CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Handreiking aanwijzing lokale publieke omroep

Thema-bijeenkomsten 26 maart 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: 18:00-19:30 Zendmachtiging van de lokale omroep voor de periode 2025-2029 (gezamenlijke bijeenkomst Sittard-Geleen, Beek en Stein)22.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Handreiking aanwijzing lokale publieke omroep

Colofon Eindredactie: Janine Mulder (Kwinkgroep) Fritzi Reijerman (Kwinkgroep) Maria Gayed (Kwinkgroep) Anki van Bruggen (VNG) Vormgeving Chris Koning (VNG)

2

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Inhoudsopgave Samenvatting

4

1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling en doelgroep 1.3 Leeswijzer

9 9 9 10

2

Positie van lokale publieke omroepen 2.1 De functies en het bereik van lokale publieke omroepen 2.2 Het speelveld: betrokken partijen 2.3 Context: ontwikkelingen in beleid en lokale journalistiek

11 11 12 13

3

Overzicht aanwijzingsprocedure

16

4

Startfase 4.1 Stap 1. Voorbereidingen treffen en adviesprocedure inrichten 4.2 Stap 2. Actie ondernemen bij start aanwijzingsprocedure 4.3 Stap 3. Publieke bekendmaking indieningstermijn door Commissariaat en gemeente 4.4 Stap 4. Vaststellen voorkeurscriteria 4.5 Stap 5. In ontvangst nemen van aanvraag tot aanwijzing

18 19 27 28 29 29

5

Adviesfase 5.1 Stap 1. Advies gemeenteraad opstellen 5.2 Stap 2. Informeren Commissariaat over advies

32 33 35

6

Aanwijzingsfase 6.1 Stap 1. Toetsing gemeentelijk advies door Commissariaat 6.2 Stap 2. Besluitvorming door Commissariaat 6.3 Stap 3. Nazorg en eventuele overdracht van activiteiten onder begeleiding van gemeente

37 37 39 39

Bijlage I: Begrippenlijst

41

Bijlage II: Achtergrond lokale publieke omroepen

42

Bijlage III: Onderzoeksverantwoording

48

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3

Samenvatting Lokale publieke omroepen vervullen en belangrijke rol in gemeenten. Ze voorzien inwoners van informatief, educatief of cultureel media-aanbod. Lokale publieke omroepen vervullen ook andere functies, zoals het controleren van de democratie, het agenderen van lokale thema’s en het verbinden van groepen binnen de lokale gemeenschap. Gemeenten dragen momenteel zorg voor de bekostiging van het functioneren van de lokale publieke omroep. Daarnaast vervullen gemeenten een belangrijke rol in de aanwijzingsprocedure van een lokale publieke omroep. Gemeenten geven advies over de aanwijzing van een lokale publieke omroep door het Commissariaat voor de Media. Het adviseren over de aanwijzing van een lokale publieke omroep is dus een belangrijke taak van gemeenten. Deze handreiking heeft tot doel gemeenten (raadsleden, bestuurders, griffiers en ambtenaren) te informeren over de aanwijzingsprocedure in het algemeen en de rol en taak van de gemeente daarin. In deze samenvatting leest u de belangrijkste informatie over de aanwijzingsprocedure. Voor raadsleden is een verkorte versie beschikbaar die met name ingaat op de rol en taak van gemeenteraadsleden binnen de aanwijzingsprocedure. In de handreiking zelf gaan we dieper in op de positie van lokale publieke omroepen en de verschillende fases van de aanwijzingsprocedure.

In de bijlagen bij de handreiking vindt u meer informatie over de totstandkoming van deze handreiking en meer achtergrond over lokale publieke omroepen. Context Bij lokale publieke omroepen zijn verschillende partijen betrokken: beleidsmakers, toezichthouders, media-instellingen en overige partijen. In figuur 1 ziet u welke partijen zich op landelijk, regionaal en lokaal niveau bezighouden met lokale publieke omroepen. In paragraaf 2.2 hebben we de rol van deze partijen uitgebreid beschreven. Het is goed om hier kennis van te nemen, omdat deze partijen ook een rol kunnen spelen in de aanwijzingsprocedure van een lokale publieke omroep.

Landelijk Beleid

Ministerie van OCW

Commissariaat voor de Media

Regionaal Ministerie van OCW

Lokaal Provincies

Ministerie van OCW

Gemeenten

Toezichthouder

Commissariaat voor de Media

Media-instellingen

13 regionale omroepen

230 lokale omroepen (inclusief streekomroepen)

Stichting RPO

Stichting NLPO

NPO

Overige partijen

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek VNG

Figuur 1. Overzicht betrokken partijen.

Het is verder belangrijk om bij (de voorbereiding van) het aanwijzen van een lokale publieke omroep rekening te houden met de context waarin lokale omroepen zich bevinden. Denk aan de toename van streekomroepen, de toename van desinformatie en de afname van persveiligheid. In paragraaf 2.3 gaan we dieper in op deze ontwikkelingen. Voordat we de aanwijzingsprocedure beschrijven, is het tot slot nog belangrijk om te noemen dat er een wijziging van het lokale publieke mediabestel aankomt. In 2022 heeft de staatssecretaris van OCW € 10,9 miljoen uitgetrokken voor de versterking van de lokale publieke omroep. Dit geld wordt

4

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

onder andere besteed aan de voorbereiding van een wijziging van de Mediawet die voor 2025 is voorzien. Deze wijziging moet onder andere een nieuwe aanwijzingsprocedure, een nieuwe financieringssystematiek en een coördinerend orgaan voor alle lokale omroepen regelen. Deze handreiking gaat over de aanwijzingsprocedure vóór deze wetswijziging.

De aanwijzingsprocedure We onderscheiden drie fasen in de aanwijzingsprocedure, namelijk: de startfase, de adviesfase en de aanwijzingsfase. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 beschrijven we de drie fasen uitvoerig. In deze samenvatting beschrijven we de fasen kort.

Star�ase

Inrichten adviesprocedure

Aankondiging indieningstermijn aan gemeente door Commissariaat

Publieke bekendmaking indieningstermijn door Commissariaat én gemeente

Vaststellen voorkeursscriteria

In ontvangst nemen aanvragen via Commissariaat

Figuur 2. De startfase.

De startfase bestaat uit vijf stappen: 1. Voorbereidingen treffen en het inrichten van de procedure (bij voorkeur minimaal 14 maanden voor de afloop van de aanwijzingstermijn). In deze stap bepaalt het gemeentebestuur (gemeenteraad en college van B&W) wat de onderlinge rolverdeling zal zijn en hoe sterk betrokken de raad, de griffie, de burgemeester en het college van B&W zullen zijn. Daarnaast bepaalt de gemeente hoe samenwerking tussen meerdere aanvragers bevorderd wordt (bijvoorbeeld met een procesbegeleider, of neemt de burgemeester de leiding hierin?). Tot slot worden voorkeurscriteria vastgesteld voor de situatie dat de gemeenteraad een voorkeursadvies moet uitbrengen voor één van meerdere aanvragers. We geven in de handreiking verschillende afwegingen en suggesties voor het inrichten van de procedure. 2. Actie ondernemen bij de start van de aanwijzingsprocedure (14 maanden voor de afloop van de aanwijzingstermijn). Het Commissariaat informeert de gemeente over de start van de aanwijzingsprocedure. De gemeente kan ervoor kiezen zelf informatiesessies te organiseren voor lokale omroepen, om hen te helpen bij het opstellen van een goede aanvraag. 3. Publieke bekendmaking indieningstermijn door Commissariaat én gemeente (uiterlijk 12 maanden voor afloop van de aanwijzingstermijn).

Eén jaar voor de afloop van de aanwijzingstermijn kondigt het Commissariaat de indieningstermijn aan. Bij voorkeur kondigt de gemeente de indieningstermijn ook zelf aan. 4. Vaststellen voorkeurscriteria (uiterlijk 11 maanden voor afloop van de aanwijzingstermijn). Het Commissariaat vraagt van gemeenten om de voorkeurscriteria (het Commissariaat noemt deze ook wel toetsingscriteria), die een lokale aanvulling kunnen zijn op de wettelijke vereisten, uiterlijk elf maanden voor de afloop van een aanwijzingstermijn bekend te maken. De gemeenteraad kan zich alleen baseren op deze vooraf opgestelde criteria als het moet komen tot een voorkeursadvies. Aanvragers krijgen op deze manier tijdig de kans om in het meerjarenbeleidsplan toe te lichten hoe ze aan deze criteria voldoen en komen niet voor verassingen te staan tijdens de aanwijzingsprocedure. 5. Aanvragen via Commissariaat ontvangen (uiterlijk 2 weken na verstrijken indieningstermijn aanvragen). Aanvragers dienen hun aanvraag in bij het Commissariaat. Er is een aantal standaard documenten die een aanvrager moet inleveren bij het Commissariaat voor een geldige aanvraag. Het Commissariaat stuurt de aanvragen door naar de gemeente. In veel gevallen is een aanvraag van een lokale publieke omroep gericht op één gemeente waar reeds een lokale omroep is aangewezen. Er zijn ook uitzonderingen, bijvoorbeeld bij een gemeentelijke

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5

herindeling, of een gebiedsuitbreiding van een bestaande omroep, of in een gemeente zonder lokale publieke omroep. We beschrijven deze situaties in hoofdstuk 4.

Adviesfase

Scenario 3: één aanvrager voor meerdere gemeenten

Scenario 2: meerdere aanvragers

Scenario 1: (g)een aanvrager Toetsing we�elijke vereisten

Samengaan bevorderen

Aanvragers gaan samen door

Toetsing we�elijke vereisten en opstellen advies aan Commissariaat

Toetsing we�elijke vereisten door alle gemeenteraden en opstellen advies aan Commissariaat

Aanvragers gaan niet samen door: voorkeursadvies nodig Toetsing we�elijke vereisten én voorkeurscriteria en opstellen advies aan Commissariaat

Figuur 3. De adviesfase.

De adviesfase bestaat uit twee stappen. Binnen stap 1 bestaan drie mogelijke scenario’s. 1. Advies van gemeenteraad opstellen (binnen 18 weken na het in ontvangst nemen van aanvraag of aanvragen). Het Commissariaat vraagt gemeenteraden om een advies voor het aanwijzen van een lokale publieke omroep op te stellen. Hoe een gemeenteraad tot een dergelijk advies komt, hangt af van de keuzes die zijn gemaakt in de startfase (bijvoorbeeld de opgestelde voorkeurscriteria) en van het scenario dat zich voordoet. We beschrijven de scenario’s hieronder kort. • Scenario 1: (g)een aanvrager. De procedure is erg simpel: als er maar één aanvrager is, hoeft de gemeenteraad alleen te controleren of de aanvrager voldoet aan de wettelijke vereisten (zie het kader hieronder of paragraaf 4.1.2 voor een uitgebreide beschrijving). Is dat het geval? Dan adviseert de gemeenteraad aan het Commissariaat dat deze aanvrager voldoet aan de wettelijke vereisten.Let op: als uw gemeente nog geen lokale publieke omroep had, kan een aanvrager op elk gewenst moment een aanvraag indienen. U gaat door naar stap twee van de adviesfase. • Scenario 2: Meerdere aanvragers, samengaan bevorderen. De Mediawet verplicht het college van B&W om ‘voor zover redelijkerwijs mogelijk is’ het samengaan van de aanvragers te bevorderen. In de startfase heeft u (hopelijk) al bepaald hoe het samengaan verkend wordt.

Dit voornemen wordt nu in uitvoering gebracht. Deze verkenning tot samengaan heeft twee mogelijke uitkomsten: • Aanvragers gaan samen door. Dat kan op twee manieren: (1) de aanvragers richten een nieuwe gezamenlijke stichting op die een nieuwe aanvraag indient. De oude aanvragen worden ingetrokken. Of (2) één aanvrager zet zijn aanvraag door en de andere aanvrager trekt zijn aanvraag in en voegt zich bij de eerstgenoemde aanvraag. Eventueel dienen zij samen een aangepast beleidsplan in. De gemeenteraad geeft over deze aanvraag een advies aan het Commissariaat (zie scenario 1) • Aanvragers gaan niet samen door, dan is een voorkeursadvies nodig: de gemeente beoordeelt beide aanvragers aan de hand van de wettelijke vereisten en de door de gemeente opgestelde voorkeurscriteria. Hoe die beoordeling uitgevoerd wordt en welke voorkeurscriteria gehanteerd worden, heeft u (hopelijk) al vastgesteld in de startfase. • Scenario 3: Eén aanvrager voor meerdere gemeenten (onder meer bij gebiedsuitbreiding of een fusie van bestaande lokale publieke omroep(en)). Als een (bestaande)

6

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

omroep in meerdere gemeenten aangewezen wil worden, moeten de gemeenteraden van deze verschillende gemeenten een gezamenlijk advies uitbrengen. Het is niet nodig dat de betrokken gemeenteraden in een gezamenlijke vergadering een advies uitbrengen over de aanwijzingsaanvraag. Het is ook niet nodig dat de adviezen op dezelfde manier geformuleerd worden. Er wordt voldaan aan een gezamenlijk advies als uit de adviezen blijkt dat de gemeenteraden rekening hebben gehouden met het feit dat de aanvraag betrekking heeft op meerdere gemeenten en het advies is uitgebracht over dezelfde samenstelling van het programmabepalend orgaan (pbo) van de aanvrager.1 Een aanvrager kan alleen voor alle gemeenten als lokale publieke omroep worden aangewezen, als het advies van alle gemeenteraden positief is. 2. Informeren Commissariaat over advies. Aan de hand van de beoordeling van de aanvraag of aanvragen, komt de gemeenteraad tot een raadsbesluit met daarin een advies voor het Commissariaat over de aanwijzing. In het raadsbesluit wordt ingegaan op de gestelde wettelijke vereisten van de aanvrager. De wettelijke vereisten staan beschreven in onderstaand kader.

Wettelijke vereisten waar aanvragers aan moet voldoen De wettelijke vereisten vragen dat aanvragers: • een rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid zijn; • zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stellen het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een provincie, een gemeente of een deel van de provincie waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; en • volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen (een programmabepalend orgaan). Figuur 4. Wettelijke vereisten voor aanvragers.

De laatste fase van de aanwijzingsprocedure, de aanwijzingsfase, bestaat uit drie stappen: 1. Toetsing van het gemeentelijk advies door het Aanwijzingsfase Commissariaat. In principe volgt het Commissariaat het advies van de gemeenteraad, maar dat hoeft niet. Het Commissariaat toetst of het gemeentelijk advies op een zorgvuldige manier tot Toetsing stand gekomen is en of het advies deugdelijk gemotiveerd is. gemeentelijk advies door Commissariaat Het Commissariaat kan de gemeente om een nadere toelichting vragen en kan, als een gemeenteraad geen voorkeursadvies geeft, overgaan tot aanwijzing van één van de aanvragers Aanwijzing door via loting door een notaris. Voordat het Commissariaat een Commissariaat aanvraag afwijst, krijgt de betreffende aanvrager de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Nazorg en evt. 2. Aanwijzing door het Commissariaat. Het Commissariaat overdracht neemt binnen vier weken na ontvangst van het advies of na ontvangst van een eventueel opgevraagde zienswijze een Figuur 5. De aanwijzingsfase. besluit op de aanvraag. Er kan een bezwaar ingediend worden. Bij een aanvraag met meerdere indieners kan het Commissariaat langer dan vier weken gebruiken om te komen tot een aanwijzing.

1 De Mediawet stelt pluriformiteit als een van de kernwoorden voor de publieke opdracht van publieke omroepen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Om pluriformiteit te waarborgen spelen maatschappelijke stromingen met een aantoonbare achterban een rol bij publieke omroepen. Op lokaal niveau komt dit tot uiting middels een programmabegeleidend orgaan (pbo) welke bestaat uit leden afkomstig van de belangrijkste in de gemeente aanwezige maatschappelijke, culturele of geestelijke stromingen. Welke stromingen dit zijn zal lokaal per gemeente verschillen. Ministerie van OCW (2008). Vaststelling van een nieuwe Mediawet (Mediawet 20..): Memorie van toelichting. Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 31 356, nr. 3.

Aanwijzing door Commissariaat Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7

3. Nazorg en afbouw/overdracht van activiteiten. Een gemeente kan ervoor kiezen om nazorg in te richten voor aanvragers. Een aanwijzingsprocedure met meerdere aanvragers is vaak een intensief proces. Dit maakt dat nazorg gepast is. Hoe deze nazorg eruitziet, wordt door de gemeente zelf bepaald. Daarnaast moet een gemeente afspraken maken met de aangewezen aanvrager als deze de huidige omroep vervangt: hoe worden activiteiten overgedragen van de vorige omroep naar de nieuwe omroep? Op de volgende pagina vindt u alle fasen en bijbehorende stappen in één overzicht terug.

Star�ase

Inrichten adviesprocedure

Aankondiging indieningstermijn aan gemeente door Commissariaat

Publieke bekendmaking indieningstermijn door Commissariaat én gemeente

Vaststellen voorkeurscriteria

In ontvangst nemen aanvragen via Commissariaat

Bij voorkeur minimaal 14 maanden voor afloop van aanwijzings-

Uiterlijk 14 maanden voor afloop van aanwijzingstermijn

Uiterlijk 12 maanden voor afloop van aanwijzingstermijn

Uiterlijk 11 maanden voor afloop van aanwijzingstermijn

Uiterlijk 2 weken na verstrijken indieningstermijn aanvragen

Adviesfase

Adviesfase

Scenario 3: één aanvrager voor meerdere gemeenten

Scenario 2: meerdere aanvragers

Scenario 1: (g)een aanvrager

binnen 18 weken na in ontvangst

Toetsing we�elijke vereisten

Toetsing we�elijke vereisten door alle gemeenteraden en opstellen advies aan Commissariaat

Samengaan bevorderen

nemen van aanvraag of aanvragen; eenmaal

Aanvragers gaan samen door

Aanvragers gaan niet samen door: voorkeursadvies nodig

uitstel mogelijk

Toetsing we�elijke vereisten en opstellen advies aan Commissariaat

Toetsing we�elijke vereisten én voorkeurscriteria en opstellen advies aan Commissariaat

Aanwijzingsfase Toetsing gemeentelijk advies door Aanwijzing door Commissariaat Nazorg en evt. overdracht Figuur 6. Overzicht aanwijzingsprocedure lokale publieke omroep.

8

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Toetsing en aanwijzing binnen 4 weken na het in ontvangst nemen gemeentelijk advies; bij meerdere aanvragen langer dan 4 weken

1 Inleiding Voor u ligt de Handreiking aanwijzing lokale publieke omroepen. In deze inleiding behandelen we de aanleiding voor het opstellen van deze handreiking (1.1). Daarna gaan we in op de doelstelling en doelgroep van de handreiking (1.2) en de leeswijzer (1.3). Voor raadsleden is een verkorte versie van deze handreiking beschikbaar die specifiek in gaat op de rol van de gemeenteraad in het proces.

1.1

Aanleiding Lokale publieke media vervullen belangrijke maatschappelijke en democratische functies in gemeenten. Ze verzorgen allereerst lokaal toegankelijk en betrouwbaar nieuws en ander media-aanbod. Daarnaast vervullen zij een waakhondfunctie en zorgen ze voor duiding ten aanzien van de lokale politieke en bestuurlijke ontwikkelingen. Per gemeente kan één lokale publieke media-instelling worden aangewezen, met een aanwijzingsperiode van vijf jaar. Eén lokale publieke omroep kan wel binnen meerdere gemeenten zorgdragen voor de lokale mediavoorziening.2 Gemeenten spelen op verschillende manieren een rol bij het aanwijzen en bekostigen van lokale publieke omroepen. De rol die gemeenten spelen bij lokale publieke omroepen staat beschreven in de Mediawet 2008. • Ten eerste dragen gemeenten zorg voor de bekostiging van het functioneren van de media-instellingen.3 Hiervoor is sinds 2015 een niet-verplichtend normbedrag (richtsnoerbedrag) per huishouden vastgesteld voor de bepaling van de hoogte van de bekostigingsbijdrage.4 • Ten tweede hebben gemeenten een rol in de aanwijzingsprocedure voor een lokale publieke omroep wanneer een aanwijzingsperiode afloopt. Zo dient de gemeenteraad in die aanwijzingsprocedure advies aan het Commissariaat uit te brengen over de aanvragen die zijn ingediend om voor de betreffende gemeente lokaal media-aanbod te verzorgen.

De adviesprocedure is de wijze waarop een gemeente komt tot het advies over de aanwijzing. Mede gebaseerd op dit advies verleent het Commissariaat de aanwijzing.5 Hoewel de Mediawet specificeert wat voor rol gemeenten spelen bij lokale omroepen, biedt de wet niet altijd genoeg informatie over de invulling van deze rol. Vooral wanneer meerdere aanvragers zich melden, biedt de Mediawet weinig informatie over de wijze waarop een gemeente tot een advies kan komen. Het is echter belangrijk om tot een goed gemotiveerd gemeentelijk advies te kunnen komen binnen een scenario met meerdere aanvragers. Om deze reden is deze handreiking in opdracht van de VNG ontwikkeld. We vinden het belangrijk om te benadrukken dat er in 2025 een wijziging van het publiek mediabestel beoogd is. Het kabinet is voornemens om de Mediawet te wijzigen en een nieuwe aanwijzingsprocedure te regelen.6 Deze handreiking is van toepassing tot deze wijzigingen gerealiseerd zijn.

1.2

Doelstelling en doelgroep De handreiking heeft tot doel raadsleden, bestuurders, gemeenteambtenaren en griffies te informeren over de aanwijzingsprocedure van lokale publieke omroepen. De handreiking is opgesteld aan de hand van de kaders van de Mediawet 2008 en beleidsregels van het Commissariaat. Daarnaast

2 3 4 5 6

Commissariaat voor de Media (2019). Evaluatie bekostiging lokale publieke media-instellingen. Mediawet 2008, artikel 2.170b. VNG (2021). VNG-Bureaunotitie Bedragen voor lokale omroepen in gemeentefonds, stand van zaken augustus 2020. Mediawet 2008, artikel 2.61. Mediawet 2008, artikel 2.61.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9

hebben we gesprekken gevoerd met verschillende gemeenten en partijen die betrokken zijn in de aanwijzingsprocedure om hun ervaringen met de aanwijzingsprocedure te horen. De handreiking beschrijft de rol van gemeenten in de aanwijzingsprocedure, evenals de verschillende mogelijkheden voor het inrichten van de adviesprocedure bij de gemeente. Hierbij wordt aandacht besteed aan de rollen van de gemeenteraad en van het college van B&W. Vanwege de mogelijke complexiteit van adviesprocedures staan in de handreiking verschillende handelingsperspectieven beschreven, passend bij de verschillende situaties die zich voor kunnen doen. Daarnaast worden suggesties gedaan voor beoordelingscriteria bij de adviesprocedure.

1.3

Leeswijzer De handreiking bestaat uit zes hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 leest u nu en bevat de aanleiding en de doelstelling en doelgroep van de handreiking. • Hoofdstuk 2 gaat in op de positie van lokale publieke omroepen. In dit hoofdstuk staat beschreven wat de functies zijn van lokale publieke omroepen, welke partijen bij lokale publieke omroepen betrokken zijn en wat voor ontwikkelingen zich hebben voorgedaan in het veld. • Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de aanwijzingsprocedure. • Hoofdstuk 4 beschrijft de startfase van de aanwijzingsprocedure. • Hoofdstuk 5 beschrijft de adviesfase van de aanwijzingsprocedure. Deze fase wordt uitgezet aan de hand van drie scenario’s: • Scenario 1: (g)een aanvrager. • Scenario 2: meerdere aanvragers. • Scenario 3: één aanvrager voor meerdere gemeenten (bijvoorbeeld door gebiedsuitbreiding of een fusie van bestaande lokale publieke omroepen). • Hoofdstuk 6 beschrijft de aanwijzingsfase. Daarnaast zijn er drie bijlagen bij deze handreiking: • Bijlage I bevat een begrippenlijst. • Bijlage II geeft meer achtergrondinformatie over lokale publieke omroepen (de ontstaansgeschiedenis, beschrijvingen van betrokken partijen, de beschrijving van relevante wet- en regelgeving en informatie uit onderzoeken naar de toekomstbestendigheid van lokale omroepen). • Bijlage III bevat de onderzoeksverantwoording.

10

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2 Positie van lokale publieke omroepen De functie van lokale media als onderdeel van het mediabestel is volgens de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) en de Raad voor Cultuur (RvC) op te delen in democratische en maatschappelijke functies.7 De lokale publieke omroep voorziet inwoners van informatief, educatief en cultureel media-aanbod. Lokale publieke omroepen vervullen ook andere functies, zoals het controleren van de democratie, het agenderen van lokale thematiek en het verbinden van groepen binnen de lokale gemeenschap. Een lokale publieke omroep vervult daarmee een belangrijke rol voor de lokale democratie en gemeenschap. Het adviseren over de aanwijzing van een lokale publieke omroep is een belangrijke taak van gemeenten. Voordat we in de volgende hoofdstukken beschrijven hoe gemeenten die taak op zich kunnen nemen, behandelen we in dit hoofdstuk de functies en het bereik van lokale publieke omroepen (2.1), het speelveld van het lokale publieke medialandschap (2.2) en tot slot de contextuele ontwikkelingen in dit landschap (2.3).

2.1 De functies en het bereik van lokale publieke omroepen Functies lokale publieke omroepen Lokale publieke omroepen hebben democratische en maatschappelijke functies. De democratische functies van lokale publieke omroepen richten zich op informeren, controleren en agenderen: • Informeren. Burgers informeren over zaken in het democratische proces zoals verkiezingen, ondernemen, belasting of participatie. Het belang van deze functie zit erin dat burgers geïnformeerd zijn over wat zich in de maatschappij en lokale politiek afspeelt. Dit heeft een wezenlijke invloed op hun dagelijks leven – van de gevolgen van politieke besluiten tot het maken van afwegingen rondom de verkiezingen of het op de hoogte zijn van verkeerswerkzaamheden. • Controleren. Het controleren van het lokale bestuur en de belangen van de betrokken functionarissen. Een kritische en onafhankelijke rol ten opzichte van lokale bestuurders zorgt voor een sterkere democratische omgeving. • Agenderen. Het op de kaart zetten van thema’s uit het (lokale) maatschappelijke en politieke debat. Dit voedt de politiek en draagt daarmee bij aan besluitvorming over lokaal relevante thema’s. De drie maatschappelijke functies zijn: • Verbinden. Lokaal publiek media-aanbod kan verschillende groepen binnen de lokale gemeenschap verbinden.

Via lokale omroepen nemen burgers bijvoorbeeld kennis van zaken die zich buiten hun ‘bubbel’ afspelen. Ook brengen uitzendingen en andere content gesprekken op gang tussen bewoners. • Educatie. Het ontwikkelen van kennis bij burgers over de lokale samenleving (zoals dialecten of de lokale geschiedenis). Dit is bijvoorbeeld van belang voor inwoners die nieuw zijn in een gemeente of die nog weinig van de lokale gemeenschap weten. • Cultuur. De productie van culturele programma’s, zoals talkshows, muziek- of theatervoorstellingen. Hierbij gaat het niet om het informeren over culturele activiteiten in de gemeenschap, maar om programmering die zelf cultureel van aard is. Bereik lokale publieke omroep De lokale publieke omroep bereikt (potentieel) een groot deel van de Nederlandse bevolking. In de periode van 2000 tot nu woont ruim 90 procent van de Nederlanders in een gemeente met een

7 ROB, RvC (2020). Lokale media, niet te missen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11

lokale publieke omroep. In circa 13 gemeenten is geen lokale omroep aangewezen. In de periode 2000-2022 daalde het aantal lokale publieke omroepen van 324 tot 230 (per 1-1-2022). Zie nlpo. Dit is mede het gevolg van gemeentelijke herindelingen waarbij lokale omroepen fuseerden. In september 2022 presenteerde het Commissariaat een grootschalig onderzoek naar het gebruik van lokale media.8 Het onderzoek is uitgezet onder meer dan 10.000 personen, verdeeld over 77 streken in Nederland. Daaruit komen een aantal relevante bevindingen naar voren: • Gemiddeld 89 procent van de bevraagden is enigszins of erg geïnteresseerd in nieuws over hun gemeente. Oudere doelgroepen zijn het meest geïnteresseerd. . • De interesse is lager (tussen de 40 en 60 procent) bij burgers met een migratieachtergrond. • De lokale publieke omroep bereikt • dagelijks 5 procent van de burgers in zijn gemeente; • wekelijks 21 procent van de burgers in zijn gemeente; • maandelijks 28 procent van de burgers in zijn gemeente; • jaarlijks 38 procent van de burgers in zijn gemeente. • Het bereik van de lokale omroep verschilt sterk per provincie. Een oorzaak lijkt de wisselende kwaliteit en omvang van het aanbod te zijn.

2.2

Het speelveld: betrokken partijen Verschillende partijen zijn betrokken bij lokale publieke omroepen. In deze paragraaf beschrijven we de rollen van de meest relevante landelijke partijen. De onderstaande figuur geeft een schematisch overzicht van het publieke medialandschap. Elk van de typen partijen komt voor op landelijk, regionaal en/of lokaal niveau. Het onderstaande schema geeft weer welke partij van welk type op welk niveau acteert: • Beleid. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: ministerie van OCW) (soms in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: ministerie van BZK)) en het Commissariaat (landelijk, regionaal en lokaal); provincies (regionaal) en gemeenten (lokaal). • Toezichthouder. Het Commissariaat voor de Media, op zowel landelijk, regionaal als lokaal niveau. Om toezicht te houden, maakt het Commissariaat aanvullend beleid, bijvoorbeeld ter nadere duiding van de voorschriften van de Mediawet 2008. • Publieke Media-instellingen. De Nederlandse Publieke Omroep (hierna: NPO), de dertien regionale publieke omroepen en de 230 lokale publieke omroepen (waarvan 31 streekomroepen9). • Overige partijen. Belangenorganisaties Stichting Regionale Publieke Omroepen (hierna: RPO) en Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (hierna: NLPO).

Verder het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de Stichting NPO (landelijk) en tot slot de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) als belangenbehartiger van gemeenten.

8 Commissariaat voor de Media (2022). De staat van lokale nieuws- en informatievoorziening 2022. 9 De NLPO definieert een streekomroep als een lokale publieke media-instelling met een aanwijzing van het Commissariaat voor meer dan één gemeente binnen een streek zoals vastgelegd in de streekomroepkaart, of een federatie waarin de aangesloten omroepen tezamen beschikken over de aanwijzingen voor meer dan één gemeente binnen dat gebied. (KWINK groep, 2021).

12

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Landelijk Beleid

Ministerie van OCW

Commissariaat voor de Media

Regionaal Ministerie van OCW

Lokaal Provincies

Ministerie van OCW

Gemeenten

Toezichthouder

Commissariaat voor de Media

Media-instellingen

13 regionale omroepen

230 lokale omroepen (inclusief streekomroepen)

Stichting RPO

Stichting NLPO

NPO

Overige partijen

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek VNG

Figuur 7. Overzicht van betrokken partijen bij de aanwijzing van lokale omroepen op landelijk, regionaal en lokaal niveau.

We beschrijven hieronder de rollen van het Commissariaat voor de Media en de NLPO omdat deze in een aanwijzingsprocedure meer direct betrokken zijn dan de andere partijen in het speelveld. In bijlage II vindt u een beschrijving van de rol van de andere partijen. Commissariaat voor de Media Het Commissariaat is de toezichthouder op de naleving van de Mediawet 2008 en heeft over lokale publieke media omroepen een besluitvormende taak. Het Commissariaat is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) in opdracht van het ministerie van OCW. In de Mediawet zijn waarborgen voor de onafhankelijkheid, kwaliteit en diversiteit van het media-aanbod geregeld en deze waarborgen zijn verder uitgewerkt in het Mediabesluit en de Mediaregeling. Het Commissariaat houdt toezicht op de naleving van die wet- en regelgeving. Het Commissariaat heeft bovendien de bevoegdheid om die wet- en regelgeving verder uit te werken in beleidsregels. Dit heeft het Commissariaat bijvoorbeeld gedaan op het gebied van sponsoring, nevenactiviteiten van omroepbestuurders en sanctiemaatregelen. In de praktijk neemt het Commissariaat ook een informerende rol aan. Het Commissariaat informeert lokale omroepen en gemeenten over de geldende wet- en regelgeving en verplichtingen waaraan omroepen moeten voldoen.

Op basis van advies van de gemeenteraad wijst het Commissariaat aan welke lokale publieke omroep media-aanbod mag verzorgen in een gemeente. Een aanwijzing voor een lokale omroep is vijf jaar geldig. In hoofdstukken 4, 5 en 6 gaan we uitgebreid in op de aanwijzingsprocedure en de bijbehorende adviesprocedure. Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen De NLPO is als samenwerkings- en coördinatieorgaan de belangenbehartiger en vertegenwoordiger van lokale publieke omroepen. Het doel van de NLPO is het professionaliseren van lokale omroepen. De NLPO voorziet lokale omroepen van informatie en biedt procesbegeleiding aan op specifieke thema’s (zoals de vorming van streekomroepen, waar we in paragraaf 2.3.2 verder op ingaan). De NLPO maakt in haar documentatie10 de vertaalslag van landelijk beleid naar de invulling voor lokale omroepen, biedt trainingen aan voor omroepmedewerkers en ontwikkelde samen met de VNG, omroepen en gemeenten het Keurmerk Nederlandse Streekomroepen. De NLPO is bovendien de schakel tussen lokale omroepen en de landelijke stakeholders.

2.3

Context: ontwikkelingen in beleid en lokale journalistiek

10 Zie bijvoorbeeld: NLPO (2018). FAQ lokale omroep en NLPO (2020). FAQ streekomroep.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

13

In deze paragraaf beschrijven we belangrijke contextuele ontwikkelingen rondom lokale media. We gaan eerst in op toekomstige wijzigingen van het lokale publieke mediabestel. Vervolgens beschrijven we ontwikkelingen in lokale publieke journalistiek. 2.3.1

Toekomstige wijziging van lokale publieke mediabestel Zowel het ministerie van OCW als het ministerie van BZK hebben de afgelopen jaren meermaals advies gevraagd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Raad voor Cultuur (RvC) over de toekomstbestendigheid van de lokale omroep en lokale publieke media-instellingen.11 Het meest recente advies, genaamd “Lokale media, niet te missen”, komt uit 2020. In dit rapport concluderen de raden dat lokale media een cruciale rol in lokale gemeenschappen vervullen. Ze informeren, controleren, agenderen, verbinden en verzorgen educatie. De raden uiten hun zorg over de invulling van deze rol op een aantal punten: • In sommige regio’s functioneren lokale media onvoldoende of nauwelijks voldoende; • Veel media-aanbieders bevinden zich in een kwetsbare financiële positie; • Lokale media slagen er beperkt in om de samenleving te bereiken. De raden doen aanbevelingen om lokale publieke omroepen beter in staat te stellen hun functie te vervullen. Bijvoorbeeld door de basisfinanciering van lokale publieke omroepen te verhogen, van €1,34 (in 2021) per huishouden naar €2,00 per inwoner.

De raden bevelen ook aan om samenwerking tussen lokale publieke omroepen te stimuleren en om te investeren in een netwerk van mediafondsen.12 De staatssecretaris van OCW reageerde in september 2022 op het advies.13 Zij onderschrijft grotendeels de aanbevelingen die de raden doen. De verdere beleidsinzet op het gebied van (lokale) media, zoals geambieerd in het coalitieakkoord, is verder uitgewerkt in de Hoofdlijnenbrief media 2022.14 In totaal trekt de staatssecretaris van OCW € 10,9 miljoen uit voor de versterking van de lokale publieke omroep. De gelden richten zich onder andere op het veranderen van de financieringssystematiek en het aanscherpen van de criteria en procedure voor de aanwijzing lokale publieke omroepen. Het geld wordt besteed aan (voorbereidende) gesprekken met de landelijke stakeholders en de voorziene wetswijziging. Deze wetswijziging is voorzien voor 2025. Daarnaast worden gelden beschikbaar gesteld voor professionaliseringstrajecten, bedoeld voor medewerkers en vrijwilligers bij lokale omroepen. Dit past in de ambitie om het lokale media-aanbod te professionaliseren en is nodig gezien de beoogde aanscherping van de criteria. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de verdere digitale distributie van de kanalen waarop lokale omroepen uitzenden, en worden gelden uitgetrokken voor vernieuwende journalistieke projecten van lokale media.

Het streven van de staatssecretaris van OCW is om in 2025 een nieuw publiek mediabestel te realiseren, wat gepaard gaat met aanpassing van de Mediawet en een nieuwe aanwijzingsprocedure. Daarnaast moet een nieuwe financieringssystematiek en coördinerend orgaan voor alle lokale omroepen gerealiseerd worden.15

2.3.2

Ontwikkelingen in (lokale) publieke journalistiek Het versterken van lokale publieke journalistiek vraagt om extra inzet: zowel op gebied van professionalisering en schaalvergroting, als op gebied van desinformatie en persveiligheid. Streekomroepen De Mediawet 2008 schrijft voor dat de bekostiging van lokale publieke omroepen zodanig moet zijn, dat voorzien wordt in een ‘lokaal toereikend media-aanbod’ (hierna: LTMA). In de Mediawet wordt geen definitie gegeven van de term LTMA. De NLPO en de VNG hebben in een convenant criteria geformuleerd voor het verzorgen van een LTMA. Deze criteria kunnen gebruikt worden als

11 In Bijlage II geven we de hoofdlijnen van die adviezen weer evenals de reactie van de betreffende ministeries. 12 Raad voor het Openbaar Bestuur & Raad voor Cultuur (2020). Lokale Media: niet te missen. 13 Tweede Kamer der Staten-Generaal (2022). Toekomst mediabeleid. Kamerstuk 32 827, nr. 251. 14 Ministerie van OCW (2022). Hoofdlijnenbrief media 2022. 15 Ministerie van OCW (2022). Stand van zaken nieuw bestel lokale publieke omroep.

14

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

handvatten voor de praktijk. Het belangrijkste bij een LTMA is dat een lokale omroep professioneel wordt aangestuurd, goed zichtbaar is bij de bevolking, functioneert in de directe woon- en leefomgeving van de bevolking, en dat media kwaliteit heeft.16 Eén van de manieren om (gemakkelijker) te kunnen voorzien in een LTMA is het vormen van een streekomroep. Streekomroepvorming is in de periode 2015-2016 gestart door de NLPO in samenwerking met de VNG. Het idee is dat lokale omroepen door samenwerking en schaalvergroting professioneler kunnen werken. Dat kan vervolgens de kwaliteit en continuïteit van de lokale journalistiek versterken. Streekomroepvorming kan daarmee bijdragen aan het behalen en betaalbaar maken van een LTMA in alle Nederlandse gemeenten. Uit de tussentijdse evaluatie van streekomroepvorming die KWINK groep in 2021 uitvoerde, bleek: • Streekomroepvorming draagt bij aan schaalvergroting en professionalisering van lokale publieke omroepen. Daarmee draagt streekomroepvorming bij aan de visie van het ministerie van OCW. • Streekomroepvorming alleen is niet voldoende om aan de LTMA-criteria te voldoen. Meer factoren zijn daarvoor belangrijk, zoals een goede financiële positie. • Het proces tot streekomroepvorming verloopt in meerdere gevallen moeizaam. Verschillende knelpunten maken streekomroepvorming moeilijk.

Dat gaat vaak over verschillen tussen aangrenzende gemeenten. Denk aan verschillen in lokale cultuur en identiteit, of grote verschillen in inwonersaantal. Desinformatie en persveiligheid Ook in de (lokale) journalistiek zelf hebben de afgelopen jaren ontwikkelingen plaatsgevonden, zoals de toename van desinformatie en de afname van persveiligheid. In het politieke debat zijn de afgelopen jaren verschillende zorgen geuit over deze maatschappelijke ontwikkelingen. Zorgen op het gebied van desinformatie, bijvoorbeeld het verspreiden van nepnieuws tijdens verkiezingsperiodes. Zorgen over persveiligheid, zoals de afname van de veiligheid van medewerkers in de media (met name journalisten). De ministeries van OCW en BZK treden gezamenlijk op tegen desinformatie. In een Kamerbrief uit 202217 beschrijft de minister van BZK de beleidsinzet tegen desinformatie. Ook stuurden de staatssecretaris van OCW en de minister van JenV in 2022 een brief aan de Tweede Kamer over persvrijheid en persveiligheid.18 Er is nog nauwelijks lokale beleidsinzet op desinformatie of persvrijheid.

16 VNG, OLON & NLPO (2015). Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen 2015-2018. Zie ook: https://www.nlpo.nl/ltma. 17 Ministerie van BZK (2022). Rijksbrede strategie effectieve aanpak van desinformatie. 18 Tweede Kamer der Staten-Generaal (2022). Persbeleid. Kamerstuk 31777, nr. 32.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

15

3 Overzicht aanwijzingsprocedure Op de volgende pagina geven we een overzicht van de procedure voor de aanwijzing van een lokale publieke omroep. We delen de procedure op in drie fasen en beschrijven deze fasen in de volgende hoofdstukken: de startfase (hoofdstuk 4), de adviesfase (hoofdstuk 5) en de aanwijzingsfase (hoofdstuk 6). Binnen de adviesfase beschrijven wij drie scenario’s: • Scenario 1: (g)een aanvrager. • Scenario 2: meerdere aanvragers. • Scenario 3: één aanvrager voor meerdere gemeenten (onder meer bij gebiedsuitbreiding of een fusie van lokale publieke omroepen). Per scenario wordt beschreven welke partij welke rol op zich neemt en worden handvatten aangedragen voor de wijze waarop de rol van de gemeente uitgevoerd kan worden. Termijn van advisering Er bestaat een wettelijke termijn voor advisering door de gemeenteraad: 18 weken nadat het Commissariaat de vraag om advies heeft doorgestuurd naar de gemeenteraad, dient het advies van de gemeenteraad bij het Commissariaat binnen te zijn. Het Commissariaat kan periodiek contact opnemen met de gemeente om te overleggen over de voortgang van het advies. Er wordt een termijn van 18 weken aangehouden om ervoor te zorgen dat een besluit tot aanwijzing genomen kan worden vóór het aflopen van de lopende aanwijzingsperiode. De gemeenteraad kan eenmalig en gemotiveerd bij het Commissariaat een verzoek tot uitstel indienen.

De termijn kan met maximaal vier weken worden verlengd. Als aantoonbaar gemaakt wordt dat sprake is van bijzondere omstandigheden, kan meer uitstel verleend worden door het Commissariaat. Bijzondere omstandigheden zijn voorbeeld een uitgebreide inspanning voor het bevorderen van samengaan, een recesperiode of een tussentijdse wisseling van de gemeenteraad.19 De in deze handreiking geformuleerde fasen en scenario’s vinden plaats binnen de wettelijke termijn van advisering, behalve de voorbereidingsfase (zie paragraaf 4.1).

19 Commissariaat voor de Media (2023). Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen en toelichting beleidsregel.

16

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Star�ase

Inrichten adviesprocedure

Aankondiging indieningstermijn aan gemeente door Commissariaat

Publieke bekendmaking indieningstermijn door Commissariaat én gemeente

Vaststellen voorkeurscriteria

In ontvangst nemen aanvragen via Commissariaat

Bij voorkeur minimaal 14 maanden voor afloop van aanwijzings-

Uiterlijk 14 maanden voor afloop van aanwijzingstermijn

Uiterlijk 12 maanden voor afloop van aanwijzingstermijn

Uiterlijk 11 maanden voor afloop van aanwijzingstermijn

Uiterlijk 2 weken na verstrijken indieningstermijn aanvragen

Adviesfase

Adviesfase

Scenario 3: één aanvrager voor meerdere gemeenten

Scenario 2: meerdere aanvragers

Scenario 1: (g)een aanvrager

binnen 18 weken na in ontvangst

Toetsing we�elijke vereisten

Toetsing we�elijke vereisten door alle gemeenteraden en opstellen advies aan Commissariaat

Samengaan bevorderen

nemen van aanvraag of aanvragen;

Aanvragers gaan niet samen door: voorkeursadvies nodig

Aanvragers gaan samen door

eenmaal uitstel mogelijk

Toetsing we�elijke vereisten én voorkeurscriteria en opstellen advies aan Commissariaat

Toetsing we�elijke vereisten en opstellen advies aan Commissariaat

Aanwijzingsfase Toetsing gemeentelijk advies door Aanwijzing door Commissariaat Nazorg en evt. overdracht

Toetsing en aanwijzing binnen 4 weken na het in ontvangst nemen gemeentelijk advies; bij meerdere aanvragen langer dan 4 weken

Figuur 8. Overzicht aanwijzingsprocedure lokale publieke omroep.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

17

4 Startfase De startfase bestaat uit vijf stappen: 1. Voorbereidingen treffen en het inrichten van de procedure (bij voorkeur minimaal 14 maanden voor de afloop van de aanwijzingstermijn). In deze stap bepaalt het gemeentebestuur (gemeenteraad en college van B&W) wat de onderlinge rolverdeling zal zijn en hoe sterk betrokken de raad, de griffie, de burgemeester en het college zullen zijn. Daarnaast wordt bepaald hoe samenwerking tussen meerdere aanvragers bevorderd kan worden (bijvoorbeeld wordt een procesbegeleider ingezet, of neemt de burgemeester de leiding hierin?). Tot slot kan worden bepaald welke voorkeurscriteria gehanteerd zullen worden voor de situatie dat de gemeenteraad een voorkeursadvies moet uitbrengen voor één van meerdere aanvragers. We geven in de handreiking verschillende afwegingen en suggesties voor het inrichten van de procedure. 2. Actie ondernemen bij de start van de aanwijzingsprocedure (14 maanden voor de afloop van de aanwijzingstermijn). Het Commissariaat informeert de gemeente over de start van de aanwijzingsprocedure. De gemeente kan ervoor kiezen zelf informatiesessies te organiseren voor potentiële aanvragers, om hen te helpen bij het opstellen van een goede aanvraag. 3. Publieke bekendmaking indieningstermijn door Commissariaat én gemeente (uiterlijk 12 maanden voor afloop van de aanwijzingstermijn).

Eén jaar voor de afloop van de aanwijzingstermijn kondigt het Commissariaat de indieningstermijn aan. Het is aanbevolen om de indieningstermijn ook als gemeente zelf aan te kondigen. 4. Vaststellen voorkeurscriteria (uiterlijk 11 maanden voor afloop van de aanwijzingstermijn). Het Commissariaat vraagt van gemeenten om de voorkeurscriteria (het Commissariaat noemt deze ook wel toetsingscriteria), die een lokale aanvulling kunnen zijn op de wettelijke vereisten, uiterlijk elf maanden voor de afloop van een aanwijzingstermijn bekend te maken. De gemeenteraad kan zich alleen baseren op deze vooraf opgestelde criteria bij het komen tot een voorkeursadvies. Aanvragers krijgen op deze manier tijdig de kans om in het meerjarenbeleidsplan een toelichting te geven op de invulling van deze uitgangspunten of criteria en komen niet voor verassingen te staan tijdens de aanwijzingsprocedure. 5. Aanvragen via Commissariaat ontvangen (uiterlijk 2 weken na verstrijken indieningstermijn aanvragen). Aanvragers dienen hun aanvraag in bij het Commissariaat. Er is een aantal standaard documenten die een aanvrager moet inleveren bij het Commissariaat voor een geldige aanvraag. Het Commissariaat stuurt de aanvragen door naar de gemeente. In veel gevallen is een aanvraag van een lokale publieke omroep gericht op één gemeente waar reeds een lokale omroep is aangewezen.

Er bestaan ook uitzonderingen, bijvoorbeeld bij een gemeentelijke herindeling, of een gebiedsuitbreiding van een bestaande omroep, of in een gemeente zonder lokale publieke omroep. Figuur 9. De startfase samengevat.

18

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

We beschrijven in onderstaande tabel de activiteiten per betrokken partij. In de (sub)paragrafen daarna geven we een toelichting op de onderdelen van de startfase. Partij

Activiteit in deze fase

Aanvragers (lokale omroepen)

• • • •

Gemeenteraad

• • • •

• • College van B&W of griffie

• • • • •

Commissariaat voor de Media

•

• • • • • • • NLPO

•

Stellen aanvraag voor aanwijzing op. Stelt representatief pbo vast en onderhoudt contact met gemeentebestuur over benodigde stromingen.20 Dienen uiterlijk zes maanden voor afloop van de aanwijzingstermijn de aanwijzingsaanvraag en andere stukken in bij het Commissariaat. Nemen kennis van de gestelde spelregels van de procedure en de geformuleerde voorkeurscriteria van de gemeente. Stelt kaders op voor het mediabeleid en stemt over het voorstel voor mediabeleid welke is opgesteld door/in samenwerking met het college van B&W (optioneel, maar wel aan te raden). Heeft budgetrecht en bepaalt de hoogte van bekostiging van de lokale publieke omroep. Richt de adviesprocedure voor de aanwijzing in. Anticipeert bij het inrichten van de adviesprocedure op de mogelijkheid dat er meerdere aanvragers zijn. Bepaalt hoe het samengaan tussen meerdere aanvragers bevorderd dient te worden, welke voorkeurscriteria gehanteerd worden (deze dienen gebaseerd te worden op het mediabeleid en landelijke wetgeving) en wie de aanvraag of aanvragen beoordeelt. De raad kan die bevoegdheid ook bij het college van B&W neerleggen. Maakt de voorkeurscriteria bij voorkeur uiterlijk elf maanden voor het aflopen van de aanwijzingsperiode bekend aan het Commissariaat en op de eigen website. Ontvangt van het Commissariaat aanvragen tot aanwijzing. Kan voorbereidend werk doen voor het op te stellen mediabeleid.

Zoekt naar mogelijkheden om het speelveld voor nieuwkomers toegankelijker te maken. Kan informatiebijeenkomsten voor (potentiële) aanvragers organiseren. Kan op verzoek van de raad helpen bij het inrichten van de adviesprocedure en het opstellen van de voorkeurscriteria. Onderhoudt contact met het Commissariaat over planning en voortgang van de aanwijzingsprocedure. Attendeert de gemeente en de huidige lokale omroep over het aflopen van de huidige aanwijzingsperiode en geeft hierbij aan wat de deadline is voor het indienen van de aanvragen. Dit gebeurt veertien maanden voor de afloop van de aanwijzing. Maakt op de website en in de Staatscourant bekend binnen welke periode de aanvragen voor de desbetreffende gemeente(n) kunnen worden ingediend. Kan toelichting geven in informatiebijeenkomst voor gemeenten over de aanwijzingsprocedure. Ontvangt de aanvragen voor de aanwijzing en controleert deze op volledigheid. Stuurt de aanvragen door naar de gemeente. Vraagt de gemeenteraad advies uit te brengen over ingediende aanvragen en/of de representativiteit van het pbo van een aangewezen omroep. Indien aanvragen onvolledig zijn, informeert het Commissariaat hierover bij de aanvrager. Houdt toezicht op de planning en verleent eventueel uitstel aan de gemeente voor het uitbrengen van het advies. Ondersteunt lokale omroepen en gemeenten.

Bijvoorbeeld door het geven van een toelichting in een informatiebijeenkomst voor gemeenten over de aanwijzingsprocedure. Een ander voorbeeld is het beschikbaar stellen van documenten (zoals een pbo-reglement) aan lokale omroepen en potentiële aanvragers.

Tabel 1. Overzicht betrokken partijen en activiteiten in startfase.

4.1

Stap 1. Voorbereidingen treffen en adviesprocedure inrichten Bij de startfase en met name tijdens de voorbereiding is het van belang om in ieder geval de inrichting en rolverdeling behorend bij de procedure vast te stellen. Daarnaast is het van belang om op de hoogte te zijn van de wettelijke vereisten en eventuele voorkeurscriteria vast te stellen. Zo kan voorkomen worden dat tijdens een aanwijzingsperiode in een korte tijd veel besluiten gemaakt moeten worden die achteraf gezien onvoldoende transparant en haalbaar waren voor aanvragers. Eventueel kunt u als gemeente ook mediabeleid vaststellen, waar de inrichting van en voorbereiding op de aanwijzingsprocedure onderdeel van zijn. Het opstellen van gemeentelijk mediabeleid is optioneel, maar valt wel aan te bevelen. In de volgende paragrafen beschrijven we uitgebreider de

20 De Mediawet stelt pluriformiteit als een van de kernwoorden voor de publieke opdracht van publieke omroepen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Om pluriformiteit te waarborgen spelen maatschappelijke stromingen met een aantoonbare achterban een rol bij publieke omroepen. Op lokaal niveau komt dit tot uiting middels een programmabegeleidend orgaan (pbo) welke bestaat uit leden afkomstig van de belangrijkste in de gemeente aanwezige maatschappelijke, culturele of geestelijke stromingen. Welke stromingen dit zijn zal lokaal per gemeente verschillen. Ministerie van OCW (2008). Vaststelling van een nieuwe Mediawet (Mediawet 2008): Memorie van toelichting. Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 31 356, nr. 3.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

19

wijze waarop een aanwijzingsprocedure ingericht kan worden. We raden aan om minimaal 14 maanden voor het aflopen van de bestaande aanwijzingstermijn te beginnen met de voorbereiding van de aanwijzingsprocedure. De wettelijke adviestermijn van 18 weken blijkt in de praktijk namelijk erg kort te zijn wanneer een gemeente meerdere aanvragen ontvangt en van tevoren weet je als gemeente nooit hoeveel aanvragen je zult ontvangen. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen eerder te beginnen met de voorbereidingen. Mediabeleid opstellen Zoals aangegeven is het opstellen van gemeentelijk mediabeleid optioneel, maar wel aan te raden. Gemeentelijk mediabeleid is breder dan alleen beleid rondom lokale publieke omroepen.21 Er is wel een koppeling tussen het lokale mediabeleid en de aanwijzingsprocedure: zo kan het mediabeleid zich onder andere richten op de bekostiging van de lokale omroep of een voorzet geven voor de voorkeurscriteria bij de adviesprocedure.22 De bekostiging van de lokale publieke omroep vaststellen De gemeenteraad stelt de bekostiging van de lokale publieke omroep vast. Het is van belang dat de bekostiging past bij de verwachtingen die de gemeente heeft van de lokale publieke omroep. Een voorbeeld: als de bekostiging erg laag is, is het lastig om van een lokale publieke omroep te verwachten dat het op álle kanalen media-aanbod levert.

Verwachtingen overeen lokale publieke omroep moeten aansluiten bij de eisen in de Mediawet en bij de beleidsregels van het Commissariaat. Een publieke media-opdracht voor de lokale publieke omroep vaststellen Gemeenten kunnen ook een publieke media-opdracht vaststellen. Het is hierbij belangrijk om te onthouden dat de Mediawet bemoeienis met de inhoud van lokale publieke omroepen nadrukkelijk uitsluit, om zo de onafhankelijkheid van de lokale publieke omroep te waarborgen.23 De Mediawet stelt dat de publieke mediaopdracht onder andere bestaat uit het verzorgen van publieke mediadiensten door het aanbieden van media-aanbod dat tot doel heeft een breed en divers publiek te voorzien van informatie, waaronder journalistieke inhoud, cultuur en educatie, via alle beschikbare aanbodkanalen.24 De gemeente kan in de lokale publieke media-opdracht zelf uitwerken wie valt onder het brede en diverse publiek en welke dorpskernen of stadsdelen hieronder vallen. Andere onderwerpen die terug kunnen komen, zijn bijvoorbeeld de te bereiken doelgroepen en de gevraagde aanbodkanalen.25 4.1.1

Inrichting en rolverdeling De inrichting van de adviesprocedure is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het inrichten van een gedegen adviesprocedure is belangrijk, omdat mogelijk meerdere partijen een aanvraag indienen. Het is noodzakelijk voor alle betrokken partijen om een duidelijk, transparant en kwalitatief goed proces in te richten en dit proces tijdig vast te stellen. 26 Het is van belang om minstens 14 maanden voor de afloop van de termijn deze keuzes te maken, om zo tijdig te anticiperen op de mogelijkheid dat er meerdere aanvragers zijn. De gemeenteraad dient zorg te dragen voor de invulling en uitvoering van de adviesprocedure, eventueel met behulp van praktische ondersteuning van het college van B&W. Bij de inrichting van de adviesprocedure hebben gemeenten wellicht al zicht op de mogelijke aanvragers voor de aanwijzing. Bijvoorbeeld omdat de gemeente informatiesessies over de

21 VNG (2020). Wachten kan niet meer: handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid. 22 VNG (2020). Wachten kan niet meer: handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid. 23 Mediawet 2008, artikel 2.1, lid 2d. 24 Mediawet 2008, artikel 2.1, lid 1a. 25 Ministerie van OCW (2019). Toekomst Mediabeleid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 32 827, nr. 178. Uit deze beleidsbrief komt naar voren dat de bepaling in de Mediawet 2008 ten aanzien van de publieke mediaopdracht ruimte geeft aan lokale publieke omroepen om naar eigen inzicht te bepalen welke aanbodkanalen zij gebruiken voor hun uitzendingen. 26 KWINK groep (2022). Procesevaluatie aanwijzingsprocedure en toekomstverkenning lokale publieke omroep Amsterdam, p. 23.

20

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

procedure heeft georganiseerd (zie paragraaf 4.2.2 voor meer), of omdat potentiële aanvragers al contact hebben gezocht met de gemeente over de aanwijzing. Het komt echter ook voor dat de gemeente niet op de hoogte is van het aantal potentiële aanvragers. Bij het inrichten van het proces kunnen de volgende vragen gebruikt worden om te komen tot een heldere invulling van de adviesprocedure: • Hoe dient samengaan van aanvragers te worden verkend? Proces • Wanneer is samengaan voldoende bevorderd door de gemeente? Proces • Aan welke voorkeurscriteria dient een lokale publieke omroep te voldoen? Inhoud • Hoe en door wie worden de aanvragers beoordeeld? Inhoud en proces • Wat is de status van het (voorlopige) oordeel voordat de gemeenteraad een advies formuleert? Proces • Hoe ziet eventuele nazorg eruit? Proces Gemeenten hanteren verschillende rolverdelingen tussen raad, griffie, college van B&W en burgemeester (afzonderlijk) bij de inrichting van de procedure. Het is belangrijk om bewust een keuze te maken voor een bepaalde rolverdeling, afhankelijk van de situatie in de gemeente. Zaken die van invloed kunnen zijn op de keuze, zijn bijvoorbeeld de portefeuilleverdeling tussen burgemeester en college van B&W, het aantal aanvragen die de gemeente doorgaans ontvangt en/of de raads- en bestuurscultuur.

We geven in onderstaande tabel een aantal voorbeelden van de wijze waarop de rolverdeling tussen raad, college van B&W, griffie en burgemeester ingericht kan worden. We maken hierbij een indeling tussen een sterk betrokken raad, een sterk betrokken griffie, een sterk betrokken burgemeester en een sterk betrokken college van B&W. Ongeacht welke rolverdeling gekozen wordt, is samenwerking en/of afstemming tussen deze partijen altijd nodig. Het verschil zit hem in de vraag wie het voortouw neemt in de besluitvorming en in het voorbereidend werk, zowel inhoudelijk als procesmatig. In onderstaande tabel beschrijven we eerst de eigenschappen die bij de verschillende rollen horen, per keuze in de rolverdeling. Daaronder geven we enkele afwegingen mee aangaande de rolverdeling. Deze verdelingen zijn opgesteld aan de hand van verschillende gesprekken met raadsleden, ambtenaren en burgemeesters. Onderstaand figuur is dan ook niet een uitputtende weergave van de afwegingen en rolverdelingen. De tabel is bedoeld als inspiratie voor de gemeente. Sterk betrokken raad •

•

•

Sterk betrokken griffie

Raad wordt vooraf betrokken • bij het bepalen van de wijze waarop samengaan bevorderd wordt • Raad bepaalt vooraf welke uitgangspunten (voorkeurscriteria) gehanteerd moeten worden voor het beoordelen • van aanvragen Raad bepaalt op welke wijze de aanvragen beoordeeld worden (bijv. middels een tijdelijke adviescommissie, een onafhankelijke beoordelaar, etc)

Griffie coördineert proces (evt. in samenwerking met college van B&W) Griffie zorgt voor uitwerking van de verschillende processtappen en bijbehorende stukken Griffie werkt voorkeurscriteria uit (indien relevant) en doet voorstel voor wijze waarop aanvragen beoordeeld worden, evt. met aanzet vanuit college van B&W

Sterk betrokken burgemeester

Sterk betrokken college van B&W

•

•

•

•

•

•

Lokale publieke omroep zit in portefeuille van burgemeester Doet voorstel voor of bepaalt wijze waarop samengaan bevorderd wordt Voert zelf verkenning van samengaan uit of besteedt dit uit aan onafhankelijke mediator Doet voorstel voor of bepaalt de voorkeurscriteria, en voert beoordeling op basis van de criteria zelf uit of laat dit uitvoeren Raad stemt over voorstel(len) van de burgemeester

•

•

•

•

Lokale publieke omroep zit in portefeuille van een wethouder Doet voorstel voor of bepaalt wijze waarop samengaan bevorderd wordt, en voert dit zelf uit of laat dit uitvoeren Voert zelf verkenning van samengaan uit of besteedt dit uit aan onafhankelijke mediator Doet voorstel voor of bepaalt de voorkeurscriteria, en voert beoordeling op basis van de criteria zelf uit of laat dit uitvoeren Raad stemt over voorstel(len) van de wethouder

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

21

Afwegingen

Afwegingen

Afwegingen

Afwegingen

•

Kan helpen bij een complex en • gevoelig aanwijzingsproces met meerdere aanvragen doordat op deze manier twijfel bij de raad voorkomen wordt over het gevolgde proces en de gemaakte keuzes

Advisering is formeel taak van raad, het proces dan ook laten dragen door de griffie

•

Vanwege de complexiteit en • politieke gevoeligheid kan het helpen om dit dossier te beleggen bij de burgemeester

Het is ook op andere dossiers gebruikelijk dat het College van B&W voorstellen doet aan de raad.

•

Kan draagvlak voor het proces vergroten bij raadsleden; voorkomt dat bij de besluitvorming de raad het achteraf oneens is met de gekozen processtappen

•

Geen schijn van partijdigheid als proces gedragen wordt door griffie i.p.v. door raad, college van B&W of burgemeester

•

Bij een fusiegemeente kan het helpen dat de burgemeester van deze nieuwe gemeente het voortouw neemt in het proces

•

In gemeenten waar doorgaans één aanvrager is, draagt het college van B&W vaak zorg voor de adviesprocedure

•

Minder noodzakelijk om de raad op deze wijze te betrekken als er maar één aanvrager lijkt te zijn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=ffb6c79b-984d-457f-a7b6-7bd41ed465a5