01 Planregels Veegplan 2022
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
Veegplan 2022 Gemeente Sittard-Geleen
BESTEMMINGSPLAN - Regels -
Veegplan 2022 Gemeente Sittard-Geleen
IDN-nummer:
NL.IMRO.1883.bpVeegplan2022-VA01
Status:
vastgesteld
Datum:
27 juni 2024
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 19
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
21
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Agrarisch - 1 Agrarisch - 2 Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden Bedrijf Bedrijventerrein - 1 Bedrijventerrein - 2 Detailhandel - 1 Detailhandel - 2 Groen Horeca - 1 Horeca - 2
21 23 27 31 34 36 41 42 45 47 49
Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36
Leiding - Aardolieproducten Leiding - Gas 1 Leiding - Gas 2 Leiding - Gas Etheen Leiding - Hoogspanning Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Hoogspanningsverbinding bovengronds Leiding - Leidingstrook Leiding - Riool Natuur Tuin Verkeer - Parkeren Verkeer - Railverkeer Verkeer - 1 Verkeer - 2 Waarde - Archeologie Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 6 Waarde - Archeologische verwachtingen 1
52 54 56 58 60 62 64 66 68 69 72 73 74 75 76 78 80 82 85 87 89 91 93
bestemmingsplan Veegplan 2022
3
Artikel 37 Artikel 38 Artikel 39 Artikel 40 Artikel 41 Artikel 42 Artikel 43 Artikel 44 Artikel 45 Artikel 46 Artikel 47
Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Ecologie Water Water - Primair water Waterstaat - Beschermingszone primair water Waterstaat - Meanderzone Waterstraat - Beschermingszone waterlopen Wonen - 1 Wonen - 2 Wonen - 3 Wonen - 4
95 100 102 103 104 106 107 108 111 114 118
Hoofdstuk 3 Algemene regels
121
Artikel 48 Artikel 49 Artikel 50 Artikel 51 Artikel 52 Artikel 53
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
121 122 123 124 136 137
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
139
Artikel 54 Artikel 55
139 140
Overgangsrecht Slotregel
Regels
4
bestemmingsplan Veegplan 2022
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Veegplan 2022 met identificatienummer NL.IMRO.1883.bpVeegplan2022-VA01 van de gemeente Sittard-Geleen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 verbeelding de verbeelding van het bestemmingsplan Veegplan 2022, bestaande uit een digitale en analoge verbeelding met identificatienummer NL.IMRO.1883.bpVeegplan2022-VA01. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aan huis gebonden bedrijf een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bouwwerk dan wel, in geval van een meergezinswoning of bovenwoning, vanuit de begane grond van een gebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt.
1.7 aan huis gebonden beroep een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bouwwerk dan wel, in geval van een meergezinswoning of bovenwoning, vanuit de begane grond van een gebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt, een kapsalon hieronder begrepen. 1.8 afhankelijkewoonruimte een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
bestemmingsplan Veegplan 2022
5
1.9 agrarische waarden de waarden die rechtstreeks verband houden met de mogelijkheden voor de uitoefening van een doelmatige, agrarische bodem- en/of bedrijfsexploitatie. 1.10 antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.11 archeologischmonument terrein dat van algemeen belang is wegens daar aanwezige zaken als hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde en die daarom op grond van de Monumentenwet worden beschermd. 1.12 archeologischeverwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.13 archeologischewaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden. 1.14 archeologischonderzoek onderzoek verricht door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet (of voor de betreffende werkzaamheden een vergunning heeft van de Minister van OCW) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.15 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.16 bebouwingspercentage de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, dan wel binnen een bestemmingsvlak of bouwvlak, zoals nader bepaald in deze regels, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel, bestemmingsvlak respectievelijk bouwvlak. 1.17 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.18 bedrijfsgebouw een gebouw, niet zijnde een kas, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.19 Bedrijfsvloeroppervlak een inpandige en overdekte ruimte die wordt benut in verband met de uitoefening van een bedrijf.
6
bestemmingsplan Veegplan 2022
1.20 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die kennelijk slechts is bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond, noodzakelijk moet worden geacht; 1.21 beeldbepalend pand gebouw of onderdeel van een gebouw dat kenmerkend is voor het cultuurhistorische beeld en van cultuurhistorische waarde is vanwege de historische verschijningsvorm, de historische ruimtelijke samenhang en/of historische betekenis, zoals die is aangegeven op de verbeelding en wordt beschermd via deze regels. 1.22 beeldkwaliteit het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing met de karakteristieken van de locatie en omgeving door middel van aandacht voor stedenbouwkundige aspecten, architectuur, cultuurhistorie en landschap. 1.23 begane grond de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau, dan wel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1,50 meter boven peil is gelegen. 1.24 beperkt kwetsbaar object object zoals omschreven in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). 1.25 beschermd gezicht een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 1, sub 1 onder d. van Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012.
1.26 bestaande situatie bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; gebruik: het gebruik van gronden en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen. 1.27 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.28 bevoegd gezag bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.29 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een op hetzelfde bouwperceel staand hoofdgebouw.
bestemmingsplan Veegplan 2022
7
1.30 bijgebouw (inclusief aan- en uitbouw) een al dan niet vrijstaand gebouw, dat door zijn constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel staand hoofdgebouw. 1.31 biomassa a. producten die bestaan uit plantaardig landbouw- of bosbouwmateriaal dat gebruikt kan worden als brandstof om de energetische inhoud ervan te benutten; b. de volgende afvalstoffen: 1. plantaardig afval uit land- of bosbouw; 2. plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie, indien de opgewekte warmte wordt teruggewonnen; 3. vezelachtig plantaardig afval afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp, indien het op de plaats van productie wordt meeverbrand en de opgewekte warmte wordt teruggewonnen; 4. kurkafval; 5. houtafval, met uitzondering van houtafval dat ten gevolge van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of door het aanbrengen van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten; 1.32 biomassacentrale installatie voor het opwekken van energie uit biomassa. 1.33 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.34 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.35 bouwhoogte de hoogte van een bouwwerk.
1.36 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.37 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.38 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel. 1.39 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
8
bestemmingsplan Veegplan 2022
1.40 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.41 bouwwerk, geen gebouw zijnde een bouwwerk, niet zijnde een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte. 1.42 bovenwoning een woning, die zich geheel of nagenoeg geheel bevindt boven de begane grond van een gebouw. 1.43 brandgevaarlijkestof vaste, vloeibare of gasvormige stof die brandbaar of brandbevorderend is, of bij brand gevaar oplevert, in de zin van de ADR-klassen twee tot en met vijf. 1.44 cultuur en ontspanning het al dan niet bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op cultuur en ontspanning, zoals muziek, feesten, en kermis, tevens daaronder begrepen de volgende functies: ateliers; en/of bioscopen; en/of bowlingbanen; en/of creativiteitscentra; en/of dansscholen; en/of musea; en/of muziekscholen; en/of muziektheaters; en/of theater; en/of wellness. 1.45 cultuurhistorie de beschavingsgeschiedenis: de overblijfselen van de geschiedenis van de door de mens gemaakte en beïnvloede leefomgeving.
Het betreft het onroerende deel van het cultureel erfgoed, waarin archeologie (bodemarchief), historische geografie (cultuurlandschap), historische stedenbouw, historisch groen, architectuur- en bouwhistorie (gebouwen en complexen) worden betrokken. 1.46 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur, waaronder monumenten. 1.47 dagrecreatie recreatieve activiteit die plaatsvindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang.
bestemmingsplan Veegplan 2022
9
1.48 deskundige op het terrein van de archeologischemonumentenzorg een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior archeoloog. 1.49 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en of (af)leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik en/of verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteiten. 1.50 dienstverlenend bedrijf/zakelijke dienstverlening een kantoor of een bedrijf met een publieksgerichte functie dat in hoofdzaak is gericht op het ter plaatse bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven/personen, zoals een voorlichtings-, advies-, reis- en uitzendbureau, een makelaars- en of verzekeringskantoor of bank. 1.51 diepploegen het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 30 cm (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik. Ploegen minder dan 30 cm diep wordt beschouwd als normaal onderhoud en beheer. 1.52
erf
een al dan niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, waarop ingevolge de regels van het plan geen hoofdbebouwing is toegestaan en dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit kadastrale gegevens. 1.53 erfafscheiding bouwwerk, geen gebouw zijnde of groenvoorziening bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf, de weg of openbaar groen. 1.54 erker een uitbreiding van het hoofdgebouw op de begane grond, geen afzonderlijke ruimte zijnde, waarvan de bestemming overeenkomt met de bestemming van het hoofdgebouw. 1.55 erosie het proces van slijtage van een vast oppervlak waarbij materiaal wordt verplaatst of geheel verdwijnt. Erosie gebeurt vooral door de werking van wind, stromend water en ijs. 1.56 extensief dagrecreatief medegebruik alle vormen van recreatief medegebruik die wat betreft hun lage intensiteit, beperkte omvang en frequentie inpasbaar zijn en gericht zijn op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen en vissen. 1.57 extensieve recreatie vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen.
10
bestemmingsplan Veegplan 2022
1.58 garagebedrijf een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, met dien verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen is uitgezonderd. 1.59 gebouw een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.60 gebouwde elementen objecten of bouwwerken met cultuurhistorische waarde, zoals muren, kapellen, kruisen, straatmeubilair, kunstwerken e.d., zoals die zijn aangewezen op de verbeelding en worden beschermd via deze regels. 1.61 gebruiken het doen gebruiken, laten gebruiken en gebruik geven. 1.62 geluidzoneringsplichtigeinrichting een inrichting, waarbij op grond van artikel 40 van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.63
gemeentelijk monument
onroerend monument als bedoeld in het eerste lid onder c. van de Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012. 1.64 gevel het gedeelte dat vanaf de straat zichtbaar is, van plint tot kap; indien de kap vanaf de straatzijde zichtbaar is en bijdraagt aan het totale historisch waardevolle gevelbeeld, valt deze ook onder het begrip gevel; als er sprake is van een zijgevel en deze aan de straat ligt, valt deze ook onder begrip gevel; met gevel wordt ook aangeduid een gedeelte van de gevel van een bouwvlak dat toegerekend kan worden aan de eigenaar van een pand. 1.65 gevellijn een denkbeeldige lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd. 1.66 geveltype de wijze waarop de gevel van een gebouw is opgebouwd, onderverdeeld en geleed en waardoor gevels zich van elkaar onderscheiden in verschillende typen. 1.67 gevelwand straatwand bestaande uit een aantal gevels van panden. 1.68 grondgebonden bedrijf een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of overwegend afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van de bij het bedrijf behorende open grond, waaronder ook begrepen grond met tijdelijke tunnels of andere teeltvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld een melkveehouderij.
bestemmingsplan Veegplan 2022
11
1.69 halfopen bebouwing overwegend halfvrijstaande en/of geschakelde hoofdgebouwen, en vrijstaande en aangebouwde (maximaal 3 aaneen) hoofdgebouwen. 1.70 hartlijn het midden van de leiding. 1.71 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken. 1.72 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van een zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. 1.73 horeca van categorie 1 (fastservicesector-winkelgebonden) een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij de openingstijden van de winkelvoorzieningen en waar, naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren, in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt. Daaronder worden begrepen: broodjeszaken; lunchroom; konditorei; ijssalon/-winkel; koffie- en/of theeschenkerij; eetwinkels; crêperie. 1.74 horeca van categorie 2 (fastservicesector-avondgebonden) een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van spijzen en/of kleinere maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar/shoarmazaak; fastfoodrestaurant.
1.75 horeca van categorie 3 (restaurantsector) een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: restaurant; bistro; café-restaurant. 1.76 horeca van categorie 4 (drankensector) een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: café; bar;
12
bestemmingsplan Veegplan 2022
grand-café; eetcafé; pub. 1.77 horeca van categorie 5 (discotheken en partycentra) een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met live muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing; nacht-café; zalencentrum (met nachtvergunning). 1.78 horeca van categorie 6 (hotelsector) een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel; motel; pension; overige logiesverstrekkers. 1.79 huishouden de bewoning van een woning door: een persoon; meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur. 1.80 kamerverhuur de bedrijfsmatige verhuur van onzelfstandige woonruimten binnen een bestaand (woon)gebouw, niet bestemd voor recreatieve bewoning.
1.81 kampeermiddel een tent, tentwagen, een kampeerauto, toercaravan, vouwwagen, camper of huifkar; enig ander onderkomen of ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1, lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtgebruik. 1.82 kantoor een ruimte of een complex van ruimten welke is bestemd om te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden. 1.83 kunstwerken een civieltechnische constructie of installatie in de infrastructuur die één of meer functies vervult zoals onderdoorgangen, duikers en overkluizingen. 1.84 kwetsbaar object object zoals omschreven in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
bestemmingsplan Veegplan 2022
13
1.85 landschappelijkewaarde bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object in de zin van aantrekkelijkheid, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit bestaande uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.86 maatschappelijkevoorzieningen voorzieningen bestemd voor medische en verzorgende, sociaal-culturele, religieuze, militaire, educatieve en openbare dienstverlenende instellingen. 1.87 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.88 meergezinswoning een gebouw dat dient voor de huisvesting van meerdere huishoudens in afzonderlijke woonruimten. 1.89 nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub c. van de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerpplan.
1.90 natuurhistorische waarde een waarde die wordt toegekend aan karakteristieke elementen en patronen in het landschap alsmede sporen die de natuur en de mens in het landschap hebben achtergelaten, met cultuurhistorische waarde, zoals bomen, struiken, hagen, holle wegen, grafheuvels, poelen, grachten en vijvers. 1.91 natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige biotopen, bijzondere flora en fauna, ecologische samenhangen en structuren. 1.92 nevenactiviteit activiteiten waarvoor een gedeelte van de vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen als zodanig mag worden gebruikt en die uitgevoerd worden naast het eigenlijke beroep of de hoofdactiviteit. Deze activiteiten zijn ondergeschikt aan de primair toegekende functie. 1.93 nutsvoorziening gebouwen en overkappingen ten behoeve van de waterhuishouding, de energievoorziening en naar de aard daarmee gelijk te stellen openbare nutsvoorzieningen, niet zijnde geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven. 1.94 omgevingsvergunning een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
14
bestemmingsplan Veegplan 2022
1.95 omgevingsvergunningvoor het afwijken omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op grond van artikel 2.1, lid 1 onder c. j.o. artikel 2.12, lid 1, sub a. onder 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.96 omgevingsvergunningvoor het bouwen omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1, lid 1 onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.97 omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, op grond van artikel 2.1, lid 1, onder b. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.98 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven het peil is gelegen. 1.99 ondergeschikte bouwdelen bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het hoofdgebouw uitsteken, zoals schoorstenen, antennemasten, windvanen, vlaggenmasten, wolfseinden en andere ondergeschikte dakopbouwen. 1.100 ondergeschikt (functie) een functie die qua omvang en uitstraling ten dienste staat van een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie.
1.101 ondergeschikte horeca - als nevenactiviteit een horecabedrijf dat in overwegende mate is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van kleine etenswaren, voedingsmiddelen en maaltijden die ter plaatse kunnen worden genuttigd. Verder, maar niet uitsluitend, worden ook niet-alcoholische en licht-alcoholische dranken verstrekt die ter plaatse worden genuttigd. De horecafunctie is onlosmakelijk verbonden met de hoofdactiviteit en heeft een ondergeschikte betekenis binnen het bedrijf of de voorziening. In ieder geval bedraagt de oppervlakte van deze functie maximaal 20% van de aanwezige bedrijfsvloeroppervlakte. Onder dit begrip vallen bijvoorbeeld de volgende voorzieningen: a. b. c. d.
kantine bij een recreatief bedrijf; kantine bij een sportvoorziening; boerderijterras; proeflokaal bij een wijngaard.
1.102 ondergronds beneden het peil. 1.103 onzelfstandige woonruimte woonruimte in een pand met één hoofdingang, één huisnummer en meerdere verhuurbare kamers, waarin bewoners wezenlijke voorzieningen zoals douche/badkamer/toilet en/of (woon)keuken delen.
bestemmingsplan Veegplan 2022
15
1.104 ornament niet-zelfstandig decoratief element, dat is aangebracht op een voorwerp of gebouw om dit te versieren. 1.105 overkapping een bijbehorend bouwwerk, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.106 peil de gemiddelde hoogte van een aansluitend, afgewerkt terrein ter plaatse van het bouwperceel. 1.107 perceelgrens een grenslijn tussen (bouw)percelen onderling. 1.108 productie biomassa voorbehandeling plantaardige (organische) (afval)stoffen voor productie biomassa. 1.109 prostitutiebedrijf een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice. 1.110 ruimtelijk historisch beeld een bepaald in de loop van de geschiedenis ontstaan beeld van verscheidenheid, samenhang en afwisseling in het ruimtegebruik in een gebied als totaliteit. 1.111 ruimtelijk historische belevingswaarde de mate waarin de gebruiker het verblijf of het gebruik van een gebied als historisch kwalitatief ervaart. 1.112 ruimtelijke historische structuur een bepaald in de loop van de geschiedenis ontstaan patroon van verscheidenheid, samenhang en afwisseling in het ruimtegebruik in een gebied als totaliteit.
1.113 seks- en/of pornobedrijf een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel voor detailhandel in seks- en/of pornoartikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel. 1.114 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan, al dan niet in combinatie met elkaar: a. b. c. d. e.
16
bordeel; erotische massagesalon; parenclub; (raam)prostitutiebedrijf; seksautomatenhal;
bestemmingsplan Veegplan 2022
f. g. h.
seksbioscoop; sekssauna; sekstheater.
1.115 staat van bedrijfsactiviteiten een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen. 1.116 standplaats een kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. 1.117 supermarkt detailhandelsvestiging waar voedsel en dagelijkse goederen ten verkoop aan de consument worden aangeboden. 1.118 teeltondersteunende voorzieningen een voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging- en verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen van onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); In de vorm van: permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn voorzieningen waarvan de overkapping van de teelt meer dan 6 maanden per jaar aanwezig is; tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, waarvan de overkapping maximaal 6 maanden per jaar
aanwezig is, al dan niet in een aaneengesloten periode. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, boogkassen, wandelkappen, schaduwhallen en hagelnetten. 1.119 tuin de gronden van een bouwperceel behorende bij een woning, die feitelijk zijn ingericht ten dienste van het gebruik van de woning. 1.120 uitvoeren het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven. 1.121 verblijfsrecreatie vormen van recreatie die hoofdzakelijk gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf. 1.122 verharden van wegen het aanbrengen van een dichte deklaag in de vorm van bijvoorbeeld klinkers, asfalt of beton.
bestemmingsplan Veegplan 2022
17
1.123 voorgevel gevel aan de voorzijde van een gebouw gerelateerd aan de grens van het bouwvlak die is gericht naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd. 1.124 voorgevelrooilijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.125 voorerfgebied deel van het erf dat geen deel uitmaakt van het achtererfgebied, gelegen aan de voorkant en naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant dan wel op minder dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw. 1.126 voorste bouwgrens de naar het verkeers- of verblijfsgebied gekeerde bouwgrens. 1.127 Wgh Wet geluidhinder. 1.128 winkelvloeroppervlak het oppervlak van een (winkel)unit dat voor het publiek vrij toegankelijk is, dan wel zichtbaar is, inclusief de ruimten die direct met de verkoop samenhangen. Het wvo wordt ingemeten op een hoogte van 1,50 meter. Lagere ruimtes zoals onder schuine daken worden dus niet meegerekend. 1.129 wonen wonen in een woning, zijnde een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. 1.130 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden. 1.131 woonmilieu kwaliteit van de woonomgeving, gelet op omgevingsfactoren als geur, stof, geluid en gevaar.
1.132 woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. 1.133 zakelijke dienstverlening een kantoor of een bedrijf met een publieksgerichte functie dat in hoofdzaak is gericht op het ter plaatse bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven/personen, zoals een voorlichtings/, advies-, reis- en uitzendbureau, een makelaars- en/of verzekeringskantoor of bank.
18
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse grens tussen de zijdelingse grens van een bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren en op het peil, zulks met inbegrip van erkers. 2.6 de horizontale diepte van een bouwwerk tussen het voorste en het achterste punt van het bouwwerk, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren dan wel scheidingslijnen en op het peil.
2.7 de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.
bestemmingsplan Veegplan 2022
19
20
bestemmingsplan Veegplan 2022
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch - 1
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch - 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
agrarisch grondgebruik;
alsmede voor: b. c. d. e. f.
voet- en fietspaden; speelvoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; verkoop van landbouwproducten ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; het behoud van monumentale waarden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument’;
met bijbehorende: g. h.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouw zijnde.
3.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 3.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.
c.
d.
e. f.
gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd; de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen binnen een bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)’ is aangegeven; nutsvoorzieningen mogen binnen en buiten de bouwvlakken worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m² 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen: van erfafscheiding voor de voorste bouwgrens 1 m; van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens 2 m; van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m. Bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Per bouwperceel is één bedrijfswoning vrijstaand dan wel opgenomen in de bedrijfsbebouwing toegestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. Bij een vrijstaande woning zijn de volgende bepalingen van toepassing: De inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 650 m³. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. De bouwhoogte niet meer dan bedragen 10 m. 2. Bij een in de bedrijfsbebouwing opgenomen bedrijfswoning zijn de volgende bepalingen van
bestemmingsplan Veegplan 2022
21
toepassing: De inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 650 m3. De goot- en bouwhoogte zoals toegestaan voor bedrijfsgebouwen, mag niet worden overschreden. 3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder d voor de realisatie van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van maximaal 2 m.
22
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 4
Agrarisch - 2
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
agrarisch grondgebruik, waaronder begrepen het gebruik als hobbydierenweide; ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone Roerdalslenk, zone II', een boringsvrije zone inzake de Roerdalslenk, zone II. De regels in artikel 51.3 dienen in acht te worden genomen; extensief dagrecreatief medegebruik; agrarisch natuurbeheer,
met de daarbij behorende: e. f.
paden, wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2 Bouwregels Op de voor 'Agrarisch - 2' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a.
b.
4.3
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ter plaatse noodzakelijk zijn uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering, dan wel uit een oogpunt van beheer en onderhoud overeenkomstig de bestemmingsomschrijving, waaronder begrepen beperkte voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik; de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2 meter, met uitzondering van terreinafscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 1,5 meter bedraagt. Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Hagelnetten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 voor het bouwen/ oprichten van hagelnetten, met dien verstande dat:
a.
b. c.
door de zichtbaarheid van de hagelnetten geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de beleving van het landschap, zoals die wordt bepaald door de openheid op de plateaus en de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing, dan wel door landschappelijke inpassing een en ander kan worden voorkomen, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte; de omgevingsvergunning niet leidt tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus; bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van hagelnetten op de plateaus de volgende elementen worden betrokken bij het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning, aan de hand waarvan de noodzaak van het gebruik van hagelnetten wordt afgewogen tegen de aantasting van de beleving van het landschap: 1. zicht op continuïteit van het bedrijf; 2. beschrijving van de locatie waar de hagelnetten worden geplaatst; 3. de aanwezigheid van de reeds aanwezige beplanting, windschermen of bosjes; 4. invloed van reliëf op de zichtbaarheid; 5. het gebruikte (constructie)materiaal voor de netten; 6. de aangevraagde oppervlakte hagelnetten;de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing.
bestemmingsplan Veegplan 2022
23
4.3.2 Hoogzit Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 voor het bouwen van een hoogzit ten behoeve van de uitoefening van de jacht of natuurstudie, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 6 meter bedraagt. 4.3.3 Schuilgelegenheid Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 voor het bouwen van schuilgelegenheden voor het hobbymatig houden van dieren, met dien verstande dat:
a. b. c. d.
e. f. g. h.
de noodzaak van de schuilgelegenheid uit een oogpunt van dierenwelzijn is aangetoond; aangetoond is dat er geen reële mogelijkheden zijn voor het bouwen van een schuilgelegenheid binnen het bouwvlak; de bouwhoogte mag maximaal 3 meter bedragen; de oppervlakte bedraagt maximaal: 1. 18 m² indien sprake is van een perceel van 2.000 m² - 5.000 m²; 2. 24 m² indien sprake is van een perceel van 5.000 m² - 10.000 m²; 3. 27 m² indien sprake is van een perceel van 10.000 m² - 20.000 m²; 4. 36 m² indien sprake is van een perceel van 20.000 m² of meer; de afstand tot de stedelijke bebouwing binnen de kernen bedraagt maximaal 250 meter; de gronden niet zijn gelegen binnen de aanduiding 'ecologische hoofdstructuur'; de schuilgelegenheid landschappelijk goed wordt ingepast met gebiedseigen beplanting, een en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag; de afstand tot aanwezige bouwkavels is maximaal 50 meter.
4.3.4 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 voor het bouwen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met dien verstande dat:
a. b. c. d.
e. f.
de oppervlakte van de onder a. genoemde voorzieningen bedraagt maximaal 0,5 ha. per bedrijf; boogkassen dienen te worden gesitueerd aansluitend aan het agrarisch bouwvlak; de omgevingsvergunning mag niet leiden tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus; de ontwikkeling dient gepaard te gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Daartoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de voorzieningen landschappelijk worden ingepast met gebiedseigen beplanting; aangetoond dient te worden dat afdoende maatregelen worden getroffen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek; vooraf dient advies te worden gevraagd aan een (regionale) kwaliteitscommissie.
4.3.5 Voederberging of voederruif Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 voor het bouwen van een voederberging of voederruif voor de instandhouding van het wild, met dien verstande dat: a. b.
24
de bouwhoogte niet meer dan 2 meter bedraagt; de inhoud niet meer dan 3 m³ bedraagt.
bestemmingsplan Veegplan 2022
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden of bouwerken voor en of als: a. b. c. d. e. f.
detailhandel; het houden van evenementen; kamperen; staanplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; sport- en wedstrijdterrein, parkeerterrein, buitenmanege of lig- en speelweide; het beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden met motorvoertuigen; g. het racen of crossen met motorvoertuigen; h. staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; i. militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; j. het plaatsen van mestzakken of daarmee vergelijkbare voorzieningen; k. opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak; l. paardenbakken; m. permanente of tijdelijke bewoning van gebouwen, inclusief aan het wonen gerelateerde activiteiten en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid.
4.4.2 Tijdelijke lage teeltondersteunende voorzieningen Het realiseren/aanleggen van tijdelijke lage teeltondersteunende voorzieningen is toegestaan. Voor het gebruik van afdekfolie voor het afdekken van producten die tijdelijk in het open veld worden opgeslagen alsmede voor het gebruik van wandelkappen zijn hieraan geen voorwaarden verbonden. Overige tijdelijke lage teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c.
hierdoor geen actuele en bestaande natuur, landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden worden aangetast; de tijdelijke voorziening niet langer dan zes maanden per kalenderjaar aanwezig is en de voorziening na afloop van de periode waarin deze nodig is wordt verwijderd. het gebruik mag niet leiden tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus.
4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, tenzij dit noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het aanbrengen van hoog opgaande beplanting anders dan ten behoeve van de ecologische hoofdstructuur; het bebossen van gronden; het verwijderen van graften, bosstroken en/of grasbanen.
bestemmingsplan Veegplan 2022
25
4.5.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 4.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van: a. b. c.
werken en/of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; werken en/of werkzaamheden, welke op het tijdstip waarop het plan in werking treedt, in uitvoering zijn; werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
4.5.3 Toelaatbaarheid De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 4.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits uitvoering van de werken en/of werkzaamheden niet leidt tot de in Bijlage 2 genoemde gevolgen voor landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden.
26
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 5
Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
agrarische grondgebruik, waaronder het gebruik als hobbydieren-weide; instandhouding, herstel en ontwikkeling van de aanwezige abiotische, natuurlijke, archeologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; het tegengaan van verlaging van de grondwaterstand; het beschermen van aanwezige waardevolle graslandvegetaties; ter plaatse van de aanduiding 'erosiegebied', erosiegebied. De regels in artikel 51.9 dienen in acht te worden genomen; ter plaatse van de aanduiding 'recreatief netwerk', een recreatief netwerk. De regels in artikel 51.11 zijn van toepassing; extensief dagrecreatief medegebruik; agrarisch natuurbeheer;
met de daarbij behorende: i. j. 5.2
paden, wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bouwregels
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a.
b.
5.3
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ter plaatse noodzakelijk zijn uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering, danwel uit een oogpunt van beheer en onderhoud overeenmkomstig de bestemmingsomschrijving, waaronder begrepen beperkte voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik; de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2 meter, met uitzondering van terreinafscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 1,5 meter bedraagt. Afwijken van bouwregels
5.3.1 Hagelnetten Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaal in 5.2 voor het bouwen/ oprichten van hagelnetten, mits: a.
b.
c. d.
de omgevingsvergunning geen betrekking heeft op gronden: 1. met een hellingpercentage van meer dan 4%' zoals aangegeven op de als bijgevoegde kaart 'Heilingklassen teeltondersteunende voorziening'; 2. gelegen binnen de aanduiding 'beekdal'; door de zichtbaarheid van de hagelnetten geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de beleving van het landschap, zoals die wordt bepaald door de openheid op de plateaus en de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing, dan wel door landschappelijke inpassing een en ander kan worden voorkomen, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte; de omgevingsvergunning niet leidt tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus, zoals aangegeven op de onder a. bedoelde kaar 'Heilingklassen teeltondersteunende voorziening'; bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van hagelnetten ter plaatse van de aanduiding 'plateau' de volgende elementen worden betrokken bij het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning, aan de hand waarvan de noodzaak van het gebruik van hagelnetten wordt afgewogen tegen de aantasting van de
bestemmingsplan Veegplan 2022
27
beleving van het landschap 1. zicht op continuïteit van het bedrijf; 2. beschrijving van de locatie waar de hagelnetten worden geplaatst; 3. de aanwezigheid van de reeds aanwezige beplanting, windschermen of bosjes; 4. invloed van reliëf op de zichtbaarheid; 5. het gebruikte (constructie)materiaal voor de netten; 6. de aangevraagde oppervlakte hagelnetten; 7. de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing. 8. de hagelnetten niet doorlopen tot aan de grond. 5.3.2 Hoogzit Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 voor het bouwen van een hoogzit ten behoeve van de uitoefening van de jacht of natuurstudie, mits de bouwhoogte niet meer dan 6 meter bedraagt. 5.3.3 Schuilgelegenheid Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 voor het bouwen van schuilgelegenheden voor het hobbymatig houden van dieren, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
e. f. g.
de noodzaak van de schuilgelegenheid uit een oogpunt van dierenwelzijn is aangetoond; aangetoond is dat er geen reële mogelijkheden zijn voor het bouwen van een schuilgelegenheid binnen het bouwvlak; de bouwhoogte mag maximaal 3 meter bedragen; de oppervlakte bedraagt maximaal: 1. 18 m² indien sprake is van een perceel van 2.000 m² - 5.000 m²; 2. 24 m² indien sprake is van een perceel van 5.000 m² - 10.000 m²; 3. 27 m² indien sprake is van een perceel van 10.000 m² - 20.000 m²; 4. 6 m² indien sprake is van een perceel van 20.000 m² of meer; de afstand tot de stedelijke bebouwing binnen de kernen bedraagt maximaal 250 meter; de gronden niet zijn gelegen binnen de aanduiding 'ecologische hoofdstructuur (ehs)'; de schuilgelegenheid landschappelijk goed wordt ingepast met gebiedseigen beplanting, een en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag.
5.3.4 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 voor het bouwen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. b. c. d.
e.
f. g.
28
de bouwhoogte van boogkassen, folietunnels en blaastunnels bedraagt maximaal 1,50 meter; de oppervlakte van de onder a. genoemde voorzieningen bedraagt maximaal 0,5 ha. per bedrijf; boogkassen dienen te worden gesitueerd aansluitend aan het agrarisch bouwvlak; de omgevingsvergunning mag niet leiden tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus zoals aangegeven op de als Bijlage 3 bij deze regels behorende 'Kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen'; de ontwikkeling dient gepaard te gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Daartoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de voorzieningen landschappelijk worden ingepast met gebiedseigen beplanting; aangetoond dient te worden dat afdoende maatregelen worden getroffen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek; de omgevingsvergunning mag geen betrekking hebben op hellingen met een hellingspercentage van meer
bestemmingsplan Veegplan 2022
h.
dan 4%, volgens de bij de herziening "Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen" behorende, als Bijlage 3 bij deze regels behorende 'Kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen'; vooraf dient advies te worden gevraagd aan een (regionale) kwaliteitscommissie.
5.3.5 Voederberging of voederruif Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 voor het bouwen van een voederberging of voederruif voor de instandhouding van het wild, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. 5.4
de bouwhoogte niet meer dan 2 meter bedraagt; de inhoud niet meer dan 3 m³ bedraagt. Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Tijdelijke lage teeltondersteunende voorzieningen Het realiseren/aanleggen van tijdelijke lage teeltondersteunende voorzieningen zoals het gebruik van landbouwplastic is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
d. e.
hierdoor geen acuele en bestaande natuur, landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden worden aangetast; de tijdelijke voorziening niet langer dan zes maanden per kalenderjaar aanwezig is en de voorziening na afloop van de periode waarin deze nodig is wordt verwijderd; het gebruik mag niet leiden tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus zoals aangegeven op de als Bijlage 3 bij deze regels behorende 'Kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen; het hellingspercentage niet groter is dan 4%, volgens de als Bijlage 3bij deze regels behorende 'Kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen'; het gebruik van landbouwplastic nodzakelijk is voor het afdekken van landbouwproducten die tijdelijk in het open veld worden opgeslagen.
5.4.2 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:
a.
het gebruik: 1. voor detailhandel; 2. voor het houden van evenementen; 3. als staanplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; 4. als sport- en wedstrijdterrein, parkeerterrein, buitenmanege of lig- en speelweide; 5. voor het beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden met motorvoertuigen; 6. voor het racen of crossen met motorvoertuigen; 7. als staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; 8. voor militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; 9. voor het plaatsen van mestzakken of daarmee vergelijkbare voorzieningen; 10. voor opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond ; 11. als paardenbakken; 12. voor permanente of tijdelijke bewoning van gebouwen, inclusief aan het wonen gerelateerde activiteiten en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid.
bestemmingsplan Veegplan 2022
29
b. c. d.
het geheel of gedeeltelijk egaliseren of slechten van graften; het in hun functioneren belemmeren of aantasten van bestaande natuurlijke of kunstmatige waterbuffers, inculsief aan- en afvoervoorzieningen; voor tijdelijke lage teeltondersteunende voorzieningen en/of opslag van daarvoor gebruikt materiaal buiten de teeltperiode waarvoor de voorzieningen nodig zijn.
5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1
Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.
d. e.
f. g. h.
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, tenzij dit noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het aanbrengen van hoog opgaande beplanting anders dan ten behoeve van de ecologische hoofdstructuur; het vellen en/of rooien van houtgewas, met name hoogstamboomgaarden, of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas tot gevolg kan hebben, behoudens bij wijze van verzorging; het bebossen van gronden; het verwijderen van graften, bosstroken en/of grasbanen; diepploegen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - hamsterkernleefgebied'.
5.5.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 5.5.1 geldt niet voor:
a.
b.
het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden: 1. die van geringe omvang zijn danwel het normale onderhoud en beheer betreffen; 2. welke op het tijdstip waarop het plan in werking treedt, in uitvoering zijn; 3. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; het vellen en/of rooien van van houtgewas in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van een boom- of sierteeltbedrijf of laagstamfruitbomen.
5.5.3 Toelaatbaarheid De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits uitvoering van de werken en/of werkzaamheden niet leidt tot de in Bijlage 2. genoemde gevolgen voor landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden.
30
bestemmingsplan Veegplan 2022
Artikel 6
Bedrijf
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
een biomassacentrale en biomassaproductie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - biomassacentrale' (sb-bmc);
met de daarbijbehorende: b. c. d. e. f. 6.2
bouwwerken tuinen, erven en terreinen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bouwregels
6.2.1 Bedrijfsgebouwen a. bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 12 meter; c. de maximale oppervlakte aan bebouwing van de bedrijfsgebouwen zoals aangeduid op de verbeelding, mag niet worden overschreden; d. de afstand tot de (bouw)perceelsgrens dient minimaal 5 meter te bedragen; e. de minimale afstand tot de as van de weg bedraagt 18 meter; f. de maximale verkoopvloeroppervlakte van gebouwen of gedeelten daarvan ten behoeve van de verkoop van zelfvoortgebrachte producten bedraagt 50 m². 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter, met uitzondering van: 1. erf- en terreinafscheidingen, waarvan de bouwhoogte in het achtererfgebied maximaal 2 meter bedraagt en waarvan de bouwhoogte in het voorerfgebied maximaal 1 meter bedraagt; 2. vlaggen-, reclame- en lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 12 meter bedraagt; 3. installatieonderdelen (leidingwerk, dempers, ventilatoren), waarvan de bouwhoogte maximaal 18 meter bedraagt; 4. schoorstenen, waarvan de bouwhoogte maximaal 16 meter bedraagt; b. de afstand tot de perceelsgrens dient minimaal 3 meter te bedragen met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen; 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d.
e. f.
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving, waaronder geconcentreerd bouwen; ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; ter waarborging van een goede landschappelijke inpassing; in het belang van een verantwoorde afvoer van hemelwater (infiltratie of retentie).
bestemmingsplan Veegplan 2022
31
6.4
Afwijken van bouwregels
6.4.1 Vergroten bebouwde oppervlakte Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van 6.2.1 onder b. voor het vergroten van de bebouwde oppervlakte binnen het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. b. c. d. e. f. g. h. 6.5
de oppervlakte mag eenmalig met maximaal 10% worden vergroot; de uitbreiding moet noodzakelijk zijn in verband met de continuïteit van het bedrijf; de bebouwing dient landschappelijk goed te worden ingepast met gebiedseigen beplanting, ter beoordeling van het bevoegd gezag; ecologische, cultuurhistorische en milieuwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; de milieubelasting voor het gebied mag niet onevenredig worden verzwaard; de uitbreiding mag niet leiden tot een onevenredig verhoging van het verkeersaanbod en van de parkeerdruk op de wegen; parkeren ten behoeve van het bedrijf dient op eigen terrein plaats te vinden; de uitbreiding dient hydrologisch neutraal plaats te vinden. Specifieke gebruiksregels
6.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
l.
6.6
voor geluidszoneringsplichtige inrichtingen; voor bedrijven in de milieucategorie 3 en 4, behoudens bestaande bedrijven zoals aangegeven in 6.1 en zoals aangeduid op de verbeelding; voor detailhandel; als seksinrichtingen; als staanplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; als sport- en wedstrijdterrein, parkeerterrein, buitenmanege of lig- en speelweide; voor het beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden met motorvoertuigen; voor het racen of crossen met motorvoertuigen; voor opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; voor opslag van brandgevaarlijke en giftige stoffen; van gebouwen, behoudens de bedrijfswoning(en), voor permanente of tijdelijke bewoning en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid; van de bedrijfswoning als burgerwoning.