03 Toelichting bestemmingsplan Kasteel Limbricht
Tekst van het document
Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.
Conclusie Met betrekking tot het planvoornemen is er raakvlak met: '4. Toekomstige ontwikkelingen van het landelijk gebied', ook al betreft een kleinschalige ontwikkeling. Verder zijn er weinig directe en concrete raakvlakken tussen deze visies en het planvoornemen, anders dan de meer algemene uitgangspunten ten aanzien van een veilige en gezonde leefomgeving, duurzaam ruimtegebruik, etc. Op deze onderwerpen wordt in navolgende paragrafen en hoofdstukken nader ingegaan. Vanuit NOVI bestaan er derhalve geen belemmeringen. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de ecologische
34
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
hoofdstructuur (thans Nationaal Natuurnetwerk), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Ook is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Op dit bestemmingsplan zijn geen van deze belangen van toepassing. 3.2.3 Ladder van duurzame verstedelijking De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie in de Omgevingsverordening bepaald dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen worden onderzocht. Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een stedelijke ontwikkeling.
Conform artikel 2.2.1 van de OvL2014 is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onderhavige ontwikkeling is een aanvullingen op de bestaande horeca-activiteiten van het kasteel om zo te kunnen blijven voldoen aan de wensen en toenemende behoefte van de klanten. Door de wisselwerking tussen de activiteiten bij het kasteel en Landgoed De Lemborgh zal de klant in een ontspannen sfeer nog meer de gewenste beleving ervaren van de rijke cultuurhistorie met het omliggende landschap. Van stedelijke ontwikkeling is in voorliggende planontwikkeling geen sprake, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is. 3.2.4 Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma2022-2027 (NWP) beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen.
In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 wordt allereerst de nationale belangen opgesomd: waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
35
Deze nationale belangen worden aangevuld met drie hoofdambities: 1.
2.
3.
Een veilige en klimaatbestendige delta: Naast bescherming tegen overstromingen is de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is. In het Deltaprogramma is afgesproken dat overheden stresstesten uitvoeren om de risico's in kaart te brengen en een adaptatiestrategie met een uitvoeringsprogramma opstellen. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta: een goede zoetwatervoorziening is van groot belang voor de economie. Nederland moet in 2050 weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten. Daarom werkt het Rijk in de planperiode van het NWP samen met de zoetwaterregio's en de gebruikers aan maatregelen om ervoor te zorgen dat Nederland ook in droge perioden over voldoende zoetwater beschikt voor bijvoorbeeld landbouw, natuur, historisch groen, industrie en scheepvaart. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. In de planperiode van het NWP wordt gewerkt aan structurele vermindering van lozingen en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via het Actieprogramma PFAS in water. Het beleid voor grondwaterkwaliteit is erop gericht verontreiniging van bodem en grondwater zo veel mogelijk te voorkomen.
De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Daarnaast hebben de vijf volgende thema's een centrale rol in dit waterprogramma: 1. 2. 3. 4. 1.
Klimaatadaptatie; Waterveiligheid; Zoetwater; Grondwater; Scheepvaart.
Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Daarom zijn voor de rijkswateren in dit Nationaal Waterprogramma gebiedsgerichte uitwerkingen opgenomen. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de Rijn-Maasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee en Eems-Dollard en de Kanalen in het beheer van het Rijk. Deze zijn verbonden met de diverse gebiedsgerichte programma's en uitwerkingen onder het Nationaal Waterprogramma, zoals de Gebiedsagenda's Grote Wateren. Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma's de gebiedsgerichte uitwerking van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de Omgevingsagenda's onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In het coalitieakkoord van eind 2021 is aangegeven dat de komende jaren structureel meer budget wordt uitgetrokken voor instandhouding van wegen, spoor, hoofdwatersysteem en vaarwegen. Het structureel extra budget loopt op via een geleidelijk ingroeimodel. De budgettaire kaders voor instandhouding zijn daarmee verruimd. Voor het Hoofdwatersysteem en het Hoofdvaarwegennet zal I en W binnen deze budgettaire kaders nog aanvullende keuzes moeten maken om de instandhoudingsopgaven op termijn beheersbaar te houden. Het bestemmingsplan 'Kasteel Limbricht en omgeving' is in lijn met het bepaalde in het waterprogramma.
In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten ter plaatse van het plangebied.
36
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt de Omgevingsvisie POL 2014. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zijn verankerd in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Daarna dienen deze tevens ter ondersteuning van deze visie. Uit de betreffende kaarten blijkt dat de locaties Platz 1, het kasteel (Allee 1, 1A, 1B), het openbaar parkeerterrein en het zuidoostelijke deel van Landgoed De Lemborgh (het gedeelte met de gebouwen) van onderhavig plangebied zijn gelegen in de zone 'Landelijke kernen'. Het overige gedeelte van Landgoed De Lemborgh is gelegen in de zone 'Buitengebied'.
Vanuit beleidsmatig oogpunt in relatie tot het planvoornemen is geen sprake van relevante wijzigingen. Over 'Buitengebied' is in het POVI het volgende opgenomen: Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk. Over 'Landelijke kernen' is in het POVI het volgende opgenomen: De leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het landelijk gebied is belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels en werklocaties. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Provinciale omgevingsvisie en vrijetijdseconomie. De vrijetijdseconomie wordt in de Omgevingsvisie benoemd als een belangrijke economische pijler in Limburg.
Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteiten van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang. Een stabiele balans is nodig tussen beleving en bescherming van landschap en natuur, tussen belangen van toeristen, recreanten en inwoners, tussen uiteenlopende wensen van verschillende groepen recreanten en tussen verschillende groepen in het landelijk gebied die gebruik maken van dezelfde infrastructuur. Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties dienen beter in balans gebracht te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag van verblijfsaccommodaties is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. De bestaande verblijfsaccommodaties met 14 slaapplaatsen in Kasteel Limbricht en de uitbreiding met 6 slaapplaatsen tot in totaal 24 slaapplaatsen bij Platz 1, dragen bij aan het behoud van het monumentale Kasteel Limbricht en het monumentale pand van Platz 1 en draagt hierdoor bij aan het versterken van de kwaliteit van het cultuurhistorisch verleden van Sittard-Geleen. De verblijfsaccommodaties maken onderdeel van het totaalconcept gericht op het trouwen, rouwen en werken in het groen dat wordt voorzien voor het landgoed van Kasteel Limbricht.
Er is geen sprake van een kwantitatieve toevoeging van
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
37
verblijfsaccommodaties. Het aantal slaapplaatsen wordt verminderd. Zie ook paragraaf 2.4.1. Naar aanleiding van bovenstaand mag geconcludeerd worden dat het planvoornemen aanvaardbaar en passend is binnen het provinciale beleid. Het planvoornemen past goed in het landschap en vormt een duurzame ontwikkeling voor een cultuurhistorische waardevolle locatie. 3.3.2 Omgevingsverordening Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld d.d. 17 december 2021. Deze Omgevingsverordening is gebaseerd op de nieuwe Omgevingswet en treedt derhalve niet eerder in werking dan de Omgevingswet zelf. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien per 1 januari 2024. Daarmee is de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening Limburg automatisch uitgesteld tot de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tot die tijd blijft de Omgevingsverordening Limburg 2014 gelden. Deze Omgevingsverordening is op 16 december 2022 geconsolideerd tot de ‘Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 (GC 10)' Dit betreft zodoende het huidige provinciale toetsingskader. Omgevingsverordening Limburg 2014 en overgangsrecht.
Voor een ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage is gelegd vóór 1 januari 2024, dat wil zeggen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt op grond van artikel 4.6, tweede lid, van de lnvoeringswet Omgevingswet dat in dat geval het oude recht van toepassing blijft tot het besluit van kracht is. Onder het oude recht moet in dat verband niet alleen de landelijke wetgeving worden verstaan (o.a. de Wro) maar ook de lagere regelgeving, waaronder de provinciale regels. Dat betekent dat ook de instructieregels van de tot 1 januari 2024 geldende Omgevingsverordening Limburg 2014 hieronder vallen. Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen beschermde natuurgebieden, stiltegebieden, en waterwingebieden. Het plangebied is wel in zijn geheel gelegen in de grondwaterbeschermingszone 'Boringsvrije zone Roerdalslenk 2'. Binnen de 'Boringsvrije zone Roerdalslenk 2' is het niet toegestaan om: a. b.
boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten; c. een bodemenergiesysteem op te richten, welke dieper reikt dan 30 meter beneden het maaiveld; d. boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of bentoniet. In onderhavig planvoornemen is niet voorzien in het aanbrengen van dergelijke boorputten of bodemenergiesystemen. Vanuit dit kader bestaan er geen belemmeringen. Vrijetijdseconomie Zoals toegelicht in paragraaf 2.4.1 is het maximaal aantal slaapplaatsen op Kasteel Limbricht (burcht en voorburcht) en bij Platz 1 vastgelegd in de planregels van onderhavig bestemmingsplan. Met de maximering van het aantal slaapplaatsen is er sprake van een vermindering van het aantal slaapplaatsen ten opzichte van het huidige en vigerende bestemmingsplan.
Gelet op de regels van de Provinciale Verordening met betrekking tot de 'Vrijetijdseconomie' is een nadere onderbouwing (vraag en aanbodanalyse en bedrijfsontwikkelingsplan) derhalve niet van toepassing. Na-ijlende effecten Provinciale Staten hebben in hun vergadering van 30 september 2022 het besluit genomen waarmee de Omgevingsverordening Limburg 2014 is aangevuld met een viertal instructieregels die zich richten tot de Limburgse gemeenten. Het gaat om de instructieregels over:
38
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
1. 2. 3. 4.
Wonen; Huisvesting internationale werknemers; Na-ijlende effecten steenkoolwinning; Zonne-energie.
Ten aanzien van het planvoornemen kan mogelijk sprake zijn van na-ijlende effecten steenkoolwinning en dient te worden voldaan aan de nieuw geformuleerde instructieregel neergelegd in artikel 2.16.1: Artikel 2.16.1 Instructieregel na-ijlende effecten steenkoolwinning De toelichting bij een ruimtelijk plan dat het bouwen van een nieuw bouwwerk in de gemeenten Brunssum, Beekdaelen, Heerlen, Landgraaf, Voerendaal, Kerkrade, Simpelveld, Beek, Sittard-Geleen en Stein mogelijk maakt, beschrijft op welke wijze rekening is gehouden met de na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning. Uit de geraadpleegde gegevens, waaronder de rapportage 'Na-ijlende gevolgen steenkolenwinning Zuid-Limburg, d.d. 31 augustus 2016, opgesteld door Ingenieurbüro Heitfeld Schetelig GmbH (IHS)' en de kaart met risicogebieden, zie onderstaade figuur, blijkt dat onderhavig plangebied niet gelegen is binnen de concessiegrens van een van de mijnen. Die van de mijn Maurits reikt net tot de onderkant van Sittard en ligt op ruime afstand van het plangebied. Met na-ijlende effecten van de steenkoolwinning hoeft derhalve binnen het plangebied geen rekening te worden gehouden.
Figuur 21. Kaart na-ijlende effecten steenkoolwinning met ligging plangebied binen rode cirkel.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
39
3.3.3 Ladder van duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie in de Omgevingsverordening Limburg bepaald dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moet worden onderzocht. Onder subparagraaf 3.2.3 (rijksbeleid) is reeds aangegeven dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op het planvoornemen.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg 2030 In deze visie, die gezamenlijk is samengesteld door 16 Zuid-Limburgse gemeenten, is verwoord hoe de regio gezamenlijk wil werken aan een toekomstbestendige toeristisch-recreatieve bestemming Zuid-Limburg. De regio heeft hierin gezamenlijke ambities opgesteld voor 2030: 1. 2. 3. 4. 5.
Toerisme blijft bijdragen aan duurzame economische structuurversterking van de regio. Kwalitatieve groei boven kwantitatieve groei. Landschappelijke en stedelijke kwaliteiten versterken elkaar. De vrijetijdseconomie helpt om natuur en landschap te ontwikkelen. Inwoners en gasten kunnen heel Zuid-Limburg beleven.
De strategie voor de realisatie van deze ambities is opgebouwd uit 5 pijlers: 1. 2. 3. 4. 5.
Kwaliteit Verleiden. Beleving. Vernieuwing Ondernemerschap
Het planvoornemen voldoet aan de regionale Visie Vrijetijdseconomie Bestemming Zuid-Limburg 2030. Ten eerste geeft dit initiatief invulling aan pijler 4 'Duurzame vernieuwing' door het opnieuw benutten van een rijksmonument (Platz 1). Tevens wordt met dit initiatief ingezet op de groei in kwaliteit (pijler 1) door het verbeteren van de kwaliteit van het monumentaal pand door de nieuwe verblijfsaccommodaties te combineren met de (dag-)recreatieve voorzieningen die Kasteel Limbricht te bieden heeft. Het planvoornemen geeft een kwalitatieve en duurzame impuls aan het al reeds bestaande Landgoed Kasteel Limbricht B.V. en horeca, maar draagt ook bij aan een duurzame economische structuurversterking van de regio. Voor de inwoners, bezoekers en gasten wordt een mooi stukje Zuid Limburg nog mooier en wordt waardevol cultureel erfgoed op een functionele en rendabele wijze in stand gehouden.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 De Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016, vastgesteld 15-12-2016, is de opvolger van de Structuurvisie uit 2010. Het is één van de instrumenten om de doelen en prioriteiten van de gemeente te realiseren. Met de omgevingsvisie Sittard-Geleen wordt ingespeeld op de doelstellingen en uitgangspunten van de Omgevingswet, die naar verwachting in 2023 van kracht wordt. Binnen het huidige wettelijke kader van de Wro (art. 2.1) is de Omgevingsvisie feitelijk de Structuurvisie voor Sittard-Geleen. In de omgevingsvisie komen alle aspecten aan bod die te maken hebben met de toekomstige ruimtelijke
40
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
ontwikkeling van - en binnen de gemeente. Van wonen en werken tot recreatie en mobiliteit. Van economische en technologische ontwikkelingen tot natuur en milieu. Het geheel wordt verduidelijkt aan de hand van kaarten die een goed beeld geven van de toekomst van Sittard-Geleen en de opgaven waaraan de gemeente werkt om dat beeld te realiseren. In de uitwerking is nadrukkelijk gekozen voor de lijn ‘ruimte waar mogelijk, sturing waar nodig’, een uitnodiging aan alle partners om samen met de gemeente doorlopend te ontwikkelen naar een gemeente waar het goed wonen, leven en werken is. De omgevingsvisie omschrijft ook de instrumenten die men wil inzetten om de komende periode richting te geven aan de uitvoering van gestelde doelen en prioriteiten. Doelen en prioriteiten die samen met inwoners, ondernemers en partners zijn gesteld om ruimte te bieden aan groei en ontwikkeling, zonder dat dit afbreuk doet aan de kwaliteit van de (leef)omgeving. De nadruk ligt daarbij op gebieden waar veel gebeurt, zoals stadscentra, VDL Nedcar en Chemelot, maar ook op het 'groene hart' om daar de landelijke en dorpse kwaliteit te behouden.
Figuur 22. Uitsnede kaart Omgevingsvisie met ligging plangebied. Onderhavig plangebied is gelegen in het 'Groene Hart', bestaande uit o.a. een open coulisselandschap en nat bosrijk landschap waarbinnen ook het plangebied is gelegen. Kenmerkend voor het coulisselandschap is de afwisseling van open gebieden, bomenlaantjes, landwegen, kleine dorpen en buurtschappen. Het uiterlijk van dit cultuurlandschap is historisch gegroeid en een veelheid aan cultuurhistorische elementen is nog herkenbaar. De verschillende delen van het landschap vormen een samenhangend geheel. Het gebied is grotendeels in gebruik als agrarisch gebied. Hier is de open landschappelijke kwaliteit en daarmee het aantrekkelijke woonklimaat bewaard gebleven, omdat nieuwe bebouwing hier al jaren niet zomaar is toegelaten en dat wil men voor de toekomst ook zo behouden.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
41
Het Limbrichterbos en de Rollen (het nat bosrijk landschap) zijn bosgebieden en zorgen samen met de grootschalige akkers voor een afwisseling van open en gesloten ruimten en doorzichten. Binnen dit grootschalige landschap bevinden zich een aantal grote agrarische bedrijven, waarvan de landschappelijke inpassing regelmatig onvoldoende is. Met voorgenomen planontwikkeling worden aan bestaande locaties meer mogelijkheden geboden zonder dat de bestaande landschapsstructuur aldaar verloren gaat. Ontwikkeling vindt plaats binnen bestaande gebouwen en terreinen. Daarnaast wordt met de ontwikkeling van Landgoed De Lemborgh een agrarische locatie omgevormd naar een mooie kasteeltuin met diverse mogelijkheden voor horeca, cultuur, ontspanning en recreatie, waarbij de indeling, de groenvoorzieningen alsook de vormgeving van het nieuwe gebouw een belangrijke positieve rol spelen in de uitstraling van het geheel naar de omgeving. Het nieuwe gebouw wordt grotendeels gecompenseerd door de sloop van de bestaande stal.
Gelet op de vorenstaande uiteenzetting mag geconcludeerd worden dat het planvoornemen passend is binnen het gemeentelijk beleid zoals is vastgelegd in de ‘Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016’ 3.5.2 De Veiligheidsvisie Spoorzone Sittard-Geleen (2012) In het beleid is sprake van een aantal zones langs het spoor waaraan verschillende voorwaarden zijn gekoppeld: PR-contour De PR-contour is normatief en wordt situationeel berekend, dan wel door de Wet Basisnet aangegeven. Binnen deze zone gelden de volgende restricties en randvoorwaarden: Binnen de contour worden geen beperkt kwetsbare bestemmingen en kwetsbare bestemmingen gerealiseerd; Aanwezige kwetsbare bestemmingen dienen te worden gesaneerd; Situationeel dient sanering van aanwezige beperkt kwetsbare bestemmingen te worden overwogen. 50-meter zone Sittard-Geleen onderkent met de 50-meterzone het economische belang van het vervoer van gevaarlijke stoffen, maar ook de daaraan verbonden risico’s.
Deze zone omvat mede de zone van de PR-contour met de hierboven genoemde restricties en randvoorwaarden.Buiten de PR-contour én binnen de 50 meter van een vrij baanvak of een emplacement, gelden de volgende restricties en randvoorwaarden: Binnen de contour worden geen kwetsbare bestemmingen gerealiseerd; In beginsel worden geen beperkt kwetsbare bestemmingen gerealiseerd; Waar mogelijk richt zich het sloopbeleid van de gemeente Sittard-Geleen op binnen de zone gelegen kwetsbare en beperkt kwetsbare bestemmingen. 200-meter zone Deze zone omvat ook de zone van de PR-contour en de 50-meter zone met de hierboven genoemde restricties en randvoorwaarden. Buiten de 50-meter zone én binnen de 200-meter zone van een vrij baanvak of een emplacement, gelden de volgende restricties en randvoorwaarden: De realisatie van nieuwe kwetsbare bestemmingen voor groepen mensen met geen dan wel een beperkte mate van zelfredzaamheid dient zoveel mogelijk te worden voorkomen; Overige nieuwe kwetsbare bestemmingen worden zover mogelijk van het spoor geprojecteerd en dienen – gelegen binnen 200 meter – te worden voorzien van adequate bouwkundige, effectbeperkende maatregelen; Worden in het gebied beperkt kwetsbare bestemmingen gerealiseerd, dan dienen bouwkundige, effectbeperkende voorzieningen te worden geïmplementeerd bij nieuwe ontwikkelingen;
42
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
Het gemeentelijk beleid richt zich op een verplaatsing buiten de 200 meter van kwetsbare bestemmingen met mensen die niet of beperkt zelfredzaamheid zijn. Invloedsgebied Deze zone omvat de zone van de PR-contour, de 50-meter zone en de 200-meter zone met de hierboven genoemde restricties en randvoorwaarden. Binnen het effectgebied geldt de volgende randvoorwaarde: De gemeente verplicht zich bij de planopzet van nieuwe ontwikkelingen in het effectgebied rekening te houden met infrastructurele maatregelen in de openbare ruimte (waaronder vluchtwegen, opstelplaatsen, blusvoorzieningen) en draagt zorg voor een goede voorlichting op het gebied van rampbestrijding. De gestelde zoneringen zijn cumulatief. Voor elke zone geldt dat de restricties en randvoorwaarden van de cumulatieve ‘onderliggende’ zones gelden, tenzij binnen de desbetreffende zone een zwaardere restrictie of randvoorwaarde geldt. Dit betekent bijvoorbeeld, dat de randvoorwaarde die geldt in het effectgebied, ook geldt voor de 200 meter, 50 meter en PR-contour zone. De toetsing van het aspect externe veiligheid, inclusief een toets aan het gemeentelijke beleid, is opgenomen in paragraaf 4.5 'Externe veiligheid'. 3.5.3 Nota Ruimtelijke Kwaliteit De Nota Ruimtelijke Kwaliteit is het gemeentelijk beleidsdocument voor het borgen van de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving.
De Nota bevat ambitie, inspiratie en een toetsingskader voor zowel particuliere plannenmakers als voor de gemeentelijke organisatie zelf. De Nota bevat de ruimtelijke kwaliteitscriteria waaraan elk ruimtelijk initiatief in de gemeente Sittard-Geleen moet voldoen. Het is de opvolger van de gemeentelijke Welstandsnota. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit is complementair en volgend aan de oude (Structuurvisie2010 en Groenstructuurvisie) maar ook nieuwe provinciale beleidsstukken zoals het POVI en Omgevingsverordening waarin de hoofdlijnen voor het ruimtelijke beleid voor de komende periode zijn vastgelegd. De gemeente streeft naar ruimte voor nieuwe initiatieven en transformatie, maar binnen een sterk en hoogwaardig ruimtelijk raamwerk, waarin ruimte is voor innovatieve ideeën met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit sluit aan op dit streven en maakt de gewenste kwaliteit van dat raamwerk duidelijk. De gemeente Sittard-Geleen heeft ervoor gekozen om de Nota Ruimtelijke Kwaliteit breed in te zetten op het vlak van ruimtelijke (omgevings)kwaliteit. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit wordt als adviesinstrument gebruikt voor het beoordelen van: Omgevingsvergunningen voor bouwen: Bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand.
Voor bouwwerken die hier niet aan voldoen, wordt geen omgevingsvergunning voor bouwen verleend. Of bouwplannen voldoen aan de redelijke eisen van welstand wordt door de ARK (Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit) beoordeeld aan de hand van de vaste criteria en de gebiedskarakteristieken zoals vastgesteld in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Omgevingsvergunningen voor het wijzigen van monumenten: Monumenten worden allereerst getoetst aan het monumentenbeleid. Vervolgens adviseert de ARK. Daarbij zal, anders dan de monumententoets, worden gekeken naar de verschijningsvorm van het plan in relatie tot het monument op zichzelf. Repressief toezicht op initiatieven, zowel in bestaande bouw als bij vergunningsvrije bouwwerken die inbreuk maken op de omgevingskwaliteit: op basis van de in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit opgenomen
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
43
'excessenregeling' of bestaand beleid (bijvoorbeeld reclames). (Tijdelijke) reclame, terrassen en uitstallingen in de openbare ruimte. Zogenaamde 'signing': niet-commerciële reclame van bijvoorbeeld theater of bibliotheek. Kunst in de openbare ruimte. De gemeente is niet altijd het bevoegde gezag over een gebied, dit kan ook in handen zijn van bijvoorbeeld het Rijk of de Provincie. In dat geval is het college van burgemeester en wethouders aangewezen als adviseur van het Rijk of de Provincie inzake het advies van de ARK (art. 2.26 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 6.2 Besluit omgevingsrecht). Concreet doet zich dit binnen deze gemeente voor bij de ontwikkelingen rond VDL Nedcar, op de Chemelotsite en in het bijzonder bij plannen voor de realisatie van de Brightlands Chemelot Campus. Dit is een semiopenbaar terrein, waar de betrokken partijen, waaronder de gemeente, zich als representanten van de kenniseconomie en hoogwaardig onderwijs wensen te presenteren. Daarmee geeft dit terrein mede identiteit aan de gemeente en is het ook vanuit het vraagstuk van de omgevingskwaliteit belangrijk. De ARK heeft hier een belangrijke rol. Kleine plannen hebben een relatief grote impact op de ruimtelijke kwaliteit, omdat ze veelvuldig voorkomen. De gemeente wil inwoners zoveel mogelijk vrijheid geven om een eigen keuze te maken.
Het is echter ook haar taak om in het algemeen belang een bepaalde kwaliteit te borgen. Daarom is een handboek ontwikkeld met aparte delen voor kleine bouwinitiatieven, terrassen, uitstallingen, tijdelijke reclame en winterserres, waarin voor de meest voorkomende bouwplannen en objecten in de openbare ruimte voorbeelden zijn uitgewerkt, die de gewenste basiskwaliteit waarborgen en goed gestandaardiseerd kunnen worden toegepast. Hiermee wordt bewerkstelligd dat vooraan in het traject de initiatiefnemer weet wat op voorhand kan. Maatwerk blijft uiteraard mogelijk: een initiatief gaat dan ter beoordeling naar de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Ook een initiatief aan een monument of een initiatief in een beschermd stads- of dorpsgezicht gaat altijd naar ARK. Voor alle initiatieven die niet beschreven worden in het voorgenoemde handboek, gelden de vaste criteria. Deze criteria geven in grote lijnen aan waar een initiatief, ongeacht op welke plek in de gemeente, altijd aan moet voldoen. Met de term 'initiatief' worden alle ruimtelijke plannen bedoeld: van gebiedsvisies, ingrepen in de buitenruimte tot nieuwbouw of verbouwplannen. Bovendien zijn gebiedskarakteristieken opgesteld. De gebiedskarakteristieken nodigen initiatiefnemers uit om bepaalde ruimtelijke kwaliteitsaspecten te betrekken in hun planvorming.
Voor wat betreft het planvoornemen binnen het plangebied bij Platz 1 en Allee 1, 1A en 1B geldt, dat deze geen betrekking heeft op bouwactiviteiten of activiteiten in de openbare ruimte. Bij Platz 1 gaat het om het mogen gebruiken van een bestaand pand als minihotel met 12 kamers en 24 slaapplaatsen. Bij Allee 1, 1A en 1B gaat het om het mogen organiseren en uitvoeren van meer dan de huidige 3 evenementen en het mogen plaatsen en gebruiken van tijdelijke bouwwerken. Aan de monumentale gebouwen zelf gebeurt dus niets. Voor wat betreft de uitbreiding van het openbare parkeerterrein binnen het plangebied geldt, dat aldaar geen bouwwerken worden opgericht en deze uitsluitend voor parkeren wordt gebruikt. Voor wat betreft het planvoornemen van Landgoed De Lemborgh binnen het plangebied geldt, dat hier wel activiteiten plaatsvinden waarbij voldaan moet worden aan de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Of het bouwplan van het nieuw te realiseren multifunctionele gebouw zal voldoen aan de redelijke eisen van welstand wordt door de ARK (Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit) beoordeeld aan de hand van de vaste criteria en de gebiedskarakteristieken zoals vastgesteld in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, zodra hiervoor een aanvraag omgevingsvergunning bouwen wordt ingediend.
Verder geldt dat een initiatief in het landschap rekening houdt met: het herkenbaar houden van de specifieke eigenschappen van het landschapstype nat en bosrijk landschap waarbinnen het plangebied gelegen is. Het Limbrichterbos en de Rollen zijn bosgebieden en zorgen samen met de grootschalige akkers voor een afwisseling van open en gesloten ruimten en doorzichten. Met de inrichting van het Landgoed De Lemborgh mag gesteld worden dat voldaan wordt aan
44
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
het herkenbaar houden van de open ruimte en doorzicht van het landschap; het behoud van de nog bestaande elementen van het oorspronkelijke landschap, zoals die hierboven zijn beschreven. Ter plaatse van het kasteel en het parkeerterrein wijzigt er niets aan het landschapstype. Ter plaatse van Landgoed De Lemborgh verandert landbouwgrond in een kasteeltuin, waarbij doorzicht en openheid behouden blijven; het behouden van de zachte overgangen tussen het landschap en de dorpen. Door het planvoornemen wijzigt hier niets aan; het behoud van kenmerkende zichtlijnen. Met het planvoornemen blijven kenmerkende zichtlijnen behouden en zelfs versterkt. De zichtlijn vanuit het kasteel via de brug naar het naastgelegen terrein van Landgoed De Lemborgh wordt versterkt. De al gerealiseerde terreinprofilering maakt dit nu reeds duidelijk door de aangelegde paden. Het nieuwe multifunctioneel gebouw wordt parallel gerealiseerd aan deze paden en versterkt daarmee de zichtlijn; de sfeer van de plek die soms niet alleen aan de beplanting is af te lezen, maar ook aan kenmerkende gebouwde elementen in het landschap, zoals kastelen. Dat hiermee in het planvoornemen rekening is gehouden spreek voor zich; de natuur- en ecologische waarden en de natuurbeleving.
Het planvoornemen draagt juist bij aan versterking van deze waarden en de natuurbeleving; de functie van het landschap als drager van/schakel binnen de ecologische structuur van Sittard- Geleen. Met onderhavig planvoornemen wordt hier de functie van het landschap in deze niet aangetast, maar juist versterkt; de agrarische functie van het cultuurlandschap. Met het planvoornemen verdwijnt ter plaatse van Landgoed De Lemborgh een intensieve veehouderij locatie wat juist ten goede komt aan de leefomgeving en het milieu. Er verdwijnt een agrarische functie, maar de invulling ervan past wel weer binnen het landschap ter plaatse en zeker bij het kasteel; de functie van het landschap als recreatiegebied voor de bewoners van de gemeente. Het planvoornemen zal juist bijdragen aan het versterken van deze functie; het feit dat (tijdelijke) reclame-uitingen in het landschap al snel ontsierend werken, denk aan reclames in weilanden en groenvoorzieningen. Reclames in het landschap dienen daarom beperkt te blijven. Dergelijke reclame-uitingen in weilanden en groenvoorzieningen zijn niet voorzien. Uit bovenstaande toetsing van de 'Nota Ruimtelijk Kwaliteit' kan geconcludeerd worden dat dit geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
3.5.4 Parkeerbeleid Sittard-Geleen Het parkeerbeleid heeft de gemeente Sittard - Geleen samengevat in de 'Beleidsregels nota parkeernormen' en de 'Nota Parkeernormen Sittard - Geleen - Parkeernormensystematiek'. Het doel van de nota luidt als volgt: “Het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke plannen en (herstructurering) projecten in Sittard-Geleen om in de toekomst de parkeerbehoefte te kunnen faciliteren en de bereikbaarheid en leefbaarheid van Sittard-Geleen te waarborgen.” In de nota wordt overeenkomstig de CROW-publicatie “Parkeerkencijfers”, onderscheid gemaakt naar een drietal stedelijke zones, te weten ‘centrum’, ‘schil/overloopgebied’ en ‘rest bebouwde kom’. Daarnaast wordt voor wat betreft de toe te passen parkeernormering rekening gehouden met de stedelijkheidsgraad van een gebied. Het plangebied is gelegen in de zone ‘rest bebouwde kom’. In het Facetbestemmingsplan Parkeren van de Gemeente Sittard-Geleen (vastgesteld op 13 september 2018) zijn de normen uit bovenstaande nota parkeernormen afdwingbaar gemaakt. In paragraaf 4.9 ‘Verkeer en parkeren’ in het volgende hoofdstuk wordt nader ingegaan op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de eisen ten aanzien van parkeervoorzieningen.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
45
46
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het planvoornemen heeft op zijn omgeving. Voor het plangebied worden in dit hoofdstuk de relevante milieu- en omgevingsaspecten nader onderzocht.
4.2
Bodem
In verband met de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is inzicht nodig in de bodem- en grondwaterkwaliteit van de gronden waarop (bouw)werkzaamheden zijn voorzien en functiewijziging plaats vindt. De bodem moet geschikt zijn, of geschikt te maken zijn, voor het voorgenomen gebruik van de gronden. Een bodemonderzoek is niet alleen gekoppeld aan een bestemmingsplan of inpassingsplan, maar is ook onderdeel van omgevingsvergunningaanvragen voor bouwen. Voor de locatie Platz 1 binnen het plangebied geldt dat ter plaatse het gebruik van het pand voor dienstverlenende bedrijven, kantoren en instellingen op financieel, juridisch of (ontwerp)-technisch gebied dan wel op het gebied van communicatie, informatie en adviezen is toegestaan. De functie hiervan is vergelijkbaar met de functie wonen. Er verblijven immers meerdere personen gedurende langere tijd binnen het pand. Het planvoornemen, het gebruik van het pand als minihotel, voorziet niet in een gevoeligere functie. Een bodemonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Voor de locatie Alleen 1, 1A en 1B binnen het plangebied geldt dat er ten behoeve van het planvoornemen geen gevoelige functies worden toegevoegd. Een bodemonderzoek is ook hier niet noodzakelijk. Voor de uitbreiding van het openbare parkeerterrein geldt eveneens dat er geen sprake is van het toevoegen van een gevoelige functie.
Ook hier is en bodemonderzoek derhalve niet noodzakelijk. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een vooronderzoek verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. (Vooronderzoek bodem Aelmans - zie bijlage 2). Het vooronderzoek heeft tot doel eventuele bekende en te verwachten bodemverontreinigingen binnen het plangebied, en daarmee potentiele risico's inzichtelijk te maken. Het vooronderzoek is verricht op basis van de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Het voor-onderzoek asbest (NEN 5707) is gecombineerd uitgevoerd met het vooronderzoek volgens de NEN 5725. Samenvatting onderzoeksresultaten In 2010 heeft voor het deelgebied De Lemborgh reeds verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden conform NEN 5740. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1. In 2012 heeft een aanvullend onderzoek plaatsgevonden, gericht op de terreindelen binnen de aanwezige bebouwing en direct omliggende gebouwen. Dit onderzoek is als bijlage bijgevoegd bij het hierboven genoemde vooronderzoek en is daarmee integraal opgenomen in bijlage 2.
Uit de fysiek uitgevoerde onderzoek blijkt het navolgende: De bovengrond in de agrarische gronden (terreindeel ten oosten van de (voormalige) bebouwing bevat licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en PCB's; Verder zijn geen verhoogde concentraties aan onderzochte parameters aangetroffen; In het grondwater zijn alleen licht verhoogde gehalten aan onderzochte parameters gedetecteerd; De grond rond de opstallen, waarvan thans een deel gesloopt is, voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000); Ter plaatse van dieseltank en olievatenopslag zijn geen verontreinigingen aangetoond;
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
47
Ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen; In de fundatielaag zijn verhoogde gehalten aangetroffen aan zware metalen, PAK, minerale olie en PCB tot boven de AW2000. Dit betreft echter geen bodem; De onderliggende bodem is vrij van verontreinigingen; Ter plaatse van het direct rondom de gebouwen gelegen akkerland zijn zware metalen aangetroffen tot boven de AW2000, welke in verband gebracht worden met het bemesten van de terreinen; Ter plaatse van 1 proefgat wordt de toetsingswaarde voor sanering voor asbest overschreden. Het aanwezige asbest wordt in verband gebracht met verontreinigingen in de ophooglaag ter plaatse; Aan het oppervlak zijn asbestverdachte plaatjes waargenomen. Niet vastgesteld is of deze zich alleen oppervlakkig bevinden en/of deze zich niet ook in de bodem bevinden. Uit het vooronderzoek 2023 zijn geen asbestverdachte materialen aan het oppervlak meer waargenomen. Wel is geconstateerd dat er ter plaatse een 3-tal (voormalige) drupzones aanwezig zijn (potentieel verdacht op asbest / PCB's. Er is geen verdachtheid voor PFAS in de bodem in d gemeente Sittard-Geleen. Wel is bij een brand in de varkensstal mogelijk brandblusschuim gebruikt (PFOS-verdacht) Zoals genoemd zijn er binnen het plangebied een aantal verdachte gebieden c.q. locaties waarbij sprake is van een potentiële risico's.
Het daadwerkelijk risico kan vooralsnog (op basis van vooronderzoek) niet volledig worden gekwalificeerd. Wel kan worden gesteld dat: De aangetroffen verontreiniging met asbest beperkt blijft tot 1 proefgat, met een maximaal volume van 125 m3 (250 m2 a 0,5 m). De saneringskosten hiervan bedragen ca. € 35.000,-- (270,-/m3 ). Een en ander kan gereguleerd worden middels een BUS-melding.
Figuur 23 Locatie aangetroffen verontreiniging asbest Gelet op de aard van de stoffen zal een eventuele verontreiniging tot boven de interventiewaarde ten
48
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
gevolge van de drupzones en/of eventueel gebruikt blusschuim beperkt zijn. Gelet hierop wordt geadviseerd om een fysiek bodemonderzoek uit te voeren. De genoemde verdachte locaties bevinden zich in de directe omgeving van het nieuw te realiseren multifunctioneel gebouw. Dit onderzoek zal plaats kunnen vinden in het kader van de omgevingsvergunning voor het aspect bouwen van het Multifunctioneel gebouw. Hoewel nog verkennend bodemonderzoek moet worden verricht, mag, gelet op het bovenstaande, ervan worden uitgegaan dat de bodem- en grondwaterkwaliteit de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staan. De kosten voor afvoer van verontreinigde grond zijn beperkt en worden meegenomen in de exploitatieopzet voor het nieuwe gebouw. Een en ander wordt geregeld via een BUS-melding, hetgeen procedureel en planningstechnisch niet tot belemmeringen leidt. Explosieven onderzoek Het gebied van Landgoed De Lemborgh is in 2010 ook onderzocht op de aanwezigheid van mogelijke explosieven, zie voor dit onderzoek bijlage 16. Op basis van de onderzoeksresultaten is geconcludeerd dat er geen feitelijke aanwijzingen zijn aangetroffen die erop duiden dat er binnen het onderzoeksgebied een aantoonbaar verhoogd risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven is.
Naar aanleiding van bovenstaande uiteenzetting kan geconcludeerd worden dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.3
Geluid
Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan dient rekening gehouden te worden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor de omgeving. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Met betrekking tot de ontwikkeling van Platz 1 naar minihotel geldt, dat een hotel geen geluidgevoelig object is in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet wel een aanvaardbaar akoestische kwaliteit worden bereikt. Met betrekking tot het planvoornemen bij Platz 1, binnen de muren van het kasteel, de uitbreiding van het openbare parkeerterrein en het planvoornemen bij Landgoed De Lemborgh, zal de invloed van het geluid afkomstig van verkeer en parkeerterrein alsook het geluid afkomstig van muziek tijdens feesten, evenementen en uitvoeringen beoordeeld moeten worden. In het kader van het nieuwe bestemmingsplan dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd Hiertoe zijn door Volantis voor al de 3 locaties binnen het plangebied afzonderlijke akoestische onderzoeken uitgevoerd en is, teneinde te waarborgen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat, de cumulatie van de 3 locaties ter plaatse van de geluidgevoelige objecten inzichtelijk gemaakt.
Onderstaand worden de belangrijkste conclusies uit de afzonderlijk onderzoeken en de cumulatie van het geluid beschreven. 4.3.1 Conclusie akoestisch onderzoek Kasteel Limbricht Om de geluiduitbreiding vanuit Kasteel Limbricht in kaart te brengen heeft Volantis Consultants B.V. in opdracht van Stel Party-en Kartcentrum een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de (reken)regels uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (HMRI) van 1999. Aan de hand van drie representatieve bedrijfssituaties is voor het plan een akoestisch rekenmodel opgesteld.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
49
Middels dit rekenmodel is de totale geluiduitstraling naar de omgeving bepaald. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus inclusief muziekstrafcorrectie van 10 dB voldoen aan de gestelde eisen van 50 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen, zijnde woningen. Opgemerkt wordt dat de verkeersbewegingen op de naastgelegen openbare parkeerplaats in de berekening zijn meegenomen. De maximale geluidniveaus (pieken) voldoen ruimschoots aan de gestelde eisen van 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als gevolg van de verkeersaantrekkende werking tijdens zowel een reguliere weekenddag als een maximale bedrijfssituatie (maximaal 18x per jaar) voldoen aan de richtlijn van 50 dB(A) etmaalwaarde zoals gesteld in de “Schrikkelcirculaire”. Het volledig rapport is opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting. 4.3.2 Conclusie akoestisch onderzoek Multifunctioneel gebouw Om de geluiduitbreiding vanuit Kasteel Limbricht in kaart te brengen heeft Volantis Consultants B.V. in opdracht van Stel Party-en Kartcentrum een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de (reken)regels uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (HMRI) van 1999. Aan de hand van de representatieve bedrijfssituatie is voor het plan een akoestisch rekenmodel opgesteld.
Middels dit rekenmodel is de totale geluiduitstraling naar de omgeving bepaald. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voldoen aan de gestelde eisen van 50 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen, zijnde woningen. De maximale geluidniveaus (pieken) voldoen aan de gestelde eisen van 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als gevolg van de verkeersaantrekkende werking tijdens zowel een reguliere weekenddag als een maximale bedrijfssituatie (maximaal 18x per jaar) voldoen aan de richtlijn van 50 dB(A) etmaalwaarde zoals gesteld in de "Schrikkelcirculaire". Het volledig rapport is opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting. 4.3.3 Conclusie akoestisch onderzoek Platz 1 Limbricht - Mini botique hotel In opdracht van Kasteel Limbricht B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie van een mini boutique hotel (logies) met kantoorgedeelte naar de directe omgeving. Aanleiding voor het onderzoek is het plan om in het bestaande pand aan de Platz 1 nabij Kasteel Limbricht te Limbricht een mini hotel met kantoorgedeelte te realiseren. Aan de hand van de representatieve bedrijfssituatie is voor het plan een akoestisch rekenmodel opgesteld. Middels dit rekenmodel is de totale geluiduitstraling naar de omgeving bepaald.
De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voldoen aan de gestelde eisen van 50 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen, zijnde woningen. Gezien de aanwezige bronnen is van maximale geluidniveaus (pieken) geen sprake. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als gevolg van de verkeersaantrekkende werking voldoet aan de richtlijn van 50 dB(A) etmaalwaarde zoals gesteld in de "Schrikkelcirculaire". Het volledig rapport is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting.
50
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
4.3.4 Conclusie Cumulatie geluid In het kader van dit nieuw bestemmingsplan dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Een van de aspecten die in dat kader beoordeeld dienen te worden is het aspect geluid: de te verwachten geluidbelasting ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen binnen het invloedsgebied van de activiteiten. Bij de cumulatieve beoordeling van de geluidaspecten zijn ook de geluidnviveau's in de tuinen van de omliggende woningen bepaald. Primair wordt getoetst op de gevels van geluidgevoelige objecten. In het kader van het bestemmingsplan zijn deze berekeningen aangevuld, waarbij rekenpunten in de tuinen van de omliggende woningen zijn gepositioneerd, voor de dag- en avondperiode. Dit om – in het kader van een goed woon- en leefklimaat- het verblijven in de buitenlucht van de omwonenden eveneens te beschouwen. Bij deze cumulatieve beoordeling van de geluidniveau's is ook de geluidbelasting afkomstig van de sportvelden betrokken, om een integraal inzicht te geven in de geluidbelasting bij de woningen, niet alleen vanwege het bestemmingsplan, maar daarbij ook de aanpalende activiteiten te betrekken (sportvelden).
Uit onderhavige notitie blijkt dat: Voor alle drie de locaties, waarop het nieuwe bestemmingsplan betrekking heeft, wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden, zoals die voor elk van de drie locaties gelden (Wettelijke eisen Activiteitenbesluit, milieuspoor); De geluidsniveaus gecumuleerd volgens Methode Miedema, leiden tot een geluidbelasting bij de woningen en de bijbehorende tuinen < 50 Letm,MKM, hetgeen leidt tot de kwalificatie Milieukwaliteit Goed. Zelfs bij beschouwing van nabijgelegen padel- en tennisbanen (inclusief verkeersaantrekkende werking). Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is er met de realisatie van het nieuwe bestemmingsplan sprake van een goed woon- en leefklimaat. De volledig 'Notitie Kasteel Limbricht e.o. – Cumulatie geluid' is opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting. Gelet op de resultaten uit de 3 bovenstaande akoestische onderzoeken en het onderzoek naar de cumulatie hiervan, kan geconcludeerd worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
4.3.5 Akoestisch onderzoek evenementen Notitie Aanvulling evenementen geluid In aanvulling op de akoestische onderzoeken voor het kasteel en het multifunctioneel gebouw, waarin de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen is beoordeeld voor zowel de reguliere situatie als voor het maatgevende evenement, zijn – op verzoek van de gemeente Sittard-Geleen – aanvullende akoestische berekeningen uitgevoerd voor overige evenementen, die representatief zijn voor de categorie (op basis van geluid), waartoe zij behoren. Daarnaast is -op eigen initiatief- nader inzicht verschaft in de geluidemissie/-immissie van een aantal buitenactiviteiten op het Landgoed De Lemborgh. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen zijn de evenementen aanvullend getoetst aan de Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter” van de Inspectie Milieuhygiene Limburg 1996. Met betrekking tot het bestemmingsplan “Kasteel Limbricht en omgeving” worden voor de evenementen dezelfde categorieën (naar geluidsniveau’s) aangehouden, zoals in het bestemmingsplan Schootsvelden, te weten: Categorie 1 – Grootste evenement – 80 dB(A) – 94 dB(C) ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen. Voorbeeld: versterkte livemuziek; Categorie 2 – Middelmaat evenement – 70 dB(A) – 84 dB(C) ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
51
Voorbeeld: theater of bioscoopvoorstelling, harmonie-optreden, schuttersfeest; Categorie 3 – kleinste evenement – 55 dB(A) – 69 dB(C) ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen. Voorbeeld: rommelmarkt. Voor de beoordeling van de beschouwde situaties zijn de aangegeven dB(A)’s per categorie aangehouden. In onderstaande tabel zijn de beschouwde situaties opgenomen. Daarbij is tevens aangegeven: Categorie-indeling op voorhand; Maximale geluidbelasting in dB(A)’s, overeenkomstig paragraaf 1.2; Berekende geluidbelasting; Categorie-indeling op basis van de berekende geluidbelasting. In de bijlagen 1 t/m 8 bij deze notitie, zie bijlage 8, zijn de diverse situaties nader omschreven, gevisualiseerd en zijn de invoergegevens alsmede rekenresultaten per situatie opgenomen.
Als aangegeven zijn op overeenkomstige wijze een tweetal reguliere situaties beschouwd op het buitenterrein van Landgoed De Lemborgh: Rouw-/trouwplechtigheid op buitenterrein; Diner op buitenterrein/BBQ met achtergrondmuziek. In onderstaande tabel zijn deze situaties opgenomen. Voor deze situaties zijn “getoetst” de geluidniveau’s bij de categorie-indeling evenementen, als ware dit evenementen. In de bijlagen bij deze notitie (zie bijlage 8) zijn de diverse situaties nader omschreven, gevisualiseerd, en zijn de invoergegevens alsmede rekenresultaten per situatie opgenomen.
Als aangegeven is van de evenementen berekend hoe deze evenementen zich verhouden tot de reguliere langtijd gemiddelde geluidniveau's uit het Activiteitenbesluit (art 2.17)/Omgevingsplan (art. 22.63) uitgaande van een real-case. Bij deze berekeningen zijn de evenementen beschouwd met een real-case bedrijfsduur en zijn elementen die overeenkomstig het Activiteitenbesluit niet in ogenschouw genomen hoeven te worden, in casu menselijk stemgeluid, niet meegenomen. De berekeningen zijn door de gemeente gevraagd om een vergelijk te hebben
52
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
met de zogenaamde 12-dagen regeling, die uit het Activiteitenbesluit volgt. Derhalve zijn de akoestische berekeningen hiervoor uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding rekenen en meten industrielawaai en de daarin bepaalde rekenregels. In de bijlagen 9 t/m 14 bij deze notitie (zij bijlage 8) zijn de diverse situaties nader omschreven, gevisualiseerd, en zijn de invoergegevens alsmede rekenresultaten per situatie opgenomen. In onderstaande tabel zijn de resultaten opgenomen.
In de Nota Evenementen met een luidruchtig karakter van de Inspectie Milieuhygiene Limburg 1996 is een kader uitgewerkt dat de hinderbeleving door muziekgeluid afkomstig van evenementen kwalificeert. Rekening houdend met een gemiddelde gevelisolatie van 20 à 25 dB(A), ligt de grens van het optreden van “onduldbare hinder” bij het ontstaan van een geluidbelasting van 20 dB(A) boven de referentiewaarde met een max. van 50 dB(A). Voor de dagperiode bedraagt het referentieniveau 35 dB(A), voor de avondperiode 30 dB(A) en voor de nachtperiode 25 dB(A) (pag. 8 nota). Dit betekent dat moet worden uitgegaan van een maximaal equivalent geluidsniveau (LAeq) op de gevel van woningen (vergelijkbaar met LAr,lt) overdag en 's avonds van 70 -75 dB(A) en 's nachts van 65 - 70 dB(A). In onderstaande tabel zijn de maximaal berekende geluidbelastingen vergeleken met de toetsingswaarden.
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
53
Toets aan beoordelingskader evenementen Uit de berekeningen volgt dat de evenementen, zoals deze op voorhand akoestisch zijn geclassificeerd, alle in de juiste categorie blijken te zijn ingedeeld. De berekende geluidniveau's voldoen aan de toetsingsniveau's Voor de middelgrote evenementen geldt dat de berekende geluidniveau's voor bioscoop/theatervoorstellingen meer dan 10 dB(A) onder de toetsingswaarde evenementen valt. Vanuit akoestisch oogpunt leidt het houden van 30 voorstellingen per jaar dan ook niet tot belemmeringen. De middelgrote evenementen als harmonie-concert of schuttersfeest (en daarmee vergelijkbare evenementen) voldoen eveneens aan de toetsingsniveau's voor evenementen maar vallen in de bandbreedte van 0-5 dB(A) onder de toetsingswaarde. Binnen de 30 evenementen van deze categorie worden derhalve maximaal 12 evenementen harmonie-concert/schuttersfeest of daarmee vergelijkbaar per jaar gehouden. Voor kleine evenementen geldt een lage toetsingswaarde van 55 dB(A) voor evenementen. Hieraan wordt voldaan. Vanuit akoestisch oogpunt leidt het houden van 24 van deze evenementen dan ook niet tot belemmeringen. Vergelijking met Activiteitenbesluit (art 2.17)/Omgevingsplan (art.
22.63) De vergelijking met de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uit het Activiteitenbesluit/Omgevingsplan leidt tot de navolgende beoordeling: Een harmonieconcert (cat 2) op het kasteel valt binnen de reguliere etmaal waarden uit het Activiteitenbesluit. Op landgoed Lemborgh wordt hier ook aan voldaan, met uitzondering ter plaatse van het woonwagenterrein. De belasting blijft binnen wat met maatwerkvoorschriften (tot 55 dBA) via het activiteitenbesluit geregeld kan worden. Bioscoopvoorstelling/theater/schuttersfeesten liggen bij de woningen en woonwagenterrein boven de reguliere etmaalwaarden doch binnen het maximaal niveau-maatwerkvoorschriften. Categorie 3 evenementen passen binnen de reguliere etmaal waarden. Daarvoor kan het aantal van 24 op jaarbasis gehandhaafd blijven; Vergeleken met de 12-dagen regeling en rekening houdend met het gegeven dat er 6 cat-1 evenementen worden gehouden (waardoor nog 6 dagen resteren) is er sprake van een situatie waarbij nog gedurende 6 dagen extra per jaar sprake is van een geringe verhoging ten opzichte van de reguliere geluidniveaus uit het Activiteitenbesluit/Omgevingsplan Toets aan Nota Evenementen met een luidruchtig karakter
54
bestemmingsplanKasteel Limbricht e.o.
Met betrekking tot categorie 1 evenementen is sprake van een (lichte) overschrijding van de waarden uit de Nota. Omdat het hier maar om een beperkt aantal evenementendagen waarover uitvoerig in de omgevingsdialoog is afgestemd, is deze geringe overschrijding aanvaardbaar Categorie 2 evenementen voldoen in ieder geval aan de uitgangspunten van de hiervoor aangehaalde nota. Aanvullend geldt voor cat. 2 activiteiten dat in deze categorie door de weeks geen geluidbelastende activiteiten zijn toegestaan in de nachtperiode (23.00 uur) waarmee in deze categorie geen sprake is van verstoring van de nachtrust. Categorie 3 evenementen zijn geen evenementen met een luidruchtig karakter. Op basis hiervan is onderstaand een overzicht opgenomen van de evenementen.