CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Planregels Veegplan 2022

Raad 27 juni 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan Veegplan 2022 (Geilen) (61)30.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bestemmingsplan Veegplan 2022

63

Artikel 20

Leiding - Hoogspanningsverbinding bovengronds

20.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding bovengronds' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor een hoogspanningsleiding. 20.2 Bouwregels Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande dat: a.

b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde welke noodzakelijk zijn voor de aanleg en het beheer en onderhoud van de leidingen en de hoogspanningsmasten wel zijn toegestaan mits de hoogte niet meer bedraagt dan 25 m. overige bebouwing is uitgesloten, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde - indien de onderliggende bestemming bebouwing toelaat - en die zijn overeengekomen met de leidingbeheerder.

20.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in voor het bouwen van gebouwen in de andere bestemming, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.

er mag geen aantasting plaatsvinden van het doelmatig functioneren van de leiding; vooraf dient schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de beheerder van de desbetreffende leiding.

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten:

a. b. c. d. e.

het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bomen; het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 meter; het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren; het ophogen en egaliseren, bodemverlagen of afgraven of anderszins wijzigen van maaiveld of weghoogte; het tijdelijk of permanent opslaan van goederen.

20.5 Uitzondering Het in 20.4 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. b. c. d. e.

64

het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen. beplanting betreft, die voorkomt op de beplantingslijst van de leidingbeheerder; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; die worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en).

bestemmingsplan Veegplan 2022

20.6 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 20.4 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen het behoud, de veilige ligging en de continuïteit van de hoogspanningsverbinding wordt gewaarborgd. De beheerder van de leiding dient te zijn gehoord. 20.7 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd om de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding bovengronds' voor de bovengrondse verbinding te laten vervallen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c.

de realisatie en ingebruikname van de ondergrondse kabelverbinding dient te hebben plaatsgevonden. de bovengrondse hoogspanningsverbinding is buiten werking gesteld. het college van burgemeester en wethouders beschikken over een positief advies van de beheerder van de bovengrondse verbinding over het amoveren van de bovengrondse verbinding.

bestemmingsplan Veegplan 2022

65

Artikel 21

Leiding - Leidingstrook

21.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de reservering van gronden voor de ongestoorde doorgang van nieuw aan te leggen buisleidingen en voor de instandhouding van bestaande ondergrondse leidingen. 21.2 Bouwregels Op de voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden mogen geen nieuwe gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht en mogen geen bestaande gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden uitgebreid, met uitzondering van het bouwen van bouwwerken die ten dienste staan van de bestemming als omschreven in 21.1. 21.3

Afwijken van de bouwregels

21.3.1 Bouwen in de andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 21.2 voor het bouwen van gebouwen in de andere bestemming, met dien verstande dat

a. b.

de onderliggende (basis)bestemming de bebouwing toelaat; als gevolg van de werkzaamheden het doel van de bestemming niet onevenredig wordt belemmerd.

21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten: a. b. c. d. e. f. g. h.

het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; diepploegen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; het tijdelijk of permanent opslaan van goederen.

21.4.2 Uitzondering Het in 21.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden die:

a. b. c. d.

66

niet dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld; behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

bestemmingsplan Veegplan 2022

21.4.3 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 21.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de functie van de gronden en de leidingen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. De beheerder van de leiding dient te zijn gehoord. 21.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van de realisering van buisleidingen. Hierbij kan de bestemming ter plaatse van de voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden, ten behoeve van één of meerdere van de volgende bestemmingen worden gewijzigd: a. b. c.

Leiding - Aardolieproducten; Leiding - Gas; Leiding - Gas-etheen,

onder de voorwaarde dat de bijbehorende directe beschermingszones niet buiten de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook' mogen vallen.

bestemmingsplan Veegplan 2022

67

Artikel 22

Leiding - Riool

22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het beheer en het onderhoud van de rioolwatertransportleiding. 22.2 Bouwregels Op of in de voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 22.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 22.2, ten behoeve van het oprichten van bouwwerken binnen de beschermingszone van de rioolwatertransportleiding mits: a. b. c.

het belang van de leiding niet onevenredig wordt aangetast; door deze werken en werkzaamheden geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van de betreffende rioolwatertransportleiding; bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3 wint het schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder i.c. het waterschapsbedrijf Limburg. 22.4 Specifieke gebruiksregels Onder het verboden gebruik als bedoeld in artikel 22.1 wordt ten minste verstaan het gebruik van de grond voor: a. b. c. d. e.

de aanleg van oppervlakteverhardingen; het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplanting; het wijzigen van het bodemniveau (ophogen en afgraven); het verrichten van anders dan normaal spit- en ploegwerk; het heien of anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem.

De genoemde verbodsbepalingen gelden niet voor normale onderhoudswerkzaamheden en werken die plaatsvinden binnen het kader van een normaal bodemgebruik. 22.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 22.4. mits: a. b.

het belang van de leiding niet onevenredig wordt aangetast; door deze werken en werkzaamheden geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van de betreffende rioolwatertransportleiding.

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.5 wint het schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder i.c. het Waterschapsbedrijf Limburg.

68

bestemmingsplan Veegplan 2022

Artikel 23

Natuur

23.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. b. c. d. e. f. g. h. i.

instandhouding, herstel en/of de ontwikkeling van natuurlijke waarde en/of ecologische waarde; waterlopen en waterpartijen; het tegengaan van veranderingen in de grondwaterstand; het beschermen van aanwezige waardevolle graslandvegetaties; ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie', een industriële geluidzone. De regels in artikel 51.1 zijn van toepassing; ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg', een vrijwaringszone voor de N276. De regels in artikel 51.17 dienen in acht te worden genomen; ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone Roerdalslenk, zone II', een boringsvrije zone inzake de Roerdalslenk, zone II. De regels in artikel 51.3 dienen in acht te worden genomen; extensief dagrecreatief medegebruik; water en waterhuishoudkundige voorzieningen,

met daaraan ondergeschikt: j. k.

paden ten behoeve van extensief dagrecreatief medegebruik en/of onderhoud en beheer; educatief medegebruik,

met de daarbij behorende: l. voorzieningen van algemeen nut; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

23.2 Bouwregels Op de voor 'Natuur' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarvan de hoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen ten dienste van dagrecreatief medegebruik en nutsvoorzieningen waarvan de maximale hoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. 23.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: n. o. p. q. r. s. t.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving, waaronder geconcentreerd bouwen; ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; in het belang van een goede landschappelijke inpassing; in het belang van een verantwoorde afvoer van hemelwater (infiltratie of retentie).

bestemmingsplan Veegplan 2022

69

23.4 Specifieke gebruiksregels Onder gebruik en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik vna gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f.

detailhandel; het houden van evenementen; kamperen; staanplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; sport- en wedstrijdterrein, parkeerterrein, buitenmanege of lig- en speelweide; het beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden met motorvoertuigen; g. het racen of crossen met motorvoertuigen; h. staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; i. militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; j. het plaatsen van mestzakken of daarmee vergelijkbare voorzieningen; k. opslag van goederen en materialen, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; l. opslag van brandgevaarlijke en giftige stoffen; m. het winnen van bosstrooisel en mos; n. terrein voor het aanbrengen en het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, behoudens het bepaalde in artikel 7 van de Grondwet; o. het scheuren van grasland; p. paardenbakken; q. permanente of tijdelijke bewoning van gebouwen, inclusief aan het wonen gerelateerde activiteiten en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid; r. seksinrichting; s. het geheel of gedeeltelijk egaliseren of slechten van graften; t.

het in hun functioneren belemmeren of aantasten van bestaande natuurlijke of kunstmatige waterbuffers, inclusief aan- en afvoervoorzieningen. 23.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.5.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Natuur' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.

d.

e.

70

het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, tenzij dit noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het vellen en/of rooien van houtgewas, met name hoogstamboomgaarden, of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas tot gevolg kan hebben, behoudens bij wijze van verzorging; het bemalen of draineren van gronden en het winnen van water of het anderszins verlagen van de grondwaterstand;

bestemmingsplan Veegplan 2022

f. g. h.

het verrichten van exploratie- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen; het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en/of aanleggen van waterlopen; het verwijderen van graften, bosstroken en/of grasbanen.

23.5.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 23.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van: a. b. c.

werken en/of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; werken en/of werkzaamheden, welke op het tijdstip waarop het plan in werking treedt, in uitvoering zijn; werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

23.5.3 Toelaatbaarheid De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 23.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits uitvoering van de werken en/of werkzaamheden niet leidt tot de in Bijlage 2 genoemde gevolgen voor landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden.

bestemmingsplan Veegplan 2022

71

Artikel 24

Tuin

24.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

tuin;

alsmede voor: b. c. d.

water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen;

met bijbehorende: e. f.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; bestaande bijgebouwen ten behoeve van de naastgelegen woonbestemming.

24.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan: a.

b.

ten dienste van de in lid artikel 24.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. gebouwen niet zijn toegestaan; 2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens 1 m; van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens 2 m; van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m; ten dienste van de in artikel 44 en artikel 24.1 omschreven doeleinden ten behoeve van tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda’s en afdaken, mits: 1. de diepte van de in artikel 24.2 onder b genoemde bouwwerken niet meer bedraagt dan 1,5 m; 2. op de betreffende gevel geen van de in lid artikel 24.2 onder b genoemde bouwwerken aanwezig zijn; 3. de hoogte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw + 0,25 m; 4. de breedte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan 60% van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw.

24.3 Afwijken van bouwregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 24.2 sub a onder 2 voor de realisatie van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van maximum 2 m.

72

bestemmingsplan Veegplan 2022

Artikel 25

Verkeer - Parkeren

25.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Parkeren' aangewezen gronden zijn bestemd voor;

a. b. c. d.

parkeervoorzieningen met bijbehorende wegen en wandel- en fietspaden; een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg', ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg', een vrijwaringszone voor de N276. De regels in artikel 51.16 dienen in acht te worden genomen; ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone Roerdalslenk, zone II', een boringsvrije zone inzake de Roerdalslenk, zone II. De regels in artikel 51.3 dienen in acht te worden genomen;

met bijbehorende: e. f. g. h. i. j. 25.2

kunstuitingen; nutsvoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; groenvoorzieningen; gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde; overige bijbehorende voorzieningen en (on)bebouwde gronden. Bouwregels

25.2.1 Gebouwen Op de voor 'Verkeer - Parkeren' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 25.2.2 Bouwwerk, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende bepalingen:

a.

b.

c.

nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2; 2. de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m; de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. van verlichting 6 m; 2. van voorzieningen voor de verkeersgeleiding 10 m; 3. van kunstuitingen 12 m; 4. van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 2 m. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg', mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde in afwijking van het bepaalde onder b worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van de overkapping niet meer dan bedraagt dan 130 m2; 2. de hoogte van de overkapping niet meer bedraagt dan 6 m; 3. van de reclamezuil 7 m; 4. van verlichting 6 m; 5. van voorzieningen voor de verkeersgeleiding 10 m; 6. van kunstuitingen 12 m; 7. van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 m.

bestemmingsplan Veegplan 2022

73

Artikel 26

Verkeer - Railverkeer

26.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer - Railverkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

spoorwegen met de daarbijbehorende gronden en voorzieningen; spoorwegovergangen ten behoeve van overig verkeer; ongelijkvloerse kruisingen ten behoeve van wegen, straten en water;

alsmede voor: d. e. f. g. h.

parkeervoorzieningen en andere openbare ruimten; groenvoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; nutsvoorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;

met bijbehorende: i.

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

26.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 26.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a. b.

c.

74

gebouwen zijn niet toegestaan; nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m²; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m gemeten vanaf de bovenkant spoorstaaf; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gemeten vanaf de bovenkant spoorstaaf, mag ten hoogste bedragen: van verlichting 7 m; van voorzieningen voor de spoorgeleiding zoals, draagconstructies voor bovenleidingen, seinpalen, bakens en andere spoorverkeersvoorzieningen

15 m;

voor het onderbrengen van voorzieningen van de elektrotechnische systemen

7 m;

van geluidsschermen gemeten van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

4 m; 2 m.

bestemmingsplan Veegplan 2022

Artikel 27

Verkeer - 1

27.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

wegen en voet- en fietspaden ten behoeve van doorgaand en overig verkeer; garageboxen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - garagebox';

alsmede voor: c. d. e. f. g. h.

parkeervoorzieningen en andere openbare ruimten; groenvoorzieningen; kunstuitingen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; nutsvoorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;

met bijbehorende: i.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

27.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 27.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a.

b.

c.

nutsvoorzieningen mogen binnen en buiten een op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m²; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m; Garageboxen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - garagebox' worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte per garagebox niet meer mag bedragen dan 25 m2; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m; de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. van verlichting 6 m; 2. van voorzieningen voor de verkeersgeleiding 10 m; 3. van kunstuitingen 12 m; 4. van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 2 m.

bestemmingsplan Veegplan 2022

75

Artikel 28

Verkeer - 2

28.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. 28.2

wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; voet- en rijwielpaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting, en faunavoorzieningen; straatmeubilair; voorzieningen van algemeen nut; geluidsvoorzieningen; kunstwerken; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen. Bouwregels

28.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 4 meter; de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 10 m².

28.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.

de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 15 meter.

28.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d. e. f. g. 28.4

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving, waaronder geconcentreerd bouwen; ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. in het belang van een goede landschappelijke inpassing; in het belang van een verantwoorde afvoer van hemelwater (infiltratie of retentie). Specifieke gebruiksregels

28.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a.

76

het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover dit noodzakelijk is

bestemmingsplan Veegplan 2022

b.

in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

bestemmingsplan Veegplan 2022

77

Artikel 29

Waarde - Archeologie

29.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de op de plankaart aangewezen bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 53.2. 29.2 Bouwregels Op de tot Waarde-Archeologie aangewezen gronden mag op bouwpercelen, die op de desbetreffende kaartuitsneden of na gebruik van een wijzigingsbevoegdheid een uitbreidingsmogelijkheid voor bebouwing hebben van meer dan 0,25 ha dan wel in gevallen waarbij de uitbreidingsmogelijkheid gelegen is binnen een afstand van 50 m tot archeologisch waardevolle terreinen of anderszins archeologische waarden in het geding zijn, uitsluitend gebouwd worden, nadat door middel van archeologisch vooronderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden in het geding zijn, dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden veilig zijn gesteld. Een rapportage van de resultaten van het onderzoek moet worden overhandigd, voorafgaand aan het toekennen van de bouwmogelijkheden.

29.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.3.1 Verbod Het is verboden, op of in de tot Waarde-Archeologie aangewezen gronden, ter plaatse van de op de plankaart aangeduide ‘terreinen van zeer hoge archeologische waarde’ en ‘terreinen van hoge archeologische waarde’, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; het bebossen van gronden; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

29.3.2 Uitzondering op verbod Het in 29.3.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.

78

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen

bestemmingsplan Veegplan 2022

worden uitgevoerd; 29.3.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 29.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien de in bedoelde gronden aanwezige oudheidkundige sporen niet dan in geringe mate worden of kunnen worden aangetast of als de mogelijkheid bestaat tot het doen van voor afgaand wetenschappelijk onderzoek of het doen van oudheidkundige waarnemingen. 29.3.4 Advies Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning vragen burgemeester en wethouders de betreffende leidingbeheerder(s) schriftelijk om advies. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.

bestemmingsplan Veegplan 2022

79

Artikel 30

Waarde - Archeologie 1

30.1 Bestemmingsomschrijving a. De gronden die op de plankaart zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 1' zijn tevens bestemd voor doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden. b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 30.2 Bouwregels a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Op de in artikel 30.1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; 2. een bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 3. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 50 m2. 30.3 Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 30.2 sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Afwijking als bedoeld in artikel 30.3, sub a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2.

op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn. c. Afwijking als bedoeld in artikel 30.3, sub a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 30.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerken zijnde

30.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

80

grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

bestemmingsplan Veegplan 2022

30.4.2 Uitzondering op verbod Het verbod, als bedoeld in artikel 30.4.1 , is niet van toepassing indien: e. f. g. h. i. j. k.

mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte 50 m2 of smaller zijn dan 1,5 m1; er reeds een verleende aanlegvergunning, ontgrondingvergunning of omgevingsvergunning is verleend; de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

30.4.3 Voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in artikel 30.4 sub a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen of; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.

30.4.4 Advies Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning vragen burgemeester en wethouders de betreffende leidingbeheerder(s) schriftelijk om advies. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding. 30.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a.

b.

de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: 1. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld. de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' toe te kennen aan gronden, grenzend aan deze dubbelbestemming, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van bedoelde dubbelbestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplan Veegplan 2022

81

Artikel 31

Waarde - Archeologie 2

31.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 31.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in artikel 3 tot en met 15 van deze regels, mogen op de in lid 31.1 genoemde gronden geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a.

b. c.

d.

ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen ten behoeve van het bepaalde in artikel 3 tot en met 15 van deze regels, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw, gelegen op minder dan 1 meter boven peil, niet wordt vergroot of veranderd; de bouw van een (bij)gebouw of een uitbreiding van een bestaand gebouw van ten hoogste 500 m² en graafwerkzaamheden niet dieper dan 30 cm. archeologisch vriendelijke gebouwen en andere bouwwerken binnen de bestemming Bedrijventerrein, waarbij een leeflaag wordt aangelegd, waarin eventuele verdiepingen van het maaiveld (zoals ten behoeve van de aanleg van docks, kabels en leidingen) of van de bebouwing (zoals ten behoeve van funderingen) gerealiseerd kunnen worden, zonder dat deze verdiepingen een onevenredig nadelig effect (kunnen) hebben op de archeologische waarden of deze waarden (kunnen) aantasten. Indien de in de vorige zin bedoelde leeflaag onvoldoende diep is voor het realiseren van afdoende fundering, is de aanleg van (paal)funderingen beneden de bedoelde leeflaag toegestaan, mits hierdoor niet meer dan 1% verstoring van de archeologische waarden kan optreden, hetgeen dient te worden aangetoond middels een specifiek daartoe uitgevoerd onderzoek.

gebouwen en/of andere bouwwerken waarvan middels een geotechnisch en/of een archeologisch onderzoek is aangetoond, dat die door hun constructie en fundering geen onevenredig nadelige invloed hebben op de archeologische waarden in de bodem ter plaatse van de te realiseren gebouwen en/of andere bouwwerken.

31.3 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 31.2, voor het bouwen van gebouwen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3 tot en met 15 van deze regels, groter dan 500 m², indien is gebleken dat het oprichten van het gebouw niet zal leiden tot een verstoring van de archeologische waarden. b. Voor zover het oprichten van het bouwwerk, waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd, kan leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 31.2, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c.

De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.

82

bestemmingsplan Veegplan 2022

31.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

31.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op de in lid 31.1 bedoelde gronden de volgende andere-werken uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen, het vellen en/of rooien van beplantingen en/of bomen; het wijzigen van watergangen; het uitvoeren van graaf- en ontgrondingswerkzaamheden anders dan normaal spitwerk dieper dan 0,30 m beneden het peil; het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem dieper dan 0,30 m; het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden, dieper dan 0,30 m beneden het peil; het aanleggen van ondergrondse leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

31.4.2 Weigering Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 31.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere-werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen van deze andere-werken en werkzaamheden zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden. 31.4.3 Voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning Voor zover de in lid 31.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

31.4.4 Advies De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 31.4.5 Niet van toepassing Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 31.4.1 is niet vereist indien: a. b. c. d. e. f. g.

mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte 500 m² of smaller zijn dan 1,5 m; er reeds een omgevingsvergunning of ontgrondingvergunning is verleend; de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

bestemmingsplan Veegplan 2022

83

31.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' te wijzigen door: a.

84

de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien op basis van archeologisch onderzoek blijkt dat er geen sprake is van de aanwezigheid van archeologische waarden.

bestemmingsplan Veegplan 2022

Artikel 32

Waarde - Archeologie 3

32.1 Bestemmingsomschrijving a. De gronden die op de plankaart zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3' zijn tevens bestemd voor doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden. b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 32.2 Bouwregels a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Op de in lid 1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: 1. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 2. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 100 m², met dien verstande dat, indien graafwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 30 cm, burgemeester en wethouders de volgende voorwaarde kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning: het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 32.3 Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 32.2 sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b.

Afwijking als bedoeld in artikel 32.3 sub a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Afwijking als bedoeld in artikel32.3 sub a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de ontheffing voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 32.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 32.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c.

grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;

bestemmingsplan Veegplan 2022

85

d.

het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

32.4.2 Uitzondering op verbod Het verbod, als bedoeld in artikel 32.4.1 is niet van toepassing indien: l.

mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; m. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; n. de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 100 m² of smaller zijn dan 1 m.; o. er reeds een aanlegvergunning, ontgrondingvergunning of omgevingsvergunning is verleend; p. de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; q. de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; r. de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 32.4.3 Voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in artikel 32.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kunnen aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen of; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.

32.4.4 Advies Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning vragen burgemeester en wethouders de betreffende leidingbeheerder(s) schriftelijk om advies. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding. 32.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door: a.

b.

86

de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: 1. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' toe te kennen aan gronden, grenzend aan deze dubbelbestemming, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van bedoelde dubbelbestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplan Veegplan 2022

Artikel 33

Waarde - Archeologie 4

33.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden; b. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 33.2 Bouwregels Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. b. c. d.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; en bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m2.

33.3 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 33.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties 33.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

33.4.1 Verbod Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

bestemmingsplan Veegplan 2022

87

33.4.2 Uitzondering op verbod Het verbod, als bedoeld onder a, is niet van toepassing: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; indien de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 500 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; indien de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; indien de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; indien de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; indien de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; indien objectief wordt aangetoond dat de bodem al zodanig is verstoord door in het verleden uitgevoerde werkzaamheden dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarde; ter plaatse van de figuren 'hartlijn leiding - brandstof', 'hartlijn leiding - gas', 'hartlijn leiding riool', 'hartlijn leiding - water', hartlijn leiding - aardolieproducten', en hartlijn leiding - gas-etheen';

33.4.3 Voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de onder a genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen of; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.

33.4.4 Advies Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning vragen burgemeester en wethouders de betreffende leidingbeheerder(s) schriftelijk om advies. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding. 33.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a.

b.

88

de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: 1. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' toe te kennen aan gronden, grenzend aan deze dubbelbestemming, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van bedoelde dubbelbestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplan Veegplan 2022

Artikel 34

Waarde - Archeologie 5

34.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van de archeologische waarden. 34.2 Bouwregels Op de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. b. c. d. 34.3

gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 10.000 m² . Afwijken van de bouwregels

34.3.1 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde a. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 34.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a. wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a. wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

34.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 34.4.1 Verbod Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten: a.

b. c. d.

grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband

bestemmingsplan Veegplan 2022

89

houdende constructies, installaties of apparatuur. 34.4.2 Uitzonderingen Het verbod, als bedoeld in 38.4.1 , is niet van toepassing indien: a. b. c. d. e. f. g. h.

mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; is aangetoond dat de betreffende gronden reeds dieper dan 30 cm zijn verstoord en de werken en/of werkzaamheden niet dieper reiken dan de diepte van de aangetoonde eerdere verstoring; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 10.000 m² of smaller zijn dan 1,5 m; de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

34.4.3 Toelaatbaarheid Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in 38.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

34.4.4 Advies Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning vragen burgemeester en wethouders de betreffende leidingbeheerder(s) schriftelijk om advies. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding. 34.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' te wijzigen door: a.

b.

90

de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: 1. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld; de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' toe te kennen aan gronden, grenzend aan deze bestemming, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de bestemming 'Waarde - Archeologie 5', gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplan Veegplan 2022

Artikel 35

Waarde - Archeologie 6

35.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van de archeologische waarden. 35.2 Bouwregels Op de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: : a. b. c. d. 35.3

gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 50.000 m². Afwijken van de bouwregels

35.3.1 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde a. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 35.2, sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

35.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 35.4.1 Verbod Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=c5f889a9-f5a5-4400-8b01-e2a77e0616ea