2 Ruimtelijke onderbouwing definitieve vvgb vleesvarkensstal Rijstraat 102
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
27
M165610. 022/FSC
Zoals eerder al is vermeld vraagt realisatie van onderhavig planvoornemen om maatwerk, zie paragraaf 5. 5. De afspraken hieromtrent worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Sittard-Geleen. 3. 3. 4
Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op het vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.
28
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
EN ed aelmans
venoanrs
Milieutechnische
Bij de realisering
van
aspecten
planontwikkeling
een
in de eerste
moet
plaats rekening worden gehouden
met
aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het projectgebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk
de
milieuaspecten
bodem,
geluid, milieuzonering,
luchtkwaliteit
veiligheid
externe
en
onderzocht.
4.1
Bodem Indien
sprake
is
van
Ten
behoeve
uitgevoerd. Op basis
deze
van
De
aanwezigheid enige
Recent
planontwikkeling
Van
Aelmans
worden
te
bezien
Eco
BV een
is opgenomen
historisch
als bijlage
of
de
gebruik.
bodemonderzoek
4 bij deze
toelichting.
de locatie luidt, op basis
van
is het
aanwijzingen geweest, welke zouden kunnen wijzen
geen
bodemverontreiniging.
van
‘Tijdelijk handelingskader Echter
is
hieromtrent
landbouwgrond verwachten wij ook van
is door
zijn tijdens de terreininspectie
opgesteld.
plaatse geschikt
dient
is voor het voorgenomen
zijnde historische informatie zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op de activiteiten. en/of bodembedreigende mogelijke bodemverontreinigingen
van
vorm
Ten aanzien
functiewijziging,
ter
volledige rapportage van dit onderzoek
Uit de voorhanden
op
de bodem
van
het verrichte onderzoek kan het volgende worden gesteld:
van
Daarnaast
planologische
een
milieuhygiënische kwaliteit
vorenstaande, de hypothese: onverdacht.
van
hergebruik
voor
veel
nog
niet dat
van
PFAS houdende Gezien
onduidelijkheid.
grond
het
baggerspecie’
en
huidige
onderhavige onderzoekslocatie verdacht
gebruik
als
is ten
opzichte
het
historisch
PFAS.
belang
is
dat
voorts
bodemonderzoek
beperkt
de is
verantwoordelijkheid de
tot
resultaten
ten
Aelmans
van
grondslag
Eco
liggende
B.V.
de
en
voor
het moment
op
van
onderzoek ter beschikking staande gegevens.
Op ca. 300
afstand
meter
van
de planlocatie is op de hoek Rijstraat
bodemonderzoek
uitgevoerd,
analyseresultaten
is
aldaar
concentraties voorkomen.
maximale
eveneens
gebleken
bevestigd.
landbouwgrond
zou
ook
achtergrondwaarde
hier
de
wonen/industrie
en
men
dat
een
de
perceel
concentraties
Rothweg
recent een verkennend
(geanonimiseerd) .
van
PFOA
en
PFOS
in
Uit
licht
ce
voor
De
hypothese “onverdacht”
Op
basis
van
de locatie Rijstraat
(AW2000})
de hypothese ‘onverdacht’
voor
bevindingen
die locatie en
het
huidige
basis
niet de van
de
gebruik
als
102 eveneens kunnen
verwachten dat beide stoffen
overschrijden,
niet
maar
de
maximale
waarde
blijft gelden.
Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,
deze
is op
Pras
verhoogde
Beide stoffen overschrijden de achtergrondwaarde (AW2000} doch
waarde wonen/industrie.
onderzoeksresultaten
op
—
Rijstraat 102
&
te Guttecoven
Omgeving Milieu
BV
29
M165610. 022/FSC
In de nieuwe situatie is binnen de inrichting sprake van opslag van: -
drijfmest;
-
reinigingswater;
-
kadavers;
-
spuiwater;
-
-
bestrijdingsmiddelen (ongedierte), ontsmettingsmiddelen, diergeneesmiddelen; brandstof in de noodstroomaggregaat.
reinigingsmiddelen
en
De inrichting is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied, grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. Binnen de inrichting worden overeenkomstig het gestelde in het Activiteitenbesluit milieubeheer alle benodigde (combinaties van) voorzieningen getroffen om te komen tot een
verwaarloosbaar bodemrisico. Gelet op vorenstaande planontwikkeling.
4. 2
vormt
het aspect
bodem
geen
belemmeringen
voor
de
beoogde
Geluid Met
betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai.
van
geluidbelasting
als gevolg
van
Voor de beoogde ontwikkeling speelt enkel het aspect wegverkeerslawaai en industrielawaai een rol. Het projectgebied is gelegen in de ‘geluidzone - industrie’ en ‘geluidzone – weg’. Binnen deze zones mogen geen geluidgevoelige objecten worden opgericht. Een stal is strikt bezien geen geluidgevoelig object. Een akoestisch onderzoek (wegverkeerlawaai en industrielawaai is derhalve niet van toepassing.
Gelet op vorenstaande planontwikkeling.
4. 3
vormt
het
aspect
geluid
geen
belemmeringen
voor
de
beoogde
Milieuzonering Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. voor -
De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord.
30
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M165610. 022/FSC
Geluid Met betrekking tot de geluidbelasting van onderhavige ontwikkeling op geluidgevoelige objecten in de omgeving dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen onevenredige toename van de geluidbelasting op gevoelige objecten met zich meebrengt. De beoogde bedrijfsvoering valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer); het betreft een type B Inrichting met OBM
(Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets) De bedrijfsvoering dient te voldoen aan de geluidsgrenswaarden zoals die gelden op grond van het Activiteitenbesluit. Voor de beoordeling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening is in onderhavig onderzoek gebruik gemaakt van bijlage 5 uit de VNG-publicatie. Deze omschrijft voor de beoordeling van
geluidhinder het volgende stappenplan: 1. Indien de richtafstand niet wordt overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven, buitenplanse inpassing is mogelijk. 2. Indien stap 1 niet toereikend is, dient met een geluidonderzoek (vanaf deze stap noodzakelijk) aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de geluidbelastingen voor stap 2 als weergegeven in figuur 15. Indien voldaan wordt is buitenplanse inpassing mogelijk. 3. Indien stap 2 niet toereikend is, dient met een geluidonderzoek aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de geluidbelastingen voor stap 3 als weergegeven in figuur 15. Indien voldaan wordt, is buitenplanse inpassing mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. 4. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn.
Figuur 15. . Geluidgrenswaarden VNG brochure ’Bedrijven en Milieuzonering” (2009). 1) Exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer
De planlocatie is overeenkomstig de VNG-brochure gelegen in gebiedstype “gemengd gebied”. Stap 1. De onderhavige inrichting is een categorie 4. 1 inrichting (SBI-code 0146, Fokken en houden van varkens). Hierin wordt voor geluid een richtafstand aangegeven van 50 meter. Deze richtafstand geldt ten opzichte van een rustige woonwijk en mag, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. In onderhavig geval mag de richtafstand van 50 meter dus verlaagd worden naar 30 meter. Woningen van derden (niet zijnde de plattelandswoning Rijstraat 102) zijn echter gelegen op meer dan 30 meter van de inrichtingsgrens. Conclusie: er wordt voldaan aan stap 1.
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
31
M165610. 022/FSC
Stap 2, 3 en 4. Deze zijn verder niet meer aan de orde. Geur De handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft voor bedrijven t. b. v. het fokken en houden van varkens voor het aspect geur een richtafstand van 200 meter tot gevoelige objecten. Het meest nabij geurgevoelig object, Rijstraat 25, ligt op meer dan 200 meter van de emissiepunten van de dierverblijven bij Rijstraat 102. Milieuzonering t. a. v. het aspect geur vormt voor het planvoornemen
derhalve geen belemmering. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: • Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld in de Regeling
geurhinder object; •
en
veehouderij (Rgv) geldt een maximale geurbelasting
op
een
geurgevoelig
andere diercategorieën waarvoor geen emissienormen zijn vastgesteld geldt een minimale afstand van het emissiepunt van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige voor
objecten. Voor veehouderijen, waaronder ook dit planvoornemen, die onder het Activiteitenbesluit vallen is aangesloten bij deze systematiek uit de Wgv. Dat wil zeggen dat ook onder het Activiteitenbesluit het beoordelingskader voor geurhinder van toepassing is. Dit wordt verder beoordeeld in onderstaande paragraaf 4. 4. 1 ‘Geurhinder’. Stof en gevaar De richtafstand voor stof bedraagt 30 meter en voor gevaar 0 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering planontwikkeling.
4. 4
voor
de
voorgenomen
Geur, luchtkwaliteit en ammoniak Alvorens in te
gaan op de aspecten geur, luchtkwaliteit en ammoniak volgt ter verduidelijking onderstaand eerst een overzicht van de omvang en de betreffende emissies volgens de vergunde situatie en de nieuwe situatie.
Actuele vergunning Het bedrijf heeft de beschikking over een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (29-08-2013) en de Wet milieubeheer. Er is vergunning voor het houden van 830 vleesvarkens op de locatie Rijstraat 102 te Guttecoven. Naar aanleiding van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen en er in dit planvoornemen sprake is van intern salderen, moet voor het bepalen van de ammoniakemissie in de vergunde situatie uitgegaan worden van de emissie op grond van het Besluit emissiearme huisvesting zoals dat geldt op het moment van indiening van de aanvraag voor een natuurvergunning. In onderhavig geval betekent dit dat gerekend moet worden met een ammoniakemissie van 1,6 kg per dier per jaar.
32
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M165610. 022/FSC
De omvang
van deze
vergunning is in onderstaande tabel weergegeven:
Nieuwe situatie De omvang voor de nieuwe situatie aan de Rijstraat 102 is in onderstaande tabel weergegeven:
4. 4. 1
Geurhinder Als toetsingskader voor het aspect geur dient de Wet geurhinder en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij. In onderhavig planvoornemen is sprake van een veehouderij waar dieren worden gehouden met een geuremissiefactor, zijnde de biggen en de vleesvarkens. Voor het berekenen en toetsen van geurverspreiding uit veehouderijen met dieren waarvoor een geuremissienorm is vastgesteld in de Rgv. is het gebruik van V-Stacks vergunning verplicht. Dit is terug te lezen in artikel 2 lid 1 Regeling geurhinder en veehouderij. Het is niet toegestaan om de verspreiding van geur uit dierenverblijven in het kader van vergunningverlening te berekenen met andere modellen. Met behulp van het geurberekeningsmodel “V-stacks vergunningen” wordt de geurbelasting getoetst die het bedrijf heeft op de geurgevoelige objecten in de omgeving. De locatie Rijstraat 102 is gelegen in het buitengebied en ligt op ca. 500 meter afstand noordwestelijk van de bebouwde kom van Guttecoven. Daarnaast liggen er in de nabijheid van het bedrijf enkele burgerwoningen. De gemeente Sittard – Geleen heeft geen geurverordening vastgesteld. Voor de geurbelasting op gevoelige objecten binnen de bebouwde kom geldt derhalve een norm van max. 2 OUe/m,3 buiten de bebouwde kom (buitengebied) geldt een norm van max.
8 OU/m.3 Voor geurgevoelige objecten die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij, waaronder Rijstraat 100, gelden niet de maximale geurbelastingen, maar de minimale afstanden van 100 m binnen de bebouwde kom en 50 m. buiten de bebouwde kom. In de nieuwe situatie is de kortste afstand van emissiepunt van een dierenverblijf tot de woning Rijstraat 100 meer dan 50 meter.
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
33
M165610. 022/FSC
De geurtoetsing met het programma V-Stacks heeft plaatsgevonden de directe nabijheid van het bedrijf alsook op ruimere afstand Guttecoven, namelijk:
De resultaten
25 geurgevoelige objecten in en in de bebouwde kom van
op
de geurberekening in de nieuwe situatie wordt in het navolgende overzicht weergegeven. (Voor inputgegevens t. a. v. de luchtwassers zie de dimensioneringsplannen in de bijlage 2). Bij luchtwassers met een grote rechthoekige uitstroomopening moet nu echter met een diameter van 1,0 m. worden gerekend. Bij openingen in de dakconstructie, zoals bij de vleesvarkensstal, moet als emissiepunthoogte het laagste punt van de opening worden aangehouden, zijnde 6,49 meter Dit wordt door het programma afgerond op 6,50 meter. van
.
34
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
aelmans
M165610.022/FSC
berekend met: V-Stacks Vergunning 2020
Gegenereerd
op:
Naam
de
berekening: 22-03-2022
op:
2022-03-22
van
Gemaakt
22-03-2022
Release juli 2020
(c)DNV GL
Page
1
13:22:28
Rekentijd: 0:00:39 Naam
van
het
Berekende
MN
‚<…:e Rijstraat 102
bedrijf: Maatschap (geanonimiseerd)
ruwheid:
0,238
m
Brongegevens:
3
Biggenstal 1.2
Geur
gevoelige locaties:
Figuur
Uit de
16.
Resultaten
resultaten
geurberekening
184 940
337 013
184 954
336 961
184 943
336 973
nieuwe
3,4
1,0
0,97
20 574
6,0
10
1,02 0,77
3460
3,8
4 300
3,9
1,0
336 531
8,0
2,2
336 507
8,0
1,9
336 467
2,0
16
336 662
5,0
4,1
336 584
5,0
3,0
337 346
8,0
4,5
337 357
8,0
4,6
336 450
2,0
1,6
336 985
8,0
1,3
337 060
5,0
4,2
337 090
8,0
4,5
337 233
8,0
2,2
337 339
8,0
27
337 387
8,0
2,9
337 422
8,0
3,0
336 497
2,0
1,7
336 599
20
1,9
336 467
20
1,6
336 437
2,0
1,5
336 469
2,0
16
336 498
2,0
1,7
336 516
2,0
1,7
336 530
2,0
18
336 550
20
1,8
336 420
20
1,3
situatie
Rijstraat 102
de geurtoets blijkt dat de geurbelasting op alle toetspunten onder de wettelijke Binnen de bebouwde kom is sprake van een goed tot zeer goed woon- en leefklimaat. van
geurnorm
blijft.
Buiten de
bebouwde
Op grond
van
kom is sprake
artikel 5
van
van
een
redelijk goed
de Wet geurhinder
en
tot
goed
woon-
en
leefklimaat.
veehouderij, dient de afstand
dichtstbijzijnde dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelige object binnen minimaal 50 meter te bedragen. Buiten de bebouwde kom is dit 25 meter. Ook
van
de gevel
van
het
de
bebouwde
aan
deze wettelijke
kom
afstand wordt ruimschoots voldaan.
Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,
Rijstraat 102
&
te Guttecoven
Omgeving Milieu
BV
35
M165610. 022/FSC
Conclusie: In de nieuwe situatie wordt voldaan aan de wettelijke normering (8 OUe/m 3 voor het buitengebied en 2 OUe/m 3 voor de bebouwde kom. Het houden van vleesvarkens en biggen op de locatie Rijstraat 102 heeft geen nadelig invloed op het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf. Er is nog altijd sprake van een redelijk goed – goed – zeer goed woon- en leefklimaat. Het plan is derhalve uitvoerbaar op grond van de Wet geurhinder en veehouderij. 4. 4. 2
Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5. 2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5. 2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Het doel
titel 5. 2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. van
Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5. 16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. Fijn stof
Fijnstofemissie De bestaande situatie op de locatie Rijstraat 102 kent een fijnstofemissie van: 126,99 kg/jr. In de aangevraagde situatie bedraagt de fijnstofemissie: 98,22 kg/jr. De fijnstofemissie van de locatie Rijstraat 102 neemt in de nieuwe situatie af met 28,77 kg/jaar(± 23%). PM10 In bijlage 2 behorende bij de artikelen 4. 9, 8. 4 en titel 5. 4 van de Wet milieubeheer is ten aanzien van zwevende delen (PM10) o. a. het volgende gesteld: - 40 microgram per m 3 als jaargemiddelde concentratie; - 50 microgram per m 3 als 24-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 35 maal per kalenderjaar mag worden overschreden.
Als berekeningsmodel is voor de toetsing van de fijnstof uitstoot gebruik gemaakt van het ISL3aprogramma (versie 2022_1). Als rekenjaar is 2023 gekozen, omdat realisatie van plan vanwege de te doorlopen procedures niet meer in 2022 plaats zal vinden. Met dit programma bestaat de mogelijkheid om de stofbelasting op gevoelige objecten te toetsen. Als gevoelige objecten zijn de locaties gekozen die eveneens getoetst zijn in het kader van geur (Wgv). Ook de woning Rijstraat 100 is nu opgenomen in de berekening. Uit de toetsing blijkt dat wordt voldaan aan de normering uit de wet.
36
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
Saelmans In
navolgende
weergegeven.
figuur
worden
voor
(Voor inputgegevens
Bij luchtwassers 1,0
17
venoanrs
de
nieuwe
situatie
bij Rijstraat
t.a.v. de luchtwassers zie de
102
de
resultaten
dimensioneringsplannen
in
van
ISL3a
bijlage 2).
grote rechthoekige uitstroomopening moet nu echter met een diameter van worden gerekend. Bij openingen in de dakconstructie, zoals bij de vleesvarkensstal moet als
m.
met een
emissiepunthoogte het laagste punt
van
de opening worden
aangehouden, zijn afgerond 6,50
meter.
Gegenereerd met ISL3a Versie 2022_1, Rekenhart Release 20 april 2022
Gebiedsgegevens Naam
van
deze berekening: 30-09-2023
Berekend op: 2022/09/30
16:30:13
Project. Maatschap EN (geanonimiseerd) RD X coordinaat:
184 500
Lengte X:0
RD Y coordinaat:
336 300
Breedte Y:1500
Berekende ruwheid:
0.332
Eigen ruwheid
Aantal Gridpunten X: 1500 Aantal Gridpunten Y:
[]
Rekenjaar: 2023
Type Berekening:
PM10
Soort Berekening:
Contour
Uitvoer directory:
(geanonimiseerd) cuttecoven\rijstraat 102\Onderzoeken\Fijn stof30-09-2022 R:\klanten\N
Te beschermen
Toets afstand:n.v.t.
object
RD X Coord.
Naam:
Onderlinge afstand: n.v.t.
RD Y Coord.
[m)
[m]
Rijstraat 19
185 042
336 531
Rijstraat 8
185
164
336 467
Rijstraat 100
184 992
336 922
Bergstraat 24
184 802
Rijstraat 4
185
186
185
332
185
514
185
389
185
324
Bomerweg
0
Eigen ruwheid: 0.000
35
Concentratie [microgram/m3}
Overschrijding [dagen]
185 262 185 257 185
346
185 222 Veersestraat 36
185 232
336 437
Veersestraat 43
185 260
336 498
Veersestraat 51
185 298
Swentiboldstraat 17
185
Figuur
17.
Resultaten
339
336 420
14.85
6.0
berekening fijnstof (ISL3a)
Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,
Rijstraat 102
&
te Guttecoven
Omgeving Milieu
BV
37
M165610. 022/FSC
Vervolg figuur 17.
38
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M165610. 022/FSC
Vervolg figuur 17.
Uit de resultaten blijkt dat bij het houden van vleesvarkens en biggen op de locatie Rijstraat 102 op alle gevoelige objecten ruimschoots wordt voldaan aan de normen voor fijnstof. Zoals hiervoor al is vermeld bedraagt de norm voor de jaargemiddelde concentratie van PM 10 max. 40 μg/m.3 Verder mag de daggemiddelde concentratie van 50 μg/m 3 op niet meer dan 35 dagen per jaar overschreden worden. Op de getoetste objecten varieert de jaargemiddelde concentratie van 14,85 tot 15,28 μg/m.3 Dit ligt ruim onder de 40 μg/m.3 Het aantal overschrijdingsdagen bedraagt 6,0 dagen. Dit ligt ruim onder de toegestane 35 dagen. De fijn stofbelasting op de te beschermen objecten in de directe omgeving van het bedrijf voldoet aan de wettelijke normering.
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
39
M165610.022/FSC
PMos In
de
EU
richtlijn luchtkwaliteit
2008
van
zijn
normen
opgenomen
PM‚s.
voor
Deze
zijn
in de
Wet
milieubeheer overgenomen.
Bij PM2,5 zijn fijn stofdeeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Deze zijn naar huidige inzichten schadelijker voor de gezondheid dan PM. In bijlage 2 van de Wm zijn plandrempels, richtwaarden,
blootstellingsconcentratieverplichting en grenswaarden
een
Voor de
vergunningverlening van veehouderijen jaargemiddelde grenswaarde van belang. geldt vanaf 1 januari 2015. Ze geldt naast de grenswaarden voor PMio. De grenswaarde bedraagt
Deze op
dit moment
25
De
grenswaarde
voor
zijn
opgenomen.
is alleen de
geen
microgram
PM; gaat
belangrijke bron
Als de luchtkwaliteit
per m3,
niet voor
fijn
van
22
in de
agrarische
sector zorgen. De
veehouderijen
voldoet, dan geldt dit ook voor de PM», PMz,s
voor
in Nederland
normen.
ruimschoots onder de grenswaarde
juli 2015).
Cumulatief toetsen Om
problemen
normen
Daarbij ligt de achtergrondconcentratie (InfoMil d.d.
als jaargemiddelde concentratie.
stof uitstoot.
de PMo
aan
gedefinieerd
te voorkomen
fijnstof veehouderijen dat nieuwe ontwikkelingen bij veehouderijen leiden tot nieuwe
fijnstofknelpunten, fijnstofemissie (PM:o) als gevolg van de nieuwe ontwikkeling bij die veehouderij ook worden hoeveel fijnstof veehouderijen binnen een straal van 500 meter van de
naast de
moet
onderzocht
veehouderij
die
met
nieuwe
achtergrondconcentratie sprake Is de
is van
ontwikkeling
produceren.
Verder
is en of er aan de hand van deze gegevens ter
overschrijdingen
van
de grenswaarden
achtergrondconcentratie hoger dan
van
plaatse
van
belang
de
wat
gevoelige objecten
zwevende deeltjes.
voor
ug/m?
fijnstofemissie (PM:o) bij de omliggende bedrijven hoger dan 500 kg per jaar, dan dient er cumulatief getoetst te worden op fijnstof afkomstig uit die veehouderijen. Wanneer de fijnstofemissie (PM:o) van die veehouderijen hoger is dan 800 kg per jaar dient er,
De
achtergrondconcentratie
ug/m?.
Binnen
een
ter
plaatse
het RIVM bedraagt de achtergrondconcentratie ter plaatse
van
500
straal
meter
Rijstraat
van
102
van
emissienormen
vastgesteld
gehouden hoeft
te worden
aan
waardoor in een
500
kg.
Het
met
fijnstof
toetsen
102 is derhalve
102 is een
goed
woon-
Invloed verkeer op
de
cumulatieve
jaar. Dit ligt ver onder de Rijstraat
met
ligt bij Rijstraat
100
een
Hg/m®. Volgens Rijstaat
102
paardenhouderij
en
van
de
op
(geanonimiseerd) ze!f. Voor paarden zijn geen fijnstofMM
paardenhouderij
Rijstraat
op
100
geen
rekening
Bij het zeugenbedrijf van Maatschap (geanonimiseerd) de conform de vigerende vergunning 113,08 kg per bedraagt fijnstofemissie
de Rijstraat 12
cumulatief
te worden.
de locatie Rijstraat 102 is lager dan 27
van
van
Rijstraat 12 ligt het zeugenbedrijf de Maatschap
(geanonimiseerd) mm
is de
en
ongeacht de achtergrondconcentratie, altijd cumulatief getoetst
kaart (GCN 2021} 16,78
27
is
niet van en
uit
toets.
veehouderijen
toepassing.
Voor de
binnen
een
straal
van
500
meter
omgeving
rondom
gevoelige objecten
in de
vast
wanneer
project ‘niet in betekenende
van
bepaalde stoffen
van
Rijstraat
leefklimaat gewaarborgd.
fijnstof en stikstofdioxide
Het besluit NIBM Deze
Algemene maatregel
van
de toename
Bestuur
(AmvB) legt
mate!
bijdraagt
aan
NIBM
wanneer
het aannemelijk is dat het een toename
3%. De 3% grens wordt van
40
fijn
van
gedefinieerd
concentraties
als 3%
van
van
overeen
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 Aelmans Ruimte,
&
in de
lucht. Een
de concentratie veroorzaakt
de grenswaarde
stof (PM1o) of stikstofdioxide (NO>). Dit komt
een
voor
met
1,2
te Guttecoven
Omgeving Milieu
BV
van
project
is
maximaal
de jaargemiddelde concentratie
microgram/m? voor zowel
PM:o
M165610. 022/FSC
als NO.2 Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Met behulp van de NIBM-tool 2022 van InfoMil kan doorgerekend worden wat de invloed is van het extra aantal voertuigbewegingen van en naar de inrichting op de emissies van fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De NIBM-tool berekent in een worst-case situatie de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van onderhavig planvoornemen neemt iets toe. Worst-case is een toename per dag aan extra verkeer aangehouden van: 1 zware vrachtwagen (2 voertuigbewegingen), 1 middelzware vrachtwagen (2 voertuigbewegingen) en verder 2 personenauto’s of busjes (4 voertuigbewegingen), wat al erg veel is. Wanneer deze aantallen worden ingevoerd in de NIBM-tool 2022, dan blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Zie onderstaande figuur 18.
Figuur 18. Uitdraai NIBM-tool 2022.
Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Dit besluit is op onderhavig planvoornemen niet van toepassing. Conclusie luchtkwaliteit Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit planontwikkeling.
geen
belemmeringen
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
voor
onderhavige
41
M165610.022/FSC
4.4.3
Ammoniak Ammoniakemissie De bestaande
situatie kent op
basis
huisvesting een ammoniakemissie
de
van
1.328
kg/jaar. Dit is een afname
naar
1.049
Wet
natuurbescherming
In
van
de nieuwe
situatie
is geen
sprake
norm
kg/jaar. kg/jaar,
van
279
van
een
NH3/dier/jaar
1,6 kg
van
uit het Besluit emissiearme
In de nieuwe situatie daalt de ammoniakemissie
of te wel 21 %.
toename
de ammoniakemissie
van
depositie.
en
Het
bedrijf beschikt over een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming: Vergunning Artikel 16/19d Natuurbeschermingswet 1998.
(geanonimiseerd) te Guttecoven. WN
Maatschap
Zaaknummer: 2013-0355. kenmerk: 2013/48268 d.d. 29 augustus 2013’. Voor de nieuwe situatie is een wijzing van de vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd.
Aangezien Natura
er
daling
een
van
NOx- en ammoniakemissie
Invloed 2000
de ammoniakemissie
ontstaat heeft dit enkel
positieve effecten
op de
2000-gebieden.
van
de NOx-
gebieden,
is vanwege de
te verwachten.
Dit
De
gebieden. Uitgaande
in de
NIBM-tool
de
inrichting
en
een
toename
van
als gevolg
grote afstand
resultaten geven
2000
in
(gebruiksfase)
van
de
de Aerius-calculator
van
de stikstofeffecten
paragraaf 4.4.2 (blz. 39), blijkt uit de de afname
met
van
2000
Natura niet
(wettelijk toegestaan
activiteit weer
(weekdaggemiddelde),
rekenresultaten
voor
de Natura
zoals opgenomen
dat het verkeer
van
en
uit de
niet
leidt tot
stallen,
naar
gebieden.
nieuw en de
—
deze
de ammoniakemissie
van
stikstofdepositie op Natura
Aerius-verschilberekening vergund
op de
het projectgebied tot de Natura 2000 gebieden
van
de extra voertuigbewegingen
in combinatie
Aerius calculator
de geringe verkeerstoename
van
blijkt ook uit de toets met behulp
rekenprogramma).
Zie voor de
door verkeer
ammoniakemissie
en
resultaten bijlage 3a
en
3b
rekent niet verder dan 25 km vanaf de emissiepunten. Omdat in deze sprake is van en de beoogde situatie, is er dus sprake van
verschillende emissiepunten tussen de referentiesituatie randeffecten.
In verband
duidelijk zichtbaar dat
NOx- en ammoniakemissie
Invloed
van
Natura
2000
gebieden
de
NOx-
en
gebieden,
deze
met
er geen
randeffecten
sprake
door
is van
is
Dit
de
toegestaan rekenprogramma}). de Natura 2000 gebieden. Uitgaande blijkt
als gevolg
grote blijkt ook uit de
vanwege
De
12,
geeft bijlage toename
werktuigen/machines
ammoniakemissie
niet te verwachten.
bijlage
een
en
verkeer in de
van
de
afstand
van
de
van
inzet
de
van
rekenresultaten
opgenomen
afname
van
de ammoniakemissie uit de stallen, niet leidt tot
Natura
2000
is er worse
case
een
de
en
is
het bouwverkeer in combinatie
toename
de
van
de
2000
(wettelijk weer
realisatiefase
zelfs vanuit gegaan
op
Natura
deze activiteit
van
werktuigen
dat de
tot
de Aerius-calculator
resultaten geven de stikstofeffecten
uit de
het bouwplan
van
projectgebied
behulp
toets met
Hierin
weer.
realisatiefase)
realisatiefase het
van
in
gebieden. Hierbij
3b de juiste effecten
de depositie
van
voor
zoals
met
de
stikstofdepositie op
dat gedurende
het realisatiejaar
van
het totale plan de biggenstal al voor
Zie
voor
en
13b. Aerius calculator rekent niet verder dan 25 km vanaf de emissiepunten. Omdat in deze sprake
is van
42
de
Aeriusverschilberekening
half jaar in gebruik kan worden genomen. realisatie nieuwbouw en de resultaten bijlage 13a vergund een
—
verschillende emissiepunten tussen
de referentiesituatie
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 Aelmans Ruimte,
&
en
te Guttecoven
Omgeving Milieu
BV
de realisatiefase, is er dus sprake
M165610. 022/FSC
randeffecten. In verband met deze randeffecten geeft bijlage 13b de juiste effecten weer. Hierin is duidelijk zichtbaar dat er geen sprake is van een toename van de depositie van
Omgevingsverordening Limburg 2014, paragraaf 3. 1 Veehouderijen en Natura 2000. Op grond van artikel 3. 1. 2 van deze verordening, mogen nieuwe stallen geen grotere ammoniakemissie per dierplaats hebben dan de maximaal toegestane emissie als opgenomen in de bijlage behorende bij artikel 3. 1. 2. In de betreffende bijlage is voor biggen een norm opgenomen van 0,1 kg NH3 per dierplaats per jaar en voor de vleesvarkens is een norm opgenomen van 0,45 kg NH3 per dierplaats per jaar. Met de toe te passen stalsystemen D1. 1. 15. 4 en D3. 2. 15. 4 wordt voldaan aan deze verordening.
Besluit emissiearme huisvesting Met de aanvraag wordt eveneens voldaan aan het Besluit emissiearme huisvesting. Het Besluit emissiearme huisvesting stelt dat bij biggen de maximale emissiewaarde voor ammoniak niet hoger mag zijn dan 0,21 kg/dier/jaar. Voor de vleesvarkens (niet zijnde een IPPC bedrijf) geldt dat de maximale emissiewaarde voor ammoniak niet hoger mag zijn dan 1,5 kg/dier/jaar. Met een emissie van 0,1 kg NH3 per dierplaats (biggen) en 0,45 kg NH3 per dierplaats per jaar (vleesvarkens) wordt hier dus ruimschoots aan voldaan.
Conclusie ammoniak Gelet op vorenstaande vormen de ammoniakemissie en de gekozen stalsystemen in de nieuwe situatie geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
4. 5
Externe veiligheid In verband met het realiseren van een stal (bedrijfsgebouw) is sprake van het realiseren van een zogenaamd beperkt kwetsbaar object. De inrichting is geen BEVI inrichting en bij onderhavige ontwikkeling is ook geen sprake van het installeren van nieuwe risicobronnen in het kader van externe
veiligheid. Omdat sprake is van het realiseren van een beperkt kwetsbare object dienen het plaatsgebonden risico en groepsrisico vanwege risicobronnen in de omgeving te worden beoordeeld. Met betrekking tot het groepsrisico wordt opgemerkt dat in de regel 1 persoon per dag ca. 2 uur in de stal aanwezig is t. b. v. controle van o. a. de dieren, het stalklimaat, de voerinstallatie, het ventilatiesysteem en klein onderhoud bij storingen. Alleen tijdens het leveren en laden van dieren en schoonmaken van de afdeling(en) na levering van de dieren, kan dit iets langer zijn. Dit is hooguit 1 keer per week of per twee weken. Er komen dus geen personen te wonen. Risicobronnen in de omgeving van het plangebied betreffen de in noordelijke richting gelegen buisleiding en de westelijk gelegen transportroute A2. Verder liggen er geen risicocontouren over het projectgebied.
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
43
M165610. 022/FSC
4. 5. 1
Buisleiding (K1-leiding) Op ongeveer 150 meter afstand in noordelijke richting van het projectgebied ligt een buisleiding (PRB).
Figuur 19. Uitsnede BP-kaart met ligging projectgebied t. o. v. de PRB buisleiding.
In verband met de verbreding van de A2 is deze leiding inmiddels naar het oosten verlegd. In figuur 19 (uitsnede BP-kaart met de oude ligging) is aan de verkleuring van de bovengrond te zien hoever de leiding ongeveer naar het oosten is verlegd. De leiding is daarmee iets dichter bij het projectgebied gekomen, maar de afstand is nog altijd dermate groot dat het projectgebied buiten de PR 10-6 contour ligt.
Volgens de bijlage ‘Buitengebied Sittard-Geleen Externe veiligheid’ van het vigerende bestemmingsplan bedraagt de PR 10-6 contour voor deze leiding 12 meter. Tevens is daarin vermeld dat zelfs bij zeer hoge persoonsdichtheden (omgeving met gemiddelde persoonsdichtheden tot 255 personen per hectare) nabij dit type leidingen, geen sprake is van een groepsrisico (het aantal van 10 slachtoffers wordt niet gehaald waarmee het risico buiten de definitie van het groepsrisico valt). In de onderhavige situatie is geen sprake van een dergelijke hoge personendichtheid en derhalve wordt geconcludeerd dat ook na verschuiven van het buisleidingtracé geen sprake is van een groepsrisico. Een nadere invulling aan de verantwoordingsplicht groepsrisico is derhalve niet noodzakelijk. Op grond van het Bevb dient voor de leiding binnen het bestemmingsplan een belemmeringenstrook van 5 meter te worden opgenomen. Binnen deze strook is het verboden bestemmingen toe te staan die het oprichten van nieuwe bouwwerken mogelijk maakt en geldt een vergunningstelsel waardoor de kans op graafschade aan de buisleiding (toekomstig) wordt verminderd. Het projectgebied ligt ver buiten deze 5 meter en wordt derhalve ook niet beperkt door deze buisleiding.
Gelet op vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de buisleiding geen belemmering vormt voor onderhavige planontwikkeling.
44
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M165610. 022/FSC
4. 5. 2
Invloedsgebied A2 Het projectgebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de A2. De A2 is een onderdeel van het Basisnet Weg. Het wegvak ter hoogte van het projectgebied wordt aangeduid als wegvak L85 met als naam; “A2: afrit 46 (Born) – afrit 48 (Urmond)”. De PR 10 -6 contour bedraagt 17 meter. Het GR-plafond is 0 meter. De A2 heeft ter hoogte van het projectgebied een plasbrandaandachtsgebied. Dat is een zone van 30 meter aan weerszijden van de weg, waaraan voorwaarden zijn verbonden aan de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten in verband met de effecten van een plasbrand. Als gevolg van het planvoornemen worden er geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze zone gerealiseerd. Met de situering van de nieuwe vleesvarkensstal is rekening gehouden met de toekomstige verbreding van de A2, zodat ook in die situatie de nieuwe stal buiten het plasbrandgebied ligt.
4. 5. 3
Conclusie externe veiligheid Gelet op vorenstaande hoeft het groepsrisico niet verantwoord te worden en vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Mochten er zich calamiteiten voordoen op de A2, dan is er naar het oosten toe nog altijd ruim voldoende gelegenheid om zichzelf in veiligheid te brengen. Vanuit die richting is de locatie ook goed bereikbaar voor eventuele hulpdiensten. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen vormt voor onderhavige planontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
45
M165610. 022/FSC
5
Overige aspecten Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 4, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en
fauna en duurzaamheid.
5. 1
Archeologie
5. 1. 1
Archeologische monumentenzorg (Erfgoedwet) De Nederlandse wetgeving ten aanzien van archeologische waarden is momenteel aan veranderingen onderhevig. De Monumentenwet 1988 is vanaf 1 juli 2016 deels overgegaan in de Erfgoedwet. De onderdelen over omgevingsrecht uit de Monumentenwet gaan (naar verwachting) in 2023 over naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2022. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de omgang met het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van de wetgeving is om het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Op grond van deze wetten worden gemeenten verantwoordelijk geacht voor de bescherming van archeologische waarden.
Artikel 9. 1 (overgangsrecht omgevingswet) van de Erfgoedwet zegt: Voormalig artikel 38a: De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3. 1, onderscheidenlijk artikel 3. 38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten). Voormalig artikel 41: De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2. 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (o. a. gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan) kan in het belang van de archeologische monumentenzorg worden verplicht een rapport over te leggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1. 1 van die wet in voldoende mate is vastgesteld. In 2012 heeft de gemeente Sittard-Geleen de “beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen” vastgesteld.1 Onderdeel van deze beleidsnota is een archeologische beleidskaart, die gebaseerd is op een aantal archeologische verwachtingskaarten.2 De archeologische verwachtingskaarten geven inzicht in de (verwachte) aanwezigheid van archeologische resten. De
1 Gemeente Sittard-Geleen, 2012. Beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen. 2 Verhoeven, M. P. F. & G. R. Ellenkamp, 2010. Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor
46
de gemeente Sittard-Geleen. RAAP-rapport 2144. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp.
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M165610. 022/FSC
verwachtingskaarten zijn vervolgens omgezet naar één beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er 7 archeologische beleidscategorieën ontstaan (zie onderstaande tabel). Beleidscategorie
Verwachting/waarde
1 2
AMK-terrein; terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd AMK-terrein; terrein van zeer hoge en hoge archeologische waarde AMK-terrein; terrein van hoge archeologische waarde, kern Sittard AMK-terrein; terrein van archeologische waarde Zone rondom ARCHIS-waarneming/vondstmelding/vindplaats AMK-terrein; terrein van hoge archeologische waarde, historische kernen Hoge verwachting voor droge landschapen Hoge verwachting voor droge landschapen, provinciaal aandachtsgebied Middelhoge verwachting voor droge landschappen droge Middelhoge verwachting voor landschappen, provinciaal
3 4
aandachtsgebied Hoge verwachting voor natte landschappen Hoge verwachting voor natte landschappen, Maasafzettingen Middelhoge verwachting voor natte landschappen Onbekende verwachting voor droge en natte landschappen
5. 1. 2
5
Lage verwachting
voor
droge landschappen, provinciaal aandachtsgebied
6
Lage verwachting
voor
droge en natte landschappen
7
Lage verwachting Lage verwachting
voor
ontgronde gebieden vrijgegeven onderzoeksgebieden
voor
Archeologische verwachtingswaarden Volgens de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Sittard-Geleen ligt het projectgebied in een archeologisch interessant gebied. Op basis van landschappelijke en historische gegevens, in combinatie met de bekende archeologische vindplaatsen in de directe omgeving, geldt voor het projectgebied een middelhoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit het paleolithicum en mesolithicum en een hoge verwachting voor resten uit alle perioden vanaf het neolithicum voor zowel nederzettingsresten als off site resten, met uitzondering van nederzettingsresten uit de nieuwe tijd.
Volgens het beleid van de gemeente Sittard-Geleen is het projectgebied helemaal ingedeeld in beleidscategorie 4 Voor deze beleidscategorieën geldt, dat bodemverstoringen die groter zijn dan respectievelijk 500 m² én dieper gaan dan 30 cm –mv onderzoeksplichtig zijn. .
Dit beleid is inmiddels in het bestemmingsplan Buitengebied Sittard verankerd.
Volgens het bestemmingsplan, vastgesteld op 26-6-2013, is aan het projectgebied een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 toegekend. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
47
M165610. 022/FSC
bescherming van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden (bijlage 1). In de regels van het bestemmingsplan staat opgenomen dat in de volgende gevallen in principe een archeologische onderzoeksplicht geldt: indien de bodemverstoring dieper gaat dan 30 cm -Mv én indien de bodemverstoring groter is dan 500 m² Het
planvoornemen betreft vooralsnog de nieuwbouw van een vleesvarkensstal binnen het plangebied en verbouw en uitbreiding van de bestaande stal binnen het vigerende bouwvlak. Omdat bij de uitbreiding van de bestaande stal ook is voorzien in een mestopslag onder de stal, is die uitbreiding meegenomen in het archeologisch onderzoek ten behoeve van het planvoornemen. Zowel de uitbreiding van de bestaande stal als de nieuwbouw worden voorzien van een mestopslag onder de stal. De benodigde bodemingrepen zijn groter dan 500 m2 en gaan dieper dan 0,3 meter. Daarnaast vinden ook bodemingrepen plaats t. b. v. de infiltratiesloot. Naar aanleiding hiervan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. 5. 1. 3
Verricht archeologisch onderzoek Op 19-08-2019 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd op het terrein aan de Rijstraat 102 te Guttecoven. Onderstaand worden de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek weergegeven. Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het zuidelijke deel van het projectgebied tot minimaal 50 cm –mv is verstoord c. q. uit opgebracht bodemmateriaal bestaat. Onder deze verstoring/ophoging bevindt zich een intacte colluviale lössleembodem met mogelijk antropogene sporen. Binnen het centrale en noordelijke deel van het projectgebied is de oorspronkelijke bodem onder de moderne bouwvoor nog volledig intact. Uitgaande van het gepresenteerde bouwplan wordt geadviseerd om de geplande verharding van het zuidelijke deel van het projectgebied zonder verdergaand vervolgonderzoek toe te staan onder voorwaarde dat deze verharding geen bodemverstoring dieper dan 50 cm –mv tot gevolg heeft. De zone waarvoor geen aanvullend onderzoek geadviseerd wordt, behoudt zijn dubbelbestemming Waarde-Archeologie.
Met betrekking tot het centrale en noordelijke deel van het projectgebied inclusief de paardrijbak (longeercirkel) wordt vanwege de intacte bodemopbouw in combinatie met de hoge archeologische verwachting geadviseerd om voorafgaand aan de geplande bouwwerkzaamheden archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek wordt bij voorkeur uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor het gehele projectgebied geldt dat de archeologische waarde (dubbelbestemming) dient te worden gehandhaafd. Het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek mag enkel plaatsvinden na goedkeuring door de gemeente Sittard-Geleen van een daartoe opgesteld Programma van Eisen (PvE).
5. 1. 4
Advies gemeentelijke archeoloog Het rapport is beoordeeld en goedgekeurd door de gemeentelijke archeoloog. De advisering, om in een deel van het projectgebied vervolgonderzoek uit te laten
48
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
voeren,
is
EN ed aelmans Het
overgenomen.
venoanrs
uitvoeren
bouwwerkzaamheden
dit
van
onderzoek
zal
voorafgaand
de
aan
geplande
uitgevoerd worden.
Meldingsplicht Bij een verstoringsdiepte groter dan
30 cm
geldt te allen tijde een meldingsplicht voor de
de werkzaamheden. Dit betekent dat in de omgevingsvergunning het bouwrijp maken
van
1.
De
aanvang
de
aan
van
van
wordt opgenomen
aanvang
van
dat de aanvang
het perceel moet worden gemeld bij de gemeentelijk archeoloog.
het bouwrijp
gemeentelijk
maken
archeoloog
te
het perceel dient twee
van
worden
gemeld
per
weken
voor
de werkstart
(marion.aarts@sittard-
geleen.nl}. 2.
De
mogelijkheid dat er in het projectgebied archeologische vondsten worden gedaan, wordt gezien de hoge archeologische verwachting
—
nabijheid
niet
—
(Erfgoedwet) vermoed
om
en
wordt dat het
vondsten
(geanonimiseerd) en
kunnen aan
in de
directe
uitgesloten. Wij wijzen nadrukkelijk op de wettelijke verplichting archeologische vondsten te melden. Bij het doen van vondsten waarvan archeologische vondsten
om
verplicht deze geval de gemeente. bij de gemeentelijk archeoloos (geanonimiseerd)
onmiddellijk te melden bij de bevoegde instantie, De
het grote aantal vindplaatsen
gemeld worden
de gemeentelijk
of sporen
is het
gaat,
in dit
projectleider of de gemeentelijk contactpersoon
van
het
project.
5.2
Kabels
en
leidingen
Door het
projectgebied lopen geen boven- en/of
sprake
geen
ondergrondse
leidingen. Er is op dat gebied derhalve bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit
van
punt.
5.3
Verkeer Met
parkeren
en
betrekking
tot
onderhavige
planontwikkeling
verkeersstructuur alsmede het parkeren
dienen
de
(eventuele)
gevolgen
voor
de
inzichtelijk te worden gemaakt.
Verkeersstructuur De
Rijstraat
Ter
plaatse
verkeer, wordt
via
het
van
projectgebied
is de
in
beide
richtingen afgesloten voor doorgaand bestemmingsverkeer. De locatie Rijstraat 102
uitzondering van landbouwverkeer en inrit/uitrit ontsloten op de Rijstraat, daaraan wijzigt
met
de bestaande
situatie. Ten
opzichte
toename
verkeersstromen
van
van
niets
de vigerende situatie zal in de nieuwe situatie sprake zijn
39). Gelet
van
op de
en
naar
NIBM' (blz. 38
en
niet
aangepast
te worden.
Het
geringe verkeer op de Rijstraat zal ook en naar de inrichting Rijstraat 102.
van
Rijstraat
Op de
geringe
de
inrichting,
toename
zie ook
hoeft de bestaande
locatie zelf is voldoende ruimte in de nieuwe
Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,
paragraaf voor
4.4.2
t.o.v.
de
huidige
van
een
geringe
onder ‘Het Besluit
verkeersstructuur hiervoor
parkeren
en
manoeuvreren.
situatie geen hinder ondervinden van
Rijstraat 102
&
te Guttecoven
Omgeving Milieu
BV
verkeer
49
M165610. 022/FSC
Verbreding A2 De huidige A2 ligt op ongeveer 60 meter van het projectgebied. Bij de uitwerking van het plan moet rekening worden gehouden met het ‘Tracébesluit A2’, waarbij sprake is van twee zones evenwijdig aan de A2. Dit betreffen ‘vrijwaringszone – weg 1’ en ‘vrijwaringszone – weg 2’. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 1' mag niet worden gebouwd binnen een afstand van 50 m uit de as van de meest nabijgelegen rijstrook van de Rijksweg A2, met uitzondering van bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 2' mag niet worden gebouwd binnen een afstand van 100 m uit de as van de meest nabijgelegen rijbaan van de Rijksweg A2, met uitzondering van bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer. De nieuw te bouwen vleesvarkensstal ligt binnen de 100 meter afstand uit de as van de meest nabijgelegen rijstrook van de A2. Bij de uitwerking van het planvoornemen is in verband met verbreding van de A2 derhalve uitvoerig overleg gevoerd met Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat heeft hierbij aangegeven akkoord te gaan met het bouwplan als de nieuwbouw plaatsvindt parallel aan - en binnen een afstand van 48 meter van de bestaande stal. Het bouwplan is zodanig opgezet dat hieraan wordt voldaan.
Ook is er bij het uitwerken van het besluitvlak voor onderhavig planvoornemen rekening mee gehouden dat er geen overlap ontstaat met het ‘Tracébesluit A2’, zoals dat in verbeelding van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Tracébesluit A2’ is opgenomen. 5. 3. 2
Parkeren Per (bedrijfs)woning en bedrijf zijn in zijn algemeenheid op basis van de parkeernormcijfers volgens het ‘Facetbestemmingsplan parkeren’ van de gemeente Sittard-Geleen parkeerplaatsen vereist. Het erf is ruim voldoende om op eigen grond te parkeren. Het bedrijf aan de Rijstraat 102 betreft een arbeids- en bezoekers extensief bedrijf. Volgens de parkeernorm (rest gemeente) zouden er dan 0,8 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. nodig zijn. Bij een oppervlak van ca. 2. 030 m2 voor de vleesvarkensstal komt dat neer op 16 parkeerplaatsen. Ofschoon deze ruimte aanwezig is, is dat aantal zeker niet noodzakelijk. Worst case kan het voorkomen dat er op de locatie gelijktijdig 4 motorvoertuigen (busjes/personenauto’s aanwezig kunnen zijn van bijvoorbeeld een medewerker, een dierenarts, een servicemonteur en de eigenaar zelf. Derhalve kan volstaan worden met 4 parkeerplaatsen, er is echter meer dan voldoende ruimte om meer voertuigen te kunnen parkeren.
5. 4
Waterhuishouding
5. 4. 1
Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).
5. 4. 2
Provinciaal beleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van
50
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M165610. 022/FSC
water in de bodem te bevorderen
en
water meer terug te brengen in stedelijk gebied.
Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en waterplassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. 5. 4. 3
Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij
het waterschap. Sinds de nieuwe keur van 1 april 2019 geldt geen ondergrens meer voor het aanvragen van een wateradvies (voorheen was de ondergrens een plangebied met een oppervlakte van 2000 m2). Alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen komen in aanmerking voor wateradvies. Zo ook onderhavig planvoornemen.
Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is op 15 juli 2019 aangemeld via de digitale watertoets. Uit het doorlopen van de toets is gebleken dat de ontwikkeling naar verwachting invloed heeft op de waterhuishouding. Vandaar dat op deze ontwikkeling de reguliere watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat het Waterschap Limburg betrokken wordt bij de voorbereiding van het plan. De samenvatting van de watertoets is bijgevoegd in bijlage 7. 5. 4. 4
Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige projectgebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Bij de nieuwe stal is geen sprake van lozing van huishoudelijk afvalwater. Schoonmaakwater wordt opgevangen in de kelders onder de stal. Het spuiwater van de luchtwassers wordt opgevangen in een aparte opvangvoorziening en opgehaald door een erkende inzamelaar.
Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden afgevoerd naar de te realiseren infiltratievoorziening. Hierbij is ook rekening gehouden met de uitbreiding van de bestaande stal. Zo wordt er ten behoeve van de opvang en infiltratie van het hemelwater afkomstig van de erfverharding (±1. 000 m)2 en de daken (vlv. stal ca. 2030m 2 + uitbreiding van de biggenstal ca. 1. 150
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
51
M165610.022/FSC
m?), samen en
de
m?, een infiltratiesloot aangelegd aan de noordwestzijde,
4.180
ca.
naast de
erfverharding
nieuwe vleesvarkensstal.
Capaciteit hemelwatervoorziening Om
te beoordelen
hoe groot de te realiseren infiltratievoorziening moet zijn, dient aldus opgave van het Waterschap Limburg voor dit gebied het afvoerend verhard oppervlak te worden vermenigvuldigd met 0,08
(80 mm neerslag/m?).
m.
Capaciteit infiltratiesloot De
leggen
te
aan
afkomstig 0,08 De
m
=
van
de
infiltratiesloot
erfverharding
behoeve
ten
de daken
en
opvang
derhalve
infiltratie
en
netto inhoud
een
van
het
krijgen
hemelwater m?
4180
van:
x
334 m?.
infiltratiesloot wordt
waterhoogte
ca. 90
1,45
van
bergingscapaciteit
lang, gemiddeld
meter
meter
bedraagt dan
bedraagt 90
3,8
x
omstandigheden kan de sloot overlopen
(geanonimiseerd) mm
de
van
moet
zelf.
De
verdere
omgevingsvergunning
—
de
opslagcapaciteit
342
m?
en
de
van
breed
1,50 meter diep. Bij
en
m?
3,8
De
meter.
per
is hiermee
dus groot genoeg. bouwland van de
Bij
een
totale extreme
Maatschap (geanonimiseerd)
het naastgelegen
naar
uitwerking
bouwen
=
2.62 meter
infiltratievoorziening
is
in
opgenomen
de
de vleesvarkensstal.
van
Opvang schoon hemelwater In
de
infiltratievoorzieningen
wordt niet
voorkomen
uitlogende materialen
Voorkomen Door
van
in de
alleen schoon
in de
hemelwater
opgevangen.
Uitloging bij infiltratie
in de
Door
hemelwater te infiltreren
bouw wordt verontreiniging
van
bodem.
het gebruik
van
het hemelwater voorkomen.
wateroverlast
bij het bepalen
water
wordt
door alleen schoon
van
het bouwpeil
te realiseren
gebouwen
afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat
en
kan vloeien. Daarnaast
kan ten aanzien
van
wateroverlast
voor
derden worden gesteld dat hiervan geen sprake zal zijn. Infiltratieonderzoek Omdat het verhard oppervlak als gevolg is een
van
onderhavig planvoornemen
meer
dan 300 m2 bedraagt,
infiltratieonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 11 opgenomen
bij deze ruimtelijke
onderbouwing. Het
doel
van
een
onderzoek
infiltratie
van
regenwater
in het kader van duurzaam
in de
naar
de
waterdoorlatendheid
bodem ter plaatse
bouwen
en
van
het ontwerpen
van
de
ondergrond,
de onderzoeklocatie met
mogelijk
is
vaststellen
is. Eén
en
of
ander
regenwater.
Uit de ter
gemeten doorlatendheden blijkt dat infiltratie van neerslagwater tot de mogelijkheden behoort hoogte van de Rijstraat 102 te Guttecoven. De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is
voldoende. Voor het
Het infiltreren
zou
volledige rapport,
zie
direct in de ondiepe
bijlage
ondergrond
moeten
kunnen plaatsvinden.
11.
Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd vormt
52
voor
dat het aspect waterhuishouding
onderhavige planontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 Aelmans Ruimte,
&
te Guttecoven
Omgeving Milieu
BV
geen
belemmeringen
EN ed aelmans 5.5 5.5.1
Natuur
venoanrs
landschap
en
Kernkwaliteiten In de
Provinciale omgevingsvisie
(POVI)
is de
provincie opgedeeld
in
zoneringen.
Het
projectgebied
gelegen binnen de
in
3.2.1
aanzien
de
zone ‘Buitengebied’ (zie tevens paragraaf 3.2.1}. Zoals reeds gesteld planvoornemen aanvaardbaar en passend binnen het provinciale beleid ten
is het
Het
planvoornemen past ‘Buitengebied’. van het bedrijf van initiatiefnemer.
zone
in het
Het betreft
landschap.
is
paragraaf van
duurzame
tevens een
ontwikkeling Naast
de
indeling
in
zoneringen
grond
van
de Omgevingsverordening
paragraaf 3.2.2}.
Het
waartoe
op
is
sprake
tevens
is
projectgebied
niet
diverse
van
Limburg in
gelegen
provinciale beschermingsgebieden,
2014
specifieke regelgeving geldt (zie ook milieubeschermingsgebied, specifieke
een
regelgeving is niet van toepassing. In het
vigerende bestemmingsplan
cultuur-historische
en
is opgenomen
archeologische waarden
dat het behoud
doelstelling
een
bebouwing doet afbreuk aan deze doelstelling en
van
Voorgenomen
planontwikkeling
kan
dan
ook
alleen
landschapsstructuur behouden of verbeterd wordt. maatwerk
om
en
te Guttecoven,
de “Nota Plan
en
is daarom
wordt mogelijk gemaakt middels sloop
conform de criteria
Ruimtelijke Kwaliteit’
en
als
Realisatie van
van
landschappelijke, natuurlijke,
is in het
buitengebied.
niet
gewenst.
de
bestaande
en
Het
plaatsen
oorspronkelijke
dit planvoornemen vraagt daarom bedrijfsgebouwen aan de (geanonimiseerd) van
en
eventuele gebiedskarakteristieken zoals die zijn opgenomen
een
landschappelijk inpassingplan
in
LKM
uitbreiding van de bedrijfslocatie (besluitvlak) aan Rijstaat 102 (ca. 3.000 m?)} met een vleesvarkensstal (ca. 2.100 m?) wordt gecompenseerd met sloop van gebouwen aan de Dorpstraat 60 De te realiseren
te
Guttecoven
vervolgens
de
bestemming ‘Agrarisch grondgebonden’
gewijzigd zal worden
‘Wonen’ (zie ook bijlage 8).
naar
In
alwaar
overleg
2012}
gemeente is besloten om op basis van het provinciale LKM (Limburgs Kwaliteitsmenu beoordeling en een berekening te maken van de noodzakelijke compensatie ten behoeve
met
een
van
het planvoornemen.
Het
besluitvlak
waar
de uitbreiding ten
behoeve
vigerende bestemmingsplan “Buitengebied waarden
—
Natuur
en
landschapswaarden”. Op grond
1.
Landschappelijke inpassing
van
2.
Voorzieningen
te
nieuw 3.
aangelegd
te realiseren
de vleesvarkensstal
van
Sittard” opgenomen van
voor
de
plaats zal vinden
is in het
bestemming “Agrarisch
met
het LKM dient dan:
de nieuwe bebouwing
worden
met de
opvang
(vleesvarkensstal) plaats (infiltratie)
van
te
vinden;
hemelwater
van
de
bebouwing;
Kwaliteitsverbeterende
maatregelen
te worden
genomen
zoals:
-
aanleg natuur;
-
sloop;
-
landschappelijke of andere ruimtelijke kwaliteitsverbetering toe
Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,
Rijstraat 102
&
te Guttecoven
Omgeving Milieu
BV
te passen.
53
M165610.022/FSC
Inpassing Ad. 1 De
nieuw te realiseren
bebouwing zal op basis
Hierbij dient opgemerkt al voor
te worden
de huidige ruimtelijke inzichten ingepast worden.
van
dat door de bestaande begroeiing in de directe omgeving de locatie
groot gedeelte is ingepast. de aanvulling van deze bestaande begroeiing
Voor
een
hoe
aangegeven
de inpassing
door de gemeente
is
zie
uitgevoerd,
is een
bijlage
inpassingsplan (LIP) opgesteld
waarin wordt
1.
is beoordeeld
Onderhavig inpassingsplan
akkoord bevonden. Daarmee wordt voldaan
en
dit 1° onderdeel.
aan
Ad. 2 Hemelwater Het
plan
voorziet in de
stal. Zie
paragraaf
nieuwe
gebouw
5
aanleg van bijlage
en
opgevangen
en
Ad. 3 Kwaliteitsverbeterende Het
LKM
geeft
dat
aan
infiltratiesloot
een
1.
Middels
deze
de noordwestzijde
aan
sloot wordt
het afstromende
hemelwater
van
het
geïnfiltreerd.
maatregelen kwaliteitsverbetering een hoge
een
de nieuw te bouwen
van
mate
maatwerk is. Met
van
name
in een
gebied
met waarden, zoals de vigerende bestemming van de planlocatie aangeeft, speelt dit een belangrijke rol. Als mogelijkheid voor een kwaliteitsverbetering wordt naast de aanleg van natuur ook
nadrukkelijk sloop als maatregel genoemd. een
kwaliteitsimpuls
aan
Om
de
kwantificeren
kwaliteit
worden. Zo wordt
In
voor toe
worden
te voegen
waardes
er
natuur vaak
gebouwen wordt gewaardeerd
van
gemeentelijke
kwaliteitsverbetering
in
het agrarische
Indien
er
het
LKM
in
en
aangehouden.
toegekend
gerekend
Aangezien
op € 25,-- per m? en
kwaliteitsmenu's
gebied
echter sprake is van
in onderhavige
waarde
die genomen per m? toe te
€ 6,50
van
een
een
wordt
norm
met waarden
(glas) op € 4,- per m?°.
kassen
van
(GKM}),
(Agrarisch) gebied
sloop
van
voor
de
uit
te
10%
van
de
uitbreiding
(Agrarisch
met
waarden)
voeren
is deze
situatie
kwaliteitsverbetering