02 Bijlage 2 Projectplan Warmtenet Zuid-Limburg Fase 3
Tekst van het document
Daarbij wordt ook inzicht gegeven in de ondergrondse infra en ondergrondse obstakels (bijvoorbeeld ondergrondse afvalcontainers) op basis van onder andere een KLIC-melding4 ter voorkoming van graafschade. Inventarisatie onderzoeken Vervolgens wordt er ook een overzicht inclusief doorlooptijden en kosten gemaakt van de benodigde onderzoeken ten behoeve van vergunningen op basis van het VO. De (out of pocket) kosten zullen meegenomen worden in de businesscase. Hierbij zal rekening worden gehouden met de volgende aspecten: 3 4
Volloop is het percentage aansluitingen dat binnen een bepaalde periode wordt gerealiseerd. https://www.klicmelding.nl/over
25
•
•
Vooronderzoeken (schetsontwerp (SO) en VO): o Archeologie; o Natuurtoets; o Bureauonderzoek NGE (Niet Gesprongen Explosieven); o Bureauonderzoek Geohydrologie; o Milieukundig historisch bureauonderzoek bodemonderzoek; o Vormvrije MER (Milieu Effecten Rapport) beoordeling; o Aerius berekening stikstof. Vervolgonderzoeken definitief ontwerp ) o Ecologisch werkprotocol; o Boomeffect analyse; o Milieukundig veldonderzoek en asbestanalyse; o Geohydrologisch veldonderzoek.
Inventariseren van proefsleuven Op basis van geïdentificeerde knelpunten wordt vastgesteld of uitvoeren van proefsleuven noodzakelijk is en zo ja, wanneer in de tijd. Vooralsnog is de aanname dat de activiteiten worden voorzien omtrent tijdstip van definitief ontwerp (DO). De (out of pocket) kosten zullen wel meegenomen worden in de businesscase, indien van toepassing. Mocht tijdens Fase 3 WZL blijken dat deze activiteiten in relatie tot het tijdig opleveren van het warmtenet naar voren getrokken moeten worden dan zal dit besproken worden in het projectteam. Voorlopig ontwerp maken van het warmtenet tracé Dit omvat het maken van een voldoende gedetailleerde technische en financiële uitwerking van het transport- en distributie warmtenet voor het nemen van een voorlopig investeringsbesluit en afstemming met betrokken partijen over locatie en randvoorwaarden van uitkoppelpunt en de decentrale energiecentrale(s). Hiervoor is nodig het nodig om het demarcatiepunt met de bron en de afnemers te definiëren middels het: 1. Vastleggen van de nodige afspraken over dit punt; 2. op basis van detailleren (en waar nodig wijzigen) van schetsontwerp naar voorlopig ontwerp warmtenet tracé; en 3. beargumenteren waarom voor het voorkeur tracé is gekozen.
Tot slot moet er ook een raming gemaakt worden op basis van voornoemd voorlopig ontwerp waar aan Enpuls Warmte Infra en de WZL partners zich kunnen committeren ten behoeve van de integrale businesscase en voorlopige investeringsbesluiten. Nieuwe routekaart maken o.b.v. de afnemers Opstellen nieuwe routekaart(-en) van transportnet en distributienet op VO niveau. Overzichtstekeningen worden getekend op een schaal van 1: 2000 (A1-formaat). Routekaarten worden getekend op een schaal van 1:500. Hydraulisch ontwerp maken warmtesysteem [Enpuls Warmte Infra] WZL zal organisch groeien, van een ‘Proof of Concept’ (PoC), aangesloten op de eerste uitkoppeling bij Chemelot (of tijdelijke andere bron) naar een warmtenet dat meerdere 26
gemeenten ontsluit én naast de centrale restwarmtebron ook decentrale bronnen kan ontsluiten. Dat vraagt om aandacht voor dimensionering van de hoofdleidingen, die in de loop der jaren uitgebreid en beter benut gaan worden. In dit projectplan worden veel activiteiten per werkpakket ingedeeld en georganiseerd. Om te borgen dat werkpakketen onderling afgestemd worden en voldoende aan de projectdoelstellingen voldoen, zal een hydraulisch model worden opgesteld (dat tevens inzicht geeft in het energetisch ontwerp). In dit model kunnen de huidige uitgangspunten en toekomstige aannames dynamisch gesimuleerd worden. De resultaten kunnen vervolgens gebruikt worden voor de definitieve ontwerpkeuzes, het ontwerpen van regelingen voor een automatisch, betrouwbare en goed functionerend systeem, en het tussen partijen onderling uitwerken van afspraken. Inventariseren van vergunningen Dit behelst het opzetten van een overzicht met benodigde vergunningen voor realisatie warmtenet (transport en distributie). Bepalen van een vergunningenstrategie (coördinatie en milieueffectrapportage). Mocht tijdens de ontwikkelfase blijken dat deze activiteiten in relatie tot het tijdig opleveren van het warmtenet naar voren getrokken moeten worden dan zal dit besproken worden in het regieteam. Er wordt ook een lijst gemaakt van eventueel te vestigen zakelijk recht, recht van opstal en dergelijke.
Wat levert het op? Vaststellen afnemers • Een lijst met de gecommitteerde afnemers inclusief de benodigde warmtevraag per afnemer; • Op een tracé tekening wordt aangegeven waar een gecommitteerde afnemer is gelegen inclusief de aansluitleiding tot 1 meter uit de gevel. Ontwerp ateliers • Verslagen waarin opgenomen toestemming en eventuele functionele eisen; • Een gezamenlijk gedragen en uitvoerbaar tracé dat verder uitgewerkt zal worden tot op VO niveau. Kadastrale recherche en ondergrondse infra • Kadastrale ondergrond op tracé tekening; • Ondergrondse infra en ondergrondse obstakels op tracé tekening; • Lijst met kadastrale/gegevens eigenaar. Onderzoeken • Overzicht benodigde onderzoeken ten behoeve van vergunningen inclusief doorlooptijd en specificatie om het in de markt te zetten; • Kosten raming aanvullende onderzoeken ten behoeve van vergunningen. Proefsleuven • Lijst waar proefsleuven noodzakelijk zijn inclusief raming en planning op basis van geïdentificeerde knelpunten. Voorlopig ontwerp • Rapportage VO inclusief raming +/- 20%. Nieuwe routekaart • Overzichtstekening van het definitieve tracé, inclusief warmteoverdrachtstations dat geschikt is voor verdere vergunningenprocedures; • Routekaarten van de definitieve tracés (inclusief sleufprofiel en kunstwerken) van het transportnet; 27
• Tekeningen met bovenaanzicht van het distributienet. Hydraulisch ontwerp • Afstemming tussen projectorganisatie WZL en over de scopebepaling van hydraulisch ontwerp; • Opvolging geven hieraan. Inventarisatie vergunningen • Lijst vergunningen en aan te leveren documenten inclusief procedure en bijbehorende doorlooptijd ; • Lijst van benodigde zakelijk recht overeenkomsten; • Raming ten behoeve van de businesscase. Ambtelijke afstemming • Verslagen waarin opgenomen toestemming/goedkeuring/reservering en eventuele functionele eisen.
4.3 Warmteoverdracht- en regelstations Wat is het? Een warmteoverdrachtstation (WOS) vormt de schakel tussen het primaire net op hoge druk (tot 16 bar) en het lagedruk distributienetwerk (tot 6 bar) waar afnemers op aangesloten zijn. In een dergelijk onderstation zijn typisch warmtewisselaars opgesteld voor de warmteoverdracht en hydraulische scheiding tussen voorgenoemde netwerken, met daarnaast een automatische suppletie-installatie en de pompen ten behoeve van het distributienetwerk. Tenslotte kunnen er ook decentrale piek- en back-upketels geplaatst worden5. Wat moet er gebeuren? Locatie onderzoek onderstation(s) Met betrekking tot de scope Zuid Geleen dient er naar verwachting initieel op één tot twee plaatsen een WOS geplaatst te worden afhankelijk van de lay-out van het netwerk. Voor latere delen (in het kader van volloop) kan de afweging gemaakt worden om deze vanuit deze, dan wel separate WOS te beleveren.
Voor het bedrijventerrein Krawinkel dat zich bevindt in het Fase 3 WZL zoekgebied Zuid Geleen, kan er gekozen worden: • Voor een distributienetwerk vanuit de Hub, waarbij een separaat WOS onnodig is; • Indien slechts een beperkt aantal ondernemingen wenst aan te sluiten kunnen directe aansluitingen op een primaire leiding overwogen worden; • Om centraal een WOS met separaat distributienetwerk te voorzien, met oog op het later volledig aardgasvrij maken van het gehele gebied. Voor het gebied Zuid Geleen dient een locatie voor een WOS, bij voorkeur centraal nabij het warmte uitkoppelpunt (HUB) gerealiseerd te worden. Zo’n WOS kan ook inpandig, in een 5
In het geval van decentrale piekketels dient de economische afweging gemaakt worden tussen lagere investeringen in het transportnetwerk en hogere operationele kosten van decentrale gasaansluitingen en meerdere energiebelastingstraffels. Ook dient rekening gehouden te worden met toekomstige verduurzamingsopgaven.
28
bestaand pand gerealiseerd worden mits voldoende ruimte beschikbaar is (typisch waar nu grote gasketels opgesteld staan), en het vestigen van opstalrecht overeen te komen is. Er wordt in eerste instantie verkend wat de mogelijkheden zijn in een nauwe samenwerking tussen (net-)engineering, de gemeente, en eigenaren van potentiële locaties met betrekking tot een geschikte locatie. Technische en financiële uitwerking van WOS Het doel van dit deel van het werkpakket is een voldoende gedetailleerde technische en financiële uitwerking van de WOS voor het nemen van een investeringsbesluit, waarvoor nodig is: 1. Demarcatie van het totale maximale gebied wat vanuit elk WOS gevoed moet kunnen worden; 2. Het vastleggen van de warmtevraag van dit gebied, rekening houdend met toekomstige ontwikkelingen en een minimale basisstandaard aan isolatie; 3. Op basis daarvan een schetsontwerp van de benodigde technische installaties om hierin te voorzien. Met waar mogelijk een modulaire opbouw om vollooprisico’s 6 te mitigeren; 4. Het detailleren (en waar nodig wijzigen) van het schetsontwerp naar een voorlopig ontwerp, en het maken van een financiële raming op basis van voornoemd voorlopig ontwerp waar aan de WZL-projectpartners zich kunnen committeren t.b.v. de integrale businesscase en investeringsbesluiten.
Inventarisatie vergunningen en/of benodigde overeenkomsten voor WOS Er wordt een inventarisatie gemaakt van de benodigde overeenkomsten en/of vergunningen en bijbehorende procedure/doorlooptijd voor het/de WOS(en), inclusief een overzicht van de te aanleveren documenten t.b.v. de vergunningaanvragen. Energiehulpsystemen t.b.v. WOS Voor de WOS zal worden getoetst, middels een voorlopige aanvraag, of de benodigde capaciteit aan elektriciteit of (tijdelijk) gas voorhanden is, zo ook geïnventariseerd wat de kosten van een dergelijke aansluiting zijn en wat de aansluittermijn is. Daarnaast is het voor de overall businesscase belangrijk om in kaart te brengen wat de verwachte verbruiken zijn, hoeveel dit gaat kosten. Wat levert het op? • Akkoord locatie(s) WOS(s), incl. voorwaarden voor te vestigen overeenkomsten. • Maken van een voorlopig ontwerp voor de/het WOS(en) en ramingen waaraan WZLpartners zich kunnen committeren t.b.v. de integrale businesscase en investeringsbesluiten. • Lijst vergunningen incl. procedure, aan te leveren documenten en doorlooptijd. • Lijst wat nodig is incl. investering, verbruik en kosten hiervan t.b.v. integrale businesscase, 6
Volloop is het percentage aansluitingen dat binnen een bepaalde periode wordt gerealiseerd. Voor de businesscase van een warmtenet kan een langzame en onzekere 'volloop' van een warmtenet een belemmering zijn. Het vollooprisico is het risico dat de vraag naar warmte en koude achterblijft bij de verwachte afzet op het moment dat het investeringsbesluit werd genomen.
29
•
Lijst hoe e.e.a. praktisch wordt gerealiseerd inclusief of het mogelijk is (capaciteit beschikbaar) en met welke doorlooptijd rekening gehouden moet worden m.b.t. realisatie.
30
5 Klant en markt 5.1
Scope analyse
Wat is het? Binnen het gebied waar het warmtenet ontwikkeld wordt vindt een analyse van de (gebouwde-) omgeving plaats. Op basis van criteria zoals eigenaarschap, huidige warmtevraag en toekomstplannen (verduurzamen, renovatie, sloop, nieuwbouw etc.) worden de panden binnen het gebied ingedeeld in drie categorieën: • Categorie A – Dit betreft de zogenaamde startmotor. Deze panden vormen organisatorisch, contractueel en technisch het startpunt van waaruit het warmtenet kan groeien. Achterliggende partijen worden maximaal gecontracteerd voorafgaand aan het eerste investeringsbesluit. Het zijn typisch meergezinswoningen van woningcorporaties en overheid-, onderwijs- en zorginstellingen. Afhankelijk van de omgeving kunnen hier andere grootverbruikers aan toegevoegd worden voor zover ze in de buurt liggen en praktisch contracteerbaar zijn op korte termijn. • Categorie B - Dit zijn overige grootverbruikers (>100kWth), het betreft bijvoorbeeld grotere kantoorpanden, bedrijfshallen, supermarkten, private sport- of zwemfaciliteiten etc. Daarnaast valt typisch ook laagbouwbezit van woningcorporaties onder deze categorie, dit betreffen dan individuele kleinverbruikersaansluitingen.
• Categorie C – Alle overige kleinverbruikers; de bulk van de panden die onder deze categorie vallen betreft privaat woningbezit, aangevuld met alle overige kleinere (zakelijke-) panden zoals een huisartsenpraktijk, kleiner winkelpand, sportschool, etc. Categorie C is daarmee veruit de grootste in absolute warmtevraag, maar tevens het moeilijkst te contracteren omdat voor elke kleinverbruikersaansluiting een separate contractant dient te besluiten. Wat moet er gebeuren? De analyse start met het verzamelen van de recentst beschikbare databronnen: kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen7 (BAG), energieverbruiken en plannen van de belangrijkste stakeholders binnen de scope van zoekgebied Zuid Geleen. Deze data worden gevisualiseerd, geordend en toegewezen op pandniveau zoals in voorgaande paragraaf beschreven. Wat levert het op? Een database met panden (‘saleslist’), met voor elk pand tenminste de: prioriteit (A,B,C), categorie contractant (woningcorporatie, midden- en Kleinbedrijven (MKB), maatschappelijk vastgoed…), te verwachten afname in verbruik en vermogen (kengetallen, zo mogelijk met validatie op basis van lokaal aardgasverbruik). Deze lijst is een levend document dat tijdens het ontwikkeltraject een basis vormt voor verschillende werkpakketten zoals engineering, subsidies en businesscase.
Gaandeweg het ontwikkeltraject, naarmate meer en meer klanten geïnventariseerd (en als het goed is: gecontracteerd) worden, worden voor elk pand de gehanteerde kengetallen omgezet in werkelijke getallen zoals; aansluitjaar, sloop- renovatie jaar, warmtevraag en 7
https://www.kadaster.nl/zakelijk/registraties/basisregistraties/bag/over-bag
31
variabele opbrengst, aansluitbijdrage, pandspecifieke investeringen, onderhoudskosten en vastrechtopbrengst. Deze getallen vormen een doorlopende input op basis waarvan de businesscase regelmatig geüpdatet wordt, waardoor deze steeds beter de werkelijkheid benadert in de aanloop naar het investeringsbesluit.
5.2 Ontwikkelscenario Wat is het? Op basis van de scope analyse worden een of meerdere ontwikkelscenario’s uitgewerkt (bijvoorbeeld minimaal/medium/maximaal scenario’s). Een ontwikkelscenario is een weergave van welke panden wanneer aangesloten worden, en welke delen van het netwerk op welk moment in de tijd operationeel dienen te zijn. Zo’n scenario start doorgaans bij het maximaal aansluiten van A panden, en in mindere mate B panden voor investeringsbesluit op basis van organisatorische haalbaarheid. Waarna verdichting met B en later omliggende C klanten volgt. (Het verdichtingsscenario zal sterk tijdsafhankelijk worden van de implementatie van de Wet collectieve warmte (Wcw) en Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Het is denkbaar dat er een ‘knip’ te voorzien is, waarbij ‘Proof of Concept’ (PoC) voor klanten uit categorie C uitgesteld moet worden tot het instrumentarium behorend bij de nieuwe wetgeving beschikbaar komt. Deze ontwikkelscenario’s vormen de input voor de businesscase. In een businesscase model wordt op basis van kentallen (en/of input van de netbeheerder voor zover beschikbaar) gesimuleerd hoe het operationeel warmtenet er financieel voor zou staan; hoe rendabel verschillende varianten zijn, en wat de consequenties zijn indien verschillende onzekerheden zich wel of niet voordoen.
De businesscase biedt inzicht in het relatieve belang van verschillende klanten onderling en stelt daarmee de prioriteiten voor klanten- en klant engineeringteams inzake het focussen van ‘contracteer-inspanningen’ op bepaalde gebieden. Vanuit de prio (prioriteit) A-klanten is reeds de wens uitgesproken om prio C, de particuliere woningeigenaren, vanaf het begin te betrekken in de ontwikkeling van het warmtenet. De woningcorporaties geven hierbij aan dat zij niet willen opdraaien voor de (hogere) kosten van de startmotor van het warmtenet als uiteindelijk de particulieren ook aansluiten. Aansluiting van de particuliere woningvoorraad is in de startwijk voorzien. Dit betekent in Fase 3 WZL dat reeds een aanbod wordt gedaan naar een selectie van straten met particuliere panden (prio C). De doorlooptijd van de besluitvorming voor deze panden en de aankomende wetgeving is (mogelijk) langer dan de doorlooptijd voor de prio A en B klantsegmenten, waardoor de daadwerkelijke contractering van deze prio C panden mogelijk buiten het eerste investeringsbesluit Fase 3 valt. In Fase 3 wordt echter al wel inspanning gedaan om hen te laten aansluiten. Ook wordt er in de businesscase, tariefstellingen en het ontwerp van de infrastructuur rekening gehouden met het volledig aardgasvrij maken van het gebied.
Gaandeweg het ontwikkeltraject, naarmate meer en meer klanten geïnventariseerd (en als het goed is: gecontracteerd) worden, zal er steeds minder sprake zijn van ontwikkelscenario’s maar convergeert dit naar een enkel scenario op basis van de werkelijke 32
stand van contracten met extrapolatie op basis van de opgedane ervaring. Desalniettemin zullen ook hierin mogelijke varianten optreden wanneer onzekerheid optreedt; bijvoorbeeld over de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)8. Wat moet er gebeuren? - Opstellen van een of meerdere realistische ontwikkelscenario(’s) voor het warmtenet; - aanleveren ervan als input voor businesscase en engineering; - periodiek updaten ervan naarmate het project vordert; - uiteindelijk te trechteren tot een enkel scenario dat het dichtst bij de werkelijkheid aansluit. Wat levert het op? Dit onderdeel leidt tot een aantal ontwikkelscenario’s met daarin de klanten die op het warmtenet aangesloten worden, en de aansluitdatum per klant(-groep). Deze scenario’s vormen de basis voor o.a. ramingen, exploitatie en rendementsberekeningen.
5.3 Aanbod en aansluitvoorwaarden Wat is het? Een grote uitdaging binnen Warmtenet Zuid-Limburg (WZL) is het formuleren van een passend aanbod voor een bestaande gebouwde omgeving. Een omgeving waarbinnen aardgas heden op vele vlakken een uitstekende oplossing voor ruimteverwarming- en warmtapwater behoeften vormt. Een andere uitdaging is een passende balans tussen een aanbod voor nieuwbouw en het maatschappelijk belang van midden- tot hoge temperatuur warmte voor bestaande panden te reserveren. Wat moet er gebeuren? Een warmtenet op basis van industriële restwarmte kent unieke sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen ten opzichte van het verwarmen met aardgas. Deze unieke kenmerken dienen (in samenwerking) voor elke afnemergroep tot een passend aanbod gevormd te worden. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan langjarige stabiele energiecontracten die slechts voor een klein aandeel operationele kosten van pompenergie en piek- en/of back-up gasbijstook variëren. Of kortlopende contracten voor huurders met financiële en juridische oplossingen voor het ‘split incentive’ huurder/verhuurder. Er wordt hierin onderscheid gemaakt tussen: • • • •
industriële gebruikers, commerciële gebruikers en MKB, woningcorporatiebezit (hoogbouw, laagbouw), maatschappelijk vastgoed (overheid, zorg en utiliteiten), particuliere woningbezitters en overige kleinverbruikers.
8
Zie ook begrippenlijst. Het van kracht worden van de Wgiw zal naar verwachting een grote impact hebben op het vlot kunnen aansluiten van gebieden met vele particuliere kleinverbruikers. Onzekerheid hierover zal zich doorvertalen in het ontwikkelscenario, waardoor bijvoorbeeld varianten met- en zonder Wgiw opgenomen dienen te worden ten behoeve van verschillende businesscase scenario’s.
33
Het aanbod dient in nauwe samenhang met de businesscase en strategische vooruitzichten op lange termijn tot stand gebracht te worden in verband met het afdekken van risico’s, de beschikbaarheid van garantstellingen, mogelijkheden tot toekomstige verduurzaming etc. Bijkomende uitdagingen zijn de aankomende overgang tussen de huidige maximale tarieven (Niet-meer-dan-anders, NMDA9) en toekomstige te verwachten ‘cost-plus’ methodiek in de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw), en de inzetbaarheid van het aanbod in gebieden met minder gunstige businesscase; bijvoorbeeld passend binnen subsidiekaders. Inzake betaalbaarheid is het zo dat een betaalbaar aanbod aan afnemers zowel nu als onder de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) een vereiste vormt. Ook is het tarief binnen dit aanbod nu door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) gemaximeerd. Een aantrekkelijk aanbod voor kleinverbruikers is onder de huidige wetgeving vereist om tot een acceptabel aansluitpercentage te komen; afnemers moeten verleid worden. Echter, de aankomende Wgiw maakt dat dit sterk wenselijk maar niet langer vereist. Wat levert het op? Bovengenoemde activiteiten resulteren in een gevalideerd aanbod voor de belangrijkste afnemersegmenten (MKB/zakelijk/commercieel, woningcorporatie (verhuurder en huurders), maatschappelijk, optioneel: kleinverbruiker).
5.4 Contracteren en sales-engineering Wat is het? Op basis van de resultaten van voorgaande werkpakketten wordt een systematiek ingericht om over te gaan tot het contracteren en het uitvoeren van de benodigde technische scans van de panden die beoogd worden voor initiële aansluiting op het warmtenet. Gezien er nog geen zekerheid bestaat over de realisatie bij aanvang van dit proces, is er sprake van voorwaardelijke overeenkomsten. Er is een intentie tot aansluiten onder een welbepaalde set aan overeengekomen voorwaarden. Indien afnemer en aanbieder erin slagen om de besproken voorwaarden te behalen, dan wordt deze overeenkomst omgezet in een aansluiten warmteleveringsovereenkomst. Deze fase van het project is essentieel voor een succesvolle implementatie van het warmtenet. Een gestructureerde benadering van contractering, grondige technische voorbereiding, klantontzorging, en strategische prioritering zijn cruciaal voor het realiseren van een duurzame en efficiënte energievoorziening voor de toekomst. Wat moet er gebeuren? Systematisch benaderen van klanten De ‘saleslist’, gebaseerd op de scope-analyse, dient als leidraad voor het benaderen van potentiële klanten. Klanten worden benaderd op basis van het uitgewerkte aanbod en de eventuele opties daarbinnen.
Doel is om minimaal een intentieovereenkomst te verkrijgen die voor aansluiting op het warmtenet onder de voorgestelde condities geldig is.
9
https://www.acm.nl/nl/energie/warmte-en-koude/warmtetarieven/tarieven-warmte-en-koude
34
Gezien er bij aanvang van het sales-traject nog geen warmtebedrijf opgericht is, dient er gebruik gemaakt te worden van een overdrachtsclausule in de te sluiten overeenkomsten. Prioriteren in contracten Er zijn circa 100 prio A panden die voorafgaand aan een eventueel investeringsbesluit maximaal gecontracteerd dienen te worden. Daarnaast zijn er ongeveer 180 prio B panden; waarbij de focus initieel vooral komt te liggen op panden op strategische locaties nabij, of op weg naar clusters van startmotor panden. Voor circa 2400 prio C panden kan gezien de korte doorlooptijd, en de onzekerheid over de Wet collectieve warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), slechts een ‘Proof of Concept’ (PoC) overwogen worden in enkele straten. De afweging dient gemaakt te worden of het überhaupt zinvol is om deze ambitie mee te nemen in de aanloop naar het eerste investeringsbesluit (in het kader van een Just transition Mechanism (JTM)-deadline). PoC in prio C straten is succesvol als de businesscase voor het betreffende aanbod in de desbetreffende straat zich rond rekent. Aandachtspunt is de representativiteit van deze straten voor een bredere regionale WZL-scope. Het aanbod en de communicatie richting prio C panden zal reeds in Fase 3 opgestart worden, maar de uitkomsten ervan zullen niet in de weg staan van het investeringsbesluit Fase 3.
Uitvoeren klant-engineering en kostenramingen Door middel van een technische scan beoordelen sales engineers elk pand waar een aanbod voor gemaakt wordt. Dit wordt gedaan om te bepalen wat nodig is voor de aansluiting van het inpandig verwarmingssysteem op het warmtenet. Daarbij horen zowel directe consequenties zoals het bepalen van de plaats voor aansluitleidingen, geveldoorvoer, inpandig leidingwerk, verwijderen van aardgasketel(s) en opstelruimte voor een afleverset als indirecte consequenties zoals een eventuele overstap naar elektrisch koken na het verwijderen van de aardgasaansluiting. Voor elk pand wordt op basis van deze scan een kostenraming gemaakt, inclusief een vergelijking met de huidige (gasgestookte-)situatie en een vergelijking op hoofdlijnen met een alternatieve aardgasvrije warmtevoorziening, zoals een warmtepomp. Deze vergelijking helpt bij het beoordelen van de financiële haalbaarheid van het warmtenet. Aanvragen subsidie en ontzorgen klanten Investeringen of kosten die in aanmerking komen voor subsidies worden geïdentificeerd. WZL tracht in nauwe samenwerking met de gemeente (bijvoorbeeld via een energieloket) haar klanten maximaal te ontzorgen door subsidies collectief aan te vragen, dan wel klanten bij te staan in het aanvragen van subsidies.
Monitoren voortgang en interdisciplinaire samenwerking De status in het proces van de vooraf te contracteren panden wordt op een kaart geprojecteerd. Dit stelt het team in staat om gebieden en panden te identificeren waar extra focus nodig is, bijvoorbeeld met oog op het creëren van het benodigde minimale afnamevolume, of waar tijdelijk de inspanningen opgeschort worden, wanneer een of meerdere key-stakeholders afhaken.
35
De voortgang wordt wekelijks opgevolgd en periodiek besproken in het projectteam. Dit zorgt ervoor dat alle disciplines, zoals engineering en projectmanagement, betrokken zijn bij de richting van het project; consequenties kunnen inschatten voor eigen werkzaamheden, en waar nodig kunnen meedenken of escaleren. Op deze manier nauw samenwerken tussen verschillende disciplines is nodig voor beslissingen zoals bijvoorbeeld de locatie van het lokale onderstation en keuzes in de lay-out van het distributienetwerk. Wat levert het op? De in de vorige paragraaf genoemde activiteiten zorgen voor: • Een getekende (intentie)overeenkomst per afnemer, inclusief aanbod en bijdrage aansluitkosten (BAK), kostenraming aansluitkosten vanaf aansluitleiding tot en met afleverset. • Demarcatiepunt, eventuele afspraken werkzaamheden in eigen beheer langs klantzijde.
36
6 Strategisch omgevingsmanagement, communicatie, participatie Wat is het? Het realiseren van Warmtenet Zuid-Limburg is een opgave die de overheid noch de ontwikkelende partijen alleen tot uitvoer kunnen brengen. Het succes van het project is voor een belangrijk deel afhankelijk van de mate waarin de direct belanghebbenden (zoals inwoners, ondernemers, woningcorporaties en gebouweigenaren) vertrouwen hebben in deelname aan het project. Het ontwikkelen van een zorgvuldig communicatie- en participatieproces op basis van strategisch omgevingsmanagement is cruciaal voor de opgave van de totale warmtestrategie en daarmee ook voor Warmtenet Zuid-Limburg (WZL) (nu en in de toekomst). Communicatie, participatie en strategisch omgevingsmanagement dienen als een samenhangend geheel te worden beschouwd en gemanaged. Verder in dit hoofdstuk wordt enkel geschreven over communicatie en participatie, ervan uitgaande dat strategisch omgevingsmanagement leidend is voor het realiseren van een zorgvuldig communicatie- en participatieproces. Wat moet er gebeuren? Voeren van strategisch omgevingsmanagement De essentie van strategisch omgevingsmanagement ligt in het begrijpen van de dynamiek van de omgeving waarin een organisatie opereert en het ontwikkelen van strategieën om hierop te anticiperen en te reageren.
Het voeren van strategisch omgevingsmanagement is leidend voor het realiseren van een zorgvuldig communicatie- en participatieproces. Uitgangspunt in het project is dat de omgeving vanaf het begin betrokken wordt. Doelen voor het omgevingsmanagement zijn: • Vergroten van vertrouwen door een zorgvuldig proces, zichtbaar maken van gelijkwaardigheid en betrouwbaarheid. • Meningen en wensen van de belanghebbenden meenemen in het vormgeven van het proces. • Bewustwording van de noodzaak voor het realiseren van een warmtenet. • Begrip voor het project. • Toename van acceptatie. • Het "samen" doen. Dit wordt bereikt door onder andere gedeelde belangen te vinden en daar oplossingsrichtingen aan te verbinden. Gebruik maken van twee typen communicatie en participatie In de eerste twee fases van Warmtenet Zuid-Limburg zijn de eerste ‘interne’ stappen genomen in de ontwikkeling van het regionaal warmtenet. De betrokken partijen hebben het vertrouwen naar elkaar uitgesproken. Het plan bevindt zich echter nog in een vroege fase, actieve externe projectcommunicatie over Warmtenet Zuid-Limburg is daarom in de eerste twee fases van WZL nog niet aan de orde geweest. In Fase 3 krijgt het project een meer extern karakter en wordt het actief betrekken van de inwoners en ondernemers 37
binnen het zoekgebied Fase 3 WZL van cruciaal belang, hiervoor dient een zorgvuldig communicatie- en participatietraject doorlopen te worden. In Fase 3 WZL (ontwikkelfase)onderscheiden we twee typen communicatie en participatie, namelijk: 1. Procescommunicatie en -participatie Dit betreft de communicatie en participatie (inclusief lobby) met betrekking tot het WZL proces voor de ‘interne’ doelgroepen zoals bestuurders, gemeenteraden, Provinciale Staten, woningcorporaties, stakeholders, etc. Deze vorm van communicatie heeft ook in Fase 2 WZL plaatsgevonden en wordt in Fase 3 WZL op een vergelijkbare manier (aangevuld met een koppeling met de hieronder genoemde projectcommunicatie) voortgezet. Onder procescommunicatie en -participatie valt ook de communicatie en participatie (met betrekking tot het proces) voor de inwoners van alle tien de WZL-gemeenten (bijvoorbeeld via een website, nieuwsbrieven, enquêtes, (meedenk)bijeenkomsten en projectbezoeken, hoe dit er exact gaat uitzien wordt uitgewerkt in een communicatie- en participatieplan met betrekking tot Fase 3 WZL). 2. Projectcommunicatie en -participatie Dit betreft de communicatie en participatie met betrekking tot het WZL-project voor de directe belanghebbenden zoals ondernemers, woningeigenaren en huurders bij de woningcorporaties in de omgeving (het zoekgebied Zuid Geleen) waar Fase 3 (ontwikkelfase) plaatsvindt.
Uitgangspunten hanteren Om te onderbouwen hoe de communicatie- en participatie doelen gerealiseerd gaan worden, moeten de uitgangspunten van het te doorlopen communicatie- en participatieproces duidelijk zijn. Dit zijn als het ware de basisprincipes waarmee rekening wordt gehouden als het communicatie- en participatieproces wordt doorlopen. De ‘communicatie en participatie Fase 3 WZL’ is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. We zeggen wat we (gaan) doen, we (gaan) doen wat we zeggen en managen zo de verwachtingen. We zijn ook eerlijk over onzekerheden en onduidelijkheden die er nog zijn en zijn transparant over voor- en nadelen. 2. We betrekken de doelgroep en andere actoren op tijd en continu bij het proces en de voortgang. We slaan een positieve enthousiasmerende, uitnodigende toon aan. We staan open voor ideeën uit het zoekgebied, maar maken ook vooraf helder wat de kaders/randvoorwaarden zijn. 3. We zetten in op dialoog, de ander serieus nemen en luisteren naar wat er in het zoekgebied leeft. We investeren in persoonlijk contact. Zorgen, vragen en klachten worden gehoord en serieus genomen. Daarvoor zijn we goed bereikbaar. Er wordt teruggekoppeld wat er met de inbreng is gedaan. 4. We sluiten aan bij de belevingswereld van de doelgroepen en bieden een handelingsperspectief zodat de doelgroep weet wat van hen wordt verwacht. 5.
We maken duidelijk wie afzender is van het project, wie meedoen en meebepalen, welke spelers er verder in het veld staan, wat ieders rol is, wie waarvoor verantwoordelijk is en met welke vragen men bij wie terecht kan. Het WZL38
projectteam is (eind)verantwoordelijk voor de communicatie naar de doelgroep. We stemmen de inhoud, timing en afzender van de communicatie altijd met de partners af en trekken samen op. 6. We communiceren als partners eenduidig vanuit één project, één verhaal, één (project)logo. In onze boodschap staat het waarom, het proces, de impact op de doelgroep maar ook de stip op de horizon centraal. Er is sprake van een herkenbare communicatiestijl. 7. We zorgen voor toegankelijke communicatie voor iedereen, zowel in onze taal als in ons beeldmateriaal. 8. We houden de interne doelgroep goed aangehaakt tijdens het hele proces. Zij hebben direct contact met de externe doelgroep en vormen dus een belangrijke spil in de communicatie. We communiceren altijd eerst intern en daarna extern. Organiseren van de projectcommunicatie en -participatie op hoofdlijnen Om de communicatie en participatie op een zorgvuldige manier tot uitvoer te brengen, wordt hieronder op hoofdlijnen de voorziene organisatiestructuur met betrekking tot communicatie en participatie voor Fase 3 beschreven. In Fase 2 WZL is de procescommunicatie- en participatie een onderdeel van de WZL projectgroep, dit zal in Fase 3 WZL worden voortgezet. Daarom heeft de hieronder voorgestelde organisatie voornamelijk betrekking op de projectcommunicatie en participatie.
Koppeling met Wijkuitvoeringsplannen Fase 3 WZL zoekgebied Voor het vastleggen van het warmtenet als mogelijke warmteoplossing in het Fase WZL 3 zoekgebied (het gebied Zuid Geleen), stelt de gemeente Sittard-Geleen het wijkuitvoeringsplan (WUP) voor de betreffende wijken op (zie ook bijlage 1: “Wijkuitvoeringsplan Fase 3 WZL zoekgebied Zuid Geleen”). Dit gebeurt in nauw overleg met WZL, zodat in het kader van de projectcommunicatie- en participatie een gezamenlijke boodschap wordt uitgedragen naar gebouweigenaren, huurders, inwoners en organisaties actief in het Fase 3 WZL zoekgebied. Projectcommunicatie en -participatie richting de betreffende wijken wordt gezamenlijk door WZL en WUP opgepakt, hiervoor levert de gemeente Sittard-Geleen extra ondersteuning in de vorm van deelprojectleiders wijkuitvoeringsplannen (raming 2 * 0,5 fte) in het Fase 3 WZL zoekgebied Zuid Geleen. Zie bijlage 3: “Geografische scope Fase 3” voor een verdere toelichting hierop. Communicatiewerkgroep Partijen hebben gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de communicatie. Er wordt voorgesteld om voor de uitvoering van de communicatie- en participatiestrategie een werkgroep ‘projectcommunicatie en projectparticipatie’ op te richten die bestaat uit een kernteam en een begeleidingsteam.
Het kernteam voorziet in: de strategische advisering; uitvoering van het communicatie- en participatieplan en coördinatie daarvan; afstemming met de aangesloten partijen. De communicatiewerkgroep bestaat uit: Kernteam (structureel aangesloten) 39
Projectcoördinator projectcommunicatie en participatie Fase 3 Communicatieadviseur ‘Fase 3 WZL gemeente’ Sittard-Geleen Deelprojectleiders wijkuitvoeringsplannen (geleverd door ‘Fase 3 WZL gemeente’ Sittard-Geleen) Communicatieadviseur Enpuls Warmte Infra Communicatieadviseur Provincie Limburg Communicatieadviseur grote woningcorporatie Begeleidingsteam (op afroep aangesloten, wordt initieel via kernteam-lid geïnformeerd) Vertegenwoordiger leefbaarheidsteam woningcorporatie (zoekgebied Fase 3 WZL) Wijkcoördinator gemeente (zoekgebied Fase 3 WZL) Bedrijvencontact gemeente (zoekgebied Fase 3 WZL) Accountmanagement (zoekgebied Fase 3 WZL) Binnen de werkgroep worden afspraken gemaakt over voorzitterschap en wie deelneemt aan het projectteamoverleg. De communicatiewerkgroep staat onder directe aansturing van de overkoepelende projectleider (de voorzitter van het projectteam). Met een vaste frequentie komt de communicatiewerkgroep bijeen. Communicatielijnen De WZL-projectleiders (van de initiatiefnemers) zijn verantwoordelijk voor de communicatie en hebben een belangrijke rol daarin, ondersteund door hun eigen communicatieadviseurs en gefaciliteerd door de communicatiewerkgroep. De communicatieadviseurs worden via de eigen projectleiders geïnformeerd en betrokken, en nemen deel aan de eigen interne (project)overleggen.
Daarin vindt ook de dagelijkse afstemming van de communicatie(acties) plaats tussen de projectleider en de communicatieadviseur. Afstemming van de communicatieacties die uit het communicatie- en participatieplan voortvloeien, worden besproken en afgestemd in de communicatiewerkgroep. De voorzitter van deze werkgroep is de ‘verbindende schakel’ naar het projectteam. Persvragen gaan via de woordvoering van de Fase 3 WZL gemeente, in afstemming met de betrokken partijen. Wat is er nodig? Op basis van de genoemde uitgangspunten en de beoogde organisatie, wordt er hieronder een inschatting weergegeven van de benodigde middelen en capaciteit voor communicatie en participatie in Fase 3 WZL met daarbij een beknopte beschrijving van de inhoud van het ‘product’ en de werkzaamheden. Hierbij is een onderverdeling gemaakt tussen de twee eerder genoemde typen communicatie en participatie, namelijk: 1. Procescommunicatie en procesparticipatie en 2. Projectcommunicatie en projectparticipatie. Procescommunicatie en -participatie WZL - begroting capaciteit en middelen Capaciteit Deze begroting gaat enkel in op de specifieke inzet rondom de coördinatie van procescommunicatie- en participatie.
De inzet van de projectgroep en de begeleidingsgroep op het gebied van communicatie- en participatie is hier niet in meegenomen, omdat de hieraan gelieerde werkzaamheden vallen onder de algemene taken van de projectgroep en de begeleidingsgroep binnen WZL. 40
Functie
fte
Projectcoördinator procescommunicatie en -participatie algemeen
0,5
Gemiddelde uren p/w 20
Totaal (indicatief) Gemiddelde uren per week: 20 uren Middelen Deze begroting gaat enkel in op de (externe) product- en ontwikkelkosten. Kosten van de personele inzet zijn niet meegenomen. Middel Coördinatie communicatie WZL vanuit projectgroep en begeleidingsgroep Content procespagina website
Aantal/actie Coördineren en bewaken uniforme procescommunicatie.
Kostenindicatie Personele inzet
Content aanleveren en updaten
(Raads/ stakeholders) informatiebrieven Bijeenkomsten bestuurders, raden, (raads)werkgroepen en stakeholders
Versturen van (raadsinformatie/ stakeholders)brieven. Organiseren van informatiebijeenkomsten, (raads)werkgroepen, overleg, kennissessies en praktijk/werkbezoeken. Kosten voor catering en eventueel vervoer/huur locatie.
Personele inzet (Kosten realiseren procespagina vallen onder realisatie website bij projectcommunicatieen participatie) Personele inzet
Huur locatie Huur zaal, catering, huur audiovisuele middelen. Indicatie € 3.000 gemiddeld per bijeenkomst. Kosten kunnen aanzienlijk verlaagd worden als er gebruik wordt gemaakt van gemeentehuizen, raadszalen of andere locaties waar faciliteiten al beschikbaar en aanwezig zijn. Totaal (indicatief) Jaarlijkse kosten: € 24.000 41
Jaarlijks werkbudget € 24.000 (uitgaande van 8 bijeenkomsten per jaar) + personele inzet
Projectcommunicatie en -participatie zoekgebied Fase 3 (WZL Zuid Geleen) - begroting capaciteit en middelen Capaciteit Functie
fte
Projectcoördinator projectcommunicatie en -participatie Fase 3 Communicatieadviseur ‘Fase 3 WZL gemeente’ SittardGeleen Communicatieadviseur Enpuls Warmte Infra Communicatieadviseur Provincie Limburg Leefbaarheidsteam woningcorporatie Communicatieadviseur grote woningcorporatie Wijkcoördinator gemeente Sittard-Geleen Bedrijvencontact gemeente Sittard-Geleen
0,6
Gemiddelde uren p/w 24
0,2
8
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
4 4 4 4 4 4
Middelen Deze begroting gaat enkel in op de (externe) product- en ontwikkelkosten. Kosten van de personele inzet zijn niet meegenomen. Middel Begeleiding realisatie communicatie- en participatieplan Projectstijl en -logo
Aantal/actie Organiseren en begeleiden werksessies (zoals canvas omgevingsmanagement/ stakeholdersanalyse) en realisatie communicatie- en participatieplan. Ontwerpen huisstijl
Projectwebsite
Realisatie website
Content website Content aanleveren en updaten ProjectOntwerpen van middelen en productie. communicatiemiddelen zoals reguliere (papieren en digitale) nieuwsbrieven , flyers, Banners, posters, social visuals). Huis-aan-huisbrief Opmaak, verspreiding en kosten via de hoofdafzender; logo inpassen. Afhankelijk van het onderwerp wordt de content aangeleverd door het projectteam of de partner. Projectborden Ontwerp en productie van de borden
42
Kostenindicatie Eenmalig € 15.000 + personele inzet Eenmalig € 6.000 Eenmalig € 8.000 Personele inzet Jaarlijks werkbudget € 25.000
Personele inzet
Eenmalig € 1.500 (per stuk)
Startbijeenkomst (grote groep inwoners/ bedrijven)
Huur locatie Huur zaal, catering, huur audiovisuele middelen. Indicatie € 5.000.
Eenmalig € 10.000 (per stuk)
Eventueel inhuur moderator en videoopname faciliteiten. Indicatie € 5.000. (kosten mede afhankelijk van de groepsgrootte). Persberichten en Maken van content, onderhouden kennisberichten persrelatie en coördinatie. Panels (meedenkgroep) Organiseren van structureel overleg, inwoners en bedrijven kennissessies en praktijkbezoeken. Kosten voor catering en eventueel vervoer/huur locatie. Strategisch O.a. het in de omgeving monitoren van Omgevingsmanagement veranderingen en trends, het identificeren van kansen en bedreigingen en uitvoerend het beantwoorden van inwonersvragen en eventueel enquêtes uitzetten. Persberichten en Maken van content, onderhouden kennisberichten persrelatie en coördinatie. Communicatieadviseur in samenwerking met projectteam.
Personele inzet Jaarlijks werkbudget € 12.000 + personele inzet Personele inzet
Personele inzet
Totale kosten projectcommunicatie- en participatie (indicatief) • Eenmalige kosten: € 40.500 • Jaarlijkse kosten: € 37.000 Tijdlijn producten strategisch omgevingsmanagement, communicatie en participatie De tijdlijn voor de op te leveren producten met betrekking tot strategisch omgevingsmanagement, communicatie, participatie in Fase 3 is als volgt:
43
7 Businesscase, subsidies en financiering 7.1 Businesscase Fase 3 Wat is het? De businesscase is een levend document dat vanaf de start van de ontwikkelfase tot aan het investeringsvoorstel, met een toenemende mate van zekerheid en nauwkeurigheid, het financiële draagvlak onder het integrale project in beeld brengt, bewaakt en staaft. De businesscase biedt stakeholders een duidelijk begrip van het project, de verwachte voordelen, kosten en risico's, en helpt bij het nemen van geïnformeerde beslissingen over het al dan niet voortzetten van het project. (Deel-) producten vanuit alle overige werkpakketten dienen als invoer voor een specifiek op te stellen integraal businesscase model. Daartoe dienen in ieder geval de ontwikkelscenario(’s) vanuit het werkpakket klant en markt, de investeringsraming (CAPEX) en de raming van de operationele uitgaven (OPEX) vanuit de engineeringsopgaven binnen onder meer de werkpakketten bronnen, piek- en back-up installaties, transport- en distributienetwerken en tenslotte de pandspecifieke kosten om de panden binnen de scope aan te sluiten. Het doorrekenen van de businesscase is een iteratief proces; de eerste iteraties gaan met name uit van scenario’s op basis van grove ramingen en kengetallen.
Tussentijdse uitkomsten hiervan geven richting aan de werkzaamheden binnen het project; Welke clusters aan klanten zijn cruciaal dan wel optioneel voor een haalbare businesscase? Wat zijn de consequenties van commerciële toezeggingen? Hoe belangrijk zijn bepaalde subsidies en bijhorende deadlines voor de financiële slaagkans? Hoe groot dient de bijdrage aansluitkosten te zijn om tot een rendabele case te komen? Uitgangspunt daarbij is steeds een tariefstelling die dekkend is voor continuïteit inzake de bedrijfsvoering van Warmtenet Zuid-Limburg (WZL). Naarmate de ontwikkelfase vordert wordt de input voor de businesscase van betere kwaliteit; de investeringsramingen voor bronnen, infrastructuur en klantaansluitingen worden steeds nauwkeuriger, er ontstaat overzicht over welke klanten reeds gecontracteerd werden en wat de haalbaarheid is van het contracteren van overige klanten binnen het voorziene tijdsbestek. Ook de benodigde jaarlijkse operationele kosten voor nutsvoorzieningen, verzekeringen, onderhoud bedrijfsvoering etc. vormen een belangrijke input die steeds dieper uitgewerkt wordt. Het uiteindelijke streefdoel voor maximale zekerheid binnen de businesscase is invoer vanuit getekende contracten, en tenslotte een externe ‘due diligence check’ (een volledig overzicht van alle cijfers, gegevens en data).
Wat moet er gebeuren? Binnen dit werkpakket dient een integraal businesscase model gebouwd te worden, waarin alle aspecten binnen de bedrijfsvoering van het warmtenet binnen de scope van het eerste investeringsbesluit in kasstromen op een tijdlijn vertaald worden. Vervolgens dient dit model continu bijgewerkt te worden met alle input vanuit de afdelingen marketing en sales, engineering, subsidies en financiering. 44
In de businesscase (op basis van het volloop-scenario in de tijd) moeten o.a. de volgende factoren in beschouwing genomen worden: • Warmtevermogens van de beoogde opwekkers (restwarmte, piek- en back up) • Warmtevraag en vraagprofielen, inclusief mutaties t.g.v. sloop en nieuwbouw • Warmteverlies • Afname van warmtevraag10 • Energiegebruik en energiekosten • Investeringen assets bronnen tot en met afnemers, inclusief contingentie • Investeringen Transportnet en • Investeringen overige assets (bijvoorbeeld back-up bronscenario) • Onderhoudskosten (beheer en monitoring) • Periodieke vervangingskosten (Maintenance Reserve Account) • Hoeveelheden- en prijsontwikkelingen van nutvoorzieningen (elektriciteit, water) waaronder inbegrepen de prijsontwikkeling voor aardgas (als warmtetarief op basis van aardgas is gebaseerd) • Onvoorzien m.b.t.
onderhoud en beheer • Toe te passen indexering • Simuleren en kwantificeren van restrisico’s • Financieringsoplossingen en DSCR (Debt Service Coverage Ratio ofwel dekkingsgraad) • Toe te passen afschrijvingstermijnen • Tariefstellingen, opbrengsten en niet inbare omzet • Inkoopkosten • Rendementen, en rendementseisen van eigen vermogen en vreemd vermogen en NCW (netto contante waarde) berekening • Kasstromenwaterval, winst en verliesrekening Periodiek, doch zeker aan het einde van ontwikkelfase (VO), zal een gedegen businesscase de basis vormen voor het nemen van een besluit over het al dan niet voortzetten van het project. Bij een positief besluit zal er worden overgegaan naar de Definitief Ontwerp fase (dan wel bouwteam fase) waar na afronding van deze fase een ‘Final Investment Decision’ (FID) wordt genomen alvorens gestart wordt met de realisatie fase. Hierin zijn niet alleen de financiële parameters kosten en opbrengsten opgenomen maar ook eventuele subsidies, duidelijkheid over de vorm van financiering, maatschappelijke baten en een risicoanalyse (identificatie, evaluatie en maatregelen op deze risico’s te beperken of te beheren). De integrale businesscase wordt zo ingericht dat het doorrekenen van relevante scenario’s mogelijk is. Bij het aanreiken van de ramingen dient hier rekening mee gehouden te worden.
Wat levert het op? Dit werkpakket zorgt voor een integrale businesscase waarin relevante scenario’s doorgerekend kunnen worden. De businesscase is te allen tijde zoveel mogelijk ‘up to date’ met alle beschikbare informatie vanuit de ontwikkelorganisatie (Volloop, investeringen, kosten, financiering etc.). 10
Verwachtte afname van de warmtevraag t.g.v. het isoleren van panden en de gevolgen van klimaatopwarming.
45
7.2 Subsidies Wat is het? WZL past in een bredere maatschappelijke wens om een aardgasvrije toekomst te realiseren en zodoende CO2-uitstoot te reduceren, waarvoor op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau een brede waaier aan subsidies beschikbaar zijn. Grofweg kunnen we de subsidies opknippen in de volgende categorieën: •
Subsidies die ten goede komen aan de beoogde afnemers van het warmtenet, zoals ook omschreven in bijlage 5: “Voorbereiding aanbod afnemers”. o Prioriteit A afnemers: Woningcorporaties, Zorg, Onderwijs en overheid ▪ SAH (Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen): voor warmtenetaansluitingen van woningcorporaties en gemengde VvE’s ▪ DUMAVA voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed o Prioriteit B afnemers: Kantoor, MKB, Grotere (collectieve-) VvE’s en utiliteiten ▪ EIA (Energie investeringsaftrek) ▪ VEKI ▪ SVVE (Stimulering verduurzaming voor verenigingen van eigenaars)
o Prioriteit C afnemers: Particulier woningbezit, kleinere VvE’s ▪ ISDE (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparingen) ▪ SAH (voor particuliere verhuurders) ▪ SVVE • Subsidies die ten goede komen aan het warmtebedrijf zelf. o Die de ontwikkelfase stimuleren ▪ ELENA (European Local Energy Assistance) ▪ OP-Zuid ▪ SPUKNPLW (Specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie) ▪ CDOKE (Capaciteit decentrale overheden voor klimaat-en energiebeleid) o Die de investeringslasten verlagen ▪ JTM (Just Transition Mechanism) ▪ WIS (Warmtenetten Investeringssubsidie) ▪ OP-Zuid o Die de exploitatie verbeteren ▪ EIA ▪ SDE++ (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) Het doel van dit werkpakket is een verbetering van de haalbaarheid van de integrale businesscase middels subsidies. Het is mogelijk dat een of meerdere subsidies reeds voor het uitvoeren van Fase 3 worden ingezet (met name die de ontwikkelfase stimuleren, zie voorgaand overzicht). Indien dit het geval is dient hierover verantwoording afgelegd te worden, naast mogelijke andere extra werkzaamheden (rapporteren, kennis delen, etc.).
46
Wat moet er gebeuren? In Fase 2 werd een verkenning van het subsidielandschap opgeleverd. Daarin zijn relevante subsidies, zoals de WIS, OP-Zuid (regionaal ontwikkelingsprogramma Zuid-Nederland), JTM EIA en SDE++ benoemd. In deze fase dienen we deze subsidies dieper te analyseren. Dit betekent dat we kijken naar wat elke subsidie inhoudt, welke criteria er zijn, en hoe goed deze aansluiten bij Fase 4 WZL. Op basis hiervan volgt een ‘strategische fit’ analyse; dit houdt in dat we diepgaand kijken hoe de verschillende subsidies samen het project kunnen ondersteunen, en hoe deze in de tijdlijn passen. We denken na over hoe de verschillende financiële steunmaatregelen elkaar kunnen aanvullen (of conflicterend zijn), opdat het project de maximale financiële steun kan krijgen. Stakeholder Management houdt in dat we actief relaties opbouwen en onderhouden met alle belangrijke partijen die betrokken zijn bij of invloed hebben op het project. Dit kunnen lokale overheden zijn, financiële instellingen of bedrijven die een rol spelen in het warmtenetproject. Hierbij zijn doorlopende communicatie en betrokkenheid de sleutelwoorden. Subsidies kunnen met voor- en nadelen verbonden zijn. Voor relevante subsidies dient op basis van een compliance check gekeken te worden naar mogelijke risico’s die aan de subsidievoorwaarden zijn verbonden.
We willen zeker weten dat we aan alle regels voldoen en dat we voorbereid zijn op eventuele hindernissen. Tenslotte volgt de subsidieaanvraagvoorbereiding; dit betekent dat we alle benodigde documenten verzamelen en opstellen die nodig zijn voor de subsidieaanvragen. Dit moet nauwkeurig gebeuren en binnen de gestelde deadlines. De resultaten van dit werkpakket zijn direct gerelateerd aan het succes van het warmtenetproject. Om deze activiteiten uit te voeren, is expertise nodig in verschillende domeinen. Kennis van de verschillende subsidies en hun specifieke vereisten is essentieel, evenals vaardigheden in projectmanagement en strategische planning. Ook is kennis nodig op het gebied van financieel management, stakeholdercommunicatie, risicobeheer, compliance (naleving van regels), en documentatiebeheer. Bovendien is flexibiliteit en goed projectmanagement cruciaal om snel te kunnen reageren op veranderingen en nieuwe kansen. Wat levert het op? We streven naar nauwkeurige, volledig uitgewerkte, en waar mogelijk reeds ingediende subsidieaanvragen. Idealiter is er een gunning voor de ingediende subsidies, voor de aanvang van de realisatiefase. Gezien de lange doorlooptijd van dergelijke subsidietrajecten is dat in de praktijk niet mogelijk, en zal er minimaal een realistische inschatting van de slaagkans opgeleverd worden bij besluitvorming op het einde van Fase 3.
7.3 Financiering Wat is het? Aansluitend op de integrale businesscase, en rekening houdend met eventuele subsidies, zal een financiering gearrangeerd moeten worden die uitvoering van het onderliggende (investerings-)plan mogelijk maakt. Aansluitend op de doorkijk op financiering die in Fase 2 47
heeft plaatsgevonden dient hiertoe dieper te worden geïnventariseerd welke financieringsmogelijkheden er zijn, en welke financieringsconstructie het beste aansluit bij de (maatschappelijke) doelstellingen van het project, zoveel mogelijk rekening houdend met de belangen van de participanten in het project en passend binnen de randvoorwaarden zoals die in een publieke omgeving gelden. Dit werkpakket leidt tot een gevalideerd financieringsplan uitgewerkt in getekende financieringsovereenkomsten. De uitgangspunten voor het publiek nutsbedrijf WZL berusten in het handelen naar maatschappelijk belang, duurzaamheid en efficiency. Hieruit komen criteria met betrekking tot rendementseisen over het ingebrachte vermogen door de projectpartners. Daarnaast zullen er ook andere randvoorwaarden gelden voor de inbreng van het eigen vermogen en het vorm geven van het vreemd vermogen. Deze worden geconcretiseerd en verwerkt in het financieringsvoorstel. Maatschappelijke rendementseis eigen vermogen Uitgangspunt daarbij is dat WZL zo laag mogelijke kosten voor de eindgebruikers dient te hebben. Een efficiënte bedrijfsvoering en zo laag mogelijke kapitaalslasten (weighted average cost of capital/WACC) zijn essentieel in het behalen daarvan. Wat moet er gebeuren? In voorgaande fase is een doorkijk gegeven op de financieringsmogelijkheden in de investeringsfase.
Op basis van de kennis op dat moment is een voorlopige inschatting gemaakt van de financieringsbehoefte, de vormen van financiering die zouden kunnen worden ingezet om deze behoefte te dekken en de partijen die als financier in aanmerking komen. Onderdeel van de dekking van de financieringsbehoefte kunnen ook subsidies zijn. Voor de activiteiten die in het kader van subsidieverwerving worden ingezet verwijzen wij naar de voorgaande paragraaf. Wat betreft de financieringsbehoefte zal deze analoog aan en als uitvloeisel van de businesscase steeds verder geconcretiseerd kunnen worden naarmate de diverse werkpakketten verder uitgewerkt zijn. De uiteindelijke financieringsbehoefte in het definitieve financieringsplan zal onderbouwd moeten kunnen worden met concrete voorstellen vanuit leveranciers en dienstverleners. Wat betreft de vormen van financiering die ingezet kunnen worden ter dekking van de financieringsbehoefte zullen concrete voorstellen worden uitgewerkt. In de doorkijk is aangegeven dat gedacht wordt aan het inzetten van diverse vormen van financiering aansluitend op de behoefte vanuit de businesscase, inspelend op de belangen van de betrokkenen bij het project en rekening houdend met wet- en regelgeving die in deze casus van toepassing is. Dit betekent dan ook dat er een goed beeld moet worden gevormd van al deze aspecten om hier optimaal op in te kunnen spelen.
Dit kan op basis van grondige research, bijvoorbeeld van wet- en regelgeving, en dialoog met de betrokken partijen en potentiële financiers. Algemeen geldt natuurlijk dat het financieringsplan streeft naar de inrichting van een financiering die, gegeven de vastgestelde randvoorwaarden, streeft naar zo gunstig mogelijke voorwaarden wat betreft: 48
-
Hoogte van de ‘leverage factor’ (het hefboomeffect); Hoogte van de financieringskosten; Flexibiliteit van de financiering; Te stellen zekerheden; Af te geven garanties.
Het streven zal zijn om zo veel mogelijk kapitaal aan te trekken tegen zo laag mogelijke kosten. Dit is een belangrijke factor voor het slagen van de businesscase. In de doorkijk is aangegeven dat de volgende vormen van financiering zullen worden onderzocht: 1. Eigen vermogen 2. Vreemd vermogen 3. Tussenvormen financiering Eigen vermogen Afhankelijk van de businesscase, de onderliggende risico’s en de te stellen zekerheden zal van de investeerders/participanten in het project verwacht worden dat zij een deel van de financieringsbehoefte afdekken middels risicodragend kapitaal. In het financieringsplan wordt uitgewerkt hoe groot deze component moet zijn, met welke financieringsinstrumenten deze ingevuld wordt en hoe deze verdeeld zal worden over de verschillende participanten. Antwoord op deze vragen zal voor een deel voortkomen uit de gesprekken en onderhandelingen die gevoerd worden met de andere financiers. Zo zullen de vreemd vermogensverschaffers eisen stellen aan de minimale eigen inbreng van de investeerders. Daarnaast zullen de verschaffers van het eigen vermogen zelf ook wensen en eisen hebben met betrekking tot de hoogte van de eigen inbreng of ook met betrekking tot de opzet van financiering van verbonden partijen. Dit laatste kan ook ingegeven zijn door de wet- en regelgeving die voor de betrokken publieke investeerders geldt.
Naast de hoogte van de inbreng van eigen vermogen zal ook bepaald moeten worden hoe deze over de verschillende participanten wordt verdeeld. Om dit te bepalen zal met de betrokken investeerders gewerkt moeten worden aan het vaststellen van een aantal algemene uitgangspunten qua verdeling van risico, rendement (positief en negatief), verdeling van maatschappelijke effecten en gewenste zeggenschap. Deze uitgangspunten vormen vervolgens het vertrekpunt voor het opstellen van een verdeelsleutel voor de eigen inbreng die in het financieringsplan zal worden vastgelegd. Om tot deze afspraken met de participanten te komen zal in deze fase een intensief proces van overleg, voorlichting en uiteindelijk gecoördineerde besluitvorming worden doorlopen. In eerdere fases is aangegeven dat de centrale overheid wellicht ook risicodragend zal gaan participeren in de ontwikkeling van warmtenetten. Alhoewel op dit moment nog niet concreet is of en hoe dit gaat gebeuren zal deze mogelijkheid, ook in Fase 3, nadrukkelijk opengehouden worden. Aangezien Energiebeheer Nederland (EBN) door de overheid is aangewezen als vehikel dat gebruikt zal worden om eventueel te participeren in warmtenetten zullen hiermee contacten worden gelegd en onderhouden, met oog op 49
het bewaken van de mogelijkheid tot latere toetreding van deze beoogde aandeelhouder. Vreemd vermogen Ten behoeve van de doorkijk op financiering zijn reeds eerste oriënterende gesprekken gevoerd met een aantal verstrekkers van vreemd vermogen. Dit betrof met name een aantal bancaire instellingen die vooral actief zijn in de publieke sector. Concreet betreft het de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Europese investeringsbank (EIB). Met de BNG is in Fase 2 gewerkt aan een indicatieve ‘term sheet’ om doorkijk en richting te kunnen geven aan de invulling van het financieringsplan. Ten behoeve van het financieringsplan zullen de gesprekken met de BNG gecontinueerd worden. Door de link tussen BNG en de bij het project betrokken gemeenten lijkt het voor de hand te liggen de inspanningen vooral te concentreren op de BNG. Haar betrokkenheid en kennis gaat net iets verder dan van andere commerciële bancaire partijen, daardoor zullen de voorwaarden voor financiering naar verwachting ook gunstiger zijn. Het kan wel noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld op basis van regelgeving, ook het gesprek aan te gaan met andere banken/vreemd vermogen verschaffers. Een van de mogelijke gesprekspartners is bijvoorbeeld de Nederlandse Waterschap Bank (NWB). In het kader van de JTM (Just Transition Mechanism)/JTF (Just Transition Fund )-subsidie zullen naar verwachting gesprekken gevoerd worden EIB.