CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bestemmingsplan verbeelding, regels en toelichting 2

Raad 19 december 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Burgemeester Damenpark en Glanerbrook (Geilen) (93)26.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

51 51 52 52 55

4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Onderzoek en conclusies 4.13 Cultuurhistorie 4.14 Toetsing vormvrije m.e.r.-beoordeling

55 58 60 60

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek

62 62 62

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid

65 65

Inhoudsopgave

2

6.1.1 Financieel economische haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

65 65 66

6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Inspraak 6.2.3 Vaststellingsprocedure

66 66 67

SEPARATE BIJLAGEN: Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Verkeersgeneratie- en parkeerberekening Bijlage 3: Akoestisch verkeerslawaai onderzoek Bijlage 4: Akoestisch industrielawaai onderzoek Bijlage 5: Externe veiligheid onderzoek Bijlage 6: Natuurtoets & quickscan flora en fauna Bijlage 7: Bomenkapplan Glanerbrook Bijlage 8: Lijst monumentale en waardevolle bomen Bijlage 9: Stikstofberekening gebruiksfase Bijlage 10: Stikstof verschilberekening Bijlage 11: Bodemonderzoek Bijlage 12: Archeologisch onderzoek Bijlage 13: Aanwijzingsbesluit gemeentelijk monument kassahuisje Bijlage 14: Memo M.E.R. Bijlage 15: Vervolgonderzoek Vleermuizen Bijlage 16: Voorlopig Ontwerp landschapsplan (inclusief infiltratieplan)

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Eind 2020 heeft de gemeenteraad van Sittard –Geleen goedkeuring gegeven voor een grootscheepse renovatie en vernieuwbouw van sportpark Glanerbrook. Sportpark Glanerbrook wordt getransformeerd, waarbij enkele bestaande elementen behouden blijven. Zo wordt de ijshal verplaatst en wordt er een wedstrijdbad toegevoegd. Het Burgemeester Damenpark waarin het is gelegen wordt (deels) opnieuw ingericht. Op basis van onder meer gezondheidsonderzoeken, observatie onderzoek (waarin onder andere parkeren en de verbinding met de omgeving in kaart zijn gebracht) en een analyse van kansen is het ambitie kader opgesteld. De renovatie van het sportcentrum en het omliggende park moet aan alle doelgroepen een positieve impuls geven om meer te bewegen, ontmoeten en buiten te zijn. Het creëren van een actief park als ontmoetingsplek is van groot belang voor een vitale, gezonde en aantrekkelijke stad. Het park en het sportcentrum moeten een meerwaarde voor elkaar betekenen, waarbij het park net zo kwalitatief ingericht wordt als het sportcomplex zelf, met veel ruimte voor klimaatadaptiviteit. Zo liggen er op het vlak van zichtbaarheid, verbinding met omgeving en parkeren veel kansen.

Uitsnede topografische kaart met ligging plangebied (oranje omlijnd)

Het plangebied bestaat momenteel uit sport- en recreatiecentrum Glanerbrook en het Burgemeester Damenpark met bijbehorende faciliteiten. De gemeente Sittard-Geleen is voornemens om een gedeelte van de bebouwing te slopen en nieuw te bouwen, een gedeelte van de bestaande bebouwing te renoveren en hier een (top)sportaccommodatie met alle breedtesportfaciliteiten te realiseren. De

Hoofdstuk 1

4

(top)sportaccommodatie zal geschikt worden voor ijshockey, shorttrack, ijsdansen, overkapte wielerbaan en 400 meter overkapte langebaan schaatsen, 50-meterbad zwemwedstrijden, tophandbal, zaalvoetbal en overige binnensporten waar nationale en internationale wedstrijden en toernooien kunnen worden georganiseerd. Er zal een duidelijke hoofdentree komen en een aantal neveningangen die het gebouw openen en de verbinding met de omgeving faciliteren. De horeca gaat ook een centrale verbinding leggen tussen de sportzalen en het park. Het bestemmingsplan moet de gewenste ruimtelijke (beeld)kwaliteit en ruimtelijke ordening verankeren; van de bouwdelen en het omliggende gebied. Tevens dient het bestemmingsplan de mogelijkheid te bieden voor het toelaten van evenementen op het terrein zoals die nu ook al plaatsvinden. Om de uitvoering van dit plan mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan voor de locatie noodzakelijk. De benodigde onderzoeken zijn inmiddels uitgevoerd en het voorliggende bestemmingsplan vormt de planologisch-juridische basis voor de verdere planuitvoering.

Hoofdstuk 1

5

Uitsnede luchtfoto plangebied

1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen tussen de Parklaan en Irenelaan in het oosten van Geleen. De kavels 4439, 4440 en 4326 vormen het plangebied dat volledig in eigendom is van de Gemeente Sittard-Geleen. Onderstaand is het plangebied op een kadastrale kaart weergegeven.

Hoofdstuk 1

6

Uitsnede kadastrale kaart plangebied en directe omgeving

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is volledig gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Geleen-Oost’, vastgesteld door de gemeenteraad van Sittard-Geleen op 16 december 2009. Binnen het plangebied zijn de bestemmingen ‘Sportcentrum’, ‘Sport- en speelvoorzieningen’ en ‘Groen’ gelegen. Binnen deze bestemmingen zijn bouwvlakken gelegen met verschillende maatvoeringen opgenomen op de desbetreffende percelen.

Hoofdstuk 1

7

Uitsnede bestemmingsplan Geleen-Oost (2009)

Verder zijn er twee facetbestemmingsplannen van toepassing, te weten facetplan ‘begripsbepaling’ (vastgesteld 7 juni 2018) en facetplan ‘parkeren’ (vastgesteld 13 september 2018). Hiermee worden enkele begripsbepalingen voor alle vigerende plannen aangepast en worden de beleidsmatige parkeernormen geborgd in alle bestemmingsplannen. De voorgenomen transformatie van het sportpark past niet in het vigerend bestemmingsplan, aangezien horeca en evenementen binnen de bestemming en gebiedsaanduiding niet zijn toegestaan. Op

Hoofdstuk 1

8

dit moment is enkel ondergeschikte horeca toegestaan. Bovendien zijn de bouwvlakken niet toereikend en is de toegestane maatvoering niet passend voor het planvoornemen.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1

9

2.

PLANBESCHRIJVING Het voorliggende bestemmingsplan betreft een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan, waarmee de herinrichting van het Burgemeester Damenpark en vernieuwbouw van het sportpark Glanerbrook mogelijk wordt gemaakt.

2.1 Huidige situatie Glanerbrook ligt ca. 200 meter ten westen van het historisch centrum van Geleen. In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als openbaar park met een sport- en recreatieaccommodatie. Het Burgemeester Damenpark biedt openbare ruimte voor wandelen en spelen voor een brede doelgroep. Daarnaast vindt er jaarlijks het muziekfestival Mama’s Pride plaats. Het sportcentrum bevat als sportvoorziening een fitnesscentrum, twee sporthallen, een subtropisch zwembad en wedstrijdbad, onoverdekte 500 meter lange wielerbaan, in de winter een onoverdekte

Hoofdstuk 2

10

400 meter lange schaatsbaan een ijshockeybaan, sporthal en buitenzwembaden. Hiermee is het sportcentrum thuisbasis van een groot aantal verenigingen en host van nationale sportwedstrijden.

2.2 Toekomstige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit sport- en recreatiecentrum Glanerbrook en aangrenzend park met bijbehorende faciliteiten. Het voornemen bestaat om een gedeelte van de bebouwing te slopen en nieuw te bouwen, een gedeelte van de bestaande bebouwing te renoveren en hier een (top)sportaccommodatie met alle breedtesportfaciliteiten te realiseren. De bestaande ijshockeyhal wordt gesloopt en gaat ruimte maken voor een van de nieuwe entrees van het complex. Naast de bestaande wielerbaan, die van een overkapping wordt voorzien, wordt een nieuwe ijshockeyhal gerealiseerd. Verder komen er een nieuw 50 meter binnenbad en buitenzwembaden. De (top)sportaccommodatie zal daarmee geschikt worden voor ijshockey, shorttrack, ijsdansen, overkapte wielerbaan en 400 meter overkapte langebaan schaatsen, 50-meterbad zwemwedstrijden, tophandbal, zaalvoetbal en overige binnensporten waar nationale en internationale wedstrijden en toernooien kunnen worden georganiseerd. Er zal een duidelijke hoofdentree komen en een aantal neveningangen die het gebouw openen en de verbinding met de omgeving faciliteren. De horeca gaat ook een centrale verbinding leggen tussen de sportzalen en het park.

Hoofdstuk 2

11

Tenslotte worden buiten in het park diverse nieuwe spel- en sportvoorzieningen aangelegd zoals speeltoestellen, veldjes voor buitensporten en kleinschalige horecavoorzieningen als een terras.

Uitsnede inrichtingsschets van de nieuwbouw

Binnen het plangebied wordt middels onderhavig bestemmingsplan de komst van een nieuwe horecavoorziening en faciliteiten ten behoeve de sport(accommodaties) mogelijk gemaakt. Er bestaat voor de beoogde horeca in wezen al ‘vanzelfsprekende’ behoefte, aangezien het een herontwikkeling van al bestaande horeca betreft. Deze horeca is en blijft ondersteunend aan het sport- en recreatiecentrum Glanerbrook. Het aantal m² verminderd ten opzichte van de huidige situatie.

Hoofdstuk 2

12

Nieuwe situatie horeca Glanerbrook

De horeca gaat ook een centrale verbinding leggen tussen de sportzalen en het park. In de bestaande situatie bevat de horeca ca. 430 m² aan oppervlak. Het planinitiatief beoogt een nieuwe situatie van 315 m² horeca. Dit is het ‘roze’ gebied. De horeca neemt dus in omvang (kwantitatief) af. Tevens is er bij elkaar opgeteld 805 m² lounge oppervlak dat als vrije verblijfsruimte gebruik gaat fungeren. Dat is het licht paarse gebied. Deze ruimten kunnen (afzonderlijk of tezamen) bij evenementen een aanvulling zijn op de horecaruimten. Het versterkt het concept Glanerbrook als modern en laagdrempelig sportcomplex. Ten aanzien van de bouwhoogte geldt dat de nieuwe gebouwen maximaal 15 meter hoog mogen zijn. Voor bouwwerken niet zijnde gebouwen geldt een maximale bouwhoogte van 20 meter. De nieuwbouw zal gasloos worden gerealiseerd en aansluiten op de BENG-normen die vanaf 1 januari 2021 gelden. De interne ontsluitingsstructuur voor autoverkeer binnen het plangebied blijft met de vernieuwbouw gehandhaafd. De lokalisatie van de parkeerplaats blijft nagenoeg ongewijzigd waarbij die ook ruimte

Hoofdstuk 2

13

kan bieden voor buitenevenementen. De centrale parkeerontsluiting zal ook in de toekomstige situatie plaatsvinden via de Kummenaedestraat en Parklaan onder de bestemming “Verkeer-Parkeren”. Voor voetgangers en fietsers worden naast de hoofdentree wel 4 nieuwe ontsluitingen in het gebied voorzien. Die gaan ook door de gebouwen lopen om het gehele gebied en de verschillende gebouwen daarin ook (intern) te verbinden. Verdere bestemmingen in het gebied zijn ‘Sport’, ‘Verkeer – Parkeren’ en ‘Groen’. Aanvullend zijn er de functieaanduidingen ‘horeca’ en ‘openbaar vervoer’ opgenomen. De functie Sport wordt ten behoeve van een flexibele invulling en inrichting naar de toekomst in de regels breder geformuleerd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan waarin onder meer sportcentrum is opgenomen. Tenslotte is voor een groot deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en respectievelijk ‘Waarde – Archeologie 4’ opgenomen. Op basis van archeologisch bodemonderzoek is ook een deel vrijgegeven.

Hoofdstuk 2

14

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 

Duurzaam economisch groeipotentieel;

Sterke en gezonde steden en regio’s;

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;

Hoofdstuk 3

15

2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18.

Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie.

Hoofdstuk 3

16

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Conclusie Het plangebied heeft geen overlap of invloed op de in het Barro beschermde nationale belangen. Het plan is niet in strijd met het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.

Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Ladderonderbouwing BRO Het plan voorziet in de vernieuwbouw van sport- en recreatiecentrum Glanerbrook met bijbehorende faciliteiten en is daarmee te kwalificeren als een binnenstedelijke (her)ontwikkeling.

Beschreven initiatieven betreffen ten dele immers zogenaamde ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ en moeten worden getoetst aan de Ladder. Derhalve is er een ladderonderbouwing2opgesteld door BRO. Onderstaand worden de conclusies uit dit rapport weergegeven, de volledige ladderonderbouwing is als separate bijlage bij onderhavig bestemmingsplan opgenomen.

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 2 BRO, ‘Laddertoetsing Vernieuwbouw Glanerbrook’, projectnr.: P04924, d.d. 21 december 2021.

Hoofdstuk 3

17

Passend binnen behoefte van het ruimtelijke verzorgingsgebied De essentie van de Laddertoets is duurzaam ruimtegebruik. Het gaat er bij de Ladder om dat er behoefte is en dat de eventuele (leegstands)effecten aanvaardbaar zijn voor het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Een Ladderonderbouwing voor horeca is gericht op de kwalitatieve meerwaarde van de ontwikkeling. Er bestaat voor de beoogde horeca in wezen al ‘vanzelfsprekende’ behoefte, aangezien het een herontwikkeling van al bestaande horeca betreft. Deze horeca is en blijft ondersteunend aan het sport- en recreatie-centrum Glanerbrook. Het aantal m² verminderd ten opzichte van de huidige situatie. De vraag wordt vooral bepaald door de aanbodkwaliteiten in brede zin (uitstraling, doelgroepen, gastvrijheid, marketing maar bovenal locatie). In het onderzoek wordt dit uitgewerkt. Om de Ladder te kunnen doorlopen wordt een ruimtelijk-functioneel onderzoek opgesteld. Benadering ontwikkeling in bredere context Om de behoefte aan en de effecten van het horecaprogramma adequaat inzichtelijk te brengen moet dit in de ruimere context worden geplaatst. De gemeente Sittard-Geleen wil zich verder ontwikkelen tot een gezonde gemeente. Hierbij wordt er gekeken naar de groenstructuren, verkeersnetwerk en voorzieningen en de hierbij mogelijke kansen en belemmeringen.

In het verlengde hiervan is de gemeente gekomen op de (her-) ontwikkeling van sportcentrum Glanerbrook, die wordt gezien als een katalysator om tot gezondheidsverbeteringen in de stad en gemeente te komen. Met de voorgenomen renovatie zal het sportcentrum een (nog) groter aantal recreanten uit de omgeving aantrekken. In Laddertoetsen moet worden aangetoond dat het beoogde horecaprogramma qua aard en omvang passend is op de locatie. Dit betekent dat de behoefte aan en effecten van het plan integraal moeten worden afgewogen. Met aandacht voor doelgroepen, profielen, deelgebieden (beleids-)ambities. In onderhavige situatie is er al sprake van een sportcentrum met horeca. De beoogde horeca is een volgende stap in de totale gebiedsontwikkeling. In het navolgende is per relevant thema van de Ladder beschreven, hoe hieraan invulling wordt gegeven.

Hoofdstuk 3

18

Voldoende kwalitatieve en kwantitatieve behoefte De meest bepalende kernkwaliteiten van het beoogde horecaprogramma, zijn:  Het versterkt het sport- en recreatiecentrum Glanerbrook door de getrokken bezoekers bijpassende horecadiensten aan te bieden.  Ingrijpende kwaliteitsverbetering van de ruimtelijke kwaliteit en uitstraling van het complex. De renovatie van zowel het sportcentrum als de ondersteunende horeca zorgen voor een nieuwe, positieve impuls en dient het plan-initiatief als katalysator voor sport en duurzame ontwikkelingen in de gemeente.  De locatie heeft een belangrijke maatschappelijke functie voor stad en regio, o.a. ten behoeve van recreatie, ontspanning, sport en beweging, etc.  Door de veelzijdigheid van het sportcentrum is de horeca niet seizoensgebonden.  Er is een groeiende behoefte aan ontspanning, ruimte en ontmoeting landelijk en internationaal (nog extra versterkt door corona). Het feit dat de huidige horecavoorziening reeds jarenlang functioneert onderschrijft de behoefte onder de regionale inwoners. Doordat er geen sprake is van een verruiming (extra m²) zijn er geen negatieve effecten op het bestaande aanbod in de regio te verwachten. Leisure en horeca hebben elkaar nodig Deze ladderonderbouwing betreft een ondersteunende horecaontwikkeling aan een sportcentrum.

Bij ontwikkelingen als de onderhavige zijn de kwalitatieve aspecten in het kader van de Ladder in wezen belangrijker dan de kwantitatieve (cijfermatige) marktruimte. Ze kunnen de locatie en de regio immers een kwaliteits- en vernieuwingsimpuls geven door het bieden van ontbrekende locatieprofielen, marktsegmenten of productformules. Zeker in horeca en leisure creëert sterk, marktgericht aanbod in praktijk vrijwel altijd extra behoefte. Dit is ook het geval bij de beoogde ontwikkeling (zie par. 2.1 en bijlage):  Het plan speelt in diverse opzichten in op de (veranderende) behoeften van doelgroepen qua leisure en horeca.  Er is in kwalitatieve zin behoefte geconstateerd aan de beoogde ontwikkelingen, conform de beschreven kenmerken, invulling, omvang en doelgroepen. Er worden deels nieuwe doelgroepen en bezoekers naar de regio getrokken. In kwantitatieve zin worden er geen meters horeca toegevoegd en is hier geen behoefte grote behoefte voor nodig. Recreatie- en sportcentra als Glanerbrook hebben een zeer onderscheidend locatieprofiel, uitstraling en doelgroepen t.o.v. bijvoorbeeld binnensteden. Dit komt vooral door het aanbod van verschillende, (professionele) sportfaciliteiten. Na de renovatie wordt verwacht een grotere groep recreanten aan te trekken, waarmee tegelijk extra behoefte komt aan horeca ter plekke.

Het onderhavige plan speelt hierop in, door de bestaande horeca ook te renoveren. De horeca krijgt een belangrijke ondersteunende, ‘verbindende’ functie binnen het sportcentrum.

Hoofdstuk 3

19

Passend in beleidskaders De ontwikkeling speelt bovendien sterk in op de behoefte van de lokale, regionale en provinciale overheden, zoals omschreven in diverse beleidsdocumenten. Recreatie en horeca hebben een belangrijke meerwaarde voor de economische en maatschappelijke functie van Geleen en de regio. Het provinciale, regionale en gemeentelijke beleid zet binnen de vrijetijdseconomie in op kwalitatieve groei en landschappelijke en stedelijke kwaliteiten versterken. Het planinitiatief speelt hier goed op in, waar door middel van de renovatie het bestaande aanbod verbeterd wordt. Daarnaast versterkt het gehele plan de stedelijke en landschappelijke kwaliteiten, mede door de verbetering van het naastgelegen Burgemeester Damenpark. Daarnaast geeft de gemeente Sittard-Geleen in de horecavisie aan dat ondersteunende horeca aan sport- en/of leisure-voorzieningen niet valt binnen het uitbreidingspotentieel. De horeca bij dergelijke bedrijven trekken een eigen markt naar zich toe. Daarbij is het horecapubliek voornamelijk gekoppeld aan de bezoekers. Dit is dan ook van toepassing bij sportcentrum Glanerbrook. Conclusie De herontwikkeling van de ondersteunende horeca bij sport- en recreatiecentrum Glanerbrook als omschreven in hoofdstuk 1 wordt vanuit de doelstellingen en kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking positief beoordeeld.

De herontwikkeling leidt tot een samenhangende en kwalitatief sterk recreatieprogramma, met een duidelijke meerwaarde voor stad en regio. Er is voldoende behoefte aanwezig vanuit kwalitatief perspectief en er worden in kwantitatief perspectief geen nieuwe horecameters toegevoegd. De effecten op de leegstand en het regionale woon-, leef- en werkklimaat zijn per saldo positief.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast is een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt besproken in paragraaf 3.2.2 ‘Omgevingsverordening Limburg (2021)’.

Hoofdstuk 3

20

Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied;  Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);  Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen;  Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;  Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Gezondheid Naast lichamelijk welbevinden dragen ook de zes pijlers van het gedachtegoed van ‘Positieve Gezondheid’ - mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal maatschappelijk participeren en dagelijks functioneren – bij aan gezondheid.

Als het gaat om gezondheid en participatie dan scoort Limburg op dit moment minder goed dan de rest van Nederland. Hierbij zien we regionale en lokale verschillen. Zuid-Limburg, en dan met name de verstedelijkte gebieden, scoren slecht. Sporten is niet alleen ontspannend, het heeft ook een positief effect op de mentale en fysieke gezondheid. Sportstimulering kan een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van de Limburgers. Daarbij is het van belang om rekening te houden met trends in de sportbeoefening. Sporten in geijkte verbanden, zoals sportclubs, neemt af. Ambities Mensen sporten meer individueel of in niet-reguliere locaties en verbanden. Dit betekent dat er een opgave ligt om bestaande sportvoorzieningen aan te passen en nieuwe voorzieningen te creëren die aansluiten op de veranderende behoefte. Culturele- en sportevenementen zorgen voor een levendige omgeving, een positief imago en stimuleren de plaatselijke economie. Het belang van het bezoeken van evenementen in de vrijetijdsbesteding is toegenomen. Evenementen bieden bewoners en bezoekers de mogelijkheid hun vrije tijd prettig te besteden en dragen bij aan de leefbaarheid van de omgeving. Evenementen zorgen voor verbinding, versterken het gemeenschapsgevoel en de betrokkenheid van bewoners en bezoekers bij de omgeving.

Hoofdstuk 3

21

We willen dat zoveel mogelijk Limburgers kunnen sporten en bewegen. Daar waar wij daartoe een (bovenlokale) rol voor ons als Provincie zien weggelegd, zetten wij samen, of door middel van onze ondersteuningsstructuur, in op breedtesport, talent-ontwikkeling/topsport en sportevenementen. Wij ondersteunen met ons cultuur- en sportbeleid grote en kleine evenementen door middel van subsidieregelingen en via het provinciaal Cultuurplan en de Subinfrastructuur. Doelstellingen Een ruim, divers, bereikbaar en toegankelijk aanbod aan kwalitatief goede sport- en cultuurvoorzieningen in heel Limburg. We kiezen waar mogelijk voor een leefomgeving en infrastructuur die aanzet tot bewegen. Zo stimuleren we het combineren van sport- en recreatiemogelijkheden bij de ontwikkeling van stadsnatuur, stad-landzones en het natuurinclusief bouwen in steden. Ook de aanleg en opwaardering van recreatieve fietspaden in het landschap kan een bijdrage leveren. Het gebruik van dit soort routes willen wij stimuleren. We zetten ons in voor maatschappelijke accommodaties en ondersteunen in lijn met het Nationaal Sportakkoord de verduurzaming van sportaccommodaties en – omgevingen. Met de ondertekening van de 'Routekaart Verduurzaming Sport' hebben we hierin de eerste stap gezet, de concrete invulling van onze rol zal daaruit voortvloeien.

Conclusie De vernieuwbouw van Glanerbrook betekent een opwaardering van het sportaanbod en biedt ruimte voor nieuwe sportieve en culturele initiatieven. Van commercieel meer grootschalig georganiseerd tot het faciliteren van laagdrempelige ruimte voor beweging van inwoners. De provinciale omgevingsvisie (en onderliggende onderzoeken) geven aan dat Limburg ten aanzien van gezondheid en bewegen nog een grote opgave voor zich heeft en het beoogde programma voor Glanerbrook beantwoordt hieraan. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg (2021) Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 25 mei 2021 heeft het college van Gedeputeerde Staten het ontwerp van deze nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze ontwerp-omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen en is op 17 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op 1 juli 2022 wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in.

Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers.

Hoofdstuk 3

22

Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied binnen het gebied ‘stedelijk gebied’ en binnen de thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen. Conform artikel 12.1.5 lid 3 van de omgevingsverordeningen laat het omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad of planvoorraad vrijetijdseconomie alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 15 (Landschap) van de provinciale omgevingsvisie en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. Conclusie In deze toelichting op het bestemmingsplan is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12.1.5 van de omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit de paragraaf 3.2.1 ‘Provinciale omgevingsvisie (POVI) Limburg’ past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. Daarnaast wordt blijkens paragraaf 3.1.3 en 3.4 middels de voorliggende transformatie voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Vanuit de Omgevingsverordening Limburg (2021) bestaan er kortom geen belemmeringen voor het beoogde planvoornemen.

3.2.3 Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. Zolang de Omgevingsverordening uit 2021 nog niet in werking is getreden blijft de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ van kracht en dient deze in beschouwing te worden genomen. Deze Omgevingsverordening is op 22 november 2019 geconsolideerd tot de ‘Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014’. Dit betreft zodoende het huidige provinciale toetsingskader. Afweging Voor onderhavige ontwikkeling is een Ladderonderzoek in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking uitgevoerd. De belangrijkste bevindingen zijn opgenomen in paragraaf 3.1.3 en het onderzoek is integraal als bijlage 1 opgenomen. Het plangebied is niet gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Vanuit de ‘Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014’ bestaan er hiermee geen belemmeringen ten aanzien van de beoogde ontwikkeling.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Investeringsprogramma Toerisme & Recreatie 2016 – 2019 In dit Investeringsprogramma (provincie Limburg, maart 2016) heeft de provincie opgenomen dat zij actief blijft investeren in de toeristisch-recreatieve sector. Daarbij wordt ingezet op investeringen die

Hoofdstuk 3

23

duurzame banen opleveren en die de sector van een structuurversterkende impuls voorzien. Er is daarbij gekozen voor drie investeringslijnen:  versterken van ondernemerschap: triple helix aanpak met ondernemers, kennisinstellingen en overheid voor innovaties, (bij)scholing on the job en meer vitaliteit in de sector;  versterken van de Limburgse kracht en infrastructuur: versterken van de toeristische infrastructuur, grensoverschrijdende verbindingen en crossovers met o.a. cultuur, sport, stedelijke ontwikkelingen, natuur en landschap en erfgoed/monumenten;  versterken van één Limburg: innovatie in de toeristische marketing & promotie, ‘Taste of Limburg´ (streekproducten) en evenementen (free publicity). Conclusie Dit investeringsprogramma is weliswaar voorbij, maar het geeft wel de richting aan die de provincie op wil op het gebied van toerisme en recreatie. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan deze opgestelde doelen, gezien het planinitiatief een kwaliteitsimpuls levert aan de huidig bestaande horeca en de diversiteit in de toeristische infrastructuur vergroot ten opzichte van de al bestaande horeca in Geleen. 3.3.2 Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg 2030 (2019) In deze visie, die gezamenlijk is samengesteld door 16 Zuid-Limburgse gemeenten, is verwoord hoe de regio gezamenlijk wil werken aan een toekomstbestendige toeristisch-recreatieve bestemming Zuid-Limburg.

De regio heeft hierin gezamenlijke ambities opgesteld voor 2030: 1. Toerisme blijft bijdragen aan duurzame economische structuurversterking van de regio; 2. Kwalitatieve groei boven kwantitatieve groei 3. Landschappelijke en stedelijke kwaliteiten versterken elkaar 4. De vrijetijdseconomie helpt om natuur en landschap te ontwikkelen 5. Inwoners en gasten kunnen heel Zuid-Limburg beleven De strategie voor de realisatie van deze ambities is opgebouwd uit 5 pijlers. Een van de pijlers is focus op groei in kwaliteit. Overheden en de vrijetijdssector investeren samen in bescherming en verbetering van landschappelijke kwaliteiten, toeristisch-recreatieve voorzieningen en erfgoed. De renovatie van sportcentrum Glanerbrook sluit mooi aan op deze ambitie, waarmee een kwalitatieve impuls wordt gegeven aan het al reeds bestaande sportcentrum en horeca. Conclusie Ook de pijler ‘Duurzame vernieuwing’, waar de continue vernieuwing van het toeristisch-recreatief product centraal staat, sluit aan bij het planinitiatief. Het gaat hierbij o.a. om de vestiging van nieuwe en ontwikkeling van bestaande attracties en bezienswaardigheden.

Hoofdstuk 3

24

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 Op 15 december 2016 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen de ‘Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016’ vastgesteld. De omgevingsvisie is de opvolger van de Structuurvisie Sittard-Geleen 2010. In de omgevingsvisie komen alle aspecten aan bod die te maken hebben met de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van en binnen de gemeente. Van wonen en werken tot recreatie en mobiliteit. Van economische en technologische ontwikkelingen tot natuur en milieu. Het geheel wordt verduidelijkt aan de hand van kaarten die een goed beeld geven van de toekomst van Sittard-Geleen en de opgaven waaraan de gemeente werkt om dat beeld te realiseren. In de uitwerking is nadrukkelijk gekozen voor de lijn ‘ruimte waar mogelijk, sturing waar nodig’, een uitnodiging aan alle partners om samen met de gemeente doorlopend te ontwikkelen naar een gemeente waar het goed wonen, leven en werken is. Sportzone Limburg De Sportzone Limburg draagt bij aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. De basis wordt gevormd door de sporten die traditioneel sterk geworteld zijn in Limburg (handbal, hockey, voetbal, triatlon en atletiek) en een topsportvriendelijke onderwijsomgeving.

Het doel van de doorontwikkeling van de Sportzone Limburg is het vormen van een wereldklasse sport en innovatie ecosysteem, primair gericht op alle aspecten van de wielersport en daarnaast met name running en urban sports. De doorontwikkeling van de Sportzone is een strategische gebiedsontwikkeling in onze gemeente met functionele verbindingen naar bedrijven, kennisinstellingen, de Brightlands Chemelot Campus in Sittard-Geleen en de Brightlands Health Campus in Maastricht. Naast het bieden van een toonaangevende test-, trainings- en wedstrijdomgeving, biedt de Sportzone een goede basis voor evenementen en sportgerelateerde retail. In 2015 is het trekkerschap voor de Sportzone Limburg van de provincie naar de gemeente gekomen. Ook hier is gekozen voor een aanpak via een programma. Onderdelen van het programma zijn onder andere de Veilige Wieleromgeving en (een haalbaarheidsonderzoek naar) een lage snelheidswindtunnel. In 2017 is de realisatie van de grootste Veilige Wieleromgeving van Nederland op de Sportzone voorzien. Hier maken tal van doelgroepen - zoals schoolgaande jeugd, wielerverenigingen, sportbonden, professionele wielerploegen en recreanten - gebruik van. Ook is een nieuw evenementenprogramma voor de Sportzone in voorbereiding dat in 2017 zijn effect krijgt en dat de stad – en daarmee vanzelfsprekend ook de provincie Limburg - verder op de kaart zet.

Naast de ontwikkeling van de op sport gerichte onderdelen van de Sportzone, wordt in 2017 ook een aantal retail- en horeca onderdelen van de Sportzone gerealiseerd. Hiermee kent de doorontwikkeling van de Sportzone een organische ontwikkeling en wordt tevens een goede basis gelegd voor de volgende stappen in de doorontwikkeling. Visie De ontwikkeling van Sportzone Limburg is een transformatie van bestaand stedelijk gebied. Het gaat hier om de herontwikkeling van een deels ongebruikt bedrijventerrein ten behoeve van sport, onderwijs, hotel en (sport gerelateerde) retail. De stedelijke functies die hier landen vinden vanwege hun grote maat en schaal geen plek in of nabij de binnenstad. We zetten in op een hoogwaardige uitstraling en aantrekkelijk verblijfskwaliteit door een herkenbare herinrichting van de openbare ruimte. De

Hoofdstuk 3

25

afbouw van het stadion springt met z’n blauwe beplating direct in het oog. De Sportzone is het icoon en fysieke hart in een netwerk van sportfuncties die verspreid liggen door Sittard-Geleen en de provincie Limburg. Een goede multimodale bereikbaarheid (met bij voorkeur een halteplaats voor de trein) van het 53 gebied en het leggen van verbindingen tussen de diverse sportfuncties vormt hierin een ruimtelijke succesfactor. De Sportzone wordt aangetakt op het MTB routenetwerk Zuid-Limburg. De Veilige Wieleromgeving kan tijdens (wieler)evenementen worden aangetakt op het openbare wegennet (van de start op de VWO via Sanderbout weg en uiteindelijk naar de aankomst op de VWO via de ijzeren brug en via Sanderbout). Stedelijke voorzieningen Het centrum van Geleen ontwikkelt zich tot service- en dienstencentrum met accent op innovatie. De Sportzone Limburg, fysiek in Sittard-Geleen verankerd rondom het stadion van Fortuna, krijgt steeds meer vorm. Naast Fitland, de scholen en de inrichting van de openbare ruimte is de verdere invulling van het stadion en de veilige wieleromgeving een feit. De vele sportevenementen ondersteunen de doorontwikkeling binnen de Sportzone. Afweging In het voorliggende geval is sprake van de vernieuwbouw van sportpark Glanerbrook met een verbreding van sport- en recreatieve voorzieningen.

Gelet op de uitgangspunten uit de omgevingsvisie is de ontwikkeling passend binnen het uitgangspunt om de doorontwikkeling van de Sportzone Limburg in een sport- en innovatie ecosysteem van wereldklasse te realiseren. Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid zoals is vastgelegd in de ‘Omgevingsvisie SittardGeleen 2016’. 3.4.2 Parkeerbeleid Sittard-Geleen Aangezien behoefte is aan een eenduidige en eenvoudige systematiek voor parkeervoorzieningen bij ruimtelijke ontwikkelingen en bouwplannen, heeft de gemeente Sittard-Geleen haar parkeerbeleid in 2012 geactualiseerd in de ‘Beleidsregels nota parkeernormen’ en de ‘Nota Parkeernormen Sittard-Geleen – Parkeernormensystematiek’. Het doel van de nota luidt als volgt: “Het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke plannen en (herstructurerings)projecten in Sittard-Geleen om in de toekomst de parkeerbehoefte te kunnen faciliteren en de bereikbaarheid en leefbaarheid van Sittard-Geleen te waarborgen.” In de nota wordt overeenkomstig de CROW-publicatie “Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering”, onderscheid gemaakt naar een drietal stedelijke zones, te weten ‘centrum’, ‘schil / overloopgebied’ en ‘rest bebouwde kom’. Daarnaast wordt voor wat betreft de toe te passen parkeernormering rekening gehouden met de stedelijkheidsgraad van een gebied.

Het plangebied is voor zowel de stedelijke zone als de stedelijkheidsgraad gelegen in de zone ‘schil’. In het Facetbestemmingsplan Parkeren van de Gemeente Sittard-Geleen (vastgesteld op 13 september 2018) zijn de normen uit bovenstaande nota parkeernormen afdwingbaar gemaakt.

Hoofdstuk 3

26

In paragraaf ‘Verkeer en parkeren’ in het volgende hoofdstuk wordt nader ingegaan op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de eisen ten aanzien van parkeervoorzieningen. 3.4.3 Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart gemeente Sittard-Geleen 2021-2015 Op 17 november 2020 hebben burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen het besluit genomen tot vaststelling van de Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart gemeente Sittard-Geleen 2021-2025 met bijbehorende Nota bodembeheer 2021 gemeente Sittard-Geleen. De Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart met bijbehorende Nota bodembeheer is een uitvloeisel van het landelijke Besluit bodemkwaliteit dat in 2008 in werking is getreden. De Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart met bijbehorende Nota bodembeheer geven aan hoe het binnen het gebied van Sittard-Geleen gesteld is met de diffuse bodemkwaliteit en hoe de gemeente, voor zover het haar bevoegdheden betreft, invulling geeft aan de toetsing van bodemaspecten op beleidsterreinen waar dat aspect een rol speelt. Deze werkvelden zijn: grondverzet/hergebruik, bodemsanering, bouwen en ruimtelijke ontwikkeling. Bij al deze werkvelden worden dezelfde eisen gesteld aan de bodemkwaliteit.

Deze benadering staat bekend onder de benaming meersporenbeleid en ligt aan de basis van een duurzame en efficiënte aanpak van de in de gemeente aanwezige diffuse bodemverontreiniging. De nota en kaarten bieden hiermee een eenduidig, integraal kader voor iedereen die bij het uitvoeren van bodemtaken en bij het voorbereiden van projecten te maken heeft met de aanwezige bodemkwaliteit. In paragraaf 4.9 wordt nader ingegaan op bodemaspecten in relatie tot de beoogde ontwikkeling. 3.4.4 Beleidsplan Afvalwater Westelijke Mijnstreek 2015 Op 12 november 2014 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen het ‘Beleidsplan Afvalwater Westelijke Mijnstreek 2015’ vastgesteld. In dit beleidsplan is de volgende missie geformuleerd: “De zorg voor de afvalwaterketen wordt zo uitgevoerd dat de volksgezondheid wordt beschermd, een goede leefomgeving wordt bevorderd en schade aan het milieu wordt voorkomen. De kosten worden zo laag mogelijk gehouden en er wordt samengewerkt. Iedere partij in de afvalwaterketen – ook de burger – heeft een gedeelde verantwoordelijkheid in de goede zorg voor de afvalwaterketen.” In de visie staat dat er een duurzame afvalwaterketen komt. Afvalwater wordt ingezet om in schone grondstoffen, energie en schoon water te voorzien. Terugwinnen en sluiten van de keten staan centraal. Hemelwater wordt zoveel mogelijk zichtbaar en bovengronds verwerkt.

Zo wordt gezien dat het water schoon is en wordt hemelwater mede door gebruik van de openbare ruimte beheersbaar gemaakt. Grondwater wordt op een natuurlijke manier behandeld, waar mogelijk wordt gekozen voor een niet-technische oplossing. Waar het nodig en haalbaar is helpt de gemeente door daden, of door advies te geven over de aanpak van grondwaterproblemen.

Hoofdstuk 3

27

Om dit perspectief te bereiken zijn voor de drie afvalwatersoorten (stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater) en de beoogde inzet op meer samenwerking, onderstaande doelen en strategieën geformuleerd: Samenwerking Doel Kosten besparen, kwaliteit verhogen, kwetsbaarheid verlagen. Strategie Belang van (afval) waterketen staat voorop. Al het handelen dient in het belang te zijn van de gehele afvalwaterketen. Doelmatige aansturing van de afvalwaterketen wordt gezamenlijk gedaan. Stedelijk afvalwater Doel Adequaat en efficiënt beheren van ons stelsel. Strategie Beheer en onderhoud als ware het één gezamenlijk areaal. Samen zoeken naar doelmatige en duurzame verbeteringen. Hemelwater Doel Doelmatige en duurzame omgang met hemelwater. Strategie Samen met inwoners inspelen op klimaatverandering. Meer acceptatie van waterhinder. Bij nieuwbouw hemelwater verwerken op eigen terrein. Grondwater Doel Een doelmatige en duurzame omgang met grondwater. Strategie Meer aandacht voor mogelijke grondwateroverlast bij nieuwbouw. Regisseursrol nemen op locaties waar overlast wordt ervaren. Samen met inwoners zoeken naar oplossingen. Voor meer informatie over de wijze waarop binnen het plangebied met water wordt omgegaan, wordt verwezen naar paragraaf 4.10 ‘Water’.

3.4.5 Beleid externe veiligheid Sittard-Geleen Het beleid van de gemeente Sittard-Geleen op het gebied van externe veiligheid is beschreven in de volgende vastgestelde beleidsdocumenten:

Hoofdstuk 3

28

  

Beleidsvisie externe veiligheid Chemelot site / Westelijke Mijnstreek (eindrapport van 31 maart 2010, vastgesteld door de gemeenteraad op 6 juli 2011), Ruimte voor nieuwe generaties met behoud van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau; Veiligheidsvisie Spoorzone Sittard-Geleen (13 september 2012), Veiligheid als element van stedelijke planning; Beleidsregels planologisch afwijkend gebruik fitnesscentra (vastgesteld 3 september 2013) met regels over externe veiligheid; Beleidsregels kleine binnenspeeltuinen (vastgesteld 12 november 2013) met regels over externe veiligheid.

Het beleid is in twee zelfstandige beleidsdocumenten uitgewerkt voor twee deelgebieden binnen de gemeente, namelijk de omgeving van Chemelot en de spoorwegen (de spoorzone). Het beleid heeft de volgende doelen: De gewenste ruimtelijke ontwikkelingen (Woonmilieuvisie Regio Westelijke Mijnstreek “Ruimte voor nieuwe generaties”, 2009; Stadsvisie 2016; Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016), moeten mogelijk zijn met behoud van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau voor de leefomgeving. De verantwoording van het groepsrisico in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen staat daarbij centraal. Onder dit ‘hoofddoel’ vallen de volgende doelen: De risicobenadering: mensen die in Sittard-Geleen werken, wonen of anderszins verblijven, mogen zo weinig mogelijk risico lopen en dit risico moet maatschappelijk verantwoord zijn.  Een goede balans tussen ruimtelijke/economische ontwikkelingen en externe veiligheid.  Het voorkomen dat rampen en ongevallen plaatsvinden.  De gevolgen van een eventuele calamiteit beheersbaar maken om de volksgezondheid en het milieu zoveel mogelijk te beschermen in het geval onverhoopt een ramp of ongeval plaatsvindt.  Een verantwoorde ruimtelijke en economische ontwikkeling in de spoorzone, met een veilige en robuuste spoorinfrastructuur waarbij Sittard-Geleen optimaal bereikbaar blijft via het spoor.

Het afwegings-/uitvoeringskader dat de gemeente bij het beleid externe veiligheid hanteert, bestaat uit afwegingskaders voor:  Brongericht beleid op basis van Beste Beschikbare Technieken (BBT)  Omgevingsgericht beleid, overdrachtsmaatregelen en effectmaatregelen  Rampenbestrijding  De wettelijke grenswaarde van het plaatsgebonden risico (basisbeschermingsniveau);  Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi, onder meer artikel 12 en 13 en omgevingsvergunningen milieu (bijvoorbeeld emplacementen) waarbij de gemeente het bevoegde gezag is);  De Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico (VROM, november 2007);  Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt, onder meer Basisnet spoor);  De rapportage van Oranjewoud/Save van 24 maart 2005 (in opdracht van Gemeenschappelijk Brandweerbureau Westelijke Mijnstreek). Voor de spoorzone zijn de volgende maatgevende scenario’s beschreven voor het benoemen van effectmaatregelen: - Warme (en koude) Bleve van LPG - Toxische wolk 

Hoofdstuk 3

29

Voor Chemelot en haar omgeving hanteert de gemeente de volgende gebiedsgerichte instrumenten en procedures. Om het groepsrisico te beheersen, zijn op basis van een risicomatrix drie typen gebieden (a, b, c) te onderscheiden binnen het invloedgebied van Chemelot vanaf de terreingrens naar buiten: a. Stand-still voor ruimtelijke ontwikkelingen. Wel vervangende nieuwbouw mogelijk; geen overall toename van personendichtheden. b. Ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk onder voorwaarde van een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico. c. Geen belemmeringen voor ruimtelijke ontwikkeling. Verantwoording groepsrisico blijft wettelijk vereist, maar veiligheid is afdoende te waarborgen op basis van een checklist met algemene aandachtspunten. Opmerking: a en b worden in de beleidsvisie aangeduid als het groepsrisico-relevante gebied van Chemelot. Hier geldt dat de beleidsruimte bij het verantwoorden van het groepsrisico wordt ingevuld, met als randvoorwaarde dat de bestaande beperkte overschrijding van de oriëntatiewaarde niet toeneemt. Dit betekent een stand-still bijdrage van de wijken Lindenheuvel en Krawinkel aan het groepsrisico (geen toename van het aantal personen, bedrijven of woningen saneren, verplaatsen of uitplaatsen wanneer mogelijk). Dit stand-still beginsel is in de bestemmingsplannen voor Lindenheuvel en Krawinkel verankerd.

Samen met stakeholders wordt het instellen van een veiligheidscontour (op grond van artikel 14 uit het Bevi) onderzocht en overwogen De gemeente Sittard-Geleen vertolkt een adviesrol bij omgevingsvergunning milieu Chemelot site B.V. Het uitgangspunt bij Chemelot site is inwaartse zonering (ontwikkelingen met de hoogste veiligheidsrisico’s centraal op de site en ontwikkelingen met de laagste veiligheidsrisico’s aan de rand). Voor de Spoorzone hanteert de gemeente de volgende instrumenten en procedures:  Een indeling van het spoor in de volgende risicobronnen: - Emplacementen:  Emplacement Sittard (Sittard-Geleen streeft naar onderschrijding van de oriëntatiewaarde)  Emplacement Born  Bedrijfsemplacement Chemelot (valt binnen de Veiligheidsvisie Chemelot) - Baanvakken  Een zone-indeling van de omgeving van het spoor ten behoeve van een gebiedsgerichte benadering: - De PR-contour (plaatsgebonden risico 10-6/jaar) voor zover aanwezig langs de lijn Eindhoven – Maastricht: wettelijke beperkingen voor de omgeving en voorkomen van latente saneringssituaties - De 50 meter zone (50 meter gemeten vanuit het hart van het buitenste spoor): Buiten de PRcontour én binnen de 50 meter zone wordt gestreefd naar een bebouwingsvrije ruimte bij nieuwe ontwikkelingen (waaronder ook herstructureringsplannen worden verstaan)

Hoofdstuk 3

30

-

-

-

De 200 meter zone (200 meter gemeten vanuit het hart van het buitenste spoor): Buiten de 50 meter zone én binnen de 200 meter zone gelden de volgende regels: o Binnen deze zone wordt gestreefd naar minder grote aantallen mensen o Nieuwe kwetsbare bestemmingen voor groepen van mensen met geen dan wel een beperkte mate van zelfredzaamheid worden voorkomen o De gemeente streeft op basis van vrijwilligheid naar een verplaatsing tot buiten de 200 meter van kwetsbare bestemmingen met mensen die niet of beperkt zelfredzaam zijn o Overige nieuwe kwetsbare bestemmingen worden zover als mogelijk van het spoor geprojecteerd en dienen te worden voorzien van adequate bouwkundige, effect beperkende maatregelen o Bij nieuwe beperkt kwetsbare bestemmingen worden bouwkundige, effect beperkende voorzieningen geïmplementeerd o Het invloedgebied (omvat alle voorgaande zones en strekt zich uit tot 1% letaliteit):  Generiek basisvoorzieningenniveau dat in samenspraak met de brandweer is bepaald:  Plangebied tweezijdig ontsloten  Geen doodlopende straten langer dan 40 meter  Doodlopende straten tot 40 meter voorzien van een keerlus  Eisen over primaire bluswatervoorziening  De gemeente houdt bij nieuwe ontwikkelingen rekening met infrastructurele maatregelen in de openbare ruimte (waaronder vluchtwegen, opstelplaatsen, blusvoorzieningen)  De gemeente draagt zorg voor een goede voorlichting op

het gebied van rampbestrijding De gemeente Sittard-Geleen heeft een proces (inzake interne communicatie, beoordeling, registratie, externe communicatie) ingericht voor het behandelen van nieuwe initiatieven met effect op de veiligheid in de spoorzone. De gemeente Sittard-Geleen in de rol van vergunningverlener bij de omgevingsvergunningen milieu van de emplacementen Sittard en Born (directe invloed op bronmaatregelen). Basisnet spoor: toepassen van risicoplafonds, voorschriften veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden.

De toetsing van het aspect externe veiligheid, inclusief een toets aan het gemeentelijke beleid, is opgenomen in paragraaf 4.7 Externe veiligheid.

Hoofdstuk 3

31

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren Om de beoogde vernieuwbouw van Glanerbrook vanuit het aspect ‘verkeer en parkeren’ te onderbouwen is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd inzake de parkeercapaciteit, verkeersgeneratie en verkeersstromen door Royal HaskoningDHV3. Onderstaand worden de conclusies uit dit onderzoek weergegeven. Het volledig onderzoek is opgenomen als separate bijlage bij onderhavige toelichting. Voor het sportpark Glanerbrook zijn -na vernieuwbouw- voor de reguliere situatie (geen sportwedstrijd) 340 parkeerplaatsen benodigd (waarvan circa 10 met de mogelijkheid voor het opladen van elektrische auto´s). Inclusief de huidige parkeer-overloopterreinen (totale parkeercapaciteit 472 parkeerplaatsen) is er derhalve ook in de toekomst voor reguliere dagen ruim voldoende parkeercapaciteit op Sportpark Glanerbrook aanwezig. Op basis van de parkeernormen zijn 482 parkeerplaatsen benodigd tijdens drukke (ijshockey)sportwedstrijden. Daarvan zijn er dus 340 parkeerplaatsen benodigd voor het drukste moment van de week en aanvullend dus 142 parkeerplaatsen als overloopterrein. Voor de (toekomstige) verkeersstromen wordt geadviseerd om alle inkomend en uitgaand verkeer naar en van Sportpark Glanerbrook aan de Kummenaedestraat te concentreren en geen verkeersbewegingen (behalve voetgangers) richting de Parklaan en Op de Vey toe te staan.

De Kummenaedestraat zal de verkeerstoename als gevolg van een toename van de bezoekersaantallen nog goed kunnen verwerken. Mogelijk dat op drukke piekmomenten, net voor en na (top)wedstrijden met veel toeschouwers, de inzet van verkeersregelaars (bijv. bij de aansluiting Kummenaedestraat en bij de kruising Kummenaedestraat-Rijksweg) gewenst is. Op basis van de in het onderzoek geformuleerde resultaten kan geconcludeerd worden dat het aantal geprojecteerde parkeervakken binnen het plangebied in beide varianten voldoet conform de gemiddelde parkeercijfers binnen CROW publicatie 381. Tenslotte worden er geen problemen verwacht met betrekking tot de verkeersafwikkeling op de omliggende infrastructuur.

3

Royal HaskoningDHV, ‘Sportpark Glanerbrook’, kenmerk: BH7630-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002, d.d. 15 maart 2021.

Hoofdstuk 4

32

4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader wegverkeer Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object, dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat alle spoorwegen en wegen een geluidzone hebben, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidzone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidbelasting op deze gebouwen of terreinen. Een sportpark is volgens de Wet geluidhinder geen geluidgevoelig object of terrein maar er is sprake van een bestemmingsplanwijziging waarbij het aantal aanwezigen op locatie, en daardoor de verkeersgeneratie, toeneemt. Daardoor kan de geluidsbelasting in de omgeving als gevolg van dat verkeer toenemen. Daarom is een akoestisch onderzoek naar het wegverkeer uitgevoerd door DGMR4. Het onderzoek heeft tot doel aan te tonen of met de wijziging van het bestemmingsplan voor dit aspect sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

4.2.2 Onderzoek en conclusies wegverkeer Het onderzoek geeft antwoord op de vraag of met het sportpark sprake is van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het plangebied. Hiervoor is de toename geluidsuitstraling als gevolg van de verkeersaantrekkende werking vastgesteld. Voor de beoordeling of de wijziging aanvaardbaar is, is een maximale geluidstoename van 1,5 dB als gevolg van het wegverkeer gehanteerd, zoals ook wordt gebruikt bij het regime reconstructie uit de Wet geluidhinder. Uit het onderzoek volgt dat in de toekomstige situatie de geluidsbelasting op woningen gelegen aan de Kummenaedestraat ten gevolge van het extra wegverkeer met 1,2 dB toeneemt. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde maximale toename van 1,5 dB. Op basis van deze toename is met de wijziging voor het aspect geluid vanwege wegverkeer sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.2.3 Toetsingskader industrielawaai Er is een akoestisch onderzoek naar industrielawaai5 (omgevingslawaai) uitgevoerd door Econsultancy. Het akoestisch onderzoek heeft als doel het bepalen van de geluidsbelasting op omliggende woningen als gevolg van de toekomstige situatie en deze te toetsen aan de richtwaarden uit de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=47668234-f5ec-4356-aa15-0779e554d8fc