3 Handreiking aanwijzing lokale publieke omroep
Tekst van het document
Bezwaar Een bezwaar kan zowel door een gemeenteraad als door een afgewezen partij ingediend worden bij het Commissariaat. Het bezwaar dient ingediend te worden binnen zes weken vanaf de dag dat het besluit aan de lokale omroep is bekendgemaakt.
6.3 Stap 3. Nazorg en eventuele overdracht van activiteiten onder begeleiding van gemeente Overdracht van activiteiten Als een nieuwe lokale omroep is aangewezen en de ‘zittende’ omroep is afgewezen, is het bovendien belangrijk dat aandacht gegeven wordt aan een goede afbouw en/of overdracht. Het is wenselijk dat de uitzendingen in de gemeenten zo veel mogelijk doorgaan, ook bij de overgang van een vertrekkende omroep naar een nieuwe omroep. Het proces van overgang moet vormgegeven worden door het gemeentebestuur en de omroepen samen. Afspraken over de afbouw en/of overdracht dienen tijdig te worden gemaakt. Aanbevolen is dat een gemeente in dit proces een proactieve rol neemt. Het Commissariaat kan bij de aanwijzing een overgangsperiode bepalen als er een wisseling komt van lokale publieke omroep. Van de gemeente en de omroepen wordt verwacht dat zij hier onderling afspraken over maken. Het Commissariaat treedt hierover in overleg met de betrokken partijen. Nazorg Een aanwijzingsprocedure met meerdere aanvragers kan emotioneel ingrijpend zijn. Het ist daarom ook aanbevolen om nazorg te bieden aan de aanvragers, ook in die gevallen dat de ‘zittende’
55 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel. 56 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
39
omroep niet vertrekt. De nazorg kan bestaan uit een evaluerend gesprek voor de aanvragers, waarin zij aan het gemeentebestuur kunnen terugkoppelen wat beter kon in het proces. Als zij niet die kans hebben, maar het proces wel als oneerlijk ervaren hebben, kan het idee ontstaan dat in toekomst meedoen in de procedure geen nut heeft. Dit kan ertoe leiden dat er geen nieuwe aanvragers zijn in een volgende aanwijzingsperiode. Daarnaast kan een procesevaluatie uitgevoerd worden door het college van B&W of door een externe partij. 57
57 KWINK groep (2022). Procesevaluatie aanwijzingsprocedure en toekomstverkenning lokale publieke omroep Amsterdam.
40
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Bijlage I: Begrippenlijst Hieronder vindt u enkele begrippen die voorkomen in de handreiking kort toegelicht. • Adviesprocedure: de procedure binnen de gemeente om te komen tot een (voorkeurs)advies gericht aan het Commissariaat. Met dit (voorkeurs)advies in de hand kan het Commissariaat komen tot aanwijzing. • Aanwijzingsprocedure: de procedure van het Commissariaat om te komen tot aanwijzing van een lokale publieke omroep. • LTMA: lokaal toereikend media-aanbod. • PBO: programmabeleidbepalend orgaan. Een pbo bepaalt het beleid voor het media-aanbod bepaalt. Het pbo is representatief voor de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen die in de gemeente voorkomen. • Samengaan (bevorderen): In het geval van meerdere aanvragers, moet eerst verkend worden of deze aanvragers bereid zijn samen te gaan. Dat kan op twee manieren: (1) de aanvragers richten een nieuwe gezamenlijke stichting op die een nieuwe aanvraag indient. De oude aanvragen worden ingetrokken. Of (2) één aanvrager zet zijn aanvraag door en de andere aanvrager trekt zijn aanvraag in en voegt zich bij de eerstgenoemde aanvraag. Eventueel dienen zij samen een aangepast beleidsplan in.
De gemeenteraad geeft over deze aanvraag een advies aan het Commissariaat (zie scenario 1) • Streekomroep: De NLPO definieert een streekomroep als een lokale publieke media-instelling met een aanwijzing van het Commissariaat voor meer dan één gemeente binnen een streek zoals vastgelegd in de streekomroepkaart, of een federatie waarin de aangesloten omroepen tezamen beschikken over de aanwijzingen voor meer dan één gemeente binnen dat gebied. • Voorkeursadvies: Het Commissariaat vraagt van gemeenten een voorkeursadvies voor de aanwijzing uit te brengen indien er sprake is van meerdere aanvragers die niet samengaan. • Voorkeurscriteria: Om te komen tot een beoordeling van meerdere aanvragers ten behoeve van een voorkeursadvies wordt doorgaans gewerkt met voorkeurscriteria in aanvulling op de wettelijke vereisten. De voorkeurscriteria helpen de gemeente om een onderbouwde voorkeur uit te spreken. Het is van belang dat de criteria van tevoren bekend zijn bij de aanvragers, dat deze goed toetsbaar zijn gedurende het proces en dat er draagvlak is voor de criteria. We raden u aan in de voorbereiding op de aanwijzing deze criteria op te stellen. We geven u hier een aantal handvatten voor. • Wettelijke vereisten: Elke aanvrager moet voldoen aan de wettelijke vereisten. Er kan niet afgeweken worden van de wettelijke vereisten voor een lokale publieke omroep.
Als een aanvrager niet voldoet aan de wettelijke vereisten, dan leidt dit tot een negatief wettelijk advies. Opvolging van dit advies betekent dat het Commissariaat de aanvraag van de betreffende aanvrager afwijst.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
41
Bijlage II: Achtergrond lokale publieke omroepen Voor de geïnteresseerde lezer geven we in deze bijlage meer context omtrent lokale publieke omroepen. Zo gaan we in op de ontstaansgeschiedenis, de betrokken partijen, voorgaande onderzoeken en adviezen over lokale publieke omroepen en de wet- en regelgeving.
Ontstaansgeschiedenis lokale publieke omroepen Lokale publieke media-instellingen kennen vanaf de jaren ’70 een plek in het Nederlandse mediabestel. Zij zijn veelal ontstaan vanuit ‘de piraterij’: vrije radiozenders. In de jaren ’80 is een groot aantal lokale radio- en tv-zenders opgericht. De lokale omroep vormt naast de regionale publieke omroepen en de landelijke publieke omroepen de derde laag van het publieke mediabestel. Sinds de nota Massamediabeleid van 1975 is de financiering van lokale publieke omroepen decentraal belegd.58 Dat betekent dat sindsdien gemeenten verantwoordelijk zijn voor de financiering van lokale publieke omroepen. Later is ook besloten dat per gemeente maximaal één media-instelling aan te wijzen is die representatief dient te zijn voor de gehele gemeente. Lokale publieke omroepen zijn doorgaans actief op radio, televisie, internet of een combinatie van deze drie platforms.59 Een lokale publieke omroep verzorgt media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een gemeente of regio leven.60
Betrokken partijen lokale publieke omroepen Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Het ministerie van BZK is verantwoordelijk als financier van het lokale mediabestel. Het ministerie van BZK en het ministerie van Financiën beheren samen het Gemeentefonds61, van waaruit gemeenten lokale media bekostigen (middels een niet-verplichtend normbedrag). Daarnaast heeft het ministerie van BZK ook een inhoudelijk belang ten aanzien van lokale media, waar het gaat om het functioneren van de democratische rechtstaat. Het ministerie van BZK ziet lokale media als onderdeel van de kritieke infrastructuur van een vitale democratie, als waakhond of luis in de pels.62 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Het ministerie van OCW is beleidsverantwoordelijk voor het gehele Nederlandse mediabestel. Het ministerie van OCW stelt de beleidskaders waarbinnen lokale media zich begeeft. In 2014 en 2019 presenteerde het ministerie van OCW bijvoorbeeld haar visie op de toekomst van lokale media.63, 64, 65 Het ministerie van OCW houdt zich niet bezig met het inhoudelijke media-aanbod, het aantal omroepen of de platforms waarop omroepen actief zijn. Dit is vastgelegd in de Mediawet. Het ministerie van OCW deed over de jaren heen in visiebrieven over de toekomst van het mediabestel uitspraken over een sterkere lokale omroep. Zo sprak de staatssecretaris in 2014 zijn wens uit
58 Tweede Kamer der Staten-Generaal (1975). Nota over het Massamediabeleid. 59 Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (2018). Regionale en lokale media en journalistiek, 2000 – 2017. 60 Mediawet 2008, artikel 2.61, tweede lid, onderdeel b. 61 Gemeenten ontvangen via het Gemeentefonds financiën van het Rijk. Dit geld is niet geoormerkt. Uitgaven uit het Gemeentefonds dient de gemeente uit te leggen aan de gemeenteraad. 62 Bron: gesprekken. 63 Ministerie van OCW (2014). Toekomst van het publieke mediabestel. 64 Tweede Kamer der Staten-Generaal (2013). Toekomst mediabeleid. Kamerstuk 32 827, nr. 60. 65 Tweede Kamer der Staten-Generaal (2019). Toekomst mediabeleid. Kamerstuk 32 827, nr. 157.
42
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
om met samenwerking en schaalvergroting te komen tot een sterkere lokale omroep. Hij constateerde dat het niveau van professionaliteit tussen lokale omroepen sterk verschilt en onderschreef het streven om die professionaliteit te vergroten.66 In 2019 herhaalde de toenmalig minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs deze wens en noemde daarbij dat het kabinet zich beraadt op de financiering en organisatie van lokale publieke media-instellingen. De minister van BVOM en de minister van BZK vroegen hiervoor een advies aan bij de ROB en RvC. De opdracht om de lokale publieke omroep te versterken, is expliciet onderdeel van het coalitieakkoord uit 2021. In de Mediabegroting 2023 gaat de staatssecretaris van het ministerie van OCW in op de bijbehorende beleidsinzet. Ze geeft aan dat de uitwerking van het coalitieakkoord met de betrokken partijen wordt vormgegeven. Het doel is een sterke, onafhankelijke lokale omroep en daarmee een versterkte lokale democratie. Hiertoe zet het ministerie van OCW tot de stelselwijziging stimuleringsmaatregelen in, zoals de regeling Professionalisering lokale publieke omroepen.67 Het ministerie van OCW levert incidentele financiële bijdragen, bijvoorbeeld voor pilot-programma’s als de Pilot Professionalisering Lokale Publieke Mediadiensten, waaruit in 2022 de Regeling Professionalisering Lokale Publieke Mediadiensten volgde.
Een ander voorbeeld is het project ‘Versterking Lokale Journalistiek door Samenwerking’. In dit project werken de lokale en regionale omroepen en de NOS samen om de lokale journalistiek een kwaliteitsimpuls te geven. Meer dan 60 journalisten gingen in 2021 aan de slag bij lokale en regionale omroepen verspreid over Nederland. Ook levert het ministerie van OCW structurele bijdragen, bijvoorbeeld aan de NLPO en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ).68 Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek In de periode 2019-2022 was de subsidieregeling ‘Pilot journalistieke professionalisering lokale publieke mediadiensten’ actief.69 In deze pilot werd € 4,85 miljoen verdeeld over twintig projecten, waaraan in totaal 26 lokale omroepen deelnamen. De middelen zijn uitsluitend ingezet om extra journalistieke professionals in te zetten. In 10 procent van de gevallen betrof dit een hoofd- of eindredacteur en in 20 procent van de gevallen een coördinator journalistieke ambities. In 70 procent van de gevallen zijn de subsidiegelden aangewend voor online bureauredacteuren, verslaggevers, camerajournalisten en social mediaredacteuren. Het Stimuleringsfonds trekt verschillende conclusies op basis van de uitkomsten van de pilot. Ten eerste bestaat er geen model om te professionaliseren dat voor elke lokale omroep past – maatwerk is nodig.
In de eindrapportage schetst het Stimuleringsfonds wat belangrijk is als journalistieke basis, en hoe omroepen die basis kunnen verbreden en verdiepen. Ten tweede, wat betreft de bekostiging, concludeert het Stimuleringsfonds dat de huidige systematiek geregeld tot ongelijke behandeling van lokale publieke omroepen leidt. Ten derde schrijft het Stimuleringsfonds dat de invulling van journalistieke rollen sterk wisselt tussen omroepen. Dat zit bijvoorbeeld in de frequentie van berichtgeving, de mate van eigen nieuwsvergaring of de mate waarin de omroep als ‘controleur’ van de lokale overheid optreedt. Ten vierde steeg het bereik van bijna alle deelnemende omroepen, hoewel de specifiek bijdrage van de pilot aan die stijging moeilijk aanwijsbaar is. Al met al laten de resultaten volgens het Stimuleringsfonds zien dat de pilot succesvol was. De pilot heeft geleid tot een meer structurele regeling: de Regeling Professionalisering Lokale Publieke Media-instellingen. De regeling heeft dezelfde doelstelling als de pilot: het bevorderen van de professionalisering van lokale omroepen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten De VNG vertegenwoordigt de Nederlandse gemeenten en behartigt hun belangen. De VNG deelt informatie met gemeenten over de vertaling van landelijk naar lokaal beleid en lobbyt namens de
66 Ministerie van OCW (2014). Toekomst van het publieke mediabestel. 67 Ministerie van OCW (2022). Mediabegrotingsbrief 2023. 68 Ministerie van OCW (2018 – 2022). Rijksbegrotingen. 69 Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (2022). Van Stoom naar Stroom. De weg naar professionalisering. Eindevaluatie Pilot Professionalisering Lokale Publieke Mediadiensten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
43
gemeenten in de landelijke politiek. Als het gaat om lokale media heeft de VNG onder andere in 2019 aandacht gevraagd en zorgen geuit over de financiering van lokale omroepen.70 De VNG werkt bovendien samen met de NLPO in de campagnevoering voor een vaste basisfinanciering voor lokale omroepen en aan de pilot Professionalisering Lokale Publieke Mediadiensten.71 De VNG en de NLPO sloten in 2012 een eerste en in 2015 een tweede vernieuwingsconvenant waarin de VNG haar ondersteunende rol in de informatievoorziening richting lokale omroepen beschrijft. In de praktijk krijgt dit vorm doordat de VNG bestuurlijke ambassadeurs heeft aangesteld die met gemeenten en stakeholders in gesprek gaan. De VNG richtte in 2019 een team in dat zich bezighield met de professionalisering van lokale media: het Expertiseteam Vitalisering Lokale Journalistiek. Dit team onderzocht in 2020 hoe gemeenten de lokale media en journalistiek kunnen ondersteunen. Eind 2020 publiceerde het team het eindrapport ‘Handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid’.72 Het Expertiseteam benadrukt dat het voor gemeenten van belang zou moeten zijn communicatiebeleid en mediabeleid expliciet uit elkaar te halen, en beveelt hierbij aan om afzonderlijke aandacht te besteden aan mediabeleid.
Door aandacht te hebben voor het lokale mediabeleid, wordt verantwoordelijkheid genomen voor het in stand houden van lokale democratie (middels onafhankelijke journalistiek).
Onderzoeken naar de toekomstbestendigheid van lokale omroepen In 2014 bracht de RvC het advies “de tijd staat open: advies voor een toekomstbestendige publieke omroep” uit.73 De aanleiding voor het ministerie van OCW om dit advies aan te vragen was het veranderende medialandschap (bijvoorbeeld onder invloed van digitalisering en globalisering) en het daarmee veranderende mediagebruik. De vraag luidde: “Welke keuzes moet de publieke omroep maken om zijn maatschappelijke functie in de toekomst te kunnen blijven vervullen op een manier dat hij ook daadwerkelijk impact heeft, en hoe zou dat georganiseerd moeten worden?” Het advies richtte zich met name op de landelijke publieke omroep. Specifiek wat betreft het regionale en lokale media-aanbod adviseerde de RvC om publiek-private samenwerkingen aan te gaan. De toenmalig staatssecretaris van OCW heeft het volledige advies overgenomen in zijn visiebrief ‘Toekomst van het publieke mediabestel’.74 Specifiek moedigt het ministerie van OCW in dit stuk de vorming van streekomroepen aan. De RvC adviseerde in 2018 opnieuw het ministerie van OCW, ditmaal in de vorm van een sectoradvies over de audiovisuele sector.75 De aanleiding was ook hier het veranderende medialandschap.
Veranderd kijkgedrag door mobiele schermen, on demand-diensten, digitalisering en internationalisering maakte dat het AV-beleid mogelijk niet meer aansloot bij de huidige situatie. Het doel van het sectoradvies was het beschrijven van trends, ontwikkelingen, kansen en knelpunten in de sector en het verkennen van beleidsopties. In het advies uit de RvC zorgen over het dalende bereik van lokale nieuwsvoorziening. De RvC doet hierover geen specifieke aanbevelingen. De minister van OCW gaf in juli 2018 een eerste reactie op dit advies. Hierin ging hij niet in op het dalende bereik van lokale media. Een verdere reactie op het sectoradvies ontbreekt. In 2019 volgde een gezamenlijk advies van de ROB en de RvC dat zich specifiek op de lokale omroep richtte: het Briefadvies Toekomstige organisatie en financiering lokale publieke omroepen.76 De ministeries van OCW en BZK vroegen gezamenlijk dit advies aan, ingegeven door de ambitie in het regeerakkoord om de lokale publieke omroepen te professionaliseren.77 De kern van
70 VNG (2019). Brief aan parlement met inbreng van VNG voor het AO streekomroepen op 16 mei 2019. 71 NLPO (2021). Jaarplan 2021. 72 Expertiseteam Vitalisering Lokale Journalistiek (2020). Wachten kan niet meer. Handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid. 73 Raad voor Cultuur (2014). De tijd staat open: advies voor een toekomstbestendige publieke omroep. 74 Ministerie van OCW (2014). Toekomst van het publieke mediabestel. 75 Raad voor Cultuur (2018). Sectoradvies Audiovisueel – Zicht op zo veel meer. 76 Raad voor het Openbaar Bestuur & Raad voor Cultuur (2019). Briefadvies Toekomstige organisatie en financiering lokale publieke omroepen. 77 Ministerie van OCW & ministerie van BZK (2019). Adviesaanvraag organisatie en financiering lokale publieke omroepen.
44
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
het advies bestond uit de volgende punten: • Het huidige stelsel van publieke lokale omroepen is onvoldoende in staat om haar verschillende functies te vervullen. • Media-aanbod op meerdere platforms verzorgen is kostbaar. De raden adviseerden om wettelijk mogelijk te maken dat omroepen zelf bepalen op welke kanalen zij uitzenden. • Samenwerking tussen lokale omroepen en tussen lokale en regionale omroepen is belangrijk. De raden adviseren dit te stimuleren, bijvoorbeeld met een positieve financiële prikkel. • De raden adviseren om de financieringssystematiek te herzien. Zij adviseren om de financiering niet vanuit het Gemeentefonds maar vanuit de Mediabegroting te laten komen. Dit om de journalistieke onafhankelijkheid te vergroten. De ROB en RvC gaven bovendien aan dat grondiger onderzoek nodig is om te adviseren over de toekomstige organisatie van lokale media. Dit kreeg in 2020 vorm in het rapport “Lokale media, niet te missen”. In dit rapport concluderen de raden dat lokale media een cruciale rol in lokale gemeenschappen vervullen. Ze informeren, controleren, agenderen, verbinden en verzorgen educatie.
De raden uiten hun zorg over de invulling van deze rol op een aantal punten: • In sommige regio’s functioneren lokale media onvoldoende of nauwelijks voldoende; • Veel media-aanbieders bevinden zich in een kwetsbare financiële positie; • Lokale media slagen er beperkt in om de samenleving te bereiken. De raden doen aanbevelingen om lokale media beter in staat te stellen hun functie te vervullen. Bijvoorbeeld om de basisfinanciering te verhogen, van €1,34 per huishouden naar €2,00 per inwoner. De raden bevelen ook aan om samenwerking tussen lokale omroepen te stimuleren en om te investeren in een netwerk van mediafondsen.78 Wet- en regelgeving lokale publieke omroepen Mediawet 2008 Op verschillende plekken in de Mediawet 2008 staan bepalingen voor lokale publieke media-instellingen. In artikel 2.1 wordt de publieke mediaopdracht beschreven.
Specifiek voor lokale media is de opdracht om op lokaal niveau media-aanbod aan te bieden dat tot doel heeft “een breed en divers publiek te voorzien van informatie, waaronder journalistieke inhoud, cultuur en educatie, via alle beschikbare aanbodkanalen.” Inhoudelijk stelt de wet dat het lokale media-aanbod moet “voorzien in democratische, sociale en culturele behoeften van de Nederlandse samenleving.” In de wet is dit verder uitgewerkt in inhoudelijke criteria, namelijk evenwichtigheid, pluriformiteit, variatie, professionele en journalistieke kwaliteit, bereik, toegankelijkheid en onafhankelijkheid. Naast de inhoudelijke criteria dient het programma-aanbod vrij van kosten naar alle huishoudens in het verzorgingsgebied verspreid te worden. De Mediawet gaat verder in op de vereisten voor het programma-aanbod, de aanwijzing van de lokale publieke omroep en de bekostiging. Specifiek voor het programma-aanbod van lokale en regionale media-instellingen geldt dat: • Ten minste vijftig procent bestaat uit aanbod van informatieve, culturele en educatieve aard dat in het bijzonder betrekking heeft op de betreffende gemeente; • Ten minste uit een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage van het aanbod als door de lokale publieke media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd.
De Mediawet stelt het Commissariaat verantwoordelijk voor de aanwijzing van lokale publieke media-instellingen. Het Commissariaat kan per gemeente één media-instelling aanwijzen. Om in aanmerking te komen voor aanwijzing moet een omroep aan drie eisen voldoen:
78 Raad voor het Openbaar Bestuur & Raad voor Cultuur (2020). Lokale Media: niet te missen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
45
1. De instelling is rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid; 2. De instelling stelt zich uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel het op lokaal vlak uitvoeren van de lokale publieke media-opdracht; 3. De instelling heeft een programmabeleidbepalend orgaan (pbo) dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt. Het pbo is representatief voor de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen die in de gemeente voorkomen. De gemeenteraad adviseert het Commissariaat voorafgaand aan de aanwijzing over de vraag of een aanvrager aan deze eisen voldoet. Indien meerdere lokale publieke omroepen aan de eisen voldoen, dient het college van B&W samengaan tussen de instellingen te bevorderen. Indien een instelling voor meerdere gemeenten de publieke media-opdracht wenst uit te voeren (een streekomroep), dienen de betreffende gemeenteraden een gezamenlijk advies aan het Commissariaat uit te brengen. De aanwijzing van een lokale publieke media-instelling geldt voor vijf jaar. Zowel het Commissariaat als het gemeentebestuur houden doorlopend toezicht in deze periode. Zo toetst het gemeentebestuur jaarlijks de jaarrekening en controleert het of de ter beschikking gestelde gelden doeltreffend en doelmatig besteed zijn. Daarnaast toetst de gemeente of aan de gestelde bekostigingsvoorwaarden is voldaan.
De Mediawet gaat ook in op de bekostiging van lokale media publieke omroepen. De wet schrijft voor dat het college van B&W verantwoordelijk is voor de bekostiging van de lokale publieke omroep. In het geval van een streekomroep zorgen de betreffende gemeenten gezamenlijk voor de bekostiging. Deze financiering loopt via het Gemeentefonds, waarvoor het ministerie van BZK verantwoordelijk is. De financiering bedraagt in 2023 € 1,53 per huishouden. Dit bedrag is niet geoormerkt (dus niet gekoppeld aan een specifiek doeleinde), waardoor het gemeenten vrij staat of en hoe zij dit bedrag besteden ten behoeve van de lokale publieke omroep (met dien verstande dat zij, als zij minder dan het normbedrag bekostigen, een motiveringsplicht hebben). De tabel hieronder geeft weer hoe dit richtsnoerbedrag zich heeft ontwikkeld in de afgelopen 4 jaar.79 Richtsnoerbedrag lokale publieke omroep
2019
2020
2021
2022
2023
Bedrag (€)
1,28
1,34
1,39
1,43
1,53
Tabel 6. Richtsnoerbedrag voor lokale publieke media-instellingen vanuit het Gemeentefonds (2019 - 2022).
Mediabesluit en Mediaregeling 2008 In het Mediabesluit 2008 en in de Mediaregeling 2008 zijn enkele onderdelen van de Mediawet 2008 specifieker uitgewerkt. Voor lokale omroepen regelt het Mediabesluit 2008 bijvoorbeeld dat vijftig procent van het aanbod door de media-instelling zelf, of uitsluitend in haar opdracht, moet zijn geproduceerd. Ook gaan verschillende artikelen in het besluit in op de toegestane hoeveelheid en soort reclame-uitingen. In de Mediaregeling 2008 zijn bijvoorbeeld de administratieve eisen uitgewerkt waaraan een aanvraag voor een aanwijzing moet voldoen (het aanleveren van statuten, een overzicht van de stromingen in de gemeente, leden van het pbo en het verzorgingsgebied). Daarnaast geeft de Mediaregeling 2008 procesmatige handvatten. De regeling bepaalt bijvoorbeeld de termijnen van advisering van de gemeenteraad, van de besluitvorming door het Commissariaat of voor het indienen van een aanvraag door een omroep. Verder stelt de Mediaregeling 2008 nog nadere eisen aan reclame-uitingen en boekhouding voor lokale omroepen. Een voorbeeld is dat lokale publieke omroepen die reclame uitzenden in hun boekhouding de verdeling tussen opbrengsten uit, ander media-aanbod en alle andere activiteiten moeten uitsplitsen.
79 Bron voor jaren 2019 – 2021: VNG (2020). Bedragen voor lokale omroepen in gemeentefonds, stand van zaken augustus 2020. Bron voor 2022: gesprek met Commissariaat voor de Media.
46
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Het Commissariaat ziet hierop toe.
Beleidsregels Commissariaat voor de Media De Mediawet, het Mediabesluit en de Mediaregeling 2008 bieden niet op elk gebied voldoende concrete kaders voor de betrokken partijen. Het Commissariaat heeft daarom op verschillende onderwerpen beleidsregels opgesteld. Deze beleidsregels gaan bijvoorbeeld over sponsoring, reclame-uitingen, nevenactiviteiten van bestuurders, of verenigingsactiviteiten. Veelal zijn de beleidsregels met name relevant voor de (lokale) publieke media-instellingen of voor het Commissariaat zelf als toezichthouder. Op 1 februari 2023 publiceerde het Commissariaat de nieuwe ‘Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen 2023’.80 De beleidsregel is opgedeeld in zes inhoudelijke onderdelen: 1. Aanvragen algemeen. De artikelen in dit onderdeel gaan over de algemene eisen voor een aanvraag voor een aanwijzing, zowel voor een enkele gemeente als voor meerdere gemeenten. Specifiek maken de regels onderscheid tussen gemeenten waar nog geen lokale omroep is aangewezen en gemeenten waar dit wel het geval is. 2. Gebiedsuitbreiding en voorgenomen fusie. Dit onderdeel omvat regels voor lokale omroepen die hun verzorgingsgebied willen uitbreiden, omroepen die zich voornemen te fuseren, en de gevolgen daarvan voor de aanwijzingsprocedure. 3. Wijziging van de gemeentelijke indeling.
Dit deel van de beleidsregel gaat in op situaties waar één of meerdere gemeenten ophouden te bestaan, waar gemeenten fuseren of samenvoegen, of waar gemeentelijke grenzen gecorrigeerd worden. De regels beschrijven de invloed van deze situaties op bestaande aanwijzingen. 4. Vereisten aanvraag. In dit onderdeel zijn concrete eisen aan de aanvraag voor een aanwijzing opgenomen. Bijvoorbeeld de ledenlijst van het pbo en de statuten van de lokale omroep. 5. Advisering gemeenteraad. De artikelen in dit deel van de beleidsregels gaan over het advies dat gemeenteraden uitbrengen aan het Commissariaat. De beleidsregel stelt administratieve en inhoudelijke eisen aan het advies. Daarnaast gaat dit deel van de beleidsregel over situaties waarin een lokale omroep een aanvraag indient voor meerdere gemeenten, of wanneer meerdere omroepen een aanvraag indienen voor eenzelfde gemeente. In die laatste situatie dient de gemeenteraad een voorkeursadvies uit te brengen richting het Commissariaat. De beleidsregels gaan in op de inhoudelijke en procedurele eisen aan dit voorkeursadvies. 6. Besluitvorming. Het laatste onderdeel van de beleidsregel gaat in op de besluitvorming over de aanwijzing door het Commissariaat. Dat betreft de toetsing van het advies dat de gemeenteraad uitbracht.
Ook gaat het over de zienswijze die het Commissariaat opvraagt indien een aanvraag (gedeeltelijk) wordt afgewezen (op inhoudelijke gronden of bijvoorbeeld door onverenigbare nevenfuncties). Tot slot wordt in dit deel ingegaan op de situatie waarin de gemeenteraad geen voorkeursadvies heeft uitgebracht en op de termijn van besluitvorming door het Commissariaat. Deze beleidsregel vervangt de eerdere beleidsregels voor aanvragen bij meerdere gemeenten.81 De nieuwe beleidsregel is aanzienlijk uitgebreider en stelt concretere eisen aan alle betrokkenen bij de aanvraagprocedure.
80 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen 2023. 81 Commissariaat voor de Media (2012). Beleidsregels lokaal publiek media-aanbod voor twee of meer gemeenten 2012.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
47
Bijlage III: Onderzoeksverantwoording Voor het opstellen van deze handreiking is een veelheid aan documenten bestudeerd. In de voetnoten zijn steeds verwijzingen naar deze documenten opgenomen. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met landelijke stakeholders, gemeenten, VNG-ambassadeurs voor lokale media en portefeuillehouders lokale media binnen de commissies Raadsleden & Griffiers en Bestuur en Veiligheid van de VNG. Middels drie werksessies met gemeenten is de inhoud van de handreiking getoetst en verder aangevuld. In onderstaande tabel staan onze gesprekspartners weergegeven. Organisatie
Naam
Commissariaat voor de Media
Mariko van den Boogaard Wendy Bree
Expertiseteam vitalisering lokale journalistiek
Lydia Jongmans
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Koen van der Krieken Nikki Slokkers
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Sedat Bugdaci Michiel Middelplaats
NLPO
Toos Bastiaansen Bas Booister
Stimuleringsfonds voor de Journalistiek
Quint Kik Hugo Roosenschoon
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Olav Reijers Frank Speel Marion Veerbeek
Gemeente Aalten
Bregje Rensen
Gemeente Altena
Egbert Lichtenberg Annely Peskens
Gemeente Alphen aan de Rijn
Inge Cappens
Gemeente Apeldoorn
Anne Leeflang
Gemeente Barendrecht
Lennart van der Linden
Gemeente Den Haag
Arjen Dubbelaar
Gemeente Dordrecht
Irene Koene
Gemeente Drimmelen
Ricus Tiekstra
Gemeente Heemskerk
Elze Belterman
Gemeente Hoorn
Margriet Talstra
Gemeente Leiden
Kees de Mooy
Gemeente Midden-Groningen
Eline Zijlstra
Gemeente Rijswijk
Rens Veerman Veerle Leenhouts
Gemeente Tilburg
Ulco Mes
Gemeente Vijfheerenlanden
Sjors Fröhlich
Gemeente Woerden
Hendrie van Assem
Gemeente Zoetermeer
Stefan Vogels
Tabel 7. Lijst van gesprekspartners.
48
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl juni 2023