Vragen en antwoorden schriftelijke vragenronde programmabegroting 2025
Tekst van het document
Verder wordt om de ontwikkel- en bouwkosten zoveel als mogelijk te drukken gekeken naar conceptueel bouwen (‘woningen uit de fabriek’). Dat resulteert in een veel snellere bouwtijd en een uitstekende kwaliteit (niet weersafhankelijk). Voor wat betreft de bestaande woningvoorraad wordt ingezet om ook voor de doelgroep senioren passende woonproducten te kunnen aanbieden. De verhuisketen is namelijk veelal het langste zodra senioren gaan verhuizen. Ook dat biedt uiteindelijk kansen voor starters, maar dan voor een bestaande woning. Het instrument van de ‘starterslening’ blijft ook in 2025 bestaan. Samen met de provincie (welke 75% van het leenbedrag voor haar rekening neemt) worden in 2025 met name voor starters mogelijk verdere instrumenten verkend. Vraag 2: pagina 87, beleidsindicatoren: Ondanks de nieuwe voorzieningen voor de jeugd blijft de tevredenheid afnemen. Welke nieuwe plannen heeft de gemeente om onze jeugd te behouden en tevreden te stellen? Antwoord: De gemeente is nu bezig met het opstellen van een integraal beleidsplan sociaal domein de basis
15
op orde. Uit dit beleidsplan komen concrete uitvoeringsacties met specifieke aandacht voor de doelgroep jeugd. Vraag 3: Pagina 87: Hoe rechtvaardigt de gemeente de ontzettend hoge gemeentelijke woonlasten voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens in de gemeente Simpelveld? Antwoord: Doelstelling van het gemeentebestuur is onder andere een evenwicht te zoeken tussen een gezonde financiële huishouding, het gemeentelijke voorzieningenniveau en de belastingdruk. Over wat een juist evenwicht is, kan uiteraard verschil van mening bestaan. Vraag 4: Pagina 87: Waarom heeft de gemeente geen streefwaarde vastgesteld voor de eerste twee indicatoren (tevredenheid over de gemeente als woon- en leef-gemeente en tevredenheid met buurtvoorzieningen)? Antwoord: Het rapport Burgeronderzoek 2023-gemeentemonitor brengt in eerste instantie alleen de resultaten van onze gemeente in kaart en laat de scores van de andere deelnemende gemeenten buiten beschouwing. Hierdoor was het niet mogelijk om de behaalde resultaten onderling te vergelijken en een streefwaarde op te nemen. Inmiddels zijn op de website “Parkstad in Cijfers” de resultaten bekend gemaakt van alle deelnemende gemeenten, waardoor we nu kunnen stellen dat de streefwaarde voor de Tevredenheid buurtvoorzieningen 70% bedraagt en de streefwaarde voor Tevredenheid over gemeente als woon- en leef gemeente een 8,2 bedraagt.
Deze streefwaarden zullen alsnog in de Programmabegroting 2025 worden verwerkt. Vraag 5: Pagina 89: Graag ontvangen wij de genoemde lokale ontwikkelkaart Simpelveld. Antwoord: Om te voorkomen dat het openbaar maken van deze ontwikkelkaart Simpelveld een prijsopdrijvend effect heeft, waardoor mogelijke gebiedsontwikkelingen (nog meer) financieel onder druk komen te staan en in het ergste geval niet tot uitvoering komen, wordt deze ontwikkelkaart tijdens een vertrouwelijke bijeenkomst met de raad gedeeld. Vraag 6: Pagina 90: Waar moeten de ouderen concreet naartoe als de gemeente inzet op doorstroming op de woningmarkt? Is er al voldoende geschikte woonruimte beschikbaar? Antwoord: Zoals bij vraag 1 m.b.t. pagina 87 is geantwoord wordt bij gebiedsontwikkelingen gekeken naar een sterke mix van woonproducten, ook voor ouderen. Daarbij zullen gebiedsontwikkelingen in het centrum van Simpelveld of in het centrum van Bocholtz vanwege de nabijheid van voorzieningen meer geschikt zijn voor ouderen. Maar dat neemt niet weg dat ook binnen de kernen woonruimte beschikbaar komt voor andere doelgroepen (Magic mix). Daarnaast worden samen met woningcorporatie Krijtland Wonen ook gesprekken gevoerd om een vorm van geclusterd wonen voor ouderen te realiseren, waarbij meer de nadruk ligt op het aspect van zorg.
De komende jaren wordt verder gewerkt - om gezien de demografische verwachtingen - voldoende geschikte en betaalbare woonruimte te kunnen aanbieden binnen onze gemeente. Gebiedsontwikkelingen duren gemiddeld 5 tot 10 jaar van start tot uiteindelijke oplevering en dat geeft gelijk de complexiteit weer; vele factoren zoals regelgeving (stikstof en flora&fauna), inspraakrondes, etc. maken dat dit soort processen vaak langer duren dan gewenst. Vraag 7: Pagina 90: Is de starterslening wel effectief als er momenteel zo weinig gebruik van wordt gemaakt in de gemeente Simpelveld? Antwoord: Elke starter die wij als gemeente kunnen ondersteunen op een financieel verantwoorde wijze bij de aankoop van een woning is positief. Dat na de verhoging van de maximale aankoopsom naar € 245.000,- en daarmee ook de verhoging van het maximale leenbedrag naar € 49.000,- begin 2024 de aanvragen tot nu toe beperkt zijn gebleven heeft onder andere te maken met de prijscategorie waarin die woningen worden aangeboden; de vraagprijs ligt veelal boven de genoemde maximale aankoopsom en zelfs ook boven de maximale aankoopsom van € 280.000,- die de provincie als beleid heeft vastgesteld.
Vraag 8: Pagina 90: Is er ook daadwerkelijk 50% van de beschikbare nieuwe woningen aan de Schilterstraat en Julianastraat toegewezen aan inwoners van de gemeente Simpelveld, in plaats van alleen hiermee rekening te houden? Kunt u aangeven welk percentage van deze woningen is toegewezen aan inwoners van de gemeente Simpelveld, statushouders en inwoners van andere gemeenten? Antwoord: Schilterstraat: Voor wat betreft de 19 eengezinswoningen geldt een percentage van 53% uit de gemeente Simpelveld en 47% uit een andere gemeenten en 0% naar statushouders. 16
Voor wat betreft de 31 levensloopbestendige woningen geldt een percentage van 58% uit de gemeente Simpelveld en 42% uit een andere gemeente en 0% naar statushouders. Julianastraat: Voor wat betreft de 6 levensloopbestendige woningen geldt een percentage van 83% uit de gemeente Simpelveld en 17% uit een andere gemeente en 0% naar statushouders. Voor wat betreft de 2 geliberaliseerde (middenhuur) woningen geldt een percentage van 0% uit de gemeente. De reden is dat niemand uit de gemeente Simpelveld op deze woningen heeft gereageerd. Beide woningen zijn toegewezen aan huishoudens afkomstig uit de Parkstadregio (Heerlen). Vraag 9: Pagina 90: Hoe wil de gemeente sterke(re) huishoudens gaan aantrekken? Gezien de geringe werkgelegenheid en laag voorzieningenniveau lijkt dit namelijk een lastige opgave. Antwoord: Het aantrekken van sterkere huishoudens kan niet sec door het bouwen van aantrekkelijke en betaalbare woningen. Hierbij speelt ook een economische factor. In de actualisatie van het woonbehoefteonderzoek 2024 worden daarom scenario’s in beeld gebracht waarbij Parkstad (en dus ook Simpelveld) zouden profiteren bij de uitbreiding van economische magneten zoals Brightlands Chemelot Campus en ASML. Vanuit een economisch sterke en aantrekkelijke woonregio zouden vervolgens ook in de gemeente Simpelveld deze sterkere huishoudens kunnen landen.
Vraag 10: Pagina 90: Wij zouden graag de wachtlijsten ontvangen voor sociale woningen voor de inwoners van de gemeente Simpelveld. Antwoord: Krijtland Wonen heeft net als andere woningcorporaties geen eigen wachtlijsten van woningzoekenden, maar maakt gebruik van het platform ‘Thuis in Limburg’. Mensen die op dit platform staan ingeschreven behoeven niet direct en actief woningzoekenden te zijn, maar kunnen op die manier ‘inschrijftijd sparen’ om – indien het noodzakelijk is – te kunnen inzetten; hoe langer de inschrijftermijn, hoe groter de kans om daadwerkelijk voor de gewenste woning in aanmerking te komen. Verder kan een reguliere woningzoekende door persoonlijke omstandigheden wel meer actief worden, maar dat kan op voorhand niet uit het systeem worden gehaald. Anders gezegd: iemand die staat ingeschreven is niet gelijk een actieve woningzoekende. Daarmee is het begrip van de ‘klassieke’ wachtlijst niet van toepassing. Vraag 11: Pagina 91: Het volgende is opgenomen: “De gemeenteraad heeft 21 maart jl. ingestemd met het uitgangspunt dat het college via een separaat voorstel kan worden gemandateerd om strategische aankopen,tot een door de raad te bepalen bedrag, te doen, waarbij het college de gemeenteraad zo spoedig mogelijk zal informeren”. We gaan ervanuit, in lijn met besluitvorming van 21 maart, dat de Raad het bedrag bepaald en niet het college.
Is dit juist? Antwoord: Door middel van een raadsvoorstel zal het college een bedrag voorstellen waar de Raad mee kan instemmen (of niet) danwel aanpassen (gewijzigd vaststellen). Vraag 12: Pagina 91: Het voormalige zorgcentrum Bocholtz staat al geruime tijd leeg en de gemeente slaagt er maar niet in om hier iets van te maken, ondanks de mooie verhalen over alle acties die worden ondernomen. Wanneer gaat er hier eindelijk iets concreets gebeuren en blijft het niet bij besprekingen en plannen? Antwoord: Zoals in de Raadsinformatiebrief d.d. 18 juni 2024 is medegedeeld is door middel van een quickscan gebleken dat het verbouwscenario van de huidige complexen Schoolstraat en Kloosterhof voor woningcorporatie Krijtland Wonen financieel gezien niet haalbaar en verantwoord is (onrendabele top van ca. € 4.2 mln). In diezelfde RIB staat tevens vermeld dat, om toch grip te houden op het beoogde doel – het realiseren van kwalitatief, duurzame en betaalbare appartementen – het scenario wordt uitgewerkt waarbij de aankoop, sloop en bouwrijpfase door de gemeente Simpelveld wordt uitgevoerd. De bouw en realisatie van het beoogde doel zou dan verder worden opgepakt door Krijtland Wonen. Dit sloop-nieuwbouw-scenario is verder uitgewerkt, waarbij dit project als deelproject van de regionale aanvraag Volkshuisvestingsfonds is ingediend.
Het verkrijgen van die subsidiegelden is noodzakelijk voor het daadwerkelijk opstarten (= verwerving complexen) en welslagen van dit project. Vraag 13: pagina 91, Idop Bocholtz: Het budget voor MFC de Boor is al eens drastisch verhoogd. De werkzaamheden lopen nu volgens planning, dan kunnen we er dus vanuit gaan dat er geen verdere
17
noodzakelijke investeringen nodig zijn? Antwoord: Ja inderdaad, zoals het financiële overzicht (meer- en minderwerken) er nu uitziet kunt u daar vooralsnog van uitgaan. Vraag 14: pagina 91, Project de Baan: Om een rijkssubsidie te krijgen (1,3 miljoen) moeten we dus een cofinanciering doen van 278.000 euro. De woningen zijn van Krijtland wonen, wat gaan we doen de trottoirs met goud bekleden? Het moet toch niet zo zijn dat je alleen gaat co- financieren puur en alleen maar de subsidie te krijgen? Onder de streep kost het ons gewoon weer ontzettend veel geld. Wat vindt het College hiervan? Antwoord: De ontvangen Rijkssubsidie is bedoeld om met name het particuliere bezit en de openbare ruimte te verbeteren. Daarbij wordt in het plangebied met name ingezet op het gebied van renovatie en verduurzaming van de woningen, maar uit bewonersgesprekken is duidelijk naar voren gekomen dat behoefte is aan vergroening, maar ook aan parkeren etc. Om het gebied integraal een kwaliteitsimpuls te kunnen geven worden de woningen van Krijtland Wonen meegenomen binnen de stedenbouwkundige visie en de uiteindelijke uitvoering en realisatie. Het verkrijgen van (Rijks)subsidie is zeker voor gebiedsontwikkelingen een welkome aanvulling op (te) krappe beschikbare budgetten.
Anders gezegd: Ook wij als gemeente Simpelveld maken dankbaar gebruik om voor onze inwoners met beschikbare subsidiegelden de leefbaarheid binnen straten en wijken te verbeteren. Hoofdstuk 3: Paragrafen Paragraaf: Bedrijfsvoering Vraag 1: pagina 97: Het ziekteverzuim lijkt erg hoog. Hoe is dit te verklaren? Is er een benchmark beschikbaar om dit te vergelijken? Antwoord: Het ziekteverzuimpercentage in 2023 bedraagt 6,54%. In vergelijking met 2022 is dit een daling van 1,19% (In 2022 bedroeg het ziekteverzuimpercentage 7,73%). Er is een benchmark aanwezig en wel de benchmark van het A&O-fonds Nederlandse gemeenten. In 2023 bedroeg het landelijk gemiddelde ziekteverzuimpercentage 6,5%. In onze gemeenteklasse bedroeg het jaargemiddelde 6,3%. In vergelijking met de Parkstad-gemeenten is ons verzuimpercentage 1 à 1,5% lager. Vanuit benchmark-oogpunt is ons ziekteverzuimpercentage niet hoog te noemen en zelfs flink gedaald ten opzichte van 2022. Voor ons als organisatie is bij ziekteverzuimbegeleiding van belang of ziekteverzuim werkgerelateerd is. Uit de terugkoppelingen van onze arbodienst blijkt dat het werkgerelateerde aandeel minimaal is. De meeste (langdurig) zieke medewerkers hebben een medische oorzaak, waarbij het herstel niet of nauwelijks beïnvloedbaar is door werkgeversbegeleiding.
Vraag 2 : pagina 97, salariskosten: Hoe kan het zo zijn dat het salaris van de burgemeester minder wordt en dat van de gemeentesecretaris hoger. Welke van de wethouders heeft 0,1 FTE meer gekregen en waarom is dat niet aan de Raad gemeld ? Hoe zit het trouwens met het salaris van onze voormalige gemeentesecretaris, wordt die nog steeds doorbetaald en zo ja, hoe lang nog? Antwoord: De raming van de kosten voor de burgemeester is gebaseerd op de circulaire CAO Rijk 2024-2025 politieke ambtsdragers gemeenten en de CAO gemeenten. Het verschil t.o.v. 2023 bij de burgemeester is te verklaren door de ‘wisseling van de wacht’ in dat jaar (afrekeningen). De stijging van de gemeentesecretaris is met name te verklaren vanuit de reguliere cao- en premiestijging. Geen van de wethouders heeft uitbreiding van haar of zijn uren gehad. Hier is sprake van een foutieve weergave: 3,0 moet 2,9 zijn. De procedure m.b.t. de voormalig gemeentesecretaris loopt nog. Verder kunnen wij hierover op dit moment geen uitspraken doen. Vraag 3 pagina 98, doorontwikkeling P&C documenten: wanneer heeft de raad aangegeven dat deze van voldoende kwaliteit zijn? Antwoord: Door diverse raadsfracties is in het verleden vaker aangegeven dat de gehanteerde p&cdocumenten voldoen aan hun wensen. Wanneer de raadsfracties dat exact hebben aangegeven kunnen we niet meer achterhalen.
Vraag 4: pagina 99: Waarom mag de Raad niet meedenken met de ombuigingsvoorstellen? Antwoord: Op 24 september jl. heeft u via de griffie het ‘Plan van aanpak Ombuigingen 2026 e.v.’ ontvangen. Hierin is te lezen dat er gewerkt gaat worden met een klankbordcommissie bestaande uit twee personen per fractie. Deze klankbordcommissie gaat de ombuigingsvoorstellen, die voorbereid worden door de ambtelijke organisatie, beoordelen en geeft hierover een advies af aan de raad. Zoals in het plan van aanpak ook is 18
opgenomen staat het zowel de klankbordcommissie als de raad vrij om zelf ombuigingsvoorstellen te doen. Vraag 5: Pagina 99: Heeft de gemeente recent (afgelopen 2 jaar) audits gehad op informatiebeveiliging en privacy en wat is hier uitgekomen? Antwoord: Voor de informatiebeveiliging wordt er jaarlijks een audit uitgevoerd genaamd ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Deze audit maakt de stand van zaken rondom informatieveiligheid meer inzichtelijk en uiteindelijk meer efficiënt. Met de ENSIA wordt getoetst of de situatie van de gemeente voldoet aan de normen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De gemeente is goed op weg in het verbeteren van de informatiebeveiliging, maar voldoet nog niet volledig aan de BIO. Jaarlijks wordt gewerkt aan de verdere implementatie van de BIO. Informatieveiligheid kan/ zal nooit voor 100% op orde zijn. Er is altijd ruimte voor verbetering. Daarnaast noodzaakt veranderende wet- en regelgeving en technologische ontwikkelingen tot regelmatige bijstelling. De resultaten van de ENSIA-audit worden jaarlijks via een raadsinformatiebrief gedeeld met de gemeenteraad. De BIO2 wordt het nieuwe kader voor de overheid voor informatiebeveiliging. De nieuwe BIO volgt op de evaluatie van de huidige BIO en valt samen met de ontwikkelingen rondom de NIS2-richtlijn.
De BIO2 zal waarschijnlijk eind 2024/ begin 2025 worden geïntroduceerd. Door Parkstad-IT/ Solido wordt jaarlijks een third party memorandum (TPM) uitgevoerd op de BIO (ISAE 3000D type II). Voor de rapportage van 2023 geldt dat bij de beoordeling van de maatregelen 169 keer de opzet kunnen aantonen, 166 keer het bestaan en 151 keer succesvol de werking kunnen aantonen. Sommige maatregelen zijn niet getoetst daar deze niet van toepassing zijn of uitbesteed zijn aan gemeente Heerlen. De resultaten van de rapportage worden onderdeel van het informatiebeveiligingsjaarplan van Parkstad-IT/ Solido. Buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) die voor hun opsporingstaken persoonsgegevens verwerken, vallen onder de Wet Politiegegevens (Wpg). Zo ook de boa in dienst van de gemeente Simpelveld (daarnaast samenwerking met team handhaving van de gemeente Heerlen). Dit betekent dat er een Wpg-auditplicht geldt. Deze audit gaat over hoe het verwerken van politiegegevens is georganiseerd, de maatregelen en procedures die daarop van toepassing zijn en de werking van deze maatregelen en procedures. Elke vier jaar dient er een Wpg-audit door een externe organisatie te worden uitgevoerd. In 2022 heeft een initiële audit plaatsgevonden, waarna begin 2024 een hercontrole heeft plaatsgevonden.
Conclusie is dat er ten opzichte van de initiële audit stappen zijn gezet (procesbeschrijving voorhanden, vastleggingen conform wpg, etc.) maar dat er ook nog aandachtspunten zijn om te verbeteren (voorbeeld: vier-ogen principe bij de invoer van politiegegevens, bewijsstukken van kwaliteitscontroles etc). Paragraaf: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Vraag 1: pagina 102: Leiden de plannen voor 2025 tot actievere grondexploitatie niet ook voor aanvullende risico’s die in het weerstandsvermogen tot uitdrukking dienen te komen? Of worden er in 2025 nog geen concrete bouwprojecten verwacht waarbij de gemeente Simpelveld een directe en actieve rol heeft en blijft het bij de plannen? Antwoord: In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt bij het onderdeel planschades vermeld dat risico’s zoveel als mogelijk worden afgewenteld op ontwikkelende partijen. In geval van actieve grondpolitiek wordt getracht risico’s te beperken. In het vervolg zullen de effecten van een actievere grondpolitiek nadrukkelijker worden meegenomen in deze paragraaf. Vraag 2: pagina 102, resumerend overzicht: Onze algemene reserve gaat onder de afgesproken grens en wordt in 2028 zelfs dik negatief! Is dit wel toegestaan ? Antwoord: Zoals onder het resumerend overzicht staat vermeld is in het resumé nog geen rekening gehouden met de uitkomsten van de ombuigingsoperatie.
Hierdoor zal de algemene reserve en in het verlengde hiervan de weerstandscapaciteit gunstig worden beïnvloed. Vraag 3: pagina 107: Hoe verklaart de gemeente dat de weerstandscapaciteit binnen een tijdsbestek van 2 jaar van zeer gunstig naar ruim onvoldoende gaat? Wat is het onderbouwde effect van het ‘ravijnjaar’ en wat is veroorzaakt door eigen beleid? Antwoord: Als gevolg van de gepresenteerde negatieve begrotingssaldi vanaf 2026 neem de algemene reserve af en derhalve logischerwijs ook de weerstandscapaciteit. De korting op het gemeentefonds als gevolg van het ravijnjaar bedraagt in totaliteit indicatief 8%. Indien we dit percentage toepassen op de algemene uitkering van Simpelveld in 2025 (8% x € 21,6 mio) dan bedraagt het effect van het ravijnjaar vanaf 2026 circa € 1,7 mio. 19
Vraag 4: pagina 108: Wat zijn nu daadwerkelijk de duurzame plannen om te komen tot een positieve structurele exploitatieruimte? Wordt hierin ook rekening gehouden met het verbeteren van de belastingcapaciteit? Een meer passende belastinglast bij de aard en kenmerken van de gemeente? Antwoord: In dat kader verwijzen wij naar het Plan van aanpak ombuigingen 2026 e.v. Daarin is de route geschilderd om te komen tot een structureel sluitende begroting. Vraag 5: pagina 108: Klopt de berekening van de Belastingcapaciteit voor de jaren 2026-2028 wel? Deze lijkt gelijk te blijven op 110%, maar dat lijkt ons gezien de voorgenomen projecten op het riool (en de daaraan gerelateerde stijging van het tarief; +40%) zeer onwaarschijnlijk. Antwoord: Om de belastingcapaciteit in Simpelveld te bepalen wordt deze gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in Nederland. Deze landelijke gemiddelden van woonlasten zijn enkel bekend t/m 2024. Op basis hiervan is de belastingcapaciteit voor 2025 bepaald (116%). Als we dan de doorrekening zouden gaan maken over de jaren 2026 t/m 2028 dienen we ons te blijven baseren op informatie die geen referentiekader is voor dat specifieke jaar. Paragraaf: Financiering Vraag 1: pagina 110: Er wordt rekening gehouden met 2 miljoen aan ombuigingen per jaar.
Waar is dit op gebaseerd? Antwoord: Dit is conform het bedrag dat in het Plan van aanpak ombuigingen 2026 e.v. als streefgetal is benoemd. Vraag 2: pagina 110: De aflossingen voor de jaren 2026-2028 nemen af. Dit is onmogelijk gezien de liquiditeit einde jaar. Waarom wordt er geen rekening gehouden met nieuwe leningen (en dus de daaraan gerelateerde aflossingen)? Gezien de liquiditeitsbehoefte zullen de aflossingen namelijk substantieel toenemen. Graag een doorrekening inclusief nieuwe leningen en aflossingen. Antwoord: De gepresenteerde liquiditeitsprognose heeft als doel om grofmazig te bepalen hoe de liquiditeitsbehoefte zich in de periode 2025-2028 ontwikkeld. Het betreft derhalve een indicatie. Daarbij zijn de ‘correcties op saldi’ gehanteerd conform de voorliggende begroting 2025. Op basis van de aanvullingen op uw verzoek ontstaat het volgende beeld: 2025 Liquidi teit begin jaar Saldi begroting 2025 - 2028 (afgerond) ombuigingen
2026
2027
2.000.000 -11.535.000 -6.542.000 40.000
2028 -3.347.000
-2.525.000 2.000.000
-1.900.000 2.000.000
-1.620.000 2.000.000
11.535.000 -385.000
6.542.000 -605.000
3.347.000 -720.000
243.000 -1.000.000
243.000 -289.000
243.000 -289.000
243.000 -289.000
bi j: dotaties voorzieningen af: uitnamen voorzieningen
808.000 -844.000
808.000 -737.000
808.000 -948.000
808.000 -842.000
bi j: afschrijvingen
1.265.000
2.060.000
2.262.000
2.440.000
af: aflossingen
-1.139.000
-1.139.000
-1.139.000
-933.000
af: investeringsprogramma gefaseerd
-12.908.000
-6.578.000
-3.779.000
-2.941.000
Liquidi teit einde jaar
-11.535.000
-6.542.000
-3.347.000
-1.854.000
Nieuwe leningen incl. aflossingen ni euwe leningen aflossi ngen nieuwe leningen Correcties op saldi bi j: dotaties reserves af: beschikking reserves
Vraag 3: pagina 111: Waarom worden er geen nieuwe leningen meegenomen in de mutaties? Het betreft hier een begroting, dus we hadden graag een prognose gezien. De regel “nieuwe leningen” staat er natuurlijk ook niet voor niets. Antwoord: Het overzicht doelt in 1e instantie op de actuele leningenportefeuille. In de jaarstukken worden de daadwerkelijk aangetrokken leningen vermeldt. In de begroting wordt hetzelfde format gebruikt. Door middels de * te verwijzen naar mogelijk aan te trekken leningen op basis van de liquiditeitenplanning op de pagina ernaast wordt ons inziens voldoende inzicht verstrekt. 20
Vraag 4: pagina 112: Wederom missen we het jaartal in de kolom “opgenomen in het dienstjaar”. Kunt u dit alsnog toevoegen? Antwoord: Deze aanvulling is inderdaad per abuis vergeten. Onderstaand het complete overzicht: NUMMER
OORSPR.BEDRAG VAN DE LENING/ VOORSCHOT
RENTEPERCENTAGE
BOEKWAARDE PER 31-12-2024
OPGENOMEN IN HET DIENSTJAAR
RENTEBEDRAG
AFLOSSINGEN
BOEKWAARDE PER 31-12-2025
Ingangsdatum
40.0093508
1.800.000,00
5,130%
216.000
11.081
72.000
144.000
2-1-2002
40.107250
2.000.000,00
3,400%
400.003
13.600
133.333
266.670
3-12-2012 16-1-2018
TOTAAL
1-29670
5.000.000,00
1,410%
3.800.000
53.580
200.000
3.600.000
40.113705
10.000.000,00
0,180%
8.400.000
15.120
400.000
8.000.000
9-3-2020
40.115824
5.000.000,00
2,335%
4.333.333
101.183
333.333
4.000.000
28-6-2022
194.564
1.138.666
16.010.670
17.149.336
0
Paragraaf: Lokale heffingen Vraag 1: pagina 114: U geeft aan dat diverse tarieven met meer dan 1,5% geïndexeerd zijn “conform de afgesproken beleidslijn”. Welke beleidslijn refereert u naar? Waar is dit afgesproken? Antwoord: Deze beleidslijn is in november 2018 met de auditcommissie unaniem afgesproken. Vraag 2: pagina 115: De overhead van de rioolheffing is in 2 jaar tijd met 150% gestegen. Waar komt deze verhoging vandaan en waar bestaat deze overhead exact uit? Antwoord: De toerekening van overhead vindt plaats op basis van de urenraming. M.b.t. rioleringen is de formatie uitgebreid. Vergelijking van de overhead van de jaarstukken 2023 met de overhead in de begroting 2024 en 2025 geeft echter een vertekend beeld. Een vacature rioleringen was/is nog niet ingevuld, waardoor de realisatie van de uren in 2023 lager is dan in de begroting 2024 en 2025. Dien ten gevolge is de toerekening van de overhead derhalve ook lager. Vraag 3: pagina 117: Het tarief voor een kennel wordt, in tegenstelling tot de overige tarieven, wel gehalveerd. Is dit een fout in de tabel? Het komt namelijk niet overeen met het tarief op pagina 120. Antwoord: Dit is inderdaad een fout in het tabelletje op pagina 117. Het juiste tarief is en blijft € 136,44.
Paragraaf: Onderhoud kapitaalgoederen Vraag 1: pagina 124: Hoezo wordt er geïnvesteerd in het vervangen van het tapijt bij MFC op de boor, als daar een restaurant gevestigd wordt (dat wellicht geen tapijt wenst)? Antwoord: Het tapijt dat vervangen kan gaan worden ligt niet op de locatie waar het (nieuw) te realiseren restaurant komt. (lees voormalige Bibliotheek) Het tapijt dat wij, doordat er jaren geleden waterschade was vanuit de koppeling van het koffiezetapparaat, mogelijk willen vervangen ligt in de oud bouw en dan wordt het geen tapijt meer maar een pvc vloer. Offerte moet nog worden opgevraagd. Paragraaf: Grondbeleid Paragraaf: Verbonden partijen Paragraaf: Wet Open Overheid FINANCIELE BEGROTING Hoofdstuk 4: Overzicht van baten en lasten Vraag 1: pagina 158: De korting algemene uitkering is opgenomen als incidentele last. Op grond waarvan kwalificeert dit als incidentele last (welke last betreft dit eigenlijk)? Is dit afgestemd met de Provincie? Antwoord: De provincie Limburg heeft in haar aanvulling op de begrotingscirculaire 2025 aangegeven dat de eenmalige korting van het gemeentefonds op basis van de voorjaarnota, als een negatieve incidentele baat door gemeenten kan worden aangemerkt. Dit betreft een landelijke afspraak tussen Rijk, Provincies en gemeenten.
Vraag 2: pagina 158: Het opstellen soorten managementplan van € 75.000 is opgenomen als incidentele last in 2025. Zijn deze uitgaven echter niet vooruitgeschoven naar 2026 en daarmee onterecht als incidentele last in 2025 opgenomen? Antwoord: De totale gemeentelijke kosten voor het opstellen van een soorten managementplan worden geraamd op € 150.000. Hiervan is in 2025 en 2026 elk de helft voorzien. Vandaar dat de incidentele last in beide jaren is opgenomen. Vraag 3: Waarom classificeert de co-financiering De Baan als incidentele last volgens de spelregels die hierover bestaan? We missen wederom een toelichting van de incidentele baten en lasten. Zou dit kunnen worden toegevoegd aan de begroting 2025? 21
Antwoord: Het betreft een eenmalige en derhalve incidentele bijdrage aan het project De Baan. De omschrijvingen in de tabel op pagina 157 en 158 zijn ons inziens helder, waardoor een nadere toelichting slechts van zeer beperkte toegevoegde waarde is. Bij de jaarstukken wordt wel een separate toelichting toegevoegd, omdat de incidentele posten daar in de regel wel vragen om een nadere duiding. Vraag 4: pagina 161: We missen de voorziening personeel in de vooruitblik reserves en voorzieningen zoals afgesproken met de accountant (en benoemd op pagina 105) Antwoord: De voorziening risico personeelskosten is in overleg met de accountant per 31 december 2022 gevormd, op basis van de kostenraming voor twee jaar. Derhalve is/wordt de voorziening in 2023 en 2024 ingezet en bestaat deze derhalve per 1 januari 2025 niet meer. Daarom is deze niet meer opgenomen in de vooruitblik reserves een voorzieningen 2025-2028. Hoofdstuk 5: Uiteenzetting van de financiële positie Vraag 1: pagina 168, geprognotiseerde balans: Hoe kan het totaal aan eigen vermogen en voorzieningen afwijken van het totaal aan reserves en voorzieningen op pagina 161? Zou dit niet gelijk moeten zijn? Daarnaast lopen de langlopende schulden amper op terwijl er de komende jaren een liquiditeitsbehoefte ontstaat van ruim 21 miljoen. Tenslotte loopt de sluitpost “overige schulden” op tot 9 miljoen in 2028.
Graag een verklaring. Antwoord: De ontwikkeling van de voorzieningen komt overeen met het overzicht op pagina 161. De afwijking in de reserves houdt verband met het feit dat in de geprognosticeerde balansen getracht is rekening te houden met de ombuigingsvoorstellen van € 2 mio vanaf 2026 (zie tekst onder aan pagina 168). T.o.v. van 2024 is er sprake van oplopende langlopende schulden. Daarbij is ook rekening gehouden met de bijbehorende aflossingen. De post overige schulden betreft inderdaad de sluitpost om de balansen in evenwicht te brengen. De geprognosticeerde balansen zijn een grofmazig hulpmiddel om de richting van de ontwikkeling van de balanspositie te kunnen aangeven. Dat is lastig. Daarbij is derhalve een niet geheel te verklaren ontwikkeling van de ‘sluitpost’ niet te vermijden. Hoofdstuk 6: Overigen Vraag 1: pagina 173/174: Van de 21 (nog bestaande) indicatoren zijn er 14 verslechterd, 2 gelijk gebleven en slechts 5 verbeterd. Heeft u hier een verklaring voor? Antwoord: Het Burgeronderzoek 2023 is gebaseerd op enquêteonderzoek waarin de inwoners over allerlei onderwerpen zijn bevraagd. Dit betekent dat niet per se de feitelijke situatie, maar de beleving/perceptie ervan door de burger in beeld is gebracht. Het gaat hierbij dus om opvattingen, meningen en gerapporteerd gedrag, of anders gezegd: de werkelijkheid gezien door de ogen van de burger.
Om een compleet beeld van de maatschappelijke realiteit te krijgen is het wenselijk naast deze ‘subjectieve’ informatie ook ‘objectieve’ informatie uit gegevensbronnen van bijvoorbeeld overheidsorganisaties en maatschappelijke instellingen te verzamelen. Op die manier kan getoetst worden in hoeverre de maatschappelijke realiteit zoals vastgelegd in registraties, overeenkomt met de beleving ervan door de burger.
22
Fractie BurgerBelangen Raadsvoorstel Aanbieding aan Raad Hoofdstuk 1: Algemeen Vraag 1: pagina 18: Verbonden partijen: de gemeente heeft aan de diverse verbonden partijen schriftelijk verzocht om een bijdrage te leveren aan de financiële uitdaging waarvoor de gemeente staat. Heeft de gemeente hierop reacties van de diverse gemeenschappelijke regelingen ontvangen? Zo ja, is er bereidheid hieraan mee te werken? Antwoord: De gemeenschappelijke regelingen hebben op diverse wijzen gereageerd. In het algemeen staat men open om de dialoog aan te gaan om te bezien waar nog bezuinigingsmogelijkheden liggen. De BsGW heeft aangegeven, na uitvoering van het OOP (Ondernemings- en Ontwikkel Plan) en andere maatregelen, weinig andere mogelijkheden te zien dan het bekijken van de mogelijkheid om zgn. PIOFACH-taken met andere regelingen te bundelen. Rd4 heeft een ambtelijke werkgroep ingesteld. Bij andere regelingen als de Omgevingsdienst en de GGD worden gesprekken op directieniveau gepland. Vraag 2: pagina 18: Uit welke beschikbare budgetten wordt de vervanging van de functie strategisch adviseur gedekt? Antwoord: De begeleiding van het proces om te komen tot een strategische visie zal worden opgepakt door de afdelingsmanager bedrijfsvoering. Overige werkzaamheden zullen zoveel als mogelijk binnen de bestaande formatie worden opgepakt.
Vanaf 2026 is in de begroting wel rekening gehouden met de loonkosten voor de functie strategisch adviseur. Het is derhalve een incidentele maatregel. BELEIDSBEGROTING Hoofdstuk2: Programmaplan Programma 0: Bestuur Vraag 1: pagina 32: In de tabel is bij juridische kwaliteitszorg het budget rechts- en deskundig advies vanaf 2026 verhoogd met 25.000. Over 2025 wordt de verhoging verklaard (18.000 van reserveren middelen AU inzake WOO). Waarom wordt dit budget vanaf 2026 opgehoogd? Antwoord: Aan het budget voor rechts- en deskundig advies zijn de middelen inzake WOO toegevoegd. Vanaf 2026 bedraagt dit € 43.000 structureel (€ 27.000 + € 43.000 = € 70.000). In 2025 is van de beschikbare € 43.000 eenmalig € 25.000 afgeroomd, gezien de beperkte inzet van het beschikbare budget, hetgeen resulteert in een totaal budget voor rechts- en deskundig advies van € 45.000 (€ 27.000 + € 43.000 – € 25.000). Programma 1: Veiligheid Vraag 1: pagina 40: in de tabel is bij toezichthouder/ boa voor 2025 en de jaren daarna een bedrag begroot van 206.739. In 2024 is een bedrag begroot van 367.318. Als ik in de bijlagen begroting op pagina 35 kijk zie ik dat de loonkosten van de boa niet meer worden opgenomen vanaf 2025. Heeft de gemeente vanaf 2025 geen Boa’s meer of zijn de loonkosten ergens anders ondergebracht? Antwoord: In de begroting 2024 is sprake van een omissie.
Daarbij zijn de loonkosten van de gemeentelijke BOA’s dubbel geraamd, zowel separaat alsook via de kostenverdeelstaat. Deze omissie is in de begroting 2025 hersteld. Via de berap najaar 2024 zal e.e.a. ook voor het jaar 2024 worden gecorrigeerd. Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat Vraag 1: pagina 44: voor 2025 is voorzien in een investering van 24.340 voor uitbreiding velocity. Is het niet verstandiger deze investering on hold te zetten gezien de raadsinformatiebrief over Velocity? Antwoord: De investering van € 24.340 wordt uiteraard niet uitgegeven als Velocity definitief failliet is. Aangezien dit proces momenteel nog loopt, kan er hierover nog geen definitief besluit worden genomen. Vraag 2: pagina 43: in de tabel kengetallen stijgt het aantal lichtmasten met 29 stuks terwijl het aantal armaturen (fors) daalt. Kunt u dit nader toelichten? Antwoord: In de tabel op pagina 43 is te zien dat in de jaren 2018 t/m 2022 een stabiel aantal lichtmasten en armaturen benoemd zijn. Deze aantallen zijn gebaseerd op het beleidsplan van Spie van 2013/2014, echter deze aantallen zijn helaas gedurende looptijd van dit beleidsplan niet geactualiseerd. Vandaar dat er in de periode 2022 naar 2023 ineens grote verschillen zichtbaar werden, dit heeft te maken met de actualisatie die nu wel heeft plaatsgevonden.
De hoeveelheden benoemd in de tabel voor het jaar 2023 zijn derhalve correct, vanaf nu wordt het wel bijgehouden en jaarlijks geactualiseerd. 23
Programma 3: Economie Vraag 1: pagina 47: de start van de uitvoeringswerkzaamheden Stationsomgeving is voorzien medio 2025. Kunt u dit nauwkeuriger aangeven aan welke periode concreet in dat jaar gedacht wordt? Antwoord: Op dit moment is nog geen exact tijdspad aan te geven. Het tijdspad is onder andere afhankelijk van afstemming met de stakeholders, waaronder de ZLSM. Daarnaast zijn de levertijden van de materialen en de portefeuille van de aannemer nu nog onvoldoende in te schatten. Vraag 2: pagina 49: de planuitwerking van het centrumgebied kern Simpelveld wordt in 2025 uitgewerkt. Wordt deze dan ook afgerond voor het eind van volgend jaar? Antwoord: Aan de planuitwerking van het centrumgebied is een meerjarig uitvoeringsprogramma gekoppeld. De uitvoering van dat programma is o.a. afhankelijk van de toekenning van twee subsidiebijdragen, die nodig zijn om de onrendabele toppen van de voorgenomen vastgoedontwikkeling af te dekken. Van de Stadregio Parkstad Limburg hebben we inmiddels het bericht ontvangen, dat vanuit de Regio Deal 2.0 voor de uitvoering van de herinrichting van het centrumgebied in de kern Simpelveld een bijdrage van € 675.000 is toegekend. Over de aanvraag voor de Specifieke Uitkering (SpUk) Impulsaanpak Winkelgebieden (IW) 2022 wordt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) eind 2024 een besluit genomen.
Indien ook de SpUk IW 2022-aanvraag wordt gehonoreerd, zal in 2025 met de ontwikkelende partijen een samenwerkingsovereenkomst worden afgesloten. Daarna volgt de start van de uitvoeringswerkzaamheden. De integrale aanpak van het projectgebied is gericht op een duurzaam herstel van het sociaal-economische klimaat, de lokale economie, de toeristisch-recreatieve sector, het versterken en borgen van de maatschappelijke cohesie, de leefbaarheid en veiligheid. Daarbij voorziet de gewenste toekomstige situatie in: - Een concentratie van winkels rond het Kloosterplein, de Marktstraat en de Markt met een doorsteek vanaf de Markt naar de Kloosterstraat, waardoor een compact en compleet winkelcircuit (kern winkelgebied) wordt gerealiseerd; - Nieuwe, betaalbare woningen voor diverse doelgroepen (jong en oud) en verduurzaming van de bestaande zwakke woningvoorraad (sociale huur) inclusief: o Een nieuwe combinatie van woningen en commerciële voorzieningen, op de plaats van het te verplaatsen tankstation; o Een nieuw wooncomplex met commerciële voorzieningen aan de Markstraat en uitbreiding van (openbare) parkeergelegenheid voor het bestaande winkelcentrum/kern winkelgebied; -Een herinrichting, vergroening en klimaatadaptatie van de openbare ruimte in het centrumgebied. Vraag 3:in de tabel kengetallen is het aantal toeristische overnachtingen fors toegenomen.
Is er een verklaring voor deze forse toename? Antwoord: Wij hebben die vraag kort nadat wij de aantallen van de BsGW ontvingen ook voorgelegd aan de BsGW. Het antwoord liet even op zich wachten waardoor wij in de jaarrekening deze aantallen ook al vermeld hebben. Gebleken is echter dat door de BsGW in een paar gevallen ambtshalve aanslagen zijn opgelegd omdat van betreffende ondernemer(s) geen aangifte is ontvangen. Deze aanslagen zijn naar verwachting te hoog, maar hebben wel het aantal toeristische overnachtingen vervuild. Omdat nog steeds geen duidelijkheid is over het werkelijk aantal overnachtingen hebben we, bij gebrek aan beter, vastgehouden aan het gemelde aantal. Naar verwachting zal er ná correctie nog steeds sprake zijn van een stijging. Daarvoor is geen gerichte verklaring te geven. Mogelijk dat de weersomstandigheden in 2023 relatief gunstig waren. Programma 4: Onderwijs Vraag 1: pagina 54: In 2024 is onderzocht wat de mogelijkheden zijn in het kader van het IKC Bocholtz. Zijn de resultaten daarvan al bekend ? Antwoord: Momenteel zijn onze partners onder begeleiding van de RO groep hier volop mee bezig. Onderstaand treft u de planning aan.
24
Programma 5: Sport, cultuur en recreatie Vraag 1: pagina 59: De opstart van het accommodatie beleidsplan is pas in 2026 voorzien. Waarvoor is er nu al een bedrag van € 50.000,- voorzien voor externe ondersteuning ? Antwoord: Zoals reeds in de begroting 2024 verwoord, is, om te komen tot een accommodatiebeleidsplan, externe expertise noodzakelijk. Het benodigde budget is vooralsnog geraamd op € 50.000 in 2026. Vraag 2: pagina 60: De nota cultureel erfgoed was al doorgeschoven naar 2024 maar zal nu pas in de loop van 2025 aangeboden worden aan de Raad. Mogen wij aannemen dat dit niet aan het eind van 2025 zal zijn? Antwoord: Vanwege ziekte van de opsteller van de nota is deze reeds uitgesteld naar 2025. Omdat wij niet tevreden zijn over de voortgang gaan we onderzoeken hoe dit verder aan te pakken zodat in ieder geval in 2025 de nota gereed is. Programma 6: Sociaal domein Vraag 1: pagina 69: Taakstelling statushouders, het blijkt dat er in 2024 in totaal 31 statushouders aan taakstelling is die gehuisvest dienen te worden. Is er t.g.v. de TGO opvang die medio oktober gerealiseerd wordt een uitruil mogelijk met andere gemeente(n) in de regio zodat de taakstelling vermindert? Antwoord: In principe is dit niet mogelijk. De asielopgave uit de Spreidingswet (TGO) en de taakstelling huisvesting statushouders zijn 2 aparte zaken.
We gaan wel met de andere gemeenten in Zuid-Limburg en de Provincie Limburg in overleg of er iets van uitruil mogelijk is. Vraag 2: pagina 71: Mede vanuit de inhoud gestuurde gemeenschappelijkheden tussen de drie gemeenten Brunssum, Kerkrade en Simpelveld wordt gezamenlijk het project ontwikkeltraject ambulant vormgegeven. Kunt U nader toelichten wat deze gemeenschappelijkheden zijn? Antwoord: Gemeente Brunssum en Kerkrade zijn net als gemeente Simpelveld aangesloten bij centrumgemeente Maastricht. Inhoudelijk vinden we elkaar in de uitwerking van de transformatie. We zetten in op preventie en gaan uit van het perspectief van de jeugdige. We richten ons op eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en samenredzaamheid. Daarnaast hanteren we het concept van positieve gezondheid. Doordat onze inhoudelijke visie grotendeels overeenkomt, evenals de wijze waarop wij deze visie uitvoeren (zoals via de toegang, consulenten, gedragswetenschappers, enzovoort), vormt dit een sterke basis voor samenwerking. Vraag 3: pagina 72: In de tabel kengetallen valt op dat het aantal uren maatschappelijk werk fors gedaald is in 2023 t.o.v. 2022. Is daar een verklaring voor te geven? Antwoord: De totaal uren van Impuls zijn ongewijzigd. Wel is er sprake van een verschuivingen tussen de diverse taakvelden (ouderen-, jongeren-, algemeen maatschappelijk- en schoolmaatschappelijk-werk).
Vraag 4: pagina 75: De geraamde huur restaurant gedeelte OP de Boor van €18.000,- kunnen wij niet plaatsen, kunt U deze nader toelichten? Antwoord: De huuropbrengst vanaf 2025 is ook geraamd in de meerjarenraming van de begroting 2024 en is derhalve ongewijzigd overgenomen. Op dit moment is er nog geen uitbater. Programma 7: Volksgezondheid en milieu Vraag 1: pagina 79: Thematiek wateroverlast/Water in Balans geeft u aan dat de werkgroep eind 2024 een voorkeursvariant heeft gemaakt en gepresenteerd aan de bewoners. Moet dit niet eind 2023 zijn? Antwoord: Dat klopt. Dit moet 2023 zijn. Vraag 2: pagina 81: U geeft aan dat er zo snel mogelijk een SMP moet worden opgesteld om met het 25
isolatieprogramma ( IVP ) te starten. In hoeverre is dit haalbaar gezien de overspannen marktvraag voor dit soort onderzoeken en wat zijn de mogelijke alternatieven? Antwoord: We zijn gestart met de uitvoering van het isolatie en verduurzamingsprogramma (IVP). Wel is een soortenmanagementplan (SMP) nodig om vanuit het IVP (spouw)muur en dakisolatie te kunnen blijven aanbieden. Er kan voor maximaal 3 jaar gebruik worden gemaakt van de landelijke lijn natuurvriendelijk isoleren (NVI). Deze staat toe dat een beperkt deel van de particuliere woningeigenaren (maximaal 6% per CBS buurt) voorgenoemde isolatiemaatregelen laat uitvoeren. Voorwaarde hierbij is dat de maatregel uitgevoerd wordt door een aannemer die natuurinclusief isoleert en dat de gemeente compenserende maatregelen treft. Het benodigde compensatieplan hiervoor wordt gezamenlijk met een ecoloog opgesteld. Uiteindelijk is het de bedoeling dat iedere gemeente in Nederland een gebiedsgerichte ontheffing heeft via een SMP. Alternatieven voor een SMP zijn er (nog) niet. Gezien de overspannen marktvraag blijft het realiseren van een SMP een uitdaging en daarmee ook een risico voor de uitvoering van het IVP. Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Vraag 1: pagina 89: De lokale ontwikkelkaart Simpelveld is/wordt momenteel uitgewerkt.
Wanneer is deze gereed en wordt deze gedeeld met de Raad? Antwoord: Om te voorkomen dat het openbaar maken van deze ontwikkelkaart Simpelveld een prijsopdrijvend effect heeft, waardoor mogelijke gebiedsontwikkelingen (nog meer) financieel onder druk komen te staan en in het ergste geval niet tot uitvoering komen, wordt deze ontwikkelkaart tijdens een vertrouwelijke bijeenkomst met de raad gedeeld (uiterlijk Q1/2025). Vraag 2: pagina 89: Wanneer dient het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma (wettelijke verplichting) uiterlijk vastgesteld te worden? Antwoord: De Wet versterking regie volkshuisvesting – die overigens nog niet in werking is getreden verplicht gemeenten tot het vaststellen van een volkshuisvestingsprogramma (i.p.v. woonvisie). Vanaf 2026 zou elke gemeente een volkshuisvestingsprogramma moeten hebben vastgesteld. Hoofdstuk 3: Paragrafen Paragraaf: Bedrijfsvoering Paragraaf: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Vraag 1: pagina 103: situatie Xonar en Mutsaersstichting. Is er nog een extra bijdrage van de gemeente aan de Mutsaersstichting te verwachten? Zo ja, over welke bedragen spreken we dan? Antwoord: Rond de jaarwisseling wordt er één samenhangend raadsvoorstel over de jeugdzorgaanbieders met financiële problemen naar de raad gebracht. De taskforce ‘systeemproblemen zorglandschap’, leveren een rapportage op in Q3.
Afwegingen van keuzes worden mede op basis van dit rapport gemaakt. Aandeel Zuid-limburg voor de Mutsaersstichting is 3,1 miljoen. Paragraaf: Financiering Paragraaf: Lokale heffingen Paragraaf: Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf: Grondbeleid Paragraaf: Verbonden partijen Paragraaf: Wet Open Overheid Hoofdstuk 4: Overzicht van baten en lasten Hoofdstuk 5: Uiteenzetting van de financiële positie Hoofdstuk 6: Overigen
26
Fractie LEEFBAAR Raadsvoorstel Aanbieding aan Raad Hoofdstuk 1: Algemeen Vraag 1: pagina 16 Graag wat meer informatie over de upgrade van de applicatie Key2burgerzaken, waarbij ingezoomd mag worden op de meerkosten die nu voor 4 jaar worden voorzien. Antwoord: Key2burgerzaken is een key-applicatie binnen onze organisatie. Dat wil zeggen dat we niet zonder deze applicatie kunnen. Het systeem zorgt er voor dat we onze rol als verantwoordelijke voor de basisregistratie personen goed kunnen uitvoeren. De huidige applicatie is erg verouderd. We zijn als gemeente Simpelveld nog 1 van de laatste gebruikers in Nederland. De upgrade naar Centric Burgerzaken is een SAAS oplossing. (Software as a Service). We gaan de Cloud in met het systeem en worden op die manier volledig ontzorgd door de leverancier. Dat zorgt er voor dat we na implementatie altijd de meest actuele versie van het programma hebben, updates en upgrades gaan automatisch. Hosting wordt verzorgd op een beveiligde Cloud omgeving bij Centric. Technisch applicatiebeheer en monitoring gebeurt ook bij Centric. Voor onze dienstverlening is het van belang dat we kunnen gebruik gaan maken van e-diensten. Hiermee kunnen we de inwoners van onze gemeente beter digitaal bedienen. Het systeem zal daarnaast gekoppeld moeten worden aan bestaande systemen zoals het zaaksysteem.
Dit levert een jaarlijkse meer kosten post op van € 34.250 euro. In dit bedrag is het volledige ontzorgen opgenomen voor alle modules die nodig zijn om de dienstverlening te garanderen en te verbeteren. De structurele financiële consequenties zijn als volgt: Offerte Centric (abonnementsprijs per jaar) € 47.250 Minder kosten PIT -/- € 5.000 Koppeling Djuma / Centric € 8.000 € 50.250 In de begroting is reeds een bedrag opgenomen van € 16.000. Tekort structurele kosten bedraagt derhalve € 34.250. Vraag 2: Blz. 18 Verbonden partijen Voor 2025 taakstelling voor alle GR gezamenlijk van 100.000 euro. Hoe is deze brief ontvangen door de GRen? Wat betekent gezamenlijk dat alle GR-en samen 100.000 euro moeten bezuinigingen? Zou het niet beter zijn om iedereen volgens een vast percentage van de omzet als taakstelling op te leggen. Proportionaliteitsprincipe Mag er van worden uitgegaan dat Parkstad-IT/Solido hiervan uitgezonderd wordt? Antwoord: De deelnemende gemeenten hebben de verbonden partijen schriftelijk verzocht om een bijdrage te leveren aan de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten staan. In welke mate de diverse verbonden partijen hun bijdrage kunnen leveren is op dit moment nog niet te zeggen. Het opgenomen bedrag van € 100.000 is derhalve op dit moment een stelpost.
Omdat deze taakstelling op dit moment nog niet ‘hard’ is, heeft de Provincie Limburg aangegeven dat deze taakstelling zal worden gecorrigeerd op het gepresenteerde begrotingssaldo. Dit laat onverlet dat het begrotingssaldo 2025, gecorrigeerd voor incidentele inkomsten en uitgaven, sluitend blijft. Parkstad-IT/Solido heeft deze brief ook van ons ontvangen. De gemeenschappelijke regelingen hebben op diverse wijzen gereageerd. In het algemeen staat men open om de dialoog aan te gaan om te bezien waar nog bezuinigingsmogelijkheden liggen. De BsGW heeft aangegeven, na uitvoering van het OOP (Ondernemings- en Ontwikkel Plan) en andere maatregelen, weinig andere mogelijkheden te zien dan het bekijken van de mogelijkheid om zgn. PIOFACH-taken met andere regelingen te bundelen. Rd4 en PIT hebben ambtelijke werkgroepen ingesteld. Bij andere regelingen als de Omgevingsdienst en de GGD worden gesprekken op directieniveau gepland. Vraag 3: Bladzijde 19 Investeringen Vervanging voetbalvelden. Zijn de genoemde bedragen dezelfde als in 2024 of heeft indexatie plaatsgevonden en zo ja waar is deze op gebaseerd? Zie ook bladzijde 63. Wanneer mag de Raad een nieuw voorstel van het College verwachten?
27
Antwoord: De bedragen zijn identiek aan het raadsbesluit van 22 juni 2023 en derhalve ook de bedragen zoals opgenomen in de begroting 2024. Er is derhalve geen sprake van indexatie, uitsluitend een verschuiving in jaren. Wanneer de raad een nieuw voorstel mag verwachten is op dit moment nog niet helder. Momenteel wordt een notitie met mogelijke scenario’s voorbereid. Vraag 4: pagina 20 Verondersteld mag worden dat het energieverbruik steeds voor rekening komt van de gebruiker van een accommodatie. Wij investeren fors in de verledding bij de tennisvereniging, verandert dit de huur of zijn de verdiensten voor deze vereniging? Antwoord: Het energieverbruik is voor rekening huurder. Voorliggende investering betreft een vervangingsinvestering. De huur wordt niet aangepast. Vraag 5: blz 21 Weerstandsvermogen Complimenten voor deze uitstekende score. Inderdaad is het van belang om structurele budgettaire risico’s te blijven dekken. Schuldpositie Zeer ongunstig. Tegenvallers moeten in toenemende mate met vreemd vermogen worden gefinancierd? Heeft het College een plan om deze ratio te verbeteren? In 2026 is het ravijnjaar waarbij de financiële positie van de Gemeente verder onder druk komt te staan zoals de structurele exploitatieruimte. Alles wat in 2025 nog kan worden verbeterd is meegenomen. Denk bijvoorbeeld ook aan verhoging taakstelling GR-en.
Antwoord: De verbetering van het financiële perspectief vormt de aanleiding voor het Plan van ombuigingen 2026 e.v. Daarbij worden de door u genoemde onderdelen mede geraakt. BELEIDSBEGROTING Hoofdstuk2: Programmaplan Programma 0: Bestuur Vraag 1: Bladzijde 29: Burgerparticipatie. Waarom wil het College de actualisatie van de nota Burgerparticipatie pas doorvoeren nadat de strategische visie en de dienstverleningsvisie beschikbaar is? Het College geeft zelf de wenselijkheid aan en aanpassing aan de jongste ontwikkelingen te zoeken. Kan dit proces niet parallel lopen? Antwoord: De verschillende visies liggen in elkaars verlengde. Daarom vinden we het belangrijk dat ze op elkaar aansluiten en kiezen we ervoor om dit stapsgewijs op te pakken. Dat neemt niet weg dat we burgerparticipatie ook nu al waar mogelijk formeel en informeel inzetten om inwoners en organisaties te betrekken. Vraag 2: pagina 31 Bij iets meer inwoners (54) daalt toch de bevolkingsdichtheid van 650 inwoners naar 649. Dat kan alleen als het grondgebied uitgebreid is! Antwoord: Het kengetal “bevolkingsdichtheid” wordt opgevraagd via www.waarstaatjegemeente.nl en bedraagt in 2022→ 650 en 2023 → 649.
Bij de berekening van de bevolkingsdichtheid door het CBS wordt uitgegaan van de bron “CBS-Bevolkingsontwikkeling en binnenlandse migratie per maand”, dat uitgaat van 10.425 inwoners in 2022 en 10.396 inwoners in 2023. Deze inwoneraantallen stemmen niet overeen met de inwoneraantallen uit ons BRP (10.338 inwoners per peildatum 1-1-2022 en 10.392 per peildatum 1-1-2023). Als gevolg van deze verschillen lijkt het alsof het Simpelveldse grondgebied uitgebreid is, terwijl dit niet zo is. Vraag 3: pagina Bladzijde 34 Wat zijn de risico’s De nieuwe organisatievisie kent blijkbaar financiële risico’s. Wat zijn die risico’s en kunnen die niet worden vermeden of geminimaliseerd? Antwoord: Dit risico is benoemd in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Als gevolg van de verdere doorontwikkeling en implementatie van de nieuwe organisatievisie kunnen zich onvoorziene kosten voordoen. Uiteraard is de inzet erop gericht om dit zoveel als mogelijk te voorkomen c.q. te beperken. Programma 1: Veiligheid Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat Programma 3: Economie Vraag 1: pagina Bladzijde 47 Project Vakantieresort Heuvelland Het college gaat er van uit dat binnen afzoenbare tijd meer duidelijkheid kan worden gegeven. Wat is 28
afzienbare tijd. Is uiterlijk eind 2024 bekend wat het standpunt is en daarmee de actuele stand van zaken? Dit is een belangrijke kwestie die prioriteit verdient. Het College zou hier een hardere opstelling en meer vastberadenheid kunnen tonen. Antwoord: Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van onze contractpartij om tot een ontwikkeling te komen. De gemeente heeft aan haar contractuele verplichtingen voldaan en kan onze partner hierin niet dwingen anders dan aansturen op contractontbinding met het gegeven dat dit de zaak niet oplost. Daarom heeft de gemeente ervoor gekozen om in gesprek te blijven, alternatieven samen te verkennen en te kijken wat nu wél mogelijk is met respect voor ieders positie. De tijden zijn veranderd en hierin lijkt nu een doorbraak te komen. Er is een serieuze partij in beeld die woningbouw in diverse typen en prijsklassen zou willen ontwikkelen. De gemeente staat hier in beginsel positief in. Hierover worden momenteel gesprekken gevoerd. Te denken valt o.a. aan het afronden van de huidige contracten en het stellen van voorwaarden in relatie tot de beoogde nieuwe ontwikkeling, Een harde datum noemen blijft lastig omdat het grotendeels het handelen van derden betreft.
Tegelijkertijd kan worden aangegeven dat de in beeld zijnde nieuwe partij zelf heeft aangegeven snel te willen doorpakken en dan kunt u inderdaad denken aan uiterlijk eind 2024. Vraag 2: pagina Bladzijde 49 Ontwikkeling Centrumvisie. Goede zaak dat College gaat deelnemen aan het Project Stratenaanpak Parkstad. Het is erg belangrijk voor het imago en uitstraling. Overweegt het College ook meer een actiever beleid te gaan voeren op grond en huizenverwering? Denk bijvoorbeeld aan de Gemeente Heerlen die zeer actief is met het kopen van leegstaande winkelpanden.. Antwoord: De uitvoering van de gebiedsvisie kern Simpelveld impliceert een actieve rol van de gemeente. O.a. op het gebied van het verwerven van vastgoed en het bouwrijp maken van gronden. Wij zullen hiertoe de noodzakelijke stappen zetten. Programma 4: Onderwijs Vraag 1: pagina Bladzijde 54 Internationaal Kind-Centrum Prima initiatief! Afhankelijk resultaten onderzoek worden verdere stappen onderzocht. Dit onderzoek heeft in 2024 plaatsgevonden. Wanneer worden resultaten van dit onderzoek verwacht. Nog dit jaar? Bedankt! Onderstaand treft u de schematisch planning aan rondom het IKC Bocholtz.
Programma 5: Sport, cultuur en recreatie Vraag 1: pagina Bladzijde 60: Cultureel Erfgoed Afronding nota Cultureel Erfgoed is al doorgeschoven naar 2024 en wordt nu opnieuw doorgeschoven naar 2025. Er wordt verwezen naar externe omstandigheden. Kan dit nader worden toegelicht? Blijkbaar heeft dit thema geen prioriteit. Kan toch een oplevertermijn worden genoemd, bijvoorbeeld Q-2? Antwoord: De externe omstandigheden hebben te maken met ziekte van de opsteller (inhuur) van de nota waardoor er vertraging is opgelopen. Aangezien we niet tevreden zijn over de voortgang gaan we verder kijken hoe we dit proces zo snel mogelijk weer actief opgepakt kunnen krijgen. Programma 6: Sociaal domein Vraag 1: Pagina 75: Er wordt rekening gehouden met geraamde huur voor Op de Boor? Waar komt deze huur 29
vandaan, is er een exploitant of is dit een misverstand? Antwoord: De huuropbrengst vanaf 2025 is ook geraamd in de meerjarenraming van de begroting 2024 en is derhalve ongewijzigd overgenomen. Op dit moment is er nog geen uitbater. Programma 7: Volksgezondheid en milieu Vraag 1: pagina Bladzijde 79 Thematiek Wateroverlast In de tekst staat dat eind 2024 de werkgroep Water in Balans een voorkeursvariant heeft opgeleverd en aan de bewoners heeft gepresenteerd. Dit moet waarschijnlijk 2023 zijn? Is de bestuurlijke besluitvorming nu afgerond en is gestart met de werven van de benodigde percelen en uitwerken verdere maartregelen? Graag informatie over de actuele stand van zaken. Antwoord: Het klopt dat het 2023 moet zijn in plaats van 2024. De bestuurlijke besluitvorming is nog niet afgerond. De voorkeursvariant is een rapportage die door het Waterschap Limburg is opgesteld. De rapportage is nog steeds niet als definitief vrijgegeven door het Waterschap Limburg. Pas als deze door het Waterschap Limburg wordt vrijgegeven, wordt het voorgelegd aan het college van B&W en wordt uw raad hierover geïnformeerd.
Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Vraag 1: Bladzijde 82 : Energiecoöperatie Kan het College een nadere indicatie geven wanneer het oprichtingsbestuur zijn werk heeft afgerond en het formele startsein kan worden gegeven? Antwoord: Medio oktober vindt een volgende bijeenkomst plaatst waarin door de groep gezamenlijke keuzes worden gemaakt over de vervolgstappen. Aan de hand hiervan kan nader worden bepaald wanneer een formele entiteit kan worden opgericht. Vraag 2 : Bladzijde91: Zorgcentrum Bocholtz Deze kwestie duurt ok al geruime tijd. Kan meer duidelijkheid worden gegeven over de resultaten van het onderzoek door Meander en Krijtland Wonen? Overweegt het College uiteindelijk een eigen aankoop als de patstelling voortduurt? Antwoord: Zoals in de Raadsinformatiebrief d.d. 18 juni 2024 is medegedeeld is door middel van een quickscan gebleken dat het verbouwscenario van de huidige complexen Schoolstraat en Kloosterhof voor woningcorporatie Krijtland Wonen financieel gezien niet haalbaar en verantwoord is (onrendabele top van ca. € 4.2 mln). In diezelfde RIB staat tevens vermeld dat, om toch grip te houden op het beoogde doel – het realiseren van kwalitatief, duurzame en betaalbare appartementen – het scenario wordt uitgewerkt waarbij de aankoop, sloop en bouwrijpfase door de gemeente Simpelveld wordt uitgevoerd.
De bouw en realisatie van het beoogde doel zou dan verder worden opgepakt door Krijtland Wonen. Dit sloop-nieuwbouw-scenario is verder uitgewerkt, waarbij dit project als deelproject van de regionale aanvraag Volkshuisvestingsfonds is ingediend. Het verkrijgen van die subsidiegelden is noodzakelijk voor het daadwerkelijk opstarten (= verwerving complexen) en welslagen van dit project. Vraag 3: pagina 92 In welk stadium van de bouw wordt een woning voor de WOZ aangemerkt als woning? Hoe wordt een onbewoonbare woning geregistreerd, b.v. Schilterstraat, Julianastraat, de Baan en Schoolstraat 30. Antwoord: Een onbebouwd perceel wordt op grondwaarde gewaardeerd, afhankelijk van aard en bestemming. Een woning wordt door de BsGW gedefinieerd als een object waarin men kan en mag wonen. Een woning in aanbouw is een woning die nog moet worden afgebouwd en nog niet bewoonbaar is. Om hiervan de woz-waarde te bepalen wordt gekeken rond het begin van het kalenderjaar gekeken naar de mate waarin de bouw gereed is gekomen. De woz-waarde wordt dan bepaald door de optelsom van grondwaarde plus het percentage gereed. Daarvoor gelden weer vaste percentages voor appartementen (10%, 25%, 60% en 100%) en voor woningen (20%, 40%, 60% en 100%). Hoofdstuk 3: Paragrafen Paragraaf: Bedrijfsvoering Vraag 1: Bladzijde 97 Complimenten voor de aanpak van het ziekteverzuim en de verzuimfrequentie.
Inspanning en aanpak van het College en de ambtelijke organisatie heeft succes gehad. Vraag over de formatie-invulling van de griffier. Deze staat op 1,11 vte. Dit impliceert dat de griffier blijkbaar structureel meer en langer werkt dan normaliter wordt verondersteld op basis van zijn takenpakket. Wij nemen aan dat hier sprake moet zijn van een tijdelijke situatie.. Blijft dit structureel of wordt dit in 2026 30
genormaliseerd? Antwoord: De griffie bestaat uit twee werknemers waarbij de griffier 0,83 fte en de secretariële ondersteuning 0,28 fte werkt. Dit is een aantal jaren geleden zo overeengekomen en zal ook in 2026 van toepassing zijn. Paragraaf: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Vraag 1: Het College gaat hier zeer verantwoord mee om waarvoor onze waardering. Bladzijde 103: Situatie Xonar en Mutsaerstichting Niet alleen een bevestiging dat bij de Jeugdzorg de problemen aanzienlijk zijn maar ook een resultaat van slecht financieel beheer zoals een onverantwoord laag weerstandsvermogen. Antwoord: Is geen vraag maar een opmerking. Vraag 2: pagina 103. Is het College al op de hoogte van het feit dat ook de zuid Limburgse gemeenten moeten bijdragen aan het verlies van de Mutsaerstichting? Antwoord: Dit besluit is vooralsnog niet genomen. Rond de jaarwisseling wordt er één samenhangend raadsvoorstel over de jeugdzorgaanbieders met financiële problemen naar de raad gebracht. De taskforce ‘systeemproblemen zorglandschap’, leveren een rapportage op in Q3. Afwegingen van keuzes worden mede op basis van dit rapport gemaakt. Aandeel Zuid-Limburg voor de Mutsaersstichting is 3,1 miljoen. Paragraaf: Financiering Paragraaf: Lokale heffingen Vraag 1: pagina 115 Verwacht wordt dat de opbrengst afvalstoffenheffing € 45.630 hoger uitkomt dan in 2024.