04 RKC Rapport iz Armoedebeleid
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek Effectiviteit van het armoede- en schuldhulpverleningsbeleid
6 januari 2021
Colofon Opdrachtgever Rekenkamercommissie Sittard-Geleen Datum Januari 2021 Auteurs Bert van Putten Michelle Ellens Reimer Vonk
KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave 1
Voorwoord Rekenkamercommissie Uit onze inventarisatie bij de raadsfracties kwam het armoedebeleid meermalen naar voren, zij het vanuit zeer verschillende invalshoeken. Bovendien is het een onderwerp wat de gemoederen in algemene – sociale - zin bezighoudt. Reden genoeg voor de Rekenkamer om een onderzoek te doen waarin de centrale vraagstelling is In hoeverre het armoedebeleid van de gemeente Sittard-Geleen als doeltreffend is aan te merken en welke financiële middelen daarmee zijn gemoeid. Deze onderzoeksopdracht is uitgevoerd door het bureau KWIZ In 2020. De definitie heeft zich beperkt tot de algemeen als zodanig gedefinieerde doelgroep armoede en de schuldhulpverlening. Daaraan wordt gewerkt door een behoorlijk gemotiveerde groep medewerkers en de kredietbank Limburg, aangevuld met een grote groep vrijwillige hulpverleningsorganisaties. Hun reacties zijn ook verwerkt in dit rapport. Opvallend is beslist dat het aandeel huishoudens dat moet rondkomen van een inkomen rondom de bijstandsnorm al jaren veel hoger is dan in vergelijkbare gemeenten en dan landelijk gemiddeld. Een aandeel dat zich beweegt rond de 10% en door de jaren heen nauwelijks kleiner wordt. Dat is ook niet de doelstelling van het beleid. Waarom niet, dat is ons niet duidelijk geworden.
Opvallend is ook de constatering dat participatie en zelfs het hebben van werk niet automatisch tot afscheid van de armoede leidt. De Raad zou het als een uitdaging kunnen zien om als gemeente uit die bovenste regionen te willen verdwijnen. Wellicht kan dat een uitgangspunt zijn in het beleid voor de jaren na 2020, waar het huidige beleidsplan liep tot 2019. Dan kan daar tevens aandacht worden gegeven aan heldere doelstellingen, indicatoren en rapportages. De huidige rapportages geven weliswaar veel informatie over geleverde inspanningen en input, maar slechts weinig/geen over de effecten van het beleid. En dat laatste is m.n. wat de Raad aangaat. Er is weinig informatie beschikbaar over de doelgroepen, wat de effectmeting bemoeilijkt. Zo weet je niet of binnen die 10% veel verversing (uitstroom/instroom) plaatsvindt, hetgeen essentieel is om beleid op te richten. Omdat de inkomenskant van deze doelgroep voor 90% geregeld wordt door het rijk (bijstand, AOW), is de bijdrage van de gemeente via de diverse regelingen beperkt tot 10%. Er wordt echter meer, sociaal werk, gedaan dan het aanvullen van inkomens, hetgeen ook is opgenomen in de kostenpost van ruim € 900.000 (buiten de schuldhulpverlening). Uitgekeerd wordt ruim € 3.500.000 (€ 38 per inwoner), waarbij de kwijtschelding gemeentelijke belastingen van ruim € 800.000 systematisch buiten beeld blijft.
Het betreft kennelijk een andere afdeling die dit behartigt, maar het is niet verhelderend dit buiten de informatievoorziening (zie ons eerdere rapport over de leesbaarheid van de informatie) en de beeldvorming inzake deze doelgroep te laten. Een ander opmerkelijk punt gaat over de beeldvorming, waarbij opvalt dat de feiten die veelal logenstraffen. Uit de benchmark blijkt dat Sittard-Geleen wat betreft het beleid ten aanzien van kinderen in armoedesituaties vooruitstrevend is, terwijl de beleving leek te zijn dat er wat meer gedaan kon worden. Ook de verdeling over verschillende doelgroepen is geen doel op zich, waarbij een vermeende achterstelling eerder veroorzaakt lijkt te zijn door de hoeveelheid (media-)aandacht die een groep krijgt, dan door de feitelijke hulpverlening. Een groep die
1
algemeen buiten het aandachtsgebied valt zijn de ondernemers in problemen, wat in de huidige corona-tijd zeer actueel is. Vraag is of deze groep voldoende op het netvlies van de Raad staat, en wellicht een plaatsje in het eerdergenoemde beleidsplan dient te krijgen. Het beeld dat de hulpvraag toeneemt zit niet in het aandeel van de doelgroep zoals boven geschetst, maar veeleer in de toenemende complexiteit van het probleem en van de regelingen. Samengevat wordt er veel inspanning gepleegd voor een doelgroep, die vrij constant is en waar voornamelijk een bijdrage wordt geleverd aan de draagkracht van de huishoudens. Ook veel vrijwilligers bekommeren zich om (delen van) deze doelgroep. De gemeente speelt een belangrijke regierol in afstemming van het beleid met deze ketenpartners. Van de gemeenteraad zou op dit sociale punt, wat beeldbepalend is voor de gemeente een actieve rol verwacht mogen worden. Daarmee leggen wij dit uitvoerige rapport graag voor aan de Raad. Wij zijn beschikbaar voor het beantwoorden van vragen, evenals KWIZ. Tenslotte woorden van dank voor de betrokken medewerking van allen, evenals aan de mensen en organisaties die hebben meegesproken. Oktober 2020. Drs. P.M.M. Rademacher Voorzitter Rekenkamercommissie Sittard-Geleen.
2
Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 4 Deel 1 Bestuurlijke samenvatting
6
Deel 2 Bevindingenrapportage
16
1. Kerngegevens actuele armoede in Sittard-Geleen ................................................................. 17 1.1. Kerngegevens ................................................................................................................... 17 1.2. Gesignaleerde ontwikkelingen in de doelgroep ................................................................ 20 1.3. Impact van de coronacrisis ............................................................................................... 22 1.4. Bevindingen en conclusies ............................................................................................... 22 2. Armoedebeleid en schuldhulpverlening in context .................................................................. 23 2.1. Armoede- en schuldhulpverleningsbeleid in de gemeente Sittard-Geleen ...................... 23 2.2. Monitoring van het beleid .................................................................................................. 28 2.3. Partners in de strijd tegen armoede en schulden ............................................................. 31 2.4. Financiën .......................................................................................................................... 34 3. Uitvoering en resultaten van het beleid ................................................................................... 37 3.1.
Regelingen en instrumenten armoedebeleid .................................................................... 37 3.2. Regelingen en instrumenten schuldhulpverlening ............................................................ 43 3.3. In hoeverre is er sprake van cumulatie van regelingen? .................................................. 48 4. Betrokkenheid van de gemeenteraad ..................................................................................... 51 4.1. Procedure ......................................................................................................................... 51 4.2. Bevindingen en conclusies .............................................................................................. 52 5. Bestuurlijke reactie van het College ........................................................................................ 53 6. Nawoord Rekenkamercommissie ........................................................................................... 63 Bijlage 1. Interviewprotocol ......................................................................................................... 64 Bijlage 2. Overzicht thema’s per interview .................................................................................. 65 Bijlage 3. Normenkader ...............................................................................................................
66 Bijlage 4. Producten en diensten schuldhulpverlening Kredietbank Limburg (KBL) ................... 68 Bijlage 5. Financiële overzichten ................................................................................................. 69 Bijlage 6. Verantwoording enquête maatschappelijke organisaties ............................................ 72
3
Inleiding Deze bevindingenrapportage beschrijft de resultaten van het onderzoek naar het armoede en schuldhulpverleningsbeleid uitgevoerd door de Rekenkamercommissie Sittard-Geleen. Aanleiding onderzoek Het armoede- en schuldhulpverleningsbeleid is in de gemeente Sittard-Geleen een actueel thema. De Rekenkamercommissie Sittard-Geleen (kortweg: RKC) heeft in het onderzoeksprogramma voor 2018-2019 na een rondgang bij de raadsfracties een onderzoek naar het armoedebeleid opgenomen. Door het uitvoeren van een onderzoek wenst de RKC de gemeenteraad inzicht te geven in de doelmatigheid van het huidige beleid en daarmee tevens handvatten te bieden voor hun kaderstellende rol. Afbakening onderzoek Dit onderzoek richt zich op het armoedebeleid en schuldhulpverleningsbeleid. Voor de definitie van armoede sluiten we aan bij de definitie die het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) hanteert: Armoede is te weinig financiële mogelijkheden hebben om de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen te bekostigen. Iemand is arm wanneer hij onvoldoende inkomen heeft voor bijvoorbeeld voeding of een goede woning. Hij is niet arm als hij wel voldoende inkomen heeft, maar dat aan iets anders uitgeeft. Armoede is in deze definitie gebaseerd op het inkomen.
Hierbij maken we een onderscheid tussen: (1) preventief armoedebeleid (voorkomen dat men in de armoede of schulden komt), dit heeft uiteraard ook een relatie tot activiteiten in het sociaal domein zoals WMO en jeugdwet) (2) curatief armoedebeleid (zorgen voor de groep die nu in armoede leeft) (3) activerend armoedebeleid (bevorderen van de uitstroom). Zoals gezegd beperken we ons tot de definitie zoals gedefinieerd door het SCP. In het onderzoek worden wel verbanden gelegd met aanpalende beleidsterreinen, maar altijd met de focus op het armoedebeleid zelf. De reden hiervoor is dat anders het onderzoek te breed zou worden. Het beleid van de gemeente Sittard-Geleen gaat uit van een integrale benadering van de leefgebieden, zoals bijvoorbeeld de aanpak van voortijdig schoolverlaten en coaching naar werk, om armoede te voorkomen en te bestrijden. Schuldhulpverlening wordt uitdrukkelijk wel betrokken bij het onderzoek, gezien de grote overlap in de doelgroep. Onderzoeksvragen Voor de beleidsanalyse gaan we uit van de volgende centrale onderzoeksvragen: Het armoedebeleid in context: 1. Wat zijn de kerngegevens over de actuele armoede in de gemeente Sittard-Geleen en worden deze gemonitord?; 2. Wat is het armoedebeleid van de gemeente: welke doelstellingen zijn er gesteld, welke regelingen zijn er?; 3. Wie zijn de belangrijkste partners in de strijd tegen armoede? 4.
Welke middelen (herkomst) heeft de gemeente ingezet en beschikbaar in de strijd tegen armoede?; Resultaten van het armoedebeleid: 5. Op welke wijze vindt monitoring van het beleid plaats?; 6. Op welke wijze worden de resultaten gemeten?; 7. Welke resultaten zijn er bereikt? 8. Waarom/ hoe zijn deze resultaten bereikt (kritische succesfactoren)?;
4
9. In hoeverre is er sprake van een cumulatie van regelingen?; 10. Op welke wijze wordt de gemeenteraad betrokken bij en geïnformeerd over de doelstellingen, uitvoering, de resultaten en de inzet van middelen van het armoedebeleid?
Onderzoeksaanpak Het onderzoek is uitgevoerd in een drietal fasen. De eerste fase van het onderzoek bestond uit deskresearch. In deze fase is een overzicht gemaakt van de stand van zaken ten aanzien van de actuele armoede in Sittard-Geleen en is een uitgebreide analyse uitgevoerd van het beleid, de financiën en de wijze van verantwoording. Vervolgens hebben we in de tweede fase interviews gehouden met betrokkenen vanuit de gemeente en Kredietbank Limburg en is er een enquête uitgezet onder ketenpartners die actief zijn in de gemeente Sittard-Geleen op het gebied van armoede en schulden. Op basis van de bevindingen uit de eerste twee fasen zijn in de derde fase conclusies getrokken en aanbevelingen geformuleerd.
Dankzegging Zonder de medewerking van betrokkenen vanuit de gemeente Sittard-Geleen was dit onderzoek niet tot stand gekomen. We willen daarom de medewerkers van de gemeente hartelijk danken voor de prettige samenwerking gedurende het onderzoek.
Leeswijzer De rapportage begint met de bestuurlijke samenvatting. Hierin wordt per onderzoeksvraag ingegaan op de bevindingen en deze worden afgezet tegen de normen. Daarnaast worden hier enkele aanbevelingen gedaan. Het tweede deel van de rapportage bevat de bevindingen. We starten met de kerngegevens over de actuele armoede in de gemeente Sittard-Geleen. Ook wordt ingegaan op de ervaringen van ketenpartners en gemeentelijke medewerkers. Vervolgens gaan we in op de doelstellingen van het armoedebeleid en schuldhulpverlening, de afspraken die zijn gemaakt over de monitoring ervan en de ontwikkeling van de kosten. In het derde deel wordt nader ingegaan op de uitvoering en de resultaten van het armoedebeleid. Daarbij gaat het om onderwerpen als de regelingen en de samenwerking met andere organisaties. Het vierde deel van de rapportage betreft de positie die de gemeenteraad inneemt ten aanzien van het armoede- en schuldhulpverleningsbeleid. De bijlagen bevatten achtereenvolgens het gehanteerde normenkader en de evaluatie van de normen, een overzicht van de producten en diensten van de Kredietbank Limburg, de financiële overzichten en een verantwoording van de enquête die is uitgezet onder maatschappelijke organisaties.
5
DEEL 1 Bestuurlijke samenvatting
6
Bestuurlijke samenvatting De vraagstelling: “in hoeverre is het armoedebeleid van de gemeente Sittard-Geleen als doeltreffend aan te merken en welke financiële middelen zijn hiermee gemoeid?” staat centraal in het onderzoek naar het armoedebeleid. In dit hoofdstuk zijn aan de hand van de 10 onderzoeksvragen de belangrijkste conclusies weergegeven en worden op basis daarvan aanbevelingen gedaan.
Wat zijn de kerngegevens over de actuele armoede in de gemeente Sittard-Geleen en worden deze gemonitord? Samenvatting bevindingen In de gemeente Sittard-Geleen moeten circa 4050 huishoudens -10 procent van alle huishoudens- rondkomen van een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm. Dit aandeel is hoger dan in gemeenten met een vergelijkbare omvang en is ook hoger dan het landelijk gemiddelde. Ook het aandeel kinderen dat opgroeit in armoede is groter dan elders. Sinds 2015 is het aandeel minimahuishoudens redelijk stabiel gebleven. Dit is vergelijkbaar met landelijk en gemeenten met een vergelijkbare omvang. Het aandeel huishoudens met problematische schulden ligt met 10 procent in de gemeente Sittard-Geleen hoger dan het landelijk gemiddelde van 8 procent. Het aandeel huishoudens met een problematische schuldsituatie is in de periode 2015-2018 in Sittard-Geleen licht gedaald. De ketenpartners ervaren dat de doelgroep groter wordt en dat de doelgroep niet volledig in beeld is. Ook geeft men aan dat de problematiek complex is en er relatief vaak sprake is van multiproblematiek. Het vermoeden van ketenpartners en van de gemeente blijft dat er nog steeds relatief veel gevallen zijn van stille of verborgen armoede.
Op het moment dat mensen in beeld zijn kan ook de integraliteit beter worden opgepakt, zeker omdat de problematiek waarmee mensen uit de doelgroep kampen volgens betrokkenen steeds complexer wordt. De impact van de corona crisis op de doelgroep is nog niet duidelijk. De verwachting is dat met name de al kwetsbare doelgroepen en kinderen geraakt zullen worden. Aan de andere kant heeft de groep mensen die al langer van een uitkering rondkomt (bijvoorbeeld uit arbeidsongeschiktheid of Participatiewet) feitelijk een stabiel inkomen dat door coronapandemie niet meteen wordt geraakt. Wel kan de kans op inkomensverbetering kleiner worden.
Norm -
Er zijn kerngegevens over de actuele armoede in de gemeente Sittard-Geleen beschikbaar. De actuele armoede wordt gemonitord.
Conclusie De beschikbare kerngegevens zijn afkomstig van het CBS. Deze gegevens zijn openbaar beschikbaar. De gemeente doet zelf geen onderzoek naar de kerngegevens rond armoede en schuldhulpverlening en monitort niet actief de ontwikkeling in deze doelgroepen. De ervaren ontwikkeling door ketenpartners van de doelgroep stemt niet overeen met de feitelijke ontwikkeling. Een mogelijke reden hiervoor is dat inwoners steeds beter de weg weten te vinden naar de gemeente, maatschappelijke organisatie of schuldhulpverlening.
Aanbevelingen x
7
Richt een monitor in om de doelgroepen van het armoedebeleid en schuldhulpverlening in beeld te krijgen. Start de nieuwe beleidsperiode met een nulmeting. Richt de
x
aandacht daarbij ook op de groep die in langdurige armoede zit en op de in- en uitstroom: welke groepen stromen in of uit en welke rol speelt het beleid daarin? Ga in gesprek met de ketenpartners over de ervaringen rond de complexiteit van de problematiek en omvang van de doelgroep om meer grip te krijgen op het verschil tussen de beleving en feitelijke cijfers. De resultaten van het gesprek kunnen gebruikt worden voor verdere verbetering van de samenwerking en de werkwijze tussen de ketenpartners onderling en tussen de gemeente en de ketenpartners.
Beleid en monitoring -
Wat is het armoedebeleid van de gemeente Welke doelstellingen zijn er gesteld Op welke wijze vindt monitoring van het beleid plaats?
Samenvatting bevindingen Het armoedebeleid is integraal onderdeel van het beleid rond de Participatiewet. Er is dus geen apart geformuleerd armoedebeleid. Het beleid heeft als doel meedoen in de samenleving, het liefst via uitstroom vanuit de uitkering naar werk of anders andere vormen van meedoen aan de samenleving. De fundamentele aanpak staat centraal: kijken naar wat nodig is voor de burger over alle leefgebieden heen. De gemeente wil een integrale werkwijze realiseren waar binnen maatwerk mogelijk is. Het gaat daarbij onder meer om het doorbreken van de cirkel van armoede, aanpakken van de problemen op meerdere leefgebieden en aanwezig zijn in de wijk. De gemeente kiest in het armoedebeleid duidelijk voor gezinnen met kinderen. Net als vrijwel alle andere gemeenten in Nederland heeft Sittard-Geleen met Kansen voor alle Kinderen een uitgebreid pakket gericht op kinderen die opgroeien in armoede ontwikkeld. In dit pakket wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht met organisaties en scholen. In de schuldhulpverlening zijn de doelstellingen financiële zelfredzaamheid en het oplossen en hanteerbaar maken van de schulden. Veel andere gemeenten richten zich nog uitsluitend op het oplossen van schulden.
Er is een aantal richtingwijzers geformuleerd over hoe de gemeente dit wil bereiken, zoals brede toegankelijkheid, bevorderen professionaliteit en het verminderen van onderbewindstellingen. De gemeente Sittard-Geleen was in 2017 een van de voorlopers op dit gebied om de kosten van bewindvoering in de hand te krijgen. De schuldhulpverlening wordt geheel uitgevoerd door Kredietbank Limburg (KBL). De KBL is een gemeenschappelijke regeling tussen 6 gemeenten waaronder Sittard-Geleen. Door deze constructie is het lastig om zelf accenten te leggen, omdat daar een meerderheid voor moet zijn. Wel is er ruimte voor pilots op gemeenteniveau. De monitoring van het beleid vindt plaats via verschillende rapportages zoals de programmabegroting, programmarapportages, jaarrekening en de kwartaalrapportage sociaal domein. Voor een aantal onderdelen, zoals het aantal verstrekte regelingen, heeft de gemeente streefwaarden geformuleerd. Deze zijn gebaseerd op de ervaringen uit het verleden. Met KBL zijn duidelijke rapportage afspraken gemaakt. Door de regelmaat van de informatietoelevering en de korte lijnen tussen de gemeente en de KBL kan direct worden gestuurd – en dit gebeurt ook. De gemeente is in 2020 gestart met het opzetten van een systematiek om effecten te meten van schuldhulpverlening.
Norm -
8
Er is door de gemeenteraad vastgesteld beleid dat geldt voor de onderzoeksperiode. De doelstellingen zijn helder, toetsbaar en in samenhang met elkaar geformuleerd. Er is gespecificeerd hoe gemeten wordt dat deze doelstellingen worden gerealiseerd. Monitoring maakt onderdeel uit van de PDCA-cyclus
Conclusie Het armoedebeleid en schuldhulpverleningsbeleid maken integraal onderdeel uit van het beleid rond de Participatiewet. De beleidsperiode beslaat van 2016 tot en met 2019. Voor de periode vanaf 2020 is er nog geen nieuw beleidsplan vastgesteld. In het beleid is geen duidelijke definitie van armoede opgenomen. Ook zijn de beleidsvoornemens en doelstellingen over het algemeen niet heel concreet beschreven, al is een aantal doelstellingen wel vertaald naar concreet te behalen resultaten. Zo is bij het programma Kansen voor alle Kinderen geformuleerd dat alle kinderen in armoede bereikt dienen te worden (zie ook onderzoeksrapport leesbaarheid begroting, RKC, 2020). Het armoedebeleid en schuldhulpverleningsbeleid kennen grote ambities en er is een duidelijke samenhang tussen de doelstellingen en de sociale visie van de gemeente: bij beiden staan het stimuleren van en/ of wegnemen van belemmeringen voor meedoen in de samenleving en van zelfredzaamheid centraal. De integrale aanpak die de gemeente hanteert, maakt het meetbaar maken van de effecten complexer. Immers, er wordt inzet op meerdere leefgebieden gepleegd en hierdoor is niet duidelijk welke inzet nu leidt tot welk effect. De gemeente Sittard-Geleen geeft aan dat de effecten van het beleid niet altijd te vertalen zijn in prestatie-indicatoren.
De gemeente kiest er dus bewust voor sommige programma’s niet te vertalen naar een specifiek gewenst resultaat. Hierdoor is het niet duidelijk in hoeverre de doelstellingen worden gerealiseerd. Hiermee doet de gemeente Sittard-Geleen zich gezien de lopende programma’s te kort. Daarnaast belemmert het feit dat er weinig concrete doelstellingen zijn gesteld ook de monitoring en daarmee ook de input voor verbeteringen in beleid of processen (de PDCA1-cyclus).
Aanbevelingen -
-
Maak een beleidsplan voor de periode vanaf 2020. Neem hierin een duidelijke definitie van armoede op. Probeer de effecten van het beleid meetbaar te maken door formulering van indicatoren. Baken daarbij duidelijk af hoever de invloed van de gemeente gaat. Benoem ook de meer kwalitatieve doelstellingen waarop op inspanningsverplichting wordt verantwoord. Maak daarbij gebruik van leerpunten uit de ontwikkeling van de effectmeting voor schuldhulpverlening. Breng de ontwikkeling ook in beeld en maak daarbij gebruik van bijvoorbeeld benchmark informatie of vergelijkingen met voorgaande periodes. Monitor vervolgens de indicatoren en gebruik deze weer als input voor verbeteringen in het beleid of de uitvoering. Op dat moment gaat de PDCA-cyclus transparanter werken.
Wie zijn de belangrijkste partners in de strijd tegen armoede? Samenvatting bevindingen Er zijn veel organisaties actief in de gemeente Sittard-Geleen op het gebied van armoede en schuldhulpverlening. De samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en deze organisaties is wisselend van aard en varieert van subsidierelatie tot vrijblijvende samenwerking. Uit de enquête onder ketenpartners2 blijkt dat zowel de samenwerking met de gemeente als met het gebiedsteam in het algemeen als voldoende wordt ervaren. Men heeft, mede door het grote aantal ketenpartners, een gebrek aan inzicht in wie welke taken uitvoert. Er is weliswaar periodiek overleg tussen de gemeente en de maatschappelijke organisaties om te kijken of de lijnen nog steeds kort genoeg zijn, maar gemeentelijke regie ontbreekt in de ogen van de ketenpartners. Daarbij laat men in het midden wat men precies onder de regierol van de gemeente verstaat.
1
Plan-Do-Check-Act. Voor de enquête zijn 30 organisaties aangeschreven. Hiervan hebben 16 organisaties de enquête ingevuld.
2
9
De ketenpartners zijn in het algemeen neutraal of tevreden over het beleid. De toegankelijkheid en bekendheid van het minimabeleid zijn verbeterpunten: een aantal ketenpartners geeft aan met slechts één regeling bekend te zijn. Bij de uitvoering van Kansen voor alle kinderen zet de gemeente actief in op samenwerking met maatschappelijke organisaties en scholen. Volgens de gemeente is deze aanpak de meest waarschijnlijke succesfactor in het hoge bereik van het programma Kansen voor alle Kinderen.
Norm -
De belangrijkste partners in de strijd tegen armoede zijn bekend. Er zijn samenwerkingsafspraken met de belangrijkste partners. De doelstellingen en inhoud van het beleid sluiten aan bij de wensen van de externe organisaties c.q. ketenpartners. Externe organisaties zijn tevreden over de wijze waarop de uitvoering plaatsvindt. Externe organisaties zijn tevreden over de samenwerking met de gemeente.
Conclusie De gemeente Sittard-Geleen kent een uitgebreid netwerk aan organisaties die actief zijn rond armoede en schulden. De gemeente kent deze organisaties en heeft met de meeste ook samenwerkingsafspraken. De organisaties geven een aantal verbeterpunten aan voor het beleid en de uitvoering, maar zijn er in het algemeen tevreden over. Ook over de samenwerking met de gemeente en het gebiedsteam zijn de ketenpartners over het algemeen tevreden, maar er is bij de organisaties geen eenduidige visie over welke rol de gemeente daarin moet nemen. Enerzijds is de gemeente neutraal zodat elke organisatie complementair kan functioneren, anderzijds verwachten de organisaties meer regie van de gemeente. Het kan de organisaties helpen om meer zicht te hebben op het netwerk als geheel.
Aanbevelingen -
Investeer in betekenis geven aan de gemeentelijke regiefunctie, binnen de gemeente maar ook samen met de maatschappelijke partners. Ga na of en wat er dan anders dient te gaan ten opzichte van de huidige invulling van de regierol van de gemeente. Schep transparantie in de doelen en taken van alle organisaties die actief zijn op het terrein van armoedebestrijding en schuldhulpverlening.
Welke middelen (herkomst) heeft de gemeente ingezet en beschikbaar in de strijd tegen armoede? Samenvatting bevindingen De gemeente besteedt jaarlijks circa 6,5 miljoen euro aan programmakosten voor armoedebeleid (€3,1 miljoen) en schuldhulpverlening ((€3,4 miljoen) en bijna €900.000 aan uitvoeringskosten. In 2019 zijn de bestedingen in lijn gebracht met de daadwerkelijke behoefte, na onderbesteding in 2017 en 2018. Kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen maken geen onderdeel uit van deze kosten. De kosten van schuldhulpverlening stijgen door de kosten van beschermingsbewind. Voor schuldhulpverlening geldt dat de kosten voor de gemeente Sittard-Geleen bestaan uit twee delen: de dienstverlening en de mogelijke exploitatietekorten van de gemeenschappelijke regeling. Op beide delen kunnen tekorten optreden. Norm -
10
De ingezette middelen zijn bekend. Afwijkingen ten opzichte van de begroting zijn toegelicht.
Conclusie De rapportages geven een duidelijk beeld van de ontwikkeling van de ingezette middelen. Afwijkingen voor programmakosten worden toegelicht, ontwikkelingen in de uitvoeringskosten niet. De kosten van de schuldhulpverlening bevatten de kosten van de geleverde dienstverlening en eventuele exploitatietekorten van de gemeenschappelijke regeling. De begroting is gebaseerd op realisatie in de afgelopen periode en voor een deel op basis van de verwachte ontwikkelingen en veranderingen in beleid en uitvoering.
Aanbevelingen -
-
-
De begroting is gebaseerd op realisatie in de afgelopen periode en voor een deel verwachtingen. Het is nu niet duidelijk waar de verwachtingen precies op gebaseerd zijn. Onderbouw deze verwachtingen helder in de begroting. Breng de kosten van de kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen ook onder bij het armoedebeleid. Dit geeft nog meer inzicht in de totale kosten van het armoedebeleid. De ambitie om de cirkel van armoede te doorbreken en meer verborgen doelgroepen te bereiken, kan op de kortere termijn betekenen dat de kosten van de regelingen behoorlijk kunnen gaan stijgen. Dit is dus een potentieel financieel risico. Op de langere termijn kunnen de kosten dan eventueel gaan dalen. Hou hier rekening mee in de begroting. Dit geldt ook voor de financiële gevolgen van de coronacrisis.
Regelingen en instrumenten armoedebeleid en schuldhulpverlening In dit onderdeel geven we antwoord op een viertal onderzoeksvragen: - Welke regelingen zijn er? - Op welke wijze worden de resultaten gemeten? - Welke resultaten zijn er bereikt? - Waarom/ hoe zijn deze resultaten bereikt (kritische succesfactoren)?
Samenvatting bevindingen De gemeente kent verschillende regelingen voor het armoedebeleid die de gehele doelgroep van het armoedebeleid bedienen: volwassenen, kinderen, chronisch zieken. Deze regelingen hebben, met uitzondering van de Kansen voor alle Kinderen, geen duidelijke relatie met het beleidsplan 2017-2019. De resultaten van de regelingen worden gemeten door het gerealiseerde aantal verstrekkingen af te zetten tegen de streefwaarden. Deze streefwaarden zijn gebaseerd op de behaalde resultaten c.q. aantallen in de voorgaande periode en niet op de doelstellingen. De streefwaarden worden daarom ook vaak gehaald. Alleen bij het programma Kansen voor alle Kinderen is er een echte resultaatmeting: het bereik van dit programma was in 2019 87 procent, dat is een flinke stijging ten opzichte van eerdere jaren (rond de 50 procent). De administratieve verlichting (voor kinderen hoeft men geen bonnetjes meer aan te leveren) heeft hier waarschijnlijk aan bijgedragen. De gemeente wil door goede communicatie verborgen doelgroepen beter bereiken, de bekendheid van het aanbod van regelingen en ondersteuning vergroten en de drempel om hulp te vragen verlagen. Dit is niet gerealiseerd, in 2020 is dit opgepakt. Wel heeft de gemeente werk gemaakt van het verlagen van de administratieve lasten.
Bij de gemeente Sittard-Geleen is de integrale fundamentele aanpak sterk in ontwikkeling, de hulpvraag wordt nu breder opgepakt, het aantal bezwaarschriften is sterk gedaald en uit klanttevredenheidsonderzoek blijkt dat men zich gehoord voelt. Er zijn meerdere loketten in de gemeente waar men zich kan melden, zoals het Sociaal Plein, de gemeente of de Kredietbank Limburg. De professional heeft een bepaalde mate van vrijheid in het handelen, een van bovenaf georganiseerde of geïnstitutionaliseerde samenwerking ontbreekt. Het is daarbij de bedoeling dat één organisatie de regie houdt over het plan en dat
11
niet iedereen de regie overneemt. Welke organisatie dat is, hangt af van de hoofdvraag van de inwoner. Bij een aanmelding voor schuldhulpverlening geldt dat burgers worden doorverwezen naar KBL. De aanvraag schuldhulpverlening wordt apart opgepakt en niet integraal over alle leefgebieden zoals de gemeente graag wil. De schuldhulpverlening is volledig uitbesteed aan de Kredietbank Limburg (KBL). De samenwerking tussen de gemeente en KBL is goed. Er zijn specifieke instrumenten ingezet op vroegsignalering, preventie, jongeren en bewindvoerders. Zo zijn er ten aanzien van vroegsignalering afspraken gemaakt met woningcorporaties en energieleveranciers. De KBL neemt na een signaal bij betalingsachterstanden direct contact op met de inwoner. Voor jongeren zijn er diverse preventieprogramma’s geïnitieerd vanuit de gemeente Sittard-Geleen. Zo wordt er door de KBL een voorlichtingsprogramma gegeven op scholen in Sittard-Geleen. Daarnaast is Sittard-Geleen de enige gemeente in de regio met een jongerenloket, waarbij jongeren zo integraal mogelijk worden geholpen. Ook heeft de gemeente Sittard-Geleen als enige een convenant gesloten tussen bewindvoerders, de KBL en de gemeente, en wil de gemeente nader vorm geven aan het stimuleren van zelfredzaamheid van de burger. Met de bovengenoemde initiatieven speelt de gemeente Sittard-Geleen een duidelijke voortrekkersrol in de regio.
Voor ondernemers is er geen sluitende, integrale werkwijze op dit moment. Zij worden doorverwezen naar een gespecialiseerd bureau gericht op de schulden. ZZP’ers worden wel door KBL geholpen, maar feitelijk heeft KBL geen opdracht van de gemeente hiervoor. Het meten van resultaten geschiedt aan de hand van de rapportages die de KBL aan de gemeente levert. De rapportages op productniveau geven een gedetailleerd beeld van het aantal klanten en diensten. Het is geen inhoudelijke, kwalitatieve rapportage over de mate van realisatie. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de vermindering van onder bewindstellingen op grond van verkwisting of problematische schulden, de resultaten van vroegsignalering 3 en de mate waarin financiële zelfredzaamheid is bereikt. Dergelijke rapportages ontbreken in de rapportages van KBL, en ook in de jaarrekeningen van de gemeente.
Norm -
Er is een eenduidige relatie tussen de geformuleerde doelstellingen en de te bereiken resultaten. De doelstellingen zijn voldoende gerealiseerd. De redenen voor afwijking van de doelstellingen zijn bekend. Afwijkingen van de realisatie worden opgevolgd door verbetervoorstellen en bijsturing. De meting van de resultaten worden toegepast in een PDCA-cyclus en vormt derhalve de input voor mogelijke aanpassingen in beleid en uitvoering.
Conclusie Voor veel geformuleerde doelstellingen geldt dat er geen eenduidige relatie met de te bereiken resultaten is. Een concreet voorbeeld is de doelstelling vanuit Kansen voor alle kinderen: daar is een concreet doel aangegeven (alle kinderen in armoede bereiken), maar wordt verder niet ingegaan op wat het resultaat is als alle kinderen zijn bereikt. Ook worden in de beleidsstukken en verantwoordingsrapportages geen nadere cijfers gepresenteerd over de ontwikkeling van de armoedeproblematiek en de bereikte effecten van het beleid. Uit de verschillende rapportages is ook geen trend te destilleren. Het is daarom niet mogelijk de effectiviteit van het beleid te meten. De gemeente Sittard-Geleen geeft aan dat een aanpak niet altijd te vertalen is in een prestatie-indicator, zeker ook omdat 3
De gemeente werkt op basis van een convenant of overeenkomst samen met verschillende partners. Dit betreft het voorkomen van uithuiszettingen, water- en energieafsluitingen en vroegtijdige signalen van betalingsachterstanden. Met inwoners die zich in een bedreigende situatie bevinden, zoals bij uithuiszetting of afsluiting, zoekt de KBL binnen drie werkdagen na melding of constatering contact.
12
een deel van de aanpak maatwerk is. De gemeente rapporteert een aantal cijfers, zoals de ontwikkelingen in het aantal huishoudens dat wordt bereikt met de regelingen. Dat is weliswaar een interessant gegeven, maar ook dit is meer een inspanningseffect en geen indicator van de effectiviteit van het beleid. Op het moment dat er een waarde aan een dergelijk cijfer wordt gegeven, wordt het een indicator. Overigens is de wijze van rapporteren, met name op output en niet of minder op effecten, gangbaar in vrijwel alle gemeenten. De aanpak om nu voor schuldhulpverlening een effectmetingssystematiek op te gaan zetten, biedt mogelijk ook aanknopingspunten voor het armoedebeleid. De integrale aanpak kost tijd om echt van de grond te komen. Er is tevens een aantal risico’s die dit mogelijk in de weg staan: - Er is geen duidelijke regisseur op beleid en uitvoering. Nagegaan dient te worden of dit gewenst is. - Daar komt bij dat er enerzijds een integrale aanpak is bij de verschillende loketten waar men zich kan melden, anderzijds geven de ketenpartners aan dat door de versnippering men niet weet wat er allemaal gebeurt in het werkveld. - Schuldhulpverlening staat deels buiten het Sociaal Plein en dat betekent dat het financiële deel niet volledig wordt meegenomen bij de analyse van de leefgebieden. - Er zijn veel loketten / organisaties waar burgers zich kunnen melden.
Dit vergroot de laagdrempeligheid, maar maakt de uitdaging om echt samen te werken op basis van een integrale aanpak groter. - Er is nog een duidelijke scheiding tussen het Sociaal Plein en de backoffice waar de daadwerkelijke verstrekkingen plaatsvinden. Bij de doorverwijzingen kunnen burgers uit het vangnet vallen. Monitor de mate waarin dit gebeurt en acteer daar op.
Aanbevelingen -
-
-
-
Voor initiatieven als de voorlichtingen op de (regionaal georiënteerde) middelbare en Mbo-scholen en het convenant met bewindvoerders is het efficiënter als deze door alle gemeenten die deelnemen aan de KBL zou worden gevolgd. Werk aan verbreding van deze initiatieven in de regio. ZZP-ers en ondernemers met schulden vallen nu tussen wal en schip. Hiervoor dient een aparte opdracht te worden verstrekt. Het helpen van ondernemers met schulden vereist specifieke expertise. De instroom vanuit bijvoorbeeld TOZO kan extra inzichten opleveren voor de gemeente omtrent het vormgeven van deze dienstverlening. Benut die kans. Ontwikkel vanuit de doelstellingen prestatie-indicatoren die een duiding geven over de effecten van het beleid. Ga daarbij niet uit van de inspanningsverplichting maar van het te bereiken effect. Dit kan ook door bijvoorbeeld een samenloop van inspanningsverplichtingen als indicator te nemen. Een voorbeeld voor Kansen voor alle Kinderen is dat een zo groot mogelijk deel van de doelgroep wordt bereikt en dat duidelijk is op welke wijze het bestede budget bij kinderen bijdraagt aan de participatie en gezondheid van kinderen. Dit kan dan gemeten worden door bijvoorbeeld peilingen onder deze groepen. Ga in het algemeen door met het uitvoeren van klanttevredenheidsonderzoeken om de effecten te meten.
Zorg daarbij enerzijds voor een vaste set aan vragen om een trend te kunnen meten, en meet anderzijds ook afwisselend specifieke onderdelen waar bijzondere aandacht voor is.
In hoeverre is er sprake van een cumulatie van regelingen? Samenvatting bevindingen In de uitvoering van armoede en schuldhulpverlening is er een veelheid aan organisaties actief in de gemeente Sittard-Geleen. Rond schuldhulpverlening ligt het primaat van de uitvoering duidelijk bij de KBL. Ketenpartners vinden dat er te veel organisaties zijn in het maatschappelijk veld. Hierdoor wordt het voor professionals, vrijwilligers en bewoners onoverzichtelijk waar zij
13
terecht kunnen en welke organisatie precies welke activiteiten onderneemt. Ook zijn de organisaties soms nog te zeer bezig met hun eigen gebied, waardoor samenwerking lastig is en men geen inzicht heeft in elkaars bezigheden. Hierdoor ontstaat het risico op overlap in de ondersteuning. De cumulatie van landelijke en lokale regelingen geeft een huishouden per maand een aanvulling op het inkomen. Een alleenstaande ouder huishouden kan bijvoorbeeld per maand ruim €1.000,- aan toeslagen vanuit het Rijk ontvangen en €196 vanuit de gemeentelijke regelingen. Norm -
De multiproblematiek onder aanvragers is bekend. Regelingen sluiten goed op elkaar aan; witte vlekken in het beleid zijn bekend.
Conclusie Alle betrokken organisaties geven aan vanuit meerdere leefgebieden de hulpvraag van de klant te benaderen. Echter, ketenpartners missen de regie van de gemeente, in de zin van facilitering van betere samenwerking en communicatie en meer sturing op welke organisatie welke ondersteuning dient te bieden. Nu hebben niet alle organisaties zicht op de activiteiten die andere organisaties uitvoeren waardoor er dubbelingen (kunnen) ontstaan. Op deze dubbelingen en / of witte vlekken is geen goed zicht.
Aanbevelingen -
Zie de aanbevelingen over het invullen van de regiefunctie onder samenwerkingspartners van de gemeente.
Op welke wijze wordt de gemeenteraad betrokken bij en geïnformeerd over de doelstellingen, uitvoering, de resultaten en de inzet van middelen van het armoedebeleid? Samenvatting bevindingen In het interview hebben gemeenteraadsleden aangegeven in de kern een integraal en proactief armoedebeleid te willen. Ook willen ze meer betrokken en beter geïnformeerd worden. Enerzijds kan het college actiever de Raad informeren en bij de hand nemen door bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten en werkbezoeken te organiseren. Anderzijds geven de gemeenteraadsleden zelf aan hier ook actiever in te kunnen zijn door betere afspraken te maken met het college. De gemeenteraad wordt geïnformeerd en neemt op basis daarvan ook beslissingen. De integraliteit in de beleidsstukken wordt echter gemist: nu worden de onderwerpen apart geagendeerd: dan een voorstel met betrekking tot de KBL, dan Kansen voor alle Kinderen en dan weer een ander aspect van armoedebeleid. Er zijn geen heldere afspraken gemaakt wanneer welke informatie en welke onderwerpen aangereikt worden aan de gemeenteraad. Dit staat los van de reguliere P&C-cyclus. Hierbij heeft de gemeenteraad de afgelopen jaren een afwachtende houding aangenomen en het initiatief bij het college gelaten. Norm De gemeenteraad stelt de kaders voor het beleid rond armoede en schulden.
De gemeenteraad krijgt periodiek de vastgestelde set informatie over de schuldhulpverlening ten aanzien van: - de mate van realisatie van de beleidsdoelstellingen; - de oorzaken van eventuele afwijkingen hiervan.
14
Conclusie Er zijn verschillende verwachtingen over hoe de gemeenteraad betrokken dient te worden bij het beleid. Het is niet vastgelegd hoe en wanneer de Raad geïnformeerd wordt gedurende het beleids- en besluitvormingsproces. Voorbeeld zijn de verwachtingen rond het beleidsplan voor de Participatiewet. De beleidsperiode liep tot 2019 en de gemeenteraad verwacht een evaluatie en een nieuw beleidsplan. Dit was echter niet als zodanig afgesproken. Daarnaast is er beleidsmatig en in de visie van de gemeente sprake van integraal beleid, de rapportages naar de Raad betreffen echter vaak onderdelen van het beleid.
Aanbevelingen -
-
15
Maak duidelijke afspraken over de informatieproducten die in elke fase rond besluitvorming opgeleverd dienen te worden. Maak ook afspraken als gemeenteraad hoe, wanneer en op welke wijze men geïnformeerd wil worden over de voortgang. Neem als gemeenteraad het initiatief hier in. Toets de plannen op de mate waarin de doelstellingen vertaald zijn naar prestatieindicatoren en welke waardes aan deze indicatoren worden toegekend. Indien het niet mogelijk is om een indicator aan een doelstelling te koppelen, geef aan hoe er wel over gerapporteerd kan worden over voortgang of effect.
DEEL 2 Bevindingenrapportage
16
1. Kerngegevens actuele armoede in Sittard-Geleen Onderzoeksvragen In dit eerste deel van de bevindingen geven we antwoord op de volgende onderzoeksvraag: 1. Wat zijn de kerngegevens over de actuele armoede in de gemeente Sittard-Geleen?
1.1. Kerngegevens Doelgroep armoedebeleid In Sittard-Geleen wordt waarstaatjegemeente.nl gebruikt om de omvang en samenstelling van de doelgroep voor het armoedebeleid te bepalen4. Waarstaatjegemeente.nl is een website die gevuld wordt met regionale CBS-gegevens. Hierdoor kunnen gemeenten veel informatie over de eigen gemeente opzoeken en zich vergelijken met andere gemeenten. Onderstaande tabel is gebaseerd op deze cijfers. Tabel 1.1.1 Ontwikkeling aandeel huishoudens met een laag inkomen in Sittard-Geleen, bron CBS5 Laag inkomen 2015 2016 2017 2018 2019
Sittard Geleen 9,7% 10,2% 9,8% 10,0% 9,8%
Aandeel in vergelijkbare gemeenten 8,4% 8,9% 8,8% 9,0% 8,8%
Nederland 8,0% 8,7% 8,5% 8,8% 8,2%
De ontwikkeling van de doelgroep is behoorlijk stabiel. Dit stemt overeen met het beeld dat de gemeente heeft. Van alle huishoudens in de gemeente Sittard-Geleen moet in 2019 (naar schatting) 9,8 procent rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Dit zijn in totaal 4.052 huishoudens. Het landelijke percentage minima met een dergelijk inkomen ligt op 8,2 procent, maar het gemiddelde percentage in gemeenten van 50.000 tot 100.000 inwoners ligt op ongeveer 8,8 procent. Het percentage huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau ligt in SittardGeleen dus boven het gemiddelde van gemeenten van vergelijkbare omvang en boven het landelijk gemiddelde. De ontwikkeling in het aantal minimahuishoudens loopt gelijk met de vergelijkbare gemeenten en in Nederland.
4
De doelgroep voor schuldhulpverlening is niet op basis van CBS-cijfers te bepalen. Er zijn ook geen landelijke cijfers over bekend. 5 Er wordt dus geen rekening gehouden met de vermogenspositie van de inwoners.
17
Als een inkomen op het voor het huishoudtype relevante sociaal minimum of iets daarboven ligt, noemen we dat een laag inkomen. Het sociaal minimum is gelijk aan de bijstandsnorm. De hoogte van deze norm wordt landelijk vastgesteld door de rijksoverheid. De hoogte van het sociaal minimum is niet voor iedereen hetzelfde. Het hangt bijvoorbeeld af van de leeftijd en leefsituatie. In de volgende tabel staan de normbedragen weergegeven. Naast de normbedragen voor 100% Wsm staan hier ook de bedragen behorend bij 110 en 120 procent Wsm omdat deze grenzen ook gehanteerd worden in het armoedebeleid van de gemeente Sittard-Geleen. Netto bedragen in euro’s Wettelijk sociaal minimum (Wsm) 2019 100% 110% 120% Categorie Wsm Wsm Wsm Alleenstaande 1.025 1.128 1.231 Paren 1.563 1.720 1.876 Alleenstaande ouder 1.025 1.128 1.231 Alleenstaand AOW- gerechtigd 1.148 1.263 1.377 Paar AOW-gerechtigd 1.563 1.720 1.876
Voor de specificatie van de doelgroep gaan we uitsluitend in op het jaar 2019. Alle gegevens zijn gebaseerd op CBS-gegevens. Tabel 1.1.2 Schatting huishoudens naar inkomen in Sittard-Geleen, cumulatief Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Overige inkomens Totaal
Aantal huishoudens 4.430 5.560 6.961 8.407 36.793 45.200
Aandeel 9,8% 12,3% 15,4% 18,6% 81,4% 100%
De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 130 procent Wsm bestaat voor 43 procent uit bijstandsgerechtigden en voor 35 procent uit huishoudens met een overig inkomen, zoals werk, ondernemerschap of WW of een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA of Wajong) en 22 procent van deze minimahuishoudens heeft een AOW-uitkering. Dit is een vergelijkbaar beeld zoals we bij andere gemeenten in Nederland zien. Het grootste deel (60 procent) van de minimahuishoudens in Sittard-Geleen bestaat uit alleenstaanden, een beeld dat we bij veel gemeenten zien. Gemiddeld over alle gemeenten ligt dit percentage rond de 50 procent. Huishoudens met kinderen vormen 32 procent van de minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm, wat hoger is dan het landelijk gemiddelde van 26 procent. Tabel 1.1.3 Inkomensbron minima in Sittard-Geleen, inkomen tot 100% en 130% Wsm Categorie
100% Wsm
130% Wsm
Inkomensbron P-wet AOW Ander inkomen Totaal
64% 13% 23% 100%
43% 22% 35% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal
63% 18% 7% 12% 100%
60% 18% 8% 14% 100%
18
Kinderen Van alle 16.564 opgroeiende jongeren in de leeftijd tot 18 jaar in de gemeente Sittard-Geleen wonen er (naar schatting op basis van het CBS) 2.012 in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm, ruim 12 procent van alle kinderen. Tabel 1.1.4 Aantal kinderen naar inkomen in Sittard-Geleen, cumulatief (naar schatting) Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Overige inkomens Alle kinderen
Aantal 1.513 1.640 1.921 2.012 14.552 16.564
Aandeel 9,1% 9,9% 11,6% 12,1% 87,1% 100%
Van deze kinderen wonen er 1.513 (9,1 procent) in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm. In vergelijking met andere gemeenten is het aandeel kinderen dat opgroeit in armoede hoog. Voor gemeenten met een vergelijkbare omvang als de gemeente Sittard-Geleen ligt het aandeel meestal rond de 8 procent. Landelijk groeit 1 op de 10 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm.
1.1.2. Schuldhulpverlening Het CBS heeft onlangs de schuldenmonitor gepresenteerd. Hierin wordt de ontwikkeling van de schuldenproblematiek per gemeente in beeld gebracht. Figuur 1.1.1. Ontwikkeling doelgroep met problematische schulden 6, bron CBS
6 Definitie: ten minste één persoon in het huishouden voldoet aan ten minste één van de volgende criteria
op 1 januari van het betreffende verslagjaar: - Volgt een WSNP-traject. - Volgt een bij BKR geregistreerd minnelijk traject - Heeft een bij BKR geregistreerde betalingsachterstand. - Is in Centraal Curatele en Bewindregister opgenomen o.g.v. verkwisting en/of problematische schulden. - Heeft ten minste zes maanden de zorgpremie niet betaald. - Een betalingsachterstand van een Wet Mulder-boete bij het CJIB heeft waarvan de tweede aanmaning ten minste 2 maanden openstaat, of zich al in een ernstigere wanbetalersfase bevind. Daarnaast moet het openstaande bedrag in totaal minimaal 50 euro zijn. - Heeft langer dan 27 maanden een toeslagschuld van minimaal 50 euro openstaan bij de Belastingdienst. - Heeft langer dan 15 maanden een schuld van minimaal 50 euro voor overige belastingaanslagen openstaan bij de Belastingdienst. - Heeft een belastingschuld die in de 12 maanden voor het peilmoment oninbaar is geleden. - Heeft een betalingsachterstand bij de DUO van 3 maanden of langer en van minimaal 270 euro.
19
Het aandeel huishoudens met problematische schulden ligt hoger dan het landelijk gemiddelde: het CBS schat dat 10 procent van alle huishoudens een problematische schuldsituatie heeft tegen 8 procent landelijk. Het aandeel huishoudens met een problematische schuldsituatie is in de periode 2015-2018 licht gedaald.
1.2. Gesignaleerde ontwikkelingen in de doelgroep7 In het onderzoek is in de interviews en in de enquête gevraagd naar de trends en ontwikkelingen aangaande de doelgroep die maatschappelijke organisaties8 en medewerkers van de gemeente ervaren. Onderstaand beschrijven we de subjectief ervaren ontwikkelingen in de doelgroep. Ervaringen van ketenpartners Van de ketenpartners vindt de helft dat de doelgroep maar gedeeltelijk in beeld is, terwijl 44 procent vindt dat de doelgroepen van het armoedebeleid voldoende in beeld zijn. Bij schuldhulpverlening vindt men dat de doelgroep minder goed in beeld is dan bij armoedebeleid: 27 procent vindt dat de doelgroepen hiervan voldoende in beeld zijn, en eveneens 27 procent vindt dat de doelgroepen onvoldoende in beeld zijn. De doelgroepen die onvoldoende in beeld zijn naar de mening van geïnterviewden, zijn bijvoorbeeld mensen in verborgen, stille armoede, mensen die zich niet willen melden uit trots of schaamte, zorgmijders, migranten, ondernemers, ZZP’ers en (werkende) mensen met een laag inkomen en dus een groot risico op armoede. Ook eenzame mensen en jongeren van 18 jaar en ouder die uitstromen vanuit de Jeugdwet worden genoemd. Van de maatschappelijke organisaties geeft driekwart aan dat de doelgroep de laatste jaren gegroeid is. Dit stemt niet overeen met de feitelijke ontwikkeling zoals geconstateerd is in de vorige paragraaf.
Van de ketenpartners geeft 93 procent aan dat de doelgroep de laatste jaren kampt met steeds zwaardere problematieken. Geen van de ketenpartners geeft aan dat de doelgroep kleiner is geworden of met minder zware problemen kampt. De meest voorkomende hulpvragen waarmee de doelgroep bij hun organisatie aankomt, zijn financiële ondersteuning om bijvoorbeeld te kunnen sporten, hulp bij het rondkomen, ondersteuning in het aanvragen van regelingen en begeleiding om armoede te verhelpen. De meeste ketenpartners verwachten dat hun doelgroep de komende jaren alleen maar groter wordt, met toenemende armoede en kwetsbaarheid. De voornaamste reden hiervoor is de ‘Coronacrisis’, waardoor men verwacht dat werkloosheid en armoedeproblematiek zullen toenemen. Sommige partners geven nog aan dat hun doelgroep zal toenemen naar mate hun aanbod bekender wordt en het taboe op armoede en schulden steeds meer komt te vervallen. Hierdoor komt de nu nog stille en verborgen doelgroep steeds meer in beeld.
7 De bevindingen in deze paragraaf zijn op basis van de interviews die zijn gehouden ten behoeve van dit
onderzoek en de resultaten van de enquête onder maatschappelijke organisaties.. In het rapport wordt afwisselend de term ketenpartners en maatschappelijke organisaties gebruikt. Hiermee worden de organisaties bedoeld die actief zijn in de gemeente Sittard-Geleen op het gebied van armoede en schulden.
8
20
“Er is sprake van een lichte toename van de doelgroep, wellicht omdat er meer aandacht aan besteed wordt en er dus ook meer gezinnen zichtbaar worden bij ons.” “Steeds minder huishoudens hebben een financiële buffer om tegenslagen op te kunnen vangen. Ze geraken in korte tijd in een spinnenweb aan schulden en schuldeisers.” “De lichtere budgetproblemen zijn verminderd, de complexe schuldensituaties zijn toegenomen. Te weinig jongeren melden zich en we zien een toename van problemen met instanties en extreem lage inkomens.” “In toenemende mate eisen instanties diverse documenten bij aanvragen zoals bijstand. Door digitalisering wordt dit steeds lastiger voor hulpvragers en hebben ze daar ondersteuning bij nodig. Instanties hebben te weinig tijd voor hulp. De complexiteit van wet- en regelgeving maakt hulpverlening lastiger. Zakelijkheid prevaleert boven menswaardigheid.”
De problemen waarmee hun doelgroep kampt zijn divers en complex, en lopen volgens de ketenpartners uiteen van financiële problemen tot gezondheidsproblemen.
“Schulden, echtscheiding, geweld, verslaving, eenzaamheid, laag inkomen, huisvesting.” “Ziekte, geestelijke problemen. De afgelopen jaren is er meer ervaren ziektelast” “Schulden, werkloosheid en niet weten om te gaan met geld.” “Financiële problemen. Schulden, en dat in combinatie met andere problematiek..” “Verslaving, huiselijk geweld, geldproblemen, relatieproblemen, laaggeletterdheid, taalachterstand, slechte gezondheid, slecht eten, weinig perspectief. Door deze problemen zijn mensen in onze doelgroep weinig actief.” Ervaren ontwikkeling doelgroep schuldhulpverlening Specifiek voor schuldhulpverlening signaleren de geïnterviewden diverse ontwikkelingen. - In de afgelopen jaren is een stijgende lijn te zien van meer aanvragen en de verwachting is dat dit door zal gaan. Over de hele linie voor de 6 gemeenten die onder de KBL vallen is er een 18% stijging in het aantal aanvragen, bij Sittard-Geleen is het iets lager: 12%. De verwachting is dat de stijging zal doorzetten: er is een stijging van 18% begroot. Als reden daarvoor geeft men aan dat de toegang tot de schuldhulpverlening steeds laagdrempeliger wordt en de schuldhulpverlening steeds dichter bij de inwoner wordt georganiseerd. Daardoor weet deze de weg steeds beter te vinden. - Jongeren zijn de laatste jaren steeds beter in beeld gekomen.
Betrokkenen denken daarbij niet zozeer dat het aantal jongeren in de schulden is toegenomen, maar steeds beter in beeld komen dankzij de toenemende jongerenprojecten die we draaien. Men vermoedt dat de covid-19 crisis de schuldenproblematiek onder jongeren groter heeft gemaakt. - Ondernemers. De verwachting is dat het aantal ondernemers met schulden onder invloed van de covid-19 crisis zal gaan stijgen. - Er zitten relatief veel ZZP’ers in de schuldhulpverlening. Ook voor deze doelgroep geldt dat de covid-19 crisis de problematiek zal vergroten en men mogelijk moet aankloppen voor schuldhulp. Dit stemt overigens niet overeen met de feitelijke ontwikkeling zoals geconstateerd is in de vorige paragraaf.
21
1.3. Impact van de coronacrisis De coronacrisis zal impact hebben op het armoedebeleid en de schuldhulpverlening. Welke impact de crisis zal hebben is nog onduidelijk. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft in juli 2020 hierover een tweetal rapporten gepubliceerd 9. Daarbij hangen de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt nauw samen met armoede in Nederland. Op de arbeidsmarkt lopen mensen met een flexibel dienstverband in een sector die naar verwachting gaat krimpen, het grootste risico om hun baan te verliezen door de coronacrisis. Dit treft relatief veel werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond, laag opgeleide mensen en mensen met een arbeidsbeperking. Het SCP stelt dat de sterkst getroffen sectoren zich vooral buiten de Randstad bevinden waardoor juist daar de meeste banen verdwijnen. De armoede zal stijgen als gevolg van de coronacrisis, vooral bij traditioneel kwetsbare groepen. In het kielzog van de toename van de armoede onder de beroepsbevolking zal ook de armoede onder kinderen stijgen. Wanneer mensen langer dan een jaar in armoede leven, dan neemt de kans dat zij hier ooit nog uit komen in sterke mate af. Dit komt onder andere door de stress die dit oplevert, waardoor zij minder actie kunnen en gaan ondernemen om uit de armoede te komen. Problematische schulden versterken de negatieve spiraal.
Het SCP geeft aan dat dat een combinatie van inkomensondersteuning en investeringen in scholing en gezondheid kansrijk kunnen zijn bij het verminderen van structurele armoede die overgaat van generatie op generatie.
1.4. Bevindingen en conclusies Onderzoeksvragen 1. Wat zijn de kerngegevens over de actuele armoede in de gemeente SittardGeleen? In de gemeente Sittard-Geleen moet circa 10 procent van alle huishoudens rondkomen van een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm. Dit aandeel is hoger dan in gemeenten met een vergelijkbare omvang en hoger dan het landelijk gemiddeld. Ook het aandeel kinderen dat opgroeit in armoede is groter dan elders. De relatieve omvang van de doelgroep van het armoedebeleid is ten opzichte van 2015 redelijk stabiel gebleven. Dit is vergelijkbaar met landelijke cijfers en cijfers van gemeenten met een vergelijkbare omvang. De ketenpartners ervaren dat de doelgroep groter wordt en dat de doelgroep niet volledig in beeld is. Dit eerste stemt niet overeen met de feitelijke ontwikkeling. Het verschil tussen de ervaren groei van de doelgroep en de feitelijke ontwikkeling kan komen doordat inwoners mogelijk de weg steeds beter weten te vinden naar de gemeente, maatschappelijke organisatie of schuldhulpverlening. De doelgroep komt derhalve steeds beter in beeld. Ook geeft men aan dat de problematiek complex is en er relatief vaak sprake is van multiproblematiek. Het vermoeden van ketenpartners en van de gemeente blijft dat er nog steeds relatief veel gevallen zijn van stille of verborgen armoede.
Deze doelgroep zal volgens de ketenpartners de komende jaren alleen maar groter worden. Op het moment dat mensen in beeld zijn kan ook de integraliteit beter worden opgepakt, zeker omdat de problematiek waarmee mensen uit de doelgroep kampen volgens betrokkenen steeds complexer wordt. De impact van de corona crisis op de doelgroep is nog niet duidelijk. De verwachting is dat met name de al kwetsbare doelgroepen en kinderen geraakt zullen worden. Aan de andere kant heeft de groep mensen die al langer van een uitkering rondkomt (bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of Participatiewet) feitelijk een stabiel inkomen dat door corona niet wordt geraakt. Wel kan de kans op inkomensverbetering kleiner worden.
“Kwetsbare groepen lopen grootste risico op werkverlies en armoede” SCP juli 2020 en “Verwachte gevolgen van corona voor scholing, werk en armoede, SCP juli 2020
22
2. Armoedebeleid en schuldhulpverlening in context Na de schets van de doelgroep van het beleid, gaan we in dit deel van de rapportage nader in op de inhoud van het beleid. De volgende onderzoeksvragen10 staan centraal: - Wat is het armoedebeleid van de gemeente? - Welke doelstellingen zijn er gesteld? - Op welke wijze vindt monitoring van het beleid plaats?; - Wie zijn de belangrijkste partners in de strijd tegen armoede? - Welke middelen (herkomst) heeft de gemeente ingezet en beschikbaar in de strijd tegen armoede?
2.1. Armoede- en schuldhulpverleningsbeleid in de gemeente Sittard-Geleen Onderzoeksvragen - Wat is het armoedebeleid en het schuldhulpverleningsbeleid van de gemeente? - Welke doelstellingen zijn er gesteld?
2.1.1. Beleidsplan Participatie en Schuldhulpverlening Het armoedebeleid is onderdeel van het gemeentelijke beleidsplan Participatie en Schuldhulpverlening 2017-2019. Bij de beleidsvorming zijn klanten en organisaties via het zogeheten Sociaal Overleg betrokken. Voor het inrichten van het programma Kansen voor alle Kinderen zijn ook kinderen en ouders betrokken. De gemeente is letterlijk de straat op gegaan om input voor het programma te vragen en heeft oproepen gedaan mee te denken over het programma. In dit beleidsplan staat de uitwerking van de Participatiewet centraal en wordt de koers uitgezet om mensen zoveel mogelijk te laten meedoen in de samenleving. Bij voorkeur via een betaalde baan, maar als dat niet lukt op een andere manier zoals een gesubsidieerde baan, vrijwilligerswerk, of mantelzorg. Er is geen apart hoofdstuk of onderdeel waarin het armoedebeleid is beschreven: het armoedebeleid is impliciet en expliciet verweven in het beleidsplan. De geldende regelingen en instrumenten worden opgenoemd in een bijlage. De schuldhulpverlening is als beleid een aparte bijlage bij het beleidsplan. Net als bij armoedebeleid is schuldhulpverlening verweven in het plan. In de visie van de gemeente zijn schuldhulpverlening en het bestrijden van armoede nauw verbonden aan elkaar en aan de ondersteuning naar participatie.