04 nota van zienswijzen BP geanonimiseerd
Tekst van het document
6.2 De functie Natuur heeft een uitgebreide lijst met beperkingen die passen bij de functie en de wens van de gemeente als compensatie voor de Unilocatie. Door het wijzigen van de functie van Natuur naar Groen komen deze beperkingen te vervallen en is er weinig compensatie voor de Unilocatie. Graag de functie van de locatie Obbicht wijzigen in de functie Natuur zodat voorzien wordt in voldoende natuurcompensatie voor de Unilocatie. De tegenprestatie die door de gemeente wordt gerealiseerd in de vorm van natuur- en landschapsontwikkeling op de beide vrijkomende sportlocaties vloeit niet voort uit een compensatieverplichting die de gemeente zou hebben op grond van het POL2014. Het verlies aan bronsgroen landschap hoeft op grond van het POL2014 en de provinciale verordening niet verplicht te worden gecompenseerd. De zone van circa 60 meter breed langs de Kingbeek heeft in het ontwerp van het bestemmingsplan de bestemming “natuur”. De strook aan de zuidzijde van het plangebied met een breedte van 25 meter krijgt in het gewijzigde bestemmingsplan de bestemming “natuur” waarbij de mogelijkheid wordt opgenomen om langs de kasteeltuin een wandelpad aan te leggen. Het resterende gebied krijgt de bestemming “groen”. Om tegemoet te komen aan de door bewoners van Obbicht geuite wensen, bieden de planregels ook voor de locatie Obbicht de mogelijkheid om een plukbos te realiseren.
Het college van B&W is van mening dat de realisatie van een plukbos zich goed verhoudt met de naastgelegen natuurbestemming.
20
6.3 De combinatie Horeca in combinatie met Groen biedt de mogelijkheid voor evenementen, die niet expliciet zijn uitgesloten. Voor de omgeving betekent dit dan ook dat zij zonder begrenzing geconfronteerd kunnen worden met evenementen. Dit past niet binnen de natuurcompensatie die met de locatie Obbicht is voorzien. Graag de functie van de locatie Obbicht wijzigen in de functie Natuur, of de uitzonderingen zoals deze voor de functie Natuur gelden ook van toepassing verklaren op de functie Groen waarbij evenementen expliciet worden uitgesloten. Reactie Het houden van evenementen is in de planregels van het ontwerp van het bestemmingsplan binnen de bestemming ”groen” niet expliciet uitgesloten. Dit betekent echter niet dat het gebruik van de gronden voor evenementen is toegestaan. Nu het niet in het voornemen ligt om de vrijkomende sportlocatie als evenemententerrein te gebruiken, kan aan de zienswijze tegemoet worden gekomen en worden evenementen binnen de bestemming “groen” en de bestemming “horeca” expliciet uitgesloten. Binnen de bestemming “natuur” zijn evenementen reeds expliciet uitgesloten. Het structureel houden van evenementen verdraagt zich niet met de naastgelegen “natuurbestemming”. Voor een incidenteel evenement blijft de mogelijkheid bestaan tot het aanvragen van een omgevingsvergunning en/of een evenementenvergunning.
Zodoende blijft de mogelijkheid om incidenteel een evenement te houden bestaan. Ten overvloede merkt het college van BenW nog op dat er vanuit de realisatie van de unilocatie geen compensatieverplichting bestaat en op de beide vrijkomende sportlocaties te komen tot natuur- en landschapsontwikkeling. 6.4 Daarnaast graag opnemen in het bestemmingsplan dat als er toekomstige plannen zijn om evenementen te houden dat door middel van onderzoek moet blijken of voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving ten opzichte van onze woning. Daarnaast graag opnemen dat de omwonenden actief betrokken worden in dit proces. Reactie Onder verwijzing naar 6.3 wordt het houden van evenementen voor de gronden met de bestemming “natuur” expliciet uitgesloten. Het bestemmingsplan zal gewijzigd worden vastgesteld zodat ook binnen de andere bestemmingen “evenementen” expliciet worden uitgesloten. Als er incidenteel een evenement wordt gehouden dan is daarvoor een omgevingsvergunning en/of een evenementenvergunning vereist. Nadat de omgevingsvergunning voor het houden van een evenement is gevraagd, zal deze aan de wet- en regelgeving worden getoetst en moet er worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Deze vergunningaanvragen volgen de wettelijke procedures waarbij de mogelijkheid bestaat voor het maken van bezwaar.
Mocht door indiener worden bedoeld om binnenplans de mogelijkheid te bieden voor het houden van evenementen door middel van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid dan is het college van B&W van mening dat een dergelijke binnenplanse afwijkingsmogelijkheid zich niet verdraagt met het beoogde karakter van het gebied en met het verzoek van indiener om evenementen expliciet uit te sluiten. 6.5 Zoals op dit moment de horecafunctie in Obbicht is ingetekend is het onduidelijk of de bestaande parkeervoorzieningen aan de openbaarheid worden onttrokken en onderdeel gaan uitmaken van de horecalocatie. Dit dient op zijn minst nader te worden onderbouwd in het bestemmingsplan. Verzocht wordt om ook omwonenden te betrekken bij de resultaten en eventuele maatregelen. Onduidelijk is wat met de overige parkeervoorzieningen, zoals deze langs de Kasteelweg liggen wordt gedaan. Reactie
21
Het merendeel van de bestaande parkeerplaatsen is in het bestemmingsplan “unilocatie Grevenbicht-Obbicht” gelegen binnen de bestemming “groen”. Binnen deze bestemming “groen” zijn parkeervoorzieningen niet toegestaan. De bestaande parkeerplaatsen kunnen blijven worden gebruikt onder het overgangsrecht. Het college van B&W is echter voornemens om de parkeerplaatsen te verwijderen. Voor de horecavoorziening zullen parkeerplaatsen nodig blijven. Dit aantal zal moeten voldoen aan de door de raad vastgestelde parkeernormensystematiek (zie planregel 18.2). De openbaarheid van een weg en de parkeerplaatsen en het onttrekken aan de openbaarheid van een weg en de parkeerplaatsen worden niet in het bestemmingsplan geregeld. Hiervoor gelden procedures op grond van de Wegenwet. 6.6 Voor de locatie in Obbicht is een omvangrijke horecalocatie opgenomen, die niet in verhouding staat tot de locatie en het beoogde doel (natuurcompensatie voor de Unilocatie). Er is geen sprake van een kleinschalige horeca locatie maar biedt de mogelijk voor een groot en omvangrijk horecapand met een omvangrijke buitenruimte. Er is in het bestemmingsplan onvoldoende geborgd dat het blijft bij een kleinschalige en passende horecalocatie, bijvoorbeeld door het beperken van de omvang van het bouwvlak en/of buitenruimte.
Reactie De horeca is in het ontwerpbestemmingsplan beperkt tot een bestemmingsvlak van ongeveer 3000m2 bestaande uit een bouwvlak van ca. 500m2 met 2500 m2 buitenruimte. Op grond van de planregels is de horeca beperkt tot daghoreca in de categorie “licht”. Deze bestemming is in het ontwerp van het bestemmingsplan niet verder uitgewerkt. Het college van B&W stelt voor het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Hierbij is aansluiting gezocht bij het door de raad vastgestelde horecabeleid. Met betrekking tot natuurcompensatie zie eerder reactie onder ander onder 6.3. Aan de begripsbepalingen wordt toegevoegd: Fastservicesector-winkelgebonden (Horeca van categorie 1) een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij de openingstijden van de winkelvoorzieningen en waar, naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren, in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt zoals: a.
broodjeszaken;
b.
lunchroom;
c.
konditorei;
d.
ijssalon/-winkel;
e.
koffie- en/of theeschenkerij;
f.
eetwinkels;
g.
crêperie
Vanwege de ligging van de voorziening in de nabijheid van woningen en te ontwikkelen natuur en mede gezien de boogde doelgroep, wandelaars en fietsers, is de sluitingstijd bepaald op 20.00 uur. Deze sluitingstijd wordt in de planregels opgenomen. Het bouwvlak wordt verkleind en beperkt tot de oppervlakte van het bestaande gebouw. Daarmee wordt het oppervlakte van het bouwvlak beperkt tot 440m2. Het onbebouwde deel binnen bestemming horeca moet naast een terras voorzien in de nodige parkeervoorzieningen voor auto’s maar ook voor fietsen. Het vlak met de bestemming “horeca” kan met het oog op een goede exploitatie wel worden verkleind. Dit vlak zal aan de
22
westzijde grotendeels worden gebruikt voor parkeervoorziening (ongeveer 800m2). Dan resteert nog terrasmogelijkheid rondom het gebouw van maximaal ongeveer 1000m2. 6.7 Ten aanzien van de categorie Horeca licht worden enkele suggesties gedaan ten aanzien van de invulling en een indicatie van de openingstijden gegeven. Hiermee is onvoldoende geborgd dat de omgeving (op termijn) geconfronteerd wordt met langere openingstijden en eventuele bijbehorende overlast. Graag duidelijker vaststellen binnen welke kaders deze functie kan worden ingevuld. Reactie Zie 6.6 7. Mw. G. Fijten, Praktijk Fijten, Stiftstraat 2, 6127 EL Grevenbicht 7.1 Voor planlocatie Unilocatie is geen paragraaf cultuurhistorie opgenomen. Ik verzoek u de verplichte cultuurhistorische paragraaf met een beschrijving van de archeologie, het historisch-geografische en historisch-stedenbouwkundige erfgoed op te nemen en op basis daarvan gebieden een bestemming geven die gericht is op bescherming van aanwezige waarden. Reactie In opdracht van de gemeente Sittard-Geleen is een uitgebreid proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door RAAP. De resultaten daarvan zijn als bijlage bij het ontwerp van het bestemmingsplan gevoegd (RAAP-RAPPORT 4072, Proefsleuvenonderzoek in plangebied Unilocatie COS-terrein Grevenbicht-Obbicht).
Naar aanleiding van dit onderzoek geldt voor het zuidelijk deel van de unilocatie de dubbelbestemming “archeologie”. Door HeusschenCopier is onderzoek gedaan naar de landschappelijke kwaliteiten van de unilocatie. De cultuurhistorische aspecten maken daar deel vanuit (zie ook pagina 9 van bijlage 7 behorende bij het ontwerp van het bestemmingsplan). In de toelichting van het bestemmingsplan wordt verwezen naar dat onderzoek en is toegevoegd hoe met de cultuurhistorische waarden is omgegaan. 7.2 Voor de oude locaties is onderzoek nodig naar de financiële en feitelijke mogelijkheden voor inrichting en herbestemming van de vrijkomende locaties. Het huidige bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de unilocatie en de vrijkomende sportlocaties. De vrijkomende schoollocaties blijven vooralsnog “Maatschappelijk”. De gemeente heeft echter de voorwaardelijke verplichting om vrijkomende locaties binnen een jaar in te richten. Concrete plannen blijven echter nog uit. Bij dezen het verzoek te voldoen aan deze verplichting, om alle vrijkomende locaties binnen een jaar in te richten, als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan op te nemen. De vrijkomende schoollocaties maken geen deel uit van dit bestemmingsplan. Een koppeling met de vrijkomende schoollocaties is er planologisch niet.
Een plan voor de vrijkomende schoollocaties wordt momenteel stedenbouwkundig en programmatisch uitgewerkt een en ander in overleg met de omgeving. Zolang er nog geen herontwikkelingsplan is, is er geen aanleiding om de vigerende bestemming voor de vrijkomende schoollocaties te wijzigen. De vrijkomende sportlocaties worden ingezet voor natuur- en landschapsontwikkeling. De raad heeft bij de kredietvotering rekening gehouden met de herontwikkeling van die gebieden. Dat op de gemeente een voorwaardelijke verplichting zou rusten om binnen één jaar de vrijkomende locaties in te richten is niet juist.
23
7.3 De twee huidige sportlocaties, één in Grevenbicht en één in Obbicht, worden opgeheven en krijgen een nieuwe bestemming; van een recreatieve bestemming naar een groenbestemming en een natuurbestemming. Beide locaties krijgen echter ook een dubbelbestemming waarde – Archeologie 2 respectievelijk 4. Het ontwerp bevat echter geen archeologieparagraaf waarin wordt aangeven hoe de archeologische waarde is vastgesteld en welke keuzes er op basis daarvan zijn gemaakt. Ik verzoek u de dubbelbestemming waarde - Archeologie 2 respectievelijk 4 te verwijderen voor de huidige sportlocaties, of een archeologie paragraaf toe te voegen conform “Beleidsnota archeologie en monumenten”, bijlage 4a. Reactie Omdat op de vrijkomende sportlocaties geen nieuwe gebouwen zijn toegestaan is een uitgebreid archeologisch onderzoek niet nodig. Samen met de beleidsnota “Archeologie en Monumenten” is in 2012 een archeologische verwachtingswaardekaart door de raad vastgesteld. Deze kaart is op basis van onderzoek opgesteld. Op grond van deze verwachtingenkaart is aan de vrijkomende sportlocaties de dubbelbestemming “archeologie” toegekend. In het vigerende bestemmingsplan “Grensmaas”, dat onder andere betrekking heeft op de vrijkomende sportlocaties, ontbreekt deze dubbelbestemming overigens.
Met de vaststelling van dit bestemmingsplan unilocatie worden de archeologische waarden beter beschermd dan in het nu geldende bestemmingsplan. 7.4 Voor de oude sportlocatie in Obbicht is de nieuwe bestemming “Natuur” opgenomen. In de gebruiksregels hiervoor is het houden van evenementen specifiek uitgesloten. Bij dezen het verzoek om voor de unilocatie, met als nieuwe bestemming “Gemengd”, het uitsluiten van evenementen, voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat, ook in de gebruiksregels op te nemen. Verwijzing naar de APV is hiervoor onvoldoende. Reactie Op grond van de planregels is het houden van evenementen niet toegestaan. Het houden van evenementen is echter ook niet expliciet uitgesloten. Nu het niet in het voornemen ligt om de vrijkomende sportlocatie als evenemententerrein te gebruiken, kan aan de zienswijze tegemoet worden gekomen en worden evenementen binnen de bestemming “gemengd” expliciet uitgesloten. Voor incidentele evenementen bestaat dan wel de mogelijkheid om een omgevingsvergunning en/of een evenementenvergunning aan te vragen. Zodoende blijft de mogelijkheid bestaan om incidenteel een evenement te houden. Zie ook reactie op indiener 6. 7.5 Voor de unilocatie is de bestemming “Gemengd” opgenomen.
De bestemming “gemengd” werd gekozen indien hetzelfde deel in een plangebied meer van elkaar verschillende uitwisselbare zelfstandige doeleinden mag omvatten. Dit is niet van toepassing in het plangebied. Een mengeling van bestemmingen is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet nodig, noch wenselijk De afzonderlijke delen omvatten de functies “Maatschappelijk” (onderwijs, peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang) en “Sport” (sport, sportkantine). Indiener verzoekt, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, de specifieke bestemmingen in het plangebied te benoemen. Reactie Met het toekennen van de bestemming “gemengd” is beoogd om onderlinge samenwerking tussen school en sportverenigingen en dubbelgebruik mogelijk te maken. De sportkantine is echter alleen daar toegestaan waar de aanduiding specifieke vorm van maatschappelijkesportkantine” op de verbeelding is gegeven. Het schoolgebouw en de peuterspeelzaal zijn enkel daar toegestaan waar de aanduiding specifieke vorm van maatschappelijke-
24
schoolgebouw” op de verbeelding is vermeld. Ten slotte is voor het gebruik van het in lid 3.1 onder a bedoelde schoolgebouw voor actieve sport uitgesloten. De aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende onderzoeken zijn daarop afgestemd. Op grond van deze onderzoeken is er geen aanleiding om het gebruik verder te beperken. Een verdere beperking zou de synergiemogelijkheden in de weg staan. Bovendien is er op grond van een goede ruimtelijke ordening geen aanleiding om het gebruik verder te beperken. 7.6 In het middengebied is de (wilde) Korenbloem (Centaurea cyanus) aangetroffen. Deze plant staat op de Nederlandse Rode lijsten als “Gevoelig” (2000, 2012). Op de Rode Lijst voor planten komen plantensoorten voor die in Nederland met uitsterving bedreigd worden en/of beschermd zijn. Wettelijk is vastgelegd dat de overheid zich inzet voor de bescherming van deze soorten en dat zij het onderzoek daartoe bevordert. Van provincies, gemeenten en terrein beherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode Lijsten. Reactie In opdracht van de gemeente Sittard-Geleen is door Arcadis een quickscan “natuurwetgeving” uitgevoerd (bijlage 4 behorende bij het bestemmingsplan).
Daarna is in opdracht van de gemeente Sittard-Geleen nog een inventarisatie van beschermde planten uitgevoerd (bijlage 5 “Inventarisatie beschermde planten Unilocatie GrevenbichtObbicht, 1 juni 2019). De conclusie in dat laatste rapport luidt: ”Tijdens de eerste twee inventarisaties in 2018 zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen. Gezien het aanwezige landgebruik is de kans klein dat deze soorten hier voorkomen. Enkel algemeen voorkomende plantensoorten zijn aangetroffen. Met de laatste inventarisatie in 2019 (bijlage 5) is in de optimale periode voor planten geïnventariseerd. Hierbij is de aanwezigheid van beschermde planten niet vastgesteld en daarmee is het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied uitgesloten.” De inventarisatie (bijlage 5) is uitgevoerd gedurende de bloeiperiode van de korenbloem. De bloem is toen dus niet aangetroffen. Gezien het intensieve agrarisch gebruik is het voorkomen van beschermde soorten ook niet aannemelijk. Uit op grond van de bij de gemeente bekende foto’s die jaarlijks van deze akker zijn gemaakt blijkt dat deze akker met name voor de teelt van maïs wordt gebruikt. In bermen van binnenwegen zijn de korenbloemen nog wel regelmatig aan te treffen. Ten slotte blijkt dat het voorkomen van de korenbloem toeneemt, waarschijnlijk doordat veel bermen minder vaak dan vroeger worden gemaaid.
Anders dan nu het geval is, waarbij sprake is van een akker die blijkens de foto’s zeer regelmatig wordt geploegd, worden de sportvelden omzoomd door een groene zone. Met name de nieuwe berm langs de Kempenweg kan een ideaal biotoop zijn voor de korenbloem. Op grond van het onderzoek en het huidige en toekomstige gebruik is het college van mening dat de kwaliteit van het gebied voor bermsoorten, zoals de korenbloem, zeker niet achteruit gaat. Terzijde moet worden opgemerkt dat op de bij de zienswijze behorende foto niet duidelijk kan worden opgemaakt wanneer en waar deze foto is gemaakt. 7.7 Uit het ontwerp blijkt geen financiële natuurcompensatie, geen plannen om compensatie “in natura” vóór aanvang van bebouwing van het middengebied te realiseren, noch plannen voor compensatie in de Bronsgroene Landschapszone. De huidige plannen zijn om de bestaande sportlocaties als compensatie in te zetten. Zo blijkt uit bijlage 7 van het ontwerp. Deze voorwaarde staat op dit moment niet in de planregels. Indiener verzoekt deze voorwaarde in de planregels op te nemen. Reactie De unilocatie maakt deel uit van het bronsgroene landschap (POL2014). Ingeval van ontwikkelingen in dit bronsgroene landschap geldt geen compensatieverplichting. Het college van B&W wil de vrijkomende sportlocaties inzetten voor natuur- en landschapsontwikkeling.
Om hieraan uitvoering te geven heeft de gemeenteraad in juni 2020
25
middelen beschikbaar gesteld. In het bestemmingsplan is aan de vrijkomende sportlocatie in Obbicht voor een belangrijk deel de bestemming “natuur” toegekend. Voor een ander deel de bestemming “groen”. Binnen deze bestemming “groen” gelden echter beperkingen die zijn gericht op een zo natuurlijk mogelijke inrichting. Om tegemoet te komen aan de wensen van de inwoners van de beide dorpen is voor een deel van de locaties “groen” binnen de bestemming de mogelijkheid opgenomen van de aanleg van een plukbos. Voor Grevenbicht gaat het om een meer open groene invulling met de mogelijkheid om verhoogde moestuinen aan te leggen. De provincie Limburg heeft bij brief d.d. 24 maart 2021 laten weten dat de invulling van de vrijkomende sportlocaties door de provincie als tegenprestatie is beoordeeld en dat door het vastleggen van de nieuwe bestemming voor de sportlocaties naar ‘Groen’ en ‘Natuur’ de tegenprestatie wordt geborgd. Een voorwaardelijke verplichting leidt tot ongewenste beperking van de gewenste flexibiliteit bij de invulling van de tegenprestatie. De gemeente heeft HeusschenCopier opdracht gegeven deze tegenprestatie verder uit te werken in overleg met de inwoners van Obbicht en Grevenbicht binnen de kaders die door het bestemmingsplan daaraan worden gegeven.
Door de raad is op 8 juli 2020 besloten dat de kosten van onder meer de herontwikkeling van de vrijkomende sportlocaties wordt gefinancierd uit de vrijvallende kapitaallasten, grondexploitatie en subsidies. De gronden op de beide vrijkomende sportlocaties zijn geheel in handen zijn van de gemeente, zodat er in relatie tot eigendomsverhoudingen en financiële middelen geen zorg is over de vraag of de beoogde tegenprestatie door de gemeente wordt verricht. 7.8 Uit het ontwerp blijken plannen om de bestaande sportlocaties als compensatie in te zetten. Beide bestaande sportlocaties liggen echter in bebouwd gebied en maken geen deel uit van de Bronsgroene Landschapszone Tevens zal wegens het samenvoegen van sportactiviteiten, één van beide sportlocaties altijd vrij komen en kan daarmee al niet als compensatie beschouwd worden. Indiener verzoekt compensatie te realiseren in de bronsgroene Landschapszone, vóór aanvang van bebouwing van het middengebied of randvoorwaardelijk in het ontwerp op te nemen. Reactie Beide vrijkomende sportlocaties liggen volgens het POL2014 in het stedelijk gebied. Een herontwikkeling met bijvoorbeeld woningbouw of een andere stedelijke ontwikkeling zou dan tot de mogelijkheden behoren. Het college van B&W kiest daarvoor niet. De potentie van beide gebieden voor natuur- en landschapsontwikkeling zijn groot.
Het college van B&W meent dat met name de locatie Obbicht in aanmerking komt om, nadat de natuurontwikkeling heeft plaatsgevonden, in de Omgevingsvisie toegevoegd te worden aan de goudgroene natuur en niet meer gerekend dient te worden tot het stedelijk gebied. Bij de inrichting van het gebied van de unilocatie zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de kernkwaliteiten van het gebied. De gebouwen worden zo dicht mogelijk langs de Frankenstraat gesitueerd. Door de situering van de voetbalvelden en door het stellen van beperkingen ten aanzien van het bouwen op die velden, blijft de aantasting van die openheid beperkt. Zie ook de reactie 7.7. 7.9 Uit de planregels wordt niet duidelijk wat hoofdactiviteiten zijn. Gezien maatgevende akoestische en verkeerstechnische effecten zijn berekend tot 23.00 uur verzoekt indiener een voor de hoofdactiviteiten gekoppelde sluitingstijd van 23.00 uur in de planregels op te nemen. Tevens verzoekt indiener deze hoofdactiviteiten te definiëren. Tevens verzoekt indiener duidelijk te maken wat met “ondergeschikte activiteiten” bedoeld wordt.
26
Reactie Onder artikel 3.1 zijn de toegestane bestemmingen vermeld. De genoemde onderzoeken en de resultaten daarvan geven geen aanleiding om de sluitingstijd te beperken omdat in alle gevallen aan de geluidsnorm kan worden voldaan. In artikel 1 worden deze bestemmingen verder gedefinieerd, met uitzondering van het begrip “onderwijs”. Mocht er misverstand bestaan over wat onder onderwijs moet worden verstaan dan geldt dat daar waar een begripsbepaling ontbreekt, er moet worden aangesloten bij het normale spraakgebruik: “het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen”. In artikel 1.42 is bepaald wat onder ondergeschikte horeca dient te worden verstaan. De begripsbepaling voor “ondergeschikte detailhandel” ontbreekt en wordt toegevoegd. Andere ondergeschikte functies zijn niet toegestaan. De in verband met het bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken geven geen aanleiding om beperkingen te stellen aan de openingstijd van de unilocatie. Er kan immers aan de wettelijke normen worden voldaan. Zie ook reactie 11.7. 7.10 Uit de planregels blijkt dat het gebruik van de voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onderwijs en sport. Bijlage 1 van het ontwerp spreekt echter ook over ‘harmonieën, schutterijen, kunstzinnige activiteiten, dansschool, zangkoor, heemkundevereniging, carnavalsverenigingen enz.”.
Reactie Bijlage 1 “Kinderen gun je de meest mogelijke verrijkende omgeving: Onderwijs en Sport op de Unilocatie” bij het bestemmingsplan is opgesteld door de beide sportverenigingen en de school. De bijlage geeft inzicht in de ambities van de sportverenigingen en de school en de wil om samen te werken en de meerwaarde die de unilocatie voor hen heeft. De planregels en de verbeelding bepalen waarvoor de gronden zijn bestemd en wat wel of niet is toegestaan. Dat betekent dat vrijwel alle gebruik in de opsomming in bijlage 1, waar door indiener op is gewezen, niet is toegestaan. Een dansschool is echter bijvoorbeeld, gezien de bestemming, wel mogelijk. 7.11 Uit de planregels blijkt dat de lichtsterkte van de lichtmasten van 23.00 tot 7.00 uur beperkt is. In de toelichting staat echter dat tenniswedstrijden bij uitzondering tot 24.00 uur kunnen duren. Gezien de vrijblijvendheid en tegenstrijdigheid hierin verzoekt indiener wedstrijden na 23.00 uur te verbieden. Reactie Zie reactie 1.3 7.12 Indiener verzoek het aantal parkeerplekken te reduceren tot 41 ten behoeve van een betere ruimtelijke ordening en afstand tot nabijgelegen woningen. Zoals beschreven in de verkeerstoets (10 december 2019) zouden er 51 parkeerplaatsen nodig zijn. Dit is echter niet waar, er zijn maar 41 parkeerplaatsen nodig om te voldoen aan de parkeervraag.
Voor de unilocatie zelf zijn 26 parkeerplekken nodig op de weekendmiddagen. Op werkdagen (ochtend en middag) is dat maximaal 16 parkeerplekken. Samen met, op die tijdstippen benodigde, K&R plekken (25) is het aantal benodigde parkeerplekken 41. Omdat het aantal echt benodigde parkeerplekken lager is dan door Arcadis berekend dan het aantal nu geplande parkeerplaatsen zonder meer met 10 plekken naar 68 verlaagd werden. Zelfs zonder dubbelgebruik (een van de beschreven voordelen van de unilocatie) zijn er maar 60 parkeerplaatsen nodig. Volledig gebruik makend van de synergetische voordelen van de unilocatie zijn maar 41
27
parkeerplekken nodig (kosten bespaard) en wordt overbodige verrommeling van het landschap voorkomen. Reactie In opdracht van Arcadis is de “Verkeerstoets t.b.v. bestemmingsplan unilocatie Grevenbicht/Obbicht d.d. 10 december 2019 opgesteld. Op de pagina’s 7 tot en met 9 is de parkeervraag bepaald. Hierbij is uitgegaan van de minimumnorm die geldt volgens de parkeernormensystematiek door de gemeenteraad vastgesteld in 2012. De locatie is volgens het parkeerbeleid gelegen binnen “rest gemeente”. Er geldt geen maximumnorm voor dit gebied. Volgens het rapport zijn er 51 parkeerplaatsen nodig. Dat zijn volgens het rapport 26 parkeerplaatsen en 25 Kiss&Ride (K&R)plaatsen. Een K&R-plaats is eigenlijk een stopplaats en wijkt af van een reguliere parkeerplaats en kan om die reden niet zonder meer bij de minimale parkeerbehoefte worden opgeteld. Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijze is Arcadis gevraagd om nog eens het verkeersrapport te bekijken. Dit heeft geresulteerd in een gewijzigd rapport d.d. 23 april 2021. Op grond daarvan is er sprake van een bijstelling van het minimale aantal parkeerplaatsen als gevolg van een andere berekening met betrekking tot het dubbelgebruik. Het minimale aantal is berekend op 29, dus een toename van 3. In totaal zijn er dus 29 parkeerplaatsen plus 25 K&R-plaatsen nodig. Dus in totaal 54 plaatsen.
Om echter parkeerhinder in de omgeving en in de woonstraten te voorkomen, kiest het college van B&W ervoor om meer dan het minimale aantal (parkeer)plaatsen te realiseren. De gemeente wil voorkomen dat er geparkeerd wordt in de wijk of elders buiten het daarvoor bedoelde parkeerterrein. Om die reden legt de gemeente 24 parkeerplaatsen meer aan dan strikt noodzakelijk waardoor het totaal komt op 78 (parkeer)plaatsen. Hiermee wordt dan ruimschoots voldaan aan de parkeernorm.
7.13 Er is bij de berekening van stikstofbijdragen en akoestisch onderzoek geen rekening gehouden met het correct aantal motorvoertuigbewegingen. Ten behoeve van de concentratie luchtverontreinigende stoffen is de verkeersaantrekkende werking van het plan overgenomen van het akoestisch onderzoek. Omdat er geen kencijfers beschikbaar waren voor de verkeersgeneratie van een sportveld is hierin uitgegaan van de parkeernormen. De parkeerbehoefte van de sportvelden (a 2 ha) bedraagt 26 parkeerplaatsen. Voor de berekening van stikstofbijdragen is geen rekening gehouden met de hiermee corresponderende 2600 + 300 verkeersbewegingen (2030). Er staan echter ook nog eens 27 (in feite 37) parkeerplaatsen meer in de plannen dan benodigd. Het college van B&W heeft dus blijkbaar de verwachting dat deze gebruikt gaan worden. Bijlage 1 van het ontwerp spreekt inderdaad over: judoclub, dansvereniging, volleybalvereniging, harmonieën, schutterijen, kunstzinnige activiteiten, dansschool, zangkoor, heemkundeverenging, popmuziekschool, tafeltennis, boksen, carnavalsverenigingen enz. In de berekening van stikstofbijdragen en akoestisch onderzoek is geen rekening gehouden met deze extra parkeerplekken en activiteiten. Indiener verzoekt u alle geplande en verwachtte activiteiten te benoemen en de verkeersgeneratie en de daaruit volgende luchtverontreiniging en geluidsbelasting te analyseren.
Of anders het aantal parkeerplekken te verlagen tot de benodigde 41 en de hoofdactiviteiten te beperken tot school, voetbal en tennis. Reactie Zie ook 7.10 De stikstofdepositie wordt onder ander bepaald door het verkeer dat van en naar de locatie gaat. Niet door het aantal parkeerplaatsen dat aanwezig is. Andere activiteiten dan de activiteiten die behoren bij de bestemming zijn niet toegestaan.
28
De volgende informatie is gehanteerd voor de Aerius-berekening van de gebruiksfase. De ontwikkeling is dus gewoon meegenomen. Deze cijfers komen ook overeen met de verkeerstoets. Jaar van realisatie:
2021
VERKEERSINTENSIT EIT Jaar Kempenwe ri g noord Grevenb icht Kempenwe ri g zuid Obbicht
WEEKDAG 2019 2165
plan 300
autono om 2022 2276
1992
300
2094
incl. plan 2022 2576
autono om 2030 2600
incl. plan 2030 2900
2394
2392
2692
De verdeling is: - 90% licht, 9% middel en 1% zwaar (binnen de bebouwde kom) - 95% licht, 4% middel en 1% zwaar (buiten de bebouwde kom)
7.14 De effecten van de realisatie van de unilocatie moeten voor verkeersveiligheid en verkeershinder (leefbaarheid) goed worden onderbouwd. Hieraan wordt niet voldaan. Voor de toekomstige situatie op de Kempenweg is de gemeente in gebreke gebleven door de verkeersveiligheid op voorhand niet goed in kaart te brengen, noch door aan te tonen dat de verkeersveiligheid überhaupt voldoet aan minimale eisen. Verkeersveiligheid wordt, anders dan “een vrijliggend fietspad" op geen enkele manier geborgd, noch de effecten in kaart gebracht. Een onderzoek naar de verkeersveiligheid dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening plaats te vinden en kan niet worden doorgeschoven naar eventuele besluitvorming terzake van verkeersbesluiten die nog moeten worden genomen. Het behoeft geen betoog dat de verkeersveiligheid op een doorgaande weg veel slechter zal zijn dan in een autoluwe woonwijk. Ter plaatse doorkruist het doorgaand verkeer (vrachtauto’s, bussen, werkverkeer) de op- en afrit van de unilocatie. Tevens is er veel verkeer naar de plaatselijke supermarkt. Het VVN pleit voor een nieuwe norm in het breng- en haalgedrag bij schoolgaande kinderen, als zijnde “dringend noodzakelijk" [ref.: AD, 14 sept 2020], Het VVN spreekt daarbij van (tijdelijk) autovrije schoolstraten. Adviezen die de gemeente ter harte zou moeten nemen ten behoeve van de veiligheid van kinderen.
De effecten van de realisatie van de unilocatie op verkeershinder (leefbaarheid) wordt in de verkeerstoets helemaal niet in kaart gebracht. Het overtreden van (bijvoorbeeld) het stopverbod op de Frankenstraat, (gebrek aan) handhaving van bestaande en toekomstige regels zijn niet benoemd. Ik verzoek u VVN te raadplegen en de verkeershinder en verkeersveiligheid, vooral vanuit de optiek van scholieren op fiets en te voet, in kaart te brengen en hiervoor passende maatregelen te nemen. Reactie Zie ook de reactie 5.1 Door RHDHV is op 3 mei 2019 een rapport “Verkeerssituatie Unilocatie GrevenbichtObbicht” opgesteld. RHDHV heeft diverse maatregelen voorgesteld. Om de Unilocatie tussen Obbicht en Grevenbicht op een verkeersveilige manier te ontsluiten zijn diverse
29
maatregelen noodzakelijk om de kinderen een veilige school-thuis (sport) route te bieden. Deze maatregelen zijn vermeld op pagina 8 van het rapport. Het merendeel van deze maatregelen wordt uitgevoerd. Hiervoor zijn middelen beschikbaar. Hierbij kan worden verwezen naar paragraaf 3.5. van het gelijktijdig vast te stellen exploitatieplan, waar een gedeelte van deze buitenplanse maatregelen is opgenomen. In het bestemmingsplan is rekening gehouden met het treffen van de maatregelen. 8. Drs. Jan Lassche, Stiftstraat 2, 6127 EL Grevenbicht 8.1 De noodzaak voor clustering van het IKC met buitensportvoorzieningen in één gebied wordt niet aangetoond. Het IKC en sportverenigingen vormen geen organisatorisch geheel. In het ontwerp wordt niet aannemelijk gemaakt dat de sportverenigingen en de school daadwerkelijk gebruik gaan maken van elkaars nabijheid. Er zijn tussen de betreffende partijen nog steeds geen bindende afspraken. Er is geen onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van samenwerking op bestaande locaties. Om bovenstaande redenen is de onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking niet correct opgenomen en is er onvoldoende duidelijk gemaakt waarom een noodzaak bestaat om de unilocatie n het middengebied op te richten. Er is onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd dat deze stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte.
Het bestemmingsplan is daarom in strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Reactie zie 2.1 8.2 Bovenop de ladder duurzame verstedelijking spreekt de POL2014 van: 'meer stad, meer land’ en dynamisch voorraadbeheer (eerst verbeteren wat er al is). Beleid is erop gericht om niet onnodig kostbare ruimte op te offeren en het Limburgs (Maas)landschap te beschermen. Dit ondersteunt de keuze voor de zogenaamde “kernenlocatie”; het IKC op de bestaande schoollocatie in Grevenbicht en een van beide huidige sportlocaties voor de sportvoorzieningen. Als alternatief zijn de bestaande sportterreinen die ook in bebouwd gebied liggen. Reactie zie ook 2.1 De provincie stelt zich op het standpunt dat een van de Limburgse principes het combineren van functies is. “We willen dat mogelijkheden om functies te mengen, al dan niet tijdelijk, meer dan nu benut worden. Te vaak vindt er een strikte scheiding van functies plaats zonder dat daar goede redenen voor zijn. Verweving van functies kan juist de vitaliteit en aantrekkelijkheid van gebieden vergroten, het leidt ook tot meervoudig ruimtegebruik (bijvoorbeeld van parkeervoorzieningen)’’ (POL 2014). In het bestemmingsplan Unilocatie wordt vormgegeven aan multifunctioneel ruimtegebruik, wij zien dit als een goed uitgangspunt voor langdurig duurzaam ruimtegebruik. Daartegenover staat dat de gemeente geen mogelijkheid ziet voor een binnenstedelijke locatie.
In POL 2014 is daar het volgende over opgenomen: “Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Als dat in uitzonderingsgevallen niet kan, dan toch zoveel mogelijk aansluitend daaraan én met een stevige tegenprestatie voor het verlies aan omgevingskwaliteiten. Met dit principe in combinatie met het dynamisch voorraadbeheer, geven we invulling aan het principe van duurzame verstedelijking. De invulling van de vrijkomende sportlocaties hebben wij als tegenprestatie beoordeeld. Door het vastleggen van de nieuwe bestemming voor de sportlocaties naar ‘Groen’ en ‘Natuur’ wordt de tegenprestatie geborgd.
30
8.3 In de NOVI blijft de centrale doelstelling van "inbreiding gaat vóór uitbreiding", onverkort gehandhaafd. Een van de beleidskeuzes betreft het versterken en beschermen van landschappelijke kwaliteiten. Volgens indiener kiest de gemeente voor verlies aan landschap. En gaat hiermee in tegen haar eigen doelstelling voor toerisme; de gemeente wil op toeristisch gebied inzetten op promoten van de historie, de groene omgeving, de ligging aan de grens en het aantrekkelijke buitengebied. Reactie Het college van B&W hanteert eveneens het beleid om eerst in te breiden alvorens uit te breiden. Vanwege het grote belang dat het college van B&W hecht aan het behoud van de beide maatschappelijke voorzieningen wijkt het college van BenW in dit geval af van het beleid om niet te bouwen in het buitengebied. Het college van B&W meent dat hiermee het behoud van de leefbaarheid van de beide dorpen het beste is gediend. Bovendien wordt door de situering van de gebouwen en met de beperkende planregels voor het bouwen op de voetbalvelden de openheid van het gebied tussen de kernen zoveel mogelijk behouden. Ten slotte biedt het vrijkomen van de sportlocaties de kans om deze gebieden in te zetten voor natuur- en landschapsontwikkeling. Hierdoor wordt een deel stedelijk gebied teruggegeven aan het landelijke buitengebied.
8.4 Indiener verwijst naar diverse beleidsstukken en stelt dat de ontwikkeling met dat beleid in strijd is. Reactie De genoemde SVREZL en de Woonmilieuvisie hebben geen betrekking op de ontwikkeling van de unilocatie. Het college van B&W realiseert zich dat de ontwikkeling van de unilocatie op onderdelen afwijkt van eerder vastgesteld beleid waaronder de omgevingsvisie 2016. Het college van B&W is echter van mening dat de keuze om af te wijken van dat beleid goed is gemotiveerd. Voor het overige verwijst het college van B&W naar reactie 2.1. 9. Dr. Gerda Fijten, Stiftstraat 2, 6137 EL Grevenbicht Uit het afwegingskader wordt duidelijk dat deze in feite het huidige beleid zoals vermeld in de omgevingsvisie volgt. Bij consistent beleid geldt dezelfde redenering om het middengebied tussen Grevenbicht en Obbicht niet te gebruiken voor bebouwing. Alle bovenstaande overwegingen om gebieden uit te sluiten voor zonnepanelen gelden ook voor het uitsluiten van de bouw van school- en sportaccommodaties. Reactie Zie 2.1 en 8.3 10. Bart Groenewoud, Stiftstraat 6, 6124 CC Grevenbicht Papenhoven Zienswijzen en reacties zie onder 7 en 8. 10.1 Indiener geeft zijn weergave van de besluitvorming die heeft plaatsgevonden over de unilocatie. Reactie Uit de weergave blijkt dat er zowel voor- en tegenstanders zijn voor de unilocatie.
Er heeft een uitgebreide inspraak plaatsgehad, diverse keren is overleg gevoerd met bewoners en belanghebbenden. Het college van B&W concludeert dat er draagvlak is voor de unilocatie. Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar de voor- en de nadelen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de keus voor de unilocatie in het gebied tussen de beide kernen.
31
Het bestemmingsplan is voorbereid met behulp van diverse onderzoeken. Enkele van deze onderzoeken hebben geleid tot aanpassingen van de verbeelding en de planregels. Ook zijn voorzieningen getroffen met het oog op verkeersveiligheid en het voorkomen van geluidsoverlast en lichthinder en het behoud van een zo groot mogelijk openheid van het gebied. Het college van B&W is van mening dat er sprake is van een zorgvuldige belangenafweging en dat er niet is gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
11. A.C.M. Van Mulken, Kempenweg 70 te Papenhoven 11.1 Ladder voor duurzame verstedelijking; behoefte zienswijze zie 8.1 Reactie zie 2.1 11.2 Ladder voor duurzame verstedelijking; bestaand stedelijk gebied Indiener stelt dat binnen het bestaand stedelijk gebied alternatieve locaties zijn waarbinnen de school en sportaccommodaties gerealiseerd kunnen worden. De locatie Grevenbicht zou, mede gezien het gegeven dat er feitelijk een kleinere behoefte aan parkeerplaatsen, schooloppervlakte en tennisbanen bestaat, groot genoeg zijn. Volgens indiener is deze locatie als alternatieve locatie nooit onderzocht. Reactie Zie ook reactie 2.1. Zoals uit de haalbaarheidsonderzoeken, toelichting van het bestemmingsplan en bijlage 2 van het bestemmingsplan blijkt is ook de sportlocatie Grevenbicht als alternatieve locatie onderzocht. De huidige sportlocatie in Grevenbicht is ongeveer 3,2 hectare groot. Het programma (school, gymzaal, sportvelden, parkeerplaats, en clubgebouw) vraagt een minimale ruimte van circa 4,2 hectare. De locatie in Grevenbicht is om die reden al veel te klein. Voor een kwalitatief goede inpassing is ongeveer 5,3 hectare nodig. De bestaande sportlocatie biedt nu ruimte aan 2 voetbalvelden en 4 tennisbanen. De resterende ruimte is te klein voor ook nog een schoolgebouw en een gymzaal.
Indiener stelt dat de locatie Obbicht groot genoeg is voor het programma van de unilocatie en dat aankoop van de naastgelegen agrarische gronden niet nodig is. Bovendien ligt in tegenstelling tot hetgeen in bijlage 2 behorende bij het bestemmingsplan staat de sportlocatie Obbicht niet buiten het bestaande stedelijk gebied. Reactie Indiener heeft gelijk dat de omvang van de huidige sportlocatie in Obbicht groot genoeg is voor het programma. Echter ingeval van realisatie op de sportlocatie Obbicht zal de goudgroene natuur langs de Kingbeek in acht moeten worden genomen. Dit beperkt de mogelijkheden. De beantwoording van de vraag of een gebied als een bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro, kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. De sportaccommodatie Obbicht is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan “Grensmaas” en niet in het plangebied voor de kern Obbicht. Bovendien is de locatie
32
gelegen buiten de bebouwde kom grens die geldt op grond van de Wet natuurbescherming. Hier geldt op grond van het geldende bestemmingsplan “Grensmaas” de bestemming “recreatieve doeleinden”. Deze bestemming maakt een samenstel van bebouwing niet mogelijk en het gebied kan ook niet worden aangemerkt als behorend bij zodanig bestaand stedenbouwkundig samenstel. Gezien de ligging aan de rand van de kern Obbicht en gezien de beperkingen die gelden op grond van de huidige bestemming meent het college van B&W dat het sportcomplex in Obbicht niet als bestaand stedelijk kan worden beschouwd. Ten slotte verwijst het college van B&W naar de op pagina 10 tot en met 12 van bijlage 2 genoemde argumenten waarom er is gekozen voor de locatie in het Middengebied en de tegenprestatie aan natuur en landschap die plaatsvindt op de locaties Grevenbicht en met name Obbicht. Zie ook de reactie op 2.1, 4.1 en 4.2
11.3
Landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid
Reactie Zie 8.4 11.4 Kernkwaliteiten Bronsgroene Landschapszone Indiener stelt dat vanwege de aantasting van het bronsgroen landschap en het verlies daarvan dit indiener rechtstreeks raakt. In de viewer van Atlas Limburg zijn, bij de kernwaarde reliëf, de hoogtelijnen zichtbaar die aan de zuidkant van het plangebied een oude dalbodem aangeven. Dit is een terrasgeul uit het Jonge Dryas, een oude Maasarm waarlangs vele archeologische opgravingen gedaan of te verwachten zijn. Het reliëf dat gevormd wordt door de dalbodem aan de Dukkelaarsweg dient behouden te blijven. Zowel ophoging, egaliseren als onderzoek van het plangebied gaan in tegen het behoud en versterking van de kernkwaliteit reliëf van de Bronsgroene Landschapszone. Het reliëf dat gevormd wordt door de dalbodem aan de Dukkelaarsweg wordt dan onherstelbare schade berokkend. Ten aanzien van het visueel-ruimtelijk karakter verandert de belevingswaarde van het plangebied in zijn geheel. In de toelichting bij het plan ontbreekt een terdege onderzoek in hoeverre het bouwplan van (negatieve) invloed is op dit gebied, de wijze waarop met de bescherming en versterking hiervan wordt omgegaan en hoe negatieve effecten worden gecompenseerd.
Indiener meent dat de openheid ernstig wordt aangetast in noord-zuidrichting en in oost-westrichting Reactie Het college van B&W realiseert zich dat het verlies aan bronsgroen landschap indiener rechtstreeks kan raken alleen al omdat hij direct naast de boogde ontwikkellocatie woont. Het college van B&W acht echter het belang van de ontwikkeling van de unilocatie tussen de beide dorpen groter dan het belang van het behoud van het bronsgroene landschap en het belang van indiener. Het college van B&W is bovendien van mening dat met de vergroening van de beide vrijkomende sportlocaties, het zoveel als mogelijk behoud van de openheid van het gebied door de situering van de beide voetbalvelden, de beperkingen van het bouwen op die velden, de inrichting van de school- en sportlocatie en gezien de resultaten van de onderzoeken die aan de ontwikkeling ten grondslag liggen, er sprake is van een zorgvuldige en evenredige afweging van belangen. Ten gevolge van de aanleg van de voetbalvelden dient het gebied te worden geëgaliseerd. Daardoor zal de zachte glooiing in het landschap verdwijnen. Voordat kan worden
33
afgegraven of opgehoogd zal volgens de planregels archeologisch onderzoek dienen plaats te vinden daar waar de dubbelbestemming “archeologie” geldt. Bij de aanleg van de voetbalvelden zal zo veel mogelijk rekening worden gehouden met de ligging van de oude maasarm. Door HeusschenCopier zijn de kernkwaliteiten van het gebied beschreven en zijn aanbevelingen gedaan om die kwaliteiten zoveel als mogelijk te behouden. Met die aanbevelingen is in de planregels van het bestemmingsplan zoveel mogelijk rekening gehouden. Voor het overige verwijst het college van B&W hier naar de reactie onder 3.1. Gezien vanaf de Frankenstraat over een afstand van 150 meter zal het zicht naar het zuiden worden beperkt als gevolg van de school en de tennisbanen en de daarbij behorende geluidswand. De hoogte van de bebouwing is beperkt maar zal zeker de openheid aantasten. Door de groene omranding langs de Frankenstraat en de afstand van de Frankenstraat tot de school zal dit anders worden ervaren. De planregels laten slechts beperkte bebouwing van de voetvalvelden toe. Hierdoor wordt de openheid in oost-west richting slechts beperkt aangetast. Vanuit Obbicht in noordelijke richting gezien is de aantasting van de openheid heel beperkt. De afstand tot van de eerste woning in de kern Obbicht en het geprojecteerde clubgebouw is ca. 200 meter.
11.5 Gelijkheidsbeginsel Indiener meent dat er in strijd met het gelijkheidsbeginsel wordt gehandeld nu de gemeente geen zonnepanelen wil toestaan (Afwegingskader grootschalige opwek zon/wind gemeente Sittard-Geleen voor Regionale Energiestrategie Zuid-Limburg) in het zogenaamde groene hart zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie 2016. Reactie Het gelijkheidsbeginsel is van toepassing op gelijke gevallen. Het plaatsen van zonnepanelen in het open gebied is niet gelijk aan de ontwikkeling en het behoud van maatschappelijke voorzieningen als een school en een sportaccommodatie. Beide maatschappelijke voorzieningen zijn fundamenteel voor een leefbare kern. 11.6 Zorgvuldigheidsbeginsel Indiener geeft in chronologische volgorde zijn visie op hoe de bestuurlijke besluitvorming tot stand is gekomen. In het dossier Unilocatie Middengebied Grevenbicht-Obbicht wordt aan de voorwaarden van goed bestuur, willens en wetens en met herhaling voorbij gegaan. De bestuurders van Gemeente Sittard- Geleen worden met betrekking tot dit dossier onbehoorlijk bestuur verweten.
De onevenwichtige wijze waarop de belangen van alle betrokkenen gewogen worden, de wijze waarop onderzoeksresultaten gestuurd worden, de wijze waarop raadsbesluiten tot stand komen, de wijze waarop de inhoud van raadsbesluiten vervolgens gemanipuleerd wordt, de wijze waarop met het recht op inspraak wordt omgegaan passen niet in een correcte bestuurlijke omgeving.
Het college van B&W handelt hiermee in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Indiener verzoekt de raad het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen, alsnog opdracht te geven om de wel relevante feiten onafhankelijk te onderzoeken en op basis daarvan een weloverwogen besluit te nemen. Reactie zie 10.1
34
11.7 Geluidbelasting Indiener stelt dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan niet alle activiteiten zijn beschouwd. Zo dient bijvoorbeeld het stemgeluid te worden betrokken. Door indiener worden activiteiten genoemd zoals zangkoor en harmonieën. Deze activiteiten staan in bijlage 1 behorende bij het bestemmingsplan. Er wordt geen rekening gehouden met in de toekomst te verwachten activiteiten binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan, zoals evenementen. Deze laatste richtlijn geeft voor het dichtslaan van autodeuren een maximaal bronvermogen van 100 dB(A), in het onderzoek (“eigen archief’?) is sprake van 96 dB(A). Voor een fluitende scheidsrechter is in de richtlijn sprake van een maximaal bronvermogen van 118 dB(A), in het onderzoek (“eigen archief’?) is sprake van 114 dB(A). In het akoestisch onderzoek worden de maximale geluidsniveaus voor een gedeelte bepaald door de maatgevende geluidsbron. Dit houdt in dat het maximale geluidsniveau voor Kempenweg 70 alleen is bepaald op basis van het parkeerterrein. Dit is niet correct, het geluid van een voetbalwedstrijd op het noordelijk voetbalveld (115 dB) geeft, gezien de afstand, meer overlast op Kempenweg 70 dan op Kempenweg 68. Voor deze laatste is het maximale geluidsniveau wel bepaald aan de hand van de voetbalvelden.
Het noordelijk voetbalveld ligt echter dichter bij Kempenweg 70, onverlet het ook aanwezige parkeerterrein. Alle bovenstaande is niet in het akoestisch rapport meegenomen, en al zeker niet in gecumuleerde geluidsoverlast. In het bestemmingsplan dient een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd te worden. Dit geldt ook voor de (cumulatieve) geluidsbelasting op niet-geluidgevoelige objecten, zoals de tuin van de indiener.
Reactie De ingebrachte zienswijze ten aanzien van geluid kan worden onderverdeeld in de volgende opmerkingen: 1. Er is geen aparte toetsing gedaan om te bepalen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 2. Niet alle activiteiten in het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn meegenomen. 3. Er is sprake van inconsequente en niet verifieerbare geluidsnormen 4. Zogenaamd “maatgevende geluidsbronnen" maskeren het mogelijk daadwerkelijk maximaal geluidsniveau. 5. Er is geen realistische toekomstverwachting gegeven binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan 6. Er is geen onderzoek gedaan naar de cumulatieve geluidsbelasting
Reactie op 1: Het sportcomplex en de basisschool zijn inrichtingen die volledig onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit vallen. Hierin is opgenomen dat menselijk stemgeluid op schoolpleinen bij primair onderwijs en bij een kinderdagverblijf vanaf 1 januari 2010 buiten beschouwing gelaten worden bij de toetsing. Hiermee wordt voorkomen dat kinderen niet zouden kunnen buiten spelen, omdat anders de geluidsnormen overschreden zouden kunnen worden. Dit geldt tevens voor het stemgeluid van sporters en het komen en gaan van bezoekers.
35
Om toch inzicht te geven in de optredende geluidniveaus en om te toetsen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening is het stemgeluid toch meegenomen in het akoestisch onderzoek. Er heeft daarom alleen toetsing plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. En niet formeel aan de richtlijnen uit het Activiteitenbesluit. Eventuele hinderlijkheid van menselijk stemgeluid is niet op een aparte wijze beoordeeld. Er zijn geen concrete regels hoe hiermee omgegaan moet worden in de toetsing. Enkel voor muziekgeluid, tonaal of impulsachtig geluid dient een toeslag toegepast te worden. Reactie op 2: In het akoestisch onderzoek zijn alle van belang zijnde geluidbronnen meegenomen in het onderzoek. De genoemde functies zoals harmonieën e.d. zijn niet meegenomen in het onderzoek omdat deze functies niet worden toegestaan. Het schreeuwen van kinderen op de speelplaats is verdisconteerd in de geluidbron: Spelende kinderen op het schoolplein. Hiervoor is een geluidbronvermogen van 85 dB(A) aangehouden per kind. In het onderzoek is uitgegaan van 50 spelen/schreeuwende kinderen wat resulteert in een geluidbronvermogen van 102 dB(A). Dit geldt eveneens voor het schreeuwen van sporters. Het geluid afkomstig van de parkeerplaats (optrekken, rijden, en dichtslaan van portieren) is meegenomen in het onderzoek. Bron: Rijden en Dichtslaan portier.
Reactie op 3: Voor iedere aanwezige geluidbron is een geluidbronvermogen vastgesteld op basis van zelf uitgevoerde metingen (archief Arcadis) of op basis van de literatuur, in dit geval de VDIrichtlijn. Voor een aantal geluidbronnen is zowel een eigen gemeten bronvermogen beschikbaar als een bronvermogen uit de VDI-richtlijn. Er is dan op basis van expert judgement (ervaring) een bronvermogen gekozen. Bijvoorbeeld voor het geluidniveau voor de scheidsrechterfluit is in de VDI-richtlijn een maximaal bronvermogen van 118 dB(A) opgenomen. Uit eigen geluidmetingen ten behoeve van een vergelijkbaar onderzoek is een geluidbronvermogen gemeten van 109 dB(A) (normaal fluiten). Voor de lagere senioren elftallen en de jeugdelftallen zal niet met volle kracht gefloten worden. Er is daarom een geluidbronvermogen van 114 dB(A) gehanteerd. Eenzelfde redenatie gaat op voor het dichtslaan van autodeuren. Reactie op 4: Het maximale geluidniveau is berekend op basis van alle aanwezige piekbronnen. In het rapport behorende bij het bestemmingsplan (bijlage 13) is onterecht aangegeven dat de maatgevende geluidbron voor Kempenweg 70 het geluid van het parkeerterrein is. Vanwege de ligging van de woning dicht bij het parkeerterrein is deze conclusie waarschijnlijk getrokken; maar dat blijkt dus onterecht te zijn. In onderstaande tabel is het maximale geluidniveau voor Kempenweg 70 weergegeven.
Het parkeerterrein is dus inderdaad niet de maatgevende geluidbron, maar stemgeluiden en het fluitgeluid van het voetbalveld. De redenering in het rapport is dus niet correct maar de geluidbelasting blijft wel gelijk. Omdat de geluidbelasting niet wijzigt, verandert de conclusie van het onderzoek niet. Dit maximale geluidniveau mag conform het Activiteitenbesluit buiten beschouwing gelaten worden. Echter is deze geluidbelasting inzichtelijk gemaakt voor de toetsing of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Uit deze tabel blijkt dat het voetbalveld de maatgevende geluidbron is.
36
Reactie op 5: Het onderzoek is uitgevoerd op de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Indien in de toekomst wijzigingen optreden, die afwijkend zijn van het bestemmingsplan, dan zal daarvoor een separate procedure moeten worden doorlopen, waarbij de aanvaardbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling moet worden aangetoond. De VNG-publicatie kan gezien worden als een handreiking/hulpmiddel. Wanneer woningen op kortere afstand dan de richtafstanden uit de VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering gesitueerd zijn, dan is er een nader onderzoek nodig. Zo niet, dan is er geen nader onderzoek nodig. Omdat in de onderhavige situatie inderdaad woningen binnen de richtafstanden uit de VNG-handreiking zijn gelegen, is nader onderzoek verricht. Dit betreft het akoestisch onderzoek behorende bij dit bestemmingsplan. Reactie op 6: Alle voor de inrichting van belang zijnde geluidbronnen zijn betrokken in het onderzoek. De normstelling uit het Activiteitenbesluit is ook gebaseerd de geluidbelasting afkomstig van de inrichting. Bijdrage van andere geluidbronnen uit de omgeving vallen ook niet binnen de invloedsfeer van de inrichting. De verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder) van de inrichting is wel beoordeeld. 11.8.
Ruimtelijke indeling Indiener stelt dat het stedenbouwkundig ontwerp is aangepast ten nadele van hem en dat deze afwijkt van hetgeen op 22 en 27 mei 2019 met de wethouder is besproken. Toen werd duidelijk wat de afstand tussen de bebouwing en zijn perceel zou worden. Na deze besprekingen is in latere concepten echter de groene buffer aan de zuidzijde van perceel van indiener verkleind en de afstand van schoolgebouw tot perceel van indiener met enkele meters verkleind. De richtafstand van 30 meter van bestemmingsgrens tot mogelijk vergunningsvrije bouw wordt niet gerespecteerd, noch wordt er enige poging gedaan hier zoveel mogelijk aan te voldoen. Opeenvolgende concepten weken steeds verder af van het besproken concept van 22 mei 2019 zonder overleg met betrekking tot de aanpassingen. En dat terwijl er minder ruimte nodig is: - Er zijn 41 parkeerplaatsen nodig in plaats van 78. En dan is er nog geen rekening gehouden met het dubbelgebruik en de synergievoordelen. - Door de tennisvelden, zoals nu twee-aan-twee zijn gepositioneerd, ontstaat er meer ruimte om de afstand tussen de woning te vergroten. - Er is minder ruimte nodig voor de school gezien de vraag van Kindante.
Indiener verzoekt dan ook om in lijn met VNG-richtlijnen voor milieuzonering, overbodige verrommeling van het landschap te voorkomen, de voorgestelde synergie te verkrijgen en de ruimte zoveel mogelijk te gebruiken voor groen en/of gevraagde afstand tot nabijgelegen bebouwing (groenbuffer):
37
• het ontwerp in te richten op basis van de richtafstand van 30 meter van bestemmingsgrens tot mogelijk vergunningsvrije bouw, • minimaal de groene buffer tussen fietsenstalling en perceel van de indiener conform het concept van 22 mei 2019 te implementeren, • een garantie dat de groen buffers later niet alsnog gebruikt worden (voor bijvoorbeeld vergroting van de fietsenstalling), • minimaal de afstand tussen gebouwen en bestemmingsgrens conform het concept van 22 mei 2019 te implementeren, • het aantal parkeerplaatsen te reduceren tot de benodigde 41, • hot aantal tennisvelden te reduceren tot de benodigde 3, • de oppervlakte van de school te reduceren tot 2053 m2, • het beoogde doel van de locatie te beperken tot school en sport, en het houden van evenementen of andersoortige bijeenkomsten uit te sluiten, • In overleg overtredingen van de richtlijnen te bespreken.
Reactie Zoals in eerdere reacties is gesteld, is het stedenbouwkundig ontwerp het resultaat van inspraak en overleg met omwonenden en toekomstige gebruikers van de unilocatie. Indiener verwijst naar de richtlijnen “bedrijven en milieuzonering” van de VNG (uitgave 2009). Hierin zijn richtafstanden opgenomen die gehanteerd kunnen worden om de gewenste afstand te bepalen tussen een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer, in dit geval de school en de sportaccommodatie en een (geluid)gevoelig object, in dit geval de woning van indiener. De in de richtlijnen opgenomen afstand in de tabel, die wordt bepaald door het thema geluid, bedraagt 30 meter. Zoals gezegd, is deze afstand een richtafstand. Van deze richtlijn kan gemotiveerd worden afgeweken. De afstand van de woning van indiener tot het geprojecteerde nieuwe parkeerterrein is circa 55 meter en tot de school circa 20 meter. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat voor de woning aan de Kempenweg 70 er in alle situaties wordt voldaan aan de wettelijke geluidsnormen. Het stemgeluid van de spelers en bezoekers op het buitenterrein van de inrichting (i.c. school en sportaccommodatie) mogen, volgens artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit, buiten beschouwing worden gelaten.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is toch onderzoek gedaan naar de te verwachten equivalente geluidsniveaus en maximale geluidsniveaus als gevolg van het stemgeluid en de sportactiviteiten. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zie ook de reactie onder 11.7. Daarnaast hebben de gronden direct gelegen aan het perceel van indiener de bestemming “groen” met de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting groenzone'. Op grond van artikel 15.2 van het bestemmingsplan geldt een voorwaardelijke verplichting. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting groenzone' wordt een groenstrook met afschermend hoogtestruweel aangelegd en in stand gehouden. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de groenzone ten oosten en ten zuiden van het perceel van indiener ook groen blijft. Dit betreft een strook tussen het perceel van indiener en de school van circa 9 meter. Aan de zuidzijde van het perceel van de indiener is diezelfde groenstrook verplicht en ten zuiden daarvan wordt ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting fietsenstalling' een fietsenstalling gerealiseerd en in stand gehouden waarvan de zijde gericht naar het perceel Kempenweg 70 van een gesloten (achter)wand moet zijn voorzien. Ook dat is een voorwaardelijke verplichting.