CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bestemmingsplan verbeelding, regels en toelichting 2

Raad 19 december 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Burgemeester Damenpark en Glanerbrook (Geilen) (93)26.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

46

400

424 396

12

917 919

4000

426

1980

V e y

V e y

6 7

3 4 6 2

2 6 4 2

7 1 7 3

7 1

438 7 3 7 5

4034

4146 4131

5 5 4

4110

3

S

456

S

302

6 0 3

WR-C

23

7 5 4

4228

300

21 A

WR-A4

3467

299

1 3

7 1

297

5 2 4 2

481

8 7 4

G 14

1976

9 1

17

296

3469

15

295

5 6 4

1 2

3470 1977

1 3

282

3942

11 6 1

6 6 4

3 2 A 3 2

11

2 1

3940 1 9

2761 283

3941

5 2 14

9

2762

284

7 1

2107 475

S

5 1

4439 2798

3 1

7 5 10

11

2 7 4

2797 286

18

18 15

4326

470

7

4481

1

(ov) 4

33

289

35

1592

8 2

2 6

4479 4480

S

Sport

143

2 2

2680

2 0

a a n P a rk

Groen

1593

2 4

2067 37

G

1

545 C

4529

45 28 4 3 3 0

Bestemmingen

1591

5 3

3411

2 3 0 3

18

1 A

3412

1 7 4

3

Plangebiedgrens

n a la e n e Ir

9

287

Plangebied

474

8 0 1 2

285

290

4 8 2

484

1160

3468

4 8 3

485

1975

9 7 4

19

3471

486

460

1 5

463

1978 314

487 1159

1 9 7 4 21

6 0

459

H

430

298

5 8

11

e n d ri kl a a n

21 B

309

907

458 9

4229

311 3472

5 6

7

4109

308

5 4

5

6

303

3 0 7

3938

1

6

310

3939

441

4502

4166

3124

440

Pa rk l aa n

4501

305

3119

7 7

1633

4447

3 11 8

3120

A 8 4 0 2

4445

3112 3 11 3 3 11 4 3 11 5 3 11 6 3 11 7

3162 6 9

437 30

28

304

507

3163 6 5

435

O

315

4431

3541

436

p

4111

3111 3540 6 3

B e e kh o ve rs t ra a t

2575

A 52

0 5

d e

3 4433 2 2 5 3 9

4038

1158

6 0 A

514 6 1

2 5

4298

5 8 6 0

45

4 3

4112

4434

5 6

56

515

5 9

4039

5 4

3864

390

901

0

1169

5 7

3346

d e

5 1 4 9

391

4312

4299

1148

5 3

31 59 3086

5 8

p

392

332

4 7

3448

3869

2 5

O

902

3 4 4 3 7 4 4 6

328

1551

3 8 6 3

393

4599

9

3 1 5 5 A

6 0

5 5

1979

3867 3868

920

5 7

31 57 31 58

3 8 6 6

3 8 7 3 3 0 8 5

1157

6 2

394

333

3 5

1 5

9 4

31 5 31 5 56

6 1 3

5 5

5 9

326

918

6 1

395

334

325

3 8 7 0 2 7 38 71 2

4042

423

425

4311

3865

3349

6 3

4556 335

916

4040 47 47 A

3154

6 6 11

336

5 5 5 4

41 94

6 5

422

397

1549

1 0

3351

421

398

4598

4045

6 7

399

389

337

3153 915

4043

5 6 11

342

4391

3 5 6 8

4193

6 9

420

33 8

4367

3 1 2 1

339

4164 4165

2 1 5

344

511

4595

3539

419

914

31 52

3 6 6 2

414 1649

31 51

525

4366

3537

418

4041

11 5 2

39 99

345

3538

413

40 1

A 7 -9 7 9 B 99 99

38 72

3023 350

50

416

412

31 50

4594 3569

3 1 2 2 3 1 2 3

411

346

343

5 9

415

38 8

510

913

48

410

3024

34 0

31 49

3356 7 6 5 3

3 4 9

38 7

18

4

l

WR-C 1 8

S 4329

4 4

2681 140

444

6 4

Verkeer - Parkeren

V-P 2068

18

[sba-okp] 2957

4578

4577

Dubbelbestemmingen

15

1 6

18

2

4036 2682

K u m

50 A -5 0E

4195

5 2

WR-A2

Waarde - Archeologie 2

WR-A4

Waarde - Archeologie 4

WR-C

Waarde - Cultuurhistorie

4 1

m

137

V-P

445

e n a e d e st ra a t

4482

3 4

1 4

2670 4440

WR-A2 136

54 1 2

56

4194

Functieaanduidingen

2683 58

2864

135

4061 58 A

(ov)

1 0

4 5 B

openbaar vervoer

2684

4 5 A

4062

134

4063

Bouwvlak

1179

2865 3980 4237

bouwvlak 6 0

3417

6 2

9

4238

4002

4003

8

64

3417 3418

7

70

3989 3847 24

3420

4260

72

3750

K a n a ri e st ra a t

2 2

72

3436 2 0

2627

maatvoeringsvlak 2686

maximum bouwhoogte (m)

B

76

78

3311

4059 4060

7 2 7 3

88

2958

4

90

4213

9 2 7 3 30 7 3

4361

4114

26

2

6

4270

38 50

28

3719

84

bestaande bebouwing en kadastrale ondergrond 4360

86

4247

30

19

3720

4269 4286

38 51

3612

4362

92

4

3786 3614

38 83

3485 3716

36 16

3715 3784

3 7 1 4

29

36 15

38 84

32

3617 2901

30

3 3609 8 /G 38 1/ G 38 2/ G 33 6/ G 36 1/ G 36 2/ G 3 3 4 34 G / G4 34 / 9 3 1 3 / G 0 G 41 34 / / 8 3 G 1 41 G / 3 34 / G 2 7 41 / / 3 G G 3 41 6 / 3 G 4 41 / G 51 3767 6

3741

37 82

34 / 3 G4 5 / 3 G4 4 / 3 G4 3 / 3 G4 2 / G 3394 1

36 28

3618

36 29

36 19 36 20

98

2909

1595

2910

4 3 6 5

10 2 10 4

3768 4168

3630

3 7 8 0

182

Vo nd el l aa n

2702

02-03-2022 / IvW

projectnr. TPG:

EP_RO-2006_756

concept:

20-01-2022 / IvW

wijziging:

10-03-2022 / IvW

schaal:

1:1000

voorontwerp:

07-02-2022 / IvW

wijziging:

02-06-2022 / BL,IvW

formaat:

A1

ontwerp:

03-06-2022 / IvW

laatste wijziging:

05-07-2022 / IvW

deelplan:

-

vastgesteld:

dd-mm-jjjj / tek

bestandsnaam:

[IDN-nummer].dgn

1602 7

72

2665

9

1603

4 5

4169

wijziging:

1598

Ruimte

3621 37 65

ontwerp

1599

4 7

05 42

3 7 7 9

2703

1601

1597

3855

3939

status:

3579

3852

3854

P04924

1596

3323 3853

10 010 0A

projectnr. BRO:

2704

1600

2

3766 3752

NL.IMRO.1883.Glanerbrook-ON01 2705

3324

3327

3712

3486

1594

96

3783

37 81

Gemeente Sittard-Geleen

4363

2908

31

3717

3 7 1 3

94

3608 3613

3484

Bestemmingsplan 'Burgemeester Damenpark en Glanerbrook'

2806 4364

4271 3787

3718

Verklaringen

4359

4285

32

21

3721

3726

82

23

3722

3728

2977

34

25

2677 2678

80

36

27

I re ne l aa n

37 24

37 23

4078

Maatvoeringaanduidingen

133

3725

1 6

3732

3418

3085

29

3310

specifieke bouwaanduiding - overkapping

4248

74

31

3438

1 8

4165

Bouwaanduidingen [sba-okp]

2687

K um m en ae de st r aa t

4243 42 59

5

3 7 3 1

3046 3

66

3856

8

70

184

4410

om in

te

leven

Bosscheweg 107

www.bro.nl

5282 WV Boxtel

info@bro.nl

Industriestraat 94

T 0411 850 400

verbeelding: The People Group

5931 PK Tegelen

T 077 373 0601

www.thepeoplegroup.nl

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 13

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

15

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Groen Sport Verkeer - Parkeren Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 4 Waarde- Cultuurhistorie

15 16 18 19 21 23

Hoofdstuk 3

Algemene regels

25

Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

25 26 28 30 31 32

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

33

Artikel 15 Artikel 16

Overgangsrecht Slotregel

33 35

2

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Regels

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.1883.Glanerbrook-ON01 van de gemeente Sittard-Geleen; 1.2

bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aanduidingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak waarop een aanduiding betrekking heeft; 1.6

ander werk:

een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.7

antenne-installatie:

een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.8

antennedrager:

een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.9

archeologische waarde:

de aan een gebied toegekende, of naar verwachting voorkomende, waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden; 1.10

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

4

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

1.11

bebouwingsgrens:

de op de kaart, blijkens de daarop voorkomende verklaring, als zodanig aangegeven lijn, die door gebouwen niet mag worden overschreden, behoudens overschrijdingen die krachtens deze regels zijn toegestaan; 1.12

bebouwingspercentage:

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.13

bedrijf:

een onderneming waarbij de bedrijfsactiviteiten gericht zijn op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.14

bedrijfsgebouw:

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten; 1.15

bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.16

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slecht bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.17

beperkt kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Staatsblad 2004, nr. 250) een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.18

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.19

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

5

1.20

bevoegd gezag:

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.21

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.22

Bouwbesluit:

het Bouwbesluit, zoals dat luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.23

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.24

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.25

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder; 1.26

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.27

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.28

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.29

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

6

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

1.30

commerciële functies:

Functies zoals detailhandel, kantoor, dienstverlenende bedrijven, consumentverzorgende ambachtelijke bedrijven. (Winkelgebonden) horeca dient hier niet onder te worden begrepen; 1.31

cultuurhistorisch karakter:

het karakter van de binnenstad, dat wordt bepaald door een stedenbouwkundige structuur, waarin zowel het zich in de loop der eeuwen ontwikkelde beschavingspatroon, als geografische situatie waarin de nederzetting is ontstaan, herkenbaar is; 1.32

cultuurhistorische waarden:

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.33

dakopbouw:

een gedeelte van een gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van een gebouw, met een oppervlakte van maximaal 60% van de oppervlakte van de bovenste bouwlaag en een afstand van minimaal 3 meter tot de voorgevel; 1.34

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop en te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.35

dienstverlenend bedrijf/ zakelijke dienstverlening:

een kantoor of een bedrijf met een publieksgerichte functie dat in hoofdzaak is gericht op het ter plaatse bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven/personen, zoals een voorlichtings-, advies-, reis- en uitzendbureau, een makelaars- en/of verzekeringskantoor of bank; 1.36

dienstverlening:

de uitoefening van verzorgende ambachten, zoals kapsalons, schoonheidssalons en wassalons, alsmede baliehoudende dienstverlening, zoals postagentschappen, uitzendbureaus, reisbureaus en VVV-kantoren; 1.37

educatief medegebruik:

een educatief gebruik van de gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit educatieve gebruik is toegestaan; 1.38

erf- en terreinafscheiding:

een bouwwerk dat dient ter afscheiding van het erf of een terrein;

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

7

1.39

evenement:

al of niet periodiek terugkerende en / of incididentele gebeurtenissen op het gebied van sport, cultuur, kunst, folklore, handel, recreatie, liefdadigheid, religie, gezondheid, wetenschap, amusement en vergelijkbare gebeurtenissen; 1.40

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.41

geluidgevoelig object:

woningen alsmede andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder (hierna:"Wgh") en artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder, zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan; 1.42

hoofdgebouw:

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.43

horeca:

bedrijfsactiviteit gericht op het al dan niet voor gebruik ter plaatse verstrekken van al dan niet in dezelfde onderneming bereide of bewerkte etenswaren en dranken; 1.44

kantoor:

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen; 1.45

Keur:

wettelijke regels, opgesteld door het waterschap, waarin regels zijn opgenomen voor het bouwen en het gebruik van de gronden die aan een waterloop of (binnen een) waterkering zijn gelegen; 1.46

kunstwerk:

voortbrengsel van de beeldende kunsten; kunstuiting; 1.47

kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Staatsblad 2004, nr. 250) een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden;

8

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

1.48

landschappelijke waarde:

waarden in landschappelijk-esthetische en geomorfologische zin; 1.49

maaiveld:

de gemiddelde hoogte van het terrein ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het bestemmingsplan; 1.50

maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, sociaal-medische en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten dienste van de wijk, openbare dienstverlening en daarmee gelijk te stellen sectoren, hieronder tevens begrepen een bejaarden- of verzorgingshuis, met ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.51

maatvoeringsvlak:

het geometrisch bepaald vlak, dat goothoogtes en woningtypes scheidt; 1.52

NAP:

Normaal Amsterdams Peil. 1.53

natuurwaarde:

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna; 1.54

nevenfunctie/activiteit:

een activiteit die niet rechtstreeks de bedrijfs- of functie-uitoefening overeenkomstig de bestemming betreft en die van een zodanige (beperkte) bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang is dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en ruimtelijke verschijningsvorm, als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar en als zodanig ook functioneel aanwezig blijft; 1.55

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.56

onderdoorgang:

een openbare weg of pad onder een gebouw; 1.57

ondergeschikte functie:

functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt;

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

9

1.58

ondersteunende horeca:

gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair gericht op het verstrekken van consumptieve goederen, maar slechts ter ondersteuning is van de hoofdactiviteit. Deze consumptieve gelegenheid richt zich op het verstrekken van kleine eetwaren voor directe consumptie ter plaatse met daarnaast het afzonderlijk verstrekken van dranken voor directe consumptie ter plaatse. Horecagelegenheden bij sportkantines en clubhuizen vallen hier niet onder; 1.59

ondersteunende voorzieningen:

bedrijven en voorzieningen die faciliterend zijn aan de op het bedrijventerrein aanwezige bedrijven voor agribusiness en logistiek; 1.60

openbare ruimte:

ruimte die voor iedereen toegankelijk is; 1.61

overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.62

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 1.63

pand:

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.64

perceelsgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.65

permanente bewoning:

bewoning van een woning als hoofdverblijf; 1.66

plaatsgebonden risico:

risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is; 1.67

plaatsgebonden risicocontour:

de risicocontour 10-6/jaar volgende de artikelen 6, 7 en 8 lid 1 en 2 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft aan waar een bepaalde effectkans van één op een miljoen is op een incident met één of meer dodelijke slachtoffers;

10

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

1.68

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.69

recreatief medegebruik:

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.70

recreatieve voorziening:

voorziening ten behoeve van recreatie, hieronder mede begrepen sport- en spelaccommodaties, voorzieningen ter bevordering van de lichamelijke en geestelijke gezondheid, kantine alsmede accommodaties voor administratieve functies ten dienste van de bestemming; 1.71

risicocontour:

contour rondom een risicovolle inrichting die de zone begrenst waar het plaatsgebonden risico, zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), gelijk is aan of groter is dan 10-6 per jaar; 1.72

risicovolle inrichting:

een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.73

verblijfsgebied:

een verblijfsgebied is een gebruiksgebied of gedeelte daarvan voor het verblijven van personen en een verblijfsruimte is een in een verblijfsgebied gelegen ruimte voor het verblijven van personen; 1.74

vloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond; 1.75

voorgevel:

de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel, vanwaar het gebouw hoofdzakelijk toegankelijk is; indien een gebouw met meerdere zijden aan de weg grenst, geldt de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel(-s); 1.76

watergang:

een werk al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan;

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

11

1.77

weg:

alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide openbare parkeerterreinen; 1.78

wijkvoorziening:

voorziening van facilitaire aard zijnde gemeenschapsvoorzieningen, hieronder worden geen detailhandel, onderwijsvoorzieningen of horeca begrepen; 1.79

winkelgebonden horeca:

een horecabedrijf dat: qua exploitatievorm en openingstijden aansluit bij winkelvoorzieningen, qua branche ondersteunend is voor het kernwinkelgebied c.q. het voorzieningenniveau c.q. de publieksaantrekkende werking van het kernwinkelgebied versterkt en een positieve bijdrage levert aan de levendigheid, de veelzijdigheid en de kwaliteit van het kernwinkelgebied, geen aantasting van het woon- en leefklimaat met zich brengt; 1.80

Wro:

de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijden van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.81

zakelijke dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten en/of het leggen van contacten of het uitvoeren van commerciële handelingen, uitgezonderd detailhandel;

12

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

bebouwingspercentage:

het deel van het bouwblok uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.3

de afstand tussen gebouwen:

de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antenne-installaties, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6

de hoogte van een dakopbouw:

vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw; 2.7

de hoogte van een kap:

vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap; 2.8

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10

het bebouwd oppervlak van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen;

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

13

2.11

peil:

de plaats waar in het kader van dit bestemmingsplan de hoogte wordt gemeten wordt op 58 meter NAP bepaalt.

14

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. voet- en fietspaden; c. opstelplaats voor busvervoer ter plaatse van de functieaanduiding 'openbaar vervoer' Alsmede voor: d. e. f. g. h. i. j. k. 3.2

ondergeschikte sport- en speelvoorzieningen; straatmeubilair; voorzieningen voor evenementen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; kunstuitingen; hondenspeelveld; en overige bijbehorende voorzieningen. Bouwregels

Op de in lid 3.1 bedoelde gronden zijn uitsluitend bouwwerken zijn toegestaan ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstuitingen ten hoogste 6 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten ten hoogste 12 m mag bedragen c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 2 m mag bedragen.

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

15

Artikel 4 4.1

Sport

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. binnen- en buitensportbeoefening; b. sport- en speelvoorzieningen overeenkomstig: zwembaden ijshockeyhal sporthallen overdekte wieler- en schaatsbaan alsmede voor: c. ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van de onder b genoemde doeleinden; d. speelvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. kunstuitingen; g. water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding h. parkeervoorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie; k. overige bijbehorende voorzieningen; met bijbehorende: l. hoofdgebouwen; m. bijgebouwen; n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde 4.2

Bouwen

4.2.1

Algemeen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden als bedoeld in lid 4.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; b. indien en voor zover een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak; c. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen te voldoen aan de regels onder 4.2.2 sub b. 4.2.2

Bouwregels

a. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen gerekend vanaf het peil. b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal voor: erfafscheidingen 2 m;

16

kunstuitingen

6 m;

sport- en spelattributen

8 m;

licht- en vlaggenmasten

12 m;

masten t.b.v. de telecommunicatie

20 m;

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

technische ruimten

6 m;

overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 m. c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' bedraagt de bouwhoogte 18 m.

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

17

Artikel 5 5.1

Verkeer - Parkeren

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Parkeren' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden, met dien verstande dat: 1. daar waar wegen en primaire wateren/hoofdwatergangen elkaar kruisen, de gronden mede zijn bestemd voor de waterhuishouding met bijbehorende voorzieningen; b. parkeervoorzieningen. met de daarbij behorende: c. voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen en verkeersregulerende voorzieningen; d. bermen en wegbeplantingen; e. wandel- en/of fietspaden; f. faunapassages; g. voorzieningen van openbaar nut; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2

Bouwregels

Op de in lid 5.1 bedoelde gronden zijn uitsluitend bouwwerken zijn toegestaan ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstuitingen ten hoogste 6 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van lichtmasten ten hoogste 12 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 2 m mag bedragen.

18

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van de archeologische waarden. b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 6.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. vervaging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; d. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 50 m2. 6.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1.

grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; 2. het verlagen van het waterpeil; 3. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Het verbod, als bedoeld onder a, is niet van toepassing:

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

19

1. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 3. indien de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 50 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; 4. indien de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; 5. indien de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; 6. indien de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; 7. indien de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 8. indien objectief wordt aangetoond dat de bodem al zodanig is verstoord door in het verleden uitgevoerde werkzaamheden dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarde; c. Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de onder a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 6.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

20

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van de archeologische waarden. b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 7.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; d. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m2. 7.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1.

grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; 2. het verlagen van het waterpeil; 3. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Het verbod, als bedoeld onder a, is niet van toepassing:

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

21

1. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 3. indien de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 500 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; 4. indien de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; 5. indien de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; 6. indien de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; 7. indien de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 8. indien objectief wordt aangetoond dat de bodem al zodanig is verstoord door in het verleden uitgevoerde werkzaamheden dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarde; c. Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de onder a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 7.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

22

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Artikel 8 8.1

Waarde- Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde- Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundige waardevolle elementen (monumenten), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden.

8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Op deze gronden mag slechts worden gebouwd indien en voor zover dit nodig is voor het behoud en/of het herstel van de bestaande bebouwing, met dien verstande dat: a. bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming; b. geen wezenlijke veranderingen worden aangebracht in het stedenbouwkundige beeld, bepaald door kapvorm, hoogtematen, gevel- en raamindeling. 8.2.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in artikel 8.2.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. bouwwerken, welke op het tijdstip van het inwerkingtreden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning mogen worden uitgevoerd. 8.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2 ten behoeve van het bouwen van gebouwen overeenkomstig de onderliggende bestemming(en), met dien verstande dat: a. dit verenigbaar is met behoud, herstel en/of versterking van de cultuurhistorische waarden en kwaliteiten van de bestaande bebouwing; b. dit conform advies van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie, niet leidt tot een wezenlijke verandering van de aanwezige cultuurhistorische waarden en kwaliteiten. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 8.4.1

Vergunningsplicht

Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

veranderingen aan te brengen in het aanwezige verkavelingspatroon; het geheel of gedeeltelijk planten of rooien van bomen, bosschages, houtwallen en singels; geheel of gedeeltelijk dempen/graven van watergangen; aanbrengen van verhardingen.

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

23

8.4.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in artikel 8.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning mogen worden uitgevoerd. 8.4.3

Toepassingscriteria

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien de in artikel 8.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarde niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

8.4.4

Voorschriften omgevingsvergunning

Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 8.4.1 genoemde vergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied.

24

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

25

Artikel 10 10.1

Algemene bouwregels

Ondergronds bouwen

De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 5 meter onder peil, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen zoals liftschachten; 10.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, technische ruimtes, gevelen kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten. 10.3

Bestaande maten en afstanden

10.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.

10.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

10.3.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 10.3.1 en 10.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 10.4

Parkeren

10.4.1 Parkeerregels bij bouwen en gebruikswijzigingen De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en/of in stand gehouden.

10.4.2 Parkeernormen Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen in gebruik dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Op eigen terrein dient voorzien te zijn in voldoende parkeeraccommodatie, inclusief parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers, conform de parkeernormen van de gemeente Sittard-Geleen.

26

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

10.4.3 Voldoende parkeergelegenheid Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan het parkeer(normen)beleid van de Raad, getiteld 'Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek', zoals vastgesteld op 15 maart 2012 en in werking getreden d.d. 9 mei 2012, met inbegrip van de daarin opgenomen ontheffingsmogelijkheden. Indien het parkeer(normen)beleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, is sprake van voldoende parkeergelegenheid wanneer aan dit gewijzigde beleid wordt voldaan.

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

27

Artikel 11 11.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijk verkeer onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen. 11.2

Geen strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval niet het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van evenementen gerekend. 11.3

Evenementen

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning ter plaatse van de bestemmingen 'Groen' en 'Sport' 'evenementen, categorie II' en 'evenementen, categorie III' toegestaan, met daaraan ondergeschikte ondersteunende horeca en detailhandel, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Een 'evenement, categorie II' is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. het aantal evenementen, categorie II bedraagt niet meer dan twee per kalenderjaar; 2. de maximale duur van een evenement, categorie II bedraagt niet meer dan drie aaneengesloten dagen, met dien verstande dat het totaal aantal evenementdagen per kalenderjaar niet meer bedraagt dan 5 dagen exclusief op- en afbouwdagen; 3. de geluidbelasting op omliggende geluidgevoelige objecten bedraagt niet meer dan 70 dB(A) (LAeq) dan wel 84 dB(C) (LCeq). Minimale meetperiode 15 minuten. Bij het verrichten van een meting moeten reflecties in achterliggende objecten/gevels worden vermeden, of worden gecorrigeerd. b. Een 'evenement, categorie III' is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. het aantal evenementen, categorie III bedraagt niet meer dan acht per kalenderjaar; 2. de maximale duur van een evenement, categorie III bedraagt niet meer dan drie aaneengesloten dagen, met dien verstande dat het totaal aantal evenementdagen per kalenderjaar niet meer bedraagt dan 17 dagen exclusief op- en afbouwdagen; 3.

in afwijking op het bovenstaande is voor het winterevenement een aaneengesloten periode van 31 dagen toegestaan; 4. de geluidbelasting op omliggende geluidgevoelige objecten bedraagt niet meer dan 55 dB(A) (LAeq) dan wel 69 dB(C) (LCeq). Minimale meetperiode 15 minuten. Bij het verrichten van een meting moeten reflecties in achterliggende objecten/gevels worden vermeden, of worden gecorrigeerd. c. De minimale periode tussen evenementen bedraagt één week met daarin minimaal een weekend, met dien verstande dat twee keer per kalenderjaar de minimale tussenliggende periode vier dagen mag bedragen onder de voorwaarde dat daarbij gebruikgemaakt wordt van (een deel van) dezelfde opgebouwde tijdelijke bouwwerken. d. De toegestane eindtijd voor alle evenementen en muziek bedraagt op doordeweekse dagen en op zondag 23.00 uur en in het weekend (vrijdag en zaterdag) 01.00 uur. Voor evenementen en muziek voor evenementen met meer dan 5.000 bezoekers bedraagt de toegestane eindtijd op doordeweekse dagen en zondag 01.00 uur en in het weekend (vrijdag en zaterdag) 02.00 uur. Voor

28

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

dagen die gevolgd worden door een nationale feestdag gelden de sluitingstijden van het weekend. In verband met de openbare orde en voor een goede/rustige afwikkeling van het verkeer geldt bij evenementen met meer dan 5.000 bezoekers dat de muziek 45 minuten voor sluitingstijd uit moet zijn en dat de drankverstrekking 30 minuten voor sluitingstijd beëindigd moet zijn. e. Tijdelijke bouwwerken ten behoeve van de evenementen zoals tribunes en podia zijn toegestaan. Tijdelijke bouwwerken mogen niet langer in stand blijven dan het aantal toegestane dagen per evenement en één dag voorafgaand aan het evenement en één dag na het betreffende evenement. Deze periode is exclusief op- en afbouwen, waarvoor geldt dat dit (met uitzondering van de nacht direct na afloop van het evenement) niet in de nachtperiode mag plaatsvinden. Per afzonderlijk evenement zullen nadere regels worden gesteld over het opbouwen en afbreken. f. In afwijking op het bepaalde onder f. mogen tijdelijke bouwwerken in stand blijven tot en met het volgende evenement, mits het daaropvolgende evenement binnen vier dagen plaatsvindt en gebruikt gemaakt wordt van (een deel van) dezelfde tijdelijke bouwwerken. g. Instructies aan de organisatoren van Evenementen: 1.

Het meten en berekenen van de geluidniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, met dien verstande dat voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast, geen verhoging met 10 dB vanwege het duidelijk hoorbare muziekkarakter wordt toegepast, maar wel meteocorrectie wordt toegepast, voordat wordt getoetst aan de normen uit de regeling. 2. Het geluidniveau, dat wordt voortgebracht door de geluidapparatuur, moet gedurende het gehele evenement door een geluidtechnicus worden gemonitord. Hiervoor moet bij iedere mengtafel een geluidniveaumeter aanwezig zijn, die geschikt is voor geluidmetingen van het dB(A) en dB(C) geluidniveau. Ter plaatse van iedere mengtafel moeten de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden duidelijk worden vermeld (bijvoorbeeld door het vastplakken op de mengtafel van een geplastificeerde kaart, waarop de geluidgrenswaarden zijn vermeld). De geluidtechnicus moet de aanwijzingen van de politie of van een namens de vergunningverlener controlerende instantie voor een wijziging van de instellingen van de apparatuur stipt en onmiddellijk opvolgen en tot nader order uitvoeren.

Met behulp van technische hulpmiddelen (een zogenaamde cardioïde opstelling van de basboxen) wordt het basgeluid zoveel als technisch mogelijk gericht naar de bezoekers en niet naar de omgeving. 3. Er mag uitsluitend muziek ten gehore worden gebracht vanaf 12.00 uur tot de maximaal toegestane eindtijd uit deze regeling. h. Per evenement gelden daarnaast de volgende regels: 1. Omwonenden en bedrijven in de directe omgeving van het evenemententerrein worden minimaal 1 week voorafgaand aan een evenement schriftelijk geïnformeerd over de aard, omvang en duur van het evenement. Hierbij wordt tevens een telefoonnummer vermeld dat gedurende 24 uur per dag bereikbaar is voor eventuele meldingen van ongeregeldheden.

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

29

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de voorgeschreven goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven afmetingen en afstanden; b. bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende reden zijn die zich tegen de afwijking verzetten, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt; c. bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de plankaart is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt; mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden; van de aangrenzende gronden.

30

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Artikel 13 13.1

Algemene wijzigingsregels

Verwijzing wettelijke regelingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

31

Artikel 14 14.1

Overige regels

Parkeerregels

14.1.1 Parkeerregel bij bouwen en gebruikswijzigingen De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en/of in stand gehouden.

14.1.2 Voldoende parkeergelegenheid Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen in gebruik dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Op eigen terrein dient voorzien te zijn in voldoende parkeeraccommodatie, inclusief parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers, conform de parkeernormen van de gemeente Sittard-Geleen. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan het parkeer(normen)beleid van de Raad, getiteld 'Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek', zoals vastgesteld op 15 maart 2012 en in werking getreden d.d. 9 mei 2012, met inbegrip van de daarin opgenomen ontheffingsmogelijkheden. Indien het parkeer(normen)beleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, is sprake van voldoende parkeergelegenheid wanneer aan dit gewijzigde beleid wordt voldaan.

32

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan; b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig, afwijking van het bepaalde onder a., een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2

Afwijking

Het bevoegd gezag kan eenmalig bij omgevingsvergunning afwijken van lid 15.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 15.1 met maximaal 10%. 15.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 15.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.4

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, als bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 15.5

Strijdig gebruik

Het is verboden de in het plan begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming(en). Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan: a. het opslaan, deponeren, lozen en/of storten van al dan niet afgedankte en/of aan hun

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

33

b.

c. d. e.

oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en/of producten, alsmede het aanleggen en/of inrichten van opslag- en/of bergplaatsen hiervoor, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden en bouwwerken voor inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht; een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels; een gebruik van gronden en bouwwerken voor straatprostitutie, een seks- of pornobedrijf dan wel een prostitutiebedrijf, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels

15.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 15.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 15.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 15.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

34

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

Artikel 16

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:Burgemeester Damenpark en Glanerbrook Regels van het bestemmingsplan .

Bestemmingsplan "Burgemeester Damenpark en Glanerbrook" (ontwerp)

35

Bestemmingsplan Burgemeester Damenpark en Glanerbrook Gemeente Sittard-Geleen Ontwerp

Bestemmingsplan Burgemeester Damenpark en Glanerbrook Gemeente Sittard-Geleen Ontwerp

Rapportnummer:

P04924

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.1883.Glanerbrook-ON01

Datum:

4 juli 2022

Contactpersoon opdrachtgever:

Gemeente Sittard-Geleen

Projectteam BRO:

SSh (projectleider) BPa

Concept:

3 maart 2022

Voorontwerp:

11 maart 2022

Ontwerp:

4 juli 2022

Vaststelling:

Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan ten behoeve van de herinrichting van het Burgemeester Damenpark en vernieuwbouw van Glanerbrook in Sittard-Geleen.

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

TOELICHTING

2

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 6 7 9

2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 10 11

3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

15 15

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

15 17 17 20

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg (2021) 3.2.3 Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 3.3 Regionaal beleid

20 22 23 23

3.3.1 Investeringsprogramma Toerisme & Recreatie 2016 – 2019 3.3.2 Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg 2030 (2019) 3.4 Gemeentelijk beleid

23 24 25

3.4.1 Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 25 3.4.2 Parkeerbeleid Sittard-Geleen 26 3.4.3 Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart gemeente Sittard-Geleen 2021-2015 27 3.4.4 Beleidsplan Afvalwater Westelijke Mijnstreek 2015 27 3.4.5 Beleid externe veiligheid Sittard-Geleen 28

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Geluid

32 32 33

4.2.1 Toetsingskader wegverkeer 4.2.2 Onderzoek en conclusies wegverkeer 4.2.3 Toetsingskader industrielawaai 4.2.4 Onderzoek industrielawaai

Inhoudsopgave

33 33 33 34

1

4.2.5 Conclusie industrielawaai 4.3 Luchtkwaliteit

35 35

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering

35 36 38

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Geur agrarisch

38 38 39 39

4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Conclusie 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid

39 40 40 40

4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Ecologie

40 41 43 43

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Quickscan flora en fauna 4.8.3 Vervolgonderzoek vleermuizen 4.8.4 Conclusie flora & fauna 4.8.5 Stikstof 4.8.6 Conclusie 4.9 Lichthinder 4.10 Bodem

43 45 46 46 47 48 48 51

4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Water 4.12 Archeologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=47668234-f5ec-4356-aa15-0779e554d8fc