CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Ruimtelijke onderbouwing definitieve vvgb vleesvarkensstal Rijstraat 102

Raad 27 juni 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunnning varkensstal Rijstraat 102 Guttecoven (Geilen) (64)19.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

van

sprake

3.000

m?

x

is van een

agrarisch gebied

met waarden

20%

m?

plaatsvinden.

=

600

moeten

zou

betekent dit dat er

opties zijn dan:

Toevoegen

natuur

Indien kwaliteit als natuur wordt gerealiseerd heeft dit een waarde

van

Aangezien

ondernemers

Guttecoven

echter

(zie bijlage 8)

is dit

de een

mogelijkheid reële optie

hebben voor

om

hiermee

m?

€ 6,50

x

=

€ 3.900,-

slopen

aan

de

te (geanonimiseerd) GN

kwaliteitsverbetering.

De

noodzakelijke

=

Er kan dan

het aspect kwaliteitsverbetering kwaliteitsverbetering is daarmee niet noodzakelijk. mate

aan

De definitieve

afspraken

over

initiatiefnemer

en

natuur als

in

te

te

om

een

156 m?. slopen zijn: € 3.900,- : € 25,-/m? 60 ruim 860 m? de locatie wordt Op Dorpsstraat gesloopt. meters

600

van:

sloop

Uitvoeren

54

maatregelen

aan

met een

20%.

norm

De

overtollige bebouwing wordt

van

het buitengebied gegeven.

veel

een

door sloop

name

natuur.

voegen

Sloop

te

Met

ruime

de compensatie zijn vastgelegd

de gemeente Sittard-Geleen.

&

te Guttecoven

Omgeving Milieu

voldaan.

in een anterieure

®)

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 Aelmans Ruimte,

wordt

ook geconcludeerd worden

BV

Het

aanplanten

dat van

overeenkomst tussen

M165610. 022/FSC

Conclusie Op grond

bouw 1. 2. 3.

het LKM wordt de voorgestane uitbreiding van de bedrijfslocatie ten behoeve van de vleesvarkensstal: Op basis van het bijgevoegde LIP (bijlage 1) ingepast in de omgeving; Wordt het hemelwater dat vrijkomt bij de nieuwe stal en verharding, geïnfiltreerd (de uitbreiding van de biggenstal is eveneens meegenomen in de infiltratievoorziening); Zal er middels sloop een, meer dan noodzakelijke, kwaliteitsverbetering plaatsvinden. van

van een

Gesteld kan worden dat het aspect natuur en landschap geen belemmering oplevert voor onderhavig planvoornemen 5. 5. 2

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming). De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning.

5. 5. 3

Gebiedsbescherming Natura 2000 De Wnb voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun

leefgebieden. Zoals al is vermeld in paragraaf 4. 4. 3 is in de nieuwe situatie geen sprake van een toename van de ammoniakemissie en depositie. Het bedrijf beschikt over een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming en voor de nieuwe situatie is een wijzing van de vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd. T. a. v. het planvoornemen is ook gekeken naar de invloed hiervan op de overige effecten, zoals licht, geluid, trillingen, etc. Dit is verder uitgewerkt in bijlage 6. Ook uit deze toets kan geconcludeerd worden dat er, gelet op de ligging en grote afstand tot Natura 2000 gebieden, vanuit de planlocatie Rijstraat 102 geen nadelige effecten op de Natura 2000 gebieden te verwachten zijn.

Geconcludeerd kan worden, dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de nieuwe situatie naar verwachting geen (significante) negatieve effecten zal veroorzaken op de Natura 2000-gebieden.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

55

M165610. 022/FSC

Wav gebieden De Wet ammoniak en veehouderij (verder: Wav) biedt een beschermingskader voor de zeer kwetsbare gebieden tegen de verzurende en vermestende werking van ammoniak. De Wav stelt dat alleen voor verzuring gevoelige gebieden, of delen daarvan, als zeer kwetsbaar kunnen worden aangemerkt. In deze gebieden en in een beschermingszone van 250 meter daar om heen, geldt een verbod voor nieuwvestiging van veehouderijen en is uitbreiding van bestaande veehouderijen slechts onder beperkingen mogelijk. Deze maatregelen zijn aanvullend op het generieke emissiebeleid op het gebied van ammoniak. De locatie Rijstraat 102 ligt niet binnen de beschermingszone (250 meter) van een

Wav-gebied. 5. 5. 4

Soortenbescherming (Flora en Fauna Ter bescherming van planten- en diersoorten gelden In de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. We kennen 2 beschermingsniveaus, ten eerste de Europees beschermde soorten volgens de Habitat- en Vogelrichtlijn en ten tweede de Nationaal beschermde soorten. Voor alle inheemse diersoorten, beschermd of onbeschermd, geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in, dat men soorten niet onnodig mag verstoren, doden, verwonden en beschadigen. Voor onbeschermde soorten geldt geen ontheffingsplicht maar alleen de zorgplicht. Naast soorten beschermt de Wet natuurbescherming ook vaste verblijfplaatsen. Een vaste verblijfplaats betreft een verblijfplaats waarnaar een dier regelmatig terugkeert. Voor beschermde soorten dienen de effecten op populatieniveau te worden getoetst. In tegenstelling tot de voorgaande Flora en faunawet is de bescherming in mindere mate individueel en dient de staat van de instandhouding van de gehele populatie in aanmerking te worden genomen. Invloed planvoornemen op Flora en Fauna Voorliggend plan voorziet in een uitbreiding van de bedrijfslocatie Rijstraat 102 ten behoeve van het realiseren van een vleesvarkensstal. De gronden waarop deze uitbreiding betrekking heeft, zijn intensief in gebruik als erf en bouwland voor akkerbouwgewassen.

Binnen het projectgebied is geen sprake van sloop van opstallen of verwijdering van erfbeplanting als houtsingels of bosstroken. De verwachting is dan ook dat binnen het projectgebied geen beschermde flora en fauna voorkomen. Ten aanzien

van

mogelijk voorkomende plantensoorten

en

diersoorten kan het volgende worden

gesteld: Planten Gelet op vorenstaande en het huidige intensieve gebruik van de gronden, kan worden geconcludeerd dat binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten voorkomen. Grondgebonden zoogdieren Het ligt niet in de lijn der verwachting dat vanwege het huidige en intensieve gebruik van de bestaande stal en de gronden binnen de projectgebied andere beschermde soorten voorkomen. Het projectgebied kan mede door het huidige en toekomstige gebruik niet tot een belangrijk leefgebied worden gerekend. Vleermuizen De aanwezigheid van dieren trekt insecten en daarmee ook vrijwel zeker vleermuizen daardoor het projectgebied zullen gebruiken als foerageergebied.

56

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

aan,

die

M165610. 022/FSC

Nabij het projectgebied en in de rand van het projectgebied zijn bomen en houtopstanden aanwezig die mogelijk geschikt kunnen zijn als verblijfsplaats voor vleermuizen. Zoals eerder al is aangegeven worden er geen plantopstanden of bomen gerooid. Van verstoring van verblijfplaatsen voor eventueel aanwezige vleermuizen is dan ook geen sprake. Broedvogels Nabij het projectgebied en in de rand van het projectgebied zijn bomen en houtopstanden aanwezig die mogelijk gebruikt worden als verblijfsplaats voor broedvogels. Ten behoeve van dit planvoornemen vinden er geen ingrepen plaats aan de bestaande bomen, houtopstanden en overige beplanting, waardoor van verstoring van mogelijke nesten of holen geen sprake kan zijn. Herpetofauna Binnen het projectgebied is geen geschikt leefgebied aanwezig voor deze soort (bijvoorbeeld hazelworm). Daarvoor worden de gronden te intensief gebruikt en er zijn geen geschikte schuilmogelijkheden aanwezig. Mogelijk komen er wel soorten voor in de rand van het projectgebied en buiten het projectgebied, maar daar vinden geen verstoringen of ingrepen plaats. Binnen het projectgebied komt geen waterpartij voor die door de bouwplannen wordt verstoord. De aanwezigheid van amfibieën wordt dan ook uitgesloten. Vissen Binnen het projectgebied komt

geen

waterpartij

voor.

Van aanwezigheid van vissen is dan ook geen

sprake. Ongewervelden Als gevolg van het planvoornemen worden alleen gronden gebruikt die intensief in gebruik zijn. Mede hierdoor en vanwege het feit dat er geen houtopstanden, bomen en overig groen wordt gerooid, is er ook geen sprake van het verstoren van een mogelijk leefgebied van mogelijk aanwezige ongewervelden (beschermde vlindersoorten, slakken of andere ongewervelden). Natuurgegevens provincie Limburg De provincie Limburg heeft in 2008 de haar beschikbare natuurgegevens geactualiseerd. Uit raadpleging van deze verouderde gegevens blijkt dat er binnen het projectgebied geen beschermde soorten voorkomen. Wel zijn enkele schaarse soorten waargenomen: de Holenduif en de

Ekster. Met betrekking tot de uitbreiding van de biggenstal wordt opgemerkt dat deze plaatsvindt ter plaatse van de huidige sleufsilo. Gelet op het huidige gebruik en de aanwezige verharding kan geconcludeerd worden dat ook hier geen beschermde flora en fauna voorkomt. 5. 5. 5

Conclusie natuur N. a. v. bovenstaand kan geconcludeerd worden dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, het planvoornemen naar verwachting geen (significante) negatieve effecten zal veroorzaken op de Natura 2000-gebieden. Gelet op het huidige intensieve gebruik van de gronden, er binnen het projectgebied (uitbreiding t. b. v. vleesvarkensstal) geen sprake is van sloop van gebouwen en er verder ook geen houtopstanden

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

57

M165610. 022/FSC

andere beplanting wordt gerooid, maakt dat het onwaarschijnlijk is dat binnen het projectgebied beschermde soorten voorkomen of worden verstoord. Ook ter plaatse van de uitbreiding van de biggenstal is het, gelet op de aanwezige sleufsilo en het gebruik ervan, onwaarschijnlijk dat daar beschermde soorten voorkomen of worden verstoord. en

Het aspect natuur vormt geen belemmering

5. 6

voor

de beoogde ontwikkeling.

Recreatief netwerk De nieuwbouw

de vleesvarkensstal wordt gerealiseerd op gronden die conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sittard’ de gebiedsaanduiding ‘Recreatief netwerk’ hebben. Deze gronden zijn tevens bestemd voor het ontwikkelen en versterken van de betekenis van de gronden voor het extensief recreatief medegebruik in de vorm van: a. routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren • voorzieningen, en • b. route-ondersteunende zoals picknick-, uitzicht-, rustvan

informatievoorzieningen. De uitbreiding van de bedrijfslocatie en de nieuwbouw .

van

de vleesvarkensstal zijn hiermee in strijd.

De gronden ter plaatse van het projectgebied zijn altijd in gebruik geweest als bouwland. De laatste jaren wordt er hoofdzakelijk snijmais op geteeld wat invloed heeft op de beleving van het landschap aan die zijde van de Rijstraat. Aan de westzijde van de Rijstraat wordt de beleving van natuur en landschap beperkt door de aanwezigheid van de A2, die naar verwachting op termijn ook nog richting het oosten verbreed gaat worden. Om de impact van de nieuwbouw van de vleesvarkensstal op de gronden met de gebiedsaanduiding ‘Recreatief netwerk’ zoveel mogelijk te beperken, is de nieuwbouw zo ver als mogelijk binnen de eigen gronden naar achteren (richting het noorden) geprojecteerd. Aan de voorzijde (zuidzijde van de nieuwe stal) blijft zo de openheid enigszins gewaarborgd. Daarnaast draagt de landschappelijke inpassing bij aan een positieve uitstraling van het bedrijf en is er ook voor gekozen om aan de voorzijde, in verband met het behoud van enige openheid, geen hoge beplanting aan te brengen. De impact van de nieuwbouw van de vleesvarkensstal zelf is met het onttrekken van ca. 750 m2 aan gronden met de gebiedsaanduiding ‘Recreatief netwerk’ vrij gering.

Gesteld kan worden dat door de gekozen positionering van de stal en de uitvoering van het landschappelijke inpassingsplan het extensief recreatief medegebruik van de gronden in voldoende mate gewaarborgd kan blijven.

5. 7

Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden,

landschapsstructuren en landschapselementen.

58

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610. 022/FSC

Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen en intensief ruimtegebruik. Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. De nieuwe stal en de uitbreiding worden uitgevoerd conform de eisen uit het Bouwbesluit. In het kader van energiebesparing zullen de stallen goed worden geïsoleerd. Daarnaast zal, waar mogelijk, gekozen worden voor duurzame en recyclebare bouwmaterialen. Door toepassing van zonnepanelen en warmteterugwinning uit de vleesvarkensstal t. b. v. de biggenstal, zal grotendeels worden voorzien in de eigen energiebehoefte. Er komt geen gasaansluiting in de nieuwbouw. Er wordt eveneens gekeken naar het mogelijk inpassen en eventueel ook het toepassen van innovatieve ontwikkelingen die zich in de praktijk al bewezen hebben.

5. 8

Mer-beoordeling Voor onderhavig planvoornemen dient beoordeeld te worden of een mogelijk milieueffect ontstaat waardoor het opstellen van een milieueffectrapport noodzakelijk is. De

voorgenomen activiteit staat genoemd in kolom 1 onder categorie 14 van onderdeel D van het Besluit milieueffectenrapportage (Besluit mer). Voor deze categorie is in kolom 2 een drempelwaarde opgenomen van 2. 000 vleesvarkens. De maatgevende onderdelen van de te realiseren onderdelen in onderhavig planvoornemen en het plangebied hebben een technische capaciteit onder de hiervoor genoemde drempelwaarden, nl. 1. 620 vleesvarkens. Op grond van artikel 2 vijfde lid onder b Besluit milieueffectenrapportage dient bij het onderschrijden van de drempelwaarde een vormvrije m. e. r. -beoordeling te worden uitgevoerd om vast te stellen of zich mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen voordoen.

Op grond van artikel 7. 28, tweede lid van de wet milieubeheer moet bij een aanvraag omgevingsvergunning een afschrift van het beoordelingsbesluit ingediend worden. Op 13 maart 2019 is daarom een aanmeldnotitie vormvrije m. e. r. -beoordeling ingediend bij de gemeente. Hierin is ook het gewijzigd gebruik en uitbreiding van de bestaande stal ten behoeve van de huisvesting van gespeende biggen meegenomen. Uit de inhoudelijke beoordeling is gebleken dat van de voorgenomen activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

Gelet op artikel 7. 17, lid 1 van de Wet milieubeheer hebben burgemeester en wethouders van SittardGeleen op 18 april 2019 daarom besloten dat het opstellen van een milieueffectrapport (MER) niet noodzakelijk is; besluit met zaaknummer: 2019-202725, zie bijlage 9.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

59

M165610. 022/FSC

6

Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid

van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6. 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

6. 1

Grondexploitatie

6. 1. 1

Algemeen Afdeling 6. 4 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van de openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6. 4 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.

6. 1. 2

Exploitatieplan Afdeling 6. 4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst, hetzij een posterieure overeenkomst. Artikel 6. 12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6. 2. 1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6. 12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: -

-

-

het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.

Tussen de gemeente Sittard-Geleen en de initiatiefnemer van het plan wordt

60

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

een

anterieure

M165610. 022/FSC

overeenkomst afgsloten. Hiermee is het kostenverhaal voorafgaand aan het project geregeld.

6. 2

Planschade Artikel 6. 1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6. 4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Sittard-Geleen sluit een planschadeverhaalsovereenkomst af met de initiatiefnemer. Hiermee is geregeld dat eventuele planschadekosten zijn af te wentelen op de initiatiefnemer.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

61

M165610.022/FSC

Afweging De

(geanonimiseerd) beoogt MW

maatschap

behoeve

de bouw

van

belangen

van

biggenstal

en

binnen

betrekking

op

de

van

vigerende

uitbreiding

bedrijfslocatie

vleesvarkensstal.

een

het

hun

de

van

De

uitgebreid.

bedrijfslocatie

‘Buitengebied vleesvarkensstal De

de

de procedure

het

voor

Wabo.

Dit is op

strijd

is met een

basis

behoeve

van

de

breiden

te

ten

Onderhavig

nieuw

planvoornemen

bouwen

te

tot

heeft

vleesvarkensstal

en

op

basis van het geldende bestemmingsplan

projectlocatie geldt

dat

de

de

van

kenbaar

erfverharding

van

afwijkingsprocedure

de

van

nieuwe

voorwaarden

medewerking

willen

te

het beoogde planvoornemen door toepassing ex

de motivering

en

uitbreiding

buiten het bouwvlak valt.

gemaakt onder

het bestemmingsplan

van

beoogde

is aldus een

van

artikel

2.1, eerste lid, onder c van de mogelijk indien de activiteit niet in

artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wabo

goede ruimtelijke ordening onderbouwing bevat. Ten

uit

manoeuvreren.

heeft

afwijken

van

102

en

het planologisch-juridisch regelen

aan

Rijstraat

van

groot gedeelte

een

Sittard-Geleen

gemeente

verlenen

en

Voor

de

voor

bijbehorende erfverharding parkeren De beoogde ontwikkelingen zijn niet direct vergunbaar Sittard’.

de

aan

huidige vleesvarkensstal wordt omgebouwd

bouwvlak

behoeve

ten

conclusie

en

het besluit

van

een

ruimtelijke onderbouwing

goede ruimtelijke

vereist.

Voorliggend

vanuit

ruimtelijk

document voorziet daarin.

Tegen

de

beoogde

afwijking

van

het geldende

stedenbouwkundig

oogpunt

geen

bezwaren,

planologische aangezien

regime de

aan

bestaan

volgende

uitgangspunten

en

c.g.

randvoorwaarden wordt voldaan: e

de beoogde ontwikkeling is niet strijdig met het Rijks- en provinciale beleid;

e

de beoogde ontwikkeling past binnen

e

gemeente gestelde randvoorwaarden; als gevolg van de beoogde ontwikkeling treden bedrijven

van e

e

als gevolg

woningen

milieuaspecten geen

in de

beleid

en

voldoet

aan

geen conflicterende

belangen

op ten aanzien

omgeving;

de A2;

van

bodem,

beletsel

voor

de beoogde ontwikkeling

leidingen, verkeer

en

geluid,

milieuzonering,

luchtkwaliteit

namelijk

het

vleesvarkensstal

en

de

veiligheid

invloed op de aspecten archeologie, kabels parkeren, waterhuishouding, flora en fauna en natuur en landschap;

de

is verzekerd.

geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling,

bedrijfslocatie ten behoeve bijbehorende erfverhardingen, niet bezwaarlijk is. van

externe

de beoogde ontwikkeling;

vorenstaande overwegingen kan worden uitbreiden

en

heeft geen negatieve

_hetkostenverhaal met betrekking tot de beoogde ontwikkeling

van

de door de

de beoogde ontwikkeling treden geen conflicterende belangen op ten aanzien

de verbreding

Op grond

62

en

de

en e

van

van

vormen e

het gemeentelijke

bestaande

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 Aelmans Ruimte,

&

te Guttecoven

Omgeving Milieu

BV

van

een

nieuwe

M165610. 022/FSC

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

63

M165610. 022/FSC

8

Overleg, inspraak

en

procedure

De procedure voor vaststelling van een omgevingsvergunning zijn door de wetgever geregeld in artikel 3. 10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

8. 1

Overleg In artikel 6. 18 van het Besluit omgevingsrecht is artikel 3. 1. 1 van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing verklaard. Hierin is geregeld dat vooroverleg dient te worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is. Met Rijkswaterstaat is overleg gevoerd inzake de verbreding van de A2 en de belangen hiervan op het planvoornemen. Dit heeft geresulteerd in de afspraak dat de nieuwe vleesvarkensstal binnen 48 meter van de bestaande stal gerealiseerd moet worden. Met de uiteindelijke uitwerking van huidige planvoornemen is hiermee rekening gehouden. Een vooroverleg met de provincie Limburg is niet noodzakelijk. Er zijn immers belangen in het geding.

geen

provinciale

Vooroverleg met het Waterschap Limburg wordt niet noodzakelijk geacht. Er wordt voorzien in voldoende infiltratiecapaciteit met een noodoverloopvoorziening naar de eigen gronden naast de infiltratiesloot. Het projectgebied ligt ook niet in een aandachtsgebied van het Waterschap Limburg.

8. 2

Inspraak/zienswijzen Aangegeven is dat voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag door het bevoegd gezag altijd een ontwerp van de te nemen beslissing (ontwerpbesluit) gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage moet worden gelegd. Op basis van artikel 3. 12, vijfde lid, van de Wabo kan gedurende deze 6 weken een ieder zijn of haar zienswijze naar voren brengen (schriftelijk dan wel mondeling) bij het bevoegd gezag. Hiermee wordt ook de omgeving betrokken bij het planvoornemen en is er sprake van

maatschappelijke betrokkenheid/uitvoerbaarheid. Gedurende de termijn dat het ontwerpbesluit en de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage liggen (ingevolge art. 3:16 lid 1 Awb zes weken), moet door andere bestuursorganen advies worden uitgebracht. Uiteraard voor zover het inwinnen van advies volgens artikel 2. 26 van de Wabo is vereist alvorens een beslissing op de aanvraag wordt genomen.

64

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610. 022/FSC

8. 3

Procedure

8. 3. 1

Algemeen Voor het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij sprake is van het afwijken van het bestemmingsplan moet de uitgebreide procedure zoals beschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden gevolgd. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp omgevingsvergunning ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbende de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de omgevingsvergunning van start gaan. Voor uitkomsten overleg zie paragraaf 8. 1 hierboven De wettelijke procedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.

Openbare kennisgeving van de ontwerpvergunning. Ter inzage legging van de ontwerp omgevingsvergunning met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. 3. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. 4. Vaststelling van de omgevingsvergunning door het bevoegd gezag (gemeenteraad dan wel B&W), indien er zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk binnen 6 maanden nadat de aanvraag is ontvangen en indien er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk 4 weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. (De beslistermijn van zes maanden mag éénmaal verlengd worden, met ten hoogste zes weken (art. 3. 12 lid 8 Wabo)). 5. Algemene bekendmaking van de omgevingsvergunning. 6. Mogelijkheid tot beroep bij de rechtbank voor belanghebbende binnen 6 weken na bekendmaking besluit. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen opschortende werking. Verzoek om voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien ingediend binnen beroepstermijn. 7. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de rechtbank. 8. Uitspraak rechtbank 9.

Mogelijkheid tot Hoger beroep bij Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor belanghebbenden binnen 6 weken na bekendmaking uitspraak rechtbank. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen opschortende werking. Verzoek om voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien ingediend binnen beroepstermijn. 10. Uitspraak Afdeling.

8. 3. 2

Zienswijzen Het ontwerp van voorliggende omgevingsvergunning heeft vanaf [datum ………] gedurende 6 weken voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijzen ingekomen.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

65

M165610. 022/FSC

9

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

66

Landschappelijke inpassingen Dimensioneringsplannen luchtwassers 3a Aerius-verschilberekening gebruiksfase 3b Aerius-verschilberekening randeffecten gebruiksfase Vooronderzoek bodem (NEN5725) Archeologisch onderzoek Overige effecten Toetsresultaat Watertoets Waterschap Limburg Compensatie Dorpstraat 60 Guttecoven Beoordelingsbesluit vormvrije MER

Besluitvlak Infiltratieonderzoek Uitgangspunten Aeriusberekening realisatiefase 13a Aerius-verschilberekening realisatiefase 13b Aerius-verschilberekening randeffecten realisatiefase

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=5d7d40f7-dcca-4b06-807c-bcc8c7cebe88