3 Handreiking aanwijzing lokale publieke omroep
Tekst van het document
•
Griffie heeft relatief weinig • capaciteit, eventuele ondersteuning en sturing door het college van B&W nodig
Om schijn van partijdigheid te • voorkomen kan burgemeester voorbereidend werk doen voor de raad, waarbij eigenschappen van de aanvragen op een rij gezet worden, zonder dat een voorkeur uitgesproken wordt
Om schijn van partijdigheid te voorkomen kan college van B&W voorbereidend werk doen voor de raad, waarbij eigenschappen van de aanvragen op een rij gezet worden, zonder dat een voorkeur uitgesproken wordt
•
Raadsleden zijn soms zelf • betrokken bij omroepen, waardoor sterke betrokkenheid bij het proces een schijn van partijdigheid met zich mee kan brengen
•
Bij politiek gevoelig proces met meerdere aanvragen kan te nauwe betrokkenheid van het college van B&W een schijn van partijdigheid met zich meebrengen
Samenwerking en afstemming met college van B&W vergt evt. meer tijd en inspanning
Tabel 2. Overzicht betrokkenheid van raad, griffie, burgemeester en college van B&W.
4.1.2
Wettelijke vereisten Bij het inrichten van de adviesprocedure, is het belangrijk dat de gemeente nadenkt over de criteria waarop aanvragers door de gemeente beoordeeld zullen worden. De gemeente zal de aanvragers in ieder geval moeten beoordelen aan de hand van de wettelijke vereisten die genoemd staan in de Mediawet (artikel 2.61).27 Daarnaast kan de gemeente voorkeurscriteria opstellen (zie paragraaf 4.1.4). De gemeenteraad controleert of een aanvrager voldoet aan de wettelijke vereisten. Als er maar één aanvrager is, dan breng de gemeenteraad over die aanvraag het wettelijk advies uit aan het Commissariaat. Het Commissariaat neemt dit advies in beginsel als uitgangspunt bij het aanwijzen van een lokale omroep. Er kan niet afgeweken worden van de wettelijke vereisten voor een lokale publieke omroep.
De wettelijke vereisten vragen dat aanvragers:28 • rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid zijn; • zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stellen het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een provincie, een gemeente of een deel van de provincie waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; en • volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen (een pbo). Als een aanvrager niet voldoet aan de wettelijke vereisten, dan leidt dit tot een negatief wettelijk advies. Opvolging van dit advies betekent dat het Commissariaat de aanvraag van de betreffende aanvrager afwijst. We beschrijven hieronder de vereisten voor een pbo (derde wettelijke vereiste).
27 Mediawet 2008, artikel 2.61. 28 Mediawet 2008, artikel 2.61.
22
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Programmabeleid bepalend orgaan (pbo) Een van de wettelijke vereisten voor een lokale publieke omroep is dat deze een programmabeleid bepalend orgaan (pbo) heeft. Het pbo bepaalt het beleid voor het media-aanbod van de lokale omroep. Het pbo is representatief voor de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen die in de gemeente voorkomen. Gemeenten toetsen of de samenstelling van het pbo representatief is voor de verscheidenheid binnen de lokale gemeenschap. De representativiteit wordt geborgd door vertegenwoordigers en/ of afgevaardigden in het pbo van instellingen die actief zijn binnen een van de stromingen in de gemeente(n). Zowel het Commissariaat als de NLPO raden media-instellingen aan om vóór het samenstellen van het pbo contact op te nemen met het gemeentebestuur. De gemeente kan aangeven welke stromingen in ieder geval zitting moeten hebben in het pbo. Daarnaast bevat het gemeentelijk mediabeleid vaak ook bepalingen over de stromingen die gerepresenteerd dienen te worden in het pbo. De NLPO beschrijft in een pbo modelreglement dat het minimum aantal leden van een pbo vijf is. Het minimum aantal pbo-leden is niet wettelijk verplicht.29 Het pbo mag ook bestaan uit (extra) leden die geen stroming in de gemeente vertegenwoordigen, maar deskundig zijn op een specifiek aandachtsgebied.
Deze leden hebben zitting op persoonlijke titel en dienen in aantal een minderheid te vormen tegenover de andere leden.30 Er bestaan enkele beperkingen op het lidmaatschap van een pbo. Zo bepaalt de Mediawet 2008 dat het media-aanbod van publieke omroepen onafhankelijk moet zijn van commerciële invloeden en invloeden van de overheid. Om die redenen kan een lid van het pbo niet tegelijkertijd de volgende functies vervullen: • raadslid van de gemeente waarvoor om aanwijzing wordt verzocht; • burgemeester of wethouder van deze gemeente; • lid van een van de commissies van deze gemeente; • behandelend ambtenaar van het adviesverzoek; • voorzitter, bestuurslid of medewerker bij een commerciële media-instelling; • medewerker van een bedrijf waaraan de lokale omroep de verzorging van (een deel van) haar media-aanbod heeft uitbesteed. Het Commissariaat geeft aan dat de onverenigbaarheid van deze functies met het pbo-lidmaatschap een doorslaggevende rol kan spelen bij de besluitvorming over een aanvraag. Daarnaast raadt het Commissariaat aan om deze criteria ook te laten gelden voor de bestuursleden van de lokale omroep zelf. 4.1.3
Mogelijke wijzen van samengaan bevorderen De gemeente kan meerdere aanvragen ontvangen. Voordat een keuze tussen de aanvragen gemaakt kan en mag worden, stelt de Mediawet de verplichting dat het college van B&W, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, het samengaan van de aanvragers bevordert.31 Het samengaan van aanvragers zou moeten leiden tot een gezamenlijke aanvraag voor de desbetreffende gemeente. Het samengaan van meerdere aanvragers is dus meer dan een samenwerking. Het samengaan kan op twee manieren plaatsvinden: (1) de aanvragers richten een nieuwe gezamenlijke stichting op die een nieuwe aanvraag indient. De oude aanvragen worden ingetrokken. Of (2) één aanvrager zet zijn aanvraag door en de andere aanvrager trekt zijn aanvraag in en voegt zich bij de eerstgenoemde aanvraag. Eventueel dienen zij samen een aangepast beleidsplan in.
29 Als tijdens de aanwijzingsperiode ernstige twijfel bestaat bij het CvdM of het pbo nog representatief is (bijvoorbeeld als minder stromingen zijn vertegenwoordigd), dan kan het Commissariaat een tussentijds advies opvragen aan de gemeente. Bij negatief advies krijgt de lokale omroep vier maanden de tijd om het gebrek te herstellen. Als dat niet gebeurt, kan het Commissariaat de aanwijzing intrekken. 30 NLPO (n.d.) Modelreglement PBO. 31 Mediawet 2008, artikel 2.63, lid 1.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
23
Om het samengaan te bevorderen is het van belang dat u als gemeente van tevoren bedenkt op welke wijze u een dergelijk traject wilt inrichten. We raden u aan dit al in de voorbereiding te doen en geven hier handvatten voor in deze paragraaf. De Mediawet geeft geen verdere invulling aan de wijze waarop het samengaan bevorderd dient te worden. Dat betekent dat een verkennend gesprek tussen ambtenaar of griffie en de aanvragers (apart of gezamenlijk) in theorie al kan tellen als een dergelijke verkenning. Als uit één gesprek blijkt dat partijen echt niet willen samengaan, dan kan een dergelijk gesprek al voldoende zijn. U wilt echter voorkomen dat men zich achteraf afvraagt of het samengaan echt genoeg bevorderd is. Als er mogelijkheden voor samengaan zijn, dan moeten er extra inspanningen worden gedaan. We geven twee voorbeelden van wijze waarop samengaan bevorderd kan worden: • Presentatie aan de raad. Door beide partijen zichzelf te laten presenteren aan de raad, en hen iets te laten zeggen over hun bereidheid voor samengaan, krijgt de raad direct te horen wat de insteek van de aanvragers is. De raad zou aan de hand van deze presentaties een inschatting maken wat de kans op samengaan is, en of nog meer inspanning nodig is om samengaan te bewerkstelligen.
De raad kan er bijvoorbeeld voor kiezen om de burgemeester/wethouder (opnieuw) op te laten treden als mediator/procesbegeleider, of onafhankelijke mediators/procesbegeleiders inzetten. • Burgemeester of wethouder inzetten als mediator/procesbegeleider. Er worden één of meerdere gesprekken gevoerd met de aanvragers. Dit kunnen afzonderlijke en gezamenlijke gesprekken zijn. Om zo onpartijdig mogelijk te zijn, vooral bij een (politiek) gevoelig proces, kan het inzetten van de burgemeester helpen. • Onafhankelijke mediators/procesbegeleiders inzetten. Meerdere gemeenten hebben in het verleden onafhankelijke mediators of procesbegeleiders ingezet voor het verkennen van het samengaan. Deze optie wordt vaak gezien als het meest neutraal en onpartijdig. Het is van belang dan ook een mediator/procesbegeleider te (laten) kiezen die geen bestaande of voorgaande relatie heeft of had met één van de aanvragers. De duur en intensiteit van dit proces kan de raad bepalen, of laten bepalen door college van B&W of de griffie. Er worden één of meerdere gesprekken gevoerd met de aanvragers. Dit kunnen afzonderlijke en gezamenlijke gesprekken zijn.
Als gekozen wordt voor een uitgebreid traject, zou nagedacht kunnen worden over een vergoeding voor de aanvragers voor deelname aan een dergelijke uitgebreid traject.32 Als het samengaan bevorderd is, en men kiest voor een gezamenlijke aanvraag, zal deze alleen moeten voldoen aan de wettelijke vereisten (zie vorige paragraaf). Indien samengaan niet wordt gerealiseerd en sprake blijft van meerdere aanvragen, dient de gemeenteraad over die aanvragen wettelijk advies uit te brengen en wordt zij daarnaast verzocht een voorkeursadvies uit te brengen. In de volgende paragraaf geven wij handvatten voor het opstellen van voorkeursadvies. 4.1.4
Voorkeurscriteria en voorkeursadvies Het Commissariaat vraagt gemeenten een voorkeursadvies voor de aanwijzing uit te brengen indien er sprake is van meerdere aanvragers die niet samengaan. Om te komen tot een beoordeling van beide aanvragers wordt doorgaans gewerkt met voorkeurscriteria in aanvulling op de wettelijke vereisten. De voorkeurscriteria helpen de gemeente om een onderbouwde voorkeur uit te spreken. Het is van belang dat de criteria vooraf bekend zijn bij de aanvragers, dat deze goed toetsbaar zijn gedurende het proces en dat er draagvlak is voor de criteria. We raden u aan in de voorbereiding op de aanwijzing deze criteria op te stellen. We geven u hier een aantal handvatten voor. Een eerste vertrekpunt bij de beoordeling is het meerjarenbeleidsplan van de aanvragers. Hoewel het indienen van een meerjarenbeleidsplan niet wettelijk verplicht is, wordt dit wel sterk aangeraden door het Commissariaat. In het meerjarenbeleidsplan geeft de aanvrager toelichting op het beoogde media-aanbod. Voor de invulling kunnen aanvragers inspiratie opdoen uit het Vernieuwingsconvenant. Het is gemeenten aan te bevelen om op de hoogte te zijn van de inhoud
32 KWINK groep (2022). Procesevaluatie aanwijzingsprocedure en toekomstverkenning lokale publieke omroep Amsterdam
24
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
van dit convenant.33 Volgens de beleidsregels dienen aanvragers door de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld te worden om de aanvraag zo nodig nader te onderbouwen, bijvoorbeeld middels een schriftelijke of mondelinge presentatie aan de gemeenteraad.34 De vooraf opgestelde inhoudelijke criteria worden gemeten aan de hand van het meerjarenbeleidsplan en de toelichting van de aanvrager hierop. Mogelijke voorkeurscriteria De voorkeurscriteria zijn er om meerdere aanvragen te beoordelen. Het is belangrijk dat de criteria objectief meetbaar zijn en niet gaan over de programma-inhoud van een omroep. De criteria bieden handvatten voor het vergelijken van meerdere aanvragen om te komen tot een beoordeling en keuze van aanwijzing. Het is van belang dat aanvragers van tevoren goed weten wat voor uitgangspunten of criteria de gemeente stelt voor de lokale publieke omroep. Daarom vraagt het Commissariaat van gemeenten om de criteria uiterlijk elf maanden voor de afloop van een aanwijzingstermijn bekend te maken. De gemeenteraad kan zich alleen baseren op deze vooraf opgestelde criteria bij het komen tot een voorkeursadvies.35 Aanvragers krijgen op deze manier tijdig de kans om in het meerjarenbeleidsplan een toelichting te geven op de invulling van dit soort uitgangspunten of criteria en komen niet voor verassingen te staan tijdens de aanwijzingsprocedure.
Het is niet gewenst om deze criteria gedurende de procedure te wijzigen. Als toch blijkt dat aanpassingen nodig zijn, en deze leiden tot veranderingen in de wijze waarop aanvragers beoordeeld worden, moeten deze op zijn minst een kans krijgen om aanpassingen te doen in hun aanvraag. Voor het creëren van een gelijk speelveld tussen nieuwe aanvragers en bestaande lokale publieke omroepen, is het belangrijk om criteria op te stellen die gericht zijn op toekomstige prestaties. Het Commissariaat geeft in de beleidsregel suggesties voor inhoudelijke criteria die gebruikt kunnen worden: • Geografische leefomgeving en identiteit. In hoeverre het media-aanbod zich richt op de geografische leefomgeving en de sociaal-culturele en economische identiteit van de inwoners van de gemeente; • Mediakanalen. Via welk mediakanaal of mediakanalen het media-aanbod wordt verspreid; • Samenwerkingen met lokale partners. Of wordt samengewerkt met voor de gemeente relevante lokale partners en organisaties; • Professioneel geborgde organisatie. Of er sprake is van een professioneel geborgde organisatie; • Stabiele financiële situatie. Of aannemelijk is dat er sprake is van een stabiele financiële situatie.36 Het Commissariaat stuurt een “Formulier toetsingscriteria voorkeursadvies gemeente” mee met de brief waarin de aankondiging van een volgende aanwijzingstermijn staat.
Dit is een formulier waarmee de gemeenten de door hun vastgestelde toetsingscriteria bij het Commissariaat bekend kunnen maken. In dit formulier staat ook een uitgebreide toelichting, met concrete voorbeelden van voorkeurscriteria. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om criteria op te stellen met behulp van eigenschappen van een lokaal toereikend media-aanbod (LTMA), die zijn genoemd in het Vernieuwingsconvenant Gemeenten-Lokale Omroepen. De NLPO en de VNG hebben 20 criteria opgesteld voor LTMA. Aan de hand van deze 20 criteria kunnen lokale omroepen aantoonbaar maken dat zij een LTMA (kunnen) verzorgen.37 De NLPO heeft een keurmerk Nederlandse Streekomroepen opgericht, om zo
33 VNG, OLON & NLPO (2015). Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen 2015-2018. 34 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel. 35 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel. 36 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel. 37 NLPO (2018). De 20 criteria van het Keurmerk Nederlandse Streekomroepen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
25
alle betrokken partijen houvast te geven in de verwachtingen over de 20 criteria voor het verzorgen van een LTMA. De 20 criteria voor een LTMA zijn door de sector vastgesteld en vertaald in het Keurmerk Nederlandse Streekomroepen. Dit keurmerk is toepasbaar voor streekomroepen en lokale publieke omroepen.38 Het Keurmerkinstituut kan deze objectief toetsbare criteria toetsen bij lokale omroepen. Op deze wijze krijgen omroepen inzicht hoe zij (op nog betere wijze) een LTMA kunnen verzorgen. Het is niet verplicht voor lokale omroepen of streekomroepen om te voldoen aan dit keurmerk. Naast de criteria uit het Vernieuwingsconvenant en het keurmerk kunnen gemeenten ook gemeente-specifieke criteria opstellen. Bij het opstellen van deze gemeente-specifieke criteria is terughoudendheid gepast: de Mediawet39 sluit bemoeienis met de journalistieke inhoud van de omroep nadrukkelijk uit.40 De criteria kunnen zich wel richten op waarden als transparantie, bedrijfsmatigheid, diversiteit in het personeelsbestand, aanbod en platforms, samenwerking met partijen in de gemeente, interactie en participatie van burgers en groepen, en innovatie.41 Gemeenten mogen dus wel van aanvragers vragen om toe te lichten hoe zij invulling geven aan deze thema’s , zonder een specifieke invulling te verplichten.
Een voorbeeld: Een gemeente kan niet verplichten dat een omroep moet samenwerken met de bibliotheek in de gemeente. De gemeente kan wel aangeven dat het samenwerking met partijen in de gemeente belangrijk vindt en dat het de aanvraag beoordeelt op de kwaliteit van gezochte samenwerkingen in de gemeente. Hieronder hebben we voorbeelden van gemeente-specifieke voorkeurscriteria kort opgesomd: • Aanbod op een specifiek kanaal: bijvoorbeeld op tv, of juist radio, of op sociale media. • Een (online)strategie hoe het media-aanbod onder de aandacht van de doelgroep(en) wordt gebracht. • Plan van aanpak tot beoogde samenwerking met lokale (en evt. regionale) partijen. • Samenwerking met andere media-instellingen in de regio. • Adequate, efficiënte en effectieve exploitatie. • Inzet van lokale vrijwilligers en inwoners (burgerparticipatie/jongerenparticipatie) • Maatschappelijke betrokkenheid, bijv. in de vorm van type of aantal sociale bijeenkomsten. • Adequaat en integer bestuur (volgens de Gedragscode Integriteit Publieke Omroep 2021). Weging van voorkeurscriteria Het is niet alleen van belang om duidelijke voorkeurscriteria op te stellen, maar ook om te bepalen hoe de voorkeurscriteria beoordeeld worden. De criteria zouden bij alle aanvragen op dezelfde wijze beoordeeld moeten worden. Een voorbeeld: U heeft als criterium samenwerking met partijen in de stad vastgesteld.
Aanvrager 1 geeft aan samen te (willen) werken met de lokale bibliotheek, een lokale supermarkt en een verzorgingstehuis. Aanvrager 2 geeft aan samen te (willen) werken met een commerciële lokale omroep, een basisschool en een lokale stichting die zich richt op dieren. In principe voldoen beide aanvragers dus aan het criterium samenwerking met partijen in de stad, een voorkeur voor één van beiden zal neerkomen op ‘gevoel’, met als resultaat een schijn van partijdigheid. Het is dus niet genoeg om als criterium te bepalen dat men moet samenwerken met partijen in de stad. Om het criterium beter meetbaar te maken kunt u aangeven dat het samenwerkingscriterium beoordeeld wordt aan de hand van: • de duidelijkheid (hoe duidelijk is de visie van de lokale publieke omroep?), • navolgbaarheid (is de visie logisch te volgen?) en • haalbaarheid (hoe realistisch is de visie?). Daarnaast wordt het criterium gescoord, bijvoorbeeld met een cijfer van 1 tot 10 of met een positief (++ of +), neutraal (0), of een negatief (-).
38 NLPO (n.d.). Keurmerk voor de Lokale Publieke Omroep 39 Mediawet 2008, artikel 2.88, lid 1. 40 VNG (2020). Wachten kan niet meer: handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid. 41 KWINK groep (2022). Procesevaluatie aanwijzingsprocedure en toekomstverkenning lokale publieke omroep Amsterdam.
26
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
U heeft nu de ingrediënten voor het beoordelen van aanvragen. Het volgende dat nodig is, is bepalen hoe u als gemeente tot een voorkeursadvies komt. Het beoordelen van de aanvragen Bij de voorbereiding van de adviesprocedure is het belangrijk om te bepalen door wie de aanvragen beoordeeld zullen worden. Zeker wanneer u een complex proces voorziet met meer dan één aanvraag, is het goed om de raad vooraf sterk te betrekken en de raadsleden aan de voorkant mee te nemen in de besluitvorming over de beoordelaars en de mate waarin de beoordeling door eventuele externe beoordelaars bindend is. Om (een schijn van) onafhankelijkheid en onpartijdigheid te borgen, is het raadzaam om de aanvragen niet door het college van B&W of de gemeenteraad inhoudelijk te laten beoordelen. Het college van B&W en de raad hebben namelijk al een bestaande relatie met de huidige omroep. Voor zowel de huidige omroep als de nieuwe aanvrager kan beoordeling door het college van B&W of de gemeenteraad als ongemakkelijk of zelfs als oneerlijk ervaren worden. Daarnaast kunnen bepaalde raadsleden zelf een relatie hebben met een aanvrager. We geven enkele voorbeelden manieren om de aanvragen te beoordelen: • Beoordelingsformulier voorleggen aan raadsleden. De griffie of het college van B&W maken een overzicht van de eigenschappen van de aanvragen, zonder een voorkeur uit te spreken voor één van de aanvragers.
Raadsleden kunnen dan zelf aan de hand van deze lijsten een voorkeur uitspreken. • Tijdelijke onafhankelijke adviescommissie. De gemeenteraad stelt een onafhankelijke adviescommissie samen, eventueel aan de hand van een voorstel van het college van B&W of de griffie. Bij het besluit over het instellen van een onafhankelijke adviescommissie, is ook het vaststellen de volgende zaken belangrijk: binnen welke termijn dient de commissie een advies uit te brengen, in hoeverre is het advies van de commissie bindend, hoe dient de commissie het advies te verantwoorden en welke onderdelen of elementen (zoals een presentatie aan de raad) zijn onderdeel van het adviestraject. • Bestaande adviescommissie. Sommige gemeenten hebben een gemeentelijke adviescommissie of een mediaraad voor het beoordelen van bijvoorbeeld subsidieaanvragen. Zo’n commissie beoordeelt doorgaans plannen van kunstenaars of journalisten in de gemeente. U zou ervoor kunnen kiezen deze commissie in te zetten als adviescommissie voor het komen tot een voorkeursadvies. Zie voor de aanvullende vast te stellen zaken (zoals de mate waarin het advies bindend is) de bullet hierboven. 4.2
Stap 2. Actie ondernemen bij start aanwijzingsprocedure Het startschot voor de aanwijzingsprocedure is officieel 14 maanden voor de afloop van de huidige aanwijzingstermijn. Dan ontvangt u als gemeente een brief van het Commissariaat over de naderende afloop van de huidige aanwijzingstermijn. In deze paragraaf beschrijven we welke informatie u in deze fase van het Commissariaat ontvangt. Daarnaast kunt u als gemeente in deze fase kiezen om potentiële aanvragers te informeren.
4.2.1
Informatievoorziening vanuit Commissariaat Het Commissariaat attendeert de gemeente 14 maanden voor het einde van de aanwijzing op de afloop van de aanwijzingsperiode en informeert de huidige lokale publieke omroep 12 maanden voor het einde van de aanwijzing. Het Commissariaat stuurt 14 maanden voor de afloop van de aanwijzingsperiode een brief aan de gemeenteraad met daarin het verzoek om twee zaken kenbaar te maken op de eigen website, namelijk criteria voor het uitbrengen van een voorkeursadvies (zie paragraaf 4.1.4) en de belangrijkste voorkomende stromingen in de gemeente (zie volgende alinea).42 De Mediawet stelt pluriformiteit als een van de kernwoorden voor de publieke opdracht van publieke omroepen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Om pluriformiteit te waarborgen, is het
42 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
27
belangrijk om de aanwezige maatschappelijke, culturele of geestelijke stromingen in uw gemeente (stromingen met een aantoonbare achterban) te vertegenwoordigen binnen de lokale publieke omroep. Op lokaal niveau komt dit tot uiting middels een programmabeleid bepalend orgaan (pbo), die bestaat uit leden afkomstig van de belangrijkste in de gemeente aanwezige maatschappelijke, culturele of geestelijke stromingen. Welke stromingen dit zijn zal per gemeente verschillen.43 De potentiële aanvragers moeten gebruik kunnen maken van informatie over de aanwezige stromingen binnen uw gemeente. Daarom vraagt het Commissariaat om deze stromingen te publiceren op de gemeentelijke website. Het Commissariaat beveelt verder aan dat gemeenten via hun website, het Gemeenteblad en/of lokale media (bijvoorbeeld huis-aan-huis-bladen) bekend maken dat de huidige aanwijzingstermijn van de lokale omroep verloopt. 4.2.2
Informatievoorziening vanuit gemeente (optioneel) Gemeenten kunnen na de start van de aanwijzingsprocedure informatiesessies organiseren. De informatiesessies zijn bedoeld voor potentiële aanvragers en gaan over de achtergrond van de lokale publieke mediaopdracht, de wettelijke vereisten en eventueel de voorkeurscriteria.44 De NLPO en het Commissariaat organiseren soms ook informatiesessies voor gemeenten of voor (potentiële) omroepen. Een gemeente kan tussen 14 en 7 maanden voor afloop van de bestaande aanwijzing eventueel (aanvullende) informatiesessies organiseren, specifiek gericht op de inrichting van de adviesprocedure. Een potentiële aanvrager moet namelijk zes maanden voor het aflopen van de huidige aanwijzingsperiode een aanvraag indienen.45 Door (mogelijke) aanvragers tijdig te informeren over de inrichting van de adviesprocedure, kan voorkomen worden dat aanvragers overvallen worden door de procedure zodra zij hieraan deelnemen. De informatiesessies over de adviesprocedure, de opdracht en/of de criteria dragen bij aan transparantie en duidelijkheid over het proces. Tijdens de informatiesessies kunnen de volgende punten aan de orde komen: • Een schets van het gehele proces vanaf indienen tot aanwijzing.
• Indien er meerdere aanvragers zijn, een toelichting op de verplichting uit de Mediawet om samengaan tussen de aanvragers te bevorderen, en wat dat betekent voor aanvragers. • Een schets van hoe het bevorderen van samengaan eruit kan zien. • Aangeven dat het proces tijdrovend kan zijn vanwege de verkenning. • Aangeven of er een vergoeding is voor de deelname aan de verkenning vanwege het tijdrovende proces, en wanneer men hier aanspraak op kan maken. • Indien aanvragers kiezen voor samengaan, hoe de rest van het proces eruit ziet. • Indien aanvragers níét kiezen voor samengaan, hoe de rest van het proces eruit ziet. • Waar aanvragers op beoordeeld en getoetst worden. • Door wie aanvragers beoordeeld en getoetst worden. • In het geval dat een adviescommisssie ingesteld wordt: wat de status van het advies van de adviescommissie is en de wijze waarop de adviescommissie te werk zal gaan. • Bij wie aanvragers terecht kunnen met vragen over de procedure.
4.3
Stap 3. Publieke bekendmaking indieningstermijn door Commissariaat en gemeente Het Commissariaat maakt twaalf maanden voor de afloop van de aanwijzingstermijn op verschillende manieren bekend dat de indieningstermijn aanvangt en wanneer deze termijn eindigt. Het Commissariaat doet dit door te publiceren op de eigen website en via publicatie in de
43 Ministerie van OCW (2008). Vaststelling van een nieuwe Mediawet (Mediawet 2008): Memorie van toelichting. Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 31 356, nr. 3. 44 KWINK groep (2022). Procesevaluatie aanwijzingsprocedure en toekomstverkenning lokale publieke omroep Amsterdam, p. 29. 45 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel.
28
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Staatscourant. Op de website van het Commissariaat is het ‘Register publieke media-instellingen’ gepubliceerd waarin is opgenomen welke media-instellingen in een gemeente zijn aangewezen en voor welke periode.46 Aanbevolen is dat een gemeente ook op de eigen website, in het Gemeenteblad en/of via lokale media (bijvoorbeeld huis-aan-huis-bladen) de aanvang van de indieningstermijn aankondigt. Dit geeft gelijke kansen voor alle potentiële aanvragers.
4.4
Stap 4. Vaststellen voorkeurscriteria In stap 1 beschreven we al de noodzaak om tijdig te beginnen met de voorbereidingen treffen en het inrichten van de adviesprocedure. Dit maakt dat zowel het gemeentebestuur, als aanvragers niet voor onvoorziene situaties komen te staan. Het is belangrijk om een transparant, duidelijk proces te hebben, vooral als er meerdere aanvragers zijn. Omwille van een transparant proces, vraagt het Commissariaat van gemeenten om voorkeurscriteria uiterlijk elf maanden voor de afloop van een aanwijzingstermijn bekend te maken. De gemeenteraad kan zich alleen baseren op deze vooraf opgestelde criteria bij het komen tot een voorkeursadvies in het geval van meerdere aanvragers. Aanvragers krijgen op deze manier tijdig de kans om in het meerjarenbeleidsplan een toelichting te geven op de invulling van de voorkeurscriteria en komen niet voor verassingen te staan tijdens de aanwijzingsprocedure. Het Commissariaat stuurt een ‘formulier toetsingscriteria voorkeursadvies gemeenten’ toe aan gemeenten bij de start van de aanwijzingsprocedure.
4.5
Stap 5. In ontvangst nemen van aanvraag tot aanwijzing Bij het indienen van een aanvraag om lokale publieke omroep te worden, dienen aanvragers gebruik te maken van het (digitale) aanvraagformulier die op de website van het Commissariaat beschikbaar is gesteld. De aanvraag wordt ingediend en ondertekend door een bevoegd persoon en bevat in ieder geval het volgende: • Een dagtekening; • Een vermelding van de naam of namen van de gemeente(n) waarvoor de aanvrager aangewezen wil worden. Een aanvraag voor meerdere gemeenten moet betrekking hebben op dicht bij elkaar gelegen gemeenten en mag in elk geval qua oppervlakte of inwonersaantal niet de provincie benaderen; • Een pbo-ledenlijst, met daarin de stromingen die zij ertegenwoordigen en met informatie over de pbo-leden; • Een verklaring dat de leden van het pbo geen nevenfuncties hebben die de onafhankelijkheid van het media-aanbod kunnen beïnvloeden; • De notariële statuten. • Het Commissariaat raadt verder aan om de volgende stukken mee te sturen: • een uittreksel van de Kamer van Koophandel; • het beleidsplan; • het redactiestatuut; • het huishoudelijk reglement; • eventuele samenwerkingsovereenkomsten van de aanvrager met andere instellingen.
Het is niet verplicht om deze stukken aan te leveren, maar deze kunnen relevant zijn voor de gemeenteraad om aanvullend advies uit te brengen in het geval van meerdere aanvragen voor één gemeente.47 De aanvragen tot aanwijzing worden uiterlijk 6 maanden voor afloop van de lopende aanwijzingsperiode ingediend bij Commissariaat. Het Commissariaat stuurt ingediende aanvragen binnen 2 weken na verstrijken van de indieningstermijn gelijktijdig voor advies door naar de betreffende gemeente(n). Bij het doorsturen van de aanvraag of aanvragen vraagt het Commissariaat de
46 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel. 47 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
29
gemeente om advies uit te brengen over de aanwijzingsaanvraag. Als het Commissariaat een onvolledige aanvraag ontvangt, zal het de aanvrager eerst twee weken de tijd krijgen om de aanvraag compleet te maken. Als dit niet (tijdig) gebeurt, kan het Commissariaat ervoor kiezen om de aanvraag niet te behandelen. Zo wordt voorkomen dat een gemeente tijd steekt in het beoordelen van een incomplete aanvraag.48 Binnen deze stap kan de gemeenteraad eventueel opnieuw kijken naar de vooraf opgestelde inrichting van de adviesprocedure. Mocht de gemeente binnen deze stap voor een andere situatie gesteld zijn dan in de voorbereiding van de adviesprocedure voorzien (bijvoorbeeld omdat er toch meerdere aanvragers blijken te zijn), kan de gemeente overwegen of er aanpassingen nodig zijn in de inrichting van de adviesprocedure. Uiteraard is het wijzigen van het proces in principe ongewenst: het betreft immers het wijzigen van de regels tijdens de wedstrijd. Wanneer het wijzigen van proces of criteria leidt tot veranderingen in de wijze waarop aanvragers beoordeeld worden, moeten deze op zijn minst een kans krijgen om aanpassingen te doen in hun aanvraag. Aanvraag bij gemeenten zonder aangewezen lokale publieke omroep Als de gemeente nog geen aangewezen lokale publieke omroep heeft, kan een aanvraag op elk gewenst moment bij het Commissariaat ingediend worden.
Het Commissariaat informeert de desbetreffende gemeenteraad zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen 4 weken, over de ingediende aanvraag. Vanwege het belang van een gelijk speelveld wordt voor mogelijke andere kandidaten door het Commissariaat een uiterlijke indieningsdatum vastgesteld, te weten twee maanden na bekendmaking van de openstelling van de aanwijzingsprocedure door publicatie in de Staatscourant. Het Commissariaat informeert de gemeenteraad over deze indieningstermijn. Deze indieningstermijn wordt ook bekend gemaakt op de website van het Commissariaat. Aanvraag tot aanwijzing bij gebiedsuitbreiding (nieuwe streekomroepaanvraag) en voorgenomen fusies Een al aangewezen lokale publieke omroep kan een aanvraag tot aanwijzing indienen bij één of meerdere aangrenzende gemeenten zodra de aanwijzingsprocedure in die desbetreffende gemeente(n) is geopend. De al aangewezen omroep dient een aanvraag in voor de gemeente(n) waar deze al de huidige aanbieder is en voor de aangrenzende gemeente(n) waar deze naar wil uitbreiden. Indien dit gebeurt, zal de aanvraag voor gebiedsuitbreiding van de lokale publieke omroep aangemerkt worden als een aanvraag voor meerdere gemeenten. Als een al aangewezen lokale publieke hiervoor kiest, is dat het startschot voor het direct openstellen van de aanwijzingsprocedure in de gemeente(n) waar de lokale omroep al is aangewezen.
In principe mogen ook andere kandidaten dan deelnemen aan de aanwijzingsprocedure van de betreffende gemeente(n). In het belang van een gelijk speelveld wordt voor mogelijke andere kandidaten door het Commissariaat een uiterlijke indieningsdatum vastgesteld, te weten twee maanden na bekendmaking van de openstelling van de aanwijzingsprocedure door publicatie in de Staatscourant. In scenario 3 beschrijven we hoe de advisering tot stand komt in het geval van één aanvraag voor meerdere gemeenten, zoals bij een aanvraag tot gebiedsuitbreiding. Als een bestaande streekomroep opnieuw een aanvraag indient, gaat het ook om een aanvraag voor meerdere gemeenten. Bij dit soort aanvragen (één aanvrager voor meerdere gemeenten), vraagt het Commissariaat de gemeenteraad van de betreffende gemeenten om advies. . Alle gemeenteraden moeten een eigen advies uitbrengen. Het Commissariaat meldt bij deze aanvragen expliciet dat er sprake is van een aanvraag voor meerdere gemeenten. Het kan zijn dat lokale publieke omroepen willen fuseren en dan voor meerdere gemeenten worden aangewezen als lokale publieke omroep. In dat geval mogen deze omroepen op elk gewenst moment een nieuwe aanvraag indienen bij het Commissariaat. Dit heeft als gevolg dat het
48 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel.
30
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Commissariaat de aanwijzingsprocedure openstelt in de gemeenten waarvoor de fuserende omroepen zijn aangewezen. Om gelijke kansen te geven aan mogelijke andere kandidaten stelt het het Commissariaat een uiterlijke indieningsdatum vast. Deze datum is twee maanden na bekendmaking van de openstelling van de aanwijzingsprocedure door publicatie in de Staatscourant. Gemeentelijke herindeling Als een gemeente door een wijziging van de gemeentelijke indeling ophoudt te bestaan, vervalt de aanwijzing van de voor deze gemeente aangewezen lokale publieke omroep per datum van de wijziging van de gemeentelijke indeling. Als er een nieuwe gemeente ontstaat door samenvoeging van meerdere gemeenten na een herindeling, stelt het Commissariaat de aanwijzingsprocedure voor die nieuwe gemeente open. Het Commissariaat stelt de procedure niet open als voor alle betrokken gemeente(n) dezelfde lokale publieke omroep is aangewezen en het verzorgingsgebied van de betrokken lokale publieke omroepen niet wijzigt door de herindeling. In het geval van een lichte samenvoeging en grenscorrectie kan het Commissariaat de gemeenteraad van de betreffende gemeente verzoeken een tussentijds advies te geven over de representativiteit van het pbo van de aangewezen lokale publieke omroep.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
31
5 Adviesfase De adviesfase in het kort De adviesfase bestaat uit twee stappen. Binnen stap 1 bestaan drie mogelijke scenario’s. 1. Advies van gemeenteraad opstellen (binnen 18 weken na het in ontvangst nemen van aanvraag of aanvragen). Het Commissariaat vraagt gemeenteraden een advies voor het aanwijzen van een lokale publieke omroep op te stellen. Hoe een gemeenteraad tot een dergelijk advies komt, hangt af van de keuzes die zijn gemaakt in de startfase en van het scenario dat zich voordoet. • Scenario 1: (g)een aanvrager. De procedure is erg simpel: als er maar één aanvrager is, hoeft de gemeenteraad alleen maar te controleren of de aanvrager voldoet aan de wettelijke vereisten. Is dat het geval? Dan adviseert de gemeenteraad aan het Commissariaat dat deze aanvrager voldoet aan de wettelijke vereisten. Nota bene: als uw gemeente nog geen lokale publieke omroep had, kan op elk gewenst moment een aanvraag ingediend worden door een aanvrager. U gaat door naar stap twee van de adviesfase. • Scenario 2: Meerdere aanvragers, samengaan bevorderen. De Mediawet verplicht het college van B&W om ‘voor zover redelijkerwijs mogelijk is’ het samengaan van de aanvragers te bevorderen. In de startfase heeft u (hopelijk) al bepaald hoe het samengaan verkend moet worden. Dit voornemen wordt nu in uitvoering gebracht.
Deze verkenning tot samengaan heeft twee mogelijke uitkomsten: • Aanvragers gaan samen door. Dat kan op twee manieren: (1) de aanvragers richten een nieuwe gezamenlijke stichting op die een nieuwe aanvraag indient. De oude aanvragen worden ingetrokken. Of (2) één aanvrager zet zijn aanvraag door en de andere aanvrager trekt zijn aanvraag in en voegt zich bij de eerstgenoemde aanvraag. Eventueel dienen zij samen een aangepast beleidsplan in. De gemeenteraad geeft over deze aanvraag een advies aan het Commissariaat (zie scenario 1) • Aanvragers gaan niet samen door, dus een voorkeursadvies is nodig: beide aanvragers worden aan de hand van de wettelijke vereisten en de door de gemeente opgestelde voorkeurscriteria beoordeeld. Hoe die beoordeling uitgevoerd wordt en welke voorkeurscriteria gehanteerd worden, heeft u (hopelijk) al vastgesteld in de startfase. • Scenario 3: Eén aanvrager voor meerdere gemeenten (onder meer bij gebiedsuitbreiding of een fusie van bestaande lokale publieke omroep(en)). Als een (bestaande) omroep in meerdere gemeenten aangewezen wil worden, moeten de gemeenteraden van deze verschillende gemeenten een gezamenlijk advies uitbrengen.
Er wordt voldaan aan een gezamenlijk advies als uit de adviezen blijkt dat de gemeenteraden rekening hebben gehouden met het feit dat de aanvraag betrekking heeft op meerdere gemeenten en het advies is uitgebracht over dezelfde samenstelling van het (pbo) van de aanvrager. Een aanvrager kan alleen voor alle gemeenten als lokale publieke omroep worden aangewezen, als het advies van alle gemeenteraden positief is. 2. Informeren Commissariaat over advies. Aan de hand van de beoordeling van de aanvraag of aanvragen, komt de gemeenteraad tot een raadsbesluit met daarin een advies voor het Commissariaat over de aanwijzing. In het raadsbesluit wordt ingegaan op de gestelde wettelijke vereisten van de aanvrager. Figuur 10. De adviesfase samengevat.
32
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
We beschrijven in onderstaande tabel de activiteiten per betrokken partij. Daarna gaan we in op de verschillende stappen in deze fase. Partij
Activiteit in deze fase
Gemeenteraad
• • • •
Geeft advies over aanwijzing van lokale publieke omroep (al dan niet op basis van onafhankelijk ingewonnen advies) en deelt het uiteindelijke advies met het Commissariaat. Geeft in het advies in elk geval aan of de aanvrager voldoet aan de wettelijke vereisten. Geeft een voorkeursadvies als er meerdere aanvragers zijn. Kan besluiten negatief te adviseren over aanvragen die niet op tijd aangevuld zijn of onvolledig aangeleverd zijn.
College van B&W of griffie
•
Draagt procesmatige zorg voor beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke advisering.
Commissariaat voor de Media
•
Ontvangt van de gemeenteraad advies over de aanwijzing van een lokale publieke omroep voor de volgende aanwijzingsperiode. Neemt een besluit over de aanwijzing, ook indien advies van de gemeenteraad uitblijft.
•
Tabel 3. Overzicht betrokken partijen en activiteiten in adviesfase.
5.1
Stap 1. Advies gemeenteraad opstellen De gemeente komt tot een advies gebaseerd op de beoordeling van de aanvraag of aanvragen. Bij de advisering moet de gemeenteraad erop toezien dat er (geen schijn van) partijdigheid of belangenverstrengeling is. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat bij een stemming over het advies tot aanwijzing, leden met nauwe banden met een aanvrager zich moeten onthouden van stemming. Hoe gemeenten kunnen komen tot hun advies, wordt in de volgende paragrafen beschreven aan de hand van de drie scenario’s: • Scenario 1: (g)een aanvrager. • Scenario 2: meerdere aanvragers. • Scenario 3: één aanvrager voor meerdere gemeenten (gebiedsuitbreiding/fusie bestaande lokale publieke omroep(en)).
Scenario 1: (g)een aanvrager In scenario 1 houden we rekening met twee mogelijkheden: (1) de gemeente had nog geen lokale publieke omroep of (2) de gemeente ontvangt één aanvraag. Geen aanvrager Als er nog geen lokale publieke omroep in uw gemeente is, kan een aanvraag op elk gewenst moment ingediend worden bij het Commissariaat. Het Commissariaat informeert uw gemeente zo snel mogelijk over de ingediende aanvraag. Daarnaast maakt het Commissariaat in de Staatscourant bekend dat eventuele andere geïnteresseerden binnen twee maanden na publicatie ook een aanvraag kunnen indienen. Afhankelijk van het totale aantal aanvragers voor uw gemeente kan de procedure verder ingevuld worden: in geval van één aanvrager, zie de volgende paragraaf. In het geval van meerdere aanvragers, zie scenario 2. In het geval van één aanvrager voor meerdere gemeenten (gebiedsuitbreiding of fusie van bestaande lokale publieke omroepen), zie scenario 3. Eén aanvrager Als een gemeente één aanvraag ontvangt voor de aanwijzing is de procedure simpel. Nadat de gemeenteraad de aanvraag ontvangt, dient het binnen de aanwijzingstermijn een advies uit te brengen over deze aanvraag. Hierbij kijkt de de gemeenteraad alleen naar de wettelijke vereisten zoals beschreven in paragraaf 4.1.2.
Als een aanvrager voldoet aan deze wettelijke vereisten, dan wordt deze in beginsel door het Commissariaat aangewezen als lokale publieke media-instelling voor de gemeente. Nu kan overgegaan worden op stap 2 van de adviesfase. Zie hiervoor paragraaf 5.2.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
33
Scenario 2: meerdere aanvragers, samengaan bevorderen Wanneer meerdere aanvragers een aanvraag indienen en wanneer deze aanvragers voldoen aan de wettelijke vereisten, dient het college van B&W ‘voor zover redelijkerwijs mogelijk is’ het samengaan van de aanvragers te bevorderen.49 We beschrijven in onderstaande tabel de activiteiten per betrokken partij. Daarna gaan we in op de twee uitkomsten van scenario 2. Partij
Activiteit in deze fase
Aanvragers
• • • •
Houden zich aan de spelregels van de aanwijzingsprocedure van de gemeente. Nemen deel aan verkenning van samengaan. Indien gekozen wordt voor samengaan: stellen een gezamenlijke aanvraag op en trekken afzonderlijke aanvragen in. Indien niet gekozen wordt voor samengaan: nemen deel aan de rest van de procedure.
Gemeenteraad
•
Beoordeelt of het college van B&W heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting tot het bevorderen van samengaan.
College van B&W of griffie
• Geeft invulling aan inspanningsverplichting tot het bevorderen van samengaan. Onderhoudt contact met het Commissariaat over planning en voortgang van de adviesprocedure.
Commissariaat voor de Media
•
Houdt toezicht op de planning en verleent eventueel uitstel aan de gemeente voor het advies.
Tabel 4. Overzicht betrokken partijen en activiteiten in scenario 2: meerdere aanvragers.
Het Commissariaat geeft vrijheid aan het college van B&W over deze inspanningsverplichting.50 In de praktijk voert het college van B&W vaak een verkennend gesprek met de aanvragers om te bepalen of deze bereid zijn om samen te gaan. Als uit een eerste gesprek blijkt dat aanvragers niet samen willen gaan, is het aan het college van B&W om te bepalen of zij nogmaals een poging willen doen om samengaan te bevorderen. Als definitief blijkt dat het samengaan van de aanvragers niet mogelijk is, moet de gemeenteraad over de afzonderlijke aanvragen adviseren. Er zijn twee mogelijke uitkomsten van het traject om samengaan te bevorderen: aanvragers besluiten tot samengaan, of aanvragers gaan niet samen door. In beide gevallen kan overgegaan worden op stap 2 van de adviesfase. Zie hiervoor paragraaf 5.2. Uitkomst 1: aanvragers gaan samen door Als aanvragers besluiten tot samengaan, krijgen zij tijd om samen een nieuwe aanvraag of in te dienen bij het Commissariaat of een bestaande aanvraag aan te passen aan de nieuwe situatie. Het samengaan kost vaak extra tijd. De gemeenteraad kan in dit geval het Commissariaat vragen om uitstel van de adviestermijn met maximaal vier weken. De periode van uitstel wordt met de gemeente afgestemd. Het Commissariaat onderhoudt nauw contact met de gemeente om de vorderingen in de adviesprocedure te volgen.
Ook over de nieuwe gezamenlijke aanvraag brengt de gemeenteraad een advies uit, waarin staat of of de nieuwe organisatie voldoet aan de wettelijke vereisten uit de Mediawet. Uitkomst 2: aanvragers gaan niet samen door, voorkeursadvies nodig Als meerdere aanvragers niet willen samengaan, dient de gemeenteraad een voorkeursadvies uit te brengen. Het advies bevat ten eerste informatie over de wijze waarop het college van B&W het samengaan van meerdere aanvragers heeft bevorderd en tot welke uitkomst dit heeft geleid. Daarnaast bevat het advies een onderbouwde voorkeur voor één van beide aanvragers. Bij het komen tot een onderbouwd voorkeursadvies is het belangrijk dat de gemeenteraad niet te nauw betrokken is bij de aanvragende omroep(en). Er mag volgens de Mediawet 2008 geen sprake zijn van inhoudelijke bemoeienis met het media-aanbod. Het voorkeursadvies richt zich op de vraag welke aanvrager het beste de functie van lokale omroep kan uitoefenen voor de betreffende gemeente(n). Voor de inhoudelijke onderbouwing van het voorkeursadvies kunnen gemeenten
49 Mediawet, artikel 2.63, lid 1. 50 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel.
34
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
aanknopingspunten vinden in het Vernieuwingsconvenant51. Gemeenten kunnen in dit convenant onder andere een nadere uitwerking vinden van het begrip ‘lokaal toereikend media-aanbod’ en kunnen hierbij inspiratie vinden voor criteria om de aanvragen aan te toetsen. Ook het gemeentelijke mediabeleid kan een kader bieden voor het uitbrengen van het voorkeursadvies. Het valt gemeenten aan te bevelen om gebruik te maken van de mogelijkheid een voorkeursadvies uit te brengen met een motivering voor de keuze voor één van de aanvragers. Dit kan eventuele bezwaren op het advies voorkomen. Voor een beschrijving van het voorkeursadvies, zie paragraaf 4.1.4. Scenario 3: Eén aanvrager voor meerdere gemeenten (gebiedsuitbreiding/fusie bestaande lokale publieke omroep(en)) Als er één aanvraag is voor meerdere gemeenten, moeten de gemeenteraden van deze verschillende gemeenten een gezamenlijk advies uitbrengen. Het is niet nodig dat de betrokken gemeenteraden in een gezamenlijke vergadering een advies uitbrengen over de aanwijzingsaanvraag. Het is ook niet nodig dat de adviezen op dezelfde manier geformuleerd worden. Er wordt voldaan aan een de eis van een gezamenlijk advies als de betrokken gemeenteraden hun advisering met elkaar afstemmen en de adviezen eensluidend positief zijn.
In de adviezen moet tot uiting komen dat de gemeenteraden kennis hebben genomen van en rekening hebben gehouden met het feit dat het een aanvraag voor twee of meer gemeenten betreft. Daarnaast moet in het advies opgenomen worden dat de adviezen betrekking hebben op een identiek samengesteld pbo. De gemeenteraden van de betrokken gemeenten moeten een advies uitbrengen over de vraag of de lokale omroep voldoet aan de eisen van de Mediawet. Het antwoord op de vraag of de omroep een representatief pbo heeft, behoeft binnen dit scenario bijzondere aandacht: • Het pbo moet een evenredige en evenwichtige verdeling hebben van de leden over de gemeenten. Bovendien moeten de stromingen die de pbo-leden vertegenwoordigen evenredig zijn verdeeld over de gemeente. Er kan sprake zijn van stromingen die gemeentegrenzen overstijgen. Dit laatste moet meegenomen worden in de beoordeling en advisering van de gemeenteraden. • De pbo-leden kunnen representatief zijn voor een bepaalde stroming in een gemeente, ondanks het feit dat zij daar niet woonachtig zijn. Nu kan overgegaan worden op stap 2 van de adviesfase. Zie hiervoor paragraaf 5.2. 5.2
Stap 2. Informeren Commissariaat over advies De gemeenteraad dient een ondertekend raadsbesluit te versturen aan het Commissariaat. Het raadsbesluit over de aanwijzing moet op zijn minst een duidelijke reactie bevatten op de eisen die de Mediawet stelt: • Is de lokale omroep een rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid? Met andere woorden: is het een stichting of een vereniging? • Stelt de lokale omroep zich ten doel op lokaal niveau de publieke mediaopdracht uit te voeren door media- aanbod te verzorgen dat is gericht op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een gemeente leven? • Heeft de omroep een orgaan dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt? • Is dit programmabeleid bepalende orgaan (pbo) representatief samengesteld? In het geval van meerdere aanvragers dient het raadsbesluit (of het onderliggende raadsvoorstel waar het raadsbesluit naar verwijst) bovendien het volgende te bevatten: • Een beschrijving van de stappen die het college van B&W genomen heeft om samengaan tussen de aanvragers te bevorderen;
51 VNG, OLON & NLPO (2015). Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen 2015-2018.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
35
•
Een deugdelijke motivering waarin verklaard wordt waarom de keuze op een specifieke aanvrager is gevallen.
Met het advies van een adviescommissie of van de raadsleden in de hand, dient een gemeenteraad de volgende zaken op te sturen naar het Commissariaat:52 • een ondertekend en deugdelijk gemotiveerd raadsbesluit ter vaststelling van het voorkeursadvies; • het bijbehorende collegevoorstel inclusief alle stukken die aan het voorstel ten grondslag liggen; en • een internetlink naar de openbare opname van de raadsvergadering waarin het besluit tot vaststelling van het voorkeursadvies is genomen. Uit het voorkeursadvies moet blijken dat het advies op zorgvuldige wijze tot stand gekomen is, en deugdelijk gemotiveerd is. Uit het advies van de gemeenteraad moet ook blijken dat de onafhankelijkheid van de lokale omroep niet ingeperkt is in de advisering van de gemeenteraad. Zo mag het advies niet gebaseerd zijn op inhoudelijke en redactionele keuzes die de omroep in zijn media-aanbod heeft gemaakt of wil maken. Het Commissariaat ziet bij de toetsing van het advies streng toe op de vraag of de gemeente zich bij de besluitvorming niet inhoudelijk bemoeit met het media-aanbod. De adviesfase wordt hiermee afgerond. Het proces gaat verder met de aanwijzingsfase. Zie hiervoor hoofdstuk 6.
52 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel.
36
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6 Aanwijzingsfase De aanwijzingsfase in het kort De laatste fase van de aanwijzingsprocedure, de aanwijzingsfase, bestaat uit drie stappen: 1. Toetsing van het gemeentelijk advies door het Commissariaat. Dit doet het Commissariaat, als gemeente bent u niet actief. In principe volgt het Commissariaat het advies van de gemeenteraad, maar dat hoeft niet. Het Commissariaat toetst of het gemeentelijk advies op een zorgvuldige manier tot stand gekomen is en of het advies deugdelijk gemotiveerd is. Het Commissariaat kan de gemeente om een nadere toelichting vragen en kan, als een gemeenteraad geen voorkeursadvies geeft, overgaan tot aanwijzing van één van de aanvragers via loting door een notaris. Voordat het Commissariaat een aanvraag afwijst, krijgt de betreffende aanvrager de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. 2. Aanwijzing door het Commissariaat. Het Commissariaat neemt binnen vier weken na ontvangst van het advies dan wel na ontvangst van een eventueel opgevraagde zienswijze een besluit over de aanvraag. Er kan een bezwaar ingediend worden. Bij een aanvraag met meerdere indieners kan het Commissariaat langer dan vier weken gebruiken om te komen tot een aanwijzing. 3. Nazorg en afbouw/overdracht van activiteiten. Een gemeente kan ervoor kiezen om nazorg in te richten voor aanvragers. Een aanwijzingsprocedure met meerdere aanvragers is vaak een intensief proces.
Dit maakt dat nazorg gepast is. Hoe deze nazorg eruitziet, bepaalt de gemeente zelf. Daarnaast moet een gemeente afspraken maken met de aangewezen aanvrager als deze de huidige omroep vervangt: hoe worden activiteiten overgedragen van de vorige omroep naar de nieuwe omroep? Figuur 11. De aanwijzingsfase samengevat.
We beschrijven in onderstaande tabel de activiteiten per betrokken partij. Daarna gaan we in op de verschillende stappen in deze fase. Partij
Activiteit in deze fase
Aanvrager
• • • •
Dient zienswijze in wanneer Commissariaat dit vraagt. Kan bezwaar op het aanwijzingsbesluit indienen. Kan deelnemen aan nazorg. Neemt deel aan eventuele afbouw en/of overdracht van activiteiten.
Gemeenteraad
•
Stelt kaders voor de nazorg van het proces, zoals een externe evaluatie, jaarlijks gesprek met de lokale publieke omroep (optioneel).
College van B&W of griffie
•
Draagt procesmatige zorg voor eventuele nazorg en afbouw/overdracht van activiteiten.
Commissariaat voor de Media
• Toetst de uiteindelijke advisering van de gemeenteraad/gemeenteraden. Neemt een besluit over de aanwijzingsaanvragen.
Tabel 5. Overzicht betrokken partijen en activiteiten in aanwijzingsfase.
6.1 Stap 1. Toetsing gemeentelijk advies door Commissariaat Toetsing van advies Zodra het Commissariaat de stukken van de gemeente heeft ontvangen, toetst het Commissariaat het advies. De toetsing richt zich allereerst op volledigheid van stukken en op de eisen die de Mediawet stelt. Daarnaast moet uit het advies van de gemeenteraad blijken dat de onafhankelijkheid van de lokale publieke omroep niet is ingeperkt in het advies van de raad. Zo mag het advies niet gebaseerd zijn op inhoudelijke en redactionele keuzes die de omroep in zijn media-aanbod heeft gemaakt of wil maken. Het Commissariaat ziet bij de toetsing van het advies streng toe op de vraag of de gemeente zich bij de besluitvorming niet inhoudelijk heeft bemoeid met het media-aan-
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
37
bod. Bij onduidelijkheden neemt het Commissariaat contact op met de betreffende gemeente(n). Het Commissariaat toetst het advies van de gemeente aan de hand van twee criteria: • Is het advies op een zorgvuldige manier tot stand gekomen? • Wordt het advies deugdelijk gemotiveerd door de gemeenteraad? Bij het toetsen aan de hand van deze criteria kijkt het Commissariaat onder andere naar de ingezette procedure. In het geval van meerdere aanvragers kijken ze bijvoorbeeld naar de volgende zaken: hebben partijen in gelijke mate de ruimte gekregen hun aanvraag toe te lichten bij de raad? Ten aanzien van de zorgvuldigheid toetst het Commissariaat bijvoorbeeld of alle relevante stukken betrokken zijn bij het advies. Ook toetst het Commissariaat of de gemeenteraad voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op basis van welke criteria en via welke weging de voorkeur is uitgegaan naar een van de aanvragende partijen.53 Het Commissariaat kan een besluit over aanwijzing uitstellen als er op basis van de beschikbare stukken of om een andere reden twijfel bestaat aan de juistheid (zorgvuldigheid en/of deugdelijke motivering) van het advies. In dit geval zal het Commissariaat aan de gemeenteraad vragen een aanvulling op het advies te geven of zelfs een compleet nieuw advies uit te brengen.
Afwijken van het advies van de gemeenteraad Doorgaans gaat het Commissariaat uit van de juistheid van het advies van de gemeenteraad en zal dit advies in principe overnemen. Het Commissariaat kan echter ook afwijken van het advies van de gemeenteraad, ook wanneer de gemeenteraad op zorgvuldige wijze is gekomen tot een deugdelijk gemotiveerd advies. Dit besluit kan genomen worden als sprake is van zwaarwegende gronden. Van een zwaarwegende grond is bijvoorbeeld sprake wanneer op voorhand vaststaat dat een aanvrager de Mediawet 2008 overtreedt en op voorhand niet aannemelijk is dat het beëindigen van de overtreding naar het oordeel van het Commissariaat tot de mogelijkheden behoort. Ook kan een (zeer waarschijnlijk) op handen zijnde faillissement van de aan te wijzen media-instelling voor het Commissariaat reden zijn aan deze instelling geen aanwijzing te verlenen. Ook gebreken die aan de organisatiestructuur kleven en die naar het oordeel van het Commissariaat niet voor herstel vatbaar zijn en daarmee raken aan de basis en het bestaansrecht van de instelling, kunnen reden zijn om af te wijken van het beleid om het (voorkeurs)advies te volgen.
In het geval dat het Commissariaat een besluit wil nemen tot afwijzing van een aanvraag, zal het de aanvrager schriftelijk om een zienswijze vragen.54 Zienswijze bij voornemen tot (gedeeltelijke) afwijzing Als het Commissariaat voornemens is om een aanvraag (gedeeltelijk) af te wijzen, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Deze zienswijze zal worden betrokken in de besluitvorming van het Commissariaat. De aanvrager krijgt twee weken de tijd de zienswijze in te dienen. Het uitblijven van een voorkeursadvies Het Commissariaat neemt zelf een besluit over aanwijzing van één van meerdere aanvragers wanneer een voorkeursadvies uitblijft. Als blijkt dat verschillende aanvragers voldoen aan de wettelijke vereisten, gaat het Commissariaat ervanuit dat deze aanvragers allemaal evenredig in staat zijn om de functie van lokale publieke omroep op zich te nemen. Om willekeur te voorkomen neemt het Commissariaat een besluit op basis van een loting door een notaris. Toetsing bij één aanvrager voor meerdere gemeenten In het geval dat sprake is van één aanvraag voor meerdere gemeenten, dienen de gemeenteraden gezamenlijk advies uit te brengen (zie scenario 3). Het Commissariaat toetst of de uitgebrachte adviezen voldoen aan de volgende voorwaarden:
53 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel. 54 Zie:. ????????????????????????????????????????????????????????
38
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
• •
de betrokken gemeenteraden verwoorden in hun adviezen dat het gaat om een aanwijzingsaanvraag voor meerdere gemeenten; de adviezen van de gemeenteraden hebben betrekking op een identiek samengesteld pbo.55
Als één van de gemeenten negatief adviseert over de aanvrager, dan wordt de aanvraag door het Commissariaat in beginsel gedeeltelijk toegewezen (voor de positief adviserende gemeente(n)) en gedeeltelijk afgewezen (voor de negatief adviserende gemeente(n)). De aangewezen lokale publieke media-instelling dient de samenstelling van het pbo in overeenstemming te brengen met het verzorgingsgebied waarvoor zij de aanwijzing uiteindelijk heeft verkregen.56
6.2
Stap 2. Besluitvorming door Commissariaat Na toetsing door het Commissariaat gaat het Commissariaat (in de meeste gevallen) over tot de daadwerkelijke besluitvorming rondom de aanwijzing van een lokale publieke media-instelling. Het Commissariaat neemt binnen vier weken na ontvangst van het advies dan wel na ontvangst van een eventueel opgevraagde zienswijze een besluit op de aanvraag. Er kan afgeweken worden van de beslistermijn als het opvragen van nadere informatie of toelichting noodzakelijk wordt geacht, of omdat bij meerdere aanvragers besluitvorming binnen vier weken niet mogelijk blijkt. In het geval van een aanvraag voor meerdere gemeenten gaat de besluittermijn in na ontvangst van de raadsbesluiten van alle betreffende gemeenteraden. De gemeenten krijgen van het Commissariaat een afschrift van het genomen besluit. De datum van het besluit wordt de ingangsdatum van een nieuwe aanwijzingsperiode in het geval dat een nieuwe aanvrager wordt aangewezen. Als de huidige omroep opnieuw wordt aangewezen, is de ingangsdatum de datum waarop de voorgaande aanwijzingsperiode eindigt. De aanwijzing is geldig voor vijf jaar, kan niet worden verlengd en de einddatum kan niet worden opgeschort.