CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Jaarstukken Boekwerk 2020 eindversie 03-06 Gewaarmerkt

Raad 13 juli 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Jaarstukken 2020 (Buhler) (65)41.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

Kanspercentage <20% 20-50% 50-80% >80%

Actie Geen risicobedrag opnemen 35% opnemen van het restrisico 65% opnemen van het restrisico Voorziening treffen (100%) 87

Gevolgklasse De gevolgklasse gaat over het restrisico, zijnde het financiële risico dat overblijft nadat er beheersmaatregelen getroffen zijn. Hierbij worden vijf klassen onderscheiden: Tabel Gevolgklasse Gevolgklasse 1 2 3 4 5

Restrisico x < € 50.000 € 50.000 < x < € 250.000 € 250.000 < x < € 500.000 € 500.000 < x < € 1.000.000 x > € 1.000.000

Per risico wordt het volgende bepaald: 1. Het risicobedrag: het financiële gevolg van het risico wordt bepaald door de kans te vermenigvuldigen met het restrisico 2. De risicoscore: dit wordt bepaald door de kansklasse te vermenigvuldigen met de gevolgklasse Ad. 1.

Ad. 2.

Het risicobedrag leidt tot een totaalbedrag dat via de weerstandscapaciteit moet worden afgedekt. De minimaal gewenste omvang van het weerstandsvermogen wordt dus bepaald door het totaal te nemen van de risicobedragen van alle restrisico’s (streefwaarde). De risicoscore geeft inzicht in de samenstelling en zwaarte van het totaal van de risico’s en helpt in de dialoog over risico’s en kansen.

Uit onderstaande tabel wordt duidelijk waar het dan over zou kunnen gaan. De groene vlakken betreffen risico’s die als laag worden ingeschaald. De oranje en rode vlakken worden hoger ingeschaald en vragen extra aandacht. Door alle restrisico’s in onderstaand schema te plaatsen ontstaat inzicht in de samenstelling en zwaarte van het totaal van alle risico. Tabel Risicoklasse Risicoklasse Score 5: x > € 1.000.000 Score 4 € 500.000 < x < € 1.000.000 Score 3 € 250.000 < x < € 500.000 Score 2 € 50.000 < x < € 250.000 Score 1 x < € 50.000

Kans 1: <20% 5 4 3 2 1

Kans 2: 20-50% 10 8 6 4 2

Kans 3: 50-80% 15 12 9 6 3

Kans 4: >80% 20 16 12 8 4

Door het weerstandsvermogen centraal te berekenen en te analyseren, met daarbij natuurlijk de inbreng van de vakinhoudelijke teams welke zelf verantwoordelijk zijn voor hun aangedragen risico’s, wordt stapeling van risico’s zo veel mogelijk voorkomen. Doordat er vanuit een helikopterview integraal gekeken wordt naar alle facetten rondom risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen worden doublures ondervangen of beter gezegd vermeden. De benodigde weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: • De geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s; • Op basis van de door de Raad vastgestelde Kadernota weerstandsvermogen en risico’s wordt voor het restrisico 1% van het begrotingstotaal opgenomen, zijnde voor 2020 € 3,2 mln.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

88

INVENTARISATIE VAN DE RISICO’S 6 Onderstaande risico-inventarisatie omvat algemene risico’s en specifieke risico’s. De algemene risico’s hebben een generiek karakter en zijn niet aan één organisatieonderdeel of één activiteit te koppelen. De specifieke risico’s zijn ontleend aan de programmabladen. Naast deze risico’s zijn er ook specifieke risico’s (bijvoorbeeld met betrekking tot de grondexploitatie, vastgoed) die specifiek zijn afgedekt door middel van bestemmingsreserves (bijvoorbeeld de risicoreserve, algemene reserve grondexploitatie en de voorziening sanering grondexploitatie en vastgoedexploitaties). Laatste genoemde risico’s en bestemmingsreserves worden niet betrokken in de berekening van het weerstandsvermogen. Algemene risico’s Onderstaande algemene risico’s zijn niet individueel kwantificeerbaar. In de benodigde weerstandscapaciteit wordt dit vertaald in een restrisico ter hoogte van 1% van het begrotingstotaal. Naast onderstaande risico’s betrekken wij bij de actualisatie van het risicoprofiel in de begroting ook de hardheid van de vastgestelde ombuigingen. Rijksbeleid algemeen Het Rijksbeleid blijft een belangrijke risicofactor. Decentralisatie impulsen vanuit het rijk naar gemeenten gaan vaak gepaard met budgettaire kortingen en/of overheveling van risico’s (bijv. open-eind regelingen).

Daarnaast hebben ook wetswijzigingen vaak aanzienlijke gevolgen voor het gemeentelijke takenpakket. Ofschoon de budgettaire consequenties meestal worden afgedekt via het gemeentefonds of een doeluitkering, blijft vaak lange tijd na invoering van een wijziging onduidelijk of en in welke mate deze compensatie toereikend is. Overigens worden de budgettaire consequenties van het rijksbeleid conform het uitgangspunt “gezamenlijk trap op, trap af” doorvertaald in de gemeentelijke begroting. Algemene uitkering gemeentefonds Er zijn drie risico's met betrekking tot het Gemeentefonds: het risico dat het Rijk bezuinigt op het Gemeentefonds, het risico dat de verdeling door het Rijk wordt herzien en het risico dat de bestaande verdelingsmaatstaven zich anders ontwikkelen dan geraamd. Deze risico’s komen ter uitdrukking bij het analyseren van de gemeentefondscirculaires die minimaal drie keer per jaar worden gepubliceerd (mei, september en december). Daarnaast heeft het rijk de systematiek van het BTW-CompensatieFonds (BCF) gewijzigd. Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BCF. Om te voorkomen dat er een open eind regeling ontstaat, heeft de rijksoverheid een plafond aangebracht in de declaraties.

Blijven de gezamenlijke gemeenten onder het plafond dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd, wordt het plafond overschreden dan wordt het verschil uit het gemeentefonds genomen. Conform de richtlijnen van de provincie is nu in het meerjarenperspectief rekening gehouden dat er ca. € 0,2 mln. ruimte zit in het BCF. Blijkt achteraf dat deze ruimte door de gezamenlijke gemeente wordt overschreden dan zal het meerdere terugbetaald moeten worden, dit gaat via een inhouding op de algemene uitkering. Verbonden partijen Van een verbonden partij is sprake als het bestuur van twee of meerdere gemeenten (of andere deelnemers) samen een gemeenschappelijke regeling treffen of een BV/NV oprichten ter behartiging van een of meer belangen van die gemeenten. Naast voordelen brengt een verbonden partij ook risico’s met zich mee. Het algemene risico is dat een meerderheid van de deelnemers een besluit kan nemen dat afwijkt van een standpunt van de afzonderlijke deelnemer. Daarnaast is er de afhankelijkheidsrelatie met de verbonden partij, 6 Het risicoprofiel van de verbonden partijen van de gemeente Sittard-Geleen is uitgewerkt in paragraaf 6 verbonden

partijen.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

89

de deelnemer is voor de uitvoering van haar beleid afhankelijk van de verbonden partij. Ook loopt een individuele deelnemer specifieke risico’s. Te denken valt aan de kosten bij uittreding van een van de deelnemers en het collectief verantwoordelijkheid dragen bij verlies. Voor risico’s met betrekking tot verbonden partijen wordt verwezen naar paragraaf 3.6 Verbonden partijen. Externe middelenverwerving Bij het verkrijgen van subsidies bij Europese/landelijke of provinciale overheid is veelal sprake van een cofinancieringsconstruct, terwijl wellicht deze middelen in onze begroting niet beschikbaar zijn. Bij langjarige subsidierelaties is het veelal niet mogelijk per ommegaande de relatie te beëindigen c.q. structurele ombuigingen door te voeren. Subsidietrajecten Subsidietrajecten worden onder andere gekenmerkt door lange doorlooptijden en vaak ingewikkelde en zeer gedetailleerde procedures en regelgeving. Tijdens alle fasen van een subsidietraject, met name van de Europese subsidietrajecten, is het zaak om de procedures nauwlettend te bewaken en te zorgen voor tijdige afstemming inzake wijzigingen in het traject en voor tijdige informatieverstrekking, veelal door middel van periodieke rapportages.

Daar waar subsidies worden aangevraagd ten gunste van derden (bijvoorbeeld projectontwikkelaars) worden risico’s over de subsidiehonorering bij de uiteindelijke begunstigde gelegd door middel van overeenkomsten. Met name regelgeving en procedures en de vele controlemomenten binnen de procedures leiden ertoe dat aan elk subsidietraject een risicoprofiel verbonden is. Met behulp van een intern subsidiecontrole-instrument en frequent overleg met subsidieverstrekkers gedurende de loop van het hele traject wordt getracht de risico’s ten aanzien van subsidies te minimaliseren. Specifiek binnen het programma Veiligheid worden diverse (structurele) activiteiten gefinancierd met tijdelijk projectgelden, zowel intern als extern. Dit betekent dat er sprake is van beperkte reikwijdte van projecten met een eventuele stagnatie van de structurele doorontwikkeling op het moment dat vanuit de subsidieverstrekker wordt besloten dat de subsidie niet langer wordt verstrekt. Het stopzetten van deze subsidiestromen kan leiden tot ongewenste (onder andere maatschappelijke) effecten zowel op lokaal als op regionaal niveau. In dat geval zijn we genoodzaakt om werkzaamheden in relatie tot de subsidiestromen terug te schroeven tot een minimale variant. Nationale Hypotheek Garantie Een bijzondere garantie waar gemeenten mee geconfronteerd worden is de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).

Voor eventuele aanspraken hierop is een fonds in het leven geroepen. Echter bij aanhoudende druk op de huizenmarkt en de economische malaise, kan een situatie ontstaan dat het fonds niet toereikend blijkt om de garanties te betalen. In dat geval zijn de individuele gemeenten aansprakelijk. Op dit moment zijn er geen signalen dat het fonds niet toereikend zou zijn. Juridische procedures Bij specifieke casuïstiek kunnen zich juridische procedures met dusdanig risico (maatschappelijk, politiek en financieel) voordoen dat externe juridische advisering noodzakelijk is respectievelijk financiële dekking nodig is. Dit laatste gebeurt onder geheimhouding omdat anders de juridische positie van de gemeente benadeeld kan worden. Specifieke risico’s Er is ook een aantal specifieke risico’s die niet kwantificeerbaar zijn. Ook deze risico’s zijn gekoppeld aan het in de benodigde weerstandscapaciteit opgenomen restrisico ter hoogte van 1% van het begrotingstotaal. Nieuwe verdeelmodel gemeentefonds Op 2 februari heeft het ministerie van BZK hun voorstel voor de nieuwe verdeelmodellen van het gemeentefonds ter consultatie aan de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) voorgelegd. In dit voorstel zijn ook de voorlopige herverdeeleffecten per gemeente bekend gemaakt. Het nadeel van Sittard-Geleen blijft beperkt Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d.

30 juni 2021

90

tot € 5 per inwoner of te wel € 0,5 mln. Bij deze uitkomst wordt wel de kanttekening geplaatst dat dit nadeel gebaseerd is op de cijfers uit 2017. Nadat het ROB zijn advies heeft gegeven worden de uitkomsten geactualiseerd en voorgelegd aan de VNG. De definitieve uitkomst van de herverdeling is bekend bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel. Op basis van de huidige planning zijn de definitieve herverdeeleffecten eind mei 2022 bekend. Publicatie gaat dan via de meicirculaire 2022. De verwachting is dat rond mei 2021 de herverdeeleffecten geactualiseerd worden naar het niveau van het uitkeringsjaar 2019. Dit herverdeeleffect nemen we dan mee in het toekomstperspectief van de begroting 2022. Klimaatverandering Schade aan de openbare ruimte als gevolg van droogte, storm, vorst, hittestress en wateroverlast. Het betreft een risico als gevolg van exogene ontwikkelingen met technische, financiële en maatschappelijke gevolgen. Voor een deel is de schade aan de openbare ruimte als gevolg van weersomstandigheden geborgd in het huidige beheer. Ook zijn er in de reguliere plannen al diverse beheersmaatregelen opgenomen. Op dit moment is vaak moeilijk te becijferen wat exact is uitgegeven aan extreme situaties. Voor watermanagement is een tijd lang een jaarlijks budget geweest van € 0,1 mln. aan het oplossen van kleine wateroverlastknelpunten.

Als extra beheersmaatregelen worden er nu extra maatregelen genomen om het rioolslib dat in gebieden waarin de tijgermug is gesignaleerd te behandelen. Dit om verdere verspreiding van de mug te voorkomen. De tijgermug kan door klimaatverandering beter overleven in onze gemeente. Verder worden in droge/hete tijden vijvers wekelijks door een ecoloog bezocht om te kijken of extra beheersmaatregelen nodig zijn. Samen met de werkregio Westelijke Mijnstreek is de klimaatstress uitgevoerd waarmee kaarten zijn gemaakt die in beeld brengen wat de risico’s zijn als gevolg van klimaatverandering. Warmtenet De realisatie van het warmtenet, en specifiek de proeftuin Limbrichterveld Noord, draagt een maatschappelijk risico met zich mee. De gemeente heeft een regietaak in de warmtetransitie en de daarbij behorende maatschappelijke belangen (bijvoorbeeld het voorkomen van energiearmoede). Het vertragen van uitrol of oplopen van imago schade van het warmtenet kan de regietaak bemoeilijken en/of schade veroorzaken. Omgevingswet Bij de invoering van de omgevingswet is landelijk afgesproken dat deze transformatie niet tot meerkosten mocht leiden binnen de decentrale overheid. In februari 2021 heeft een onderzoek plaatsgevonden over het kostenverloop van de transformatie binnen gemeenten, de provincies en de waterschappen.

Er is geconstateerd dat de piek van de kosten valt in de jaren 2020 en 2021. In deze periode is door alle overheden hard gewerkt aan de voorbereiding van de Omgevingswet. Er is interbestuurlijk afgesproken dat dit onderzoek een ijkmoment is voor verdere monitoring. Het volgende evaluatiemoment zal in het najaar 2022 plaatvinden, omdat dan de meeste transformatiekosten binnen de gemeenten hebben plaatsgevonden. Of er financiële compensatie zal plaatsvinden is nog niet uitgesproken. Open eind financiering sociaal domein Jeugdzorg, Wmo, (bijzonder) bijstand, armoedebeleid en schuldhulpverlening, zijn regelingen met een zogenaamd open-eindkarakter. Wanneer de aanvrager aan de regels voldoet kan altijd een beroep worden gedaan op een open einderegeling. Ook al ontstaat er hierdoor een tekort voor de gemeente. Invoering Algemene Maatregel van Bestuur reële tarieven De nieuwe aanbestedingen moeten voldoen aan de eisen die volgen aan de Algemene Maatregel van Bestuur reële tarieven die voor zowel de WMO als voor de Jeugd gaan gelden. De verwachting is dat deze AmvB een hoger tarief tot gevolg zal hebben, onduidelijk is nog hoe dit binnen de nieuwe aanbestedingen opgevangen kan worden door het aanscherpen van inhoudelijke sturingsmogelijkheden waardoor de toename van de omvang van het cliëntenbestand zal afnemen.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

91

Gebundelde uitkering (BUIG) Via diverse indicatoren wordt het totale macrobudget voor bijstand verdeeld naar de gemeenten. De omvang van het totale macrobudget hangt samen met de conjuncturele ontwikkelingen, gerealiseerd aantal uitkeringsgerechtigden, de gevolgen van het rijksbeleid en afhankelijk daarvan krimpt of groeit het macrobudget de komende jaren. De verwachte neerwaartse bijstelling van het macro budget als gevolg van de landelijke daling van het aantal uitkeringsgerechtigden, kan leiden tot een neerwaartse bijstelling van het macrobudget en daarmee het aandeel voor de gemeente Sittard-Geleen. Voor de lasten is het belangrijk de klantaantallen en samenstelling van het klantenbestand te blijven volgen, omdat deze bepalend zijn voor het uitgavenniveau. De omvang en de samenstelling van het klantenbestand wijzigt als gevolg de gewijzigde Participatiewet in 2015. De inwoners die tot 2015 terecht konden bij de WSW en Wajong melden zich nu bij de gemeente. Daarnaast verloopt de compensatie voor de toename in de bijstand als gevolg van corona via het macrobudget van de BUIG. WEERSTANDSVERMOGEN JAARREKENING 2020 In onderstaande tabel is de benodigde weerstandscapaciteit berekend op basis van een risico inschatting. Tabel Weerstandsvermogen 2020 Benodigd weerstandscapaciteit Jaarrekening Bedragen x € 1 mln.

Impact

Begroting

Kansklasse

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Conform kadernota weerstandsvermogen en risico's

7,00

3,87

3,61

3,48

3,45

3,46

Risicoprofiel reguliere exploitatie: Genormeerd risicoprofiel restrisico 1% begrotingstotaal Specifieke risico's 1. Corona 2. ICT-ontwikkelingen 3. Uitval telefooncentrale 4. Uitval online dienstverlening

€ 7,08 mln. € 1,5 mln. € 0,25 mln. € 0,1 mln.

Kansklasse 2, 35% Kansklasse 3, 65% Kansklasse 2, 35% Kansklasse 3, 65%

1,40 1,00 0,09

3,16 1,00 0,09

3,05 1,00 0,09

3,05 1,00 0,09

3,05 1,00 0,09

0,07

0,07

0,07

0,07

0,07

5.Cyberaanval 6.Uitval dienstverlening door ontbreken/incorrecte brongegevens 7. Onboarden van Vidar 8. Juridische procedure 9. Leegstand gemeentelijke panden 10. Middelen jeugd 11. Overdracht beschermd wonen 12. 213a Onderzoek warmtenet

€ 1,0 mln. € 0,1 mln.

Kansklasse 3, 65% Kansklasse 3, 65% (2020) Kansklasse 2, 35% (vanaf 2021) Kansklasse 3, 65% Kansklasse 4, 100% Kansklasse 2, 35% Kansklasse 2, 35% Kansklasse 3, 65% Kansklasse 2, 35%

0,65

0,65

0,65

0,65

0,65

0,07

0,04

0,04

0,04

0,04

0,13 0,35 1,00 0,00 0,00 0,80

0,13 0,00 0,32 0,00 0,00 0,80

0,13 0,00 0,32 0,00 0,50 0,80

0,13 0,00 0,32 0,69 0,50 0,80

0,13 0,00 0,32 0,69 0,50 0,80

9,43

9,87 10,13

10,79

10,80

€ 0,2 mln. € 2,5 mln. € 0,9 mln. € 1,97 mln. € 0,8 mln. € 2,20 mln.

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

7,00

92

Beschikbaar weerstandscapaciteit Jaarrekening Bedragen x € 1 mln.

Impact

Begroting

Kansklasse

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Algemeen Risicoprofiel

0,00 0,00 7,00

0,00 0,10 9,33

0,00 0,00 0,10 0,10 9,77 10,03

0,00 0,10 10,69

0,00 0,10 10,70

Stille reserves

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

7,00

9,43

9,87 10,13

10,79

10,80

7,00

9,43

9,87 10,13

10,79

10,80

7,00

9,43

9,87 10,13

10,79

10,80

0,00 100%

0,00 100%

0,00 0,00 100% 100%

0,00 100%

0,00 100%

Beschikbaar voor risicoprofiel regulier Onbenutte belastingcapaciteit Post onvoorzien Algemene Reserve risicobeheersing

Samenvattend

Totaal benodigde weerstandscapaciteit Totaal beschikbare weerstandscapaciteit Overschot (+) of tekort (-/-) Dekkingsgraad

Ad 1. Risico Coronavirus De impact van het Coronavirus is fors en ingrijpend op zowel onze burgers, onze bedrijven en onze instellingen als de gemeentelijke zelf. Het Coronavirus heeft in 2020 gevolgen gehad op alle gemeentelijke beleidsterreinen en op onze gemeentelijke bedrijfsvoering. Tabel Toelichting risico corona Corona effecten

2019 2020 2021 2022 2023 2024 € 3,0 mln.

Kansklasse 2, 35%

0,00

1,05

1,05

1,05

1,05

1,05

- Parkeeropbrengsten

€ 1,75 mln.

Kansklasse 2, 35%

0,00

0,35

0,00

0,00

0,00

0,00

- Oktoberfeest 2021

€ 0,33 mln.

Kansklasse 2, 35%

0,00

0,00

0,11

0,00

0,00

0,00

- Toename bijstand

€ 2,0 mln.

Kansklasse 2, 35%

0,00

0,00

0,70

0,70

0,70

0,70

- Lokale culturele infrastructuur

€ 1,3 mln.

Kansklasse 4, 100%

0,00

0,00

1,30

1,30

1,30

1,30

Totaal

€ 8,38 mln.

0,00

1,40

3,16

3,05

3,05

3,05

- Belastingopbrengsten OZB

In de begroting 2021 is voor Corona uitgegaan van een risicoprofiel van € 2,2 mln. vanaf 2021. In de 1e programmarapportage 2021 zijn verschillende tekorten door Corona afgedekt door de ontvangen rijksgelden, maar zijn er ook risico’s bijgekomen, hierdoor is het nog overgebleven gekwantificeerd specifieke risico gestegen naar afgerond € 3,0 mln. vanaf 2022. In de algemene reserve risicobeheersing is vanaf 2021 een bedrag van € 2,1 mln. specifiek bestemd voor corona. Dit betekent dat het verschil uit de nog niet bestemde middelen van de algemene reserve risicobeheersing moet komen. Ad 2 Risico’s 3 tot en met 7 ICT dienstverlening Stilstand is achteruitgang. Het is belangrijk dat de ICT-dienstverlening verder door ontwikkelt op kennis, kunde, moderne hedendaagse technieken (waaronder de cloud) etc., het risico bestaat anders dat medewerkers weggaan (ook inhuur en de inhaalslag steeds groter zal worden en op enig moment zeer moeilijk of tegen extra hoge kosten te overbruggen zijn. Daarnaast dient ook rekening gehouden te worden met wijzigingen in licentiemodellen waardoor er meer afrekening gaat plaatsvinden op werkelijk verbruik en dit kan tot onverwachte naheffingen leiden. De huidige telefooncentrale is verouderd (18 jaar oud) en bepaalde onderdelen zijn niet of nauwelijks meer verkrijgbaar, kennis en kunde (ook bij onze leveranciers) is schaars.

Het uitvallen van de telefooncentrale heeft gevolgen op alle risico-categorieën. Alle dienstverlening zal tijdelijk suboptimaal zijn.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

93

Onze inwoners en ondernemers hebben verwachtingen t.a.v. de beschikbaarheid van de online dienstverlening. Dit alles stelt eisen aan de inrichting van de gemeentelijke informatievoorziening, inclusief het beheer (functioneel & technisch). Bij uitval van online dienstverlening valt een belangrijk dienstverleningskanaal met inwoners, ondernemers en bezoekers weg. Het onboarden/integreren van de nieuwe organisatie Vidar binnen ICT brengt risico’s met zich mee. Ad 8. Risico juridische procedures Bij specifieke casuïstiek kunnen zich juridische procedures met dusdanig risico (maatschappelijk, politiek en financieel) voordoen dat externe juridische advisering noodzakelijk is respectievelijk financiële dekking nodig is. Dit laatste gebeurt onder geheimhouding omdat anders de juridische positie van de gemeente benadeeld kan worden. Ad 9. Leegstand gemeentelijke panden Leegstaande gemeentelijke panden (strategisch en niet- strategisch) staan vaak langer en langer leeg dan verwacht. Dit heeft huurderving tot gevolg. Voor 2020 is het risico € 1,0 mln., in de jaren erna € 0,9 mln. Voor 2020 is het risico incidenteel gedekt door verkoopresultaten van panden. Om het risico te verkleinen komt er een doelgericht aanvalsplan. In de tussenliggende periode wordt actief gestuurd op de verkoop van panden om het negatieve resultaat om te buigen. Ad 10.

Middelen Jeugd Op 11 maart 2021 heeft de VNG met een brede delegatie van het kabinet over de tekorten op de jeugdhulp gesproken. Tijdens dit overleg zou het kabinet een aanbod doen om de huidige financiële nood te ledigen en perspectief bieden voor de structurele oplossing op de lange termijn. Helaas heeft dit overleg tot onvoldoende resultaat geleid en heeft de VNG besloten arbitrage in te roepen. Over een incidentele oplossing wil het kabinet pas praten nadat de nieuwe Tweede Kamer is beëdigd op 31 maart. Het ontbreken van een structurele oplossing betekent voor de gemeente Sittard-Geleen dat het risico op een toenemend tekort ten opzichte van de rijksmiddelen blijft bestaan. Ad. 11 Overdracht beschermd wonen Met ingang van 2022 worden de taken van Beschermd Wonen door de gemeente Maastricht overgedragen. Doordat er geen nieuw verdeelmodel voor deze onderdelen komt is het nog onduidelijk wat de financiële gevolgen zijn, hierover moeten nog nadere afspraken gemaakt worden met de gemeente Maastricht. Inmiddels is wel gestart met de uitwerking van de zorgvraag van de cliënten in samenhang met de aanbesteding van de WMO-ondersteuning. Ad. 12 213a onderzoek warmtenet Conform het raadsbesluit over het onderzoeksrapport nemen wij de vorderingen en de waarde van de aandelen MijnStreekwarmte BV mee in de risicoanalyses voor de bepaling van het weerstandsvermogen.

Op basis van de zachtheid van de kasstromen en de uitwerking van de risicoanalyse wordt het risicoprofiel van dit project ingeschaald op ‘klasse 2’. Daarmee voorzien we 35% van de maatschappelijke waarde - zijnde € 0,8 mln. – in de algemene reserve risicobeheersing.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

94

ONTWIKKELING ALGEMENE RESERVE Tabel Opbouw algemene reserve (bedragen x € 1.000) Bruto saldo algemene reserve (einde jaar) Bestemmingen** Netto saldo algemene reserve voor risicoprofiel Nodig voor gekwantificeerd risicoprofiel Waarvan corona** Nodig voor buffer/ondergrens algemene reserve (2% van het begrotingstotaal) Surplus in algemene reserve *

Jaarrekening 2019 2020 21.005 21.462 -861 -2.829 20.144 18.633 7.000 9.330 -1.400 7.020 7.742

2021 20.682 -3.408 17.274 9.770 -3.160 7.228

Begroting 2022 2023 22.259 23.038 -3.408 -3.408 18.851 19.630 10.030 10.690 -3.050 -3.050 6.953 6.892

2024 23.325 -3.408 19.917 10.700 -3.050 6.916

6.124

3.436

4.918

5.351

2.961

de tabel is inclusief de mutaties uit de 1ste rapportage 2021 ** waarvan bestemd voor corona € 1,5 mln. 2020, € 2,1 mln., vanaf 2022

5.098

Het surplus in de algemene reserve loopt de komende jaren op. Mede op aangeven van provinciaal toezicht is ingezet op de versterking van de financiële positie. Hierbij worden passend binnen de door de Raad vastgestelde begrotingskaders alle voordelen in de algemene reserve gestort. Dit resulteert in een verdere verbetering van de ontwikkeling van de algemene reserve. KENGETALLEN De kengetallen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geven nadere informatie over de financiële positie van de gemeente. Deze kengetallen worden berekend op basis van een prognose van het balansbeeld, zie hiervoor de geprognosticeerde balans in hoofdstuk 6 Financiële begroting. In eerstvolgende tabel staan de berekende kengetallen. In de daaropvolgende tabel zijn de streefwaarden voor de kengetallen weergegeven. Indien we de cijfers uit de jaarrekening 2020 vergelijken met de begrotingscijfers 2020 dan zijn de cijfers voor de kengetallen schuldquotes en solvabiliteit in de jaarrekening beter dan in de begroting. Voor de grondexploitatie en de structurele exploitatieruimte is het percentage in de jaarrekening slechter dan in de begroting. In de begroting 2022 actualiseren wij de cijfers van de kengetallen. Tabel Berekende kengetallen Jaarrekening 2019

Jaarrekening 2020

Begroting 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Netto schuldquote

105%

95%

120%

116%

109%

103%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen

102%

92%

120%

114%

107%

100%

Solvabiliteitsratio

13%

13%

10%

10%

11%

13%

Grondexploitatie

4%

7%

4%

4%

4%

4%

Belastingcapaciteit

108%

111%

111%

111%

114%

114%

2%

2%

5%

1%

1%

1%

Structurele exploitatieruimte

Onderverdeling voor de beoordeling Om een beeld te geven hoe de financiële positie van de gemeente Sittard-Geleen zich ontwikkelt, is gebruik gemaakt van streefwaarden. In onderstaande tabel zijn de streefwaarden weergegeven, deze zijn gebaseerd op de verordening ex 212 gemeentewet die door de gemeenteraad is vastgesteld. De Raad heeft in november 2019 ook de motie kengetallen aangenomen. Conform deze motie zijn de kengetallen meerjarig weergegeven en wordt er onderstaand op hoofdlijnen een analyse weergegeven. De verdere bespreking van de motie, onder

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

95

andere een eventuele aanpassing van de streefwaarden van de financiële kengetallen, zal terugkomen in de commissie begroting en verantwoording. Tabel Streefwaarde financiële kengetallen

Financiële kengetallen Sittard-Geleen

Indicator

streefwaarde

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft aan of uw gemeente in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat.

<130%

Hoe lager, hoe beter.

<130%

Hoe lager, hoe beter.

>20%

Hoe hoger, hoe beter.

<35%

Hoe lager, hoe beter.

<105%

Hoe lager, hoe beter.

>0%

Hoe hoger, hoe beter.

Netto schuldquote De niet gecorrigeerde netto schuldquote geeft het risico voor de gemeente weer als derden niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een woningcorporatie, die geld heeft geleend bij de gemeente. Solvabiliteitsratio De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten.

Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft aan in hoeverre de schulden meer of minder bedragen dan de jaarlijkse inkomsten. De hoogte van de schuld wordt ook bepaald door het opnemen en doorlenen van geldleningen. De netto schuldquote wordt daarom ook berekend gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Hoewel over de verstrekte leningen een risico gelopen wordt, kan verondersteld worden dat deze leningen worden terug ontvangen. Op dit moment bedragen de schulden iets meer dan de jaarlijkse inkomsten, het kengetal is echter lager dan de maximale grenswaarde van 130%. Dit betekent dat de gemeente in staat is om de schulden terug te betalen. Hoe lager de waarde hoe beter, meerjarig laat de schuldquote een daling zien doordat we meer gespaard hebben en de middelen hebben toegevoegd aan de algemene reserve, met in 2023 een waarde van 103%. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit in een percentage van het totale vermogen en geeft daarmee de weerbaarheid van de gemeente aan. De gemeente betaalt een groot gedeelte van haar uitgaven door middel van vreemd vermogen, hierdoor is de solvabiliteitsratio lager dan de streefwaarde. De gemeente kiest er bewust voor om te investeren in de gemeente waardoor sprake is van meer financiering met leningen.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

96

Grondexploitatie Het kengetal van de grondexploitatie valt binnen de norm. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft aan hoeveel onze inwoners gemiddeld aan OZB, afvalstoffen- en rioolheffing betalen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingdruk in de gemeente is hoger dan het landelijk gemiddelde en ook hoger dan de streefwaarde. Dit betekent dat de gemeente in verhouding met andere gemeenten hoge woonlasten heeft. Structurele exploitatieruimte Bij de structurele exploitatieruimte wordt berekend of de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Uit de berekening blijkt dat dit voor alle jaren het geval is. Samenvatting Alle kengetallen voor de gemeente staan op groen, met uitzondering van de solvabiliteitsratio en de belastingcapaciteit. Doordat de gemeente ervoor kiest om een groot gedeelte van haar uitgaven door middel van vreemd vermogen te financieren is de solvabiliteitsratio lager en dus minder goed dan de streefwaarde. De netto schuldquote geeft aan dat deze schulden wel draagbaar zijn. De positieve structurele exploitatieruimte geeft aan dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Onze vermogenspositie is verbeterd doordat we meer gespaard hebben en de middelen hebben toegevoegd aan de algemene reserve.

De financiële positie van de gemeente Sittard-Geleen kan dan ook als “voldoende” worden beoordeeld. Bovendien blijkt uit het surplus in de algemene reserve dat de gemeente “voldoende” in staat is om financiële tegenvallers op te vangen.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

97

2.2.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN De kapitaalgoederen worden als volgt gerubriceerd: Infrastructuur en voorzieningen; Gebouwen en haven; Interne bedrijfsmiddelen. Hieronder volgt een samenvatting van de vigerende plannen, welke de basis vormen voor het uitvoeren van het benodigd onderhoud: Plannen Integraal basis beheerplan openbare ruimte¹ Onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte Beleidsplan Stedelijk watermanagement (BSW) Nota vastgoedbeheer Nota onderhoud kapitaalgoederen Haven Onderwijshuisvesting (gymzalen bij scholen)

Vastgesteld door de raad Ja

Jaar 2019

Financiële vertaling begroting Ja

Achterstallig onderhoud Nee1

Ja

2020-2023

Ja

Nee

Ja

2014

Ja

Nee

Ja Ja Ja Ja

2016 2019 2011 2014-2015

Ja Ja Ja Ja

Nee Nee, ingelopen Nee Nee

¹ Momenteel wordt er een verdiepingsslag gemaakt en per beheergroep (8 stuks) een apart beheerplan opgesteld. INFRASTRUCTUUR EN VOORZIENINGEN Kwaliteit beheer openbare ruimte Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een belangrijke taak van de gemeente. Hierbij is het essentieel om onze kapitaalgoederen te onderhouden en aan het einde van de technische levensduur te vervangen. Elk jaar wordt hiervoor dagelijks, klein én groot onderhoud uitgevoerd . Onderhoud en beheerplannen Naar aanleiding van de bijstelling van de onderhoudsniveaus in de hele gemeente naar beheerniveau Laag is in 2019 een integraal beheerplan opgesteld om het beheer van onze kapitaalgoederen in de openbare ruimte te kunnen sturen en te beheersen. In dit plan is beheerniveau Laag naar de praktijk ‘vertaald’ en op basis hiervan wordt de mate en regelmaat van onderhoud afgeleid. Het integraal beheerplan gericht op de realisatie van beheerniveau Laag is onderdeel van de nota ‘Onderhoud Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2020-2023’ die conform de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet in november 2019 ter besluitvorming is voorgelegd aan en goedgekeurd door de gemeenteraad.

In het integraal beheerplan openbare ruimte 2019 is aangegeven dat een vervolgstap noodzakelijk is en per beheergroep een separaat beheerplan opgesteld moet worden, waarbij onder andere kwantiteit én kwaliteit van het areaal in beeld gebracht moet worden. Hier zijn we dan ook in 2020 en verder mee aan de slag gegaan. De beheerplannen worden in 2021 opgeleverd en hebben betrekking op de volgende assets: • Verhardingen • Groen • Reiniging • Straatmeubilair en bebording • Spelen • Openbare verlichting en verkeersregelinstallaties

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

98

• •

Vijvers en waterelementen Civiele kunstwerken (bruggen, tunnels e.d.)

Deze verdiepingsslag zal leiden tot 8 afzonderlijke beheerplannen. Per beheergroep: • is inzichtelijk wat in theorie nodig is om het areaal te onderhouden op het vastgestelde beheerniveau, • zijn alle assets op kwantiteit en kwaliteit getoetst (inspecties), • is de theorie met de praktijk vergeleken, • is duidelijk welke maatregelen en middelen (exploitatie, structurele en eenmalige investeringen) daadwerkelijk nodig zijn om het areaal op het gewenste niveau te brengen en te onderhouden, • en is een ontwikkelagenda opgesteld met aandachtspunten voor de komende jaren. De realisatie van de beheerplannen is niet alleen een belangrijke stap bij het door ontwikkelen van de beheerorganisatie, het stelt ons tevens beter in staat om het gemeentebestuur sneller en adequater van informatie te voorzien. De aangenomen motie om het onderhoudsniveau van de beheergroepen groen en reiniging gedifferentieerd per functioneel gebied te verhogen naar basis dan wel hoog, is verwerkt in de begroting 2021 en wordt ook als dusdanig meegenomen in de afzonderlijke beheerplannen. Herstelmaatregelen Bij het opstellen van het integraal beheerplan openbare ruimte 2019 is daarnaast gebleken dat er herstelmaatregelen noodzakelijk zijn om de kwaliteit van verhardingen weer op het vastgestelde beheerniveau te brengen.

Hiervoor is een Groot Onderhoud Wegen – programma opgesteld en zijn door de Raad separaat financiële middelen ter beschikking gesteld om het onderhoud aan de wegen - opgenomen in het programma uit te kunnen voeren. In 2020 is gestart met het uitvoeren van deze herstelmaatregelen; in totaal is er op 26 wegen groot onderhoud aan asfalt uitgevoerd en op 48 locaties onderhoud aan elementenverharding. Het voor 2020 beschikbare budget voor herstelmaatregelen, € 2,13 miljoen, is volledig besteed. Daarnaast is er groot onderhoud uitgevoerd op wegen met de extra exploitatiegelden die in de begroting hiervoor zijn opgenomen (conform ingroeimodel); hiermee is op 15 wegen groot onderhoud aan asfalt uitgevoerd en op 37 locaties onderhoud aan elementenverharding. De herstelmaatregelen voor 2020 zijn hiermee conform programma uitgevoerd. In 2021 staan wederom een groot aantal wegen op de planning. Projecten Naast bestekken voor het uitvoeren van onderhoud, is er ook een IBOR-BSW-vervangingsprogramma opgesteld voor die locaties in de gemeente waar niet meer met onderhoud volstaan kan worden, maar een volledige vervanging aan de orde is. Dit programma komt tot stand op basis van inspecties van bijvoorbeeld wegen en rioleringen, metingen rondom het beheer van de openbare ruimte, analyse van meldingen die de gemeente ontvangt en gebiedskennis van medewerkers.

Het proces van totstandkoming van dit programma is verwoord in het projectplan IBOR-BSW 2021 – 2025; dit plan wordt jaarlijks bijgesteld op basis van nieuw verkregen informatie en inzichten. In het kader van ‘werk met werk maken’ wordt, indien mogelijk, rekening gehouden met het combineren van IBOR en BSW projecten. Voor het uitvoeren van voornoemde vervangingen is jaarlijks afgerond € 7,8 mln. IBOR-krediet toegekend. In 2020 is € 9,6 mln. (123%) uitgegeven (krediet van 2020 en deel van het resterende krediet 2019). Zie ook paragraaf Afvalwaterbeheer en watermanagement voor de uitgaven BSW-krediet. De meeste van de geplande projecten zoals opgenomen in de begroting 2020, zijn in 2020 ook in voorbereiding genomen of in uitvoering gegaan. Uitzondering hierop is het project Rijksweg Noord Sittard; de start van de voorbereiding van dit project is doorgeschoven naar 2021. De overige in de begroting 2020 genoemde projecten zijn allen in voorbereiding genomen dan wel in uitvoering gegaan. Enkele projecten kennen een langere voorbereidingstijd dan gepland, zoals Graetheide en Windraak Munstergeleen; dit is onder andere te wijten aan Corona.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

99

Digitale bewonersparticipatie Vanuit het gedachtegoed van de Tuinman, dat we onze openbare ruimte beheren voor en met de inwoners, is het gebruikelijk dat minimaal bij start van een project (de beginspraak), de presentatie van het ontwerp én voor start van de uitvoering, een bewonersbijeenkomst plaats vindt. Meestal worden deze bewonersbijeenkomsten gehouden in een accommodatie in de betreffende wijk. Door de beperkende Coronamaatregelen zijn fysieke bijeenkomsten in 2020 nagenoeg niet mogelijk geweest. Om de voorbereiding van de projecten toch doorgang te laten vinden én de inwoners toch te betrekken bij de voorbereiding, zijn we overgeschakeld naar digitale bewonersparticipatie en andere Coronaproof mogelijkheden. Voorbeelden hiervan zijn het opzetten van een projectwebsite, filmpjes met een toelichting van het ontwerp, webinars, 1 op 1 keuken- en tuingesprekken etc. Vervolgens hebben we een evaluatie uitgevoerd van al deze vormen van digitale burgerparticipatie en onder andere geconcludeerd dat de interactie tussen bewoners onderling en interactie met gemeente in de digitale vorm weliswaar minder is, maar er een grotere doelgroep bereikt kan worden, inwoners makkelijker kunnen reageren en meer vrijheid voelen om input te leveren.

Hoewel de omschakeling in het begin enige tijd en aanpassing gekost heeft, is de voorbereiding van de projecten toch kunnen doorgaan mét de inwoners. Ook na het Corona-tijdperk zal de digitale vorm een onderdeel blijven van bewonersparticipatie. Regionale samenwerking en beleidskader afvalwaterbeheer en watermanagement Voor de periode 2015-2020 is een gezamenlijk beleids- en uitvoeringskader voor het waterbeheer in de regio vastgesteld. Dat kader bestaat uit een viertal plannen. Deze 4 plannen vormen samen het Beleidsplan Stedelijk Watermanagement(BSW)/Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) dat in november 2014 door de raad is vastgesteld. Besloten is om het traditionele plan anders in te richten zodat er een duidelijke scheiding gemaakt kan worden tussen kaders (voor de raad) en uitvoering (voor het college). Daarnaast is in lijn van het Bestuursakkoord Water samenwerking gezocht met de gemeenten in de Westelijke Mijnstreek en met het waterschap. Door een gescheiden plannenmodel te hanteren wordt het mogelijk om gezamenlijke kaders en uitgangspunten te stellen in het regionaal beleidsplan en beheerplan. Tevens wordt de lokale autonomie gewaarborgd door de kostendekkingsplannen (wat betaalt mijn burger?) en projectplannen (wat gaan we waar doen?) lokaal en dus per gemeente in te vullen.

Voor wat betreft instandhouding kapitaalgoederen is in het kostendekkingsplan Afvalwater Sittard-Geleen berekend dat voor de periode 2015-2020 jaarlijks afgerond € 5 mln. aan vervangings- en verbeteringsinvesteringen nodig zijn voor alle onderdelen zoals de hoofdriolering en de huisaansluitingen, maar ook voor het vervangen van pompen, gemalen en elektromechanische installaties. In de rioolheffing is dan ook rekening gehouden met de kapitaallasten van deze investeringen. In 2020 is € 4,6 mln. (93%) uitgegeven. Het project ‘Rioolvervanging Relinen diverse locaties’ is uitgevoerd. De projecten Molenweg, Leeuwerik en wijk Beekdal zijn in uitvoering. De overig geplande (afval)waterprojecten zoals opgenomen in de begroting in 2020 zijn in voorbereiding. Beheer en onderhoud De doelstelling voor beheer en onderhoud is ‘adequaat en efficiënt beheren van ons stelsel.’ Naar dat doel wordt gewerkt door de strategie te volgen beheer en onderhoud als ware het één gezamenlijk areaal te zien in de regio. Daarbij zoeken we samen naar doelmatige en duurzame verbeteringen en we werken volgens de afspraken in het Beheerplan Afvalwater Westelijke Mijnstreek. In 2020 is gewerkt aan een regionaal reiniging, inspectie en reparatieprogramma, hebben we gezamenlijk riolen gerelined (inwendig renoveren) en onderzocht hoe we samen de infiltratievoorzieningen en buffers kunnen beheren.

Het rioolstelsel van SittardGeleen is verouderd gemiddeld gezien en we zien de kosten van incidenteel onderhoud de laatste jaren stijgen.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 30 juni 2021

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=c56f21d2-20a6-4d8d-b30c-6df2a8ec6a23