CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

04 nota van zienswijzen BP geanonimiseerd

Raad 24 juni 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Exploitatieplan unilocatie Grevenbicht-Obbicht (Meekels) (57)21.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van zienswijzen behorend bij het bestemmingsplan unilocatie Grevenbicht-Obbicht

1

Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De raad beoordeelt aan de hand van de zienswijzen of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De raad stelt vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en beoordeelt aan de hand van zienswijzen en op grond van de onderbouwing, onderzoeken, overwegingen en afweging van belangen of het plan past in een goede ruimtelijke ordening. Onderstaand zijn de ingediende zienswijzen, al dan niet samengevat, opgenomen en voorzien van een reactie. Ook al is niet de gehele zienswijze vermeld dan is toch de gehele ingediende zienswijze beoordeeld. Door enkele indieners van zienswijzen zijn zienswijzen ingediend die eenzelfde onderwerp betreffen of nagenoeg eenzelfde onderwerp. In de reacties is daarom soms verwezen naar andere reacties op zienswijzen.

Besluitvorming De gemeente heeft zich, om te komen tot de keuze voor het realiseren van een sport- en onderwijslocatie in het gebied tussen de beide kernen, gebaseerd op twee haalbaarheidsonderzoeken, namelijk dat van Royal Haskoning DHV (RHDHV) en dat van de RO-groep (bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan). Op grond van de beide onderzoeken en na diverse bijeenkomsten met bewoners en belangengroepen zijn het college van B&W en de raad gekomen tot de bestuurlijke keus. Er is gekozen voor het gebied tussen de beide dorpen, zijnde de voorkeurslocatie, genaamd de unilocatie “Grevenbicht-Obbicht”. Het adviesbureau BRO heeft in 2015 de ruimtelijke haalbaarheid van de unilocatie in het Middengebied onderzocht en geconcludeerd dat de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is en dat er geen belemmeringen zijn. Elke locatie heeft voor- en nadelen. Elke keuze heeft voor- en tegenstanders. Het college van B&W en de gemeenteraad hebben na afweging van alle belangen van omwonenden en onder andere het belang van behoud van het landschap en na diverse inspraakrondes voor de voor beide dorpen centrale locatie in het gebied tussen de dorpen Obbicht en Grevenbicht gekozen. Dit heeft geleid tot een afgewogen en evenwichtig plan. Dat diverse voor- en tegenstanders op allerlei manieren hun invloed hebben proberen uit te oefenen, is het democratische proces ten goede gekomen.

Bij het maken van de keuze zijn het behoud van de sportverenigingen en de school voor de beide kernen doorslaggevend geweest. Met de realisatie van de school- en sportvoorziening tussen de beide dorpen is het meest aannemelijk dat beide voorzieningen voor beide dorpen kunnen worden behouden. De unilocatie ligt voor vrijwel alle inwoners op fietsafstand (minder dan 2 kilometer) en voor een belangrijk deel op loopafstand (minder dan 1 kilometer). Hierdoor is het autogebruik minder nodig en daarmee worden milieu, verkeersveiligheid, gezondheid en de zelfstandigheid van kinderen het meest gediend. Daarnaast hecht de gemeente aan een centrale locatie zowel voor sport als onderwijs zodat school en verenigingen van elkaars voorzieningen gebruik kunnen maken. Sommige lessen kunnen straks worden gegeven in de sportkantine en er kan gebruik worden gemaakt van de sportvelden. Bovendien wordt ook de gymzaal gebruikt door zowel de sportverenigingen als de school. Indien de beide voorzieningen niet centraal zouden worden gehuisvest, is dat minder makkelijk. Zowel de school als de sportverenigingen zien een meerwaarde in een unilocatie. Dit staat ook met zoveel woorden in bijlage 1 (“Kinderen gun je de meest mogelijke verrijkende omgeving: Onderwijs en Sport op de Unilocatie”) van het bestemmingsplan.

2

Hoewel de huidige sportlocatie in Obbicht in oppervlakte groot genoeg is om zowel de sportaccommodatie als de school te huisvesten is vanwege de decentrale ligging hiervoor niet gekozen. Als tegenprestatie voor het verlies aan landschap tussen de dorpen worden delen van het bebouwd gebied (POL2014) en stedelijk gebied (volgens de ladder voor duurzame verstedelijking) teruggegeven aan het landschap door deze gebieden in te zetten voor natuur- en landschapsontwikkeling. Het gebied tussen de beide kernen is voornamelijk een open akker. De sportlocatie Obbicht is direct gelegen aan de Kingbeek met daarbij een vernat stuk broekbos en in de directe nabijheid van de Maas. Direct ten zuiden ligt het landgoed behorende bij kasteel Obbicht. De potentie van dit gebied is voor de landschapsen met name natuurwaarden groter dan de akker tussen Grevenbicht en Obbicht.

Indieners van zienswijzen: 1. Achmea Rechtsbijstand, mw. Mr. G.H. Blom, Postbus 4116, 7320 AC Apeldoorn, namens mw. C.R.H. Bischops-Donders, Beelaertsstraat 67, 6124 AA Papenhoven. 2. P.F.M. Wijshoff, Houtstraat 45, 6127 EB Grevenbicht 3 en 3a De heer J.P.H Kostons, Beekstraat 23, 6127 AH Grevenbicht 4. De heer J.P.M. Bremmers, Stiftstraat 10, 6124 CC Papenhoven 5. De heer J. Corbey, Merovingenstraat 25, 6124 AB Papenhoven 6. De heer L de Baere, Kasteelweg 22, 6125 RG Obbicht 7. Mw. G. Fijten, Praktijk Fijten, Stiftstraat 2, 6127 EL Grevenbicht 8. Drs. Jan Lassche, Stiftstraat 2, 6127 EL Grevenbicht 9. Dr. Gerda Fijten, Stiftstraat 2, 6137 EL Grevenbicht 10. Bart Groenewoud, Stiftstraat 6, 6124 CC Grevenbicht Papenhoven 11. A.C.M. Van Mulken, Kempenweg 70 te Papenhoven 12. Stichting Behoud Groen Middengebied, p.a. Kempenweg 68, Obbicht 13. De heer A.A.M. van Pey, Steenakkerweg 4, 6121 XA Born

3

1. Achmea Rechtsbijstand, mw. Mr. G.H. Blom, Postbus 4116, 7320 AC Apeldoorn, namens mw. C.R.H. Bischops-Donders, Beelaertsstraat 67, 6124 AA Papenhoven.

1.1. Noodzaak Indiener ontgaat de noodzaak van de ontwikkeling van de centrale sportvoorziening bestaande uit voetbal- en tennisvelden, aangezien er alleen maar terugloop is geweest bij de verschillende verenigingen. En juist deze sportvoorzieningen worden aan de zijde van het plangebied gerealiseerd waar de woning van indiener staat. Bij de locatiekeuze zijn het behoud van de sportverenigingen en de school voor de beide kernen doorslaggevend geweest. Daarnaast hecht de gemeente aan een centrale locatie voor zowel sport als onderwijs om zo het gebruikmaken van elkaars voorzieningen mogelijk te maken. Sommige lessen kunnen straks worden gegeven in de sportkantine en er kan gebruik worden gemaakt van de sportvelden. Bovendien wordt ook de gymzaal gebruikt door zowel de sportverenigingen als de school. Indien de beide voorzieningen niet centraal zouden worden gehuisvest is dat niet goed mogelijk. Zowel de school als de sportverenigingen zien een meerwaarde in een unilocatie. De afstand van de woning tot de sportvoorzieningen bedraagt ongeveer 230 meter. De gevolgen van de sportvoorziening voor indiener zijn zeer beperkt, zoals door de onderzoeken is aangetoond. . 1.2 Geluid en evenementen Indiener verzoekt de openingstijden zonder uitzondering tot 23:00 uur te beperken. Dit gelet op de te verwachten geluidsoverlast van de vertrekkende bezoekers.

Op die manier hoopt indiener dat het na 23:30 uur rustig wordt op en rondom de terreinen, hetgeen de nachtrust in dit van oudsher geluidsarme gebied ten goede zal komen. Indiener verzoekt de speciale evenementen tot een vast aantal per jaar te beperken. Hierdoor blijft de (geluids)overlast beperkt en overzienbaar. Een lage geluidswal aan de oostzijde van het terrein zou al heel wat (geluids)overlast kunnen beperken. Een geluidswal die wellicht ook met groen kan worden bekleed zodat de landschappelijk inpassing bijdraagt aan behoud van het woongenot van indiener. In de reactie op de inspraakreactie is dit alles afgedaan met de mededeling dat nu aan de geluidsnormen wordt voldaan voor de woning Kempenweg 68, dit zeker voor de woning van indiener van toepassing is. Aan het verzoek van indiener tot het plaatsen van een geluidswal wordt niet tegemoetgekomen om de openheid van het gebied te behouden. Als de openheid van het gebied dan zo belangrijk is vraagt indiener zich wel af waarom op deze locatie een dergelijk plan wordt ontwikkeld. Met het oog op de voorgenomen ontwikkeling is door Arcadis een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek staan in het akoestisch rapport d.d. 4 februari 2020 (zie bijlage 13 bij het bestemmingsplan).

In het akoestisch onderzoek is geluid afkomstig van sport- en onderwijsvoorziening - met name het geluid van spelende en sportende kinderen en de verkeersaantrekkende werking - onderzocht. Ook de gevolgen van het stemgeluid van sporters en kinderen en het komen en gaan van bezoekers zijn onderzocht. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vrijwel overal voldaan wordt aan de geluidsnormen bij de bepalende woningen. De woningen aan de Frankenstraat 17 en 20 en de Kempenweg 70 zijn de voor het aspect geluid bepalende woningen. Uit het onderzoek blijkt ook dat de geluidsbelasting op de woning aan de Kempenweg 68 in elke situatie voldoet aan de wettelijke geluidsnormen. De afstand van woning aan de Kempenweg 68 tot de sportkantine

4

is even groot als de afstand tussen de woning van indiener aan de Beelaertstraat 67 tot de grens van de unilocatie, namelijk ca. 230 meter. De afstand van de voetbalvelden tot de woning aan de Kempenweg 68 is aanzienlijk kleiner dan die 230 meter. Nu blijkt dat aan de geluidsnorm wordt voldaan bij de woning aan de Kempenweg 68 en de woning van indiener op aanzienlijk grotere afstand van de unilocatie is verwijderd, is aannemelijk dat ook bij de woning van indiener wordt voldaan aan de gestelde geluidsnorm. Om elk risico van eventuele overschrijding van de geluidsnorm uit te sluiten zijn voor de woningen Beelaertstraat 65 en 67 aanvullende berekeningen uitgevoerd (zie bijlage “memo Arcadis d.d. 4 juni 2020 PROJECTNUMMER C05022.214027”). De hoogste geluidbelasting in de dagperiode treedt op in het weekend en bedraagt voor beide woningen 41 dB(A), dit is 9 dB(A) onder de grenswaarde voor de dagperiode. In de avondperiode bedraagt de maximale geluidbelasting 38 dB(A) voor beide woningen, dit is 7 dB(A) onder de grenswaarde. In de nachtperiode bedraagt de geluidbelasting maximaal 20 dB(A) en 22 dB(A) voor respectievelijk Beelaertstraat 65 en Beelaertstraat 67. Deze niveaus liggen eveneens ruimschoots onder de geldende grenswaarde van 35 dB(A) uit het Activiteitenbesluit.

Zowel op een doordeweekse dag als in het weekend worden de grenswaarden voor het maximale geluidniveau uit het Activiteitenbesluit milieubeheer niet overschreden. Het maximale geluidniveau (piekbelasting) is in het weekend het hoogst en bedraagt 57 dB(A) voor beide woningen. In de avondperiode bedraagt het maximale geluidniveau 51 dB(A) en in de nachtperiode 48 dB(A) en 50 dB(A) voor respectievelijk Beelaertstraat 65 en Beelaertstraat 67. Hieruit blijkt dat ook bij de woning van indiener wordt voldaan aan de geldende geluidsnormen. Omdat er ruimschoots wordt voldaan aan de geluidsnormen stelt het college van B&W zich op het standpunt dat de belangen van indiener niet worden geschaad en het woongenot niet onevenredig wordt aangetast. De aanleg van een geluidswal om aan de geluidsnorm te kunnen voldoen, is overbodig. Bovendien zou de aanleg van een geluidswal de openheid van het gebied onnodig verder aantasten. 1.3 Licht Op grond van de planregels zijn lichtmasten tot 18 meter hoog toegestaan. De locatie van de lichtmasten is niet in het bestemmingsplan bepaald. Met name door de forse masthoogte 18 meter en de toegestane lichtsterkte 7500 candela per armatuur, vreest indiener lichtoverlast op de achtergevel en achtertuin van haar woning. Zeker in combinatie met de lange avond openstelling van de sportterreinen.

Het blijft voor indiener dan ook onduidelijk waar en hoe de masten worden geplaatst. Verder is opvallend dat er geen limiet is gesteld aan het aantal masten, waardoor niet bepaald kan worden wat de totale verlichtingssterkte zal zijn op de gevel van de woning en de achtertuin van indiener door horizontaal licht. Indiener stelt zich dan ook op het standpunt dat in de planregels een duidelijke beperking moet worden opgenomen van de totaal te ontvangen lichtsterkte op de achtergevel en achtertuin van haar woning, in de twee genoemde tijdvakken 07.0023.00 en 23.00-07.00 uur. Er wordt in de reactie op de inspraakreactie uitvoerig ingegaan op de ‘Algemene richtlijn betreffende lichthinder, Deel 1 Algemeen en grenswaarden voor sportverlichting’ van de NSW. Dit betreft echter een richtlijn uit 2007 en daarin wordt bijvoorbeeld nog geen rekening gehouden met ledverlichting. Tevens heeft indiener gevraagd een geschikte opstelling van de masten en de straalrichting van de lichtarmaturen in de planregels op te nemen. Indiener doelt dan op de opstelling van de masten dwars op de kijkrichting van haar woning, waardoor

5

de kans op lichtoverlast op elegante en natuurlijke wijze wordt voorkomen. Het zou de inzichtelijkheid bevorderen als masten en lichtstraalrichting ingetekend worden in de stedenbouwkundig ontwerp COS-tekening. In de reactie op de inspraakreactie is aangegeven dat in de toelichting bij het bestemmingsplan het gebruik van de bestaande tennisbanen is weergegeven zoals dat door de tennisvereniging is opgegeven. Op grond van artikel 3.5 onder b van de planregels is een gebruik tussen 23:00 uur en 7:00 uur niet uitgesloten. Het gebruik van de lichtmasten na 23:00 uur is op grond van het Activiteitenbesluit alleen mogelijk indien die dag is aangewezen op grond van artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit. Indiener heeft in de planregels een afwijking ten opzichte van de bijbehorende ‘toelichting Unilocatie Grevenbicht-Obbicht’ geconstateerd. De toelichting vermeldt namelijk in hoofdstuk 3.2 “stedenbouwkundig ontwerp” met betrekking tot het gebruik: “Incidenteel kan het voorkomen dat er meer sets gespeeld moeten worden en dat een wedstrijd tot 24:00 uur duurt. Dit betreft dan meestal één tennisbaan. Daarnaast organiseert de tennisvereniging jaarlijks, gedurende één à twee weken, een toernooi waarbij de wedstrijden tot ongeveer 24:00 uur duren”.

Het is voor indiener dan ook onduidelijk waarom niet gewoon is opgenomen dat het gebruik van de lichtmasten na 23:00 uur niet mogelijk is en dat alleen op grond van 3.148 Activiteitenbesluit een uitzondering kan worden gemaakt op grond van de zogenaamde 12 -dagenregeling. Indiener vraagt zich af waarom het gebruik na 23:00 uur niet is uitgesloten. Reactie De lichtsterkte die wordt ervaren op de gevel wordt niet bepaald door het aantal masten. In artikel 3.5 onder b van het bestemmingsplan is de volgende planregel opgenomen: “Lichtmasten ten behoeve van de sportvoorzieningen mogen slechts worden gebruikt, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: ◦ 1. de verticale verlichtingssterkte mag niet meer dan 5 lux bedragen van 7.00 tot 23.00 uur en niet meer dan 1 lux van 23.00 tot 7.00 uur; ◦ 2. de armatuurlichtsterkte mag niet meer dan 7.500 candela bedragen van 7.00 tot 23.00 uur en niet meer dan 500 candela van 23.00 tot 7.00 uur.” Factoren die van invloed zijn op het optreden van zowel storende als onbehaaglijke verblinding zijn de richting waaruit de lichtbronnen worden gezien, onder andere bepaald door de lichtpunthoogte, en het aantal, de lichtsterkte en de grootte van de lichtbronnen die gelijktijdig worden waargenomen.

Op het gebied van lichthinder bestaat sinds november 1999 een officiële normgeving namelijk de “Algemene richtlijn betreffende lichthinder, Deel 1 Algemeen en grenswaarden voor sportverlichting” van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Deze aanbeveling wordt door het ministerie van VROM gehanteerd (Zie Staatsblad n. 415 d.d. 19 oktober 2007). Richtlijn Lichthinder (NSVV november 2014) In 2014 is ook door de NSVV een “Combi lichthinder richtlijn gepubliceerd met onder andere psychologische hinder van mens en natuur en beperking van de zichtbaarheid van het schijnbare lichtoppervlak van een armatuur bij afstanden 25 x en 50 x lichtpunthoogte in zone E1 en E2. In tegenstelling tot hetgeen door indiener is gesteld, dateert deze richtlijn niet uit 2007 maar uit 2014. In 2020 is door de NSVV een gewijzigde Richtlijn opgesteld. Deze heeft voor de maximaal toegestane lichtsterkte (verlichtingssterkte en armatuursterkte) geen gevolgen. Er zijn twee effecten op omwonenden te onderscheiden: - de verticale verlichtingssterkte op de gevels (lux)

6

- de lichtsterkten van de armaturen die waargenomen worden. Grenswaarden, waarbij lichthinder optreedt, zijn afhankelijk van het omgevingslicht. Deze worden vooral bepaald door de activiteit in de omgeving (industriegebied, woonwijk, landelijke omgeving) en de eventuele aanwezigheid van straatverlichting. De omgevingszones zijn in vier gebieden verdeeld: E1 : natuurgebieden Ev max. : 2 lux E2 : landelijk gebied Ev max. : 5 lux E3 : stedelijk gebied Ev max. : 10 lux E4 : stadscentrum/industriegebied Ev max. : 25 lux Voor iedere zone geldt een verschillend te hanteren grenswaarde. Het gebied unilocatie is beoordeeld als “landelijk gebied”. Voor zone E2 bedraagt de maximale toelaatbare verticale verlichtingssterkte 5 lux, de maximale toelaatbare lichtsterkte 7.500 candela en de toepassingscondities zijn tussen 7.00 en 23.00 uur. Na 23.00 uur is dat 1 lux. De maximale grenswaarden die voor de lichtinstallatie gelden, worden dus bekeken vanuit degene die licht ervaart. Dat betekent dat er berekend c/q gemeten wordt, op de plaats waar degene die licht ervaart zich bevindt. De verticale lichtsterkte is het licht, afkomstig van de veldverlichting in het vlak van de gevel voor een raam (ooghoogte) van woningen.

Voor de lichtsterkte ten opzichte van de natuur kan deze definitie aangepast worden door bij de meting als uitgangspunt te nemen: “het licht, afkomstig van de veldverlichting, op ooghoogte (1.80 m.)”. Ten aanzien van het aantal en de plaatsing van de lichtmasten. Zoals uit bovenstaande blijkt wordt de lichtsterkte die wordt ervaren niet bepaald door het aantal masten en ook niet door de plaatsing van de masten. De ervaren lichtsterkte moet met het oog op het belang van omwonenden en natuur worden beperkt door middel van doelnormen. Het nu bepalen van de locatie en aantal masten is niet in belang van omwonenden en natuur en zou een adequate inrichting onnodig in de weg staan. In de toelichting van het bestemmingsplan is het gebruik van de bestaande tennisbanen weergegeven zoals dat door de tennisvereniging is opgegeven. Bij het gebruikmaken van de tennisbanen moet de tennisvereniging de planregels in acht moeten nemen. In artikel 3.5 onder b is de volgende planregel opgenomen: “ Lichtmasten ten behoeve van de sportvoorzieningen mogen slechts worden gebruikt, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: ◦ 1. de verticale verlichtingssterkte mag niet meer dan 5 lux bedragen van 7.00 tot 23.00 uur en niet meer dan 1 lux van 23.00 tot 7.00 uur; ◦ 2.

de armatuurlichtsterkte mag niet meer dan 7.500 candela bedragen van 7.00 tot 23.00 uur en niet meer dan 500 candela van 23.00 tot 7.00 uur. De planregels sluiten een gebruik buiten de periode tussen 23.00 en 07.00 uur dus niet uit. Het gebruik van de lichtmasten na 23.00 uur is op grond van het activiteitenbesluit echter alleen mogelijk indien die dag is aangewezen op grond van artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit. De tijden waarop de verlichting aan mag zijn, zijn uitputtend geregeld in artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit. Voor dit aspect zijn daarom geen maatwerkvoorschriften mogelijk. De verlichting moet zijn uitgeschakeld: •tussen 23.00 uur en 07.00 uur •als er geen sport wordt beoefend •als er geen onderhoud plaatsvindt

7

Om toernooien te kunnen houden kan op grond van artikel 3.148, tweede lid gebruik gemaakt worden van de zogenaamde 12-dagenregeling. Dit is overigens geen recht maar een bevoegdheid van de gemeente. Hierbij moet het gaan om festiviteiten die bij gemeentelijke verordening of anderszins zijn aangewezen. Het college van B&W wijst jaarlijks deze festiviteitendagen aan. In Grevenbicht zijn voor 2020 de kermisdagen in Grevenbicht aangewezen. Voor Obbicht zijn geen dagen aangewezen. Om eventuele onduidelijkheid hierover te voorkomen wordt artikel 3.5 onder b een derde toegevoegd: 3. de lichtmasten mogen tussen 23.00 uur en 07.00 uur enkel worden gebruikt op die dagen die door het college van B&W zijn aangewezen op grond van artikel 3.148 lid 2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Met de in de planregels opgenomen normen wordt de verlichtingssterkte door B&W aanvaardbaar geacht nu deze moet voldoen aan de door de NSVV gestelde richtlijn. Op grond van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat aan de gestelde lichtnormen kan worden voldaan.

1.4 Verkeer Het verkeer zal toenemen. Indiener verzoekt daarom door middel van een verkeersdeskundigonderzoek te bepalen op welke wijze de routes over de Beelaertsstraat en Tomberstraat ontmoedigd kunnen worden, zodat er geen waterbed effect qua verkeer gaat ontstaan. Mogelijk dat instelling van eenrichtingverkeer op de Frankenstraat hier een simpele maar effectieve maatregel kan zijn. Reactie Volgens het rapport van Arcadis Verkeerstoets t.b.v. bestemmingsplan unilocatie Grevenbicht-Obbicht (d.d. 10 december 2019, Nummer C05022.214027) genereert de school inclusief BSO 459 voertuigbewegingen per etmaal en het sportcomplex 156 voertuigbewegingen per etmaal. In dat deskundigenrapport wordt de verwachting uitgesproken dat het merendeel van de voertuigbewegingen over de Kempenweg/Houtstraat zal plaatsvinden en dat die weg, gezien de lage intensiteiten, dat gemakkelijk aankan en dat de het verkeer op de Frankenstraat slechts licht zal toenemen. Uit het verkeersonderzoek is niet gebleken dat er aanleiding bestaat om verkeersmaatregelen te treffen aan de Beelaertsstraat en de Tomberstraat. 1.5 Planschade Nu bij planschadeclaims een steeds groter deel van het nadeel voor eigen risico blijft, moet dit nadeel zo klein mogelijk blijven. Een goede ruimtelijke ordening vraagt dat de gemeente het nadeel voor omwonenden waar mogelijk beperkt.

Een reden te meer om te zoeken naar andere locaties, waar geen of minder planschade te verwachten is. Reactie Indien, nadat een verzoek om tegemoetkoming in planschade bij de gemeente is ingediend, een onafhankelijke planschadeadviescommissie tot de conclusie komt dat indiener planologisch nadeel heeft ondervonden en adviseert een tegemoetkoming in planschade toe te kennen dan zal een tegemoetkoming in planschade door de gemeente worden vergoed. Het college van BenW meent dat, door de gebouwen aan de noordzijde van het gebied te concentreren en door het treffen van maatregelen om geluids- en lichthinder zoveel mogelijk te voorkomen en regels te stellen aan het gebruik, de nadelen van omwonenden zoveel als mogelijk worden beperkt.

8

2.

P.F.M. Wijshoff, Houtstraat 45, 6127 EB Grevenbicht

2.1 De noodzaak van de ontwikkeling is niet onderbouwd. Er wordt niet voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Reactie Allereerst verwijst het college van BenW naar het rapport van BRO “Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht” van 3 februari 2020 (bijlage 2 bij het bestemmingsplan). In dit rapport staat uitvoerig beschreven waarom er behoefte bestaat aan een samenvoeging van voorzieningen op een centrale locatie. Er bestaat behoefte om de school en de sportlocaties te clusteren tussen de beide kernen. Zowel de sportlocaties als de school zijn dringend aan verbetering toe. Centralisatie en samenvoeging leiden tot kleinere en efficiëntere (dubbelgebruik van parkeren en ruimtes) ruimtebehoefte. Dat er behoefte bestaat aan een (nieuwe) school en een (opgewaardeerde) sportvoorziening wordt door indiener in de zienswijzen niet ter discussie gesteld. Zowel de tennisverenigingen als de voetbalverenigingen van de beide dorpen zijn inmiddels gefuseerd. Het situeren van de gefuseerde sportverenigingen tussen de beide dorpen in, ligt dan ook voor de hand. Het behoud van de school voor de beide kernen is voor de leefbaarheid van die kernen van groot belang. Bovendien hebben de sportverenigingen en de school aangegeven dat zij meerwaarde zien in een locatie dicht bij elkaar zodat van elkaars voorzieningen gebruik kan worden gemaakt.

Dat geldt in ieder geval voor de parkeervoorziening maar ook voor de gebouwen en de sportvelden. Nadat de beide voorzieningen naast elkaar zijn gehuisvest, biedt dit de mogelijkheid en is de verwachting dat in de loop van de tijd het gezamenlijke gebruik en de samenwerking toenemen. Binnen het onderwijs is meer nadruk gekomen op “Passend Onderwijs” en de individuele ontwikkelingsbehoeften van kinderen. Vanuit de samenleving bestaat er een groeiende behoefte aan goede voorzieningen voor basisonderwijs, voor- en naschoolse opvang en peuteraanbod, in een vorm waarbij niet naast elkaar wordt gewerkt, maar met elkaar via een integraal aanbod. Om te kunnen voldoen aan deze behoefte is een Integraal Kindcentrum nodig, waarbinnen voorzieningen voor basisonderwijs, voor- en naschoolse opvang en peuteraanbod aanwezig zijn onder één dak. Daarnaast is er sprake van meerwaarde als er een verdere clustering van het kindcentrum met buitensportfaciliteiten kan worden aangeboden (zie onderbouwing in bijlage 1 van het bestemmingsplan). De locatie van de huidige school in Grevenbicht is qua oppervlakte enkel groot genoeg voor een nieuwe school.

De gemeente, sportverenigingen, het schoolbestuur en veel andere inwoners van Grevenbicht en Obbicht zijn echter van mening dat voor een duurzame behoud en verandering van onderwijs- en sportvoorzieningen ten behoeve van de beide kernen de realisatie van een integraal onderwijs sportconcept noodzakelijk is. Voor deze ontwikkeling ontbreekt het aan geschikte locaties binnen het stedelijk gebied van de kernen Grevenbicht en Obbicht waar voldoende ruimte is om het kindcentrum met buitensportmogelijkheden te clusteren (zie onderbouwing in Bijlage 2). De sportlocatie in Obbicht is groot genoeg om zowel de sport- als de onderwijsvoorzieningen te huisvesten. De decentrale ligging ten opzichte van de kern Grevenbicht, waar de meeste schoolkinderen vandaan komen, maakt deze locatie ongewenst. Bovendien ligt de locatie deels in, en grenst direct aan, de goudgroene natuur (POL2014). Deze clustering op één locatie is een belangrijke meerwaarde van deze ontwikkeling. De meest geschikte locatie hiervoor is de locatie tussen de beide kernen (zie daartoe ook de haalbaarheidsonderzoeken van RHDHV en de RO-groep, die als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd). Hier zullen de sportvoorzieningen worden geconcentreerd, waarbij de voetbalvelden tussen de gebouwen van de unilocatie en de kern Obbicht worden gesitueerd.

Voor deze voetbalvelden gelden beperkende bouwregels zodat die voetbalvelden het open karakter zo min mogelijk aantasten.

9

De vrijkomende nu bestaande sportvoorzieningen worden ontmanteld. Deze vrijkomende sportlocaties krijgen een groene, landschappelijke invulling. Op deze manier blijft de ingreep op het landschap ten gevolge van de school en sportvoorzieningen beperkt en worden de vrijkomende locaties ingezet voor natuur- en landschapsontwikkeling en teruggegeven aan het buitengebied. Volgens de Nota van Toelichting van artikel 3.1.6 lid 2 is het doel van het gewijzigde artikel 3.1.6 lid 2 een zorgvuldig gebruik van ruimte en het tegengaan van overprogrammering, alsmede het tegengaan van de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. De vrijkomende sportlocaties krijgen een “groene” bestemming gericht op natuur- en landschapsontwikkeling. De beide vrijkomende sportlocaties kunnen dan worden toegevoegd aan het landelijk gebied. Met name de potentie van de locatie Obbicht is groot voor natuur- en landschapsontwikkeling. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg heeft bij brief d.d. 24 maart 2021 aan de Stichting Behoud Groen Middengebied (zie bijlage bij het bestemmingsplan), waarvan de gemeente een afschrift heeft ontvangen, laten weten dat in POL 2014 het volgende is opgenomen: “Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten een plek krijgen binnen het bebouwd gebied.

Als dat in uitzonderingsgevallen niet kan, dan toch zoveel mogelijk aansluitend daaraan én met een stevige tegenprestatie voor het verlies aan omgevingskwaliteiten. Met dit principe in combinatie met het dynamisch voorraadbeheer, geven we invulling aan het principe van duurzame verstedelijking. De invulling van de vrijkomende sportlocaties heeft de provincie als tegenprestatie beoordeeld. Door het vastleggen van de nieuwe bestemming voor de sportlocaties naar ‘Groen’ en ‘Natuur’ wordt de tegenprestatie geborgd.” Het college van B&W is van mening dat in de toelichting en met de beantwoording van de zienswijzen voldoende aannemelijk is gemaakt dat er behoefte bestaat aan de ontwikkeling en waarom deze ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het bestaand stedelijk gebied. 2.2. De hoogstandboomgaard en de stallen moeten verdwijnen. In 1997 is een verzoek om er een woning te bouwen afgewezen. En nu kan er gewoon worden gebouwd. Reactie Midden in het plangebied zijn twee percelen gelegen waarop nu ongeveer 15 bomen staan. De percelen zijn in totaal 2590 m2. Daarnaast bevinden zich op deze percelen enkele gebouwen met een totale oppervlakte van ongeveer 90 m2. Voor enkele van deze gebouwen is een vergunning verleend. De bomen en gebouwen zullen vanwege de ontwikkeling inderdaad moeten worden verwijderd.

Bij de herinrichting van het gebied zullen gebiedseigen bomen en struiken worden gebruikt en blijft de openheid van het gebied tussen de beide kernen zoveel mogelijk behouden. Bovendien zullen op de beide vrijkomende sportlocaties natuur- en landschapswaarden worden hersteld en versterkt. Zie ook de reacties hierboven. 2.3 Er wordt niet voldaan aan de nationale omgevingsvisie: kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal volgens 2.1.1 van die omgevingsvisie. Er wordt ernstig afbreuk gedaan aan de kernkwaliteiten en omgevingskwaliteiten van het gebied. Ten gevolge van de hoogte van de gebouwen heeft dat grote impact. Indiener verzoekt om bebouwing niet verder te laten reiken dan de achtergevel van de opstallen Frankenstraat 17/17A en het clubgebouw enkellaags uit te voeren. Reactie Door adviesbureau HeusschenCopier is een rapport opgesteld (Unilocatie & sportlocaties Grevenbicht-Obbicht, kernkwaliteiten & omgevingskwaliteiten d.d. 14.10.2020) dat onder andere een beschrijving geeft van de kernkwaliteiten van het gebied. In het rapport staat dat de open ruimte tussen de kernen Grevenbicht en Obbicht bijdraagt aan de herkenbaarheid

10

van beide kernen. Het zacht glooiende open landschap met daarin de herkenbare geomorfologie van het prehistorische Maasdal en de vergezichten als gevolg van het coulissen-achtige landschap zijn veruit de belangrijkste kwaliteiten in dit gebied. De aantasting van de openheid van het gebied wordt zoveel mogelijk beperkt. Het meest zuidelijk geprojecteerde gebouw is ca. 20 meter ten zuiden van de bebouwing op het perceel Frankenstraat 17 gesitueerd. Daarmee wordt de openheid ten gevolge van verdere bebouwing slechts beperkt aangetast. In de huidige situatie bevindt zich in het open gebied op ca. 40 meter ten zuiden van de Frankenstraat 17 een schuur. Deze schuur zal ten gevolge van de ontwikkeling moeten verdwijnen. Door de gebouwen die deel uitmaken van de ontwikkeling zoveel als mogelijk aan de noordzijde en de voetbalvelden tussen deze gebouwen en het dorp Obbicht te situeren en de gebouwen in hoogte beperkt zijn, meent het college van B&W de openheid en dus de kernkwaliteit zoveel mogelijk te kunnen bewaren. Bovendien wordt het bouwen op die voetbalvelden zoveel als mogelijk beperkt door middel van de planregels die slechts zeer beperkt bouwen toestaan. Zie ook de reactie onder 3.1. 2.4 Door voetbalvelden naar het westen te verplaatsen is er minder akkergrond nodig.

Reactie Door afstand te creëren tussen de sportvelden en de Kempenweg ontstaat er ruimte die zorgt voor een meer open landschappelijke beleving dan wanneer de voetbalvelden direct aan de weg zouden worden gesitueerd. Bovendien is het, door het creëren van afstand, niet nodig om hoge ballenvangers, die de openheid verder aan zouden tasten, te plaatsen. 2.5 Ten aanzien van de herbestemming van de sportaccommodatie in Grevenbicht heeft indiener de mening dat de gemeente de licht tot sterk vervuilde grond (zie par. 4.10.1.) moet saneren. De zinsnede: "Indien de bestemming wijzigt naar een gevoeliger gebruik, kan het noodzakelijk zijn om de locatie met ophooglaag actualiserend te onderzoeken en vervolgens alsnog te saneren" Reactie De bestemming wijzigt niet naar een gevoeliger gebruik dan nu het geval is. Om die reden is er geen noodzaak om de grond op de sportlocatie Grevenbicht te saneren.

3 en 3a De heer J.P.H Kostons, Beekstraat 23, 6127 AH Grevenbicht 3.1. Het plan unilocatie ontwerpbestemmingsplan blijft ondanks de landschappelijke inpassing een ernstige aantasting van de kernkwaliteit open ruimte tussen de dorpen. Een aangepaste unilocatie school (IKC) met sport-/ speelveld in de Frankenstraat kan deze ruimtelijke kernkwaliteit grotendeels behouden (zie schets bijlage behorend bij de zienswijze). Ook een school met twee verdiepingen vergt minder ruimtegebruik (suggestie provincie Limburg, bijlage 15). De plannen unilocatie/ ontwerpbestemmingsplan zoals voorgesteld, zijn ondanks de landschappelijke inpassing, ernstig in strijd met de kernkwaliteiten/ ruimtelijk karakter bronsgroene landschapszone tussen Grevenbicht en Obbicht. Vanuit de Frankenstraat in noord-zuid richting is het gehele landschap ter hoogte van Unilocatie zelfs visueel afgesloten. Aldus een onacceptabele inbreuk op het landschap/ kernkwaliteit open ruimte. Reactie

11

Door HeusschenCopier is een rapport opgesteld (Unilocatie & sportlocaties GrevenbichtObbicht, kernkwaliteiten & omgevingskwaliteiten d.d. 14.10.2020) dat onder andere een beschrijving geeft van de kernkwaliteiten van het gebied (bijlage 7 bij het bestemmingsplan). De open ruimte tussen de kernen Grevenbicht en Obbicht draagt bij aan de herkenbaarheid van de beide kernen. Het zacht glooiende open landschap met daarin de herkenbare geomorfologie van het prehistorische Maasdal en de vergezichten als gevolg van het coulissen-achtige landschap zijn veruit de belangrijkste kwaliteiten in dit gebied (p.10 HeusschenCopier). Een andere belangrijke kernkwaliteit is het contrast in dynamiek tussen het agrarische landschap en de dorpen (p.11 HeusschenCopier). Door HeusschenCopier zijn aanbevelingen (p.13) gedaan voor de inrichting van het gebied uitgaande van de realisatie van de unilocatie.

In de planregels en de verbeelding van het bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met het behoud van de openheid van het gebied door: - de bebouwing zo dicht mogelijk langs de Frankenstraat te projecteren, - de voetbalvelden tussen de bebouwing van de unilocatie en de kern Obbicht te situeren en planregels op te nemen om bebouwing zoveel als mogelijk te voorkomen - de in/uitrit van het parkeerterrein zo dicht mogelijk maar wel verkeersveilig bij de kernrand te positioneren - de infiltratiezones aan de zuidkant te situeren. De hoogopgaande beplanting en hagen die worden gesuggereerd, worden overgenomen. Voor de bruikbaarheid van het meest zuidelijk geprojecteerde voetbalveld zijn de ballenvangers e.d. echter mogelijk nodig. Deze worden in de planregels in hoogte beperkt. De adviezen uit de rapportage van HeusschenCopier zijn voor het overgrote deel overgenomen. Ten aanzien van het verplaatsen van de ingang naar het parkeerterrein heeft de gemeente het belang van de verkeersveiligheid voor de schoolkinderen boven het belang van de omgevingskwaliteit gesteld. De inrit blijft dus op de voorgestelde locatie; 50 meter ten zuiden van de ingang van het entreelaantje. Het verdiept aanleggen van het zuidelijk voetbalveld is niet gewenst vanwege de aanwezige archeologische verwachtingswaarde.

Conform het advies is voor het plangebied Unilocatie ten zuiden van de voetbalvelden, een vergunningstelsel opgenomen om te voorkomen dat dit gebied zonder vergunning wordt opgehoogd. Het college van B&W is van mening dat er een evenwichtige afweging is gemaakt waarbij er sprake is van een centrale sport- en onderwijsvoorziening met zoveel mogelijk behoud van de kernkwaliteiten van het gebied. 3.2. De stringente eisen gesteld aan de ruimtelijke planning van de unilocatie beperken de mogelijkheden voor de sportverenigingen en maken de locatie minder geschikt. Indiener heeft dit later verduidelijkt: Als compensatie hiertoe een universeel sport/speelveld (half voetbalveld), speciaal ingericht voor kinderen, kan mogelijk verleiden tot meer noodzakelijk bewegen. Sportverenigingen kunnen participeren en hun sport (voetbal, tennis, handbal, volleybal, atletiek, enz.) promoten door het geven van lessen en/of trainingen, materialen. Een ruimere gym-/ sportzaal biedt een multifunctionele meerwaarde, vooral in het winterseizoen. De ontwikkeling is zowel met de sportverenigingen als de school uitvoerig besproken. Zij achten zowel de locatie als de accommodatie zeer geschikt. Vanwege de directe nabijheid van de voetbalvelden, tennisbanen, de gymzaal en een ruime speelplaats worden kinderen ruimschoots in de gelegenheid gesteld om te bewegen. Een sportzaal is financieel niet

12

haalbaar binnen de beschikbare middelen, wordt door genoemde partijen ook niet noodzakelijk geacht en zou ook een te grote inbreuk maken op het landschap. 3.3 Als bijkomend bezwaar tegen de plannen unilocatie het versneld afschrijven van sportcomplexen in Grevenbicht en Obbicht, onder andere in ruil voor een duur ommuurd tenniscomplex unilocatie voor een beperkt seizoensgebruik, steeds minder leden en schijnbaar kleinere bezettingsgraad. Door de samenvoeging van de beide tenniscomplexen ontstaat er zowel in Grevenbicht als Obbicht ruimte voor natuur -en landschapsontwikkelingen. Het aantal tennisbanen wordt teruggebracht van acht, vier in Obbicht en vier in Grevenbicht, naar vier. Juist door de school en de sportvoorziening op een centrale plek tussen de beide kernen te situeren, acht het college van B&W het voortbestaan en het behoud van de beide voorzieningen groter dan wanneer deze in één van de beide kernen zouden zijn. Uit het rapport van de ROgroep “Actualisering onderzoek buitensport Obbicht-Grevenbicht” blijkt dat het ledenaantal van de voetbalvereniging tussen 2020 en 2030 en 2040 marginaal afneemt en vrijwel stabiel blijft. Het ledenaantal van de tennisvereniging is sinds 2014 fors afgenomen. De verwachting is, gezien de bevolkingsprognose, dat dit aantal nog weinig zal afnemen (zie pagina 14 van genoemd rapport van de Ro-groep).

De zienswijze over de afschrijving van beide sportcomplexen is ruimtelijk niet relevant. 3.4 De voorgestelde bestemming van de huidige sportcomplexen met behoud clubgebouwen, voor onduidelijke marginale maatschappelijke bestemmingen, vragen om oneigenlijk gebruik en verpaupering. Het gebouw van de tennisvereniging in Obbicht zal, met het oog op de natuurzone langs de Kingbeek, worden gesloopt. Het gebouw van de voetbalclub in Obbicht krijgt een horecabestemming. Deze horecavoorziening betreft daghoreca en is met name bedoeld voor wandelaars en fietsers. De locatie ligt namelijk direct langs een route van het fietsnetwerk. Het voetbalclubgebouw in Grevenbicht zal worden gesloopt. Alleen het gebouw van de tennisclub behoudt een maatschappelijke functie. Tijdens de informatieavonden is door de inwoners van Grevenbicht aangegeven dat er behoefte bestaat aan een dergelijk gebouw voor verenigingen. Voor de aanname dat de ontwikkeling oneigenlijk gebruik en verpaupering tot gevolg zou hebben, bestaat geen aanleiding. 3.5 Indiener doet een alternatief voorstel: school en gymzaal aan de Frankenstraat met behoud van openheid, sportvoorzieningen in Obbicht, park met eventueel woningen in sportpark Grevenbicht.

In een aanvullende zienswijze vraagt indiener meer ruimte voor samenwerkende sportverenigingen voetbal en tennis in sportpark Obbicht, versterken landschap/natuurwaarden, horeca voor recreanten. Versterken landschap met meer ruimte voor natuurwaarden, sport/speelveld, park Grevenbicht. Vanwege de synergiebehoefte van school en sportverenigingen en vanwege de wens van een centrale ligging komt het voorgestelde alternatief niet in aanmerking. De beide vrijkomende sportlocaties worden ingezet voor natuur- en landschapsontwikkeling. Binnen de bestemming “groen” is op beide locaties ruimte voor spelen. De vrijkomende voetbalkantine in Obbicht krijgt een horecafunctie bedoeld voor wandelaars en fietsers. Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt aan de zienswijze grotendeels tegemoetgekomen.

13

3.6 Indiener wijst op een toename autoverkeer schoolgaande kinderen van ca. 30 % naar 52%. Dit wordt veroorzaakt door het verschil tussen een dorpsschool en streekschool (bijlage 9 bij het bestemmingsplan). Aanvullend heeft indiener gevraagd om op de Frankenstraat-Houtstraat een duidelijke verkeersinrichting wegen/parkeerplaatsen met rotondes, voet- en zebrapaden. Tevens een maximumsnelheid tussen rotondes Frankenstraat 15 km/uur. Indiener doelt op pagina 6 van het rapport van Arcadis (bijlage 9 “verkeerstoets” behorende bij het bestemmingsplan). In dit rapport is voor het berekenen van de verkeersgeneratie uitgegaan van een streekschool op de unilocatie. Hiervan is uitgegaan om te voorkomen dat er discussie ontstaat over of er sprake is van een dorpsschool of een streekschool. Op die manier is dus voor het berekenen van de verkeersgeneratie uitgegaan van een worstcasescenario. Terzijde merkt het college van BenW op dat hiervan uitgaande in de huidige situatie al sprake is van een streekschool nu immers de leerlingen uit beide kernen in Grevenbicht naar school gaan. De school zal, na realisatie tussen de kernen, qua verkeersgeneratie minder het karakter van een streekschool hebben nu immers de school direct aan één van de kernen en ten opzichte van de andere kern op zeer korte afstand, wordt gesitueerd.

Een streekschool is een school die zijn leerlingen rekruteert uit de hele regio rondom de vestigingsplaats: school voor de streek. De leerlingen van deze school zijn vrijwel alle afkomstig uit de kernen Grevenbicht en Obbicht en worden zeker niet gerekruteerd uit de hele regio. De toename van de verkeersgeneratie van het rapport vraagt daarom nuancering. Ten aanzien van de verkeersveiligheidsaspecten zie reactie 5.1. 3.7 Indiener vraagt om het saneren van de bodem in de Steenweg en het sportcomplex in samenwerking met consortium Grensmaas om zo ruimte te beiden aan woningbouw als toegevoegde waarde. Reactie De gemeente wil op de vrijkomende sportlocatie Grevenbicht natuur- en landschapsontwikkeling realiseren. Dat wil ze doen door het gebied meer open te maken en een ruimere zone langs de Kingbeek de bestemming “natuur” te geven. Het bouwen van woningen op deze locatie is vanwege de bodemverontreiniging te kostbaar.

4. De heer J.P.M. Bremmers, Stiftstraat 10, 6124 CC Papenhoven 4.1 In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling van een IKC met buitensportmogelijkheden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is echter onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd dat deze stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte en dat er geen alternatieve locaties aanwezig zijn binnen bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan is daarom in strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro. In het ontwerp wordt, in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking, de noodzakelijke behoefte voor clustering van het Integraal Kindcentrum (IKC) met buitensportvoorzieningen in één gebied niet aangetoond. De door gemeente genoemde motivatie voor clustering (tegengaan krimp) wordt niet onderbouwd met feiten en/of cijfers, noch vergeleken met alternatieve scenario's (zoals bijvoorbeeld afspraken), noch is onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd dat er geen alternatieve locaties aanwezig zijn binnen bestaand stedelijk gebied. De school en de sportverenigingen vormen geen organisatorisch geheel. Dit had de meerwaarde van een unilocatie kunnen aantonen.

14

Reactie Het vormen van een organisatorisch geheel is geen voorwaarde om tot samenwerking tussen school en sportverenigingen te komen. De nabijheid van beide voorzieningen helpt de samenwerking en de synergie wel. In het rapport “Kinderen gun je de meest mogelijke verrijkende omgeving: Onderwijs en Sport op de Unilocatie” dat is opgesteld door de beide sportverenigingen en de school staan duidelijk de intenties en de nieuwe mogelijkheden van de unilocatie en de nabijheid van elkaar beschreven die door de school en de sportverenigingen worden gezien. Deze intenties zullen op korte termijn verder worden geconcretiseerd. Het mag duidelijk zijn dat tot nog toe de gelegenheid voor samenwerking niet echt bestaat vanwege de onderlinge afstand. Nabijheid leidt tot samenwerking. Nu nabijheid wordt bewerkstelligd, bestaat wel die gelegenheid tot samenwerking en kan alleen verder groeien. Zie ook reactie 2.1 4.2 Er is in de onderbouwing niet nadrukkelijk genoeg gekeken naar alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied, iets wat uitdrukkelijk het doel is van een onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wanneer er namelijk sprake is van een geschikte locatie binnen het stedelijk gebied, dan heeft dit de voorkeur boven een locatie buiten het stedelijk gebied. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht.

In 2014 is in opdracht van Kindante door RHDHV het rapport “Haalbaarheidsonderzoek Integraal Kindcentrum Obbicht-Grevenbicht” (BC6759-100-100) opgesteld. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt hiernaar verwezen. In dat advies staat dat de scholen en de peuterspeelzaal een belangrijke spilfunctie hebben in beide dorpen. Ze vormen een belangrijk ontmoetingspunt voor Grevenbicht en Obbicht. Concentratie van het IKC in het middengebied biedt de beste kansen om de leefbaarheid van beide dorpen in stand te houden en zelfs te verbeteren. Mocht dit niet het geval zijn dan is nieuwbouw op de locatie in Grevenbicht de “next best” optie. Ruimtelijk en functioneel biedt deze locatie goede mogelijkheden. Echter voor de leefbaarheid van beide dorpen is nieuwbouw in het middengebied geadviseerd. De RO-groep heeft haar eerdere onderzoek op 6 april 2020 geactualiseerd “Actualisering onderzoek buitensport Obbicht-Grevenbicht”. Daarin staat: “Het aanvullende programma heeft invloed op de fysieke inpassing en het gebruik van de voorgestelde locatie. Daartoe hebben in de periode 2014-2019 diverse (externe) onderzoeken plaatsgevonden en zijn vernieuwde gegevens gedeeld met de gemeenteraad van Sittard-Geleen. Conform de aanvullend gevoerde externe onderzoeken heeft het middengebied de voorkeur”.

Voorts concludeert de RO-groep: “Deze rapportage heeft alleen betrekking op de buitensportaccommodaties tennis en voetbal van Grevenbicht/Obbicht. Het is aan te bevelen om integraal te kijken naar de samenwerkingsmogelijkheden met onderwijs (basisschool De Kingbeek) en de andere (kind)functies; peuterspeelzaalwerk, kinderopvang, binnensport. Het clusteren van sport- én onderwijsvoorzieningen op één locatie heeft inhoudelijke meerwaarde (stimuleren van beweging, positieve gezondheid, clubvitaliteit etc.). Ook zijn functioneel-ruimtelijke voordelen te behalen, bijvoorbeeld gecombineerd gebruik van de teamkamer (onderwijs) en de bestuurskamer (voetbal/tennis) of kantine (sport/tennis) in combinatie met een activiteitenruimte voor de naschoolse opvang. Door het gedeelde gebruik kunnen functies/ruimten efficiënter worden toegepast (relatief minder ruimteprogramma, hogere bezettingsgraad, gedeelde exploitatiekosten etc.). Uit deze onderzoeken blijkt dat clustering van de sport- en onderwijsfunctie zowel inhoudelijke meerwaarde heeft als fysiek-ruimtelijke voordelen. Deze voordelen worden geoptimaliseerd door de beide voorzieningen tussen de beide kernen te situeren waardoor de bereikbaarheid optimaal blijft, de beide voorzieningen voor de beide kernen behouden blijven en de leefbaarheid van de beide dorpen zoveel mogelijk kan worden gehandhaafd.

15

De vrijkomende sportlocatie in Obbicht biedt fysiek voldoende ruimte voor de beide voorzieningen. Een keuze voor één van de beide dorpen betekent echter dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid. Beide voorzieningen verdwijnen immers uit het dorp. Bovendien is aannemelijk dat er sneller de keus wordt gemaakt om elders te gaan sporten of naar school te gaan. Het afstandscriterium wordt daardoor immers minder relevant. De afstand Grevenbicht-Born bedraagt ca. 2,5 km, Obbicht-Born ca 2,0 km, Berg aan de Maas-Obbicht 2,6 km terwijl de afstand tussen het centrum van Obbicht en de sportlocatie Grevenbicht en het centrum van Grevenbicht en de sportlocatie Obbicht ca. 1,8 km is. Door beide voorzieningen tussen de beide kernen te situeren bedraagt de afstand maximaal ca. 1 km. De meeste mensen wonen op aanzienlijk kleinere afstand dan 1 km. Op het onderstaande kaartje zijn de afstanden vermeld tussen het centrum van het dorp Grevenbicht en de sportlocatie Obbicht. Die afstand is hemelsbreed ongeveer 1,8 kilometer. Verder zijn de afstanden vermeld tussen de beide centra van de dorpen en unilocatie. Die zijn beide slechts ongeveer 800 meter.

De alternatieve locaties binnen het bestaand stedelijk gebied die in aanmerking zouden kunnen komen zijn de vrijkomende sportlocaties. Vanwege hun decentrale ligging zijn die locaties niet geschikt geacht. Zie hierbij ook de reactie 1 op indiener 2.

4.3 In de onderbouwing is voor de ontwikkeling op de alternatieve locatie in Obbicht niet duidelijk gemaakt waarom er een naastgelegen agrarisch perceel aangekocht zou moeten worden. Er is verder ook niet aangegeven welk perceel dit precies betreft. Aangezien de locatie van de huidige sportvelden met 5 hectare groter is dan de daadwerkelijk gebruikte ruimte (4 hectare) op de beoogde unilocatie wordt het niet duidelijk uit de onderbouwing waarom er hier nog extra grond aangekocht zou moeten worden. Is er op deze locatie geen alternatieve terreinindeling mogelijk waarbij een van de voetbalvelden komt te vervallen? Dit wordt verder niet uitgewerkt in de onderbouwing. Daarnaast is de opmerking over de naastgelegen agrarische gronden moeilijk te plaatsen. In het vigerende bestemmingsplan heeft de locatie namelijk volledig een recreatieve bestemming en grenzen hier niet direct agrarische gronden aan de locatie.

16

Indiener verwijst in zijn zienswijze naar pagina 11 van de het rapport van BRO “Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht” van 3 februari 2020 (bijlage 2 bij het bestemmingsplan). De sportlocatie Obbicht is ongeveer 5 hectare groot. Dat houdt in dat de locatie in principe groot genoeg zou zijn voor het gehele programma. Om de beide voorzieningen kwalitatief (groen, afstand e.d.) goed in te passen zijn ongeveer 5,3 hectare nodig. Een kwalitatieve inpassing is, mede gezien de ligging in en direct naast de goudgroen natuur, op de locatie Obbicht dus niet goed mogelijk. Zoals eerder aangegeven is vanwege de decentrale ligging een clustering van de beide functies op de sportlocatie Obbicht niet gewenst. Zie hiervoor ook de onderbouwing op pagina 10 tot en met 12 van bijlage 2 bij het ontwerpbestemmingsplan en de reacties op de zienswijzen hiervoor). Bovendien ligt de locatie volgens het POL2014 gedeeltelijk binnen de goudgroene natuur. Door de verplaatsing van de sportvoorziening wordt de mogelijkheid geboden om de natuurwaarden van dit gebied juist te versterken. Onder andere deze natuurontwikkeling is de tegenprestatie voor het verlies aan open landschap tussen de beide kernen. Voor het versterken van die waarden heeft de raad middelen beschikbaar gesteld. Onderstaande afbeelding is een uitsnede van het POL 2014. Hierop is de sportlocatie Obbicht te zien.

Deze locatie is in het POL2014 grotendeels opgenomen als “bebouwd gebied”(paars) maar ingeklemd tussen de goudgroene natuur (lichtgroen) langs de Maas en langs de Kingbeek. Een klein deel van de sportlocatie is nu al in de goudgroene natuur gesitueerd.

4.4 In de onderbouwing wordt tevens benoemd dat de locatie buiten het bestaand stedelijk gebied is gelegen. In de viewer van de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is het gebied aangemerkt als bebouwd gebied.

17

Indiener verwijst naar bijlage 2 behorende bij het bestemmingsplan. Daarin staat dat de sportlocatie Obbicht buiten bestaand stedelijk gebied is gelegen. De sportlocatie was inderdaad buiten de rode contour en dus buiten het bestaand stedelijke gebied gelegen. In het ontwerp POL 2014 zijn de “oude” contouren nog goed te zien. In het POL 2014 zijn deze begrenzingen verlegd. In het POL 2014 zijn de sportlocaties vrijwel geheel binnen het bebouwd gebied gelegd. Gezien de ligging van de sportlocatie Obbicht, gesitueerd in het buitengebied en vrijwel omsloten door goudgroene natuur, kan de vraag worden gesteld of hier sprake is van stedelijk gebied zoals bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Het college van BenW meent dat dat niet zo is. Volgens de omgevingsverordening van de provincie Limburg is de sportlocatie Obbicht grotendeels aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Een deel van de sportlocatie Obbicht is echter gelegen binnen de goudgroene natuur. 4.5 Aanvullend op de argumenten over het ruimtegebrek op de locatie wordt er nog een aantal andere argumenten benoemd in de ladderonderbouwing waarom de locatie van de sportvelden in Obbicht niet geschikt is. Deze argumenten zijn ook onvoldoende uitgewerkt en onderbouwd en geven geen ruimtelijke argumentatie waarom de locatie in Obbicht onvoldoende geschikt is.

De afstand tussen beide dorpen is dusdanig klein dat de afstanden gemakkelijk met de fiets te overbruggen zijn. Indiener geeft niet aan welke argumenten niet voldoende zijn uitgewerkt. De afstand tussen de dorpen is klein. De ligging van de unilocatie tussen de beide dorpen maakt de afstand voor alle inwoners van de dorpen kleiner waardoor de mogelijkheid om met de fiets of te voet de locatie te bezoeken groter wordt. Zie ook de reactie op zienswijze 4.2.

5. De heer J. Corbey, Merovingenstraat 25, 6124 AB Papenhoven

5.1 Indiener is van mening dat vestiging van een school in het middengebied tussen Obbicht en Grevenbicht een verstandige keuze is. Indiener vindt het wel van belang dat de verkeersafwikkeling ter plaatse de juiste aandacht krijgt. Het huidige plan is wat dat betreft echt nog onvoldoende uitgewerkt. Reactie De gemeente heeft diverse verkeersonderzoeken laten uitvoeren. Deze onderzoeken hebben betrekking op de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling, de parkeerbehoefte en de verkeersveiligheid. In dit laatste rapport is het stedenbouwkundig plan beoordeeld (RAPPORT Verkeerssituatie Unilocatie Grevenbicht-Obbicht; Beoordeling ruimtelijk voorstel, 3 mei 2019). Hierin zijn de te treffen verkeersmaatregelen opgenomen met het oog op het verbeteren van de verkeersveiligheid. Ook in het bestemmingsplan is rekening gehouden met de te treffen maatregelen. Zo is ruimte gecreëerd voor de oversteekplaats en is rekening gehouden met een verbreding van een deel van de Frankenstraat. Specifiek voor een veilige route van en naar de unilocatie is door RHDHV een onderzoek uitgevoerd “School-Thuisroutes unilocatie ObbichtGrevenbicht” d.d. 11 juni 2020, BH4025TPRP200611. In dat rapport staat onder meer dat, op basis van de uitgevoerde analyses van zowel de reisafstanden als de reiswijze, het merendeel van de kernen Obbicht en Grevenbicht binnen één kilometer van de Unilocatie ligt.

Hiermee is het aannemelijk dat gebruikers vooral te voet en per fiets zullen reizen naar de Unilocatie. Een beperkt deel zal gebruik maken van de auto. Het inzetten van aanvullende maatregelen op de Tomberstraat, Frankenstraat en Beelaertsstraat is gezien

18

het te verwachten zeer beperkte gebruik niet noodzakelijk. Voor de Kempenweg en Houtstraat is het wenselijk om vooral maatregelen te treffen die de snelheid op beide wegen verlagen. In het krediet dat voor de ontwikkeling beschikbaar is, is rekening gehouden met het treffen van verkeersmaatregelen. De toelichting van het bestemmingsplan moet ingaan op het aspect “verkeer”. Formeel is van belang te beseffen dat alleen ruimtelijk relevante verkeersaspecten moeten worden beoordeeld. Dit is niet de verkeersveiligheid van de inrichting van de weg. Dit is een civiel aspect dat op een andere manier via andere regelingen wordt geregeld. Bijvoorbeeld in de Wegenverkeerswet, de APV, de ASVV of het gemeentelijke beleid duurzaam veilig (in het GVVP). Een aspect ten aanzien van verkeersveiligheid, dat wel moet wel beoordeeld is de verkeersintensiteit. Dit wordt gedaan aan de hand van de CROW-normen zoals vermeld in de Algemene Standaarden Verkeer en Vervoer (ASVV). Deze toetsing heeft plaatsgevonden en is opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan 5.2 Voor de sportvoorziening is de indiener van mening dat door het ontwikkelen daarvan in het middengebied, de dorpen aan elkaar groeien. De locatie in Obbicht zou daarvoor beter in aanmerking komen.

Reactie Zie hiervoor de reactie op 2.1, 4.1 en 4.2 5.3 Indiener verwijst naar een eerder schrijven waarin hij zijn bezwaren tegen de sportvoorziening heeft kenbaar gemaakt. Reactie Van indiener is een inspraakreactie ontvangen d.d. 15 juni 2020. Vermoedelijk doelt indiener daarop. Dit is een inspraakreactie op het raadsvoorstel voor het beschikbaar stellen van het krediet voor de centrale onderwijs en sportvoorziening Grevenbicht-Obbicht. Als bezwaren tegen de sportvoorziening in het middengebied zijn in die reactie genoemd: 1) de te verwachten geluidsoverlast, dit met name van het voetbal- en tennisgebeuren. 2) de lichtvervuiling en het verblindende effect daarvan. 3) het enorme bedrag wat ermee gemoeid is.

Ad 1 zie reactie op 1.2 Ad 2 zie reactie op 1.3 Ad 3 de gemeenteraad heeft voor de realisatie van de unilocatie krediet beschikbaar gesteld. Ook voor de herinrichting van de vrijkomende sportlocaties zijn middelen beschikbaar.

6. De heer L de Baere, Kasteelweg 22, 6125 RG Obbicht 6.1 Voor de locatie Obbicht (bestaande sportterrein) is, in afwijking van het voorontwerp bestemmingsplan van een groot gedeelte van het gebied, de bestemming “Natuur” gewijzigd naar de bestemming “Groen”. Gezien de verbinding die de bestaande locatie kan vormen tussen het Natura-2000 gebied Grensmaas en het Kingbeekdal, maar ook naar de natuurcorridor Graetheide en verder, verbaast het ons dat deze bestemmingswijziging heeft plaatsgevonden. Ter plekke van het zuidelijke deel van het bestaande sportterrein is de afstand tussen Grensmaas en Kingbeek het kleinst en daarmee is het dan ook aannemelijk dat deze groencorridor succesvol is. Gelet op het belang van robuuste ecologische verbindingen is het

19

wenselijk om de functie Groen in Obbicht terug te brengen naar de functie Natuur zoals in het voorontwerp bestemmingsplan. Reactie In september 2020 zijn tijdens de inspraakavonden voor de beide sportlocaties ideeën naar voren gebracht. Naar aanleiding hiervan is het ontwerp van het bestemmingsplan ten opzichte van het voorontwerp gewijzigd. Mede naar aanleiding van de inspraakavonden is aan een deel van de sportlocatie in Obbicht de bestemming “groen” toegekend. Dit maakt de aanleg van paden en een plukbos mogelijk. Mede naar aanleiding van de door indiener ingediende zienswijze 6.1 en naar aanleiding van de ambtelijke reactie van de provincie stelt het college van BenW voor het bestemmingsplan voor de beide sportlocaties gewijzigd vast te stellen. Langs de Kingbeek in Obbicht en een strook langs aan de zuidzijde van de sportlocatie Obbicht is de bestemming “natuur” toegekend. Die laatste strook is de ecologische verbindingszone tussen de Maas en de Kingbeek. De strook langs de Kingbeek in Grevenbicht met de bestemming “natuur” is verbreed.

De planregels en verbeelding van het bestemmingsplan voorzien (na wijziging) in een: - Nieuwe padenstructuur; - Verbrede (halfopen) beekdalzone - Handhaven beeldbepalende beplanting - Ecologische verbindingszone Maas-Kingbeek - Nieuw pad langs de formele groenstructuur Voor de herontwikkeling van de beide sportlocaties voor natuur- en landschapsontwikkeling zijn middelen beschikbaar gesteld door de raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=9fee5458-1ce5-4455-94aa-7cee8b869d4f