracht van het bevoegd gezag.

69

Literatuurlijst en bijlagen

Sinds 1993 geldt de verplichting voor bedrijven en instellingen om zuinig om te gaan met energie. Sinds 2008 zijn bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken verplicht energiebesparende maatregelen te n emen. Het gaat hierbij specifiek om investeringen die zij binnen vijf jaar kunnen terugverdienen.

Taakverdeling toezicht en handhaving

5

Slotbeschouwing

Eindrapport van vereninging van Rekenkamers

Dit onderzoek bekijkt dus de organisatie en resultaten van de energiebesparingsplicht op nationaal niveau, terwijl het DoeMee-onderzoek is gericht op de resultaten van toezicht en handhaving op decentraal niveau. De belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer zijn verwerkt in de samenvatting van voorliggend onderzoeksrapport.

https://www.rekenkamer.nl/actueel/lopend-onderzoek/energiebesparingsplicht-bedrijven

Energiebesparingsplicht | 2025

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

1.2

Bestuurlijke reacties Beleidsopzet

Resultaten

Doel en onderzoeksvragen

In het DoeMee-onderzoek staat de vraag centraal: Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies bij het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing en wat zijn daarvan de resultaten?

9. Verantwoording › de afspraken die gemeenten en provincies hebben ge-

7. Gemeenten en provincies › de manier waarop gemeenten en provincies de invulling

›

›

›

›

maakt met de omgevingsdienst over monitorings- en verantwoordingsinformatie (denk aan doelstellingen (KPI's), informatie over de uitvoering, (tussentijdse) evaluaties, bereikte resultaten); de kwaliteit van de rapportages van de omgevingsdiensten aan de deelnemende gemeenten en provincies over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht en de daarmee bereikte resultaten; de kwaliteit van de informatieverstrekking van de colleges aan hun gemeenteraden/Provinciale Staten over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht door de omgevingsdiensten én hen zelf en de daarmee bereikte resultaten.

Eindrapport van vereninging van Rekenkamers

Slotbeschouwing

Toelichting

bezochte bedrijven, ingezette uren, aantal geconstateerde overtredingen, eventuele sancties, aantal en aard van de daadwerkelijk getroffen maatregelen en indien mogelijk de gerealiseerde energiebesparing;

Meer specifiek geeft het onderzoek per betrokken actor inzicht in:

van de energiebesparings- en informatieplicht hebben opgenomen in hun begroting; de manier waarop gemeenten en provincies sturen op toezicht en handhaving van de energiebesparings- en Informatieplicht energiebesparing door de omgevingsdienst; de manier waarop gemeenten en provincies (en waterschappen) zelf – naast de opdracht aan de omgevingsdienst – uitvoering geven aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en Informatieplicht energiebesparing;

Bijlagen

Factsheets

1.3

Literatuurlijst en bijlagen

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 staat de beleidsopzet beschreven en gaan we nader in op beide verplichtingen, wijzigingen in en aanvullingen op de verplichtingen, de rol en taakverdeling en de financiën. In hoofdstuk 3 zijn de enquêteresultaten per overheidslaag weergegeven en beschreven. Hoofdstuk 4 geeft vervolgens nadere duiding aan de resultaten op basis van de deskstudie en de focusgroepen. Het rapport sluit af met de belangrijkste conclusies in hoofdstuk 5, gevolgd door een literatuurlijst. In bijlage 1 is een beschrijving van het onderzoeksproces en de onderzoeksmethoden gegeven en wordt tevens gereflecteerd op de kwaliteit van de informatie. In bijlage 2 is daarnaast een begrippenlijst opgenomen en in bijlage 3 een overzicht van de deelnemende overheden.

8. Omgevingsdiensten › de mate waarin omgevingsdiensten zicht hebben op de

›

›

›

70

bedrijven en instellingen die onder de verplichtingen vallen; de mate waarin omgevingsdiensten zicht hebben op bedrijven en instellingen die zich niet aan de Informatieplicht energiebesparing houden en de wijze waarop de omgevingsdiensten contact maken met deze bedrijven en instellingen; de manier waarop omgevingsdiensten toezien en handhaven op de uitvoering van de verplichting tot het treffen van energiebesparende maatregelen en de Informatieplicht energiebesparing; inclusief het aantal jaren dat zij nodig hebben om alle bedrijven en instellingen te controleren en de prioriteiten die zij stellen; d. de resultaten van deze werkwijze in termen van aantal

Energiebesparingsplicht | 2025

Bestuurlijke reacties

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

Beleidsopzet

Bijlagen

Factsheets Resultaten

Toelichting

Slotbeschouwing

Eindrapport van vereninging van Rekenkamers Literatuurlijst en bijlagen

Beleidsopzet 2.1

Inleiding

2.2

In onderstaand hoofdstuk worden de beleidsopzet en de rollen en taakverdeling van de decentrale overheden rondom toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing beschreven.

Figuur 2.1 Tijdlijn energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing

1993 2008 2019 2023 2024 Bedrijven verplicht om energie te besparen volgens Wet milieubeheer (geen nadere eisen)

Bedrijven worden verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen

Bedrijven worden verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen

Wetswijzigingen energiebesparings plicht

Inwerkingtreding Omgevingswet

Energiebesparingsplicht

De plicht om energie te besparen is al sinds 1993 van kracht (destijds vastgelegd in de Wet milieubeheer). Bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken6, zijn sinds 2008 verplicht energiebesparende maatregelen te nemen (de energiebesparingsplicht). Het gaat hierbij specifiek om investeringen die bedrijven binnen vijf jaar kunnen terugverdienen. Bedrijven en instellingen moeten hierover sinds 1 juli 2019 eens in de vier jaar rapporteren (informatieplicht). Deze verplichtingen maakten onderdeel uit van de Wet milieubeheer en zijn per 1 januari 2024 in de Omgevingswet opgenomen.7 Om bedrijven/instellingen te helpen aan de energiebesparingsplicht te voldoen, heeft de rijksoverheid de Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML, verder: de maatregelenlijst) opgesteld. Deze lijst bevat energiebesparende maatregelen met een terug- verdientijd van 5 jaar of minder.8 Bij de introductie van de maatregelenlijst is regelmatige actualisatie aangekondigd, om actueel te blijven wat betreft techniek, investeringskosten en energieprijzen.

In de maatregelenlijst is een onderverdeling gemaakt in: gebouwen (bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen), faciliteiten (bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen voor de productie, het transport en het gebruik van stoom) en processen (bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen voor het in koel- of vriesmeubelen, of koel- of vriescellen bewaren van producten).

Wijzigingen per 1 juli 2023 Sinds 1 juli 2023 zijn wijzigingen in de energiebesparingsplicht doorgevoerd. Vanaf juli 2023 is de energiebesparingsplicht verbreed naar verduurzaming van het energieverbruik. Dit betekent dat de energiebesparingsplicht is uitgebreid met CO2-reducerende maatregelen en dat maatregelen voor het produceren van duurzame energie en elektrificatie, met een terugverdientijd van vijf jaar of minder, zijn toegevoegd aan de verplichting. Daarnaast is de doelgroep waarvoor de energiebesparingsplicht geldt uitgebreid naar bedrijven en instellingen die onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen. Ook de glastuinbouw en bedrijven die een omgevingsvergunning milieu nodig hebben, zoals afvalverwerkingsbedrijven en bedrijven in de zware industrie, vallen per 1 juli 2023 onder de plicht. Als onderdeel van de wijzigingen die sinds 1 juli 2023 in werking zijn getreden, is de maat- regelenlijst opnieuw doorgerekend en beoordeeld door externe consultants, in samenwerking met RVO. De erkende maatregelen zijn aangepast naar de stand van de techniek, de huidige energieprijzen en de investeringskosten.

Ook zijn nieuwe potentiële maatregelen geïnventari- seerd en aangeleverd, mede gevoed door de vraag aan brancheverenigingen en marktpartijen om nieuwe maatregelen voor te stellen en aan te leveren.9 Onder andere is een verplichting voor het doorvoeren van maatregelen voor de productie van of de overstap op hernieuwbare energie(dragers) toegevoegd aan de lijst, mits deze een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder en leiden tot een verlaging van de CO2-uitstoot.

7 8 9

Het gemiddelde jaarlijkse verbruik van een huishouden (2022) is 2479 kWh elektriciteit en 1169 m3 gas. 50.000 kWh stroom en 25.000m3 gas is dus gelijk aan het jaarlijks verbruik van ongeveer 20 huishoudens. Prijsverandering energierekening | CBS Wet Milieubeheer Erkende maatregelenlijsten (EML) (rvo.nl) Staatscourant 2023, 15844 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

71

Energiebesparingsplicht | 2025

6

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

Bestuurlijke reacties Beleidsopzet

Energielabel C Een andere verplichting die per 1 juli 2023 geldt is dat een kantoorgebouw minimaal energie- label C moet hebben. Dit betekent een energielabel met een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m2 per jaar. Voldoet het gebouw niet aan de eisen, dan mag het niet meer als kantoor gebruikt worden. Dit is formeel geen onderdeel van de energiebesparingsplicht, maar de gemeente is wel het bevoegd gezag om toe te zien op deze verplichting en besteed controle in veel gevallen uit aan de omgevingsdienst. Daardoor draagt deze verplichting wel bij aan een toename in taken van gemeenten en omgevingsdiensten als het gaat om energiebesparing.

Inwerkingtreding omgevingswet Sinds op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden, is de energiebesparings- plicht opgenomen in artikel 5.15 onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal, milieu- belastende activiteiten op een locatie) en in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, gaat over gebouwen op een locatie, de zogenoemde gebruiksfuncties). Er wordt in de Omgevingswet niet meer gesproken van een ‘inrichting’, maar van regulering per milieubelastende activiteit. Dit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Het kan dus zijn dat voor één locatie twee verschillende actoren een energie- besparingsplicht hebben: één organisatie die de milieubelastende activiteit uitvoert en één organisatie die eigenaar is van het gebouw (de ‘drijver van de inrichting’).

10

72

Bijlagen

Factsheets Resultaten

Toelichting

2.3 Informatieplicht energiebesparing Bedrijven en instellingen zijn vanaf 1 juli 2019 verplicht eens in de 4 jaar actief informatie te verstrekken aan hun omgevingsdienst over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert het digitale loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten. Hierin fungeert RVO dus als een soort ‘doorgeefluik’. Als uitgangspunt gebruiken bedrijven en instellingen de maatregelenlijst. In de rapportage geven zij vervolgens per erkende maatregel aan of deze wel/niet is uitgevoerd en of een alternatieve maatregel is uitgevoerd. Het digitale loket maakt automatisch een code aan, de zogenaamde rubriceringscode. De omgevingsdienst kan op basis van deze code besluiten om locatie(s) te controleren, indien bijvoorbeeld blijkt dat het bedrijf nog veel erkende maatregelen moet uitvoeren en/of beperkt aan de energiebesparingsplicht voldoet. De code wordt bepaald op basis van vier criteria: 1) de mate waarin het bedrijf aan de energiebesparingsplicht voldoet, op basis van de gegeven antwoorden op de erkende maatregelenlijst, 2) het jaarlijks energieverbruik van de locatie, 3) de eventuele aanwezigheid van monumentale gebouwen en 4) het aantal geselecteerde categorieën van de Faciliteiten en Procesmaatregelenlijsten.

De code R1 heeft de hoogste prioriteit bij toezicht en bij een code van R4 is in principe voldaan aan de energiebesparingsplicht.10 Indien bedrijven/instellingen voldoen aan de informatieplicht (informatie aanleveren), betekent dit niet dat zij ook automatisch voldoen aan de energiebesparingsplicht (het treffen van energiebesparende maatregelen).

Eindrapport van vereninging van Rekenkamers

Slotbeschouwing

Literatuurlijst en bijlagen

Zoals onder paragraaf 2.2 beschreven is de eigenaar van het gebouw (de ‘drijver van de inrichting’) sinds invoering van de omgevingswet verantwoordelijk voor het uitvoeren van de gebouwmaatregelen. De organisatie die de activiteit(en) uitvoert is verantwoordelijk voor het treffen van de activiteit-gebonden maatregelen. Beide partijen zijn verplicht de informatie- plichtrapportage in te dienen via het e-loket van RVO, de digitale omgeving van RVO. In enkele gevallen kan het zijn dat de gebouweigenaar ook de informatieplichtrapportage indient voor de activiteit gebonden maatregelen van zijn huurder(s). Dit zijn met name bedrijfstakken waarvoor de gemeente onder de Omgevingswet de (milieu)regels bepaalt, zoals voor kantoren of winkels.

Onderzoeksplicht Naast de informatieplicht hebben locaties van bedrijfstakken waarvoor onder de Omgevings- wet het Rijk de milieuregels bepaalt, of met een jaarlijks energiegebruik vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m3 aardgas(equivalent), een onderzoeksplicht energiebesparing sinds 1 juli 2023. De onderzoeksplicht is alleen voor activiteit-gebonden maatregelen en geldt niet voor gebouw-gebonden maatregelen. Deze verplichting valt buiten dit onderzoek/de onder- zoeksperiode, maar draagt wel bij aan de toename aan taken voor gemeenten en omgevings- diensten. Vergelijkbaar met de informatieplicht moeten voor deze locaties eens in de vier jaar worden onderzocht welke energiebesparende maatregelen genomen dienen te worden. Hier moet ook via het e-loket van RVO over worden gerapporteerd.

Toelichting rubriceringscode informatieplicht (RVO, 2023)

Energiebesparingsplicht | 2025

Bestuurlijke reacties

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

Beleidsopzet

Resultaten

Toelichting

2.4 Rol en taakverdeling

2.5

Voor de meeste bedrijven en instellingen was de gemeente vóór 1 juli 2023 het bevoegd gezag voor de energiebesparingsplicht en informatieplicht. Dit houdt in dat de gemeente het bestuursorgaan was dat een vergunningaanvraag behandelde, meldingen ontving en bevoegd was voor toezicht en handhaving. De provincies waren het bevoegd gezag voor locaties met een milieubelastende activiteit uit afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit zijn ‘complexe bedrijven’, zoals energiecentrales, die een omgevingsvergunning nodig hebben voor hun milieubelastende activiteiten.11

De omgevingsdiensten ontvangen middelen van gemeenten en provincies voor de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. Hiervoor stellen omgevingsdiensten over het algemeen werkplannen op of stellen ze dienstverleningsovereenkomsten op. In 2022 was de energiebesparingsplicht nog niet in het basistakenpakket van de omgevingsdiensten opgenomen, maar besteedden veel gemeenten de taken rondom toezicht en handhaving van de verplichtingen al wel uit aan omgevingsdiensten. In 2022 hebben de omgevingsdiensten van hun deelnemers (zowel gemeenten als provincies) circa € 11 miljoen ontvangen.12

Per 1 juli 2023 is de energiebesparings- en informatieplicht toegevoegd aan het basistaken- pakket van de omgevingsdiensten. Het is dus per 1 juli 2023 de omgevingsdienst die het toezicht en de handhaving uitvoert op de energiebesparings- en informatieplicht in opdracht van gemeenten en provincies. Daarvoor hadden gemeenten en provincies in veel gevallen de uitoefening van het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht ook al gemandateerd aan hun omgevingsdienst. Echter waren er ook provincies en gemeenten die zelf toezicht en handhaving op de verplichtingen uitvoerden. In 2022 is door bedrijven, instellingen en het bevoegd gezag aangegeven het toezicht bij voorkeur door één partij te laten uitvoeren. Vandaar dat het toezicht en de handhaving sinds 1 juli 2023 volledig bij omgevingsdiensten is neergelegd. RVO is verantwoordelijk voor het digitale loket (e-loket) waarmee aan de rapportage- verplichtingen kan worden voldaan. Daarnaast zorgt zij voor het rubriceren van informatie en het beschikbaar maken van de informatie voor het bevoegd gezag en in het verlengde daarvan de omgevingsdiensten.

11 12 13

73

Eindrapport van vereninging van Rekenkamers

Bijlagen

Factsheets

Financiën

Om de capaciteit van de omgevingsdiensten voor toezicht en handhaving van de verplich- tingen te versterken, vanwege de uitbreiding van het takenpakket met de taken rondom de energiebesparings- en informatieplicht, heeft het Rijk sinds 2019 verschillende subsidies beschikbaar gesteld. In Tabel 1 is een overzicht opgenomen van alle Rijksregelingen van 2019 tot en met 2026 en bijbehorende bedragen. In de periode van 2019 tot 2023 is € 19,5 miljoen beschikbaar gesteld (verdeeld over drie rondes) vanuit de Versterkte Uitvoering Energiebesparing en Informatieplicht (VUE). Met deze middelen konden omgevingsdiensten, via Rijkswaterstaat, externe capaciteit inzetten voor bijvoorbeeld bedrijfscontroles. Ook konden omgevingsdiensten van 2022 tot en met 2024 gebruik maken van de specifieke uitkering voor activiteiten in het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (SPUK IBP VTH). Dat programma richt zich met name op versterking van de omgevingsdiensten en het VTH-stelsel. Daarbij wordt ingezet op de versterking van de inzet op milieucriminaliteit, het verbeteren van de informatiehuishouding en datakwaliteit en de versterking van de kennisopbouw en kennisdeling.

Literatuurlijst en bijlagen

Slotbeschouwing

Daarnaast is voor de periode 2022 – 2026 door het Rijk € 56 miljoen beschikbaar gesteld aan de omgevingsdiensten, de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparings- plicht (SPUK THE), voor een extra impuls vanwege de uitbreiding van het takenpakket.13 Waar de VUE met name gericht was op het vergroten van de externe capaciteit, heeft de SPUK THE juist het doel de eigen capaciteit en kennis van de omgevingsdienst te versterken. De SPUK THE-regeling vereist minimaal 20% cofinanciering van gemeenten en provincies. Tabel 2.1 Overzicht rijksregelingen m.b.t energiebesparingsplicht 2019-2026

Jaartal

Financiering

Bedrag

2019-2023

Versterkte Uitvoering Energiebesparing en Informatieplicht (VUE)

€ 19,5 miljoen

2022-2024

Specifieke Uitkering voor activiteiten in het interbestuurlijk programma versterking VTH stelsel (SPUK IBP VTH)

€ 18 miljoen

2022-2026

Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE)

€ 56 miljoen

Milieuregels in het Bal voor complexe bedrijven | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Onderzoek omgevingsdiensten in beeld 2022 (TwynstraGudde, 2023) https://open.overheid.nl/documenten/ronl-5df66568a2cd4238899ccbc38e429324ec9bf44d/pdf

Energiebesparingsplicht | 2025

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

Bestuurlijke reacties Beleidsopzet

Resultaten

Eindrapport van vereninging van Rekenkamers

Bijlagen

Factsheets

Slotbeschouwing

Toelichting

Literatuurlijst en bijlagen

Resultaten enquête 3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de enquête per overheidslaag (respectievelijk gemeenten in paragraaf 3.2, provincies in paragraaf 3.3 en omgevingsdiensten in paragraaf 3.4) weergegeven en nader toegelicht. Bij de uitwerking is het aantal respondenten per vraag in de titel van het figuur opgenomen. Hierbij moet worden opgemerkt dat het aantal respondenten voor sommige vragen verschilt en/of relatief laag is, onder andere afhankelijk van of een vervolgvraag is beantwoord. Dit is belangrijk om in acht te nemen bij het bekijken van de figuren per vraag.

3.2

Gemeenten

3.2.2 Energiebesparingsplicht en informatieplicht in de begroting

3.2.1 Helderheid rollen en taken Er is gevraagd of de rollen en taken van de gemeente en omgeAlgemene informatie vingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebeAlgemene informatie sparings- en de informatieplicht op dit moment helder zijn. Onderstaande figuur geeft inzicht in de gegeven Zijn de rollen en taken van de gemeente en antwoorden.

Zijn de rollen en met taken van de gemeente en omgevingsdienst betrekking tot het toezicht op de Figuur 3.1 Zijn de rollen en taken van de en omgeomgevingsdienst met betrekking totgemeente het toezicht op de energiebesparingsen informatieplicht op dit moment energiebesparingsen informatieplicht helder? vingsdienst met betrekking tot het toezichtop opdit de moment energiebehelder? en informatieplicht op dit moment helder? (n=111) sparings7% 3% 7% 3%

Er is gevraagd op welke wijze de energiebesparings- en in= aantal respondenten formatieplicht in de begroting van gemeenten is opgenomen. = aantal respondenten Figuur 3.2 laat de antwoorden op deze vraag zien.

Is de opdracht op toezicht en handhaving van de Figuur Is de opdracht op toezicht en handhaving van de Is de3.2 opdracht op toezicht en van de energiebesparingsplicht aan dehandhaving omgevingsdienst in de energiebesparingsplicht aan aan de opgenomen? omgevingsdienst in de begroenergiebesparingsplicht de omgevingsdienst in de begroting van uw gemeente ting van uw gemeente opgenomen? (n=111) begroting van uw gemeente opgenomen?

12% 11% 12% 11% Dat weet ik niet (3) Ja Dat (100) weet ik niet (3) Nee of niet altijd (8) Ja (100) Nee of niet altijd (8)

90% 90%

Dat weet ik niet (12) Ja Dat (86) weet ik niet (12) Nee (13) Ja (86) Nee (13) 111 111

Nee of niet altijd: taakverdeling is nog niet helemaal ingeregeld. Nee of niet altijd: taakverdeling is nog niet helemaal ingeregeld.

Bij het grootste deel van de gemeenten (90%) zijn de taken en rollen van de gemeente en de omgevingsdienst met betrekking Is er door uw gemeente/provincie een opdracht tot toezicht op de informatieplicht Is het er door uwvoor gemeente/provincie eenen opdracht geformuleerd deenergiebesparingsomgevingsdienst over de op dit moment helder. Een klein deel (7%) aan geformuleerd voor de over dedat dit invulling van oezicht enomgevingsdienst handhaving opgeeft de invulling vanis.toezicht handhaving op de energiebesparingsplicht? niet het geval Zij gevenen aan dat de omgevingsdienst op dit energiebesparingsplicht? moment in de opstartfase zit van het energietoezicht en dat de rollen en taken nog niet helemaal duidelijk zijn voor de gemeen10% ten, of omdat 20% de taakverdeling nog niet volledig is ingeregeld. 20%

10%

Dat weet ik niet (11) Ja Dat (78) weet ik niet (11) Nee (22) Ja (78) Nee (22) 70% 70%

74

111 111

Geen opdracht geformuleerd: gemeenten geven aan dat dit onderdeel is van deGeen basistaak van omgevingsdiensten en het niet nodig een opdracht geformuleerd: gemeenten geven aan is dat ditaanvullende onderdeel is van opdracht te formuleren. In andere gevallen is de en taakverdeling (nog) de basistaak van omgevingsdiensten en het nietrolnodig is een aanvullende niet duidelijkteen moet de opdracht nog wordenis geformuleerd. opdracht formuleren. In andere gevallen de rol- en taakverdeling (nog) niet duidelijk en moet de opdracht nog worden geformuleerd.

77% 77%

In ruim driekwart van de gemeenten (77%) is de opdracht op 39 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’ toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de - Onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’ 1439 - De energiebesparingsplicht is als onderdeel van een programma benoemd in de begroting omgevingsdienst in de begroting opgenomen, meestal on- De energiebesparingsplicht is als onderdeel 1314 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’ van een programma benoemd in de begroting der het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’ (39 - Ondernamelijk... het overkoepelende onderwerp ‘milieu’ 1013 - Anders, gemeenten). Bij 14 gemeenten is de energiebesparingsplicht als Anders, namelijk... 5 - 10 De-energiebesparingsplicht is als specifiek onderdeel benoemd in de begroting onderdeel van een programma benoemd in de begroting en in 5 De energiebesparingsplicht is als specifiek 5 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘VTH’ onderdeel benoemd in de begroting 13 gemeenten is het onder het ‘VTH’ overkoepelende onderwerp ‘mi- Onder overkoepelende onderwerp 4 -5Dat weet het ik niet lieu’ opgenomen. Onderstaande figuur laat zien op welke wijze 4 - Dat weet ik niet 1 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘energie’ de1 -energiebesparingsplicht is opgenomen in de gemeentelijke Onder het overkoepelende onderwerp ‘energie’ 111 111 begrotingen.

Het budget wordt vaak bepaald op basis van een inschatting van het aantal bedrijven datvaak aan de verplichtingen voldoen, wat vervolgens Het budget wordt bepaald op basis moet van een inschatting van het gecombineerd wordt met het aantalmoet urenvoldoen, dat nodig is voor de aantal bedrijven dat aan degeschatte verplichtingen wat vervolgens controle per object en de prijs controleaantal (kengetallen per omgevingsgecombineerd wordt met hetper geschatte uren dat nodig is voor de dienst). controle per object en de prijs per controle (kengetallen per omgevingsdienst).

Wordt de opdracht in de praktijk ook uitgevoerd? Energiebesparingsplicht Wordt de opdracht in de praktijk ook uitgevoerd? | 2025 6% 1%

Zijn de rollen en taken van de gemeente en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht op dit moment Bestuurlijke reacties Factsheets helder?

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

Beleidsopzet

Resultaten 7% 3%

12%

Daten weethandhaving ik niet (3) 3.2.3 Sturen op toezicht

De energiebesparingsplicht is als specifiek onderdeel benoemd in de begroting

Formuleren van een opdracht aan omgevingsdiensten

5 14

Onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’ Onder het overkoepelende onderwerp ‘energie’ Onder het overkoepelende onderwerp ‘VTH’

39 1 5 13

Onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’

10

Anders, namelijk... Dat weet ik niet

4

De gemeenten die ‘anders’ hebben geantwoord geven aan dat de financiering van het toezicht op de energiebesparingsplicht via een uitvoeringsprogramma/werkprogramma loopt, via een bijdrage aan verbonden partijen, als extra opdracht aan de omgevingsdienst of onder het overkoepelende thema ‘duurzaamheid’ in de begroting is opgenomen.

Wijze waarop het budget bepaald wordt In de meeste gevallen wordt door de omgevingsdienst een inschatting gemaakt van het aantal bedrijven dat aan de verplichtingen moet voldoen, dat vervolgens gecombineerd wordt met het geschatte aantal uren dat nodig is voor de controle per object en de prijs per controle (kengetallen per omgevingsdienst). De werkzaamheden worden vervolgens vaak vastgesteld in een projectplan of werkprogramma. In veel gevallen is aangeven dat dit in goede afstemming met de omgevingsdienst plaatsvindt. De bijdragen vanuit de SPUK THE hebben er in enkele gevallen voor gezorgd dat de gemeente de opgave heeft kunnen versnellen en het budget voor een aantal jaren gegarandeerd is. In deze gevallen is het budget beschikbaar vanuit SPUK THE leidend. In een enkel geval is aangegeven dat de provincie bijdraagt aan het budget voor de gemeenten via provinciale subsidieregelingen.

75

Ja (100) Nee of niet altijd (8)

Gemeenten zijn verplicht het mandaat voor toezicht en hand90% 111 having op de energiebesparings- en informatieplicht aan hun omgevingsdienst te geven. Onderstaande figuur geeft weer of Nee of niet altijd: taakverdeling is nog niet helemaal er een opdracht aan de omgevingsdienst is ingeregeld. geformuleerd door de gemeente aan de omgevingsdienst.

Is er door uw gemeente/provincie een opdracht Figuur 3.4 Is er door uw gemeente en opdracht geformugeformuleerd voor de omgevingsdienst over de leerd voor van de omgevingsdienst over de invulling invulling toezicht en handhaving op de van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht? (n=111) energiebesparingsplicht?

20%

Literatuurlijst en bijlagen

11%

Dat weetrichting ik niet (12) toezicht uitvoeren en er dus geen opdracht de omgeJa (86) vingsdiensten is geformuleerd. Nee (13)

Hoe is de opdracht richting de omgevingsdiensten 77% geformuleerd? Er is gevraagd op welke wijze de opdracht voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht is geformuleerd. Onderstaande figuur 39 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’ geeft de gegeven antwoorden weer.

14 - De energiebesparingsplicht is als onderdeel van een programma benoemd in de begroting 13 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’

Figuur 3.5 Hoe is de opdracht voor de omgevingsdienst over 10 - Anders, namelijk... de invulling van toezicht en handhaving op de energiebe5 - De energiebesparingsplicht is als specifiek onderdeel benoemd in de begroting sparingsplicht geformuleerd? (meer antwoorden mogelijk) 5 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘VTH’ (n=78) 4 - Dat weet ik niet

10%

Eroverkoepelende is een schriftelijke overeenkomst 1 - Onder het onderwerpopgesteld ‘energie’

4

Er is een gemeenschappelijke regeling opgesteld (volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen)

Dat weet ik niet (11) Ja (78) Nee (22) 70%

vereninging van Rekenkamers

Slotbeschouwing

Toelichting

Figuur 3.3 Op welke wijze is de energiebesparingsplicht opgenomen in de begroting? (meer antwoorden mogelijk) (n=91)

De energiebesparingsplicht is als onderdeel van een programma benoemd in de begroting

Is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de Eindrapport van begroting van uw gemeente opgenomen? Bijlagen

14

111

11

111

opdracht geformuleerd: gemeenten geven aan dat diteen onderdeel is van InGeen bijna driekwart van de gemeenten (70%) is er opdracht de basistaak van omgevingsdiensten en het niet nodig is een aanvullende geformuleerd voor de een vijfde van opdracht te formuleren. In omgevingsdiensten. andere gevallen is de rol-Bij en taakverdeling (nog)de niet duidelijk en moet is dedit opdracht noggeval. wordenBij geformuleerd. gemeenten (20%) niet het 10% van de gemeenten is het onduidelijk of er een opdracht geformuleerd is.

Hoe is de opdracht voor de omgevingsdienst over de De redenen waarom er geen opdracht geformuleerd is, lopen invulling van toezicht en handhaving op de uiteen. Een aantal gemeenten geeft aan dat dit onderdeel is energiebesparingsplicht geformuleerd? (meer van de basistaak van de omgevingsdienst en het daardoor niet antwoorden mogelijk) nodig is een aanvullende opdracht te formuleren. In andere 5% Anders, namelijk... (45) gevallen is de rol- en taak- verdeling tussen de gemeente en Dat week ik niet (4) 18% omgevingsdienst nog niet duidelijk en moet de opdracht nog De werkzaamheden zijn benoemd in een opdrachtformulier geformuleerd worden. Eén omgevingsdienst geeft(11) aan een Er is een gemeentschappelijke netwerkorganisatie te zijn en geen uren beschikbaar te hebben regeling opgesteld (volgens de Wet 58% 14% regelingen) (14) en voor toezicht- en handhaving op gemeenschappelijke de energiebesparingsplicht Er is een schriftelijke informatieplicht. Een gemeente heeft daarom een externe partij 5% overeenkomst opgesteld (4) 78 benaderd om de controles op de verplichtingen uit te voeren. In twee gevallen is door gemeenten aangegeven dat zij zelf het In geval anders namelijk: opdracht geformuleerd in jaarlijks uitvoerings- of werkprogramma.

Welke actie(s) heeft uw gemeente/provincie richting de

De werkzaamheden zijn benoemd in een opdrachtformulier Het budget wordt vaak bepaald op basis van een inschatting van het aantal bedrijven dat aan de verplichtingen moet Dat weet ik niet 4 voldoen, wat vervolgens gecombineerd wordt met het geschatte aantal uren dat nodig is voor de Anders, controle per object en de prijs pernamelijk... controle (kengetallen per omgevingsdienst).

45

Veertien gemeenten geven aan een gemeenschappelijke regeling te hebben opgesteld volgens de Wet gemeenschapWordt de opdracht in de praktijk ook uitgevoerd? pelijke regelingen. Daarnaast geven elf gemeenten aan dat de werkzaamheden zijn benoemd in een opdrachtformulier en vier gemeenten dat er een schriftelijke overeenkomst is opgesteld. 6% 1% Vier gemeenten geven aan niet te weten hoe de opdracht is geformuleerd. Een groot deel van de gemeenten gaf ‘anders, Dat weet gevallen ik niet (1) is in dat namelijk’ (45 gemeenten) aan. In de meeste Ja (72) geval de opdracht geformuleerd in een uitvoeringsNeejaarlijks of niet altijd (5) programma of in een jaarlijks werkplan of werkprogramma. In enkele gevallen is aanvullend op een jaarplan ook een meerja92% renplan geformuleerd. 78

Geeft uw gemeente/provincie zelf invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht energiebesparing naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023? 5%

Energiebesparingsplicht | 2025 26%

Dat weet ik niet (6)

11

an

g)

8

f

e k

0

14 - De energiebesparingsplicht is als onderdeel van een programma benoemd in de begroting

Hoe is de opdracht voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de 10 - Anders, namelijk... energiebesparingsplicht geformuleerd? (meer Bestuurlijke reacties Bestuurlijke nota Factsheets antwoorden mogelijk) 5 - De energiebesparingsplicht is als specifiek onderdeel benoemd in de begroting 13 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’

5 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘VTH’ 4 - Dat weet ik niet

Samenvatting en inleiding

5%

Beleidsopzet

1 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘energie’

18%

Eraantal is gevraagd of de opdracht door omgebedrijven dat aangeformuleerde de verplichtingen moet voldoen, wat de vervolgens gecombineerdinwordt met het geschatte uren datOnderstaande nodig is voor de vingsdienst praktijk ook wordt aantal uitgevoerd. controle per object en de prijs per controle (kengetallen per omgevingsfiguur dienst).geeft de antwoorden op deze vraag weer. Figuur 3.6 Wordt de opdracht in de praktijk ook uitgevoerd? (n=78) Wordt de opdracht in de praktijk ook uitgevoerd?

De werkzaamheden zijn benoemd in een opdrachtformulier (11)

Er is een gemeentschappelijke Sturing op de taak 58% van de omgevingsdiensten regeling opgesteld (volgens de Wet 14% gemeenschappelijke regelingen) (14)

Er is gevraagd of er door de gemeente acties ondernomen Er is een schriftelijke worden 5% om te sturen op de taak van de omgevingsdiensten overeenkomst opgesteld (4) 78 met betrekking tot toezicht en handhaving van de energie- besparingsen informatieplicht. Figuur 3.7 geeft de antwoorden In geval anders namelijk: opdracht geformuleerd in jaarlijks uitvoerings- of weer op deze vraag . werkprogramma. Figuur 3.7 Welke actie(s) heeft uw gemeente richting de Welke actie(s) heeft uw gemeente/provincie richting dede omgevingsdienst ondernomen om te sturen op de taak van omgevingsdienst ondernomen om te sturen op de taak omgevingsdienst m.b.t. toezicht en handhaving van de enervan de omgevingsdienst m.b.t. toezicht en handhaving giebesparings- en informatieplicht? (n=110) van de energiebesparings- en informatieplicht?

6% 1% Dat weet ik niet (1) Ja (72) Nee of niet altijd (5)

Anders, namelijk... (16)

15% 5% 41%

92%

15%

78

Bij het grootste deel van de gemeenten (92%) wordt de Geeft uw gemeente/provincie zelf invulling aan toezicht opdracht in praktijk ook In de toelichting en handhaving van deuitgevoerd. energiebesparingsen bij dit informatieplicht energiebesparing naast de dieomantwoord wordt onder andere aangegeven dat ertaken door de bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds plaatsvindt 1 juli 2023?over gevingsdiensten regelmatig terugkoppeling de voortgang, zoals bijvoorbeeld in overleggen (bestuurlijke 5% overleggen, accountgesprekken) en jaarverslagen. In een enkel geval is aangegeven dat dit soms niet het geval is, indien de omgevingsdienst kampt26% met capaciteitstekort. Dat weet ik niet (6) Ja (29)

(75)wordt de opdracht Bij een klein deel van de gemeentenNee (6%), 68% niet of niet altijd uitgevoerd. In één geval is hier een toelichting bij gegeven, waarin de gemeente aangeeft dat in de 110 praktijk soms bezoeken plaatsvinden zonder afstemming met de accountmanager bij de gemeente, maar dit lijkt meer een Indien ja: een aantal gemeenten geeft aan eigen toezichthouders in dienst te hebben die toezien op niet-basistaakbedrijven. Twee geeft gemeenten voeren communicatieprobleem te zijn. De gemeente hierbij wel zelf het toezicht en de handhaving op de energiebesparings- en informatieaan dat dit proces steeds beter gaat. Bij één gemeenten is het plicht uit. Een aantal gemeenten geeft daarnaast aan actief te communiceonduidelijk of en deadviseren opdracht inde praktijk wordt Ook uitgevoerd. ren, stimuleren over verplichtingen. zijn er gemeenten die aangeven zelf het toezicht op kantoorgebouwen uit te voeren, die over minimaal energielabel C dienen te beschikken.

Dat week ik niet (5) Geen actie (16) Periodiek overleg over de voortgang (28) Periodiek evaluatie van het werk- en uitvoeringsprogramma op basis van voortgangsrapportages (45)

25%

Literatuurlijst en bijlagen

Slotbeschouwing 92%

Toelichting Dat week ik niet (4)

111

Uitvoering van de opdracht in de praktijk Het budget wordt vaak bepaald op basis van een inschatting van het

Informatievoorziening

Anders, namelijk... (45)

Resultaten

Dat weet ik niet (1) Eindrapport van Ja (72) vereninging van Rekenkamers Nee of niet altijd (5)

Bijlagen

110

Bij een kwart (25%) van de gemeenten vindt periodiek overleg over de voortgang plaats. Bij een kleiner deel van de gemeenten vindt er geen actie plaats (15%) of is het onduidelijk of er acties plaatsvinden (5%). 41% van de gemeenten geeft het antwoord ‘anders, namelijk’. Hier geven veel gemeenten aan dat, naast periodiek overleg over de voortgang, ook wordt gestuurd op basis van voortgangsrapportages of het opdrachtformulier. Daarnaast is aangegeven dat er overleg plaatsvindt wanneer dat noodzakelijk is.

Afspraken over monitorings- en verantwoordingsinformatie De antwoorden op de vraag of er afspraken zijn gemaakt tussen de gemeente en de omgevingsdienst over monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot de energiebesparingsplicht zijn in onderstaande figuur weergegeven.

78

Zijn er afspraken gemaakt tussen uw gemeente/provincie en de omgevingsdienst over de Figuur 3.8 Zijn er afspraken gemaakt tussen uw gemeente monitoringsen verantwoordingsinformatie m.b.t. de en de omgevingsdienst over de monitoringsen verantwoorGeeft uw gemeente/provincie zelf invulling aan toezicht energiebesparingsplicht? dingsinformatie m.b.t. en handhaving van de deenergiebesparingsplicht? energiebesparings- en (n=110) informatieplicht energiebesparing naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023? 25%

15%

Zij om ve en

Dat weet ik niet (16) Ja, die hebben we in de opdracht vastgelegd (29)

5% 26% 26% 35%

Ja, er zijn afspraken, maar die staan niet in de opdracht (38)

Dat niet (6) gemaakt Nee, er zijnweet geenik afspraken (27) Ja (29) Nee (75)

68%

110

niet altijd: nogde nietgemeenten helemaal ingeregeld. InNee ietsofmeer dantaakverdeling een derde isvan (35%) zijn er 110 afspraken zijn gemaakt, maar staan deze afspraken niet in de Indien ja: een aantal gemeenten geeft aan eigen toezichthouders in dienst opdracht. Iets meer dan een kwart van de Twee gemeenten (26%) te hebben diewijze toezien op niet-basistaakbedrijven. gemeenten voeren Op welke ontvangt uw gemeente/provincie zelf het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsen informatiegeeft aan dat er afspraken zijn gemaakt en deze in de informatie over de resultaten van de handhavingopdracht van plicht uit. Een aantal gemeenten geeftvan daarnaast aan actief teaan communicezijn vastgelegd. In de toelichting geven dat dit de energiebesparingsplicht de gemeenten Omgevingsdienst? ren, stimuleren en adviseren over de verplichtingen. Ook zijn er gemeenten (Meer antwoorden mogelijk) vaak gebeurt via periodieke tussenrapportages, voortgangsdie aangeven zelf het toezicht op kantoorgebouwen uit te voeren, die over minimaal energielabel C dienen te beschikken. rapportages en/of jaarverslagen.

Als voorbeeld is een passage opgenomen uit een opdrachtbrief van een gemeente aan een 59 - Een jaarlijkse eindrapportage omgevingsdienst: 'In de kwartaalrapportages zien we graag op 54 - Periodieke tussenrapportages welke wijze het reguliere energietoezicht heeft plaatsgevon- Beantwoording vragen wanneer den38en op welkevan wijze de SPUKnoodzakelijk middelen zijn ingezet voor de 35 - Tussentijdse informele terugkoppeling gemeente X (denk onder andere aan het inzichtelijk maken van de 19 CO2-reductie).’ - Anders, namelijk… Ook is monitoring en verantwoording in een enkel geval in de cofinancieringsregeling van de 7 - Dat weet ikvastgelegd niet provincie of is vastgelegd dat periodiek overleg wordt gevoerd.

Voo bes

Ge de de en

4 - Er wordt geen informatie aangeleverd

In het geval er wel afspraken zijn gemaakt, maar deze niet in122 de opdracht zijn vastgelegd (35%) is vaak aangegeven dat ook In geval anders namelijk: halfjaarlijkse en/of jaarlijkse evaluatie, incidentele ininformatie dit gevalvia monitoring via de mail of eren zijnverantwoording nog geen duidelijkeplaatsvinden afspraken hierover gemaakt. Ook ontvangen veel gemeenten jaarrapportages tussenrapperiodieke rapportages en/of jaarrapportages, ofofdat periodiek portages. overleg plaatsvindt. Daarnaast is in een aantal gevallen ook aangegeven dat monitorings- en verantwoordingsinformatie nodig isGeven als subsidieverantwoording provincies. de rapportages vanaan de omgevingsdiensten

adequate informatie aan de deelnemende gemeenten en provincies over de bereikte resultaten? Let op: het gaat hierover wat de energiebesparingsplicht oplevert (bijv. reductie CO2 en vermindering gas- en elektriciteitsverbruik)

76

Energiebesparingsplicht | 2025 De rapportages leveren adequate 20%

12%

informatie (13)

De rapportages leveren geen adequate informatie (32)

Ge in b Ra om mo

Zij Ge ha Om

Bestuurlijke reacties

Bestuurlijke nota Samenvatting en inleiding

Beleidsopzet

Bijlagen

Factsheets

15%

25%

Dat weet ik niet (16)

Resultaten

26%

Ja, die hebben we in de opdracht vastgelegd (29)

46% Slotbeschouwing

Toelichting Ja, er zijn afspraken, maar die staan niet in de opdracht (38)

46%

Nee, er zijn geen afspraken gemaakt (27)

Afspraken over doelstellingen (KPI’s)

35% over de resultaten Informatie

Onderstaande figuur geeft het aantal gemeenten dat doelstellingen (KPI’s) met betrekking tot de energiebesparingsplicht heeft afgesproken met de omgevingsdienst weer. Zijn er doelstellingen (KPI’s) afgesproken met omgevingsdiensten over de monitoringsen Figuur 3.9 Zijn er doelstellingen (KPI’s) afgesproken met verantwoordingsinformatie m.b.t. de omgevingsdiensten over de monitoringsen verantwoordingsenergiebesparingsplicht ? informatie m.b.t. de energiebesparingsplicht? (n=67)

Er is gevraagd op welke wijze de gemeente informatie ont-110 vangt over de resultaten van de handhaving van de energieNee of niet altijd: taakverdeling is nog niet helemaal ingeregeld. besparingsplicht van de omgevingsdienst. Figuur 3.10 geeft de antwoorden weer. Periodieke ontvangt tussenrapportages uw gemeente/provincie Op welke wijze 54 informatie Een over de resultaten van de handhaving van jaarlijkse eindrapportage de energiebesparingsplicht van de Omgevingsdienst? Tussentijdse informele 35 (Meer antwoordenterugkoppeling mogelijk) Beantwoording van vragen wanneer noodzakelijk

7%

Er wordt geen informatie aangeleverd

59 - Een jaarlijkse eindrapportage

46% 46%

De rapportages leveren op sommige punten adequatie informatie (33) Deze rapportage krijgt mijn organisatie niet (6)

9%

Figuur de rapportages van de omgevingsdiensten Geven3.11 de Geven rapportages van de omgevingsdiensten aan aan de deelnemende gemeentenadequate adequateinformatie informatie over de deelnemende gemeenten over de de uitvoering van toezicht en handhaving de uitvoering van toezicht en handhaving op de op energiebespaenergiebesparingsen informatieplicht? ringsen informatieplicht? (n=109)

19 7

De rapportages leveren adequate informatie (41)

17%

35 - Tussentijdse informele terugkoppeling

Bij iets minder dan de helftcontroles van de en gemeenten er geen Voorbeelden van KPI’s zijn aantal hercontroleszijn per jaar, de KPI’s besteedde uren en het soort overtreding. afgesproken (46%). Een evenredig aantal gemeenten (46%) geeft aan dat er wel KPI’s zijn afgesproken. Daarnaast geeft 7% aan dit niet te weten. In de toelichting is door gemeenten Geven de rapportages van de omgevingsdiensten aan vaak aangegeven dat er doelstellingen zijn afgesproken over de deelnemende gemeenten adequate informatie over hetuitvoering aantal controles en hercontroles per jaar, op de bestede uren de van toezicht en handhaving de en het soort overtreding. Een gemeente geeft bijvoorbeeld aan energiebesparingsen informatieplicht? dat met de omgevings- dienst is afgesproken dat er negentien controles per jaar plaatsvinden zolang de provinciale subsidie loopt (tot en met 2024). In eenDe enkel gevalleveren zijn ook doelstellinrapportages adequate 17% informatie (41) gen afgesproken over een indicatie van de potentiële energieDe rapportages leveren geen adequatie informatie (10) besparing. 6% 38%

30%

59

38 - Beantwoording van vragen wanneer noodzakelijk

67

Hier heb ik geen zicht op/ dat weet ik niet (19)

109

Geen/op sommige punten: informatie is globaal en geeft vaak geen inzicht in behaalde resultaten, zoals hoeveelheid gerealiseerde energiebesparing. Rapportage krijgt mijn organisatie niet: gemeenten geven aan dat zij niet om specifieke informatie vragen op dit vlak of dat er nog nadere afspraken moeten worden gemaakt over rapportages.

77 Zijn er wel eens vragen/opmerkingen gekomen van de

Figuur 3.10 Op welke wijze ontvangt uw gemeente informa19 - Anders, namelijk… tie over de resultaten van de handhaving van de energiebe7 - Dat weet ik niet van de omgevingsdienst? (Meer antwoorden sparingsplicht mogelijk) (n=122) 4 - Er wordt geen informatie aangeleverd De meeste gemeenten (59) ontvangen een jaarlijkse eindrap122 portage van de omgevings- diensten, gevolgd door periodieke tussenrapportages (54). Daarnaast vindt evaluatie, in veel gevallen In geval anders namelijk: halfjaarlijkse en/of jaarlijkse incidentele informatie via de mail of er zijn nog geen duidelijke afspraken hierover tussentijdse informele terugkoppeling plaats (35) en worden gemaakt. Ook ontvangen veel gemeenten jaarrapportages of tussenrapvragen beantwoord wanneer noodzakelijk (38). Een klein deel portages. geeft aan het niet te weten (7) of geeft aan dat er geen informatie wordt aangeleverd (4).

Geven de rapportages van de omgevingsdiensten adequate informatie aannamelijk’ de deelnemende Op het antwoord ‘anders, (19) is doorgemeenten gemeenten en provincies over de bereikte resultaten? Let het aangegeven dat zij een afschrift ontvangen van deop: brief met gaat hierover wat de energiebesparingsplicht oplevert rapportage die verzonden wordt aan de ondernemer, dat zij in(bijv. reductie CO2 en vermindering gas- en cidenteel informatie ontvangen via de mail of dat er halfjaarlijks elektriciteitsverbruik) en jaarlijks een evaluatie plaatsvindt. Ook is door een gemeente aangegeven dat er nog geen duidelijke afspraken zijn gemaakt De rapportages leveren adequate informatie (13) met de omgevingsdienst, en ook nog niet is afgesproken hoe 12% De rapportages leveren geen 20% deze informatie gedeeld gaat worden. Daarnaast adequate informatie (32) is door veel De rapportages leveren op sommige gemeenten ook in het open antwoord aangegeven dat zij jaarpunten adequate informatie (26) rapportages of tussenrapportages ontvangen. 30% 14%

Deze rapportages krijgt mijn organisatie niet (15)

24%

Ja (31) Nee (31)

Figuur 3.11 geeft weer of de rapportages van de omgevings-67 dienst aan de deelnemende gemeenten adequate informatie Voorbeelden van KPI’s zijn aantal controles en hercontroles per jaar, de geven over de uitvoering van toezicht en handhaving op de besteedde uren en het soort overtreding. energiebesparings- en informatieplicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=002dc78d-4bd5-494e-895c-092c7040a733