CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Planregels Bestemmingsplan Veegplan 2023

Raad 27 juni 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan Veegplan 2023 (Geilen) (62)31.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

57

16.5

Afwijken van de gebruiksregels

16.5.1 (Vrijstaand)bijgebouw Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 16.4.1 voor het gebruik van een (vrijstaand)bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit het oogpunt van mantelzorg; b. het gebruik beperkt blijft tot de in lid 16.2 onder f, h en j genoemde bouwmogelijkheden voor bijgebouwen; c. de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden niet onevenredig worden geschaad. 16.5.2 Aan huis gebonden beroep Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 16.1, voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep, mits: a. 1. 2. 3.

de uitoefening van het aan huis gebonden beroep plaatsvindt: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning;

b. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m2, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; c. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; d. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep; e. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 16.5.3 Aan huis gebonden bedrijf Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 16.1, voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits: a. 1. 2. 3.

de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf plaatsvindt: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning;

b. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m2, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; c. het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie 1 of 2 in de staat van bedrijfsactiviteiten of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; d. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; e. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf; f. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.

58

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

16.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.6.1 Cultuurhistorische waarden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren ter plaatse van de aanduiding “cultuurhistorische waarden”: a. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van graften. 16.6.2 Weigering Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.6.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

16.6.3 Deskundigheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.6.1 wordt niet verleend dan nadat burgemeester en wethouders daarover een advies hebben ingewonnen van een onafhankelijke terzake deskundige.

16.6.4 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.6.1 is niet vereist voor: a. werken en werkzaamheden, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. werken en werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning. 16.7

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied’ te wijzigen in die zin dat nieuwe woningen kunnen worden gebouwd, met dien verstande dat: a. aangesloten wordt op de bebouwingskarakteristiek van de omgeving (open, halfopen en gesloten); b. de bebouwing georiënteerd dient te worden op ‘Achter de Hoven’; c. de bebouwingsregeling aansluit op de bebouwingsregeling in dit artikel (bestemming ‘Wonen’), met dien verstande dat de afstand van de achterste grens van het bouwvlak voor hoofdgebouwen ten opzichte van de achterperceelsgrens als gevolg van de wijziging van de perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 5 m; d. de woningbouw past binnen het beleid zoals dat geldt op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan; e. door middel van een bodemonderzoek aangetoond wordt dat geen sprake is van bodemverontreiniging, dan wel dat na bodemsanering de grond voldoet aan de toekomstige functie; f. door middel van archeologisch onderzoek aangetoond wordt dat geen sprake is van aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden.

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

59

Artikel 17 17.1

Wonen - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 1' bestemde gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een aan huis gebonden beroep en/of een aan huis gebonden bedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf aan huis’ (bah); c. een garagebedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf garagebedrijf' (sb-gb); d. een bedrijf uit de milieucategorieën 1 en 2 conform de Staat van Bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 bij deze regels is opgenomen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' (b); e. detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' (dh); f. bestaande horeca, ter plaatse van de aanduiding 'horeca' (h). alsmede voor: g. erven; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. het behoud van monumentale waarden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument’; j. het behoud van monumentale waarden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – rijksmonument’; met bijbehorende: k. hoofdgebouwen; l. bijgebouwen; m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De gronden binnen deze bestemming zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in artikel 20 tot en met 29 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen afwijkingsbevoegdheden en/of omgevingsvergunningvereisten. 17.2

Bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 17.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd, waarbij: 1. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' [aeg] uitsluitend aaneengebouwde hoofdgebouwen mogen worden opgericht; b. nieuwbouw van hoofdgebouwen is niet toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw en nieuwbouw ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – nieuwbouw’; c. de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de voorste bouwgrens worden gebouwd; d. de horizontale diepte van het hoofdgebouw mag ten hoogste bedragen: 1. op de begane grond/eerste bouwlaag 15 m; 2. op de volgende bouwlagen 12,5 m met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw groter mag zijn indien het bouwvlak dat toelaat en met dien verstande dat de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel minimaal 5 m bedraagt; e. het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van bijgebouwen mag per bouwperceel ten hoogste 50% bedragen van de gronden gelegen buiten de bouwvlakken, tot een oppervlakte van maximaal 70 m2,

60

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

met dien verstande dat het oppervlak aan vrijstaande bijgebouwen maximaal 50 m2 mag bedragen; bijgebouwen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 2 m achter de voorste bouwgrens of de lijn in het verlengde daarvan worden gebouwd; g. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven; h. de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen: f.

van aangebouwde bijgebouwen

van vrijstaande bijgebouwen

van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

17.3

Goothoogte Bouwhoogte goothoogte eerste bouwlaag goothoogte + afstand tot hoofdgebouw + 0,25 meter perceelsgrens, tot een maximum van 5,00 meter 3,00 meter goothoogte + afstand tot perceelsgrens, tot een maximum van 5,00 meter 1,00 meter -

2,00 meter

-

3,00 meter.

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.2 sub g voor de realisatie van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m. 17.4

Specifieke gebruiksregels

17.4.1 Verboden gebruik Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 17.1 wordt tevens verstaan: a. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf aan huis’ is de vestiging van een aan huis gebonden beroep of een aan huis gebonden bedrijf toegestaan, mits: 1. de uitoefening van het aan huis gebonden beroep/bedrijf in de woning plaatsvindt; 2. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep/bedrijf in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m2, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; 3. het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie 1 of 2 in de staat van bedrijfsactiviteiten of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; 4. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; 5. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep/bedrijf; 6. de aard en de activiteiten van het beroep/bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. b. het gebruik van (vrijstaande) bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte.

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

61

17.4.2 uitsterfconstructie De bedrijfsvoering ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf' (sb-gb) dient te worden beëindigd zodra de ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezige exploitant de bedrijfsvoering beëindigt. 17.5

Afwijken van de gebruiksregels

17.5.1 Omgevingsvergunning afwijken afhankelijke woonruimte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.4 voor het gebruik van een (vrijstaand)bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit het oogpunt van mantelzorg; b. het gebruik beperkt blijft tot de in artikel 17.2 onder d t/m f genoemde bouwmogelijkheden voor bijgebouwen; c. de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden niet onevenredig worden geschaad. 17.5.2 Omgevingsvergunning uitoefening aan huis gebonden beroep Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.1 voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep, mits: a. de uitoefening van het aan huis gebonden beroep plaatsvindt in: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning; b. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m², met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; c. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; d.

geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan het huis gebonden beroep; e. de aard en activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 17.5.3 Omgevingsvergunning uitoefening aan huis gebonden bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.1 voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits: a. de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf plaatsvindt: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning; b. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m², met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; c. het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten bijlage 1 bij deze regels of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; d.

het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; e. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf; f. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.

62

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

17.6

Persoonsgebonden overgangsrecht

In afwijking van het gestelde in lid 17.1 sub a is uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - persoonsgebonden' het gebruik ten behoeve van een grondverzetbedrijf en handelsonderneming, toegestaan met dien verstande dat: a. de bevoegdheid daartoe is beperkt tot de persoon die op het moment van inwerkingtreding van dit plan als exploitant van het grondverzetbedrijf en de handelsonderneming staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel; b. het persoonsgebonden overgangsrecht niet kan worden overgedragen aan of kan overgaan op een andere natuurlijke of rechtspersoon; c. het persoonsgebonden overgangsrecht uitsluitend van toepassing is op de huidige locatie; d. het persoonsgebonden overgangsrecht vervalt, indien de activiteiten van het grondverzetbedrijf en handelsonderneming ter plaatse gedurende meer dan een jaar is onderbroken.

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

63

Artikel 18 18.1

Wonen - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Wonen - 2’ aangegeven gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. bescherming en behoud van de monumentale boom ter plaatse van de aanduiding 'monumentale boom'; alsmede ter plaatse van de betreffende aanduiding voor bedrijvigheid overeenkomstig deze aanduiding: c. een assurantie- en administratiekantoor ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor assurantie- en administratiekantoor'; d. een adviesbureau ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - adviesbureau'; e. een bouwkostenadviesbureau ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor bouwkostenadviesbureau'; f. een electrobedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - electrobedrijf'; g. een financieel adviesbureau ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - financieel adviesbureau'; h. een fiscaal - juridisch adviesbureau ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor fiscaal - juridisch adviesbureau'; i. een geluidsverhuurbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - geluidsverhuur' j. een hondentrimshop en dierenbenodigdhedenwinkel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - hondentrimshop - dierenbenodigdheden'; k. een hovenier ter plaatse van de aanduiding 'hovenier'; l. een installatiebedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - intallatiebedrijf'; m.

een installatietechniekbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf installatietechniek'; n. een installatie- en verwarmingsbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf installatie- en verwarmingsbedrijf'; o. een installatiebedrijf rolluiken en zonweringen ter plaatse van de aanduiding 'specifiek vorm van bedrijf - installatiebedrijf rolluiken en zonweringen'; p. een juridisch adviesbureau ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - juridisch adviesbureau'; q. een kleinschalig ambachtelijk bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf kleinschalig ambachtelijk bedrijf'; r. maatschappelijke doeleinden, uitsluitend op de begane grond ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk'; s. een makelaarskantoor ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor makelaarskantoor'; t. een meubelmakerij en showroom ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf meubelmakerij en showroom'; u. een montagebedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - montagebedrijf'; v. een reclamebedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - reclamebedrijf'; w. een reinigings- en schoonmaakbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf reinigings- en schoonmaakbedrijf'; x.

een taxatie- en makelaarskantoor ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor taxatie- en makelaarskantoor'; y. een vloerenleggersbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf vloerenleggersbedrijf'; z. een verhuurbedrijf in feestartikelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf verhuurbedrijf feestartikelen';

64

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

alsmede voor: aa. erven; ab. water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; ac. nutsvoorzieningen; met bijbehorende: ad. hoofdgebouwen; ae. bijgebouwen; af. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 18.2

Bouwregels

18.2.1 Algemeen Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 18.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd; b. er zijn niet meer wooneenheden toegestaan, dan is aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de voorste bouwgrens worden gebouwd; d. de horizontale diepte van het hoofdgebouw mag ten hoogste bedragen: 1. op de begane grond/eerste bouwlaag 15 m; 2. op de volgende bouwlagen 12,5 m met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw groter mag zijn indien het bouwvlak dat toelaat en met dien verstande dat de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel minimaal 5 m bedraagt; e. het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van bijgebouwen mag per bouwperceel ten hoogste 50% bedragen van de gronden gelegen buiten de bouwvlakken, tot een oppervlakte van maximaal 70 m2, met dien verstande dat het oppervlak aan vrijstaande bijgebouwen maximaal 50 m2 mag bedragen; f. bijgebouwen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 2 m achter de voorste bouwgrens of de lijn in het verlengde daarvan worden gebouwd; g.

de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven; h. de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

van aangebouwde bijgebouwen

van vrijstaande bijgebouwen

van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Goothoogte Bouwhoogte goothoogte eerste bouwlaag goothoogte + afstand tot hoofdgebouw + 0,25 meter perceelsgrens, tot een maximum van 5,00 meter 3,00 meter goothoogte + afstand tot perceelsgrens, tot een maximum van 5,00 meter 1,00 meter -

2,00 meter

-

3,00 meter.

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

65

18.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in artikel 18.2 18.3 onder f voor de realisatie van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m. 18.4

Specifieke gebruiksregels

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt tevens verstaan het gebruik van (vrijstaande)bijgebouwen als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte. 18.4.1 Verboden gebruik Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding 'Wro-zone - aanlegvergunningsgebied' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de navolgende andere-werken uit te voeren: a. b. c. d.

het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het aanleggen van tuinen; het oppakken van de aanwezige bestrating dan wel verhardingen.

18.4.2 Weigeringsgronden Een aanlegvergunning als bedoeld in lid 18.4.1 mag alleen worden afgegeven indien uit onderzoek blijkt dt er geen milieuhygiënische gevaren bestaan. 18.4.3 Niet van toepassing Een aanlegvergunning als bedoeld in lid 18.4.1 is niet vereist voor: a. andere-werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer; b. andere-werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning. 18.4.4 Strafbaar feit Overtreding van het bepaalde in 18.4.1 is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten. 18.5

Afwijken van de gebruiksregels

18.5.1 Omgevingsvergunning afwijken afhankelijke woonruimte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 18.4 voor het gebruik van een (vrijstaand)bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit het oogpunt van mantelzorg; b. het gebruik beperkt blijft tot de in artikel 18.2 onder d t/m f genoemde bouwmogelijkheden voor bijgebouwen; c. de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden niet onevenredig worden geschaad.

66

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

18.5.2 Omgevingsvergunning uitoefening aan huis gebonden beroep Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 18.1 voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep, mits: a. de uitoefening van het aan huis gebonden beroep plaatsvindt in: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning; b. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m², met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; c. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; d. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan het huis gebonden beroep; e. de aard en activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 18.5.3 Omgevingsvergunning uitoefening aan huis gebonden bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 18.1 voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits: a.

de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf plaatsvindt: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning; b. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m², met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; c. het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten bijlage 1 bij deze regels of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; d. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; e. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf; f. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

67

Artikel 19 19.1

Wonen - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 3' bestemde gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een aan huis gebonden beroep en/of een aan huis gebonden bedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘aan huis gebonden beroep/bedrijf’; c. het behoud van monumentale waarden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument’; alsmede voor: d. erven; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen. met bijbehorende: g. hoofdgebouwen; h. bijgebouwen; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De gronden binnen deze bestemming zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in artikel 20 tot en met 29 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen afwijkingsbevoegdheden en/of omgevingsvergunningvereisten. 19.2

Bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 19.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd, waarbij: b. de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de voorste bouwgrens worden gebouwd; c. de horizontale diepte van het hoofdgebouw mag ten hoogste bedragen: 1. op de begane grond/eerste bouwlaag 15 m; 2. op de volgende bouwlagen 12,5 m met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw groter mag zijn indien het bouwvlak dat toelaat en met dien verstande dat de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel minimaal 5 m bedraagt; d. het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van bijgebouwen mag per bouwperceel ten hoogste 50% bedragen van de gronden gelegen buiten de bouwvlakken, tot een oppervlakte van maximaal 70 m2, met dien verstande dat het oppervlak aan vrijstaande bijgebouwen maximaal 50 m2 mag bedragen; e. bijgebouwen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 2 m achter de voorste bouwgrens of de lijn in het verlengde daarvan worden gebouwd; f. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven; g. de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen: Goothoogte

68

Bouwhoogte

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

van aangebouwde bijgebouwen

van vrijstaande bijgebouwen

van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 19.3

goothoogte eerste bouwlaag goothoogte + afstand tot hoofdgebouw + 0,25 meter perceelsgrens, tot een maximum van 5,00 meter 3,00 meter goothoogte + afstand tot perceelsgrens, tot een maximum van 5,00 meter 1,00 meter -

2,00 meter

-

3,00 meter.

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.2 sub g voor de realisatie van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m. 19.4

Specifieke gebruiksregels

19.4.1 Verboden gebruik Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 19.1 wordt tevens verstaan: a. ter plaatse van de aanduiding ‘aan huis gebonden.beroep/bedrijf’ is de vestiging van een aan huis gebonden beroep of een aan huis gebonden bedrijf toegestaan, mits: 1. de uitoefening van het aan huis gebonden beroep/bedrijf in de woning plaatsvindt; 2. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep/bedrijf in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m2, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; 3. het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie 1 of 2 in de staat van bedrijfsactiviteiten of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; 4. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; 5. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep/bedrijf; 6. de aard en de activiteiten van het beroep/bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. b. het gebruik van (vrijstaande) bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte. 19.5

Afwijken van de gebruiksregels

19.5.1 Omgevingsvergunning afwijken afhankelijke woonruimte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.4 voor het gebruik van een (vrijstaand)bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit het oogpunt van mantelzorg; b. het gebruik beperkt blijft tot de in artikel 19.2 onder d t/m f genoemde bouwmogelijkheden voor bijgebouwen; c. de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden niet onevenredig worden geschaad.

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

69

19.5.2 Omgevingsvergunning uitoefening aan huis gebonden beroep Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.1 voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep, mits: a. de uitoefening van het aan huis gebonden beroep plaatsvindt in: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning; b. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m², met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; c. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; d. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan het huis gebonden beroep; e. de aard en activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 19.5.3 Omgevingsvergunning uitoefening aan huis gebonden bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.1 voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits: a.

de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf plaatsvindt: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning; b. het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m², met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; c. het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten bijlage 1 bij deze regels of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; d. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; e. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf; f. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.

70

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

Artikel 20 20.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 20.2

Bouwregels

a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Op de in lid 20.1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken ten behoeve van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd, met uitzondering van: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; 2. een bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 3. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 50 m². 20.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 20.2 sub b, met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld in onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.4.1 Verboden gebruik Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil;

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

71

c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 20.4.2 Het verbod als bedoeld in lid 20.4.1 is niet van toepassing indien: a. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; b. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte 50 m² of smaller zijn dan 1,5 m; d. er reeds een verleende omgevingsvergunning of ontgrondingvergunning is verleend; e. de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; f. de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; g. de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 20.4.3 Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 20.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen of; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. 20.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: 1. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld. b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' toe te kennen aan gronden, grenzend aan deze dubbelbestemming, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van bedoelde dubbelbestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

72

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

Artikel 21 21.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 21.2

Bouwregels

a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Op de in lid 21.1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken ten behoeve van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd, met uitzondering van: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; 2. een bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 3. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 100 m². 21.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 21.2 sub b, met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld in onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

73

verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 21.4.2

Het verbod als bedoeld in lid 20.4.1 is niet van toepassing indien:

e. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; f. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; g. de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte 100 m² of smaller zijn dan 1,5 m; h. er reeds een verleende omgevingsvergunning of ontgrondingvergunning is verleend; i. de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; j. de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; k. de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 21.4.3 Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 20.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen of; c.

de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. 21.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: 1. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld. b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' toe te kennen aan gronden, grenzend aan deze dubbelbestemming, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van bedoelde dubbelbestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

74

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

Artikel 22 22.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 22.2

Bouwregels

a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Op de in lid 22.1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken ten behoeve van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd, met uitzondering van: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; 2. een bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 3. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m². 22.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 22.2 sub b, met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld in onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1 Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

75

verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 22.4.2 Het verbod als bedoeld in lid 22.4.1 is niet van toepassing indien: a. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; b. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte 500 m² of smaller zijn dan 1,5 m; d. er reeds een verleende omgevingsvergunning of ontgrondingvergunning is verleend; e. de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; f. de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; g. de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 22.4.3 Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 21.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen of; c.

de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. 22.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: 1. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld. b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' toe te kennen aan gronden, grenzend aan deze dubbelbestemming, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van bedoelde dubbelbestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

76

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

Artikel 23 23.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 23.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; d. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m2. 23.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 23.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1.

grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; 2. het verlagen van het waterpeil; 3. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Het verbod, als bedoeld onder a, is niet van toepassing: 1. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

77

waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 3. indien de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 500 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; 4. indien de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; 5. indien de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; 6. indien de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; 7. indien de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 8. indien objectief wordt aangetoond dat de bodem al zodanig is verstoord door in het verleden uitgevoerde werkzaamheden dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarde; c. Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de onder a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3.

de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 23.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

78

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

Artikel 24 24.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden. 24.2

Bouwregels

24.2.1 Algemeen Op deze gronden mag slechts worden gebouwd indien en voor zover dit nodig is voor het behoud en/of herstel van de bestaande bebouwing, met dien verstande dat: a. bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming; b. geen wezenlijke veranderingen worden aangebracht in het stedenbouwkundige beeld, bepaald door kapvorm, hoogtematen, gevel- en raamindeling. 24.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 24.2.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. bouwwerken, welke op het tijdstip van het inwerkingtreden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning mogen worden uitgevoerd. 24.3 Omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van gebouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 24.2.1 ten behoeve van het bouwen van gebouwen overeenkomstig de onderliggende bestemming(en), met dien verstande dat: a. dit verenigbaar is met behoud, herstel en/of versterking van de cultuurhistorische waarden en kwaliteiten van de bestaande bebouwing; b. dit conform advies van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie, niet leidt tot een wezenlijke verandering van de aanwezige cultuurhistorische waarden en kwaliteiten.

24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

veranderingen aan te brengen in het aanwezige verkavelingspatroon; geheel of gedeeltelijk het planten of rooien van bomen, bosschages, houtwallen en singels; geheel of gedeeltelijk dempen/graven van watergangen; aanbrengen van verhardingen.

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

79

24.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 24.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning mogen worden uitgevoerd. 24.4.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 24.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien de in artikel 24.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

24.4.4 Voorschriften omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 24.4.1 genoemde vergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied. 24.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

24.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in deze gronden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de op de gronden aanwezige karakteristieke bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen.

24.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 24.5.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. bouwwerken, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning mogen worden uitgevoerd. 24.5.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 24.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in artikel 24.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

24.5.4 Voorwaarden voor (gedeeltelijk) slopen cultuurhistorisch waardevol pand De in artikel 24.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend mits: a. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijziging aan het pand kan worden hersteld; b. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde in redelijkheid niet is te handhaven; c. het delen van panden of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek dan wel cultuurhistorisch waardevol vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde plaatsvindt;

80

Bestemmingsplan "Veegplan Sittard-Geleen 2023" (vastgesteld)

d. advies wordt ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=62f7384a-04f7-44e1-ab85-b0ce1c60151c