CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Jaarstukken Boekwerk 2020 eindversie 03-06 Gewaarmerkt

Raad 13 juli 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Jaarstukken 2020 (Buhler) (65)41.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

62

Wat heeft het gekost?

bedragen x € 1.000 Baten

Begroting voor wijziging 2020

Begroting na wijziging 2020

25.158

25.682

-22.401

-27.471

-26.676

795

2.114

-2.313

-994

1.320

150

2.383

1.438

-945

24.515

Lasten Saldo Baten en Lasten Onttrekkingen

Rekening 2020

Resultaat 2020 524

Toevoegingen

0

-448

-549

-101

Saldo Reserves

150

1.935

889

-1.046

2.264

-378

-105

273

7 VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU

Analyse resultaat De budgetten in dit programma zijn ingezet voor het uitvoeren van de taken m.b.t. afval/milieubeheer, riolering, water en de begraafplaatsen. Daarnaast hebben de uitgaven betrekking op de Gemeenschappelijke Regeling GGD. Het resultaat wordt o.a. veroorzaakt door onderlinge verschillen zoals klimaatuitgaven die niet volledig besteed zijn en minder kosten voor reiniging graffiti. Mutaties in reserves en voorzieningen die per saldo geen gevolgen hebben voor het resultaat worden met name veroorzaakt door bijgestelde planning in de duurzaamheidsprojecten PAW Limbrichterveld-Noorden stimuleringsregeling Dubbel Duurzaam en mutaties m.b.t. afvalverwerking en riolering. Wie heeft mee betaald? Voor waterbeheer en afvalverwerking hebben wij onze inwoners een bijdrage gevraagd die 100% kostendekkend is. In de paragraaf lokale heffingen lichten wij de afvalstoffenheffing en rioolheffing nader toe. Van de provincie hebben wij een bijdrage ontvangen voor tijdelijke projecten als programma Trendbreuk en de Gezonde Basisschool. Het regionale project basisrioleringsplan (BRP) is mede gefinancierd door Synergiegelden van het rijk en bijdragen van onze regionale waterpartners Waterschap Limburg, Waterleidingmaatschappij Limburg en de gemeenten Beek, Stein en Beekdaelen. Het merendeel van de duurzaamheidsprojecten is geheel gefinancierd uit Rijks- en/of Provinciale bijdragen.

Wat hebben we niet gedaan en wat betekent dit? Niet aan de orde, we hebben alles opgepakt wat we ons in de begroting hebben voorgenomen Beleidsindicatoren We gebruiken de zogenaamde beleidsindicatoren om de effecten van beleid op de programma’s, toe te lichten. We doen dat (verplicht) aan de hand van een vast aantal indicatoren. Door deze niet-financiële informatie op te nemen in de begroting kunnen raadsleden ook zonder specifieke financiële kennis makkelijker inschatten of de resultaten via de voorgestelde beleidskeuzes behaald kunnen worden. En ze bieden raadsleden meer inzicht om te kunnen sturen. Naam indicator

Eenheid

Omvang huishoudelijk restafval

Gemiddeld aantal kilo’s per inwoner

Duurzaam opgewekte elektriciteit

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

Waarde SittardGeleen

63

Gemeenten 50.000 100.000

Nederland

Periode

133

156

163

2019

3,7%

9,4%

14,9%

2016

Gerelateerde beleidsnota’s Bodembeheersplan 2016-2020 De tuinman van Sittard-Geleen Beleidsplan Afvalwater Westelijke Mijnstreek 2015-2020 Regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek 2016-2019 Actieplan afval Sittard-Geleen 2018-2021 Gemeentelijke grondstoffenvisie 2050 Van afval naar grondstof 2021-2025

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

64

Gerelateerde verbonden partijen Geneeskundige Gezondheidsdienst ZuidLimburg (GGD) Nazorg Limburgs BV RWM N.V. Mijnstreekwarmte BV (incl. Het Groene Net BV en HGN Ontwikkel BV)

2.1.9 PROGRAMMA 8 VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING “Wij willen dat Sittard-Geleen een leefbare en toekomstbestendige gemeente is, waar het aantrekkelijk is om in te wonen en te verblijven.” Het woon- en leefmilieu in de gemeente behouden en verbeteren, dat is waar het om draait in het programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing. En dan gaat het niet alleen om de bebouwde omgeving. Ook de groene/buitengebieden met de kernen en dorpen maken er deel van uit. Met de nadruk op het verduurzamen en omvormen van de bebouwde omgeving. Ook moeten we ons in de openbare ruimte, natuur en landschap aanpassen aan de klimaatverandering. De komende Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2022 van kracht wordt, biedt hiervoor een vernieuwend instrumentarium.

In dit programma zijn de volgende taakvelden ondergebracht: 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen Wat wilden we bereiken? Op de middellange termijn richt het programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing zich op: • transformeren van de woningmarkt • anticiperen op klimaatverandering en de gevolgen hiervan • invoeren van de nieuwe Omgevingswet • het grondbeleid anders invullen Wat hebben we gedaan om dit te bereiken? Om bovenstaande doelstellingen te bereiken, hebben in 2020 de volgende concrete (voorbereidende) werkzaamheden, acties of ontwikkelingen plaatsgevonden. Transformatievisie Westelijke Mijnstreek Deze visie is vastgesteld op 8 juli 2020. Na vaststelling, door ook de andere gemeenten in de Westelijke Mijnstreek hebben de portefeuillehouders Wonen in de Westelijke Mijnstreek Atelier Romain opdracht gegeven om de uitgangspunten uit de visie uit te werken in meerdere pilotgebieden. Voor onze gemeente zijn dat Holtum en Guttecoven alsmede Einighausen. Atelier Romain verwacht de gebiedsvisies voor Holtum en Guttecoven in het eerste kwartaal van 2021 aan te leveren. Omdat de betrokkenheid van de inwoners een wezenlijk procesonderdeel is, is enige vertraging in de uitvoering ontstaan als gevolg van Covid-19. Dit geldt met name voor Einighausen.

De kosten van Atelier Romain worden gedekt uit de subregionale DUB-middelen. Naast genoemde kernen is ook Geleen Zuid pilotgebied. Bij het vormgeven van de transformatieopgaven in deze wijk sluiten wij nauw aan bij het revitaliseringsproces dat wij samen met ZOwonen in 2020 zijn gestart. Daartoe is een ambitiedocument opgesteld gericht op een integrale gebiedsaanpak. De transformatie van de sociale en particuliere woningvoorraad is een onderdeel van de programmatische aanpak en wordt na vaststelling van het ambitiedocument nader uitgewerkt, onder andere in investeringsvolumes. Gebiedsgerichte aanpak en pilotprojecten wonen De transformatie van de woningvoorraad voorziet in een kwaliteitsverbetering als het gaat om zowel de technische staat van woningen (mede afgezet tegen de energietransitie) als het aanbod van

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

65

woningtypologieën. Door de demografische én marktontwikkelingen is er sprake van een veranderende vraag in combinatie met het uitblijven van een vereiste doorstroming op de woningmarkt. Niet ingrijpen betekent een verder sterk verouderende woningmarkt en onaantrekkelijke woonmilieus in uiteindelijke de gehele gemeente. Project Tiny Houses is eind 2020 opnieuw opgestart. Belangrijkste opgave is het vinden van goede en gewenste locaties in relatie tot de uiteindelijke behoefte aan dit woningtype. Bestuursopdracht vergroten woningbouwprogramma De bestuursopdracht omvat een ombuigingsopgave voor € 50.000 in 2020, welke jaarlijks oploopt naar structureel € 150.000 in 2022. Voor 2020 is de ombuigingsopgave gerealiseerd. De maatregel is gericht op extra woningbouw op beschikbare en vrijkomende locaties. Gedurende de looptijd van de bestuursopdracht wordt jaarlijks bezien of de bezuinigingsopgave in het betreffende jaar is gehaald en wordt de opgave voor de komende jaren voorbereid. Wij verwachten dat toepassing van de vastgestelde beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ een belangrijke impuls kan leveren aan het behalen van de doelstellingen in de bestuursopdracht. Hiermee is immers de weg vrijgemaakt voor de bouw van woningen waaraan dringend behoefte bestaat en is meer woningbouw mogelijk, mits maatschappelijke meerwaarde wordt aangetoond.

Startersregeling In 2020 is de regeling verlengd tot en met 2021. Belangrijkste reden is de stimulering van de koopmogelijkheden van de starters op de bestaande woningmarkt. Die behoefte is onveranderd groot in vergelijking met voorgaande jaren. Regionale klimaatadaptatiestrategie Westelijke Mijnstreek In 2020 hebben wij samen met de andere gemeenten van de Westelijke Mijnstreek gewerkt om gezamenlijk een strategie te ontwikkelen voor klimaatadaptatie. Voor de goede ontwikkeling van deze strategie is het nodig om de resultaten van de klimaatstresstesten hierin te verwerken. Door de vertraging in het project basisrioleringsplan (zie ook programma 7) heeft ook het opstellen van de strategie vertraging opgelopen, omdat deze afhankelijk is van de resultaten daarvan. De strategie zal in 2021 worden afgerond. Gebiedsgerichte landschapsontwikkeling In 2020 zijn we gestart met de realisatie van Corio Glana Highlight 20 vanaf de Middenweg tot en met het Stadspark in Sittard. Rondom de doorontwikkeling van Chemelot is een landschapsverkenning voor het Graetheideplateau en Stad-Landzone De Graven opgesteld. Dit document ligt mede aan de basis van de op te stellen gebiedsvisie omgeving Chemelot, welke in 2021 vastgesteld wordt.

Rondom de uitbreiding van VDLNedcar zijn in het kader van het bestuursakkoord met de Provincie Limburg afspraken gemaakt over de ruimtelijke inpassing en natuurcompensatie. De landschappelijke inpassing in het kader van de A2 verbreding krijgt vorm en inhoud door vertegenwoordiging van onze gemeente in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit A2 verbreding, die hiervoor door Rijkswaterstaat in het leven geroepen is. Dynamisch voorraadbeheer In 2020 is een onderzoek opgeleverd naar vraag en aanbod van woningen in de dorpen en kernen. Dit onderzoek wordt begin 2021 verbreedt naar Munstergeleen en de diverse wijken in Sittard en Geleen. Op basis van de actuele cijfers kunnen wij gericht sturen op de kwalitatieve transformatie. Wij benadrukken het belang dat bij het herbestemmen van maatschappelijk vastgoed, kantoorlocaties en winkels er nadrukkelijk wordt gekeken naar de bestemming wonen. Is een herbestemming wonen een reële optie, dan is de woningtypologie een belangrijk aandachtspunt binnen de programmatische aanpak in het kader van vraag en aanbod.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

66

Stedelijke vernieuwing Ook het afgelopen jaar hebben wij ons gericht op de stedelijke vernieuwing van onze steden en dorpen. We willen toe naar een duurzamere, klimaatadaptieve, onderscheidende, gezonde en veilige woon- en leefomgeving. We hebben gewerkt aan het beperken van leegstand door het toepassen van dynamisch voorraadbeheer. Bijzondere aandacht hebben enkele gebieden waar we met een gebiedsgerichte aanpak te werk gaan, zoals: • Gebiedsontwikkeling Kennedysingel: Met ZOwonen is een convenant gesloten op basis waarvan ZOwonen voor de gehele ontwikkeling een tender zal doorlopen, waarna een ontwikkel- en realisatie overeenkomst zal worden afgesloten; De plannen omvatten de realisatie van maximaal 120 commerciële koop en huurwoningen aangevuld met 60 sociale huur en zorgwoningen; • Agnetenpark: Publiek toegankelijk maken kloostertuin en realisatie woningbouw in het Agnetenklooster en aan de Leyenbroekerweg en de verkoop van de Mavo Land van Gulick. De wijziging van het bestemmingsplan voor het plandeel klooster is daartoe in procedure; • Hart van Vrangendael: Afronden herontwikkeling voormalige Dacaposchool met woningbouw (wonen en zorg) door Holikiday en ZOwonen; • Steegpark (gebied tussen de Rijksweg Zuid, Kleine Steeg en Agricolastraat (o.a. voormalige Dacapo locaties): Momenteel wordt een gebiedsvisie opgesteld, waarna locaties ontwikkeld kunnen worden c.q.

in de markt worden gezet; Specifiek voor de beide centra wordt het komend jaar op basis van de uitkomsten van de Toekomstvisie 2030, aan de hand van ontwikkelpaden, gewerkt aan versterking van de centra waarbij herijking van de centrumvisie in Geleen aan de orde is. Implementatie Omgevingswet In 2020 hebben wij intensief geïnvesteerd in het bijdragen aan de POVI en de NOVI Gebied Zuid-Limburg als voorbereidingen op de start van de GOVI nu in 2021. Daarnaast is er een start gemaakt met de aanpassingen van de werkprocessen van vergunningen. Met betrekking tot het omgevingsplan is een start gemaakt in het verhelderen van de opdracht en mogelijke fasering van aanpak. Daarnaast hebben wij verbindingen gelegd om de participatie in de ontwikkeling vorm te geven. Bij de invoering van de omgevingswet is landelijk afgesproken dat deze transformatie niet tot meerkosten mocht leiden binnen de decentrale overheid. In februari heeft een onderzoek plaatsgevonden over het kostenverloop van de transformatie binnen gemeenten, de provincies en de waterschappen. Er is geconstateerd dat de piek van de kosten valt in de jaren 2020 en 2021. In deze periode is door alle overheden hard gewerkt aan de voorbereiding van de Omgevingswet. Er is interbestuurlijk afgesproken dat dit onderzoek een ijkmoment is voor verdere monitoring.

Het volgende evaluatiemoment zal in het najaar 2022 plaatvinden, omdat dan de meeste transformatiekosten binnen de gemeenten hebben plaatsgevonden. Of er financiële compensatie zal plaatsvinden is nog niet uitgesproken. Woonwagenlocaties In 2020 hebben wij gewerkt aan de afronding van de herstructurering/herinrichting van de woonwagenlocatie Tudderenderweg. De normalisering van het project Obbichterweg volgt en wordt in 2 fases opgepakt; een voorbereidingsfase en een uitvoeringsfase. Om deze voorbereidingsfase met succes te doorlopen is externe expertise ingehuurd. In 2021 is dit gestart en deze externe partij zal in samenwerking met in- en externe partijen/collega’s de voorbereidingsfase van project Obbichterweg doorlopen. Om tot een gedegen afronding van het project Tudderenderweg te komen, hebben wij het afgelopen jaar verschillende werkzaamheden uitgevoerd zoals; opschonen openbare ruimte, sanering en slopen van bergingen, aanleggen diepdrainage, opstellen inrichtingsplan, ophogen terrein, aanleggen van infra, opschonen openbare ruimte, onderzoek naar sociaal maatschappelijke problematiek, normalisatie accommodatie MFC. Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

67

Daarnaast hebben wij gewerkt aan de overdracht aan ZOwonen. We verwachten in het 2e kwartaal 2021 over te dragen met de al opgestelde erfpachtovereenkomst. Op de locatie westzijde Tudderenderweg wonen nog enkele huishoudens illegaal. Hiertoe lopen juridische (privaatrechtelijke) procedures. Deze zijn in 2020 voorbereid in samenwerking tussen gemeente en het advocatenkantoor dat de procedure voert. Zodra dit gebied vrij komt kunnen we overgaan tot opschonen en saneren. De overdracht van de oostzijde Tudderenderweg staat hier los van, deze kan plaatsvinden. Grondbeleid Grondbeleid kan omschreven worden als het beleid dat gericht is op het beschikbaar krijgen van grond voor het realiseren van ruimtelijke doelstellingen om daarmee gewenste maatschappelijke rendementen te behalen of om te helpen die rendementen mogelijk te maken. In een gebiedsontwikkeling komen diverse maatschappelijke vraagstukken samen. We kunnen door de ontwikkeling van een locatie bijdragen aan een gewenste impact. Zo kunnen we bijvoorbeeld meer woningen, meer locaties voor bedrijven, meer recreatiemogelijkheden en/of meer mooie groene gebieden realiseren. Maar we kunnen met een ruimtelijke ontwikkeling ook een positieve verandering brengen in een minder gewenste situatie, zoals leegstand/verloedering of onveilige locaties. In de paragraaf 2.2.7 grondbeleid leggen we verantwoording af over het gevoerde beleid.

In het voorjaar van 2021 is overigens in de nieuwe nota grondbeleid de kaderstelling geactualiseerd. Wie en/of wat hadden we daarvoor nodig? Wij hebben de regionale opgaven zoals de Transformatievisie en de Adaptatiestrategie opgepakt in samenwerking met de regiogemeenten, de Provincie, het Rijk en met inwoners en stakeholders. Ook direct betrokken partijen zoals woningcorporaties, en vastgoedeigenaren, waterschappen en terreinbeheerders zijn betrokken geweest bij de uitvoering van de activiteiten van dit programma. Als gemeente hebben wij steeds meer de regierol op ons genomen; wij dagen andere partijen uit en spreken hen actief aan om mee te doen, ook bij de realisatie. Wat heeft het gekost?

bedragen x € 1.000 Baten

Begroting voor wijziging 2020

2.209

Begroting na wijziging 2020

Rekening 2020

Resultaat 2020

2.949

6.190

3.242 -2.530

Lasten

-7.161

-7.968

-10.497

Saldo Baten en Lasten

-4.952

-5.019

-4.307

712

Onttrekkingen

144

1.209

978

-231

Toevoegingen

-767

-1.326

-1.894

-568

Saldo Reserves

8 VOLKSHUISV., RUIMT.ORDENING EN STED.VERNIEUWING

-623

-117

-916

-798

-5.575

-5.136

-5.223

-86

Analyse resultaat Gesaldeerd is er voor dit programma ruim € 5 mln. beschikbaar. Een belangrijke inkomstenpost binnen het programma zijn de bouwvergunningen. De grote uitgavenposten binnen het programma hebben betrekking op de uitgaven voor volkshuisvesting en ruimtelijke ontwikkeling/ vormgeving, de op het terrein van wonen en bouwen aan gemeentelijk vastgoed gerelateerde kosten, de met handhaving in de fysieke omgeving gemoeide kosten en uiteraard de met de vergunningverlening gemoeide kosten. Tot dit programma behoort ook de aankoop van de V&D locatie.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

68

Wie heeft mee betaald? De Provincie betaalt mee aan de voorbereiding en uitvoering van een aantal regionale projecten. Het Waterschap en terreinbeheerders bij de adaptatiestrategie. Woningcorporaties en vastgoedeigenaren leveren een bijdrage aan de transformatievisie. De transformatie van Geleen-Zuid wordt gezamenlijk met ZoWonen opgepakt. Wat hebben we niet gedaan en wat betekent dit? Alle geplande werkzaamheden zijn opgestart. Als gevolg van COVID-19 kennen diverse trajecten wel een langere doorlooptijd in 2021. Woonwagenlocaties We zijn in 2020 niet gestart met de voorbereidingsfase Obbichterweg. We zijn daarom nog niet intensief met bewoners in gesprek als voorbereiding op herinrichtingsplannen en we hebben nog niet de gewenste kwaliteitsverbetering van het gehuurde kunnen doorvoeren. We verwachten de locatie Tudderenderweg over te dragen in het 2e kwartaal van 2021. Dit betekent dat wij als gemeente eigenaar zijn van de locatie en daardoor verplichtingen hebben als verhuurder (onderhoud, beheer, verhuurtaken). Het fysieke bouwproject is nog niet formeel afgerond (rest nog openbare ruimte). Verwachte oplevering aannemer is 1 mei 2021. Aan de westzijde Tudderenderweg zijn in 2020 geen fysieke werkzaamheden uitgevoerd vanwege bewoning en juridische procedures. Omgevingswet Naar verwachting wordt de Omgevingswet per 1 januari 2022 ingevoerd. Deze datum is nog niet hard.

Het is nog onzeker of de invoering van deze wet binnen de beschikbare budgettaire kaders kan plaatsvinden. Beleidsindicatoren We gebruiken de zogenaamde beleidsindicatoren om de effecten van beleid op de programma’s, toe te lichten. We doen dat (verplicht) aan de hand van een vast aantal indicatoren. Door deze niet-financiële informatie op te nemen in de begroting kunnen raadsleden ook zonder specifieke financiële kennis makkelijker inschatten of de resultaten via de voorgestelde beleidskeuzes behaald kunnen worden. En ze bieden raadsleden meer inzicht om te kunnen sturen. Naam indicator

Eenheid

Waarde SittardGeleen

Gemiddelde WOZ waarde

Afgerond op € 1.000

191

261

270

2020

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

2,0

7,7

8,8

2020

Demografische druk

%

71,4%

74,4

70,0

2020

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemeentelijk woonlasten meerpersoonshuishouden

X €1

793

717

700

2020

850

779

773

2020

X €1

Gerelateerde beleidsnota’s

Nederland

Gerelateerde verbonden partijen

Omgevingsvisie 2016 Veiligheidsvisie 2019 Transformatievisie Wonen Westelijke Mijnstreek 2020 Masterplan Zitterd Revisited (actualisatie 2014) Centrumplan Geleen (actualisatie 2015) Regionale structuurvisie wonen Zuid-Limburg 2016 Nota kostenverhaal 2016 Groenstructuurvisie 2014 Beleidsnota archeologie en monumenten 2012 Woonvisie Sittard-Geleen.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

Gemeenten 50.000 100.000

Het Gegevenshuis

69

Periode

2.1.10 OVERZICHT ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. In tegenstelling tot specifieke dekkingsmiddelen kunnen we de algemene dekkingsmiddelen dus vrij besteden. Algemene dekkingsmiddelen 2020 Primitieve Actuele begroting begroting x € 1.000 Algemene Dekkingsmiddelen 2020 2020 Baten Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is 54.927 53.945 Algemene uitkeringen 169.196 177.011 Dividend 1.230 1.093 Saldo uit financieringsfunctie 112 112 Totaal Baten 225.465 232.161 Lasten Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is -2.233 -1.548 Algemene uitkeringen -1.507 -127 Overige dekkingsmiddelen -9.037 -1.391 Saldo uit financieringsfunctie 1.122 -43 Totaal Lasten -11.656 -3.109 Saldo algemene dekkingsmiddelen 213.809 229.052

Jaarrekening 2020 53.899 177.591 1.028 112 232.630 -1.848 0 -116 -40 -2.003 230.627

De twee belangrijkste inkomstenbronnen zijn de lokale heffingen en het gemeentefonds. Hun aandeel bedraagt 99,5% van de algemene dekkingsmiddelen. Voor een toelichting over de financieringsfunctie (taakveld 05 treasury) en de dividenden (taakveld 05 treasury) verwijzen we naar de paragraaf Financiering en de paragraaf Verbonden partijen. Een analyse van de overige dekkingsmiddelen vindt u terug in de financiële analyse onder taakveld 08 overige baten en lasten. Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is De gemeentelijke belastingen is de op een na grootste inkomstenbron van de gemeente. Het saldo van de lokale heffingen (waarvan de besteding niet gebonden is) is exclusief de leges en rechten zoals de riool- en afvalstoffenheffing. Het tarief van deze heffing mag niet hoger zijn dan de begrote kosten. De baten en lasten van de bestedingsgebonden heffingen verantwoorden we onder het betreffende programma. Bijvoorbeeld de riool- en afvalstoffenheffing valt onder het programma volksgezondheid en milieu. De lokale heffingen zijn verdeeld over 4 taakvelden: 6.1 OZB woningen (particuliere) 6.2 OZB niet-woningen (ondernemers en organisaties) 6.3 Parkeerbelasting 6.4 Hondenbelasting, reclamebelasting, precariobelasting.

(De toeristenbelasting valt onder programma 3 Economie.) Voor meer informatie over de gemeentelijke heffingen en het uitgevoerde gemeentelijke belastingbeleid verwijzen wij naar de paragraaf Lokale Heffingen. Gemeentefonds Uitkeringen uit het gemeentefonds (taakveld 07)

Algemene uitkering Integratie- en decentralisatie uitkeringen

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

Primitieve begroting Actuele begroting 150.665 153.625 18.530 23.386 169.196 177.011 70

Jaarrekening 2020 154.167 23.424 177.591

Alle gemeenten ontvangen geld van het Rijk om hun taken uit te voeren uit het Gemeentefonds. Het gemeentefonds met een omvang van ca. € 177 mln. is goed voor een dekking van ca. 45% van de totale gemeentelijke lasten en hiermee de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Deze uitkering mogen we overal voor inzetten. De actuele begroting van het Gemeentefonds is gebaseerd op de septembercirculaire 2020. Het verschil tussen de begroting en de jaarrekening 2020 is de decembercirculaire 2020. De belangrijkst mutatie uit de decembercirculaire is de 3e steunpakket voor de coronacrisis ad. € 618.000. Dit bedrag zetten we opzij om de (toekomstige) nadelen uit de coronacrisis op te vangen. Een uitgebreide financiële analyse is terug te vinden in paragraaf 3.7. Daarin treft u een analyse per taakveld.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

71

2.1.11 OVERZICHT OVERHEAD In de gemeentelijke begroting wordt de overhead centraal begroot en verantwoord. Om een begrotingstekort te voorkomen is het toerekenen van overhead naar de grondexploitaties en investeringsprojecten wel toegestaan. Daarnaast wordt de overhead meegenomen in de berekening van de kostendekkende tarieven. De overhead is opgenomen op taakveld 0.4 Overhead. In de paragraaf lokale heffingen is een wettelijk verplichte passage opgenomen over de kostendekkendheid van de gemeentelijke heffingen en leges. Overhead wordt gedefinieerd als alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Onderstaand overzicht geeft een uitsplitsing van de overhead, waarbij: 1. Algemene overhead: Activiteiten die gericht zijn op de sturing van de organisatie als geheel, deze activiteiten voegen geen rechtstreekse waarde toe en worden daarom niet toegerekend naar projecten en gemeentelijke rechten en leges. 2.

Ondersteunende overhead: activiteiten die niet te beïnvloeden zijn door de budgethouders maar wel voor hen een waarde vertegenwoordigen. Het betreft de activiteiten die vallen onder de bedrijfsvoeringstaken en het management in het primair proces. Deze overhead wordt via een toeslag doorberekend naar grondexploitatie, investeringsprojecten en gemeentelijke rechten en leges.

3.

Specifieke overhead: activiteiten die niet tot de directe productkosten wordt gerekend maar wel toerekenbaar is naar een specifieke cluster en product(en), bijvoorbeeld contractmanagement WMO. De directe overhead voegt geen waarde toe aan projecten, leges en rechten. Daarom zijn deze kosten niet meegenomen in de overheadtoeslag.

Onderdeel

Begroting 2020 voor wijzigingen

Wijzigingen 2020

Begroting 2020 na wijzigingen

Rekening 2020

Resultaat 2020

Algemene Overhead

2.612

810

3.423

3.295

-128

Ondersteunende Overhead

24.733

4.017

28.750

28.530

-220

Specifieke overhead

2.380

891

3.271

1.762

-1.510

Totaal Overhead

29.725

5.718

35.444

33.587

-1.857

Doorbelast naar projecten

-1.246

-44

-1.290

-738

553

Totaal taakveld organisatie

28.479

5.674

34.153

32.849

-1.304

OVERHEADTARIEF

Begroting 2020 voor wijzigingen

Jaarrekening 2020

Verschil

Totaal fte

773,66

773,66

0,00

Fte ondersteunende overhead

210,29

210,29

0,00

Fte excl. ondersteunede overhead

563,37

563,37

0,00

Ondersteunende overhead x € 1.000

24.733

28.530

3.797

Overhead per fte

43.902

50.642

6.741

Overheadtarief afgerond op € 500

44.000

50.500

6.500

Overheadtarief x € 1

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

72

Het overheadtarief voor het jaar 2020 was in de begroting bepaald op € 44.000 per fte. Op basis van de jaarrekening 2020 is het tarief € 50.500 per fte. De toerekening van overhead aan rechten en heffingen is overigens gebaseerd op de begroting voor wijzigingen. Het resultaat ten opzichte van de begroting na wijziging bedraagt € 220.000 voordelig. Bij de verantwoording van de kostendekkendheid van de rechten en heffingen in de paragraaf lokale heffingen wordt rekening gehouden met de gerealiseerde overhead op basis van de jaarrekening. Voor een toelichting op de verschillen tussen begroting en resultaat verwijzen wij u naar paragraaf 3.7 Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

73

2.1.12 BEDRAG HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING Vennootschapsbelasting wordt geheven over de winst die behaald wordt door een gemeente met activiteiten die aan de criteria voldoen van ondernemerschap. Bij de inventarisatie van onze activiteiten blijkt een aantal winstgevend te zijn. Echter daar is geen vennootschapsbelasting over verschuldigd omdat de activiteiten onder een vrijstelling vallen of als normaal vermogensbeheer zijn te beschouwen.

2.1.13 ONVOORZIEN Artikel 8 van de BBV stelt dat de gemeente verplicht is een post onvoorziene uitgaven op te nemen in de begroting. Deze post is bedoeld om tegenvallers en/of nieuwe beleidsinitiatieven incidenteel op te kunnen vangen. Wij hebben hiervoor in de begroting 2020 € 0,1 mln. opgenomen. In 2020 is deze post niet aangewend, zodat het bedrag van € 0,1 mln. vrijvalt ten gunste van het jaarrekeningresultaat.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

74

2.2 PARAGRAFEN 2.2.1 LOKALE HEFFINGEN INLEIDING Deze paragraaf bevat informatie over diverse gemeentelijke belastingen en heffingen en gaat in op de consequenties van de gemeentelijke woonlastendruk voor de inwoners van Sittard-Geleen. GEMEENTELIJKE BELASTINGBELEID Voor het gemeentelijk belastingkader gelden de volgende uitgangspunten: - De gemeentelijke woonlasten worden geheven op basis van het gemiddelde van de vier grote Limburgse gemeenten; - De tarieven worden uitsluitend geïndexeerd, tenzij sprake is van noodzakelijke investeringen op het gebied van afval en riool; - De algemene heffingen (honden- en toeristenbelasting) worden, voor zover er dekkingsmiddelen zijn uit de ombuigingsmaatregel kostendekkende tarieven benaderd als bestemmingsheffing; - Lastenverdeling naar rato van draagkracht op basis van redelijkheid en billijkheid; - De afnemer/ vervuiler betaalt; - De dienstverlening is kostendekkend. MONITOR GEMEENTELIJKE WOONLASTENDRUK Uitgangspunt voor de gemeente Sittard-Geleen is dat de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een inwoner van Sittard-Geleen overeenkomt met de gemiddelde woonlastendruk van de vier grootste gemeenten uit Limburg. Ieder jaar publiceert de provincie Limburg het belastingoverzicht. In deze benchmark wordt een vergelijking gemaakt van de lasten betreffende OZB-eigenaar woningen, afvalstoffenheffing en rioolheffing van de Limburgse gemeenten.

Venlo

1

299,14

2

88,47

227.718

4

273,26

1

50,27

191.970

2

377,41

3

0,00

213.529

3

395,46

4

155,30

166,11 194,82 185,20 155,30

Rang

148.901

Rioolrec ht eigenaar / gebruike r

2 4 3 1

Afvalstoffe n heffin g 287,0 1 328,4 3 256,5 8 251,5 7

Gemeentelij ke lasten eigenaar / gebruiker

Rang

Sittard-Geleen

Rioolrec ht gebruike r

Rang

Maastricht

Gemiddel de waarde woningen

2

752,26

1

378,70

3

796,51

2

2

256,58

1

819,19

4

1

406,87

4

802,33

3

Rang

Heerlen

OZB Eigena ar

Rang

Gemeente

Rang

Tabel Belastingoverzicht 2019 4 grootste gemeenten van Limburg Gemeentelij ke lasten gebruiker

3

375,48

4

195.530

328,61

176,52

284,0 1

789,14

214.573

322,07

213,13

251,1 1

786,32

Streefwaarde: het gemiddelde van de 4 grootste Limburgse gemeenten Gemiddeld Provincie

Bron: belastingoverzicht 2020 van de provincie Limburg * rang 1 is de goedkoopste en rang 4 de duurste gemeente

Uit het belastingoverzicht 2020 blijkt dat de gemeente voor 2020 plaats 4 op de ranglijst heeft en daarmee het duurste is. Voor 2020 is de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een woningeigenaar van Sittard-Geleen € 30,06 hoger dan het gemiddelde van de 4 grootste gemeenten. In 2019 was de woonlast € 28,04 hoger dan het gemiddelde.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

75

Meerjarige woonlasten Onderstaand een overzicht van de ontwikkeling van de gemiddelde woonlast vanaf 2017 ten opzichte van het gemiddelde van de provincie. Grafiek Ontwikkeling gemiddelde woonlasten

Bron: belastingoverzichten provincie

GEMEENTELIJKE BELASTINGEN De totale opbrengst uit gemeentelijke belastingen, afvalstoffen- en rioolheffing bedraagt € 73 mln., hierbij is rekening gehouden met de nog op te leggen heffingen in 2021 over heffingsjaar 2020. Hieronder volgt een uiteenzetting van de opbrengsten van de algemene gemeentelijke belastingen en rechten: Tabel Opbrengsten gemeentelijke belastingen

Gerealiseerde opbrengst 2019 x € 1.000

Actueel geraamde opbrengst 2020 x € 1.000

Gerealiseerde opbrengst 2020 x € 1.000

19.695

19.676

19.495

13.529

13.854

13.848

-6

0,0%

Totaal OZB

17.253

17.331

17.302

-29

-0,2%

50.477

50.861

50.645

-217

-0,4%

Afvalstoffenheffing (vastrecht en diftar)

11.202

11.926

12.440

514

4,3%

8.301

9.056

9.077

21

0,2%

19.503

20.982

21.517

535

2,5%

774

796

778

-18

-2,3%

63

65

38

-27

-41,5%

276

260

287

27

10,4%

Totaal opbrengst overige belastingen

294

139

187

48

34,5%

1.407

1.260

1.290

30

2,4%

Totaal

71.387

73.103

73.452

348

0,5%

OZB - niet woning eigenaar OZB - niet woning gebruikers OZB - woning eigenaar

Rioolheffing Totaal opbrengst afvalstoffen- en rioolheffing Hondenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting Toeristenbelasting

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

76

Afwijking Afwijking jaarrekening jaarrekening 2020 t.o.v. 2020 t.o.v. begroting begroting 2020 x € 2020 in % 1.000 -182

-0,9%

Grafiek Verdeling gemeentelijke belastingopbrengsten

Totale gemeentelijke belastingopbrengst, inclusief afvalstoffen- en rioolheffing 2020 OZB

12% 2%

Afvalstoffenheffing

17%

Rioolheffing

69%

Overige gemeentelijke belastingen

De grootste inkomstenbron uit gemeentelijke belastingen voor de gemeente is de Onroerend Zaakbelasting. De overige gemeentelijke belastingen, zoals honden- en reclamebelasting bedragen nog geen 2% van de totale belastingopbrengst. ONROERENDE ZAAKBELASTING (OZB) De onroerende zaakbelasting (OZB) niet-woningen is de belangrijkste gemeentelijke heffing voor bedrijven. De OZB is een objectieve en zakelijke belasting die wordt geheven van bedrijven ter verkrijging van een bijdrage in de algemene middelen. Per saldo is er in 2020 een negatief resultaat behaald van € 0,2 mln. op de OZB. Dit resultaat wordt name veroorzaakt doordat er minder opbrengst uit areaal is dan verwacht. Onderstaand is de ontwikkeling van de gemiddelde OZB-aanslag woningen over de jaren 2017 tot en met 2020 weergegeven. Grafiek Ontwikkeling gemiddelde OZB-aanslag woningen

Bron: belastingoverzichten provincie AFVALSTOFFENHEFFING In artikel 10.211 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders zorg dragen, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen met uitzondering van grove huishoudelijke afvalstoffen worden

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

77

ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. De gemeenteraad kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen. Deze afvalstoffenheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 15.33, eerste lid, van de Wet Milieubeheer. De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is voor de vier gemeente in de Westelijke Mijnstreek uitbesteed aan de NV RWM. Voor de afvalstoffenheffing geldt het principe van kostendekkende tarieven. Dat betekent dat het beleid erop is gericht dat de lasten van afvalverwerking volledig worden verhaald. De inkomsten zijn in meerjarenperspectief dan ook gelijk aan de ramingen van de lasten. Het overschot/tekort van een bepaald jaar wordt gestort in c.q. gedekt uit de bestemmingsreserve en voorziening afvalverwerking. Grafiek Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing

Bron: belastingoverzichten provincie

In bovenstaande grafiek wordt de ontwikkeling van het tarief van de afvalstoffenheffing weergegeven. Het gemiddelde tarief van de afvalstoffenheffing liet de afgelopen jaren een licht dalende trend in de gemeente zien, vanaf 2019 stijgt het tarief weer. De stijging is met name toe te rekenen aan de verhoging van de afvalstoffenbelasting van het Rijk en teruglopende inkomsten uit de opbrengstenstromen. Deze trend is ook zichtbaar in de tariefontwikkeling van de andere gemeenten. De stand van de voorziening afval bedraagt per 31 december 2020 € 1,2 mln. Hierin zijn middelen bestemd voor de uitvoering van het actieplan afval om het beoogd inzamelresultaat (aantal kilo restafval per inwoner) een positieve impuls te geven. In 2020 is hieraan uitvoering gegeven door het onderzoek naar plaatsing van recycleparkjes, het aanleggen van recycleparkjes en communicatie voor verbetering van de afvalscheiding. RIOOLHEFFING Rioolheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 228a, eerste lid van de Gemeentewet. In dit artikel is vastgelegd dat onder de naam rioolheffing een belasting kan worden geheven ter bestrijding van kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het waterbeheer. Essentie van de kostenverhaling bij de rioolheffing is dat de gemeente drie zorgplichten heeft en de kosten daarvan mag verhalen.

De zorgplichten zijn een afvalwaterzorgplicht, een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. De opbrengsten van de rioolheffing moeten aan deze zorgplichten worden uitgegeven.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

78

De wijze waarop de gemeente aan de zorgplichten voldoet, is beschreven in het beleidsplan stedelijk water Westelijke Mijnstreek. Ontwikkelingen Waterbeheer De gemeente Sittard-Geleen heeft samen met de gemeenten in de regio en met het waterschap een beleidsen uitvoeringskader voor de periode 2015-2020 vastgesteld. In 2020 is gestart met het actualiseren van het regionaal op te stellen beleidsplan, beheerplan, projectplan en kostendekkingsplan. Klimaatadaptatie Vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wordt landelijk gestuurd op het behalen van de doelen vanaf 2020 klimaatbestendig te handelen en in 2050 klimaatbestendig te zijn in Nederland. In 2018 is vanuit de samenwerking in waterbeheer gestart met een uitvoerig regionaal onderzoek naar het optimaliseren van de riolering en de waterhuishouding inclusief een regionale stresstest klimaatbestendigheid, waarbij gekeken wordt naar wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen. Dit proces moet inzicht geven in de regionale opgave voor klimaatadaptatie en de opmaat zijn voor de in het deltaprogramma voorgeschreven risicodialoog met de leefomgeving. Het onderzoeksproces loopt nog door in 2021. Subsidieregeling afkoppelen hemelwater Met de stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater willen we de bewustwording van onze burgers over klimaatadaptatie vergroten.

Communicatie vindt lokaal en Limburg breed plaats via de website www.waterklaar.nl Gestreefd wordt minder schoon water naar de zuivering te transporteren, meer water in de bodem te brengen ter bestrijding van droogte en meer ruimte voor water te krijgen waardoor de kans op wateroverlast afneemt. Elke perceeleigenaar is zelf waterbeheerder en draagt zorg voor zijn leefomgeving. Willen we klimaatontwikkeling en wateroverlast het hoofd bieden moet iedereen een steentje(minder) bijdragen. Per december 2020 is via de subsidieregeling in totaal een kleine 14.700m2 verharding afgekoppeld. In 2020 is voor afgerond € 58.000 aan beschikkingen afgegeven en daarmee resteert nog ongeveer € 0,6 miljoen aan uit te keren middelen. 50% van de kosten wordt gedragen door het Waterschap Limburg. De regeling loopt nog tot en met 2021. Ten aanzien van het rioolrecht geldt het principe dat de tarieven maximaal kostendekkend mogen zijn. Grafiek Ontwikkeling tarief rioolheffing Ontwikkeling tarief rioolheffing € 220 € 215 € 210 € 205 € 200 € 195 € 190 € 185 € 180 € 175 € 170 € 165 € 160 € 155 € 150 € 145 € 140

Limburg Maastricht Venlo Sittard-Geleen Heerlen

2017

2018

2019

2020

Bron: belastingoverzichten provincie

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

79

Het tarief voor de rioolheffing stijgt in 2020 sterk door stijgende kosten. De stand van de reserve per 31 december 2020 bedraagt € 58.000 en de voorziening € 1,2 mln. De reserve is met € 20.000 toegenomen en de voorziening met € 0,2 mln. afgenomen. OVERIGE ALGEMENE BELASTINGEN De opbrengst van de toeristenbelasting is hoger dan begroot. In het kader van corona zijn de opbrengsten in de loop van 2020 naar beneden bijgesteld. De invloed van corona op de toeristenbelasting is achteraf minder groot dan verwacht, maar ten opzichte van 2019 is de realisatie ruim € 0,1 mln. lager. Ook de opbrengst uit de precariobelasting is door de vermindering over 5 maanden € 27.000 lager. De opbrengsten van de reclame- en hondenbelasting zijn in 2020 niet beïnvloed door Corona, de inkomsten uit de reclamebelasting zijn € 27.000 hoger en de hondenbelasting € 18.000 lager dan geraamd. INVLOED CORONA OP GEMEENTELIJKE BELASTINGEN De coronacrises heeft in 2020 ook invloed gehad op de gemeentelijke belastingen. Zo zijn er in 2020 een aantal maatregelen genomen: • in navolging van de landelijke maatregelen is in samenspraak met de belastinguitvoeringsinstantie BsGW de inning van belastingen en andere verplichtingen voor 3 maanden opgeschort. Vanaf 1 juli is de inning en aanslagoplegging weer hervat, waarbij ondernemers individueel een ruime betalingsregeling met BsGW kunnen afspreken.

• de precariobelasting voor terrassen is over de maanden dat de horeca van Rijkswege gesloten was, terugbetaald aan de ondernemers. Het betrof de maanden april en mei en oktober tot en met december. • voor de periode dat de horeca wel open was in 2020 is er geen extra precariobelasting voor terrassen geheven over de extra ingenomen vierkante meters in verband met coronamaatregelen. • voor de vergunning voor een tijdelijke terrasoverkapping hoeven ondernemers geen leges te betalen • voor de marktgelden worden er over de periode dat er geen toegang tot de weekmarkt voor de nonfood ondernemers is, dus vanaf december 2020 geen aanslagen voor markt- en promotiegeld opgelegd aan deze ondernemers. • de reeds opgelegde aanslagen voor de geannuleerde St Joep en Paasmarkt zijn ambtshalve verminderd. • de leges voor reeds aangevraagde vergunningen voor evenementen en hiermee samenhangende toestemmingen en ontheffingen zijn vernietigd. Door deze maatregelen en door corona zijn er minder inkomsten ontvangen en zijn er door de BsGW en gemeente meer kosten gemaakt. Met name het uitstel van betaling heeft geleid tot extra kosten en minder opbrengsten uit invordering bij de BsGW. BsGW heeft door corona in 2020 een verlies gemaakt van € 1,8 mln.

KOSTENDEKKENDHEID Bij de rechten en bestemmingsheffingen onder artikel 229 Gemeentewet dient er sprake te zijn van een aanwijsbare tegenprestatie door de overheid. Voor de vaststelling van de rechten is de gemeente gehouden aan het vereiste dat de geraamde baten de geraamde lasten niet mogen overschrijden. Er dient dus sprake te zijn van ten hoogste kostendekkende rechten. In de begroting 2020 is een berekening gemaakt van de kostendekkendheid. Voor de extracomptabele toerekening van de overhead is een nieuwe berekening gemaakt, de overhead per fte is gestegen van € 44.500 naar € 50.500 per fte. Onderstaand is een overzicht van de kostendekkendheid opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat de Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

80

wettelijke regel van maximaal 100% kostendekkendheid alleen geldt voor de begroting en niet voor de jaarrekening. Wel is het belangrijk dat indien bij de jaarrekening blijkt dat de kostendekkendheid meer dan 100% is, bij de eerstvolgende berekening van de kostendekkendheid de budgetten opnieuw worden beoordeeld, en indien nodig worden bijgesteld op basis van de realisatie. In de kolom begroting zijn de begrotingscijfers opgenomen waarop de berekening van de kostendekkendheid is gebaseerd. In dit overzicht zijn de begrotingswijzigingen niet verwerkt. Tabel Overzicht kostendekkendheid gemeentelijke heffingen en rechten Gemeentelijke belastingen en heffingen ( x € 1.000)

Kostendekkendheid realisatie t.o.v. begroting Totale lasten

Totale baten

Kostendekkendheid

Begroting Realisatie Verschil Begroting Realisatie Verschil Begroting Realisatie Verschil 238

151

87

205

81

-124

86%

54%

-32%

Afvalstoffenheffing

12.108

13.756

-1.648

12.108

12.618

510

100%

92%

-8%

Rioolheffing

9.056

9.615

-559

9.056

9.077

21

100%

94%

-6%

Marktgelden

401

391

10

340

197

-143

85%

50%

-34%

Lijkbezorgingsrechten

600

641

-41

390

426

36

65%

66%

1%

Scheepvaartrechten

167

181

-14

165

174

9

99%

96%

-3%

Aanlegrechten uitweg

45

34

11

45

12

-33

100%

35%

-65%

Telecommunicatierechten

127

140

-13

70

76

6

55%

54%

-1%

Rioolaansluitrechten

106

90

16

106

38

-68

100%

42%

-58%

Naheffingsaanslag parkeren

+ is minder lasten / meer baten dan begroot, - is meer lasten / minder baten dan begroot

De belangrijkste verschillen worden onderstaand toegelicht. Naheffingsaanslag parkeren De kostendekkendheid op basis van de begroting was 86%, door met name corona is deze gedaald naar 54%. Er zijn minder boetes opgelegd doordat er minder geparkeerd is. Er zijn ook minder lasten, maar deze zijn niet zo sterk gedaald als de baten. Door de coronacrisis zijn de naheffingsaanslagen in 2020 gedaald met € 125.000. Afvalstoffenheffing De kostendekkendheid op basis van de begroting is 100%. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing in de jaarrekening is na de begrote onttrekking uit de voorziening afval voor het actieplan 92%. Aan de baten kant zijn er per saldo meer baten door meer opbrengsten uit de Milieuparken en diftar, doordat o.a. inwoners door corona meer afval hebben weggebracht. Aan de lasten kant hogere kosten afvalinzameling (huis aan huis en milieuparken), toename van de verwerkingskosten afval, minder opbrengsten uit de afvalstromen (PMD) en de toegerekende lasten zijn hoger door meer kosten voor straatreiniging en doordat er meer extracomptabele lasten (btw, overhead) zijn toegerekend. Rioolheffing De kostendekkendheid op basis van de begroting is 100%, door inzet van de voorziening riolering met € 0,4 mln. ter dekking van de hogere doorbelasting van de kosten voor onderhoud bermen en de onkruidbestrijding van verharding.

De kostendekkendheid van de rioolheffing in de jaarrekening is 94%. Er zijn enerzijds meer kosten gemaakt voor straatreiniging, onderhoud riolering na klachten en verwijderen riolering Jan Steenstraat. Anderzijds minder kosten door onderuitputting kapitaallasten en nauwelijks klimaat uitgaven. Ook zijn er meer extracomptabele lasten (btw, overhead) toegerekend.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

81

Marktgelden Bij de marktgelden wordt er in het door het college vastgestelde uitvoeringsplan “Samen maken we de weekmarkt” d.d. 31 oktober 2017 toegewerkt naar een 100% kostendekkendheid. In het uitvoeringsplan wordt uitgegaan van de doorloopperiode 2018-2023. Gezien de keuze van de gemeente voor een actieve rol om de juiste voorwaarde te scheppen voor een kwalitatieve hoogwaardige weekmarkt zal naar schatting de kostendekkendheid gedurende de uitvoering van de maatregelen volgens het uitvoeringsplan op het niveau van 2019 blijven. De kostendekkendheid van de marktgelden komt uit op 50%, begroot was 85%. In 2020 werden we geconfronteerd met het afgelasten van de 2 jaarmarkten en eind 2020 de lockdown. Met name hierdoor zijn de ontvangen marktgelden fors lager dan voorgaande jaren. De kosten zijn iets hoger uitgevallen dan begroot en worden voornamelijk veroorzaakt doordat er kosten gemaakt zijn om te kunnen voldoen aan de social-distancing. Lijkbezorgingsrechten, aanlegrechten uitweg en telecommunicatierechten De kostendekkendheid op basis van de realisatie laat verschillen zien van respectievelijk 1%, -65% en -1%. Bij de lijkbezorging zijn dit jaar meer inkomsten uit grafverhuur, daartegenover staat ook een overschrijding van de lasten. Bij de aanlegrechten uitweg is in 2020 € 18.000 aan de aannemer betaald, waarvan de inkomsten al in 2019 waren ontvangen.

Hierdoor komt de kostendekkendheid in 2020 uit op 35%. Bij de telecommunicatierechten is het verschil minimaal. Scheepvaartrechten De kostendekkendheid op basis van realisatie is 96%, terwijl bij de begroting is uitgegaan van 99%. De baten uit scheepvaartrechten zijn 6% hoger uitgevallen dan in de kostendekkendheid begroot was. De hogere baten zijn te verklaren door een toename van het aantal vaarbewegingen in de haven. Waar in de begroting en realisatie geen rekening mee is gehouden, is dat eens in de 6-8 jaar groot onderhoud plaats dient te vinden. Per saldo zijn de lasten vrijwel gelijk aan de begrote kostendekkendheidsberekening. Rioolaansluitrechten De kostendekkendheid op basis van de realisatie is 42%, terwijl bij de begroting is uitgegaan van 100% kostendekkendheid. In 2020 is ongeveer € 40.000 werk uitgevoerd met inkomsten in 2019. Ook zijn de prijzen van de aannemer gestegen. Hierdoor zijn nu de lasten beduidend hoger dan de baten. Leges Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor: a. Het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. Het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument. Onderstaand is een overzicht van de kostendekkendheid van de leges per hoofdstuk opgenomen.

In de kolom begroting zijn de begrotingscijfers opgenomen waarop de berekening van de kostendekkendheid is gebaseerd. In dit overzicht zijn de begrotingswijzigingen niet verwerkt.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

82

Tabel Overzicht kostendekkendheid legesverordening Leges

Kostendekkendheid realisatie t.o.v. begroting

(x € 1.000)

Totale lasten Begroting cf. tariefberekening

Totale baten

Realisatie Verschil

Begroting cf. tariefberekening

Kostendekkendheid

Realisatie Verschil

Begroting cf. tariefberekening

Realisatie Verschil

Titel 1: 1. Burgerlijke stand

201

181

20

173

131

-42

86%

72%

-14%

2. Reisdocumenten

218

262

-44

193

245

52

89%

94%

5%

3. Rijbewijzen

442

438

4

438

426

-12

99%

97%

-2%

4. Verstrekkingen BRP

48

69

-21

47

73

26

98%

105%

7%

9. Overige publiekszaken

82

40

42

73

30

-43

88%

75%

-13%

17. Telecommunicatie

67

47

20

30

33

3

45%

70%

25%

18. Verkeer en vervoer

174

140

34

99

81

-18

57%

58%

1%

20. Kinderopvang

11

18

-7

5

9

4

45%

47%

2%

Totaal titel 1

1.243

1.195

48

1.058

1.028

-30

85%

86%

1%

Omgevingsvergunning

2.102

2.436

-334

2.100

2.563

463

100%

105%

5%

Totaal titel 2

2.102

2.436

-334

2.100

2.563

463

100%

105%

5%

1. Drank- en horecawet

51

33

18

38

36

-2

74%

108%

34%

2. Evenementen en markten

54

2

52

11

1

-11

20%

25%

4%

8. Openbare orde

24

10

14

6

2

-4

23%

18%

-5%

Totaal titel 3

129

45

84

55

38

-17

43%

85%

43%

Totaal titel 1 t/m 3

3.474

3.676

-202

3.213

3.629

416

92%

99%

6%

Titel 2:

Titel 3:

+ is minder lasten / meer baten dan begroot - is meer lasten / minder baten dan begroot

De kostendekkendheid voor de gehele legestabel komt uit op 99% ten opzichte van 92% begroot. Alleen titel 2 Omgevingsvergunning komt boven de 100% uit. De grootste afwijkingen per titel en hoofdstuk worden onderstaand toegelicht Titel 1 algemene Dienstverlening Burgerlijke stand: De daling van de inkomsten is volledig te wijten aan de coronapandemie. Het aantal huwelijken is gedaald en daarmee de belangrijkste inkomstenbron voor dit onderdeel. Tijdens het jaar is de begroting al gedeeltelijk hierop aangepast. Reisdocumenten: In 2020 is de begroting aangepast aan nieuwe prognoses; meer externe kosten (af te dragen rijksleges), meer opbrengsten (ontvangen rijks- en gemeenteleges). Verstrekkingen BRP en overige publiekszaken: In 2020 is de begroting aangepast aan nieuwe prognoses in verband met de daling aanvragen Verklaring Omtrent Gedrag. In het algemeen vertalen mutaties in aantallen of in toe te rekenen kosten zich in een hogere

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

83

percentuele afwijking als de massa klein is. Per saldo is de kostendekkendheid voor titel 1 Algemene Dienstverlening licht gestegen. Titel 2 Omgevingsvergunning De kostendekkendheid voor de titel omgevingsvergunning is gestegen met 5%. Dit wordt met name veroorzaakt door een toename van het aantal aangevraagde vergunningen, zowel kleine alsook een paar majeure projecten. Titel 3 Dienstverlening Europese Dienstenrichtlijnen Door corona zijn er op verschillende onderdelen veel minder aanvragen geweest en is er minder leges ontvangen. Daartegenover staan veel minder kosten die toegerekend konden worden aan de diverse onderdelen. In het algemeen vertalen mutaties in aantallen of in toe te rekenen kosten zich in een hoger percentuele afwijking als de massa klein is. Per saldo is de kostendekkendheid voor titel 3 Dienstverlening Europese Dienstenrichtlijnen incidenteel gestegen naar 85%. KWIJTSCHELDINGS- EN INCONTINENTIEKORTING BELEID Onderstaand een samenvatting van het aantal verzoekschriften tot kwijtschelding en de afhandeling hiervan. Tabel Overzicht kwijtscheldingsverzoeken Kwijtschelding

2016

2017

2018

2019

2020

Aantal verzoekschriften

9.806

9.465

8.736

8.467

4.363

Afgehandelde verzoekschriften

100,0%

100,0%

99,9%

99,7%

99,2%

34,6%

32,8%

28,7%

26,9%

40,1%

a) geautomatiseerd

43,7%

47,6%

55,7%

56,2%

39,7%

b) handmatig

21,7%

19,6%

15,6%

16,9%

19,7%

Totaal toewijzingen

65,4%

67,2%

71,3%

73,1%

59,4%

Percentage toe-en afwijzingen Afwijzingen Toewijzingen

Het aantal kwijtscheldingsverzoeken is dalende over de jaren. Over het jaar 2020 komen er nog verzoeken naar aanleiding van de aanslag diftar 2020 in februari 2021. Geautomatiseerde toewijzingen worden op basis van een toets bij het Inlichtingbureau toegekend, de inwoner hoeft hier geen handmatige aanvraag voor te doen. Tabel Vergelijkend overzicht kwijtschelding lokale belastingen 2020 Jaarrekening 2019

Actuele begroting 2020

Jaarrekening 2020

Afwijking jaarrekening 2020 t.o.v. begroting 2020

Afwijking jaarrekening 2020 t.o.v. begroting 2020

Bedragen x € 1.000 Kwijtschelding afval

747

840

776

-64

-7,6%

Incontinentiekorting afvalstoffenheffing

54

50

50

0

-0,1%

38

40

34

-6

-15,4%

839

930

860

-70

-7,5%

Kwijtschelding hondenbelasting Totaal

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

84

2019 is het eerste jaar dat er kwijtschelding mogelijk is voor de eerste hond. Na de aanslagoplegging van de diftar 2020 komen nog nieuwe verzoeken voor zowel kwijtschelding afvalstoffenheffing als incontinentiekorting. De kosten voor 2020 zijn daarom een inschatting op basis van de prognose van de BsGW.

ONINBARE VORDERINGEN Bij de overdracht van belastingen naar de BsGW is de bevoegdheid tot het oninbaar verklaren van belastingvorderingen overgedragen aan de BsGW. Tabel Oninbaarheid

Bedragen x € 1.000

Reeds oninbaar geleid in eerdere jaren

Oninbaar in boekjaar 2020

Totaal oninbaar heffingsjaar

Prognose

Heffingsjaar 2016

43

154

198

198

Heffingsjaar 2017

26

145

172

225

Heffingsjaar 2018

33

88

122

246

Heffingsjaar 2019

30

57

87

373

Heffingsjaar 2020

32

0

32

386

164

444

611

1.428

Totaal

De oninbare vorderingen met betrekking tot de heffingsjaren 2016 tot en met 2020 blijven binnen de prognose van de BsGW. Een analyse op de oninbaarheid van de vorderingen over de heffingsjaren 2016 tot en met 2020 laat zien dat de voorziening dubieuze debiteuren op dit moment niet toereikend is. Daarom heeft er een extra storting plaatsgevonden van € 0,05 mln. in de voorziening. De invloed van corona op de oninbaarheid van de vorderingen wordt pas aan het eind van 2021 verwacht. In de voorziening is hier nog geen rekening mee gehouden omdat de invloed op dit moment niet te bepalen is.

BEZWAREN Onderstaand een overzicht van het aantal bezwaarschriften bij de BsGW. Tabel bezwaarschriften

2018

2019

2020

BEZWAARSCHRIFTEN* Afgehandelde bezwaarschriften

3.169

3.141

3.457

71

23

93

3.240

3.164

3.550

96,8%

99,3%

96,4%

Afwijzingen

55,1%

61,0%

55,8%

Toewijzingen

44,9%

39,0%

44,2%

Nog af te handelen Totaal aantal bezwaarschriften WOZ-BEZWAREN Afgehandelde WOZ-bezwaren Percentages toe-en afwijzingen

* bezwaarschriften hebben alleen betrekking op algemene gemeentelijke belastingen en rechten

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

85

2.2.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING INLEIDING De uitwerking van deze paragraaf vindt plaats overeenkomstig de kaderstelling uit het BBV, de verordening ex art 212 Gemeentewet en de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Concreet wordt in deze paragraaf inzicht verschaft in: • Het beleid omtrent risicomanagement; • Stand van zaken uitvoering risicomanagement; • Inventarisatie en evaluatie van het risicoprofiel (benodigde weerstandscapaciteit); • Inventarisatie van de middelen om niet begrote kosten te kunnen dekken (beschikbare weerstandscapaciteit); • Kengetallen met betrekking tot weerstandsvermogen en risicobeheersing. HET BELEID OMTRENT RISICOMANAGEMENT In de nieuwe Kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing, welke in de vergadering van 13/14 november 2019 door de raad is vastgesteld, zijn onder andere de kaders voor de sturing op het weerstandsvermogen en de beheersing van risico’s beschreven. Onderstaand zijn de belangrijkste kaders uit de nieuwe Kadernota samengevat: 1.

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in zowel de jaarrekening als de begroting vormt de centrale plek waar risicoprofielen, weerstandscapaciteit en beoordeling van het weerstandsvermogen samenkomen en een totaalbeeld geven van de (financiële) risicopositie van de gemeente. Zowel in de jaarrekening als de begroting vindt een actualisatie van deze componenten plaats.

2.

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden van de gemeente om niet begrote, onverwachte kosten op te vangen zonder dat beleidsmatige uitgangspunten aangepast dienen te worden.

3.

Met ingang van deze kadernota wordt er gewerkt met twee algemene reserves. De algemene reserve geldt als buffer en heeft een bodem van tenminste 2% van het begrotingstotaal. De algemene reserve risicobeheersing wordt opgebouwd vanuit de risico-inventarisatie aangevuld met 1% van het begrotingstotaal voor het afdekken van het restrisico. De algemene reserve risicobeheersing is de basis voor de beschikbare weerstandscapaciteit.

4.

Het college informeert de raad over de actuele risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing en geeft inzicht in de aard van het risico, de financiële omvang en de beheersmaatregelen.

5.

De risico-inventarisatie wordt minimaal tweemaal per jaar uitgevoerd ten behoeve van het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij de risico-inventarisatie wordt de risicoscore en het risicobedrag bepaald.

6.

Structurele aanwending van de weerstandscapaciteit kan alleen verwerkt worden bij het opstellen van de begroting. Tussentijdse structurele knelpunten worden te doen gebruikelijk slechts incidenteel afgedekt. Dit geldt eveneens voor aanwending van de weerstandscapaciteit: een structureel risico dat zich voordoet wordt in eerste instantie vanuit de incidentele weerstandscapaciteit opgevangen. In de eerstvolgende begroting wordt tot een eventuele structurele inzet van weerstandscapaciteit besloten.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

86

7.

In geval het weerstandsvermogen over meer dan twee kwartalen onder de streefwaarde van 100% (1,0) ligt, krijgt het college de opdracht om voorstellen te doen dat bij de eerstvolgende tussentijdse rapportage de waarde weer bereikt wordt.

8.

Risico’s nemen is onvermijdelijk, erover communiceren ook. Het college informeert via de P&C-cyclus de raad transparant over risico’s. In geval van incidenten > €250.000 wordt de raad tussentijds geïnformeerd.

Motie kengetallen 13 november 2019 Bij de behandeling van de nieuwe Kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing in november 2019 in de Raad is de motie kengetallen unaniem aangenomen. De motie roept het college op “om voor de kadernota 2020 de werking van normwaarden met de raad te evalueren en de mogelijkheid te bieden om in deze in de betreffende kadernota’s bij te stellen.” De bespreking van de motie zal terugkomen in de commissie begroting en verantwoording. INVENTARISATIE EN EVALUATIE VAN HET RISICOPROFIEL Het weerstandsvermogen geeft de confrontatie weer tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is afdoende wanneer het totaal van de gekwantificeerde risico’s opgevangen kan worden door de beschikbare weerstandscapaciteit zonder dat het beleid moet worden veranderd. De beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de algemene reserve. Op grond van het “Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader” van de Nederlandse provincies maken bestemmingsreserves, zoals de risicoreserve en de algemene grondexploitatie geen onderdeel meer uit van de beschikbare weerstandscapaciteit.

Dit betekent overigens ook dat de specifieke risico’s die via deze bestemmingsreserves worden afgedekt niet in de berekening van het weerstandsvermogen worden meegenomen. De benodigde weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is nodig om het risicoprofiel van de gemeente af te kunnen dekken. Voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit is de inschatting van zowel de kans van optreden als het financieel/tijd gevolg van een risico van belang. De kans van optreden, in combinatie met het financieel gevolg zegt iets over het weerstandsvermogen dat benodigd is. Het is bovendien niet waarschijnlijk dat alle bekende risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Dit betekent direct dat het weerstandsvermogen (tijdelijk) kleiner kan zijn dan het totaal van de financiële gevolgen. Wel kan met behulp van de kans van optreden bepaald worden wat het maximale financiële effect van de bekende risico’s is op dat moment. Deze systematiek werkt als volgt. Kansklasse De kansklasse gaat over de kans dat het risico zich binnen een bepaalde termijn daadwerkelijk voordoet. Hoe groter die kans, des te hoger de klasse. Tabel Kansklasse Kansklasse 1 2 3 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=c56f21d2-20a6-4d8d-b30c-6df2a8ec6a23