CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

a Jaarstukken 2021

Raad 12 juli 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Jaarstukken 2021 (Buhler) (1ste termijn) (49)42.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Bron: belastingoverzichten provincie

De gemiddelde aanslag OZB is voor woningeigenaren de afgelopen jaren gestegen van € 311 in 2018 naar € 403 in 2021. AFVALSTOFFENHEFFING In artikel 10.211 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders zorgdragen, dat tenminste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. De inzamelplicht geldt niet voor grove huishoudelijke afvalstoffen. De gemeenteraad kan een heffing instellen ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen. Deze afvalstoffenheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 15.33, eerste lid, van de Wet Milieubeheer. Een bestemmingsbelasting betekent dat de opbrengsten de kosten niet mogen overschrijden, er mag geen winst gemaakt worden op de afvalstoffenheffing. De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is uitbesteed aan de NV RWM. Voor de afvalstoffenheffing geldt het principe van kostendekkende tarieven. Dat betekent dat het beleid erop is gericht dat de lasten van afvalverwerking volledig worden verhaald. De inkomsten zijn in meerjarenperspectief dan ook gelijk aan de ramingen van de lasten. Het overschot/tekort van een bepaald jaar wordt gestort in c.q.

gedekt uit de bestemmingsreserve en voorziening afvalverwerking. 84

Grafiek Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing

Bron: belastingoverzichten provincie

In bovenstaande grafiek wordt de ontwikkeling van het tarief van de afvalstoffenheffing weergegeven. Het gemiddelde tarief van de afvalstoffenheffing liet de afgelopen jaren een licht dalende trend in de gemeente zien, vanaf 2019 stijgt het tarief weer. De stijging is met name toe te rekenen aan de verhoging van de afvalstoffenbelasting van het Rijk en teruglopende inkomsten uit de opbrengstenstromen. Deze trend is ook zichtbaar in de tariefontwikkeling van de andere gemeenten. Het tarief is gestegen van € 236 in 2018 naar € 276 in 2021. Het tarief ligt in lijn met het gemiddelde van de provincie. De stand van de voorziening afval bedraagt per 31 december 2021 € 1,8 mln. Hierin zijn middelen bestemd voor de uitvoering van het actieplan afval om het beoogd inzamelresultaat (aantal kilo restafval per inwoner) een positieve impuls te geven. In 2021 is hieraan uitvoering gegeven door o.a. het plaatsen van recycleparkjes, het vaststellen van het regionaal beleidskader van afval naar grondstoffen 2021-2025 en het opstellen van het concept regionaal uitvoeringsplan van afval naar grondstoffen 2022-2025. RIOOLHEFFING Rioolheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 228a, eerste lid van de Gemeentewet.

In dit artikel is vastgelegd dat onder de naam rioolheffing een belasting kan worden geheven ter bestrijding van kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het waterbeheer. Essentie van de kostenverhaling bij de rioolheffing is dat de gemeente drie zorgplichten heeft en de kosten daarvan mag verhalen. De zorgplichten zijn een afvalwaterzorgplicht, een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. De opbrengsten van de rioolheffing moeten aan deze zorgplichten worden uitgegeven. De wijze waarop de gemeente aan de zorgplichten voldoet, is beschreven in het beleidsplan stedelijk water Westelijke Mijnstreek. Ontwikkelingen Waterbeheer De gemeente Sittard-Geleen heeft samen met de gemeenten in de regio en met het waterschap een beleidsen uitvoeringskader voor de periode 2015-2020 vastgesteld. In 2020 is gestart met het actualiseren van het regionaal op te stellen beleidsplan water en Klimaatadaptatie, beheerplan water en klimaatadaptatie, projectplan en kostendekkingsplan. Door vertraging bij het uitvoeren van de stresstesten zijn de plannen eind 2021 behandeld in het college en vastgesteld in de raadsvergadering van 27 januari 2022. 85

Klimaatadaptatie Vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wordt landelijk gestuurd op het behalen van de doelen vanaf 2020 klimaatbestendig te handelen en in 2050 klimaatbestendig te zijn in Nederland. In 2018 is vanuit de samenwerking in waterbeheer gestart met een uitvoerig regionaal onderzoek naar het optimaliseren van de riolering en de waterhuishouding inclusief een regionale stresstest klimaatbestendigheid, waarbij gekeken wordt naar wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen. Dit proces moet inzicht geven in de regionale opgave voor klimaatadaptatie en de opmaat zijn voor de in het deltaprogramma voorgeschreven risicodialoog met de leefomgeving. Het onderzoeksproces is in 2021 afgerond. Om onze burgers bewust te maken van klimaatadaptatie is eind 2021 een subsidieregeling klimaatadaptatie voor onze burgers vastgesteld. Wij stimuleren het aanleggen van groene daken, groene gevels en het plaatsen van schotten om de gevolgen van wateroverlast te verminderen. Voor de subsidieregeling is € 0,2 mln. beschikbaar. Subsidieregeling afkoppelen hemelwater Met de stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater willen we de bewustwording van onze burgers inzake klimaatadaptatie vergroten. Communicatie vindt lokaal en Limburg breed plaats via de website www.waterklaar.nl.

Gestreefd wordt minder schoon water naar de zuivering te transporteren, meer water in de bodem te brengen ter bestrijding van droogte en meer ruimte voor water te krijgen waardoor de kans op wateroverlast afneemt. Elke perceeleigenaar is zelf waterbeheerder en draagt zorg voor zijn leefomgeving. Willen we klimaatontwikkeling en wateroverlast het hoofd bieden moet iedereen een steentje(minder) bijdragen. Per december 2021 hebben 120 mensen gebruik gemaakt van de subsidieregeling. In totaal is een kleine 18.250m2 verharding afgekoppeld. In 2021 is voor afgerond € 50.000 aan beschikkingen afgegeven en daarmee resteert nog ongeveer € 0,5 miljoen aan uit te keren middelen. 50% van de kosten wordt gedragen door het Waterschap Limburg. De regeling loopt nog tot en met 2021. Eind 2021 is de regeling met twee jaar verlengd. Ten aanzien van het rioolrecht geldt het principe dat de tarieven maximaal kostendekkend mogen zijn. Grafiek Ontwikkeling tarief rioolheffing

Bron: belastingoverzichten provincie

Het tarief voor de rioolheffing is in 2021 gedaald door de incidentele inzet van de voorziening riolering. Het tarief is over de jaren niet veel gestegen van € 179 in 2018 naar € 181 in 2021. De stand van de reserve per 31 december 2021 bedraagt € 58.000 en de voorziening € 0,6 mln. De stand van de reserve is niet gewijzigd. De voorziening is met € 0,7 mln. afgenomen, de voorziening is mede gebruikt om het tarief voor 2021 te verlagen. 86

OVERIGE ALGEMENE BELASTINGEN De opbrengsten uit de hondenbelasting liggen in lijn met de begroting. In 2022 zijn op verzoek van de gemeenteraad de tarieven van de hondenbelasting met 50% verlaagd. De precariobelasting voor terrassen en de reclamebelasting is in 2021 in verband met Corona niet in rekening gebracht bij de ondernemers. De gemiste inkomsten zijn ten laste van de Coronapot gebracht. De opbrengst van de toeristenbelasting is € 50.000 hoger dan begroot. Dit komt doordat er nog nagekomen inkomsten zijn uit 2020. Corona heeft minder invloed gehad op de toeristenbelasting 2020 dan eerder gedacht. De inkomsten over 2021 zijn in lijn met de begroting. KOSTENDEKKENDHEID Bij de rechten en bestemmingsheffingen onder artikel 229 Gemeentewet dient er sprake te zijn van een aanwijsbare tegenprestatie door de overheid. Voor de vaststelling van de rechten is de gemeente gehouden aan het vereiste dat de geraamde baten de geraamde lasten niet mogen overschrijden. Er dient dus sprake te zijn van ten hoogste kostendekkende rechten. In de begroting 2021 is een berekening gemaakt van de kostendekkendheid. De overhead is berekend op € 47.100 per fte. Onderstaand is een overzicht van de kostendekkendheid opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat de wettelijke regel van maximaal 100% kostendekkendheid alleen geldt voor de begroting en niet voor de jaarrekening.

Wel is het belangrijk dat indien bij de jaarrekening blijkt dat de kostendekkendheid meer dan 100% is, bij de eerstvolgende berekening van de kostendekkendheid de budgetten opnieuw worden beoordeeld, en indien nodig worden bijgesteld op basis van de realisatie. Tabel Overzicht kostendekkendheid exclusief leges Gemeentelijke belastingen en heffingen

Taakveld

Overhead

BTW

Totale Kosten

Totale opbrengsten

Kostendekking

( x 1.000) Naheffingsaanslag parkeren € 213 €0 €0 € 213 € 135 63% Afvalstoffenheffing* € 11.231 € 208 € 1.421 € 12.860 € 13.629 106% Rioolheffing € 7.688 € 264 € 826 € 8.778 € 8.928 102% Marktgelden € 255 € 90 € 27 € 372 € 209 56% Lijkbezorging € 447 € 111 € 33 € 591 € 443 75% Scheepvaart € 140 € 38 €0 € 178 € 208 117% Aanlegrechten uitweg € 22 €0 €0 € 22 € 27 119% Telecommunicatie € 67 € 31 €0 € 98 € 104 106% Rioolaansluitingen € 67 € 14 €0 € 81 € 116 143% + is minder lasten / meer baten dan begroot is meer lasten / minder baten dan begroot * in de totale opbrengsten afvalstoffenheffing zijn overige opbrengsten ad € 0,16 mln. opgenomen, die niet zijn meegenomen in de tabel opbrengst gemeentelijke belastingen.

Binnen de verschillende verordeningen is er sprake van kruissubsidiering. De belangrijkste verschillen worden onderstaand toegelicht. Naheffingsaanslag parkeren De kostendekkendheid op basis van de begroting was 82%, door met name corona is deze gedaald naar 63%. Er zijn minder boetes opgelegd doordat er minder geparkeerd is. Daarnaast is er minder personele inzet toegerekend, de vaste lasten zijn echter niet gewijzigd, waardoor de lasten relatief minder sterk zijn gedaald dan de opbrengsten. 87

Afvalstoffenheffing De kostendekkendheid op basis van de begroting is 100%. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing in de jaarrekening is na de begrote onttrekking uit de voorziening afval voor het actieplan 106%. Aan de baten kant zijn er per saldo meer baten door meer opbrengsten uit de Milieuparken en diftar, doordat o.a. inwoners door corona meer afval hebben weggebracht. Aan de lasten kant zijn er hogere kosten voor afvalinzameling (huis aan huis en milieuparken). Daarnaast zijn er minder kosten gemaakt voor de verwerking van afval, en meer opbrengsten uit deze afvalstromen. De toegerekende lasten zijn lager door minder kosten voor straatreiniging, kwijtschelding en extracomptabele lasten (btw). Rioolheffing De kostendekkendheid op basis van de begroting is 100%, door inzet van de voorziening riolering met € 0,36 mln. ter dekking van de hogere doorbelasting van de kosten voor onderhoud bermen en de onkruidbestrijding van verharding. En door inzet van € 0,53 mln. om het tarief 2021 te verlagen. De kostendekkendheid van de rioolheffing in de jaarrekening is 102%. Er zijn minder kosten gemaakt voor straatreiniging, onderhoud riolering en onderuitputting kapitaallasten. Ook zijn er minder extracomptabele lasten (btw) toegerekend. Marktgelden Bij de marktgelden wordt er in het door het college vastgestelde uitvoeringsplan “Samen maken we de weekmarkt” d.d.

31 oktober 2017 toegewerkt naar een 100% kostendekkendheid. In het uitvoeringsplan wordt uitgegaan van de doorloopperiode 2018-2023. Gezien de keuze van de gemeente voor een actieve rol om de juiste voorwaarde te scheppen voor een kwalitatieve hoogwaardige weekmarkt zal naar schatting de kostendekkendheid gedurende de uitvoering van de maatregelen volgens het uitvoeringsplan op het niveau van 2019 blijven. De kostendekkendheid van de marktgelden komt uit op 56%, begroot was 83%. Net zoals in 2020 werden we geconfronteerd met het afgelasten van de 2 jaarmarkten i.v.m. de gevolgen van COVID-19. Daarnaast mochten enkele kooplieden minder m2 in gebruik nemen als gevolg van de 1,5 meter samenleving. Met name hierdoor zijn de ontvangen marktgelden fors lager dan voorgaande jaren. Lijkbezorgingsrechten, aanlegrechten uitweg en telecommunicatierechten De kostendekkendheid op basis van de realisatie laat verschillen zien van respectievelijk 3%, 19% en 52%. Bij de lijkbezorging zijn dit jaar meer inkomsten uit grafverhuur, daartegenover staat ook een overschrijding van de lasten. Bij de aanlegrechten uitweg zijn de aangelegde inritten 2021 vrijwel kostendekkend uitgevoerd. Bij de telecommunicatierechten is het verschil fors enerzijds door lagere personeelskosten en anderzijds door meer inkomsten uit aanvragen nutsbedrijven.

Scheepvaartrechten De kostendekkendheid op basis van realisatie is 116%, terwijl bij de begroting is uitgegaan van 97%. De baten uit scheepvaartrechten zijn hoger uitgevallen dan in de kostendekkendheid begroot was. Dit komt omdat sinds 2021 nog enkel gewerkt wordt met het voltarief en niet meer met het halfvol tarief. Daarnaast zijn er meer vaarbewegingen. Waar in de begroting en realisatie geen rekening mee is gehouden, is dat eens in de 6-8 jaar groot onderhoud plaats dient te vinden. Wij zijn bezig met het opstellen van een nieuw onderhouds- en beheersplan voor de haven voor de komende jaren. Op basis hiervan zullen er voldoende voorzieningen gebouwd moeten worden om de haven op peil te houden. Besluitvorming zal in 2022 voorgelegd worden. Rioolaansluitrechten De kostendekkendheid op basis van de realisatie is 143%, terwijl bij de begroting is uitgegaan van 100%. Dit wordt veroorzaakt door dat in een straat 38 aansluitingen gelijk zijn gerealiseerd zijn tegen een gunstige aanneemsom. Indien geen rekening wordt gehouden hiermee is het tarief in 2021 vrijwel kostendekkend.

88

Leges Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor: a. Het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. Het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument. Voor de legesverordening wordt niet alleen de kostendekkendheid per onderdeel berekend, maar ook de kostendekkendheid van de gehele legesverordening. In sommige gevallen zijn de opbrengsten uit een bepaalde dienst hoger dan de kosten (overdekking), deze wordt dan gebruikt voor het tekort op een andere dienst. Subsidiëring van onrendabele activiteiten met winst uit rendabele activiteiten. Dit wordt kruissubsidiëring genoemd. Tabel Overzicht kostendekkendheid leges op titel Taakveld

Recapitulatie Titel 1, 2 en 3

Overhead

Totale Kosten

Totale Opbrengsten

Kostendekking

Kostendekking Titel 1

€

939.517

€

324.621

€

1.264.138

€

1.162.420

92%

Kostendekking Titel 2

€

1.833.675

€

663.412

€

2.497.087

€

2.441.829

98%

Kostendekking Titel 3

€

41.343

€

15.059

€

56.402

€

42.788

76%

Kostendekking totale tarieventabel

€

2.814.535

€

1.003.092

€

3.817.627

€

3.647.037

96%

De kostendekkendheid voor de gehele legestabel komt uit op 96% ten opzichte van 92% begroot. De grootste afwijkingen per titel en hoofdstuk worden onderstaand toegelicht. Van enkele hoofdstukken in titel 1 van de legestabel is de kostendekkendheid 0%, deze: - zijn vervallen in de modelverordening van de VNG, hoofdstuk 5, 6, 14 en 15; - worden niet gebruikt, hoofdstuk 11 en 12; - zijn voor de aantallen zo laag dat er niet apart kosten en opbrengsten geraamd en geboekt worden. Titel 1 algemene Dienstverlening Reisdocumenten: In 2021 is de begroting aangepast aan nieuwe prognoses, de af te dragen rijksleges zijn gestegen, maar ook de opbrengsten zijn gestegen. Daarmee samenhangend is de personele inzet wat toegerekend kan worden aan dit onderdeel gestegen. De kostendekkendheid is door aanpassing van de begroting gestegen van 90% naar 99%. De realisatie ligt ook op 99%. Verstrekkingen BRP en overige publiekszaken: In het algemeen vertalen mutaties in aantallen of in toe te rekenen kosten zich in een hogere percentuele afwijking als de massa klein is, hierdoor is de kostendekkendheid in de realisatie boven de 100% uitgekomen. Per saldo is de kostendekkendheid voor titel 1 Algemene Dienstverlening gestegen van 93% ten opzichte van 85% begroot.

Telecommunicatie: Bij de telecommunicatie is het verschil tussen realisatie 147% versus begroting 76% procentueel fors door enerzijds lagere personeelskosten en anderzijds meer inkomsten uit aanvragen nutsbedrijven.

89

Tabel Overzicht kostendekkendheid leges Titel 1 Totale Opbrengsten

Kostendekking

€ 166.338

€ 145.955

88%

€ 381.754

€ 378.766

99%

€ 119.985

€ 416.595

€ 413.152

99%

€ 45.456

€ 28.053

€ 73.509

€ 79.208

108%

(Vervallen)

€0

€0

€0

€0

0%

(Vervallen)

€0

€0

€0

€0

0%

7

Bestuursstukken

€0

€0

€0

€0

0%

8

Vastgoedinformatie

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

9

Overige publiekszaken

€ 33.283

€ 4.755

€ 38.038

€ 28.909

76%

hoofdstuk

10

Gemeentearchief Sittard-Geleen

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

11

Huisvestingswet 2014

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

12

Leegstandswet

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

13

Gemeentegarantie

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

14

(Vervallen)

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

15

(Vervallen)

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

16

Kansspelen

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

17

Telecommunicatie

€ 30.334

€0

€ 30.334

€ 44.453

147%

hoofdstuk

18

Verkeer en vervoer

€ 111.001

€ 28.852

€ 139.853

€ 65.265

47%

hoofdstuk

19

Diversen

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

20

Kinderopvang

€ 13.856

€ 3.861

€ 17.717

€ 6.712

38%

€ 939.517

€ 324.621

€ 1.264.138

€ 1.162.420

92%

Titel 1 Algemene dienstverlening

Taakveld

Overhead

hoofdstuk

1

Burgerlijke stand

€ 107.944

€ 58.394

hoofdstuk

2

Reisdocumenten

€ 301.033

€ 80.721

hoofdstuk

3

Rijbewijzen

€ 296.610

hoofdstuk

4

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

hoofdstuk

5

hoofdstuk

6

hoofdstuk hoofdstuk

Kostendekking Titel 1

Totale Kosten

Titel 2 Omgevingsvergunning De kosten en opbrengsten bij hoofdstuk 3 omgevingsvergunning hebben betrekking op geheel titel 2. De kostendekkendheid voor de titel omgevingsvergunning ligt in lijn met de begrote kostendekkendheid. Titel 2 Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen Vooroverleg/beoordeli hoofdstuk 2 ng conceptaanvraag hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning hoofdstuk 4 Vermindering hoofdstuk 5 Teruggaaf Intrekking hoofdstuk 6 omgevingsvergunning Wijziging omgevingsvergunning hoofdstuk 7 als gevolg van wijziging project Bestemmingswijziginge hoofdstuk 8 n zonder activiteiten Aansluiten hoofdstuk 9 gemeenteriool In deze titel niet hoofdstuk 10 benoemde beschikking Kostendekking Titel 2

€0

Totale Kosten €0

Totale Opbrengsten €0

€0

€0

€0

€0

0%

€ 1.833.675 €0 €0

€ 663.412 €0 €0

€ 2.497.087 €0 €0

€ 2.441.829 €0 €0

€0

€0

€0

€0

98% 0% 0% 0%

€0

€0

€0

€0

0%

€0

€0

€0

€0

0%

€0

€0

€0

€0

0%

€0

€0

€0

€0

0%

€ 1.833.675

€ 663.412

€ 2.497.087

€ 2.441.829

98%

Taakveld

Overhead

€0

90

Kostendekking 0%

Titel 3 Dienstverlening Europese Dienstenrichtlijnen Titel 3 is een klein onderdeel van de legesverordening, waarvan een groot deel bestaat uit horeca- en evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij de gemeente SittardGeleen en veel andere gemeenten niet kostendekkend. Ook van titel 3 wordt van een aantal hoofdstukken de kosten en opbrengsten niet apart begroot. Door corona zijn vrijwel alle evenementen in 2021 afgelast, waardoor er zowel minder kosten als opbrengsten zijn. Kleine mutaties op aantallen of toe te rekenen kosten vertaalt zich in een hogere percentuele afwijking door de kleine massa, hierdoor is de kostendekkendheid 76% ten opzichte van 41% begroot.

Titel 3 Europese dienstenrichtlijn

Taakveld

Overhead

Totale Kosten

Totale Opbrengsten

Kostendekking

hoofdstuk

1

Horeca

€ 27.620

€ 12.441

€ 40.061

€ 40.474

101%

hoofdstuk

2

Organiseren evenementen of markten

€ 6.450

€ 517

€ 6.967

€ 641

9%

hoofdstuk

3

Seksbedrijven

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

4

Huisvestingswet 2014

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

5

Marktstandplaatsen

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

6

Winkeltijdenwet

€0

€0

€0

€0

0%

hoofdstuk

7

Overige vergunningverlening

€0

€0

€0

€0

hoofdstuk

8

Openbare orde

€ 7.273

€ 2.101

€ 9.374

€ 1.673

18%

€ 41.343

€ 15.059

€ 56.402

€ 42.788

76%

Kostendekking Titel 3

0%

KWIJTSCHELDINGS- EN INCONTINENTIEKORTING BELEID Onderstaand een samenvatting van het aantal verzoekschriften tot kwijtschelding en de afhandeling hiervan. Tabel Overzicht kwijtscheldingsverzoeken Kwijtschelding

2017

2018

2019

2020

2021

Aantal verzoekschriften Afgehandelde verzoekschriften

9.479

8.773

8.660

9.237

4.495

100,0%

99,9%

99,9%

99,8%

99,0%

Percentage toe-en afwijzingen Afwijzingen

32,9%

28,8%

27,7%

33,0%

26,1%

a) geautomatiseerd

47,5%

55,4%

54,8%

47,9%

52,2%

b) handmatig

19,6%

15,8%

17,5%

19,1%

21,7%

Totaal toewijzingen

67,1%

71,2%

72,3%

67,0%

73,9%

Toewijzingen

Het aantal kwijtscheldingsverzoeken is dalende tot en met 2019. In 2020 is er een stijging te zien. Over het jaar 2021 komen er nog verzoeken naar aanleiding van de aanslag diftar 2021 in februari 2022. Geautomatiseerde toewijzingen worden op basis van een toets bij het Inlichtingbureau toegekend, de inwoner hoeft hier geen handmatige aanvraag voor te doen.

91

Tabel Vergelijkend overzicht kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2021 jaarrekening 2020

Actuele begroting 2021

jaarrekening 2021

Afwijking jaarrekening 2021 t.o.v. begroting 2021

Afwijking jaarrekening 2021 t.o.v. begroting 2021

Kwijtschelding afval

776

900

838

-62

-6,8%

Incontinentiekorting afvalstoffenheffing

50

50

44

-6

-11,5%

Kwijtschelding hondenbelasting

34

40

35

-5

-12,2%

Totaal

860

990

918

-72

-7,3%

Bedragen x € 1.000

Na de aanslagoplegging van de diftar 2021 komen nog nieuwe verzoeken voor zowel kwijtschelding afvalstoffenheffing als incontinentiekorting. De kosten voor 2021 zijn daarom een inschatting op basis van de prognose van de BsGW. ONINBARE VORDERINGEN Bij de overdracht van belastingen naar de BsGW is de bevoegdheid tot het oninbaar verklaren van belastingvorderingen overgedragen aan de BsGW. Tabel Oninbaarheid

Bedragen x € 1.000 Heffingsjaar 2017

Oninbaar in boekjaar 2021

Reeds oninbaar geleid in eerdere jaren

Totaal oninbaar heffingsjaar

Prognose

77

172

249

249

Heffingsjaar 2018

16

122

138

206

Heffingsjaar 2019

26

87

113

273

Heffingsjaar 2020

35

32

67

386

Heffingsjaar 2021

23

0

23

407

177

413

590

1.521

Totaal

De oninbare vorderingen met betrekking tot de heffingsjaren 2017 tot en met 2021 blijven binnen de prognose van de BsGW. Een analyse op de oninbaarheid van de vorderingen over de heffingsjaren 2017 tot en met 2021 laat zien dat de voorziening dubieuze debiteuren op dit moment te hoog is. Daarom is er € 0,05 mln. vrijgevallen uit de voorziening. De invloed van corona op de oninbaarheid van de vorderingen wordt pas in 2022 verwacht. In de voorziening is hier nog geen rekening mee gehouden omdat de invloed op dit moment niet te bepalen is.

92

BEZWAREN Onderstaand een overzicht van het aantal bezwaarschriften bij de BsGW. Tabel bezwaarschriften 2018

2019

2020

2021

BEZWAARSCHRIFTEN* Afgehandelde bezwaarschriften

3.237

3.288

4.064

3.536

59

7

8

42

3.296

3.295

4.072

3.578

97,6%

99,8%

100,0%

96,9%

Afwijzingen

55,5%

61,1%

56,5%

59,7%

Toewijzingen

44,5%

38,9%

43,5%

40,3%

Nog af te handelen Totaal aantal bezwaarschriften WOZ-BEZWAREN Afgehandelde WOZ-bezwaren Percentages toe-en afwijzingen

* bezwaarschriften hebben alleen betrekking op algemene gemeentelijke belastingen en rechten

93

2.2.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING INLEIDING De gemeente Sittard-Geleen wil voorkomen dat (financiële) tegenvallers schadelijke gevolgen hebben voor de uitvoering van het bestaande beleid. Het weerstandsvermogen is een maatstaf om te beoordelen of de gemeente in staat is om nadelige gevolgen van risico’s op te vangen. Dit zonder dat daarbij de continuïteit van de uitvoering van taken in gevaar komt of de gemeente het beleid moet wijzigen. HET BELEID OMTRENT RISICOMANAGEMENT In de actuele Kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing is het beleid rond weerstandsvermogen geformuleerd. De nota geeft de methodiek en berekeningswijze van de afzonderlijke delen van het weerstandsvermogen aan, evenals de norm voor het gewenste niveau van het weerstandsvermogen. Risico's nemen is onvermijdelijk, erover communiceren ook. Het college informeert via de P&C-cyclus de raad transparant over risico’s. In deze paragraaf komen de risico's met de daar bijbehorende beheersmaatregelen en de beoordeling van het weerstandsvermogen aan bod. Dit samen geeft een totaalbeeld van de (financiële) risicopositie van de gemeente. De paragraaf weerstandsvermogen is een verplicht onderdeel van de jaarrekening en de begroting en wordt jaarlijks geactualiseerd. Als het risico zich voortdoet, dan gaat de dekking niet automatisch via de weerstandscapaciteit.

Eerst worden alle opties geïnventariseerd en beoordeeld. Een structureel risico dat zich voordoet kan alleen incidenteel opgevangen worden uit de weerstandscapaciteit. In het daarop eerstvolgende P&C moment wordt gekeken naar een structurele oplossing. Dit is nodig om te voorkomen dat de weerstandscapaciteit onvoldoende is om de nadelige gevolgen van risico's op te vangen. De door de raad vastgestelde kaders over het weerstandvermogen en risicobeheersing zijn terug te vinden op overheid.nl: Kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Financiële verordening. Kadernota reserves en voorzieningen. WEERSTANDSVERMOGEN JAARREKENING 2021 (T.O.V. BEGROTING 2021) Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen niet begrote financiële gevolgen van risico's en eigen middelen. Het weerstandsvermogen is een indicator voor de robuustheid van onze begroting. Een adequaat weerstandsvermogen voorkomt dat de gemeente bij elke (substantiële) financiële tegenvaller gedwongen wordt het beleid bij te stellen. Jaarlijks rapporteren wij in de begroting en jaarrekening het weerstandsvermogen en de risico's aan de gemeenteraad. Risicomanagement is vooruitkijken. Daarom doen wij in deze paragraaf geen vergelijking maken tussen de begroting 2021 en de jaarrekening, maar tussen de vorige analyse (risico 2021) en de huidige analyse.

94

Figuur Bepaling weerstandsvermogen*

*Voor meer informatie over de berekening van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit wordt verwezen naar de kadernota Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Hieronder volgt een inventarisatie van het benodigde weerstandscapaciteit. Deze bestaat uit een aanname van kwantificeerbare risico's en een restrisico, 1% van het begrotingstotaal, voor de dekking van nietkwantificeerbare risico's. Als het totaalbedrag van de benodigde weerstandscapaciteit lager is dan de beschikbare weerstandscapaciteit, dan is het weerstandsvermogen voldoende om eventuele risico's op te vangen. BENODIGDE WEERSTANDSCAPACITEIT De wereld verandert in snel tempo en onzekerheid is een dagelijkse realiteit geworden. Denk maar aan de coronacrisis, de oorlog in de Oekraïne, economische ontwikkelingen en strengere milieueisen. Al deze ontwikkelingen gaan hun invloed hebben op de uitvoering van het gemeentelijke beleid. Door de risico’s te kwantificeren, ontstaat vanzelf de discussie en de bewustwording over het beheersen van deze risico’s. Op die manier is het mogelijk om het risicoprofiel en het effect van de beheersmaatregelen door de tijd heen te monitoren.

95

Tabel Kwantificeerbare risico’s en achtervang restrisico's Benodigde weerstandscapaciteit Programma

Risico

Impact Kans

benodigde weerstandscapacteit

Tov begroting 2022

Risicoprofiel reguliere exploitatie: 1 Genormeerd risicoprofiel restrisico 1% begrotingstotaal 2 niet realiseren ombuiging ESCS locatie 2021

4,00 1,20

100% S

Benodigde weerstandscapaciteit 2021

5,20

Algemene dekkingsmiddelen 2 niet realiseren ombuiging ESCS locatie 2022

0. Bestuur en ondersteuning

1,20

↔

1,70

65% I

1,11

Nieuw

4 Overdracht pensioenen wethouders naar ABP

1,49

65% I

0,97

Nieuw

5 Leegstand gemeentelijke panden

0,70

35% S

0,25

↓

0,30

65% S

0,20

Nieuw

1,81

↓

0,99

Nieuw

7 uitvallen dienstverlening / ict ontwikkelingen

7. Gezondheid en milieu

1,20

100% S

3 Lagere opbrengst gemeentelijke belastingen

6 Taakstelling verkoop niet strategisch vastgoed

6. Sociaal Domein

1,20

8 Juridische monitor

2,84

35% / I 65% 35% I

2,95

9 Toenemende kosten gebruik jeugdzorg

1,00

65% S

0,65

Nieuw

10 Toenemende kosten Wmo voorzieningen

1,00

75% S

0,75

Nieuw

11 Kasstromen project Het Groene Net

↑

1,00

35% I

0,35

12 Waardering aandelen Mijnstreek Warmte

1,60

35% I

0,56

↑

13 Onvoldoende weerstandsvermogen GGD

0,10

20% S

0,00

↔

Benodigde weerstandscapaciteit 2022

14,02

mutaties 2023 3 structurele doorwerking niet realiseren ombuiging ESCS locatie 2023 Benodigde weerstandscapaciteit 2023

1,20

↑

15,22

mutaties 2024 3 structurele doorwerking niet realiseren ombuiging ESCS locatie 2024 Benodigde weerstandscapaciteit 2024

1,20

↑

16,42

mutaties 2025 3 structurele doorwerking niet realiseren ombuiging ESCS locatie 2025 Benodigde weerstandscapaciteit 2025

1,20

↑

17,62

1. Genormeerd risicoprofiel restrisico 1% begrotingstotaal Het is niet eenvoudig een risico te kwantificeren, dit komt door het ontbreken van aannames. Voor deze nietkwantificeerbare risico’s hebben we een achtervang gecreëerd. Deze achtervang bedraagt 1% van het begrotingstotaal. 2. Niet te realiseren ombuiging vermarkten ESCS-locatie Het college heeft een positief principestandpunt onder voorwaarden ingenomen ten aanzien van de realisatie van een eco-vakantiepark door de ontwikkelaar Smart Properties. Middels een uitgebreid participatieproces is er een natuur- en landschapsvisie ontwikkeld welke kaders geeft aan toekomstige ontwikkeling op deze locatie. De visie kent twee denkrichtingen voor het gebied namelijk een natuurrijke invulling of een economische ontwikkeling welke het gebied, de stad en de regio een impuls zullen geven. In overleg met actieplatform Wij Schwienswei is afgesproken dat er door hen nog een derde denkrichting wordt uitgewerkt, deze denkrichting zal uiterlijk 01 juni 2022 gereed zijn. Vervolgens zal het college denkrichting drie toetsen op haalbaarheid en indien haalbaar samen met de natuur- en landschapsvisie ter besluitvorming voorleggen aan de gemeenteraad. De ombuiging is daarmee niet gerealiseerd in 2021 en we verwachten dat de komende jaren deze ombuiging niet gerealiseerd gaat worden.

De belangrijkste reden is dat het zwembad de Hateboer nodig is gedurende periode dat Glanerbrook gesloten is door renovatie. Bij de begrotingsbehandeling zal voor deze taakstelling 96

gezocht moeten worden naar een andere invulling. Via de bestemmingsvoorstellen stellen we voor het tekort in de jaarrekening als gevolg van het niet realiseren van deze taakstelling uit de algemene reserve te dekken. Dit voorstel komt overeen met het besluit uit de begroting 2021. 3. Lagere opbrengst gemeentelijke belastingen Door Corona zijn met name bedrijven in moeilijkheden gekomen. Omdat de coronamaatregelen niet meer van toepassing zijn, heeft BsGW de invordering weer opgestart. Daarnaast kan de oorlog in Oekraïne voor extra problemen zorgen bij bedrijven. De verwachting is dat de oninbaarheid, met name bij de OZB niet-woningen (bedrijven) hoger zal uitvallen dan de ingecalculeerde 0,5%. 4. Overdracht pensioenen wethouders naar het ABP Politieke ambtsdragers bouwen pensioen op in de Appa-regeling, de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers. Door een aanpassing in de wetgeving Appa zijn de laatste inhoudelijke verschillen tussen het ABP-pensioen voor overheidswerknemers en het Appa-pensioen voor politieke ambtsdragers (wethouders) verdwenen. Hierdoor wordt de kans om de Appa pensioenen straks bij een pensioenuitvoerder (APG/ABP) onder te brengen reëler. Het doel is om de invoering van het nieuwe pensioenstelsel uiterlijk per 1/1/2027 te effectueren. Tot op heden zijn veel relevante factoren en rekenregels nog niet beschikbaar.

Voor alle pensioenopbouw vanaf 2012 zijn de benodigde gelden op basis van een actuariële berekening van APG gestort in de voorziening pensioenverzekering gewezen wethouders. Op basis van de APG berekening van 1/1/2022 voor toekomstige pensioenen met betrekking tot een opbouw van voor 2012 zou er wellicht op termijn € 1,49 mln. overgedragen dienen te worden richting een pensioenuitvoerder. Alle pensioenopbouw vanaf de periode 2012 voldoet aan de gestelde wet en regelgeving en is gestort in de voorziening. Doordat Sittard-Geleen reeds vanaf 2006 pensioengelden extern heeft opgebouwd zit er al meer in de voorziening dan noodzakelijk. 5. Leegstand gemeentelijke panden / 6. Taakstelling verkoop niet strategisch vastgoed Leegstaande gemeentelijke panden staan vaak langer leeg dan verwacht. Dit heeft huurderving en leegstandskosten tot gevolg. Dit betreffen strategische- en niet strategische panden. Daarnaast is in het herstelplan begroting 2018 een structurele ombuiging vastgoed opgenomen die ingevuld dient te worden door het vervallen van het negatieve exploitatiesaldo bij het afstoten van niet-strategisch vastgoed. Deze taakstelling is in het verleden reeds gerealiseerd omdat het zgn. laaghangend fruit verkocht is. Op basis van het nog te verkopen vastgoed wordt een negatief exploitatiesaldo voorzien doordat de lijst niet-strategisch de afgelopen jaren wijzigingen heeft ondergaan.

Hiermee is deze taakstelling niet realiseerbaar op basis van de oude uitgangspunten. In 2021 is een vooronderzoek m.b.t. niet strategisch vastgoed opgestart dat als input dient voor de actualisering van de Vastgoednota. Deze wordt in 2022 -in samenspraak met de teams Maatschappelijke en Ruimtelijke ontwikkelingen- geactualiseerd en heeft als doel actief te kunnen sturen op de verkoop van panden om het negatieve resultaat om te buigen. 7. Uitvallen dienstverlening en andere ICT ontwikkelingen ICT ontwikkelt zich in een zeer rap tempo. Ontwikkelingen gaan dusdanig snel dat ze lastig en ook nog tijdig zijn te volgen. Willen we de dienstverlening op orde houden, een aantrekkelijke werkgever zijn voor jonge medewerkers en beheersbare digitale processen, dan zal de gemeente mee moeten bewegen op de beweging van binnen naar buiten die door grote spelers in de ICT markt wordt afgedwongen. Het bovenstaand risico heeft op verschillende ontwikkelingen: - Steeds meer ICT systemen gaan via de cloud. Deze verandering brengt niet alleen aandachtspunten op het gebied van privacy en security met zich mee, maar zorgt er tevens voor dat de complexiteit van beheer van in principe meerdere infrastructuren de komende jaren zal toenemen.

- De huidige telefooncentrale is verouderd (19 jaar oud) en bepaalde onderdelen zijn niet of nauwelijks meer verkrijgbaar, kennis en kunde (ook bij onze leveranciers) is schaars. Het uitvallen van de

97

-

telefooncentrale heeft gevolgen op alle risico-categorieën. Alle dienstverlening zal tijdelijk suboptimaal zijn. Uitval van de online dienstverlening; dit risico zal in de toekomst toenemen omdat de digitale dienstverlening toeneemt. We zien een wereldwijde professionalisering van het hackers gilde. Grote instellingen en bedrijven worden steeds vaker het slachtoffer van hackoperaties die zeer professioneel wordt uitgevoerd.

De beheersmaatregelen die tot nu toe zijn genomen hebben betrekking op het maken van analyses van de problematiek binnen de gemeente, werken aan de bewustwording van medewerkers als het gaat om hacking en andere ICT-ontwikkelingen en verder is de capaciteit op gebied van ICT uitgebreid. 8. Juridische procedures Bij specifieke casuïstiek kunnen zich juridische procedures met dusdanig risico (maatschappelijk, politiek en financieel) voordoen dat externe juridische advisering noodzakelijk is respectievelijk financiële dekking nodig is. Dit laatste gebeurt onder geheimhouding omdat anders de juridische positie van de gemeente benadeeld kan worden. De risicoanalyse is gebaseerd op de juridische monitor. Deze monitor wordt (onder geheimhouding) periodiek ter inzage gelegd voor de gemeenteraad. 9. Toenemende kosten jeugdzorg De lopende aanbestedingen laten zien dat de tarieven voor de jeugdzorg zullen gaan toenemen in verband met het verplichte reële tarief dat voor deze zorg moet worden betaald. Daarnaast is er een verzwaring van de zorgvraag zichtbaar waardoor de kosten per unieke client zullen toenemen. Vanuit het rijk is structureel extra budget toegekend voor het opvangen van een gedeelte van de tariefstijging vanwege de hogere loonkosten bij de zorgaanbieders, de verwachting is dat dit niet toereikend is om alle extra kosten te dekken.

Om dit risico te verminderen wordt door middel van de regionale transformatieagenda gestuurd op het gebruik van de jeugdzorg, de beperking van het aantal aanbieders en het sturen op normalisering van de problematieken zal een bijdrage leveren aan de beperking van de kosten die met de jeugdzorg gepaard gaan. Ook het lokaal opgestelde plan van aanpak draagt bij aan een beperking van de kostenstijging. Dit plan is gericht op alle toegangen van jeugdhulp (gemeente, artsen en gecertificeerde instellingen) met het doel het versterken van het bewustzijn bij deze toegangen om kritisch te zijn op de inzet van jeugdhulp in combinatie met een realistisch perspectief van de zorg. Daarnaast wordt de betrokkenheid van ouders vergroot richting de te leveren kwaliteit van de zorg en wordt contractmanagement versterkt en zorgaanbieders kritischer bevraagd op hun geleverde kwaliteit. 10. Toenemende kosten Wmo voorzieningen Het van rijkswege ingezette beleid om mensen langer thuis te laten wonen veroorzaakt een verhoogd gebruik van de Wmo voorzieningen. Daarnaast is het effect van de verplichte reële prijs dat voor de diensten aan de een flinke stijging van het tarief zorgaanbieders moet worden betaald waardoor de budgetten onder druk komen te staan.

Vanuit het Rijk is er geen zicht op een compensatie van het in 2019 ingevoerde abonnementstarief zodat er binnen de huidige financiële kaders geen ruimte is om dit op te vangen. De beheersmaatregelen zijn: 1) Door middel van de landelijke prognosetool Wmo wordt inzicht verkregen in de toekomstige vraag zodat tijdig bijgestuurd kan worden via de reguliere P&C producten. 2) Een zorgvuldig proces van het afhandelen van meldingen waarbij gekeken wordt naar de omgeving van de client, het voorliggend veld en de eigen kracht voordat een voorziening uit de Wmo wordt ingezet.

98

11. Kasstromen Het Groene Net (HGN) Voor de openstaande vorderingen gerelateerd aan het project HGN bestaat een restrisico van oninbaarheid (aanbeveling art 213 a onderzoek). De kasstromen worden gedurende het jaar gemonitord middels de rapportering van de grote projecten in de P&C cyclus. 12. Waardering aandeelvermogen Mijn Streekwarmte (MSW) De waardering van het aandelenvermogen van MSW is afhankelijk van de vermogenspositie van de dochtermaatschappijen (aanbeveling art 213 a onderzoek). Jaarlijks wordt het aandelenvermogen geactualiseerd. 13. Onvoldoende weerstandsvermogen GR GGD In de gemeenschappelijke regeling (GR) GGD is opgenomen dat de algemene reserve en de voorzieningen worden gevormd overeenkomstig het door het Algemeen Bestuur vastgestelde beleid, waarbij de algemene reserve tenminste 6% van het totaal van de exploitatielasten van enig boekjaar moet bedragen. Het weerstandvermogen van de onderdelen GGD, JGZ en Veilig Thuis is (al jaren) te laag en van de laatste 2 onderdelen zelfs negatief over 2020. De algemene reserve van de GGD, JGZ, de Acute Zorg en Veilig Thuis zijn strikt gescheiden waardoor het niet reëel is om het weerstandsvermogen als geheel te waarderen. In principe kunnen de deelnemende gemeenten aangesproken worden op een tekort op het weerstandsvermogen.

Echter door de deelnemende gemeenten is gekozen om in principe geen weerstandsvermogen op te bouwen bij de GGD. Mogelijke verliesbijdragen worden naar rato inwoneraantal door de gemeenten gedragen. De weerstandcapaciteit in 2020 is € 0,76 mln. negatief voor de GR GGD ZL. De financiële impact is voor Sittard-Geleen zeer beperkt.

INVENTARISATIE VAN NIET-KWANTIFICEERBARE RISICO’S Onderstaande risico’s zijn niet individueel kwantificeerbaar. In de benodigde weerstandscapaciteit wordt dit vertaald in een restrisico ter hoogte van 1% van het begrotingstotaal. Rijksbeleid algemeen Het Rijksbeleid blijft een belangrijke risicofactor. Decentralisatie impulsen vanuit het rijk naar gemeenten gaan vaak gepaard met budgettaire kortingen en/of overheveling van risico’s (bijv. open-eind regelingen). Daarnaast hebben ook wetswijzigingen vaak aanzienlijke gevolgen voor het gemeentelijke takenpakket. Ofschoon de budgettaire consequenties meestal worden afgedekt via het gemeentefonds of een doeluitkering, blijft vaak lange tijd na invoering van een wijziging onduidelijk of en in welke mate deze compensatie toereikend is. Overigens worden de budgettaire consequenties van het rijksbeleid conform het uitgangspunt “gezamenlijk trap op, trap af” doorvertaald in de gemeentelijke begroting. Algemene uitkering gemeentefonds Er zijn vier risico's met betrekking tot het Gemeentefonds, het risico dat: 1. het Rijk bezuinigt op het Gemeentefonds; 2. de verdeling door het Rijk wordt herzien; 3. de bestaande verdelingsmaatstaven zich anders ontwikkelen dan geraamd; 4. Het macro BCF-declaratiebedrag het plafond overschrijdt en het verschil uit het gemeentefonds wordt genomen.

Deze risico’s komen ter uitdrukking bij het analyseren van de gemeentefondscirculaires die minimaal drie keer per jaar worden gepubliceerd. (mei, september en december).

99

Verbonden partijen Van een verbonden partij is sprake als het bestuur van twee of meerdere gemeenten (of andere deelnemers) samen een gemeenschappelijke regeling treffen of een BV/NV oprichten ter behartiging van een of meer belangen van die gemeenten. Naast voordelen brengt een verbonden partij risico’s met zich mee. Het algemene risico is dat een meerderheid van de deelnemers een besluit kan nemen dat afwijkt van een standpunt van de afzonderlijke deelnemer. Daarnaast is er de afhankelijkheidsrelatie met de verbonden partij; de deelnemer is voor de uitvoering van haar beleid afhankelijk van de verbonden partij. Ook loopt een individuele deelnemer specifieke risico’s. Te denken valt aan de kosten bij uittreding van een van de deelnemers en het collectief verantwoordelijkheid dragen bij verlies. Voor overige risico’s met betrekking tot verbonden partijen wordt verwezen naar paragraaf Verbonden partijen. Externe middelenverwerving Bij het verkrijgen van subsidies bij Europese/landelijke of provinciale overheid is veelal sprake van een cofinancieringsconstruct, terwijl wellicht deze middelen in onze begroting niet beschikbaar zijn. Bij langjarige subsidierelaties is het veelal niet mogelijk per ommegaande de relatie te beëindigen c.q. structurele ombuigingen door te voeren.

Subsidietrajecten Subsidietrajecten worden onder andere gekenmerkt door lange doorlooptijden en vaak ingewikkelde en zeer gedetailleerde procedures en regelgeving. Tijdens alle fasen van een subsidietraject, met name van de Europese subsidietrajecten, is het zaak om de procedures nauwlettend te bewaken en te zorgen voor tijdige afstemming inzake wijzigingen in het traject en voortijdige informatieverstrekking, veelal door middel van periodieke rapportages. Daar waar subsidies worden aangevraagd ten gunste van derden (bijvoorbeeld projectontwikkelaars) worden risico’s inzake de subsidiehonorering bij de uiteindelijke begunstigde gelegd door middel van overeenkomsten. Met name regelgeving en procedures en de vele controlemomenten binnen de procedures leiden ertoe dat aan elk subsidietraject een risicoprofiel verbonden is. Met behulp van een intern subsidiecontrole-instrument en frequent overleg met subsidieverstrekkers gedurende de loop van het hele traject wordt getracht de risico’s ten aanzien van subsidies te minimaliseren. Nationale Hypotheek Garantie Een bijzondere garantie waar gemeenten mee geconfronteerd worden is de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Voor eventuele aanspraken hierop is een fonds in het leven geroepen.

Echter bij aanhoudende druk op de huizenmarkt en de economische malaise, kan een situatie ontstaan dat het fonds niet toereikend blijkt om de garanties te betalen. In dat geval zijn de individuele gemeenten aansprakelijk. Op dit moment zijn er geen signalen dat het fonds niet toereikend zou zijn. Coronavirus Het Coronavirus heeft een forse en ingrijpende impact, voor onze burgers, onze bedrijven en onze instellingen. Dit geldt ook voor ons als gemeentelijke organisatie. Het Coronavirus heeft gevolgen voor alle gemeentelijke beleidsterreinen en op onze gemeentelijke bedrijfsvoering. In hoeverre er impact van de na-ijleffecten van corona zal zijn voor het begrotingsjaar 2022 moet nog blijken. Wij blijven aan de hand van onze P&C-cyclus de invloed van corona op de uitvoering van onze begroting monitoren en zullen indien nodig blijven inspelen op de steeds veranderde situaties. Het te kwantificeren risico zullen we dan in de begroting meenemen bij de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen. Nieuwe verdeelmodel gemeentefonds Naar aanleiding van vragen door de VNG en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) is een aangepast voorstel gepubliceerd. In augustus zijn op basis van dit aangepast voorstel met de cijfers van 2019 de herverdeeleffecten opnieuw berekend.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=1c52d7cc-f1fc-4002-8117-983322bc250c