3 Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen
Tekst van het document
16.17
geluidbelasting binnen het stedelijke woongebied rondom Chemelot afneemt.
woningen of een school, weegt de gemeente af of de geluidsbelasting aanvaardbaar is. Van aanvaardbare geluidsbelasting is in ieder geval sprake als er wordt voldaan aan de standaardwaarde. De gemeente kan ook akoestische voorzieningen eisen om te komen tot een aanvaardbaar geluidsniveau. Zijn akoestische voorzieningen niet mogelijk, maar is het toelaten van een geluidgevoelig gebouw toch wenselijk dan koppelen we de ontwikkeling aan andere maatregelen om de gezondheid te bevorderen, zoals meer groen of maatregelen die gezonde mobiliteit bevorderen.
Een groot deel van de gemeente valt onder de invloed van industrie dan wel weg- en railverkeer. De gemeente kiest ervoor om woningen toe te voegen daar waar woningen aan meerdere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven bijdragen. Dat zijn de plekken zoals aangegeven in de Woonladder in de ontwerp omgevingsvisie, die de basis vormt voor het volkshuisvestingsprogramma, is aangegeven wat de plekken voor nieuwbouw zijn. Het stationsgebied van Sittard is onder andere aangewezen is een van die plekken. De gezamenlijke ambities (o.b.v. Strategische Gebiedsvisie) is dat er op termijn verbetering optreedt t.a.v. geluidproductie. Een aanpassing van de geluidscontour is nu niet aan de orde, mits er zicht is op een verbetering in de nabije toekomst.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Gemeente onderschrijft deze zienswijze en scherpt de tekst hierop aan.
Deze zienswijze zorgt voor een wijziging van de omgevingsvisie. Op pagina 75 wordt de volgende zin toegevoegd:
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
51
tussen de Chemelot Site en Geleen, waarbij de ontwikkeling positieve effecten heeft op de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid voor de omliggende gebieden. Indiener verzoekt dit expliciet te benoemen in de Omgevingsvisie.
16.18
16.19
Indiener stelt dat het doorkruisen van de Chemelot Site door derden (lopend op fietsend) niet mogelijk is en verzoekt dit te verwijderen van de omgevingsvisiekaart.
Gemeente begrijpt dat een doorgaande openbare route niet aan de orde is vanwege de beperkingen. Maar het doorzetten van een niet-openbare fietsroute om die fietstoegankelijkheid voor medewerkers van de campus te verbeteren, staat ook in onze gedeelde gebiedsvisie.
Indiener verzoekt de volgende aanpassingen door te voeren op de omgevingsvisiekaart: - De Chemelot Circular Hub staan aangeven op de Mauristdeponie. Het is echter een samenwerkingsverband en geen locatie. Verzoek is dit te verwijderen en in de tekst op pagina 12 te benoemen. - De chemelot site niet alleen als industrie aan te geven maar als Chemelot Circular en een eigen kleur te geven in de legenda. - De Delta Rine corridor toe te voegen. - Zoekgebied voor de 380kV station toevoegen, met oog voor een verkenning van alternatieve locaties.
De Delta Rhine Corridor staat al op de kaart en in de tekst. Het symbool voor de Chemelot Circular Hub was bedoeld als bredere gebiedsaanduiding, maar de verwarring is begrijpelijk. Voor het nieuwe hoogspanningstation is de provincie bevoegd gezag. Aangezien na het openbaar maken van de ontwerp omgevingsvisie meer bekend is geworden over het zoekgebied van het nieuwe hoogspanningsstation passen we hier de omgevingsvisie op aan.
“De ontwikkeling van de Circular Mile vormt een economische en ruimtelijke overgangszone tussen de Chemelot Site en de woonwijken van Geleen. De ontwikkeling heeft een positief effect op de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van de omliggende gebieden. ‘ Deze zienswijze zorgt voor een aanpassing van de omgevingsvisie. De legenda-eenheid ‘Mogelijke doorzetting utilitaire fietsroute’ wordt aangepast naar ‘Niet openbare fietsroute naar de campus’. Deze zienswijze zorgt voor een aanpassing van de omgevingsvisie. -
-
-
Het symbool voor ‘chemelot circular hub’ passen we aan naar Chemelot Circular en een vereenvoudiging van het Chemelot-logo als symbool Elk industrieterrein krijgt op de kaart een eigen kader om het onderscheid beter te duiden. De tekst op blz 78 wordt aangepast en er wordt een kaartje met het zoekgebied van het nieuwe hoogspanningsstation toegevoegd. ‘Om in de toekomst voldoende energie te hebben, moet het bestaande hoogspanningsnet (elektriciteit) verzwaard worden. Daarvoor moet het elektriciteitsstation Graetheide aangepast
52
16.20
16.21
Indiener verzoekt om de gebieden op de omgevingsvisiekaart geometrisch te duiden zodat doorwerking naar ander beleid gebiedsspecifiek is. Indiener stelt dat Campus de Lexhy niet toegankelijk wordt voor fietsers en wandelaars en verzoekt de visie hierop aan te passen. Daarnaast verzoekt indiener om
De omgevingsvisie is vormvrij en het detailniveau is aan de gemeente. De geometrische bepaling klopt in het omgevingsplan.
We houden vast aan de Strategische gebiedsvisie waarin staat: ‘Het gebied van De Lexhy is voor een deel toegankelijk voor omwonenden als uitloopgebied’.
worden en komt er een nieuw hoogspanningsstation met een capaciteit van 380 kV. De locatie voor een nieuw gecombineerd 380 en 150 kV hoogspanningsstation wordt nog onderzocht. Het zoekgebied is hiernaast in figuur x weergegeven. Hier wordt in samenhang met de campusuitbreiding gezocht naar een goede inpassing. Voor deze ontwikkeling is Tennet de initiatiefnemer en is provincie Limburg het bevoegd gezag. We willen dat de aanleg van nieuwe elektriciteitslijnen en de uitbreiding van hoogspanningsstations samen gaat met de versterking van het landschap en natuur (compensatie/vereveni ng). Aan de aanleg van het nieuwe gecombineerde 380 en 150 kV station koppelen we het opruimen en herinrichten met natuur van het huidige 150 kV station Graetheide.’ Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
53
16.22
16.23
terughoudend om te gaan met het aanleggen van recreatieve routes en maatschappelijke voorzieningen nabij (transport)routes van en naar Chemelot. De kantoorlocaties van ACC en Sabic ontbreken op de themakaart concentratiegebieden kantoren (figuur 10. P73)
Indiener geeft aan dat huisvesting van expats belangrijk is voor Chemelot en verzoekt om een beter beeld te schetsen voor de ontwikkelingen op dit gebied.
De kaart met concentratiegebieden voor kantoren (figuur 10 pagina 73) komt uit de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid Limburg. Het ACC ligt net buiten het concentratiegebied kantoren in Geleen (op Chemelot), maar is bij weten van de gemeente geen reguliere kantoorfunctie maar het Alarm en Care Centre van Chemelot met brandweer en andere hulpdiensten en ondersteunende diensten. Er zijn 2 kantoorlocaties van Sabic binnen het concentratiegebied in Geleen en er is het (voormalige) European Head Office binnen het concentratiegebied kantoren in Sittard. In hoofdstuk 4 ‘Het goede wonen’ komen andere internationale groepen (studenten en arbeidsmigranten) wel aan de orde. Wij nemen aan dat indiener hier met name duidt op hoog / academisch geschoold personeel. Dat ontbreekt inderdaad in dit hoofdstuk en wordt toegevoegd.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
De zienswijze zorgt voor een aanpassing van de omgevingsvisie. Op pagina 65 wordt, in de paragraaf na studenten, het volgende toegevoegd: Expats zijn een andere belangrijke internationale groep. Bedrijven op de Chemelot Campus en de Chemelot Industrial Site voorzien een groeiende behoefte aan hoger opgeleid personeel uit het buitenland. Daarnaast zien we elders in de regio (Limburgse Brightlands locaties, het Academisch Ziekenhuis in Maastricht en de Brainport Eindhoven) een groeiende vraag naar woningen buiten hun eigen regio. Voor deze groep zien wij, net als voor studenten, veel kansen rondom het intercitystation. De omgeving van station Sittard heeft vanwege de vele treinverbindingen en de ruimte in de stad een
54
16.24
Indiener constateert dat voor Chemelot relevante projecten in de OER aan bod komen, maar dat er geen concrete keuzes gemaakt worden waardoor er tegenstrijdigheden kunnen ontstaan.
Voor wat betreft de 380kv en de campus, zie 16.25. De Circular Mile is volgens gemeente wel duidelijk beschreven. De Multimodale corridor ligt volledig buiten de gemeente (met uitzondering van de aansluiting op de site zelf is) en ligt dus buiten de scope van deze OER. Voor wat betreft de Delta Rhine Corridor blijven we binnen de structuurvisie buisleidingen.
16.25
Indiener stelt dat zowel uitbreiding van de campus als aanleg van de 380kV ruimte krijgen op de Lexhy maar dat niet beoordeeld is of dit past en dat de OER geen alternatieve locaties geeft. Indiener verwijst daarbij naar een zienswijze die is ingediend bij Gedeputeerde Staten van Limburg en verzoekt deze als onderdeel van deze zienswijze te behandelen. Hierin wordt onder andere voorgesteld om het zoekgebied aan de zuidkant van de Bergerweg voor de 380kV in oostelijke richting uit te breiden. Daarnaast wordt verzocht rekening te houden met de Delta Rhine Corridor, nieuwe 150kV kabels en
Voor de 380kV is de gemeente niet het bevoegd gezag. Hiervoor wordt een apart traject doorlopen. (projectbesluit door provincie). Hierbij wordt ook afgestemd met de wensen en mogelijkheden van de campusontwikkeling. Aangezien na het openbaar maken van de ontwerp omgevingsvisie meer bekend is geworden over het zoekgebied van het nieuwe hoogspanningsstation passen we hier de omgevingsvisie op aan. Voor de campus is in de OER inderdaad geen alternatievenstudie opgenomen. Dit is een omissie. Deze zijn namelijk wel voorhanden. Zie hiervoor de beantwoording van het advies van de commissieMER.
grote potentie en goed vestigingsklimaat als het gaat om huisvesting en werkgelegenheid voor werknemers vanuit bijvoorbeeld Eindhoven e.o. en expats. Er wordt binnen Limburg Centraal nader onderzoek hiernaar gedaan dit tot uiting komt in een verstedelijkingsstrategie Limburg Centraal. Daarnaast liggen er kansen in en rondom het centrum van Geleen. In het centrum maken we ruimte voor woonwerkconcepten die passen bij de innovatieve cultuur en koppeling met de Brightands Campus. Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft gevolgen voor de omgevingsvisie. Op blz 78 de tekst wijzigen in: Om in de toekomst voldoende energie te hebben, moet het bestaande hoogspanningsnet (elektriciteit) verzwaard worden. Daarvoor moet het elektriciteitsstation Graetheide aangepast worden en komt er een nieuw hoogspanningsstation met een capaciteit van 380 kV. De locatie voor een nieuw gecombineerd 380 en 150 kV hoogspanningsstation wordt nog onderzocht. Het zoekgebied is hiernaast in figuur x weergegeven.
55
bereikbaarheid. Indiener verzoekt om in de OER alternatieve zoeklocaties op te nemen en dit duidelijk te verwerken in de omgevingsvisie.
16.26
16.27
Indiener constateert dat er gezegd wordt dat de Circular Mile deels het risico op congestie mitigeert, anderzijds wordt gezegd dat de Circular Mile leidt tot een toename van verkeersbewegingen. Dit spreekt elkaar tegen.
Het is de gemeente niet volledig duidelijk waar deze zienswijze op is gebaseerd. We verwachten dat dit voort komt uit de passage waarin we de ontwikkeling van een fietsverbinding in de Circular Mile benoemen, die bijdraagt aan een betere langzaam verkeerverbinding met de Campus. De nieuwe bedrijvigheid op de Circular Mile zal onontkoombaar voor meer verkeer zorgen. Indiener stelt dat de Verschillende buisleidingen zijn gemeente in het buitengebied noodzakelijk (randvoorwaardelijk) voor de terughoudend wil zijn met transitie van Chemelot. ontwikkeling ten bate van het In het Limburgs bod voor een duurzaam landschap. Anderzijds wordt chemelot wordt dit onderkend door aangegeven dat er prioritiet te geven aan de Delta Rhine ontwikkelingen zijn met Corridor met daarin verschillende kabels betrekking tot buisleidingen in en leidingen. het buitengebied. Indiener In principe wordt uitgegaan van realisatie verzoekt expliciet aan te van deze leidingen binnen de reeds geven dat deze buisleidingen vastgestelde leidingenstroken. In geval noodzakelijk zijn, uiteraard van ontwikkelingen in het buitengebied met respect voor het wordt bepaald of deze in strijd zijn met de landschap. Natuurbeschermingswet. Als dat niet het geval is dan wordt door het bevoegd gezag de voorwaarden en omvang bepaald voor eventuele mitigatie, compensatie en extra tegenprestatie.
Daarnaast koppelen wij een landschappelijke compensatie aan de ontwikkeling van buisleidingen in het buitengebied.
Hier wordt in samenhang met de campusuitbreiding gezocht naar een goede inpassing. Voor deze ontwikkeling is Tennet de initiatiefnemer en is provincie Limburg het bevoegd gezag. We willen dat de aanleg van nieuwe elektriciteitslijnen en de uitbreiding van hoogspanningsstations samen gaat met de versterking van het landschap en natuur (compensatie/verevening). Aan de aanleg van het nieuwe gecombineerde 380 en 150 kV station koppelen we het opruimen en herinrichten met natuur van het huidige 150 kV station Graetheide. Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
56
17. Gemeente Beek 17.1 Indiener constateert dat er geen melding wordt gemaakt van de luchthaven MAA en stelt dat deze als regionale voorziening en plek verdiend. Dit vanuit economisch (bereikbaarheid bedrijven / personeel) en toeristisch recreatief oogpunt. Als voorbeeld voor mogelijke teksttoevoegingen wordt verwezen naar de omgevingsvisie van de gemeente Maastricht.
18. Compound Group en BSG 18.1 Indiener verzoekt om duidelijkheid over de ontwikkeling en plannen van bedrijventerreinen buiten Chemelot en is benieuwd hoe deze geïntegreerd worden in de bredere economische en duurzame doelen van de gemeente.
Ondanks dat de luchthaven MAA op dit moment geen grote economische koppeling heeft met de gemeente SittardGeleen, onderkennen wij het belang van de rondom Sittard-Geleen gelegen luchthavens. Om die reden wordt daarom een passage toegevoegd aan hoofdstuk 5.6 ‘Duurzame logistiek’.
Op pagina 78 wordt de volgende passage toegevoegd.
De gemeente Sittard-Geleen werkt actief aan de transitie van de bedrijventerreinen buiten Chemelot door deze te integreren in de duurzame en circulaire economische ambities van de regio. De visie zet sterk in op innovatie, ruimte-efficiëntie, en verduurzaming van zowel bestaande als nieuwe bedrijfsactiviteiten. De ondernemersvereniging kan dus verwachten dat er voldoende aandacht is voor het verbeteren van de kwaliteit en toekomstbestendigheid van alle bedrijventerreinen, met specifieke beleidsmaatregelen die bijdragen aan een breder economisch en duurzaam ecosysteem. Dit wordt in de komende periode verder geconcretiseerd in een Regionale Bedrijventerreinenstrategie dat
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
(Inter)nationale verbondenheid Voor het verbeteren van de bereikbaarheid en connectiviteit van de regio op de lange afstanden is de strategie tweeledig. Vliegverbindingen via regionale luchthavens blijven van belang voor de aantrekkelijkheid van de regio voor expats, zakelijk bezoek en toerisme. We zetten daarnaast in op gelijkwaardige, duurzame verbindingen via bijvoorbeeld het hogesnelheidstreinnetwerk van en naar de grote internationaal georiënteerde luchthavens en stations. Dit leidt op den duur tot een duurzaam bereikbare regio.
57
als programma onder de omgevingsvisie zal worden vastgesteld. Er zijn meerdere strategische doelen voor bedrijventerreinen buiten Chemelot, die gericht zijn op het versterken van de economische veerkracht van de regio. 1. Circulaire bedrijvigheid: De gemeente wil een sterk netwerk van circulaire ondernemers creëren op industriegebieden en bedrijventerreinen, inclusief het centrum van de stad. De focus ligt op transitie naar kennisintensieve, energieneutrale en circulaire maakindustrie tegen 2040. 2. Herontwikkeling en ruimtegebruik: De bedrijventerreinen worden gezien als dynamische locaties die zich moeten aanpassen aan de veranderende vraag van bedrijven, met efficiënt gebruik van ruimte en een focus op verduurzaming. Dit betekent herontwikkeling en betere benutting van bestaande terreinen. Hierbij wordt samengewerkt met ondernemers, eigenaren en ontwikkelaars om te voldoen aan de ruimtevraag. 3. Toekomstbestendigheid en verduurzaming: Er is een nadruk op het ontwikkelen van toekomstbestendige bedrijventerreinen waar de focus ligt op ruimtelijke kwaliteit, efficiënte logistiek, duurzame energieopwekking (bijvoorbeeld via smart grids) en klimaatadaptatie. Zo moeten bedrijventerreinen aantrekkelijker worden om te werken en om milieubelasting te minimaliseren. De bredere doelen voor economische ontwikkeling in de regio zijn verweven met de duurzaamheidsagenda. 1.
Economische veerkracht en circulaire economie: De gemeente zet in op het stimuleren van een diverse economie waarin zowel lokale als internationale bedrijven bijdragen aan de circulaire transitie. Dit geldt niet alleen voor Chemelot maar ook voor andere bedrijventerreinen die onderdeel worden van dit bredere netwerk.
58
2. Duurzame logistiek: Het plan voorziet ook in de ontwikkeling van lokale distributiehubs op bedrijventerreinen buiten het centrum. Dit moet bijdragen aan minder verkeer en overlast in woongebieden en een efficiëntere, duurzame logistieke infrastructuur. 3. Klimaatadaptatie: De inrichting van bedrijventerreinen houdt rekening met klimaatverandering door maatregelen te nemen tegen droogte, hitte en wateroverlast. De terreinen worden verder vergroend om hitte-eilandeffecten tegen te gaan, wat bijdraagt aan de leefkwaliteit en het vestigingsklimaat. 18.2
Indiener vraagt om verduidelijking wat het aanwijzen van het gebied Kampstraat en Mauritspark tot circulaire regio inhoudt en welke rol bedrijven hierin spelen.
Het aanwijzen van Kampstraat en Mauritspark tot circulaire regio is onderdeel van het project Circular Mile Hierin ligt de focus op de transitie naar een circulaire economie, waarbij de regio ruimte biedt voor duurzame en circulaire bedrijvigheid, met name gericht op verwerking en recycling van materialen. Bedrijven spelen een sleutelrol in het realiseren van de circulaire economie door bij te dragen aan innovatieve en duurzame productieprocessen, recycling, en het ontwikkelen van nieuwe circulaire producten en diensten.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Het project is primair gericht op het aanbieden van hoogwaardige bedrijventerreinen, in de vorm van 16 uitgeefbare bedrijfskavels van totaal 10 hectare aan de Professor van Krevelenstraat. Op termijn moet er een circulaire werklocatie gaan ontstaan. Ook de omgeving wordt betrokken, waaronder de Kampstraat en Mauritspark. Voor het bedrijventerrein aan de Kampstraat zal de ontwikkeling van de Circular Mile een positieve impact hebben doordat het project de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied wil aanpakken. Voor Mauritspark gaat het om een nieuwe betekenis voor de Loonhal voor behoud van het mijnverleden (historie). Voor de uitwerking van de Circular Mile wordt een Ruimtelijk Ontwikkelplan opgesteld in Q1 en Q2 2025.
59
18.3
Indiener vraagt om verduidelijking hoe het doel om leefomgeving te creëren die mensen verbindt gerealiseerd gaat worden op bedrijventerreinen.
In de omgevingsvisie is ruimtelijke inrichting voor ontmoeting een belangrijk thema. Dit speelt zich vooral af in wijken, centra en bijvoorbeeld scholen. Bedrijventerreinen in algemene zin zijn ingericht voor economische functies, maar ook daar kan ontmoeting plaatsvinden.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
De gemeente streeft ernaar om bedrijventerreinen te vergroenen, wat niet alleen bijdraagt aan klimaatadaptatie maar ook de aantrekkelijkheid van de omgeving verhoogt en mensen aanzet om te wandelen of te fietsen, en het creëert plekken waar werknemers, bezoekers en inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Specifiek voor kantoorlocaties: We werken aan kantoorpanden die voldoen aan de duurzaamheidseisen, toekomstbestendig en multifunctioneel zijn ingericht en ook dienen als ontmoetingsplek. De kantoren liggen op aantrekkelijke en duurzame kantoorlocaties in een dynamische en groene omgeving, goed ontsloten (onder andere door het ov) en hebben de voorziening die medewerkers en bezoekers nodig hebben. 18.4
Indiener vraagt hoe de gemeente een betrouwbare basisinfrastructuur voor o.a. elektriciteit precies gaat realiseren.
De netbeheerder (Tennet en Enexis) zijn in de lead om een betrouwbare infrastructuur te realiseren. De gemeente werkt samen met Enexis om Enexis zo goed mogelijk te faciliteren om deze opgave te realiseren.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
18.5
Indiener stelt dat de bereikbaarheid van bedrijventerreinen, zeker in de spits, via wegen en openbaar vervoer tegen haar grenzen aanloopt. Dit speelt met name op de locaties Krawinkel, Sittard Noord, Bergerweg en Fortuna. Indiener constateert dat het belang van goede bereikbaarheid voor vitale bedrijventerreinen niet of nauwelijks aan de orde komt en verzoekt om dit verder uit te werken en niet alleen voor
De omgevingsvisie is gericht op de gehele gemeente, dus ook op bedrijventerreinen. Het onderwerp bereikbaarheid van bedrijventerreinen is daardoor onderbelicht gebleven. Er wordt een paragraaf toegevoegd in lijn met de andere uitgangspunten uit de visie.
Op pagina 54 wordt een nieuwe paragraaf toegevoegd: We werken samen met partners aan het multimodaal bereikbaar houden van onze bedrijventerreinen, voor goederen- en personenvervoer. In lijn met de afspraken uit ZuidLimburg Bereikbaar verwachten we dat bedrijven en ondernemers hun medewerkers
60
het gebied rondom het treinstation.
19. SABIC 19.1 Indiener stelt dat voor de huidige 10-6 contour is/zijn een/meerdere vergunning(en) verleend en deze ligt deels buiten de inrichtingsgrens. Mogelijk verlies van de bestaande milieuruimte zal naar verwachting van indiener leiden tot meer dan alleen saneringsmaatregelen, omdat de beschreven beleidskeuzen meestal bepalend zijn voor het omgevingsplan. Indiener hecht eraan om te benadrukken dat aldus het terugleggen van de 10-6 contour hoogst onwenselijk is en geeft graag het volgende mee ter overdenking en verzoekt een aanpassing waar mogelijk. 19.2 Indiener stelt dat deze beschrijving op basis van de huidige feitelijke situatie niet correct voor wat betreft Tankerpark 3, omdat deze aan rand van huidige 10-6 contour ligt. Een nuancering met inachtneming van de huidige feitelijke situatie is dan ook wat SABIC betreft wenselijk. 19.3 Indiener stelt dat de ambitie om plaatsgebonden risicocontouren te beperken tot de grenzen van de inrichting van Chemelot en dat het gebied Vouershof is ingekleurd als ‘stedelijk wonen’ zou leiden tot een reductie van de 10-6 contour en daarmee een hoogstwaarschijnlijke sanering van TankerPark 3.
stimuleren om duurzaam te reizen
In de Omgevingsvisie is opgenomen dat we samen met Chemelot (Chemelotpartijen) werken aan proportionele maatregelen voor het uiteindelijk terugdringen van het plaatsgebonden risico daar waar het momenteel over stedelijk woongebied ligt. We streven er hierbij naar om deze, in principe terug te brengen tot op de inrichtingsgrens. Dit geeft ook uitbreidingsruimte binnen de inrichtingsgrens (zie ook Strategische gebiedsvisie Chemelot en het veiligheidsconvenant 2023). Het betreft een gemeenschappelijk streefbeeld voor 2040. Zulks impliceert dat er op dit moment nog geen verleggingen van contouren plaats vinden. Het terugbrengen van de contour tot op de inrichtingsgrens is nu niet aan de orde. Mits er zicht is op verbetering in de nabije toekomst. Dit verduidelijken we in de omgevingsvisie. Hetgeen de indiener stelt dat de beschrijving van de feitelijke situatie hiermee niet in overeenstemming is met de huidige situatie klopt en is ons bekend. Zoals bij 19.1 beschreven is dit wel het streefbeeld voor 2040.
Zie de beantwoording van 19.1 en 19.2
Zienswijze heeft gevolgen voor de omgevingsvisie. Op blz 80 tussen ‘plaatsgebonden risicocontour’ en ‘in principe’ voegen we ‘in 2040’ toe. En tussen ‘aandachtsgebieden voor brand en explosie liggen’ en ‘daarbij zoveel’ voegen we ook ‘in 2040’ toe.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
61
19.4
19.5
19.6
Indiener stelt dat het borgen van de toekomst van SABIC en alle andere bedrijven op Chemelot vraagt om het maken van gezamenlijke en integrale keuzes. Indiener vraagt dat de Omgevingsvisie als basis geldt voor een risicogebied rondom de Chemelot Site waarbinnen de 10-6 contour kan “ademen”. Dit betekent dat er een grens zou moeten worden vastgelegd die ruimer is dan de 10-6 contour die is voorzien in de Omgevingsvisie. Indiener hecht eraan om op te merken dat bij een chemische industriële site nadelige gevolgen niet volledig uit te sluiten zijn. De stelling “dat een mogelijk ongeval geen nadelige gevolgen heeft” vindt indiener dan ook te stringent. Er blijft namelijk zelfs met de meest stringente veiligheidsmaatregelen in alle gevallen een restrisico. Indiener verzoekt dan ook aanpassing van de tekst die dit risico beter duidt. Zoals aangegeven in het OER wordt de impact van de visie op externe veiligheid “De staat waarin de leefomgeving verandert is naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling” en dus als laag ingeschat (terwijl de autonome ontwikkeling op p58 e.v. als negatief wordt ingeschat. De onderbouwing daarvan enkele pagina’s later in de Omgevingsvisie komt op indiener over als mogelijk arbitrair en kan zij niet volgen. Het verzoek is dan ook om dit beter te duiden.
Dit past in de uitwerking van het convenant. Zone 0 is het deel van Chemelot waar chemische processen met een extern veiligheidsrisico plaats mogen vinden. Deze zone wordt begrensd door de PR 10-6 per jaar. De PR 10-6 risicocontour binnen de begrenzing van Chemelot is dynamisch.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Buiten de begrenzing van Chemelot is ons gezamenlijk streven deze op termijn terug te brengen tot op de inrichtingsgrens. Zie 16.2
Het streven (2040) is dat de veiligheidsrisico's slechts beperkte negatieve invloed op de gezondheid van de inwoners hebben. De aandachtsgebieden (brand- en explosie) liggen daarbij zoveel mogelijk binnen de grenzen van de Chemelot en buiten het stedelijk woongebied.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Overigens wordt in het kader van de uitwerking van het convenant bezien welke maatregelen buiten de inrichting getroffen kunnen worden om restrisico zo veel als mogelijk (mits proportioneel) te minimaliseren. De verandering in de autonome situatie wordt als negatief ingeschat door de genoemde ontwikkelingen. De OER stelt dat de gemeente in de omgevingsvisie een aantal acties neemt om de externe veiligheidssituatie te verbeteren maar gelijktijdig ook ontwikkelingen mogelijk maakt die een potentiële verslechtering opleveren. Daarom stelt het OER dat de situatie ook door toedoen van de omgevingsvisie niet direct verbeterd.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
62
19.7
Volgens indiener draagt de ontwikkeling van woningen in het stationsgebied mogelijk negatief bij aan risico’s voor externe veiligheid. Het toevoegen van woningen leidt tot toename van het aantal woningen dat valt binnen de contouren van aandachtsgebieden en plaatsgebonden risico’s. Naar de mening van indiener is dat niet wenselijk. Daarover merkt indiener nog het verdere over op: De eventuele positieve impact van de Omgevingsvisie op externe veiligheid van Chemelot wordt mogelijk tenietgedaan door in de Omgevingsvisie meer woningen (ca 500 nieuwe woningen) langs het spoor toe te laten. Dit beknot de huidige EV ruimte van Chemelot op twee manieren nog meer tweeledig. Ten eerste ten aanzien van de industriële site en ten tweede ten aanzien van de ruimte voor eventuele railtransport van gevaarlijke stoffen. Indiener vraagt zich dus op basis van de lastig te begrijpen beschrijving hoe dit is bedoeld en vraagt de tekst te verhelderen.
Allereerst merken wij op dat de voorziene woningen niet binnen de wettelijke Plaatsgebonden risicocontour (10-6) worden opgericht.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Daarnaast kiest de gemeente ervoor om woningen toe te voegen daar waar woningen aan meerdere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven bijdragen. Dat zijn de plekken zoals aangegeven in de Woonladder in de ontwerp omgevingsvisie, die de basis vormt voor het volkshuisvestingsprogramma, is aangegeven wat de plekken voor nieuwbouw zijn. Het stationsgebied van Sittard is onder andere aangewezen is een van die plekken Bij de ontwikkeling van de stationsomgeving onderzoeken we tevens of en hoe we met aanvullende maatregelen de veiligheid voor de omgeving kunnen optimaliseren, in een duurzame balans met toekomstige transporten over het spoor en met de handelingen op het emplacement. Het belang dat Chemelot bij deze plek in de stad heeft wordt onderschreven. In de omgevingsvisie worden voor het gebied stationsomgeving meerdere (mogelijke) belangen genoemd voor de toekomst van het gebied. In de toekomst gaat de stationsomgeving veranderen naar vernieuwd woon- en leefklimaat en zal de mobiliteitsknoop mee ontwikkelen. Binnen de veranderingen in het gebied, worden de belangen van Chemelot en de aanwezige emplacementen uiteraard meegenomen. Overigens is de bouw van woningen (en anderszins) binnen aandachtsgebieden een discretionaire bevoegdheid van de gemeente.
19.8
De gemeente benadrukt in deze Omgevingsvisie dat zij haar verantwoordelijkheid neemt door te beschrijven dat de veiligheid rondom de buisleidingen goed blijft. Daarmee neemt de gemeente een zorgplicht op
Deze Omgevingsvisie beperkt zich tot het grondgebied van Sittard-Geleen. De relatie met het bestemmingsplan Erfgoed Stein is ons niet duidelijk.
Deze zienswijze zorgt niet voor aanpassingen van de omgevingsvisie.
63
19.9
19.10
19.11
zich. Het verheugt indiener dit te lezen. Echter, indiener zou graag nader toegelicht zien in de Omgevingsvisie hoe zich dat verhoudt, onder verwijzing naar het bestemmingsplan Erfgoed Stein, omdat er mogelijk sprake is van een conflicterende situatie omdat de (on)veiligheid van een buisleiding acceptabel lijkt te zijn nu er voorrang wordt gegeven aan gewijzigde beschermingsregimes zoals beschreven in het bestemmingsplan Erfgoed Stein. Indiener vraagt wat het opnemen van een themakaart ‘contouren externe veiligheid’ zonder legenda op pagina 83 toevoegt. Indiener stelt dat zolang er sprake is van een veilige situatie men wellicht kan stellen dat er niet direct sprake is van een gezondheidsimpact. Indiener verzoekt dit dan ook, gelet op het belang van beide onderwerpen, zorgvuldiger te formuleren omdat dit anders leidt tot onduidelijkheid. In de Omgevingsvisie bij externe veiligheid vaak wordt verwezen naar het externe veiligheidsprogramma en wordt benoemd dat de veiligheid verbeterd moet worden. Niet duidelijk is wat daaronder concreet wordt verstaan waardoor de gevolgen voor de SABIC en ook Chemelot op dit onderdeel niet duidelijk zijn.
Klopt, dit is een omissie en wordt hersteld
Er is inderdaad geen sprake van een gezondheidsrisico bij een veilige situatie. Wij zullen dit in de tekst aanpassen.
Het programma Externe Veiligheid werkt de (strategische) keuzes uit de omgevingsvisie verder uit en is bedoeld om ambities te behalen. Dit zal verder in lijn zijn met het Convenant “Voor een veilige ontwikkeling van Chemelot en haar omgeving”.
20. Stichting Jacob Kritzraedt 20.1 Indiener stelt dat de aandacht Erfgoed en cultuur zijn een onderdeel van voor cultuur en erfgoed laag een complexe mix van beleidsdomeinen en summier is. Zo blijft het die in de omgevingsvisie verankerd
Zienswijze gegrond, omgevingsvisie op dit punt aanpassen. Er wordt een legenda toegevoegd aan de themakaart ‘contouren externe veiligheid’ op pagina 83. Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
64
onderwerp op de visiekaart beperkt tot ‘aandacht voor het historisch centrum’. Indiener stelt dat andere thema’s veel meer aandacht krijgen.
20.2
20.3
20.4
20.5
20.6
worden. Hierin hebben erfgoed en cultuur eenzelfde belang als andere domeinen. De ontwerp omgevingsvisie verankert erfgoed als onderdeel van (toekomstig) ruimtelijk beleid en biedt daarmee een stabiele basis voor het vergroten van het erfgoedbelang.
Daarnaast blijft het cultureel kader Gedeeld Plezier vigerend beleid voor niet fysieke culturele ontwikkelingen. Indiener mist in het onderdeel Op pagina 58 en 59 wordt meermaals ‘opgaven voor de toekomst’ benadrukt dat we onze monumenten aandacht voor de beschermen waarbij ook de bescherming van cultuurhistorische waarden en gemeentelijke monumenten monumentenbiotoop onderdeel van de en stads- en dorpsgezichten bescherming is. in lijn, inclusief bescherming in het omgevingsplan van cultuurhistorische waarden, met de bescherming van Rijksmonumenten in de Omgevingswet. Indiener stelt dat eigenaren Onder de Omgevingswet blijft de van Rijksmonumenten een instandhoudingsplicht, zoals deze van instandhoudingsplicht toepassing is op Rijksmonumentale hebben en dat geregeld moet gebouwen, van toepassing. Daarnaast worden dat eigenaren van blijven ook de regels m.b.t. instandhouding gemeentelijke monumenten zoals opgenomen in de lokale hier op vergelijkbare wijze erfgoedverordening van kracht c.q. zorg voor dragen. worden opgenomen in het omgevingsplan dat invulling geeft aan de beleidskeuzes in deze omgevingsvisie. Indiener stelt voor de In het verdrag van FARO is afgesproken passage ‘Ons erfgoed is van dat erfgoed inclusief is, erfgoed is dus van iedereen’ vervangen wordt iedereen. Dit verdrag is een van de door ‘Ons erfgoed is voor uitgangspunten voor toekomstig beleid. iedereen’.
Indiener stelt voor om de We hebben aandacht voor de toekomst opgave rondom erfgoed uit te van de vele gebedshuizen in onze breiden met de aanpak van gemeente en zijn met de eigenaren van leegkomende kerken. kerkgebouwen (in religieuze functie) in gesprek. In het Ontwerp Omgevingsvisie is opgenomen dat we meedenken in het vinden van een nieuwe invulling voor kerkgebouwen die (deels) niet meer voor de eredienst worden gebruikt. Indiener stelt dat het woord Dit is correct, deze term zal nader in het beeldkwaliteit in de keuze erfgoed programma worden uitgewerkt. ‘Cultuur, erfgoed en beeldkwaliteit zijn de dragers van onze identiteit’ niet toegelicht wordt in de ontwerp omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
65
20.7
20.8
20.9
Indiener stelt dat het begrip ‘circulair’ een breed leidmotief is geworden en mist de relatie tussen historie en circulaire economie in de stelling ‘Onze rijke historie vormt de basis van een circulaire toekomst’. Indiener maakt een aantal opmerkingen specifiek op het deel ‘Toekomstbeeld cultuur en erfgoed’: - i.r.t. ‘met haar wortels in de maakindustrie’ stelt indiener dat de historie van de gemeente veel verder gaat dan mijnbouw en vooral ligt in de agrarische sector, handel en nijverheid. - Indiener is geen voorstander van taalgebruik als ‘trots op’ en ‘gewoon doen’ - Indiener stelt dat het benoemen van de gemeente als ‘circulaire productiestad’ geen aantoonbare onderbouwing heeft en hol klinkende marketing is. Indiener adviseert om nieuwe technologieën als apps en virtual reality in te zetten om het verhaal van de plek toegankelijk te maken voor een breder publiek.
20.10
De geschiedenis van Sittard-Geleen wordt gekenmerkt door innovatie en hier refereert de historie in deze opmerking aan.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
De gebruikte termen passen bij de gemeente en worden niet aangepast.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
We hebben oog voor diversiteit en inclusiviteit bij het beschermen en beleefbaar maken van ons erfgoed. Dit houdt onder andere in dat de opkomst van nieuwe media kunnen worden aangegrepen om deze erfgoedbeleving te versterken en dat nieuwe technieken zoals virtual reality en apps kunnen worden gebruikt om het erfgoedverhaal te vertellen. Dit is correct, in het erfgoed programma worden nieuwe kaarten op themaniveau uitgewerkt.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Voor de gemeente Sittard-Geleen is het deelnemen van de samenleving uitgangspunt. We willen gelijkwaardig samenwerken en beslissen met inwoners,
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Indiener stelt dat de themakaart erfgoed onleesbaar is en daardoor de inhoud onvoldoende kan beoordelen. 21. Werkgroep project Rijksweg Noord-Odasingel
21.1
Indiener vraagt of er concreter beschreven kan hoe de gemeente en
Deze zienswijze zorgt voor een aanpassing van de themakaart.
66
samenleving de doelen willen gaan bereiken.
21.2
Indiener is betrokken bij een initiatief van een projectontwikkelaar die de mogelijk van een woontoren onderzoekt op de hoek van de Rijksweg Noord en de Odasingel. Indiener ligt vervolgens het proces tot op heden toe, de manier waarop het plan is gepresenteerd aan de buurt en de historie over de bredere gebiedsontwikkeling. Indiener sluit de brief af met een aantal vragen aan het college over de verloop van dit project. 22. Bedrijfsadvies Kroonen 22.1. Indiener verzoekt de mogelijkheid tot nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf binnen de ‘Groene wig Sint Rosa’ toe te voegen aan de omgevingsvisie.
organisaties, bedrijven en gemeente. De richting van Sittard-Geleen is daarom ook door de samenleving zelf geformuleerd (Toekomstvisie 2030) en we maken deze doelen momenteel samen met de samenleving concreet in bijvoorbeeld de voorliggende omgevingsvisie. Vanuit de Toekomstvisie 2030 werken we al enige tijd met een gebiedsgerichte aanpak in de zogenoemde Ontwikkelpaden, in de wijken en dorpen. Hier worden doelen al samen vertaald in tastbare initiatieven en projecten. We trekken deze werkwijze door en breiden deze verder uit. De samenleving neemt daarbij waar mogelijk ook de leiding. In alle gevallen zoeken we de samenwerking met mensen die aan de slag willen met opgaven die om oplossingen vragen. Verwezen wordt naar de Leidraad Doorontwikkeling Participatie. De gestelde vragen hebben geen Zienswijze heeft geen inhoudelijke of procedurele relatie met de gevolgen voor de omgevingsvisie en worden daarom niet als omgevingsvisie. zienswijze in behandeling genomen. Indiener krijgt een beantwoording op de vragen toegestuurd vanuit de gemeentelijke casemanager.
Op dit moment wordt onderzocht of een agrarische functie in dit gebied kan landen. Het is nu te vroeg om hier een passage over te nemen.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
67
2. Commissie voor de Milieueffectrapportage De Commissie voor de Milieueffectrapportage heeft de Omgevingseffectrapportage behorend bij de omgevingsvisie beoordeeld en voorzien van adviezen. De Commissie stelt dat de OER scherpe observatie en aanbevelingen geeft, maar constateert ook dat op een paar onderwerpen informatie ontbreekt. Op basis hiervan geeft de Commissie een aantal adviezen. De Commissie heeft op verzoek van de gemeente ook vooruit gekeken naar de toekomstige monitoren van de gemeentelijke ambities. Deze aanbevelingen gaan niet direct over de inhoud van de OER en zijn hieronder daarom niet samengevat.
1.1.
1.2.
Samenvatting van zienswijze De Commissie adviseert voor het besluit over de omgevingsvisie dat, voorafgaand aan de besluitvorming, onderzocht wordt of de ambities voor verdichting, mobiliteit en leefbare omgeving allemaal passen in de beschikbare ruimte.
Gemeentelijke reactie
De Commissie adviseert voor het besluit over de omgevingsvisie dat, voorafgaand aan de besluitvorming, de uitwerking van mogelijkheden voor gebruiksgroen en stedelijke
In de groenagenda wordt dit nader uitgewerkt.
De ambities voor binnenstedelijke verdichting (en daarbij horende vragen over mobiliteit en stedelijk groen) komen voort uit relatief nieuwe ambities van de gemeente (gekoppeld aan bredere ambities in heel Limburg) om in te zetten woningtoevoegingen en het creëren van nieuwe leefbare wijken. Het onderzoeken in de OER was nog niet mogelijk omdat de ambitie nog wordt uitgewerkt door de gemeente en haar partners. Als voorbeeld; de ambitie voor een nieuwe woon-werkomgeving rondom het intercitystation wordt op dit moment onderzocht. Daarin wordt uitvoerig stilgestaan bij de uitdagingen rondom externe veiligheid, bereikbaarheid en beschikbare ruimte. Hier advies om de ambities te onderzoeken vraagt om een verdere uitwerking van die ambities, anders levert het geen zinvolle resultaten op. Ook voor het buitengebied werken we nog verder uit hoe we alle functies die ruimte vragen een goede plek kunnen geven. Dit vraagt bijvoorbeeld voor het Graetheidegebied nog een gebiedsgerichte afweging en invulling. Ook vraagt het nog een verdere gebiedsgerichte uitwerking waar en hoe de diverse groene en blauwe versterkingen tot realisatie kunnen komen.
Gevolgen voor ontwerp omgevingsvisie Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
68
1.3.
groenstructuren onderzocht wordt. De Commissie adviseert voor het besluit over de omgevingsvisie dat, voorafgaand aan de besluitvorming, onderzocht wordt wat de voor- en nadelen zijn van verschillende locaties voor de Brightlands Chemelot campus. Geef aan welke mitigerende en compenserende maatregelen voor ieder van de locaties mogelijk zijn.
De Commissie constateert correct dat de afweging van alternatieve locaties voor de uitbreiding van de Brightlands Campus ontbreekt. Dit ontbreekt omdat de locatiekeuze reeds in het verleden is onderbouwd. Die onderbouwing ontbreekt echter in de omgevingsvisie en OER en dient toegevoegd te worden. De Commissie vraagt specifiek om een onderbouwing waarom de campusuitbreiding niet kan binnen de huidige campus, op de industrial site of (gedeeltelijk) in het centrum van Geleen. Deze locaties zijn om verschillende redenen onderbouwd af te wijzen. In 2017 is dit door Buck Consultants International onderzocht in opdracht van de provincie Limburg. Hieruit volgt dat het centrum van Geleen een beperkt alternatief is dat als complementair aan de campus en lokale bedrijventerreinen wordt gezien. Alleen onderdelen die bij het campusecosysteem horen krijgen op de campus een plek. De campus richt zich op research en development binnen de sectoren (performance) materialen, chemische technologie en processen, regeneratieve geneeskunde en (bio) medische materialen. Op het terrein is ruimte voor onderwijs, testfaciliteiten, pilotfabrieken en kantoren die daar onlosmakelijk mee verbonden zijn. Ook voor kleinschalige, kennisintensieve productiebedrijven en voorzieningen die daaraan gekoppeld zijn of daaruit ontstaan is er plek.
Complementair hieraan werken we samen aan het ontwikkelen van het centrum van Geleen tot dé proeftuin voor onze circulaire en energieneutrale samenleving. Met deze focus willen we nieuwe kleinschalige maak- en creatieve bedrijven aantrekken die passen bij het circulaire karakter. Dat biedt kansen voor het tegengaan van de leegstand, bedrijfsmogelijkheden voor jonge ondernemers en het draagt bij aan de levendigheid.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie maar wel voor de OER. De volgende tekst wordt als intermezzo toegevoegd in de OER. De beoogde uitbreidingslocatie van de Brightlands Campus in het gebied tussen de A2, Bergerweg en Urmonderbaan (‘De Lexhy’) is, ondanks de verschillende aandachtspunten, de enige valide locatie. De Campus is een ecosysteem van onderzoeksbedrijven die gebruik maken van proefopstellingen en fabrieken die zowel fysiek als qua onderzoeksgebied sterk gekoppeld zijn aan elkaar en aan de Industrial Site. In 2017 is een locatieafweging uitgevoerd waarin meerdere locaties zijn onderzocht, ook buiten de gemeentegrenzen. Een eerste selectie is gemaakt op basis van beschikbare ruimte en nabijheid tot de huidige campus (binnen 2.5 kilometer). Na deze filter bleven vier locaties over: Industrial Park Chemelot, Professor van Krevelenstraat, Kerensheide en De Lexhy. Deze locaties zijn onderzocht op basis van fysieke kenmerken, kwaliteit, mogelijkheden en belemmeringen, relatie met de bestaande campus en kosten en complexiteit. De Lexhy
69
scoorde het hoogste in dit onderzoek en is werd als voorkeurslocatie aanbevolen. De Commissie voor de Milieueffectrapportage adviseert om ook Geleen-Centrum en de bestaande campus als alternatieven mee te nemen. Uitbreiden op de bestaande campus is evident en het passend invullen van de nog beschikbare ruimte op de campus is een voorwaarde voordat tot uitbreiding over gegaan kan worden. Uitbreiden op de Industrial site is niet mogelijk vanwege wettelijke beperkingen op het gebied van veiligheid. Het centrum van Geleen is een beperkt alternatief dat in de omgevingsvisie als koppelkans wordt gezien. Bedrijven die niet direct op de Campus hoeven te zitten of aanleverende diensten bieden kunnen volgens de gemeente beter buiten de Campus zitten, zodat de Campus beschikbaar blijft voor de onderzoeksbedrijven. Start-ups en scale-ups zonder chemische processen, advies- en ingenieursdiensten en andere vergelijkbare diensten zien we graag landen in het centrum van Geleen waar een groot en betaalbaar aanbod aan ruimte is 1.4.
De Commissie adviseert voor het besluit over de omgevingsvisie dat,
De gemeente heeft via een klimaatstresstest in beeld gebracht waar de grootste risico’s zitten bij
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
70
voorafgaand aan de besluitvorming, globaal wordt onderzocht hoeveel waterberging er voor 2040 gerealiseerd dient te worden om een goede waterhuishouding te borgen. Geef aan op welk moment de gemeente moet ingrijpen, als er onvoldoende kavels beschikbaar komen om het doel te halen.
piekbelasting. In 2025 worden verdiepende testen uitgevoerd waarin op knelpunten kwantificaties mogelijk zijn. Een numerieke inschatting maken op basis van de huidige stresstestkaarten is momenteel niet mogelijk. Met het Waterschap Limburg wordt in het buitengebied al gewerkt aan het verwerven van gronden en het vergroten van de waterbergende en -bufferende capaciteit. In het project Corio Glana bijv. gebeurt dit momenteel al. Verder is het maximaliseren van bergende capaciteit altijd het geval wanneer er in de openbare ruimte verharding of riolering vervangen wordt. Deze “natuurlijke momenten” waarin iets gerenoveerd wordt behelzen echter jaarlijks ongeveer 1-5% van alle oppervlakte. Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
3. Ambtshalve wijzigingen Na verdere ambtelijke controle en recente ontwikkelingen wordt ambtelijk voorgesteld een aantal wijzigingen door te voeren. Dit in aanvulling op de aanpassingen die volgen uit de zienswijzen en het advies van de commissie MER. Algemeen -
-
Er zijn een aantal spellingsfouten, herhalingen en onjuiste benamingen en afkortingen in de tekst aangepast. Deze hebben allemaal geen invloed op de inhoud van de tekst. Een aantal kaarten en afbeeldingen hebben incomplete legenda’s of waren onvoldoende leesbaar. Deze worden aangepast. De inleiding is verduidelijkt door de wettelijke achtergrond beter te duiden. De uitvoeringsparagraaf is aangevuld met meer duiding over de rol van de raad. Het schema van de beleidscyclus is verbeterd en de paragraaf over kostenverhaal is aangevuld.
Kaart -
-
De legenda-eenheden onder industrie, die toezien op die verschillende specifieke gebieden, worden anders uitgelijnd om te duiden dat het verschillende type gebieden zijn binnen het deelgebied industrie. De legenda-eenheden binnen ‘industrie’ en ‘stedelijk bedrijventerrein’ worden vanwege de leesbaarheid beter gerangschikt. De hoogspanningstracés staan niet goed op de kaart. Als ook het tracé van het fietspad door het Abroekerbos. Dit wordt aangepast. ‘Ruimte voor de Maas’ beslaat het gehele buitendijkse gebied rondom de Maas. Dit wordt aangepast op de kaart.
71
Inhoudelijk Archeologie Op pagina 59 wordt gesproken over ‘rekening houden met archeologie’. Het is een overheidstaak om archeologie te waarborgen. We vervangen daarom ‘rekening houden met archeologie’ door ‘archeologische waarden worden geborgd’. Mobiliteit Figuur 7 op kaart 56 bevat een aantal beleidsuitspraken die niet in de tekst zelf terugkomen. We kiezen ervoor om die beleidsuitspraken in de tekst uit te werken als nieuwe beleidskeuze; We werken aan een toekomstbestendig autonetwerk. Daarnaast wordt de kaart in figuur 7 beter leesbaar gemaakt. De tekstuele toevoeging is als volgt: We werken aan een toekomstbestendig autonetwerk waarmee we (fysieke) ruimte creëren om voorgaande beleidskeuzes waar te kunnen maken. Om dat mogelijk te kunnen maken zijn enkele ontwikkelopgaves benoemd. Deze worden op de kaart in figuur 7 weergegeven en zijn hieronder nader toegelicht: - We bezien samen met de provinciale wegbeheerder hoe we de regionale bereikbaarheid kunnen verbeteren. In de provinciale ontwikkelopgave N276 constateert de provincie dat de huidige capaciteit onder druk staat tussen de N297 – Westelijke Randweg. Alvorens infrastructurele aanpassingen te overwegen, voert de Provincie verder onderzoek uit naar oplossingsrichtingen en (verkeers)effecten om een voorkeusalternatief te bepalen.
Voor Sittard-Geleen is het noodzakelijk dat de gehele N276 op het gemeentelijk grondgebied voldoende capaciteit heeft voor de afwikkeling van het regionale en doorgaande verkeer. - Daarnaast heeft de gemeente de wens om de ontsluiting van het Retailpark SittardGeleen op de N294 te verbeteren. Voor deze ontwikkelopgave aansluiting Retailpark N294 wordt onderzocht of het mogelijk is een extra aansluiting te realiseren waarbij ook gekeken wordt naar het anders ontsluiten van Einighausen. Hieraan worden vanuit de provinciale wegbeheerder voorwaarden gesteld. - Als onderdeel van de ontwikkeling van de Brightlands Chemelot Campus op de Lexhy ligt er een ontwikkelopgave ongelijkvloerse kruising Urmonderbaan N294. Deze ongelijkvloerse kruising ter hoogte van de oude Postbaan is gewenst om de doorstroming op de N294 te kunnen blijven garanderen. - De ambitie is om een aantal wegen te veranderen van GOW 50 naar GOW 30 waarmee wegen worden ingericht als een gebiedsontsluitingsweg van met een toegestane snelheid van 30 km/u. Doel van deze transitie is het verbeteren van de verkeersveiligheid, gezondheid, leefbaarheid, doorstroming en/of om ruimte te bieden aan actieve mobiliteit. Op verschillende wegen is de beschikbare breedte van het wegprofiel ook aanleiding om hier de weg in te richten als GOW 30.
- Om de centrumring Sittard te sluiten en een eenduidig wegbeeld te behouden, gaat deze ETW 30 naar GOW 30. - De wegen die de “inprikkers” vanuit de regio naar de centra van Sittard en Geleen zijn GOW 50 en blijven GOW 50. - Vanuit het principe van GOW 30 zouden enkele routes buiten de bebouwde kom kunnen worden ingericht als GOW 60, met name vanuit het perspectief van verkeersveiligheid.
72
-
-
-
-
-
In enkele gebieden willen we meer ruimte geven aan leefbaarheid en verblijfskwaliteit en het beperken van doorgaand verkeer. Hiervoor onderzoeken we of de weg kan worden afgewaardeerd van GOW 50 naar ETW 30 als op de omliggende wegen de doorstroming wordt gefaciliteerd. Om de verblijfskwaliteit van het stationsgebied te verbeteren wordt onderzocht op welke wijze het stationsplein autoluw kan worden gemaakt. Deze route heeft geen verbindende functie meer. De weg blijft voor beide richtingen in ieder geval beschikbaar voor bussen. De Westelijke Randweg is een GOW 70 en blijft een GOW 70. De weg heeft een verbindende functie en ontlast het verkeer op de Rijkswegboulevard. Er ligt een onderzoeksopgave Geleen centrum om te onderzoeken of dit deel van de Rijkswegboulevard wordt ingericht als GOW 30 of ETW 30. Dit is mede afhankelijk van de ontwikkelingen in Geleen centrum en de gewenste functie van het gebied. Uit de Gebiedsverkenning Westelijke Mijnstreek is gebleken dat met name in de avondspits er sprake is van een doorstromingsknelpunt rondom de Kerenshofweg. In de onderzoeksopgave Kerenshofweg dient te worden onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden m er voor te zorgen dat het verkeer van/naar de Westelijke Randweg naar/van de A76 god kan doorstromen (en daarmee de Rijkswegboulevard kan ontlasten).
Binnen de verschillende bedrijventerreinen in Sittard-Geleen wordt onderzocht wat een passende wegcategorisering is. In de onderzoeksopgave bedrijventerreinen wordt in beeld gebracht hoe meer ruimte geboden kan worden aan actieve mobiliteit. Tegelijkertijd moeten de terreinen hun functie behouden zoals bv. het veilig en vlot afwikkelen van vrachtverkeer.
Overige tekstuele wijzigingen: -
-
-
-
p.47 – rechter alinea. Toevoegen: …. door duidelijke wandel- en fietsroutes aan te wijzen, doorsteekjes … p.53 – Tweede zin Actieve mobiliteit … Vervangen door: Actieve mobiliteit (lopen en fietsen) en duurzame mobiliteit (openbaar vervoer en deelmobiliteit) vormen de basis van ons mobiliteitssysteem. p.54 – Verbinden wijken en dorpen Toevoegen: Ook de recreatieve wandel- en fietsroutes die het stedelijk gebied met het recreatieve buitengebied verbinden horen bij het hoofdfietsroutenetwerk. p. 54 – Treinverbindingen Tekstueel: Deze verbindingen dragen bij aan de multimodale bereikbaarheid van onze gemeente, en het centrum en onze onderwijs- en werklocaties in het bijzonder. p. 55 – In de wijken en dorpen is ruimte voor parkeren, alleen niet meer altijd in de openbare ruimte direct voor de eigen voordeur. Tekstueel. Zin vervangen door: In de wijken en dorpen is ruimte voor parkeren, alleen in de openbare ruimte niet meer altijd direct voor eigen voordeur.
Circulariteit -
-
Op pagina 30 staat: “De wijken zijn door circulaire renovatie, sloop en nieuwbouw van woningen een echt thuis voor iedereen: nieuw en oud, veerkrachtig of juist kwetsbaar.” Aanpassen naar “De wijken renoveren, slopen of bouwen we circulair en zijn een echt thuis voor iedereen: nieuw en oud, veerkrachtig of juist kwetsbaar.” Op pagina 70 staat: “We stimuleren dat de circulaire toekomst verbonden is met de geschiedenis. De karakteristiek van de tuinwijken, met in de kern de voormalige mijnkoloniën, gebruiken we om de woon- en leefomgeving te versterken en
73
-
-
-
-
aantrekkelijker te maken. Het verleden verbinden we hier met een circulaire toekomst door circulair bouwen en leven te stimuleren. We willen vooroplopen als Smart City. Door data en technologie slim te gebruiken, laten we zien hoe je de leefkwaliteit en gezondheid van een stad en gemeente kunt verbeteren.” Aanpassen naar een tekst die de lading beter dekt en onderbouwd: “Een circulaire toekomst verbinden we met onze geschiedenis. De karakteristiek van de tuinwijken, met in de kern de voormalige mijnkoloniën, gebruiken we om de woon- en leefomgeving te versterken en aantrekkelijker te maken. Deze bestaande elementen en identiteit worden gekoesterd en zoveel mogelijk in stand gehouden om zorgvuldig op voort te bouwen en alleen datgene toe te voegen wat daadwerkelijk nodig is. Passend binnen circulair gedachtegoed, waarbij bestaande materialen en producten zo lang mogelijk gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycleerd worden ten behoeve van waarde-creatie. Op deze manier breiden we de levenscyclus van zowel onze geschiedenis als onze producten uit. Daarop aansluitend willen we vooroplopen als Smart City. We documenteren het materieel wat we toevoegen aan de stad slim, zodat we daar in de toekomst weer efficiënt en circulair op door kunnen bouwen.
Zo laten we zien hoe de leefkwaliteit en gezondheid van een stad en gemeente verbeterd kunnen worden.” Op pagina 65 voegen we de volgende zin toe: “Nieuwe woningen bouwen we zoveel mogelijk circulair en energieneutraal en we combineren het met duurzame verstedelijking, met voldoende groen en aandacht voor klimaat en gezonde mobiliteit.” Op pagina 68 staat “In Geleen zien we door de realisatie van de Circular Mile een sterke verbinding ontstaan tussen de Brightlands Chemelot Campus, Chemelot Industrial Park en het centrum. Daardoor wordt het centrum aantrekkelijker als woonomgeving voor (kennis)werkers en starters. Hier bieden we ruimte aan experimentele woon- en werkvormen in leegstaand vastgoed en boven winkels.” Hieraan voegen we toe: “Middels transformatie benutten we de bestaande bebouwing beter, dragen we bij aan levensduurverlenging en daarmee aan besparing van materiaalgebruik. Daar waar materiaal dient te worden toegevoegd of verwijderd doen we dit zoveel mogelijk duurzaam en circulair, en volgens circulaire bouw- en sloopprincipes. In de transitie naar een circulaire economie verkennen we of en waar het zinvol is om bouwhubs te faciliteren, zodat nog bruikbare producten, materialen of grondstoffen opgeslagen kunnen worden en vanuit daar terug de keten in kunnen.
Zo wordt voorkomen dat ze als afval worden beschouwd.” Op pagina 75 toevoegen: Om de transitie naar een circulaire economie effectiever vorm te geven brengen we materiaalstromen en milieu-impact op meerdere schaalniveau’s digitaal in kaart middels gecombineerde informatiesystemen. Op pagina 71 staat: “Met bijvoorbeeld hergebruikt plastic afval als grondstof.” Vervangen door “Met bijvoorbeeld plastic afval als grondstof.” Op pagina 74 en 75 worden de Circular Mile en het centrum van Geleen allebei beschreven als ‘dé proeftuin’ voor circulariteit. Om een eigen toon te geven aan beide is het advies om de Circular Mile te positioneren als de proeftuin voor de circulaire economie en Geleen als de proeftuin voor onze circulaire samenleving.
74
4. Staat van wijzigingen Hieronder wordt aangegeven wat de voorgestelde wijzigingen zijn ten opzichte van de ontwerp omgevingsvisie. Dit zijn de aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen, advies van de Commissie voor de Milieueffectrapportage en de ambtshalve wijzigingen. De aanpassing van spellingsfouten zonder inhoudelijke consequenties wordt hier niet genoemd. 4.1.
Aanpassingen in de omgevingsvisie
Hoofdstuk 1: Waarom een omgevingsvisie? Pagina Was 5 Met de omgevingsvisie vullen we onze wettelijke rol uit de Omgevingswet in. De omgevingsvisie is de basis voor ons omgevingsplan (voorheen bestemmingsplannen). En de omgevingsvisie is het kader bij het beoordelen van initiatieven van inwoners en ondernemers en gemeentelijke projecten in de leefomgeving. De omgevingsvisie vervangt de huidige omgevingsvisie uit 2016. Vrijwel al het huidige, per thema opgestelde raadsbeleid over de fysieke leefomgeving, gaat er in op.
6
Op basis van de reacties uit de participatie is de conceptomgevingsvisie duidelijk uitgewerkt tot ontwerpomgevingsvisie. Die is vervolgens getoetst aan een omgevingseffectrapportage (OER). In deze fase is de omgevingsvisie ook getoetst op toepasbaarheid door lopende en bestaande initiatieven als proef te gebruiken hiervoor. De ontwerp-omgevingsvisie en OER worden zes
Wordt De omgevingsvisie is een wettelijk verplicht instrument vanuit de Omgevingswet. De omgevingsvisie bevat volgens deze wet: ▪ een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, ▪ de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, ▪ de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Bij het opstellen van de omgevingsvisie hebben we rekening gehouden met een aantal wettelijke beginselen: • het voorzorgsbeginsel • het beginsel van preventief handelen • het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden • het beginsel dat de vervuiler betaalt De omgevingsvisie bindt ons als gemeente. Ze is de basis voor beleidsdoorwerking en -uitvoering. Ze is daarmee het kader bij het beoordelen van initiatieven van inwoners en ondernemers en gemeentelijke projecten in de leefomgeving. Op basis van de reacties uit de participatie is de concept-omgevingsvisie duidelijk uitgewerkt tot ontwerpomgevingsvisie. Die is vervolgens getoetst aan een omgevingseffectrapportage (OER). In deze fase is de omgevingsvisie ook getoetst op toepasbaarheid door lopende en bestaande initiatieven als proef te gebruiken hiervoor. De ontwerpomgevingsvisie en OER hebben zes weken ter inzage gelegen. Met een zienswijzenverslag is de omgevingsvisie