CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Ruimtelijke onderbouwing vleesvarkensstal Rijstraat 102

Raad 13 december 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen nieuwbouw en uitbreiding varkensstal Rijstraat 102, Guttecoven (Geilen) (92)19.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Indien voldaan wordt, is buitenplanse inpassing mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. 4. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Figuur 15.. Geluidgrenswaarden VNG brochure ’Bedrijven en Milieuzonering” (2009).

1)

Exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer

De planlocatie is overeenkomstig de VNG-brochure gelegen in gebiedstype “gemengd gebied”. Stap 1. De onderhavige inrichting is een categorie 4.1 inrichting (SBI-code 0146, Fokken en houden van varkens). Hierin wordt voor geluid een richtafstand aangegeven van 50 meter. Deze richtafstand geldt ten opzichte van een rustige woonwijk en mag, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. In onderhavig geval mag de richtafstand van 50 meter dus verlaagd worden naar 30 meter. Woningen van derden (niet zijnde de plattelandswoning Rijstraat 102) zijn echter gelegen op meer dan 30 meter van de inrichtingsgrens. Conclusie: er wordt voldaan aan stap 1. Stap 2,

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

31

M165610.022/FSC

3 en 4. Deze zijn verder niet meer aan de orde. Geur De handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft voor bedrijven t.b.v. het fokken en houden van varkens voor het aspect geur een richtafstand van 200 meter tot gevoelige objecten. Het meest nabij geurgevoelig object, Rijstraat 25, ligt op meer dan 200 meter van de emissiepunten van de dierverblijven bij Rijstraat 102. Milieuzonering t.a.v. het aspect geur vormt voor het planvoornemen derhalve geen belemmering. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: • Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) geldt een maximale geurbelasting op een geurgevoelig object; • voor andere diercategorieën waarvoor geen emissienormen zijn vastgesteld geldt een minimale afstand van het emissiepunt van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Voor veehouderijen, waaronder ook dit planvoornemen, die onder het Activiteitenbesluit vallen is aangesloten bij deze systematiek uit de Wgv. Dat wil zeggen dat ook onder het Activiteitenbesluit het beoordelingskader voor geurhinder van toepassing is. Dit wordt verder beoordeeld in onderstaande paragraaf 4.4.1 ‘Geurhinder’.

Stof en gevaar De richtafstand voor stof bedraagt 30 meter en voor gevaar 0 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

4.4

Geur, luchtkwaliteit en ammoniak Alvorens in te gaan op de aspecten geur, luchtkwaliteit en ammoniak volgt ter verduidelijking onderstaand eerst een overzicht van de omvang en de betreffende emissies volgens de vergunde situatie en de nieuwe situatie. Actuele vergunning Het bedrijf heeft de beschikking over een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (29-08-2013) en de Wet milieubeheer. Er is vergunning voor het houden van 830 vleesvarkens op de locatie Rijstraat 102 te Guttecoven. Naar aanleiding van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen en er in dit planvoornemen sprake is van intern salderen, moet voor het bepalen van de ammoniakemissie in de vergunde situatie uitgegaan worden van de emissie op grond van het Besluit emissiearme huisvesting zoals dat geldt op het moment van indiening van de aanvraag voor een natuurvergunning. In onderhavig geval betekent dit dat gerekend moet worden met een ammoniakemissie van 1,6 kg per dier per jaar. De omvang van deze vergunning is in onderstaande tabel weergegeven:

32

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

Nieuwe situatie De omvang voor de nieuwe situatie aan de Rijstraat 102 is in onderstaande tabel weergegeven:

4.4.1

Geurhinder Als toetsingskader voor het aspect geur dient de Wet geurhinder en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij. In onderhavig planvoornemen is sprake van een veehouderij waar dieren worden gehouden met een geuremissiefactor, zijnde de biggen en de vleesvarkens. Voor het berekenen en toetsen van geurverspreiding uit veehouderijen met dieren waarvoor een geuremissienorm is vastgesteld in de Rgv. is het gebruik van V-Stacks vergunning verplicht. Dit is terug te lezen in artikel 2 lid 1 Regeling geurhinder en veehouderij. Het is niet toegestaan om de verspreiding van geur uit dierenverblijven in het kader van vergunningverlening te berekenen met andere modellen. Met behulp van het geurberekeningsmodel “V-stacks vergunningen” wordt de geurbelasting getoetst die het bedrijf heeft op de geurgevoelige objecten in de omgeving. De locatie Rijstraat 102 is gelegen in het buitengebied en ligt op ca. 500 meter afstand noordwestelijk van de bebouwde kom van Guttecoven. Daarnaast liggen er in de nabijheid van het bedrijf enkele burgerwoningen. De gemeente Sittard – Geleen heeft geen geurverordening vastgesteld. Voor de geurbelasting op gevoelige objecten binnen de bebouwde kom geldt derhalve een norm van max. 2 OUe/m3, buiten de bebouwde kom (buitengebied) geldt een norm van max. 8 OU/m3.

Voor geurgevoelige objecten die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij, waaronder Rijstraat 100, gelden niet de maximale geurbelastingen, maar de minimale afstanden van 100 m binnen de bebouwde kom en 50 m. buiten de bebouwde kom. In de nieuwe situatie is de kortste afstand van emissiepunt van een dierenverblijf tot de woning Rijstraat 100 meer dan 50 meter.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

33

M165610.022/FSC

De geurtoetsing met het programma V-Stacks heeft plaatsgevonden op 25 geurgevoelige objecten in de directe nabijheid van het bedrijf alsook op ruimere afstand en in de bebouwde kom van Guttecoven, namelijk:

De resultaten van de geurberekening in de nieuwe situatie wordt in het navolgende overzicht weergegeven. (Voor inputgegevens t.a.v. de luchtwassers zie de dimensioneringsplannen in de bijlage 2). Bij luchtwassers met een grote rechthoekige uitstroomopening moet nu echter met een diameter van 1,0 m. worden gerekend. Bij openingen in de dakconstructie, zoals bij de vleesvarkensstal, moet als emissiepunthoogte het laagste punt van de opening worden aangehouden, zijnde 6,49 meter Dit wordt door het programma afgerond op 6,50 meter..

34

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

Figuur 16. Resultaten geurberekening nieuwe situatie Rijstraat 102

Uit de resultaten van de geurtoets blijkt dat de geurbelasting op alle toetspunten onder de wettelijke geurnorm blijft. Binnen de bebouwde kom is sprake van een goed tot zeer goed woon- en leefklimaat. Buiten de bebouwde kom is sprake van een redelijk goed tot goed woon- en leefklimaat. Op grond van artikel 5 van de Wet geurhinder en veehouderij, dient de afstand van de gevel van het dichtstbijzijnde dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelige object binnen de bebouwde kom minimaal 50 meter te bedragen. Buiten de bebouwde kom is dit 25 meter. Ook aan deze wettelijke afstand wordt ruimschoots voldaan.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

35

M165610.022/FSC

Conclusie: In de nieuwe situatie wordt voldaan aan de wettelijke normering (8 OUe/m3 voor het buitengebied en 2 OUe/m3 voor de bebouwde kom. Het houden van vleesvarkens en biggen op de locatie Rijstraat 102 heeft geen nadelig invloed op het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf. Er is nog altijd sprake van een redelijk goed – goed – zeer goed woon- en leefklimaat. Het plan is derhalve uitvoerbaar op grond van de Wet geurhinder en veehouderij. 4.4.2

Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: - er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; - een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; - een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; - een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. Fijn stof Fijnstofemissie De bestaande situatie op de locatie Rijstraat 102 kent een fijnstofemissie van: 126,99 kg/jr. In de aangevraagde situatie bedraagt de fijnstofemissie: 98,22 kg/jr.

De fijnstofemissie van de locatie Rijstraat 102 neemt in de nieuwe situatie af met 28,77 kg/jaar(± 23%). PM10 In bijlage 2 behorende bij de artikelen 4.9, 8.4 en titel 5.4 van de Wet milieubeheer is ten aanzien van zwevende delen (PM10) o.a. het volgende gesteld: - 40 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie; - 50 microgram per m3 als 24-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 35 maal per kalenderjaar mag worden overschreden. Als berekeningsmodel is voor de toetsing van de fijnstof uitstoot gebruik gemaakt van het ISL3aprogramma (versie 2022_1). Als rekenjaar is 2023 gekozen, omdat realisatie van plan vanwege de te doorlopen procedures niet meer in 2022 plaats zal vinden. Met dit programma bestaat de mogelijkheid om de stofbelasting op gevoelige objecten te toetsen. Als gevoelige objecten zijn de locaties gekozen die eveneens getoetst zijn in het kader van geur (Wgv). Ook de woning Rijstraat 100 is nu opgenomen in de berekening. Uit de toetsing blijkt dat wordt voldaan aan de normering uit de wet.

36

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

In navolgende figuur 17 worden voor de nieuwe situatie bij Rijstraat 102 de resultaten van ISL3a weergegeven. (Voor inputgegevens t.a.v. de luchtwassers zie de dimensioneringsplannen in bijlage 2). Bij luchtwassers met een grote rechthoekige uitstroomopening moet nu echter met een diameter van 1,0 m. worden gerekend. Bij openingen in de dakconstructie, zoals bij de vleesvarkensstal moet als emissiepunthoogte het laagste punt van de opening worden aangehouden, zijn afgerond 6,50 meter.

Figuur 17. Resultaten berekening fijnstof (ISL3a)

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

37

M165610.022/FSC

Vervolg figuur 17.

38

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

Vervolg figuur 17.

Uit de resultaten blijkt dat bij het houden van vleesvarkens en biggen op de locatie Rijstraat 102 op alle gevoelige objecten ruimschoots wordt voldaan aan de normen voor fijnstof. Zoals hiervoor al is vermeld bedraagt de norm voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 max. 40 μg/m3. Verder mag de daggemiddelde concentratie van 50 μg/m3 op niet meer dan 35 dagen per jaar overschreden worden. Op de getoetste objecten varieert de jaargemiddelde concentratie van 14,85 tot 15,28 μg/m3. Dit ligt ruim onder de 40 μg/m3. Het aantal overschrijdingsdagen bedraagt 6,0 dagen. Dit ligt ruim onder de toegestane 35 dagen. De fijn stofbelasting op de te beschermen objecten in de directe omgeving van het bedrijf voldoet aan de wettelijke normering.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

39

M165610.022/FSC

PM2,5 In de EU richtlijn luchtkwaliteit van 2008 zijn normen opgenomen voor PM2,5. Deze zijn in de Wet milieubeheer overgenomen. Bij PM2,5 zijn fijn stofdeeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Deze zijn naar huidige inzichten schadelijker voor de gezondheid dan PM10. In bijlage 2 van de Wm zijn plandrempels, richtwaarden, een blootstellingsconcentratieverplichting en grenswaarden opgenomen. Voor de vergunningverlening van veehouderijen is alleen de jaargemiddelde grenswaarde van belang. Deze geldt vanaf 1 januari 2015. Ze geldt naast de grenswaarden voor PM10. De grenswaarde bedraagt op dit moment 25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. De grenswaarde voor PM2,5 gaat niet voor problemen in de agrarische sector zorgen. De veehouderijen zijn geen belangrijke bron van fijn stof uitstoot. Als de luchtkwaliteit aan de PM10 normen voldoet, dan geldt dit ook voor de PM2,5 normen. Daarbij ligt de achtergrondconcentratie voor PM2,5 in Nederland ruimschoots onder de grenswaarde (InfoMil d.d. 22 juli 2015).

Cumulatief toetsen fijnstof veehouderijen Om te voorkomen dat nieuwe ontwikkelingen bij veehouderijen leiden tot nieuwe fijnstofknelpunten, moet naast de fijnstofemissie (PM10) als gevolg van de nieuwe ontwikkeling bij die veehouderij ook onderzocht worden hoeveel fijnstof veehouderijen binnen een straal van 500 meter van de veehouderij met die nieuwe ontwikkeling produceren. Verder is van belang wat de achtergrondconcentratie is en of er aan de hand van deze gegevens ter plaatse van gevoelige objecten sprake is van overschrijdingen van de grenswaarden voor zwevende deeltjes. Is de achtergrondconcentratie hoger dan 27 µg/m3 en is de fijnstofemissie (PM10) bij de omliggende bedrijven hoger dan 500 kg per jaar, dan dient er cumulatief getoetst te worden op fijnstof afkomstig uit die veehouderijen. Wanneer de fijnstofemissie (PM10) van die veehouderijen hoger is dan 800 kg per jaar dient er, ongeacht de achtergrondconcentratie, altijd cumulatief getoetst te worden. De achtergrondconcentratie ter plaatse van de locatie Rijstraat 102 is lager dan 27 µg/m3. Volgens de kaart (GCN 2021) van het RIVM bedraagt de achtergrondconcentratie ter plaatse van Rijstaat 102 16,78 µg/m3. Binnen een straal van 500 meter van Rijstraat 102 ligt bij Rijstraat 100 een paardenhouderij en op Rijstraat 12 ligt het zeugenbedrijf van de Maatschap Salden-Fijten zelf.

Voor paarden zijn geen fijnstofemissienormen vastgesteld waardoor met de paardenhouderij op Rijstraat 100 geen rekening gehouden hoeft te worden in een cumulatieve toets. Bij het zeugenbedrijf van Maatschap Salden – Fijten aan de Rijstraat 12 bedraagt de fijnstofemissie conform de vigerende vergunning 113,08 kg per jaar. Dit ligt ver onder de 500 kg. Het cumulatief toetsen met fijnstof uit veehouderijen binnen een straal van 500 meter rondom Rijstraat 102 is derhalve niet van toepassing. Voor de gevoelige objecten in de omgeving van Rijstraat 102 is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Invloed verkeer op fijnstof en stikstofdioxide Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10

40

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Met behulp van de NIBM-tool 2022 van InfoMil kan doorgerekend worden wat de invloed is van het extra aantal voertuigbewegingen van en naar de inrichting op de emissies van fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De NIBM-tool berekent in een worst-case situatie de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van onderhavig planvoornemen neemt iets toe. Worst-case is een toename per dag aan extra verkeer aangehouden van: 1 zware vrachtwagen (2 voertuigbewegingen), 1 middelzware vrachtwagen (2 voertuigbewegingen) en verder 2 personenauto’s of busjes (4 voertuigbewegingen), wat al erg veel is. Wanneer deze aantallen worden ingevoerd in de NIBM-tool 2022, dan blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Zie onderstaande figuur 18.

Figuur 18. Uitdraai NIBM-tool 2022.

Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Dit besluit is op onderhavig planvoornemen niet van toepassing. Conclusie luchtkwaliteit Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

41

M165610.022/FSC

4.4.3

Ammoniak Ammoniakemissie De bestaande situatie kent op basis van de norm van 1,6 kg NH3/dier/jaar uit het Besluit emissiearme huisvesting een ammoniakemissie van 1.328 kg/jaar. In de nieuwe situatie daalt de ammoniakemissie naar 1.049 kg/jaar. Dit is een afname van 279 kg/jaar, of te wel 21 %. Wet natuurbescherming In de nieuwe situatie is geen sprake van een toename van de ammoniakemissie en depositie. Het bedrijf beschikt over een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming: ‘Vergunning Artikel 16/19d Natuurbeschermingswet 1998. Maatschap Salden-Fijten te Guttecoven. Zaaknummer: 2013-0355. kenmerk: 2013/48268 d.d. 29 augustus 2013’. Voor de nieuwe situatie is een wijzing van de vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd. Aangezien er een daling van de ammoniakemissie ontstaat heeft dit enkel positieve effecten op de Natura 2000-gebieden. NOx- en ammoniakemissie door verkeer (gebruiksfase) Invloed van de NOx- en ammoniakemissie als gevolg van de geringe verkeerstoename op de Natura 2000 gebieden, is vanwege de grote afstand van het projectgebied tot de Natura 2000 gebieden niet te verwachten. Dit blijkt ook uit de toets met behulp van de Aerius-calculator (wettelijk toegestaan rekenprogramma). De resultaten geven de stikstofeffecten van deze activiteit weer voor de Natura 2000 gebieden.

Uitgaande van de extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde), zoals opgenomen in de NIBM-tool in paragraaf 4.4.2 (blz. 39), blijkt uit de rekenresultaten dat het verkeer van en naar de inrichting en in combinatie met de afname van de ammoniakemissie uit de stallen, niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Zie voor de Aerius-verschilberekening vergund – nieuw en de resultaten bijlage 3a en 3b Aerius calculator rekent niet verder dan 25 km vanaf de emissiepunten. Omdat in deze sprake is van verschillende emissiepunten tussen de referentiesituatie en de beoogde situatie, is er dus sprake van randeffecten. In verband met deze randeffecten geeft bijlage 3b de juiste effecten weer. Hierin is duidelijk zichtbaar dat er geen sprake is van een toename van de depositie NOx- en ammoniakemissie door werktuigen/machines en verkeer in de realisatiefase) Invloed van de NOx- en ammoniakemissie als gevolg van de realisatiefase van het bouwplan op de Natura 2000 gebieden, is vanwege de grote afstand van het projectgebied tot de Natura 2000 gebieden niet te verwachten. Dit blijkt ook uit de toets met behulp van de Aerius-calculator (wettelijk toegestaan rekenprogramma). De resultaten geven de stikstofeffecten van deze activiteit weer voor de Natura 2000 gebieden.

Uitgaande van de inzet van de werktuigen en het bouwverkeer zoals opgenomen in bijlage 12, blijkt uit de rekenresultaten dat de realisatiefase in combinatie met de afname van de ammoniakemissie uit de stallen, niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Hierbij is er worse case zelfs vanuit gegaan dat gedurende het realisatiejaar van het totale plan de biggenstal al voor een half jaar in gebruik kan worden genomen. Zie voor de Aerius-verschilberekening vergund – realisatie nieuwbouw en de resultaten bijlage 13a en 13b. Aerius calculator rekent niet verder dan 25 km vanaf de emissiepunten. Omdat in deze sprake is van verschillende emissiepunten tussen de referentiesituatie en de realisatiefase, is er dus sprake

42

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

van randeffecten. In verband met deze randeffecten geeft bijlage 13b de juiste effecten weer. Hierin is duidelijk zichtbaar dat er geen sprake is van een toename van de depositie Omgevingsverordening Limburg 2014, paragraaf 3.1 Veehouderijen en Natura 2000. Op grond van artikel 3.1.2 van deze verordening, mogen nieuwe stallen geen grotere ammoniakemissie per dierplaats hebben dan de maximaal toegestane emissie als opgenomen in de bijlage behorende bij artikel 3.1.2. In de betreffende bijlage is voor biggen een norm opgenomen van 0,1 kg NH3 per dierplaats per jaar en voor de vleesvarkens is een norm opgenomen van 0,45 kg NH3 per dierplaats per jaar. Met de toe te passen stalsystemen D1.1.15.4 en D3.2.15.4 wordt voldaan aan deze verordening. Besluit emissiearme huisvesting Met de aanvraag wordt eveneens voldaan aan het Besluit emissiearme huisvesting. Het Besluit emissiearme huisvesting stelt dat bij biggen de maximale emissiewaarde voor ammoniak niet hoger mag zijn dan 0,21 kg/dier/jaar. Voor de vleesvarkens (niet zijnde een IPPC bedrijf) geldt dat de maximale emissiewaarde voor ammoniak niet hoger mag zijn dan 1,5 kg/dier/jaar. Met een emissie van 0,1 kg NH3 per dierplaats (biggen) en 0,45 kg NH3 per dierplaats per jaar (vleesvarkens) wordt hier dus ruimschoots aan voldaan.

Conclusie ammoniak Gelet op vorenstaande vormen de ammoniakemissie en de gekozen stalsystemen in de nieuwe situatie geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

4.5

Externe veiligheid In verband met het realiseren van een stal (bedrijfsgebouw) is sprake van het realiseren van een zogenaamd beperkt kwetsbaar object. De inrichting is geen BEVI inrichting en bij onderhavige ontwikkeling is ook geen sprake van het installeren van nieuwe risicobronnen in het kader van externe veiligheid. Omdat sprake is van het realiseren van een beperkt kwetsbare object dienen het plaatsgebonden risico en groepsrisico vanwege risicobronnen in de omgeving te worden beoordeeld. Met betrekking tot het groepsrisico wordt opgemerkt dat in de regel 1 persoon per dag ca. 2 uur in de stal aanwezig is t.b.v. controle van o.a. de dieren, het stalklimaat, de voerinstallatie, het ventilatiesysteem en klein onderhoud bij storingen. Alleen tijdens het leveren en laden van dieren en schoonmaken van de afdeling(en) na levering van de dieren, kan dit iets langer zijn. Dit is hooguit 1 keer per week of per twee weken. Er komen dus geen personen te wonen. Risicobronnen in de omgeving van het plangebied betreffen de in noordelijke richting gelegen buisleiding en de westelijk gelegen transportroute A2. Verder liggen er geen risicocontouren over het projectgebied.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

43

M165610.022/FSC

4.5.1

Buisleiding (K1-leiding) Op ongeveer 150 meter afstand in noordelijke richting van het projectgebied ligt een buisleiding (PRB).

Figuur 19. Uitsnede BP-kaart met ligging projectgebied t.o.v. de PRB buisleiding.

In verband met de verbreding van de A2 is deze leiding inmiddels naar het oosten verlegd. In figuur 19 (uitsnede BP-kaart met de oude ligging) is aan de verkleuring van de bovengrond te zien hoever de leiding ongeveer naar het oosten is verlegd. De leiding is daarmee iets dichter bij het projectgebied gekomen, maar de afstand is nog altijd dermate groot dat het projectgebied buiten de PR 10-6 contour ligt. Volgens de bijlage ‘Buitengebied Sittard-Geleen Externe veiligheid’ van het vigerende bestemmingsplan bedraagt de PR 10-6 contour voor deze leiding 12 meter. Tevens is daarin vermeld dat zelfs bij zeer hoge persoonsdichtheden (omgeving met gemiddelde persoonsdichtheden tot 255 personen per hectare) nabij dit type leidingen, geen sprake is van een groepsrisico (het aantal van 10 slachtoffers wordt niet gehaald waarmee het risico buiten de definitie van het groepsrisico valt). In de onderhavige situatie is geen sprake van een dergelijke hoge personendichtheid en derhalve wordt geconcludeerd dat ook na verschuiven van het buisleidingtracé geen sprake is van een groepsrisico. Een nadere invulling aan de verantwoordingsplicht groepsrisico is derhalve niet noodzakelijk. Op grond van het Bevb dient voor de leiding binnen het bestemmingsplan een belemmeringenstrook van 5 meter te worden opgenomen.

Binnen deze strook is het verboden bestemmingen toe te staan die het oprichten van nieuwe bouwwerken mogelijk maakt en geldt een vergunningstelsel waardoor de kans op graafschade aan de buisleiding (toekomstig) wordt verminderd. Het projectgebied ligt ver buiten deze 5 meter en wordt derhalve ook niet beperkt door deze buisleiding. Gelet op vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de buisleiding geen belemmering vormt voor onderhavige planontwikkeling.

44

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

4.5.2

Invloedsgebied A2 Het projectgebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de A2. De A2 is een onderdeel van het Basisnet Weg. Het wegvak ter hoogte van het projectgebied wordt aangeduid als wegvak L85 met als naam; “A2: afrit 46 (Born) – afrit 48 (Urmond)”. De PR 10-6 contour bedraagt 17 meter. Het GR-plafond is 0 meter. De A2 heeft ter hoogte van het projectgebied een plasbrandaandachtsgebied. Dat is een zone van 30 meter aan weerszijden van de weg, waaraan voorwaarden zijn verbonden aan de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten in verband met de effecten van een plasbrand. Als gevolg van het planvoornemen worden er geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze zone gerealiseerd. Met de situering van de nieuwe vleesvarkensstal is rekening gehouden met de toekomstige verbreding van de A2, zodat ook in die situatie de nieuwe stal buiten het plasbrandgebied ligt.

4.5.3

Conclusie externe veiligheid Gelet op vorenstaande hoeft het groepsrisico niet verantwoord te worden en vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Mochten er zich calamiteiten voordoen op de A2, dan is er naar het oosten toe nog altijd ruim voldoende gelegenheid om zichzelf in veiligheid te brengen. Vanuit die richting is de locatie ook goed bereikbaar voor eventuele hulpdiensten. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen vormt voor onderhavige planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

45

M165610.022/FSC

5

Overige aspecten Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 4, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en fauna en duurzaamheid.

5.1

Archeologie

5.1.1

Archeologische monumentenzorg (Erfgoedwet) De Nederlandse wetgeving ten aanzien van archeologische waarden is momenteel aan veranderingen onderhevig. De Monumentenwet 1988 is vanaf 1 juli 2016 deels overgegaan in de Erfgoedwet. De onderdelen over omgevingsrecht uit de Monumentenwet gaan (naar verwachting) in 2023 over naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2022. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de omgang met het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van de wetgeving is om het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Op grond van deze wetten worden gemeenten verantwoordelijk geacht voor de bescherming van archeologische waarden. Artikel 9.1 (overgangsrecht omgevingswet) van de Erfgoedwet zegt: Voormalig artikel 38a: De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten).

Voormalig artikel 41: De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (o.a. gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan) kan in het belang van de archeologische monumentenzorg worden verplicht een rapport over te leggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van die wet in voldoende mate is vastgesteld. In 2012 heeft de gemeente Sittard-Geleen de “beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen” vastgesteld1. Onderdeel van deze beleidsnota is een archeologische beleidskaart, die gebaseerd is op een aantal archeologische verwachtingskaarten2. De archeologische verwachtingskaarten geven inzicht in de (verwachte) aanwezigheid van archeologische resten. De

1 Gemeente Sittard-Geleen, 2012. Beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen. 2 Verhoeven, M.P.F. & G.R. Ellenkamp, 2010. Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart

voor de gemeente Sittard-Geleen. RAAP-rapport 2144. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp.

46

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

verwachtingskaarten zijn vervolgens omgezet naar één beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er 7 archeologische beleidscategorieën ontstaan (zie onderstaande tabel). Beleidscategorie

Verwachting/waarde

1 2

AMK-terrein; terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd AMK-terrein; terrein van zeer hoge en hoge archeologische waarde AMK-terrein; terrein van hoge archeologische waarde, kern Sittard AMK-terrein; terrein van archeologische waarde Zone rondom ARCHIS-waarneming/vondstmelding/vindplaats AMK-terrein; terrein van hoge archeologische waarde, historische kernen Hoge verwachting voor droge landschapen Hoge verwachting voor droge landschapen, provinciaal aandachtsgebied Middelhoge verwachting voor droge landschappen Middelhoge verwachting voor droge landschappen, provinciaal aandachtsgebied Hoge verwachting voor natte landschappen Hoge verwachting voor natte landschappen, Maasafzettingen Middelhoge verwachting voor natte landschappen Onbekende verwachting voor droge en natte landschappen

3 4

5.1.2

5

Lage verwachting voor droge landschappen, provinciaal aandachtsgebied

6

Lage verwachting voor droge en natte landschappen

7

Lage verwachting voor ontgronde gebieden Lage verwachting voor vrijgegeven onderzoeksgebieden

Archeologische verwachtingswaarden Volgens de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Sittard-Geleen ligt het projectgebied in een archeologisch interessant gebied. Op basis van landschappelijke en historische gegevens, in combinatie met de bekende archeologische vindplaatsen in de directe omgeving, geldt voor het projectgebied een middelhoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit het paleolithicum en mesolithicum en een hoge verwachting voor resten uit alle perioden vanaf het neolithicum voor zowel nederzettingsresten als off site resten, met uitzondering van nederzettingsresten uit de nieuwe tijd. Volgens het beleid van de gemeente Sittard-Geleen is het projectgebied helemaal ingedeeld in beleidscategorie 4 . Voor deze beleidscategorieën geldt, dat bodemverstoringen die groter zijn dan respectievelijk 500 m² én dieper gaan dan 30 cm –mv onderzoeksplichtig zijn. Dit beleid is inmiddels in het bestemmingsplan Buitengebied Sittard verankerd. Volgens het bestemmingsplan, vastgesteld op 26-6-2013, is aan het projectgebied een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 toegekend. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

47

M165610.022/FSC

bescherming van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden (bijlage 1). In de regels van het bestemmingsplan staat opgenomen dat in de volgende gevallen in principe een archeologische onderzoeksplicht geldt: indien de bodemverstoring dieper gaat dan 30 cm -Mv én indien de bodemverstoring groter is dan 500 m² Het planvoornemen betreft vooralsnog de nieuwbouw van een vleesvarkensstal binnen het plangebied en verbouw en uitbreiding van de bestaande stal binnen het vigerende bouwvlak. Omdat bij de uitbreiding van de bestaande stal ook is voorzien in een mestopslag onder de stal, is die uitbreiding meegenomen in het archeologisch onderzoek ten behoeve van het planvoornemen. Zowel de uitbreiding van de bestaande stal als de nieuwbouw worden voorzien van een mestopslag onder de stal. De benodigde bodemingrepen zijn groter dan 500 m2 en gaan dieper dan 0,3 meter. Daarnaast vinden ook bodemingrepen plaats t.b.v. de infiltratiesloot. Naar aanleiding hiervan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. 5.1.3

Verricht archeologisch onderzoek Op 19-08-2019 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd op het terrein aan de Rijstraat 102 te Guttecoven. Onderstaand worden de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek weergegeven. Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het zuidelijke deel van het projectgebied tot minimaal 50 cm –mv is verstoord c.q. uit opgebracht bodemmateriaal bestaat. Onder deze verstoring/ophoging bevindt zich een intacte colluviale lössleembodem met mogelijk antropogene sporen. Binnen het centrale en noordelijke deel van het projectgebied is de oorspronkelijke bodem onder de moderne bouwvoor nog volledig intact. Uitgaande van het gepresenteerde bouwplan wordt geadviseerd om de geplande verharding van het zuidelijke deel van het projectgebied zonder verdergaand vervolgonderzoek toe te staan onder voorwaarde dat deze verharding geen bodemverstoring dieper dan 50 cm –mv tot gevolg heeft. De zone waarvoor geen aanvullend onderzoek geadviseerd wordt, behoudt zijn dubbelbestemming Waarde-Archeologie.

Met betrekking tot het centrale en noordelijke deel van het projectgebied inclusief de paardrijbak (longeercirkel) wordt vanwege de intacte bodemopbouw in combinatie met de hoge archeologische verwachting geadviseerd om voorafgaand aan de geplande bouwwerkzaamheden archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek wordt bij voorkeur uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor het gehele projectgebied geldt dat de archeologische waarde (dubbelbestemming) dient te worden gehandhaafd. Het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek mag enkel plaatsvinden na goedkeuring door de gemeente Sittard-Geleen van een daartoe opgesteld Programma van Eisen (PvE).

5.1.4

Advies gemeentelijke archeoloog Het rapport is beoordeeld en goedgekeurd door de gemeentelijke archeoloog. De advisering, om in een deel van het projectgebied vervolgonderzoek uit te laten voeren, is

48

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

overgenomen. Het uitvoeren van dit bouwwerkzaamheden uitgevoerd worden.

onderzoek

zal

voorafgaand

aan

de

geplande

5.1.5

Meldingsplicht Bij een verstoringsdiepte groter dan 30 cm geldt te allen tijde een meldingsplicht voor de aanvang van de werkzaamheden. Dit betekent dat in de omgevingsvergunning wordt opgenomen dat de aanvang van het bouwrijp maken van het perceel moet worden gemeld bij de gemeentelijk archeoloog. 1. De aanvang van het bouwrijp maken van het perceel dient twee weken voor de werkstart aan de gemeentelijk archeoloog te worden gemeld per e-mail (marion.aarts@sittardgeleen.nl). 2. De mogelijkheid dat er in het projectgebied archeologische vondsten worden gedaan, wordt – gezien de hoge archeologische verwachting en het grote aantal vindplaatsen in de directe nabijheid – niet uitgesloten. Wij wijzen nadrukkelijk op de wettelijke verplichting (Erfgoedwet) om archeologische vondsten te melden. Bij het doen van vondsten waarvan vermoed wordt dat het om archeologische vondsten of sporen gaat, is het verplicht deze onmiddellijk te melden bij de bevoegde instantie, in dit geval de gemeente. De vondsten kunnen gemeld worden bij de gemeentelijk archeoloog Mw. M. Aarts (0464777456) en aan de gemeentelijk projectleider of de gemeentelijk contactpersoon van het project.

5.2

Kabels en leidingen Door het projectgebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt.

5.3

Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.

5.3.1

Verkeersstructuur De Rijstraat Ter plaatse van het projectgebied is de Rijstraat in beide richtingen afgesloten voor doorgaand verkeer, met uitzondering van landbouwverkeer en bestemmingsverkeer. De locatie Rijstraat 102 wordt via de bestaande inrit/uitrit ontsloten op de Rijstraat, daaraan wijzigt niets t.o.v. de huidige situatie. Ten opzichte van de vigerende situatie zal in de nieuwe situatie sprake zijn van een geringe toename van verkeersstromen van en naar de inrichting, zie ook paragraaf 4.4.2 onder ‘Het Besluit NIBM’ (blz. 38 en 39). Gelet op de geringe toename hoeft de bestaande verkeersstructuur hiervoor niet aangepast te worden. Op de locatie zelf is voldoende ruimte voor parkeren en manoeuvreren. Het geringe verkeer op de Rijstraat zal ook in de nieuwe situatie geen hinder ondervinden van verkeer van en naar de inrichting Rijstraat 102.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

49

M165610.022/FSC

Verbreding A2 De huidige A2 ligt op ongeveer 60 meter van het projectgebied. Bij de uitwerking van het plan moet rekening worden gehouden met het ‘Tracébesluit A2’, waarbij sprake is van twee zones evenwijdig aan de A2. Dit betreffen ‘vrijwaringszone – weg 1’ en ‘vrijwaringszone – weg 2’. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 1' mag niet worden gebouwd binnen een afstand van 50 m uit de as van de meest nabijgelegen rijstrook van de Rijksweg A2, met uitzondering van bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 2' mag niet worden gebouwd binnen een afstand van 100 m uit de as van de meest nabijgelegen rijbaan van de Rijksweg A2, met uitzondering van bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer. De nieuw te bouwen vleesvarkensstal ligt binnen de 100 meter afstand uit de as van de meest nabijgelegen rijstrook van de A2. Bij de uitwerking van het planvoornemen is in verband met verbreding van de A2 derhalve uitvoerig overleg gevoerd met Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat heeft hierbij aangegeven akkoord te gaan met het bouwplan als de nieuwbouw plaatsvindt parallel aan - en binnen een afstand van 48 meter van de bestaande stal. Het bouwplan is zodanig opgezet dat hieraan wordt voldaan.

Ook is er bij het uitwerken van het besluitvlak voor onderhavig planvoornemen rekening mee gehouden dat er geen overlap ontstaat met het ‘Tracébesluit A2’, zoals dat in verbeelding van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Tracébesluit A2’ is opgenomen. 5.3.2

Parkeren Per (bedrijfs)woning en bedrijf zijn in zijn algemeenheid op basis van de parkeernormcijfers volgens het ‘Facetbestemmingsplan parkeren’ van de gemeente Sittard-Geleen parkeerplaatsen vereist. Het erf is ruim voldoende om op eigen grond te parkeren. Het bedrijf aan de Rijstraat 102 betreft een arbeids- en bezoekers extensief bedrijf. Volgens de parkeernorm (rest gemeente) zouden er dan 0,8 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. nodig zijn. Bij een oppervlak van ca. 2.030 m2 voor de vleesvarkensstal komt dat neer op 16 parkeerplaatsen. Ofschoon deze ruimte aanwezig is, is dat aantal zeker niet noodzakelijk. Worst case kan het voorkomen dat er op de locatie gelijktijdig 4 motorvoertuigen (busjes/personenauto’s aanwezig kunnen zijn van bijvoorbeeld een medewerker, een dierenarts, een servicemonteur en de eigenaar zelf. Derhalve kan volstaan worden met 4 parkeerplaatsen, er is echter meer dan voldoende ruimte om meer voertuigen te kunnen parkeren.

5.4

Waterhuishouding

5.4.1

Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).

5.4.2

Provinciaal beleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van

50

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en waterplassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. 5.4.3

Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Sinds de nieuwe keur van 1 april 2019 geldt geen ondergrens meer voor het aanvragen van een wateradvies (voorheen was de ondergrens een plangebied met een oppervlakte van 2000 m2). Alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen komen in aanmerking voor wateradvies. Zo ook onderhavig planvoornemen. Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is op 15 juli 2019 aangemeld via de digitale watertoets. Uit het doorlopen van de toets is gebleken dat de ontwikkeling naar verwachting invloed heeft op de waterhuishouding. Vandaar dat op deze ontwikkeling de reguliere watertoetsprocedure van toepassing is.

Dit houdt in dat het Waterschap Limburg betrokken wordt bij de voorbereiding van het plan. De samenvatting van de watertoets is bijgevoegd in bijlage 7.

5.4.4

Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige projectgebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Bij de nieuwe stal is geen sprake van lozing van huishoudelijk afvalwater. Schoonmaakwater wordt opgevangen in de kelders onder de stal. Het spuiwater van de luchtwassers wordt opgevangen in een aparte opvangvoorziening en opgehaald door een erkende inzamelaar. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden afgevoerd naar de te realiseren infiltratievoorziening. Hierbij is ook rekening gehouden met de uitbreiding van de bestaande stal. Zo wordt er ten behoeve van de opvang en infiltratie van het hemelwater afkomstig van de erfverharding (±1.000 m2) en de daken (vlv.stal ca. 2030m2 + uitbreiding van de biggenstal ca. 1.150

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

51

M165610.022/FSC

m2), samen ca. 4.180 m2, een infiltratiesloot aangelegd aan de noordwestzijde, naast de erfverharding en de nieuwe vleesvarkensstal. Capaciteit hemelwatervoorziening Om te beoordelen hoe groot de te realiseren infiltratievoorziening moet zijn, dient aldus opgave van het Waterschap Limburg voor dit gebied het afvoerend verhard oppervlak te worden vermenigvuldigd met 0,08 m. (80 mm neerslag/m2). Capaciteit infiltratiesloot De aan te leggen infiltratiesloot ten behoeve van de opvang en infiltratie van het hemelwater afkomstig van de erfverharding en de daken moet derhalve een netto inhoud krijgen van: 4180 m2 x 0,08 m = 334 m3. De infiltratiesloot wordt ca. 90 meter lang, gemiddeld 2.62 meter breed en 1,50 meter diep. Bij een waterhoogte van 1,45 meter bedraagt de opslagcapaciteit 3,8 m3 per meter. De totale bergingscapaciteit bedraagt dan 90 x 3,8 = 342 m3 en is hiermee dus groot genoeg. Bij extreme omstandigheden kan de sloot overlopen naar het naastgelegen bouwland van de Maatschap Salden – Fijten zelf. De verdere uitwerking van de infiltratievoorziening is opgenomen in de omgevingsvergunning – bouwen van de vleesvarkensstal. Opvang schoon hemelwater In de infiltratievoorzieningen wordt alleen schoon hemelwater opgevangen. Uitloging bij infiltratie wordt voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren in de bodem.

Door het gebruik van niet uitlogende materialen in de bouw wordt verontreiniging van het hemelwater voorkomen. Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. Daarnaast kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld dat hiervan geen sprake zal zijn. 5.4.5

Infiltratieonderzoek Omdat het verhard oppervlak als gevolg van onderhavig planvoornemen meer dan 300 m2 bedraagt, is een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 11 opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Het doel van een onderzoek naar de waterdoorlatendheid van de ondergrond, is vaststellen of infiltratie van regenwater in de bodem ter plaatse van de onderzoeklocatie mogelijk is. Eén en ander in het kader van duurzaam bouwen en het ontwerpen met regenwater. Uit de gemeten doorlatendheden blijkt dat infiltratie van neerslagwater tot de mogelijkheden behoort ter hoogte van de Rijstraat 102 te Guttecoven. De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is voldoende. Het infiltreren zou direct in de ondiepe ondergrond moeten kunnen plaatsvinden. Voor het volledige rapport, zie bijlage 11.

5.4.6

Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect waterhuishouding geen belemmeringen vormt voor onderhavige planontwikkeling.

52

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

5.5

Natuur en landschap

5.5.1

Kernkwaliteiten In de Provinciale omgevingsvisie (POVI) is de provincie opgedeeld in zoneringen. Het projectgebied is gelegen binnen de zone ‘Buitengebied’ (zie tevens paragraaf 3.2.1). Zoals reeds gesteld in paragraaf 3.2.1 is het planvoornemen aanvaardbaar en passend binnen het provinciale beleid ten aanzien van de zone ‘Buitengebied’. Het planvoornemen past in het landschap. Het betreft tevens een duurzame ontwikkeling van het bedrijf van initiatiefnemer. Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 specifieke regelgeving geldt (zie ook paragraaf 3.2.2). Het projectgebied is niet gelegen in een milieubeschermingsgebied, specifieke regelgeving is niet van toepassing. In het vigerende bestemmingsplan is opgenomen dat het behoud van landschappelijke, natuurlijke, cultuur-historische en archeologische waarden een doelstelling is in het buitengebied. Het plaatsen van bebouwing doet afbreuk aan deze doelstelling en is daarom niet gewenst. Voorgenomen planontwikkeling kan dan ook alleen als de bestaande en oorspronkelijke landschapsstructuur behouden of verbeterd wordt.

Realisatie van dit planvoornemen vraagt daarom om maatwerk en wordt mogelijk gemaakt middels sloop van bedrijfsgebouwen aan de Dorpsstraat 60 te Guttecoven, conform de criteria en eventuele gebiedskarakteristieken zoals die zijn opgenomen in de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit’ en een landschappelijk inpassingplan Plan en LKM De te realiseren uitbreiding van de bedrijfslocatie (besluitvlak) aan Rijstaat 102 (ca. 3.000 m2) met een vleesvarkensstal (ca. 2.100 m2) wordt gecompenseerd met sloop van gebouwen aan de Dorpstraat 60 te Guttecoven alwaar vervolgens de bestemming ‘Agrarisch grondgebonden’ gewijzigd zal worden naar ‘Wonen’ (zie ook bijlage 8). In overleg met gemeente is besloten om op basis van het provinciale LKM (Limburgs Kwaliteitsmenu 2012) een beoordeling en een berekening te maken van de noodzakelijke compensatie ten behoeve van het planvoornemen. Het besluitvlak waar de uitbreiding ten behoeve van de vleesvarkensstal plaats zal vinden is in het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Sittard” opgenomen met de bestemming “Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden”. Op grond van het LKM dient dan: 1. Landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing (vleesvarkensstal) plaats te vinden; 2. Voorzieningen aangelegd te worden voor de opvang (infiltratie) van hemelwater van de nieuw te realiseren bebouwing; 3.

Kwaliteitsverbeterende maatregelen genomen te worden zoals: - aanleg natuur; - sloop; - landschappelijke of andere ruimtelijke kwaliteitsverbetering toe te passen.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

53

M165610.022/FSC

Ad. 1 Inpassing De nieuw te realiseren bebouwing zal op basis van de huidige ruimtelijke inzichten ingepast worden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat door de bestaande begroeiing in de directe omgeving de locatie al voor een groot gedeelte is ingepast. Voor de aanvulling van deze bestaande begroeiing is een inpassingsplan (LIP) opgesteld waarin wordt aangegeven hoe de inpassing is uitgevoerd, zie bijlage 1. Onderhavig inpassingsplan is beoordeeld door de gemeente en akkoord bevonden. Daarmee wordt voldaan aan dit 1e onderdeel. Ad. 2 Hemelwater Het plan voorziet in de aanleg van een infiltratiesloot aan de noordwestzijde van de nieuw te bouwen stal. Zie paragraaf 5 en bijlage 1. Middels deze sloot wordt het afstromende hemelwater van het nieuwe gebouw opgevangen en geïnfiltreerd. Ad. 3 Kwaliteitsverbeterende maatregelen Het LKM geeft aan dat een kwaliteitsverbetering een hoge mate van maatwerk is. Met name in een gebied met waarden, zoals de vigerende bestemming van de planlocatie aangeeft, speelt dit een belangrijke rol. Als mogelijkheid voor een kwaliteitsverbetering wordt naast de aanleg van natuur ook nadrukkelijk sloop als maatregel genoemd. Met name door sloop van overtollige bebouwing wordt een kwaliteitsimpuls aan het buitengebied gegeven. Om de kwaliteit te kwantificeren worden er waardes toegekend aan maatregelen die genomen worden.

Zo wordt voor toe te voegen natuur vaak gerekend met een waarde van € 6,50 per m2 toe te voegen natuur. Sloop van gebouwen wordt gewaardeerd op € 25,-- per m2 en sloop van kassen (glas) op € 4,- per m2. In het LKM en in veel gemeentelijke kwaliteitsmenu’s (GKM), wordt voor de uit te voeren kwaliteitsverbetering in het agrarische gebied (Agrarisch) een norm van 10% van de uitbreiding aangehouden. Indien er echter sprake is van een gebied met waarden (Agrarisch met waarden) is deze norm 20%. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een agrarisch gebied met waarden betekent dit dat er een kwaliteitsverbetering van 3.000 m2 x 20% = 600 m2 zou moeten plaatsvinden. De opties zijn dan: Toevoegen natuur Indien kwaliteit als natuur wordt gerealiseerd heeft dit een waarde van: 600 m2 x € 6,50 = € 3.900,Uitvoeren van sloop Aangezien ondernemers echter de mogelijkheid hebben om te slopen aan de Dorpsstraat 60 te Guttecoven (zie bijlage 8) is dit een reële optie voor een kwaliteitsverbetering. De noodzakelijke meters om te slopen zijn: € 3.900,- : € 25,-/m2 = 156 m2. Voor de locatie Dorpsstraat 60 is in 2021 een omgevingsvergunning verleend, waarbij de sloop van de verouderde bebouwing onderdeel is van de vergunde ontwikkeling naar de nieuwe woonboerderij. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat hiermee in ruime mate aan het aspect kwaliteitsverbetering is voldaan.

Het aanplanten van natuur als kwaliteitsverbetering is daarmee niet noodzakelijk.

54

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

Conclusie Op grond van het LKM wordt de voorgestane uitbreiding van de bedrijfslocatie ten behoeve van de bouw van een vleesvarkensstal: 1. Op basis van het bijgevoegde LIP (bijlage 1) ingepast in de omgeving; 2. Wordt het hemelwater dat vrijkomt bij de nieuwe stal en verharding, geïnfiltreerd (de uitbreiding van de biggenstal is eveneens meegenomen in de infiltratievoorziening); 3. Zal er middels sloop een, meer dan noodzakelijke, kwaliteitsverbetering plaatsvinden. Gesteld kan worden dat het aspect natuur en landschap geen belemmering oplevert voor onderhavig planvoornemen 5.5.2

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming). De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning.

5.5.3

Gebiedsbescherming Natura 2000 De Wnb voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Zoals al is vermeld in paragraaf 4.4.3 is in de nieuwe situatie geen sprake van een toename van de ammoniakemissie en depositie. Het bedrijf beschikt over een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming en voor de nieuwe situatie is een wijzing van de vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd. T.a.v. het planvoornemen is ook gekeken naar de invloed hiervan op de overige effecten, zoals licht, geluid, trillingen, etc. Dit is verder uitgewerkt in bijlage 6. Ook uit deze toets kan geconcludeerd worden dat er, gelet op de ligging en grote afstand tot Natura 2000 gebieden, vanuit de planlocatie Rijstraat 102 geen nadelige effecten op de Natura 2000 gebieden te verwachten zijn. Geconcludeerd kan worden, dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de nieuwe situatie naar verwachting geen (significante) negatieve effecten zal veroorzaken op de Natura 2000-gebieden.

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

55

M165610.022/FSC

Wav gebieden De Wet ammoniak en veehouderij (verder: Wav) biedt een beschermingskader voor de zeer kwetsbare gebieden tegen de verzurende en vermestende werking van ammoniak. De Wav stelt dat alleen voor verzuring gevoelige gebieden, of delen daarvan, als zeer kwetsbaar kunnen worden aangemerkt. In deze gebieden en in een beschermingszone van 250 meter daar om heen, geldt een verbod voor nieuwvestiging van veehouderijen en is uitbreiding van bestaande veehouderijen slechts onder beperkingen mogelijk. Deze maatregelen zijn aanvullend op het generieke emissiebeleid op het gebied van ammoniak. De locatie Rijstraat 102 ligt niet binnen de beschermingszone (250 meter) van een Wav-gebied. 5.5.4

Soortenbescherming (Flora en Fauna Ter bescherming van planten- en diersoorten gelden In de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. We kennen 2 beschermingsniveaus, ten eerste de Europees beschermde soorten volgens de Habitat- en Vogelrichtlijn en ten tweede de Nationaal beschermde soorten. Voor alle inheemse diersoorten, beschermd of onbeschermd, geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in, dat men soorten niet onnodig mag verstoren, doden, verwonden en beschadigen. Voor onbeschermde soorten geldt geen ontheffingsplicht maar alleen de zorgplicht. Naast soorten beschermt de Wet natuurbescherming ook vaste verblijfplaatsen. Een vaste verblijfplaats betreft een verblijfplaats waarnaar een dier regelmatig terugkeert. Voor beschermde soorten dienen de effecten op populatieniveau te worden getoetst. In tegenstelling tot de voorgaande Flora en faunawet is de bescherming in mindere mate individueel en dient de staat van de instandhouding van de gehele populatie in aanmerking te worden genomen. Invloed planvoornemen op Flora en Fauna Voorliggend plan voorziet in een uitbreiding van de bedrijfslocatie Rijstraat 102 ten behoeve van het realiseren van een vleesvarkensstal. De gronden waarop deze uitbreiding betrekking heeft, zijn intensief in gebruik als erf en bouwland voor akkerbouwgewassen.

Binnen het projectgebied is geen sprake van sloop van opstallen of verwijdering van erfbeplanting als houtsingels of bosstroken. De verwachting is dan ook dat binnen het projectgebied geen beschermde flora en fauna voorkomen. Ten aanzien van mogelijk voorkomende plantensoorten en diersoorten kan het volgende worden gesteld: Planten Gelet op vorenstaande en het huidige intensieve gebruik van de gronden, kan worden geconcludeerd dat binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten voorkomen. Grondgebonden zoogdieren Het ligt niet in de lijn der verwachting dat vanwege het huidige en intensieve gebruik van de bestaande stal en de gronden binnen de projectgebied andere beschermde soorten voorkomen. Het projectgebied kan mede door het huidige en toekomstige gebruik niet tot een belangrijk leefgebied worden gerekend. Vleermuizen De aanwezigheid van dieren trekt insecten en daarmee ook vrijwel zeker vleermuizen aan, die daardoor het projectgebied zullen gebruiken als foerageergebied.

56

Ruimtelijke onderbouwing Rijstraat 102 te Guttecoven Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M165610.022/FSC

Nabij het projectgebied en in de rand van het projectgebied zijn bomen en houtopstanden aanwezig die mogelijk geschikt kunnen zijn als verblijfsplaats voor vleermuizen. Zoals eerder al is aangegeven worden er geen plantopstanden of bomen gerooid. Van verstoring van verblijfplaatsen voor eventueel aanwezige vleermuizen is dan ook geen sprake. Broedvogels Nabij het projectgebied en in de rand van het projectgebied zijn bomen en houtopstanden aanwezig die mogelijk gebruikt worden als verblijfsplaats voor broedvogels. Ten behoeve van dit planvoornemen vinden er geen ingrepen plaats aan de bestaande bomen, houtopstanden en overige beplanting, waardoor van verstoring van mogelijke nesten of holen geen sprake kan zijn. Herpetofauna Binnen het projectgebied is geen geschikt leefgebied aanwezig voor deze soort (bijvoorbeeld hazelworm). Daarvoor worden de gronden te intensief gebruikt en er zijn geen geschikte schuilmogelijkheden aanwezig. Mogelijk komen er wel soorten voor in de rand van het projectgebied en buiten het projectgebied, maar daar vinden geen verstoringen of ingrepen plaats. Binnen het projectgebied komt geen waterpartij voor die door de bouwplannen wordt verstoord. De aanwezigheid van amfibieën wordt dan ook uitgesloten. Vissen Binnen het projectgebied komt geen waterpartij voor. Van aanwezigheid van vissen is dan ook geen sprake.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=e2640bea-9b56-4077-b1af-cc79122d3498