CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Ruimtelijke onderbouwing definitieve vvgb vleesvarkensstal Rijstraat 102

Raad 27 juni 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunnning varkensstal Rijstraat 102 Guttecoven (Geilen) (64)19.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

27

M165610. 022/FSC

Zoals eerder al is vermeld vraagt realisatie van onderhavig planvoornemen om maatwerk, zie paragraaf 5. 5. De afspraken hieromtrent worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Sittard-Geleen. 3. 3. 4

Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op het vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.

28

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

EN ed aelmans

venoanrs

Milieutechnische

Bij de realisering

van

aspecten

planontwikkeling

een

in de eerste

moet

plaats rekening worden gehouden

met

aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het projectgebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk

de

milieuaspecten

bodem,

geluid, milieuzonering,

luchtkwaliteit

veiligheid

externe

en

onderzocht.

4.1

Bodem Indien

sprake

is

van

Ten

behoeve

uitgevoerd. Op basis

deze

van

De

aanwezigheid enige

Recent

planontwikkeling

Van

Aelmans

worden

te

bezien

Eco

BV een

is opgenomen

historisch

als bijlage

of

de

gebruik.

bodemonderzoek

4 bij deze

toelichting.

de locatie luidt, op basis

van

is het

aanwijzingen geweest, welke zouden kunnen wijzen

geen

bodemverontreiniging.

van

‘Tijdelijk handelingskader Echter

is

hieromtrent

landbouwgrond verwachten wij ook van

is door

zijn tijdens de terreininspectie

opgesteld.

plaatse geschikt

dient

is voor het voorgenomen

zijnde historische informatie zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op de activiteiten. en/of bodembedreigende mogelijke bodemverontreinigingen

van

vorm

Ten aanzien

functiewijziging,

ter

volledige rapportage van dit onderzoek

Uit de voorhanden

op

de bodem

van

het verrichte onderzoek kan het volgende worden gesteld:

van

Daarnaast

planologische

een

milieuhygiënische kwaliteit

vorenstaande, de hypothese: onverdacht.

van

hergebruik

voor

veel

nog

niet dat

van

PFAS houdende Gezien

onduidelijkheid.

grond

het

baggerspecie’

en

huidige

onderhavige onderzoekslocatie verdacht

gebruik

als

is ten

opzichte

het

historisch

PFAS.

belang

is

dat

voorts

bodemonderzoek

beperkt

de is

verantwoordelijkheid de

tot

resultaten

ten

Aelmans

van

grondslag

Eco

liggende

B.V.

de

en

voor

het moment

op

van

onderzoek ter beschikking staande gegevens.

Op ca. 300

afstand

meter

van

de planlocatie is op de hoek Rijstraat

bodemonderzoek

uitgevoerd,

analyseresultaten

is

aldaar

concentraties voorkomen.

maximale

eveneens

gebleken

bevestigd.

landbouwgrond

zou

ook

achtergrondwaarde

hier

de

wonen/industrie

en

men

dat

een

de

perceel

concentraties

Rothweg

recent een verkennend

(geanonimiseerd) .

van

PFOA

en

PFOS

in

Uit

licht

ce

voor

De

hypothese “onverdacht”

Op

basis

van

de locatie Rijstraat

(AW2000})

de hypothese ‘onverdacht’

voor

bevindingen

die locatie en

het

huidige

basis

niet de van

de

gebruik

als

102 eveneens kunnen

verwachten dat beide stoffen

overschrijden,

niet

maar

de

maximale

waarde

blijft gelden.

Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,

deze

is op

Pras

verhoogde

Beide stoffen overschrijden de achtergrondwaarde (AW2000} doch

waarde wonen/industrie.

onderzoeksresultaten

op

—

Rijstraat 102

&

te Guttecoven

Omgeving Milieu

BV

29

M165610. 022/FSC

In de nieuwe situatie is binnen de inrichting sprake van opslag van: -

drijfmest;

-

reinigingswater;

-

kadavers;

-

spuiwater;

-

-

bestrijdingsmiddelen (ongedierte), ontsmettingsmiddelen, diergeneesmiddelen; brandstof in de noodstroomaggregaat.

reinigingsmiddelen

en

De inrichting is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied, grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. Binnen de inrichting worden overeenkomstig het gestelde in het Activiteitenbesluit milieubeheer alle benodigde (combinaties van) voorzieningen getroffen om te komen tot een

verwaarloosbaar bodemrisico. Gelet op vorenstaande planontwikkeling.

4. 2

vormt

het aspect

bodem

geen

belemmeringen

voor

de

beoogde

Geluid Met

betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai.

van

geluidbelasting

als gevolg

van

Voor de beoogde ontwikkeling speelt enkel het aspect wegverkeerslawaai en industrielawaai een rol. Het projectgebied is gelegen in de ‘geluidzone - industrie’ en ‘geluidzone – weg’. Binnen deze zones mogen geen geluidgevoelige objecten worden opgericht. Een stal is strikt bezien geen geluidgevoelig object. Een akoestisch onderzoek (wegverkeerlawaai en industrielawaai is derhalve niet van toepassing.

Gelet op vorenstaande planontwikkeling.

4. 3

vormt

het

aspect

geluid

geen

belemmeringen

voor

de

beoogde

Milieuzonering Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. voor -

De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord.

30

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610. 022/FSC

Geluid Met betrekking tot de geluidbelasting van onderhavige ontwikkeling op geluidgevoelige objecten in de omgeving dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen onevenredige toename van de geluidbelasting op gevoelige objecten met zich meebrengt. De beoogde bedrijfsvoering valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer); het betreft een type B Inrichting met OBM

(Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets) De bedrijfsvoering dient te voldoen aan de geluidsgrenswaarden zoals die gelden op grond van het Activiteitenbesluit. Voor de beoordeling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening is in onderhavig onderzoek gebruik gemaakt van bijlage 5 uit de VNG-publicatie. Deze omschrijft voor de beoordeling van

geluidhinder het volgende stappenplan: 1. Indien de richtafstand niet wordt overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven, buitenplanse inpassing is mogelijk. 2. Indien stap 1 niet toereikend is, dient met een geluidonderzoek (vanaf deze stap noodzakelijk) aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de geluidbelastingen voor stap 2 als weergegeven in figuur 15. Indien voldaan wordt is buitenplanse inpassing mogelijk. 3. Indien stap 2 niet toereikend is, dient met een geluidonderzoek aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de geluidbelastingen voor stap 3 als weergegeven in figuur 15. Indien voldaan wordt, is buitenplanse inpassing mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. 4. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn.

Figuur 15. . Geluidgrenswaarden VNG brochure ’Bedrijven en Milieuzonering” (2009). 1) Exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer

De planlocatie is overeenkomstig de VNG-brochure gelegen in gebiedstype “gemengd gebied”. Stap 1. De onderhavige inrichting is een categorie 4. 1 inrichting (SBI-code 0146, Fokken en houden van varkens). Hierin wordt voor geluid een richtafstand aangegeven van 50 meter. Deze richtafstand geldt ten opzichte van een rustige woonwijk en mag, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. In onderhavig geval mag de richtafstand van 50 meter dus verlaagd worden naar 30 meter. Woningen van derden (niet zijnde de plattelandswoning Rijstraat 102) zijn echter gelegen op meer dan 30 meter van de inrichtingsgrens. Conclusie: er wordt voldaan aan stap 1.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

31

M165610. 022/FSC

Stap 2, 3 en 4. Deze zijn verder niet meer aan de orde. Geur De handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft voor bedrijven t. b. v. het fokken en houden van varkens voor het aspect geur een richtafstand van 200 meter tot gevoelige objecten. Het meest nabij geurgevoelig object, Rijstraat 25, ligt op meer dan 200 meter van de emissiepunten van de dierverblijven bij Rijstraat 102. Milieuzonering t. a. v. het aspect geur vormt voor het planvoornemen

derhalve geen belemmering. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: • Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld in de Regeling

geurhinder object; •

en

veehouderij (Rgv) geldt een maximale geurbelasting

op

een

geurgevoelig

andere diercategorieën waarvoor geen emissienormen zijn vastgesteld geldt een minimale afstand van het emissiepunt van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige voor

objecten. Voor veehouderijen, waaronder ook dit planvoornemen, die onder het Activiteitenbesluit vallen is aangesloten bij deze systematiek uit de Wgv. Dat wil zeggen dat ook onder het Activiteitenbesluit het beoordelingskader voor geurhinder van toepassing is. Dit wordt verder beoordeeld in onderstaande paragraaf 4. 4. 1 ‘Geurhinder’. Stof en gevaar De richtafstand voor stof bedraagt 30 meter en voor gevaar 0 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering planontwikkeling.

4. 4

voor

de

voorgenomen

Geur, luchtkwaliteit en ammoniak Alvorens in te

gaan op de aspecten geur, luchtkwaliteit en ammoniak volgt ter verduidelijking onderstaand eerst een overzicht van de omvang en de betreffende emissies volgens de vergunde situatie en de nieuwe situatie.

Actuele vergunning Het bedrijf heeft de beschikking over een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (29-08-2013) en de Wet milieubeheer. Er is vergunning voor het houden van 830 vleesvarkens op de locatie Rijstraat 102 te Guttecoven. Naar aanleiding van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen en er in dit planvoornemen sprake is van intern salderen, moet voor het bepalen van de ammoniakemissie in de vergunde situatie uitgegaan worden van de emissie op grond van het Besluit emissiearme huisvesting zoals dat geldt op het moment van indiening van de aanvraag voor een natuurvergunning. In onderhavig geval betekent dit dat gerekend moet worden met een ammoniakemissie van 1,6 kg per dier per jaar.

32

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610. 022/FSC

De omvang

van deze

vergunning is in onderstaande tabel weergegeven:

Nieuwe situatie De omvang voor de nieuwe situatie aan de Rijstraat 102 is in onderstaande tabel weergegeven:

4. 4. 1

Geurhinder Als toetsingskader voor het aspect geur dient de Wet geurhinder en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij. In onderhavig planvoornemen is sprake van een veehouderij waar dieren worden gehouden met een geuremissiefactor, zijnde de biggen en de vleesvarkens. Voor het berekenen en toetsen van geurverspreiding uit veehouderijen met dieren waarvoor een geuremissienorm is vastgesteld in de Rgv. is het gebruik van V-Stacks vergunning verplicht. Dit is terug te lezen in artikel 2 lid 1 Regeling geurhinder en veehouderij. Het is niet toegestaan om de verspreiding van geur uit dierenverblijven in het kader van vergunningverlening te berekenen met andere modellen. Met behulp van het geurberekeningsmodel “V-stacks vergunningen” wordt de geurbelasting getoetst die het bedrijf heeft op de geurgevoelige objecten in de omgeving. De locatie Rijstraat 102 is gelegen in het buitengebied en ligt op ca. 500 meter afstand noordwestelijk van de bebouwde kom van Guttecoven. Daarnaast liggen er in de nabijheid van het bedrijf enkele burgerwoningen. De gemeente Sittard – Geleen heeft geen geurverordening vastgesteld. Voor de geurbelasting op gevoelige objecten binnen de bebouwde kom geldt derhalve een norm van max. 2 OUe/m,3 buiten de bebouwde kom (buitengebied) geldt een norm van max.

8 OU/m.3 Voor geurgevoelige objecten die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij, waaronder Rijstraat 100, gelden niet de maximale geurbelastingen, maar de minimale afstanden van 100 m binnen de bebouwde kom en 50 m. buiten de bebouwde kom. In de nieuwe situatie is de kortste afstand van emissiepunt van een dierenverblijf tot de woning Rijstraat 100 meer dan 50 meter.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

33

M165610. 022/FSC

De geurtoetsing met het programma V-Stacks heeft plaatsgevonden de directe nabijheid van het bedrijf alsook op ruimere afstand Guttecoven, namelijk:

De resultaten

25 geurgevoelige objecten in en in de bebouwde kom van

op

de geurberekening in de nieuwe situatie wordt in het navolgende overzicht weergegeven. (Voor inputgegevens t. a. v. de luchtwassers zie de dimensioneringsplannen in de bijlage 2). Bij luchtwassers met een grote rechthoekige uitstroomopening moet nu echter met een diameter van 1,0 m. worden gerekend. Bij openingen in de dakconstructie, zoals bij de vleesvarkensstal, moet als emissiepunthoogte het laagste punt van de opening worden aangehouden, zijnde 6,49 meter Dit wordt door het programma afgerond op 6,50 meter. van

.

34

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

aelmans

M165610.022/FSC

berekend met: V-Stacks Vergunning 2020

Gegenereerd

op:

Naam

de

berekening: 22-03-2022

op:

2022-03-22

van

Gemaakt

22-03-2022

Release juli 2020

(c)DNV GL

Page

1

13:22:28

Rekentijd: 0:00:39 Naam

van

het

Berekende

MN

‚<…:e Rijstraat 102

bedrijf: Maatschap (geanonimiseerd)

ruwheid:

0,238

m

Brongegevens:

3

Biggenstal 1.2

Geur

gevoelige locaties:

Figuur

Uit de

16.

Resultaten

resultaten

geurberekening

184 940

337 013

184 954

336 961

184 943

336 973

nieuwe

3,4

1,0

0,97

20 574

6,0

10

1,02 0,77

3460

3,8

4 300

3,9

1,0

336 531

8,0

2,2

336 507

8,0

1,9

336 467

2,0

16

336 662

5,0

4,1

336 584

5,0

3,0

337 346

8,0

4,5

337 357

8,0

4,6

336 450

2,0

1,6

336 985

8,0

1,3

337 060

5,0

4,2

337 090

8,0

4,5

337 233

8,0

2,2

337 339

8,0

27

337 387

8,0

2,9

337 422

8,0

3,0

336 497

2,0

1,7

336 599

20

1,9

336 467

20

1,6

336 437

2,0

1,5

336 469

2,0

16

336 498

2,0

1,7

336 516

2,0

1,7

336 530

2,0

18

336 550

20

1,8

336 420

20

1,3

situatie

Rijstraat 102

de geurtoets blijkt dat de geurbelasting op alle toetspunten onder de wettelijke Binnen de bebouwde kom is sprake van een goed tot zeer goed woon- en leefklimaat. van

geurnorm

blijft.

Buiten de

bebouwde

Op grond

van

kom is sprake

artikel 5

van

van

een

redelijk goed

de Wet geurhinder

en

tot

goed

woon-

en

leefklimaat.

veehouderij, dient de afstand

dichtstbijzijnde dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelige object binnen minimaal 50 meter te bedragen. Buiten de bebouwde kom is dit 25 meter. Ook

van

de gevel

van

het

de

bebouwde

aan

deze wettelijke

kom

afstand wordt ruimschoots voldaan.

Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,

Rijstraat 102

&

te Guttecoven

Omgeving Milieu

BV

35

M165610. 022/FSC

Conclusie: In de nieuwe situatie wordt voldaan aan de wettelijke normering (8 OUe/m 3 voor het buitengebied en 2 OUe/m 3 voor de bebouwde kom. Het houden van vleesvarkens en biggen op de locatie Rijstraat 102 heeft geen nadelig invloed op het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf. Er is nog altijd sprake van een redelijk goed – goed – zeer goed woon- en leefklimaat. Het plan is derhalve uitvoerbaar op grond van de Wet geurhinder en veehouderij. 4. 4. 2

Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5. 2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5. 2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Het doel

titel 5. 2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. van

Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5. 16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. Fijn stof

Fijnstofemissie De bestaande situatie op de locatie Rijstraat 102 kent een fijnstofemissie van: 126,99 kg/jr. In de aangevraagde situatie bedraagt de fijnstofemissie: 98,22 kg/jr. De fijnstofemissie van de locatie Rijstraat 102 neemt in de nieuwe situatie af met 28,77 kg/jaar(± 23%). PM10 In bijlage 2 behorende bij de artikelen 4. 9, 8. 4 en titel 5. 4 van de Wet milieubeheer is ten aanzien van zwevende delen (PM10) o. a. het volgende gesteld: - 40 microgram per m 3 als jaargemiddelde concentratie; - 50 microgram per m 3 als 24-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 35 maal per kalenderjaar mag worden overschreden.

Als berekeningsmodel is voor de toetsing van de fijnstof uitstoot gebruik gemaakt van het ISL3aprogramma (versie 2022_1). Als rekenjaar is 2023 gekozen, omdat realisatie van plan vanwege de te doorlopen procedures niet meer in 2022 plaats zal vinden. Met dit programma bestaat de mogelijkheid om de stofbelasting op gevoelige objecten te toetsen. Als gevoelige objecten zijn de locaties gekozen die eveneens getoetst zijn in het kader van geur (Wgv). Ook de woning Rijstraat 100 is nu opgenomen in de berekening. Uit de toetsing blijkt dat wordt voldaan aan de normering uit de wet.

36

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

Saelmans In

navolgende

weergegeven.

figuur

worden

voor

(Voor inputgegevens

Bij luchtwassers 1,0

17

venoanrs

de

nieuwe

situatie

bij Rijstraat

t.a.v. de luchtwassers zie de

102

de

resultaten

dimensioneringsplannen

in

van

ISL3a

bijlage 2).

grote rechthoekige uitstroomopening moet nu echter met een diameter van worden gerekend. Bij openingen in de dakconstructie, zoals bij de vleesvarkensstal moet als

m.

met een

emissiepunthoogte het laagste punt

van

de opening worden

aangehouden, zijn afgerond 6,50

meter.

Gegenereerd met ISL3a Versie 2022_1, Rekenhart Release 20 april 2022

Gebiedsgegevens Naam

van

deze berekening: 30-09-2023

Berekend op: 2022/09/30

16:30:13

Project. Maatschap EN (geanonimiseerd) RD X coordinaat:

184 500

Lengte X:0

RD Y coordinaat:

336 300

Breedte Y:1500

Berekende ruwheid:

0.332

Eigen ruwheid

Aantal Gridpunten X: 1500 Aantal Gridpunten Y:

[]

Rekenjaar: 2023

Type Berekening:

PM10

Soort Berekening:

Contour

Uitvoer directory:

(geanonimiseerd) cuttecoven\rijstraat 102\Onderzoeken\Fijn stof30-09-2022 R:\klanten\N

Te beschermen

Toets afstand:n.v.t.

object

RD X Coord.

Naam:

Onderlinge afstand: n.v.t.

RD Y Coord.

[m)

[m]

Rijstraat 19

185 042

336 531

Rijstraat 8

185

164

336 467

Rijstraat 100

184 992

336 922

Bergstraat 24

184 802

Rijstraat 4

185

186

185

332

185

514

185

389

185

324

Bomerweg

0

Eigen ruwheid: 0.000

35

Concentratie [microgram/m3}

Overschrijding [dagen]

185 262 185 257 185

346

185 222 Veersestraat 36

185 232

336 437

Veersestraat 43

185 260

336 498

Veersestraat 51

185 298

Swentiboldstraat 17

185

Figuur

17.

Resultaten

339

336 420

14.85

6.0

berekening fijnstof (ISL3a)

Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,

Rijstraat 102

&

te Guttecoven

Omgeving Milieu

BV

37

M165610. 022/FSC

Vervolg figuur 17.

38

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610. 022/FSC

Vervolg figuur 17.

Uit de resultaten blijkt dat bij het houden van vleesvarkens en biggen op de locatie Rijstraat 102 op alle gevoelige objecten ruimschoots wordt voldaan aan de normen voor fijnstof. Zoals hiervoor al is vermeld bedraagt de norm voor de jaargemiddelde concentratie van PM 10 max. 40 μg/m.3 Verder mag de daggemiddelde concentratie van 50 μg/m 3 op niet meer dan 35 dagen per jaar overschreden worden. Op de getoetste objecten varieert de jaargemiddelde concentratie van 14,85 tot 15,28 μg/m.3 Dit ligt ruim onder de 40 μg/m.3 Het aantal overschrijdingsdagen bedraagt 6,0 dagen. Dit ligt ruim onder de toegestane 35 dagen. De fijn stofbelasting op de te beschermen objecten in de directe omgeving van het bedrijf voldoet aan de wettelijke normering.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

39

M165610.022/FSC

PMos In

de

EU

richtlijn luchtkwaliteit

2008

van

zijn

normen

opgenomen

PM‚s.

voor

Deze

zijn

in de

Wet

milieubeheer overgenomen.

Bij PM2,5 zijn fijn stofdeeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Deze zijn naar huidige inzichten schadelijker voor de gezondheid dan PM. In bijlage 2 van de Wm zijn plandrempels, richtwaarden,

blootstellingsconcentratieverplichting en grenswaarden

een

Voor de

vergunningverlening van veehouderijen jaargemiddelde grenswaarde van belang. geldt vanaf 1 januari 2015. Ze geldt naast de grenswaarden voor PMio. De grenswaarde bedraagt

Deze op

dit moment

25

De

grenswaarde

voor

zijn

opgenomen.

is alleen de

geen

microgram

PM; gaat

belangrijke bron

Als de luchtkwaliteit

per m3,

niet voor

fijn

van

22

in de

agrarische

sector zorgen. De

veehouderijen

voldoet, dan geldt dit ook voor de PM», PMz,s

voor

in Nederland

normen.

ruimschoots onder de grenswaarde

juli 2015).

Cumulatief toetsen Om

problemen

normen

Daarbij ligt de achtergrondconcentratie (InfoMil d.d.

als jaargemiddelde concentratie.

stof uitstoot.

de PMo

aan

gedefinieerd

te voorkomen

fijnstof veehouderijen dat nieuwe ontwikkelingen bij veehouderijen leiden tot nieuwe

fijnstofknelpunten, fijnstofemissie (PM:o) als gevolg van de nieuwe ontwikkeling bij die veehouderij ook worden hoeveel fijnstof veehouderijen binnen een straal van 500 meter van de

naast de

moet

onderzocht

veehouderij

die

met

nieuwe

achtergrondconcentratie sprake Is de

is van

ontwikkeling

produceren.

Verder

is en of er aan de hand van deze gegevens ter

overschrijdingen

van

de grenswaarden

achtergrondconcentratie hoger dan

van

plaatse

van

belang

de

wat

gevoelige objecten

zwevende deeltjes.

voor

ug/m?

fijnstofemissie (PM:o) bij de omliggende bedrijven hoger dan 500 kg per jaar, dan dient er cumulatief getoetst te worden op fijnstof afkomstig uit die veehouderijen. Wanneer de fijnstofemissie (PM:o) van die veehouderijen hoger is dan 800 kg per jaar dient er,

De

achtergrondconcentratie

ug/m?.

Binnen

een

ter

plaatse

het RIVM bedraagt de achtergrondconcentratie ter plaatse

van

500

straal

meter

Rijstraat

van

102

van

emissienormen

vastgesteld

gehouden hoeft

te worden

aan

waardoor in een

500

kg.

Het

met

fijnstof

toetsen

102 is derhalve

102 is een

goed

woon-

Invloed verkeer op

de

cumulatieve

jaar. Dit ligt ver onder de Rijstraat

met

ligt bij Rijstraat

100

een

Hg/m®. Volgens Rijstaat

102

paardenhouderij

en

van

de

op

(geanonimiseerd) ze!f. Voor paarden zijn geen fijnstofMM

paardenhouderij

Rijstraat

op

100

geen

rekening

Bij het zeugenbedrijf van Maatschap (geanonimiseerd) de conform de vigerende vergunning 113,08 kg per bedraagt fijnstofemissie

de Rijstraat 12

cumulatief

te worden.

de locatie Rijstraat 102 is lager dan 27

van

van

Rijstraat 12 ligt het zeugenbedrijf de Maatschap

(geanonimiseerd) mm

is de

en

ongeacht de achtergrondconcentratie, altijd cumulatief getoetst

kaart (GCN 2021} 16,78

27

is

niet van en

uit

toets.

veehouderijen

toepassing.

Voor de

binnen

een

straal

van

500

meter

omgeving

rondom

gevoelige objecten

in de

vast

wanneer

project ‘niet in betekenende

van

bepaalde stoffen

van

Rijstraat

leefklimaat gewaarborgd.

fijnstof en stikstofdioxide

Het besluit NIBM Deze

Algemene maatregel

van

de toename

Bestuur

(AmvB) legt

mate!

bijdraagt

aan

NIBM

wanneer

het aannemelijk is dat het een toename

3%. De 3% grens wordt van

40

fijn

van

gedefinieerd

concentraties

als 3%

van

van

overeen

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 Aelmans Ruimte,

&

in de

lucht. Een

de concentratie veroorzaakt

de grenswaarde

stof (PM1o) of stikstofdioxide (NO>). Dit komt

een

voor

met

1,2

te Guttecoven

Omgeving Milieu

BV

van

project

is

maximaal

de jaargemiddelde concentratie

microgram/m? voor zowel

PM:o

M165610. 022/FSC

als NO.2 Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Met behulp van de NIBM-tool 2022 van InfoMil kan doorgerekend worden wat de invloed is van het extra aantal voertuigbewegingen van en naar de inrichting op de emissies van fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De NIBM-tool berekent in een worst-case situatie de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van onderhavig planvoornemen neemt iets toe. Worst-case is een toename per dag aan extra verkeer aangehouden van: 1 zware vrachtwagen (2 voertuigbewegingen), 1 middelzware vrachtwagen (2 voertuigbewegingen) en verder 2 personenauto’s of busjes (4 voertuigbewegingen), wat al erg veel is. Wanneer deze aantallen worden ingevoerd in de NIBM-tool 2022, dan blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Zie onderstaande figuur 18.

Figuur 18. Uitdraai NIBM-tool 2022.

Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Dit besluit is op onderhavig planvoornemen niet van toepassing. Conclusie luchtkwaliteit Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit planontwikkeling.

geen

belemmeringen

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

voor

onderhavige

41

M165610.022/FSC

4.4.3

Ammoniak Ammoniakemissie De bestaande

situatie kent op

basis

huisvesting een ammoniakemissie

de

van

1.328

kg/jaar. Dit is een afname

naar

1.049

Wet

natuurbescherming

In

van

de nieuwe

situatie

is geen

sprake

norm

kg/jaar. kg/jaar,

van

279

van

een

NH3/dier/jaar

1,6 kg

van

uit het Besluit emissiearme

In de nieuwe situatie daalt de ammoniakemissie

of te wel 21 %.

toename

de ammoniakemissie

van

depositie.

en

Het

bedrijf beschikt over een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming: Vergunning Artikel 16/19d Natuurbeschermingswet 1998.

(geanonimiseerd) te Guttecoven. WN

Maatschap

Zaaknummer: 2013-0355. kenmerk: 2013/48268 d.d. 29 augustus 2013’. Voor de nieuwe situatie is een wijzing van de vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd.

Aangezien Natura

er

daling

een

van

NOx- en ammoniakemissie

Invloed 2000

de ammoniakemissie

ontstaat heeft dit enkel

positieve effecten

op de

2000-gebieden.

van

de NOx-

gebieden,

is vanwege de

te verwachten.

Dit

De

gebieden. Uitgaande

in de

NIBM-tool

de

inrichting

en

een

toename

van

als gevolg

grote afstand

resultaten geven

2000

in

(gebruiksfase)

van

de

de Aerius-calculator

van

de stikstofeffecten

paragraaf 4.4.2 (blz. 39), blijkt uit de de afname

met

van

2000

Natura niet

(wettelijk toegestaan

activiteit weer

(weekdaggemiddelde),

rekenresultaten

voor

de Natura

zoals opgenomen

dat het verkeer

van

en

uit de

niet

leidt tot

stallen,

naar

gebieden.

nieuw en de

—

deze

de ammoniakemissie

van

stikstofdepositie op Natura

Aerius-verschilberekening vergund

op de

het projectgebied tot de Natura 2000 gebieden

van

de extra voertuigbewegingen

in combinatie

Aerius calculator

de geringe verkeerstoename

van

blijkt ook uit de toets met behulp

rekenprogramma).

Zie voor de

door verkeer

ammoniakemissie

en

resultaten bijlage 3a

en

3b

rekent niet verder dan 25 km vanaf de emissiepunten. Omdat in deze sprake is van en de beoogde situatie, is er dus sprake van

verschillende emissiepunten tussen de referentiesituatie randeffecten.

In verband

duidelijk zichtbaar dat

NOx- en ammoniakemissie

Invloed

van

Natura

2000

gebieden

de

NOx-

en

gebieden,

deze

met

er geen

randeffecten

sprake

door

is van

is

Dit

de

toegestaan rekenprogramma}). de Natura 2000 gebieden. Uitgaande blijkt

als gevolg

grote blijkt ook uit de

vanwege

De

12,

geeft bijlage toename

werktuigen/machines

ammoniakemissie

niet te verwachten.

bijlage

een

en

verkeer in de

van

de

afstand

van

de

van

inzet

de

van

rekenresultaten

opgenomen

afname

van

de ammoniakemissie uit de stallen, niet leidt tot

Natura

2000

is er worse

case

een

de

en

is

het bouwverkeer in combinatie

toename

de

van

de

2000

(wettelijk weer

realisatiefase

zelfs vanuit gegaan

op

Natura

deze activiteit

van

werktuigen

dat de

tot

de Aerius-calculator

resultaten geven de stikstofeffecten

uit de

het bouwplan

van

projectgebied

behulp

toets met

Hierin

weer.

realisatiefase)

realisatiefase het

van

in

gebieden. Hierbij

3b de juiste effecten

de depositie

van

voor

zoals

met

de

stikstofdepositie op

dat gedurende

het realisatiejaar

van

het totale plan de biggenstal al voor

Zie

voor

en

13b. Aerius calculator rekent niet verder dan 25 km vanaf de emissiepunten. Omdat in deze sprake

is van

42

de

Aeriusverschilberekening

half jaar in gebruik kan worden genomen. realisatie nieuwbouw en de resultaten bijlage 13a vergund een

—

verschillende emissiepunten tussen

de referentiesituatie

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 Aelmans Ruimte,

&

en

te Guttecoven

Omgeving Milieu

BV

de realisatiefase, is er dus sprake

M165610. 022/FSC

randeffecten. In verband met deze randeffecten geeft bijlage 13b de juiste effecten weer. Hierin is duidelijk zichtbaar dat er geen sprake is van een toename van de depositie van

Omgevingsverordening Limburg 2014, paragraaf 3. 1 Veehouderijen en Natura 2000. Op grond van artikel 3. 1. 2 van deze verordening, mogen nieuwe stallen geen grotere ammoniakemissie per dierplaats hebben dan de maximaal toegestane emissie als opgenomen in de bijlage behorende bij artikel 3. 1. 2. In de betreffende bijlage is voor biggen een norm opgenomen van 0,1 kg NH3 per dierplaats per jaar en voor de vleesvarkens is een norm opgenomen van 0,45 kg NH3 per dierplaats per jaar. Met de toe te passen stalsystemen D1. 1. 15. 4 en D3. 2. 15. 4 wordt voldaan aan deze verordening.

Besluit emissiearme huisvesting Met de aanvraag wordt eveneens voldaan aan het Besluit emissiearme huisvesting. Het Besluit emissiearme huisvesting stelt dat bij biggen de maximale emissiewaarde voor ammoniak niet hoger mag zijn dan 0,21 kg/dier/jaar. Voor de vleesvarkens (niet zijnde een IPPC bedrijf) geldt dat de maximale emissiewaarde voor ammoniak niet hoger mag zijn dan 1,5 kg/dier/jaar. Met een emissie van 0,1 kg NH3 per dierplaats (biggen) en 0,45 kg NH3 per dierplaats per jaar (vleesvarkens) wordt hier dus ruimschoots aan voldaan.

Conclusie ammoniak Gelet op vorenstaande vormen de ammoniakemissie en de gekozen stalsystemen in de nieuwe situatie geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

4. 5

Externe veiligheid In verband met het realiseren van een stal (bedrijfsgebouw) is sprake van het realiseren van een zogenaamd beperkt kwetsbaar object. De inrichting is geen BEVI inrichting en bij onderhavige ontwikkeling is ook geen sprake van het installeren van nieuwe risicobronnen in het kader van externe

veiligheid. Omdat sprake is van het realiseren van een beperkt kwetsbare object dienen het plaatsgebonden risico en groepsrisico vanwege risicobronnen in de omgeving te worden beoordeeld. Met betrekking tot het groepsrisico wordt opgemerkt dat in de regel 1 persoon per dag ca. 2 uur in de stal aanwezig is t. b. v. controle van o. a. de dieren, het stalklimaat, de voerinstallatie, het ventilatiesysteem en klein onderhoud bij storingen. Alleen tijdens het leveren en laden van dieren en schoonmaken van de afdeling(en) na levering van de dieren, kan dit iets langer zijn. Dit is hooguit 1 keer per week of per twee weken. Er komen dus geen personen te wonen. Risicobronnen in de omgeving van het plangebied betreffen de in noordelijke richting gelegen buisleiding en de westelijk gelegen transportroute A2. Verder liggen er geen risicocontouren over het projectgebied.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

43

M165610. 022/FSC

4. 5. 1

Buisleiding (K1-leiding) Op ongeveer 150 meter afstand in noordelijke richting van het projectgebied ligt een buisleiding (PRB).

Figuur 19. Uitsnede BP-kaart met ligging projectgebied t. o. v. de PRB buisleiding.

In verband met de verbreding van de A2 is deze leiding inmiddels naar het oosten verlegd. In figuur 19 (uitsnede BP-kaart met de oude ligging) is aan de verkleuring van de bovengrond te zien hoever de leiding ongeveer naar het oosten is verlegd. De leiding is daarmee iets dichter bij het projectgebied gekomen, maar de afstand is nog altijd dermate groot dat het projectgebied buiten de PR 10-6 contour ligt.

Volgens de bijlage ‘Buitengebied Sittard-Geleen Externe veiligheid’ van het vigerende bestemmingsplan bedraagt de PR 10-6 contour voor deze leiding 12 meter. Tevens is daarin vermeld dat zelfs bij zeer hoge persoonsdichtheden (omgeving met gemiddelde persoonsdichtheden tot 255 personen per hectare) nabij dit type leidingen, geen sprake is van een groepsrisico (het aantal van 10 slachtoffers wordt niet gehaald waarmee het risico buiten de definitie van het groepsrisico valt). In de onderhavige situatie is geen sprake van een dergelijke hoge personendichtheid en derhalve wordt geconcludeerd dat ook na verschuiven van het buisleidingtracé geen sprake is van een groepsrisico. Een nadere invulling aan de verantwoordingsplicht groepsrisico is derhalve niet noodzakelijk. Op grond van het Bevb dient voor de leiding binnen het bestemmingsplan een belemmeringenstrook van 5 meter te worden opgenomen. Binnen deze strook is het verboden bestemmingen toe te staan die het oprichten van nieuwe bouwwerken mogelijk maakt en geldt een vergunningstelsel waardoor de kans op graafschade aan de buisleiding (toekomstig) wordt verminderd. Het projectgebied ligt ver buiten deze 5 meter en wordt derhalve ook niet beperkt door deze buisleiding.

Gelet op vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de buisleiding geen belemmering vormt voor onderhavige planontwikkeling.

44

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610. 022/FSC

4. 5. 2

Invloedsgebied A2 Het projectgebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de A2. De A2 is een onderdeel van het Basisnet Weg. Het wegvak ter hoogte van het projectgebied wordt aangeduid als wegvak L85 met als naam; “A2: afrit 46 (Born) – afrit 48 (Urmond)”. De PR 10 -6 contour bedraagt 17 meter. Het GR-plafond is 0 meter. De A2 heeft ter hoogte van het projectgebied een plasbrandaandachtsgebied. Dat is een zone van 30 meter aan weerszijden van de weg, waaraan voorwaarden zijn verbonden aan de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten in verband met de effecten van een plasbrand. Als gevolg van het planvoornemen worden er geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze zone gerealiseerd. Met de situering van de nieuwe vleesvarkensstal is rekening gehouden met de toekomstige verbreding van de A2, zodat ook in die situatie de nieuwe stal buiten het plasbrandgebied ligt.

4. 5. 3

Conclusie externe veiligheid Gelet op vorenstaande hoeft het groepsrisico niet verantwoord te worden en vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Mochten er zich calamiteiten voordoen op de A2, dan is er naar het oosten toe nog altijd ruim voldoende gelegenheid om zichzelf in veiligheid te brengen. Vanuit die richting is de locatie ook goed bereikbaar voor eventuele hulpdiensten. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen vormt voor onderhavige planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

45

M165610. 022/FSC

5

Overige aspecten Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 4, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en

fauna en duurzaamheid.

5. 1

Archeologie

5. 1. 1

Archeologische monumentenzorg (Erfgoedwet) De Nederlandse wetgeving ten aanzien van archeologische waarden is momenteel aan veranderingen onderhevig. De Monumentenwet 1988 is vanaf 1 juli 2016 deels overgegaan in de Erfgoedwet. De onderdelen over omgevingsrecht uit de Monumentenwet gaan (naar verwachting) in 2023 over naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2022. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de omgang met het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van de wetgeving is om het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Op grond van deze wetten worden gemeenten verantwoordelijk geacht voor de bescherming van archeologische waarden.

Artikel 9. 1 (overgangsrecht omgevingswet) van de Erfgoedwet zegt: Voormalig artikel 38a: De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3. 1, onderscheidenlijk artikel 3. 38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten). Voormalig artikel 41: De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2. 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (o. a. gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan) kan in het belang van de archeologische monumentenzorg worden verplicht een rapport over te leggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1. 1 van die wet in voldoende mate is vastgesteld. In 2012 heeft de gemeente Sittard-Geleen de “beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen” vastgesteld.1 Onderdeel van deze beleidsnota is een archeologische beleidskaart, die gebaseerd is op een aantal archeologische verwachtingskaarten.2 De archeologische verwachtingskaarten geven inzicht in de (verwachte) aanwezigheid van archeologische resten. De

1 Gemeente Sittard-Geleen, 2012. Beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen. 2 Verhoeven, M. P. F. & G. R. Ellenkamp, 2010. Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor

46

de gemeente Sittard-Geleen. RAAP-rapport 2144. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610. 022/FSC

verwachtingskaarten zijn vervolgens omgezet naar één beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er 7 archeologische beleidscategorieën ontstaan (zie onderstaande tabel). Beleidscategorie

Verwachting/waarde

1 2

AMK-terrein; terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd AMK-terrein; terrein van zeer hoge en hoge archeologische waarde AMK-terrein; terrein van hoge archeologische waarde, kern Sittard AMK-terrein; terrein van archeologische waarde Zone rondom ARCHIS-waarneming/vondstmelding/vindplaats AMK-terrein; terrein van hoge archeologische waarde, historische kernen Hoge verwachting voor droge landschapen Hoge verwachting voor droge landschapen, provinciaal aandachtsgebied Middelhoge verwachting voor droge landschappen droge Middelhoge verwachting voor landschappen, provinciaal

3 4

aandachtsgebied Hoge verwachting voor natte landschappen Hoge verwachting voor natte landschappen, Maasafzettingen Middelhoge verwachting voor natte landschappen Onbekende verwachting voor droge en natte landschappen

5. 1. 2

5

Lage verwachting

voor

droge landschappen, provinciaal aandachtsgebied

6

Lage verwachting

voor

droge en natte landschappen

7

Lage verwachting Lage verwachting

voor

ontgronde gebieden vrijgegeven onderzoeksgebieden

voor

Archeologische verwachtingswaarden Volgens de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Sittard-Geleen ligt het projectgebied in een archeologisch interessant gebied. Op basis van landschappelijke en historische gegevens, in combinatie met de bekende archeologische vindplaatsen in de directe omgeving, geldt voor het projectgebied een middelhoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit het paleolithicum en mesolithicum en een hoge verwachting voor resten uit alle perioden vanaf het neolithicum voor zowel nederzettingsresten als off site resten, met uitzondering van nederzettingsresten uit de nieuwe tijd.

Volgens het beleid van de gemeente Sittard-Geleen is het projectgebied helemaal ingedeeld in beleidscategorie 4 Voor deze beleidscategorieën geldt, dat bodemverstoringen die groter zijn dan respectievelijk 500 m² én dieper gaan dan 30 cm –mv onderzoeksplichtig zijn. .

Dit beleid is inmiddels in het bestemmingsplan Buitengebied Sittard verankerd.

Volgens het bestemmingsplan, vastgesteld op 26-6-2013, is aan het projectgebied een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 toegekend. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

47

M165610. 022/FSC

bescherming van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden (bijlage 1). In de regels van het bestemmingsplan staat opgenomen dat in de volgende gevallen in principe een archeologische onderzoeksplicht geldt: indien de bodemverstoring dieper gaat dan 30 cm -Mv én indien de bodemverstoring groter is dan 500 m² Het

planvoornemen betreft vooralsnog de nieuwbouw van een vleesvarkensstal binnen het plangebied en verbouw en uitbreiding van de bestaande stal binnen het vigerende bouwvlak. Omdat bij de uitbreiding van de bestaande stal ook is voorzien in een mestopslag onder de stal, is die uitbreiding meegenomen in het archeologisch onderzoek ten behoeve van het planvoornemen. Zowel de uitbreiding van de bestaande stal als de nieuwbouw worden voorzien van een mestopslag onder de stal. De benodigde bodemingrepen zijn groter dan 500 m2 en gaan dieper dan 0,3 meter. Daarnaast vinden ook bodemingrepen plaats t. b. v. de infiltratiesloot. Naar aanleiding hiervan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. 5. 1. 3

Verricht archeologisch onderzoek Op 19-08-2019 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd op het terrein aan de Rijstraat 102 te Guttecoven. Onderstaand worden de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek weergegeven. Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het zuidelijke deel van het projectgebied tot minimaal 50 cm –mv is verstoord c. q. uit opgebracht bodemmateriaal bestaat. Onder deze verstoring/ophoging bevindt zich een intacte colluviale lössleembodem met mogelijk antropogene sporen. Binnen het centrale en noordelijke deel van het projectgebied is de oorspronkelijke bodem onder de moderne bouwvoor nog volledig intact. Uitgaande van het gepresenteerde bouwplan wordt geadviseerd om de geplande verharding van het zuidelijke deel van het projectgebied zonder verdergaand vervolgonderzoek toe te staan onder voorwaarde dat deze verharding geen bodemverstoring dieper dan 50 cm –mv tot gevolg heeft. De zone waarvoor geen aanvullend onderzoek geadviseerd wordt, behoudt zijn dubbelbestemming Waarde-Archeologie.

Met betrekking tot het centrale en noordelijke deel van het projectgebied inclusief de paardrijbak (longeercirkel) wordt vanwege de intacte bodemopbouw in combinatie met de hoge archeologische verwachting geadviseerd om voorafgaand aan de geplande bouwwerkzaamheden archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek wordt bij voorkeur uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor het gehele projectgebied geldt dat de archeologische waarde (dubbelbestemming) dient te worden gehandhaafd. Het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek mag enkel plaatsvinden na goedkeuring door de gemeente Sittard-Geleen van een daartoe opgesteld Programma van Eisen (PvE).

5. 1. 4

Advies gemeentelijke archeoloog Het rapport is beoordeeld en goedgekeurd door de gemeentelijke archeoloog. De advisering, om in een deel van het projectgebied vervolgonderzoek uit te laten

48

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

voeren,

is

EN ed aelmans Het

overgenomen.

venoanrs

uitvoeren

bouwwerkzaamheden

dit

van

onderzoek

zal

voorafgaand

de

aan

geplande

uitgevoerd worden.

Meldingsplicht Bij een verstoringsdiepte groter dan

30 cm

geldt te allen tijde een meldingsplicht voor de

de werkzaamheden. Dit betekent dat in de omgevingsvergunning het bouwrijp maken

van

1.

De

aanvang

de

aan

van

van

wordt opgenomen

aanvang

van

dat de aanvang

het perceel moet worden gemeld bij de gemeentelijk archeoloog.

het bouwrijp

gemeentelijk

maken

archeoloog

te

het perceel dient twee

van

worden

gemeld

per

weken

e-mail

voor

de werkstart

(marion.aarts@sittard-

geleen.nl}. 2.

De

mogelijkheid dat er in het projectgebied archeologische vondsten worden gedaan, wordt gezien de hoge archeologische verwachting

—

nabijheid

niet

—

(Erfgoedwet) vermoed

om

en

wordt dat het

vondsten

(geanonimiseerd) en

kunnen aan

in de

directe

uitgesloten. Wij wijzen nadrukkelijk op de wettelijke verplichting archeologische vondsten te melden. Bij het doen van vondsten waarvan archeologische vondsten

om

verplicht deze geval de gemeente. bij de gemeentelijk archeoloos (geanonimiseerd)

onmiddellijk te melden bij de bevoegde instantie, De

het grote aantal vindplaatsen

gemeld worden

de gemeentelijk

of sporen

is het

gaat,

in dit

projectleider of de gemeentelijk contactpersoon

van

het

project.

5.2

Kabels

en

leidingen

Door het

projectgebied lopen geen boven- en/of

sprake

geen

ondergrondse

leidingen. Er is op dat gebied derhalve bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit

van

punt.

5.3

Verkeer Met

parkeren

en

betrekking

tot

onderhavige

planontwikkeling

verkeersstructuur alsmede het parkeren

dienen

de

(eventuele)

gevolgen

voor

de

inzichtelijk te worden gemaakt.

Verkeersstructuur De

Rijstraat

Ter

plaatse

verkeer, wordt

via

het

van

projectgebied

is de

in

beide

richtingen afgesloten voor doorgaand bestemmingsverkeer. De locatie Rijstraat 102

uitzondering van landbouwverkeer en inrit/uitrit ontsloten op de Rijstraat, daaraan wijzigt

met

de bestaande

situatie. Ten

opzichte

toename

verkeersstromen

van

van

niets

de vigerende situatie zal in de nieuwe situatie sprake zijn

39). Gelet

van

op de

en

naar

NIBM' (blz. 38

en

niet

aangepast

te worden.

Het

geringe verkeer op de Rijstraat zal ook en naar de inrichting Rijstraat 102.

van

Rijstraat

Op de

geringe

de

inrichting,

toename

zie ook

hoeft de bestaande

locatie zelf is voldoende ruimte in de nieuwe

Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,

paragraaf voor

4.4.2

t.o.v.

de

huidige

van

een

geringe

onder ‘Het Besluit

verkeersstructuur hiervoor

parkeren

en

manoeuvreren.

situatie geen hinder ondervinden van

Rijstraat 102

&

te Guttecoven

Omgeving Milieu

BV

verkeer

49

M165610. 022/FSC

Verbreding A2 De huidige A2 ligt op ongeveer 60 meter van het projectgebied. Bij de uitwerking van het plan moet rekening worden gehouden met het ‘Tracébesluit A2’, waarbij sprake is van twee zones evenwijdig aan de A2. Dit betreffen ‘vrijwaringszone – weg 1’ en ‘vrijwaringszone – weg 2’. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 1' mag niet worden gebouwd binnen een afstand van 50 m uit de as van de meest nabijgelegen rijstrook van de Rijksweg A2, met uitzondering van bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 2' mag niet worden gebouwd binnen een afstand van 100 m uit de as van de meest nabijgelegen rijbaan van de Rijksweg A2, met uitzondering van bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer. De nieuw te bouwen vleesvarkensstal ligt binnen de 100 meter afstand uit de as van de meest nabijgelegen rijstrook van de A2. Bij de uitwerking van het planvoornemen is in verband met verbreding van de A2 derhalve uitvoerig overleg gevoerd met Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat heeft hierbij aangegeven akkoord te gaan met het bouwplan als de nieuwbouw plaatsvindt parallel aan - en binnen een afstand van 48 meter van de bestaande stal. Het bouwplan is zodanig opgezet dat hieraan wordt voldaan.

Ook is er bij het uitwerken van het besluitvlak voor onderhavig planvoornemen rekening mee gehouden dat er geen overlap ontstaat met het ‘Tracébesluit A2’, zoals dat in verbeelding van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Tracébesluit A2’ is opgenomen. 5. 3. 2

Parkeren Per (bedrijfs)woning en bedrijf zijn in zijn algemeenheid op basis van de parkeernormcijfers volgens het ‘Facetbestemmingsplan parkeren’ van de gemeente Sittard-Geleen parkeerplaatsen vereist. Het erf is ruim voldoende om op eigen grond te parkeren. Het bedrijf aan de Rijstraat 102 betreft een arbeids- en bezoekers extensief bedrijf. Volgens de parkeernorm (rest gemeente) zouden er dan 0,8 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. nodig zijn. Bij een oppervlak van ca. 2. 030 m2 voor de vleesvarkensstal komt dat neer op 16 parkeerplaatsen. Ofschoon deze ruimte aanwezig is, is dat aantal zeker niet noodzakelijk. Worst case kan het voorkomen dat er op de locatie gelijktijdig 4 motorvoertuigen (busjes/personenauto’s aanwezig kunnen zijn van bijvoorbeeld een medewerker, een dierenarts, een servicemonteur en de eigenaar zelf. Derhalve kan volstaan worden met 4 parkeerplaatsen, er is echter meer dan voldoende ruimte om meer voertuigen te kunnen parkeren.

5. 4

Waterhuishouding

5. 4. 1

Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).

5. 4. 2

Provinciaal beleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van

50

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610. 022/FSC

water in de bodem te bevorderen

en

water meer terug te brengen in stedelijk gebied.

Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en waterplassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. 5. 4. 3

Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij

het waterschap. Sinds de nieuwe keur van 1 april 2019 geldt geen ondergrens meer voor het aanvragen van een wateradvies (voorheen was de ondergrens een plangebied met een oppervlakte van 2000 m2). Alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen komen in aanmerking voor wateradvies. Zo ook onderhavig planvoornemen.

Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is op 15 juli 2019 aangemeld via de digitale watertoets. Uit het doorlopen van de toets is gebleken dat de ontwikkeling naar verwachting invloed heeft op de waterhuishouding. Vandaar dat op deze ontwikkeling de reguliere watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat het Waterschap Limburg betrokken wordt bij de voorbereiding van het plan. De samenvatting van de watertoets is bijgevoegd in bijlage 7. 5. 4. 4

Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige projectgebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Bij de nieuwe stal is geen sprake van lozing van huishoudelijk afvalwater. Schoonmaakwater wordt opgevangen in de kelders onder de stal. Het spuiwater van de luchtwassers wordt opgevangen in een aparte opvangvoorziening en opgehaald door een erkende inzamelaar.

Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden afgevoerd naar de te realiseren infiltratievoorziening. Hierbij is ook rekening gehouden met de uitbreiding van de bestaande stal. Zo wordt er ten behoeve van de opvang en infiltratie van het hemelwater afkomstig van de erfverharding (±1. 000 m)2 en de daken (vlv. stal ca. 2030m 2 + uitbreiding van de biggenstal ca. 1. 150

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

51

M165610.022/FSC

m?), samen en

de

m?, een infiltratiesloot aangelegd aan de noordwestzijde,

4.180

ca.

naast de

erfverharding

nieuwe vleesvarkensstal.

Capaciteit hemelwatervoorziening Om

te beoordelen

hoe groot de te realiseren infiltratievoorziening moet zijn, dient aldus opgave van het Waterschap Limburg voor dit gebied het afvoerend verhard oppervlak te worden vermenigvuldigd met 0,08

(80 mm neerslag/m?).

m.

Capaciteit infiltratiesloot De

leggen

te

aan

afkomstig 0,08 De

m

=

van

de

infiltratiesloot

erfverharding

behoeve

ten

de daken

en

opvang

derhalve

infiltratie

en

netto inhoud

een

van

het

krijgen

hemelwater m?

4180

van:

x

334 m?.

infiltratiesloot wordt

waterhoogte

ca. 90

1,45

van

bergingscapaciteit

lang, gemiddeld

meter

meter

bedraagt dan

bedraagt 90

3,8

x

omstandigheden kan de sloot overlopen

(geanonimiseerd) mm

de

van

moet

zelf.

De

verdere

omgevingsvergunning

—

de

opslagcapaciteit

342

m?

en

de

van

breed

1,50 meter diep. Bij

en

m?

3,8

De

meter.

per

is hiermee

dus groot genoeg. bouwland van de

Bij

een

totale extreme

Maatschap (geanonimiseerd)

het naastgelegen

naar

uitwerking

bouwen

=

2.62 meter

infiltratievoorziening

is

in

opgenomen

de

de vleesvarkensstal.

van

Opvang schoon hemelwater In

de

infiltratievoorzieningen

wordt niet

voorkomen

uitlogende materialen

Voorkomen Door

van

in de

alleen schoon

in de

hemelwater

opgevangen.

Uitloging bij infiltratie

in de

Door

hemelwater te infiltreren

bouw wordt verontreiniging

van

bodem.

het gebruik

van

het hemelwater voorkomen.

wateroverlast

bij het bepalen

water

wordt

door alleen schoon

van

het bouwpeil

te realiseren

gebouwen

afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat

en

kan vloeien. Daarnaast

kan ten aanzien

van

wateroverlast

voor

derden worden gesteld dat hiervan geen sprake zal zijn. Infiltratieonderzoek Omdat het verhard oppervlak als gevolg is een

van

onderhavig planvoornemen

meer

dan 300 m2 bedraagt,

infiltratieonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 11 opgenomen

bij deze ruimtelijke

onderbouwing. Het

doel

van

een

onderzoek

infiltratie

van

regenwater

in het kader van duurzaam

in de

naar

de

waterdoorlatendheid

bodem ter plaatse

bouwen

en

van

het ontwerpen

van

de

ondergrond,

de onderzoeklocatie met

mogelijk

is

vaststellen

is. Eén

en

of

ander

regenwater.

Uit de ter

gemeten doorlatendheden blijkt dat infiltratie van neerslagwater tot de mogelijkheden behoort hoogte van de Rijstraat 102 te Guttecoven. De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is

voldoende. Voor het

Het infiltreren

zou

volledige rapport,

zie

direct in de ondiepe

bijlage

ondergrond

moeten

kunnen plaatsvinden.

11.

Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd vormt

52

voor

dat het aspect waterhuishouding

onderhavige planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 Aelmans Ruimte,

&

te Guttecoven

Omgeving Milieu

BV

geen

belemmeringen

EN ed aelmans 5.5 5.5.1

Natuur

venoanrs

landschap

en

Kernkwaliteiten In de

Provinciale omgevingsvisie

(POVI)

is de

provincie opgedeeld

in

zoneringen.

Het

projectgebied

gelegen binnen de

in

3.2.1

aanzien

de

zone ‘Buitengebied’ (zie tevens paragraaf 3.2.1}. Zoals reeds gesteld planvoornemen aanvaardbaar en passend binnen het provinciale beleid ten

is het

Het

planvoornemen past ‘Buitengebied’. van het bedrijf van initiatiefnemer.

zone

in het

Het betreft

landschap.

is

paragraaf van

duurzame

tevens een

ontwikkeling Naast

de

indeling

in

zoneringen

grond

van

de Omgevingsverordening

paragraaf 3.2.2}.

Het

waartoe

op

is

sprake

tevens

is

projectgebied

niet

diverse

van

Limburg in

gelegen

provinciale beschermingsgebieden,

2014

specifieke regelgeving geldt (zie ook milieubeschermingsgebied, specifieke

een

regelgeving is niet van toepassing. In het

vigerende bestemmingsplan

cultuur-historische

en

is opgenomen

archeologische waarden

dat het behoud

doelstelling

een

bebouwing doet afbreuk aan deze doelstelling en

van

Voorgenomen

planontwikkeling

kan

dan

ook

alleen

landschapsstructuur behouden of verbeterd wordt. maatwerk

om

en

te Guttecoven,

de “Nota Plan

en

is daarom

wordt mogelijk gemaakt middels sloop

conform de criteria

Ruimtelijke Kwaliteit’

en

als

Realisatie van

van

landschappelijke, natuurlijke,

is in het

buitengebied.

niet

gewenst.

de

bestaande

en

Het

plaatsen

oorspronkelijke

dit planvoornemen vraagt daarom bedrijfsgebouwen aan de (geanonimiseerd) van

en

eventuele gebiedskarakteristieken zoals die zijn opgenomen

een

landschappelijk inpassingplan

in

LKM

uitbreiding van de bedrijfslocatie (besluitvlak) aan Rijstaat 102 (ca. 3.000 m?)} met een vleesvarkensstal (ca. 2.100 m?) wordt gecompenseerd met sloop van gebouwen aan de Dorpstraat 60 De te realiseren

te

Guttecoven

vervolgens

de

bestemming ‘Agrarisch grondgebonden’

gewijzigd zal worden

‘Wonen’ (zie ook bijlage 8).

naar

In

alwaar

overleg

2012}

gemeente is besloten om op basis van het provinciale LKM (Limburgs Kwaliteitsmenu beoordeling en een berekening te maken van de noodzakelijke compensatie ten behoeve

met

een

van

het planvoornemen.

Het

besluitvlak

waar

de uitbreiding ten

behoeve

vigerende bestemmingsplan “Buitengebied waarden

—

Natuur

en

landschapswaarden”. Op grond

1.

Landschappelijke inpassing

van

2.

Voorzieningen

te

nieuw 3.

aangelegd

te realiseren

de vleesvarkensstal

van

Sittard” opgenomen van

voor

de

plaats zal vinden

is in het

bestemming “Agrarisch

met

het LKM dient dan:

de nieuwe bebouwing

worden

met de

opvang

(vleesvarkensstal) plaats (infiltratie)

van

te

vinden;

hemelwater

van

de

bebouwing;

Kwaliteitsverbeterende

maatregelen

te worden

genomen

zoals:

-

aanleg natuur;

-

sloop;

-

landschappelijke of andere ruimtelijke kwaliteitsverbetering toe

Ruimtelijke onderbouwing Aelmans Ruimte,

Rijstraat 102

&

te Guttecoven

Omgeving Milieu

BV

te passen.

53

M165610.022/FSC

Inpassing Ad. 1 De

nieuw te realiseren

bebouwing zal op basis

Hierbij dient opgemerkt al voor

te worden

de huidige ruimtelijke inzichten ingepast worden.

van

dat door de bestaande begroeiing in de directe omgeving de locatie

groot gedeelte is ingepast. de aanvulling van deze bestaande begroeiing

Voor

een

hoe

aangegeven

de inpassing

door de gemeente

is

zie

uitgevoerd,

is een

bijlage

inpassingsplan (LIP) opgesteld

waarin wordt

1.

is beoordeeld

Onderhavig inpassingsplan

akkoord bevonden. Daarmee wordt voldaan

en

dit 1° onderdeel.

aan

Ad. 2 Hemelwater Het

plan

voorziet in de

stal. Zie

paragraaf

nieuwe

gebouw

5

aanleg van bijlage

en

opgevangen

en

Ad. 3 Kwaliteitsverbeterende Het

LKM

geeft

dat

aan

infiltratiesloot

een

1.

Middels

deze

de noordwestzijde

aan

sloot wordt

het afstromende

hemelwater

van

het

geïnfiltreerd.

maatregelen kwaliteitsverbetering een hoge

een

de nieuw te bouwen

van

mate

maatwerk is. Met

van

name

in een

gebied

met waarden, zoals de vigerende bestemming van de planlocatie aangeeft, speelt dit een belangrijke rol. Als mogelijkheid voor een kwaliteitsverbetering wordt naast de aanleg van natuur ook

nadrukkelijk sloop als maatregel genoemd. een

kwaliteitsimpuls

aan

Om

de

kwantificeren

kwaliteit

worden. Zo wordt

In

voor toe

worden

te voegen

waardes

er

natuur vaak

gebouwen wordt gewaardeerd

van

gemeentelijke

kwaliteitsverbetering

in

het agrarische

Indien

er

het

LKM

in

en

aangehouden.

toegekend

gerekend

Aangezien

op € 25,-- per m? en

kwaliteitsmenu's

gebied

echter sprake is van

in onderhavige

waarde

die genomen per m? toe te

€ 6,50

van

een

een

wordt

norm

met waarden

(glas) op € 4,- per m?°.

kassen

van

(GKM}),

(Agrarisch) gebied

sloop

van

voor

de

uit

te

10%

van

de

uitbreiding

(Agrarisch

met

waarden)

voeren

is deze

situatie

kwaliteitsverbetering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=5d7d40f7-dcca-4b06-807c-bcc8c7cebe88