CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

a Jaarstukken 2021

Raad 12 juli 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Jaarstukken 2021 (Buhler) (1ste termijn) (49)42.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Proeftuin Aardgasvrije Wijk Limbrichterveld Noord In 2021 heeft het project PAWLVN binnen de voorgenomen realisatie van een aardgasvrije wijk in het stadsdeel Limbrichterveld Noord, de “Klantreis“ gerealiseerd. Projectgroep én uitvoerende partij Stichting Dubbel Duurzaam (SDD) hebben een inventarisatie gemaakt van deelnemers in de wijk; hebben bij kandidaatdeelnemers scans uitgevoerd; gerapporteerd aan bewoners en, conform vastgestelde subsidieverordening, subsidies toegekend en verleend aan deelnemers. De bewoners zijn hierbij geholpen door medewerkers van de modelwoning en SDD. Verder zijn er met de woningcorporaties afspraken gemaakt over deelname aan het project van alle huurwoningen. In totaal heeft ongeveer 67% van alle bewoners subsidie aangevraagd; en 84% van de wijk kan op termijn via Het Groene Net warmte ontvangen om hun woning te verwarmen. De aanleg van een “wijkdekkend “ warmtenet voor alle woningen (dus ook de grondgebonden woningen) is in 2021 (door het tijdelijk uitblijven van een investeringsbeslissing van HGN/ENN), nog niet gerealiseerd. Klimaatadaptatieplan / waterbeheer Vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wordt gestuurd op het behalen van de doelen om vanaf 2020 klimaatbestendig te handelen en in 2050 klimaatbestendig te zijn in Nederland. De gemeenteraad heeft het Water- en klimaatadaptatieplan 2022 – 2027 in januari 2022 vastgesteld.

Hierin is richting gegeven hoe wij als gemeente klimaat adaptief kunnen worden. In 2022 wordt deze strategie nader uitgewerkt.

63

Windpark Holtum Noord Tegen de in 2020 verleende vergunning is beroep ingediend bij de rechtbank. In juni 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over een uitbreiding van een windpark in Delfzijl die gevolgen heeft voor Windpark Holtum Noord. De Raad van State oordeelde dat er volgens het Europees recht een uitgebreid milieuonderzoek had moeten plaatsvinden voor deze landelijke normen. Op 10 november 2021 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarin het college wordt gevraagd om te wachten op landelijke normering ten aanzien van windmolenparken. Milieutaken Omgevingswet Op het gebied van bodem vindt er een verschuiving plaats in bevoegd gezag, van provincie naar gemeenten, zonder verschuiving van middelen. Er vinden vanuit de VNG gesprekken plaats met het Rijk, waarbij gevraagd wordt om een structurele rijksbijdrage voor bodem via het Gemeentefonds. Ontwikkelingen gevelisolatie In 2021 zijn de concept-saneringsplannen ter inzage gelegd. In 2022 zal de minister de saneringsplannen vaststellen en bijbehorende budgetten. Uitvoering zal in de loop van 2022 verder worden opgepakt. Er zal nader technisch/akoestisch onderzoek aan diverse woningen plaatsvinden om te bepalen of en zo ja welke akoestische maatregelen nodig zijn. Daarna zullen bestekken voor de benodigde akoestische gevelmaatregelen worden opgesteld.

Na openbare aanbesteding zullen de akoestische maatregelen worden aangebracht door een aannemer. De kosten voor onderzoeken, begeleiding, de voorzieningen en het aanbrengen zal worden gefinancierd met rijksgelden. Grondstoffenplan Eind 2015 is het regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek 2016-2019 door de verschillende gemeenteraden vastgesteld. Het nieuwe grondstoffenplan sluit aan op de Grondstoffenvisie 2050 en richt zich op de circulaire economie. Daarbij streven we op lange termijn naar volledig hergebruik van grondstoffen. Het plan kent een langetermijnvisie op de hele keten van afvalinzameling (bij de inwoners) tot en met verwerking naar herbruikbare grondstof. In het beleidskader besteden we veel aandacht aan de komende grote omslag in afvalinzameling en -verwerking in Nederland. Deze omslag is noodzakelijk om de (landelijke) lange termijn doelstellingen te halen. De VANG-doelstellingen zijn uitgangspunt voor het nieuwe afvalbeleid. Hierbij streven we naar 100 kg restafval per inwoner en 30 kg in 2025. Het ultieme doel is 0 kg restafval in 2050. In 2021 is het regionaal beleidskader opnieuw vastgesteld, en is een aantal recycleparkjes gerealiseerd. Daarnaast zijn reeds de voorbereidingen voor de vertaling van de maatregelen in een uitvoeringsplan gestart.

Wie en/of wat hadden we daarvoor nodig? Wij hebben samen met inwoners, het Rijk, Provincie en GGD via verschillende projecten een bijdrage geleverd aan de sociale gezondheid(sbeleving) van inwoners. Binnen deze projecten is daarnaast sprake van samenwerking met partners als maatschappelijke organisaties, huisartsen, zorgverzekeraars en zorgaanbieders en onderwijsinstellingen. Samen met de provincie, Rijk, regiogemeenten hebben we taken uitgevoerd die te maken hebben met de fysieke gezondheid. Daarnaast heeft de GGD veel taken verricht in het kader van de coronapandemie. De Tuinman van Morgen krijgt de komende jaren een vervolg. Dit doen we o.a. door ons Premium Partnership van de Future City Foundation te verlengen voor twee jaar. De Future City Foundation en ruim 60 partners waaronder het Ministerie van BZK, Ministerie van I&W, VNG en gemeente Sittard-Geleen gaan de komende twee jaar samen aan de slag met de City Deal: Slim Maatwerk. In deze City Deal onderzoeken we welke oplossingen digitalisering en technologisering ons kunnen bieden op het gebied van kansengelijkheid, vergroten van een gezonde levensstijl en hoe we onze wijken optimaal kunnen inrichten.

64

We brengen dit in praktijk door de uitkomsten breed te delen zowel binnen als buiten de organisatie en toe te passen in bijvoorbeeld onze eigen proeftuin, ‘Proeftuin de Zeeheldenbuurt’. De proeftuin kent drie pijlers, Smart City, Arbeidsparticipatie en Klimaatadaptatie. Dit geeft ons ruimte om te experimenteren en samen met inwoners technologie en digitalisering te gebruiken als tools ter verbetering van de inrichting en de gezondheid van deze buurt. Komende jaren gaan we met het thema Smart City/ Slimme Stad meer acteren op kansen en inzetten op verbinden in de hele gemeente en in de interne organisatie. Wat heeft het gekost?

bedragen x € 1.000 Baten Lasten Saldo Baten en Lasten

Begroting voor wijziging 2021

Begroting na wijziging 2021

Rekening 2021

Resultaat 2021

26.560

25.951

27.202

1.251

-25.028

-28.714

-27.621

1.093

1.532

-2.763

-419

2.344

Onttrekkingen

0

3.575

1.208

-2.367

Toevoegingen

0

0

-127

-127

0

3.575

1.082

-2.493

1.532

812

663

-149

Saldo Reserves

7 VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU

Analyse resultaat De budgetten in dit programma zijn ingezet voor het uitvoeren van de taken m.b.t. afval/milieubeheer, riolering, water en de begraafplaatsen. Daarnaast hebben de uitgaven betrekking op de Gemeenschappelijke Regeling GGD. Het resultaat wordt o.a. veroorzaakt door hogere kosten voor inzameling en verwerking van afval als gevolg van Corona. Deze kosten worden gedekt uit de Coronamiddelen. Mutaties in reserves en voorzieningen die per saldo geen gevolgen hebben voor het resultaat worden met name veroorzaakt door het duurzaamheidsproject Proeftuin aardgasvrije wijk Limbrichterveld-Noord. Dit project wordt volledig gefinancierd door de hiervoor bestemde gemeentefondsmiddelen. Wie heeft mee betaald? Voor waterbeheer en afvalverwerking hebben wij onze inwoners een bijdrage gevraagd die 100% kostendekkend is. In de paragraaf lokale heffingen lichten wij de afvalstoffenheffing en rioolheffing nader toe. Van de provincie hebben wij een bijdrage ontvangen voor tijdelijke projecten als programma Trendbreuk en de Gezonde Basisschool. Het regionale project basisrioleringsplan (BRP) is mede gefinancierd door Synergiegelden van het rijk en bijdragen van onze regionale waterpartners Waterschap Limburg, Waterleidingmaatschappij Limburg en de gemeenten Beek, Stein en Beekdaelen.

Het merendeel van de duurzaamheidsprojecten is geheel gefinancierd uit Rijks- en/of Provinciale bijdragen. Wat hebben we niet gedaan en wat betekent dit? Niet aan de orde, we hebben alles opgepakt wat we ons in de begroting hebben voorgenomen. Beleidsindicatoren We gebruiken de zogenaamde beleidsindicatoren om de effecten van beleid op de programma’s, toe te lichten. We doen dat (verplicht) aan de hand van een vast aantal indicatoren. Door deze niet-financiële informatie op te nemen in de begroting kunnen raadsleden ook zonder specifieke financiële kennis makkelijker inschatten of de resultaten via de voorgestelde beleidskeuzes behaald kunnen worden. En ze bieden raadsleden meer inzicht om te kunnen sturen.

65

Naam indicator

Eenheid

Waarde SittardGeleen

Omvang huishoudelijk restafval

Gemiddeld aantal kilo’s per inwoner

133

Hernieuwbare elektriciteit

%

7%

Gerelateerde beleidsnota’s Bodembeheersplan 2016-2020 De tuinman van Sittard-Geleen Beleidsplan Afvalwater Westelijke Mijnstreek 2015-2020 Regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek 2016-2019 Actieplan afval Sittard-Geleen 2018-2021 Gemeentelijke grondstoffenvisie 2050 Van afval naar grondstof 2021-2025 Water- en klimaatadaptatieplan 2022 – 2027

66

Gemeenten Nederland Periode 50.000 100.000 156

163

2019 2018

Gerelateerde verbonden partijen Geneeskundige Gezondheidsdienst ZuidLimburg (GGD) Nazorg Limburgs BV RWM N.V. Mijnstreekwarmte BV (incl. Het Groene Net BV en HGN Ontwikkel BV) RUD Zuid-Limburg

2.1.9 PROGRAMMA 8 VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING “Wij willen dat Sittard-Geleen een leefbare en toekomstbestendige gemeente is, waar het aantrekkelijk is om in te wonen en te verblijven.” Het woon- en leefmilieu in de gemeente behouden en verbeteren, dat is waar het om draait in het programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing. En dan gaat het niet alleen om de bebouwde omgeving. Ook de groene/buitengebieden met de kernen en dorpen maken er deel van uit. Met de nadruk op het verduurzamen en omvormen van de bebouwde omgeving. Ook moeten we ons in de openbare ruimte, natuur en landschap aanpassen aan de klimaatverandering. De komende Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2022 van kracht wordt, biedt hiervoor een vernieuwend instrumentarium. In dit programma zijn de volgende taakvelden ondergebracht: 8.1. Ruimtelijke ordening 8.2. Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3.

Wonen en bouwen Wat wilden we bereiken? Op de middellange termijn richt het programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing zich op: • transformeren van de woningmarkt • een gezonde en veilige leefomgeving in balans met een florerende economie • gebiedsgerichte transformatie van leegstaand vastgoed • anticiperen op klimaatverandering en de gevolgen hiervan • invoeren van de nieuwe Omgevingswet • vernieuwen van het grondbeleid Wat hebben we gedaan om dit te bereiken? Om bovenstaande doelstellingen te bereiken, hebben in 2021 de volgende concrete (voorbereidende) werkzaamheden, acties of ontwikkelingen plaatsgevonden. Transformatievisie Westelijke Mijnstreek Deze visie is vastgesteld op 8 juli 2020. Na vaststelling, door ook de andere gemeenten in de Westelijke Mijnstreek hebben de portefeuillehouders Wonen in de Westelijke Mijnstreek Atelier Romain opdracht gegeven om de uitgangspunten uit de visie uit te werken in meerdere pilotgebieden. Voor onze gemeente zijn dat Holtum en Guttecoven alsmede Einighausen. Atelier Romain verwachtte de gebiedsvisies voor Holtum en Guttecoven in het eerste kwartaal van 2021 aan te leveren. Omdat de betrokkenheid van de inwoners een wezenlijk procesonderdeel is, is er vertraging in de uitvoering ontstaan als gevolg van Covid-19.

De oplevering van de gebiedsvisies inclusief het participatietraject zal in 2022 plaatsvinden. De kosten van Atelier Romain worden gedekt uit de subregionale DUB-middelen. Naast genoemde kernen is ook Geleen-Zuid pilotgebied. Bij het vormgeven van de transformatieopgaven in deze wijk sluiten wij nauw aan bij het revitaliseringsproces dat wij samen met ZOwonen in 2020 zijn gestart. In 2021 is voor het pilotgebied Geleen-Zuid de programmatische aanpak verder uitgewerkt binnen het ontwikkelpad Geleen-Zuid. De stuurgroep Geleen-Zuid heeft in haar vergadering van juli 2021 besloten dat er voor de uitwerking van het ambitiedocument ‘luuj make Gelaen-Zuid’ een eerste vertaling gemaakt moet worden naar het fysieke programma. Doel is duidelijkheid bieden voor bewoners én duidelijkheid voor de 67

betrokken organisaties die gaan investeren in Geleen-Zuid. Een eerste voorzichtige financiële doorrekening van het plan is noodzakelijk om een beeld te krijgen van de financiële haalbaarheid zodat betrokken partijen (de gemeente Sittard-Geleen, ZOwonen en het Waterschap Limburg) keuzes kunnen maken en een reservering kunnen opnemen in hun begroting. In overleg met betrokken medewerkers van gemeente, corporatie en waterschap en de betrokken architecten is een werkwijze afgesproken om te komen tot een plan dat aan de stuurgroep voorgelegd kan worden. In het voorliggend plan is waar mogelijk met de diverse verwachtingen rekening gehouden. Een groep vakmensen heeft in augustus een eerste keer gezamenlijk gepraat over een aanpak om te komen tot het vlekkenplan. Vervolgens zijn alle expertises integraal bij elkaar gebracht in twee workshops. Tussentijds hebben mensen ‘huiswerk’ kunnen maken om openstaande vragen te beantwoorden, informatie te verzamelen en te rekenen. In eerste aanleg was het plan de stuurgroep verschillende scenario’s voor te leggen maar aangezien er al veel voorwerk gedaan was, de tijd beperkt was en het kader gegeven is, is besloten daarbinnen 1 hoofdscenario uit te werken.

De schetsen, de portefeuillestrategie van ZOwonen, de plannen van het Waterschap Limburg om de Keutelbeek te ontkluizen en de (ruimtelijke) kaders van de gemeente Sittard-Geleen hebben het speelveld bepaald. In het schetsontwerp/vlekkenplan is rekening gehouden met de programmalijnen uit het ambitiedocument ‘luuj make Gelaen-Zuid’: gezondheid, veiligheid en ouderen. Bij de verdere uitwerking en detaillering van de ontwerpen en woningplattegronden worden deze vertaald naar ontmoeting en verbinding, hoogwaardige woonmilieus, veiligheid en een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen. De experts van de betrokken organisaties hebben een eerste grofmazige financiële doorrekening gemaakt die een richting aangeeft maar tegelijkertijd nog veel vragen oproept en onzekerheden met zich meebrengt. De uitkomst van de rekensom is te onbetrouwbaar om in dit stadium op te nemen. Er is tijd en onderzoek nodig om de berekeningen te verfijnen en (extern) te laten toetsen. ZOwonen had oorspronkelijk 1125 woningen in Geleen-Zuid. In haar huidige sociale woningbouw-programma zet zij in op een totaal van 867 woningen. Daarmee ontstaat in Geleen-Zuid een krimp van 22,6% in aantallen woningen (sociale huur). ZOwonen levert dit aantal woningen in om een leefklimaat te kunnen creëren waar kwaliteit, veiligheid en gezondheid in het gebied voorop staan.

Programmatisch is dit vertaald door het terugbrengen van hoogbouw en een transitie te maken naar laagbouw en meer kleinschalige wooncomplexen. Het plan heeft als consequentie dat ZOwonen hierdoor haar sociale woningbouwprogramma niet helemaal kan realiseren in Geleen-Zuid (de verwachting is een tekort van 41 t.o.v. het strategisch voorraadbeleid van ZOwonen). In dat geval zal ZOwonen in overleg treden met de gemeente Sittard-Geleen over de mogelijkheden om de tekorten aan sociale huur elders in de gemeente te kunnen realiseren. Vlekkenplan Geleen-Zuid Het vlekkenplan is een uitwerking van en moet minimaal bijdragen aan de concretisering van het ambitiedocument ‘luuj make Gelaen-Zuid’. Het moet bijdragen aan een gezonde en veilige wijk waar voldoende aandacht is voor de leefomgeving en voldoende woningen geschikt voor ouderen. Bij het maken van keuzes bij het ontwerpen is het principe van ‘de menselijke maat terug in de wijk’ leidend geweest. Dat is terug te zien in de voorstellen voor de transformatie van de hoogbouw naar de laagbouw en de inrichting van de openbare ruimte waarin de verblijfsruimte van de mens voorrang krijgt op de ruimte voor de auto’s. De verblijfskwaliteit wordt verhoogd en er wordt geïnvesteerd in een klimaatbestendige omgeving. In deze notitie gaat het over het fysieke programma, het vlekkenplan.

Separaat is de notitie over participatie, de betrokkenheid van de luuj uitgewerkt (zie bijlage 3.1).

68

Zodra we concreet aan de slag gaan zal fysiek en participatie hand in hand gaan en zal per uit te werken plan (vlek) tegelijkertijd een uitgewerkt participatieplan op maat gemaakt worden. Dit maatwerkplan zal getoetst worden aan de leidende principes uit het ambitiedocument ‘luuj maken Gelaen-Zuid’ en het door de stuurgroep vastgestelde participatieplan. Als basis voor de uitwerking van het vlekkenplan is de Keutelbeek genomen. Deze loopt als een rode draad door de wijk en geeft structuur aan de stedenbouwkundige invulling. De voorgestelde stedenbouwkundige structuur maakt het mogelijk dat er keuzes gemaakt kunnen worden voor koop en/of huur zonder dat deze structuur aangepast dient te worden. Van de twee scenario’s die de werkgroep wilde uitwerken was er één een volledig sociaal woningbouwprogramma en één een scenario met een mix van sociale huur, middenhuur en eventueel koop. De woonvlekken die nu volgen uit het vlekkenplan kunnen ruimte bieden aan beide scenario’s. Het hoofdscenario sociale huur is uitgewerkt. Toepassen van een mix aan woningbouw heeft als consequentie dat ZOwonen nog meer sociale woningen inlevert in Geleen-Zuid, dat uiteraard gevolgen zal hebben voor het aantal beschikbare woningen voor woningzoekenden.

Een mix scenario daarentegen komt wel tegemoet aan de vraag van een aantal woningzoekenden in Geleen-Zuid die door dit gevarieerd aanbod woon carrière (middenhuur) kunnen maken in hun eigen wijk. We willen in het verdere traject dan bekijken welke combinatie van sociale huur, middenhuur en koop hier het best passend is. Daarnaast zorgt een mix scenario voor een gemengde bewonerssamenstelling. Gebiedsgerichte aanpak en pilotprojecten wonen De transformatie van de woningvoorraad voorziet in een kwaliteitsverbetering als het gaat om zowel de technische staat van woningen (mede afgezet tegen de energietransitie) als het aanbod van woningtypologieën. Door de demografische én marktontwikkelingen is er sprake van een veranderende vraag in combinatie met het uitblijven van een vereiste doorstroming op de woningmarkt. Niet ingrijpen betekent een verder sterk verouderende woningmarkt en onaantrekkelijke woonmilieus in uiteindelijk de gehele gemeente. Belangrijkste opgave voor Tiny Houses is het vinden van goede en gewenste locaties in relatie tot de uiteindelijke behoefte aan dit woningtype. In 2021 is er een inventarisatie gemaakt van locaties en geïnteresseerden als het gaat om het realiseren van Tiny Houses. Daarnaast is de beleidsregel Tiny Houses vastgesteld. Hierover zal in 2022 verder gecommuniceerd worden.

Stedelijke vernieuwing Het afgelopen jaar hebben we ons gericht op de stedelijke vernieuwing van onze steden en dorpen. We willen toe naar een duurzamere, klimaat adaptieve, onderscheidende, gezonde en veilige woon- en leefomgeving. We hebben gewerkt aan het beperken van leegstand door het toepassen van dynamisch voorraadbeheer. Bijzondere aandacht hebben hierbij enkele gebieden gekregen waar we met een gebiedsgerichte aanpak te werk zijn gegaan, zoals de beide stedelijke centra van Sittard en Geleen. Pleksgewijs wordt het bestaand stedelijk gebied vernieuwd, bijvoorbeeld daar waar gemeentelijk vastgoed leegkomt: • Voor de beide centra is er een ontwikkelpad. In het ontwikkelpad wordt samen met inwoners en stakeholders de verdere stappen genomen. De profilering van Sittard Centrum is gericht op cultuurhistorische beleving en ontmoeting met een belangrijke rol voor de vrijetijdseconomie. Het ontwikkelpad Geleen kent een andere profilering meer gericht op werken, diensten, innovatie en circulariteit en winkelen en ontmoeten. Voor de ambtelijke en gemeentelijke huisvesting is besloten om deze te centreren in Geleen centrum (Gemeentehuis en locatie Herenhof). De sloop van de voormalige V&D locatie is gestart met dien verstande dat er eerst binnen circulair wordt gesloopt. De retailmeters zijn onherroepelijk uit de markt gehaald. Hier komt het Huis aan de Markt en appartementen.

69

•

•

•

•

•

In het centrum van Geleen is in 2021 de landelijke ontwerpoproep ‘De woonwijk als noviteit’ afgerond. De ontwerpoproep heeft nieuwe wegen verkend voor de woon- en leefomgeving van de toekomst. De gemeente Sittard-Geleen droeg samen met de Provincie Limburg het centrum van Geleen aan als studielocatie. Er werden maar liefst 47 ideeën aangedragen door ontwerpers uit het hele land. De opbrengst laat duidelijk zien dat er mooie perspectieven zijn voor het centrum van Geleen dat de komende jaren transformeert van winkelhart naar centrum waar ontmoeten, winkelen, werken en wonen samenkomen. Momenteel wordt met de stadslabs gekeken naar realisatie van ideeën. Op 28 juni nam vm. staatssecretaris Mona Keijzer (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, EZK) de publicatie van het resultaat in ontvangst. Ook is in 2021 een verkoopleidraad voor het oude raadhuis Geleen opgesteld en gepubliceerd. Een beoordelingscommissie is ingesteld en heeft de ingekomen stukken voorzien van een advies. De gemeenteraad heeft in december 2021 besloten dat de panden van het voormalig horecastraatje niet gebruikt worden voor de gemeentelijke huisvesting. De panden worden ingebracht voor spin-off activiteiten van het stadslab Geleen. Daarnaast is de eindverantwoording over de proeftuin centrum Geleen in 2021 ingediend bij de Provincie Limburg en vastgesteld.

Als gevolg van COVID-19 hebben minder activiteiten kunnen plaatsvinden en heeft de Provincie haar bijdrage op basis van de ingediende verantwoording toegekend. In het centrum van Sittard is gewerkt aan de laatste elementen uit het programma ZitterdReviSited. De looptijd van de provinciale subsidie stedelijke ontwikkeling centrum Sittard is per 31 december 2021 beëindigd. De eindverantwoording wordt in 2022 ingediend. Over de V&D locatie worden gesprekken gevoerd met de Provincie Limburg i.r.t. de afrekening van de subsidie. Voor de detailhandelsstructuur W.M. is bureau Seinpost ingeschakeld. De uitkomsten voor de Westelijke Mijnstreek en specifiek de beide stadscentra worden eerst uitgebreid besproken met de stakeholders voordat er besluitvorming in de colleges en raden wordt voorbereid. De planning is dat in 2023 definitieve besluitvorming aan de orde is. Een herijking van de centrumvisies is o.b.v. de toekomstvisie pas aan de orde als de ontwikkelpaden centrum Sittard en/of centrum Geleen daar aanleiding voor geven. Traditionele visies worden niet verwacht omdat we meer van onderop met de samenleving aan de slag willen gaan. In 2021 is gestart met het Programma ontwikkellocaties. Het programma heeft als doel om leegstaand gemeentelijk vastgoed waarvan de oorspronkelijke maatschappelijke functie niet meer aan de orde is, een nieuwe functie of bestemming te geven.

Concreet gaat het hierbij om oude schoolgebouwen, leegstaande kantoren, voormalige sportlocaties en onaantrekkelijke openbare ruimtes. Het bepalen welke nieuwe functie of bestemming een ontwikkellocatie dient te gaan vervullen vindt plaats op basis van het formuleren van ambities komende uit de Omgevingsvisie of Toekomstvisie 2030 en meer specifieke beleidskaders over wonen, zorg, cultuur en natuur en duurzaamheid. Het formuleren van deze ambities gaat in samenspraak met de omgeving en andere relevante stakeholders. Daarnaast is de verbinding gelegd met bestaande programma’s zoals ZRS maar ook de ontwikkelpaden van de centrumgebieden en de versterking van de kleine kernen. Na de ambitiefase wordt samen met partners gewerkt naar een verdere concretisering van deze ambities. Het Programma ontwikkellocaties behelst momenteel een 24 tal projecten waarvan er actueel 15 daadwerkelijk in behandeling zijn. Voor een zestal locaties zijn er inmiddels ambitiedocumenten opgesteld en, op basis van prioritering worden de overige ontwikkellocaties opgepakt. Het project Skaeve Huse, een moderne verfrissende wijze van huisvesting van mensen met sociale problematiek, is gestart met een zoektocht naar potentiële locaties alwaar deze huisvesting zou kunnen plaatsvinden.

Na diverse locaties, de longlist, te hebben beschouwd, is aan de hand van een shortlist gekozen om voor één locatie een daadwerkelijke gebiedsstudie uit te voeren, waarbij aspecten als leefbaarheid, sociale en fysieke veiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid in relatie met de omgeving worden uitgewerkt.

70

•

Pilotprojecten en experimenten voor alternatieve woonvormen, zoals Tiny Houses en CPO-projecten zullen verder vorm gaan krijgen vanuit de actualisering van het woonbeleid van Sittard-Geleen. De verwachting is dat in 2022 gestart wordt met de actualisatie.

Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SvWZL) In 2021 is de SvWZL samen met de structuurvisie 2016 en de beleidsregel ‘ruimbaan voor goede woningbouwplannen’ om de ontwikkeling van woningen vanuit beleid te stimuleren en te sturen op woonkwaliteit. Bestuursopdracht vergroten woningbouwprogramma De bestuursopdracht omvat een ombuigingsopgave voor € 50.000 in 2020, welke jaarlijks oploopt naar structureel € 150.000 in 2022. Gedurende de looptijd van de bestuursopdracht wordt jaarlijks bezien of de bezuinigingsopgave in het betreffende jaar is gehaald en wordt de opgave voor de komende jaren voorbereid. De toepassing van de vastgestelde beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ heeft in 2021 een belangrijke impuls geleverd aan het behalen van de doelstellingen uit de bestuursopdracht. In 2021 zijn meer dan 1000 woningen via de sub-regionale afstemming aan de programmering toegevoegd die zorgen voor een grote maatschappelijke meerwaarde. Regionale klimaatadaptatiestrategie Westelijke Mijnstreek In 2021 hebben wij samen met de andere gemeenten van de Westelijke Mijnstreek gezamenlijk een strategie ontwikkeld voor klimaatadaptatie. Deze strategie is in de vorm van het Beleidsplan Water- en Klimaatadaptatie eind 2021 behandeld in het College en is tevens ter vaststelling naar de gemeenteraad gestuurd.

Economische ontwikkeling in balans met de leefbaarheid In de afgelopen periode van ongeveer anderhalf jaar is met veel partijen gewerkt aan de totstandkoming van de Strategische gebiedsvisie voor de omgeving van Chemelot. Met de vaststelling van deze visie in de gemeenteraden van Sittard-Geleen en Stein, door gedeputeerde staten van de Provincie Limburg en de directies van Chemelot, DSM en Brightlands Chemelot Campus in december 2021 is dit traject afgerond. Daarmee is een stevige basis gelegd om te komen tot een uitvoeringsagenda, waarmee de komende jaren gewerkt kan worden aan het versterken van een vitale economie en aan een veilige, gezonde en duurzame omgeving. Hiermee geven we mede invulling aan de ambities uit de Toekomstvisie 2030, het NOVI-gebied ZuidLimburg en de Chemelot Circulair Hub. Het betreffen tien opgaves op het vlak van het verbeteren van externe veiligheid en milieu, mobiliteit, energie, de transformatie van bedrijventerreinen en wonen en de gebiedsontwikkeling van het Graetheideplateau, De Lexhy, de haven Stein en het centrum van Geleen en de verbinding hiervan met de campus. Dynamisch voorraadbeheer In 2020 is een onderzoek opgeleverd naar vraag en aanbod van woningen in de dorpen en kernen. Dit onderzoek wordt begin 2021 verbreed naar Munstergeleen en de diverse wijken in Sittard en Geleen.

Op basis van de actuele cijfers kunnen wij gericht sturen op de kwalitatieve transformatie. Wij benadrukken het belang dat bij het herbestemmen van maatschappelijk vastgoed, kantoorlocaties en winkels er nadrukkelijk wordt gekeken naar de bestemming wonen. Is een herbestemming wonen een reële optie, dan is de woningtypologie een belangrijk aandachtspunt binnen de programmatische aanpak in het kader van vraag en aanbod. Implementatie Omgevingswet Zoals bekend wordt er in de regio in vele trajecten al volop gewerkt aan realisatie van onze ambities. Dit doen we steeds meer in samenwerking in de regio. En waar nodig in samenwerking met het Rijk. In de afgelopen periode is verkend hoe we hier met de samenwerking van Rijk en regio in het NOVI-gebied het beste meerwaarde aan kunnen geven, en zijn hier de eerste stappen in gezet.

71

In december 2021 heeft het Bestuurlijk Kernoverleg Zuid-Limburg de startagenda voor 2022 vastgesteld. Vanuit onze inzet voor de NOVI-aanpak focussen we ons in 2022 op drie doorbraken waar zich een momentum voordoet en echt meerwaarde kan worden ontwikkeld of waar behoefte is aan ondersteuning: 1. 2. 3.

Impuls Volkshuisvestingsfonds als katalysator voor het wegwerken van achterstanden. Aanpak wateroverlast Zuid-Limburg als katalysator voor een integrale aanpak van de opgaven in het landelijk gebied, verbonden met de steden. Panorama Zuid-Limburg: op weg naar een gezamenlijke ruimtelijke ontwikkelstrategie voor Zuid-Limburg

In 2021 zijn we gestart met de actualisatie van de omgevingsvisie 2016 als verdere ruimtelijke uitwerking van de toekomstvisie 2030 en de regionale afspraken in het NOVI-gebied Zuid-Limburg. De Raad heeft in april 2021 de uitgangspunten hiervoor vastgesteld. Ter ondersteuning van het traject maken we een Omgevings Effect Rapportage en een Maatschappelijke Baten analyse. De omgevingsvisie maken we samen met de omgeving. In 2021 zijn de eerste inhoudelijke voorbereidingen gedaan. In 2022 werken we samen met de omgeving toe naar afwegingen en geven richting aan de omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt naar verwachting medio 2023 vastgesteld. Ook is er een start gemaakt met de aanpassingen van de werkprocessen van vergunningen. Met

betrekking tot het omgevingsplan is een start gemaakt in het verhelderen van de opdracht en mogelijke fasering van aanpak. Daarnaast hebben wij verbindingen gelegd om de participatie in de ontwikkeling vorm te geven. Bij de invoering van de Omgevingswet is landelijk afgesproken dat deze transformatie niet tot meerkosten mocht leiden binnen de decentrale overheid. In februari heeft een onderzoek plaatsgevonden over het kostenverloop van de transformatie binnen gemeenten, de provincies en de waterschappen. Er is geconstateerd dat de piek van de kosten valt in de jaren 2020 en 2021. In deze periode is door alle overheden hard gewerkt aan de voorbereiding van de Omgevingswet. Er is interbestuurlijk afgesproken dat dit onderzoek een ijkmoment is voor verdere monitoring. Het volgende evaluatiemoment zal in het najaar 2022 plaatvinden, omdat dan de meeste transformatiekosten binnen de gemeenten hebben plaatsgevonden. Of er financiële compensatie zal plaatsvinden is nog niet uitgesproken. Omgevingswet Inmiddels is bekend dat de invoering van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1-1-2023. Ondanks dit uitstel zullen wij intern doorgaan met de voorbereidingen, zodat we goed aan de start verschijnen bij de definitieve ingangsdatum.

Het regelmatig uitstellen van de invoering van de Omgevingswet wordt veroorzaakt door een aantal kernproblemen: • Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet, maar is in ambitie danig teruggeschroefd en zal nog steeds een wankel DSO zijn. • Op financieel gebied zal het landelijk volgens de eerste serieuze berekeningen nog wel twintig jaar duren voor het break-even punt voor gemeenten is bereikt. • Een probleem vormt het personeelstekort. Gezien de schaarste op de arbeidsmarkt is het moeilijk om personeel te vinden om het proces goed te begeleiden. De financiële risico’s zijn door het uitstel niet direct veranderd, wel is er sprake van een organisatorisch risico. Door de diverse uitstelmomenten lopen we het risico dat het ‘momentum’ verloren gaat. Op dit moment zijn daar geen signalen van bekend, maar het is belangrijk om hier alert op te zijn. Op financieel vlak zullen er kosten worden gemaakt om deze omvangrijke implementatie succesvol te laten zijn. Dit komt door de extra en langere inhuur capaciteit voor voorbereidende werkzaamheden, het aanpassen van werkprocessen en het trainen en opleiden van medewerkers. De toenmalige minister Ollongren heeft aan de Kamers geschreven dat er zeer waarschijnlijk Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) nodig zijn voor de Omgevingswet.

72

Indien organisaties bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen gebruik kunnen maken van (functionaliteiten van) het DSO, zijn deze tijdelijke alternatieve maatregelen nodig om producten en diensten (vergunningen etc.) te kunnen leveren. In het laatste kwartaal voor de inwerkingtreding zal pas duidelijk zijn welke TAM’s er zijn en wat daarvoor nodig is. Het kan goed zijn dat voor een TAM financiële middelen noodzakelijk zijn, die nu nog niet direct zijn in te schatten, maar wel cruciaal zijn om te organiseren. Daarnaast zal de Omgevingswet in de transitiejaren na de inwerkingtreding zich doorontwikkelen met de omgevingsvisie, het omgevingsplan alsmede naar aanleiding van beleidsmatige keuzes. De structurele doorontwikkeling van verschillende transitieonderdelen van de Omgevingswet en zeker ook van de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb), kost tijd en geld. Wet Kwaliteitsborging (Wkb) De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zorgt voor een andere vorm van toezicht en controle op bouwwerken. De implementatie van deze wet zal vanaf 1-1-2023 stapsgewijs plaatsvinden. De voorbereiding voor de implementatie is inmiddels opgestart en zal een hoge impact hebben voor de teams Vergunningen en Toezicht & Handhaving.

Via de decembercirculaire 2021 heeft de gemeente Sittard-Geleen een incidenteel bedrag ad € 57.000 als compensatie ontvangen voor de uitvoering van de nieuwe Wet kwaliteitsborging. De verwachting is dat het zwaartepunt van de capaciteit voor en bij de start van de Wkb vooral binnen het team Vergunningen ligt en dat deze vervolgens verschuift naar het team Toezicht & Handhaving. Capaciteit wordt ingezet om de werkzaamheden ter voorbereiding op de implementatie vorm te geven, maar ook om te wennen aan de nieuwe manier van werken en de transitiefase goed te kunnen doorlopen. Het nieuwe stelsel start in principe met simpele bouwwerken, maar met name in de uitvoering hebben we te maken met fasering. Niet alleen het behandelen van vergunningsaanvragen die dit jaar nog worden ingediend en in de regel immens toenemen vlak voor de wetswijziging, maar toezicht en handhaving op de dit jaar afgegeven Wabo vergunningen loopt nog enkele jaren door. Financieel zal de Wet kwaliteitsborging bouw impact hebben op de legesinkomsten omdat een deel van deze inkomsten verschuift naar externe partijen. Deze opbrengsten zullen worden gemist, terwijl de kosten toenemen omdat er extra capaciteit noodzakelijk is om de nieuwe werkwijze vorm te geven. De financiële verhoudingen zullen dus veranderen, waarbij al een inschatting is gemaakt dat het break-even point pas over 6-8 jaar bereikt zal zijn.

De te verwachten toename aan legesinkomsten dit jaar zijn minimaal nodig voor het kunnen doorontwikkelen van de organisatie en haar bedrijfsvoering na de inwerkingtreding. De Wkb heeft daarbij effect op de gemeente als opdrachtgever in de bouw. Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek hebben namelijk impact op de begroting/aanbesteding/contracten van alle projecten waarbij de gemeente opdrachtgever is. Experimenten Smart City In 2021 is er verder gewerkt aan de basis van onze Slimme Stad. De Smart City visie Sittard-Geleen is vastgesteld en een functie Programma manager Smart City is opengesteld. Er is geïnvesteerd in het digitale stad fundament, Arcgis, waarmee we onze digitale ontwikkeling kunnen maken. Benodigde software is aangeschaft en de primaire functie uitbreiding is gerealiseerd. Samen met de Brightlands campus Heerlen zijn er gesprekken geweest om deel te nemen aan het Techruption programma: aanvragen vergunningen middels SSI en het Armoede bestrijdingsprogramma. Om ervaring op te doen zijn er in 2021 projecten gestart, een project met grondvochtsensoren bij jonge aanplant, vulgraadsensoren op prullenbakken in het buitengebied en is er een start gemaakt met een AI (Artificiële Intelligentie) pilot welke ingezet zal worden in de Proeftuin Zeeheldenbuurt onder het thema afval. Binnen de proeftuin Zeeheldenbuurt zijn er gesprekken gevoerd over Smart City mogelijkheden.

Intern is er aansluiting gezocht met het traject van de omgevingsvisie en hoe daar het gebruik van data te benutten. De samenwerking met Zuyd Hogeschool is opgezocht om te verkennen wat het onderwijs kan betekenen voor onze opgaves.

73

In 2021 zijn er meerdere onderzoeksopdrachten uitgevoerd op basis van de verzamelde snuffelfietsgegevens en heeft dit tot conclusies, adviezen en nieuwe inzichten geleid. Met betrekking tot Smart Mobility heeft de gemeente de eerste iVRI in gebruik genomen. Deze toepassing is gekoppeld aan het terrein van het Fortuna Stadion zodat de verkeerslichten rekening houden met de toestroom en uitstroom van supporters. We dragen met het partnerschap van de FutureCity Foundation en met deelname aan de City Deal ‘een slimme stad zo doe je dat’ op 2 fronten bij. Met een digitale tool die in de toolbox van de City Deal komt, daarnaast binnen het Europese project Citimeasure, werkgroep ‘behavior and policy change’ in het CitizenScience concept. In 2021 is een start gemaakt rond het actief publiceren van open data. Wie en/of wat hadden we daarvoor nodig? Wij hebben de regionale opgaven zoals de Strategische gebiedsvisie omgeving Chemelot, uitvoering Transformatievisie Wonen en de Adaptatiestrategie opgepakt in samenwerking met de regiogemeenten, de Provincie, het Rijk en met inwoners en stakeholders. Direct betrokken partijen zoals woningcorporaties, en vastgoedeigenaren, waterschappen en terreinbeheerders zijn betrokken geweest bij de uitvoering van de activiteiten van dit programma.

Als gemeente hebben wij steeds meer de regierol op ons genomen; wij dagen andere partijen uit en spreken hen actief aan om mee te doen, ook bij de realisatie. Wat heeft het gekost?

bedragen x € 1.000 Baten

Begroting voor wijziging 2021

Begroting na wijziging 2021

Rekening 2021

Resultaat 2021

2.261

6.149

6.647

498

Lasten

-6.345

-10.784

-11.010

-227

Saldo Baten en Lasten

-4.084

-4.635

-4.363

271

Onttrekkingen

0

1.330

2.924

1.594

Toevoegingen

-1

-4.059

-4.685

-625

-1

-2.729

-1.761

968

-4.085

-7.364

-6.124

1.240

Saldo Reserves

8 VOLKSHUISV., RUIMT.ORDENING EN STED.VERNIEUWING

Analyse resultaat Het programma volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing sluit af met een resultaat van € 1,24 mln. voordelig ten opzichte van de begroting. Het resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door de vrijval uit de reserve grondexploitatie. De tussentijdse winstneming van bedrijvenstad Fortuna en het afsluiten van het project “Mijn Zuid” heeft geleid tot een storting van € 1,17 mln. in de reserve grondexploitatie. Jaarlijks wordt op basis van waardering-, markt- en organisatierisico’s de grondexploitatie projecten gekwantificeerd. En op basis hiervan wordt de benodigde reserve berekend. Er is gebleken dat de omvang van deze reserve als gevolg van de storting € 0,96 mln. te hoog is. Dit bedrag valt vrij ten gunste van de algemene middelen. Een belangrijke inkomstenbron binnen het programma zijn de bouwvergunningen. Deze waren € 0,1 mln. in 2021 hoger dan begroot. De grote uitgavenposten binnen het programma hebben betrekking op de uitgaven voor volkshuisvesting en ruimtelijke ontwikkeling/ vormgeving, de op het terrein van wonen en bouwen aan gemeentelijk vastgoed gerelateerde kosten, de met handhaving in de fysieke omgeving gemoeide kosten en uiteraard de met de vergunningverlening gemoeide kosten. Wie heeft mee betaald? De Provincie betaalt mee aan de voorbereiding en uitvoering van een aantal regionale projecten.

Het Waterschap en terreinbeheerders bij de adaptatiestrategie. Woningcorporaties en vastgoedeigenaren leveren een bijdrage aan de transformatievisie. De transformatie van Geleen-Zuid wordt gezamenlijk met ZoWonen opgepakt. 74

Wat hebben we niet gedaan en wat betekent dit? Alle geplande werkzaamheden zijn opgestart. Als gevolg van COVID-19 kenden diverse trajecten wel een langere doorlooptijd in 2021. Transformatievisie Westelijke Mijnstreek De drie gebiedsvisies die als uitwerking gemaakt zouden worden zijn niet in 2021 opgeleverd vanwege de CIVID 19 situatie is met name het participatietraject vertraagd. In 2022 zullen de drie pilots alsnog worden opgeleverd. Omgevingswet Naar verwachting wordt de Omgevingswet per 1 januari 2023 ingevoerd. Deze datum is nog niet hard. Het is nog onzeker of de invoering van deze wet binnen de beschikbare budgettaire kaders kan plaatsvinden. Beleidsindicatoren We gebruiken de zogenaamde beleidsindicatoren om de effecten van beleid op de programma’s, toe te lichten. We doen dat (verplicht) aan de hand van een vast aantal indicatoren. Door deze niet-financiële informatie op te nemen in de begroting kunnen raadsleden ook zonder specifieke financiële kennis makkelijker inschatten of de resultaten via de voorgestelde beleidskeuzes behaald kunnen worden. En ze bieden raadsleden meer inzicht om te kunnen sturen. Naam indicator

Eenheid

Waarde

Periode

Waarde

Periode

Gemiddelde WOZ waarde woningen

Duizend euro

204

2021

191

2020

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

2,8

2019

2,5

2018

Demografische druk

%

71,9

2021

71,40%

2020

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden

In Euro's

835

2021

793

2020

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

In Euro's

894

2021

850

2020

Gerelateerde beleidsnota’s

Gerelateerde verbonden partijen

Omgevingsvisie 2016 Veiligheidsvisie 2019 Masterplan Zitterd Revisited (actualisatie 2014) Centrumplan Geleen (actualisatie 2015) Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg 2016 Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg Transformatievisie Westelijke Mijnstreek 2020 Ambitiedocument ‘Luuj make Gelaen Zuid’ Groenstructuurvisie 2014 Beleidsnota archeologie en monumenten 2012 Nota Grondbeleid 2021 Nota kostenverhaal 2016 Plan van aanpak NOVI-gebied Zuid-Limburg 2020 Ambitiedocument Zitterd Climateproof

Het Gegevenshuis

75

2.1.10 OVERZICHT ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. In tegenstelling tot specifieke dekkingsmiddelen kunnen we de algemene dekkingsmiddelen dus vrij besteden. Algemene dekkingsmiddelen 2021 Primitieve begroting 2021

x € 1.000 Algemene Dekkingsmiddelen Baten

Jaarrekening 2021

Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is

57.738

57.309

57.299

Algemene uitkeringen

176.016

187.171

189.942

Dividend

770

868

873

het saldo uit financieringsfunctie

110

110

110

234.634

245.457

248.224

-1.234

-1.556

-1.378

-797

-461

-62

-6.845

-1.117

-1.628

-100

-260

-261

-8.976

-3.395

-3.329

225.658

242.062

244.895

Totaal Baten Lasten

Actuele begroting 2021

Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is Algemene uitkeringen Overige dekkingsmiddelen het saldo uit financieringsfunctie

Totaal Lasten Saldo Algemene Dekkingsmiddelen

De twee belangrijkste inkomstenbronnen zijn de lokale heffingen en het gemeentefonds, hun aandeel bedraagt 99,6% van de totale opbrengst uit de algemene dekkingsmiddelen. Voor een toelichting over de financieringsfunctie (taakveld 05 treasury) en de dividenden (taakveld 05 treasury) verwijzen we naar de paragraaf Financiering en de paragraaf Verbonden partijen. Een analyse van de overige dekkingsmiddelen vindt u terug in de financiële analyse onder taakveld 08 overige baten en lasten. Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is De gemeentelijke belastingen is de tweede grootste inkomstenbron van de gemeente. Het saldo van de lokale heffingen (waarvan de besteding niet gebonden is) is exclusief de leges en rechten zoals de riool- en afvalstoffenheffing. Het tarief van deze heffing mag niet hoger zijn dan de begrote kosten. De baten en lasten van de bestedingsgebonden heffingen verantwoorden we onder het betreffende programma. Bijvoorbeeld de riool- en afvalstoffenheffing valt onder het programma volksgezondheid en milieu. De lokale heffingen zijn verdeeld over 4 taakvelden: • 061 OZB woningen (particuliere) • 062 OZB niet-woningen (ondernemers en organisaties) • 063 Parkeerbelasting • 064 Hondenbelasting, reclamebelasting, precariobelasting. * De toeristenbelasting valt onder programma 3 Economie.

Voor meer informatie over de gemeentelijke heffingen en het uitgevoerde gemeentelijke belastingbeleid verwijzen wij naar de paragraaf Lokale Heffingen.

76

Gemeentefonds Uitkeringen uit het gemeentefonds (taakveld 07) Primitieve begroting 157.593 18.423 176.016

Algemene uitkering Integratie- en decentralisatie uitkeringen

Actuele Jaarrekening begroting 2021 166.061 167.473 21.110 22.469 187.171 189.942

Alle gemeenten ontvangen geld van het Rijk om hun taken uit te voeren uit het Gemeentefonds. Het gemeentefonds met een omvang van ca. € 190 mln. is goed voor een dekking van ca. 50% van de totale gemeentelijke lasten en hiermee de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De uitkeringen uit het gemeentefonds mogen we overal voor inzetten. De hoogte van de uitkeringen worden afgeleid uit de gemeentefondscirculaire. Jaarlijks verschijnen meestal drie circulaires. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Het rijk werkt volgens een kasstelsel en kosten worden geboekt in het jaar dat betaald is. De mutatie die ontstaat door de koppeling tussen het gemeentefonds en de rijksuitgaven (‘samen de trap op en samen de trap af’) noemen we het accres. De accressen 2020 en 2021 zijn vastgeklikt op het niveau van de meicirculaire 2020. Dit om rust en stabiliteit te creëren tijdens de coronapandemie. Hierdoor komt geen afrekening in de meicirculaire 2022 van het accres 2021. Voor de jaren vanaf 2022 heeft het kabinet eveneens besloten geen accres toe te kennen over het aanvullende maatregelenpakket van € 2,75 miljard naar aanleiding van de Algemene Politieke Beschouwingen. Volgens de methode ‘samen de trap op en af’ had ca.

10 % van deze mutatie naar het gemeentefonds moeten gaan. Wel compenseert het Rijk, via de decembercirculaire, jaarlijks € 0,6 mln. vanaf 2022 voor de toename van salarissen in het zorgdomein. De actuele begroting van het Gemeentefonds is gebaseerd op de septembercirculaire 2021. Het verschil tussen de begroting en de jaarrekening 2020 is de decembercirculaire 2021. De belangrijkst mutatie uit de decembercirculaire is de 3e steunpakket voor de coronacrisis ad. € 1,9 mln. Dit bedrag zetten we opzij om de (toekomstige) nadelen uit de coronacrisis op te vangen. Daarnaast hebben we compensatie ontvangen voor nieuwe taken, waaronder het versterken van de dienstverlening voor kwetsbare inwoners. Via de bestemming doen wij een voorstel om dit bedrag over te hevelen naar de begroting 2022.

77

2.1.11 OVERZICHT OVERHEAD In de gemeentelijke begroting wordt de overhead centraal begroot en verantwoord. Om een begrotingstekort te voorkomen is het toerekenen van overhead naar de grondexploitaties en investeringsprojecten wel toegestaan. Daarnaast wordt de overhead meegenomen in de berekening van de kostendekkende tarieven. De overhead is opgenomen op taakveld 0.4 Overhead. In de paragraaf lokale heffingen is een wettelijk verplichte passage opgenomen over de kostendekkendheid van de gemeentelijke heffingen en leges. Overhead wordt gedefinieerd als alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Onderstaand overzicht geeft een uitsplitsing van de overhead, waarbij: 1. Algemene overhead: Activiteiten die gericht zijn op de sturing van de organisatie als geheel, deze activiteiten voegen geen rechtstreekse waarde toe en worden daarom niet toegerekend naar projecten en gemeentelijke rechten en leges. 2.

Ondersteunende overhead: activiteiten die niet te beïnvloeden zijn door de budgethouders maar wel voor hen een waarde vertegenwoordigen. Het betreft de activiteiten die vallen onder de bedrijfsvoeringstaken en het management in het primair proces. Deze overhead wordt via een toeslag doorberekend naar grondexploitatie, investeringsprojecten en gemeentelijke rechten en leges.

3.

Specifieke overhead: activiteiten die niet tot de directe productkosten wordt gerekend maar wel toerekenbaar is naar een specifieke cluster en product(en), bijvoorbeeld contractmanagement Wmo. De directe overhead voegt geen waarde toe aan projecten, leges en rechten. Daarom zijn deze kosten niet meegenomen in de overheadtoeslag. Begroting 2021 voor wijzigingen

Wijzigingen 2021

Begroting 2021 na wijzigingen

Algemene Overhead

2.945

223

3.169

3.052

-117

Ondersteunende Overhead

26.423

5.038

31.461

32.120

660

Specifieke overhead

2.520

222

2.742

1.909

-833

Totaal Overhead

31.888

5.483

37.371

37.081

-290

Doorbelast naar projecten

-1.328

410

-918

-782

136

Totaal taakveld organisatie

30.560

5.893

36.453

36.299

-154

Begroting 2021 voor wijzigingen

Jaarrekening 2021

Totaal fte

787,62

787,62

0,00

fte ondersteunende overhead

208,77

208,77

0,00

Fte excl. ondersteunede overhead

578,85

578,85

0,00

Ondersteunende overhead x € 1.000

27.264

32.120

4.856

Overhead per fte x € 1

47.100

55.490

8.390

Overheadtarief afgerond op € 500

47.000

55.500

8.500

Onderdeel

OVERHEADTARIEF

78

Verschil

Rekening 2021

Resultaat 2021

Het overheadtarief voor het jaar 2021 was in de begroting bepaald op € 47.000 per fte. Op basis van de jaarrekening 2021 is het tarief € 55.500 per fte. De toerekening van overhead aan rechten en heffingen is overigens gebaseerd op de begroting voor wijzigingen. De stijging wordt grotendeels veroorzaakt doordat VIDAR is opgenomen in de gemeentelijke begroting. Echter is deze mutatie nog niet doorgevoerd in de formatie en de fte ondersteunende overhead. Deze doorrekening wordt verwerkt bij de begroting 2023. Het resultaat ten opzichte van de begroting na wijziging bedraagt € 0,66 mln. bij de ondersteunende overhead. Bij de verantwoording van de kostendekkendheid van de rechten en heffingen in de paragraaf lokale heffingen wordt rekening gehouden met de gerealiseerde overhead op basis van de begroting 2021. Voor een toelichting op de verschillen tussen begroting en resultaat verwijzen wij u naar paragraaf 3.7 Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

2.1.12 BEDRAG HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING Vennootschapsbelasting wordt geheven over de winst die behaald wordt door een gemeente met activiteiten die aan de criteria voldoen van ondernemerschap. Bij de inventarisatie van onze activiteiten blijkt een aantal winstgevend te zijn. Echter daar is geen vennootschapsbelasting over verschuldigd, omdat de activiteiten onder een vrijstelling vallen of als normaal vermogensbeheer zijn te beschouwen.

2.1.13 ONVOORZIEN Artikel 8 van de BBV stelt dat de gemeente verplicht is een post onvoorziene uitgaven op te nemen in de begroting. Deze post is bedoeld om tegenvallers en/of nieuwe beleidsinitiatieven incidenteel op te kunnen vangen. Wij hebben hiervoor in de begroting 2021 € 0,1 mln. opgenomen. In 2021 is deze post niet aangewend, zodat het bedrag van € 0,1 mln. vrijvalt ten gunste van het jaarrekeningresultaat.

79

2.2 PARAGRAFEN 2.2.1 LOKALE HEFFINGEN INLEIDING Deze paragraaf bevat informatie over diverse gemeentelijke belastingen en heffingen en gaat in op de consequenties van de gemeentelijke woonlastendruk voor de inwoners van Sittard-Geleen. GEMEENTELIJKE BELASTINGBELEID Voor het gemeentelijk belastingkader gelden de volgende uitgangspunten: • De gemeentelijke woonlasten worden geheven op basis van het gemiddelde van de vier grote Limburgse gemeenten; • De tarieven worden uitsluitend geïndexeerd, tenzij sprake is van noodzakelijke investeringen op het gebied van afval en riool; • De algemene heffingen (honden- en toeristenbelasting) worden, voor zover er dekkingsmiddelen zijn benaderd als bestemmingsheffing; • Lastenverdeling naar rato van draagkracht op basis van redelijkheid en billijkheid; • De afnemer/ vervuiler betaalt; • De dienstverlening is kostendekkend. Rekenkameronderzoek BsGW 11 rekenkamercommissies, waaronder die van Sittard-Geleen hebben in 2021 een onderzoek uitgevoerd naar de belastingsamenwerking BsGW. In de gemeenteraden van een aantal aangesloten gemeenten is behoefte om meer inzicht en (financiële) grip te krijgen op de gemeenschappelijke regeling BsGW. Het onderzoek heeft als doel om de gemeenten: • Inzicht te geven in de kostenontwikkeling en de ontwikkeling van de kwaliteit van de taakuitvoering/dienstverlening door BsGW.

• Inzicht te geven in de mate waarin de gemeenten (college en raad) grip hebben op de ontwikkeling van de kwaliteit van de taakuitvoering/dienstverlening en de ontwikkeling van de kosten van BsGW. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: “Hoe effectief en kosten-efficiënt is de taakuitvoering van BsGW voor deelnemende gemeenten?” Het onderzoek heeft geleid tot 14 conclusies met 7 aanbevelingen. 1. Ontbreken van kernindicatoren voor de kwaliteit van taakuitvoering en dienstverlening 2. Ontwikkelen van een Dashboard voor relevante financiële informatie 3. Actiever communiceren met de gemeenteraden 4. Gezamenlijke strategische aanpak proceskosten 5. Besluitvorming harmonisering van taken 6. Versterking van gemeentelijke sturings- en verantwoordingslijn 7. Verbetering samenspel Algemeen Bestuur (AB) en Dagelijks Bestuur (DB) De aanbevelingen worden door BsGW opgepakt, over de voortgang wordt gerapporteerd via de bestuursrapportages van de BsGW. Rekenkameronderzoek afval In 2021 heeft de rekenkamer een onderzoek laten doen naar afval. Het onderzoek is begin 2022 afgerond en zal in 2022 behandeld worden in de gemeenteraad. 80

MONITOR GEMEENTELIJKE WOONLASTENDRUK Uitgangspunt voor de gemeente Sittard-Geleen is dat de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een inwoner van Sittard-Geleen overeenkomt met de gemiddelde woonlastendruk van de vier grootste gemeenten uit Limburg. Ieder jaar publiceert de provincie Limburg het belastingoverzicht. In deze benchmark wordt een vergelijking gemaakt van de lasten betreffende de OZB voor een woningeigenaar, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing van de Limburgse gemeenten. Tabel Belastingoverzicht 2021 4 grootste gemeenten van Limburg R a n g

Gemeen telijke lasten eigenaar / gebruiker

R a n g

396,61

3

779,42

1

4

387,69

2

825,43

3

276,42

2

276,42

1

861,22

4

274,21

1

429,51

4

797,90

2

Rioolrecht gebrui ker

Rioolrecht eigenaar/ gebruiker

R a n g

Afvalstoffen heffing

R a n g

2

96,19

178,15

2

300,42

3

289,72

1

51,48

199,50

4

336,21

2

403,36

4

0,00

181,44

3

3

368,39

3

155,30

155,30

1

Gemeen telijke lasten gebruiker

Gemeente

Gemiddelde waarde woningen

R a n g

OZB Eige naar

R a n g

Heerlen

158.637

1

300,85

Maastricht

243.459

4

Sittard-Geleen

203.512

Venlo

224.492

Streefwaarde:

207.525

332,91

179,89

299,51

812,31

Gemiddeld Provincie

228.085

330,27

215,55

271,48

817,30

Bron: belastingoverzicht 2021 van de provincie Limburg * rang 1 is de goedkoopste en rang 4 de duurste gemeente Alle bedragen, behalve de rang zijn in €

Uit het belastingoverzicht 2021 blijkt dat de gemeente voor 2021 plaats 4 op de ranglijst heeft en daarmee het duurste is. Voor 2021 is de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een woningeigenaar van Sittard-Geleen € 48,91 hoger dan het gemiddelde van de 4 grootste gemeenten. In 2020 was de woonlast € 30,06 hoger dan het gemiddelde. Meerjarige woonlasten Onderstaand een overzicht van de ontwikkeling van de gemiddelde woonlast vanaf 2018 ten opzichte van het gemiddelde van de provincie en de 4 grootste gemeenten van de provincie. De gemeente zit vanaf 2019 boven de streefwaarde. Maar 5 gemeenten in Limburg hebben hogere woonlasten dan Sittard-Geleen, dit zijn Mook en Middelaar, Gulpen-Wittem, Eijsden-Margraten, Voerendaal en de duurste gemeente Meerssen. Grafiek Ontwikkeling gemiddelde woonlasten

Bron: belastingoverzichten provincie

81

De gemiddelde woonlasten zijn voor een eigenaar de afgelopen jaren gestegen van € 727 in 2018 naar € 861 in 2021. GEMEENTELIJKE BELASTINGEN De totale opbrengst uit gemeentelijke belastingen, afvalstoffen- en rioolheffing bedraagt € 73 mln., hierbij is rekening gehouden met de nog op te leggen heffingen in 2021 over heffingsjaar 2020. Hieronder volgt een uiteenzetting van de opbrengsten van de algemene gemeentelijke belastingen en rechten: Tabel opbrengsten gemeentelijke belastingen Gerealiseerde opbrengst 2020 x € 1.000

Actueel geraamde opbrengst 2021 x € 1.000

Gerealiseerde opbrengst 2021 x € 1.000

OZB - niet woning eigenaar

19.495

20.866

21.131

Afwijking jaarrekenin g 2021 t.o.v. begroting 2021 x € 1.000 265

OZB - niet woning gebruikers

13.848

14.397

14.512

115

Afwijking jaarrekening 2021 t.o.v. begroting 2021 in %

0,8%

1,3%

OZB - woning eigenaar

17.302

18.442

18.767

325

1,8%

Totaal OZB

50.645

53.705

54.410

705

1,3%

Afvalstoffenheffing (vastrecht en diftar) Rioolheffing

12.440

13.094

13.471

377

2,9%

9.077

8.906

8.928

22

0,2%

Totaal opbrengst afvalstoffen- en rioolheffing

21.517

22.000

22.399

399

1,8%

Hondenbelasting

778

804

800

-4

-0,5%

Precariobelasting

38

0

0

0

0,0%

Reclamebelasting

287

0

-1

-1

0,0%

Toeristenbelasting

187

278

329

51

18,3%

Totaal opbrengst overige belastingen

1.290

1.082

1.128

46

4,3%

Totaal

73.452

76.787

77.937

1.150

1,5%

Grafiek Verdeling gemeentelijke belastingopbrengsten

82

De grootste inkomstenbron uit gemeentelijke belastingen voor de gemeente is de Onroerend Zaakbelasting. De overige gemeentelijke belastingen, zoals hondenbelasting bedragen nog geen 1% van de totale belastingopbrengst. INVLOED CORONA OP GEMEENTELIJKE BELASTINGEN De coronacrises heeft in 2021 invloed gehad op de gemeentelijke belastingen. Zo zijn er in 2021 een aantal maatregelen genomen: • de precariobelasting voor terrassen en reclamebelasting is over geheel 2021 niet in rekening gebracht bij de ondernemers; • voor de vergunning voor een tijdelijke terrasoverkapping hoeven ondernemers geen leges te betalen; • voor de marktgelden zijn over de periode dat er geen toegang tot de weekmarkt voor de non-food ondernemers was, dit waren de maanden januari tot en met april, geen aanslagen voor markt- en promotiegeld opgelegd aan deze ondernemers. De lagere opbrengsten zijn gedekt uit de coronapot. Door deze maatregelen en door corona zijn er minder inkomsten ontvangen en zijn er door de BsGW en gemeente meer kosten gemaakt. Met name het uitstel van betaling heeft geleid tot extra kosten en minder opbrengsten uit invordering bij de BsGW. BsGW heeft in 2021 een verlies gemaakt van € 1,7 mln., waarvan € 0,8 mln. door Corona. ONROERENDE ZAAKBELASTING (OZB) De onroerende zaakbelasting (OZB) is de belangrijkste gemeentelijke heffing.

De OZB is een objectieve en zakelijke belasting die wordt geheven van eigenaren van onroerend goed ter verkrijging van een bijdrage in de algemene middelen. Per saldo is er in 2021 een positief resultaat behaald van € 0,7 mln. op de OZB. Dit resultaat is met name veroorzaakt doordat de WOZ-waarden over 2021 hoger zijn uitgevallen dan eerder verwacht. In de verwachting was rekening gehouden met meer aanpassingen door bezwaren en een grotere invloed van Corona. Waarderen woningen op gebruikersoppervlakte In 2018 is gestart met de voorbereidingen ter invoering van een nieuwe WOZ-waarderingssystematiek. Vanaf 2022 moeten alle WOZ taxaties van woningen op het aantal vierkante meters (gebruiksoppervlakte) gebaseerd zijn. Dit is een landelijke verplichting waardoor we overgaan van kubieke meters naar vierkante meters. Dit zorgt landelijk voor duidelijkheid en eenheid voor woningeigenaren. Het jaar 2021 stond in het teken van testen. Vervolgonderzoek naar ontwikkelingen rond WOZ-bezwaren Bewindslieden van de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie en Veiligheid en Financiën hebben in het najaar van 2021 bestuurlijk overleg over de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). De inzet van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) daarbij is dat er vóór de volgende WOZ-ronde perspectief komt op een oplossing voor de no cure no pay-constructies in de Wet WOZ.

Het aantal no cure no pay-bezwaren tegen WOZ-beschikkingen neemt de afgelopen jaren enorm toe. Door de hoge kosten en de tijd die de afhandeling van deze bezwaren en beroepen kost komt een verantwoorde uitvoering van de Wet WOZ onder druk te staan.

83

Het huidige Besluit proceskosten bestuursrecht moet aangepast worden, met aandacht voor (in volgorde van relevantie): 1. het waarborgen van een adequate rechtsbescherming van burgers en bedrijven, 2. het garanderen van de uitvoerbaarheid van de Wet WOZ en 3. een proceskostenregeling als tegemoetkoming voor gemaakte kosten en niet als verdienmodel. Met het onderzoek wordt een vervolg gegeven aan de uitkomsten uit het rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WDOC) ‘Van beroep in bezwaar, werkwijze en verdienmodel ‘no cure no pay’ bedrijven WOZ en BPM. Het rapport bevat waardevolle elementen, maar geeft niet op alle vragen een antwoord. Verder onderzoek moet die antwoorden geven, zodat passende oplossingen kunnen worden toegepast. Onderstaand is de ontwikkeling van de gemiddelde OZB aanslag woningen over de jaren 2018 tot en met 2021 weergegeven. Grafiek Ontwikkeling gemiddelde OZB-aanslag woningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=1c52d7cc-f1fc-4002-8117-983322bc250c