CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen

Raad 27 maart 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken (Geilen/Houtakkers) (18)32.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Gevolgen voor de omgevingsvisie: op pagina 90 vervangen we onder het kopje ‘We maken ruimte voor waterberging in risicogebieden.’ de zin ‘Ook zijn er specifieke wateroverlastgebieden in onze gemeente die wij systematisch gaan claimen voor waterberging als er kavels vrijkomen.‘ door: ‘Ook zijn er specifieke wateroverlastgebieden in onze gemeente. In deze gebieden zetten wij in op waterberging als er kavels vrijkomen.’

Om waterbuffers aan te leggen worden gronden aangekocht door onder andere het Waterschap Limburg. De afweging water bergen of wonen is er een die altijd al plaatsvindt. In de visie wordt enkel het beleid van het rijk geïmplementeerd om “Water en bodem sturend” ruimtelijk te ontwikkelen. Dit houdt in dat wij de kwaliteiten van de bodem en het water optimaal meenemen in deze overweging. Als een gebied een overstromingsgevaar kent nu en/of in de toekomst dan is dat gebied bij voorkeur niet bestemd voor wonen. Dat betekent niet dat er niet gebouwd mag worden, maar dat deze perspectieven meewegen. Deze visie wordt toegepast om waterveiligheid en levenskwaliteit van onze inwoners te vergroten. De toepassing zal plaatsvinden daar wanneer er bijvoorbeeld bestemmingsplannen gewijzigd worden. Niet op bestaande bouw. Het systematisch claimen betekent dat er vanuit natuur, landschap, water en klimaatadaptatie een belang wordt uitgesproken dat enerzijds cruciaal is of anderzijds een wens is. Zo zijn er natura 2000 gebieden waar beschermde soorten gehuisvest zijn. De wens is dat, wanneer er gebieden aan de randen van een dergelijke zone vrijkomen deze als eerste overwogen worden om aan groen en

25

landschap te bedelen.

7.17.

Indiener verzoekt de gemeente duidelijk te zijn over de haalbaarheid en impact van klimaatadaptief bouwen en stelt dat het op dit moment een theoretisch concept is in plaats van een praktische oplossing.

Deze nuance wat betreft verharding verwijderen is correct. In de omgevingsvisie spreken we hierbij over functionele en niet functionele verharding. Met andere woorden, als verharding daadwerkelijk noodzakelijk is blijft deze behouden. Klimaatadaptief bouwen gaat over de manier van bouwen maar ook de inrichting van de omgeving. Het is zowel een theoretisch concept als ook een praktische oplossing. Wij hebben het hier over een visie, hoe de toekomst er uit ziet. Die toekomst is klimaatadaptief bouwen. Het middel dat wij hanteren hiervoor is de landelijke maatlat. Daarnaast zijn wij hier momenteel al mee bezig, bepaalde aspecten van deze methode bestaan al jaren. Zo is er een uitvoeringsnotitie die omwille van waterveiligheid eist dat er bij nieuwbouw en grote verbouwingen hemelwater dat op eigen terrein valt ook op eigen terrein wordt opgevangen en geïnfiltreerd. Bij het uitgeven van een bouwvergunning wordt dit getoetst. Zo zijn er ook andere aspecten van duurzaamheid en klimaatadaptatie die al bestaan en de komende tijd worden geïntegreerd in het bouwproces.

7.18.

Indiener vraagt om het onderdeel van de omgevingsvisie op het gebied van de relatie tussen agrarische doelen en natuurdoelen aan te passen op een manier die een evenwichtige en realistische kijk biedt op de rol van de agrarische sector in het behoud van biodiversiteit en natuur.

Voornemen is om natuur en landbouw meer te verweven. Het streven is naar een agrarisch gebied dat in balans is met biodiversiteit. Via de groenagenda werken we een verdere aanpak hiervoor uit. Mogelijk gebieden aanwijzen waar we middels een landschapsfonds kunnen gaan stimuleren dat het agrarische gebied een betere groene dooradering krijgt. Insteek is om agrariers beheerder van deze groene landschapsdooradering te maken tegen marktconforme vergoedingen. Indien niet provinciaal

Gevolgen voor de omgevingsvisie. Op pagina 90 wordt de volgende passage gewijzigd: “Er wordt klimaatadaptief gebouwd. Wij stimuleren bouwen volgens de Landelijke Maatlat Klimaatadaptief bouwen, waardoor wateroverlast, hittestress en biodiversiteit steeds meer worden meegenomen in bouwprojecten.” Dit wordt: “Er wordt klimaatadaptief gebouwd. Wij stimuleren bouwen volgens de Landelijke Maatlat voor Klimaatadaptief en groen bouwen, waardoor wateroverlast, hittestress, biodiversiteit en andere aspecten van duurzaamheid steeds meer worden meegenomen in bouwprojecten.” Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

26

gefinancieerd dan middels een door de gemeente opgericht landschapsfonds. 7.19.

7.20.

7.21.

7.22.

Indiener stelt dat de uitbreiding van het elektriciteitsnet, buisleiding en energieopwekking vooral gericht is op de behoefte van de energie en dus ook daar geplaatst moeten worden.

Indiener verzoekt om te verduidelijken waarom er gekozen wordt voor het aanleggen van landschapselementen gericht op het kleinschaliger maken van het landschap. Indiener pleit dit samen met inwoners te doen en vraagt zich af waarom we nu gaan verkleinen terwijl vroeger via de ruilverkaveling vergroot is. Indiener geeft aan dat leesbaarheid van het stuk verbeterd moet worden en stelt dat het te veel woorden en te weinig informatie bevat.

Indiener stelt dat de participatie vooral heeft plaatsgevonden tijdens werkdagen en werkuren waardoor participatie voor werkenden moeilijk is en studenten en senioren juist wel aanwezig waren.

De energietransitie gaat iedereen aan. De industrie gebruikt inderdaad veel energie en de kabels en leiding die nodig zijn worden ook zo efficiënt mogelijk naar de verbruikers geleid. Ook het verzwaren van hoogspanningsinstallaties gebeurt zo min mogelijk in het buitengebied. Maar ook inwoners profiteren van die ontwikkelingen. Netverzwaring is noodzakelijk om nieuwe woningen aan te kunnen sluiten. Die locatie van energieopwekking wordt onderzocht. Op dit moment is energieopwekking in het buitengebied nergens direct toegestaan. De schaal en inrichting hangt samen met het landschapstype. De herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen en het verhogen van de natuurwaarden en biodiversiteit is wat we beogen. Dat kunnen we alleen bereiken in samenwerking met grondeigenaren.

De gemeente erkent het belang van voldoende concrete keuzes. Echter zijn die op dit moment niet overal mogelijk en dient de visie als een punt op horizon. Alle nieuwe ontwikkelingen worden in die context beoordeeld en plannen van de gemeenten moeten bijdragen aan de gestelde ambities. De gemeente onderschrijft het belang van goede participatie met oog voor alle inwoners. Nagenoeg alle participatiemomenten voor de omgevingsvisie vonden plaats in de avonduren en de weekenden. Alleen de overleggen met ketenpartners en medeoverheden vonden plaats onder werktijd. De combinatie van avonden en weekenden is expliciet gekozen zodat er zoveel mogelijk gelegenheden waren voor mensen om deel te nemen. Sessies vonden ook decentraal plaats, in stad en dorpen; op verschillende momenten om de toegankelijkheid te vergroten. Aanvullend

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

27

is in de verschillende fasen de mogelijkheid aangeboden voor persoonlijke consultaties (op tijdstippen naar wens van aanvragers). Bij nagenoeg alle bijeenkomsten en gesprekken was er sprake van een doorsnede van de samenleving qua samenstelling (inwoners, organisaties, bedrijven) en leeftijd. Aanvullend zijn nog verschillende activiteiten georganiseerd met kinderen en jongeren (jongerenparticipatie). Daarbij zijn ook de onderwijs- en welzijnorganisaties betrokken. De gemeente blijft werken aan het verbeteren en vergroten van de toegankelijkheid van participatiemomenten. We verwijzen hiertoe graag naar de Leidraad Doorontwikkeling Participatie.

8. PPS-Pipelines BV 8.1. Indiener verzoekt om in de omgevingsvisie een uniforme benaming te hanteren voor de SVBstrook(en) zijnde nationale strook buisleidingstrook en / of leidingstrook. 8.2. Indiener geeft aan dat het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen opgenomen was in de bestemmingsplannen en voor 2032 opgenomen moet worden in het omgevingsplan. 8.3. Rondom de leidingen ligt een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerzijden uit het hart van de pijpleidingen. Deze zone moet gevrijwaard blijven van obstakels. 9. Provincie Limburg – België 9.1. Indiener geeft aan dat de keuzes in de omgevingsvisie aansluiten bij de visie uit het eigen Ruimtepact 2040 en wordt graag op de hoogte gebracht van nieuwe

Zienswijze wordt overgenomen

Zienswijze heeft gevolgen voor de omgevingsvisie. Overal waar leiding of leidingstrook staat, wordt hier het woord ‘buis’ aan toegevoegd.

Het betreffende besluit wordt door de gemeente meegenomen bij het opstellen van het omgevingsplan. Het BEVI bestaat niet meer en valt nu onder het BKL. Dit wordt bij het opstellen van het omgevingsplan in acht genomen.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Dit is bekend bij de gemeente en geborgd in het omgevingsplan van rechtswege (zie vraag 9.2.)

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

De gemeente neemt het aanbod om grensoverschrijdend samen te werken in de Maasvallei graag aan en zal indiener op de hoogte houden van ontwikkelingen.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

28

9.2.

projecten waarin grensoverschrijdende samenwerking een meerwaarde kan bieden. Indiener verzoekt om te verduidelijken wat de ontwikkeling van de Brightland Campus inhoudt op het gebied van testfaciliteiten en pilotfabrieken.

Voor wat betreft de uitbreiding van de Brightland Campus op de locatie Lexhy is de lijn dat deze vergelijkbaar is met de mogelijkheden op de huidige campus. Dus onderzoek en onderwijs evenals testopstellingen, pilotplants en testfaciliteiten.

10. Samenwerkende natuurorganisaties 10.1. Indiener is algemeen van Voor de gemeente staat de balans tussen mening dat specifiek binnen sociale, economische én ecologische onze gemeente de natuur waarden voorop. Zoals de indiener terecht afgelopen decennia meer stelt vormt natuurbehoud en –herstel een dan elders in onze provincie belangrijk fundament voor de leefbaarheid opgeofferd is voor van de omgeving. economische ontwikkeling. En hoewel de indiener de In de omgevingsvisie zijn de kaders noodzaak en waarde van een aangegeven hoe we hier in de gemeente gezonde economie erkent, mee om willen gaan. In een nadere staat voor hen bovenaan dat uitwerking (groenagenda) zal de we vooral het fundament uitwerking van de ecologische onderdelen onder onze maatschappij en hiervan geconcretiseerd worden. De onze economie moeten indiener wordt ook betrokken bij deze beschermen en versterken. nadere uitwerking. Natuurbescherming en herstel is dan ook geen kwestie van belangen die tegengesteld zijn aan de belangen van de economie, maar juist van het voorkomen dat onze maatschappij haar eigen fundamenten verwaarloost. Bovendien is ook sociale veerkracht nauw verbonden met ecologische veerkracht, b.v. via gezondheid, hittestress etc.

Indiener roept de gemeente op om nu de daad bij het woord te voegen, om concreet, meetbaar en gebieds-specifiek te zorgen voor herstel van de scheefgegroeide balans tussen ecologische en sociale veerkracht ten opzichte van de steeds weer dominante economische veerkracht.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

29

10.2.

10.3.

Op pagina 24 en 87 van de omgevingsvisie wordt ingegaan op de doelstelling de biodiversiteit in de dorpen en steden te laten voldoen aan de basiskwaliteit natuur. Indiener geeft aan dat de Basiskwaliteit Natuur zich richt zich op zowel het landelijk als het stedelijk gebied waar natuur niet de primaire functie is. Indiener verzoekt ook bij de doelstellingen voor het landelijk gebied de doelstelling Basiskwaliteit Natuur toe te voegen. Het is hiermee een aanvulling op bestaande beleidsdoelen voor natuur, zoals de Vogelen Habitatrichtlijn, die zich juist richten op de bedreigde soorten en zeldzame habitats. De condities waar BKN naar streeft, kunnen gezien worden als randvoorwaarden om algemene soorten duurzaam te laten voorkomen.

De Basiskwaliteit natuur richt zich zoals de indiener aangeeft zowel op het landelijk als het stedelijk gebied. In de omgevingsvisie trekken we daarin de tekst voor het stedelijk gebied en het landelijk gebied gelijk.

Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: We stellen een biodiversiteitsactieplan- en programma op. Dit plan richt zich ook op gebieden waar reeds een aanzienlijke blauwe en groene infrastructuur aanwezig is, en waarvan bekend is dat het beheer, onderhoud en de verbindingen kunnen worden verbeterd. In het plan staat een aantal doelsoorten centraal. Bij de keuze van de doelsoorten is samen met externe experts bepaald welke doelsoorten belangrijk/richtinggevend zijn voor het versterken van de biodiversiteit.

Dit tekstvoorstel gaat over de wijze van uitwerking en zal worden meegenomen in het traject van het opstellen van de agenda groen, waar de indiener bij betrokken zal worden.

De concrete tekstvoorstellen van de indiener zijn aangepast om te passen bij de teksten over het landelijke gebied, en zijn toegevoegd aan de beschrijvingen onder ‘Heuvelland en Maasvallei verbonden.’ Hierbij is de hoofdlijn van de tekstvoorstellen aangehouden, passend bij het kaderstellende niveau van de omgevingsvisie.

De zienswijze leidt tot de volgende wijzigingen in de omgevingsvisie: Op pagina 24 wordt onder het kopje ‘Groene wijken en dorpen’ en ‘Heuvelland en Maasvallei verbonden’ de zin over Basiskwaliteit Natuur gewijzigd / toegevoegd: ‘We geven ons hierbij rekenschap van Basiskwaliteit Natuur.’ Op pagina 96 onder de kop ‘we versterken en verbinden de verschillende natuurgebieden’ wordt de volgende tekst toegevoegd: ‘Voor de versterking van de biodiversiteit in het landelijk gebied geven we ons rekenschap van de Basiskwaliteit Natuur. We ontwikkelen een instrumentarium om de kwaliteit van de natuur te bepalen, met name in gebieden waar natuur niet het belangrijkste doel is.’ Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

30

10.4.

10.5

10.6

10.7

Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: De komende jaren zullen we een landschapsprogramma opstellen samen met betrokken gebiedspartijen en overheden, met daarin een plan voor de duurzame financiering van het beheer en investeringen in het landschap. Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: We willen het landschap klimaatbestendig beheren. Daarnaast komt er een onderzoek naar de gevolgen voor de mineralenhuishouding van de stikstofdepositie op de bodem waaronder het bosen overige landschap. Hierbij wordt ook bekeken of herstelmaatregelen van de bodem ecologisch zinvol en haalbaar zijn. Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: Er wordt invulling gegeven aan structureel bosbeheer waarbij we ons richten op gemengde, natuurlijke bossen die stabiel en weerbaar zijn tegen klimaatsverandering. Deze maatregelen hebben de mogelijkheid om het landschap te beschermen tegen klimaatverandering en stikstofdepositie. Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: We overwegen om weilanden die bestaan uit monocultuur raaigras met injectiebemesting om te

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

31

10.8

10.9

10.10

10.11

zetten naar bos- en natuurgebied. Deze omzetting naar bos en natuurgebied zal een positief effect op flora en fauna hebben en bevordert daarmee de biodiversiteit en lokale natuurwaarde. Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: In het buitengebied komt regelmatig agrarische bebouwing vrij. We hebben een beleid geformuleerd over hoe hiermee omgegaan dient te worden. Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: We beschrijven de kenmerken en waarden van de beschermde natuurgebieden en geven aan hoe we deze kwaliteiten beïnvloeden. Indien compensatie noodzakelijk is, geven we aan hoe dit vormgegeven wordt. De natuurgebieden worden actief beschermd, er vindt toezicht en handhaving plaats. Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: We streven naar netto uitbreiding van groene natuur, met name van bomen in die gebieden waar de dekkingsgraad van de kroonprojectie beneden de 30% ligt. Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: Om veranderingen in de tijd goed te kunnen monitoren dient er voor alle variabelen één referentie te worden bepaald waartegen de

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

32

10.12

10.13

10.14

10.15

progressie kan worden afgezet. Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: Ook voor de industrie dienen er doelstellingen (verbeteringen) te worden aangegeven, vooral op het gebied van vervuiling van oppervlaktewater en lucht. Onder industrie vallen hier ook riool- en andere afvalwaterzuiveringsinstallati es, zonneweides en windmolenparken (alle nadelige effecten op de natuur en ecosystemen). Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: Alle nog aanwezige natuurgebiedjes binnen de gemeentegrenzen blijven minimaal gelijk en worden verder uitgebreid waar mogelijk. Indiener doet een concreet voorstel voor tekstaanpassing in de omgevingsvisie: We zorgen dat er een betrouwbaar systeem komt om de dekking van bomenkroonprojecties per gebied zo nauwkeurig mogelijk te kunnen meten a.h.v. satelliet/luchtfoto’s. Indiener geeft aan dat de gemeente op pagina's 89 en 96 de doelstelling aanhoudt om te onderzoeken of 10 procent groen-blauwe dooradering van het buitengebied in 2040 haalbaar is. Indiener vindt het belangrijk dat dit een harde doelstelling wordt omdat dit een belangrijke bijdrage levert aan het behalen van doelstellingen in de nieuwe EU Natuurherstelwet

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 10.3

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

De doelstelling van de gemeente is om 10 procent groen-blauwe dooradering van het buitengebied te bereiken. Er moet echter nog onderzocht worden hoe dit bereikt kan worden en of er middelen beschikbaar te maken zijn om dit te realiseren. Dit zal nader uitgewerkt worden via de agenda groen.

Wijzigingen in de omgevingsvisie: Pagina 89. We vervangen de zin ‘We onderzoeken of 10 procent groen-blauwe dooradering van het buitengebied in 2040 haalbaar is.’ door ‘Onze doelstelling is om in 2040 10 procent groene-blauwe dooradering van het buitengebied bereikt te

33

10.16

10.17

waaronder Nederland inspanningsverplichtingen heeft om ook ecosystemen buiten Natura 2000 gebieden te beschermen en versterken. En een heldere doelstelling zo veel mogelijk kans op bijdragen van rijksoverheid en provincie via het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Indiener geeft aan dat om de groen-blauwe dooradering te realiseren het goed is het plan Zitterd Waterproof uit 2016 af te ronden. Dit is nu tot en met het park afgerond. Onderdeel van Zitterd Waterproof is om de Molenbeek weer over het ESCS-terrein te laten meanderen, als overloopgebied voor regenbuien, als buffer voor droogte en als stimulans voor verbetering van waterkwaliteit en biodiversiteit.

Indiener geeft aan een kans te zien om natuurherstel toe te passen in een gebied van ruim 20 hectare aangrenzend aan Natuurnetwerk Limburg, namelijk op het ESCS terrein en het Geleenbeekdal ten noorden van Sittard, aangrenzend aan de goudgroene natuur van de Schwienswei. En dat hiermee invulling gegeven kan worden aan de doelstellingen rondom biodiversiteit en de beeksystemen in SittardGeleen. Ook verwijst indiener naar de eerdere participatie rondom de Schwienswei waarin veel inwoners voor deze invulling hebben gepleit. Indieners pleiten ervoor 20 hectare van het ESCS terrein toe te voegen aan de beschermde goud-groene natuur van de Schwienswei zodat de belangrijke

hebben. We onderzoeken welke maatregelen hiervoor nodig en haalbaar zijn.’

Met het waterschap wordt de Geleenbeek geleidelijk aan opgepakt. Op dit moment wordt in het kader van Corio Glana gewerkt aan het traject bij Geleen. Het traject aan de noordkant van Sittard volgt later in de planning. Zitterd Waterproof zal hier zeker een kader voor zijn.

Wijziging in de omgevingsvisie: Op pagina 95 voegen we na de zin ‘Het dal van de Geleenbeek en de Roode Beek wordt als onderdeel van een (eu)regionaal natuur- en recreatief netwerk aantrekkelijker gemaakt voor mens en dier.’ toe ‘Dit doen we in samenwerking met de aanpak van het Waterschap. Het plan Zitterd Waterproof biedt hiervoor een kader.’

De inrichting van het ESCS-terrein is op dit moment onderwerp van gesprek. In de omgevingsvisie is aangegeven dat dit terrein in een rood-groene ontwikkeling getransformeerd wordt. Dit conform het raadsbesluit van 12 juli 2023 om op de locatie te komen tot een economische en/of maatschappelijke ontwikkeling in combinatie met natuurontwikkeling.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Voor het gebied Yard E zal eerst gekeken worden naar een nieuwe economische invulling.

34

10.18

Ecologische Verbindingszones van de Geleenbeek en de Rode Beek worden verbreed en versterkt. En de kap van het Sterrebos te compenseren door oostelijk van de N276 het gebied dat voor Yard E van Nedcar was gereserveerd om te vormen tot natuurgebied, grenzend aan de Ecologische Verbindingszone van de Geleenbeek.” Indiener geeft aan dat op pagina 94 aangegeven is dat wordt onderzocht of en hoe een eventuele ontgrinding van meerwaarde kan zijn bij de versterking van landschap en natuur op het Graetheideplateau. Indiener verzoekt de mogelijkheid om grindwinning- en verwerking op het Graetheideplateau toe te staan uit de Omgevingsvisie te schrappen.

Zie ook 2.1. Ten aanzien van grindwinning zijn de teksten overgenomen vanuit de Strategische gebiedsvisie voor de omgeving van Chemelot. Dit is een visie die reeds door de gemeenteraad is vastgesteld. Hier wordt niet van af geweken in de ontwerp omgevingsvisie.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Indiener onderschrijft het standpunt van het Graetheidecomité (indiener 2) dat ontgrinding op Graetheide geen meerwaarde oplevert voor de omgeving. Het is zeer negatief voor de leefbaarheid in de omgeving en voor de versterking van het landschap en natuur op Graetheide. Ook geeft indiener aan dat hiermee geen recht wordt gedaan aan de eerdere inspraak waarbij veel inwoners uit de omgeving aangeven tegen grindwinning op de Graetheide te zijn, dat voor langdurige overlast zou zorgen. Ze pleiten ervoor Graetheide groen te laten en het duurzaam en milieuvriendelijk in te richten.

35

10.19

10.20

10.21

10.22

10.23

Indiener geeft aan dat de uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus op de Lexhy en vooral de hierdoor veroorzaakte aantasting van het Natuurnetwerk Limburg zeer onwenselijk is. En dat het Natuurnetwerk Limburg in de gemeente S-G, dat slechts van een beperkte grootte is, actief beschermd moet worden. Indiener bepleit dat het Lexhy-bos niet aangetast mag worden. Indiener geeft aan dat het geplande TenNet 380 kV hoogspanningsstation op de Chemelotsite dient te komen, tenzij aangetoond kan worden dat dit onmogelijk is. Indiener geeft aan dat de uitbreiding van de campus naar de Lexhy alleen toegestaan mag worden als op de Chemelotsite geen ruimte meer beschikbaar is. Indiener geeft aan dat op de Lexhy geen productiebedrijven gevestigd mogen worden en de gebouwen goed ingepast moeten worden in het landschap met beperkingen in omvang. Indiener geeft aan dat na het stoppen van de activiteiten bij VDL Nedcar ten oosten van de N276 het gebied Yard E overblijft dat niet meer zal worden ingezet voor de automotive-sector. Indiener geeft aan het van belang te vinden dit gebied niet verder in te zetten als alternatief industriegebied. Indiener ziet een kans door dit gebied terug te geven aan de natuur om tegelijkertijd de ecologische verbindingszone rond de naastgelegen Geleenbeek te versterken, en op een steenworp afstand natuurcompensatie toe te

Zie 2.11 en 2.12

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 2.5

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 2.8

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 2.10

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zie 10.17

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

36

10.24

10.25

10.26

passen voor het eerder gekapte Sterrebos. De indiener geeft naar aanleiding van de situatie rondom Watersley het risico te zien van toenemende recreatie in het buitengebied. De gemeente wil alleen binnen het draagvermogen van de natuurgebieden, recreatief medegebruik mogelijk maken. Indiener acht het van belang hierbij te expliciteren dat ingrepen in het Natuurnetwerk Limburg of de Groenblauwe mantel in principe niet toegestaan zijn. Tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden die staan beschreven in de Omgevingsverordening Limburg. Als een ingreep wordt gedaan in het Natuurnetwerk Limburg of de Groenblauwe mantel en deze activiteit tast de natuur- en landschapswaarden aan, dan moet dat financieel of fysiek gecompenseerd worden. Indiener verzoek op de visiekaart niet alleen de droge (oost-west) ecologische verbindingszones te vermelden maar ook enkele zeer belangrijke natte en droge ecologische verbindingszones van noord naar zuid, onder andere langs en tussen de Maas, De Geleenbeek en de Rode Beek. Indiener constateert op de figuur natuurverbindingen op p.98 dat o.a. de natte verbindingen getoond worden maar de Geleenbeek dood loopt vlak na de Middenweg van Sittard. De natte natuurverbinding door het centrum van de stad is hier nog steeds even belangrijk als stroomopwaarts in het hele Corio Glana gebied, en

Uiteraard houdt de gemeente zich in deze aan de verordening van de provincie.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

De oostwestverbindingen op de visiekaart zijn ecologische verbindingen die nu nog volledig ontbreken en het is de ambitie om deze te ontwikkelen. De noord-zuidverbindingen bestaan reeds. Deze zullen wel beter in beeld gebracht worden op de desbetreffende themakaart.

Deze zienswijze zorgt voor een aanpassing van figuur 16 op pagina 98. Hier worden de verschillende ecologische verbindingen beter in beeld gebracht.

Zie antwoord op punt 10.25

Zie antwoord op punt 10.25

37

hoort hier dus ook op dezelfde manier te worden weergegeven. 11. Stichting Behoud Kollenberg 11.1. Indiener vraagt om een ecologische analyse en onderzoek naar de biodiversiteit om te bepalen hoe recreatief belastbaar de Kollenberg is. 11.2. Indiener vraagt om een integrale aanpak voor de Sint Rosa locatie waarin zowel natuur, recreatie als bebouwing op een evenwichtige wijze worden meegenomen. Indiener vindt dat het plan op dit moment sterk gericht is op het faciliteren van een paardenhouderij.

11.3.

Indiener stelt dat de omgevingsvisie weinig concreet maakt over de plannen van de Kollenberg (inclusief Watersley) en de invulling van het terrein van de oude Steenfabriek.

12. Wandelnet 12.1. Indiener verzoekt om daar waar gesproken wordt over het verbeteren van de oversteekbaarheid van de A2 en het Julianakanaal voor dieren en planten, de wandelaar toe te voegen. Het verzoek is om ecologische voorzieningen zoals tunnels en bruggen ook in te zetten voor recreatief medegebruik door wandelaars.

In Q4 2024 wordt opdracht gegeven voor een ecologisch onderzoek voor de ‘groene wig’ St Rosa. Dit onderzoek is nodig om de belastbaarheid te bepalen in recreatief opzicht.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Op dit moment loopt er een onderzoek naar de nadere invulling van de ‘groene wig’ St Rosa. In de zogenaamde ambitiefase van dit onderzoek worden er meerdere richtingen verkend. Deze plannen worden in dit proces ook met de omgeving gedeeld conform het participatieproces. Aan de hand van de opgehaalde resultaten en voorkeur van het college wordt er een keuze gemaakt over de varianten die nader worden onderzocht in de definitiefase. Kaderstellend hierbij is de beleidskeuze in deze omgevingsvisie om met de herontwikkeling van St. Rosa het groen rondom de stad te versterken. Zie 11.2

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie

Bij het Julianakanaal wordt geen nieuw ecoduct gerealiseerd maar een ecologische voorziening aangebracht aan de bestaande brug. De brug over het kanaal is verder prima geschikt voor recreatief medegebruik. Bij het tunneltje onder de A2 richting Guttecoven zal de voorziening zowel voor ecologie als voor recreatief medegebruik geschikt zijn. Er wordt altijd rekening gehouden met gecombineerd gebruik van dergelijke voorzieningen ecologie-recreatief. In specifieke gevallen kan het voorkomen dat de combinatie niet wenselijk is.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie

13. LLTB-regio Zuid-Limburg

38

13.1

Indiener stelt voor om de termen ‘natuurinclusief’ en ‘circulair’ duidelijk te definiëren. Hiervoor gebruikt indiener de volgende termen: “Natuurinclusieve landbouw is een economisch landbouwsysteem, dat optimaal beheer van natuurlijke hulpbronnen duurzaam integreert in de bedrijfsvoering (zowel veehouderijsysteem als teeltsysteem) en inclusief zorgt voor ecologische functies en de biodiversiteit op en om het agrarisch bedrijf.”

13.2

13.3

Akkoord om eensgezindheid te verkrijgen omtrent de definities. Hiervoor stellen we de volgende definities voor. Deze worden in de groenagenda opgenomen.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Natuurinclusieve landbouw is een economisch rendabel landbouwsysteem, dat optimaal beheer van natuurlijke hulpbronnen duurzaam integreert in bedrijfsvoering, inclusief zorg voor ecologische functies en de biodiversiteit op en om het bedrijf. Natuurinclusieve landbouw draagt bij aan een versterking van de biodiversiteit op en rond het boerenland.

Circulaire landbouw is landbouw, gebaseerd op een economisch systeem van gesloten kringlopen waarin grondstoffen, onderdelen en producten “Circulaire landbouw is hun waarde zo min mogelijk verliezen, landbouw, gebaseerd op een hernieuwbare energiebronnen worden economisch systeem van gebruikt en systeemdenken centraal gesloten kringlopen waarin staat.” De gesloten kringloop heeft grondstoffen, onderdelen en betrekking op grondstoffen, nutriënten en producten hun waarde zo min energie. mogelijk verliezen, hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt en systeemdenken centraal staat.” Indiener stelt voor om daar Instrumentarium over compensatie van waar ontwikkelingen plaats natuur of landbouw met natuurwaarden vinden op agrarische grond moet worden ontwikkeld. Betreffende (voorbeeld van de Lexhy) dat zienswijze zal hiervoor input kunnen er zo min mogelijk leveren. In de groenagenda zal dit worden landbouwgrond verloren uitgewerkt. gaat. Indien er toch sprake is van verlies van landbouwgrond, stelt indiener voor dat compensatie in de vorm van natuur op agrarische grond door agrariërs zelf te laten realiseren in plaats van ook hier voor landbouwgrond te onttrekken. Indiener vraagt ten aanzien De landbouwsector kan in de toekomst van stadslandbouw hoe mogelijk een rol en taak in deze realistisch en volhoudbaar dit initiatieven ontwikkelen.

is op het vlak van kennis en kunde, en welke rol de bestaande landbouwsector hier in kan betekenen.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

39

13.4

13.5

13.6

13.7

13.8

Indiener vraagt aandacht voor invasieve soort zoals Jacobskruiskruid en Akkerdistel die door veranderend (ecologisch) beheer de kop op steken. Indiener geeft aan dat agrarische ondernemers die gebruik maken van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (via het agrarisch collectief Coöperatie Natuurrijk Limburg) een rol kunnen hebben in het versterken van landschappelijke overgang tussen dorpen en het buitengebied. Ten aanzien van de nieuwe natuur binnen het cultuurlandschap, pleit indiener ervoor deze in de vorm van versterkende landschapselementen vorm te geven en niet door nieuwe vlakdekkende natuurterreinen. Indiener stelt dat landbouw een belangrijke bijdrage levert in het waterinfilterende vermogen van de bodem. Het vasthouden van water is echter een veel groter, complexer en genuanceerder proces dan louter infiltratie. Het onttrekken van gronden aan de landbouw voor industrie of ontgrondingen (ook over de landsgrenzen) hebben een veel grotere impact.

Indiener stelt dat niet alleen het Waterschap in beeld is om wateroverlast op te

In de groenagenda kan worden uitgewerkt hoe hier mee wordt omgegaan.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

In de groenagenda kan hier een nadere uitwerking aan worden gegeven.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Afhankelijk van gewenst natuurdoeltypen is het vlakdekkend zijn aan de orde. Daar waar landschap versterkt kan worden middels stepping stones zal dit ook zo plaatsvinden.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Water en bodem sturend houdt in dat we de juiste maatregel op de juiste plaats implementeren. Dit overstijgt louter praten over beter of slechter. Juist de agrarische percelen in onze gemeente liggen soms op cruciale zones waar infiltratie een belangrijke rol dient te spelen (denk bijvoorbeeld aan grote hellende vlakken). Daarnaast is de vorm van agricultuur ook nog belangrijk voor de hoeveelheid infiltratie die er plaats kan vinden. Hierin proberen we ook samen met agrariërs tot oplossingen te komen, zonder dat dit “onttrekken van grond” betreft.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Sommige percelen liggen op gevoelige plaatsen zoals binnen beekdalen of langs sloten. Agrarisch gebruik kan op die gronden van impact zijn zowel kwalitatief als kwantitatief. Soms kan dit betekenen dat maatregelen nodig zijn. Het programma water en bodem sturend van de provincie zal hier verder uitsluiting over geven. Klopt. Daarom ook de alinea “Samen met agrariërs werken we aan

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

40

13.9

13.10

13.11

13.12

lossen. Het Waterschap werkt hier intensief samen met de landbouw om problemen op te lossen. Indiener stelt dat ontgrinding op Graetheide niet aan de orde kan zijn. Landbouwgrond is schaars en er is grote behoefte bij bestaande agrariërs om extra landbouwgrond te verwerven. Indiener verwijst hiervoor onder andere naar de ‘Landbouwverkenning Swentibold’. Indiener stelt daarnaast met het Graetheidecomité te werken aan een inrichtingsplan voor het gebied dat op draagvlak van betrokken partijen kan rekenen. Indiener stelt dat ten aanzien van de stelling dat door akkerbouw erosie is ontstaan, dat de landbouw heeft laten zien zelf oplossingen te hebben gevonden tegen erosie en wateroverlast samen met het Waterschap. Ten aanzien van de stelling dat door afspoeling van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen zich problemen voordoen en hiervoor bufferstroken langs beken moeten worden gerealiseerd, merkt indiener het volgende op: het is noodzakelijk dat gegevens over normoverschrijding van de waterkwaliteit dienen te worden onderbouwd met de herkomst ervan. Verder zijn ook niet-agrarische bronnen oorzaak van normoverschrijding, denk hierbij aan de industrie of bronnen in het buitenland. Indiener verzoekt om bij energieopwekking in het buitengebied gebruik te maken van de zonneladder, zoals beschreven in de

toekomstbestendige landbouw.” in het hoofdstuk water en bodem sturend.

De provincie (GS) is het bevoegd gezag voor de ontgrondingsvergunning en de BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). De gemeente heeft advies- en instemmingsrecht. Inmiddels heeft de gemeenteraad op 13 november 2024 uitgesproken liever geen ontgrinding te willen op het Graetheideplateau.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Hellende landbouwpercelen leveren nog altijd waterproblemen op. Op vele plaatsen zijn de erosie problemen mede dankzij erosie beleid van GLB onder controle, dit is echter nog niet overal helemaal opgelost en vergt nog steeds, mede door klimaatsveranderingen met grote hoeveelheden neerslag onze aandacht. Dit is nog niet helemaal verholpen. Beleid omtrent bescherming en bufferstroken ligt buiten de gemeente. Bekend is dat er meerdere bronnen van de vervuilingen zijn. Echter specifieke stoffen zoals stikstof moeten bij de bron worden aangepakt. De tussenevaluatie van de Kaderrichtlijn water (KRW) geeft aan dat wij in Nederland nog ver verwijderd zijn van de opgestelde doelen. Dit betekent dat er op alle fronten nog maatregelen genomen moeten worden om de waterkwaliteit te verbeteren. Zodra dit rapport voltooid is zal deze publiekelijk worden gemaakt.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie

Omtrent bovenstroomse vervuilingen worden ook samenwerkingen onderhouden om internationaal de waterkwaliteit te verbeteren. Duurzame opwek is noodzakelijk om de gevolgen van de netcongestie te verminderen en de gemeentelijke bijdrage te leveren in het kader van het Regionale

De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsverordening.

De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

41

provinciale omgevingsverordening.

Energiestrategie Zuid-Limburg bod en het Klimaatakkoord. Voor duurzame opwek zetten we in op een integrale benadering (maatwerkaanpak). Hiervoor werken we kaders uit waarbij duurzame opwek verbonden wordt met de ruimtelijke en landschappelijke inrichting, (financiële) participatie, maatschappelijk draagvlak en uitvoerbaarheid(netcongestie). Uiteindelijk zullen in een planologische procedure de wenselijkheid, mogelijkheid en randvoorwaarden onderzocht moeten worden. Hierbij zal niet alleen getoetst worden aan het gemeentelijk beleid maar onder andere ook aan het rijks-, waterschaps- en provinciale beleid. En daarmee dus ook aan de zonneladder in de provinciale omgevingsverordening.

14. Arts - Inwoner 14.1 Indiener verzoekt om de visie één slag dieper uit te werken op deelgebiedniveau en zo het zelfbindende karakter van de omgevingsvisie beter te benutten. Indiener stelt dat dit de gemeentelijke plantoetsers en vergunningverleners beter richting geeft bij de beoordeling van OPA’s en BOPA’s en meer richting geeft aan het eigen omgevingsplan. 15. IVN Munstergeleen 15.1 Indiener stelt voor om de omgeving ook centraal te stellen in de titel en deze te veranderen in ‘Samen stad, dorpen en omgeving leefbaar maken’ (pag. 1). 15.2 Indiener vraagt waarom er eerst onderzoek gedaan moet worden over het aansluiten op de streefnorm om het percentage kroonbedekking en biomassa jaarlijks met 1% toe te laten nemen. Indiener stelt voor niet onnodig te wachten en

Op basis van de zienswijzen en het advies van de commissie voor de milieueffectrapportage wordt waar mogelijk het detailniveau verder uitgewerkt. De verschillende ambities zullen bovendien verder uitgewerkt worden in een aantal thematische programma’s.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

De omgeving is breed onderdeel van de omgevingsvisie. De titel ‘Samen stad en dorp maken’ is een sturingsfilosofie die we toepassen bij alle ontwikkelingen in onze gemeente.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Om een dergelijke uitspraak te doen is het van belang om te onderzoeken of die ambitie reëel en haalbaar is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat om redenen kap noodzakelijk is (ziekte, grootschalige aanpassingen). Het gaat om de zorgvuldige afweging, het streven (oude) bomen te handhaven en in te passen,

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

42

nu op 1% toename van bomen per jaar op te nemen (pag. 86).

15.3

15.4

15.5

15.6

Indiener verzoekt om “het onderzoek en het streven naar 10% groenblauwe dooradering (GBDA) in de landbouwgebieden in 2040” te vervangen in een doelstelling conform landelijke en Europese richtlijnen, zodat de financiering van de genoemde maatregelen (waaronder landschapselementen en kruidenstroken) daarop afgestemd is (pag 89 en 94).. Indiener stelt dat de 100% basiskwaliteit natuur (pag 87) ook geldt voor landbouwgebieden en verzoekt de gemeente om hierover in gesprek te gaan met agrariërs en een biodiversiteitsactieplan en – programma op te stellen. Indiener verzoekt om naast alle openbare natuurgebieden te noemen en op kaart een te geven; Windraak-Wanenberg, Absbroekbos, Lexhy-bos en het Sterrenbos op de Wolfrath. Indiener stelt dat op de visiekaart alleen drie delen van de oost-west ecologische verbindingszones zijn aangegeven en niet alle gewenste ecologische verbindingen (oost-west en noord-zuid). En over de realisatie ervan wordt alleen bermen en faunavoorzieningen aangegeven. Geef daarom in de Omgevingsvisie;

helderheid over herplantplicht en de ambitie om verder te vergroenen. Dit tekstvoorstel gaat over de wijze van uitwerking en zal worden meegenomen in het traject van het opstellen van de agenda groen, waar de indiener bij betrokken zal worden. De doelstelling van de gemeente is om 10 procent groen-blauwe dooradering van het buitengebied te bereiken. Er moet echter nog onderzocht worden hoe dit bereikt kan worden en of er middelen beschikbaar te maken zijn om dit te realiseren. Dit zal nader uitgewerkt worden via de agenda groen, waar de indiener bij betrokken zal worden.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

De Basiskwaliteit natuur richt zich zoals de indiener aangeeft zowel op het landelijk als het stedelijk gebied. In de omgevingsvisie trekken we daarin de tekst voor het stedelijk gebied en het landelijk gebied gelijk.

Zie voorgestelde tekstaanpassing bij 10.2.

Correcte aanvulling en zal worden aangepast.

Kaartje zal worden aangepast. Zie ook de opmerking bij 10.25

Voor de omgevingsvisie zijn de hoofdverbindingen aangeduid. Bij het opstellen van de agenda groen zullen de structuren en benodigde maatregelen fijnmaziger worden geanalyseerd en uitgewerkt.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

43

15.7

• duidelijker en uitgebreider aan wat de betekenis is van de aangegeven ecologische verbindingszones in de visiekaart en hoe deze zones er in 2040 uitzien. • duidelijker en uitgebreider aan wat de betekenis is van alle natuurverbindingen in figuur 16 van de omgevingsvisie (inclusief de barrières in de verbindingen) en hoe deze natuurverbindingen er in 2040 uitzien. Indiener stelt dat het onduidelijk is welke natuurgebieden uitgebreid worden en hoe. Dat lukt niet alleen met verjonging van de bossen en natuurlijke bermen. Indiener stelt voor: • Stimuleer natuurinclusieve landbouw niet alleen in en rondom het Limbrichterbos, maar ook rondom andere natuurgebieden, met name ook in de gebieden waar ecologische oost-west- en noord-zuidverbindingen gepland zijn. • Streef naar 30% beschermde natuur in 2040, zoals dat nationaal als doelstelling uit de Europese biodiversiteitsstrategie is bepaald. Hiervoor is het nodig om de toe- en afname van de omvang (in ha) van de natuurgebieden bij te houden en de gekozen beleidsmaatregelen op af te stemmen. De gemeente beschrijft de kenmerken en waarden van de beschermde natuurgebieden en geeft aan hoe voornemens deze kwaliteiten beïnvloeden. Indien compensatie noodzakelijk is, geef ze dan ook aan hoe dit vormgegeven wordt. De

Aangegeven is dat we de stelregel hanteren bestaande natuurgebieden te versterken/ uit te breiden boven losse, willekeurige vergroening. Daarin geven we geen prioriteit per gebied aan. We benutten kansen waar zich die voordoen.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Bij de uitwerking van de agenda groen onderzoeken we waar de beste kansen zijn voor agrarisch natuurbeheer ten behoeve van het versterken van verbindingen tussen de verschillende natuurgebieden. Natuur en landschap worden beschermd binnen de bestemming (omgevingsplan) De instandhouding van de arealen is geregeld binnen de Natuurbeschermingswet -houtopstanden. Dit zal worden meegenomen/ afgewogen bij het opstellen van de agenda groen. De inrichting van het ESCS-terrein is op dit moment onderwerp van gesprek. In de omgevingsvisie is aangegeven dat dit terrein in een rood-groene ontwikkeling getransformeerd wordt.

44

15.8

natuurgebieden worden actief beschermd, er vindt toezicht en handhaving plaats. • Stel de komende jaren een landschapsprogramma op samen met betrokken gebiedspartijen en overheden, met daarin een plan voor de duurzame financiering van het beheer en investeringen in het landschap. • Breidt natuurgebieden uit waar gronden in eigendom zijn van de gemeente. Een goed voorbeeld hiervan is het ESCS-terrein dat de waarde van Schwienswei en de gewenste ecologische noord-zuid verbinding kan versterken. Een rode ontwikkeling in de ESCS zoals een vakantiepark is nadelig voor natuur en biodiversiteit. Indiener stelt dat het We onderschrijven de zienswijze en onduidelijk is hoe de passen hier de omgevingsvisie op aan. recreatie in het natuurgebied Watersley op de Kollenberg ervoor zorgt dat de natuur daar behouden blijft. Ingrepen in het Natuurnetwerk Limburg of de Groenblauwe mantel zijn in principe niet toegestaan. Tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden die staan beschreven in de Omgevingsverordening Limburg. Indiener geeft vervolgens een aantal voorbeelden van natuuraantasting in dit gebied en stelt voor om de volgende tekst toe te voegen op pagina 97: “We zorgen dat recreatie en biodiversiteit in balans zijn. Natuur en recreatie zien we niet los van elkaar. Binnen het draagvermogen van onze natuurgebieden maken we recreatief medegebruik mogelijk. Uiteindelijk is het doel

Zienswijze heeft gevolgen voor de omgevingsvisie. Op pagina 97 nemen we de volgende tekst op: “We zorgen dat recreatie en biodiversiteit in balans zijn. Natuur en recreatie zien we niet los van elkaar. Binnen het draagvermogen van onze natuurgebieden maken we recreatief medegebruik mogelijk. Uiteindelijk is het doel daarvan om natuur te behouden en natuur te kunnen beleven. Ingrepen in het Natuurnetwerk Limburg of de Groenblauwe mantel zijn in principe niet toegestaan. Tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden die staan beschreven in de Omgevingsverordening Limburg”

45

daarvan om natuur te behouden en natuur te kunnen beleven. Ingrepen in het Natuurnetwerk Limburg of de Groenblauwe mantel zijn in principe niet toegestaan. Tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden die staan beschreven in de Omgevingsverordening Limburg. De gemeente beschermt haar natuurgebieden proactief en handhaaft samen met de Provincie Limburg indien de voorwaarden van de Omgevingsverordening Limburg c.q. de natuurwaarden worden aangetast.” 16. DSM-firmenich 16.1 Indiener ziet de gezamenlijke (en verdergaande) ambitie die onder andere in een bidbook aan de Rijksoverheid is aangeboden graag beter terug in de omgevingsvisie. 16.2 Indiener stelt dat het aanpassen van de 10-6 contour vergund is en deels buiten de inrichtingsgrens ligt. Het terugbrengen hiervan zorgt voor aanzienlijke saneringsmaatregelen, maakt een transformatie naar een circulair terrein (gedeeltelijk) onmogelijk en leidt tot grote nadeelcompensatie. Aanpassing van de contour kan volgens indiener dus niet aan de orde zijn.

16.3

Indiener verzoekt dat de omgevingsvisie een basis biedt voor een risicogebied rondom de Chemelot Site waarbinnen de 10-6 contour kan “ademen”. Dit betekent

De circulaire transitie van Chemelot komt in de ambitie ‘ruimte voor circulaire bedrijvigheid’ nadrukkelijk terug (blz 21). Evenals in de bijbehorende beleidskeuze op blz 73.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

In de Omgevingsvisie is opgenomen dat we samen met Chemelot (Chemelotpartijen) werken aan proportionele maatregelen voor het uiteindelijk terugdringen van het plaatsgebonden risico. We streven er hierbij naar om deze, in principe terug te brengen tot op de Inrichtingsgrens. (zie ook Strategische gebiedsvisie Chemelot en het veiligheidsconvenant 2023) Zulks impliceert dat er op dit moment nog geen verleggingen van contouren plaats vinden. Het betreft een gemeenschappelijk streefbeeld voor 2040. Het nu terugbrengen van de contour tot op de inrichtingsgrens is nu niet aan de orde.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zone 0 is het deel van Chemelot waar chemische processen met een extern veiligheidsrisico plaats mogen vinden. Deze zone wordt begrensd door de. PR 10-6 risicocontour. De PR 10-6

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

46

16.4

16.5

dat er een grens wordt vastgelegd die ruimer is dan de vigerende 10-6 contour over gebieden zonder kwetsbare gebouwen die niet noodzakelijk zijn voor het risicogebied.

risicocontour binnen de begrenzing van Chemelot is dynamisch.

Indiener geeft aan dat de stelling dat de aandachtsgebieden voor brand en explosie zoveel mogelijk binnen de grenzen van Chemelot liggen niet realistisch en een onjuist uitgangspunt is. Hiervoor verwijst indiener naar de rekenbestanden horend bij de vigerende vergunning. Indiener mist een onderbouwd onderzoek naar de ligging van de huidige en toekomstige aandachtsgebieden en de gefundeerde vertaalslag naar de omgevingsvisie. Daarbij tevens rekening houdend met het scenario waarbij gebruik is gemaakt van het instrument van het risicogebied. Indiener merkt op dat er geen aandachtsgebieden over woongebieden worden geprojecteerd. Indiener stelt dat de huidige ”stand-still’ gebieden moeten worden gehandhaafd ten behoeve van de veiligheidscontour van Chemelot. Indiener is voorstander van (groene) bufferzones maar een inwaartse zonering (pp. 7480) of zones op de grens van de site Chemelot passen daar niet bij. Veiligheid dient aan beide zijden geborgd te worden; dat geldt dus ook voor de ruimtelijke ontwikkelingsplannen in het overgangsgebied.

Het gezamenlijk streven is om de omgeving veiliger te maken. Verschillende maatregelen zijn denkbaar om te komen tot een verbetering van de omgevingsveiligheid. Een resultaat van deze (gezamenlijk te bepalen proportionele) maatregelen zou moeten zijn dat hierdoor de aandachtgebieden zo veel mogelijk teruggedrongen kunnen worden en dat deze uiteindelijk niet over stedelijk woongebied liggen.

Buiten de begrenzing van Chemelot is ons gezamenlijk streven deze op termijn terug te brengen tot op de inrichtingsgrens. Zie de beantwoording van 16.2. Dit past in de uitwerking van het convenant.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Hiermee volgen wij de gezamenlijk vastgestelde Strategische gebiedsvisie omgeving Chemelot.

Anders dan de indiener opmerkt liggen de (wettelijke) aandachtsgebieden nu ook al over woongebieden. En ook is al sinds jaar en dag op Chemelot sprake van inwaartse zoneringen (Vigerend bestemmingsplan, zware industrie in midden van terrein).

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

In het kader van het veiligheidsconvenant is aandacht voor veiligheid op zowel de chemelot site als haar omgeving. De uitwerking hiervan gebeurt in overleg met alle convenant partners, waaronder een actualisatie van de huidige stand-still gebieden.

47

16.6

16.7

16.8

16.9

Indiener verzoekt de uitwerking van het “standstill” beginsel in de Omgevingsvisie op te nemen, inhoudende dat binnen de zone rondom de Chemelot site geen woningverdichting wordt toegestaan. Indiener stelt dat voor de ontwikkeling van de Chemelot Site zoals beschreven in ‘Chemelot Circulair, de routekaart’ het van belang is dat Chemelot in de toekomst net zoals in het verleden volwaardig moet kunnen beschikken over de mogelijkheden die het terrein biedt. Een inperking van de mogelijkheden past niet bij een industrieterrein met een Seveso milieubelastende activiteit. Indiener verzoekt op pagina 35 (in het omgevingsplan op te nemen zaken) het volgende op te nemen: “Het mogelijk maken van de gehele transitie van de Chemelot site” en bekende en/of beoogde ontwikkelingen opnemen in het omgevingsplan.

Indiener stelt dat het spooremplacement van groot belang is voor Chemelot en dit te verwerken in de omgevingsvisie.

Zie het antwoord bij 16.5

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

De gemeente onderschrijft ‘Chemelot Circulair, de routekaart’ zoals ook weergegeven is in het gezamenlijk aan de minister overhandigde ‘Limburgs bod voor een duurzaam Chemelot’. Strekking en doelstelling van deze strategieën is dat op basis hiervan uiteindelijk er daadwerkelijk verbetering gaat optreden t.a.v. externe veiligheid, uitstoot en geluidproductie (verbetering leefkwaliteit).

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Een inperking van mogelijkheden is nu niet aan de orde. Mits zicht is op verbetering in de nabije toekomst. Het omgevingsplan is een juridische uitwerking van het omgevingsvisie. De transitie van Chemelot is een gedeelde ambitie en zal hierin zijn plek krijgen. Op dit moment wordt het omgevingsplandeel Chemelot voorbereid. Dit betreft een beleidsneutrale overgang, waarin toekomstige ontwikkelingen niet zijn meegenomen. Bij een herziening van dit Omgevingsplandeel zullen ambities en nieuwe ontwikkelingen meegenomen worden, op basis van de omgevingsvisie. De plek waar het spooremplacement Sittard ligt is ook voor de gemeente van groot belang. In de omgevingsvisie worden voor het gebied stationsomgeving meerdere (mogelijke) belangen genoemd voor de toekomst van het gebied. In de toekomst gaat de stationsomgeving veranderen naar vernieuwd woon- en leefklimaat en zal de mobiliteitsknoop mee ontwikkelen.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie. We veranderen de titel van een beleidsdoel op pagina 77. We werken samen om het emplacement van Sittard het aantal handelingen met externe veiligheidsrisico’s te minimaliseren. Wordt We werken samen om de externe veiligheidsrisico's rondom het emplacement

48

en station van Sittard te minimaliseren 16.10

16.11

Indiener verwijst naar de passage (p.81): "Voor de bestaande buisleidingen wil de gemeente de risico’s beheersen door uitbreiding ervan toe te staan mits de plaatsgebonden risicocontour en het aandachtsgebied niet toenemen." Indiener wijst erop dat een dergelijk standpunt een gewenste verlegging van een leiding ernstig kan belemmeren. Als bij verlegging of uitbreiding het plaatsgebonden risico aanvaardbaar is en geen belemmering vormt voor bijvoorbeeld toekomstige ambities dan zou deze toegestaan moeten worden. Indiener verwijst naar de relatie die gelegd wordt tussen externe veiligheid en gezondheid en stelt dat externe veiligheidsrisico’s geen gezondheidsimpact hebben zolang er sprake is van een veilige situatie. Indiener verzoekt dit gelet op het belang van beide onderwerpen zorgvuldiger te formuleren omdat dit anders leidt tot onduidelijkheid

Op pagina 77 van de ontwerp omgevingsvisie is dit verder toegelicht: “Als er nieuwe leidingenstroken gelegd moeten worden voor andere nieuwe verbindingen, zullen we bij de ruimtelijke inpassing onder andere rekening houden met ondergrondse archeologische waarden en de leefbaarheid van de omwonenden. De aanleg van nieuwe buisleidingen combineren we met de groene en landschappelijke ontwikkeling van het Graetheideplateau en de versterking van het landschap in het algemeen (compensatie/verevening).” Het uitgangspunt is dat het past binnen de bestaande stroken. Eventuele verleggingen of uitbreidingen zullen per ontwikkeling bekeken worden.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Er is inderdaad geen sprake van een gezondheidsrisico bij een veilige situatie. Wij zullen dit in de tekst aanpassen.

Aanpassen op p.80 in alinea onder kopje toekomstbeeld: oud: Geluid, uitstoot en veiligheidsrisico’s hebben slechts beperkte negatieve invloed op de gezondheid van de inwoners van de Westelijke Mijnstreek. Nieuw: Geluid en uitstoot hebben slechts beperkte negatieve invloed op de gezondheid van de inwoners van de Westelijke Mijnstreek. Externe veiligheidsrisico's zijn zo veel mogelijk beperkt. Dit gebeurt door het treffen van maatregelen aan de bron en in de omgeving. Daarnaast houden we rekening met effecten mocht zich ondanks de kleine kans toch een incident voordoen. Op p.22 staat onder het kopje 'slimmer schoner gezonder’ dezelfde zin.

49

16.12

16.13

16.14

Indiener merkt op dat er vaak verwezen wordt naar een programma externe veiligheid en geeft aan dat onduidelijk is wat dit is en wat de gevolgen zijn voor de Chemelot Site. Indiener verzoekt beleidsuitspraken zoals 'zo min mogelijke milieuhinder', 'geen vergroting van aandachtsgebieden' en 'plaatsgebonden risico mag niet toenemen' te vermijden. Dit zou impliceren dat bijvoorbeeld initiatieven die van essentieel belang kunnen zijn voor de circulariteit Chemelot op voorhand worden uitgesloten. In reactie op het uitbreiden van het aantal woningen in de geluidzone geeft indiener aan dat het niet aan te bevelen is dat er meer geluidgehinderden binnen de geluidzone van Chemelot zullen komen, mede ook omdat dit tot beperkingen op de site kan leiden. Het landelijk beleid is dat het aantal geluidgehinderden teruggebracht dient te worden. Indiener merkt daarbij op dat daarentegen in de gemeente thans al regelmatig woningen worden toegevoegd binnen de 55 dB(A) contour hetgeen niet strookt met dit landelijk beleid. Wij verzoeken u dringend dit niet meer toe te staan.

Het programma Externe Veiligheid werkt de (strategische) keuzes uit de omgevingsvisie verder uit en is bedoeld om ambities te behalen. Dit zal verder in grote lijn zijn met het Convenant “Voor een veilige ontwikkeling van Chemelot en haar omgeving”. De omgevingsvisie is geen juridisch instrument en kan ontwikkelingen die in het omgevingsplan en de vergunning voor Chemelot mogelijk zijn niet op voorhand uit sluiten. Als partners hebben we wel de ambitie om naar een situatie toe te werken waarin de gestelde uitspraken werkelijkheid worden.

In de omgevingsvisie staat dat we in ieder geval willen voldoen aan de wettelijke minimale normen (grenswaarde). De gemeente streeft naar een aanvaarbare geluidsbelasting bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige activiteiten. Dat wordt in ieder geval bereikt als wordt voldaan aan de standaardwaarde. De gemeente kan om tot een aanvaardbare geluidsbelasting te komen akoestische maatregelen eisen. Zijn akoestische voorzieningen niet mogelijk, maar is het toelaten van een geluidgevoelig gebouw toch wenselijk dan treft de gemeente andere maatregelen om de gezondheid te bevorderen, zoals meer groen of maatregelen die gezonde mobiliteit bevorderen. Het is daarnaast zo dat de gemeente ervoor zorgt dat binnen de 55 dB (A) contour de gebruiksoppervlakte van geluidgevoelige activiteiten niet verder toeneemt. De gemeente verduidelijkt dit in de omgevingsvisie. Om het aantal geluidgehinderden terug te dringen werken we samen aan proportionele maatregelen zodat de

Hier dezelfde aanpassing maken. Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.

Zienswijze heeft gevolgen voor de omgevingsvisie. Aanpassen onderdelen geluid op de volgende pagina’s: Op blz 80, 81 en 82 Was: Het ontwikkelen van geluidgevoelige gebouwen zoals een woning of school binnen de aandachtsgebieden voor geluid maken we mogelijk als er voldaan wordt aan de wettelijke (minimale) normen. Dat koppelen we verder aan akoestische voorzieningen voor een gezond geluidsniveau of andere maatregelen om de gezondheid te bevorderen, zoals meer groen of maatregelen die gezonde mobiliteit bevorderen. Wordt: Bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige activiteiten, bijvoorbeeld

50

16.15

Indiener adviseert om woningen te laten realiseren in geluidluwe gebieden en niet nabij weg- en railverkeer en industrie.

16.16

Indiener geeft aan dat het borgen van de duurzame toekomst van Chemelot vraagt om het maken van gezamenlijke en integrale keuzes en dat inperking van geluidscontouren kan daarbij niet aan de orde kan zijn. Indiener stelt dat de gezamenlijke ambitie is dat de Circular Mile zowel ruimtelijk als economisch een overgangszone vormt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=2530bc55-5616-4f7b-bf14-df9644ec388a