CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

02. Planregels Bestemmingsplan Tracébesluit Rijksweg A2 Sittard-Geleen

Raad 19 september 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan “Tracébesluit Rijksweg A2 Sittard-Geleen” (Geilen) (87)26.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; 2. het verlagen van het waterpeil; 3. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Het verbod, als bedoeld onder a, is niet van toepassing: 1. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 3. indien de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 50 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

57

4. indien de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; 5. indien de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; 6. indien de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; 7. indien de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 8. indien objectief wordt aangetoond dat de bodem al zodanig is verstoord door in het verleden uitgevoerde werkzaamheden dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarde; c. Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de onder a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 23.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 2' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

58

Artikel 24 24.1

Waarde - Archeologie - 3

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van de archeologische waarden. b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 24.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; d. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 100 m2. 24.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 24.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1.

grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; 2. het verlagen van het waterpeil; 3. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Het verbod, als bedoeld onder a, is niet van toepassing: 1. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 3. indien de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 100 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

59

4. indien de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; 5. indien de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; 6. indien de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; 7. indien de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 8. indien objectief wordt aangetoond dat de bodem al zodanig is verstoord door in het verleden uitgevoerde werkzaamheden dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarde; c. Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de onder a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 24.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 3' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

60

Artikel 25 25.1

Waarde - Archeologie - 4

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van de archeologische waarden. b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 25.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; d. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m2. 25.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 25.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1.

grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; 2. het verlagen van het waterpeil; 3. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Het verbod, als bedoeld onder a, is niet van toepassing: 1. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 3. indien de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 500 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

61

4. indien de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; 5. indien de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; 6. indien de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; 7. indien de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 8. indien objectief wordt aangetoond dat de bodem al zodanig is verstoord door in het verleden uitgevoerde werkzaamheden dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarde; c. Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de onder a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 25.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

62

Artikel 26 26.1

Waterstaat - Beschermingszone watergang

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang.

Op of in de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' bestemde gronden geldt de Keur van het Waterschap Limburg. 26.2

Bouwregels

Op of in de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' bestemde gronden is het verboden te bouwen. 26.3

Afwijken van de bouwregels

26.3.1 Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 26.2 ten behoeve van bebouwing als toegestaan ingevolge de ter plaatse geldende andere bestemmingen, indien door de bouw en situering van de betreffende bebouwing geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de watergang dan wel voor zover de belangen van een toekomstige versterking, verbetering, aanleg of wijziging van een waterstaatswerk niet in het gedrang komen. 26.3.2 Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 26.3.1 wordt slechts verleend, nadat ter zake advies is ingewonnen van de beheersinstantie van de in artikel 26.1 bedoelde watergang. De beslissing met betrekking tot de afwijking wordt aan de beheersinstantie meegedeeld.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

63

Hoofdstuk 3 Artikel 27

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

64

Artikel 28 28.1

Algemene bouwregels

Bestaande afmetingen en afstanden en percentages

28.1.1 Afmetingen en afstanden In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of de afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

65

Artikel 29

Algemene gebruiksregels

Het is verboden de in het plan begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming(en). Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden en bouwwerken als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden en bouwwerken als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen; d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels; e. een gebruik van gronden en bouwwerken voor straatprostitutie, een seks- of pornobedrijf dan wel een prostitutiebedrijf, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

66

Artikel 30 30.1

Algemene aanduidingsregels

geluidzone - industrie

30.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn de gronden primair bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder en voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting op nieuwe geluidgevoelige bebouwing als gevolg van industrielawaai. 30.1.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij andere bestemmingen, mag geen nieuw geluidgevoelig object worden gebouwd. 30.1.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 30.1.2 voor het bouwen van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor gelden voorkeursgrenswaarde of een door burgemeester en wethouders vastgestelde hogere grenswaarde. 30.2

milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk II

30.2.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk II' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor de bescherming van de bodem en het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. 30.2.2 Specifieke gebruik sregels Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk II' is het niet toegestaan om: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten; c. een bodemenergiesysteem op te richten, welke dieper reikt dan 30 meter beneden het maaiveld; d. boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of betoniet. 30.2.3 Uitzonderingen De in lid 30.2.2 onder a. en b. gestelde verboden gelden niet voor: a. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet; b. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven.

30.2.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 30.2.2 onder a. en b. als gewaarborgd is dat geen sprake is van nadelige gevolgen voor de grondwaterwinning en met dien verstande dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend wanneer Gedeputeerde Staten vooraf gehoord is. 30.2.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 0,30 meter beneden het Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

67

maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 0,30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Uitzonderingen Het verbod als bedoeld onder a. geldt niet voor: c. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Grondwaterwet; d. het verrichten van de bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven. Toelaatbaarheid Indien er bij de werkzaamheden als bedoeld in dit artikel sprake is van een boorput, zijn de werkzaamheden slechts toelaatbaar indien de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat van 0 tot 3,00 meter beneden het maaiveld worden afgedicht met klei of betoniet. 30.3

milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

30.3.1 Verbod Het is niet toegestaan om ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied': a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 3 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 3 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten; c. een bodemenergiesysteem op te richten; d. wegen, parkeerplaatsen, terreinen die open staan voor gemotoriseerd verkeer, vaarwegen of spoorwegen aan te leggen, veranderen of daaraan wijzigingen aan te brengen die de risico's voor de grondwaterkwaliteit verhogen. 30.3.2 Uitzonderingen De in lid 30.3.1 gestelde verboden gelden niet voor: a. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet; b. werkzaamheden ten behoeve van waterwinning met het oog op openbare drinkwaterproductie; c. het saneren van de bodem en het verrichten van handelingen ten gevolge waarvan een bodemverontreiniging wordt verminderd of verplaatst, indien dat gebeurt overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet bodembescherming; d.

het oprichten van boorputten indien het voornemen tot het slaan van een boorput vier weken tevoren schriftelijk aan gedeputeerde Staten is gemeld en bij het maken en sluiten van een boorput het VKB-protocol 2006 Mechanisch boren als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit in acht wordt genomen. e. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven. 30.3.3 Afwijking Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van de verboden in dit artikel. 30.3.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de aanduiding wijzigen in die zin dat de zone wordt aangepast indien daartoe als gevolg van wijziging in gebruik, bedrijfsvoering, regelgeving of vergunningverlening aanleiding bestaat.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

68

30.4

overige zone - antennemasten

30.4.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - antennemasten' zijn de gronden mede bestemd als zoekgebied voor het bouwen/plaatsen van antennemasten voor mobiel telefoon- en dataverkeer. 30.4.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde bij de andere bestemmingen voor het bouwen van antennemasten voor mobiel telefoon- en dataverkeer, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 40 meter; b. installaties worden in eerste instantie geplaatst op bestaande gebouwen/bouwwerken c. installaties dienen te worden geïntegreerd in de bestaande architectuur en/of omgeving, ter beoordeling van het bevoegd gezag; d. vrijstaande masten dienen zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande bebouwing of elementen. 30.5

overige zone - beekdal

30.5.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - beekdal' zijn de gronden primair bestemd voor de instandhouding en versterking van de natuurlijke waterhuishouding van zowel het oppervlaktewater als het grondwater, en de daarvan afhankelijke landschappelijke en natuurlijke waarden. 30.5.2 Bouwregels Op deze gronden mogen, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen, uitsluitend worden gebouwd bouwwerken van geringe omvang, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van een watergang of regenwaterbuffer, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte bedraagt per ha. maximaal 20 m²; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,2 meter. 30.5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden a

Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeervoorzieningen en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; c. het scheuren van grasland, voorzover het betreft waardevolle graslandvegetaties; d. het bemalen of draineren van gronden en het winnen van water of het anderszins verlagen van de grondwaterstand; e. het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en/of aanleggen van waterlopen. b

Uitzondering

Het verbod als bedoeld onder a geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en/of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn danwel het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken en/of werkzaamheden, welke op het tijdstip waarop het plan in werking treedt, in uitvoering zijn; c. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

69

c

Toelaatbaarheid

De werken en/of werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar, mits uitvoering van de werken en/of werkzaamheden niet leidt tot de in Bijlage 1 genoemde gevolgen voor landschaps-, natuuren cultuurhistorische waarden. 30.6

overige zone - recreatieve netwerken

30.6.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - recreatieve netwerken' zijn de gronden tevens bestemd voor het ontwikkelen en versterken van de betekenis van de gronden voor het extensief recreatief medegebruik in de vorm van: a. routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren b. route-ondersteunende voorzieningen, zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatievoorzieningen. 30.6.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde bij de andere bestemmingen voor het bouwen van de volgende bouwwerken: a. gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het recreatief netwerk; b. andere bouwwerken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte aan gebouwen, geen woning zijnde, bedraagt maximaal 20 m² per ha.; 2. de goothoogte van gebouwen, geen woning zijnde, bedraagt minimaal 2.40 en maximaal 3.20 meter; 3. de hoogte van andere bouwwerken bedraagt maximaal 3,20 meter; 4. de agrarische gebruiksmogelijkheden van de gronden niet onevenredig worden geschaad; 5. de belangen van natuur en landschap niet onevenredig worden geschaad; 6. het extensieve karakter van het buitengebied gewaarborgd blijft c.q.

de recreatief medegebruik ondersteunende voorzieningen landschappelijk goed worden ingepast, hetzij door afschermende gebiedseigen beplanting, hetzij door clustering aan de randen van kernen. 30.7

veiligheidszone - leiding ARG etheen 100 BAR

30.7.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding ARG etheen 100 BAR' zijn de gronden primair bestemd voor het beperken van het risico voor gevaar voor mensen in verband met het transport van gevaarlijke stoffen door de leidingen. 30.7.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen gelden ter plaatse van deze aanduiding de volgende regels: a. de bouw van kwetsbare objecten is niet toegestaan; b. de bouw van beperkt kwetsbare objecten is niet toegestaan, met uitzondering van de herbouw van bestaande beperkt kwetsbare objecten op dezelfde locatie. 30.7.3 Wijzigingsbevoegdheden Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het verwijderen of wijzigen van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding ARG etheen 100 BAR', met dien verstande dat: a. de aanduiding 'veiligheidszone - leiding ARG etheen 100 BAR' kan worden verwijderd, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de leiding buiten werking is gesteld; b.

de aanduiding 'veiligheidszone - leiding ARG etheen 100 BAR' kan worden verkleind of vervalt, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging in transportparameters de plaatsgebonden risicocontour kleiner is geworden of niet meer aanwezig is of dat door aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, dan wel nieuwe rekenmethoden of anderszins een kleinere plaatsgebonden 10-6/jr risicocontour geldt.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

70

30.8

veiligheidszone - leiding olie PRB 67 BAR

30.8.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding olie PRB 67 BAR' zijn de gronden primair bestemd voor het beperken van het risico voor gevaar voor mensen in verband met het transport van gevaarlijke stoffen door de leidingen. 30.8.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen gelden ter plaatse van deze aanduiding de volgende regels: a. de bouw van kwetsbare objecten is niet toegestaan; b. de bouw van beperkt kwetsbare objecten is niet toegestaan, met uitzondering van de herbouw van bestaande beperkt kwetsbare objecten op dezelfde locatie. 30.8.3 Wijzigingsbevoegdheden Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het verwijderen of wijzigen van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding olie PRB 67 BAR', met dien verstande dat: a. de aanduiding 'veiligheidszone - leiding olie PRB 67 BAR' kan worden verwijderd, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de leiding buiten werking is gesteld; b.

de aanduiding 'veiligheidszone - leiding olie PRB 67 BAR' kan worden verkleind of vervalt, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging in transportparameters de plaatsgebonden risicocontour kleiner is geworden of niet meer aanwezig is of dat door aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, dan wel nieuwe rekenmethoden of anderszins een kleinere plaatsgebonden 10-6/jr risicocontour geldt. 30.9

veiligheidszone - lpg

30.9.1 Verbod Het is niet toegestaan nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' op te richten. 30.9.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 30.9.1 teneinde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' op te richten, mits uit onderzoek blijkt dat dit vanuit het aspect externe veiligheid niet op bezwaren stuit. 30.9.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de aanduiding wijzigen in die zin dat de zone 'veiligheidszone - lpg' wordt aangepast indien daartoe als gevolg van wijziging in gebruik, bedrijfsvoering, regelgeving of vergunningverlening aanleiding bestaat. 30.10

veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen

30.10.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen'zijn de gronden bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de aanwezigheid van een transportroute van gevaarlijke stoffen over het spoor en over de weg. 30.10.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mogen geen gebouwen ten behoeve van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden opgericht.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

71

30.10.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 30.10.2 voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nieuwe kwetsbare objecten voor zover in overeenstemming met de andere bestemmingen, met dien verstande dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. 30.10.4 specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van scholen, woonzorgcentra, kinderdagverblijven en ziekenhuizen, voor zover die mee brengen dat niet-zelfredzame personen zich in de gebouwen en op de gronden ophouden, niet toegestaan. 30.10.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen voor: a. het verplaatsen of verkleinen van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' in verband met het verplaatsen van de transportroute vervoer gevaarlijke stoffen, met dien verstande dat het woon- en leefmilieu van de aangrenzende gronden niet verslechtert; b. het verwijderen van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen', met dien verstande dat het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de transportroute gevaarlijke stoffen wordt beëindigd. 30.11

vrijwaringszone - spoor

30.11.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - spoor' mag niet worden gebouwd en mogen geen werken of werkzaamheden worden uitgevoerd in strijd met de Spoorwegwet, zonder vergunning of ontheffing door of vanwege de Minister van Verkeer en Waterstaat. 30.12

vrijwaringszone - weg 1

30.12.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 1' mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer. 30.12.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 30.12.1, met dien verstande dat: a. b. c. d.

gebouwd wordt overeenkomstig de onderliggende bestemming; dit vanuit milieuoogpunt en oogpunt van verkeersveiligheid aanvaardbaar is; geen belemmering ontstaat voor beoogde toekomstige infrastructurele uitbreidingen; vooraf een positief advies is gekregen van de beheerder van de betreffende weg.

30.13

vrijwaringszone - weg 2

30.13.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 2' mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer. 30.13.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 30.13.1, met dien verstande dat: a. b. c. d.

gebouwd wordt overeenkomstig de onderliggende bestemming; dit vanuit milieuoogpunt en oogpunt van verkeersveiligheid aanvaardbaar is; geen belemmering ontstaat voor beoogde toekomstige infrastructurele uitbreidingen; vooraf een positief advies is gekregen van de beheerder van de betreffende weg

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

72

Artikel 31

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bepaalde in het plan voor: a. het afwijken van de voorgeschreven goothoogte, hoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven afmetingen en afstanden; b. het afwijken van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende reden zijn die zich tegen de afwijking verzetten, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt; c. ten behoeve van kunstwerken voor fauna, tot een maximale hoogte van 10 meter.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

73

Artikel 32 32.1

Overige regels

Prioriteit van dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen

a. Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. Waar dubbelbestemmingen en/of gebiedsaanduidingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de bestemmingen 'Leiding - Gas', 'Leiding - Brandstof', 'Leiding - Hoogspanning', 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'; en 'Leiding - Leidingstrook'; 2. in de tweede plaats de regels van de bestemming 'Leiding - Riool'; 3. in de derde plaats de regels van de bestemmingen 'Waarde - Archeologie - 2', 'Waarde Archeologie - 3' en 'Waarde - Archeologie - 4'; 4. in de vierde plaats de regels van de bestemming Waterstaat - Beschermingszone watergang'; 5. in de vijfde plaats de regels van de gebiedsaanduidingen 'veiligheidszone - leiding ARG etheen 100 BAR', 'veiligheidszone - leiding olie PRB 67 BAR', 'veiligheidszone - lpg' en veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen'; 6. in de zesde plaats de regels van de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - spoor', vrijwaringszone - weg 1' en 'vrijwaringszone - weg 2'; 7. in de zevende plaats de regels van de gebiedsaanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied'; 8. in de achtste plaats de regels van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk II'; 9. in de negende plaats de regels van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'; 10.

in de tiende plaats de regels van de gebiedsaanduiding ''overige zone - antennemasten'; 11. in de elfde plaats de regels van de gebiedsaanduiding 'overige zone - recreatieve netwerken'.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

74

Hoofdstuk 4 Artikel 33 33.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 33.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

75

Artikel 34

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Tracébesluit A2'.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

76

Bijlagen bij regels

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

77

Bijlage 1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

78

Bijlage 1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Werken en werkzaamheden BODEM •

1. Afgraven (verlagen) o a. definitie: ▪ Het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen. o b. doel: ▪ Verschraling: verwijderen van bemeste/verzuurde gronden ▪ Tegengaan verdroging in verdroginggevoelige gebieden ▪ Grondstoffenwinning (humus, zand, klei, leem) ▪ Aanleggen van poelen o c. effect: ▪ Verandering bodemprofiel ▪ Verkleining afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte) o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden (Landschap, Natuur en Cultuurhistorische waarden): ▪ Vernatting ▪ Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) ▪ Verlies ecologische gradiënt bij slootkanten, poelen, laagtes en overig microreliëf ▪ Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, holle wegen, steilranden) ▪ Verlies vegetatiewaarden

•

2. Ophogen o a. definitie: ▪ Het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag o b. doel: ▪ Mogelijk maken van bouwactiviteiten door aanvoer van grond van elders ▪ Opheffen van maaivelddaling ten gevolge van inklinking ▪ Verschraling door aanvoer van grond van elders o c. effect: ▪ Verandering bodemprofiel ▪ Vergroting afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte) o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verdroging ▪ Verschraling ▪ Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) ▪ Verlies vegetatiewaarden ▪ Verlies aan bodemleven

•

3. Vergraven o a. definitie: ▪ Het verwijderen van een of meerdere bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders. o b. doel: ▪ Het graven en opvullen van drainagesystemen en andere sleuven en kuilen o c. effect: ▪ Verandering bodemprofiel ▪ Verandering waterhuishouding in de bodem o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden:

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Verschraling Verandering hydrologische situatie Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) Verlies vegetatiewaarden Verlies aan bodemleven

•

4. Diepploegen en -woelen o a. definitie: ▪ Het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel, eventueel tot in de diepere ondergrond. (Eenmalige ingreep met blijvend effect) o b. doel: ▪ Verbetering bodemprofiel voor agrarisch gebruik ▪ Vergroten bewortelingsdiepte ▪ Vergroten berijdbaarheid ▪ Verschraling ▪ Mengen van kleigrond met onderliggend zand o c. effect: ▪ Homogenisatie van de bodem ▪ Vernietiging bodemprofiel ▪ Verandering waterhuishouding bodem o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Drastische wijziging bodem en daarmee groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren etc. ▪ Verschraling ▪ Verandering hydrologische situatie; in gebieden met stagnerend grondwater kan doorbreking van een ondoorlatende laag in de bodem leiden tot verdroging omgeving en leeglopen vennen. ▪ Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) ▪ Verlies microreliëf ▪ Verlies vegetatiewaarden ▪ Verlies aan bodemleven

•

5. Egaliseren o a. definitie: ▪ Het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (feitelijk een combinatie van ophogen en afgraven) o b. doel: ▪ Wateroverlast en droogtegevoeligheid binnen agrarisch perceel tegengaan ▪ Verbetering van de bewerkbaarheid voor agrarisch gebruik ▪ Opheffen niveauverschillen die het effect zijn van inklinking o c. effect: ▪ Afvlakken van reliëf ▪ Verandering waterhuishouding bodem o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verandering hydrologische situatie ▪ Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) ▪ Verlies aan biotopen van microreliëf (bermen, hellinkjes, gradiënten hooglaag

•

6. Indrijven van voorwerpen in de grond o a. definitie: ▪ Diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen o b. doel: ▪ Dragers voor bouwwerken aanbrengen, damwanden plaatsen o c. effect:

o

▪ Bouwen op slappe bodem is mogelijk, afschermen van delen van de bodem ▪ Ondergrondse leidingen kunnen beschadigd worden d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ doorbreken ondoorlatende bodemlagen en daarmee verstoring van de (grond)waterhuishouding

WATERHUISHOUDING •

7. Aanleg drainagestelsel o a. definitie: ▪ Het aanbrengen van drainagebuizen in de grond, in het algemeen op een diepte van 80-110 cm -mv. o b. doel: ▪ (Versterken) ontwatering van een of meerdere percelen o c. effect: ▪ Lokale verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden) ▪ Verdroging -> verzuring ▪ Verlies aan natte levensgemeenschappen

•

8. Aanbrengen onderbemaling o a. definitie: ▪ Bemalen van een of meerdere percelen, waardoor de grondwaterspiegel er lager staat dan in het omringende gebied. o b. doel: ▪ Vergroten afstand maaiveld-grondwaterspiegel, droger maken perceel o c. effect: ▪ Verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger ▪ Aantrekken grondwater uit de omgeving -> omgeving wordt droger o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verlies aan natte levensgemeenschappen ▪ Inklinking veenbodem (onomkeerbaar) ▪ Verdroging -> verzuring

•

9. Aanleggen van dammen o a. definitie: ▪ Aanbrengen van een permanent, stuwend obstakel over de gehele breedte van een watergang. Hoogte zodanig dat waterloop ten dele of volledig geblokkeerd wordt. o b. doel: ▪ Vasthouden water in een gebied (door verkleinen debiet) ▪ Verminderen stroomsnelheid ▪ Afsluiten waterloop ▪ Afwatering gebied in andere richting dwingen o c. effect: ▪ Afname dynamiek in de waterloop ▪ Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop ▪ Afname stroomsnelheid ▪ Isolatie waterloop t.o.v. het stelsel van waterlopen o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water ▪ Verlies variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit ▪ Verlies natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) ▪ Vernatting ▪ Verminderen verdroging

•

10. Aanbrengen van stuwen o a. definitie: ▪ Aanbrengen van een stuwend obstakel waarvan de werking tijdelijk geheel of gedeeltelijk opgeheven kan worden. o b. doel: ▪ Verminderen stroomsnelheid ▪ Vasthouden water in een gebied (verkleinen debiet) o c. effect: ▪ Vermindering dynamiek in waterloop ▪ Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop ▪ Sterk wisselende stroomsnelheid o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water ▪ Wegspoelen levensgemeenschappen bij openen stuw ▪ Verlies aan variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit ▪ Verdwijnen natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) ▪ Vernatting ▪ Verminderen verdroging

•

11. Aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels o a. definitie: ▪ Aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten en greppels. o b. doel: ▪ Verbeteren ontwatering agrarische gronden. o c. effect: ▪ Verkleining afstand maaiveld-grondwaterspiegel (ontwateringsdiepte) ▪ Vergroten oppervlakkige afstroming neerslagwater ▪ Droger worden omgeving ▪ Verlies aan levensgemeenschappen van slootkanten door steiler worden talud o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Aantrekken kwelstromen in nieuwe of uitgediepte sloten -> voor natuur waardevol kwelwater wordt afgevoerd en bereikt maaiveld niet ▪ Verdroging omgeving -> verlies aan natte biotopen, verzuring ▪ Tijdelijke en blijvende schade aan levensgemeenschappen van sloten en slootkanten ▪ Toename extremen in waterafvoer -> moeilijker bestaan voor levensgemeenschappen van sloten en slootkanten ▪ Verlies aan waterplanten (door schonen en door verandering in waterafvoer en beekprofiel)-> verbraseming; slechtere waterkwaliteit ▪ Verandering percelering (landschappelijk/cultuurhistorisch aspect) ▪ Verandering karakter sloten en greppels (landschappelijk aspect)

•

12. Dempen sloten en greppels o a. definitie: ▪ Dichten van sloten of greppels met van elders aangevoerde grond o b. doel: ▪ Verkleinen waterafvoer van agrarische gronden ▪ Wijzigen perceelsindeling o c. effect: ▪ Natter worden van omliggende gebied ▪ Afname totale slootlengte o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van sloten, slootkanten ▪ Verdwijnen verbindingszone voor planten en dieren ▪ Vernatting omgeving ▪ Verandering kavelpatroon

•

13. Dempen van kleine geïsoleerde wateren o a. definitie: ▪ Dichten van kleine wateren (poelen, vennen, wielen, afgesneden meanders) met van elders aangevoerde grond o b. doel: ▪ Egaliseren agrarisch perceel ▪ Vergroting oppervlak agrarisch bruikbare grond ▪ Efficiëntere bewerking agrarische grond mogelijk maken o c. effect: ▪ Verlies aan kleine wateren ▪ Egalisatie landschap ▪ Toename kwel in directe omgeving o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van poelen, vennen, oevers ▪ Verlies aan voortplantingsplaatsen voor amfibieën ▪ Vernatting directe omgeving

•

14. Aanbrengen oeverbeschoeiing: o a. definitie: ▪ Het aanbrengen van houten of betonnen versteviging op of voor een oever o b. doel: ▪ Tegengaan van wegslaan van de oevers door waterstroming of golfslag o c. effect: ▪ Stabilisatie oevers (plaats en vorm) ▪ Verloren gaan natuurlijke oever ▪ Onderbreking gradiënt nat-droog ▪ Oever wordt hoger en steiler (90° t.o.v. wateroppervlak) o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Oevers worden niet-passeerbare barrières voor veel diersoorten (o.a. das, egel, kikker), en kosten daardoor dierenlevens ▪ Verdwijnen of aantasting van groeiplaats voor oevervegetaties ▪ Verdwijnen natuurlijke oevers en variatie daarin (bv. nestgelegenheid voor ijsvogels).

BEPLANTINGEN •

15. Rooien van houtgewas o a. definitie: ▪ Het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen) o b. doel: ▪ Verwijderen van ziek plantmateriaal ▪ Onderhoud - uitdunning ▪ Hinder voor agrarische bedrijfsvoering verminderen o c. effect: ▪ Grotere openheid landschap ▪ Verlies aan beschutting, schaduw o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos ▪ Verlies aan oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten (o.a. vlinders, vleermuizen, marterachtigen) ▪ Verlies aan slaap/schuilplaatsen, nestgelegenheid, dekking tegen weersomstandigheden ▪ Grotere openheid, betekent soms toename leefgebied weidevogels ▪ Verlies aan landschapselementen (landschappelijk, cultuurhistorisch aspect)

•

16. Aanplanten van houtgewas (uitgezonderd: boomteelt) o a. definitie: ▪ Het planten van bomen en/of struiken o b. doel: ▪ Vergroten natuurwaarden, landschappelijke kwaliteit ▪ Houtproductie ▪ Bescherming tegen wind o c. effect: ▪ Verminderen openheid landschap ▪ Toename houtgewas/landschapselementen ▪ Meer beschutting, schaduw o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Toename biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos e.d. ▪ Nieuwe oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten ▪ Beschutting voor planten en dieren ▪ Minder openheid, kan verlies betekenen voor leefgebied weidevogels ▪ Ander landschapsbeeld

•

17. Omzetten van grasland in bouwland of sierteeltgrond o a. definitie: ▪ Verwijderen gras en aanplanten of inzaaien van andere gewassen o b. doel: ▪ Gebruik grond voor de teelt van gewassen voor voedselproductie of productie van diervoeders o c. effect: ▪ Grasland verdwijnt, perceel krijgt andere functie o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verlies aan graslandvegetaties en bijbehorende fauna ▪ Fourageerplaats voor enkele diersoorten gaat verloren (o.a. das) ▪ Verkleining areaal weidevogelgebied

•

18. Omzetten van grasland in boomkwekerij o a. definitie: ▪ Verwijderen gras en aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben o b. doel: ▪ Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen o c. effect: ▪ Grasland verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verloren gaan van graslandvegetaties en bijbehorende fauna ▪ Fourageerplaats voor enkele diersoorten verdwijnt (o.a. das) ▪ Verkleining areaal weidevogelgebied ▪ Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren)

•

19. Omschakeling van bouwland naar boomteelt o a. definitie: ▪ Het aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben o b. doel: ▪ Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen o c. effect: ▪ Akkerbouwgrond verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Verloren gaan van biotoop voor soorten / Fourageerplaats, die (deels) afhankelijk zijn van akkerbouwgronden ▪ Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren)

INFRASTRUCTUUR EN ONTSLUITING •

20. Aanbrengen van verhardingen o a. definitie: ▪ Het bestraten of asfalteren van de bodem o b. doel: ▪ Tegengaan vervuiling bodem en grondwater (bv. door aanleg mestplaat, ondergrond voor containerteelt) ▪ Aanleggen ontsluitingspad in weilanden of akkers ▪ Aanleggen van langzaam verkeer routes of parkeerplaatsen ten behoeve van recreatief medegebruik o c. effect: ▪ Afsluiting bodem ▪ Oppervlakkige afvoer neerslag (met evt. verontreiniging) naar randen verharding o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Biotoop voor soorten die in de bodem leven gaat verloren ▪ Verharding is barrière voor kleine diersoorten (o.a. muizen, amfibieën, insecten) ▪ Vermindering infiltratie kan groeiplaats vegetatie in de directe omgeving beïnvloeden ▪ Archeologisch interessante bodem wordt ontoegankelijk ▪ Verstening buitengebied

•

21. Aanbrengen van ondergrondse leidingen o a. definitie: ▪ Vergraven en eventueel plaatselijk rooien van houtgewas o b. doel: ▪ Leggen van diverse leidingen o c. effect: ▪ als bij vergraven en rooien houtgewas o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ Als bij vergraven en rooien houtgewas

•

22. Wijzigen perceelsindeling o a. definitie: ▪ Verwijderen bestaande perceelsgrenzen en/of aanbrengen nieuwe perceelsgrenzen (sloten, afrasteringen, hagen, houtwallen) o b. doel: ▪ Efficiënter gebruik van agrarische grond mogelijk maken, veldsituatie aanpassen aan eigendomssituatie o c. effect: ▪ Verdwijnen van perceelsgrenzen ▪ Nieuwe perceelsgrenzen o d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: ▪ het verkavelingspatroon verandert ▪ patroon van watergangen verandert ▪ schaalvergroting/schaalverkleining ▪ verdwijnen/toevoegen verbindingswegen (perceelsranden) en oriëntatielijnen voor sommige diersoorten

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

86

Staat van bedrijfsactiviteiten

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

74 75 75 75 91 91 9111 92 92 921, 922 9251, 9252 93 93 9305

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 84 84 84 94 94 941, 942 59 59 591, 592, 601, 602 9101, 9102 93 96 9609

GEVAAR

74

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

GELUID

74

16 162902 17 58 581 1814 1814 182 52 52 5222 791 5229 64 53 531, 532 61 64, 65, 66 64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68 41, 68 41, 68 62 62 62 72 72 722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

STOF

14 141

-

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

18 182 20 20 205 21 22 221 2223 2225 223 63 63 6322, 6323 633 634 64 64 641 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 70 72 72 72 73 73 732

OMSCHRIJVING

SBI-2008

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10

10

30

10

30

2

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

10

10

30

0

30

2

0 0 30 0

0 0 0 0

10 10 30 10

0 0 10 0

10 10 30 D 10

1 1 2 1

0 0 0

0 0 0

10 10 10

0 0 0

10 10 10 D

1 1 1

0 0

0 0

30 C 10 C

0 0

30 10

2 1

0

0

10 C

0

10

1

0

0

10

0

10

1

0

0

10

0

10

1

0

0

10

0

10

1

nummer

SBI-1993

-

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) A Grafische afwerking Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek -

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

A A -

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

0

0

10

0

10 D

1

OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN Openbaar bestuur (kantoren e.d.)

0

0

10

0

10

1

DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)

0

0

10

0

10

1

CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.

0 0

0 0

30 C 10

10 0

30 10

2 1

0

0

10 C

0

10 D

1

-

- OVERIGE DIENSTVERLENING B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

Bijlage 3 Overzicht beroep of bedrijf aan huis

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1883.BPTracebesluitA2-ON01 vastgesteld

88

Overzicht beroep of bedrijf aan huis Beroep aan huis

Bedrijf aan huis

Advocaat Accountant – administratieconsulent Alternatieve genezer

Autorijschool (geen theorie) Bloemschikker Computerservice (o.a. systeembouw/analyse) Decorateur Fietsenreparateur Fitnessstudio Fotograaf Goud- en zilversmid Glazenwasser Hoedenmaker Hondentrimmer Instrumentenmaker Internetverkoop Kaarsenmaker Kapsalon Klompenmaker Koeriersdienst Lijstenmaker Loodgieter Meubelmaker Muziekinstrumentenmaker Nagelstudio/pedicure Pottenbakker Prothesenmaker Reisorganisatie (kleinschalig) Reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio’s-Tv’s/ horloges etc.) Schoonheidsspecialist Traiteur Tv/radio reparateur Zadelmaker

Belastingconsulent Bouwkundig architect Dierenarts Fysiotherapeut Gerechtsdeurwaarder Huidtherapeut Huisarts Interieurarchitect Juridisch adviseur Kunstenaar Logopedist Medisch specialist Notaris Oefentherapeut Cesar/Mensendieck Organisatieadviseur Orthopedagoog Psycholoog Raadgevend adviseur Redacteur Registeraccountant Stedenbouwkundige Tandarts Tandarts – specialist (al dan niet beëdigd) tolk-vertaler Tuin- en landschapsarchitect Verloskundige

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=a18ebcec-9bf4-46a0-9704-77c672801bf3