03 Toelichting bestemmingsplan Kasteel Limbricht
Tekst van het document
Uit de resultaten van de beschouwde 2 reguliere situaties op het buitenterrein volgt dat het rouwen-/trouwen akoestisch niet relevant is. De waarden liggen 10 dB(A) onder de reguliere waarden uit het activiteitenbesluit. Voor de beschouwde situatie van diner in buitenlucht geldt dat in de dagperiode aan 50 dB(A) wordt voldaan. In de avondperiode, die qua tijdsduur, volledig is beschouwd wordt eveneens dit niveau van 50 dB(A) berekend, hetgeen echter resulteert in een etmaalwaarde van 55 dB(A). Deze activiteiten zullen in de praktijk regulier niet tot 23 u plaatsvinden. Realistisch is tot 20:00 of 21:00 u, waarna de activiteiten worden voortgezet op het terras bij het multifunctioneel gebouw (beschut, afkoeling). Daarmee is ook deze reguliere activiteit vanuit akoestisch oogpunt niet belemmerend.
Notitie 24-uurs equivalent geluid In aanvulling op de akoestische onderzoeken voor het kasteel en het multifunctioneel gebouw, waarin de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen is beoordeeld voor zowel de reguliere situatie als voor het maatgevende evenement, is in eerste instantie de geluidimmissie vanwege de maatgevende evenementen (lees: evenementen met hoogste geluidemissie) ter plaatse van de omliggende terreinen inzichtelijk gemaakt in het kader van de analyse Flora en Fauna. Hierbij is aangesloten bij de algemeen toegepaste systematiek van 24-uurs equivalenten voor verstoring in plaats van geluidbelastingen. Deze notitie beschrijft de gehanteerde uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde onderzoek. De berekeningen zijn uitgevoerd conform het gestelde in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Voor het volledige onderzoek zie bijlage 7 'Notitie 24 uurs equivalent geluid'. In navolgende tabel zijn de berekende 24-uurs equivalente geluidniveaus voor een aantal aan de rand van het natuurgebied gelegen rekenpunten weergegeven.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
55
Uit de berekeningen en figuren zoals opgenomen in het onderzoek (zie bijlage 7), blijkt dat de 24-uurs equivalente ten gevolge van de maatgevende evenementen bij zowel het kasteel als op de evenementenlocatie Landgoed De Lemborgh de toetswaarden voor bos en open ruimte overschrijden. Vervolgens zijn de resultaten geëxtrapoleerd naar de overige evenementen, zoals deze akoestisch zijn uitgewerkt in notitie 0201433-071-NO-002_C_aanvulling evenementen geluid d.d. 6 september 2024 (zie bijlage 8). In onderstaande tabel zijn de geluidniveau’s vanwege deze akoestisch maatgevende evenementen op de geluidgevoelige bestemmingen, op basis van de onderzoeken als genoemd in paragraaf 1.2 van deze notitie, afgezet tegen de berekende geluidniveau’s vanwege de overige evenementen, als uitgewerkt in de genoemde notitie in paragraaf 1.1.
Uit de tabel blijkt dat de geluidbelasting vanwege de overige evenementen, uitgezonderd harmonie-concert, significant lager is, in casu meer dan 10 dB(A) in vergelijking tot de categorie 1 evenementen. Geëxtrapoleerd naar de drempelwaarden van 42 dB(A) en 47 dB(A) voor respectievelijk bos en open gebied als aangegeven in paragraaf 1.3 van de notitie, zullen de 24-uurs equivalente geluidniveau’s dan ook lager liggen dan de drempelwaarden. Ter onderbouwing van de extrapolatie, zijn aanvullende contouren opgenomen in bijlage 7, die horen bij een categorie 2-evenement. Voor het harmonie-concert (en schuttersfeest) blijft het aantal evenementen op jaarbasis beperkt tot 12 evenementen (kasteel & Lemborgh gesommeerd). Voor de categorie 1 evenementen bedraagt het maximaal gezamenlijk aantal voor kasteel/Lemborgh 6. Het aantal evenementen dat kan zorgdragen voor een (gedeeltelijke) overschrijding van de toetswaarden voor Flora en Fauna bedraagt daarmee maximaal 18/jaar.
56
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
De toetsingswaarden voor 24-uurs equivalente geluidniveau’s hebben betrekking op een jaarrond, dagdagelijkse geluidbelasting. Gezien het beperkt aantal keren per jaar (maximaal 12) dat deze niveau’s ten gevolge van de ontwikkelingen in het plangebied (gedeeltelijk) overschreden worden, zal er geen sprake zijn van een verstorend effect op Flora en Fauna in open weilanden/bossen in de directe omgeving van het plangebied.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1 Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.
4.4.2 Luchtkwaliteit binnen het plangebied Ten behoeve van het bepalen van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied en de omgeving is de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), Atlas leefomgeving geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen voor stikstofdioxide (NO2) tussen de 12 en 14 µg/m3 en voor fijn stof (PM1 0) tussen de 15 en 16 µg/m3 liggen. Deze liggen hiermee ruim lager dan de vastgestelde grenswaarde van 40 µg/m3 voor beide. 4.4.3 Invloed verkeer op fijnstof en stikstofdioxide Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM1 0) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2 . Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Met behulp van de NIBM-tool 2022 van InfoMil kan doorgerekend worden wat de invloed is van het extra aantal voertuigbewegingen van en naar de inrichting op de emissies van fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De NIBM-tool berekent in een worst-case situatie de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Het aantal extra voertuigbewegingen als gevolg van onderhavig planvoornemen mag toenemen tot 1.610 per etmaal (weekdaggemiddelde) met een aandeel in vrachtverkeer van 2% om nog tot 'niet in betekende mate' aangemerkt te worde. Zie onderstaande figuur 24. In werkelijkheid liggen deze aantallen lager, zie ook
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
57
paragraaf 4.9 'Verkeer en parkeren'.
Figuur 24. Uitdraai NIBM-tool versie GCN 2022. 4.4.4 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Dit besluit is op onderhavig planvoornemen niet van toepassing. 4.4.5 Conclusie luchtkwaliteit Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
4.5
Externe veiligheid
Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico's worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. 4.5.1 Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf.
58
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. 4.5.2 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde. Dit houdt in dat er een kans van 1 op 1 miljoen is op overlijden. 4.5.3 Risicovollebronnen omgeving plangebied In onderstaande figuren 25 en 26 zijn risicobronnen in de omgeving weergegeven.
Figuur 25. Risicobronnen omgeving plangebiedmet binnen de groene omkadering de ligging van het plangebied.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
59
Figuur 26. Uitsnede kaart 5 Externe Veiligheid Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 Plaatsgebonden risico Risicovolle bedrijven: Tankstation Ten Noordoosten van het plangebied, op een afstand van circa 1.500 meter, bevindt zich bij de entree van Sittard-Noord een tankstation met een brandstof-vulpunt. Deze risicobron heeft een risicocontour van 45 meter. Gezien de ruime afstand tussen de projectlocatie en deze risicobron vormt de aanwezigheid van deze risicobron geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan. Chemelot Op een afstand van ca. 3,5 km ten zuidwesten van het plangebied is het bedrijventerrein Chemelot gelegen. Volgens kaart 5 'Externe Veiligheid' van de 'Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016', zie bovenstaande figuur 26, ligt het plangebied buiten het invloedsgebied van Chemelot. Chemlot vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige plan. Emplacement Sittard Het plangebied ligt op circa 2 km afstand van het goederenemplacement Sittard. Daarmee ligt het ruim buiten de risicocontouren voor plaatsgebonden risico's. Volgens kaart 5 'Externe Veiligheid' van de 'Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016', zie bovenstaande figuur 26, ligt het plangebied ook niet binnen de effectafstand 1% letaliteit. Het emplacement vormt geen belemmering voor onderhavige plan. Transport gevaarlijke stoffen:
60
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
Spoorlijn Sittard – Born Het plangebied is ter plaatse van Platz 1 en Landgoed De Lemborgh op korte afstand gelegen van de goederenspoorlijn tussen Born en emplacement Sittard. Voor dit traject geldt op basis van het Basisnet Spoor dat er geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 aanwezig is, noch dat er sprake is van een plasbrandaandachtsgebied. Volgens kaart 5 'Externe Veiligheid' van de 'Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016' heeft deze spoorlijn ook geen veiligheidszone spoor. Hieruit kan worden afgeleid dat over dit traject geen frequent transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied ligt conform “Veiligheidsvisie Spoorzone Sittard-Geleen” binnen de beleidsmatige 50 meter (Platz 1) en 200 meter zone Kasteel en Landgoed De Lemborgh) van het spoor. Voor Platz 1 geldt geen wijziging in de kwalificatie, omdat hier in de huidige situatie al sprake is van een beperkt kwetsbaar object. In de nieuwe situatie als minihotel is geen sprake van toeving van een beperkt kwetsbaar object, maar blijft het een beperkt kwestbaar object (bruto vloeroppervlak < 1.500 m2 ). Het gemeentlijk beleid zoals vastgelegd in de “Veiligheidsvisie Spoorzone Sittard-Geleen” vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling bij Platz 1. Binnen de 200 meter zone wordt extra rekening gehouden met locaties waar het gaat om grote aantallen mensen en kwetsbare bestemmingen.
Als gevolg van de activiteiten binnen het kasteel is aldaar in de huidige situatie reeds sprake van een kwetsbare locatie. In de nieuwe situatue vindt er geen toevoeging plaats van een kwetsbare objecten. Het planvoornemen zal naar verwachting niet gaan zorgen voor grote veranderingen in het bezoekersaantal op één moment. Wel wordt door toevoeging van Landgoed De Lemborgh het gebied vergroot waar de bezoekersaantallen zich kunnen bevinden. Van grote bezoeksaantallen bij Landgoed De Lemborgh is echter alleen sprake wanneer er evenementen worden georganiseerd. Het aantal evenementen is echter beperkt en vastgelegd in artikel 4.4 van de bijhorende regels van onderhavig bestemmingsplan. Het te realiseren multifunctionele gebouw krijgt een oppervlak van 1.000 m2 . Ter plaatse van Landgoed De Lemborgh kan derhalve uitgegaan worden van de kwalificatie 'beperkt kwetsbare locatie' De 200 meterzone omvat ook de zone van de PR-contour en de 50-meter zone met de genoemde restricties en randvoorwaarden, zie paragraaf 3.5.2.
Buiten de 50-meter zone én binnen de 200-meter zone van een vrij baanvak gelden de volgende restricties en randvoorwaarden waarbij per randvoorwaarden wordt ingegaan op de invloed en verantwoording hiervan voor onderhavige planontwikkeling: De realisatie van nieuwe kwetsbare bestemmingen voor groepen mensen met geen dan wel een beperkte mate van zelfredzaamheid dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. Zoals bovenstaand is aangeven is met betrekking tot onerhavig planvoornemen geen sprake van de realisatie van een nieuw kwetsbaar object, maar wel van een beperkt kwetsbaar object; Overige nieuwe kwetsbare bestemmingen worden zover mogelijk van het spoor geprojecteerd en dienen – gelegen binnen 200 meter – te worden voorzien van adequate bouwkundige, effectbeperkende maatregelen. Er is geen sprake van een realisatie van een kwetsbaar object; Worden in het gebied beperkt kwetsbare bestemmingen gerealiseerd, dan dienen bouwkundige, effectbeperkende voorzieningen te worden geïmplementeerd bij nieuwe ontwikkelingen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning bouwen voor het multifunctionele gebouw zullen de van belang zijnde bouwkundige, effectbeperkende voorzieningen worden opgenomen in het bouwplan.
Dit geldt ook voor tijdelijke bouwwerken zoals opgenomen in de regels onder artikel 3.2.3 van onderhavig bestemmingsplan wanneer deze gerealiseerd worden binnen de 200 meter zone van het spoor. Het gemeentelijk beleid richt zich op een verplaatsing buiten de 200 meter van kwetsbare bestemmingen met mensen die niet of beperkt zelfredzaamheid zijn. Binnen het plangebied zijn geen functies voorzien die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen. Indien minder zelfredzame personen aanwezig zijn, wordt ervan uitgegaan dat zij met behulp van zelfredzame personen in veiligheid kunnen worden gebracht. Over de weg In de omgeving van het plangebied is geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen. De dichtstbijzijnde
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
61
grote transportas voor gevaarlijke stoffen is de autosnelweg A2. De autosnelweg A2 bevindt zich ten westen van het plangebied op een afstand van circa 1.800 meter. Gezien deze afstand heeft de aanwezigheid van deze transportas geen invloed op het plaatsgebonden risico. Aangezien de afstand tussen de transportas en de planlocatie meer dan 200 meter bedraagt, zijn er ook geen gevolgen voor het groepsrisico. Hieruit kan worden geconcludeerd dat externe veiligheid vanwege het wegverkeer geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen. Over het water Ten westen van het plangebied, op circa 3.200 meter afstand, is het Julianakanaal gelegen. Gezien deze afstand heeft de aanwezigheid van deze transportas geen invloed op het plaatsgebonden risico. Aangezien de afstand tussen de het Juliankanaal en de planlocatie meer dan 200 meter bedraagt, zijn er ook geen gevolgen voor het groepsrisico. Hieruit kan worden geconcludeerd dat externe veiligheid vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over het water geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen. Transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen Op een afstand van ca. 400 meter ten oosten en ca.600 m. ten zuiden van het plangebied liggen buisleidingen. Het plangebied ligt buiten de risicocontouren van deze buisleidingen (10-6 risico-contour en 100% lethaliteitsgrens).
Wel ligt het binnen het invloedsgebied van deze leidingen. Het multifunctioneel gebouw wordt daarom aan de zuidzijde voorzien van een nagenoeg blinde gevel (minimalisatie ramen). Het gebouw wordt dusdanig ontworpen dat ontvluchting in westelijk richting zal plaatsvinden. Dit wordt in detail uitgewerkt in het kader van de omgevingsvergunning voor het aspect bouwen. Het maatgevende scenario voor ongevallen met aardgastransportleidingen is fakkelbrand. Slachtoffers kunnen vallen door de warmtestraling en een drukgolf. Alle aanwezigen die door de vuurbal worden getroffen, komen te overlijden. Hiernaast kunnen rondvliegende brokstukken en glasscherven plaatselijk zware schade aanbrengen aan personen en gebouwen. Voor het buitenterrein bij Landgoed Lemborg geldt dat daar alleen grote aantallen bezoekes verblijven tijdens evenementen welke ook dan op dat terrein georganiseerd worden. Het aantal evenementen per jaar is gering. er is dan ook geen sprake van grote bezoeksaantallen gedurende alle dagen in het jaar. Daarbij kunnen bij een fakkelbrand bezoeker vluchten naar het multifunctionele gebouw en het kasteel, waar ze beschermd worden van mogelijke rondvliegende brokstukken. Moet vervolgens het gebied ontruimd worden, dan zijn er voldoende vluchtwegen in diverse richtingen.
Afhankelijk van de locatie van de calamiteit kan gevlucht worden via bijvoorbeeld de route Allee, Platz en Michiels van Kessenichstraat richting het noordwesten en/of via de Kievitsweg naar het noorden of via de Allee naar de N276 en vandaar veder richting het noorden. Via deze wegen is het plangebied bij calamiteiten overigens ook goed bereikbaar voor hulpdiensten. Bij de bestrijding van een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als onverhoeds uitstroming plaatsvindt, zal de Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel maar beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel kan door de brandweer niet zelf worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Met in achtname van de nodige maatregelen en het beschikbaar zijn van voldoende vluchtroutes, maar ook de aanwezigheid van een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten, vormen de buisleidingen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Hoogspanningslijnen Het plangebied is niet gelegen binnen een straalpad.
De ligging van het plangebied vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het plan. Groepsrisico Zoals hierboven al is aangegeven is het plangebied gelegen binnen de invloedsgebieden van enkele risicobronnen, waardoor een nadere motivering van het groepsrisico aan de orde is. Van belang in kader van
62
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
verantwoording van risicobronnen zijn de aspecten zeflredzaamheid en bestrijdbaarheid. Binnen het plangebied zijn geen functies voorzien die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen. Indien minder zelfredzame personen aanwezig zijn, wordt ervan uitgegaan dat zij met behulp van zelfredzame personen in veiligheid kunnen worden gebracht. In de nieuwe gebouwen worden de van belang zijnde bouwkundige, effectbeperkende voorzieningen en veilgheidsvoorzieningen aangebracht en worden vluchtwegen naar het westen geprojecteerd. Bovenstaand is ook al aangegeven dat bezoekers kunnen vluchten naar gebouwen waar ze beschutting kunnen vinden voor dreigend gevaar. Bij eventuele ontruiming zijn voldoende vluchtwegen in diverse richtingingen voorhanden en ook voor de hulpdiensten is het plangebied goed bereikbaar. Binnen het plangebied is overigens door de aanweziheid van de gracht rondom het kasteel voldoende bluswater aanwezig om een eventuele brand, al of niet als gevolg van een calamiteit, te kunnen blussen. 4.5.4 Conclusie externe veiligheid Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen. Vanuit externe veiligheid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
4.6
Bedrijven en milieuzonering
Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met het plan mogelijk worden gemaakt en mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen mogelijk wil maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. Ontwikkeling Platz 1 naar minihotel: Om te bepalen of een goed woon- en leefklimaat bij de ontwikkeling van Platz 1 binnen het plangebied aanwezig is, dient bestaande bedrijvigheid in de (directe) omgeving te worden beoordeeld. Daartoe kan gebruik worden gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)'. De directe omgeving kan worden gekenmerkt als een gemengd gebied omdat diverse functies, namelijk woonen bedrijfsfuncties, op korte afstand van elkaar zijn gelegen. Bij Platz 9 is café Salden gelegen, waar conform het vigerend bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Limbricht' horeca van de cat. 5 is toegestaan. Volgens de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)' en de omschrijving van cat.
5 in de 'Staat van horeca-activiteiten' in bijlage 2 van 'Bestemmingsplan Limbricht', bedraagt de grootste richtafstand voor dit café 10 meter. De aftand tot Platz 1 bedraagt ca. 25 meter. Bij Beekstraat 31 en Steenstraat 11 is conform het vigerende bestemmingplan "Bestemmingsplan Limbricht" detailhandel toegestaan. De grootste richtafstand bedraagt volgens de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)' 10 meter. De afstand van Beekstraat 31 en Steenstraat 11 bedraagt respectievelijk ca. 88 meter en ca. 57 meter. In noordelijke richting ligt op ca. 23 meter afstand van Platz 1 een kerkgebouw (Oud Slaviuskerkje). Als richtafstand geldt een aftand van 10 meter (rekening houdend met omgevingstype gemengd gebied). Vervolgens ligt op ca 100 meter afstand een bedrijfsbestemming (taxibedrijf), de grootste richtafstand bedraagt hiervoor 30 meter. Omgekeerd geldt als richtafstand voor het planvoornemen bij Platz 1 tot de nabij gelegen gevoelige functies aan de Michiels Kessenichstraat 2 en 4 een richtafstand van 10 meter. De afstand tot deze woningen is kleiner dan 10 meter. Gelet op de huidige bestemming 'Dienstverlening' en de voorgenomen planontwikkeling bij Platz 1 wijzigt er aan de huidige afstanden tot de nabijgelegen woningen niets.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
63
Gelet op bovenstaande bevindingen kan gesteld worden dat de ontwikkeling van Platz 1 binnen het plangebied niet wordt gehinderd door de aanwezigheid van bedrijven en woningen in de omgeving. De bedrijven in de omgeving worden niet belemmerd door onderhavig planvoornemen, omdat deze al rekening dienen te houden met andere maatgevende gevoelige objecten. Wat betreft het aspect geluid is de ontwikkeling van Platz 1 ook beoordeeld in een apart akoestisch onderzoek, zie paragraaf 4.3. Uit dit onderzoek en het onderzoek naar de cumulatie van dit akoestisch onderzoek met de akoestische onderzoeken van het Kasteel en het Multifunctioneel gebouw blijkt, dat ook het aspect geluid de ontwikkeling binnen dit gedeelte van het plangebied niet belemmert. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat Ontwikkeling Allee 1, 1a en 1B, Allee 2 (Landgoed De Lemborgh) en openbare parkeerplaats. In de naaste omgeving van dit deel van het plangebied zijn geen andere bedrijven gelegen dan genoemd bij de ontwikkeling bij Platz 1. Die bedrijven liggen ook hier op ruim voldoende afstand zodat zij geen belemmering vormen voor de ontwikkeling in dit gedeelte van het plangebied. Deze bedrijven worden ook niet belemmerd door onderhavig planvoornemen, omdat deze al rekening dienen te houden met andere maatgevende gevoelige objecten.
Voor de ontwikkelingen bij Allee 1, 1a, 1b, Allee 2 (Landgoed De Lemborgh) en de uitbreiding van de openbare parkeerplaats is naar de omgeving (gevoelige objecten) het aspect geluid bepalend. Hiertoe zijn dan ook 2 aparte akoestisch onderzoeken uitgevoerd, zie paragraaf 4.3. Uit deze onderzoeken en het onderzoek naar de cumulatie van deze onderzoeken blijkt, dat ook het aspect geluid de ontwikkelingen binnen dit gedeelte van het plangebied niet belemmeren. Ter plaatse van de gevoelige bestemmingen is sprake van een goed woon- en leefklimaat In aanvulling op de akoestische onderzoeken voor het kasteel en het multifunctioneel gebouw, waarin de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen is beoordeeld voor zowel de reguliere situatie als voor het maatgevende evenement, zijn – op verzoek van de gemeente Sittard-Geleen – aanvullende akoestische berekeningen uitgevoerd voor overige evenementen, die representatief zijn voor de categorie, waartoe zij behoren. Daarnaast is -op eigen initiatief- nader inzicht verschaft in de geluidemissie/-immissie van een aantal buitenactiviteiten op het Landgoed De Lemborgh. Zie hiervoor paragraaf 4.3.5 en bijlage 8 'Notitie Aanvulling evenementen - geluid'.
Uit de berekeningen voor de overige evenementen, die representatief zijn voor de categorie waartoe zij behoren en uit de berekeningen voor de beschouwde reguliere situaties kan geconcludeerd worden, dat deze vanuit akoestisch oogpunt niet belemmerend zijn voor onderhavig planvoornemen.
4.7
Natuur/ecologie
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. In het vervolg van deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming.
64
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
4.7.1 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet (Voorheen Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan de noordoostzijde van Landgoed De Lemborgh grenst het wel aan Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast zijn volgens de provinciale verordening geen natuurwaarden binnen het projectgebied aanwezig. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is 'Grensmaas'. Dit betreft een Habitatrichtlijngebied en ligt op ruim 4 km afstand ten westen van het plangebied. De Grensmaas is echter niet voor verzuringsgevoelig. Het meest nabij gelegen buitenlands gebied is het Belgische Natura 2000-gebied 'Uiterwaarden langs de Limburgse Maas met Vijverbroek' Dit ligt op ca.
4.400 meter afstand van het plangebied. Gelet op deze aftanden kan op voorhand al geconcludeerd worden dat de overige effecten zoals: licht, geluid, trillingen, oppervlakteverlies, versnippering, verdroging, vernatting, verontreiniging, soortensamenstelling etc., als gevolg van de planontwikkelingen binnen het plangebied niet van toepassing zijn en/of geen nadelige invloed hebben op de Natura 2000-gebieden. Ook met betrekking tot verzuring (als gevolg van stikstofemissies) is de verwachting dat de planontwikkelingen binnen het plangebied geen nadelige invloed zullen hebben op de Natura 2000-gebieden. Voor wat betreft de invloed van stikstofemissie tijdens de realisatie- en gebruiksfase van onderhavige planontwikkelingen is volledigheidshalve een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek van de realisatiefase is bijgevoegd als bijlage 11. Het onderzoek van de gebruiksfase is bijgevoegd als bijlage 12. Uit de resultaten van het onderzoek naar de invloed van NOx- en NH3-emissie van de realisatie- en gebruiksfase op Natura 2000-gebieden blijkt, dat er als gevolg van de realisatiefase en de gebruiksfase in de nieuwe situatie geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Een vergunning Natura 2000-activiteit is derhalve niet nodig.
4.7.2 Soortenbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet tevens duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De soortenbescherming is eveneens vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze wet is de implementatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn voor wat betreft de soortenbescherming. In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. In ruimtelijke plannen mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing zal worden verleend. Standaard geldt voor het plangebied de algemene zorgplicht zoals die in Wet natuurbescherming centraal staat (artikel 1.11 Wnb). Dit houdt in dat voorafgaand aan een ingreep alle maatregelen genomen dienen te worden om nadelige gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Bovendien moeten de handelingen in logisch verband staan met de ontwikkeling en geen doel op zich vormen. Deze zorgplicht geldt te allen tijde, ook indien een ontheffing of vrijstelling is verleend.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
65
Soortenbescherming Platz 1 Voor Platz 1 geldt dat onderzoek naar soortenbescherming binnen dit deel van het plangebied niet noodzakelijk is. Er wijzigt immers niets aan het pand en de tuin. Alleen inpandig zullen 3 bestaande en in gebruik zijnde ruimtes worden verbouwd tot 3 hotelkamers met elk 2 slaapplaatsen. Vanwege het huidige gebruik en bedrijvigheid is de aanwezigheid van mogelijke beschermde soorten in die ruimtes uitgesloten. Er vinden verder ook geen ingrepen plaats die mogelijk van invloed zijn op de aanwezigheid en/of leefgebieden van mogelijk aanwezige beschermde soorten. Soortenbescherming Allee 1, 1a en 1 b Ten behoeve van de gewenste evenementen binnen de kasteelmuren is een Quickscan Ecologische Waarden uitgevoerd, zie bijlage 9. Uit dat onderzoek kan worden geconcludeerd dat: Er geen effecten optreden met het in gebruik nemen van het binnenterrein als evenemententerrein op beschermde vaatplanten, broedvogels, amfibieën, vissen, grondgebonden zoogdieren, libellen, dagvlinders, reptielen en overige ongewervelden. Er geen effecten optreden ten aanzien van foeragerende vleermuizen tijdens het gebruik, mits er maatregelen getroffen worden die de verlichting en geluidsbelasting beperken op de belangrijkste foerageergebieden (grachten en bomen).
Er geen nader soortgericht onderzoek nodig is omdat er geen knelpunten te verwachten zijn op de aanwezige soorten en soortgroepen. Er geen overtredingen plaatsvinden in het kader van de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming). Er geen gevolgen zijn ten aanzien van het NNN-gebied inzake de wezenlijke aantasting van kernkwaliteiten van het gebied en dat er geen blijvende uitstralingseffecten zijn naar omliggende gebieden. Soortenbescherming Allee 2 (Landgoed De Lemborgh) Naar aanleiding van de Quickscan Ecologische Waarden evenemententerrein Kasteel en de afstemming met de gemeente Sittard-Geleen is de 'Oplegnotitie Flora en Fauna – Bestemmingsplan Kasteel Limbricht e.o opgesteld , zie bijage 10. In deze oplegnotitie is aangegeven op welke wijze in de Quickscan invulling is gegeven aan de vragen van de gemeente Sittard-Geleen. Waar noodzakelijk is de rapportage op basis van de uitwerking van deze notitie aangevuld. De aangepaste rapportage is aangehecht aan de oplegnotitie. Uit de Quickscan Ecologische Waarden , aangehecht aan bijlage 10, kan worden geconcludeerd dat: Er geen effecten optreden met het in gebruik nemen van de terreinen als evenemententerrein op beschermde vaatplanten, broedvogels, amfibieën, vissen, grondgebonden zoogdieren, libellen, dagvlinders, reptielen en overige ongewervelden.
Er geen effecten optreden ten aanzien van foeragerende vleermuizen tijdens het gebruik, mits er maatregelen getroffen worden die de verlichting en geluidsbelasting beperken op de belangrijkste foerageergebieden en vliegroutes (bomen). Er geen nader soortgericht onderzoek nodig is omdat er geen knelpunten te verwachten zijn op de aanwezige soorten en soortgroepen. Er geen overtredingen plaatsvinden in het kader van de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming). Er geen gevolgen zijn ten aanzien van het NNN gebied inzake de wezenlijke aantasting van kernkwaliteiten van het gebied en dat er geen blijvende uitstralingseffecten zijn naar omliggende gebieden. Door de reeds aangebrachte nieuwe beplanting is er sterke toename te verwachten van de biodiversiteit op en rond het gehele gebied. Dit zal, met goed beheer, in de toekomst alleen maar gaan toenemen.
66
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
In de Quicscan met oplegnotie (bijlage 10) zijn maatregelen/voorzieningen aangegeven bij evenementen. Deze worden in acht genomen en zijn verder uitgewerkt in een werkprotocol. Dit werkprotocol is in overleg met de gemeente Sittard-Geleen opgesteld en bijgevoegd als bijlage 19 . Soortenbescherming uitbreiding parkeerterrein Het terrein waar de uitbreiding van de openbare parkeerplaats is voorzien betreft grond welke is ingezaaid met gras dat regelmatig wordt gemaaid en wordt gebruikt bij ruiterevenementen aldaar. Binnen de locatie staan geen bomen of planten. Door het intensieve maaien en gebruik ligt het niet in de verwachting dat aldaar beschermde soorten voorkomen. Langs de randen staan bomen, maar die worden niet gekapt. Dus ook dat geeft geen verstoring of vernietiging van leefgebied en/of verblijfsgebieden. Ook zal uitbreiding van het parkeerterrein niet leiden tot verstoring van het foerageergebied van bijvoorbeeld vleermuizen. De openheid van de locatie blijft immers aanwezig. Het parkeerterrein is overigens ook opgenomen in het onderzoek naar soortenbescherming bij Landgoed De Lemborgh. Het ligt namelijk in de straal van 100 meter van de omgeving avn Landgoed De Lemborgh dat onderzocht en beoordeeld is op het voorkomen en/of gebruik ervan door beschermde natuurwaarden, zie bijlage 10.
Bovenstaande conclusies zijn derhalve ook van toepassing op de uitbreiding van het betreffende parkeerterrein. 4.7.3 Invloed geluidimmissie evenementen op Flora en Fauna In aanvulling op de akoestische onderzoeken voor het kasteel en het multifunctioneel gebouw, waarin de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen is beoordeeld voor zowel de reguliere situatie als voor het maatgevende evenement, is in eerste instantie de geluidimmissie vanwege de maatgevende evenementen (lees: evenementen met hoogste geluidemissie) ter plaatse van de omliggende terreinen inzichtelijk gemaakt in het kader van de analyse Flora en Fauna. .Zie hiervoor paragraaf 4.3.5 en bijlage 7 'Notitie 24-uurs equivalent geluid'. Hieruit kan geconcludeerd worden dat van een verstorend effect geen sprake zal zijn op de Flora en Fauna in open weilanden/bossen in de directe omgeving van het plangebied als gevolg van de evenementen, in aantallen per categorie en per jaar, zoals opgenomen in paragraaf 2.4.5. 4.7.4 Conclusie natuur/ecologie Gelet op vorenstaande uiteenzetting kan gesteld worden dat het aspect natuur/ecologie onderhavig planvoornemen niet in de weg staat.
4.8
Archeologie en cultuurhistorie
De Nederlandse wetgeving ten aanzien van archeologische waarden is momenteel aan veranderingen onderhevig. De Monumentenwet 1988 is vanaf 1 juli 2016 deels overgegaan in de Erfgoedwet. De onderdelen over omgevingsrecht uit de Monumentenwet gaan (naar verwachting) 1 januari 2024 over naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de omgang met het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van de wetgeving is om het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Op grond van deze wetten worden gemeenten verantwoordelijk geacht voor de bescherming van archeologische waarden. Artikel 9.1 (overgangsrecht omgevingswet) van de Erfgoedwet zegt: Voormalig artikel 38a: De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten). Voormalig artikel 41: De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1,
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
67
eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (o.a. gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan) kan in het belang van de archeologische monumentenzorg worden verplicht een rapport over te leggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van die wet in voldoende mate is vastgesteld. In 2012 heeft de gemeente Sittard-Geleen de “beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen” vastgesteld1). Onderdeel van deze beleidsnota is een archeologische beleidskaart, die gebaseerd is op een aantal archeologische verwachtingskaarten2). De archeologische verwachtingskaarten geven inzicht in de (verwachte) aanwezigheid van archeologische resten. De verwachtingskaarten zijn vervolgens omgezet naar één beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er 7 archeologische beleidscategorieën ontstaan (zie onderstaande tabel). ________________________________________________ 1
Gemeente Sittard-Geleen, 2012. Beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen.
2
Verhoeven, M.P.F. & G.R. Ellenkamp, 2010. Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Sittard-Geleen. RAAP-rapport 2144. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp.
Uit de archeologische kaarten blijkt dat het plangebied in een archeologisch interessant gebied ligt. Het hele plangebied ligt in het Provinciaal archeologisch aandachtsgebied Graetheide. Dit gebied is archeologisch interessant vanwege de hoge verwachting die daarbinnen geldt voor nederzettingen en grafvelden van de Lineair Bandkeramische cultuur (vroeg neolithicum), maar ook voor andere perioden. Daarnaast ligt het
68
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
uiterste westelijke deel binnen de historische kern van Limbricht. De historische kernen hebben een monumentstatus vanwege hun hoge archeologische waarde (ARCHIS monumentnr. 16540). Dit, omdat binnen deze kernen de wortels van de huidige dorpen worden verwacht. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e eeuwse en vroeg 20e eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning worden aangetroffen. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Kasteel Limbricht is een archeologisch monument met een zeer hoge archeologische waarde (ARCHIS monumentnr. 11585). Het betreft een terrein met resten van een motte, daterend uit de late middeleeuwen. De heuvel stamt waarschijnlijk uit de 11e-12e eeuw. Tijdens illegale graafwerkzaamheden aan de gracht en de motte in 1986 en/of 1987-1988 zijn archeologische waarnemingen gedaan (ARCHIS zaakid. nr. 2847567100). Het monument wordt omsloten door ARCHIS monumentnr. 11601, dat de resten van de voorburcht herbergt. Direct ten zuiden van het plangebied ligt een archeologisch monument van hoge archeologische waarde (ARCHIS monumentnr. 11249). Het betreft een terrein met nederzettingssporen uit de Romeinse tijd die zich zeer waarschijnlijk voortzetten buiten de contouren van het monument.
Op het terrein zijn onder meer bronzen voorwerpen uit de Romeinse tijd aangetroffen, waaronder munten, een fibula en een haarnaald (ARCHIS zaakid. nr. 3042281100). Voorts wordt in ARCHIS melding gemaakt van twee sarcofagen die vermoedelijk afkomstig zouden zijn van het terrein rondom de Sint Salviuskerk, direct ten westen van kasteel Limbricht (ARCHIS zaakid.nrs. 3130555100). Ten slotte, zijn in de jaren 90 van de vorige eeuw binnen het plangebied twee gouden objecten met donkerrood sierglas uit de vroege middeleeuwen en een bronzen munt en gesp uit de Romeinse periode gevonden (ARCHIS zaakid. nrs. 3177893100 en 3236900100). Recent is door SAGA een inventarisatie uitgevoerd van de vondsten uit de gracht en omgeving van het kasteel (straal van 1 km)3 . De vondsten betreffen zowel gemelde vondsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, vondsten van de WAS4 , meldingen in de database van PAN5 en vondsten van amateurarcheologen. Op basis van de vondsten wordt in de directe omgeving van het kasteel een of meerdere Romeinse en merovingische grafvelden vermoed. Ter hoogte van Platz zou het om nederzettingsresten uit de Romeinse tijd vroege middeleeuwen gaan6 . Direct ten zuiden van de Allee, in het 'Landgoed De Lemborgh', is recent door RAAP een noodonderzoek uitgevoerd ter plaatse van aangelegde rioleringssleuven.
Hier zijn in de profielen van de opengelegde sleuven nederzettingsresten uit de volle middeleeuwen (11e-12e eeuw) en vier Romeinse graven aangetroffen. De nederzettingsresten stammen uit dezelfde periode als de motte aan het kasteel Limbricht. Omdat binnen het terrein nog meerdere graafwerkzaamheden zouden plaatsvinden, is vervolgens een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Hier zijn naast volmiddeleeuwse nederzettingsresten nog meerdere Romeinse en merovingische graven aangetroffen. De uitwerking van het onderzoek is nog lopend Op basis van landschappelijke en historische gegevens, in combinatie met de bekende archeologische vindplaatsen in de directe omgeving, geldt voor het plangebied een zeer hoge archeologische verwachting. In het plangebied moet vooral rekening worden gehouden met de aanwezigheid van nederzettingsterreinen met bijbehorende grafvelden ('droge archeologie'), in het bijzonder uit de Romeinse tijd, vroege middeleeuwen en de volle middeleeuwen. De bekende archeologische vindplaatsen binnen het bestemmingsplangebied kennen een grote mate van bescherming en zijn volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente ingedeeld in beleidscategorie 2. Grote delen van het plangebied hebben op de huidige beleidskaart beleidscategorie 4.
Echter, vanwege de reeds aangetoonde vindplaatsen (door RAAP) en de verwachte vindplaatsen rondom het kasteel op basis van het vondstmateriaal (SAGA), geldt voor het hele plangebied beleidscategorie 2. Concreet betekent dit dat voor deze gebieden een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm -mv én de omvang van het gebied groter is dan 50 m². __________________________________________ 1 Gemeente Sittard-Geleen, 2012. Beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen. 2 Verhoeven, M.P.F. & G.R. Ellenkamp, 2010. Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
69
gemeente Sittard-Geleen. RAAP-rapport 2144. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. 3
Janssen, M. & L. van Diepen, 2023 (concept). Inzichten in kasteel Limbricht. Archeologische vondsten uit de gracht en de omgeving van het kasteel en een bouwhistorisch onderzoek. SAGA 33, Landgraaf. 4
Werkgroep Archeologie Sittard
5
Portable Antiquities Netherlands
6
Janssen & van Diepen, 2023 (concept).
4.8.1 Gevolgen archeologischewaarden voor het planvoornemen Platz 1 'Waarde – Archeologie 1' (Vigerend bestemmingsplan), wordt 'Waarde - Archeologie 2' in nieuwe bestemmingsplan Platz 1 betreft een rijksmonument en de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten worden beschermd door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. (terrein van zeer hoge archeologische waarde). Grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm - mv of werken die een oppervlakte hebben groter dan 50 m2, zijn o.a. zonder een voorafgaand archeologisch onderzoek verboden. Onderhavig planvoornemen voor Platz 1 heeft geen betrekking op grondwerkzaamheden of werken zoals voornoemd in de regels van vigerend bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Limbricht' en het nieuwe bestemmingsplan 'Kasteel Limbricht en omgeving' die dienen ter bescherming van de zeer hoge archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek ter plaatse van Platz 1 is derhalve niet noodzakelijk. Allee 1, 1A, 1B, Landgoed De Lemborgh en uitbreiding openbaar parkeerterrein Allee 1, 1A, 1B, Landgoed De Lemborgh en de uitbreiding openbaar parkeerterrein binnen het plangebied hebben momenteel de volgende dubbelbestemmingen: 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4'.
Echter, vanwege de reeds aangetoonde vindplaatsen (door RAAP) en de verwachte vindplaatsen rondom het kasteel op basis van het vondstmateriaal (SAGA), geldt voor het hele plangebied nu beleidscategorie 2. Concreet betekent dit dat voor deze gebieden een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm -mv én de omvang van het gebied groter is dan 50 m². Ter plaatse van Allee 1, 1A en 1B ziet het planvoornemen niet op het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm of andere verstoringen van archeologisch waardevolle elementen. Een archeologisch onderzoek bij Allee 1, 1A en 1B is derhalve niet noodzakelijk. Er gelden qua archeologie dan ook geen beperkingen voor het organiseren van een aantal kleine-, middelgrote en grootschalige evenementen binnen dit gedeelte van het plangebied. Ter plaatse van Landgoed De Lemborgh heeft de beleidscategorie 2 tot gevolg dat bij de nog uit te voeren werkzaamheden die dieper reiken dan 30 cm- mv en groter zijn dan 50 m2 een archeologische onderzoeksplicht geldt. Wanneer voor de aanleg van de parkeerplaatsen aldaar dus bodemingrepen nodig zijn die dieper reiken dan 30 cm, dient vooraf eerst een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Uit de gegevens (o.a. tekeningen) van de aan te leggen nieuwe parkeerplaatsen zal moeten blijken of een archeologisch onderzoek noodzakelijk is.
Het multifunctionele gebouw wordt voor een groot gedeelte geprojecteerd op de locatie van de voormalige en reeds gesloopte stal. Deze stal was geheel onderkelderd. Na de sloop is de bodem aldaar weer opgevuld met grond en dus zodanig verstoord dat t.b.v. fundering en leidingwerk voor het nieuw op te richten gebouw een archeologisch onderzoek naar verwachting niet noodzakelijk is. Of voor de realisatie van het multifunctionele gebouw naar aanleiding van het toekennen van de beleidscategorie 2 aan het gehele plangebied toch een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, zal in overleg met de gemeentelijk archeoloog afgestemd moeten worden. Op basis van het waarderend proefsleuvenonderzoek dat inmiddels deels is uitgevoerd is duidelijk geworden dat archeologische resten verder doorlopen tot binnen het onderzoeksgebied en er sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Ook voor de nog aan te planten bomen heeft dit gevolgen. Tot nu toe
70
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
heeft dit er onder andere toe geleid dat van de aan te planten bomen er inmiddels 3 onder begeleiding van een archeoloog zijn geplant en dat voor de overige aan te planten bomen, die nu verspreid binnen dit gedeelte van het landgoed voorlopig in grote kisten staan, nog bekeken moet worden of deze op een soortgelijke wijze aangeplant mogen worden. Voor de uitbreiding van de openbare parkeerplaats geldt dat een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is als de bodem niet dieper wordt verstoord dan 30 cm. De uitbreiding van de openbare parkeerplaats wordt uitgevoerd door de gemeente Sittard-Geleen. Uit de gegevens (o.a. tekeningen) van de aan te leggen nieuwe parkeerplaatsen zal moeten blijken of een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De verantwoording hiervan ligt bij de gemeente. Voor wat betreft cultuurhistorie kan worden opgemerkt dat het planvoornemen niet leidt tot aantasting van de rijksmonumenten bij Platz 1 en Allee 1, 1A en 1B en de laan Allee zelf. Er wordt immers niets gewijzigd aan de cultuurhistorische bouwwerken en de laan. De dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie' zoals die nu al gelden binnen het plangebied op basis va het vigerende bestemmingsplan, blijven onveranderd van toepassing in het nieuwe bestemmingsplan van Kasteel Limbricht en omgeving.
Hieronder valt ook de Allee met de bomenrij met als toevoeging dat nu ook voor Platz 1 de dubbelbesetmming 'Waarde-Cultuurhistorie' is opgenomen. Het planvoornemen bij Landgoed De Lemborgh leidt juist tot een verruiming en verrijking van het cultuurhistorisch ensemble. De voorziene en gewenste aanvullingen van activiteiten, waaraan ook een toenemende behoefte is, dragen bij aan de verrijking en beleving van een mooi en waardevol cultuurhistorisch ensemble. Het wordt een plek waar jong en oud graag zullen vertoeven. Gelet op bovenstaande uiteenzetting kan geconcludeerd worden dat archeologie en cultuurhistorie onderhavig planvoornemen niet in de weg zullen staan.
4.9
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige planvoornemen binnen het plangebied vormt het verkeer en parkeren een belangrijk aspect, zeker in relatie met de aanvulling van de evenementen. Vanuit de onderhavige procedure, alsook eerdere procedures en de dialoog met de omwonenden zijn vragen gesteld omtrent de parkeer- en verkeerssituatie rondom het Kasteel Limbricht. Met het planvoornemen wordt gestreefd om het dorp Limbricht te ontzien van het verkeer van de bezoekers die een bezoek brengen aan het kasteel en/of aan Landgoed De Lemborgh. Duidelijk is dat uitbreiding van het openbare parkeerterrein en de beschikbaarheid van een overloopparkeerplaats noodzakelijk zijn, dat voor de realisatie van het multifunctioneel gebouw voorzien moet worden in parkeerplaatsen en dat onderzocht moet worden of de bestaande verkeersstructuur van de Allee in noordoostelijke richting aangepast moet worden om de Allee als ontsluitingsweg te kunnen gebruiken. 4.9.1 Verkeer Met betrekking tot de verkeersafwikkeling is door 'RA+ ingenieurs' uit Sittard een onderzoek uitgevoerd. Hierin wordt het volgende geconcludeerd: De ontwikkelingen leiden tot extra verkeer. Deze verkeerstoename bedraagt in totaal maximaal 114 tot 224 extra verkeersbewegingen per auto (heen en terug). Parkeren is voorzien op de parkeerplaats bij de sportvoorzieningen.
In overleg met de gemeente wordt bekeken of de uitbreiding van de bestaande parkeerplaats een meer definitieve inrichting kan krijgen. Op het Landgoed De Lemborgh ontstaat tevens ruimte voor een overloop-parkeerterrein dat bij evenementen kan worden ingezet. Daarnaast is extra parkeerruimte voorzien nabij het multifunctionele gebouw. Gezien de routeinformatie uit Google Maps is de verwachting dat het merendeel van het bezoekersverkeer via de Allee (buiten de bebouwde kom) rijdt naar de N276. Dit is de snelste route van/naar de A2. Dit betekent uitgaande van een gemiddelde situatie voor de Allee een verkeerstoename van 14%. In totaal zijn dit ruim 1.300 mvt/etmaal. De route via de Beekstraat laat een toename zien van 12% tot ca. 660 mvt/etmaal. Bij deze
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
71
relatief geringe verkeerstoename, in combinatie met de (maatgevende) momenten, worden geen noemenswaardige knelpunten verwacht als het gaat om de verkeersafwikkeling. De aansluiting van de Allee op de N276 is en blijft een aandachtspunt. De bestaande inrichting in combinatie met de verkeersdrukte kan leiden tot verkeersonveilige situaties. Vanwege de bestaande problematiek kan dit los van de ontwikkelingen op het landgoed worden gezien. Dit geldt ook voor de gereden snelheden op de Allee buiten de bebouwde kom. Aanvullende snelheidsremmende maatregelen moeten worden overwogen om de snelheden te beperken. Jaarlijks worden ook kleine en grote evenementen op het Landgoed georganiseerd. Met name voor de grotere evenementen met maximaal 1.500 bezoekers wordt aanbevolen om een verkeersplan op te maken om de verkeerssituatie voor de kern Limbricht controleerbaar te houden. Voor de inhoud van het volledig rapport, zie bijlage 13 bij deze toelichting.
Het maximum aantal bezoekers op een dag zal, voor het kasteel en Landgoed de Lemborgh,inclusief een evenement, maximaal 3.000 bedragen. Dit is in planregel 4.4.4 onder f opgenomen, zie ook bovenstaand onder paragraaf 2.4.5 Bij 3.000 bezoekers per dag is er sprake van ca 2.300 extra voertuigbewegingen. Dit is gebaseerd op een worst-case uitgangspunt dat 85% van de bezoekers met de auto komt en dat de gemiddelde autobezetting 2,2 is. In onderstaande tabel is een overzicht aangegeven van de beschikbare capaciteit van het wegennet en de belasting vanwege nieuwe bestemmingsplan.
De cijfers als weergegeven in de tabel zijn daarbij een worst case beschouwing: Het huidig gebruik van het kasteel is al verdisconteerd in de huidige belasting. Deze voertuigen worden daarmee dubbel geteld. Met name bij evenementen is de bezetting per auto eerder 2.5 dan 2.2 en is het aandeel mensen per fiets > 15%. Uit de tabel blijkt (bij een worst case beschouwing) dat het omliggend wegennet geschikt is voor afhandeling van het verkeer. Het merendeel van de evenementen blijft binnen het huidig aantal bezoekers dat ook al bij een huidig regulier gebruik aanwezig kan zijn op het kasteel. Deze situatie leidt niet problemen met de verkeersafhandeling. De evenementen met de maximale bezoekersaantallen (3.000 – als hierboven genoemd) omvatten markten/braderieën ed. De bezoekers komen en gaan verspreid over de dag en zullen dus ook niet leiden tot een verkeersstagnatie ten gevolge van piekbelastingen.
72
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
4.9.2 Parkeren Voor het personeel/bezoekers kasteel, gasten minihotel Platz 1 en in basis ten behoeve van de bezoekers van het multifunctioneel gebouw, wordt voorzien in een parkeerplaats met minimaal 75 parkeerplaatsen nabij de loods bij Allee 2 van het Landgoed De Lemborgh. In onderstaande figuur 27 is een indicatief inrichtingsplan opgenomen. Initiatiefnemer overweegt daarbij om deze parkeerplaats open te stellen voor medegebruik, bijvoorbeeld voor omwonenden om mede een oplossing te bieden voor de ervaren parkeerdruk bij de omwonenden. Dit is ter nadere uitwerking en afstemming met de gemeente Sittard-Geleen.
Figuur 27. Indicatie inrichtingsplan parkeervoorzieningen rondom bebouwing bij Landgoed De Lemborgh, zie ook bijlage 20. Met betrekking tot het aspect parkeren is verder een integraal beeld uitgewerkt, zie bijlage 14, omtrent de parkeersituatie aan de hand van de vigerende parkeernormen van de gemeente Sittard-Geleen, waaruit volgt dat voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn gerelateerd aan het planvoornemen van initiatiefnemer. Ook is er sprake van een integrale verbetering (kasteel-ensemble en sportvelden), omdat er door de gemeente gewerkt wordt aan een (formele) uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen ter plaatse van het terrein ten noorden van de bestaande openbare parkeerplaats aan de Allee (bij het sportterrein). Daarmee ontstaan hier dan in totaal 222 parkeerplaatsen. Daarnaast bevinden zich aan de Allee zelf nog 20 parkeerplaatsen. Om parkeerproblemen bij extreme drukte bij bijvoorbeeld evenementen te voorkomen, zal aan de noordoostzijde bij Landgoed De Lemborgh ook worden voorzien in een overloopparkeerplaats. Hierop kunnen eventueel ook bussen parkeren.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
73
Zoals blijkt uit bijlage 14 wordt met het nieuwe bestemmingsplan het aantal parkeerplaatsen in de directe omgeving van het kasteel meer dan verdubbeld: van 164 naar 347. Zie onderstaande tabel.
Voor een totaaloverzicht van de locaties van de diverse parkeerplaatsen en de daar te realiseren parkeercapaciteit, zie bijlage 20. De nummers in de bovenstaande en onderstaande tabel verwijzen naar de nummers op de 1e tekening in bijlage 20. Bij evenementen wordt extra aandacht besteedt aan het aspect parkeren. Voor kleine- en middelgrote evenementen zijn de huidige parkeerplaatsen met de voorgenomen extra parkeerplaatsen voldoende en er zijn geen obstructies voor de hulpdiensten te verwachten. Echter, bij een groot evenement waar 1.500 mensen op af komen (waarvan 15% per fiets of te voet) en grofweg uitgaande van 2,5 tot 3 personen per auto, zijn 400 tot 500 parkeerplaatsen benodigd. Dit wordt opgevangen op de overloopparkeerplaats bij Landgoed De Lemborgh. Daarnaast blijft er ook de overloopparkeerplaats bij de sportvelden. Ook worden er verkeersregelaars ingezet. De verkeersregelaars zorgen voor een goede doorstroom en begeleiding naar de juiste parkeerplaats en zullen er ook voor zorgen dat de hulpdiensten ten alle tijden snel ter plaatse kunnen zijn. Verder is van belang dat tijdens evenementen middels routeborden aan het begin van toegangswegen naar Limbricht wordt aangegeven via welke route motorvoertuigen het terrein kunnen bereiken en dat het terrein ook alleen bereikbaar is via de N276 en de Allee.
Ter ondersteuning van de verkeersregelaars worden bij de uitgang(en) van de parkeerplaatsen tijdelijk borden geplaats met verplichte rijrichting naar de N276. In onderstaande tabel is een totaaloverzicht opgenomen van de beschikbare parkeerplaatsen. Het aantal parkeerplaatsen op de overloopparkeerplaats II is een indicatieve inschatting.