CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken aangepast aan amendementen

Raad 27 maart 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken (Geilen/Houtakkers) (18)30.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

bedrijven kunnen bijdragen aan de ambities (rechtmatige rol).

34

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

De Omgevingswet geeft ons deze bevoegdheid. We kunnen samenwerken

Samen met de buurgemeenten, de provincie Limburg, ketenpartners, het Rijk

met andere partijen (netwerkende overheid). En we kunnen een initiatief van

en de Euregio-overheden doen we datzelfde op (eu)regionale en nationale

inwoners en bedrijven ondersteunen (participerende overheid). Sittard-Geleen

schaal.

wil zoveel mogelijk participatief en netwerkend zijn. En onze presterende en rechtmatige rol vullen we zoveel mogelijk participatief in.

Naast presterende en rechtmatige overheid

Meer netwerkende en participatieve overheid

We gaan uit van het vermogen van de samenleving om haar leefomgeving zelf vorm te geven. Waar nodig nemen wij zelf een presterende of rechtmatige rol in.

Voor ons is deelname van de samenleving het uitgangspunt. We willen daarom gelijkwaardig samenwerken en beslissen in samenspraak met inwoners, organisaties en bedrijven. Daarbij stellen wij ons dienstbaar op.

Rechtmatige rol

Waar nodig nemen we verantwoordelijkheid. In 2023 stelde de gemeenteraad

De omgevingsvisie is hét kaderstellend beleid voor de fysieke leefomgeving.

de leidraad Doorontwikkeling Participatie vast. Hierin staat beschreven

Het omgevingsplan is het juridisch kader voor alle ontwikkelingen in de

hoe de samenleving deelneemt in de opgaven van Sittard-Geleen. Respect

leefomgeving. De omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

voor elkaars rollen en bevoegdheden is van groot belang bij gelijkwaardig samenwerken en beslissen. Aan het begin van een ontwikkeling praten we

Onze wettelijke (planologische) taak vullen we in ten dienste van

daarom met de belanghebbenden over welke rol iedereen heeft.

de samenleving. Bij tegengestelde opvattingen nemen we onze verantwoordelijkheid, wegen we belangen af en maken we keuzes. Daarover

‘Samen stad en dorp maken’ doen we door een samenleving te zijn waarin

communiceren we open. Hierbij hanteren we als gemeente de ‘Ja, mits ...’

goede ideeën voor de omgeving gerealiseerd worden door, met en voor

-benadering uit de Omgevingswet.

inwoners, organisaties en ondernemers. En waarin de gemeente de gemeenschappen versterkt. Wij vullen onze zorgplicht in door zaken op te

Voor onze rechtmatige rol hebben we de volgende instrumenten:

pakken waar we een verantwoordelijkheid voor hebben. Daarbinnen geven we de samenleving de ruimte om zaken van ons over te nemen. Bij nieuwe

Omgevingsplan

plannen wordt in een vroeg stadium gepraat met inwoners, organisaties en

Het omgevingsplan vervangt de oude bestemmingsplannen en is het juridisch

bedrijven over hun ideeën. Dat geldt zowel voor de gemeente als voor andere

kader voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. Met het verschil dat de reikwijdte

initiatiefnemers, want we gaan vaker en meer gelijkwaardig samenwerken.

van het omgevingsplan ruimer is, vanwege de integratie van milieuregels

35

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

⋅ De realisatie van de Circular Mile mogelijk maken. ⋅ De woonladder (zie pagina 70 van deze omgevingsvisie) verankeren, net

en verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Op 1 januari 2024 zijn alle bestemmingsplannen en een aantal regels vanuit het Rijk

als de nieuwe aanpak voor bepaalde doelgroepen.

(ook wel de ‘bruidschat’ genoemd) in elke gemeente samengevoegd tot het ‘omgevingsplan van rechtswege’. Dat is een soort tijdelijk omgevingsplan. De

Omgevingsprogramma’s

komende jaren werken wij aan een volledig omgevingsplan. We zijn al gestart

De Omgevingswet bevat ook het instrument omgevingsprogramma. Deze

met het omgevingsplandeel Chemelot. Daarbij hebben wij allereerst oog voor

programma’s werken onderwerpen uit de omgevingsvisie verder uit. Ze zijn

ontwikkelingen in de omgevingsvisie die vragen om een aanpassing van de

bedoeld om ambities te behalen en kunnen zich richten op een thema of

huidige regels die in het tijdelijke omgevingsplan staan. Daarnaast geven

gebied. Vanuit Europees en Rijksbeleid kunnen gemeenten verplicht zijn om

we in het nieuwe omgevingsplan zoveel mogelijk ontwikkelruimte voor de

een of meerdere programma’s te maken. Op dit moment hebben wij geen

samenleving. Overbodige regels ruimen we op.

verplicht programma. We verwachten dat op basis van een wetsvoorstel

In de omgevingsvisie geven we al kaders wanneer afgeweken kan worden van

(Versterking regie volkshuisvesting) alle gemeenten verplicht worden om een

het omgevingsplan via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Een

volkshuisvestingsprogramma te maken. Naast de verplichte programma’s

BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan of

kiezen wij ervoor om via programma’s de ambities in deze omgevingsvisie uit

niet vergunningvrij is.

te voeren.

Op verschillende plekken maken we nieuwe ontwikkelingen mogelijk of

Vergunningverlening

beperken we bestaande mogelijkheden. Die moeten in het omgevingsplan een

Met de komst van de Omgevingswet werken we toe naar versnellen, verbeteren

plek krijgen. Een aantal belangrijke ontwikkelingen zijn:

van onze vergunningverleningsprocessen, waarbij een goede dienstverlening voor onze inwoners en ondernemers centraal staat. Dit doen we met een ‘Ja,

⋅ Het uitbreiden van de Brightlands Chemelot Campus en de verduurzaming

mits’ houding. We sturen op zoveel mogelijk vooroverleg aan de voorkant en

en elektrificatie van Chemelot mogelijk maken onder de genoemde

werken met een intake- en omgevingstafel om de initiatiefnemer te faciliteren

voorwaarden.

te komen tot een goed plan. Ook sturen we op vroegtijdige participatie. In onze

De transformatie van de stationsomgeving Sittard (west- en oostzijde)

gemeente verwachten we van initiatiefnemers dat zij mensen, die daarbij een

⋅ mogelijk maken. ⋅ De functiemix en ruimte voor experimenteren in het centrum van Geleen

belang hebben, betrekken bij het uitwerken van de plannen. In het geval van een BOPA is participatie zelfs verplicht.

mogelijk maken.

36

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

Presterende rol

Projectenportfolio

Vanuit de presterende rol gaat het bij overheidssturing erom dat wij zelf zo

We ontwikkelen in de fysieke leefomgeving als dit bijdraagt aan onze

efficiënt en effectief mogelijk waarde voor de samenleving produceren.

beleidsdoelstellingen in deze omgevingsvisie. Daarbij zetten we grondbeleid en kostenverhaal in. We richten portfoliomanagement in, waarbij we kiezen

Daarbij hoort ook samenwerken met private partijen. Dit vanuit de gedachte

en voorrang geven op basis van maatschappelijke waardeontwikkeling en

dat ruimte geven aan anderen in de samenleving kan leiden tot betere

(financieel) maatschappelijk rendement.

prestaties en lagere kosten. Die externe partijen kunnen bedrijven zijn, maar ook zorg- en onderwijsinstellingen, maatschappelijke partners,

Subsidies

andere overheden en private groepen zoals bewoners(groepen) en

Samen met de provincie zetten we in op het verwerven van extra Europese

dorpsverenigingen. Daarbij komen zakelijke afspraken kijken over inzet

middelen uit verschillende EU-programma’s om bij te dragen aan de ambities

(input) en te leveren prestaties (output) die afrekenbaar zijn. Als we nieuwe

uit onze omgevingsvisie. Samen met de Westelijke Mijnstreek zetten we in op

plannen willen maken, gaan we eerst met inwoners en ondernemers

het verwerven van extra provinciale en Rijkssubsidies.

praten over hun ideeën. Voor onze presterende rol hebben we de volgende

Grondbeleid

instrumenten:

We zetten ons grondbeleid in om de ambities in de omgevingsvisie te realiseren.

Gemeentelijk vastgoed en openbare ruimte

De huidige nota Grondbeleid gaat uit van het maken van:

⋅ Integrale afweging: maatschappelijk rendement en financiële impact. ⋅ Situationeel grondbeleid: we bepalen per situatie welke rol het beste

We bezitten panden en de openbare ruimte. Deze bezitten we om onze beleidsdoelstellingen in deze omgevingsvisie te behalen. We bezitten enkel panden of gronden als anderen in de samenleving onze ambities niet (beter)

past bij de opgave. Gaan we zelf realiseren (actief), laten we het aan de

kunnen realiseren. We beheren deze bezittingen op duurzame wijze. Als

samenleving (faciliteren) of kiezen we voor een tussenvorm (publiek-private

bezit niet meer bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen, dan herontwikkelen

samenwerking)?

we het pand of de openbare ruimte. Ook deze herontwikkeling staat in het teken van onze beleidsdoelstellingen in deze omgevingsvisie. We kijken naar

Dit beleid biedt al mogelijkheden om bij te dragen aan de ambities uit de

alle beleidsdoelstellingen om te bepalen of een pand of grond in ons bezit

omgevingsvisie. Toch gaan we ons grondbeleid actualiseren om meer aan te

moet zijn. Als we besluiten om een pand of openbare ruimte niet meer te

sluiten bij de Omgevingswet en bij thema’s uit de omgevingsvisie. En ook om

gebruiken als maatschappelijk vastgoed, boeken we het verschil tussen de

onze actieve rol en mogelijke inzet van instrumenten verder vorm te geven.

boekwaarde en werkelijke waarde af om herontwikkeling mogelijk te maken.

Denk daarbij aan de inzet van actief verwervingsbeleid en instrumenten als de Wet voorkeursrecht gemeenten.

37

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

Kostenverhaal en financiële bijdragen

Financiële bijdragen

We werken graag samen met andere partijen om onze ambities te realiseren.

We vragen initiatiefnemers en ontwikkelaars van bouwplannen een financiële

Voor bouwactiviteiten waarvoor wij het omgevingsplan wijzigen, zijn wij volgens

bijdrage voor de benodigde investeringen in de openbare ruimte en het

de Omgevingswet verplicht om onze kosten te verhalen op de initiatiefnemer

landschap die samenhangen met de groei van de gemeente en het behoud

van de bouwactiviteit. Dat geldt ook voor bouwactiviteiten die wij buiten het

van de kwaliteit van het buitengebied. De bovengenoemde investeringen

omgevingsplan mogelijk maken.

worden niet volledig verhaald op de initiatiefnemers. Alle partijen die hier profijt van hebben dragen bij aan de financiering van deze investeringen. Het

Kostenverhaal

grootste deel van de investeringen is toe te rekenen aan de huidige inwoners

De gemeente moet daarvoor ook inspanningen leveren. Denk daarbij aan het

en gebruikers. De gemeente Sittard-Geleen ‘betaalt’ dus het grootste deel

aanleggen van infrastructuur, ambtelijke inzet en eventuele aanpassingen in het

van deze investeringen. Het andere deel, dat kan worden toegerekend aan

openbaar gebied bij specifieke bouwplannen. Bij initiatieven van marktpartijen

de toekomstige inwoners en gebruikers, ‘betaalt’ de initiatiefnemer die de

faciliteert de gemeente de bouwplannen. Voor deze inzet zijn gemeenten

bouwplannen realiseert. Bouwplannen met een hogere opbrengstpotentie

verplicht om kosten te verhalen op initiatiefnemers. Een tweetal onderwerpen

betalen daarbij een hogere financiële bijdrage. Het is redelijk dat ook

werken we nader uit:

toekomstige ontwikkelingen bijdragen aan deze investeringen omdat er een

⋅ Een landschapsfonds waarin we aangeven hoe we, in de beperkte gevallen

functionele samenhang is tussen deze investeringen en de bouwplannen. Deze verschilt per type investering:

dat bebouwing in het buitengebied nodig is, zorgen voor versterking van

⋅ Het verbeteren van het landschap en de aanleg en bescherming van natuur

de groene waarden in datzelfde buitengebied. Voorbeelden zijn uitbreiding van de campus op De Lexhy, duurzame opwek en nieuwe buisleidingen

De investeringen die de gemeente verricht voor het verbeteren van

en energie-infrastructuur in het buitengebied en woningbouw rondom de

het landschap en de natuur hebben een positief uitstraling op de

dorpen. Dit staat los van de door de provincie verlangde natuurcompensatie.

ontwikkellocaties. De kwaliteit van het woon- en leefklimaat wordt namelijk

⋅ Het parkeerfonds waarmee we nieuwe ontwikkelingen die de benodigde

verbeterd.

⋅ Infrastructuur voor verkeer en openbaar vervoer

parkeerplaatsen niet op eigen terrein kunnen realiseren mogelijk maken door als gemeente deze parkeerplaatsen elders te realiseren. Met

De gemeente investeert in het opwaarderen en uitbreiden van bestaande

het uitwerken van de omgevingsvisie tot programma’s wordt dit fonds

wegen, paden en openbaar vervoervoorzieningen. Deze investeringen maken

doorontwikkeld tot een mobiliteitsfonds waarin naast autoparkeren ook

onderdeel uit van het totale verkeersnetwerk. De verkeersafwikkeling van

bijvoorbeeld fietsparkeren en deelmobiliteit een plaats krijgen.

nieuwe initiatieven zal via dit netwerk plaatsvinden.

⋅ De aanleg van recreatievoorzieningen

De nieuwe bewoners en bedrijven kunnen gebruik maken van de nieuwe

38

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

5.4. Uitvoeringsagenda

recreatieve voorzieningen. Door de investering heeft de gemeente iets extra’s te bieden ten opzichte van de huidige recreatieve voorzieningen.

⋅ Stedelijke herstructurering

De omgevingsvisie is onze langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving

Doordat de gemeente investeert in de herstructurering van bestaande

van Sittard-Geleen. Ze bevat de hoofdzaken van het integrale beleid voor

woonwijken en bedrijventerreinen wordt de leefbaarheid in de hele

de fysieke leefomgeving. De verdere uitwerking van het beleid en van de

gemeente verbeterd. De verbeteringen hebben een positief uitstralingseffect

concrete maatregelen om doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te

op de ontwikkellocaties.

bereiken, nemen we op in programma’s. In de programma’s komt de visie tot leven met gerichte acties. Gebiedsvisies, agenda’s, uitvoeringsbeleid en

De ontvangen financiële bijdragen worden gestort in een nog in te stellen

omgevingsprogramma zijn allemaal programma’s. De omgevingsvisie wordt

reserve financiële bijdragen. De raad kan vervolgens besluiten deze middelen

vastgesteld door de gemeenteraad, een programma door het college.

in te zetten voor de hierboven benoemde (wettelijk vastgelegde) type investeringen.

Programma’s voeren we als volgt uit:

Evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad

Samen stad en dorp maken met programma’s

Sittard-Geleen heeft een woonopgave, zowel kwantitatief (meer woningen) als

Onze sturingsfilosofie van ‘Samen stad en dorp maken’ betekent dat we bij

kwalitatief (de juiste woningen). De Omgevingswet biedt mogelijkheden om

de programma’s ook echt samen aan de slag willen gaan. Van het behalen

beleidsmatige ambities op dit vlak te verevenen tussen locaties. Te denken valt

van deze resultaten maken we een teamprestatie, samen met anderen in

aan het sturen naar prijsklasse om zo een evenwichtige samenstelling van de

de samenleving. Daarom bedenken we bij de start van het maken van een

woningvoorraad voor sociale huur- of koopwoningen te creëren. Op dit moment

programma actief met wie we samenwerken, wat onze rol is en waar het

maken we nog geen gebruik van deze bevoegdheid. We gaan onderzoeken of

initiatief ligt. We laten alle vier de rollen (presterend, rechtmatig, netwerkend

een verevening tussen initiatieven ons kan helpen bij het waarmaken van de

en participatief) terugkomen in de programma’s. Wij volgen daarbij onze

woonambities. Dit wordt nader uitgewerkt in het volkshuisvestingsprogramma.

leidraad Doorontwikkeling Participatie. We zetten de instrumenten die we hebben hierin bewust in.

Programma kostenverhaal en financiële bijdragen Hoe we het verplichte kostenverhaal, de financiële bijdragen en het sturen op

Opgavegerichte programma’s

een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad gaan vormgegeven,

Om actie te verbinden aan onze ambities willen we zoveel mogelijk met

wordt uitgewerkt in het programma kostenverhaal en financiële bijdragen en in

opgavegerichte programma’s werken. Zo sluiten we meer aan bij de

de betreffende inhoudelijke programma’s.

leefwereld van onze inwoners. Het resultaat voor de samenleving staat

39

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

centraal. De omgevingsvisie levert de beleidskaders voor deze opgavegerichte

gronden die we daarvoor bezitten, hebben we beleid voor vastgoedbeheer,

programma’s als het gaat over de fysieke leefomgeving. Net zoals ons sociaal-

onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte en grondbeleid. Dit beleid vult

maatschappelijk en economisch beleid dat vanuit die invalshoeken doet. In de

de prestatie en de bijdrage die we zelf leveren aan de doelstellingen in de

opgavegerichte programma’s kunnen maatregelen terugkomen uit zowel de

omgevingsvisie verder in. Dit beleid bevat financiële kaders en is daarom een

omgevingsvisie als het sociaal-maatschappelijk of economische beleid. We

bevoegdheid van de raad. Binnen het grondbeleid maken we een programma

beginnen hierbij niet bij nul. De basis vormt het bestaande uitvoeringsbeleid.

kostenverhaal en financiële bijdragen.

Dit evalueren we aan de hand van deze omgevingsvisie en stellen waar

Relatie tot de begrotingscyclus

nodig bij. Ook bekijken we vanuit de opgaven welke programma’s nodig zijn. Omdat we niet in één keer allemaal opgavegerichte programma’s kunnen maken, zien we dit als een groeimodel. Ondertussen blijven de bestaande

Ook bij de begroting gaan we naar een opgavegerichte structuur. De

beleidsuitwerkingen als programma bestaan. In de kadernota en daar op

programma’s die de ambities in deze omgevingsvisie realiseren komen dan

volgende begrotingen geven we aan welke programma’s we maken.

ook terug in de begroting. Hier worden ze waar nodig van middelen voorzien. Daarmee wordt de mate bepaald waarin de ambities worden gerealiseerd en

Voorbeelden van de programma’s die we maken zijn:

op welk moment. Vooral wanneer een presterende rol van ons als gemeente

⋅ Groenagenda, waarin de ambities uit ‘Groene wijken en dorpen’ en ‘Heuvelland en Maasvallei verbonden’ terugkomen. ⋅ Volkshuisvestingsprogramma, waarin de ambities uit ‘Het goede wonen’

nodig is.

Gebiedsgerichte aanpak

terugkomen.

Vanuit de verschillende opgavegerichte programma’s werken we

Met aandacht voor transities

gebiedsgericht samen. Vanuit de Toekomstvisie 2030 werken we al enkele

Er zijn enkele transities die door de programma’s heenlopen. Duurzaamheid is

jaren met een gebiedsgerichte aanpak in de zogenoemde Ontwikkelpaden.

zo’n transitie. Veel is hierin nog onbekend. We nemen een onderzoekende open

Onze rol hierbij is vaak netwerkend en participerend. Vanuit de omgevingsvisie

houding aan en proberen met anderen in de samenleving eerste stapjes te

(en ook vanuit het sociaal-maatschappelijk en economisch beleid) gaan we het

zetten. Omdat een transitie veel omvat, maken we hier geen apart programma

vaker zo aanpakken. We nodigen wijken en dorpen uit om te werken aan hun

van, maar komt dit terug in de verschillende programma’s.

eigen agenda voor hun omgeving. Wij ondersteunen dit proces en kijken hoe we hier vanuit onze programma’s aan kunnen bijdragen. We oefenen met deze

We werken uit hoe we dingen doen

werkwijze in de ontwikkelpaden en in de dorpenvisie Einighausen-Guttecoven.

Om verder vorm te geven aan onze presterende rol en de gebouwen en

40

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

In sommige gebieden liggen zoveel opgaves dat we samen met de samenleving een actieve gebiedsontwikkelende rol innemen:

Regionale structuurvisies

⋅ Omgeving Chemelot ⋅ Geleen Zuid ⋅ Geleen Centrum ⋅ Stationsomgeving Sittard

We hebben de afgelopen jaren in samenwerking met omliggende gemeenten een aantal thematische structuurvisies opgesteld. Volgens de Omgevingswet mag een gemeente nog maar één omgevingsvisie hebben. Die documenten verliezen dus hun status als structuurvisie en vervallen. Het doel van deze structuurvisies en

Samenwerking raad en college

de samenwerking hierachter blijven echter belangrijk. Het gebruik ervan is ook vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening.

Het vaststellen van de omgevingsvisie, de juridische vertaling in het

Wij trekken de regionale structuurvisies daarom niet in. Daardoor

omgevingsplan, inclusief het adviesrecht bij BOPA’s en het toekennen

worden deze stukken ‘buitenwettelijk beleid’ totdat ze worden

van financiën aan de programma’s is vanuit de kaderstellende rol en het

ingetrokken en verwerkt in de gemeentelijke omgevingsvisie.

budgetrecht een bevoegdheid van de gemeenteraad. De beleidsdoorwerking in programma’s en de beleidsuitvoering in omgevingsvergunningen en projecten

Regionale structuurvisie Wonen Zuid-Limburg

is een verantwoordelijkheid van het college. De gemeenteraad heeft hier een

De Zuid-Limburgse beleidsafspraken over de aanpak en

controlerende taak. Het goed laten werken van deze beleidscyclus vergt een

ontwikkeling van de woningmarkt blijven voor een deel relevant.

goede samenwerking tussen raad en college.

Vooral voor de verbetering van de bestaande woningvoorraad en samenwerking in woonregio’s. De structuurvisie is door de jaren

Vóór het vaststellen van deze omgevingsvisie was er naast de omgevingsvisie

heen al aangescherpt met verschillende besluiten en beleidsregels.

2016 veel thematisch en gebiedsgericht beleid over thema’s die nu in deze

Die maken onder andere het toevoegen van passende woningen

omgevingsvisie staan. Dat heeft ervoor gezorgd dat met het vaststellen van de

makkelijker. Wij verwachten dat deze structuurvisie op termijn

omgevingsvisie betreffende beleidsstukken zijn ingetrokken en waar nodig als

wordt herzien. Of volledig wordt omgezet naar een provinciaal

programma door het college opnieuw zijn vastgesteld. Dit voor de tussentijd totdat

volkshuisvestingsprogramma. Dit in het kader van de Woondeal

nieuwe programma’s zijn opgesteld. Beleid over thema’s die niet alleen over de

Limburg. Daarnaast maken we op basis van de sterk veranderde

fysieke leefomgeving gaan (maar ook sociaal-maatschappelijk of economische

woningmarkt passende beleidsafwegingen op subregionaal en

van aard zijn) is met het vaststellen van deze omgevingsvisie niet ingetrokken. Een

gemeentelijk niveau.

bijzondere status heeft verder het regionale beleid. Doordat we dit met regionale partners hebben vastgesteld trekken we dat niet eenzijdig in. Zie kader:

41

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

5.5. Monitoring en evaluatie Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg De Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL)

We stellen de concrete resultaten voor inwoners, ondernemers en

wordt niet ter discussie gesteld. De belangrijkste opgaven en

leefomgeving centraal. We geven inzicht in het maatschappelijk resultaat voor

uitgangspunten daaruit zijn verwerkt in deze omgevingsvisie.

de samenleving en onze bijdrage hieraan. Resultaten monitoren we om onze

De SVREZL wordt op korte termijn voorzien van een bijlage naar

beleidskeuzes en bijdrage aan het behalen van de doelen bij te stellen.

aanleiding van de nieuwste evaluatie. Later worden de strategische

Monitoring in Smart City Sittard-Geleen

uitspraken opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisies. Het programmatische deel komt in gemeentelijke programma’s. De ZuidLimburgse gemeenten stemmen dat onderling af.

We zetten technologie en data slim in om maatschappelijke doelen te behalen. Om een veerkrachtige stad te zijn en te blijven. De Smart City-ontwikkelingen

Regionaal beleid

helpen ons om een sterke, positieve en toekomstbestendige gemeente te

Naast structuurvisies op basis van de Wet ruimtelijke ordening,

zijn. Nu en in de toekomst. In de ontwikkeling naar een Smart City werken we

is er ook regionaal beleid door gemeenteraden vastgesteld dat

samen met bedrijven, inwoners, scholen en maatschappelijke instellingen. Met

geen wettelijke basis heeft. Dat beleid regelt de samenwerking

data maken we onze samenleving slimmer en de gemeenschappen sterker. We

op verschillende thema’s, net als de samenwerkingsstructuren.

willen dat inwoners meedenken, meebeslissen en vooral meedoen. Dat kan

Deze beleidsstukken houden we in de huidige vorm in stand.

alleen als ze de juiste kennis hebben.

We onderzoeken met de regiopartners hoe dit beleid zich gaat

Monitoring als onderdeel van de beleidscyclus

ontwikkelen de komende jaren (en hoe we dit kunnen borgen).

Voor de Omgevingswet werken we met een aantal instrumenten in een cyclisch (doorlopend) proces. Dat betekent dat de instrumenten niet los van elkaar staan en zich altijd ontwikkelen. Beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling volgen elkaar op, waarna het proces opnieuw begint. We monitoren dus continu onze instrumenten: omgevingsvisie, omgevingsplan, programma’s en vergunningen.

42

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

Beleidscyclus fysieke leefomgeving

ambities en maatregelen getoetst. Voorafgaand aan de omgevingsvisie is

Omgevingsvisie

de huidige situatie beoordeeld in de ‘Foto van de Leefomgeving’. Met dit beoordelingskader en de resultaten van de OER houden we de ontwikkelingen bij (monitoren) en grijpen we in als de doelen niet bereikt worden of als de omgevingsvisie niet meer de juiste kader biedt. Daarnaast helpt het

G

beoordelingskader bij het toetsen van initiatieven die niet binnen de kaders van

ER

KIN O

ER

IN

RW

TV

Omgevingsplan

met kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren is het effect van alle

BELE IDS ON T

UI

Projecten

ING EL PP

G LIN KE IK W

Evaluatie

TER UG KO

Monitoring

G

Omgevingsvergunning

BEL

EI D

SD

het omgevingsplan passen.

Programma’s

OO

⋅ Wat monitoren we?

De sociale, economische en ecologische veerkracht staan centraal in het beoordelingskader. Per veerkracht zijn de belangrijkste thema’s verzameld.

Monitoring in de Omgevingswet

Er is onderzocht op basis van welke indicatoren die het beste beoordeeld (en gemonitord) kunnen worden. Deze indicatoren zijn gekozen omdat ze passen

De regels over monitoring komen vaak direct uit Europese richtlijnen en

bij onze manier van werken. En omdat we ze daadwerkelijk kunnen meten.

internationale verdragen. Ze hebben te maken met omgevingswaarden

De informatie komt uit eigen of openbare bronnen en wordt regelmatig

(hoofdstuk 2 Besluit kwaliteit leefomgeving) of verplichte programma’s

bijgewerkt.

(paragraaf 3.2.2 Omgevingswet). Verder zijn er monitoringsverplichtingen

⋅ Hoe monitoren we?

die niet samenhangen met omgevingswaarden of andere Europese verplichtingen. Bijvoorbeeld gegevensverzameling voor het landelijke Register

Met het beoordelingskader monitoren we één keer per jaar de situatie,

Externe Veiligheidsrisico’s. De Omgevingswet zelf heeft geen specifieke

waarover de raad wordt geïnformeerd. We starten hiermee in het jaar na

monitoringsaanpak voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is voor een

vaststelling van de omgevingsvisie.Dat is om de actualisatierondes voor

groot deel vormvrij en dus ook de manier van monitoring en actualisatie.

te bereiden (zie hierna). De manier van monitoring wordt de komende jaren ontwikkeld. We moeten consequent informatie verzamelen, een

Monitoring omgevingsvisie

duidelijke analyse uitvoeren en regelmatig beoordelen of de indicatoren (en informatiebronnen) nog geschikt zijn. Waar mogelijk maken we hierbij ook gebruik van een benchmark met andere (vergelijkbare) gemeenten.

Deze omgevingsvisie is getoetst op haalbaarheid, kansen en aandachtspunten met een Omgevingseffectrapportage (OER). Via een beoordelingskader

43

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

⋅ Elke vier jaar strategische evaluatie, in eerste instantie in 2028:

Monitoring in relatie tot de begrotingscyclus

Halverwege een bestuursperiode evalueren we de omgevingsvisie op

Ook in de begrotingscyclus gebruiken we monitoring, om zo financieel te

strategisch niveau. Gaan we nog wel de goede kant op? Zijn er grote

sturen. Momenteel werken we aan het verbeteren van de meetbaarheid en

ontwikkelingen in onze omgeving, samenleving of economie die om totaal

stuurbaarheid van de begroting door met indicatoren te werken. Hierbij kijken

andere keuzes vragen? Onze veerkrachten blijven centraal staan, maar het

we of een indeling naar veerkrachten een goede manier is om de informatie

is mogelijk dat we de ambities grondig aanpassen.

te ordenen. Het monitoringssysteem in de omgevingsvisie helpt bij het structureren van de opbouw en monitoring van de begrotingscyclus.

De omgevingsvisie is een product van de gemeenteraad. Elke raadsperiode vindt er dus in principe een programmatische en een strategische evaluatie plaats. De gemeenteraad stelt elke aanpassing vast via de formele procedure.

Evaluatie omgevingsvisie

Dat betekent dat bij elke ronde ruimte moet zijn voor een gesprek met de samenleving. Participatie en samenwerking (‘Samen stad en dorp maken’)

Monitoring is een doorlopend proces waarin we in gesprek met de

staat centraal in de omgevingsvisie. Omdat de twee evaluatiestappen

samenleving steeds aandachtspunten verzamelen over de omgevingsvisie,

verschillen, kiezen we ook voor een andere participatieaanpak. Bij de

het omgevingsplan en de programma’s zodat we onze acties kunnen bijstellen

programmatische evaluatie kiezen we voor een gesprekken met onze

en waardoor ze nog beter bijdragen aan de doelen. De omgevingsvisie krijgt

partners en bijeenkomsten met de samenleving, om de belangrijkste

regelmatig een update. Zo blijven alle instrumenten actueel en bruikbaar. Dat

wijzigingen op te halen en te bespreken. Die gesprekken vinden plaats in

doen we in twee stappen.

de reguliere gesprekken die we willen organiseren om deze omgevingsvisie uit te voeren. Voor de strategische evaluatie kiezen we voor een uitgebreide

⋅ Elke twee jaar: programmatische evaluatie, in eerste instantie in 2030:

participatieaanpak, met interne en externe werksessies en gesprekken met partners over de hele omgevingsvisie.

Bij de start van een bestuursperiode verzamelen we de resultaten uit de monitoring om de omgevingsvisie op hoofdlijnen te verbeteren. We halen verouderde informatie eruit, voegen nieuwe thematische

Tussen de evaluatiemomenten in staat de uitvoering van de ambities centraal.

beleidsontwikkelingen toe, verdiepen de gebiedsgerichte aanpak en

We nemen de raad daarin mee. Het opstellen van de programma’s en het

actualiseren de uitvoeringsparagraaf. Deze evaluatie is bedoeld om de

evalueren van de omgevingsvisie komt hierin periodiek terug. De raad is zo

omgevingsvisie bruikbaar te houden en te bekijken of we beleidsuitspraken

continu betrokken bij het proces.

missen.

44

Omgevingsvisie 2025-2040 | 5. Onze ambities bereiken

5.6. Samenvattend

9.

We geven inzicht in het maatschappelijk resultaat voor de samenleving en onze bijdrage hieraan. Resultaten monitoren we om onze beleidskeuzes

Samenvattend werken we de omgevingsvisie uit langs de volgende tien punten:

en bijdrage aan het behalen van de doelen bij te stellen. We zetten hierbij

1.

We benoemen de strategieën en acties om de doelstellingen uit de

technologie en data slim in om maatschappelijke doelen te behalen. Om

omgevingsvisie te behalen in programma’s.

een veerkrachtige stad te zijn en te blijven. De Smart City-ontwikkelingen

We laten onze vier rollen terugkomen in de programma’s. Hierbij werken

helpen ons om een sterke, positieve en toekomstbestendige gemeente te

2.

zijn. Nu en in de toekomst.

we zoveel mogelijk participatief en netwerkend. Waar nodig nemen wij zelf

10. De omgevingsvisie krijgt regelmatig een update. Bij de start van een

een presterende of rechtmatige rol in. We denken hierbij actief na over de uitvoeringskracht.

coalitieperiode programmatisch. Halverwege wordt de omgevingsvisie

3.

We zetten de instrumenten die we hebben bewust in.

strategisch herijkt. De programma’s zijn daarom zowel uitvoerend als

4.

We werken zoveel mogelijk opgavegericht. We zetten het resultaat voor de

onderzoekend (vaak zelfs gericht op transities).

samenleving centraal. 5.

We werken gebiedsgericht samen. We nodigen de wijken en de dorpen actief uit om te werken aan hun eigen agenda voor hun omgeving. Als veel opgaves in een gebied bij elkaar komen dan nemen we een actieve gebiedsontwikkelende rol.

6.

Van het behalen van deze resultaten maken we een teamprestatie, samen met anderen in de samenleving. Bij het opstellen en uitvoeren van de programma’s werken we actief samen. Bij de start bedenken we actief met wie we samenwerken, wat onze rol is en waar het initiatief ligt.

7.

De raad en het college werken goed samen in de beleidscyclus. Met de raad die verantwoordelijk is voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan. En het college voor de programma’s en uitvoering. Met de raad hierbij in haar controlerende rol.

8.

We koppelen de (herijkte) programma’s aan de kadernota / programmabegrotingen.

45

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

De tien ambities uitgewerkt In dit deel werken we de tien ambities die in hoofdstuk 3 zijn benoemd verder uit. We beschrijven daarbij per ambitie een toekomstbeeld hoe Sittard-Geleen er in 2040 uit kan zien met die ambitie in het achterhoofd. Daarnaast benoemen we welke beleidskeuzes we als gemeente anno 2025 maken om de ambitie te realiseren.

46

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

1. We maken ruimte voor ontmoeten

Jong en oud zoekt elkaar op in ’t Törpshoes in Obbicht In de kern van Obbicht ligt ’t Törpshoes. Een plek die is ontstaan omdat inwoners een manier zochten om elkaar vaker te ontmoeten. Als gemeente hebben we meegedacht en meegeholpen, maar het initiatief lag bij de inwoners zelf. Zo hebben we samen gezorgd voor een passende voorziening die aansluit op de behoeftes van inwoners, betrokkenheid stimuleert én bijdraagt aan de leefbaarheid van het dorp.

47

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

1. We maken ruimte voor ontmoeten

Beleidskeuzes

Toekomstbeeld

We dragen bij aan passende voorzieningen. In de wijken en dorpen werken we samen aan een voldoende, goed, betaalbaar en bereikbaar aanbod van

Het centrum, centrale plekken in de wijken en dorpen, openbare ruimte en

maatschappelijke accommodaties. Onze maatschappelijke voorzieningen zijn

parken zijn in 2040 plaatsen waar iedereen met meer plezier komt, elkaar

laagdrempelig en sluiten aan bij de behoefte van de lokale gemeenschap.

ontmoet, zich veilig voelt en een gemeenschap vormt. Samen met inwoners,

Waar wenselijk en mogelijk worden ze geclusterd, zodat meerdere

ondernemers en maatschappelijke organisaties is gezorgd voor een goede

voorzieningen elkaar versterken. We hebben daarbij oog voor de verschillen

buitenruimte. Een groene leefomgeving die uitnodigt om naar buiten te gaan

tussen de wijken en dorpen. Daarbij denken wij mee in het vinden van een

en elkaar te ontmoeten. Meer natuur, een mooi bankje, een extra perkje,

nieuwe invulling voor kerkgebouwen die (deels) niet meer voor de eredienst

een speelplek en op een andere plek een goede evenementenlocatie. Ook is

worden gebruikt. Met de gemeenschappen zorgen we dat de accommodaties

gezorgd voor publieke gebouwen en andere voorzieningen waar mensen vaak

voorzien in de (veranderende) behoeften van gebruikers. Waar nodig zijn

komen. Zoals winkels, scholen, gemeenschapshuizen, culturele organisaties

wij zelf initiatiefnemer en eigenaar. Uit de verduurzamingsopgave voor

en sportclubs die inspirerend zijn en een fijne uitstraling hebben. De

maatschappelijk vastgoed zal blijken welke keuzes we moeten maken en welk

verschillende ontmoetingsplekken vullen elkaar aan met een goede spreiding

effect dat heeft op het voorzieningenniveau.

van geclusterde voorzieningen in de stadsdelen en dorpen. Het centrum van

We beschouwen scholen als belangrijke plekken voor ontmoeting, zowel voor onze jong(st)e inwoners als voor hun ouders. De komende jaren willen we onze scholen laten doorgroeien tot integrale kind- en ontmoetingscentra. Van de schoolpleinen maken we plekken die de gezondheid bevorderen: groen met pluktuinen en groene speelplekken, zodat ze uitnodigen tot gezond leven en buiten spelen. Scholen kunnen voorzien in wijk- of dorpsvoorzieningen voor alle inwoners. Kinderen en volwassenen kunnen veilig lopend of fietsend naar school toe. Veel van onze schoolgebouwen moeten vernieuwd of gerenoveerd worden. Dat biedt kansen om deze visie uit te voeren. Dat doen we samen met de schoolbesturen.

Sittard is daarbij het regionale hoofdcentrum van de Westelijke Mijnstreek. Het kan zich meten met en is aanvullend op de centra van Maastricht en Heerlen: de twee andere centra in Zuid-Limburg. Het centrum van Geleen is een stadsdeelcentrum dat past bij de maat van Geleen, dat nieuwe energie heeft gekregen als proeftuin voor onze circulaire en energieneutrale economie. Daarmee heeft Sittard-Geleen een netwerk van sterke, aantrekkelijke plekken met elk een eigen karakter, waar mensen elkaar ontmoeten!

48

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

We stimuleren dat detailhandel zich clustert op centrale plekken, met een goede spreiding in de gemeente en regio. De toekomstperspectieven van de verschillende winkelgebieden in Sittard-Geleen binnen de regionale hoofdstructuur zijn gebaseerd op het aantal winkels, de omvang in winkelvloeroppervlakte en het draagvlak onder potentiële bezoekers. Het centrum van Sittard is daarbij het regionale hoofdcentrum van de Westelijke Mijnstreek. Het centrum van Geleen is een stadsdeelcentrum. Het winkelgebied van Born is een klein dorpscentrum. De winkelcentra van Munstergeleen, Limbrichterveld, Stadbroek, Kemperkoul, Bloemenmarkt, Oud- Geleen en Zuidhof zijn buurtcentra. In Grevenbicht is een buurtvoorziening voor een kleine kern. Met twee supermarkten speelt Bedrijvenstad Fortuna een rol in de dagelijkse verzorging van SittardZuid. Het is daarmee een supermarktcluster. Retailpark Sittard Geleen en detailhandelszone handelscentrum Bergerweg zijn een bovenlokaal cluster voor perifere detailhandelsvestigingen. De detailhandelszone op Industriepark Noord (Dr. Nolenslaan) is een lokaal cluster voor perifere detailhandelsvestigingen. Deze perifere locaties zijn gericht op volumineuze artikelen en doelgerichte aankopen. Goede auto-bereikbaarheid is hier belangrijk. Volumineuze artikelen zijn grote artikelen die mensen minder vaak nodig hebben en waarvoor ze doelgericht gaan winkelen.

Door hun grootte en de ruimte die nodig is voor de uitstalling van de artikelen, zijn deze vestigingen moeilijk in te passen in de winkelgebieden in het centrum, wijken en dorpen.

Sittard Centrum Structuurvisiekaart Winkelgebieden Definitief ontwerp structuurvisie ruimtelijk economie Zuid-Limburg.

Afbakening Aanloopgebied Kernwinkelgebied Horecacluster

Figuur 2: Themakaart afbakening winkelcentrum Sittard (bron: Subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek 2023 – 2030)

49

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

We stimuleren de concentratie van voorzieningen op centrale plekken zoals het centrum en in de wijken en dorpen. Zo werken we aan het creëren van sterke ontmoetingsplekken waar de verschillende voorzieningen (maatschappelijke en commercieel) elkaar versterken.

bevorderen we andere functies zoals wonen, werken en studeren. Dat zorgt voor levendigheid en draagvlak voor de voorzieningen, inclusief toerisme. We vergroten de bereikbaarheid van het centrum per fiets, te voet en met het openbaar vervoer. We zorgen dat fietsers en voetgangers centraal staan in

We werken samen aan de versterking van het centrum in Sittard als regionaal hoofdcentrum van de Westelijke Mijnstreek. We werken mee aan het verruimen van het aanbod aan recreatief winkelen en maken ruimte voor ontmoeten, beleven en verblijven.

het straatbeeld en we maken het hen makkelijker. Dat doen we onder andere door duidelijke wandel- en fietsroutes aan te wijzen, doorsteekjes in de stad te maken en voetgangers- en fietsverbindingen uit de omliggende wijken en regio te verbeteren. Fietsen kunnen eenvoudig en veilig gestald worden. We stimuleren bezoekers om op de fiets of te voet naar het centrum te komen.

Het winkelgebied van Sittard hoort zich hierbij te ontwikkelen tot een

We faciliteren mobiliteitshubs in het centrum. Met name voor inwoners,

recreatieve binnenstad met een sterke mix van detailhandel, horeca en

zodat zij niet afhankelijk zijn van een eigen auto. We onderzoeken of het

dienstverlening. We pakken de leegstand aan door onder meer het centrum

aantal parkeerplaatsen kan worden verminderd en is er meer ruimte voor

compact en aantrekkelijk te maken. In de openbare ruimte creëren we meer

groen. Er zijn tijden afgesproken voor bevoorrading en het centrum is hard

groen en water. Dat maakt het centrum aantrekkelijker om te verblijven en

op weg om een zero-emissie binnenstad te worden. Het kernwinkelgebied

draagt bij aan klimaatadaptatie. Het kernwinkelgebied is de hoofdwinkelzone.

en het aanloopgebied van Sittard zijn autoluw. Het centrum is ook met

Detailhandel speelt in deze zone de hoofdrol, maar wel in samenspel

de auto goed bereikbaar en er is voldoende plaats om te parkeren. We

met andere functies zoals horeca en recreatie. Aantrekkelijkheid zit in de

voorkomen zoveel mogelijk een overvloed aan parkeercapaciteit en een

aanwezigheid van een eigentijds lokaal winkelaanbod, aangevuld met bekende

slechte exploiteerbaarheid van parkeervoorzieningen. Daarom zetten we in

winkelformules, overige centrumfuncties zoals horeca, dagrecreatie en

op multifunctioneel gebruik van voorzieningen. Waar nodig voor een betere

cultuur, een sterke ambulante handel en passende evenementen.

leefbaarheid reguleren we het parkeren, zoals in de wijken direct rondom het centrum. Parkeren voor bewoners van de binnenstad wordt gefaciliteerd.

Aan het kernwinkelgebied grenst het aanloopgebied, waar naast winkels ook andere functies een plek kunnen hebben. Het gaat dan om dienstverlening,

De komende jaren stimuleren we de ontwikkeling van het stationsgebied van

wonen, cultuur en werkfuncties. De aantrekkelijkheid van deze zone is de

Sittard tot een levendig woon-werkgebied. We streven naar een kwalitatieve

afwisseling van functies. Omdat we een compacter winkelgebied zonder

kantoorvoorraad met een concentratie in het centrum van Sittard, waaronder

leegstand willen, is het nodig detailhandel buiten het kernwinkelgebied en

de kantoorlocatie achter het station. We brengen balans aan, zodat er een

aanloopgebied te ontmoedigen. Buiten het kernwinkelgebied en aanloopgebied

gezond kantooraanbod is dat aansluit op de vraag, behoefte en trends vanuit

50

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

de markt. Hier bieden we ook ruimte aan nieuwe kleinschalige maak- en

werken, recreëren en wonen. Het mijnverleden wordt als een rode draad

creatieve bedrijven, die samen met nieuwe woningen zorgen voor een

zichtbaar en voelbaar gemaakt.

dynamisch gebied. Nieuwe ontwikkelingen die veel bezoekers aantrekken en daarmee voor veel personenverkeer zorgen, concentreren we in het

Om de leegstand in Geleen aan te pakken, moeten we actief werken aan

stationsgebied, op maximaal tien minuten lopen vanaf het station. In een

het compacter maken van het winkelgebied en het transformeren ervan

gezamenlijke ambitie streven de provincie Limburg en de gemeenten Sittard-

tot stadsdeelcentrum. Met een concentratie van winkels in een sterk

Geleen, Heerlen, Maastricht, Roermond, Weert en Venlo naar de versterking

kernwinkelgebied met hier vooral dagelijks aanbod, aangevuld met een niet al

en verdichting van de zes Limburgse ov-knooppunten. Het initiatief Limburg

te ruim niet-dagelijks aanbod. Het kernwinkelgebied is de hoofdwinkelzone.

Centraal heeft als doel een harmonieuze mix te creëren van wonen, werken,

Detailhandel speelt in deze zone de hoofdrol, maar wel in samenspel

voorzieningen en groene ruimtes rondom de ov-knooppunten. Daarbij wordt

met andere functies zoals horeca en recreatie. In het gebied eromheen

rekening gehouden met de unieke krachten van elke stad en de specifieke

blijven we zoeken naar andere manieren om de ruimte te gebruiken. Aan

kenmerken van de stationsomgevingen. In Sittard-Geleen bestaan traditie,

het kernwinkelgebied grenst het aanloopgebied, waar naast winkels ook

erfgoed, cultuur en circulariteit naast elkaar. Gemoedelijk, dicht bij het groen

andere functies een plek kunnen hebben. Het gaat dan om dienstverlening,

én een circulair en duurzaam gezond leven is voor iedereen toegankelijk.

wonen, cultuur en werkfuncties. De aantrekkelijkheid van deze zone is de

Vanuit dit sociaaleconomisch toekomstbeeld biedt de stationsomgeving

afwisseling van functies. Omdat we een compacter winkelgebied zonder

Sittard (ov-knooppunt) een ideale omgeving om deze toekomst duurzaam

leegstand willen, is het nodig detailhandel buiten het kernwinkelgebied en

vorm te geven. Er heerst een vestigingsklimaat en omgevingskwaliteit die

aanloopgebied te ontmoedigen. Hier bevorderen we andere functies. Dat vraagt

traditie (middeleeuwse binnenstad) en transitie (circulaire stad) verbindt.

om een intensieve samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren

Daardoor liggen er unieke kansen voor wonen en leven, werken, retail en

en gemeente. Hier geven we ruimte aan nieuwe kleinschalige creatieve en

recreatie. Dat alles perfect duurzaam ontsloten naar de rest van Nederland

maakbedrijven, het duurzaamheidshuis en nieuwe woonvormen, waarmee

en Europa. Het opheffen van de barrièrewerking van het spoor en daarmee

we bijvoorbeeld kenniswerkers van Chemelot aantrekken. De nieuwe

het beter verbinden van de oost- en westzijde van het spoor is daarbij een

gemeentelijke huisvesting past hierin. Het centrum van Geleen wordt zo hét

randvoorwaarde.

centrum voor de circulaire samenleving in onze gemeente.

We werken samen aan de ontwikkeling van het centrum van Geleen tot dé proeftuin voor onze circulaire en energieneutrale economie. Het winkelgebied in Geleen is in 2040 een fijn, compact centrum op maat van Geleen. Het centrum bestaat straks uit een levendige mix van winkelen,

Voor de inwoners van Geleen wordt het centrum een mooie aanvulling op geliefde plekken zoals Oud-Geleen, Zuidhof en de Bloemenmarkt. In het centrum van Geleen zorgen we voor meer groen en water. Dat maakt het er fijner om te verblijven, aantrekkelijker voor ondernemers en is goed voor de

51

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

klimaatadaptatie. Voor een stadsdeelcentrum zijn goede bereikbaarheid en genoeg parkeerplekken onmisbaar. Bezoekers moeten gemakkelijk en snel hun dagelijkse boodschappen kunnen doen. Daarvoor zijn goede wandelen fietsroutes naar de omliggende woonwijken nodig. Mensen moeten hun fiets makkelijk en veilig dicht bij winkels kunnen stallen. We zetten in op multifunctioneel gebruik van parkeervoorzieningen. Waar nodig reguleren we het parkeren. Met deze focus willen we nieuwe kleinschalige maak- en creatieve bedrijven aantrekken die passen bij het circulaire karakter. Dat biedt kansen om de leegstand tegen te gaan, mogelijkheden voor jonge ondernemers en zorgt voor een levendig centrum. Het duurzaamheidshuis, bezoekerscentrum Chemelot, een innovatieve windstraat en nieuwe, circulaire woon- en kleinschalige bedrijfsvormen dragen samen de circulariteit breder uit. Dat doen we in balans met een goed woon- en leefklimaat. Dat betekent dat de milieukwaliteit er niet door achteruit mag gaan.

We richten de openbare ruimte op onze ontmoetingsplekken zo in dat het prettige plekken zijn waar mensen langer willen zijn en waar ondernemers zich graag willen vestigen. We hebben oog voor het rijke erfgoed van veel van deze plekken. We zorgen samen dat deze plekken veilig, schoon en aantrekkelijk zijn. We beheren de openbare ruimte op een manier die past bij de locatie. Door ruimte te geven aan groen en water zorgen we voor prettigere temperaturen in de leefomgeving in hete perioden en nodigen we uit om naar buiten te gaan, te bewegen en elkaar te ontmoeten. Op deze plekken investeren we ook meer in inrichting en beheer.

Geleen Centrum

Structuurvisiekaart Winkelgebieden Definitief ontwerp structuurvisie ruimtelijk economie Zuid-Limburg.

Afbakening Aanloopgebied Kernwinkelgebied

Figuur 3: Themakaart afbakening winkelcentrum Geleen (bron: Subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek 2023 – 2030)

52

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

Figuur 4: Themakaart detailhandelsstructuur Westelijke Mijnstreek

We zorgen dat de ontmoetingsplekken goed bereikbaar zijn, vooral lopend en fietsend. We zorgen ervoor dat fietsen makkelijk en veilig gestald kunnen worden. De treinstations en hun omgeving zijn fijne plekken waar mensen samenkomen en eenvoudig van het ene naar het andere vervoersmiddel kunnen overstappen. We zorgen voor een aantrekkelijke en prettige verbinding van de treinstations naar het centrum. Dat zorgt voor een mooie entree van onze steden. We vinden het belangrijk dat het veilig is op straat en iedereen zich veilig voelt. Door ons gezamenlijk in te zetten voor onze veiligheid, verbeteren we ook het saamhorigheidsgevoel van inwoners. We verbeteren de sociale veiligheid door de openbare ruimte zo in te richten dat er meer overzicht en beter zicht is. We maken een eenduidig onderscheid tussen openbare en privé ruimte en maken de openbare ruimte breed toegankelijk. We streven naar een schone en aantrekkelijke openbare ruimte die uitnodigt om elkaar te ontmoeten en om mee te doen. Waar nodig zorgen we voor publiek cameratoezicht.

53

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

Figuur 5: Themakaart maatschappelijke voorzieningen

Buurtcirkel - 6 min. Clustercirkel - 12 min.

54

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

2. Gezond bewegen

Dat we bewegen belangrijk vinden zie je aan de nieuwbouw voor Glanerbrook In Geleen werken we aan een toekomstbestendig en duurzaam Sportpark Glanerbrook. We passen de accommodatie aan, zodat we er goed kunnen zwemmen, schaatsen en fietsen. En we verbinden Glanerbrook met het Burgemeester Damenpark. Zo kunnen we ook in het park sporten en is er voldoende plek om veilig te bewegen in de omgeving. Ook om te wandelen en fietsen. Glanerbrook wordt hiermee een broedplaats voor talentontwikkeling en sport. Dit draagt bij aan een leefomgeving waar het fijn en gezond wonen, werken en recreëren is.

55

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

2. Gezond bewegen Toekomstbeeld

Beleidskeuzes

In 2040 kun je makkelijk op een actieve of duurzame manier overal in de

We werken samen aan sportaccommodaties die passen bij de behoefte van onze inwoners en verenigingen. We stimuleren verenigingen om samen te werken. Met goede, duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties is er ruimte voor een gevarieerd sportaanbod voor iedereen en kan talent zich ontwikkelen. We vullen daarmee het lokale Sportakkoord II Sittard-Geleen in, dat onderdeel is van het GALA en is afgeleid van het nationale sportakkoord. De ambities in het Sportakkoord zijn een sterke basis voor programma’s die mensen stimuleren te bewegen, vitale sportaanbieders en ruimte om te sporten en bewegen. Ze zorgen ervoor dat sport meer mensen bereikt en belangrijker wordt in de samenleving. Glanerbrook en Bedrijvenstad Fortuna zien we hierbij als plek voor (boven)lokale sportvoorzieningen. En Watersley als een sportcampus die goed in het buitengebied is ingepast.

gemeente en daarbuiten komen. Actieve mobiliteit (lopen en fietsen) en duurzame mobiliteit (openbaar vervoer en deelmobiliteit) vormen de basis van ons mobiliteitssysteem. Zo hebben we een alternatief gecreëerd voor het eigen autogebruik. Lopen en fietsen is ‘het nieuwe normaal’ en is eenvoudiger en aantrekkelijker geworden. Sittard-Geleen heeft een beweegvriendelijke leefomgeving. Sporten en bewegen zijn er vanzelfsprekend. Zowel in de buurt als in de (eu)regio. Ook het gebruik van openbaar vervoer of publieke mobiliteit is eenvoudig. Publieke mobiliteit gaat over al het vervoer waarvoor reizigers niet een eigen vervoermiddel kunnen of willen gebruiken. Zoals bijvoorbeeld de trein, bus, buurtbus, maar ook deelfietsen en deelauto’s. Zo blijft de gemeente bereikbaar en verbetert de leefbaarheid in woonwijken. Het helpt mensen ook om mee te doen aan de samenleving en nodigt uit tot bewegen,

We richten onze openbare ruimte beweegvriendelijk in en we maken haar toegankelijk door obstakels weg te halen. Op meerdere plekken in de gemeente zorgen we voor beweegvriendelijke plekken in de openbare ruimte. Hier wordt sporten en bewegen extra gestimuleerd. We zorgen voor een uitnodigende ruimte waar kinderen en volwassenen laagdrempelig en gratis kunnen spelen en sporten. Dat kan door bij de (her)inrichting van wijken speelveilige straten te maken. En door parken, pleintjes en veldjes beter in te richten op ontmoeten, sporten, spelen en bewegen. Fietsen, wandelen en buiten spelen worden daardoor meer vanzelfsprekend. Onze straten zijn uitnodigend.

waardoor onze inwoners gezonder worden. Ook draagt het bij aan schonere lucht en minder lawaai in de omgeving. In 2040 hebben we toekomstbestendige en duurzame sportaccommodaties. Onze actieve sportverenigingen en andere sportaanbieders kunnen elkaar daar goed vinden. De gebouwen zijn duurzaam en de routes naar de sportclubs zijn prettig en veilig. Zo stimuleren we mensen om de fiets te pakken of te lopen. Elkaar buiten en in de natuur ontmoeten in sport en spel verbindt, is goed voor de ontwikkeling van onze kinderen en draagt bij aan een gezonde leefstijl. We stimuleren uitnodigende ruimte voor laagdrempelig en kosteloos spelen en sporten voor kinderen en volwassenen.

56

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

Bij het (her)inrichten van een straat of buurt maken we het vooral voor wandelaars en fietsers makkelijker, comfortabeler en veiliger. Daarna vinden we een passende plek voor de auto. Verblijfsgebieden, straten en buurten richten we in volgens het STOMP-principe (zie kader).

Geleen-Lutterade, Glanerbrook, station Geleen-Oost en verder richting Parkstad. De Circular Mile is een divers businessdistrict dat het circulaire Chemelot verbindt met het centrum van Geleen, de proeftuin voor onze circulaire economie. De route heeft een circulaire uitstraling en maakt Chemelot beter bereikbaar voor werknemers die in Parkstad wonen.

We richten verplaatsingen binnen een wijk of dorp in op lopen en fietsen. Er zijn directe, veilige en comfortabele routes naar de voorzieningen in de wijk, zoals scholen, het wijkwinkelcentrum, sportverenigingen, de supermarkt, huisarts en ov-halte. Vanuit de wijken en dorpen komen fietsers gemakkelijk uit op de hoofdfietsroutes.

We zetten ons in om de goede treinverbindingen vanaf station Sittard richting Maastricht/Luik, Heerlen/Aachen en Eindhoven/Randstad verder te verbeteren en beter te benutten. Deze directe verbindingen dragen bij aan de multimodale bereikbaarheid van onze gemeente, het centrum en onze onderwijs- en werklocaties in het bijzonder. Ook biedt het kansen voor de ontwikkeling van de stationsomgeving. Daarnaast zijn directe internationale verbindingen naar Luik en Aken belangrijk voor Sittard-­ Geleen om snel toegang te hebben tot het Europese Hogesnelheidsneten nachttreinverbindingen.

We richten schoolomgevingen veilig in voor fietsers en voetgangers. Daardoor durven ouders hun kinderen met een gerust hart zelfstandig naar school laten gaan. Veilige wandel- en fietsroutes binnen de wijk dragen daar ook aan bij. Zo kunnen kinderen binnen de wijk ook makkelijk en veilig op andere (speel)plekken in de wijk komen.

We werken samen aan het inrichten van de stations als prettige plekken waar mensen samenkomen en waar ze makkelijk over kunnen stappen van het ene naar het andere vervoersmiddel, zoals bus of deelfiets.

We verbinden wijken en dorpen via comfortabele en veilige fietsroutes met werklocaties zoals Chemelot, het centrum en de stations. Deze aantrekkelijke fietsroutes verbinden stad en regio, binnen en buiten de bebouwde kom. Ze zorgen ervoor dat fietsers snel op hun werk, school, het station of andere belangrijke bestemming kunnen komen. We onderscheiden daarbij recreatieve en utilitaire (functionele) fietsroutes. De fietsroutes sluiten aan op het regionale hoofdfietsroutenetwerk van Zuid-Limburg. Dat zorgt ook voor een betere verbinding met Maastricht, Parkstad, Echt-Susteren en de grensregio’s. Ook de recreatieve wandel- en fietsroutes die het stedelijk gebied met het buitengebied verbinden horen bij het hoofdroutenetwerk. Een bijzondere verbinding hierbij is die bij de Circular Mile. We verbinden de Circular Mile via een route voor langzaam verkeer met Chemelot, station

We werken samen aan de ontwikkeling van de stationsomgeving van Sittard tot een levendig onderdeel van de stad, met een betere verbinding van de oost- en westzijde van het spoor. Nieuwe ontwikkelingen die veel bezoekers aantrekken (zoals congrescentra, kantoorlocaties) en daarmee zorgen voor veel personenverkeer, concentreren we in het stationsgebied, op maximaal tien minuten lopen van het station. We werken samen met partners aan het multimodaal bereikbaar houden van onze bedrijventerreinen, voor goederen- en personenvervoer. In lijn met

57

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

de afspraken uit Zuid-Limburg Bereikbaar verwachten we dat bedrijven en

Daarom zetten we in op het optimaal benutten van parkeervoorzieningen. Waar

ondernemers hun medewerkers stimuleren om duurzaam te reizen.

nodig reguleren we het parkeren. We stimuleren parkeren op eigen terrein om de parkeerdruk te verminderen. Bij nieuwbouw is parkeren op eigen terrein

We stimuleren (elektrische) deelmobiliteit in zogenoemde mobiliteitshubs op centrale plekken in wijken en dorpen.

standaard.

STOMP-principe centraal in de mobiliteit

Bushaltes voorzien we waar dat zinvol is van fietsenrekken, om het reizen naar het openbaar vervoer makkelijker te maken.

STOMP staat voor Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten (deelmobiliteit) en Privéauto. Het STOMP-principe

We werken samen om het bestaande ov-netwerk beter te benutten en uit te breiden met deelmobiliteit zoals fietsen en scooters. Zo maken we het reizen van en naar het openbaar vervoer makkelijker en zorgen we voor een goed alternatief voor individuele autoverplaatsingen.

zet duurzame (en gezondere) mobiliteitsvormen zoals lopen en fietsen op de eerste plaats. Allereerst wordt namelijk gekeken naar de ruimte, verbindingen en mogelijkheden voor lopen, dan naar fietsen en vervolgens naar openbaar vervoer en deelmobiliteit. Op de laatste plaats komt de privéauto. Door een gebied volgens het STOMP-principe in te richten, wordt

We leiden het autoverkeer vanuit de woonwijken zo snel en direct mogelijk naar gebiedsontsluitingswegen en bundelen het daar. In woonwijken is de auto te gast.

er vanuit het perspectief van een leefbare en verblijfsvriendelijke straat gekeken naar mobiliteit.

Samen met de provinciale wegbeheerder kijken we hoe we de regionale bereikbaarheid kunnen verbeteren door bijvoorbeeld doorfietsroutes aan te leggen of te zorgen voor een betere doorstroming op de provinciale infrastructuur. In de wijken en dorpen is ruimte voor parkeren, alleen in de openbare ruimte niet meer altijd direct voor eigen voordeur. In gebieden waar op straat wordt geparkeerd omdat er geen eigen parkeerplek is, concentreren we dit waar nodig, ingepast in het groen en waar mogelijk gecombineerd met wateropvang. Zo komt er in de straten meer ruimte voor groen, ontmoeting en spelen. We voorkomen zoveel mogelijk een overvloed aan parkeercapaciteit.

Figuur 6: STOMP-principe

58

Omgevingsvisie 2025-2040 | De tien ambities uitgewerkt

⋅ De ambitie is om een aantal wegen te veranderen van GOW

We zorgen voor voldoende oplaadvoorzieningen voor elektrische auto’s in de openbare ruimte, om de toename van elektrische voertuigen, die de huidige brandstofauto vervangen, niet te belemmeren. Er komen kleinschalige oplaadvoorzieningen en clusters op grotere locaties.

(gebiedsontsluitingsweg) 50 naar GOW 30 waarmee wegen worden ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een toegestane snelheid van 30 km/u. Doel van deze transitie is het verbeteren van de verkeersveiligheid, gezondheid, leefbaarheid, doorstroming en/of om ruimte te bieden aan

We werken aan een toekomstbestendig wegennetwerk voor de auto waarmee we (fysieke) ruimte creëren om voorgaande beleidskeuzes waar te kunnen maken. Om dat mogelijk te kunnen maken zijn enkele ontwikkelopgaves benoemd. Deze worden op de kaart in figuur 7 weergegeven en zijn hieronder nader toegelicht:

actieve mobiliteit. Op verschillende wegen is de beschikbare breedte van het wegprofiel ook aanleiding om hier de weg in te richten als GOW 30.

⋅ Om de centrumring Sittard te sluiten en een eenduidig wegbeeld te behouden, gaat deze ETW (erftoegangsweg) 30 naar GOW 30. ⋅ De wegen die de “inprikkers” vanuit de regio naar de centra van Sittard en Geleen zijn GOW 50 en blijven GOW 50. ⋅ Vanuit het principe van GOW 30 zouden enkele routes buiten de bebouwde

⋅ We onderzoeken samen met de provinciale wegbeheerder hoe we de regionale bereikbaarheid kunnen verbeteren. In de provinciale

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=862ced3b-d4d7-4380-847b-f77319ef7007