01 Planregels Veegplan 2022
Tekst van het document
b. c. d.
grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband
bestemmingsplan Veegplan 2022
91
houdende constructies, installaties of apparatuur. 35.4.2 Uitzonderingen Het verbod, als bedoeld in 35.4.1, is niet van toepassing indien: a. b. c. d. e. f. g. h.
mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; is aangetoond dat de betreffende gronden reeds dieper dan 30 cm zijn verstoord en de werken en/of werkzaamheden niet dieper reiken dan de diepte van de aangetoonde eerdere verstoring; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 50.000 m² of smaller zijn dan 1,5 m; de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning; de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
35.4.3 Toelaatbaarheid Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in 35.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
35.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' te wijzigen door: a. b. c. d.
92
de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld; de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' toe te kennen aan gronden, grenzend aan deze bestemming, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de bestemming 'Waarde - Archeologie 6', gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 36
Waarde - Archeologische verwachtingen 1
36.1 Bestemmingsomschrijving a. De binnen het besluitvlak 'Waarde - Archeologische verwachtingen 1' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. b. De onder a bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen afwijkingsen / of wijzigingsbevoegdheden en / of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. 36.2 Bouwregels Er mag alleen worden gebouwd ten behoeve van aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. 36.3
Afwijken van de bouwregels
36.3.1 Ontheffing Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 36.2 ten behoeve van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende besluitvlakken, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 36.3.2
Uitzonderingen
Ontheffing als bedoeld in artikel 36.3.1 is niet vereist, indien: a. b. c.
op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 500 m2.
36.3.3 Advies Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over het afwijken van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 36.3.1, winnen zij advies in bij de stadsarcheoloog omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden. 36.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 36.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op de in artikel 36.1 bedoelde gronden de volgende andere-werken uit te voeren: a. b. c. d. e.
het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodem verlagen of afgraven van gronden; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m vanaf maaiveld; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
bestemmingsplan Veegplan 2022
93
f.
het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies.
36.4.2 Uitzondering op verbod Het in artikel 36.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a. b. c. d. e. f. g.
het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 500 m2 en niet dieper dan 0,3 m vanaf het maaiveld; op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden: reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden of een ontgrondingvergunning; de werken en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
36.4.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 36.4.1 wordt slechts verleend, indien door de werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 36.4.4
Advies
Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning vragen burgemeester en wethouders de betreffende leidingbeheerder(s) schriftelijk om advies. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.
94
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 37
Waarde - Cultuurhistorie
37.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder voor: a.
b.
37.2
het behoud, het herstel en de versterking van de aanwezige ruimtelijke historische structuur en het ruimtelijk historische beeld en ruimtelijk historische belevingswaarden van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht en de hierin aanwezige bebouwing; het behoud, het herstel en de versterking van de karakteristieke hoofdvormen, de geveltypen, de geleding, het materiaal, het kleurgebruik en de ornamenten van gebouwen alsmede het behoud van de historisch waardevolle rooilijn, het herstel en versterken van het ruimtelijk historisch beeld en belevingswaarde van de gevelwand ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van waarde - historisch waardevolle gevelwand'. Bouwregels
37.2.1 Bouwwerken Bouwwerken dienen binnen deze dubbelbestemming te voldoen aan de volgende regels: a. b. c. d.
e. f.
g.
h.
nieuwbouw van gebouwen is niet toegestaan, tenzij een sloopvergunning op basis van dit artikel is afgegeven; de voorgevel van een hoofdgebouw welke is gekeerd naar de openbare weg of openbare ruimte mag uitsluitend worden gebouwd in de bestaande voorgevelrooilijn; de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mogen niet meer bedragen dan de goot- en bouwhoogte ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan; de kapvorm en kaprichting van hoofdgebouwen, waarvan de voorgevel is gekeerd naar de openbare weg, mogen niet afwijken van de kapvorm en kaprichting ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan dan wel de kapvorm en kaprichting zoals die krachtens een vóór het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden gebouwd; de schuine daken (vijfde gevel) moeten in geval van vervanging van de dakbedekking worden voorzien van keramische dakpannen of, indien oorspronkelijk aanwezig, (natuursteen) leien; de breedte en de parcellering van hoofdgebouwen, waarvan de voorgevel is gekeerd naar de openbare weg, mogen niet afwijken van de breedte en de parcellering ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan dan wel zoals die krachtens een voor het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning vóór het bouwen
mag worden gebouwd; het geveltype en de geleding, het materiaal, kleurgebruik en ornamenten van hoofdgebouwen, waarvan de voorgevel is gekeerd naar de openbare weg, mogen niet afwijken van het geveltype en de geleding, het materiaal, kleurgebruik en ornamenten ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan dan wel zoals die krachtens een voor het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning voor het bouwen mogen worden gebouwd; bij verbouwing van een pand met de aanduiding 'specifieke vorm van waarde – bouwhistorische verwachting' dient voorafgaande aan de planvorming een onderzoek plaats te vinden naar de bouwhistorische waarden van het pand. Indien blijkt dat muren, (vakwerk)wanden, kelders, balklagen en kapconstructies met bouwhistorische waarden aanwezig zijn, dan moeten deze behouden blijven, tenzij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen commissie van terzake deskundigen van oordeel is dat wijziging met het oog op herbestemming nodig is en de bouwhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast;
bestemmingsplan Veegplan 2022
95
i.
j. k. l.
balkons en erkers aan de van de openbare weg zichtbare gevels zijn uitsluitend zijn toegestaan, ingeval en voor zover deze aanwezig waren ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan dan wel zoals die krachtens een vóór het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden gebouwd; voor dakterrassen, welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, geldt, dat deze uitsluitend zijn toegestaan, zoals deze aanwezig waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; de gebouwde elementen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - waardevol gebouwd element' dienen in de bestaande omvang gehandhaafd te blijven en mogen niet worden gewijzigd; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde – te behouden openheid' en 'specifieke vorm van waarde - historisch waardevolle groenstructuur' almede binnen een afstand van 5 meter uit de aanduiding 'beeldbepalende boom' en binnen een afstand van 1 meter van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - historisch waardevolle hagen' mogen geen bouwwerken worden gebouwd.
37.2.2 Omgevingsvergunning voor het bouwen a. Een omgevingsvergunning voor bouwwerkzaamheden mag alleen en moet worden geweigerd, indien door de uitvoering van de werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieken en/of cultuurhistorische waarden, zoals aangegeven in artikel 37.1 en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a. wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen bij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen commissie van ter zake deskundigen. 37.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de afmeting en de plaats van de bebouwing, alsmede de opbouw en indeling van bestaande gevels ten behoeve van behoud en versterking van de cultuur- en bouwhistorische waardevolle karakteristieke verschijningsvorm van de cultuurhistorische waardevolle bebouwing. 37.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.
b. c. d.
e. f.
g. h.
96
artikel 37.2.1 sub a voor nieuwbouw, mits de gevelbreedte, het geveltype, de gevelgeleding, het materiaalen kleurgebruik worden afgestemd op de historische maatvoering, historische verhoudingen en het beeld zoals deze van oudsher in het beschermde gezicht voorkomt. artikel 37.2.1 sub b voor zover er geen sprake is van een historische voorgevelrooilijn en de bebouwing terug wordt geplaatst in de historische voorgevelrooilijn; artikel 37.2.1 sub c voor zover de huidige goot- en bouwhoogte lager zijn dan de historische goot- en bouwhoogte en de historische maten en verhoudingen worden hersteld; artikel 37.2.1 sub d voor zover er sprake is van een plat dak of de huidige dakvorm en/of dakrichting afwijkt van de historische dakvorm en de dakvorm in overeenstemming wordt gebracht met de historische dakvorm en richting; artikel 37.2.1 sub e voor zover er sprake is van een ander gebouwenmateriaal dat zich voegt in de historische context; artikel 37.2.1 sub f voor zover de gevelbreedte en de parcellering van hoofdgebouwen afwijkt van de historische gevelbreedte en parcellering en de historische gevelbreedte en de historische parcellering worden hersteld; artikel 37.2.1 sub g mits de wijzigingen betrekking hebben op het opheffen van verstoringen aan deze gevel en de gevel door de wijziging in overeenstemming wordt gebracht met het historische beeld; artikel 37.2.1 sub h indien reeds
eerder een bouw- en cultuurhistorisch onderzoek heeft plaatsgevonden naar het pand en op basis hiervan voor de verbouwing voldoende informatie voorhanden is over de
bestemmingsplan Veegplan 2022
bouw- en cultuurhistorische waarden; artikel 37.2.1 sub j voor het realiseren van nieuwe dakterrassen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: j. de dakterrassen zijn niet zichtbaar vanaf de openbare weg; k. de hoogte van afscheidingen bedraagt niet meer dan 1,00 meter, gemeten ten opzichte van de vloer waarop wordt gebouwd en de afscheidingen worden uitgevoerd in een open transparante constructie; l. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische waarden. m. artikel 37.2.1 sub k voor het veranderen van de als 'specifieke vorm van waarde - waardevol gebouwd element' aangeduide bouwwerken, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden; n. artikel 37.2.1 sub l indien er de cultuurhistorische waarde van de historisch waardevolle groenstructuur en/of historisch waardevolle hagen niet onevenredig worden aangetast en de essentie van de openheid en zichtlijnen behouden blijft. i.
37.5
Specifieke gebruiksregels
37.5.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in elk geval verstaan een pand of gronden te gebruiken of laten te gebruiken op een dusdanige wijze dat de cultuurhistorische waarden worden ontsiert of in gevaar worden gebracht. 37.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 37.6.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a.
b.
de volgende andere werken uit te voeren: 1. het verven, verwijderen en wijzigen van verflagen, van gevels, ramen, deuren, luiken en/of sierdelen van hoofdgebouwen, voor zover deze werkzaamheden ingevolge het Besluit omgevingsrecht niet vergunningsvrij zijn; 2. het wijzigen van gevels, ramen, deuren, luiken, sieronderdelen en/of dakbedekking van hoofdgebouwen, voor zover daarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; 3. het bepleisteren, het verwijderen en wijzigen van pleisterwerk van gevels van hoofdgebouwen; 4. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden; 5. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden; 6. het wijzigen van weg- of straatprofielen en/of oppervlakteverhardingen; 7. het graven en/of dempen van waterlopen en waterpartijen; 8. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van waarde - historisch waardevolle groenstructuur', 'specifieke vorm van waarde - historisch waardevolle hagen' en 'beeldbepalende boom', de volgende andere werken uit te voeren: 1. het vellen, rooien of beschadigen van monumentale bomen of beeldbepalende bomen; 2. het vellen, rooien of beschadigen van historisch waardevolle hagen of groenstructuren; 3. het scheuren van grasland; 4. het aanbrengen van verhardingen.
37.6.2 Weigering a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 37.6.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door de uitvoering van het ander werk, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieken en/of cultuurhistorische waarden, zoals aangegeven in artikel 37.1 en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
bestemmingsplan Veegplan 2022
97
b.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid artikel 37.6.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen bij de door het College van Burgemeester en Wethouders aangewezen commissie van ter zake deskundigen.
37.6.3 Uitzondering op verbod De verbodsbepaling van artikel 37.6.1 geldt niet voor normale onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk in verband met het beheer of de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen vergunning; hieronder wordt mede verstaan: a. b. c. d.
37.7
het normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming; het onderhoud en herstel van oeverbeschoeiingen; het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout; werken en/of werkzaamheden, die strekken ter behoud of het herstel van de cultuurhistorische, landschaps- of natuurlijke waarden. Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
37.7.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de in artikel 37.1 bedoelde gebouwen aangeduid als geheel of gedeeltelijk te slopen anders dan ter vernieuwing van onderdelen, welke uit oogpunt van onderhoud noodzakelijk is. 37.7.2 Verlenen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 37.7.1 mag alleen worden verleend, indien: a. b. c. d.
e.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristiek, archeologische, bouw- of cultuurhistorische waarden; de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is; het delen van een gebouw of bijbehorende bouwwerken betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt. er een omgevingsvergunning voor vervangende nieuwbouw of herinrichting van de vrijkomende gronden kan worden verleend en voldoende is aangetoond dat de vergunde werkzaamheden binnen een termijn van vijf jaar na verlening van de sloopvergunning gerealiseerd zullen zijn.
37.7.3 Advies Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 37.7.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen bij de door het College van Burgemeester en Wethouders aangewezen commissie van ter zake deskundigen. 37.7.4 Onderzoeksplicht en voorwaarden omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 37.7.1 kan slechts worden verleend nadat: a.
98
een door deskundigen opgesteld rapport overlegd wordt, waarin de archeologische en bouwhistorische waarden van de te slopen bouwwerken naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd;
bestemmingsplan Veegplan 2022