CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage 2 Projectplan Warmtenet Zuid-Limburg Fase 3

Raad 27 juni 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Deelname Fase 3 Warmtenet Zuid-Limburg (Tillie) (77)33.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Warmtenet Zuid-Limburg Projectplan Fase 3

Projectgroep Warmtenet Zuid-Limburg 15 april 2024

Inhoudsopgave Begrippen…….……………………………………………………………………………………………………………………4 1 Inleiding en doel van Fase 3 WZL ..............................................................................11 1.1

Inleiding ........................................................................................................................ 11

1.2

Doel Fase 3 WZL ........................................................................................................... 11

1.3

Wanneer is Fase 3 geslaagd? ....................................................................................... 12

1.4

Leeswijzer ..................................................................................................................... 14

2

Governance en organisatie WZL................................................................................15

2.1

Organisatie en governance Fase 4 ............................................................................... 15

3

Warmtebronnen ......................................................................................................20

3.1

Chemelot ...................................................................................................................... 20

3.2

Piek en Back-up centrale .............................................................................................. 21

3.3

Duurzame achtervang bron ......................................................................................... 22

4

Netwerk ...................................................................................................................24

4.1

Basis of design .............................................................................................................. 24

4.2

Warmtenet ................................................................................................................... 25

4.3

Warmteoverdracht- en regelstations .......................................................................... 28

5

Klant en markt .........................................................................................................31

5.1

Scope analyse ............................................................................................................... 31

5.2

Ontwikkelscenario ........................................................................................................ 32

5.3

Aanbod en aansluitvoorwaarden ................................................................................. 33

5.4

Contracteren en sales-engineering .............................................................................. 34

6

Strategisch omgevingsmanagement, communicatie, participatie ..............................37

7

Businesscase, subsidies en financiering .....................................................................44

7.1

Businesscase Fase 3...................................................................................................... 44

7.2

Subsidies ....................................................................................................................... 46

7.3

Financiering .................................................................................................................. 47

8

Juridisch en contracten .............................................................................................52

9

Investeringsvoorstel, projectplan en planning Fase 4 ................................................53

10 Risicobeheersing ......................................................................................................56 11 Proces Fase 3: planning, mijlpalen en toetsen van de doelstellingen .........................58 12 Bijlagen ....................................................................................................................61 Bijlage 1: Wijkuitvoeringsplan Fase 3 WZL zoekgebied Zuid Geleen ....................................... 62 Bijlage 2: Ontwikkelvisie Warmtenet Zuid-Limburg ................................................................ 63 Bijlage 3: Geografische scope Fase 3 ....................................................................................... 84 2

Bijlage 4: Projectorganisatie Fase 3 ......................................................................................... 88 Bijlage 5: Voorbereiding aanbod afnemers.............................................................................. 91 Bijlage 6: Risicobeheersing Fase 3 WZL .................................................................................... 96 Bijlage 7: Overzicht vergunningen en overeenkomsten .......................................................... 99

3

Begrippen -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Aansluitkosten: Kosten voor een afnemer met betrekking tot de aansluiting op een nutsvoorziening zoals gas, elektra en warmte. Accountmanagement: Het ondersteunen en informeren van klanten door middel van het beheren van klantrelaties, het oplossen van problemen en het verstrekken van informatie en advies. Afleverset: Een (warmte) afleverset vormt de verbinding tussen het warmtedistributienet van een warmteleverancier en de binnen-installatie van een warmteverbruiker, waarbij warmteoverdracht temperatuurregeling mogelijk wordt gemaakt. Aflevertemperatuur: De temperatuur die een warmtebedrijf levert aan haar afnemers, meestal gereguleerd en aangepast aan de behoeften van de afnemers. Afnamevolume: De hoeveelheid warmte die een afnemer van een warmtebedrijf afneemt, meestal gemeten in Gigajoule (GJ) en bepaald door de warmtebehoefte van de klant. Basis of Design: De beschrijving op grond waarvan een management- of engineeringbesluit genomen kan worden om een project voort te zetten, waarbij de fundamentele ontwerpkeuzes en specificaties worden vastgelegd. Basislast: De minimale behoefte aan warmte die consistent is over een bepaalde periode, vaak aangeduid als de standaard of de laagste warmtevraag.

Businesscase: Binnen een businesscase wordt beschreven wat de waarden/voordelen zijn van een project wanneer er een investering moet worden gedaan, waarbij de kosten, baten en risico's worden geanalyseerd om de levensvatbaarheid van het project te beoordelen. CAPEX: De kapitaaluitgaven zijn de totale uitgave aan investeringen die nodig zijn om een project te realiseren. Cost plus methodiek: Binnen deze methodiek wordt de maximale prijs voor warmte gebaseerd op de kosten voor het warmtenet met hier bovenop een redelijk rendement. Decentrale energiecentrale: Dit is een energiecentrale die decentraal van de centrale bron (Chemelot) zorgt voor warmteopwekking, waardoor warmte kan worden geproduceerd op locaties dichter bij de warmtevraag. Decentrale ontwikkeling: Een op zichzelf staand voorloopproject waarin, op grotere afstand van de warmtebron, warmtevraag georganiseerd wordt middels een warmtenet dat in de toekomst kan worden aangesloten op het centrale warmtenet. Demand side response: Een strategie waarbij de vraag naar energie wordt aangepast in reactie op veranderingen in het aanbod of de prijs van energie, met als doel het balanceren van het energieaanbod en de vraag.

Demarcatiepunt: Het punt waar de warmteleiding het pand binnenkomt, waarbij alles tot aan het demarcatiepunt de verantwoordelijkheid is van het warmtebedrijf, terwijl alles vanaf het demarcatiepunt de verantwoordelijkheid wordt van de pandeigenaar.

4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Dimensionering: Het proces van het bepalen van de afmeting of omvang van iets, in het geval van het warmtenet betreft dit de berekening en specificatie van de benodigde afmetingen van de leidingen onder de grond, rekening houdend met factoren zoals warmtevraag, afstand en drukverlies. Distributienet: Een essentieel onderdeel van het warmtenet waarin warmte vanuit de transportleiding wordt verdeeld naar alle aangesloten wijken en woningen, waarbij het distributienet zorgt voor de verspreiding van warmte naar de individuele gebruikers. Drycoolers (koelingsinstallaties): Een type koelinstallatie dat gebruikmaakt van een water-lucht warmtewisselaar om water af te koelen zonder dat daarbij water verloren gaat, waarbij warmte wordt afgevoerd door verdamping van water in een koelmedium. Due diligence check: Een grondig onderzoek dat wordt uitgevoerd om alle relevante feiten, informatie en risico's met betrekking tot een zakelijke transactie of overeenkomst te identificeren en te evalueren, waarbij de check dient ter bescherming van investeerders en betrokken partijen door potentiële valkuilen te identificeren en risico's te minimaliseren.

Eigen vermogen: Het vermogen dat wordt ingebracht door de aandeelhouders van een bedrijf, bestaande uit de waarde van de activa minus de waarde van de schulden, waarbij het eigen vermogen de financiële reserves van het bedrijf vertegenwoordigt en een buffer vormt tegen financiële risico's en verplichtingen. Energiehulpsystemen: Systemen die worden gebruikt om de energie-efficiëntie te verbeteren, energie te besparen of om de betrouwbaarheid van energievoorziening te vergroten, zoals warmtekrachtkoppelingssystemen, energieopslaginstallaties en energiemanagementsystemen. Extrapolatie: Een statistische methode waarbij gegevens of trends worden geanalyseerd om voorspellingen te maken voor toekomstige gebeurtenissen of ontwikkelingen buiten het bereik van de beschikbare gegevens, waarbij bestaande gegevens worden gebruikt om trends te identificeren en deze door te trekken naar de toekomst. Financieringskosten: De kosten die ontstaan in verband met het afsluiten van een lening, waaronder administratiekosten, advieskosten, notariskosten en eventuele andere kosten die verband houden met het verkrijgen van financiering. Financieringslasten: De totale kosten die worden betaald voor het lenen van vermogen, bestaande uit rente, provisie en aflossing, waarbij financieringslasten de prijs vertegenwoordigen die wordt betaald voor het gebruik van geleend kapitaal.

HUB: Het stuk grond naastgelegen aan het Chemelot-terrein waar de leidingen van het Chemelot-terrein afgaan en waar het eerste overdrachtsstation is gepland, waarbij de HUB fungeert als een centraal knooppunt voor de distributie van warmte naar verschillende gebruikers. Hulpketels: Extra ketels die worden ingezet als back-up of ter ondersteuning van het primaire verwarmingssysteem, bijvoorbeeld tijdens piekbelastingen of bij storingen, waarbij hulpketels de continuïteit van de warmtevoorziening waarborgen.

5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Hydraulisch ontwerp: Het ontwerp dat beschrijft hoe het hydraulische systeem bij de leidingen wordt gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals stroomsnelheid, drukverlies en diameter van de leidingen om een efficiënte en betrouwbare werking te garanderen. Intentieovereenkomst: Een formele schriftelijke overeenkomst tussen partijen die de intentie hebben om samen te werken aan een specifiek project of doel, waarbij het doel van dit document is om duidelijkheid te scheppen over de afspraken die zijn gemaakt voordat de definitieve overeenkomst wordt gesloten. Interdisciplinaire samenwerking: Het proces waarin professionals uit diverse vakgebieden gezamenlijk werken aan het behalen van een gemeenschappelijk doel, waarbij verschillende disciplines hun expertise combineren om complexe problemen aan te pakken en innovatieve oplossingen te vinden. Investeringsbesluit: Een beslissing die wordt genomen door een bedrijf of organisatie om financiële middelen toe te wijzen aan een bepaald project, waarbij het investeringsbesluit gebaseerd is op een analyse van de verwachte kosten, baten, risico's en rendementen van het project.

Investeringsraming: Een schatting, op basis van de verwachte werkzaamheden, van de totale benodigde investeringen voor de realisatie van een project, waarbij de investeringsraming wordt gebruikt om de financiële haalbaarheid van het project te beoordelen en budgetten vast te stellen. Kadastrale recherche: Het onderzoek dat de notaris uitvoert in de openbare registers van het kadaster voordat er een notariële akte wordt opgemaakt, waarbij de kadastrale recherche wordt gebruikt om informatie te verkrijgen over eigendomsrechten, beperkingen en andere juridische aspecten met betrekking tot onroerend goed. Kapitaallasten: De totale kosten die worden gemaakt voor het bezitten en onderhouden van kapitaalgoederen, waaronder rente-, afschrijvings- en instandhoudingskosten, waarbij kapitaallasten worden gebruikt om de totale kosten van het gebruik van kapitaalgoederen te berekenen. Kasstromen: De stromen van inkomsten en uitgaven die worden gegenereerd door een bedrijf of project gedurende een bepaalde periode, waarbij kasstromen worden gebruikt om de financiële gezondheid van een onderneming te meten en om investeringsbeslissingen te ondersteunen.

Kavelplannen: Gedetailleerde plannen die de indeling en ontwikkeling van een specifiek gebied of perceel beschrijven, waarbij kavelplannen worden gebruikt om de toewijzing van grond te reguleren, bouwactiviteiten te sturen en ruimtelijke ordening te bevorderen. Klic-melding: Een melding die moet worden gedaan aan het kadaster voordat er graafwerkzaamheden plaatsvinden, waarbij de Klic-melding wordt gebruikt om informatie te verstrekken over de ligging van kabels en leidingen in de grond om schade aan infrastructuur te voorkomen.

6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Koppelkansen: De mogelijkheid om werkzaamheden te koppelen aan werkzaamheden die al gepland staan of worden uitgevoerd, waarbij koppelkansen worden benut om efficiency te bevorderen, kosten te besparen en synergiën te creëren tussen verschillende projecten of activiteiten. Leges: Leges zijn kosten die door een overheidsinstantie in rekening worden gebracht voor bepaalde diensten die zij verlenen of voor het verstrekken van bepaalde documenten. Deze kosten worden meestal geheven om de kosten van het verlenen van de dienst of het produceren van het document te dekken, maar kunnen ook worden gebruikt als een vorm van regulerend instrument. Leverage factor/hefboomfactor: De verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemde vermogen van een bedrijf, waarbij de leverage factor aangeeft in hoeverre een bedrijf gebruikmaakt van geleend geld om investeringen te financieren. (warmte)Leveringsovereenkomst: Een overeenkomst tussen twee partijen waarin de voorwaarden worden vastgelegd voor het leveren dan wel afnemen van warmte, inclusief zaken zoals prijs, leveringsvoorwaarden, en duur van de overeenkomst. Maatschappelijke baten: De positieve effecten van een project op de maatschappij als geheel, zoals verbeteringen in de levenskwaliteit, milieuvoordelen, economische groei en sociale cohesie.

Medium temperatuurregime: Een levering van warmte op temperatuur tussen 40 en 60 graden Celsius, waarbij warmte op deze temperatuur wordt gebruikt voor verschillende doeleinden zoals ruimteverwarming, warm tapwater en industriële processen. Modulaire opbouw: Een ontwerp- of bouwmethode waarbij een systeem of constructie wordt opgebouwd uit afzonderlijke modules die individueel worden ontworpen, geproduceerd en geassembleerd, waardoor flexibiliteit, schaalbaarheid en efficiëntie worden vergroot. Naftakraker: Een chemisch proces waarbij nafta wordt verwerkt door verhitting tot deze uiteenvalt in kleinere onverzadigde moleculen, wat resulteert in de productie van olefines zoals ethyleen en propyleen, die belangrijke grondstoffen zijn voor de petrochemische industrie. Nettypologie: Een classificatie van verschillende typen netwerken op basis van hun structuur, grootte, functie en/of eigenschappen, waarbij nettypologieën worden gebruikt om netwerken te categoriseren en te analyseren. Olefins 4: Een van de naftakrakers op het Chemelot-complex, die beoogd wordt als eerste bron voor Warmtenet Zuid-Limburg.

Ontwerp ateliers: Bijeenkomsten of workshops waarin het ontwerp van een project wordt besproken en uitgewerkt door diverse belanghebbenden en experts, waarbij ontwerp ateliers worden gebruikt om input te verzamelen, oplossingen te ontwikkelen en beslissingen te nemen over het ontwerp. Ontwikkelscenario’s: Verschillende mogelijke toekomstige ontwikkelingen of gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op een project of situatie, waarbij ontwikkelscenario's worden gebruikt om toekomstige trends, kansen en bedreigingen te identificeren en te evalueren.

7

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ontwikkelscope: Het gebied waar beoogd wordt het warmtenet te ontwikkelen, waarbij binnen deze scope wordt gekeken welke gebieden de hoogste maatschappelijke baten hebben bij een aansluiting op het warmtenet, in combinatie met de haalbaarheid van de exploitatie van een dergelijk stuk warmtenet. OPEX: Operationele kosten, ofwel de jaarlijkse vaste kosten die gemaakt moeten worden om een bedrijf draaiende te houden, inclusief kosten zoals onderhoud, personeel, en energieverbruik. OP-Zuid: Een subsidie verleend door de Europese Investeringsbank (EIB) in combinatie met de Provincie Limburg, gericht op het stimuleren van economische ontwikkeling, innovatie en duurzaamheid in de regio Zuid-Nederland. Out of pocket kosten: Directe uitgaven die worden gedaan zonder vergoeding van een derde partij, zoals contante betalingen voor goederen, diensten of investeringen. Piek & back-up installaties: Installaties die, wanneer de restwarmte niet beschikbaar is of wanneer de vraag naar warmte groter is dan beschikbaar, kunnen bijdragen aan het voldoen aan de totale warmtevraag, waarbij piek- en back-upinstallaties zorgen voor een betrouwbare warmtevoorziening tijdens piekbelastingen of storingen.

Proefsleuven: Sleuven die gegraven worden om de daadwerkelijke ligging van kabels en leidingen te bepalen, waarbij proefsleuven worden gebruikt om nauwkeurig de locatie en diepte van ondergrondse infrastructuur te identificeren voordat graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. Proof of Concept (PoC): Een Proof of Concept is een demonstratie om aan te tonen dat een bepaald concept of idee technisch haalbaar is, waarbij een PoC wordt gebruikt om de levensvatbaarheid en uitvoerbaarheid van een idee te valideren voordat verdere investeringen worden gedaan. Saleslist: Een lijst met (potentiële) klanten waarmee contact moet worden onderhouden door de salesmanagers, waarbij een saleslist wordt gebruikt om het verkoopproces te beheren en potentiële leads te volgen. Schetsontwerp: Een schetsontwerp is een beknopte en vaak vereenvoudigde weergave van een idee, project of product, waarbij de nadruk ligt op het communiceren van de basisconcepten en lay-out in plaats van op gedetailleerde specificaties. Scope: De "omvang" of "bereik". Het verwijst naar de grenzen, reikwijdte of het gebied waarbinnen iets van toepassing is.

Split incentive: Het fenomeen waarbij de investeringen en de daaruit voortkomende voordelen niet evenredig verdeeld zijn tussen de betrokken partijen, waardoor er een mismatch ontstaat tussen de partij die investeert in energiebesparende maatregelen en de partij die profiteert van de lagere energiekosten. Startmotor: Een cluster met een grote warmtevraag waar relatief makkelijk contracten kunnen worden afgesloten met een klein aantal partijen, waarbij een startmotor wordt gebruikt om het begin van een warmtenet te stimuleren door een concentratie van potentiële afnemers te creëren. Tariefdifferentiatie: Het toepassen van verschillende tarieven voor afnemers op basis van criteria zoals verbruik, piekbelasting of type klant, waarbij

8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

tariefdifferentiatie wordt gebruikt om de kosten eerlijk te verdelen en stimulansen te bieden voor efficiënt energieverbruik. Term Sheet: Een document met voorwaarden waaraan voldaan moet worden voor het verkrijgen van financiering, waarbij een term sheet wordt gebruikt als basis voor onderhandelingen tussen investeerders en bedrijven bij het afsluiten van financieringsovereenkomsten. Tie-in: Uitkoppeling bij een restwarmtebron vanaf waar de warmte ontsloten wordt, waarbij een tie-in verwijst naar het punt waarop een warmteleiding verbonden wordt met een warmtebron of distributienetwerk. Tracé: Verwijst naar de geplande route van een pijpleiding, kabel, of ander type infrastructuur, waarbij een tracé wordt gebruikt om de locatie en ligging van de infrastructuur aan te duiden. (Warmte) Transportovereenkomst: Overeenkomst tussen partijen over het transporteren van warmte van de leverancier naar de afnemer, waarbij een transportovereenkomst de voorwaarden en verplichtingen regelt voor het leveren en afnemen van warmte. Voorkeurstracé: De gekozen route of weg die de voorkeur geniet boven andere opties bij het plannen van infrastructurele projecten zoals wegen, spoorwegen, pijpleidingen of elektriciteitsnetwerken, waarbij een voorkeurstracé wordt geselecteerd op basis van technische, economische en sociale overwegingen.

Voorloopprojecten: Binnen WZL is deze definitie vergelijkbaar met decentrale ontwikkeling, waarbij voorloopprojecten dienen als initiële stappen om warmtevraag te organiseren en een warmtenet te ontwikkelen, met het oog op latere aansluiting op het hoofdnet. Vreemd vermogen: Het vermogen dat geleend wordt van externe bronnen zoals banken, investeerders of obligatiehouders, waarbij vreemd vermogen wordt gebruikt om investeringen te financieren en de bedrijfsactiviteiten te ondersteunen. Warmtekavel: Een door de gemeente aangewezen gebied waar warmtebedrijven zich kunnen inschrijven om een warmtenet te exploiteren, waarbij een warmtekavel wordt gedefinieerd als een specifieke locatie waar warmtebronnen worden ontwikkeld en waar warmte-afnemers worden aangesloten. Warmteoverdrachtstation: Een warmteoverdrachtstation is een installatie die warmte van een bron naar verschillende gebruikers transporteert, typisch via een warmtewisselaar en leidingen, waarbij een warmteoverdrachtstation fungeert als een knooppunt waar warmte wordt ontvangen, verdeeld en overgedragen aan afnemers binnen een warmtenetwerk. Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw): Huizen en gebouwen moeten de komende jaren duurzame energie gebruiken in plaats van aardgas. Bijvoorbeeld via een aansluiting op een collectief warmtesysteem.

De overheid wil dat er makkelijker meer betrouwbare en duurzame collectieve warmtesystemen komen, en komt hiervoor met het wetsvoorstel Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). Het belangrijkste doel van dit wetsvoorstel is om inwoners beter te beschermen tegen hoge energiekosten en tegelijkertijd te zorgen voor duurzame en betrouwbare levering van warmte om zodoende de CO2-uitstoot te verminderen. Vaak zijn 9

-

-

collectieve warmtesystemen in de handen van commerciële bedrijven. De Wcw bepaalt dat warmtebedrijven voor minimaal 50+1% in handen moet van publieke partijen, zoals gemeenten of provincies. Op deze manier hebben overheden altijd de beslissende stem bij het bepalen van het beleid van het warmtebedrijf en het collectieve warmtesysteem. Let op!: Op dit moment is deze wetgeving in ontwikkeling. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw): In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 van het aardgas af is. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten de bevoegdheden om hierin de regie te pakken. In de Wgiw worden verschillende juridische en beleidsmatige instrumenten beschreven die gemeenten kunnen gebruiken om de overgang naar duurzame warmtevoorzieningen te faciliteren en te versnellen. Zo krijgen gemeenten volgens deze wetgeving bijvoorbeeld de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar op termijn aardgas gaat verdwijnen. Hierbij dienen de gemeenten rekening te houden met de betaalbaarheid van de aanpak, moet participatie hebben plaatsgevonden en is de rechtsbescherming geborgd. Ook moet er een redelijke termijn zitten tussen het aanwijzen van een gebied en het daadwerkelijk overgaan op de duurzame warmtebron. Let op!: Op dit moment is deze wetgeving in ontwikkeling.

Zoekgebied Zuid Geleen: Hiermee wordt de beoogde startscope van WZL bedoeld zoals visueel weergegeven is in bijlage 3: “Geografische scope Fase 3”.

10

1 Inleiding en doel van Fase 3 WZL 1.1 Inleiding Warmtenet Zuid-Limburg (WZL) is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Sittard-Geleen en Stein, Provincie Limburg en Enpuls Warmte Infra. Deze partners willen met een regionaal en publiek warmtebedrijf een bijdrage leveren aan de betaalbare realisatie van de lokale warmtetransitie in de verstedelijkte gebieden binnen de regio, waarmee wordt voorzien in een stabiele, kostenefficiënte en duurzame warmtevoorziening voor de inwoners. Dit projectplan is samengesteld in Fase 2 WZL als voorbereiding op de ontwikkelfase, Fase 3, waarin alles wordt voorbereid om te kunnen starten met de pilot, de ‘Proof of Concept’ (PoC).

1.2 Doel Fase 3 WZL De doelen van Fase 3 WZL zijn: 1. Onderbouwing van een duurzaam warmtenet voor de grotere regionale WZL-scope middels een ‘Proof of Concept’ op beperkte schaal in Zuid Geleen, en gebaseerd op een acceptabel aanbod voor de particuliere kleinverbruiker (het bereiken van de juiste “formule”). Dit houdt in dat we een aantal kleine gebieden met particulier woningbezit meenemen in de contractvorming, in een poging tot optimale voorwaarden te komen. Ook zal het gehele zoekgebied Zuid Geleen meegenomen worden als volledig aardgasvrij in een apart toekomstscenario van de businesscase (i.t.t. op de eerste realisatie, zie punt 2). Ook wordt een doorkijk geboden op verdere uitbreiding naar de regionale scope; waaronder minimaal oplossingen voor het aanleggen van ‘backbones’, omgang met meer- en minder rendabele gebieden (waar het WZL de meest geschikte oplossing biedt), en het formuleren van een toekomstplan gebaseerd op de nationale beleidslijnen, wetgeving, financieringsmogelijkheden, subsidies en overige instrumenten voor de ontwikkeling van (in meerderheid-) publieke warmtenetten. 2. Een uitgewerkt plan voor eerste realisatie van netwerk en bronnen gereed te hebben, op basis van contracten en financiering.

Deze eerste realisatie richt zich initieel op het aansluiten van maatschappelijk vastgoed, woningcorporatiepanden en grootverbruikers in zoekgebied Zuid Geleen, op basis van een haalbare businesscase en acceptabele tarieven voor deze categorie van afnemers. Dit zijn het soort afnemers die ook onder de huidige wetgeving al goed te contracteren zijn. In tweede instantie (na Fase 3) zullen, als de warmte-wetgeving van kracht is geworden, ook de particulieren in het gebied op grotere schaal worden benaderd. De eerste realisatie zal rekening houden met deze toekomstige opschaling, zolang de overdimensionering van de leidingen niet leidt tot niet-mitigeerbare risico’s. 3. Een warmtebedrijf in oprichting te hebben, op basis van een uitgewerkt bedrijfsplan inclusief statuten, financieringsplan en een investeringsvoorstel, dat gereed is voor het aanbesteden van de eerste realisatie.

11

1.3 Wanneer is Fase 3 geslaagd? Om te bepalen wanneer Fase 3 geslaagd is kijken we naar de doelstelling voor Fase 3 en naar de betekenis van twee begrippen die gebruikt worden in deze doelen, namelijk “een haalbare businesscase” en “een acceptabel aanbod aan particuliere kleinverbruikers”. In de doelstelling voor Fase 3 zijn twee subdoelen verweven met betrekking tot het ‘Proof of Concept’(PoC): A. Het opstellen van een op hoofdlijnen uitgewerkte businesscase voor het grotere gebied van Zuid Geleen, waarbij het aanbod voor particuliere kleinverbruikers acceptabel is en tegelijkertijd de businesscase sluitend is tegen een maatschappelijk rendement (doel 1). B. Een positief investeringsbesluit kunnen nemen over de realisatie van een klein gedeelte van het warmtenet op basis van een businesscase, met aansluitingen van met name maatschappelijk vastgoed, woningcorporatiepanden en grootverbruikers (doel 2). Er kunnen aan het eind van Fase 3 een aantal verschillende combinaties van situaties ontstaan:

Doel B wel behaald

Doel B niet behaald

Doel A wel behaald

1. Proof of Concept geslaagd

2. Proof of Concept geslaagd, maar realisatie kan niet zonder meer gestart worden.

Doel A niet behaald

3. Proof of Concept niet geslaagd

4. Proof of Concept niet geslaagd

1. [A+, B+] De businesscase voor eerste realisatie is rond, en uitbreiding in het gebied is ook mogelijk op basis van aansluiten kleinverbruikers (de benodigde BAK, ofwel Bijdrage Aansluitkosten, en andere tarieven zijn acceptabel). 2. [A+, B-] De businesscase voor eerste realisatie is niet rond (onvoldoende rendement), maar uitbreiding in het gebied is wel mogelijk op basis van aansluiten kleinverbruikers (de benodigde BAK en andere tarieven zijn acceptabel). 3. [A-, B+] De businesscase voor eerste realisatie is rond, maar opschaling in het gebied is niet mogelijk op basis van aansluiten kleinverbruikers (de benodigde BAK en/of andere tarieven zijn te hoog). 4. [A-, B-] De businesscase voor eerste realisatie is niet rond (onvoldoende rendement), en opschaling in het gebied is ook niet mogelijk op basis van aansluiten kleinverbruikers (de benodigde BAK en/of andere tarieven zijn te hoog). Het is minimaal nodig dat doel A behaald wordt om ‘Proof of Concept’ te laten slagen. Het gaat immers om het grootschalig kunnen aansluiten van kleinverbruikers. Op basis van die logica geldt:

12

In het geval van situatie 3 en situatie 4 is ‘Proof of Concept’ niet geslaagd en kan niet begonnen worden met realisatie onder de vlag van WZL. In het geval van situatie 1 is ‘Proof of Concept’ geslaagd en kan wel begonnen worden met realisatie onder de vlag van WZL. In het geval van situatie 2 is het ‘Proof of Concept’ geslaagd, maar kan realisatie niet zomaar plaatsvinden. Er zijn twee opties in dit geval: - Wachten op de ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)en de bereidheid van de gemeenten om haar bevoegdheden op het gebied van een einddatum van aardgas in te zetten. Als de wet er is én de gemeente deze wil inzetten, kan begonnen worden met het contracteren van alle kleinverbruikers en realisatie van het grotere gebied. Dit proces kost zeker een aantal jaar en het aanbod aan kleinverbruikers zal gedurende die tijd mogelijk nog aangepast worden met voortschrijdend inzicht/wijzigende omstandigheden. - Niet wachten en toch een deel van het net realiseren op basis van met name maatschappelijk vastgoed, woningcorporatiepanden en grootverbruikers. Gemeente of Provincie zouden dan moeten bijdragen in een subsidiëring van de onrendabele top. Als er geen partij is die bereid is te subsidiëren, dan kan realisatie niet plaatsvinden.

In bovenstaande situaties zijn twee prominente vragen die ingekaderd moeten worden: Wat is een haalbare businesscase? en Wat is een acceptabel aanbod aan particuliere kleinverbruikers? Wat is een haalbare businesscase? De betrokken partners zijn allemaal publieke partijen, wat betekent dat een maatschappelijk rendement zou moeten volstaan. Daarnaast is het belangrijk dat risico’s gemitigeerd of te dragen zijn; met name over dit laatste kan veel discussie zijn, maar is ook niet van tevoren in te kaderen. Door de scope van Fase 3 zeer klein te houden zijn de risico’s in beginsel ook kleiner dan wanneer een groter gebied ontwikkeld zou worden. Als het rendement negatief of te laag is (onrendabele top), en het tekort kan niet afgedekt worden door bestaande subsidieregelingen zoals de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS), dan is de businesscase niet haalbaar. Buiten dat is er vooraf geen rendementspercentage te noemen dat behaald moet worden als harde voorwaarde voordat de businesscase “haalbaar” heet. Een maatschappelijk rendement zou bijvoorbeeld gerelateerd kunnen worden aan de financieringslasten (WACC, weighted average cost of capital) of het redelijk rendement voor warmtenetten volgens ACM (Autoriteit Consument en Markt).

De Partijen die de ontwikkelovereenkomst gaan tekenen (gemeenten, Provincie, Enpuls) treden tijdens Fase 3 met elkaar in overleg als het rendement in een grijs gebied ligt, over de vraag of dit rendement acceptabel is in combinatie met de risico’s die ermee samenhangen. Wat is een acceptabel aanbod aan kleinverbruikers? Het moet duidelijk zijn dat voor verschillende soorten gebruikers (bijvoorbeeld veel/weinig gasverbruik) het aanbod van het warmtenet acceptabel zou kunnen zijn. Een objectieve maatstaf hiervoor kan zijn hoe deze kosten zich verhouden tot de kosten die een particulier 13

heeft bij verwarming met aardgas (investering, vaste en variabele lasten) of bij de overgang op een warmtepomp (investering, vaste en variabele lasten). Hierin worden de mogelijke subsidies uiteraard meegenomen. De aardgasreferentie is wat mensen nu gewend zijn, maar door de uitfasering van aardgas zal verwarming van een woning in het algemeen minder goedkoop zijn dan vroeger. Daarom is de kostenvergelijking met een warmtepomp ook heel belangrijk. Naast deze vergelijking op papier, wordt een klein aandeel kleinverbruikers meegenomen in Fase 3 in de contractvorming. Als een groot deel van deze kleinverbruikers het aanbod acceptabel vindt en wil aansluiten, is ook aangetoond dat dit een goed aanbod is. Voor de kleinverbruikers van de woningbouwcorporaties geldt dat minimaal 70% van de huurders moet instemmen met het aanbod, voordat de woningcorporatie de wijziging mag doorvoeren. Voor VvE’s geldt een soortgelijke verdeling van eigenaren/huurders. Ook uit de deelname van de huurders van woningcorporaties en VvE-leden valt dus af te leiden of het aanbod van het warmtenet voldoende aantrekkelijk is voor kleinverbruikers.

1.4 Leeswijzer Het projectplan beschrijft de werkzaamheden die in Fase 3 van Warmtenet Zuid-Limburg moeten worden uitgevoerd om de hierboven beschreven doelstelling(en) te halen. Het plan bestaat uit de benodigde werkpakketten. Voor elk werkpakket wordt aangegeven wat het werkpakket inhoudt (wat is het?), welke werkzaamheden uitgevoerd moeten worden (wat moet er gebeuren?), wat het werkpakket als resultaat geeft (wat levert het op?). Welke capaciteit en middelen vervolgens nodig zijn om de werkzaamheden uit te voeren is opgenomen in een apart begrotingsdocument.

14

2 Governance en organisatie WZL 2.1 Organisatie en governance Fase 4 Wat is het? In Fase 3 moet de organisatie en governance voor Fase 4 worden uitgewerkt, en moeten keuzes gemaakt worden over de wenselijke governance-vorm voor de eindsituatie (waar Fase 4 de eerste stap van zou zijn). Hierbij spelen twee organisatorische vraagstukken voor het eindbeeld van het Warmtenet Zuid-Limburg (WZL). Het eerste heeft betrekking op de organisatie van het warmtebedrijf die het warmtenet gaat realiseren en exploiteren. Het tweede heeft betrekking op de al dan niet gezamenlijke invulling van wettelijke taken door gemeenten onder de Wet collectieve warmte (Wcw) en Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), met name de manier waarop een warmtekavel of warmtekavels voor Warmtenet Zuid-Limburg vastgesteld wordt. Voor de organisatie van het warmtebedrijf is het algemene uitgangspunt (vastgesteld in visiedocument in stuurgroep van 20 december 2023, zie ook bijlage 2: “Ontwikkelvisie Warmtenet Zuid-Limburg”) om uit te gaan van één regionaal integraal warmtebedrijf voor het project WZL (in tegenstelling tot individuele gemeentelijke warmtebedrijven). Hier zijn nog verschillende nuances in mogelijk die in dit werkpakket verder uitgewerkt moeten worden.

Zo is het de vraag of het wenselijk is een BV (Besloten Vennootschap) voor heel Limburg boven deze WZL BV te plaatsen, en is het de vraag of het wenselijk (en realistisch) is om deze WZL BV al bij de start van Fase 4 opgericht te hebben. Daarnaast moet in dit werkpakket een voorlopig antwoord geformuleerd worden op de wenselijkheid van de gezamenlijk invulling van wettelijke taken door gemeenten. In het wetsvoorstel collectieve warmte zijn een aantal collegebevoegdheden opgenomen, waarmee gemeenten de regie krijgen over de warmtetransitie. Al deze bevoegdheden hebben betrekking op warmtekavels. Voor WZL gaat de belangrijkste organisatorische keuze op dit vlak daarom over twee mogelijkheden voor ‘verkaveling’ van het gebied: 1. Gemeenten definiëren gezamenlijk één warmtekavel voor WZL. Daarmee wordt het logisch (maar niet strikt noodzakelijk) om de genoemde collegebevoegdheden te mandateren aan een Gemeenschappelijke Regeling (GR). 2. Gemeenten definiëren onafhankelijk de warmtekavel(s) voor WZL op hun eigen grondgebied. Dit betekent dat deze warmtekavels van elkaar afhankelijk zullen zijn, aangezien gebruik gemaakt wordt van dezelfde warmtebronnen en hoofdstructuur. De vragen omtrent het warmtebedrijf en omtrent de wenselijkheid van een GR voor WZL hangen met elkaar samen.

Echter, de vragen over het warmtebedrijf moeten vergaand beantwoord zijn, terwijl vragen over de GR-samenwerking nog opengelaten kunnen worden aan het eind van Fase 3, omdat alleen nog in Sittard-Geleen ontwikkeld gaat worden. Het is echter wel wenselijk om ook hierin de intentie uit te spreken voor een bepaalde organisatievorm. Wat moet er gebeuren? Voorbereiden van besluitvorming over bedrijfsvorm warmtebedrijf Fase 4 en toekomst

15

Voordat tot realisatie overgegaan kan worden, is er een entiteit nodig die de rol van integraal warmtebedrijf zoals bedoeld in de Wcw gaat vervullen. Hiervoor moeten een aantal zaken uitgezocht en uitonderhandeld worden: - De noodzaak en wenselijkheid van een voorloop-BV voor Fase 4, voorafgaand aan het uiteindelijk wenselijke regionale integrale warmtebedrijf. - Als deze voorloop-BV wenselijk en/of noodzakelijk is, moet deze in lijn zijn met het eindbeeld van de gewenste structuur rondom het regionale integrale warmtebedrijf. Er is afhankelijkheid van de ingangsdatum van de Wet collectieve warmte (Wcw). - Het eindbeeld van het regionale integrale warmtebedrijf moet verdergaand gedetailleerd worden, er moeten keuzes gemaakt worden: o Is een bovenliggende provinciale BV wenselijk? Voor welke partners wel/niet. o Is het wenselijk dat alle gemeenten deelnemen in het regionale integrale warmtebedrijf, en vanaf wanneer (start of pas vanaf realisatie in hun gemeente)? Scheiding van de wettelijke taken en aandeelhouderstaken is van belang. o In welke stappen komen we van een eventuele voorloop-BV tot dit wenselijke eindbeeld van het regionale integrale warmtebedrijf? Opstellen van organisatie voor het warmtebedrijf in Fase 4 Er dient een bedrijfsplan te liggen naast het investeringsvoorstel, waarin de benodigde beheersorganisatie WZL (vanaf Fase 4) uitgewerkt is.

De beheersorganisatie bevat minimaal (eigen- of uitbesteedde) oplossingen voor: • Front- en backoffice (zakelijke klanten en kleinverbruikers) • Beheer en onderhoud van WZL-installaties • Storingsdienst voor afnemers • (door-)Ontwikkelteam • Huisvestiging • Directie, management, boekhouding, etc. • Contracten/overeenkomsten en noodzakelijke vergunningen zijn verleend Aan het eind van Fase 3 moet bij een positieve investeringsbeslissing deze beheerorganisatie ingericht gaan worden. Dit kost tijd, maar is geen onderdeel van Fase 3. Hiermee moet rekening gehouden worden in het projectplan dat opgesteld wordt voor Fase 4. Afspraken maken met ontwikkelgemeente voor Fase 4 De gemeente heeft een aantal wettelijke taken uit te voeren. We streven ernaar afspraken te maken over de manier waarop deze taken worden uitgevoerd, zodat dit zekerheid biedt voor het warmtebedrijf. Deze afspraken vormen idealiter een blauwdruk voor de afspraken die in de toekomst ook met andere gemeenten worden gemaakt (gemeenten zijn niet wettelijk verplicht om deze afspraken met het warmtebedrijf te maken). Het is echter wel voor beide partijen wenselijk om de wederzijdse verwachtingen helder te hebben, daarom is het voorstel vanuit WZL om deze afspraken wel te maken en deze waar mogelijk ook over te nemen naar andere gemeenten.

Het soort afspraken waar we naar streven: • Afspraken over inzet van de bevoegdheden die gemeenten hebben o.b.v. de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie ((Wgiw) einddatum aardgas).

16

•

•

• • •

Afspraken over complementaire inzet (wijk-)uitvoeringsplan(-nen), bijvoorbeeld welke inspanningen de gemeente pleegt in het kader van het wijkuitvoeringsplan (WUP) om bewoners te informeren (zie ook bijlage 1: “Wijkuitvoeringsplan Fase 3 WZL zoekgebied Zuid Geleen”). Afspraken over koppelkansen, gebiedsontwikkeling. Minimaal zijn onderstaande meekoppelkansen in beeld gebracht: o Reconstructies en/of gebiedsontwikkeling: is de aanleg van het warmtenet te combineren met een eventuele reconstructie binnen het beoogde gebied of delen hiervan? o Isolatieopgave: zit er overlap in de scope van het warmtenet en het Nationaal Isolatieprogramma (NIP)en/of andere (MKB-) verduurzamingsplannen? Op welke manier kan er aansluiting gevonden worden tussen deze opgaven die leidt tot grotere efficiency/adoptie van beide opgaven? o Werken aan infrastructuur en/of nutsvoorzieningen: zijn er ingrepen gepland aan wegdek, stoep, water-, gas-, elektra-, of rioleringsinfrastructuur binnen de scope van de ‘Proof of Concept’? Zijn deze werkzaamheden te combineren met de aanleg van het warmtenet? Afspraken over fasering van de aanleg van het warmtenet (binnen de ontwikkelscope). Afspraken over inzet van complementaire projectleider(s), herbestratingskosten, leges, omgevingsmanagement, subsidies.

Optioneel: in het geval dat uit het onderzoek naar de wenselijkheid van een Gemeenschappelijke regeling (GR) komt dat er geen draagvlak is voor een GR, is het wellicht wenselijk om in deze afspraken ook de taken van de Wet collectieve warmte (Wcw) te betrekken en afspraken te maken over hoe de gemeente om zal gaan met de beoordelingstaken in deze wet. Het is nog niet duidelijk of dit nodig is omdat dit mogelijk vanuit de Wcw, vanuit lagere regelgeving of door de ACM (Autoriteit consument en Markt) nog voldoende ingekaderd zal worden.

Onderzoek doen naar wenselijkheid Gemeenschappelijke Regeling (GR) Een gemeenschappelijke regeling voor Warmtenet Zuid-Limburg zou betrekking hebben op de wettelijke taken die aan gemeenten zijn toebedeeld in de Wcw en (optioneel) de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Alleen gemeenten zouden onderdeel uitmaken van deze GR; de Provincie en Enpuls Warmte Infra hebben niet dezelfde wettelijke taken als gemeenten en horen hier dus niet in. Dit onderdeel heeft nadrukkelijk niet te maken met het warmtebedrijf en de eventuele aandeelhoudersrol van gemeenten hierin, maar heeft juist betrekking op de wettelijke taken die de gemeenten hebben als derde partij richting het warmtebedrijf. De gemeentelijke taken in de Wcw vormen het bestaansrecht van de GR, als gekozen wordt voor één regionaal kavel. Het is wellicht ook wenselijk om de Wgiw-taken óók onder te brengen in de GR, maar dit is optioneel. Let op: Als de Wgiw niet betrokken wordt in de GR betekent dit vooral dat gemeenten iets meer vrijheid hebben in het (niet) inzetten van de bevoegdheid om een einddatum voor aardgas per gebied te bepalen. Het hangt daarom ook samen met de afspraken die met de ontwikkelgemeente worden gemaakt hieromtrent (vorige punt), aangezien die afspraken bedoeld zijn als blauwdruk voor de regio. 17

Hiervoor moeten een aantal zaken uitgezocht worden: - Wat zijn de voor- en nadelen van wel of niet uitgaan van a) één regionaal warmtekavel met b) een GR? Wie ervaart deze voor- of nadelen (warmtebedrijf, gemeente, inwoners)? - Is er in beginsel bestuurlijk draagvlak voor een GR voor WZL op basis van de analyse van voor- en nadelen? - Als er draagvlak is voor een GR, moet in een eerste aanzet uitgewerkt worden welke taken wel en niet daaronder zouden vallen. Dit is een onderhandeling waarin verschillende gemeenten wellicht verschillende standpunten hebben. Onderhandelingsposities moeten in kaart gebracht worden en punten waarover consensus is moeten voor zover mogelijk al vastgelegd worden in bijvoorbeeld een notitie over de uitgangspunten voor de toekomst. Voorbeelden: o Worden uitgewerkte kavelplannen goedgekeurd door alle deelnemende gemeenten in de GR of alleen door de gemeente waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden? o Worden besluiten genomen in unanimiteit of meerderheid? Verschilt dit per taak? o Worden taken die volgen uit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) ook onder de GR gebracht? - Als er geen draagvlak is voor een GR, zijn er twee opties die gewogen moeten worden door de gemeenten: o Uitgaan van gemeentelijke warmtekavels.

Dit heeft als consequentie dat het warmtebedrijf met tien verschillende gemeenten te maken heeft die mogelijk allen net verschillend omgaan met bijvoorbeeld de beoordeling van uitgewerkte kavelplannen. De afspraken die gemaakt zijn met de ontwikkelgemeente voor Fase 4, zijn in dit scenario belangrijk omdat daarmee toch enige gelijkvormigheid nagestreefd wordt. Dit vermindert de administratieve last voor het warmtebedrijf. o Toch een regionaal warmtekavel vaststellen, met besluitvorming bij de individuele tien gemeenten. Hiervan moet in kaart gebracht worden wat dat betekent betreffende de doorlooptijd van besluiten in het kader van de wettelijke taken. Deze optie lijkt vooraf niet wenselijk, maar is in theorie een mogelijkheid. Wat levert het op? - Een gedragen keuze voor de bedrijfsvorm voor het warmtebedrijf in Fase 4, die acceptabel is voor alle beoogde partners. - Een bedrijfsplan voor de inrichting van het warmtebedrijf voor Fase 4. - Een gedragen keuze voor de bedrijfsvorm voor het warmtebedrijf in het eindbeeld van WZL, inclusief een ingroeiplan van de structuur van Fase 4 naar deze wenselijke eindstructuur. - Afspraken met de ontwikkelgemeente voor Fase 4, afgestemd met overige gemeenten. Idealiter zijn de overige gemeenten akkoord om deze afspraken als blauwdruk te gebruiken voor latere ontwikkeling, dit is echter niet noodzakelijk om door te kunnen gaan naar Fase 4.

- Duidelijkheid of er wel/niet draagvlak is voor het inrichten van een GR en een regionaal warmtekavel voor het eindbeeld van WZL. Aan het eind van Fase 3 moet minimaal duidelijk zijn wat de positie van verschillende gemeenten hieromtrent is, en of een GR op 18

basis daarvan nog haalbaar zou zijn of niet. Let op: Wat opgeleverd wordt is voorbereidend werk op een eventuele GR, maar een GR is geen uitkomst van dit werkpakket (eventuele oprichting zal pas later in de tijd plaatsvinden).

19

3 Warmtebronnen 3.1 Chemelot Wat is het? Dit werkpakket omschrijft de uit te voeren voorbereidende activiteiten om de beoogde warmtebron (Olefins 4) op het terrein van Chemelot uit te koppelen tot buiten het terrein in Fase 4 van Warmtenet Zuid-Limburg (WZL). Wat moet er gebeuren? Technisch moet worden uitgewerkt hoe het leidingwerk van uitkoppelpunt bij de bron naar buiten Chemelot terrein gaat lopen, hierbij moet ook een schatting worden gemaakt hoeveel dit financieel gaat kosten. Het uitkoppelpunt in de naftakraker Olefins 4 bij SABIC werd gerealiseerd in 2019. Dit betreft puur de afsluiters die in het koelwaterkanaal zijn aangebracht, de zogenaamde “tie-in”, waarmee de restwarmte uitgekoppeld kan worden. Het gehele leidingwerk, dat van SABIC naar buiten het Chemelot terrein aangelegd moet worden, richting een primair overdrachtsstation, moet nog worden gerealiseerd. Er moeten afspraken gemaakt worden over het demarcatiepunt. Deze afspraak geeft aan vanaf welk punt in de technische installatie het eigendom van SABIC (of eventueel Utility Support Group (USG) of een andere partij op Chemelot) overgaat naar eigendom van het warmtebedrijf.

Er zijn in het verleden reeds ontwerpen en kostenramingen gemaakt met betrekking tot de installaties en leidingen op het terrein van SABIC (ISBL – inside battery limits), en op het Chemelot terrein (OSBL – outside battery limits) om de tie-in te kunnen benutten. De ISBL ramingen en engineering zijn destijds gemaakt door SABIC zelf, de ramingen voor OSBL zijn gedaan in opdracht van HGN-Ontwikkel BV. Deze informatie moet geactualiseerd worden. Juridische afspraken maken over de restwarmte met SABIC, Chemelot en USG Er dienen overeenkomsten opgesteld te worden met betrekking tot de demarcatiepunten en verantwoordelijkheden, voor de levering van restwarmte door SABIC en het transport van restwarmte over het Chemelot terrein. Het doel hiervan is het komen tot een leveringsovereenkomst tussen SABIC en WZL, en een transportovereenkomst (of beheersovereenkomst) tussen Chemelot en WZL. Hiervoor is nodig: - Definitief bepalen van het juridische construct met betrekking tot de uitkoppeling en het transport van warmte, bijvoorbeeld vergoedingen, eigendom, verantwoordelijkheid voor storingen etc. - Term sheets maken met SABIC en Chemelot waarin bovenstaande op voldoende hiërarchisch niveau wordt geformaliseerd (dit is een tussenstap vóór de leveringsovereenkomst en transportovereenkomst). Hierin worden de beoogde afspraken in de te vormen overeenkomsten op hoofdlijnen weergegeven.

Ook moet hierin het proces wordt beschreven waarmee het warmtebedrijf, de partij die de warmteleidingen op Chemelot zal beheren (indien niet zijnde WZL) en de warmteproducent tot een tekenklare leveringsovereenkomst willen komen; en 20

-

Een tekenklare leveringsovereenkomst en transportovereenkomst op basis van voorgaande draften, afstemmen met SABIC en Chemelot, tekenklaar te maken voor ‘Final Investment Decision’ (FID) van Fase 4 WZL.

Wat levert het op? • Geactualiseerde informatie over de “tie-in”, ISBL, OSBL resulterende in afgeronde EPC (engineering, procurement and construction; dit is een term die SABIC hiervoor hanteert). • Gedetailleerde engineering en kostenraming voor ISBL leidingwerk. Hiervoor moet een opdracht verstrekt worden aan SABIC, omdat zij dit niet uit handen geven aan een derde partij. • Gedetailleerde engineering en kostenraming voor OSBL leidingwerk. • Een inventarisatielijst van de benodigde vergunningen en bijbehorende procedure en doorlooptijd voor de realisatie van alle installaties van de bestaande tie-in tot aan het primaire overdrachtsstation. • Ondertekende termsheet, een tekenklare gedragen warmteleveringsovereenkomst: (WLO) SABIC, warmtetransportovereenkomst (WTO) voor het finale investeringsbesluit. Voor actualiseren ISBL is een budget nodig in de ordegrootte van 200.000 euro voor deze engineering. Voor actualiseren van het OSBL ontwerp en de aansluiting buiten het Chemelot terrein is circa 15.000 euro nodig. Voor de leveringsovereenkomst en andere juridische activiteiten is juridische capaciteit geraamd. Dit staat in het begrotingsdocument.

3.2 Piek en Back-up centrale Wat is het? Om het regionale warmtenet te kunnen realiseren is een primair warmteontvangststation voor diverse warmtestromen vanuit Chemelot nodig. Dit overdrachtsstation is in het verleden vaak de “Hub” genoemd. In de Hub komen ten eerste de warmtetransportleidingen binnen vanaf het Chemelot terrein. Daarnaast is er een opstelruimte voor piekketels, backup ketels, pompen en warmtebuffers nodig. Voor restwarmtestromen waaraan retourtemperatuur-eisen gesteld worden is opstelruimte voor koelinstallaties (‘drycoolers’) benodigd. In dit werkpakket worden hiervoor de ontwerpen gemaakt. Wat moet er gebeuren? Ook voor de Hub zijn in het verleden al plannen gemaakt. Er wordt voor dit onderdeel in eerste instantie verkend welke informatie beschikbaar is, en of de onderliggende uitgangspunten nog relevant zijn inzake locatiekeuze. Het gaat bijvoorbeeld om eigendom van de grond, bestemmingsplan etc. Er is mogelijk informatie beschikbaar (ontwerptekeningen, investeringsramingen) uit het voortraject Het Groene Net over een (tijdelijke- en/of definitieve-) Hub. Deze informatie moet geïnventariseerd en waar nodig geactualiseerd worden. Naast de investeringsraming (CAPEX) dient er ook een raming gemaakt te worden van de operationele uitgaven (OPEX) aan de hand van de aansluitscenario’s. Het is van belang dat de Hub toekomstbestendig is.

Uit de “basis of design” volgen de voorwaarden voor toekomstige uitbreidingsruimte, dit hangt mede samen met centrale 21

versus decentrale piek/back-up voorzieningen. Voor de ontwikkelfase (Fase 3 WZL) is het mogelijk, indien er onzekerheid over toekomstige opschaling bestaat, om te werken met tijdelijke (huur-) installaties, mogelijk in een containeropstelling, die later definitief kunnen worden, of later vervangen worden door een grotere (modulaire-) definitieve opstelling in een daartoe gebouwd pand. Inzake de benodigde nutsvoorzieningen voor de piek- en back-upinstallaties dient te worden getoetst, middels een voorlopige aanvraag, of de benodigde capaciteit voor handen is, zo ook geïnventariseerd wat de kosten van een dergelijke aansluiting zijn en wat de aansluittermijn is (denk aan E, G en W1). Wat levert het op? - Onderbouwing locatiekeuze voor de Hub. - Duidelijkheid over eigendom en/of opstalrecht. - Technisch voorontwerp van de Hub en piek- en back-upinstallaties. - (Toetsing van de) Vergunbaarheid van technische opstelling met hulpketels, inclusief analyse toekomstige vereisten bij opschaling en bijbehorende risico’s (check inclusief procedure en doorlooptijd). - Duidelijkheid over de mogelijkheid en doorlooptijd van de realisatie van de benodigde nutsvoorzieningen op de locatie van de Hub. - Plan met betrekking tot praktische realisatie, inclusief eventueel benodigde tijdelijke installaties.

- Input voor de businesscase met betrekking tot de kosten van de Hub en de nutsvoorzieningen, inclusief de investeringsraming (CAPEX) en raming van de operationele uitgaven (OPEX) voor de piek- en back-upinstallaties.

3.3 Duurzame achtervang bron Wat is het? Dit werkpakket levert schetsontwerpen op voor alternatieve bronnen dan Olefins-4, om voldoende bronzekerheid te realiseren ten behoeve van een financieringsbesluit voor de realisatiefase (Fase 4 WZL). Voorafgaand aan een investeringsbesluit moeten de mogelijkheden voor achtervang warmtebronnen helder zijn. Deze bestaan uit: • Een tweede bron op Chemelot (die zoveel mogelijk los staat van de bedrijfsvoering van Olefins 4). • Een alternatieve duurzame warmtebron en locatie los van Chemelot. Daarbij is het uitgangspunt dat te allen tijde minimaal hetzelfde vermogen en temperatuurniveau beschikbaar is als dat wat benodigd is in de voorliggende case. In eerste instantie gaat het dus om een alternatieve bron ter grootte van het vermogen aan restwarmte van Olefins 4. In de toekomst zal de bronnenstrategie dus mee moeten groeien, naarmate er meer bronnen op Chemelot ontsloten worden.

1

E: elektriciteitsaansluiting, G: gasaansluiting, W: wateraansluiting

22

Het is niet zinvol om ontwikkelkosten te maken die betrekking hebben op achtervang bronnen als er geen zicht is op een haalbare businesscase. Dit deel van het werkpakket schuift daarmee in prioriteit naar achter in de mijlpalenplanning. Scope van de duurzame achtervang bron betreft het uitkoppelpunt, of realisatie warmtebron, tot en met invoeding op het primaire overdrachtsstation (de Hub). Wat moet er gebeuren? Met voldoende detail de technische en financiële componenten uitwerken inzake alternatieve bron(nen) van: 1. Tracé en uitkoppeling op schetsontwerp niveau (voor alternatieve bron op Chemelot en een duurzame achtervang bron); 2. Raming van benodigde investeringen en operationele kosten (voor alternatieve bron op Chemelot en een duurzame achtervang bron); 3. Inschatting van de haalbaarheid van deze bronnen bijvoorbeeld in termen van (globaal) effect op de businesscase of ruimtelijke inpassing (voor alternatieve bron op Chemelot en een duurzame achtervang bron); 4. Principeakkoord of intentieovereenkomst met alternatieve warmteleverancier op Chemelot. Wat levert het op? - Rapportage over twee alternatieve bronnen, namelijk een alternatieve bron op Chemelot en een duurzame bron, ter vervanging van Olefins-4, waarin opgenomen een schetsontwerp, een globale analyse van de haalbaarheid en de financiële consequenties van deze bronnen (en locatie).

Dit is input voor de bronnenstrategie die onderdeel moet zijn van het eerste investeringsbesluit (onderdeel van bedrijfsplan). - Principeakkoord of intentieovereenkomst met een alternatieve warmteleverancier op Chemelot.

23

4 Netwerk 4.1 Basis of design Wat is het? Het doel van dit werkpakket is, in de vorm van één centraal document, deze uitgangspunten vast te leggen en wijzigingen daarop ook te administreren. Omwille van effectiviteit van de ontwikkeling van het project alsmede vergroten van de slagingskans van het project, zal initieel de Basis of Design vooral ook worden gebruikt om onduidelijkheden, verkeerde aannames, verschillen van inzicht of tekorten in details te vinden, en vervolgens op te lossen. Daarnaast zijn de gehanteerde uitgangspunten in de Basis of Design cruciaal om toekomstige verduurzaming mogelijk te maken. In dit werkpakket worden keuzes gemaakt die bijvoorbeeld tariefdifferentiatie op aflevertemperatuur of demand side response al dan niet mogelijk maken. Andere voorbeelden van uitgangspunten die aan bod dienen te komen zijn; Capaciteit; bijvoorbeeld dat het warmtenet in staat is om op termijn voldoende warmte te leveren aan alle gebouwen in het leveringsgebied waar het maatschappelijk zinvol is 2. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het eindtemperatuurregime, sloop/nieuwbouw plannen, demografische ontwikkelingen en een minimale isolatiestandaard van panden op termijn (geschiktheid voor levering op een medium temperatuurregime).

Ook dienen oplossingen gevonden te worden op het spanningsveld capaciteit voor een regionale eindscope versus financierbaar investeringsbesluit. Efficiëntie; Uitgangspunten over welke temperatuur- en pompenergieverliezen acceptabel zijn voor dit netwerk. Daartoe dient een gedegen onderbouwing te liggen voor investeringsbesluit. (Dit heeft betrekking op de isolatieklasse van leidingen en het benodigd pompvermogen versus investeringen op een levensduur van minimaal 30 jaar.) Betrouwbaarheid; Het warmtenet moet betrouwbaar zijn en minimale storingen of onderbrekingen hebben, dit is wettelijk vastgelegd voor warmteleveranciers. (Dit betreft bijvoorbeeld investeringen in het kader van redundantie voor storingsgevoelige en onderhoudsintensieve installaties, en het voorzien van afsluiters voor inperken van overlast bij werkzaamheden en/of calamiteiten.) Dit document is het bronbestand voor engineeringwerk met betrekking tot de verdieping tot VO. Tevens dient het document als richtlijn voor voorloopprojecten en/of decentrale warmtenet ontwikkelingen die plaatsvinden binnen de scope van Warmtenet Zuid-Limburg (WZL) om aansluitgeschiktheid op het grotere regionale netwerk te waarborgen. Wat moet er gebeuren? Het maken van een Basis of Design voor de totale scope van het project waarin de projectfilosofie wordt uitgewerkt en geharmoniseerd op alle vlakken, dus zowel technisch, 2

Dit wil niet zeggen dat automatisch grote vollooprisico’s dienen geaccepteerd te worden. Of het einddoel; een aardgasvrije gebouwde omgeving, te behalen is door van meet af aan te overdimensioneren, dan wel een geknipte uitrol in fases (bijvoorbeeld door modulaire ontwerpprincipes toepassen), of het (deels-) aanleggen van latere parallelle leidingen, zijn afwegingen die voor elke casus separaat gemaakt dienen te worden.

24

financieel, juridisch, projectmatig, op vlak van demarcaties etc. Denk aan zaken als temperatuur, hydraulische regeling, gelijktijdigheid, afnemers per warmteoverdrachtstation (WOS), nettypologie, keuze basislast, decentrale opwekking, duurzame back-up/piek, type afleverset, slimme buffers, onderscheid in leveringstemperaturen voor bestaande versus nieuwbouw, telemetrie, etc. Wat levert het op? Een afgestemd Basis of Design document voor het totale warmtenet, -systeem. De Basis of Design dient minimaal in de huidige en toekomstige (Wet collectieve warmte (Wcw)) wettelijke duurzaamheidsnormen te voorzien.

4.2 Warmtenet Wat is het? In deze fase zal een voorlopig ontwerp (VO) worden gemaakt van het beoogde warmtenet. Op basis hiervan kan uiteindelijk een (concept)investeringsvoorstel worden gemaakt. Wat moet er gebeuren? Vaststellen afnemers ten behoeve van routing tracé Het werkpakket start met het opstellen van een overzicht met daarin de gecommitteerde afnemers. Dit overzicht wordt aangeleverd door de werkgroep “klant en markt” inclusief volloop3 scenario zodat geprioriteerd kan worden. Uitvoeren van ontwerpateliers met stakeholders Met de gemeente en overige stakeholders zal een aantal ‘ontwerpateliers’ (afstemming met verschillende ruimtelijk ordeningsdisciplines) worden gehouden om tot een gezamenlijk gedragen en uitvoerbaar tracé te komen. Volgordelijk zal eerst in samenwerking met gemeente Sittard-Geleen het voorkeurtracé bepaald worden voor het primaire net en het (secundaire) distributienet. Daarna wordt dit voorkeurtracé voorgelegd aan de overige stakeholders. Deze overige stakeholders zijn in ieder geval Waterschap Limburg, Provincie Limburg en particuliere perceeleigenaren. Uitvoeren van een kadastrale recherche en ondergrondse infra Het uitvoeren van een kadastrale recherche op het ondergrondse en bovengrondse net ontwerp is een ander onderdeel van dit werkpakket.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=3e41e3ac-d902-4295-a95f-7985c4471267