3 Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en de staat van wijzigingen voor: Ontwerp omgevingsvisie Sittard-Geleen 2025-2040 Inleiding In dit document zijn alle zienswijzen, ambtshalve wijzigingen en het advies van de Commissie voor de Milieueffectrapportage die gaan over de ontwerp omgevingsvisie SittardGeleen 2025-2040 en bijbehorende omgevingseffectrapportage samengevat en beantwoord. In de staat van wijzigingen (hoofdstuk 4) zijn alle tekstuele wijzigingen samengevat. Procedure Het college van B&W heeft bij besluit ingestemd met het als ontwerp ter inzage leggen van de ontwerp omgevingsvisie Sittard-Geleen 2025-2040 en bijbehorende omgevingseffectrapportage. Conform artikel 16.26 Omgevingswet heeft de omgevingsvisie zes weken ter inzage gelegen van 12 september 2024 tot en met 27 oktober 2024. Alle stukken konden gedurende deze periode op afspraak worden ingezien op het gemeentehuis te Geleen, evenals digitaal op www.metsittardgeleen.nl en https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. Binnen de genoemde termijn heeft een ieder een zienswijzen naar voren kunnen brengen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze en beantwoording Binnen de wettelijke termijn hebben we 22 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn tijdig ingediend en zodoende ontvankelijk. Hieronder zijn de zienswijze zakelijk weergegeven met bijbehorende beantwoording namens het college.
Naast de 22 zienswijzen is een advies van de Commissie voor de Milieueffectrapportage ontvangen. Deze is eveneens samengevat en voorzien van een beantwoording. Naast eventuele wijzigingen ten gevolge van de ingediende zienswijzen, zijn ook enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Ook deze staan in dit document beschreven. Aan het eind van dit document staat een overzicht van alle wijzigingen.
Inhoud 1.
Zienswijzen ......................................................................................................... 2
2.
Commissie voor de Milieueffectrapportage ....................................................... 68
3.
Ambtshalve wijzigingen ..................................................................................... 71
4.
Staat van wijzigingen ........................................................................................ 75
1. Zienswijzen Onderstaand staan de indieners van de zienswijzen weergegeven.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Indiener Inwoner Graetheidecomité
Adres / Annastraat 48
woonplaats / 6191 SZ Beek
ProRail Inwoner Cumela Dorpsplatform Einighausen Inwoner PPS-Pipelines BV Provincie Limburg – België Samenwerkende natuurorganisaties Stichting Behoud Kollenberg Wandelnet LLTB-regio Zuid-Limburg Inwoner IVN Munstergeleen DSM-firmenich Gemeente Beek Compound Group en BSG SABIC Stichting Jacob Kritzraedt Werkgroep project Rijksweg Noord-Odasingel Bedrijfsadvies Kroonen
Postbus 2038 / Postbus 1156 Brandstraat 8 / Sanderboutlaan 21 Universiteitslaan 1 /
3500 GA Utrecht / 3860 BD Nijkerk 6142 AR Einighausen / 6181 DN Elsloo 8-3500 Hasselt - België /
Gemmahof 2
6132 AD Sittard
Venloseweg 80 Steegstraat 5, Postbus 960 / Deissenlaan 10 Wilhelminasingel 39 Postbus 20 Poststraat 1 PO Box 5151 Postbus 691 /
6041 BZ Roermond 6040 AZ Roermond / 6132 BP Sittard 6221 BE Maastricht 6190 AA Beek 6135 KR Sittard 6135 PD Sittard 6130 AR Sittard /
Strucht 48
6305 AH Schin op Geul
In onderstaande tabel zijn de zienswijzen per indiener samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. In de rechterkolom is aangegeven of, en zo ja welk, gevolg voor de omgevingsvisie uit de inspraakreactie voortkomt.
2
Samenvatting van zienswijze 1. Inwoner 1.1. De visie om de gemeente aantrekkelijk te maken voor internationale studenten en kenniswerkers kan worden versterkt door een actieve inzet op dependances van universiteiten en het aanbod van hogescholen uit te breiden. Indiener ziet mogelijkheden voor samenwerking met Universiteit Maastricht en Zuyd Hogeschool. Indiener geeft aan nadruk te leggen op de economische en circulaire ambities van de gemeente, in lijn met de ontwikkeling van Chemelot en de Brightlands Campus. Indiener denkt dat Zuyd Hogeschool meer focus kan leggen op toegepaste wetenschappen en HBOopleidingen in de regio, zoals artificial intelligence, applied sciences, chemie, en elektrotechniek.
Gemeentelijke reactie
Gevolgen voor ontwerp omgevingsvisie
Het mbo, hbo en wo onderwijs in de regio Zuid-Limburg werkt sterk samen en zorgt (ook volgens wettelijke kaders/regels MinOCW) voor een compleet onderwijsaanbod (opleidingen), waar de besturen (CvB's) van Vista, Zuyd en UM zelf over gaan (en niet de gemeente). De gemeente kan in de samenwerking een signalerende en verbindende rol spelen. Sittard-Geleen heeft van oudsher goed mbo en hbo-onderwijs.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Chill gevestigd op de Brightlands Chemelot Campus is al vele jaren hét 'schoolvoorbeeld’ van opgavegestuurd en multidisciplinair onderwijs. innovatie en talentontwikkeling voor de chemie. Het laat zien dat dat Zuyd, UM en Vista heel nauw samenwerken op Chemelot en Brightlands. Hier zijn Zuyd (Applied Sciences-Heerlen), de UM en Vista (Chemie, Proces- en Laboratoriumtechniek, werktuigbouw, maintenance Sittard) de founders samen met Sabic en DSM (en haar rechtsopvolgers OCI, Arlanxeo, Fibrant, Anquore enz) en tegenwoordig ook Brightlands en Provincie Limburg. Chill is hét talentoffice voor tomorrow's talent in de circulaire chemie op mbo, hbo en woniveau. Brightlands Campus, Chill en Zuyd werken intensief samen in/met het Performancelab op de Sportzone in Sittard (Eggerweg). Het huidig opleidingaanbod (incl. huisvesting en faciliteiten) is evenwichtig verspreid, historisch en ‘organisch’ gegroeid, verdeeld over de drie centrumgemeenten Heerlen, Maastricht en Sittard-Geleen tot een complementair aanbod in de regio met doorlopende leerlijnen en profielen op mbo en hbo niveau voor alle werkvelden en sectoren. De focus en samenwerking van het hoge onderwijs op STEAM-talent wordt steeds belangrijker voor de transities in duurzame chemie/industrie, lifesciences, AI/ICT en circuliare materialen in (eu)regio ZuidLimburg.
3
Daarrnaast is goed mbo-onderwijs in techniek cruciaal voor de regionale economie en arbeidsmarkt. M.n. in de transities energie, groene chemie/industrie, mkb en circulaire materialen. Daar zet Vista Techniek (Sittard) en gemeente vol op in. 1.2.
Indiener geeft aan studentenhuisvesting niet alleen te vestigen rondom het intercitystation van Sittard, maar ook in het centrum van Sittard en de twee stations in Geleen. Indiener geeft aan dat dit beter is voor de binding en latere vestiging als inwoner.
De studenten bestaan uit twee verschillende groepen; jongeren uit de regio die studeren in lokale mbo- en hboopleidingen en (inter)nationale jongeren die aan de universiteit in Maastricht en Eindhoven studeren. Die tweede groep is sterk gebonden aan snelle intercityverbindingen en de nationale groep aan grootstedelijke voorzieningen.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Op dit moment zien we een groeiende vraag van studenten uit Eindhoven en Maastricht. Deze groep is afhankelijk van snelle treinverbindingen en zal zich dus voornamelijk in de buurt van het intercitystation willen vestigen. De stations van Geleen zijn, mede vanwege de afstand van aantrekkelijke voorzieningen, voor deze groep geen optie. In het centrum van Geleen zien we wel kansen voor internationale en lokale studenten en expats die werken op de Brightlands Campus. Een deel van de lokale jongeren woont thuis tijdens de studie of heeft behoefte aan een betaalbare woning (veelal studio’s), gevolgd door een starterswoning.
1.3.
Indiener benadrukt het belang van goed openbaar vervoer, met name in de nachtelijke uren, tussen woon- en studieplek en ziet
We willen dat studentenwoningen daadwerkelijk gebruikt worden door studenten. Het toestaan van te veel studentenwoningen of versnipperd over de steden maakt het lastiger om deze te controleren met een risico op bewoningen door doelgroepen die we daar eigenlijk niet willen. Kleinschalige toevoegingen elders in de steden is mogelijk, maar de focus ligt op geclusterde woonvormen nabij het intercitystation. We zetten ons als gemeente in voor het behouden en beter benutten van het openbaar vervoer. Dit doen we samen met andere partijen. (Technologische) ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie
4
1.4.
1.5.
hier mogelijkheden voor geautomatiseerd transport in samenwerking met Chemelot en de Brainport Eindhoven. Indiener stelt voor om het voormalig SABIC hoofdkantoor te gebruiken voor overheidsdiensten, zoals de belastingdienst, en adviseert om hierover contact op te nemen met de Rijksoverheid. Indiener vraagt om meer aandacht voor de waterhuishouding in de binnenstad van Sittard. Met name in verband met stijgende grondwaterstanden en hevige regenval.
1.6.
Indiener roept op om het ondernemers makkelijker te maken met zo min mogelijk regelgeving zodat vertrouwen en saamhorigheid in de stadskernen van Sittard en Geleen goed aanwezig blijven.
1.7.
Indiener vraagt om nadruk op de rol van automatisering, groene technologie en klimaatadaptatie in de visie van de stad.
1.8.
Indiener geeft aan dat de uitbreiding van MaastrichtAachen Airport kan bijdragen aan de economische groei van de regio, mits er wordt ingezet op schonere vliegtuigen en duurzame mobiliteitsoplossingen. Dit moet echter wel zonder onnodige belemmeringen voor ondernemers blijven om economische activiteit in de regio te bevorderen.
goed openbaar vervoer kunnen hierin een plek krijgen.
De gemeente is in voortdurend overleg met SABIC om tot een passende invulling te komen van het gebouw. In de omgevingsvisie is dit gebied voorzien als locatie voor bedrijvigheid en kantoorfuncties.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Grondwater wordt beleidsmatig meegenomen in het beheer en ontwerp van de openbare ruimte. De maatregelen beschreven in de visie zullen leiden tot een verhoogde sponswerking van de bodem en daarmee een gereduceerde impact bij heftige regenbuien. Het monitoren van systematische grondwateroverlast is ook geborgd in bestaand beleid. We houden aandacht voor de ontwikkelingen via klimaatstresstesten. Vertrouwen en saamhorigheid zijn onlosmakelijk verbonden met duidelijke spelregels, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is. We zullen in overleg blijven met ondernemers om samen te bepalen waar versoepeling mogelijk is, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van onze stadscentra. Met dit gezamenlijke doel voor ogen bouwen we aan een veerkrachtige en bloeiende gemeenschap. In de uitvoeringsparagraaf van de omgevingsvisie zetten we de rol van ‘Smart City’ centraal. We zetten technologie en data slim in om maatschappelijke doelen te halen.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zie het antwoord op 17.1.
Zienswijze heeft gevolgen voor de omgevingsvisie. Zie hiervoor ook het antwoord op 17.1.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
5
1.9.
Indiener stelt voor om meer burgerinitiatieven te ‘helpen organiseren’ op het gebied van goede doelen.
2. Graetheidecomité 2.1. Indiener stelt dat de participatieresultaten uit het proces die gaan over grindwinning niet zijn meegenomen in de wijze waarop het onderwerp in de omgevingsvisie is opgenomen. 2.2. Indiener stelt voor om de volgende passage over grindwinning aan te passen: We onderzoeken of en hoe een eventuele ontgrinding van meerwaarde kan zijn bij de versterking van landschap en natuur op het Graetheideplateau (blz. 94). Indiener stelt voor hier het antwoord van de gemeente op een WOO-verzoek van 27 juni 2023 voor te gebruiken: het gaat er om of de gewenste positieve waarden uit de strategische gebiedsvisie daadwerkelijk door, of als gevolg van, de ontgronding worden bewerkstelligd / worden gehaald. Oftewel dat ze niet worden gehaald als de ontgronding niet doorgaat. Alleen dan kunnen de positieve effecten toegerekend worden aan de ontgronding als maatschappelijke meerwaarde.
De gemeente stimuleert inwonersinitiatieven en het meedoen van de samenleving in maatschappelijke initiatieven. Met gemeentelijke ondersteuning kan mogelijk invulling gegeven worden aan voorstellen. De gemeentelijke domeinregisseurs en stadsdeelmanagers spelen hier een verbindende rol.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Ten aanzien van grindwinning zijn de teksten overgenomen vanuit de Strategische gebiedsvisie voor de omgeving van Chemelot. Dit is een visie die reeds door de gemeenteraad is vastgesteld. Hier wordt niet van af geweken in de ontwerp omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Ten aanzien van grindwinning zijn de teksten overgenomen vanuit de Strategische gebiedsvisie voor de omgeving van Chemelot. Dit is een visie die reeds door de gemeenteraad is vastgesteld. Hier wordt niet van af geweken in de ontwerp omgevingsvisie. Er wordt wel beter geduid dat de gemeente dit onderzoek niet zelf uitvoert.
Zienwijze heeft gevolg voor de omgevingsvisie . Op pagina 94 wordt de volgende zin aangepast: We onderzoeken of en hoe een eventuele ontgrinding van meerwaarde kan zijn bij de versterking van landschap en natuur op het Graetheideplateau. Wordt: We bieden ruimte om te onderzoeken of en hoe een eventuele ontgrinding van meerwaarde kan zijn bij de versterking van landschap en natuur op het Graetheideplateau.
Indiener stelt dat die meerwaarde nog niet is aangetoond door de gemeente of de partij die de
6
2.3.
2.4.
2.5.
kansen voor grindwinning onderzoekt. Indiener stelt bovendien dat grindwinning niet past in de circulaire visie van de gemeente en dat er voor zeker 15 jaar sprake is van geluidsoverlast in de omliggende woonkernen. Indiener stelt dat er niet alleen sprake zou zijn van grindwinning (zoals genoemd in de ‘Gebiedsvisie omgeving Chemelot’ maar ook om grindverwerking. Voor dit laatste wordt een bedrijfsgebouw geplaatst. Wat strijdig is met de Gebiedsvisie volgens de indiener. Indiener stelt dat verschillende ontwikkelingen onvoldoende concreet zijn en refereert aan de robuuste ecologische verbindingszone over Graetheide; waar, hoe en vorm worden niet duidelijk. Dat geldt ook voor de andere genoemde natuurverbindingen. Indiener geeft aan dat de zoektocht voor een 380kV hoogspanningsstation, gelijkstroom converterstation en elektrolyser gezocht moeten worden op de Chemelot-site. Indiener verwijst hiervoor naar een zienswijze die hierover is ingediend bij de provincie Limburg. Als dit onmogelijk blijkt te zijn is de Lexhy waarschijnlijk het enige alternatief. Indiener vindt dat alleen acceptabel als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan. • De projecten op de Lexhy worden ruim afgeschermd met een stevige groene zone. • De uitbreiding van de campus mag dan niet op de Lexhy gerealiseerd worden.
Er is geen concrete aanvraag ingediend. Op dit moment is ook niet bekend hoe een eventuele ontgrondingsaanvraag er gaat uitzien.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
De uitwerking van de beleidsambities en keuzes in de omgevingsvisie vindt plaats in de programma’s. Met betrekking tot Graetheide wordt momenteel gewerkt aan de Gebiedsopgave Graetheideplateau, als onderdeel van de Strategische gebiedsvisie omgeving Chemelot. Hier worden onderdelen uitgewerkt tot meer concrete projectplannen.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
De locatiekeuze voor een 380KV hoogspanningsstation vindt plaats door Provincie Limburg (bevoegd gezag) en TENNET (initiatiefnemer). De afweging over de locatie Chemelot maakt hier onderdeel van uit. Hiervoor is de locatie Lexhy inderdaad ook in beeld.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
De locatiekeuze voor een elektrolyser en voor een converter maakt onderdeel uit van het project VAWOZ (Verbindingen aanlanding wind op zee). De afweging over de locatie Chemelot maakt hier onderdeel van uit. Hiervoor is de locatie Lexhy inderdaad ook in beeld. Uiteraard zullen er bij de betreffende locaties en ook bij de locatie de Lexhy randvoorwaarden van toepassing zijn. Aan de hand van een concreet ontwikkelplan wordt onderzocht wat de consequenties zijn voor natuur, landschap en ecologie. Op basis daarvan worden
7
•
Voor aanvang dient gestart te worden met natuurcompensatie door de aanleg van de ecologische verbindingszone op Graetheide. DSM dient als compensatie voor de winst bij de grondverkoop de gronden voor deze ecologische verbindingszone om niet beschikbaar te stellen aan b. v. Natuurmonumenten.
door het bevoegd gezag de voorwaarden en verplichtingen bepaald.
2.6.
Indiener stelt dat er onvoldoende concrete keuzes gemaakt worden voor de inrichting van dit gebied in de omgevingsvisie.
De uitwerking van de beleidsambities en keuzes in de omgevingsvisie vindt plaats in de programma’s. M.b.t. Graetheide wordt momenteel gewerkt aan de Gebiedsopgave Graetheideplateau, als onderdeel van de Strategische gebiedsvisie omgeving Chemelot. Hier wordt e.e.a. uitgewerkt tot meer concrete projectplannen.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
2.7.
Indiener stelt dat er zonder voorbehoud ruimte wordt geboden aan de grootschalige uitbreiding van de Lexhy en meldt dat er op Chemelot nog 100 hectare vrij is, er ruimte bijkomt omdat twee fabrieken gesloopt worden en er bedrijven zitten (zoals Mammoet) die niet thuishoren op het terrein.
De beschikbare ruimte op het Industrial park van Chemelot is nodig voor uitbreidingswensen van bestaande bedrijven en gebruikers, en ook voor infrastructuur en voorzieningen (kabels, leidingen en collectieve voorzieningen) en voor nieuwe bedrijven in relatie tot de circulariteitsambities. Verder is de functie van een campus onwenselijk (en onmogelijk vanwege veiligheidseisen) op het Industrial Park. De precieze invulling van de campus op De Lexhy dient nog te worden bepaald. Dit zal worden verduidelijkt op de kaart.
Op de visiekaart wordt de legenda-eenheid ‘Uitbreiding Brightlands Chemelot Campus’ vervangen door ‘Zoekgebied uitbreiding Brightlands Chemelot Campus’
2.8.
Indiener geeft aan dat het optimaliseren van het ruimtegebruik van ChemelotCampus alleen kan als er gebruikt gemaakt wordt van een openbare boekhouding van de hele site, beheerd door gemeente en provincie, met zicht op het huidige ruimtebeslag, planning van fabrieken, et cetera. Hiermee kan de overheid sturen op het ruimtegebruik en ontstaat
Wij gaan niet over de uitgifte van of verhuurbeleid van campusvastgoed. Wij laten ons jaarlijks informeren over de voortgang van de uitgifte van gebouwen en percelen op de campus. Alleen onderdelen die passen bij het campus ecosysteem krijgen een plek op de huidige en nieuwe campus. In het omgevingsplan is geregeld welke functies zijn toegestaan op de huidige campus. Dat zal ook gedaan worden voor de uitbreiding.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
8
2.9.
inzicht of uitbreiding van de Campus daadwerkelijk nodig is. Indiener stelt dat de ruimte die geboden wordt op de campus veel te groot is nu dat DSM zich terugtrekt. Indiener verwacht dat het groeitempo afneemt en dat het accent komt te liggen op recycling. Indiener juicht de aanpak van recycling toe, maar vreest dat Geleen het vuilnisvat wordt van de verre omgeving.
2.10.
Indiener vindt het onwenselijk dat reeds in dit stadium wordt gesteld dat er geen maximale maat gehanteerd wordt voor gebouwen op De Lexhy.
2.11.
Indiener geeft aan dat er geen ondergrens wordt gegeven daar waar gesproken wordt over het zoveel als mogelijk behouden van het Lexhy-bos. Indiener wil dat de omgevingsvisie opneemt dat het bos onaangetast blijft.
2.12.
Indiener verwijst hiervoor ook naar verschillende passages in de OER. In aanvulling op bovenstaande reacties stelt indiener de volgende toevoegingen voor:
Op de campus is niet veel ruimte meer beschikbaar. Verwachting is dat de campus geheel gevuld zal zijn binnen vijf jaar. De positie van dsm-firmenich (als grondeigenaar) is hier niet aan gerelateerd. Circulariteit betekent inderdaad ook het hergebruik van producten en materialen. Dan is er sprake van secundaire grondstoffen in plaats van afval of vuilnis. Wij hopen juist dat onze gemeente hierin een betekenisvolle rol kan vervullen. In de Strategische gebiedsvisie omgeving Chemelot is opgenomen dat ‘gezien het samengaan met de landschappelijke kwaliteiten wordt op de De Lexhy in tegenstelling tot de rest van de campus een maximum maat gehanteerd voor de gebouwen (in categorie en/of fysieke grootte).’ Dit is per omissie niet goed overgenomen in de omgevingsvisie.
Keuze is om het Lexhy-bos zoveel mogelijk te behouden. Tegelijkertijd moet bij de campusuitbreiding op De Lexhy een goede aanhaking op de bestaande campus over de Urmonderbaan worden geborgd. De minimale omvang van het te behouden Lexhy-bos dient nog onderzocht te worden. Daarnaast is in omgevingsvisie compensatie voorzien voor een eventueel verlies van natuur.
1. Grindwinning wordt onderzocht. Er worden nu geen andere teksten opgenomen dan hetgeen hierover vermeld is in de Strategische
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienwijze heeft gevolg voor de omgevingsvisie: Op blz 74 ‘Gezien het samengaan met de landschappelijke kwaliteiten, wordt op de De Lexhy geen maximale maat gehanteerd voor de gebouwen.’ vervangen door ‘Gezien het samengaan met de landschappelijke kwaliteiten wordt op de De Lexhy in tegenstelling tot de rest van de campus een maximum maat gehanteerd voor de gebouwen (in categorie en/of fysieke grootte).’ Zienswijze heeft gevolgen voor de omgevingsvisie. Zie het antwoord bij 2.12.
Zienwijze heeft gevolg voor de omgevingsvisie: Op blz 74 na ‘.. omliggende kernen.’ de volgende zin toevoegen:
9
1. Grindwinning dient afgewezen te worden. 2. Toegevoegd dient te worden dat het Lexhybos niet aangetast wordt. 3. De geplande elektriciteitsstations dienen op de Chemelot-site te komen, tenzij aangetoond kan worden dat dit onmogelijk is. 4. De uitbreiding van de Campus naar de Lexhy mag alleen toegestaan worden als op de Chemelotsite geen ruimte meer beschikbaar is. 5. Op de Lexhy mogen niet én de elektriciteitsstations én de campusuitbreiding gerealiseerd worden. Er dient een keuze tussen beiden gemaakt te worden. 6. Op de Lexhy mogen geen productiebedrijven gevestigd worden en de gebouwen moeten goed ingepast worden in het landschap. 7. De Oude Postbaan mag op het terrein van de Lexhy pas afgesloten worden als er een goed alternatief voor deze weg is. 8. De plannen voor natuurcompensatie/ verevening, waaronder de ecologische verbindingszone over Graetheide en de natuurverbindingen langs de A2 en de Bergerweg, dienen geconcretiseerd te
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
gebiedsvisie voor de omgeving van Chemelot. Het kan zijn dat delen van de randen van het Lexhybos ingezet worden voor campus doeleinden. Voor het plaatsen van een elektriciteitsstation is onvoldoende (aaneengesloten open ruimte) beschikbaar op het Chemelot terrein De uitbreiding van de campus naar de Lexhy mag plaatsvinden als aangetoond is dat er op het huidige campusterrein geen ruimte meer beschikbaar is. Ontwikkeling van de Campus op de industrial site is namelijk niet mogelijk. Hier wordt onderzoek naar uitgevoerd. Zo ook naar de mogelijkheid om beide functies te realiseren op het Lexhygebied Het is wel degelijk de bedoeling dat de campus zoals deze nu functioneert uitgebreid wordt op de Lexhy-locatie. Dus pilotplants en proeffabrieken maken hier onderdeel van uit. De Oude Postbaan wordt niet afgesloten als geen nieuwe vervangende infrastructuur is aangelegd of een andere passende robuuste en toekomstvaste oplossing is gerealiseerd. Naast de in de ontwerp omgevingsvisie opgenomen landschappelijke versterking kan conform provinciale regels natuurcompensatie aan de orde zijn. Deze laten we bij voorkeur plaatsvinden in het Graetheideplateau zelf.
‘De Oude Postbaan wordt niet afgesloten als geen nieuwe vervangende infrastructuur is aangelegd of een andere passende robuuste en toekomstvaste oplossing is gerealiseerd.’ Op blz 74 na ‘…verevening).’ de volgende zin toevoegen ‘Daarnaast wordt verlies van natuur gecompenseerd. Bij voorkeur op het Graetheideplateau zelf.’ Op de visiekaart wordt het Lexhy-bos toegevoegd met de legenda-eenheid ‘Zoveel mogelijk behouden Lexhy-bos’.
10
worden en vooruit te lopen op realisatie van economische activiteiten op de Lexhy. 3. ProRail 3.1. Indiener geeft aan dat zij actief betrokken wil worden bij ontwikkelingen langs en in de directe nabijheid van het spoor, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering over te gaan. Indiener geeft een aantal aandachtspunten mee die in de uitwerking een rol zouden moeten spelen, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering en eventueel toekomstige uitbreidingen van ProRail niet worden belemmerd. 3.2. Indiener verzoekt voor het aspect Externe Veiligheid i.r.t. Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet). 3.3.
3.4
3.5
Voor het aspect geluid i.r.t. railverkeer in een akoestisch onderzoek wijst indiener de gemeente op het gebruik van de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor. Indiener vraagt aandacht voor trillinghinder bij toekomstige ruimtelijke nieuwbouwplannen, hoewel hiervoor geen wettelijke normen bestaan. Indiener raadt de gemeente aan hiervoor het Informatiepunt Leefomgeving te raadplegen. Indiener raadt de gemeente aan om het aspect trillingen te betrekken bij de Omgevingsvisie en alle in de toekomst daarop gebaseerde plannen en verwijst daarmee naar de Handreiking
In de visie staat in algemene zin verwoord dat we met verschillende partijen samenwerken maar staat niet altijd expliciet genoemd met wie. Dit kan nader toegelicht worden.
Toevoegen zinsnede op p.81 – 1e ambitie: Daar houden wij bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen rekening mee. We verbeteren waar mogelijk samen met onze partners zoals Provincie Limburg, Rijk en Prorail de bestaande situatie.
De gemeente houdt rekening met de vigerende wetgeving. In de basis wordt daarom gebruik gemaakt van de gegevens uit Basisnet. Daarnaast wordt ook gekeken naar de toekomstige ontwikkelingen. De gemeente houdt rekening met de vigerende wetgeving. In de basis wordt daarom gebruik gemaakt van de gegevens uit het geluidregister Spoor. Daarnaast wordt ook gekeken naar de toekomstige ontwikkelingen.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie.
De gemeente houdt rekening met de vigerende wetgeving. De gemeente zal aandacht hebben voor mogelijke trillinghinder bij nieuwe ruimtelijke plannen zover nodig.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie.
De gemeente houdt rekening met de vigerende wetgeving. De gemeente zal aandacht hebben voor mogelijke trillinghinder bij nieuwe ruimtelijke plannen zover nodig.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie.
11
3.6
3.7
3.8
3.9
Nieuwbouw en Spoortrillingen. Overwegveiligheid wordt door I&W gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid voor spoor- en wegbeheerder. Indiener blijft graag met de gemeente als wegbeheerder verder werken aan de beheersing van risico’s op overwegen. Hierbij dient o.a. gebruik te worden gemaakt van de Beleidsagenda Spoorwegveiligheid 20202025 waarin verplichtingen voor initiatiefnemers van wijzigingen van (het gebruik van) een overweg. Indiener geeft aan dat de gemeente dient te borgen dat plannen en/of werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinder gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Indiener merkt op dat een initiatiefnemer schriftelijk dient aan te tonen dat in het geval van het infiltreren van hemelwater in de nabijheid van de spoorlijn er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur met bijbehorende voorzieningen. Indiener wijst de gemeente op de vastgelegde beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen zoals vermeld in artikel 3.5 van het Omgevingsbesluit. Binnen deze beperkingsgebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 5.1 lid 2 van de Omgevingswet een vergunning van- of melding aan ProRail vereist. De regels hieromtrent staan in hoofdstuk 9 van het Besluit
Wanneer er sprake is van werkzaamheden of een project in de nabijheid van het spoor wordt daarover afstemming gezocht met ProRail als spoorbeheerder. Daarbij houdt de gemeente zich aan vigerende wet- en regelgeving.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie.
Zie het antwoord op punt 3.6.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie.
Zie het antwoord op punt 3.6.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zie het antwoord op punt 3.6.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
12
3.10
3.11
3.12
activiteiten leefomgeving. Bij meervoudige aanvragen is de gemeente het bevoegde gezag, waarbij de vergunning alleen verleend kan worden nadat ProRail haar gemandateerde advies met instemming heft gegeven. Bij enkelvoudige aanvragen blijft de minister bevoegd gezag en zal ProRail namens de minister vergunning verlenen. Indiener verzoekt de gemeente zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze ook in de toekomst te zullen behouden. Indiener verzoekt ons om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken (i.r.t. de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer). Indien desondanks een dubbelactiviteit archeologie wordt opgenomen over de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, dan zou ProRail graag zien dat deze dubbelactiviteit aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten betreft. Indiener geeft aan dat er in de Omgevingsvisie percelen zijn opgenomen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. (verder te noemen ProRail). Indiener geeft aan dat deze percelen, zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail, niet mogen worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd t.b.v. de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen.
Activiteiten als Spoorwegdoeleinden of Railverkeer worden/zijn vastgelegd in het omgevingsplan. Prorail wordt daar waar relevant betrokken bij de vaststelling van het omgevingsplan of delen daarvan.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Het al dan niet mogelijk maken van activiteiten is momenteel geregeld in het omgevingsplan. Dat omgevingsplan is nu niet in procedure. Prorail wordt in de procedure voor de vaststelling van het nieuwe omgevingsplan geconsulteerd. De archeologische dubbelfunctie is en wordt gebaseerd op de archeologische verwachtingenkaart die door de gemeenteraad is vastgesteld. Aangenomen mag worden dat de archeologische 'dubbelactiviteit' niet afwijkt van de regeling zoals die nu in het omgevingsplan van rechtswege is geregeld.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Deze visie doet geen inbreuk op eigendoms- of gebruiksrechten.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
13
3.13
3.14
3.15
3.16
3.17
Indiener geeft aan dat de percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten ten allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. Dit geldt ook voor over/onderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. Indiener verzoekt de gemeente alle percelen van ProRail te voorzien van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer. Indiener geeft aan dat bestaande rechten op percelen van derden ten behoeve van bereikbaarheid van ProRail assets behouden dienen te blijven. Indiener informeert de gemeente over het Spoorbeeld. Het Spoorbeeld is opgesteld voor alle bij het spoor en de spooromgeving betrokken partijen. Het daagt alle spoorse partijen uit om vanuit het perspectief van reizigers en omgeving met zorg en ambitie aan de opgaven op en rond het spoor te werken (www.spoorbeeld.nl). Indiener geeft aan dat de in het plangebied aanwezige onderstations niet mogen komen te vervallen. Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrasctuur en daarmee voor de berijdbaarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail ons om ervoor te zorgen dat de onderstations, net als in de
Zie het antwoord op punt 3.6.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
De percelen waar rails op liggen hebben in het omgevingsplan van rechtswege de functie railverkeer of spoorwegdoeleinden. Bij wijziging van (delen van) het omgevingsplan wordt ProRail daar waar relevant betrokken bij de vaststelling. Deze visie maakt geen inbreuk op eigendoms- of gebruiksrechten.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Voor kennisgeving aangenomen.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zie het antwoord op punt 3.6.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
14
3.18
3.19
3.20
3.21
huidige situatie, te alle tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. Indiener geeft aan, met het oog op potentiële risico’s voor het bouwen nabij of boven een onderstation, rekening te houden met een afstand van 10 meter gemeten vanaf de gevels van het onderstation. Indiener geeft aan dat alle binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op percelen van ProRail, te alle tijde bereikbaar te zijn en te blijven t.b.v. het spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Indiener geeft aan dat de zichtlijnen op de stationsentree bij planontwikkelingen geborgd moet blijven. Uit onderzoek blijkt dat zicht op de hoofdingang van het station de beste manier is om het station te vinden. Indiener geeft aan dat het voor reizigers belangrijk is dat in de omgeving van het station rekening gehouden wordt met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee
Zie het antwoord op punt 3.6.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zie het antwoord op punt 3.6.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Deze opmerking wordt meegenomen in de verdere gebiedsontwikkeling. Het belang van zicht op de stationsentree wordt onderschreven
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie.
Voor kennisgeving aangenomen.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie.
15
3.22
3.23
3.24
dient rekening te worden gehouden. Indiener stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrapen. ProRail verzoekt de gemeente bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van ProRail voor 2030 haalbaar blijft. Indiener geeft aan dat er bij de realisatie van zonnepanelen c.a. in de nabijheid van het spoor geen negatief effect mogen hebben op de spoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer blijken uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Indiener geeft aan dat de weerkaatsing van licht van zonnepanelen de aanwezige seinen niet “overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door zonnepanelen. Ook dit dient aangetoond te worden. ProRail adviseert ons om deze risico’s te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van
Hoewel dit detailniveau niet past in de omgevingsvisie, nemen wij in de verdere ontwikkeling deze opmerking mee. Mede omdat onze duurzaamheidsambities uit de omgevingsvisie ook ambitieus zijn.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zie het antwoord op punt 3.6.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zie het antwoord op punt 3.6.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
16
het zonnepark ProRail te voorzien van de uitkomsten. 4. Selten – inwoner 4.1. Indiener geeft aan dat een perceel in zijn eigendom in de vorige omgevingsvisie aangeduid was als ‘stedelijke verduurzaming’ en in de ontwerp omgevingsvisie als ‘buitengebied’. Indiener onderbouwt dit met twee uitsneden van kaarten. Indiener geeft aan dat de gemeente hier met twee maten zou meten omdat een eigen ontwikkeling (Unilocatie) ook in het buitengebied vergund is.
4.2.
Indiener geeft aan dat de omgevingsvisie maar zeer algemeen beschrijft wat de plannen op het gebied van woningbouw zijn en verwijst hiervoor naar de omgevingseffectrapportage. Indiener haalt hier een aantal punten voor aan: 1. Gemeente past kaders aan door ‘stedelijke verduurzaming’ naar ‘buitengebied’ te wijzigen. 2. Locaties en woningen voor groepen als arbeidsmigranten ontbreken.
De kaarten die indiener gebruikt als onderbouwing voor de zienswijze komen niet uit de gemeentelijke ontwerp omgevingsvisie maar zijn uitsneden uit de ‘Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014’ en de ‘Ontwerp omgevingsverordening Limburg’ van 2021. Beide documenten zijn opgesteld door de provincie Limburg.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
In het bestemmingsplan ‘Kernen Obbicht en Grevenbicht’ uit 2010 is het perceel van indiener bestemd als agrarisch en in de vigerende verordening van de provincie als buitengebied. Er is dus geen sprake van een wisseling van bestemming sinds 2010. Betreffende de Uni-locatie: Ten behoeve van het behoud van de maatschappelijke voorzieningen zijnde de basisschool en de sportverenigingen voor de beide kernen en de bereikbaarheid ervan is de nieuwe functie aan de rand van de beide kernen gepositioneerd. De beide sportcomplexen in de dorpen zijn aan het buitengebied toegevoegd als compensatie. Het bouwen van één enkele woning in het buitengebied is niet vergelijkbaar met een belangrijke maatschappelijke voorziening. De gemeente bouwt zelf geen woningen Zienswijze heeft geen en is hierin afhankelijk van marktpartijen gevolgen voor de en particulieren. Middels de Woonladder in omgevingsvisie. de ontwerp omgevingsvisie wordt aangegeven waar de gemeente ruimte ziet voor nieuwe woningen en in welke segmenten. In het Volkhuisvestingsprgramma dat volgt op de omgevingsvisie wordt dit verder uitgewerkt. Reagerend op de onderbouwende punten: 1. De aanpassingen van kaders hebben niet in het gemeentelijk beleid plaatsgevonden. Zie het antwoord op vraag 5.2. 2. De gemeenteraad heeft in december 2023 het ‘beleidskader huisvesting arbeidsmigranten’ vastgesteld. Hierin worden de
17
3. Gemeente wil meer levensloopbestendige woningen en zorgwoningen realiseren, maar het is onduidelijk of dit tegemoet komt aan de vraag. 4. Eerdere plannen voor levensloopbestendige woningen zijn afgewezen. Plannen van particulieren worden door de gemeente geweigerd. 5. Omgevingsvisie is onvoldoende duidelijk, met name ten opzichte van aanpassingen van bestemmingen.
kaders meegegeven hoe en waar arbeidsmigranten bij voorkeur voorzien worden van een woonruimte. De gemeente neemt zelf niet het initiatief om woonruimte te realiseren. Dat is aan de markt, passend binnen deze kaders: Definitief beleidskader huisvestingsbeleid arbeidsmigranten | Lokale wet- en regelgeving 3. Ervan uitgaande dat indiener het hier heeft over aantoonbare behoefte, dan is het wel duidelijk dat hier behoefte aan is. In het merendeel van de gemeente is een grote aantoonbare behoefte op termijn aan levensloopbestendige woningen: Woonbehoefte- en schaarsteonderzoek - Gemeente Sittard-Geleen 4. Het is onduidelijk of indiener verwijst naar een specifiek plan. Er zijn inderdaad levensloopbestendige woningen afgewezen. Meestal gebeurt dit om een andere reden zoals locatie of andere beperkende factoren. 5. De omgevingsvisie is een visiedocument dat de koers richting 2040 aangeeft. Op verschillende onderwerpen kan de omgevingsvisie inderdaad een uitvoeriger detailniveau hebben, maar ontbreekt dat vanwege bijvoorbeeld een tekort een informatie. Voor verschillende thema’s wordt dit snel na de omgevingsvisie verder uitgewerkt in programma’s.
4.3. 5. Cumela 5.1. Indiener verzoekt om het bestaansrecht van hun (lid)bedrijven te erkennen en qua omgevingswaarden inpassingen te geven aan de opgaven en ontwikkelingen van de bedrijven. 5.2. Indiener verzoekt om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties in het buitengebied te kunnen
Benoemen van dit specifieke soort bedrijven gaat dieper dan het niveau van de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
In de omgevingsvisie is aangegeven dat wij zuinig omgaan met ontwikkelingen in het buitengebied. Indien uitbreidingen noodzakelijk zijn is een goede inpassing
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
18
5.3.
5.4
ontwikkelen alsook uit te breiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de ambities uit de omgevingsvisie. Indiener benadrukt daarbij het belang van vestiging in het buitengebied en niet op een industrieterrein. Goede ontsluitingswegen die toegankelijk zijn voor zwaar materieel is belangrijk voor leden van de indiener. Indiener verzoekt hier rekening mee te houden bij aanleg, verandering en onderhoud van ontsluitingswegen. Indiener verzoekt om bij bedrijfslocaties van leden voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan.
6. Dorpsplatform Einighausen 6.1. Indiener verwijst naar een zin op pagina 68 waaruit wordt opgemaakt dat “… kleinschalige woningbouw in de dorpen alleen mogelijk is als dit de ruimtelijke kwaliteit bevordert, bijdraagt aan een herkenbare, groene dorpsmantel en als er behoefte is aan dit soort woningen en deze niet op een andere plek in het dorp gebouwd kunnen worden.” Indiener geeft aan dat dit te strikte voorwaarden zijn die voorbij gaan aan lokale en landelijke ontwikkelingen op het woningdossier en dat nergens anders in de omgevingsvisie zulke voorwaarden opgelegd worden. Indiener verzoekt de genoemde zin te verwijderen.
en groene compensatie noodzakelijk. Er is geen verplaatsingsstrategie voor bedrijven naar een industrieterrein.
Gebiedsontsluitingswegen zijn toegankelijk voor alle vormen van vervoer. Ook voor zwaar materieel.
Zienswijze heeft geen gevolg voor de omgevingsvisie.
Voor de opwek en opslag van duurzame energie gaan we uit van de ladder voor duurzame energie. Voorop staat de opwek van zonne-energie op daken en verharde terreinen.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Indiener refereert aan de volgende zin: “Kleinschalige woningbouw in de dorpsranden is alleen mogelijk als dit de ruimtelijke kwaliteit bevordert, bijdraagt aan een herkenbare, groene dorpsmantel en als er behoefte is aan dit soort woningen en deze niet op een andere plek in het dorp gebouw kunnen worden.”
In de omgevingsvisie zal beter geduid worden waarom de voorwaarden genoemd zijn. Daarnaast zal ook toegevoegd worden dat de eventuele ‘straatjes erbij’ met de dorpsbewoners onderzocht en uitgewerkt worden. De inhoudelijke eisen zullen niet aangepast worden.
Deze zin hangt samen met een eerder uitgangspunt: “Ook de komende jaren zien we behoefte in nieuwe woningen” en “We staan geen grootschalige uitbreiding toe.” De gestelde voorwaarden zijn alleen van toepassing op woningbouwinitiatieven die liggen buiten de bestaande dorpsgrenzen, vaak aangeduid als het ‘straatje erbij’, en niet op alle plannen in de dorpen zoals indiener het uitlegt. Plannen aan de dorpsranden zijn ontwikkelingen die tot voor kort per definitie niet mogelijk waren. Als gemeente kiezen we er nu expliciet voor om, naast woningbouw in de dorpen, ook de mogelijkheid voor woningbouw aan
Toevoeging op pagina 68: Deze kwaliteitsvoorwaarden worden gesteld omdat het gaat om uitbreidingen in het buitengebied, ontwikkelingen die tot voor kort niet mogelijk waren. Inbreiding blijft het uitgangspunt. De kansrijke locaties zullen met de inwoners van de dorpen ingevuld worden. Onder
19
specifieke dorpsranden (onder de juiste voorwaarden) ruimte te geven.
6.2.
Indiener verzoekt om het verlies van groen door ingebruikname van het landgoed De Lexhy, de vestiging van een hoogspanningsstation en de uitbreiding van de A2 volledig te compenseren in het gebied tussen de Bergerweg en Born, respectievelijk de noordzijde van het Limbrichterbos (N297).
7. Knarren – inwoner 7.1. Indiener vraagt zich in het kader van de ambitie “ruimte voor ontmoeten” af of er op dit moment daadwerkelijk onvoldoende ruimte is voor ontmoeting en of de noodzaak voor ingrijpen door de gemeente voldoende onderbouwd is. Indiener vraagt om een toelichting waarom hier een specifieke focus op ligt en wat de concrete problemen zijn.
7.2.
Indiener vraagt waarom de gemeente een sturende rol wil pakken op het gebied van het clusteren van detailhandel en wijst op risico’s van verplichte clustering, zoals leegstand en verdergaande verschraling van het winkelaanbod. Indiener vraagt waarom de
De groene ontwikkeling van het Graetheidegebied, gekoppeld aan de ontwikkeling van onder andere de Campusuitbreiding is reeds opgenomen in de omgevingsvisie. Inmiddels zijn er ook nieuwe projecten in onderzoek, zoals een nieuw hoogspanningsstation en de aanlanding van wind op zee (VAWOZ). In het besluitvormingstraject hierover zal de compensatie hiervoor worden ingevuld. Deze zal bij voorkeur plaats vinden op het Graetheideplateau. De nieuwe ontwikkelingen en bijbehorende compensatie zullen een plek moeten krijgen in een integrale gebiedsvisie.
andere via dorpenvisies zoals ze door de kernen van Einighausen en Guttecoven worden opgesteld. Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
'Ontmoeten' in de omgevingsvisie gaat niet zo zeer over 'ruimte', maar over 'meedoen' en 'bij elkaar komen'. Als het college aangeeft 'ruimte te (willen) maken voor 'ontmoeten' bedoelt de gemeente dat het inwoners wil faciliteren om elkaar te ontmoeten, in welke vorm dan ook. Ontmoeten kan in de openbare ruimte, in speciaal daarvoor bestemde accommodaties (zoals wijksteunpunten) of algemene accommodaties (zoals sportaccommodaties). Ontmoeten draagt bij aan sociale contacten, verbinding en begrip voor en tussen mensen, gezien worden, bewegen (als het bijvoorbeeld in de openbare ruimte is) en daarmee ook aan (positieve) gezondheid. De omgevingsvisie biedt een kader zodat mensen elkaar kunnen ontmoeten op de door hen gewenste manieren.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Met het detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek wordt aangesloten op het provinciaal beleid en de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg. In de Westelijke Mijnstreek is relatief veel winkelvloeroppervlakte per 1.000 inwoners. Dit geldt voor bijna alle branches en er is ook veel leegstand. Het beleid is gericht op een aantrekkelijke en duidelijke detailhandelsstructuur voor de
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
20
gemeente zich hiermee gaat bemoeien, terwijl dit in het verleden geen positieve uitkomsten had en hoe er wordt voorkomen dat dit beleid leidt tot een leegloop in plaats van versterking. 7.3.
7.4.
7.5.
Indiener vraagt of er onderzoek is gedaan naar het instellen van een zeroemissiezone bijdraagt aan leegloop en verminderde bereikbaarheid van het centrum door consumenten en ondernemers. Indiener vraagt om verduidelijking hoe de gemeente de balans bewaart tussen duurzaamheid en een economisch levendig centrum. Indiener vraagt of de inzet van cameratoezicht daadwerkelijk bijdraagt aan een gevoel van veiligheid of juist op ervaren privacyinbreuk. Indiener vraagt welke enquêtes en onderzoeken gebruikt zijn en hoe die bijgedragen hebben aan dit besluit.
Indiener wil graag weten hoe het STOMP-principe wordt ingezet terwijl in het verleden bewust gestopt is met de inzet van fietsers om het verkeer af te remmen vanwege veiligheidsrisico’s.
consument en compactere winkelgebieden. Naast het in stand houden van leefbare dorpskernen voor inwoners wordt ingezet op terugbrengen van overtollige winkelmeters, een gezond ondernemersklimaat en kwalitatieve versterking van het (bestaand) aanbod op perspectiefrijke locaties. In de omgevingsvisie 2040 geven we aan dat we dan nog geen zero-emissiezone hebben. Omdat er nog veel onzekerheid wordt ervaren over het instellen van een zero-emissiezone en de mogelijke effecten daarvan, verwachten we de komende jaren te kunnen leren van andere steden. Die ervaringen kunnen we inzetten in onze eigen beleidsontwikkeling.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de Omgevingsvisie.
Cameratoezicht kan een bijdrage leveren aan een veilige(re) gemeente. Uit de meest recente Veiligheidsmonitor (bevraging medio/eind 2023) blijkt opnieuw dat een ruime meerderheid van de inwoners van Sittard-Geleen (83 procent) het (heel) positief vindt dat er cameratoezicht is in de gemeente. Het cameratoezicht in de gemeente SittardGeleen is ingericht conform geldende regelgeving op het gebied van privacy. Naast de Veiligheidsmonitor, wordt verwezen naar de Evaluatie Cameratoezicht van 2021 en het Beleid Cameratoezicht Sittard-Geleen. De burgemeester is bevoegd op basis van de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening om publiek cameratoezicht in te zetten.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
In het verleden werd er steeds meer ruimte gegeven aan de auto. Hierdoor kwamen fietsers letterlijk in de verdrukking en werd het fietsen als onveilig ervaren. Het STOMP-principe gaat er juist van uit dat we bewust meer ruimte gaan bieden aan langzaam verkeer. Hierbij wordt vooral gekeken naar de wensen en behoeften van deze groep verkeersdeelnemers.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
21
7.6.
7.7.
7.8.
7.9.
7.10.
Indiener geeft aan dat autobereikbaarheid van scholen nodig is in relatie tot de werkelijke vervoersbehoeften van gezinnen. Naast veiligheid stelt indiener voor dat goede faciliteiten voor de auto (kissand-ride en voldoende parkeerplekken) belangrijk is. Indiener vraagt of de aanleg van fietsroutes naar werklocaties wel aansluit bij de afstand die forenzen moeten afleggen naar hun werk. Indiener vraagt hoe deze gemeente de afhankelijkheid van de snelweg voor forenzen meeneemt in haar verkeersen infrastructuurplannen rondom de werklocaties. Indiener geeft aan dat de onplezierige situaties die ontstaan door het beperken van parkeercapaciteit in de wijken niet opweegt tegen de beperkte bijdrage aan klimaatadaptatie. Indiener geeft aan dat er parkeerruimte moet zijn voor bezoekers en dat door de spanningen op de woningmarkt (starters die langer thuis wonen) er meer auto’s per woning gebruikt worden. Indiener vraagt waarom de lasten van het aanleggen van oplaadvoorzieningen voor elektrische auto’s bij de belastingbetaler worden gelegd. Indiener stelt dat elektrische voertuigen vooral zakelijk gereden worden en dat laadpunten daarom bij bedrijven moeten staan in plaats van in woonwijken. Indiener geeft aan dat er onder ‘Het Goede Wonen’ onvoldoende aandacht is voor de starters en wilt graag weten hoe de gemeente de
In schoolomgevingen is onvoldoende ruimte beschikbaar om op een veilige manier invulling te geven aan de huidige vervoersbehoefte en ruimtevraag. We willen rondom scholen een veilige omgeving creëren. Een kiss-and-ride voorziening en parkeerplaatsen kunnen hier deel van uitmaken, maar zijn alleen niet voldoende.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Met het aanleggen van nieuwe fietsroutes naar bijvoorbeeld werklocaties kijken we ook naar het aandeel forenzen dat hier gebruik van zou kunnen maken. Voor fietsen hanteren we hier een afstand tussen de 7,5 km (gewone fiets) en 15 km (elektrische fiets voor). Het forenzen met de fiets zal nooit voor iedereen een oplossing zijn, maar door een keuze aan te bieden voor de fiets, is de als forens niet meer altijd afhankelijk van de auto.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
In sommige straten is de parkeercapaciteit nu al een probleem omdat deze straten zijn aangelegd in periodes dat er nog maar heel weinig auto’s waren.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Publieke oplaadvoorzieningen voor elektrische auto’s worden aangelegd omdat er op termijn steeds meer particulieren een elektrische auto aanschaffen. Vanaf 2035 mogen er geen nieuwe auto’s meer verkocht worden die CO2 uitstoten. Particulieren die daarom een nieuwe elektrische auto willen aanschaffen, willen hun auto in de openbare ruimte op kunnen laden, vooral als zij geen eigen oprit hebben. Het realiseren van een betaalbare voorraad (en dus ook woningen voor starters) staat centraal in het nieuwe woonbeleid. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de behoefte, en de behoefte bestaat grotendeels uit
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
22
woonbehoefte van deze groep aanpakt.
7.11.
7.12.
7.13.
betaalbare woningen voor starters en levensloopbestendige woningen. Met het ondertekenen van de Woondeal Limburg spant de gemeente zich in om bij alle grotere ontwikkelingen een gelijke verdeling van sociale huur, betaalbaar en overige woningen te realiseren. In het volkshuisvestingsprogramma wordt dit verder uitgewerkt, alsmede bepaalt of hier nog juridische instrumenten toe worden ingezet. Indiener vraagt om Duurzame opwek is noodzakelijk om verheldering over enerzijds netcongestie te verminderen en de het koesteren van het gemeentelijke bijdrage te leveren in het buitengebied en anderzijds kader van het Regionale Energiestrategie het toelaten van duurzame Zuid-Limburg bod en het Klimaatakkoord. energieopwekking. Indiener Voor duurzame opwek zetten we in op een wil weten of de schadelijke integrale benadering (maatwerkaanpak). invloed van windturbines en Hiervoor werken we kaders uit waarbij zonneparken is meegenomen duurzame opwek verbonden wordt met de en stelt dat dit industriële ruimtelijke en landschappelijke inrichting, activiteiten zijn die thuishoren (financiële) participatie, maatschappelijk op Chemelot. draagvlak en uitvoerbaarheid(netcongestie). Die netcongestie vraagt om locaties waarbij vraag en aanbod van elektriciteit afgestemd kunnen worden.
Uiteindelijk zullen in een planologische procedure de wenselijkheid, mogelijkheid en randvoorwaarden onderzocht moeten worden. Uiteraard hanteren we als gemeente de zonneladder, waarbij in eerste instantie gekeken wordt naar zon op dak en verharde locaties. Er wordt informatie gemist De sensoren waar mee gewerkt wordt, over de stelt inwoners niet bloot aan meer straling gezondheidsgevolgen van de dan andere dagelijkse apparaten die in en implementatie van Smart rondom het huis gebruikt worden. Smart City-technologieën, zoals city wordt in gemeente toegepast om de blootstelling aan straling. leefomgeving gezonder te maken. Indiener verzoekt de gemeente om een grondige evaluatie van de impact van de Smart City-initiatieven op de gezondheid van de inwoners op te nemen in de omgevingsvisie. Indiener verwijst naar Energieopwekking uit biomassa is ‘Slimmer, gezonder en inderdaad vergelijkbaar met houtstook. schoner’ en vraagt waarom Verschil is echter dat de rookgassen bij de gemeente burgers een dergelijke installatie gefilterd worden. maatregelen op wil leggen Rookgassen van houtstook bij woningen over het verminderen van worden niet gefilterd en kunnen lokaal houtstook. Dit terwijl voor overlast zorgen bij omwonenden. Bij
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
23
7.14.
7.15.
energieopwekking uit biomassa volgens indiener nagenoeg hetzelfde is. Indiener verzoekt om duidelijkheid hoe het beperken van houtstook past in de brede context van de energietransitie. Indiener vraagt om een brede benadering op CO2 omdat het, aldus steller, cruciaal is voor de groei van planten en het functioneren van ecosystemen.
Indiener vraagt hoe groene wijken bijdragen aan het beperken van wateroverlast en wat de relatie is met ‘grijze’ wijken en wateroverlast. Indiener stelt dat de recente overstromingen in Limburg volgens deskundigen komen door slecht waterbeheer in plaats van door klimaatverandering. Indiener vraagt of de nadruk niet moet liggen op verbetering van het waterbeheer en infrastructuur in plaats van maatregelen die geen effect hebben en inwoners op de kosten jagen.
bepaalde klimatologische omstandigheden (o.a. mist) kan dit leiden tot ontoelaatbare overlast. De gemeente onderzoekt of een stookverbod ten tijde van bepaalde klimatologische omstandigheden haalbaar is. CO2 is inderdaad een ‘bouwsteen’ in natuurlijke systemen. De verhoogde uitstoot van CO2 door menselijk handelen zet echter een grote druk op ecosystemen en het klimaat. Een te hoge CO2-uitstoot is een belangrijk onderdeel van klimaatverandering en klimaatverandering bedreigt bestaande ecosystemen. Dit omdat de verandering sneller optreedt dan dat ecosystemen en soorten zich aan kunnen passen. De genoemde punten zijn allemaal met elkaar verbonden. Hevige piekbuien komen door klimaatverandering vaker voor en de intensiteit is hoger. Het genoemde slechte waterbeheer hangt juist vaak samen met de overmatige bestrating en bebouwing in de ‘grijze’ wijken. Bij piekbelasting kan in ‘grijze’ wijken het water nergens naar toe behalve het riool. Het aanleggen van riolen die de betreffende belasting aan kunnen is vanuit ondergrondse ruimte en kostenoogpunt vaak geen werkbare aanpak. Extra groen zorgt juist voor zogenaamde buffering. Water stroomt langzamer in groene gebieden, en het water kan in de bodem infiltreren, waardoor de druk van het riool wordt gehaald.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie.
Daarnaast wordt ook gewerkt aan het technisch waterbeheer en infrastructuur zoals het verbreden van waterlopen en aanleggen van waterbuffers. Vooral in de stedelijke gebieden is de ruimte echter een beperkende factor, meer dan 40% van het oppervlak is privaat bezit en momenteel stroomt hemelwater dat op deze veelal verharde oppervlaktes valt direct af naar het gemengd gemeenteriool dat daardoor overstroomt met water op straat als resultaat. De hemelwaterproblematiek is daarom een gemeenschappelijk probleem dat samen moet worden aangepakt.
24
7.16.
Indiener stelt verschillende vragen in relatie tot waterberging: 1. Indiener stelt dat het creëren van waterbuffers en ruimte voor water een argument is tegen het eigendomsrecht van inwoners en bedrijven. 2. Indiener stelt dat het vrijhouden van gebieden voor waterberging in plaats van ruimte voor wonen en economische functies geen rechtmatige afweging is. 3. Indiener vraagt om een wetenschappelijke en beleidsmatige onderbouwing en wat de invloed is op de rechten en levensomstandigheden van inwoners en de implicaties voor hun eigendomsrechten. 4. Indiener vraagt wat wordt bedoeld met het ‘systematisch claimen’ van vrijkomende grond voor waterberging. 5. Indiener verzoekt om de doelstelling ‘we verminderen de verharding’ uit te breiden met ‘rekening houdend met bewoners, bezoekers, en activiteiten / evenementen’.
Zie ook het antwoord op punt 7.15. Piekbelasting door regenbuien kan niet alleen met ondergrondse technische maatregelen op overheidsgronden voorkomen worden. Het reserveren van ruimte voor water is juist om de eigendommen van inwoners en bedrijven te beschermen. Wateroverlast door hemelwater is veelal een lokaal probleem en centrale technische oplossingen zijn zelfs op straatniveau niet afdoende om bij de woningen op eigen perceel wateroverlast te reduceren. Daarom is er ook samenwerking van inwoners nodig om zo droog en veilig mogelijk te blijven. Daarnaast zorgen buffers ervoor dat er in droge perioden ook voldoende water beschikbaar is voor natuur, landbouw en groen.