CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken aangepast aan amendementen

Raad 27 maart 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken (Geilen/Houtakkers) (18)30.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Daarnaast houden we rekening met effecten mocht zich ondanks de kleine

het Chemelot terrein en minder risicovolle activiteiten aan de randen.

kans toch een incident voordoen. De aandachtsgebieden voor brand en explosie liggen in 2040 daarbij zoveel

Beleidskeuzes

mogelijk binnen de grenzen van Chemelot en in principe niet over het centrum van Geleen en de stedelijk woongebieden van Geleen, Beek en Stein.

We werken samen met onder andere de provincie en Chemelot aan de verbetering van de veiligheid op en in de omgeving van Chemelot, de verlaging van de milieuoverlast van Chemelot op de woonwijken eromheen en het maximeren van de milieuruimte voor Chemelot hierbinnen. Chemelot is volop bezig met bereiken van zijn doelstelling om de meest duurzame en veilige materialen- en chemiesite van Europa te worden. We koppelen deze transitie niet alleen aan globale klimaatdoelen, maar ook aan verbetering van de milieu- en veiligheidssituatie op locatie. Daar werken we samen aan.

Ook kan gedacht worden aan personendichtheidsbeleid, buffergroen aan de randen van Chemelot, bouwkundige maatregelen bij ver-/nieuwbouw en goede risicocommunicatie. Groepen mensen die niet of onvoldoende zelfredzaam zijn krijgen extra aandacht. Onderzoek in samenwerking met betrokken partijen zal moeten uitwijzen of en in hoeverre de ambities met betrekking tot het terugbrengen van de plaatsgebonden risicocontour 10-6 en de aandachtsgebieden binnen de inrichtingsgrens van Chemelot gerealiseerd kunnen worden, waarbij een brede afweging van maatschappelijke en economische omstandigheden plaatsvindt.

86

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

In het kader van de energietransitie en circulariteit bestaat er een mogelijkheid

Luchtkwaliteit, geur en lichthinder

dat er wellicht grotere contouren kunnen ontstaan. Dit is met name aan de

Ook werken we met Chemelot, dsm-firmenich en provincie Limburg aan het

orde in de transitiefase waarbij meerdere energiebronnen/grondstoffen naast

verbeteren van de luchtkwaliteit en het verminderen van de milieuoverlast

elkaar worden gebruikt. De gemeente houdt er rekening mee dat dit in de

zoals geur en lichthinder.

transitiefase zou kunnen leiden tot enige verruiming van veiligheidscontouren

We zorgen ervoor dat de veiligheid rondom spoor, wegen en kanaal verbetert en dat de overlast van spoor en wegen op de woonwijken in Sittard-Geleen vermindert. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes (spoor, weg en water) is nagenoeg veilig. Een incident kan niet worden uitgesloten, al is de kans hierop zeer klein. Daar houden wij bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen rekening mee. We verbeteren waar mogelijk samen met onze partners zoals Provincie Limburg, Rijk en Prorail de bestaande situatie.

en zal in erkenning van de integrale maatschappelijke meerwaarde van deze transities afwegen hoe een mogelijke vergroting van externe veiligheidsrisico’s van milieubelastende activiteiten binnen de wettelijke kaders ingepast kunnen worden al dan niet met behulp van bepaalde beschermende maatregelen.

Geluid We werken met Chemelot, DSM-Firmenich en provincie Limburg aan het beperken van de geluidsoverlast van de bedrijven op Chemelot op de inwoners van de Westelijke Mijnstreek. Ook daarvoor werken we aan proportionele

We maken de transformatie van het stationsgebied naar een levendig woon-werkgebied mogelijk door de veiligheidsrisico’s van het emplacement op de omgeving te verminderen. Op het station van Sittard worden veel goederen vervoerd naar Chemelot. De komende jaren werken we samen met onder andere de provincie Limburg, Rijk, ProRail en Chemelot aan het minimaliseren van het aantal handelingen op het emplacement, waardoor externe veiligheidsrisico’s afnemen. Bij de ontwikkeling van de stationsomgeving onderzoeken we ook of en hoe we met aanvullende maatregelen (overdracht en/of bouwkundige maatregelen of organisatorisch) de veiligheid voor de omgeving kunnen optimaliseren, in een duurzame balans met toekomstige transporten over het spoor en met de handelingen op het emplacement.

maatregelen bij de bron, in de overdrachtssfeer en bij de ontvanger. Zo werken we samen toe naar een situatie met een bovenwettelijke maximale geluidsbelasting op geluidgevoelige gebouwen zoals een woning of school. Bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige activiteiten, bijvoorbeeld woningen of een school, weegt de gemeente af of de geluidsbelasting aanvaardbaar is. Van aanvaardbare geluidsbelasting is in ieder geval sprake als er wordt voldaan aan de standaardwaarde. De gemeente kan ook akoestische voorzieningen eisen om te komen tot een aanvaardbaar geluidsniveau. Zijn akoestische voorzieningen niet mogelijk, maar is het toelaten van een geluidgevoelig gebouw toch wenselijk dan koppelen we de ontwikkeling aan andere maatregelen om de gezondheid te bevorderen, zoals meer groen of maatregelen die gezonde mobiliteit bevorderen.

87

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

We onderzoeken de noodzaak tot behoud van het emplacement en spoor Born. Op dit moment worden er (nagenoeg) geen gevaarlijke stoffen vervoerd op het spoor tussen Sittard en Born. Ook staat de vergunning van het emplacement geen handelingen met gevaarlijke stoffen toe. We bekijken of openhouden van dit spoor en het emplacement in Born nodig is in de toekomst in het licht van een goede leefbaarheid in Limbricht en Born en de economische activiteiten op Holtum Noord.

bronnen zoals evenementen, horeca en installaties van woningen (airco’s, warmtepompen) op geluidgevoelige gebouwen te verminderen.

We zorgen ervoor dat de veiligheid rondom buisleidingen goed blijft. Buisleidingen onderscheiden we in hogedruk-aardgasbuisleidingen en overige buisleidingen. De ruimte voor nieuwe leidingen is beperkt doordat de gemeente op het smalste gedeelte van Nederland ligt en de gemeente al veel infrastructuur heeft. Nieuwe hogedruk aardbuisleidingen worden daarom primair toegestaan binnen de buisleidingenstrook van de structuurvisie buisleidingen. Voor de bestaande buisleidingen wil de gemeente de risico’s beheersen door uitbreiding ervan toe te staan mits de plaatsgebonden risicocontour en het aandachtsgebied niet toenemen. We borgen de veiligheid rondom overige risicobronnen, zoals tankstations en bedrijven (met uitzondering van Chemelot) en beperken de geluidsbelasting en luchtverontreiniging. Mensen in de omgeving van overige risicobronnen bieden wij bescherming. De luchtkwaliteit is verbeterd door de wettelijke normen te hanteren en samen te werken met het Rijk, de provincie en grote bedrijven in onze gemeente binnen het Schone Lucht Akkoord. Daarbij kijken we specifiek wat we lokaal kunnen doen aan het verminderen van houtstook. We werken samen aan het verminderen van de milieuoverlast zoals geur en lichthinder. We werken samen aan bronmaatregelen om de geluidsbelasting van bedrijven en andere

88

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

Figuur 12: Themakaart Geluid - Geluidszones en aandachtsgebieden

Figuur 13: Themakaart contouren externe veiligheid

Aandachtsgebieden:

= Industrie Binnenste grens is 55 dB(A) contour, buitenste grens is 50 dB(A) contour, = Spoor = Autoweg >30km/u)

Brandaandachtsgebied Explosieaandachtsgebied Gifwolkaandachtsgebied

Activiteiten met gevaarlijke stoffen: Seveso Tank en brandstoffen Opslag gas Aardgasstation Opslag verpakt Ammoniak koelinstallatie Buisleiding Basisnet weg Basisnet spoor

89

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

8. Groene wijken en dorpen

Genieten in een groene omgeving in park D’n Dreesj in Holtum Op de plek van de voormalige voetbalvelden in Holtum ligt Park D’n Dreesj. Vanaf het begin zijn we met inwoners in gesprek geweest over de invulling van het park. Zij gaven aan waar ze behoefte aan hadden en we hielden oog voor groen en recreatie. Er waren veel creatieve ideeën, van verwijderde boomstammen maakten de inwoners bijvoorbeeld boombanken. Een mooi voorbeeld van hoe we samen onze openbare ruimte leefbaar, natuurlijk en toekomstbestendig inrichten.

90

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

8. Groene wijken en dorpen

Beleidskeuzes

Toekomstbeeld

We zorgen dat de openbare ruimte groener wordt in de wijken en dorpen. Daarbij hebben we extra aandacht voor de veerkrachtige wijken. Dat doen we bijvoorbeeld door het herinrichten van straten en de aanleg van meer parkjes. Gebiedsgericht werken we uit waar de noodzaak tot vergroening het grootst is en welke gewenste hoofd- en nevenfunctie(s) het openbaar groen heeft. Daarbij onderscheiden we verschillende categorieën: beleving, gezondheid, ontmoeting, recreatie en sport, voedsel, biodiversiteit, klimaatadaptatie (water en hitte) en monumenten. Daarbij kiezen we niet altijd voor meer groen, maar wel voor beter groen dat aansluit bij de behoefte van mens en dier. Bij de inrichting en het beheer van onze openbare ruimte maken we duurzame keuzes die passend zijn in de omgeving en rekening houden met het veranderende klimaat.

Onze wijken en dorpen zijn in 2040 groener en water heeft de ruimte gekregen. De biodiversiteit in het stedelijk gebied en de dorpen is versterkt naar ten minste 100% Basiskwaliteit Natuur, maar gestreefd wordt naar een hoger kwaliteitsniveau. Het gaat bij Basiskwaliteit Natuur om een meetbaar kwaliteitsniveau van de natuur, met name buiten de natuurgebieden. Het geeft aan wanneer een bepaalde locatie voldoet aan een minimale standaard van de aanwezigheid van algemene, wijdverspreide wilde planten en dieren. Daardoor behouden we planten- en diersoorten die typisch zijn voor ons landschap. Natuurlijke processen, zoals waterzuivering, natuurlijke plaagbestrijding en bestuiving, staan daardoor in 2040 minder onder druk. De netto hoeveelheid groen is toegenomen en daarmee de hoeveelheid CO2-opslag. Rond Sittard,

3

bomen zichtbaar vanuit je woning

Geleen en de dorpen is het landschap makkelijker bereikbaar, beleefbaar en ecologisch robuuster geworden. Nieuwe groene verbindingen hebben de dorpen en steden beter verbonden met het buitengebied en de natuur. Dat

3-30-300 regel 300

meter tot het dichtstbijzijnde park

is niet alleen voor fietsers en wandelaars belangrijk, maar ook voor dieren en planten. Het zorgt dat ook onze flora en fauna voldoende plek hebben om van generatie op generatie te overleven. Het toegenomen groen helpt

30% boombedekking

ons hittestress in de stedelijke omgeving tegen te gaan, wateroverlast te verminderen door de infiltratie van de bodem te verbeteren én het helpt het grondwaterniveau op peil te houden. Inwoners leven daardoor in een gezondere en veiligere omgeving met minder wateroverlast en hittestress.

Figuur 14: 3-30-300 principe

91

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

Het versterken van het groen in de wijk realiseren we in beginsel volgens het

luchtkwaliteit door CO2 op te nemen en zuurstof te produceren. Ze vangen

3-30-300-principe. Dat gaat vaak − maar niet altijd − ten koste van andere

ook veel fijnstof af. Daarnaast zorgen ze voor verkoeling door schaduw

functies in de wijk. Omdat we zuinig met de ruimte om willen gaan, kiezen we

en verminderen ze plaatselijk de hitte op warme zomerdagen. Bovendien

daarom voor de volgende maatregelen, die afhankelijk van de lokale situatie

dragen bomen bij aan een aantrekkelijk straatbeeld, bevorderen ze de

ingezet kunnen worden:

biodiversiteit en verminderen ze geluidsoverlast. We streven naar een gezond

⋅ Overbodige verharding wordt zoveel mogelijk verwijderd of verminderd. ⋅ Parkeerplaatsen en parkeerstroken krijgen zoveel mogelijk een ⋅

bomenbestand met een toename van de kroonbedekking en totale biomassa We onderzoeken of we daarbij aan kunnen sluiten op de streefnorm uit het

dubbelfunctie. Naast hun primaire functie (parkeren) zijn het ook plekken

Landelijke Klimaatakkoord van 1% toename per jaar. We streven daarbij naar

waar we ruimte geven aan maatregelen voor klimaatadaptatie, zoals het

de juiste boom op de juiste plek. Het behouden van oudere en monumentale

infiltreren van water en het voorkómen van hittestress door bomen te

bomen krijgt waar mogelijk voorrang in onze ruimtelijke keuzes, omdat deze

planten.

significant meer bijdragen aan de klimaatdoelstellingen en biodiversiteit

Omdat we inzetten op actieve (lopen en fietsen) en duurzame (openbaar

dan jonge bomen. Wij geven het goede voorbeeld in de openbare ruimte. We

vervoer en deelmobiliteit) mobiliteit, ontstaat er een alternatief voor het

stimuleren inwoners en ondernemers om hieraan bij te dragen. Dat doen we

eigen autogebruik en -bezit. Daardoor komen er parkeerplaatsen vrij, die

door bij reconstructies van de openbare ruimte breder te kijken en te werken

in de wijken kunnen worden ingezet voor het bestrijden van hittestress en

met de ‘gevel tot gevel’-benadering. Waar bomen gekapt worden maken we

wateroverlast door vergroening.

samen met de betrokken inwoners een keuze voor nieuwe en duurzaam te

⋅ Waar herontwikkeling aan de orde is, stellen we eisen aan de minimale

behouden beplanting.

hoeveelheid groen in de (nieuwe) openbare ruimte. Ook hier passen we het 3-30-300-principe toe. Wanneer groen moet wijken voor herontwikkeling is

We stimuleren en ondersteunen stadslandbouw. Op een aantal plekken in

groencompensatie van ecologische waarde het streefpunt.

Sittard-Geleen zien we mogelijkheden voor stadslandbouw van wisselende

⋅ Herontwikkelingen in het stedelijk gebied grijpen we aan om de groene ⋅

omvang. Het zijn plaatsen waar het produceren van voedsel dicht bij

doelstellingen te bereiken en waar nodig om mogelijkheden te creëren om

huis centraal kan staan. We denken daarbij aan kleinschalige landbouw,

buurtparkjes en de vergroeningsopgave te realiseren.

voedselbossen, moestuinen, wijngaarden, pluktuinen en boomgaarden die

De bouw van nieuwe trafohuisjes en -installaties gebeurt met een zo groen

door stichtingen, coöperaties en vrijwilligers gerealiseerd en onderhouden

mogelijk karakter.

worden. Daarmee realiseren we niet alleen vergroening, maar dragen we ook bij aan de kwaliteit van het landschap, verduurzaming en het versterken van

We streven naar een gezond, klimaatadaptief en toekomstbestendig bomenbestand in de bebouwde omgeving. Bomen verbeteren de

de sociale cohesie. We blijven lokale initiatieven van bewoners stimuleren en ondersteunen.

92

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

We versterken de biodiversiteit in het stedelijk gebied. We houden rekening met ten minste de Basiskwaliteit Natuur. We ontwikkelen een instrumentarium om de kwaliteit van de (stads)natuur te bepalen, met name in gebieden waar natuur niet het belangrijkste doel is. Dat doen we met beschikbare data en de biotische en abiotische factoren. Daarna bepalen we of en met welke inrichtings- en beheermaatregelen we de natuurwaarden in die gebieden kunnen verhogen. We geven het goede voorbeeld in de openbare ruimte. Ook stimuleren we inwoners en ondernemers om hieraan bij te dragen. Zo gaan wij ons openbaar groen meer ecologisch beheren, waardoor er een grotere diversiteit aan planten en bloemen is.

We werken samen aan de versterking van de landschappelijke overgang van ons stedelijk gebied naar het buitengebied. Het buitengebied dat direct grenst aan het stedelijk gebied (stadlandzone) is belangrijk als plek voor ontspanning en recreatie voor de inwoners. We maken het buitengebied hier aantrekkelijk als prettige stadlandzone. Het kleinschalige landschap wordt versterkt met nieuwe natuur en recreatieve mogelijkheden voor fietsers en wandelaars. De recreatieve groene fiets- en wandelroutes verbinden de steden, dorpen en het landschap. Genieten van onze omgeving is daardoor makkelijker. Ook het verplaatsen per fiets of te voet is eenvoudiger geworden. De stadlandzones krijgen geen nieuwe stedelijke functies. Belangrijke plekken waar we het groen rondom de stad versterken zijn de groene wig Sint Rosa, het gebied rondom het stadion, Landschapspark De Haese, het Geleenbeekdal aan de oostzijde van Geleen en de groene buffer tussen Lindenheuvel/Krawinkel en Chemelot. Bij de Schwienswei transformeren we het voormalige ESCS-terrein in een rood-groene ontwikkeling. Ook werken we aan het verbeteren van de stadsentrees door vergroening.

We werken samen aan het versterken van de landschappelijke overgang van onze dorpen naar het buitengebied. De overgang tussen bebouwingsrand en buitengebied (dorpsmantel) bepaalt voor een groot deel het aanzien van een dorp. Landschappelijk groen dicht bij de bebouwing is van belang voor de leefbaarheid. Bomen zorgen voor verkoeling en wandelpaden nodigen uit tot het maken van een ommetje. Stadslandbouw of een voedselbos brengt mensen bij elkaar. Met de ontwikkeling van groene dorpsmantels worden dorpen ingebed in het landschap. Denk daarbij aan de aanleg van boomgaarden, heggen, bomenrijen en bosschages. Het zorgt ervoor dat dorpen onderdeel worden van het landschap waarin ze liggen. In de dorpsmantels is op kleine schaal ruimte voor woningbouw als hier binnen de dorpen geen plek voor is (‘straatje erbij’). Dat gaat altijd samen met een goede inpassing en versterking van het buitengebied (compensatie/verevening). Daarvoor werken we een kader uit.

93

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

9. Water en bodem sturend

Ruimte voor de beek in Stadspark Sittard Het Stadspark in Sittard is een prachtige natuurstrook die Sittard en Geleen verbindt. Hier hebben we 1,5 kilometer Geleenbeek klimaatrobuust ingericht. We hebben historische meanders weer de ruimte gegeven, een hoogwatergeul aangelegd, sluis vervangen en twee vispassages geplaatst. Daardoor kunnen vissen de Ophovenermolen én de sluis voorbijgaan. Zo laten we de bodem en water sturend zijn in onze gemeente.

94

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

9. Water en bodem sturend

Om de watervraag in balans te houden met de zoetwatervoorraden, gaan we zorgvuldiger om met het gebruik van zoetwater in de openbare ruimte.

Toekomstbeeld

Daarnaast stimuleren we verantwoordelijk gebruik bij inwoners. Door klimaatverandering valt er jaarlijks meer regen. Deze regen valt vooral in de

Een gezond bodem- en watersysteem is noodzakelijk voor de natuur,

vorm van extreme regenbuien gevolgd door langere periodes van droogte.

landbouw en onze leefomgeving. Ook is het belangrijk dat we bij functies zoals

Dat betekent dat er voldoende zoetwater valt, maar dat deze hoeveelheid

wonen rekening houden met de natuurlijke kwaliteiten van het landschap

verdeeld moet worden om het hele jaar genoeg water te hebben. Het infiltreren

om de woonveiligheid te bewaken en de natuur te kunnen stimuleren. We

van water heeft daarbij een positieve invloed op de grondwaterstand. Op

laten daarom de logica van water en bodem sturend zijn. In 2040 streven

de watervraag moet echter ook worden gestuurd. Zo zorgt de aanleg van

we naar een bodemgesteldheid die significant verbeterd is. Waar nodig

klimaatrobuuster openbaar groen voor een lagere waterbehoefte in de

geven we meer ruimte aan water. Samen met andere partijen hebben we

openbare ruimte.

bij de beken een robuuste inrichting gerealiseerd, op het gebied van zowel

Beleidskeuzes

water als groenstructuren. Ook zijn het agrarisch gebruik en de stedelijke ontwikkeling beter aangesloten op de bodem en het water. In het heuvelrijk

Samen met agrariërs werken we aan toekomstbestendige landbouw. Samen met de boeren en andere overheden en partners zijn we op weg naar een meer natuurinclusieve en circulaire landbouw. Op verschillende plekken zorgt dat voor een verschuiving in het soort boerenbedrijven, hun gewassen en hun bijdrage aan natuurontwikkeling. Onze doelstelling is om in 2040 tien procent groene-blauwe dooradering van het buitengebied bereikt te hebben. We onderzoeken welke maatregelen hiervoor nodig en haalbaar zijn. We hebben daarbij ook aandacht voor de belangen van de landbouw. We gaan zuinig om met landbouwgrond om deze economische sector en de voedselzekerheid veilig te stellen. Wij blijven in dialoog met de landbouwsectorom zowel de agrarische doelen als de natuurdoelen tot ontwikkeling te kunnen brengen.

agrarisch gebied zijn er groenstructuren aangebracht om deze gebieden klimaatadaptief te maken. In het buitengebied is de landbouwtransitie naar natuurinclusieve landbouw goed op gang gekomen. Door ander agrarisch gebruik is het bodemleven en daarmee de bodemkwaliteit verbeterd, waardoor deze meer water kan bergen en minder uitdroogt. In de stedelijke gebieden hebben we gezorgd voor meer ruimte voor water en groen. De algemene waterbestendigheid van onze gemeente is versterkt door meer te vergroenen en te ontstenen. Gebieden die nodig zijn om de waterveiligheid te garanderen houden we vrij van wonen en andere economische functies. In de gemeente is op sommige plekken rondom de oude mijngangen, zoals rond Chemelot en in Geleen, sprake van vertraagde effecten op het grondwater en verschillen in bodemdaling. Dat vraagt aandacht voor de stabiliteit van de ondergrond bij

Met het waterschap realiseren we waterbuffers. In de beken, beekdalen en belangrijke stroomgebieden werken wij samen met Waterschap Limburg om

bouwen.

95

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

rondom deze gebieden bufferzones te creëren om ruimte te maken voor de

zijn oplosbaar, we wijzen onze inwoners ook op veiligheidsmaatregelen die zij zelf

beken. Als er door gebiedsontwikkelingen ruimte vrijkomt, krijgen water en

kunnen treffen.

groen hier voorrang. Deze zones zijn hoge risicogebieden voor wateroverlast en

We zorgen voor waterbuffering en kwaliteit. Voor de beschikbaarheid van zoetwater ondersteunen wij Waterschap Limburg (WL) en de Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) om het hemelwater goed op te vangen, bufferen en verdelen. Om de kwaliteit van het diepe grondwater te beschermen behouden we beperkingen op bepaalde activiteiten in de beschermde gebieden. In het noordelijke deel van de de gemeente ligt de Roerdalslenk, een boringsvrije zone waar WML drinkwater oppompt.

tegelijkertijd hotspots voor de biodiversiteit als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur.

We maken ruimte voor waterberging in risicogebieden. Ook zijn er specifieke wateroverlastgebieden in onze gemeente. In deze gebieden zetten wij in op waterberging als er kavels vrijkomen. Deze ontwikkelen wij samen met het waterschap. Op basis van hotspots op de klimaatstresstestkaarten gaan wij gericht werken aan het verminderen van wateroverlast en hittestress op plekken waar er problemen zijn. We werken samen met andere overheden aan het verbeteren van de knelpunten in de lagere delen van Born, Holtum, Obbicht en Grevenbicht, zodat deze gebieden minder kwetsbaar zijn als de Maas of het Julianakanaal overstroomt.

We gebruiken slimme data om goede keuzes te maken. Door het ontwikkelen en toepassen van datatools zoals ‘digital twins’ passen wij maatregelen effectiever toe en kunnen wij in de openbare ruimte meer doen met minder om wateroverlast en hittestress tegen te gaan.

We verminderen de verharding. In de openbare ruimte staan we verharding alleen nog toe als het een functie heeft en niet anders kan. Alle niet-functionele verharding wordt op natuurlijke momenten aangepast naar meer groen, bijvoorbeeld wanneer de straat opengebroken wordt om het gemengd riool te vervangen.

Er wordt klimaatadaptief gebouwd. Wij stimuleren bouwen volgens de Landelijke Maatlat voor Klimaatadaptief en groen bouwen, waardoor wateroverlast, hittestress, biodiversiteit en andere aspecten van duurzaamheid steeds meer worden meegenomen in bouwprojecten. We pakken overstromingsgebieden aan. De lagere delen van Born, Holtum, Obbicht en Grevenbicht zijn kwetsbaar als de Maas of het Julianakanaal overstroomt. De huidige knelpunten worden stapsgewijs behandeld en projecten in kwetsbare gebieden worden enkel toegestaan onder specifieke klimaatadaptieve voorwaarden om geen nieuwe knelpunten te creëren. Via het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg wordt een stroomgebiedsplan voor de Geleenbeek opgesteld. Daarin wordt duidelijk of er nog aanvullende maatregelen moeten komen op de nu lopende initiatieven.

We steunen en stimuleren inwoners om samen buurten klimaatbestendig te maken. Wij stimuleren klimaatadaptieve maatregelen zoals infiltratievoorzieningen, het afkoppelen van regenwater, groene gevels , geveltuinen en groene daken en door het uitvoeren van activiteiten en acties om inwoners te faciliteren en informeren over klimaatadaptatie. Ook werken we aan bewustzijn bij inwoners via het Tuinman-platform, waar wij laagdrempelig met inwoners communiceren en participatie stimuleren. Niet alle problemen

96

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

Figuur 15: Wateroverlaststresstest: Klimaatadaptatieplan

Figuur 16: Interessegebieden voor water en klimaatadaptatie

97

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

10. Heuvelland en Maasvallei verbonden

Het verbinden van de natuur in het buitengebied De typische kenmerken van het afwisselende landschap in onze gemeente willen we graag herkenbaar maken en houden. We richten het groen in het buitengebied in met de juiste natuur op de juiste plekken. Bestaande natuurgebieden breiden we uit om de leefgebieden van planten en dieren te vergroten. Ook zorgen we dat het voor dieren en planten makkelijker is om de A2 en het Julianakanaal over te steken. Daarvoor leggen we ecologische voorzieningen aan als tunnels, bruggen en plekken waar dieren uit het water kunnen klimmen. Op die manier richten we het buitengebied toekomstbestendig in en zorgen we ervoor dat het Heuvelland beter wordt verbonden met de Maasvallei.

98

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

10. Heuvelland en Maasvallei verbonden

aan toeristisch-recreatief gebruik. Of aan het beperkt overschrijden van een bouwblok voor de ontwikkeling van een bedrijf in het buitengebied. En ook aan het toelaten van beperkte bebouwing in de dorpsmantels in combinatie met de aanleg van landschappelijk groen. De uitbreidingen van

Toekomstbeeld

infrastructuren door het buitengebied, zoals de noodzakelijke uitbreiding van elektriciteitsnetinfrastructuur en buisleidingen en de opwek van duurzame

Dankzij de overgang van het Heuvelland naar de Maasvallei hebben we ook in

energie, laten we samengaan met een goede landschappelijke inpassing en

2040 een heel afwisselend buitengebied. Glooiende hellingen, verschillende

versterking van natuur en landschap (compensatie).

natuurinclusieve landbouwgebieden en bossen en waterlopen die tot in de

We zorgen dat ontwikkelingen samengaan met de versterking van de groene kwaliteiten van het buitengebied en de herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen. Als een niet onaanvaardbare ontwikkeling toegelaten wordt, bepalen de landschapskenmerken hoe dat gebeurt. De aantasting van de landschappelijke kwaliteit wordt door verevening tegengegaan. Afhankelijk van de kwetsbaarheid van een plek wordt een tegenprestatie verlangd, in de vorm van financiële afdracht of een bijdrage aan gewenste landschapsontwikkelingen. In de verschillende landschapstypen versterken we de typische landschapskenmerken en de natuur.

woonwijken doorlopen. We koesteren deze karakteristieke gebieden en hebben de ecologische en recreatieve kwaliteit sterk verbeterd. Daarbinnen hebben we ruimte gemaakt voor de duurzame opwek van energie. Daardoor zijn we ook in 2040 nog altijd een mooie en duurzame gemeente om in te wonen en verblijven.

Beleidskeuzes Om de herkenbaarheid en kwaliteit van ons landschap te behouden, gaan we terughoudend om met ontwikkelingen in het buitengebied. Ons uitgangspunt is het tegengaan van verdere verstening van het buitengebied. Daarbij is het niet de bedoeling om het buitengebied ‘op slot’ te zetten en geen enkele nieuwe ontwikkeling meer toe te staan. We willen ontwikkelingen die niet onaanvaardbaar zijn juist koppelen aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Met ‘niet onaanvaardbaar’ bedoelen we bijvoorbeeld het herbestemmen van voormalige agrarische gebouwen met functies die bij het buitengebied horen. Dat beleid van herbestemmen en nieuwe functies moeten we nog bepalen, maar gedacht kan worden

Maasvallei De Maasvallei − een wirwar van oude rivierarmen, oeverwallen, stroomgeulen en grindbanken − wordt ecologisch verder versterkt en de recreatieve waarde voor zowel de naastgelegen Maasdorpen als de Euregio als geheel wordt uitgebreid.

99

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

aandeel natuurinclusieve en circulaire landbouw toenemen. We zorgen voor vergroening en behouden de Graetheide ook als gezond agrarisch gebied. Het landschap wordt kleinschaliger door de aanleg van landschapselementen zoals heggen en houtwallen. Deze zorgen voor meer biodiversiteit. Door historische wegen en paden te herstellen, zorgen we voor een betere recreatieve ontsluiting. Uit de participatie rond deze Omgevingsvisie is gebleken dat bij een groot deel van de omwonenden geen draagvlak is voor grindwinning op de Graetheide, mede vanwege de extra druk op het gebied en de mogelijke belasting voor de fysieke leefomgeving. De gemeente spreekt zich daarom uit tegen ontgrinding.

Maasvallei

Graetheideplateau Met de realisatie van de gebiedsopgave Graetheideplateau wordt het plateau verder ontwikkeld als optimaal en vitaal buitengebied, met een verweving van (circulaire) landbouw, recreatieve mogelijkheden en natuur en landschap. Op het plateau versterken we het Limbrichterbos en De Rollen als nat bosrijk natuurgebied. De grote agrarische bedrijven worden hier beter ingepast in het groen. We stimuleren hier natuurinclusieve en circulaire landbouw. De landbouw is nog steeds de belangrijkste economische drager en functie in dit gebied. Naast primaire landbouw zal door samenwerking met agrariërs het Graetheideplateau

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=862ced3b-d4d7-4380-847b-f77319ef7007