1 Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken aangepast aan amendementen
Tekst van het document
ontwikkelopgave N276 constateert de provincie dat de huidige capaciteit
kom kunnen worden ingericht als GOW 60, met name vanuit het perspectief
onder druk staat tussen de N297 – Westelijke Randweg. Alvorens
van verkeersveiligheid.
⋅ In enkele gebieden willen we meer ruimte geven aan leefbaarheid en
infrastructurele aanpassingen te overwegen, voert de Provincie verder onderzoek uit naar oplossingsrichtingen en (verkeers)effecten om een
verblijfskwaliteit en het beperken van doorgaand verkeer. Hiervoor
voorkeursalternatief te bepalen. Voor Sittard-Geleen is het noodzakelijk dat
onderzoeken we of de weg kan worden afgewaardeerd van GOW 50 naar
de gehele N276 op het gemeentelijk grondgebied voldoende capaciteit heeft
ETW 30 als op de omliggende wegen de doorstroming wordt gefaciliteerd.
⋅ De Kempenweg tussen Grevenbicht en Obbicht brengen we van een ETW 60
voor de afwikkeling van het regionale en doorgaande verkeer.
⋅ Daarnaast heeft de gemeente de wens om de ontsluiting van het Retailpark
naar een ETW 30. Door de snelheid hier omlaag te brengen dragen we bij aan een veiligere schoolomgeving.
Sittard-Geleen op de N294 te verbeteren. Voor deze ontwikkelopgave
⋅ Om de verblijfskwaliteit van het stationsgebied te verbeteren wordt
aansluiting Retailpark N294 wordt onderzocht of het mogelijk is een extra aansluiting te realiseren waarbij ook gekeken wordt naar het
onderzocht op welke wijze het stationsplein autoluw kan worden gemaakt.
anders ontsluiten van Einighausen. Hieraan worden vanuit de provinciale
Deze route heeft geen verbindende functie meer. De weg blijft voor beide
wegbeheerder voorwaarden gesteld.
richtingen in ieder geval beschikbaar voor bussen.
⋅ Als onderdeel van de ontwikkeling van de Brightlands Chemelot Campus op
⋅ De Westelijke Randweg is een GOW 70 en blijft een GOW 70. De weg heeft een verbindende functie en ontlast het verkeer op de Rijkswegboulevard. ⋅ Er ligt een onderzoeksopgave Geleen centrum om te onderzoeken of dit
de Lexhy ligt er een ontwikkelopgave ongelijkvloerse kruising Urmonderbaan N294. Deze ongelijkvloerse kruising ter hoogte van de oude Postbaan is gewenst om de doorstroming op de N294 te kunnen blijven garanderen.
deel van de Rijkswegboulevard wordt ingericht als GOW 30 of ETW 30. Dit is
59
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
mede afhankelijk van de ontwikkelingen in Geleen centrum en de gewenste functie van het gebied.
⋅ Uit de Gebiedsverkenning Westelijke Mijnstreek is gebleken dat met name in de avondspits er sprake is van een doorstromingsknelpunt rondom de Kerenshofweg. In de onderzoeksopgave Kerenshofweg dient te worden onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om er voor te zorgen dat het verkeer van/naar de Westelijke Randweg naar/van de A76 goed kan doorstromen (en daarmee de Rijkswegboulevard kan ontlasten).
⋅ Binnen de verschillende bedrijventerreinen in Sittard-Geleen onderzoeken we wat een passende wegcategorisering is. Ook brengen we in beeld
hoe meer ruimte geboden kan worden aan actieve mobiliteit. Belangrijk uitgangspunt bij de wegen op de bedrijventerreinen blijft het veilig en vlot afwikkelen van vrachtverkeer.
Figuur 7: Themakaart wegcategorisering en ontwikkelopgaves wegverkeer Ontwikkelopgave N276 Ontwikkelopgave aansluiting Retailpark N294 Ontwikkelopgave ongelijkvloerse kruising Urmonderbaan N294 Onderzoeksopgave Kerenshofweg Onderzoeksopgave Geleen centrum
Inrichten als GOW 60 Is GOW 50 blijft GOW 50 Van GOW 50 naar GOW 30 Van GOW 50 naar ETW 30 Autoluw Stationsplein Westelijke Randweg Van ETW 30 naar GOW 30 Van ETW 60 naar ETW 30 Niet gemarkeerde wegen. Wegcategorie blijft hetzelfde als in de huidige situatie. GOW = gebiedssluitingsweg ETW = erftoegangsweg
60
3. Cultuur en erfgoed voor iedereen Monumentenschildjes Geleen maken inwoners trots op hun buurt Elke plek in Sittard-Geleen heeft een eigen identiteit en geschiedenis. In de wijk Lindenheuvel in Geleen zijn rond 1950 in het kader van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog Oostenrijkse prefabwoningen gebouwd. In monumentale houten woningen woonden ambtenaren van de Staatsmijn Maurits en hun gezinnen. Wij én onze inwoners waarderen en koesteren ons erfgoed. We willen laten zien dat erfgoed leeft. Daarom betrekken we inwoners hierbij en zetten we de bewoners van deze en andere monumentale woningen in het zonnetje met monumentenschildjes.
61
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
3. Cultuur en erfgoed voor iedereen
Beleidskeuzes We brengen oud en nieuw samen. We stimuleren dat de unieke kenmerken van onze verschillende gebieden de basis vormen voor nieuwe ontwikkelingen. We geven voor de hele gemeente én voor specifieke gebieden richting aan een kwalitatieve en met aandacht vormgegeven fysieke leefomgeving. Bestaande kwaliteit en erfgoedwaarden zijn daarin het uitgangspunt. Erfgoedwaarden bieden inspiratie en kunnen de identiteit en referentiewaarden van een gebied of plek versterken. Nieuw en oud sluiten hierdoor mooi op elkaar aan. We hebben aandacht voor de kenmerken en identiteit van onze gebouwde omgeving en van onze (cultuur)landschappen. In nieuwe ontwikkelingen zijn landschapsstructuren de basis, bepalen bijzondere (historische) plekken de identiteit van de gemeente en werken we duurzaam en circulair. We hebben daarbij aandacht voor de gebiedskarakteristieken van de verschillende landschapstypen, structuurlijnen, woongebieden, werkgebieden, stadscentrum, stedelijke groengebieden en het erfgoed.
Toekomstbeeld We wonen in een prachtige gemeente met een rijke historie. Die gaat niet alleen ver terug, maar heeft ook minder lang geleden unieke sporen nagelaten, zoals ons mijnbouwverleden, de wederopbouwperiode en zogenoemde ‘Post 65’-periode. In het Sittard-Geleen van 2040, met haar wortels in de maakindustrie, ontwikkelt innovatie zich goed. Cultuur, erfgoed en beeldkwaliteit zijn de dragers van onze identiteit, naast de vele actieve verenigingen en hechte gemeenschappen. Onze rijke historie vormt de basis van een circulaire toekomst. We zijn er trots op een circulaire gemeente van ‘gewoon doen’ te zijn. Waar innovatiekracht nooit ver weg is en tegelijk de goede kwaliteiten van het leven tussen Heuvelland en Maasvallei behouden zijn gebleven. Het gedachtegoed van de circulaire stad is beleefbaar in de fysieke
We koesteren de plekken en objecten die de eigenheid van de gemeente bepalen, zoals onze monumenten, beeldbepalende (groen)structuren en stadsentrees. Erfgoed is een wezenlijk onderdeel van het karakter van onze steden en dorpen. Het vormt de basis in nieuwe ontwikkelingen. Niet alleen het monument zelf, maar ook de omgeving eromheen is bepalend in de beleving van ons erfgoed. We wijzen afgebakende gebieden rondom een monument aan die beschermd worden (monumentenbiotopen). Zo voorkomen we dat de omgeving aangetast wordt en afbreuk doet aan de beleving van het monument. We hebben daarbij bijzondere aandacht voor vestingstad Sittard.
leefomgeving. Bijvoorbeeld op programma’s als kunst en cultuur, circulaire economie en wonen. We hebben aandacht voor uitdagende en prikkelende kunst en cultuur én voor onze eeuwenoude bewoningsgeschiedenis, die ook vandaag nog zichtbaar is. Deze zien we terug in de vorm van waardevolle gebouwen en beschermde stads- en dorpsgezichten, maar ook in de vorm van structuren in stad en land. Deze identiteit koesteren we en benadrukken we. Het draagt bij aan de trots en zingeving van inwoners en bezoekers.
62
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
We beschermen ons erfgoed goed en duurzaam en maken het op een vernieuwende manier beleefbaar, zoals ons (pre)historisch en agrarisch verleden, onze middeleeuwse vestingstad, de kastelen, beschermd stadsen dorpsgezicht en ons mijnverleden. Maar ook jonger erfgoed dat het behouden waard is, bijvoorbeeld uit de wederopbouw- en Post 65-periode, wordt beschermd en zo behouden voor de toekomst. Bij transformaties van leegstaande gebouwen geven we prioriteit aan beeldbepalende gebouwen en objecten met erfgoed waarde zoals religieus erfgoed. Iedereen heeft recht op erfgoed volgens het Europese verdrag van Faro. Daarom hebben we oog voor inclusiviteit en diversiteit bij het beschermen en beleefbaar maken van ons erfgoed.
We werken samen om Sittard-Geleen meer recreatief op de kaart te zetten. De regio Westelijke Mijnstreek, met Sittard-Geleen als centrumgemeente, is in opkomst als toeristisch-recreatieve regio, met riviernatuur, erfgoed en mooie centra en dorpskernen. De regionale opgave voor de sector is het verder vormgeven van een toekomstige bestemming, waarin:
⋅ Toerisme blijft bijdragen aan duurzame economische structuurversterking van de regio. ⋅ Kwalitatieve groei boven kwantitatieve groei gaat. ⋅ Landschappelijke en stedelijke kwaliteiten elkaar versterken. ⋅ Vrijetijdseconomie helpt om natuur en landschap te ontwikkelen. ⋅ Inwoners en gasten de hele regio kunnen beleven.
We willen dat onze gasten en bewoners geraakt worden door de bijzondere
De archeologische waarden in de grond beschermen en behouden we. Bij ontwikkelingen borgen we de aanwezige archeologische rijkdom van gebieden.
verhalen van Zuid-Limburg, zich daarmee verbonden voelen en Zuid-Limburg
We geven creatievelingen en makers de ruimte in leegstaande panden. Sommige panden krijgen zo een nieuwe functie als (tijdelijke) creatieve broedplaatsen. Daarmee stimuleren we het makersklimaat.
We werken als Sittard-Geleen aan een toekomstbestendige vrijetijdseconomie
écht beleven.
op basis van een brede samenwerking tussen ondernemers, inwoners, maatschappelijk middenveld, regionale gemeenten en provincie. Bezoekers dragen bij aan het versterken van de leefbaarheid, het
Onze openbare ruimte richten we in als één groot cultureel podium. We organiseren, faciliteren en stimuleren evenementen. Van processies tot grote cultuurfestivals. De komende jaren werken we aan locatieprofielen om te bepalen waar welke activiteiten passend zijn. Via onder andere subsidieregels en locatieprofielen geven we kaders voor de mogelijkheden. Ook stimuleren we zo organisatoren, kunstenaars en partijen om kunst en cultuur zichtbaar te maken in de openbare ruimte. De culturele activiteiten in de fysieke leefomgeving zijn niet enkel op het centrum gericht, maar kunnen overal plaatsvinden in het stedelijk of landelijk gebied.
terugdringen van leegstand in het centrum en het vergroten van het aantal recreatiemogelijkheden. De komende jaren willen we de mogelijkheden voor recreatief verblijf in Sittard-Geleen versterken. We willen daarvoor nieuwe doelgroepen aantrekken en de kwaliteit van het bestaande recreatief aanbod verbeteren, door in te zetten op zakelijk toerisme en het beleefbaar maken van het industrieel verleden en heden. De ambitie is het vergroten van de recreatieve aantrekkingskracht en een toename in overnachtingsfaciliteiten. We zorgen daarbij voor een balans in vraag en aanbod, zowel kwalitatief als kwantitatief.
63
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
Om ervoor te zorgen dat inwoners en bezoekers geraakt worden door de bijzondere verhalen van Sittard-Geleen en de regio Zuid-Limburg, geven we samen met inwoners, ondernemers en het maatschappelijke middenveld invulling aan het zichtbaar en beleefbaar maken van de toeristisch-recreatieve kernkwaliteiten.
We werken samen om het aanbod van gebouwen voor culturele beleving op orde te houden. We zijn binnen het culturele bestel van verschillende overheden (Rijk, provincie en gemeente) verantwoordelijk voor de basis. Bij een stevige basis hoort een goed fysiek voorzieningenniveau, met gebouwen voor theater, muziek, beeldende kunst, film en literatuur. Dit bestaande voorzieningenniveau houden we op orde. Als goed huisvader zorgen we voor een goede staat van de gebouwen.
64
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
Figuur 8: Themakaart erfgoed
Uitsnede Sittard centrum
Bouwhistorische elementen
Historische elementen historische kern mijnbouwkolonie weg ouder dan 1900 sedert 1830 weinig veranderd verkavelingspatroon graft
Archeologie jager-verzamelaars landbouwers AMK-terrein beschermd AMK-terrein
Overig provinciaal aandachtsgebied beschermd stadsgezicht uitsnede water gemeentegrens
Uitsnede Oud-Geleen
65
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
Figuur 9: Themakaart archeologie
66
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
Een goede woonmix in Geleen-Zuid Geleen-Zuid heeft een gevarieerd woningaanbod met zowel koop- als huurwoningen. De wijk kent een mix van woningtypen zoals doorstroomwoningen,
4. Het goede wonen
levensloopbestendige woningen en appartementen. We hebben extra aandacht voor ouderen en jonge gezinnen in deze wijk en voor mogelijkheden om te ontmoeten, bewegen en voldoende groen. We richten ons ook op het verduurzamen van nieuwe en bestaande woningen, bijvoorbeeld met subsidies uit het Volkshuisvestingsfonds. We willen de leefbaarheid in de wijk vergroten door te vergroenen en de Keutelbeek open te maken. Zo kunnen we ook in de toekomst goed wonen in onze gemeente.
67
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
4. Het goede wonen
Beleidskeuzes
Toekomstbeeld
We werken samen aan een woningvoorraad die past bij de woonbehoefte. Bouwen naar behoefte betekent dat we sturen op het toevoegen van woningen waar lokaal en regionaal vraag naar is. In de Woondeal Limburg hebben we met alle Limburgse overheden, het Rijk en de woningcorporaties afgesproken dat betaalbaarheid centraal moet staan. Concreet betekent dit dat sociale huur in 2030 ongeveer dertig procent van de totale voorraad is. En dat nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk gelijk verdeeld zijn over sociale huur, betaalbare koop en huur, en overig. Nu is die balans er nog niet in bestaande plannen en zitten we nog niet aan het gewenste aantal sociale huurwoningen.
Onze wijken en dorpen zijn in 2040 flink veranderd. De leefomgeving draagt meer en meer bij aan een betekenisvol leven voor inwoners. En daarmee aan gezondheid, veiligheid, welzijn, kansengelijkheid en binding met de gemeenschap. De wijken en dorpen zijn aantrekkelijk voor bestaande en nieuwe inwoners, waardoor de beroepsbevolking op peil is gebleven. Er zijn nieuwe woningen gebouwd en wijken zijn waar nodig getransformeerd. Een divers woningaanbod draagt bij aan een inclusievere samenleving. Er is een plek voor iedereen in de gemeente, wat hun achtergrond ook is (o.a. inkomen, opleiding, leeftijd, afkomst). Daarvoor zijn slechte woningen vervangen
Om ervoor te zorgen dat de leefbaarheid en beschikbaarheid van woningen
of verduurzaamd. Het woningaanbod is diverser in prijs en in soorten
voor iedereen in balans blijft, zorgen nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk
woningen. Met meer betaalbare woningen, grotere kansen voor starters
voor woningen in alle segmenten. Wijken met veel sociale huur krijgen meer
en levensloopbestendige woningen voor senioren in de stad en in het dorp.
woningen in het midden- en hoger segment. In de andere wijken wordt juist
Dankzij isolatieprogramma’s en alternatieve warmtevoorziening is het wonen
een groter aandeel betaalbare koop- en huurwoningen gerealiseerd.
in oudere woningen aangenamer en betaalbaarder. Door de uitbreiding en verzwaring van de netinfrastructuur is er genoeg elektriciteit. Er is gezorgd
Met de woningcorporaties zoeken we naar plekken en manieren
voor een aantrekkelijke en veilige openbare ruimte die de gezondheid
om voldoende sociale huur te bouwen. Met ontwikkelaars en lokale
bevordert.
initiatiefnemers maken we afspraken over betaalbaarheid en het bouwen van vooral levensloopbestendige en nultredenwoningen. We beperken de bouw van woningen waar geen behoefte aan is, zoals grondgebonden nietlevensloopbestendige woningen. Woningen zijn van voldoende kwaliteit. We stellen daarom in het volkshuisvestingsprogramma regels op over minimale oppervlaktes van woningen per gebied. In het centrum mogen de woningen iets kleiner zijn
68
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
dan in de woonwijken en dorpen. Maar te kleine woningen zijn onwenselijk
toenemen. We zien daarbij kansen voor ontwikkelingen met geclusterde
en passen niet in onze woningmarkt. Nieuwe woningen bouwen we zoveel
woonvormen, die speciaal gericht zijn op het goed huisvesten van grotere
mogelijk circulair en energieneutraal en we combineren het met duurzame
groepen arbeidsmigranten.
verstedelijking, met voldoende groen en aandacht voor klimaat en gezonde In de studentensteden Eindhoven en Maastricht hebben steeds meer studenten
mobiliteit.
moeite een woning te vinden. Met de gemeenten Maastricht en Heerlen
We hebben oog voor iedereen. We hebben de taak om verschillende groepen mensen te helpen met het vinden van een woning. Denk aan statushouders, ontheemden, woonwagenbewoners en verschillende zorgbehoevenden (de zogenaamde bijzondere doelgroepen). Deze groepen blijven de komende jaren naar verwachting groeien. Daarnaast komt er ook vraag naar andere soorten woningen, zoals doorstroomwoningen en woningen voor heel grote gezinnen. Deze zaken zetten vooral druk op de sociale huurvoorraad. Tegelijk blijft de reguliere behoefte aan sociale huur stijgen, loopt de zoektijd naar een sociale huurwoning op en neemt het aantal mutaties (woningen die leegkomen door verhuizing) af. Met de corporaties zoeken we naar de juiste balans in hun woningaanbod. Voor woonwagenbewoners zoeken we naar geschikte locaties voor nieuwe standplaatsen.
werken we daarom aan een samenhangend woningaanbod voor studenten. Wij zien voor de groep studenten (alle niveaus) en (internationale) kenniswerkers vooral kansen in de directe stationsomgeving in Sittard en in relatie tot Chemelot in het centrum van Geleen. Daarbij denken we aan studio’s van 25 tot 35 vierkante meter. Expats zijn een andere belangrijke internationale groep. Bedrijven op de Chemelot Campus en de Chemelot Industrial Site voorzien een groeiende behoefte aan hoger opgeleid personeel uit het buitenland. Daarnaast zien we elders in de regio (Limburgse Brightlands locaties, het Academisch Ziekenhuis in Maastricht en Brainport Eindhoven) een groeiende vraag naar woningen buiten hun eigen regio. Voor deze groep zien wij, net als voor studenten, veel kansen rondom het intercitystation. De omgeving van station Sittard heeft vanwege de vele treinverbindingen en de ruimte in de stad een grote potentie
Door vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt kijken bedrijven steeds vaker
en goed vestigingsklimaat als het gaat om huisvesting en werkgelegenheid
naar personeel buiten Nederland om hun vacatures in te vullen. Voor deze
voor werknemers vanuit bijvoorbeeld Eindhoven en omgeving en expats. We
groeiende groep arbeidsmigranten werken we mee we goede (tijdelijke)
onderzoeken hoe we deze doelgroepen kunnen huisvesten. Dit werken we uit
woningen. Ook hier kijken we naar de juiste woning op de juiste plek en zorgen
in een verstedelijkingsstrategie voor de stationsomgeving Sittard. Daarnaast
we voor een geschikte inpassing in de omgeving. Onveilige en overlastgevende
liggen er kansen in Geleen. In het centrum van Geleen maken we ruimte voor
huisvesting pakken we actief aan in de buurt. De verwachting is dat de
woon-werkconcepten die passen bij de innovatieve cultuur en koppeling met
komende jaren de groep arbeidsmigranten die hier wonen en werken zal
de Brightands Campus en de Chemelot Industrial Site.
69
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
Om hier de goede richting aan te geven, die ook in lijn is met verwachte
We hebben flink meer ruimte voor woningen dan de (op traditionele manier)
wetgeving (wet Versterking regie volkshuisvesting), stellen we de komende
aantoonbare behoefte. Daarom moeten we kiezen welke gebieden we sowieso
jaren een huisvestingsverordening op die stuurt hoe we omgaan met bijzondere
willen ontwikkelen, welke gebieden onder voorwaarden ontwikkeld worden
doelgroepen. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid van een sociaal
en waar in principe geen plek meer is voor extra woningen tenzij de behoefte
huurfonds. Om te garanderen dat er in de hele gemeente voldoende sociale huur
sterk toeneemt. Een soort ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, maar dan
komt, kijken we of de opbrengst van locaties waar sociale en betaalbare huur niet
gericht op de eigen woningbouwprogrammering. Hiervoor gebruiken we de
mogelijk blijkt kan bijdragen aan de komst van de woningen op een andere plek.
‘Sittard-Geleense woonladder’.
We regelen dat de juiste woning op de juiste plek komt. Onze regio is geen ‘standaard’ groeiregio. Maar er blijft een behoefte aan nieuwe woningen, ook al is er vergrijzing en krimpt de bevolking. We zien dat er nieuwe inwoners komen in de gemeente, zoals (internationale) studenten en werknemers die in Maastricht, Eindhoven of op de Brightlands Campussen werken. Daarom richten we ons de komende jaren op de juiste woningen op de juiste plek, met een focus op betaalbare woningen. Zo kunnen we bestaande inwoners van een gepaste woning voorzien en zijn we aantrekkelijk voor nieuwe inwoners. Op die manier houden we de beroepsbevolking op peil. Zo brengen we vraag en aanbod in onze woningvoorraad in balans en zorgen we dat deze aansluit op de behoefte van onze inwoners.
Sittard-Geleense woonladder 1.
Stationsomgeving en centrum Sittard: hier faciliteren we naast de eigen behoefte voor de inwoners van Sittard ook de groeiende behoefte aan woningen voor mensen van buiten de gemeente. Het gaat hierbij met name om de kenniswerkers op Chemelot en Brainport Eindhoven.
2.
Centrum Geleen: hier faciliteren we naast de eigen behoefte voor de inwoners van Geleen ook in beperkte mate de groeiende behoefte aan woningen voor mensen van buiten de gemeente. Het gaat hierbij met name om de kenniswerkers op Chemelot.
3.
Dorpen: hier faciliteren we de eigen behoefte van de inwoners van de dorpen.
4.
Stedelijke woonwijken: hier werken we actief aan transformatie en
We helpen met het versnellen van de woningbouw en werken samen met
verbetering van de bestaande woningen. Er blijft hier ruimte voor
corporaties en ontwikkelaars. Met de corporaties maken we meerjarige
kleinschalige transformaties van leegkomende winkels en eventueel af
prestatieafspraken over aantallen, locaties en hun aandeel. Met andere
te bouwen kavels. Kwaliteit en behoefte gaan voor kwantiteit op deze
initiatiefnemers kijken we kritisch naar bestaande plannen en wat nodig is om
plekken. 5.
ze te transformeren naar passende plannen. Als ze op locaties liggen waar wij
Buitengebied: woningbouw in het buitengebied maken we in principe
woningbouwontwikkeling onwenselijk vinden, dagen we de initiatiefnemers uit om
niet mogelijk. Uitzondering hierop is kleinschalige woningbouw rondom
naar andere locaties te kijken.
de dorpen als de eigen behoefte niet in de dorpen zelf een plek kan vinden.
70
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
We programmeren nieuwbouw van woningen adaptief (flexibel). Afhankelijk
Limburg spraken we met Rijk en provincie af dat we tot en met 2030 een 1845
van de behoefte prioriteren we de locaties voor woningbouw (woonladder).
woningen toevoegen. Hier bovenop hebben we een aanvullende ambitie van
Hierbij brengen we de autonome behoefte en aanbod in balans in drie
500 woningen in het stationsgebied in Sittard. Daarnaast werken we mee aan
gebieden: de dorpen, Geleen en Sittard. De behoefte aan woningen voor
de huisvesting voor bepaalde doelgroepen zoals studenten.
nieuwe inwoners van buiten de gemeente faciliteren we in de stationsomgeving en het centrum van Sittard en (in beperkte mate) in het centrum van Geleen.
Het centrum van Sittard en van Geleen zijn de plekken waar we de komende
Het gaat hierbij met name om de kenniswerkers op Chemelot en Brainport
jaren inzetten op flinke ontwikkelingen. Het aanpakken van toenemende
Eindhoven. Inbreiding gaat voor uitbreiding. We focussen hierbij vooral op
winkelleegstand, het clusteren van winkels in de kernwinkelgebieden en de
kwaliteit door aantrekkelijke woonomgevingen te ontwikkelen. Voor de
transformatie van kantoren biedt veel kansen voor het ontwikkelen van een
aantallen werken we met bandbreedtes.
nieuw woon- en werkklimaat. Er is potentieel zelfs veel meer ruimte dan er nodig is om de komende jaren in de woningbehoefte te voorzien. Het is dus
De huidige woningbehoefteprognose gaat tot 2030 uit van een bruto behoefte
noodzakelijk om slim te ontwikkelen en alleen te bouwen waar behoefte aan is,
van circa 1100 nieuwe woningen in Sittard, 900 in Geleen en 600 in de dorpen
zodat er geen overschot komt. Maar gelijktijdig willen we ook ruimte vrijlaten
(samen circa 2600 woningen). Aan de andere kant verwachten we dat ongeveer
voor onverwachte ontwikkelingen. Dat noemen we ‘adaptief programmeren’.
2000 woningen niet meer aansluiten bij de behoefte. Dat zijn vooral oude
Ook woningen die niet meer toekomstbestendig zijn nemen we mee in de
woningen die niet te verduurzamen zijn en niet levensloopbestendig zijn.
ontwikkelingen. We stimuleren nieuwe woonconcepten die ook interessant zijn
Verder zien we dat als de huidige trend doorzet de woningbehoefte na 2030
voor nieuwe inwoners, om onze beroepsbevolking op peil te houden.
daalt. Als de behoefte aan woningen voor nieuwe inwoners van buiten de gemeente toeneemt, bijvoorbeeld vanwege de groei van Brainport Eindhoven,
Omdat er veel plek is en omdat nieuwe woningen in het centrum van Sittard
verandert dit. Het is dan ook van belang onze gemeente nog aantrekkelijker
(inclusief het stationsgebied) en het centrum van Geleen veel positieve effecten
te maken om te blijven of gaan wonen. Niet in de laatste plaats om de
hebben, kiezen we ervoor om nieuwe woningen voor het overgrote deel hier
beroepsbevolking op peil te houden.
te realiseren. En dus niet in de woonwijken. Dit combineren we met duurzame verstedelijking, met voldoende groen en aandacht voor klimaat en gezonde mobiliteit.
We werken daarom samen aan de transformatie, verbouwing en sloop van bestaande woningen die niet meer in de behoefte voorzien. De mate waarin we hierin slagen bepaalt de behoefte aan nieuwe woningen. Hierop vooruitlopend en om ruimte te bieden aan nieuwe inwoners, stimuleren we op bepaalde plekken de bouw van nieuwe woningen in onze gemeente. In de Woondeal
71
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
Het centrum van Sittard en stationsgebied
Daar waar materiaal dient te worden toegevoegd of verwijderd doen we
Bovenop onze afspraken uit de Woondeal Limburg hebben we tot 2030 voor
dit zoveel mogelijk duurzaam en circulair, en volgens circulaire bouw- en
het stationsgebied een aanvullende ambitie van 500 woningen. Deze dragen
sloopprincipes. In de transitie naar een circulaire economie verkennen we
bij aan het transformeren van het stationsgebied naar een moderne woon- en
of en waar het zinvol is om bouwhubs te faciliteren, zodat nog bruikbare
werkomgeving. Met de zes Limburgse intercitygemeenten hebben we een
producten, materialen of grondstoffen opgeslagen kunnen worden en vanuit
ontwikkelperspectief geschetst voor de stationslocaties: Limburg Centraal.
daar terug de keten in kunnen. Zo wordt voorkomen dat ze als afval worden
Op termijn zien we hier mogelijkheden voor nog eens ruim 2000 extra
beschouwd.
woningen. De stationsomgeving van Sittard is de meest logische plek voor studentenhuisvesting, door de goede verbindingen met de lokale scholen en
Dorpen
de universiteiten van Maastricht en Eindhoven. Aan de westkant is daarom
De dorpen hebben zich altijd natuurlijk en naar eigen behoefte ontwikkeld. Ook
nu al ruimte voor woonvormen vergelijkbaar met PITground, gericht op
de komende jaren zien we een behoefte aan nieuwe woningen. Dat is niet meer
(internationale) studenten en werknemers (bovenop de 500 woningen zoals
in de vorm van uitleglocaties. Maar in alle dorpen moet er wel plek blijven voor
hierboven genoemd). Hierdoor wordt het gebied al langzaam klaargemaakt
woningen die passen bij de vraag en de plek. Het gaat vooral om betaalbare
voor een eventuele latere volledige ontwikkeling. Een grootschalige
woningen voor starters en nultreden-/zorgwoningen voor ouderen. We zien ook
ontwikkeling van de westkant komt in beeld zodra oost en westzijde beter
kansen voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (collectieve projecten
verbonden zijn en de veiligheidscontouren rondom het emplacement hiertoe
ontwerpen en gebouwd door samenwerkende inwoners), kleinschalige
de ruimte geven. Daarnaast dient de behoefte aan woningen daarvoor verder te
zorg en andere collectieve woonvormen. In bijna elk dorp zien we kansen
stijgen. Op korte termijn verwachten we vooral ontwikkelingen aan de oostkant
voor inbreiding en af en toe een paar nieuwe woningen aan de randen (het
van het station.
zogenaamde ‘straatje erbij’). Voorbeelden zijn de transformatie van bedrijven en agrarische gebouwen direct aan de dorpsranden, lege kavels tussen
Centrum Geleen
gebouwen en het afbouwen van bestaande bouwprojecten. We staan geen
In Geleen zien we door de realisatie van de Circular Mile een sterke verbinding
grootschalige uitbreiding toe. Kleinschalige woningbouw in de dorpsranden
ontstaan tussen de Brightlands Chemelot Campus, Chemelot Industrial
is alleen mogelijk als dit de ruimtelijke kwaliteit bevordert, bijdraagt aan een
Park en het centrum. Daardoor wordt het centrum aantrekkelijker als
herkenbare, groene dorpsmantel en als er behoefte is aan dit soort woningen
woonomgeving voor (kennis)werkers en starters. Hier bieden we ruimte aan
en deze niet op een andere plek in het dorp gebouwd kunnen worden.
experimentele woon- en werkvormen in leegstaand vastgoed en boven winkels. Middels transformatie benutten we de bestaande bebouwing beter, dragen we bij aan levensduurverlenging en daarmee aan besparing van materiaalgebruik.
72
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
Deze kwaliteitsvoorwaarden stellen we op omdat het gaat om uitbreidingen
Buitengebied
in het buitengebied, ontwikkelingen die tot voor kort niet mogelijk waren.
Het toevoegen van woningen in bestaand stedelijk gebied blijft het
Inbreiding blijft het uitgangspunt. De kansrijke locaties geven we met de
uitgangspunt. Dat kan door het bebouwen van lege kavels, transformatie en
inwoners van de dorpen verder vorm. Onder andere via de dorpsvisie die de
sloop en nieuwbouw. Bouwen buiten de stadsranden is niet aan de orde. Bij de
inwoners van Einighausen en Guttecoven momenteel opstelt.
dorpen beperkt het zich tot het kleinschalig afbouwen van straten als binnen de dorpen zelf geen ruimte is (zie hierboven). We willen het buitengebied
Stedelijke woonwijken
beschikbaar houden voor andere opgaven, zoals de landbouwtransitie,
In de woonwijken van Geleen en Sittard zorgen we met kleinschalige
klimaatadaptatie, biodiversiteit, natuur- en landschapsontwikkeling en
transformaties voor een moderne en diverse woningvoorraad en verminderen
recreatie.
we het aantal slechte woningen. In principe stijgt het aantal woningen in de woonwijken niet. Nieuwe woningen komen zoveel mogelijk op de plek van
We werken samen aan zorg op de juiste plek. Door de vergrijzing neemt
verouderde woningen en leegstaande panden, zoals winkels, kantoren en
het aantal inwoners dat een beroep doet op zorg de komende jaren toe. In de
maatschappelijk vastgoed. Op sommige plekken verdwijnen woningen en
wijken en dorpen zetten we in op een gevarieerd woon-zorgaanbod en zorgen
komen er minder of geen terug. De vrijgekomen ruimte wordt daar gebruikt
we voor een goede spreiding van ‘zorg’-aandachtgroepen. In het centrum is
om wijken te vergroenen en voor klimaatadaptatie. We stimuleren de aanpak
er juist weinig behoefte aan nieuwe zorgwoningen. We stimuleren hierbij het
van slechte particuliere woningvoorraad en zetten in op verduurzaming. We
zorgen voor elkaar.
verbeteren de sociale veiligheid door de openbare ruimte zo in te richten
We stimuleren een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad en woonomgeving. Onze woningvoorraad moet verduurzaamd worden. Vooral veel oudere woningen voldoen niet meer aan de kwaliteits- en duurzaamheidseisen van nu. Met woningcorporaties maken we afspraken over de aanpak van de niet-toekomstbestendige (verouderde) woningvoorraad. Hierbij hebben we extra aandacht voor energiearmoede. Daarin willen we ook kijken naar de mogelijkheden voor losse particuliere woningen die tussen woningen van corporatie staan. Vaak zijn dit woningen die van de corporaties waren en ook aangepakt moeten worden. Daarvoor onderzoeken we met de corporaties en omliggende gemeenten de verschillende financieringsmodellen, maar kijken we ook nadrukkelijk naar het Rijk.
dat er meer overzicht en beter zicht is. Ook markeren we ruimtes eenduidig en duidelijk en maken we deze breed toegankelijk. We zorgen voor een fijne woonomgeving door de openbare ruimte groen en waterrijk in te richten met prettige plekken waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten. We maken afspraken met de woningcorporaties over hoe we de niet-toekomstbestendige corporatieve en particuliere woningvoorraad aanpakken. Dat zal allereerst moeten gebeuren in de wijken met een groter deel aan verouderde woningen en bewoners die minder draagkrachtig zijn. Die wijken hebben we nu aangeduid als ‘veerkrachtige wijken’. Dat zijn wijken waar we met onze partners integraal aan de slag moeten. Zoals we dat al in Geleen-Zuid doen.
73
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
We stimuleren dat woningbouw bijdraagt aan een inclusieve samenleving. Woningen worden op logische plekken gebouwd. Ze hebben een heldere verbinding met de straat en een eigen buitenruimte. Het bouwen van woningen achter bestaande woningen kan alleen als de verbinding met de straat helder is, met voldoende buitenruimte en zonder overlast voor omliggende woningen.
Subsidies zoals het Volkshuisvestingsfonds zijn essentieel voor grensregio’s om hun woningvoorraad te moderniseren. We stimuleren individuele eigenaren van woningen om te kiezen voor een duurzaam alternatief voor aardgas en het gebruik van circulaire materialen. Kwetsbare groepen ondersteunen we in de energie- en warmtetransitie.
We werken samen aan een prettige en veilige woonomgeving. Een groene, schone en veilige omgeving draagt bij aan een prettige woonsfeer. De sociale veiligheid verbeteren we door een inrichting die zorgt voor meer overzicht en zichtbaarheid, een eenduidige en duidelijke markering van ruimtes en brede toegankelijkheid. We streven naar een schone en aantrekkelijke openbare ruimte die uitnodigt om elkaar te ontmoeten en om mee te doen. Het zorgt voor een prettige beleving en draagt positief bij aan onze gezondheid. De inrichting en het onderhoudsniveau van de openbare ruimte sluiten aan op de functie en behoefte in de wijk. Dat betekent dat er meer geïnvesteerd wordt in de inrichting en het beheer op plekken waar de openbare ruimte een grotere rol speelt in de sociale behoefte van een wijk.
Daardoor kunnen ook zij de stap maken naar een aardgasvrije woning/gebouw. Nieuwe woningen bouwen we zoveel mogelijk circulair en energieneutraal. Naast het verduurzamen van de woningen moeten ook op wijkniveau aanpassingen gedaan worden om te verduurzamen. Denk aan het aanleggen van een warmte-infrastructuur en verzwaring van de elektriciteitsaansluitingen voor elektrische verwarming. Daarvoor ontwikkelen we samenwerkingsverbanden op wijkniveau (met inwoners, woningcorporaties, ondernemers, netbeheerder enz.) en stellen we wijkuitvoeringsplannen op. Hierin maken we keuzes voor alternatieve warmtevoorziening en isolatieprogramma’s. Zo zorgen we dat woningeigenaren en corporaties dankzij de verbetering van isolatie, lokale opwek van duurzame energie
Een circulaire toekomst verbinden we met onze geschiedenis. De karakteristiek van de tuinwijken, met in de kern de voormalige mijnkoloniën, gebruiken we om de woon- en leefomgeving te versterken en aantrekkelijker te maken. Deze bestaande elementen en identiteit worden gekoesterd en zoveel mogelijk in stand gehouden om zorgvuldig op voort te bouwen en alleen datgene toe te voegen wat daadwerkelijk nodig is. Passend binnen circulair gedachtegoed, waarbij bestaande materialen en producten zo lang mogelijk gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycleerd worden ten behoeve van waarde-creatie. Op deze manier breiden we de levenscyclus van zowel onze geschiedenis als onze producten uit.
en nieuwe warmtebronnen flink kunnen verduurzamen. Een deel van de gemeente wordt aangesloten op het Warmtenet Zuid-Limburg waardoor veel panden kunnen worden verwarmd met de restwarmte van Chemelot. We maken ruimte voor het tracé hiervan. We werken mee aan de opwek van duurzame energie op daken en de benodigde verzwaring van de energieinfrastructuur en -opslag. De ruimte die boven en onder de grond nodig is voor distributiestations, trafohuisjes en kabels en leidingen de komende jaren fors zal toenemen. We onderzoeken hoe dit het beste kan worden ingepast in het bestaand bebouwd gebied.
74
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
Daarop aansluitend willen we vooroplopen als Smart City. We documenteren het materieel wat we toevoegen aan de stad slim, zodat we daar in de toekomst weer efficiënt en circulair op door kunnen bouwen. Zo laten we zien hoe de leefkwaliteit en gezondheid van een stad en gemeente verbeterd kunnen worden.
75
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
SABIC en Plastic Energy Advanced Recycling tonen een sterk gewortelde circulariteit Chemelot zet belangrijke stappen op weg naar een circulaire economie. Grondstoffen voor kunststofproducten die we onmisbaar vinden,
5. Een sterke, gewortelde circulaire bedrijvigheid
worden klimaatneutraal gemaakt. Met bijvoorbeeld plastic afval als grondstof. Zo nemen SABIC en Plastic Energy Advanced Recycling in 2024 een recyclingfabriek in gebruik waar gebruikt plastic de nieuwe grondstof wordt voor de productie van circulaire polymeren en duurzamere eindproducten. Koningin Máxima liet zich tijdens een werkbezoek hierover informeren.
76
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
5. Een sterke, gewortelde circulaire bedrijvigheid
waar efficiënt ruimtegebruik, ruimtelijke kwaliteit, duurzame economie en duurzame energieopwekking centraal staan. Dat doen we onder andere door het juiste bedrijf op de juiste plaats toe te laten, door goed gebruik te maken van milieuruimte, door meervoudig ruimtegebruik en het benutten van
Toekomstbeeld
bebouwingspercentages en bouwhoogtes.
In 2040 zijn onze industriegebieden, bedrijventerreinen en ook het centrum
We ontwikkelen bedrijventerreinen van de toekomst die − naast de
plaatsen waar ruimte is voor ondernemers. Ons brede mkb van lokale en
belangrijkste functie van vestigingsplaats voor bedrijven − de transities en
internationale bedrijven en de industriële wereldspelers op Chemelot en
de veranderende economie en samenleving helpen. Samen met bedrijven,
het logistieke cluster Holtum Noord zijn daarin onze kracht. We omarmen
eigenaren en ontwikkelaars zetten we in op herontwikkeling en betere
de maakindustrie. De transitie hiervan naar een meer kennisintensieve,
benutting van de ruimte die er is. Hiermee wordt in de ruimtevraag van
energieneutrale en circulaire maakindustrie is in 2040 goed op weg. De
bedrijven voorzien. Vanuit de kracht van de mkb-ondernemers ontwikkelen
congestieproblemen op het energienet zijn grotendeels opgelost zodat de
we de bedrijventerreinen als toekomstbestendige werkplaatsen. Hier werken
transitie ook doorgezet kan worden. Chemelot is het vliegwiel in het bereiken
steeds meer bedrijven aan innovatief en duurzaam ondernemen, waarmee
van een toekomstbestendige circulaire economie waar we trots op zijn. We
wordt ingespeeld op de belangrijke trends en ontwikkelingen op het gebied van
hebben ruimte gegeven aan een diverse en aantrekkelijke economie die
energie, klimaat, circulaire economie en digitalisering.
midden in de samenleving staat en bijdraagt aan welvaart, welzijn en groene Passend bij de energie- en klimaatneutrale economie wekken bedrijven
groei.
onder andere op daken, gevels en (parkeer)terreinen energie op die zij
Beleidskeuzes
nodig hebben voor hun bedrijfsprocessen. Ze hebben vaak een gezamenlijke energiehuishouding (smart grids/energyhubs). Daardoor wordt energie
We stimuleren dat onze werklocaties duurzaam, toekomstbestendig en vitaal zijn. Hiermee creëren we een positief vestigingsklimaat voor het mkb en versterken we de werkgelegenheid en de vitaliteit. Het mkb is een arbeidsintensieve en toekomstbestendige sector die voor veel arbeidsplaatsen voor onze inwoners kan zorgen. Daarbij zorgen we voor toekomstbestendige stedelijke bedrijventerreinen en industriegebieden
efficiënter gebruikt en zijn ze minder afhankelijk van het energienet. Bedrijven dragen ook bij aan een aantrekkelijke leefomgeving. Bijvoorbeeld door hun aandacht voor klimaatadaptatie, landschapskwaliteit en biodiversiteit.
77
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
We stimuleren de ontwikkelingen van toekomstbestendige kantoren en werken aan het in balans brengen van de kantorenmarkt. In Sittard-Geleen streven we naar een kwalitatieve kantorenvoorraad, met een concentratie in het centrum in Sittard (waaronder de kantoorlocatie achter het station) en de kop van Bedrijvenstad Fortuna. We brengen balans aan zodat er een gezond kantooraanbod is dat past bij de vraag, behoefte en trends van de markt. Kleinschalige kantoren in relatie tot Chemelot zijn hierbij mogelijk in het centrum van Geleen. We werken aan kantoorpanden die voldoen aan de duurzaamheidseisen, toekomstbestendig en multifunctioneel zijn ingericht en ook dienen als ontmoetingsplek. De kantoren liggen op aantrekkelijke en duurzame kantoorlocaties in een dynamische en groene omgeving, goed ontsloten (onder andere door het ov) en hebben de voorziening die medewerkers en bezoekers nodig hebben. Leegstaande kantoren en kantoorbestemmingen zonder perspectief op kantoorinvulling die ook niet toekomstbestendig zijn, worden zoveel mogelijk getransformeerd naar andere (stedelijke) functies, waaronder wonen, bedrijvigheid en sociale en maatschappelijke functies. Dat biedt ook kansen om een positieve impuls te geven aan de gebieden waar kantoren zijn gevestigd. Onderstaande kaarten laten de concentratiegebieden voor kantoren zien vanuit de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid Limburg.
We faciliteren de verandering van Chemelot van een hoogwaardig chemisch industrieterrein gebaseerd op fossiele grondstoffen naar een volledig klimaatneutrale en circulaire chemiesite. De transitie bestaat uit de grondstoffentransitie, energietransitie en circulair watergebruik. De bestaande
Figuur 10: Themakaart concentratiegebieden kantoren
78
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
beide zijden van de Urmonderbaan vormen straks één geheel.
ketens van bedrijfsactiviteiten worden verduurzaamd en aangevuld met nieuwe ketens. We stimuleren daarvoor het optimaliseren van het ruimtegebruik op Chemelot. Uitbreiding is met uitzondering van de campus niet aan de
De interactie tussen die beide onderdelen dient optimaal te zijn. De
orde. Voor de benodigde bedrijvigheid voor de grootschalige verzameling,
Urmonderbaan wordt hiervoor overwonnen als barrière. De campus
verwerking en opslag van volumineuze afvalstoffen wordt Chemelot daarom
wordt door haar gebruikers als een geheel ervaren. De campus krijgt een
nog beter verbonden via spoor, binnenvaart en buisleidingen. In de directe
hoogwaardige uitstraling en presentatie naar de A2 als visitekaartje van
omgeving van Chemelot is hiervoor geen ruimte. We behouden de inwaartse
de gehele kennisregio. Het Lexhybos wordt zoveel mogelijk behouden en
zonering, met in het centrum de bedrijven met de zwaarste milieubelasting en
is een natuurlijke deel van het beeld van de campusomgeving. Het gebied
grootste veiligheidsrisico’s en aan de randen het kleinste.
van De Lexhy wordt vanuit veiligheidsoogpunt niet opengesteld, zoals in de huidige situatie ook niet het geval is. De ontwikkeling op De Lexhy is goed
We bieden de komende jaren ruimte aan de Brightlands Chemelot Campus op De Lexhy ten noorden van de Urmonderbaan. De campus richt zich op research en development binnen de sectoren (performance) materialen, chemische technologie en processen, regeneratieve geneeskunde en (bio) medische materialen. Op het terrein is ruimte voor onderwijs, testfaciliteiten, pilotfabrieken en kantoren die daar onlosmakelijk mee verbonden zijn. Ook voor kleinschalige, kennisintensieve productiebedrijven en voorzieningen die daaraan gekoppeld zijn of daaruit ontstaan is er plek. De campus is een bijzonder economisch ecosysteem dat floreert doordat de verschillende onderdelen dicht bij elkaar zitten en voorzieningen, netwerken en kennis delen. De campus heeft de komende jaren extra ruimte nodig. Op het Chemelotterrein zijn onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden. De uitbreiding van de campus op De Lexhy maken we mogelijk als er op de huidige Brightlands Chemelot Campus geen uitbreidingsmogelijkheden meer zijn. Onder de Lexhy verstaan we het gebied tussen de Urmonderbaan, de A2, de Bergerweg en de houtsingel ten westen van de Veldweg in Geleen. Alleen onderdelen die bij het campusecosysteem horen krijgen hier een plek. De campus vult daarmee het centrum van Geleen en de lokale bedrijventerreinen aan. De campusdelen aan
ingepast en gaat gepaard met een landschappelijke versterking van het Graetheideplateau (compensatie/verevening). Daarnaast wordt verlies van natuur gecompenseerd. Bij voorkeur op het Graetheideplateau zelf. Onder het Graetheideplateau verstaan we het gebied Sittard, Lindenheuvel, Chemelot, het Julianakanaal en het Limbrichterbos. Gezien het samengaan met de landschappelijke kwaliteiten wordt op de De Lexhy in tegenstelling tot de rest van de campus een maximum maat gehanteerd voor de gebouwen (in categorie en/of fysieke grootte). De bereikbaarheid van de omliggende kernen is niet in het geding. De uitbreiding op De Lexhy leidt niet tot onacceptabele toename van extra verkeer voor de omliggende kernen. De Oude Postbaan wordt niet afgesloten als geen nieuwe vervangende infrastructuur is aangelegd of een andere passende robuuste en toekomstvaste oplossing is gerealiseerd. De uitbreiding van de campus stemmen we af op de buisleidingen (stroken) en hoogspanningsleidingen in het gebied. Ook onderzoeken we of het hoogspanningsstation Graetheide ten zuiden van de Bergerweg kan worden uitgebreid, waardoor de Bergerweg een duidelijke begrenzing vormt van de economische ontwikkeling.
79
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
In Geleen ontwikkelen we samen met dsm firmenich, Chemelot en Brightlands Chemelot Campus een circulair business district: de Circular Mile. Dit is een gebied aan de Professor van Krevelenstraat op Chemelot en het Mauritspark, waarbij ook de bestaande bedrijvigheid aan de Kampstraat betrokken wordt. Het is een breed business district dat ruimte biedt aan kleine en middelgrote bedrijven die vooruitstrevend en innovatief zijn. Met circulaire businessmodellen of door de circulaire keten te versterken. Dit wordt dé proeftuin voor onze circulaire economie, waar mkb-ondernemers, industrie, inwoners, young professionals en studenten verbonden aan Chemelot, onderzoekers en maatschappelijke instellingen de kansen van circulair werken concreet zichtbaar en beleefbaar kunnen maken in een groene omgeving. We onderzoeken de mogelijkheid voor een innovatieve windstraat (kleine innovatieve windmolens) als onderdeel van de Circular Mile. De Circular Mile verbindt de Brightlands Chemelot Campus en het centrum van Geleen letterlijk en figuurlijk. Hier vestigen zich ook bedrijven die niet per se op de Campus hoeven te zitten, maar wel in de buurt willen zijn. Het groen is versterkt als onderdeel van de groene gordel rondom Chemelot, die de woonwijken Lindenheuvel en Krawinkel verbindt met het buitengebied.
De ontwikkeling van de Circular Mile vormt een economische en ruimtelijke overgangszone tussen de Chemelot Site en de woonwijken van Geleen. De ontwikkeling heeft een positief effect op de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van de omliggende gebieden.
Provinciaal Inpassingsplan valt. Als dat zo is, verbinden we randvoorwaarden aan de invulling. Daar waar het de bestaande bebouwing betreft moet er een meerwaarde zijn voor de economische veerkracht van de gemeente. Daar waar het plekken binnen het automotivecluster betreft die nog niet bebouwd of ontwikkeld zijn (zoals Yard-E) moet dit bijdragen aan de transitieopgaven van Sittard-Geleen door een combinatie van natuur(her)ontwikkeling en de transitie naar natuurinclusieve landbouw.
We werken samen aan het ontwikkelen van het centrum van Geleen tot dé proeftuin voor onze circulaire en energieneutrale samenleving. Met deze focus willen we nieuwe kleinschalige maak- en creatieve bedrijven aantrekken die passen bij het circulaire karakter. Dat biedt kansen voor het tegengaan van de leegstand, bedrijfsmogelijkheden voor jonge ondernemers en het draagt bij aan de levendigheid. Het duurzaamheidshuis, bezoekerscentrum Chemelot en nieuwe, circulaire woon- en bedrijfsvormen dragen samen de circulariteit breder uit. Deze nieuwe functies in het centrum maken de circulaire samenleving zichtbaar en beleefbaar voor iedereen. Daarmee inspireren we inwoners en bezoekers en stimuleren we bewustwording, eigenaarschap en gedragsverandering in de transitieopgave naar een duurzame samenleving en circulaire economie. Dat doen we in evenwicht met een goed woon- en leefklimaat. Dat betekent dat de milieukwaliteit er niet door achteruit mag gaan. We werken samen aan de ontwikkeling van het stationsgebied van Sittard tot een levendig woon-werkgebied. Hier bieden we ook ruimte aan nieuwe kleinschalige maak- en creatieve bedrijven, die samen met nieuwe woningen voor een dynamisch gebied zorgen. Nieuwe ontwikkelingen die veel bezoekers aantrekken en daarmee voor veel personenverkeer zorgen, concentreren we in het stationsgebied, op maximaal tien minuten lopen van het station.
We werken samen aan een nieuwe toekomst voor het voormalige automotivecluster. Na het stoppen van de activiteiten bij VDL Nedcar blijft mogelijk ruimte over op het automotivecluster die niet ingezet wordt voor de automotivesector. Daaruit zal vraag ontstaan naar andere of alternatieve bedrijfsmatige invulling van het terrein, die mogelijk buiten de kaders van het
80
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
We ondersteunen bedrijven en ondernemers die hun medewerkers stimuleren om duurzaam te reizen. Onze circulaire bedrijvigheid gaat ook over de manier waarop werknemers reizen en goederen worden vervoerd. Goederen worden zoveel mogelijk duurzaam getransporteerd. We ondersteunen bedrijven via Zuid-Limburg Bereikbaar om hun mobiliteit te verduurzamen. We stimuleren dat de circulaire toekomst is verbonden met de geschiedenis. Ons mijnbouwverleden is meer zichtbaar gemaakt. Het bezoekerscentrum van Chemelot in het centrum van Geleen draagt hieraan bij. Om de transitie naar een circulaire economie effectiever vorm te geven brengen we materiaalstromen en milieu-impact op meerdere schaalniveaus digitaal in kaart middels gecombineerde informatiesystemen.
81
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
6. Duurzame logistiek
Multimodale corridor, een voorbeeld van duurzame logistiek De haven van Stein speelt een belangrijke rol bij het verduurzamen van Chemelot en het duurzame transport dat daarvoor nodig is. Chemelot onderzoekt daarom de mogelijkheden voor duurzaam transport tussen beide plekken, dat veilig is en geschikt is voor verschillende vormen van vervoer. Zo maken we samen met Chemelot de omgeving schoner, stiller en veiliger.
82
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
6. Duurzame logistiek
de huidige daarvoor gereserveerde ruimte. De Nederlandse overheid werkt aan het aanleggen van de Delta Rhine Corridor. Dat is een stelsel van buisleidingen voor het transport van waterstof en meerdere ondergrondse gelijkstroomverbindingen voor de industrie. Dit stelsel gaat lopen van Rotterdam via Moerdijk richting Chemelot in Geleen en naar de Duitse grens bij Venlo. Deze nieuwe buisleidingen komen zoveel mogelijk in de hiervoor vastgelegde nationale buisleidingenstrook. Als er nieuwe leidingenstroken gelegd moeten worden voor andere nieuwe verbindingen, zullen we bij de ruimtelijke inpassing onder andere rekening houden met ondergrondse archeologische waarden en de leefbaarheid van de omwonenden. De aanleg van nieuwe buisleidingen combineren we met de groene en landschappelijke ontwikkeling van het Graetheideplateau en de versterking van het landschap in het algemeen (compensatie/verevening).
Toekomstbeeld Door de verandering naar een circulaire economie is het aanvoeren van andere grondstoffen nodig. Dat doen we in 2040 op een duurzame manier met respect voor onze gezondheid en ons milieu. We gebruiken de havens en het spoor intensiever, werken met het Rijk aan de uitbreiding van de buisleidingen en zorgen voor overslagpunten, zodat groot verkeer zoveel mogelijk uit het stedelijk gebied blijft en geen overlast veroorzaakt. Ook het centrum in Sittard is hard op weg om volledig emissieloos te worden. Onze logistiek over de weg is steeds meer duurzaam − van postbezorging tot bevoorrading van winkels, zodat al het vrachtverkeer in 2050 emissieloos is. De netinfrastructuur is verzwaard en netcongestie is geen issue meer.
We werken samen om de externe veiligheidsrisico’s rondom het emplacement en station van Sittard te minimaliseren. Over het spooremplacement bij het station van Sittard worden veel goederen vervoerd richting Chemelot. Alle treinen van en naar Chemelot gaan via station Sittard, omdat Chemelot alleen een spooraansluiting heeft in noordelijke richting. Treinen moeten daarom van richting veranderen in Sittard. Soms gaat dat om het vervoer van gevaarlijke stoffen met vrij grote externe veiligheidsrisico’s. Bij de ontwikkeling van de stationsomgeving onderzoeken we hoe we met aanvullende maatregelen (overdracht en/of bouwkundige maatregelen) de veiligheid van de omgeving kunnen optimaliseren. Gelijktijdig moet het transport via het spoor mogelijk blijven. Daarbij werken we nauw samen met andere partijen zoals het Rijk, ProRail, vervoerders en bedrijven zoals Chemelot. Iedere partij kan een bijdrage leveren aan het verbeteren van de veiligheid in het stationsgebied.
Beleidskeuzes We werken samen aan een betere verbinding tussen Chemelot en de haven Stein. Dagelijks worden veel grondstoffen naar Chemelot vervoerd. Dat gaat nu voor het grootste deel via buisleidingen. Andere en nieuwe stofstromen kunnen echter niet via buizen aangevoerd worden. Deze nieuwe stofstromen willen we het liefst via de haven in Stein aan laten komen. Om dat mogelijk te maken is het noodzakelijk de haven van Stein en de route van Chemelot naar de haven te versterken tot een multimodale corridor. Daarvoor werken we samen met de gemeente Stein, Chemelot, DSM-Firmenich en de provincie Limburg. We werken samen aan de uitbreiding van de ondergrondse buisinfrastructuur voor het vervoer van stoffen naar Chemelot binnen
83
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
Figuur 11: zoekgebied nieuw hoogspanningsstation Graetheide
We faciliteren de verbetering en verzwaring van de energie-infrastructuur. Verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn opgaven die nieuwe eisen stellen aan de energievoorziening. Verbetering en verzwaring van de energie-infrastructuur heeft, net als andere opgaven, ruimte nodig boven de grond. We weten nog niet precies hoe het energiesysteem van de toekomst eruit gaat zien. Opwek van duurzame energie, gasloze wijken en elektrisch vervoer zorgen voor een toenemende belasting van het netwerk. Het huidige netwerk is daar vaak niet op berekend en vraagt om uitbreiding. Dat betekent dat de ruimte die boven en onder de grond nodig is voor distributiestations, transformatorhuisjes, energieopslag, en het leggen van kabels en leidingen de komende jaren fors toeneemt. Door de energie-infrastructuur een integraal onderdeel te maken van het ruimtelijk beleid, kunnen we de juiste balans vinden tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. We willen nieuwe plannen daarvoor in een vroeg stadium met onze inwoners en ondernemers bespreken. Om in de toekomst voldoende energie te hebben, moet het bestaande hoogspanningsnet (elektriciteit) verzwaard worden. Daarvoor komt er een nieuw hoogspanningsstation Graetheide met een capaciteit van 380 kV. Ook het bestaande station met een capaciteit van 150 kV wordt vernieuwd.
De locatie voor een nieuw gecombineerd 380 en 150 kV hoogspanningsstation wordt nog onderzocht. Het zoekgebied is hiernaast in figuur 11 weergegeven. Hier wordt in samenhang met de campusuitbreiding gezocht naar een goede inpassing. Voor deze ontwikkeling is Tennet de initiatiefnemer en is provincie Limburg het bevoegd gezag. We willen dat de aanleg van nieuwe elektriciteitslijnen en de uitbreiding van hoogspanningsstations samen gaat met de versterking van het landschap en natuur (compensatie/verevening). Onderdeel hiervan is een onderzoek naar de mogelijkheden voor natuurontwikkeling op de locatie van het huidige 150 kV station.
Zoekgebied 380/150 kV
In de wijken werken we aan duurzame logistiek door te werken met lokale distributiehubs op regionale of lokale bedrijventerreinen. De hubs doen dienst als overslagpunten van pakketten, zodat er minder zwaar verkeer in het centrum en de woonwijken komt. Een randvoorwaarde voor lokale distributiehubs is dat er voldoende duurzame energie (elektrische laadpunten) beschikbaar is bij de distributiehubs. Dat betekent dat er een oplossing moet komen voor de netcongestie. (Inter)nationale verbondenheid Voor het verbeteren van de bereikbaarheid en connectiviteit van de regio op de lange afstanden is de strategie tweeledig. Vliegverbindingen via regionale luchthavens blijven van belang voor de aantrekkelijkheid van de regio voor expats, zakelijk bezoek en toerisme. We zetten daarnaast in op gelijkwaardige, duurzame verbindingen via bijvoorbeeld het hogesnelheidstreinnetwerk van en naar de grote internationaal georiënteerde luchthavens en stations. Dit draagt bij aan een duurzaam bereikbare regio.
84
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
7. Slimmer, gezonder en schoner
Oefenen met slimme oplossingen in de openbare ruimte De Zeeheldenbuurt in Geleen is een proeftuin voor slimme, vernieuwende oplossingen in onze gemeente. Hier hangen en staan sensoren die onder andere de neerslag, temperatuur en windrichting- en snelheid registreren. Zo kunnen we bijvoorbeeld straten groener, veiliger en toekomstbestendiger inrichten. We betrekken inwoners hierbij. Daardoor zien en horen we wat er leeft en waar inwoners tegenaan lopen. De data die we verzamelen geven inzicht, waarmee we beter kunnen inspelen op wat er nodig is. Zo zorgen we voor een toekomstbestendige, veerkrachtige en veilige buurt.
85
Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt
7. Slimmer, gezonder en schoner
Externe veiligheid
Toekomstbeeld
werkt op Chemelot is een hoog, bovenwettelijk veiligheidsniveau noodzakelijk.
Door de ligging nabij stedelijke bebouwing en het groot aantal mensen dat We werken daarom samen met Chemelot, DSM-Firmenich, provincie Limburg
In 2040 zijn we een schonere en gezondere gemeente. Daarvoor werken we
en de buurgemeenten aan een situatie waarbij de veiligheidssituatie op termijn
continu aan een balans tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling.
omhoog gaat. We streven met Chemelot en de provincie naar een situatie waarbij
De totale milieubelasting door industrie, verkeer, agrarische bedrijvigheid en
een mogelijk ongeval op de Chemelot site (brand en/of explosie) geen nadelige
andere bronnen neemt geleidelijk af. De water- en bodemkwaliteit verbetert
gevolgen heeft voor de omgeving van Chemelot. We werken met Chemelot samen
juist in een constant tempo. Geluid en uitstoot hebben slechts beperkte
aan proportionele maatregelen die daarvoor moeten worden genomen bij de
negatieve invloed op de gezondheid van de inwoners van de Westelijke
veiligheidsbron, in de overdrachtssfeer en bij de ontvanger. De plaatsgebonden
Mijnstreek. Externe veiligheidsrisico’s zijn zo veel mogelijk beperkt. Dit
risicocontour ligt in 2040 in principe binnen de grenzen van het Chemelot terrein.
gebeurt door het treffen van maatregelen aan de bron en in de omgeving.
We streven naar een indeling met de meest risicovolle activiteiten in het hart van