CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

02. Planregels Bestemmingsplan Tracébesluit Rijksweg A2 Sittard-Geleen

Raad 19 september 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan “Tracébesluit Rijksweg A2 Sittard-Geleen” (Geilen) (87)26.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Specifieke gebruiksregels

6.4.1 Detailhandel a. Detailhandel bij brandstofverkooppunten Ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg' is detailhandel toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: b. de verkoopruimte dient een geheel te vormen met het brandstofverkooppunt; Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

28

c. de totale verkoopvloeroppervlakte van deze ruimte mag maximaal 75 m² bedragen; d. indien het tankstation zijn functie verliest, dient ook de detailhandelsfunctie te worden beëindigd. 6.4.2

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik: a. voor geluidszoneringsplichtige inrichtingen; b. voor bedrijfsactiviteiten, anders dan de bedrijfsactiviteiten samenhangend met de bestaande bedrijven zoals aangegeven in 6.1; c. voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als bedoeld in 6.4.1; d. als seksinrichtingen; e. als staanplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; f. als sport- en wedstrijdterrein, parkeerterrein, buitenmanege of lig- en speelweide; g. voor het beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden met motorvoertuigen; h. voor het racen of crossen met motorvoertuigen; i. voor opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; j. voor opslag van brandgevaarlijke en giftige stoffen; k. van gebouwen voor permanente of tijdelijke bewoning en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

29

Artikel 7 7.1

Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een verkooppunt van motorbrandstoffen inclusief lpg; alsmede voor: b. groenvoorzieningen en verhardingen; c. overige bijbehorende voorzieningen; met bijbehorende: d. gebouwen; e. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2

Bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 7.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: 1. erfafscheidingen 2 m; 2. overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 m.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

30

Artikel 8 8.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Bedrijventerrein’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de vestiging van bedrijven gericht op distributie, op- en overslag daaronder begrepen bedrijven waarbij lichte assemblage kan plaatsvinden en (dienstverlenende) bedrijven ten behoeve van of in een directe relatie met bovengenoemde bedrijven en die voorkomen in milieucategorieën 2 en 3 van de Staat van bedrijfsactiviteiten en die geheel of gedeeltelijk gebruikmaken van de door de rail- en/of bargeterminal aangeboden dienstverlening; b. bijbehorende wegen, paden, verblijfsgebieden, groenvoorzieningen en parkeeraccommodatie en ontsluitingsmogelijkheden; c. water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 8.2

Bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen het bestemmingsvlak te worden gebouwd; b. ter plaatste van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum dakhelling (graden), maximum bebouwingspercentage (%)', mogen de goot-, bouwhoogte, dakhelling en bebouwingspercentage niet meer bedragen dan aangegeven; c. bedrijfsgebouwen moeten minimaal 10,00 meter uit de naar de openbare weg gekeerde bestemmingsgrens zijn gelegen; d. bedrijfsgebouwen moeten minimaal 5,00 meter uit de naar de A2-oprit gekeerde bestemmingsgrens zijn gelegen; e. bedrijfsgebouwen moeten minimaal 5,00 meter uit de niet naar de openbare weg gekeerde bestemmingsgrens gelegen zijn; f. de toegestane bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt maximaal 20,00 meter, met dien verstande dat de toegestane hoogte van erfafscheidingen maximaal 3,00 meter bedraagt. 8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2 sub b en een bouwhoogte van minimaal 3,00 meter en/of een bouwhoogte van maximaal 20,00 meter toestaan mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de belangen van derden; b. de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld; c. en mits de bedrijfseconomische en de bedrijfstechnische noodzaak kan worden aangetoond. 8.3.2 Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2 sub g en een hogere bouwhoogte voor andere bouwwerken, toestaan tot maximaal 30,00 meter, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de belangen van derden; b. de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld; c. en mits de bedrijfseconomische en de bedrijfstechnische noodzaak kunnen worden aangetoond. 8.4

Specifieke gebruiksregels

De onderstaande specifieke gebruiksregels zijn van toepassing; a. b. c. d.

bedrijfswoningen, detailhandel en zelfstandig kantoorvestigingen zijn niet toegestaan; Wgh inrichtingen zijn niet toegestaan; BEVI-inrichtingen zijn niet toegestaan; het is niet toegestaan verharding aan te brengen binnen een zone van 5,00 meter gemeten vanuit de grens van de bestemming Verkeer, met uitzondering van verharding noodzakelijk voor ontsluitingswegen van het bouwperceel;

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

31

e. er dient per bouwperceel te worden voldaan aan de volgende parkeernorm: 0,4 parkeerplaats per 100 m² bvo; f. het parkeren dient landschappelijk ingepast te worden; g. buitenopslag is niet toegestaan. 8.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 8.1, sub a: a. om bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in lid 8.1, sub a voor zover op basis van milieutechnisch onderzoek het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 8.1, sub a genoemd; b. om bedrijven toe te laten die niet in de milieucategorieën zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 8.1, sub a genoemd. 8.6

Wijzigingsbevoegdheid

8.6.1

Wijzigen Staat van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de tot het plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten te wijzigen, voor wat betreft: a. het onderbrengen van bedrijfsactiviteiten in een andere categorie, indien op grond van technologische ontwikkelingen de in de Staat van bedrijfsactiviteiten vermelde categorie niet meer de juiste is; b. het toevoegen van bedrijfsactiviteiten, geen seksinrichtingen zijnde, aan een bepaalde categorie van de Staat van bedrijfsactiviteiten mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de in de betreffende categorie opgenomen bedrijfsactiviteiten.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

32

Artikel 9 9.1

Bos

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bos en bebossing; b. groenvoorzieningen; alsmede voor: c. d. e. f.

voet- en fietspaden; extensief recreatief medegebruik; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; het beheer, ontwikkeling en bescherming van de landschappelijke en natuurlijke waarden;

9.2

Bouwregels

Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 9.3

Afwijken van de bouwregels

9.3.1 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.2 voor de realisatie van een schuur, uitsluitend ten dienste van het beheer en onderhoud van de gronden, mits: a. het bouwwerk ter plaatse onontbeerlijk is voor het beheer en onderhoud van de gronden; b. deze betrekking heeft op een beheersobject van ten minste 50 ha; c. deze, tenzij zulks uit een oogpunt van doelmatig beheer onoverkomelijk mocht blijken, aansluitend aan reeds aanwezige bedrijfs- of dienstgebouwen gebouwd worden; d. de inhoud, vermeerderd met de inhoud van de reeds in het betrokken beheersobject aanwezige schuren, niet meer bedraagt dan 1 m³ per ha, met dien verstande dat bij een beheersobject van minder dan 150 ha in totaal slechts één schuur aanwezig zal zijn; e. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m; f. het geen aan zijn gebruik onttrokken voer- of vaartuig betreft; g. geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de aanwezige waarden. 9.3.2 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.2 voor de realisatie van een eenvoudige schuil- of schaftgelegenheid voor personen, die ter plaatse werken of werkzaamheden uitvoeren ten dienst van deze bestemming, mits: a. deze onontbeerlijk is; b.

het geen caravan, woon- of stacaravan, dan wel een aan zijn gebruik ontrokken voer- of vaartuig betreft; c. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 20 m²; d. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m; e. geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de aanwezige waarden. 9.3.3 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.2 voor de realisatie van een brandtoren voor de brandpreventie of brandbestrijding, mits: a. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 25 m; b. geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de aanwezige waarden. 9.3.4 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.2 voor de realisatie van een hoogzit ten behoeve van de uitoefening van de jacht, mits: a. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m. Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

33

b. geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de aanwezige waarden. 9.3.5 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.2 voor de realisatie van een voederberging of voederruif voor de instandhouding van het wild, mits: a. de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m³; b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 m; c. geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de aanwezige waarden. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 9.1 bedoelde gronden de volgende andere-werken uit te voeren: a. het afgraven of ophogen van gronden; b. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen; c. het verwijderen, kappen, rooien of beschadigen van bomen of andere houtgewassen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig zijn; d. het aanleggen en/of inrichten van dagcampings, picknickplaatsen, alsmede van speel- en/of ligweiden.

9.4.2 Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door de uitvoering van het ander-werk, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en natuurlijke waarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 9.4.3 Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegde gezag daarover een advies hebben ingewonnen van een onafhankelijke natuur- en landschapsdeskundige. 9.4.4 Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 is niet vereist voor: a. andere werken, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. andere werken van ondergeschikte betekenis; c. andere werken, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning. d. andere werken die zullen worden uitgevoerd in een beschermd natuurmonument in de zin van de Wet natuurbescherming, en handelingen opleveren waarvoor ingevolge deze wet een vergunning van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteitis vereist, dan wel handelingen, welke zijn voorzien in een beheersplan als bedoeld in deze wet.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

34

Artikel 10

Groen

Bouwregels 10.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (weg)bermen, plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten; b. kunstwerken ten behoeve van verkeersdoeleinden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - kunstwerk'; alsmede voor: c. d. e. f. g. h. i.

voet- en fietspaden; straatmeubilair; kunstuitingen; nutsvoorzieningen; ecoduikers; faunapassages; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

met bijbehorende: j.

bouwwerken, geen gebouw zijnde.

10.2

Bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 10.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van kunstuitingen en kunstwerken zoals bedoeld onder 10.1 onder b mag ten hoogste 12 m bedragen; c. de bouwhoogte van verlichting ten behoeve van verkeersdoeleinden mag ten hoogste 9 meter bedragen; d. de bouwhoogte van voorzieningen voor de verkeersgeleiding mag ten hoogste 15 meter bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 2 m bedragen. 10.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2 en kan toegestaan dat gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd, mits: a. de oppervlakte maximaal 15 m² bedraagt; b. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt; c. vooraf een positief advies is gekregen van de wegbeheerder, voor zover ter plaatse de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - weg 1' of 'vrijwaringszone - weg 2' is opgenomen.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

35

Artikel 11 11.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

instandhouding, herstel en/of de ontwikkeling van natuurlijke waarde en/of ecologische waarde; waterlopen en waterpartijen; het tegengaan van veranderingen in de grondwaterstand; het beschermen van aanwezige waardevolle graslandvegetaties; ecoduikers; faunapassages; kunstwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - kunstwerk'; extensief dagrecreatief medegebruik; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

met daaraan ondergeschikt: j. paden ten behoeve van extensief dagrecreatief medegebruik en/of onderhoud en beheer; k. educatief medegebruik; met de daarbij behorende: l. voorzieningen van algemeen nut; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 11.2

Bouwregels

Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarvan de hoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen ten dienste van dagrecreatief medegebruik b. nutsvoorzieningen waarvan de maximale hoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. c. de bouwhoogte van kunstuitingen en kunstwerken zoals bedoeld onder 11.1 g, waarvan de maximale hoogte niet meer dan 12 m bedraagt. 11.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving, waaronder geconcentreerd bouwen; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; f. in het belang van een goede landschappelijke inpassing; g. in het belang van een verantwoorde afvoer van hemelwater (infiltratie of retentie). 11.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik: 1. voor detailhandel; 2. voor het houden van evenementen; 3. voor kamperen; 4. als staanplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; 5. als sport- en wedstrijdterrein, parkeerterrein, buitenmanege of lig- en speelweide; 6. voor het beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

36

met motorvoertuigen; 7. voor het racen of crossen met motorvoertuigen; 8. als staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; 9. voor militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; 10. voor het plaatsen van mestzakken of daarmee vergelijkbare voorzieningen; 11. voor opslag van goederen en materialen, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 12. voor opslag van brandgevaarlijke en giftige stoffen; 13. voor het winnen van bosstrooisel en mos; 14. als terrein voor het aanbrengen en het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, behoudens het bepaalde in artikel 7 van de Grondwet; 15. voor het scheuren van grasland; 16. als paardenbakken; 17. voor permanente of tijdelijke bewoning van gebouwen, inclusief aan het wonen gerelateerde activiteiten en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid; 18. als seksinrichting. b. het geheel of gedeeltelijk egaliseren of slechten van graften; c. het in hun functioneren belemmeren of aantasten van bestaande natuurlijke of kunstmatige waterbuffers, inculsief aan- en afvoervoorzieningen.

11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.5.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, tenzij dit noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. het vellen en/of rooien van houtgewas, met name hoogstamboomgaarden, of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas tot gevolg kan hebben, behoudens bij wijze van verzorging; e. het bemalen of draineren van gronden en het winnen van water of het anderszins verlagen van de grondwaterstand; f. het verrichten van exploratie- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen; g. het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en/of aanleggen van waterlopen; h.

het verwijderen van graften, bosstroken en/of grasbanen 11.5.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 11.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en/of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn danwel het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken en/of werkzaamheden, welke op het tijdstip waarop het plan in werking treedt, in uitvoering zijn; c. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd kracxhtens een reeds verleende vergunning.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

37

11.5.3 Toelaatbaarheid De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 11.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits uitvoering van de werken en/of werkzaamheden niet leidt tot de in bijlage 1. genoemde gevolgen voor landschaps-, natuuren cultuurhistorische waarden.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

38

Artikel 12 12.1

Verkeer - Railverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

spoorwegen met ten hoogste 2 sporen (exclusief eventuele rangeersporen); spoorwegvoorzieningen; wegen en paden; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; straatmeubiliair; voorzieningen van algemeen nut; geluidwerende voorzieningen; waterlopen en waterpartijen, waaronder ook duikers; oeververbindingen (bruggen); kunstwerken.

12.2

Bouwregels

12.2.1 Gebouwen a. Er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd. b. De bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen. c. De oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut mag niet meer dan 15 m² bedragen. 12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter bedragen; de maximale bouwhoogte van voorzieningen ten behoeve van het railverkeer bedraagt 12 meter; de bouwhoogte van kunstwerken bedraagt 12 meter; de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter.

12.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

39

Artikel 13 13.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; voet- en rijwielpaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting, en faunavoorzieningen; straatmeubilair; voorzieningen van algemeen nut; geluidsvoorzieningen; kunstwerken; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder ook duikers;

13.2

Bouwregels

13.2.1 Gebouwen a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. De bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 4 meter; c. De maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 15 m². 13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 15 meter. 13.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving, waaronder geconcentreerd bouwen; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. f. in het belang van een goede landschappelijke inpassing; g. in het belang van een verantwoorde afvoer van hemelwater (infiltratie of retentie). 13.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

40

Artikel 14 14.1

Verkeer - Wegverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en voet- en fietspaden ten behoeve van doorgaand en overig verkeer; b. geluidswerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding geluidswerende voorziening'; c. kunstwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - kunstwerk'; alsmede voor: d. e. f. g. h. i. j. k.

parkeervoorzieningen en andere openbare ruimten; groenvoorzieningen; kunstuitingen; ecoduikers; faunapassages; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder ook duikers; nutsvoorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;

met bijbehorende: l. gebouwen; m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 14.2

Bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 14.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd met een oppervlakte van maximum 15 m² en een bouwhoogte van maximum 3 m; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. van verlichting 9 meter; 2. van voorzieningen voor de verkeersgeleiding 15 meter; 3. van kunstuitingen/kunstwerken 12 meter; 4. geluidswerende voorzieningen zoals bedoeld onder 14.1 b, 6 meter. 5. van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 2 meter.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

41

Artikel 15 15.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

waterberging; waterhuishouding en ecologische en natuurwaarden; waterlopen en daarbij behorende waterhuishoudkundige- en oevervoorzieningen; kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden; kunstwerken ten behoeve van verkeersdoeleinden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - kunstwerk'; f. ecoduikers; g. faunapassages; met de daarbij behorende: h. i. j. k.

kunstwerken; beheer- en onderhoudspaden; extensieve dagrecreatie; nutsvoorzieningen.

15.2

Bouwregels

Op de voor 'Water' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd behoudens: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de watergang en/of waterkering. b. kunstwerken ten behoeve van verkeersdoeleinden zoals bedoeld onder 15.1 e, waarvan de hoogte niet meer dan 12 m mag bedragen. 15.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving, waaronder geconcentreerd bouwen; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. f. in het belang van een goede landschappelijke inpassing; g. in het belang van een verantwoorde afvoer van hemelwater (infiltratie of retentie). 15.4

Specifieke gebruiksregels

Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g. h.

geluidzoneringsplichtige inrichtingen; detailhandel; een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); seksinrichtingen; kamperen; horeca; het bevaren van water; opslag van goederen en materialen, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

42

Artikel 16 16.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. beroep of bedrijf aan huis; met de daarbijbehorende: c. d. e. f. g.

tuinen, erven en terreinen; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; paardenbakken ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren.

16.2

Bouwregels

16.2.1 Algemeen Gebouwen en parkeervoorzieningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht. 16.2.2 Woning a. Per bouwvlak is één woning toegestaan. b. De inhoud van de woning mag niet meer dan 850 m³ exclusief onderkeldering bedragen; c. onderkeldering is alleen toegestaan direct onder de contouren van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken. d. De maximale goothoogte van de woning bedraagt 6,5 meter en de maximale bouwhoogte 11 meter, tenzij op de verbeelding een andere goot- en nokhoogte is aangegeven. e. De afstand tot de perceelsgrens dient minimaal 5 meter te bedragen. f. De minimale afstand tot de as van de weg bedraagt 18 meter. 16.2.3 Bijbehorende bouwwerken a. Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd in het achtererfgebied, met uitzondering van overkappingen voor de voorgevelrooilijn als bedoeld onder g.; b. De maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 70 m²; c. De maximale goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 3,3 meter; d. De maximale bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 6 meter; e. De afstand tussen hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 15 meter bedragen; f. De grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2.

de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning bedraagt; 3. 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; 4. de afstand tot de perceelsgrens aan de zijde van de weg minimaal 3,5 meter bedraagt. g. Overkappingen voor de voorgevel, gebouwd aan andere bijbehorende bouwwerken, zijn toegestaan, mits de afstand aan de voorzijde tot aan de perceelsgrens aan de zijde van de weg minimaal 3,5 meter bedraagt. 16.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend worden gebouwd in het achtererfgebied, behoudens erf- en terreinafscheidingen. b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter, met uitzondering van: 1. erf- en terreinafscheidingen, waarvan de bouwhoogte in het achtererfgebied maximaal 2 meter bedraagt en waarvan de bouwhoogte in het voorerfgebied maximaal 1 meter bedraagt; 2. vlaggen-, reclame- en lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 12 meter bedraagt. c. De afstand tot de perceelsgrens dient minimaal 3 meter te bedragen met uitzondering van erf- en Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

43

terreinafscheidingen. d. Per woning is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan, mits de afstand van de woning tot het zwembad maximaal 15 meter bedraagt en de oppervlakte maximaal 15 m² bedraagt. 16.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving, waaronder geconcentreerd bouwen; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; f. in het belang van een goede landschappelijke inpassing; g. in het belang van een verantwoorde afvoer van hemelwater (infiltratie of retentie). 16.4

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.2.3 voor het vergroten van de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 100 m²; b. de bebouwing dient landschappelijk goed te worden ingepast met gebiedseigen beplanting, een en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag. 16.5

Specifieke gebruiksregels

16.5.1 Beroep of bedrijf aan huis Een beroep of bedrijf aan huis, als opgenomen in het 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis' (Bijlage 3) of hiermee -ter beoordeling van burgemeester en wethouders- naar aard en omvang gelijk te stellen beroepen en bedrijven, wordt geacht in overeenstemming te zijn met de woonbestemming en is toegestaan, mits: a. b. c. d. e.

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft; de woning blijft voldoen aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening; de woonfunctie van het perceel primair blijft c.q. in overwegende mate aanwezig blijft; degene die gebruiker van de woning is tevens degene is die het beroep of bedrijf aan huis uitoefent; maximaal 40 % van de begane grondvloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor aan huis verbonden beroepen en bedrijven met een maximum van 50 m²; f. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van het perceel; g. het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft welke kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; h. in voldoende mate op eigen terrein wordt voorzien in de parkeerbehoefte; i. de bedrijvigheid niet vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet aantast; j. het geen activiteiten betreft die in de regel worden uitgeoefend in winkelpanden of op een industrieterrein; k.

internetverkoop slechts is toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden; l. er geen buitenopslag plaatsvindt; m. reclame-uitingen ten dienste van het beroep of bedrijf aan huis beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met als maximale afmetingen 1 meter x 0,5 meter aan de voor- of zijgevel of in de voor- of Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

44

zijtuin. Neon- of andere lichtreclame is in dit kader niet toegestaan; n. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens een beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep/bedrijf als ondergeschikte nevenactiviteit. 16.5.2 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik: a. b. c. d. e. f. g. h.

als geluidszoneringsplichtige inrichtingen; voor bedrijfsmatige activiteiten, behoudens het bepaalde in 16.5.1; voor detailhandel, behoudens het bepaalde in 16.5.1; als seksinrichtingen; als staan- of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; voor verblijfsrecreatie; als sport- en wedstrijdterrein, parkeerterrein, buitenmanege of lig- en speelweide; voor het beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden met motorvoertuigen; i. voor het racen of crossen met motorvoertuigen; j. voor horeca; k. voor opslag van goederen en materialen, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; l. voor permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; m. voor bewoning als afhankelijke woonruimte. 16.6

Afwijken van de gebruiksregels

16.6.1 Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.5.2 voor het exploiteren van een bed & breakfast, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woning waarin het bed & breakfast wordt aangeboden, dient een voor wonen bestemd hoofdgebouw te zijn; b. de exploitanten van het bed & breakfast moeten hoofdbewoner zijn en er daadwerkelijk wonen; c. de kamers waarin het bed & breakfast wordt aangeboden maken deel uit van het hoofdgebouw of van vrijstaande of aangebouwde bijbehorende bouwwerken; d. alleen bijbehorende bouwwerken die op niet meer dan 15 meter afstand van de woning liggen mogen worden gebruikt voor bed & breakfast; e. maximaal 25% van het bewoonde oppervlak mag ingericht worden voor deze voorziening, met dien verstande dat maximaal vier slaapplaatsen in maximaal twee slaapkamers worden gerealiseerd; f. er mogen maximaal vier slaapplaatsen in maximaal twee slaapkamers worden gerealiseerd; g. er mogen geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan; h. de parkeerbalans in de directe omgeving mag niet nadelig worden beïnvloed; i. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; j. door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering mag de bed & breakfast-voorziening niet functioneren als een zelfstandige woning.

16.6.2 Bewoning als afhankelijke woonruimte Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.5.2 voor bewoning als afhankelijke woonruimte, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

de bewoning dient noodzakelijk te zijn uit een oogpunt van mantelzorg; er mag geen tweede woning ontstaan; per woning kan maar éénmaal gebruik worden gemaakt van de inwoningsregeling; een eigen voordeur aan de voor- of zijgevel is niet toegestaan; alle bijbehorende bouwwerken en verbouwingen dienen te voldoen aan de ten tijde van de aanvraag geldende eisen van het bouwbesluit en de bouwverordening; f. er mogen geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan; g. ten behoeve van de inwoning mag geen aparte aansluiting op de nutsvoorzieningen worden aangelegd. Hiervoor moet gebruik worden gemaakt van de reeds bestaande aansluiting; Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

45

h. na beëindiging van de situatie dient het gebruik als afhankelijke woonruimte te worden beëindigd en kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning intrekken; i. het gedeelte dat ten behoeve van inwoning wordt gebruikt, dient aansluitend aan de woning een onderlinge verbinding te hebben met de woning, niet zijnde een verbinding buitenom.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

46

Artikel 17 17.1

Leiding - Brandstof

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Brandstof' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor een brandstoftransportleiding. 17.2

Bouwregels

Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leidingen. b. overige bebouwing is uitgesloten, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde - indien de onderliggende bestemming bebouwing toelaat - en die zijn overeengekomen met de leidingbeheerder. 17.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 17.2 voor het bouwen van gebouwen in de andere bestemming, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de onderliggende bestemming laat de bebouwing toe; b. er mag geen aantasting plaatsvinden van het doelmatig functioneren van de leiding; c. vooraf dient schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de beheerder van de desbetreffende leiding. 17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; e. diepploegen; f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; g. het tijdelijk of permanent opslaan van goederen. 17.4.2 Uitzondering Het in 17.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden die: a. b. c. d.

niet dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld; behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

17.4.3 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 17.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de functie van de gronden en de leidingen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet (kunnen) worden geschaad. De beheerder van de leiding dient te zijn gehoord.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

47

Artikel 18 18.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. aanleg, instandhouding en bescherming van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen; alsmede voor: b. belemmeringenstrook van 4 m aan weerszijden van de hartlijn van de leiding; c. leidingzone; d. veiligheidszone; met daarbijbehorende: e. gebouwen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 18.2

Bouwregels

Op de voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige van toepassing zijnde regels is bepaald, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd tot een bouwhoogte van maximaal 2,5 m. 18.3

Afwijken van de bouwregels

18.3.1 Afwijken voor bouwen overeenkomstig onderliggende bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 18.2 en kan toegestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de overige voor deze gronden geldende bestemming(en), mits uit overleg met de leidingbeheerder(s) blijkt dat de veiligheid met betrekking tot de leiding niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. 18.4

Specifieke gebruiksregels

Aanleg van wegen en inritten parallel aan de gasleidingen is niet toegestaan. 18.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.5.1 Verbod Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage), anders dan normaal spit- en ploegwerk; d. diepploegen; e. het aanbrengen van gesloten verhardingen; f. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; h. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; i. het indrijven van voorwerpen in de bodem.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

48

18.5.2 Uitzondering op verbod Het in 18.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c. d.

het normale onderhoud en beheer van de gasleiding betreffen; op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn; voorkomen op de beplantingslijst van de leidingbeheerder; mechanisch worden uitgevoerd en daarmee vallen onder de werking van de Wet Informatie Uitwisseling Ondergrondse Netwerken; e. worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en); f. betreffen graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatieuitwisseling ondergrondse netwerken. 18.5.3 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 18.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de functie van de gronden en de leidingen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet (kunnen) worden geschaad. 18.5.4 Advies Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning vragen burgemeester en wethouders de betreffende leidingbeheerder(s) schriftelijk om advies. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

49

Artikel 19 19.1

Leiding - Hoogspanning

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. de aanleg, instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximum spanning van 150kV; b. toegangswegen en andere voorzieningen ten behoeve van de bestemming. 19.2

Bouwregels

19.2.1 Bouwwerken a. Op de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanning' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de in lid 19.1 bedoelde bestemming worden gebouwd; b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter. 19.2.2 Voorwaarden a. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in de gronden niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming; b. In afwijking van het bepaalde in lid 19.2.2 onder a geldt dat ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en), met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels mag worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 19.3

Afwijken van de bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 19.2.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad en hieromtrent schriftelijk advies is verkregen van de leidingbeheerder. 19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.4.1 Verboden werkzaamheden Binnen deze bestemming is een omgevingsvergunning vereist om de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d.

het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 0,80 meter onder peil; het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,80 meter onder peil; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen dieper dan 0,80 meter onder peil; e. het aanbrengen van andere kabels en leidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; g. het aanleggen van drainage dieper dan 1,0 meter onder peil; h. het aanbrengen van verhardingen, wegen en paden; i. het opslaan van goederen; 19.4.2 Uitzonderingen Het in lid 19.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en beheer ten aanzien van de hoogspanningsverbinding en belemmeringenstrook betreffen; b. reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

50

dit plan, waaronder begrepen het Tracébesluit Structurele verbreding A2 Het Vonderen Kerensheide, vastgesteld 9 december 2019; c. genoemd zijn in lid 19.4.1 onder a tot en met i en betrekking hebben op de aanleg en het beheer van de ondergrondse hoogspanningsverbinding. 19.4.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 19.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding zijn gewaarborgd. b. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning schriftelijk advies is verkregen van de leidingbeheerder.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

51

Artikel 20 20.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor een hoogspanningsleiding. 20.2

Bouwregels

Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande dat: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde welke noodzakelijk zijn voor de aanleg en het beheer en onderhoud van de leidingen en de hoogspanningsmasten wel zijn toegestaan mits de hoogte niet meer bedraagt dan 25 m. b. overige bebouwing is uitgesloten, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde - indien de onderliggende bestemming bebouwing toelaat - en die zijn overeengekomen met de leidingbeheerder. 20.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 20.2 voor het bouwen van gebouwen in de andere bestemming, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er mag geen aantasting plaatsvinden van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf dient schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de beheerder van de desbetreffende leiding. 20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten: a. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bomen; b. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 meter; c. het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren; d. het ophogen en egaliseren, bodemverlagen of afgraven of anderszins wijzigen van maaiveld of weghoogte; e. het tijdelijk of permanent opslaan van goederen. 20.4.2 Uitzondering Het in 20.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. b. c. d. e.

het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen. beplanting betreft, die voorkomt op de beplantingslijst van de leidingbeheerder; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; die worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en).

20.4.3 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 20.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de functie van de gronden en de leidingen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet (kunnen) worden geschaad. De beheerder van de leiding dient te zijn gehoord.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

52

Artikel 21 21.1

Leiding - Leidingstrook

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de reservering van gronden voor de ongestoorde doorgang van nieuw aan te leggen buisleidingen en voor de instandhouding van bestaande ondergrondse leidingen. 21.2

Bouwregels

a. Op de voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden mogen geen nieuwe gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht en mogen geen bestaande gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden uitgebreid; b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het bouwen van bouwwerken die ten dienste staan van de bestemming als omschreven in 21.1. 21.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 21.2 en de bouw ten behoeve van de onderliggende bestemming toestaan, onder de voorwaarden dat: a. de onderliggende (basis)bestemming de bebouwing toelaat; b. als gevolg van de werkzaamheden het doel van de bestemming niet onevenredig wordt belemmerd. 21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; e. diepploegen; f. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 21.4.2 Uitzondering Het in 21.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden die: a. b. c. d.

niet dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld; behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

21.4.3 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 21.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de functie van de gronden en de leidingen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. De beheerder van de leiding dient te zijn gehoord.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

53

21.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van de realisering van buisleidingen. Hierbij kan de bestemming ter plaatse van de voor Leiding - Leidingstrook aangewezen gronden, ten behoeve van één of meerdere van de volgende bestemmingen worden gewijzigd: a. b. c. d.

Leiding - Brandstof; Leiding - Gas; Leiding - Olie; Leiding - Overig;

onder de voorwaarde dat de bijbehorende directe beschermingszones niet buiten de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook' mogen vallen.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

54

Artikel 22 22.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riooll' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het beheer en het onderhoud van de rioolwatertransportleiding. 22.2

Bouwregels

Op of in de als 'Leiding - Riool' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 22.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 22.2 ten behoeve van het oprichten van bouwwerken binnen de beschermingszone van de rioolwatertransportleiding, mits: a. het belang van de leiding niet onevenredig wordt aangetast; b. door deze werken en werkzaamheden geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van de betreffende rioolwatertransportleiding; c. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming; d. bebouwing nodig is voor de instandhouding van de rioolwatertransportleiding; Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend nadat advies is ingewonnen bij de beheersinstantie van de rioolwatertransportleiding, zijnde het Waterschap Limburg. De beslissing met betrekking tot deze omgevingsvergunning wordt aan de beheersinstantie medegedeeld. 22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het bodemniveau; b. het uitvoeren van afgravings- en ontgrondingswerkzaamheden, anders dan het normale spit- en ploegwerk; c.

het aanbrengen van gesloten verhardingen; d. het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplanting; e. uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van voorwerpen in de bodem. 22.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 22.4.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; b. het rooien of vellen van bestaand houtgewas, voor zover niet diepwortelend in het kader van normale verzorging en onderhoud; c. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; d. werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; e. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

55

22.4.3 Afwegingskader De in artikel 22.4.1 genoemde omgevingsvergunning mag en moet worden geweigerd indien de beoogde werken en/of werkzaamheden de functie van de gronden onaanvaardbaar belemmeren. Tevens kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend nadat advies is ingewonnen bij de beheersinstantie. De beslissing met betrekking tot de omgevingsvergunning wordt aan de beheersinstantie van de riooltransportleiding medegedeeld.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

56

Artikel 23 23.1

Waarde - Archeologie - 2

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van de archeologische waarden. b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 23.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; d. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 50 m2. 23.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 23.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=a18ebcec-9bf4-46a0-9704-77c672801bf3