04 RKC Rapport iz Armoedebeleid
Tekst van het document
Het idee erachter is dat de financiële situatie een grote impact heeft op de leefsituatie van inwoners en hun huishoudens. Men ervaart bij financiële problemen geen ruimte om over andere zaken na te denken of om ze op te pakken. In Sittard-Geleen is ingezet op de zogenaamde fundamentele aanpak van het Sociaal Domein. Deze zelf ontwikkelde aanpak is gebaseerd op de fundamentele analyse die de gemeente heeft uitgevoerd. Een analyse op de inzet van maatwerkvoorzieningen, preventie, voorliggende voorzieningen en op de behoefte aan ondersteuning van inwoners. Daaruit is een aanpak voortgekomen die is gestoeld op maatwerk en integraliteit. Positieve gezondheid 11 staat hierin centraal. Bij een aanvraag voor een voorziening wordt bekeken wat de aanvrager echt nodig heeft, naast de voorziening die men heeft aangevraagd. Ook bij een aanvraag c.q. het contact over een ander leefdomein wordt ook aandacht besteed aan het leefgebied financiën. Door 10 In hoofdstuk 4 wordt nader beschreven welke positie de gemeenteraad inneemt ten aanzien van het
beleid en monitoring van armoede en schuldhulpverlening. 11 Bij positieve gezondheid staat niet de beperking of ziekte centraal maar juist een betekenisvol leven van mensen. De nadruk ligt op de veerkracht, meedoen, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens.
23
breder te kijken kan niet alleen de huidige problematiek worden aangepakt, maar ook andere problematiek worden voorkomen. Hierin past ook de transformatie van de sociale dienst naar een integraal participatiebedrijf. De ondersteuning gericht op bestaanszekerheid en participatie (werk en inkomen) worden in het participatiebedrijf samengebracht met het sociaal werkbedrijf (SW). Op dat moment worden eventuele problemen van burgers over meerdere leefgebieden direct in beeld gebracht.
2.1.2. Doelstellingen armoedebeleid Ten opzichte van de voorgaande beleidsperiode (2015-2017) geeft de gemeente in het beleidplan aan te kiezen voor verstevigen en vernieuwen. De versteviging richt zich op beleid waar in de periode 2015-2017 al op is ingezet en waarbij aandacht voor doorontwikkeling moet blijven. Het doel is om armoede op te lossen, niet alleen maar om armoede te dempen. Versteviging armoedebeleid Voor armoedebeleid betekent de versteviging dat de focus van de gemeente op gezinnen met kinderen blijft. De gemeente kiest voor deze groep omdat de gemeente -naast de inzet op participatie van de ouders- ook voor de kinderen het perspectief op ontwikkeling van hun talenten en mogelijkheden wenst te vergroten. Dit heeft een duidelijke samenhang met het doorbreken van de cirkel van armoede. Het accent op gezinnen met kinderen blijkt ook uit de keuze die de gemeente heeft gemaakt om te starten in 2017 met de aanpak Kansen voor alle Kinderen. Deze regeling voor sport, cultuur, schoolkosten en sociale activiteiten is gericht op meedoen en ontwikkeling van kinderen. De vergoeding voor school en sociale activiteiten was een generiek bedrag dat ouders naar eigen inzicht besteden konden voor de beoogde doelen. Dat bedrag is overigens vanaf 2020 verlaagd en daarnaast worden er nu spullen in natura (laptop, fiets) verstrekt.
De gemeente heeft in het beleidsplan het voornemen geformuleerd meer in te zetten op cultuurverandering bij inwoners om de cirkel van armoede te doorbreken. Dit wil men bereiken door zich meer te richten op duurzame oplossingen en minder op het dempen van armoede met regelingen en financiële ondersteuning. In de gemeente heeft in 2017 een pilot gedraaid in een paar gebieden vanuit de gebiedsgerichte aanpak voor meer aandacht voor de basisvoorzieningen in de buurt. Daarbij gaat het om bijvoorbeeld peuterspeelzaal en school, basis- en voortgezet onderwijs ten behoeve van preventie en vroegsignalering, maar ook ontmoetingsplekken in de wijk en het verenigingsleven. Dit is nu onderdeel van de reguliere werkzaamheden. De gemeente Sittard-Geleen heeft het programma Kansen voor alle Kinderen opgesteld. Hier wordt verderop apart op ingegaan. Vernieuwing armoedebeleid De vernieuwing is uitgewerkt in zogenoemde richtingwijzers. Met deze richtingwijzers zoekt de gemeente de aansluiting van het beleid rond de participatiewet bij het sociaal domein. De zes richtingwijzers zijn12. - De gemeente wil in de in de buurt van de inwoner zijn: participatie is onderdeel van het wijkgericht werken in de gemeente Sittard-Geleen. - In de visie van de gemeente Sittard-Geleen is een inkomensvoorziening onlosmakelijk verbonden met de participatie-inzet van de inwoner.
De verkenning van de situatie van de inwoner vindt plaats op alle leefdomeinen 13. De basis- en cliëntondersteuning is dus gericht op participatie. De inwoner doet mee en beslist zelf over de oplossing van zijn probleem. De gemeente maakt een scherpe keuze over welke ondersteuning aangeboden wordt, waarbij noodzaak en effectiviteit leidend zijn.
12
Beleidsplan Participatie en schuldhulpverlening,2017-2019, pagina 7 Dit zijn (maatschappelijke) participatie, financiën, dagbesteding, wonen, gezinsrelaties, geestelijke gezondheidszorg, fysieke gezondheid, verslaving, vaardigheden bij activiteiten van het dagelijks leven, sociaal netwerk en justitie. 13
24
-
-
-
-
De gemeente zet verschillende lijnen in om de uitstroom naar betaald werk te stimuleren. Daarbij is er aandacht voor mensen met een beperking en is er de regionale samenwerking Westelijke Mijnstreek. De gemeente wil de inwoners ondersteunen in de bestrijding van armoede en schulden en in het opheffen van de belemmeringen die zij daardoor ervaren. Het taboe op armoede wil men opheffen en de cirkel van armoede doorbreken door het kindpakket integraal door te ontwikkelen, verbinding te maken met werkende armen en ondernemers en lokale en particuliere initiatieven te faciliteren. Bij integrale schuldhulpverlening heeft de gemeente als doelstelling het bevorderen van de zelfredzaamheid van inwoners: de gemeente wil niet alleen werken aan het oplossen of hanteerbaar maken van het schuldenprobleem, maar tegelijkertijd iets doen aan problemen op andere leefgebieden. De gemeente wil de administratieve belasting zo veel mogelijk beperken terwijl wel wordt voldaan aan de wettelijke verplichte rechtmatigheidstoets en de handhavingsverplichting.
Kansen voor alle kinderen In het programma ‘Kansen voor alle kinderen’ staat beschreven hoe de gemeente SittardGeleen de speciale middelen die vanuit het Rijk beschikbaar zijn gesteld voor kinderen in armoede wil besteden. Hierin zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: “Alle kinderen in Sittard-Geleen krijgen de kansen die ze nodig hebben, nú en later. Het kind kan zijn talenten en mogelijkheden benutten en ontwikkelen. Gericht op een zelfstandige en gezonde toekomst. Met volwaardige participatie en een positieve gezondheid. We stimuleren een inclusieve samenleving, ook voor kinderen en jongeren, met zekerheid op financieel gebied en binnen de andere leefdomeinen. “ De uitwerking ervan heeft de gemeente vertaald in een actieplan Kansen voor alle Kinderen, waarin een aantal acties en voornemens worden beschreven: - Meer kinderen bereiken: de gemeente wil meer jongeren/gezinnen bereiken dan ze in 2016 deden (ongeveer de helft van de doelgroep op basis van CBS gegevens). - Effectieve inzet van middelen: een effectieve toegang door te gaan werken met 1 toegang via het Jeugdsport-, Jeugdcultuurfonds en Stichting Leergeld. - Duurzame investering: de gemeente wil een aanpak realiseren die duurzaam bijdraagt aan het welzijn van meer jeugdige inwoners tijdens hun jeugd en die gericht is op een gezonde (financiële) toekomst voor deze jongeren.
Een brede benadering gericht op preventie, coaching en ondersteuning maakt daar deel van uit. - Een open omgeving: de gemeenten wil een breed basisaanbod van activiteiten stimuleren waar alle kinderen aan kunnen deelnemen -ongeacht het inkomen van hun ouders. De gemeente acht het verbinden van maatwerk (individuele financiële ondersteuning) met basisvoorzieningen zoals scholen en de kracht en het aanbod van verenigingen daarbij noodzakelijk.
2.1.3. Schuldhulpverleningsbeleid Voor schuldhulpverlening heeft de gemeente de volgende doelstellingen geformuleerd: - Laagdrempelige en integrale schuldhulpverlening14: de gemeente wil zo min mogelijk obstakels opwerpen om in aanmerking te komen voor schuldhulpverlening, de schuldhulpverlening zelf dient te worden afgestemd op de situatie van de inwoner met maatwerk. 14 Integrale schuldhulpverlening heeft de gemeente gedefinieerd als het actief ondersteunen van een inwoner bij het vinden van een oplossing voor zijn/haar financiële problemen, maar ook bij het vinden van een oplossing voor de eventuele oorzaken hiervan of voor omstandigheden die verhinderen dat de financiële problemen kunnen worden opgelost. Integrale schuldhulpverlening houdt daarnaast in dat zoveel mogelijk voorkomen wordt dat problematische schulden ontstaan (preventie) en terugkeren (nazorg).
25
-
Het doel van de inzet van de hulp, diensten, activiteiten en/of financiële middelen is het zorgen voor financiële zelfredzaamheid van de inwoner. Aan de hand van kenmerken van de inwoner wordt de maximaal haalbare financiële zelfredzaamheid bepaald. Door middel van integrale schuldhulpverlening verbetert de gemeente de positie en de vaardigheden van inwoners die problematische schulden hebben. Door het bevorderen van financiële zelfredzaamheid 15 wordt bijgedragen aan de participatie van inwoners in de maatschappij. Er is ook een doelgroep waarbij zelfredzaamheid niet gaat werken, maar een heel zwaar traject ook niet. Voor deze gevallen wil de gemeente meer maatwerk inzetten in de vorm van lichte ondersteunende hulp.
Net als bij het armoedebeleid heeft de gemeente ook hier een aantal zogenaamde richtingwijzers geformuleerd voor de beleidsperiode 2017-2019. Uitgangspunt daarbij is dat de gemeente haar inwoners zelf verantwoordelijk acht voor hun financiële beslissingen en voor de nakoming van hun verplichtingen. Daarbij ziet de gemeente dat door de complexiteit van de samenleving bepaalde mensen het op eigen kracht niet redden. Zij hebben duurzame ondersteuning nodig bij het beheer van hun financiën. De richtingwijzers zijn: - Bevorderen van professionaliteit. Bij dit onderdeel gaat het om de professionaliteit in het algemeen (zoals de juiste persoon op de juiste plek, maatwerk en professionaliteitsbevordering bij de uitvoeringsorganisaties), maar ook om het optimaal benutten van de ruimte in de wet door verdiepende en bredere kennis te vergaren. - Brede toegankelijkheid. De gemeente sluit alleen degenen uit conform de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs), namelijk zelfstandigen met een nog functionerende onderneming. De gemeente draagt zorg voor verbetering van schuldhulpverlening aan de poort. - Meten is weten. De gemeente wil kunnen sturen op de kwaliteit en de effectiviteit van de integrale schuldhulpverlening. Daarvoor acht ze het van belang dat alle betrokken organisaties een adequate registratie voeren en gegevens beschikbaar stellen. - Maatschappelijk effect.
Het doel is financiële zelfredzaamheid en verhoogde participatie. Dit wil de gemeente bereiken door integrale hulp en/of diensten in te zetten. Ook hier wil de gemeente inzicht in het maatschappelijk effect van de uitvoeringspartners om bij te kunnen sturen. - Vermindering van onder bewindstellingen op grond van verkwisting of problematische schulden. De gemeente wil waar mogelijk een einde maken aan vrijwillige bewindvoering: daar is geen termijn aan verbonden en dit staat haaks op de gemeentelijke doelstelling om de inwoner naar zelfredzaamheid te brengen. Daarom wil de gemeente inzicht verwerven in de financiële zelfredzaamheid van uitkeringsgerechtigden om te bekijken of opheffing van bewind ingesteld kan worden. De schuldhulpverlening wordt geheel uitgevoerd door Kredietbank Limburg (KBL). De KBL is een gemeenschappelijke regeling tussen 6 gemeenten waaronder Sittard-Geleen. Hierdoor is het voor de gemeente vaak niet mogelijk om eigen accenten te leggen, omdat daar een meerderheid van de gemeenten voorstander van moet zijn. Wel is er vaak ruimte voor pilots op gemeenteniveau.
2.1.4. Mening van ketenpartners over het beleid Van de ondervraagde ketenpartners beoordeelt 47 procent het gemeentelijke armoedebeleid als positief, 53 procent beoordeelt het armoedebeleid niet als positief of als negatief. Een derde van de ketenpartners beoordeelt de minimaregelingen als positief, 60 procent als neutraal en 7 procent beoordeelt de minimaregelingen als negatief. Al met al oordeelt men dus iets positiever over het armoedebeleid dan de regelingen zelf. Een aantal ketenpartners geeft aan met slechts één regeling bekend te zijn en daarom geen oordeel te kunnen geven. Dit kan het hoge aantal neutrale antwoorden verklaren. 15 Financiële zelfredzaamheid is gedefinieerd als het verantwoord besteden en beheren van inkomen (uit werk of uitkering) zodat problematische schulden worden voorkomen
26
Als toelichting voor hun beoordeling geven de ketenpartners enkele verbeterpunten voor het armoedebeleid en de minimaregelingen. Deze verbeterpunten zijn met name op het gebied van toegankelijkheid en bekendheid van het minimabeleid en ontbrekende minimaregelingen. Hieronder volgt een aantal quotes van de ondervraagde ketenpartners.
“Vanuit gesprekken met bewoners stellen wij vast dat weinig mensen bekend zijn met de mogelijkheden en het lastig vinden om een aanvraag te doen.” “De toegankelijkheid van de voorzieningen is beperkt en lastig. De procedure om in aanmerking te komen is in de praktijk erg ingewikkeld.” “Contact krijgen met de juiste medewerker bij de gemeente is soms moeilijk.” “Er is aandacht voor armoede. Sommige doelgroepen krijgen aandacht en hebben ook baat bij de regelingen, denk aan kinderen en jongeren. Andere doelgroepen hebben deze aandacht nog onvoldoende gekregen. Denk aan ondernemers.” "Aanvragen is steeds laagdrempeliger mogelijk. Gemist wordt een regeling die sociaalrecreatieve vergoeding voor volwassenen mogelijk maakt, bijvoorbeeld een vergoeding van een bibliotheeklidmaatschap voor minima." “Er wordt geen maatwerk geleverd waardoor men nog meer in de armoede valt.”
De ketenpartners zijn iets minder positief over het schuldhulpverleningsbeleid dan over het armoedebeleid: 40 procent is positief over het schuldhulpverleningsbeleid als geheel, 7 procent oordeelt negatief. Een derde van de ondervraagde ketenpartners is positief over de instrumenten van het gemeentelijke schuldhulpverleningsbeleid, en 67 procent oordeelt niet positief of negatief. Als redenen hiervoor geeft men onder meer aan dat men de vroegsignalering vanuit gemeente te passief vindt, het soms wel heel lang duurt voordat mensen bij de Kredietbank terecht kunnen en men te weinig inzet van vrijwilligers ziet. De organisaties die positief zijn vinden onder meer dat er snel wordt gehandeld bij een aanmelding, er goed onderling wordt samengewerkt tussen de organisaties en met de gemeente.
2.1.5. Bevindingen en conclusies Onderzoeksvragen - Wat is het armoedebeleid van de gemeente? - Welke doelstellingen zijn er gesteld? Armoedebeleid Het armoedebeleid is onderdeel van het beleid rond de Participatiewet. Het gaat om meedoen in de samenleving, het liefst via uitstroom vanuit de uitkering naar werk of anders andere vormen van meedoen aan de samenleving. De fundamentele aanpak staat centraal: kijken naar wat nodig is voor de burger over alle leefgebieden heen. In tegenstelling tot veel andere gemeenten, heeft de gemeente Sittard-Geleen geen apart geformuleerd armoedebeleid. Daarnaast valt op dat de gemeente geen duidelijke definitie van armoede heeft opgenomen. De gemeente kiest in het armoedebeleid duidelijk voor gezinnen met kinderen. Net als vrijwel alle andere gemeenten in Nederland heeft Sittard-Geleen een uitgebreid pakket gericht op kinderen die opgroeien in armoede ontwikkeld. Lang niet alle gemeenten hebben hier een apart programma van gemaakt zoals Sittard-Geleen wel heeft gedaan met Kansen voor alle Kinderen. In dat pakket zijn niet alleen de kindregelingen opgenomen (zoals Leergeld en
27
Jeugdfonds Sport en Cultuur) maar wordt ook nadrukkelijk de samenwerking gezocht met organisaties en scholen. De beleidsvoornemens zijn in het algemeen niet heel concreet beschreven. De doelstellingen zijn gericht op het realiseren van een integrale werkwijze waar binnen maatwerk mogelijk is. Het gaat daarbij onder meer om het doorbreken van de cirkel van armoede, aanpakken van de problemen op meerdere leefgebieden en aanwezig zijn in de wijk. Daarbij valt op dat een aantal doelstellingen enigszins vaag zijn geformuleerd. Bovendien zijn ze ook vrij algemeen gesteld, en niet specifiek op het armoedebeleid gericht. Een deel van de beleidsvoornemens is wel vertaald naar meer concrete resultaten. De ketenpartners zijn in het algemeen neutraal of tevreden over het beleid. De toegankelijkheid en bekendheid van het minimabeleid zijn verbeterpunten. Daarnaast is de bekendheid met de gemeentelijke regelingen vrij beperkt: een aantal ketenpartners geeft aan met slechts één regeling bekend te zijn. Schuldhulpverlening In de schuldhulpverlening kiest de gemeente voor financiële zelfredzaamheid en het oplossen en hanteerbaar maken van de schulden als doelstellingen. Dit is enigszins afwijkend van andere gemeenten, waar het oplossen van schulden nog vaak de doelstelling is.
Er is een aantal richtingwijzers geformuleerd over hoe de gemeente dit wil bereiken, zoals brede toegankelijkheid, bevorderen professionaliteit en het verminderen van onderbewindstellingen op grond van verkwisting of problematische schulden: de gemeente Sittard-Geleen was in 2017 een van de voorlopers op dit gebied om de kosten van bewindvoering in de hand te krijgen. De schuldhulpverlening wordt geheel uitgevoerd door Kredietbank Limburg (KBL). De KBL is een gemeenschappelijke regeling tussen 6 gemeenten waaronder Sittard-Geleen. Hierdoor is het vaak niet mogelijk om zelf accenten te leggen, omdat daar een meerderheid voor moet zijn. Wel is er ruimte voor pilots op gemeenteniveau.
2.2. Monitoring van het beleid Onderzoeksvragen - Op welke wijze vindt monitoring van het beleid plaats?;
2.2.1. Armoedebeleid Voor de monitoring van de resultaten van het armoedebeleid gebruikt de gemeente SittardGeleen de programmabegroting, programmarapportages, jaarrekening en de kwartaalrapportage sociaal domein. De beleidsmonitor was tot en met 2019 onderdeel van de begroting rapportage en jaarrekening. De rapportages gaan via de ambtelijke lijn naar college en de gemeenteraad. In de programmabegroting is een aantal indicatoren bepaald vanuit waarstaatjegemeente.nl16. Daarbij gaat het om kerngegevens over het armoedebeleid als: - het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering: 6,0 huishoudens per 1000 huishoudens in Sittard-Geleen ten opzichte van 5,2 voor geheel Nederland; - het aandeel huishoudens met een laag inkomen: dat was in 2018 11% van alle huishoudens; - ouderen met een aanvullende bijstand: 13,7 per 1000 inwoners in Sittard-Geleen ten opzichte van 16,3 in geheel Nederland. Elk kwartaal verschijnt de kwartaalrapportage sociaal domein. De kwartaalrapportage Sociaal Domein is gericht op het periodiek informeren van zowel het college als de gemeenteraad over 16 Waarstaatjegemeente.nl is een website waar op basis van CBS-gegevens tal van informatie over gemeenten in Nederland is te vinden. Een onderdeel is Werk en Inkomen.
28
de uitvoering van de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet. Hierin wordt gerapporteerd over de ontwikkeling in het laatste kwartaal inclusief een vergelijking met voorgaande kwartalen. Over armoedebeleid is hierin opgenomen: - Factsheet Participatie met daarin infographics en een feitelijke toelichting op de cijfers (geen analyse en verklaring) onder meer de in- en uitstroom in de uitkeringen levensonderhoud, verdeling naar arbeidsvermogen en actieve cliënten met een uitkering en in een traject naar werk, het aantal gezinnen en kinderen dat een toekenning heeft gekregen voor de regeling ‘Kansen voor alle kinderen’ en het aantal unieke huishoudens dat gebruik maakt van de verschillende regelingen. - Totaaloverzicht met de cijfers over de laatste 4 jaar sinds 2016 per kwartaal over de bovenstaande onderwerpen. In de beleidsmonitor wordt er per doelstelling (“wat willen we bereiken”) een aantal indicatoren weergegeven: - het aantal huishoudens dat gebruik maakt van de verschillende regelingen per regeling; - de inspanning op het actief benaderen van nieuwe doelgroepen; - het aantal nieuwsbrieven; - het aantal aanvragen voor een regeling; - het percentage van de aanvragen dat tijdig is afgehandeld (binnen 8 weken) - de ontwikkeling van de begroting.
In deze beleidsstukken en rapportages worden geen cijfers gepresenteerd over de ontwikkeling van de armoedeproblematiek in de gemeente zoals het aantal minima, aantal kinderen dat opgroeit in armoede en dergelijke. Ook wordt er niet gerapporteerd over de maatschappelijke effecten van het beleid of op andere doelstellingen zoals genoemd in de verschillende richtingwijzers. Er is derhalve geen trend te destilleren uit de verschillende rapportages en het is daarom niet mogelijk de effectiviteit van het beleid te meten. In de interviews geven de vertegenwoordigers van de gemeente Sittard-Geleen aan dat een aanpak niet altijd te vertalen is in een prestatie-indicator. Een deel van de aanpak is maatwerk. De gemeente is daarvoor niet in staat meetbare resultaten te geven, hoewel dergelijke programma’s wel belangrijk zijn.
2.2.2. Schuldhulpverlening De planning en verantwoording van de integrale schuldhulpverlening loopt net als bij armoedebeleid via de Planning en Control (P&C)-cyclus. De rapportages gaan via de ambtelijke lijn naar de gemeenteraad. Door middel van resultaat-indicatoren wordt het beleid van de gemeente getoetst en kan de uitvoering van de integrale schuldhulpverlening worden beoordeeld. De indicatoren worden opgesteld aan de hand van de eerder gerealiseerde resultaten en de eventuele specifieke verwachtingen. Dit wordt vastgelegd in de begroting en in de jaarrekening wordt hierover gerapporteerd. In het beleidsplan 2017-2019 worden 20 indicatoren genoemd waaraan de resultaten worden gemeten. Deze staan weergegeven in de onderstaande tabel. Over een deel van deze indicatoren wordt gerapporteerd in de jaarrekening (zie tabel 3.2.1). Met de schuldhulpverlening wil de gemeente ook een aantal maatschappelijke effecten bereiken, zoals een grotere financiële zelfredzaamheid. Voor deze maatschappelijke effecten zijn geen monitoringsafspraken geformuleerd. Recent komt de monitoring van de grond: er is een systematiek opgezet van prestatie-indicatoren en er wordt gestart met het opzetten van een dergelijke effectmeting. De concrete invulling ervan is nog niet bekend. De eerste resultaten zijn over 5 jaar beschikbaar.
De gemeente heeft de afgelopen jaren dus geen invulling kunnen geven aan de effectmeting.
29
Tabel 2.2.1 Indicatoren schuldhulpverlening in beleidsplan Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening Aantal intakes Aantal groepsbijeenkomsten schuldhulpverlening van de KBL Aantal burgers dat gebruik maakt van schuldhulpverlening door de KBL Aantal burgers dat gebruik maakt van de instrumenten voor preventie Aantal burgers dat gebruik maakt van instrumenten voor vroegsignalering Aantal burgers dat gebruik maakt van budgetbeheer en van bewindvoering Aantal sociale kredietverleningen Aantal uren spreekuur op locatie en inloopspreekuur Aantal uren uitvoeringsoverleg
Maximale wachttijd Maximale wachttijd bij crisis Doorlooptijd Aantal crisissituaties Aantal recidivegevallen Uitvalpercentage Geslaagde crisisinterventies Geslaagde minnelijke trajecten Geslaagde WSNP trajecten Aantal verwijzingen naar ketenpartners
Op uitvoeringsniveau werden de resultaten tot en met 2019 gekwantificeerd in een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de Kredietbank Limburg (KBL). Met ingang van 2019 wordt er niet meer gewerkt met DVO’s. Op basis van realisatie in het voorgaande jaar en rekening houdend met trends en ontwikkelingen wordt een voorschotbedrag voor de geprognosticeerde dienstverlening bepaald. Ieder kwartaal wordt de inzet van het voorschotbedrag op productniveau verantwoord en besproken. KBL factureert maandelijks en levert daarbij een overzicht van diensten, activiteiten en aantallen. Op basis van de managementinformatie, kwartaalrapportages van KBL en afstemmingsoverleg met de KBL beoordeelt de gemeente (ambtelijk en college) of de gestelde doelen op uitvoeringsniveau worden behaald. Door de regelmaat van de informatietoelevering en de korte lijnen tussen de gemeente en de KBL kan er direct worden gestuurd. Dit gebeurt veelal op ambtelijk niveau.
2.2.3. Bevindingen en conclusies Onderzoeksvragen - Op welke wijze vindt monitoring van het beleid plaats? De monitoring van het beleid vindt plaats via verschillende rapportages. Voor een aantal onderdelen, zoals het aantal verstrekte regelingen, heeft de gemeente streefwaarden geformuleerd. Deze zijn neergelegd in de begroting en zijn gebaseerd op de ervaringen uit het verleden en daar wordt periodiek over gerapporteerd in de jaarrekening. Ten aanzien van schuldhulpverlening zijn er duidelijke rapportage afspraken gemaakt met KBL. Door de regelmaat van de informatietoelevering en de korte lijnen tussen de gemeente en de KBL kan en wordt direct gestuurd. In de beleidsstukken en verantwoordingsrapportages worden geen nadere cijfers gepresenteerd over de ontwikkeling van de armoedeproblematiek. Ook ten aanzien van de bereikte effecten van het beleid wordt niet gerapporteerd. Er is derhalve geen trend te destilleren uit de stukken over de daadwerkelijke resultaten. Overigens is de wijze van rapporteren, met name op output en niet of minder op effecten, gangbaar in vrijwel alle gemeenten. De gemeente Sittard-Geleen geeft als reden om niet op effect te meten aan dat een aanpak niet altijd te vertalen is in een prestatie-indicator. De gemeente kiest er dus bewust voor sommige programma’s niet te vertalen naar een specifiek gewenst resultaat.
De gemeente is onlangs gestart met het opzetten van een systematiek om effecten te meten met schuldhulpverlening. Hier wordt nu een eerste opzet gemaakt. Naast een grondige opzet vereist effectmeting een langdurige meetperiode.
30
2.3. Partners in de strijd tegen armoede en schulden Onderzoeksvragen schuldhulpverlening - Wie zijn de belangrijkste partners in de strijd tegen armoede?
2.3.1. Actieve organisaties in de gemeente Sittard-Geleen Op het gebied van het voorkomen en bestrijden van armoede zijn diverse organisaties binnen de gemeente Sittard-Geleen actief. De gemeentelijke deelname, bijdrage of rol is divers. Er is geen sprake van een institutionele vorm van samenwerking tussen de gemeente en de verschillende organisaties in de gemeente Sittard-Geleen. Met sommige organisaties is er sprake van officiële samenwerking en financiële verbinding door middel van een beschikking of een dienstverleningsovereenkomst. De volgende tabel zet de verschillende organisaties die actief zijn in de gemeente Sittard-Geleen op een rij. Tabel 2.3.1 Overzicht organisaties rond armoede en schuldhulpverlening in Sittard-Geleen Organisatie Toelichting Kredietbank Limburg (KBL) KBL voert de schuldhulpverlening uit voor de gemeente. De KBL is een gemeenschappelijke regeling (GR). De financiering van de GR geschiedt op basis van de afrekening van de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Zie bijlage 2 voor een meer uitgebreide toelichting op de dienstverlening van KBL. Gebiedsteams De gebiedsteams zijn een op een stadsdeel ingericht netwerk van professionals uit de eerste lijn. In een gebiedsteam kunnen signalen en casuïstiek besproken worden indien meedenken of een integrale aanpak vanuit de eerste lijn noodzakelijk is.
Alle professionals zijn gebonden aan een stadsdeel en hebben contact met elkaar. Zo wordt bijvoorbeeld vanuit het gemeentelijk jongerenloket doorgeschakeld naar het gebiedsteam als het loket een jongere ‘kwijtraakt’ of om met partners tot een passende hulpverlening te komen . Vanuit het gebiedsteam wordt verwezen naar de backoffice voor het verstrekken van de daadwerkelijke regeling. Er is beperkt zicht of mensen ook daadwerkelijk zich melden bij bijvoorbeeld de sociale dienst of KBL. Regie op proces en inhoud wordt in overleg belegd bij een eerstelijns partner uit het voorliggend veld of een maatwerker van de gemeente, die dan de link is tussen alle betrokken partners en de gemeentelijke vakteams (Jeugd, Leerplicht/RMC/ Jongerenloket, WMO, Werk & Inkomen). Sociaal Plein In elk van de 5 stadsdelen is een Sociaal Plein. De deelnemende organisaties aan het Sociaal Plein zijn PiW, MEE, KBL, gemeente en Vluchtelingenwerk. Het Sociaal Plein is een plek waar inwoners zich kunnen melden voor vragen en informatie. Stichting Leergeld Westelijke Leergeld is uitvoerende partner van het programma Kansen voor Mijnstreek alle Kinderen.
Leergeld vergoedt noodzakelijke kosten van educatie, zwemdiploma, recreatie en sociale ontplooiing van kinderen in de leeftijd van vier tot achttien jaar die dit niet kunnen opbrengen en waarvoor de mogelijkheden van een voorliggende voorziening zijn uitgeput of niet toereikend zijn. De gemeente stelt een subsidie beschikbaar. Leergeld ontvangt en beoordeelt de aanvragen die zij krijgt. Een van de subsidievoorwaarden is dat Leergeld actief samenwerkt met lokale partners die zich inzetten om armoede en sociale uitsluiting onder kinderen en jongeren tegen te gaan. Jeugdfonds Sport en Cultuur De overeenkomsten van de gemeente Sittard-Geleen met Jeugdfonds Sport Limburg en met Jeugdfonds Cultuur Limburg
31
Humanitas
Sociaal Fonds
Buurtgezinnen.nl
My Ca$h, My Futur€:
Vrijwilligersorganisaties
Overige stichtingen met een samenwerkingsovereenkomst
Gemeente faciliteert
32
maken onderdeel uit van het programma Kansen voor alle Kinderen. Het is er op gericht om kinderen die opgroeien in een financieel minder draagkrachtig gezin in de gelegenheid te stellen cultuur- en / of sportbeoefening te doen. Aanvragen komen binnen via het professionele netwerk van de stichtingen. De gemeente stelt middelen aan de fondsen beschikbaar om de aanvragen te kunnen bekostigen. Humanitas krijgt van de gemeente een subsidie in het kader van het project Voorleesmaatjes. Dit project heeft als doel om de taalachterstand bij kinderen van 2 tot 7 jaar te verkleinen door in taalarme gezinnen te gaan voorlezen. Het Sociaal Fonds verleent beperkte financiële hulp aan huishoudens die in acute nood zijn gekomen en als voorliggende voorzieningen geen uitkomst bieden. Aanvragen mogen alleen gedaan worden door instellingen en organisaties. De noodhulp wordt verstrekt uit zelf geworven fondsen door het Sociaal Fonds, en door een bijdrage vanuit de gemeente Buurtgezinnen.nl biedt laagdrempelige vrijwillige (opvoed)ondersteuning aan overbelaste gezinnen. Kwetsbare vraaggezinnen worden gekoppeld aan stabiele steungezinnen. Hiermee wil de gemeente de zelfredzaamheid vergroten en de cirkel van armoede doorbreken.
De gemeente financiert de coördinatiekosten van Buurtgezinnen My Ca$h, My Futur€ (MCMF) is een samenwerking met de kernpartners Jongerenclientenraad (JCR), DoorS2open, PIW, KBL en het Graaf Huyn College. In 2018 is het project gestart om een interactief en in nauwe samenwerking met jongeren/leerlingen praktisch leerprogramma te ontwikkelen en in te gaan zetten rondom omgaan met geld. Voor de schooljaren erna is een nieuwe subsidie verstrekt met als doelstelling het verder ontwikkelen, uitvoeren, testen en monitoren van het praktisch leerprogramma MCMF in de leerjaren 2 en 3 Havo/VWO/MBO van het Graaf Huyn College (670 leerlingen). De effecten van het leerprogramma worden gemeten op basis waarvan het programma continu wordt aangepast en verbeterd. In de schuldhulpverlening werkt de gemeente steeds meer samen met vrijwilligersorganisaties zoals Werkplaats Financiën en Humanitas. De kern hiervan is samenwerking tussen een vrijwilliger en een professional van de KBL, de gemeente faciliteert alleen. De verbindende rol van gemeente is van belang omdat zij een neutrale rol vervult. Op deze wijze is er plaats voor de eigen identiteit van de verschillende organisaties en kan er geacteerd worden in het belang van de inwoner. Zo probeert de gemeente te stimuleren dat organisaties complementair aan elkaar zijn in plaats van concurrerend.
Kledingbank Limburg: verstrekt kleding aan minima Buddy-project: studenten werken met kleine groepen kinderen aan integratie en taalontwikkeling met kinderen met achterstanden om zo de cirkel van armoede te doorbreken. MEE: trainen van leerlingen in het bewust omgaan met geld. De gemeente faciliteert enkele lokale burgerinitiatieven als Speelgoed en kledingbank Grabbelton, Werkplaats Financiën en het Limburgs Diaconaal Fonds. Met andere organisaties beperkt de samenwerking zich meer tot verwijzingen, zoals met woningcorporaties, scholen, huisartsen en dergelijke, maar ook naar Stichting Engele van Zitterd-Gelaen, Glanerbloempje, Stichting Vincentius. De signalering is wederzijds.
2.3.2. Samenwerking in de gemeente Uit de enquête blijkt dat de samenwerking met het gebiedsteam door een deel van de ketenpartners als goed wordt ervaren, terwijl anderen meer moeite in de samenwerking ervaren. Bijna twee derde vindt dat er voldoende samenwerking is met de gemeente, en bijna de helft vindt dat er genoeg samenwerking is met het gebiedsteam. “Partners weten elkaar te vinden en daar is een gebiedsteam goed voor.” “Het gebiedsteam ken ik wel, maar ze zijn voor mij niet goed in beeld. Ik weet ook niet hoe en waarvoor ik ze precies kan bereiken.” “Hoewel wij een aantal belangrijke maatschappelijke taken uitvoeren is er geen structurele aandacht vanuit het gebiedsteam, hoogstens op persoonlijke titel. Voor contacten is ons eigen initiatief nodig. Er lijkt sprake te zijn van een soort 'competentiestrijd' hoewel dit helemaal niet nodig en wenselijk is.” “De samenwerking met de partners en de mensen in het gebiedsteam is goed. Met het gebiedsteam als orgaan is er minder tot geen samenwerking. We kunnen elkaar vinden op casuïstiek en in samenwerking rond casuïstiek, maar onze inschatting is, dat we daarvoor het gebiedsteam niet nodig hebben. Er is geen 'geregeld’ contact.”
De ketenpartners omschrijven hun relatie met de gemeente vooral als goed en intensief. Een aantal ketenpartners geven verbeterpunten voor de samenwerking met de gemeente. Zo mist men de regiefunctie van de gemeente op de samenwerking. Hieronder volgt een aantal quotes over de samenwerking tussen hun organisatie en de gemeente. “We hebben een gelijkwaardige, open en transparante relatie met de gemeente op basis van vertrouwen. Gemeente is opdrachtgever, maar we durven kritisch en vernieuwend naar elkaar te zijn. De lijnen zijn kort.” “In principe goed, echter het mag intensiever en persoonlijker.” “De gemeente biedt genoeg morele steun maar (nog) niet de concrete steun die we nodig hebben. Omdat samenwerking voor ons hulpaanbod essentieel is, proberen we constructief bij te dragen. Samenwerking is nog te veel gebaseerd op individuele contacten en niet op bindende afspraken.” “Het eerste besef is dat er niet zoiets als 'de gemeente' bestaat. Samen kunnen we veel. Er is moeite nodig om de waarde van gezamenlijk beleid vorm te geven, te ontwikkelen en er vervolgens naar te handelen. Het beleid, de besluitvorming en de uitvoering zijn te absoluut en te nadrukkelijk gescheiden.”
2.3.3. Bevindingen en conclusies Onderzoeksvragen schuldhulpverlening - Wie zijn de belangrijkste partners in de strijd tegen armoede? Er zijn veel organisaties actief in de gemeente Sittard-Geleen op het gebied van armoede en schuldhulpverlening. De samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en deze organisaties is wisselend van aard en varieert van subsidierelatie tot vrijblijvende samenwerking. Uit de enquête onder ketenpartners blijkt dat de samenwerking met de gemeente en het gebiedsteam in het algemeen als tot voldoende wordt ervaren. Wel mist men de regiefunctie van de gemeente.
33
2.4. Financiën Onderzoeksvragen - Welke middelen (herkomst) heeft de gemeente ingezet en beschikbaar in de strijd tegen armoede? De gemeente ontvangt jaarlijks gelden vanuit het gemeentefonds voor het armoedebeleid. Daarnaast wordt er via een decentralisatie-uitkering specifieke gelden ten behoeve van de bestrijding van kinderarmoede vanuit het Rijk verstrekt (“Klijnsma-gelden”). De gemeente kent daarnaast een regeling tegemoetkoming zorgkosten. Deze wordt gefinancierd uit de zogenoemde integratie-uitkering. De kosten die gemoeid zijn met de kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen zijn niet opgenomen in deze budgetten. De kwijtschelding van deze belastingen en heffingen verlopen via de regionale organisatie Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Hierdoor valt dit onderdeel uit de begroting voor het armoedebeleid17. In het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente SittardGeleen valt op dat er naast de kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en belasting voor de eerste hond ook een incontinentiekorting wordt gegeven. Dit houdt in dat inwoners die door medische oorzaken extra afval produceren een korting krijgen op de hoogte van de afvalstoffenheffing. De onderstaande tabel zet de gerealiseeerde kosten voor schuldhulpverlening en armoedebestrijding voor de jaren 2015-2019 op een rij en het budget voor 2020 18.
Tabel 2.4.1 Realisatie kosten schuldhulpverlening en armoedebeleid 2015-2019, budget 2020 Budgetten Schuldhulpverlening Armoede19 Tegemoetkoming zorgkosten Totaal
2015 € 2.505.700 € 1.697.100
2016 € 2.702.700 € 2.180.400
2017 € 2.866.400 € 2.719.400
2018 € 3.088.000 € 2.719.200
2019 € 3.470.000 € 2.485.500
2020 € 3.363.100 € 2.328.200
€ 1.683.000 € 5.885.800
€ 764.100 € 5.647.200
€ 652.500 € 6.238.300
€ 778.700 € 6.585.900
€ 770.900 € 6.512.800
€ 778.700 € 6.470.000
Uitvoeringskosten
€ 802.700
€ 945.000
€ 850.400
€ 812.300
€ 906.200
€ 881.800
De kosten van de schuldhulpverlening laten een duidelijke stijging zien in de afgelopen jaren. Zoals te zien is in figuur 2.3.1 nemen de kosten van alle onderdelen binnen schuldhulpverlening (bewindvoering, budgetbeheer en schuldhulpverlening) toe. De kosten van de schuldhulpverlening zijn in principe de kosten van de gerealiseerde dienstverlening. Eventuele negatieve exploitatieresultaten bij de gemeenschappelijke regeling KBL worden ook opgenomen in de uitvoeringskosten. De kosten van de dienstverlening worden in eerste instantie bevoorschot op basis van prognoses (realisatie vorig jaar, trends en ontwikkelingen) en vervolgens volgt er een eindafrekening op basis van daadwerkelijke realisatie. Eventuele tekorten bij de gemeenschappelijke regeling KBL komt tot uitdrukking in jaarrekening en begroting en wordt op basis van verdeelsleutel verdeeld onder de GR-gemeenten. De kosten van de schuldhulpverlening zijn gebaseerd op de begroting die KBL jaarlijks opstelt. Een vast percentage daarvan wordt doorgerekend aan de gemeente Sittard-Geleen. Dit percentage wordt berekend aan de hand van een aantal criteria. Bij armoede zijn de kosten van de bijzondere bijstand voor bewindvoering het sterkst gestegen: deze kosten zijn in 2019 met bijna € 600.000 gestegen sinds 2015. Ook de andere kosten zijn gestegen.
Zoals te zien in figuur 2.3.1 wordt deze stijging met name veroorzaakt door de 17 De jaarlijkse kosten van kwijtschelding van de verschillende heffingen waren in 2018 € 830.000 en in 2019 € 839.000,-. 18 Bijlage 4 bevat een gedetailleerdere weergave van de jaren 2015 tot en met 2020. 19 Dit is exclusief kwijtschelding van lokale heffingen en belastingen.
34
Kidsregeling / Kansen voor alle kinderen. In 2017 zijn vanuit het Rijk hier de eerder genoemde Klijnsmagelden beschikbaar gesteld. Het budget dat hiervan in 2017 over is gebleven, is als extra bedrag opgenomen over 2018. In 2019 is er vervolgens geraamd op basis van de daadwerkelijke besteding. In 2019 is een actie geweest op de Individuele Inkomenstoeslag. Mensen die wel recht hadden maar nog geen gebruik maakten van deze regeling zijn benaderd. Dit heeft geleid tot een stijging van 7 á 8 procent van de kosten. De kosten voor de reguliere bijzondere bijstand zijn behoorlijk stabiel en recentelijk gedaald. Dit komt doordat er minder instroom is van statushouders en er daarmee minder kosten voor woninginrichting worden gemaakt. Figuur 2.4.1. Ontwikkeling kosten 2015-2019
Ontwikkeling kosten € 2.500.000 € 2.000.000 € 1.500.000 € 1.000.000 € 500.000 €0 2015
2016
2017
2018
2019
Kosten schuldhulpverlening
Kosten bewindvoering
Kosten Kostenheer
Kosten bijzondere bijstand
Kosten tegemoet zorgKosten
Kosten Kansen voor alle Kinderen
Kosten overige regelingen
Zoals te zien in figuur 2.3.1 stijgen de kosten van de schuldhulpverlening gerelateerde onderdelen jaarlijks. Binnen het armoedebeleid stijgen de kosten wel, maar niet voor alle onderliggende regelingen.
35
Figuur 2.4.2. Ontwikkeling saldo (budget minus realisatie) schuldhulpverlening en armoedebeleid
Saldo budget versus realisatie € 500.000 € 400.000 € 300.000 € 200.000 € 100.000 €0 2015
2016
2017
SHV
Armoede
2018
2019
-€ 100.000 -€ 200.000 Totaal
Jaarlijks benut de gemeente niet het gehele budget dat beschikbaar is gesteld in de begroting, dit geldt met name voor het armoedebeleid. In 2017 en 2018 is op het onderdeel Kidsregeling / Kansen voor Kinderen respectievelijk €383.000 en €208.000 niet benut c.q. te veel begroot.
2.4.2. Bevindingen en conclusies Onderzoeksvragen - Welke middelen (herkomst) heeft de gemeente ingezet en beschikbaar in de strijd tegen armoede?
De begrote kosten van het armoedebeleid laten een stijging zien in de jaren 2017 en 2018. Dit komt door de beschikbaar gestelde Klijnsma gelden vanuit het Rijk. De bestedingen zijn in die jaren lager geweest dan de begroting. In 2019 is de begroting in lijn gebracht met de verwachte behoefte. Er wordt niet gerapporteerd over de kosten van de kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen. De kosten van schuldhulpverlening stijgen: dit is voor een belangrijk deel terug te voeren op de kosten van beschermingsbewind. Zowel armoedebeleid als schuldhulpverlening zijn open einde financieringen. Voor schuldhulpverlening geldt dat de kosten voor de gemeente Sittard-Geleen primair bestaan uit de kosten van de dienstverlening. Indien aan de orde komen daar exploitatietekorten van de gemeenschappelijke regeling bij.
36
3. Uitvoering en resultaten van het beleid Onderzoeksvragen In dit deel beschrijven we de volgende onderzoeksvragen: 1. Welke regelingen zijn er? 2. Op welke wijze worden de resultaten van het beleid gemeten?; 3. Welke resultaten zijn er bereikt? 4. Waarom/ hoe zijn deze resultaten bereikt (kritische succesfactoren)?; 5. In hoeverre is er sprake van een cumulatie van regelingen?
3.1. Regelingen en instrumenten armoedebeleid Onderzoeksvragen armoedebeleid - Welke regelingen zijn er? - Op welke wijze worden de resultaten van het beleid gemeten?; - Welke resultaten zijn er bereikt? De gemeente Sittard-Geleen onderscheidt een aantal regelingen en instrumenten in het armoedebeleid.Hier worden deze regelingen en programma’s kort omschreven en worden de resultaten op een rij gezet. Afgesloten wordt met de bevindingen en de analyse.
3.1.1. Regelingen armoedebeleid In het navolgende overzicht staan de kerngegevens van de verschillende regelingen op een rij. De regelingen bedienen de gehele doelgroep van het armoedebeleid: er zijn regelingen voor volwassenen, voor kinderen en voor chronisch zieken. Regelling
Criteria
Bijzondere bijstand
Participatie bevorderen door minima financieel te ondersteunen door het (gedeeltelijk) vergoeden van kosten die men niet zelf kan betalen. Inkomen dient lager te zijn dan 110% Wsm, daarna draagkrachtpercentage van 25% 20 Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en Onroerende Zaak Belasting (OZB). Inkomensgrens 100% Wsm.
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen21
Studietoeslag
Individuele inkomenstoeslag
Vorm van bijzondere bijstand met eigen berekeningssystematiek voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen (zoals mensen met een arbeidshandicap). Zij hebben volgens de regering een extra steuntje in de rug nodig tijdens hun opleiding. Inkomensgrens <120% Wsm Ondersteunen van mensen van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd die langer dan vijf jaar een inkomen op 100 procent van het
Kosten (2019) € 802.000
€ 26.300
€ 638.900
Te beinvloeden door gemeente Inkomensgrens, draagkrachtpercentage
Kwijtschelding valt onder de landelijke belastingwetgeving. Kan ondergebracht worden in het minimabeleid Inkomensgrens Criteria doelgroep
Inkomensgrens Referteperiode (aantal jaren
20 Dat betekent dat van het meer inkomen 25 procent meetelt als inkomen voor het behalen van het recht op bijzondere bijstand. 21 De regeling wordt niet genoemd in het regelingenoverzicht bij het beleidsplan 2017-2019, maar maakt in veel gemeenten wel onderdeel uit van het armoedebeleid. Daarom is deze hier wel opgenomen.
37
Tegemoetkoming Zorgkosten
Kinderopvang
Collectieve ziektekosten verzekering
Benefitspas
Kansen voor alle kinderen
bijstandsniveau hebben. De bedragen zijn afgeleid van de bijstandsnorm van het desbetreffende huishoudtype. Een alleenstaande heeft recht op €407,-, een alleenstaande ouder met thuiswonende kinderen €520,- en getrouwden of samenwonenden €580,-. Criteria zijn: langer dan 5 jaar een lager inkomen dan 100% Wsm Bedoeld voor alle personen vanaf 18 jaar die in 2019 hoge zorgkosten hebben gehad. Voorwaarden: - in 2018 en 2019 het hele Wettelijk eigen risico verbruikt hebben - in 2019 meer dan € 350 aan eigen bijdrage betaald. Men kan dan een bedrag van €150,aanvragen. Inkomensgrens < 130 % Wsm Vergoeden van de kosten van de kinderopvang aan de zogeheten doelgroepouders omdat het bijdraagt aan hun participatie. Zij volgen namelijk een traject naar werk, studie of inburgeringscursus. Inkomensgrens <120% Wsm Zorgverzekeringspakket (VGZ) voor minima met een inkomen tot 150 procent Wsm. Premiehoogte voor verzekerden is € 172,37 per maand. Dit is inclusief eigen risico en de eigen bijdrage. Kortingspas voor inwoners waarmee zij korting kunnen krijgen bij een van de ruim 200 deelnemende bedrijven in de gemeente Sittard-Geleen. De kosten van de Benefitspas worden vergoed voor mensen met inkomensgrens < 110 procent Wsm. De regeling Kansen voor alle kinderen is bedoeld voor kinderen tot en met 18 jaar en is gericht op het bevorderen van sociale participatie van kinderen.
Binnen kansen voor alle kinderen kunnen kinderen vergoedingen krijgen voor bijvoorbeeld kosten voor school, sport, cultuur en vrijetijdsbesteding via Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Met deze fondsen is een integrale toegang ontwikkeld tot ondersteuning op het gebied van school, sport, cultuur, activiteiten etc. zoals geformuleerd als doelstelling bij Kansen voor alle Kinderen. De inkomensgrens ligt op 120 procent van het WSM..
voordat men in aanmerking komt voor de regeling).
€ 770.900
Inkomensgrens Criteria Bedrag
€ 7.400
Inkomensgrens Criteria
-
Inkomensgrens Bijdrage van de gemeente in de kosten van de collectieve zorgverzekering Inkomensgrens Vermogensgrens Bedrijven waar men korting kan krijgen Bedrag van extra tegemoetkomingen. Inkomensgrens Criteria Bedrag
€ 11.900
€ 987.100
3.1.2. Overige programma’s en instrumenten in het armoedebeleid Naast de regelingen zelf zijn er ook andere programma’s en instrumenten die de gemeente inzet rond het armoedebeleid.
38
-
-
-
-
-
In kaart brengen verborgen doelgroep: de gemeente gaat actief op zoek naar verborgen doelgroepen als werkende armen en zzp’ers die nu geen gebruik maken van de regelingen. De gemeente wil het taboe op armoede eraf halen en de cirkel van armoede doorbreken. Hierin werkt de gemeente actief samen met de maatschappelijke organisaties om zo de doelgroepen op te sporen en te bereiken. Communicatie: er wordt een gericht communicatieplan uitgevoerd voor de doelgroepen die nog niet worden bereikt. Met het inschakelen van Buurtgezinnen.nl wil de gemeente Sittard-Geleen de zelfredzaamheid van kwetsbare en /of overbelaste gezinnen vergroten en de cirkel van armoede doorbreken. Zij bieden laagdrempelige vrijwillige (opvoed)ondersteuningen, waarbij vraaggezinnen worden gekoppeld aan stabiele steungezinnen. Samenwerking met scholen: in het kader van preventie vindt de gemeente het belangrijk om vroeg in het leven van kinderen te werken aan financieel bewustzijn. Hiervoor wil de gemeente inzetten op programma’s voor voorlichting en educatie. Gebiedsgerichte aanpak: de gemeente wil meer aandacht voor de basisvoorzieningen in de buurt. Integrale verkenning van de situatie van de inwoner op alle leefdomeinen. Als een inwoner zich meldt bij een gemeentelijk loket of sociaal plein dient gekeken te worden naar alle leefdomeinen van de burger. Faciliteren van lokale en particuliere initiatieven.
Zoveel mogelijk beperken van de administratieve belasting door vereenvoudiging procedures.
3.1.3. Bereikte resultaten Bereikte resultaten regelingen In de beleidsmonitor van de gemeente Sittard-Geleen wordt gerapporteerd over de streefwaardes en de resultaten. Onderstaand een weergave van deze realisatie. Tabel 3.1.1 Bereikte resultaten regeling, aantal huishoudens dat gebruik maakt van de regeling Resultaatindicatoren Bijzondere bijstand Studietoeslag Individuele inkomenstoeslag Tegemoetkoming Zorgkosten Kinderopvang Collectieve ziektekostenverzekering Benefitspas Kansen voor alle kinderen -
2017 Streefwaarde Realisatie
2018 Streefwaarde Realisatie
2019 Streefwaarde Realisatie Bereik22
690 20 1.200
697 29 1.360
690 30 1360
734 23 1360
695 30 1.360
788 22 1.421
17%
-
4.776
-
4.965
5.090
4.999
69%
40 2.950
47 3.029
40 2.975
38 3.026
40 2.975
29 2.913
43%
800 700
800 841
760
693 1.195
800 2000
655 2.172
12% 87%
Individuele bijzondere bijstand: met een bereik van 17 procent van de doelgroep is het bereik lager dan in andere gemeenten van vergelijkbare omvang (23 procent). Individuele inkomenstoeslag: een bereik van 63 procent is hoger dan we gemiddeld zien bij gemeenten van vergelijkbare grootte (51 procent). Collectieve zorgverzekering. Op basis van de schattingsgegevens van KWIZ kan de doelgroep tot 150 procent Wsm niet worden bepaald. Het bereik onder volwassen personen tot 130 procent Wsm is 43 procent. Dit is in lijn met gemeenten van vergelijkbare grootte, waar we een gemiddeld bereik van 37 procent vinden van de collectieve zorgverzekering.
22 Het bereik onder de doelgroep zetten we af tegen de doelgroep zoals berekend via de Armoede Index.
39
63%
-
-
Benefitspas: in 2019 was het bereik 12 procent van de doelgroep. Dit is relatief laag: bij gemeenten van vergelijkbare grootte zien we bij participatieregelingen voor volwassenen gemiddeld een bereik van rond de 40 procent. Kansen voor alle kinderen: een bereik van 87 procent ligt ver boven het gemiddelde bereik van 40 tot 50 procent dat we elders vinden. Regeling tegemoetkoming zorgkosten: Omdat niet kan worden bepaald welke minima hoge zorgkosten hebben, kan geen exacte doelgroep worden bepaald. In principe kan iedere volwassene met een inkomen tot 130 procent Wsm aanspraak maken op deze regeling. Het bereik onder deze groep is dan 69 procent, wat vergelijkbaar is met andere gemeenten die een dergelijke regeling aanbieden (65-70 procent).
Bereikte resultaten overige programma’s en instrumenten in het armoedebeleid Sociaal Plein De gemeente werkt in toenemende mate vanuit de integrale aanpak over de verschillende leefdomeinen23. Er zijn 5 Sociale Pleinen die in de verschillende stadsdelen opereren. In het Sociaal Plein participeren de organisaties Partner in Welzijn (PiW), MEE, de KBL, gemeente en Vluchtelingenwerk. De link tussen het Sociaal Plein en gemeente verloopt onder andere via de aanwezige Participatiecoaches. Hiermee is bijgedragen aan het netwerk waarin integraal wordt (samen)gewerkt. Ook is er periodiek overleg tussen de gemeente en de welzijnsorganisatie en ketenpartners om te kijken of de lijnen nog steeds open genoeg zijn. Dit maakt doorverwijzen van hulpvragen en het elkaar informeren over wachtlijsten of problemen zo makkelijk mogelijk. Beoogd wordt dat één organisatie de regie houdt over het plan en dat niet iedereen de regie overneemt. Welke organisatie dat is, hangt af van de hoofdvraag van de inwoner. Indien ondersteuning van de gemeente vereist is, worden de minima toegeleid naar de gemeente voor ondersteuning ten aanzien van inkomen en werk, WMO of Jeugdwetvoorzieningen Zoals eerder al geschetst blijkt dat de samenwerking met het gebiedsteam door een deel van de ketenpartners als goed wordt ervaren, terwijl anderen meer moeite in de samenwerking ervaren.
Dan gaat het met name om dat men aangeeft dat de samenwerking met de individuele medewerkers van het team goed is, maar dat het gebiedsteam als netwerk niet echt toegankelijk is. Men is minder positief over de samenwerking tussen ketenpartners onderling. Slechts een kwart vindt dat er voldoende samenwerking is tussen ketenpartners, en twee derde vindt dat dit slechts gedeeltelijk het geval is. De knelpunten blijken vooral te liggen in het grote aantal ketenpartners en het gebrek aan inzicht in wie welke taken uitvoert.
“De samenwerking verloopt redelijk tot goed. Iedereen is druk met kerntaken. Ontwikkeling door samenwerking is nog een stap verder. Dit komt er wel aan hoop ik..” “Ketenpartners weten elkaar te vinden. De lijnen zijn relatief kort maar het aantal ketenpartners is groot en dat zorgt voor onduidelijkheid omtrent bijvoorbeeld eigenaarschap.. Daarnaast zouden organisaties meer en meer op het leveren van 'maatwerk' ingericht kunnen worden. Er wordt te vaak en te veel vanuit bestaande procedures gehandeld.” “Er zijn veel ketenpartners, en het is niet goed duidelijk wat ze doen en hoeveel ze kosten.” “Het is ons niet altijd duidelijk, er is weinig transparantie in de samenwerking. Int de praktijk blijkt dit niet soepel te verlopen, er is te veel verschil in promotie en praktische uitvoering.”
23
Zoals eerder aangegeven gaat het hier om (maatschappelijke) participatie, financiën, dagbesteding, wonen, gezinsrelaties, geestelijke gezondheidszorg, fysieke gezondheid, verslaving, vaardigheden bij activiteiten van het dagelijks leven, sociaal netwerk en justitie.
40
Verborgen doelgroepen De gemeente geeft aan dat juist het netwerk aan ketenpartners ervoor zorgt dat meer mensen gesignaleerd worden en meer mensen goed geholpen kunnen worden. De verborgen doelgroep komt hierdoor steeds beter in beeld. Dit blijkt onder meer uit het groeiend aantal mensen dat bereikt wordt met de verschillende regelingen. Ook de ketenpartners hebben aangegeven dat steeds meer mensen uit ‘verborgen’ doelgroepen zich melden en het taboe op armoede wordt doorbroken (zie hoofdstuk 1). De feitelijke onderbouwing over welke doelgroepen nu (beter) bereikt worden, is niet bekend. Dit omdat niet duidelijk wordt vastgelegd wie wordt bereikt door de organisaties. Resultaten integrale aanpak Bij de gemeente Sittard-Geleen is de integrale fundamentele aanpak sterk in ontwikkeling, de hulpvraag is 9 van de 10 keer breder dan de aanvankelijke hulpvraag en het aantal bezwaarschriften is sterk gedaald. Uit de klanttevredenheidsonderzoeken blijkt dat mensen zich goed geholpen voelen, ook wanneer niet altijd tegemoet kan worden gekomen aan de hulpvraag. Ook is naar de resultaten van de integrale aanpak gevraagd in de enquête onder maatschappelijke organisaties en in de interviews. Daaruit blijkt dat de invulling van de integrale aanpak deels afhankelijk is van personen.
Vanuit de werkwijze geeft men aan dat er niet één specifiek aanmeldingsloket is en het aan de professional is om de juiste lijnen aan te spreken, Iedereen draagt bij, maar er is een bepaalde mate van vrijheid in het handelen. Het kan daardoor afhankelijk zijn van de persoon welke beslissing er vervolgens genomen wordt. De taak van de gemeente en organisaties is om elkaar te informeren over wat ze doen en aanbieden. Een van bovenaf georganiseerde samenwerking ontbreekt. Vanuit de gemeente wordt in de interviews aangegeven dat de lijnen met organisaties wel kort zijn. De betrokken wethouder en het ambtelijk apparaat overleggen regelmatig met de organisaties en vanuit de gemeenteraad zijn er incidenteel werkbezoeken. Overig Bij Kansen voor alle Kinderen worden naast de regelingen verschillende activiteiten en programma’s gefinancierd. Hieruit worden bijvoorbeeld de preventieprogramma’s rondom schuldhulpverlening gefinancierd. De communicatie is volgens betrokken medewerkers van de gemeente minder goed van de grond gekomen. Hiermee werd vooral gedoeld op de uitdaging die we hebben om mensen te bereiken via brieven/schriftelijke weg. Mensen beheersen soms de Nederlandse taal niet of in beperkte mate. Een samenhangend communicatieplan is niet gemaakt. Daarnaast geven de geïnterviewden aan dat de manieren van communiceren niet altijd aansluiten bij de doelgroep.
In 2020 is de gemeente gestart met een programma om het gebruikte taalniveau door de gemeente te vereenvoudigen. In het kader van inclusiebeleid worden ook teksten onder de loep genomen. Om de administratieve belasting te beperken, is een aantal maatregelen genomen. Mensen die aanspraak maken op een regeling of bijdrage vanuit de gemeente hebben automatisch aanspraak op dezelfde bijdrage het jaar erna. Men hoeft geen nieuwe aanvraag in te dienen. Deze manier van handelen scheelt de gemeente en de burger veel administratieve ballast. Een andere administratieve wijziging is dat bewindvoering langdurig wordt toegekend. Dit voorkomt dat er jaarlijks een administratieve actie ondernomen dient te worden. Ook het programma Kansen voor alle Kinderen is efficiënter gemaakt: men hoeft geen bonnetjes meer aan te leveren en dit scheelt veel administratie. Mate van aansluiting instrumenten bij de doelgroep volgens de ketenpartners In de enquête is gevraagd in hoeverre de gemeentelijke instrumenten voor armoedebeleid aansluiten bij de wensen van de doelgroep. Iets meer dan de helft van de ondervraagde ketenpartners geeft aan dat deze instrumenten niet altijd geheel daarbij aansluiten. Dit geldt met name voor de minimaregelingen. De ondervraagde ketenpartners geven uiteenlopende toelichtingen over de aansluiting van de instrumenten bij de doelgroep.
Een deel van de ketenpartners is positief over de instrumenten
41
die de gemeente inzet, een deel geeft aan niet te weten of deze aansluiten bij de wensen van de doelgroep. Om beter aan te sluiten bij de wensen van de doelgroep zou de gemeente meer maatwerk kunnen leveren, en kunnen investeren in betere toegankelijkheid en betere communicatie naar de doelgroep toe. Maatwerk heeft volgens de partners de meeste meerwaarde voor hun doelgroep. Wat dat maatwerk precies inhoudt, is niet aangegeven. Ook Kansen voor alle Kinderen en de voorlichting op scholen worden genoemd als instrumenten met meerwaarde voor de doelgroep. Daarnaast geven de ketenpartners een aantal verbeterpunten voor de regelingen in het algemeen. “Betere preventie en meer ontdekken waar de mensen gevonden kunnen worden.” “Er zijn geen andere instrumenten die ik ken. De regeling die er nu is sluit niet voldoende aan op onze doelgroep, zoals oude migranten en statushouders. Wij missen maatwerk en een goede communicatie.” “Mensen serieus nemen, in gesprek gaan, zo vroeg mogelijk, op de situatie reageren en niet alleen maar regeltjes toepassen, maar juist betrokkenheid vragen en geven.”
3.1.4. Bevindingen en conclusies Onderzoeksvragen armoedebeleid - Welke regelingen zijn er? - Op welke wijze worden de resultaten van het armoedebeleid gemeten?; - Welke resultaten zijn er bereikt? De gemeente kent verschillende regelingen voor het armoedebeleid. De regelingen bedienen de gehele doelgroep van het armoedebeleid: er zijn regelingen voor volwassenen, kinderen en chronisch zieken. Lang niet alle gemeenten in Nederland kennen bijvoorbeeld regelingen voor volwassenen zoals de Benefitspas. Deze regelingen hebben, met uitzondering van de Kansen voor alle Kinderen, geen duidelijke relatie met het beleidsplan 2017-2019. De resultaten van de regelingen worden gemeten door het gerealiseerde aantal verstrekkingen af te zetten tegen de streefwaarden. Deze streefwaarden zijn gebaseerd op de behaalde resultaten in de voorgaande periode. Uitzondering hierop is het programma Kansen voor alle Kinderen. Daar is het doel dat alle kinderen bereikt dienen te worden. Het inzetten op dit doel is effectief: het bereik van dit programma was in 2019 87 procent, dat is een flinke stijging ten opzichte van eerdere jaren (rond de 50 procent). De gemeente is er in geslaagd een aantal maatregelen door te voeren om de administratieve belasting te beperken. Men hoeft geen nieuwe aanvraag in te dienen voor lopende voorzieningen en bewindvoering wordt langdurig toegekend.