01 Planregels Veegplan 2022
Tekst van het document
Afwijken van de gebruiksregels
6.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bedrijven in een hogere milieucategorie Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.5.1 ten behoeve van de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een hogere categorie dan categorie 1 en 2 volgens de bij deze regels behorende Lijst van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 6), met dien verstande dat: a.
32
deze activiteiten naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelet op de milieubelasting naar aard
bestemmingsplan Veegplan 2022
b.
en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2; bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
bestemmingsplan Veegplan 2022
33
Artikel 7
Bedrijventerrein - 1
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c.
de vestiging van bedrijven gericht op de aan en afvoer van grondstoffen en/of halffabricanten in eigen beheer of voor derden, welke geheel of gedeeltelijk gebruikmaken van de door de rail- en/of bargeterminal aangeboden dienstverlening welke voorkomen in de milieucategorieën 2 en 3 zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten Holtum Noord III; bijbehorende wegen, paden, verblijfsgebieden, groenvoorzieningen en parkeeraccommodatie en ontsluitingsmogelijkheden; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.
7.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g. h.
7.3
gebouwen dienen binnen het bestemmingsvlak te worden gebouwd; de toegestane bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt minimaal 10,00 meter en maximaal 15,00 meter; bedrijfsgebouwen moeten minimaal 10,00 meter uit de naar de openbare weg gekeerde bestemmingsgrens zijn gelegen; bedrijfsgebouwen moeten minimaal 5,00 meter uit de naar de A2-oprit gekeerde bestemmingsgrens zijn gelegen; bedrijfsgebouwen moeten minimaal 5,00 meter uit de niet naar de openbare weg gekeerde bestemmingsgrens gelegen zijn; maximaal 80% van het bestemmingsvlak mag worden bebouwd met gebouwen; de dakhelling mag maximaal 30° bedragen; de toegestane bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt maximaal 20,00 meter, met dien verstande dat de toegestane hoogte van erfafscheidingen maximaal 3,00 meter bedraagt. afwijking van de bouwregels
7.3.1 Afwijken van de bouwhoogte Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2 sub b en een bouwhoogte van minimaal 3,00 meter en/of een bouwhoogte van maximaal 20,00 meter toestaan mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c.
de belangen van derden; de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld; de bedrijfseconomische en de bedrijfstechnische noodzaak kan worden aangetoond.
7.3.2 Afwijken van de bouwhoogte bouwwerken Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2 sub h en een hogere bouwhoogte voor andere bouwwerken, toestaan tot maximaal 30,00 meter, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c.
34
de belangen van derden; de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld; en mits de bedrijfseconomische en de bedrijfstechnische noodzaak kunnen worden aangetoond kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van 3.2. onder i.
bestemmingsplan Veegplan 2022
7.4 Specifieke gebruiksregels De onderstaande specifieke gebruiksregels zijn van toepassing; a. b. c. d.
e. f. g.
Bedrijfswoningen, detailhandel en zelfstandig kantoorvestigingen zijn niet toegestaan; Wgh inrichtingen zijn niet toegestaan; BEVI-inrichtingen zijn niet toegestaan; Het is niet toegestaan verharding aan te brengen binnen een zone van 5,00 meter gemeten vanuit de grens van de bestemming Verkeer, met uitzondering van verharding noodzakelijk voor ontsluitingswegen van het bouwperceel; Er dient per bouwperceel te worden voldaan aan de volgende parkeernorm: 0,4 parkeerplaats per 100 m2 bvo; Het parkeren dient landschappelijk ingepast te worden; Buitenopslag is niet toegestaan.
7.5 Afwijking van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 sub a: a.
b.
om bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in lid 3.1, sub a voor zover op basis van milieutechnisch onderzoek het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 7.1, sub a genoemd; om bedrijven toe te laten die niet in de milieucategorieën zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1, sub a genoemd.
bestemmingsplan Veegplan 2022
35
Artikel 8
Bedrijventerrein - 2
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor ' Bedrijventerrein - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e. f.
bedrijven in categorie 3.1 en 3.2 van de , ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2'; bedrijven in categorie 3.1 tot en met 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1'; bestaande bedrijven, voor zover deze niet vallen onder a en b; detailhandel, uitsluitend voor zover het betreft: 1. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse geproduceerde goederen; 2. detailhandel in automaterialen ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van detailhandel automaterialen'; 3. detailhandel in meubelen ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van detailhandel meubels'; 4. detailhandel zoals uitdrukkelijk genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten; waterberging, in ieder geval ter plaatse van de aanduiding 'Waterberging'; bedrijfswoningen, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
alsmede voor: g. h. i. j. k. l. m. n. o. p.
erven; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; wegen en paden; geluidwerende voorzieningen; interne kabel- en (ondergrondse en bovengrondse) leidingstraten; overige bijbehorende voorzieningen, waaronder mede begrepen energievoorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende: q. r.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.2 Bouwregels Op de voor 'Bedrijventerrein - 2' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 8.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
c. d.
36
Gebouwen mogen uitsluitend binnen de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen binnen een bouwvlak bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m), dakhelling (graden) en maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven'. De afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen. De onderlinge afstand tussen de gebouwen mag niet minder dan 3 m bedragen, tenzij ze aanéén worden
bestemmingsplan Veegplan 2022
e.
f. g.
gebouwd. Nutsvoorzieningen mogen binnen en buiten de bouwvlakken worden gebouwd, met dien verstande dat voor zover nutsvoorzieningen buiten het bouwvlak worden gebouwd, de volgende aanvullende maatvoeringseisen gelden: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m. Bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één bedrijfswoning opgenomen in de bedrijfsbebouwing toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'Aantal wooneenheden 2', twee bedrijfswoningen zijn toegestaan. Hierbij gelden de de volgende voorwaarden: 1. De inhoud per woning mag niet meer bedragen dan 650 m3; 2. De goot- en bouwhoogte zoals toegestaan voor bedrijfsgebouwen, mogen niet worden overschreden.
8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c.
De bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens bedraagt maximaal 1 m. De bouwhoogte van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens bedraagt maximaal 3 m; De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 20 m.
8.3 Naderen eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. 8.4
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid. Afwijken van bouwregels
8.4.1 Afwijken bouwhoogte bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 8.2.1 onder b en toestaan dat de goot- en/of de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw wordt vergroot met maximaal 25%, mits: a. b.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
8.4.2 Afwijken bebouwingspercentage Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 8.2.1 onder b en kan worden toegestaan dat het bebouwingspercentage per bouwperceel met 10% worden verhoogd, mits: a. b. c.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de parkeerbalans; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
bestemmingsplan Veegplan 2022
37
8.4.3 Afwijken afstand tot zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 8.2.1 onder c en toestaan dat de afstand van een bedrijfsgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens wordt verminderd tot (niet minder dan) 1 m, mits: a. b.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
8.4.4 Afwijken onderlinge afstand tussen bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 8.2.1 onder d en toestaan dat de onderlinge afstand tussen bedrijfsgebouwen wordt verminderd tot (niet minder dan) 2 m, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de brandveiligheid; 8.4.5 Afwijken inhoud nutsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 8.2.1 onder e en toestaan dat de oppervlakte van een nutsgebouw wordt vergroot tot niet meer dan 25 m2, mits: a. b.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
8.4.6 Afwijken bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a.
b.
c.
het bepaalde in 8.2.2 onder a en toestaan dat de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens wordt vergroot tot niet meer dan 3 meter, mits: 1. de hoogte boven de 1 meter transparant wordt uitgevoerd; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat in de omgeving. het bepaalde in 8.2.2 onder b en toestaan dat de bouwhoogte van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens wordt vergroot tot niet meer dan 4 meter, mits: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid. het bepaalde in 8.2.2 onder c en toestaan dat de bouwhoogte van een bouwwerk geen gebouw zijnde wordt vergroot tot niet meer dan 30 m, mits: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
8.5 Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van de in lid 8.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. b. c.
38
Seks- en/of pornobedrijven en/of prostitutiebedrijven zijn niet toegestaan. Inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht zijn niet toegestaan, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - gezoneerd industrieterrein'. De oppervlakte van de ondergeschikte (productiegebonden) detailhandel mag niet meer bedragen dan 20% van het bedrijfsvloeroppervlak en nooit meer dan 500 m2.
bestemmingsplan Veegplan 2022
d.
e.
De oppervlakte van detailhandel in branchevreemde producten mag niet meer bedragen dan 10% van het bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 250 m2 met een maximum oppervlak van 100 m2 per branchegroep. Niet zelfstandige kantoren mogen een bruto vloeroppervlak hebben van maximaal 30% van het bedrijfsoppervlak en nooit meer dan 500 m2.
8.6 Afwijken van gebruiksregels 5.6.1 Afwijken ten behoeve van vergelijkbare bedrijven 8.6.1 Afwijken ten behoeve van vergelijkbare bedrijven Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 8.1 en kan worden toegestaan dat tevens bedrijven worden toegelaten die niet zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten of die volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten van een hogere categorie zijn, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de reeds toegelaten categorie. 8.6.2 Afwijken detailhandel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 8.1 voor de vestiging van detailhandel, geen ondergeschikte detailhandel zijnde, in de branches:
a. b. c. d. e.
brand- en explosiegevaarlijke goederen, auto’s, boten, caravans, grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen, verhuurbedrijven,
mits: 1. 2.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de aard en de activiteiten geen onevenredige aantasting met zich meebrengen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving.
8.6.3 Afwijken bvo niet zelfstandige kantoren Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 8.5 voor het vergroten van het bruto vloeroppervlak van niet zelfstandige kantoren, mits: 1. 2. 3. 4. 8.7
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de aard en de activiteiten geen onevenredige aantasting met zich meebrengen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving ; uit onderzoek blijkt dat de afwijking vanuit het aspect externe veiligheid niet op bezwaren stuit; het bruto vloeroppervlak van maximaal 30% van het bedrijfsoppervlak niet wordt overschreden. Wijzigingsbevoegdheid
8.7.1 Wijziging Staat van Bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na ingewonnen advies van een onafhankelijke terzake deskundige, de van deze regels deel uitmakende Bijlage 4 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' als volgt te wijzigen:
bestemmingsplan Veegplan 2022
39
Het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven, en mits: a. b. c.
het woon- en leefklimaat voor omliggende milieugevoelige functies niet zwaarder wordt belast; de aanwezige bedrijven niet in een hogere milieucategorie worden gebracht; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
8.7.2 Wijziging milieuzonering op verbeelding Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na ingewonnen advies van een onafhankelijke terzake deskundige, de in lid 8.1 in samenhang met de verbeelding aangegeven milieuzonering te wijzigen, voor zover veranderingen in de omgeving met betrekking tot milieugevoelige functies, zoals woningen, hiertoe aanleiding geven, en mits:
a. b. c.
het woon- en leefklimaat voor omliggende milieugevoelige functies niet zwaarder wordt belast; de aanwezige bedrijven niet in een hogere milieucategorie worden gebracht; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
8.7.3 Wijziging bedrijfswoning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduidingen 'Bedrijfswoning' en 'Aantal wooneenheden' alsmede de bijbehorende maatvoering(en) van de verbeelding te schrappen, mits de woonfunctie ter plaatse is komen te vervallen. 8.7.4 Wijziging bouwmogelijkheden landtong Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'Wro-zone - wijzigingsbevoegdheid landtong' het plan zodanig aan te passen dat op deze gronden of een deel daarvan een bouwvlak wordt ingetekend waarbinnen uitsluitend bedrijfsgebouwen ten behoeve van aan railverkeer gerelateerde bedrijfsactiviteiten worden toegestaan, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a. b. c. d. e. f. g. h. i.
40
het bebouwingspercentage van de gronden bedraagt niet meer dan 80%; de goothoogte van de toegestane gebouwen bedraagt niet meer dan 8 m; de bouwhoogte van de toegestane gebouwen bedraagt niet meer dan 8 m; de belangen van de aanliggende spoorweg worden niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt de beheerder van de spoorweg gehoord; de belangen van het aanliggende kanaal (vaarweg) en de haven worden niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt Rijkswaterstaat gehoord; er is geen woning of bedrijfswoning toegestaan; de ter plaatse toegestane milieucategorie niet wordt gewijzigd, behoudens via afwijking conform lid 8.6.1 van deze regels; het woon- en leefklimaat voor omliggende milieugevoelige functies wordt niet zwaarder belast; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 9
Detailhandel - 1
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
detailhandel; een supermarkt, ter plaatse van de aanduiding 'Supermarkt';
alsmede voor: c. d. e. f. g.
erven en tuinen; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende: h. i. j. 9.2
hoofdgebouwen; bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 9.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.
c.
d.
gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' bedragen maximaal de/het op de verbeelding aangegeven goothoogte, bouwhoogte respectievelijk bebouwingspercentage; de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens 1 m; 2. van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens 2 m; 3. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m. nutsvoorzieningen mogen binnen en buiten de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m²; 2. de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
9.3 Afwijken van bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor: a. b.
het afwijken van het bepaalde in lid 9.2 onder c voor de realisatie van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m. het afwijken van het bepaalde in lid 9.2 onder c voor de realisatie van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2,5 m, mits de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.
bestemmingsplan Veegplan 2022
41
Artikel 10
Detailhandel - 2
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
de vestiging van winkels binnen de branches woninginrichting, doe-het-zelf, bouwmarkten en tuincentra; horeca in categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten, opgenomen in Bijlage 5 van deze regels; ondergeschikte horeca in categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten, opgenomen in Bijlage 5 van deze regels; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel-electronica zaak' tevens voor een electronicawinkel. Hierbij dient voldaan te zijn aan de regels van artikel 10.4; e. ontsluitingswegen, paden, in- en uitritten; f. verhardingen; g. parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. aanduidingsmasten; j. voorzieningen van openbaar nut; k. water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; l. kabels en leidingen zonder gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen; m. andere bouwwerken; n. een calamiteitenweg ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel calamiteitenontsluiting'; met dien verstande dat: o. p.
zelfstandige kantoorvestigingen en bedrijfswoningen niet zijn toegestaan; ondergeschikte dienstverlening welke een direct verband heeft met de winkelbranche en daaraan ondersteunend is en waarvan het oppervlakte is beperkt tot maximaal 10% van het winkelvloeroppervlak, niet over een afzonderlijke ingang beschikt en de parkeerbalans niet wordt verstoord.
10.2 Bouwregels De volgende bouwregels zijn van toepassing: a. b. c. d. e. f. g. h.
i.
42
gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd met uitzondering van winkelwagenstandplaatsen die ook buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'minimum winkelvloeroppervlakte (m2)' mag de winkelvloeroppervlakte per winkel niet minder bedragen dan ter plaatse is aangeduid; ter plaatse van de aanduiding 'maximum winkelvloeroppervlakte (m2)' mag de winkelvloeroppervlakte op de verdieping niet meer bedragen dan ter plaatse is aangeduid; ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal winkels' mag het aantal winkels niet meer bedragen dan ter plaatse is aangeduid; ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan ter plaatse is aangeduid; ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan ter plaatse is aangeduid; de hoogte van een bouwlaag mag maximaal 6 meter bedragen; de dakhelling mag niet minder bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling (graden)' is aangeduid, waarbij het schuine dakvlak binnen deze aanduiding dient te stijgen vanaf de gevel die het dichtst bij de Urmonderbaan gelegen is; het aantal aanduidingsmasten mag niet meer dan 2 zijn, met dien verstande dat een aanduidingsmast:
bestemmingsplan Veegplan 2022
j.
1. op minder dan 20 meter vanaf de rand van de Urmonderbaan en de Mauritsweg niet is toegestaan; 2. maximaal 5 meter breed en maximaal 16 meter hoog mag zijn; de bouwhoogte van andere bouwwerken mogen maximaal 12 meter bedragen, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 4 meter mag bedragen; 2. hoogspanningsmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 30 meter mag bedragen; 3. aanduidingsmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 16 meter mag bedragen. 4. pylonen, waarvan de bouwhoogte maximaal 14,5 meter mag bedragen.
10.3 Afwijken van bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels ten aanzien van: a.
het bepaalde in lid 10.2 onder g voor een maximale hoogte van een bouwlaag van 10 meter met dien verstande dat: 1. de belangen van derden niet onevenredig nadelig (kunnen) worden geschaad; 2. de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig nadelig (kunnen) worden geschaad.
10.4 Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel-electronica zaak' is een electronicawinkel toegestaan onder voorwaarde dat: a.
b.
tenminste 80% van het winkelvloeroppervlakte van de electronicawinkel bestaat uit de verkoop van bruin- en witgoed. Maximaal 20% van het winkelvoeroppervlakte mag besteedt worden aan de verkoop van kleine electronica (zoals telefoons en laptops); de winkel beschikt over voldoende voorzieningen om een afhaal-, ruil- en reparatiefunctie voor bruin- en witgoed te vervullen.
10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
10.5.2 Het verbod als bedoeld in lid 10.5.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.
mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte 500 m² of smaller zijn dan 1,5 m; er reeds een verleende omgevingsvergunning of ontgrondingvergunning is verleend;
bestemmingsplan Veegplan 2022
43
e. f. g.
de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
10.5.3 Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 10.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. b. c.
44
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen of; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie.
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 11
Groen
11.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
een park, plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten; een te beschermen groenstructuur ter plaatse van de aanduiding “te beschermen groenstructuur” op de plankaart, gericht op het versterken en ontwikkelen van natuurwaarden;
alsmede voor: c. d. e. f. g. h. i.
voet- en fietspaden; speelvoorzieningen; kunstuitingen; geluidwerende voorzieningen; nutsvoorzieningen; inritten; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
met bijbehorende: j.
bouwwerken, geen gebouw zijnde.
11.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 11.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c.
gebouwen zijn niet toegestaan; de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag ten hoogste 6 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 2 m bedragen.
11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op de in lid 11.1 bedoelde gronden met de aanduiding “te beschermen groenstructuur” de volgende andere-werken uit te voeren: a. b. c.
het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden dieper van 0,30 m; het kappen van bomen en andere beplantingen; het aanleggen van oppervlakteverhardingen.
11.3.2 Weigering Een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 11.3.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere-werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de waarden van de te beschermen groenstructuur.
bestemmingsplan Veegplan 2022
45
11.3.3 Uitzondering op verbod Een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 11.3.1 is niet vereist voor: a. b.
46
andere-werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer; andere-werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 12
Horeca - 1
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b.
horeca zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding: 1. ‘horeca van categorie 1’: fastservicesector (lichte horeca), als vermeld in de staat van horeca-activiteiten; 2. ‘horeca van categorie 3’: restaurantsector (lichte horeca), als vermeld in de staat van horeca-activiteiten; 3. ‘horeca van categorie 4’: drankensector (middelzware horeca), als vermeld in de staat van horeca-activiteiten: ter plaatse van de aanduiding 'wonen' tevens voor wonen op de verdieping.
alsmede voor: c. d. e. f. g. h.
terrassen; erven; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende: i. j. k.
hoofdgebouwen; bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
12.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 12.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.
c.
d.
gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd; de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen binnen een bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)’ is aangegeven; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens 1 m; 2. van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens 2 m; 3. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m. nutsvoorzieningen mogen binnen en buiten de bouwvlakken worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m²; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
12.3 Afwijken van bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het het bepaalde in lid 12.2 onder c voor de realisatie van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m.
bestemmingsplan Veegplan 2022
47
12.4 Afwijken van gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 12.1 voor: a. b.
48
de vestiging van horecabedrijven in een lagere categorie dan aangegeven; horeca-activiteiten die niet zijn vermeld in de staat van horeca-activiteiten, mits: 1. de horeca-activiteiten voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die zij veroorzaken, gelijk gesteld kunnen worden aan horeca-activiteiten behorende tot categorie I of II als vermeld in de staat van horeca-activiteiten; 2. de horeca-activiteiten niet leiden tot een onevenredige inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving.
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 13
Horeca - 2
13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor :
a. b. c. d. e.
horeca van categorie 2 zoals vermeld in de bij deze regels gevoegde Bijlage 5 'Staat van horeca-activiteiten', alsmede een hotel; bedrijfswoning behorende bij de horecavestiging; ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening:', uitsluitend voor nutsvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg', een vrijwaringszone voor de N276. De regels in artikel 51.16 dienen in acht te worden genomen; ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone Roerdalslenk, zone II', een boringsvrije zone inzake de Roerdalslenk, zone II. De regels in artikel 51.3 dienen in acht te worden genomen;
met bijbehorende terrassen, erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, groenvoorzieningen, gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en overige bijbehorende voorzieningen en (on)bebouwde gronden. 13.2 Bouwregels Op de voor 'Horeca - 2' aangewezen gronden mogen bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat:
a.
b. c. d. e.
gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening: waar uitsluitend één gebouw ten behoeve van nutsvoorzieningen mag worden opgericht met een oppervlak van 5 m2 en een maximum bouwhoogte van 2,0 meter; de afstand van gebouwen tot de zijdelingse bouwperceelsgrens minimaal 3 m dient te bedragen; de goot- en bouwhoogte maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte bedragen; de voorgevel van de bedrijfswoning uitsluitend in de voorste bouwgrens mag worden gebouwd; de horizontale diepte van de bedrijfswoning ten hoogste mag bedragen: 1. op de begane grond/eerste bouwlaag 15 m; 2. op de volgende bouwlagen 12,5 m,
met dien verstande dat de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel minimaal 5 m bedraagt; f.
g. h.
bij een bedrijfswoning bijgebouwen zijn toegestaan, met dien verstande dat: 1. deze zowel aangebouwd als vrijstaand mogen worden gebouwd; 2. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen per bedrijfswoning maximaal 50 m2 mag bedragen; 3. in afwijking van het bepaalde onder c de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen; bijgebouwen te behoeve van de bedrijfswoning uitsluitend op een afstand van ten minste 2 m achter de voorste bouwgrens of de lijn in het verlengde daarvan mogen worden gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, maximaal mag bedragen: 1. erfafscheidingen 2 m; 2. overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 m.
bestemmingsplan Veegplan 2022
49
13.3
Afwijken van de bouwregels
13.3.1 Aan- en uitbouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13.2, onder a ten behoeve van erkers, afdaken, balkons, entreeportalen en veranda's, met dien verstande dat: i. j. k. l. 13.4
de overschrijding van de voorgevelrooilijn maximaal 1 m mag bedragen; de bouwhoogte van erkers, afdaken, entreeportalen en veranda's maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; de breedte van erkers, afdaken, balkons, entreeportalen en veranda's maximaal 3/5 deel van de breedte van de betreffende gevel van het hoofdgebouw mag bedragen; de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens minimaal 2 m dient te bedragen. Specifieke gebruiksregels
13.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte. 13.5
Afwijken van de gebruiksregels
13.5.1 Afhankelijke woonruimte Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13.4.1 voor het gebruik van een (vrijstaand)bijgebouw als afhankelijke woonruimte, met dien verstande dat:
a. b. c. d.
een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit het oogpunt van mantelzorg; het gebruik beperkt blijft tot de in artikel 13.2 onder f genoemde bouwmogelijkheden voor bijgebouwen; de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden niet onevenredig worden geschaad; de afwijking van de omgevingsvergunning wordt geacht door burgemeester en wethouders te zijn ingetrokken op het moment dat de noodzaak tot mantelzorg (als gevolg van verhuizen of overlijden) is komen te vervallen.
13.5.2 Aan huis gebonden beroep Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep, met dien verstand dat:
a. b. c. d. e.
f. g. h.
50
de uitoefening van het aan huis gebonden beroep plaatsvindt: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning; het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m2, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep; de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en
bestemmingsplan Veegplan 2022
een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 13.5.3 Aan huis gebonden bedrijf Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.
f.
g. h. i.
de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf plaatsvindt: in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw; op de begane grondverdieping van een meergezinswoning; op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning; het ten behoeve van het aan huis gebonden bedrijf in gebruik te nemen bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m2, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie 1 of 2 in de staat van bedrijfsactiviteiten of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf; de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
bestemmingsplan Veegplan 2022
51
Artikel 14
Leiding - Aardolieproducten
14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Aardolieproducten' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor een brandstoftransportleiding van vloeibare koolwaterstoffen. 14.2 Bouwregels Op de voor 'Leiding - Aardolieproducten' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. b.
14.3
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leidingen. overige bebouwing is uitgesloten, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde - indien de onderliggende bestemming bebouwing toelaat - en die zijn overeengekomen met de leidingbeheerder. Afwijken van de bouwregels
14.3.1 Bouwen in de andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 14.2 voor het bouwen van gebouwen in de andere bestemming, onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
de onderliggende bestemming laat de bebouwing toe; er mag geen aantasting plaatsvinden van het doelmatig functioneren van de leiding; vooraf is schriftelijk advies ingewonnen bij de beheerder van de desbetreffende leiding; er worden geen (beperkt) kwetsbare objecten toegelaten.
14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Leiding - Aardolieproducten' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h.
het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; diepploegen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen het tijdelijk of permanent opslaan van goederen.
14.4.2 Uitzondering Het in 14.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden die: a. b. c.
52
behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
bestemmingsplan Veegplan 2022
d.
bedoeld zijn in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten en is voldaan aan de daarin vermelde vereisten voorafgaand aan die werkzaamheden, waaronder de meldingsplicht.
14.4.3 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 14.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de functie van de gronden en de leidingen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet (kunnen) worden geschaad. De beheerder van de leiding dient te zijn gehoord.
bestemmingsplan Veegplan 2022
53
Artikel 15
Leiding - Gas 1
15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor: a. b.
een aardgastransportleiding; een gasvoedingsleiding.
15.2 Bouwregels Op de voor 'Leiding - Gas 1' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b.
15.3
bouwwerken, geen gebouwen zijnde welke noodzakelijk zijn voor de aanleg en het beheer en onderhoud van de leidingen wel zijn toegestaan; overige bebouwing is uitgesloten, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde - indien de onderliggende bestemming bebouwing toelaat - en die zijn overeengekomen met de leidingbeheerder. Afwijken van de bouwregels
15.3.1 Bouwen in de andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.2 voor het bouwen van gebouwen in de andere bestemming, onder de volgende voorwaarden:
a. b. c. d.
de onderliggende bestemming laat de bebouwing toe; er mag geen aantasting plaatsvinden van het doelmatig functioneren van de leiding; vooraf is schriftelijk advies ingewonnen bij de beheerder van de desbetreffende leiding; er worden geen (beperkt) kwetsbare objecten toegelaten
15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Vergunnigplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
a. b. c. d. e. f. g. h.
54
het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; diepploegen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; het permanent opslaan van goederen.
bestemmingsplan Veegplan 2022
15.4.2 Uitzondering Het in 15.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden die: a. b. c. d.
behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; bedoeld zijn in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten en is voldaan aan de daarin vermelde vereisten voorafgaand aan die werkzaamheden, waaronder de meldingsplicht.
15.4.3 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 15.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de functie van de gronden en de leidingen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet (kunnen) worden geschaad. De beheerder van de leiding dient te zijn gehoord.
bestemmingsplan Veegplan 2022
55
Artikel 16
Leiding - Gas 2
16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor a.
aanleg, instandhouding en bescherming van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding;
alsmede voor: b. c. d.
belemmeringenstrook van 4 m aan weerszijden van de hartlijn van de leiding; leidingzone; veiligheidszone;
met daarbijbehorende: e. f.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
16.2 Bouwregels Op de voor ' Leiding - Gas 2' aangewezen gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd tot een bouwhoogte van maximaal 2,5 m. 16.3
Afwijken van de bouwregels
16.3.1 Afwijken voor bouwen overeenkomstig onderliggende bestemming Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 14.2 en kan worden toegestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de overige voor deze gronden geldende bestemming(en), mits uit overleg met de leidingbeheerder(s) blijkt dat de veiligheid met betrekking tot de leiding niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. 16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Verbod Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
a. b. c. d. e. f. g.
56
het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting, waaronder bij voorbeeld rietbeplanting; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van grondroeractiviteiten (bij voorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk; diepploegen; het aanbrengen van gesloten verhardingen; het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
bestemmingsplan Veegplan 2022
h. i.
het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het indrijven van voorwerpen in de bodem.
16.4.2 Uitzondering op verbod Het in 16.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c. d. e. f.
het normale onderhoud en beheer van de gasleiding betreffen; op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn; voorkomen op de beplantingslijst van de leidingbeheerder; mechanisch worden uitgevoerd en daarmee vallen onder de werking van de Wet Informatie Uitwisseling Ondergrondse Netwerken; worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en); graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatieuitwisseling ondergrondse netwerken.
16.4.3 Advies Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning horen burgemeester en wethouders de betreffende leidingbeheerder(s). Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.
bestemmingsplan Veegplan 2022
57
Artikel 17
Leiding - Gas Etheen
17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas Etheen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor een etheentransportleiding. 17.2 Bouwregels Op de voor 'Leiding - Gas Etheen' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van a. b.
17.3
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leidingen. overige bebouwing is uitgesloten, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde - indien de onderliggende bestemming bebouwing toelaat - en die zijn overeengekomen met de leidingbeheerder. Afwijken van de bouwregels
17.3.1 Bouwen in de andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 17.2 voor het bouwen van gebouwen in de andere bestemming, onder de volgende voorwaarden:
a. b. c. d.
de onderliggende bestemming laat de bebouwing toe; er mag geen aantasting plaatsvinden van het doelmatig functioneren van de leiding; vooraf is schriftelijk advies ingewonnen bij de beheerder van de desbetreffende leiding. er worden geen (beperkt) kwetsbaar objecten toegelaten.
17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Leiding - Gas Etheen' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h.
het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; diepploegen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; het tijdelijk of permanent opslaan van goederen.
17.4.2 Uitzondering Het in 17.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden die:
58
bestemmingsplan Veegplan 2022
a. b. c. d.
behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; bedoeld zijn in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten en is voldaan aan de daarin vermelde vereisten voorafgaand aan die werkzaamheden, waaronder de meldingsplicht.
17.4.3 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 17.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de functie van de gronden en de leidingen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet (kunnen) worden geschaad. De beheerder van de leiding dient te zijn gehoord.
bestemmingsplan Veegplan 2022
59
Artikel 18
Leiding - Hoogspanning
18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:
a. b. 18.2
de aanleg, instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximum spanning van 150kV; toegangswegen en andere voorzieningen ten behoeve van de bestemming. Bouwregels
18.2.1 Bouwwerken a. Op de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanning' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de in lid 18.1 bedoelde bestemming worden gebouwd; b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter.
18.2.2 Voorwaarden a. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in de gronden niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming; b. In afwijking van het bepaalde in lid 18.2.2 onder a geldt dat ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en), met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels mag worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 18.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 18.2.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad en hieromtrent schriftelijk advies is verkregen van de leidingbeheerder. 18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.4.1 Verboden werkzaamheden Binnen deze bestemming is een omgevingsvergunning vereist om de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.
60
het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 0,80 meter onder peil; het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,80 meter onder peil; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen dieper dan 0,80 meter onder peil; het aanbrengen van andere kabels en leidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen;
bestemmingsplan Veegplan 2022
g. h. i. j.
het aanleggen van drainage dieper dan 1,0 meter onder peil; het aanbrengen van verhardingen, wegen en paden; het opslaan van goederen; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bronnengebied' het aanleggen van een ondergrondse hoogspanningsverbinding dieper dan 1,0 meter onder peil.
18.4.2 Uitzonderingen Het in lid 18.2.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
c.
het normale onderhoud en beheer ten aanzien van de hoogspanningsverbinding en belemmeringenstrook betreffen; reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan, waaronder begrepen het Tracébesluit Structurele verbreding A2 Het Vonderen - Kerensheide, vastgesteld 9 december 2019; genoemd zijn in lid 18.4.1 onder a tot en met i en betrekking hebben op de aanleg en het beheer van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.
18.4.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 18.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding zijn gewaarborgd. b. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning schriftelijk advies is verkregen van de leidingbeheerder. c. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de in lid 18.4.1 onder j genoemde omgevingsvergunning te verlenen indien: 1. op basis van geohydrologisch onderzoek is aangetoond dat er geen geohydrologische effecten op het nabijgelegen bronnengebied zijn; of 2. dat is aangetoond dat door het nemen van één of meer maatregelen geohydrologische effecten die het nabijgelegen bronnengebied kunnen schaden, worden voorkomen; 3. de werkzaamheden onder geohydrologische begeleiding van een ter zake deskundige geohydroloog worden uitgevoerd.
bestemmingsplan Veegplan 2022
61
Artikel 19 19.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
bestemmingsomschrijving
19.1.1 De binnen het besluitvlak Leiding - Hoogspanningsverding aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende besluitvlakken, mede bestemd voor: a. b. c.
een hoogspanningsleiding; het beheer en onderhoud van de leiding; de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding;
met bijbehorende erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, groenvoorzieningen, gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en overige bijbehorende voorzieningen en (on)bebouwde gronden. 19.1.2 De in artikel 19.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen afwijkings- en / of wijzigingsbevoegdheden en / of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. 19.2
bouwregels
19.2.1 In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende besluitvlakken mag: a. b.
binnen de in artikel 19.1 bedoelde bestemming geen nieuw bouwwerk worden gebouwd; op de overige binnen de bestemming gelegen gronden geen nieuw bouwwerk ten behoeve van de in artikel 19.1.2 genoemde functies worden gebouwd.
19.3 afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 19.2.1 voor het toestaan van de in artikel 19.1.2 genoemde functies en het bouwen van bouwwerken ten behoeve van die functies, mits: a. b.
ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd; advies is verkregen van de leidingbeheerder.
19.4 omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.4.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op de in artikel 19.1.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, uit te voeren:
62
bestemmingsplan Veegplan 2022
a. b. c. d. e.
het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bomen; het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 m; het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren; het ophogen en egaliseren, bodemverlagen of afgraven of anderszins wijzigen van maaiveld of weghoogte; het aanbrengen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakte-verhardingen.
19.4.2 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen gebouw zijnde, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 19.4.3 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder. 19.4.4 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 19.4.1 is niet vereist voor:
a. b.
werken, geen bouwwerk zijnde, die het normale onderhoud en beheer betreffen; werken, geen bouwwerk zijnde, die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning.