Vragen en antwoorden schriftelijke vragenronde programmabegroting 2025
Tekst van het document
Hoe is dat te verklaren bij een gelijkblijvend tarief? De toename kan niet verklaard worden door de groei van wooneenheden of meer ledigingen. Antwoord: Met betrekking tot de afvalstoffenheffing is afgesproken dat deze (maximaal) de kosten moet dekken. Die kosten komen voor 2025 € 45.630 hoger uit dan voor 2024 was berekend. Om deze kosten te dekken wordt gekeken naar het aantal verwachte ledigingen van restafvalcontainers (o.b.v. historische cijfers). De tarieven voor het ledigen van restafvalcontainers blijven inderdaad gelijk. Dat betekent dat de resterende kosten gedekt moeten worden door het vaste deel van de heffing. Voorgesteld wordt dan ook dit vaste tarief te verhogen van € 233,28 naar € 245,40. Vraag 2: pagina 120 Afspraak was dat de toeristenbelasting eens per 2 jaar werd verhoogd, onder meer om de ondernemers niet voortdurend op te zadelen met communicatie over nieuwe tarieven. Waarom is dit principe losgelaten? Daarnaast stijgt het tarief meer dan gebruikelijk. Antwoord: Afgesproken was inderdaad om het tarief eens in de twee jaar te verhogen. Gezien de financiële situatie voor 2025 en volgende jaren voor de gemeente én de tarieven in omliggende gemeenten, wordt voorgesteld het tarief, eenmalig, met € 0,20 te verhogen. Wij zijn in gemeenschappelijkheid aan zet om te komen tot maatregelen die resulteren in een structureel sluitende begroting.
Voor 2025 worden de maatregelen voorgesteld zoals op pagina 17 en 18 gepresenteerd. Daarbij horen ook enkele belastingmaatregelen. Het staat elke fractie vrij om alternatieven ter besluitvorming voor te leggen. Vraag 3: pagina 123 Stijgen de uitgaven voor stroom en onderhoud met 130.000 euro voornamelijk vanwege het nieuwe onderhoudsplan? Graag zien wij het stroomverbruik (net als in de jaarrekening) afzonderlijk vermeld. Antwoord: De raming is gebaseerd op de informatie uit het beleidsplan openbare verlichting 2024 t/m 2027 dat in de raadsvergadering van 8 mei jl. is vastgesteld. In het raadsvoorstel is de raming voor 2025 als volgt opgesteld: Kapitaallasten € 50.880 Onderhoud € 84.503 Energie € 53.420 € 188.803 Afronding € 1.197 Totaal € 190.000 De wijziging ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door een omissie in de gewijzigde begroting 2024. Dat zal via de berap najaar 2024 worden aangepast. Er is derhalve geen sprake van een stijging t.o.v. 2024. Paragraaf: Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf: Grondbeleid 31
Paragraaf: Verbonden partijen Paragraaf: Wet Open Overheid FINANCIELE BEGROTING Hoofdstuk 4: Overzicht van baten en lasten Hoofdstuk 5: Uiteenzetting van de financiële positie Vraag 1: pagina 165 Het lijkt ons minder consequent om de subsidies te indexeren aan de hand van CPI, terwijl de opbrengst OZB met 1,5% geïndexeerd wordt. Welke stijging wordt verwacht voor de subsidies en is het niet beter hier een voorzichtiger beleid te voeren? Antwoord: In de algemene subsidieverordening die op 9 december 2021 is vastgesteld is onderstaande passage opgenomen. Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De gemeenteraad stelt met de vaststelling van de gemeentebegroting de subsidieplafonds vast. 2. De subsidieplafonds in de gemeentebegroting alsmede subsidieverordeningen worden jaarlijks geïndexeerd. Op basis hiervan worden de subsidies jaarlijks geïndexeerd op basis van de CPI alle huishoudens. Voor in rekening te brengen huren wordt een vergelijkbare methodiek toegepast. Voor 2025 bedraagt de indexering 3,8%. Deze indexering staat derhalve los van de afgesproken vaste indexering van de OZB en andere belastingtarieven. Hoofdstuk 6: Overigen Algemene vraag; Is het College bereid nader te overwegen om bij de verschillende GR-en meer aandacht te vragen voor verantwoord financieel beheer en daarmee betere risicobeheersing en een hoger weerstandsvermogen.
Een hogere bezuinigingstaakstelling kan ook bedragen tot meer urgentiebesef bij een aantal GR-en. Antwoord: Het door u genoemde urgentiebesef hebben we proberen aan te kaarten middels de brief die alle gemeenschappelijke regelingen van ons hebben ontvangen. De meeste regelingen hebben hier ook, elk op haar eigen wijze, positief op gereageerd. Het aanhouden van weerstandsvermogen is in veel ambtelijke, maar ook bestuurlijke, overleggen onderwerp van discussie. Sommige gemeenten delen uw en onze mening dat het goed is om een weerstandsvermogen aan te houden. Andere gemeenten zijn van mening dat geen weerstandsvermogen aangehouden hoeft te worden, omdat de deelnemers financieel eindverantwoordelijk zijn.
32
Fractie CDA Simpelveld-Bocholtz Raadsvoorstel Aanbieding aan Raad Hoofdstuk 1: Algemeen Pagina 12: mooie, actuele foto! Antwoord: Is geen vraag, maar opmerking. Vraag 1: pagina 18 “Budget Omgevingswet: voor de uitvoering van de Omgevingswet is structureel €36.000 geraamd. Vooralsnog is het budget toereikend. Derhalve kan het beschikbare budget voor 2025 worden gehalveerd.” Kunt u deze redenering toelichten? Antwoord: Het jaarlijks beschikbare budget blijkt tot nu toe slechts beperkt te worden aangesproken. Derhalve is er sprake van een overschot op het budget. Vooralsnog voorzien we dat in 2025 het beschikbare budget ook niet geheel nodig zal zijn en dus een deels kan worden afgeraamd. Vraag 2: pagina 18 “Voorgesteld wordt om in 2025 een “pas op de plaats te maken” en de verdere verlaging achterwege te laten en het tarief 2024 voor 2025 te handhaven. Uit de op pagina 32 genoemde bedragen maken wij op dat de verdere verlaging van de hondenbelasting in 2026 hervat wordt. Klopt onze redenering (welke ook op pagina 117 is benoemd)? En welke beweegreden(en) liggen hier ten grondslag? Antwoord: Het klopt inderdaad dat alleen voor 2025 een pas op de plaats is gemaakt. Voor 2026 is de voortzetting van de verlaging/afschaffing wel geraamd. Wij zijn in gemeenschappelijkheid aan zet om te komen tot maatregelen die resulteren in een structureel sluitende begroting.
Voor 2025 worden de maatregelen voorgesteld zoals op pagina 17 en 18 gepresenteerd. Daarbij horen ook enkele belastingmaatregelen, zoals de maatregel m.b.t. de hondenbelasting. Vraag 3: pagina 19 Investeringen Programma 5. Sport en cultuur. Vervanging en renovatie voetbalvelden cf. raadsvoorstel juni 2023 We zien dat de investering verdeeld wordt over 2025 en 2026. Wat ligt aan de splitsing over 2 jaar ten grondslag? Waarom wordt het bedrag van juni 2023 opgenomen in de begroting? Antwoord: De splitsing komt overeen met de planning van de uitvoering conform het vigerende raadsbesluit, met dien verstande dat de planning een jaar is opgeschoven. Doordat de besluitvorming over de renovatie van de voetbalvelden door uw raad is aangehouden, is de oorspronkelijke planning 2024/2025 niet meer haalbaar. Derhalve is, in afwachting van definitieve besluitvorming, gekozen voor de verschuiving van de uitvoering naar 2025/2026. E.e.a. is uiteraard afhankelijk van wanneer en welk besluit hierover door uw raad wordt genomen. Door het opnemen van de investeringsbedragen is verzekerd dat in de meerjarenraming rekening is gehouden met de bijbehorende kapitaallasten. Vraag 4: pagina 20: De riool- en afvalstoffenheffing blijft 100%-kostendekkend. Voor de rioolheffing gaat deze heffing omhoog, alsmede ook het vast tarief van afvalstoffenheffing.
Waarom wordt het principe “de vervuiler betaald” niet toegepast? Dus de variabele kosten omhoog bij meer ledigingen bij het afval? En de rioolheffing bijvoorbeeld op basis van het aantal personen per huishouden? Zie ook paragraaf Lokale heffingen, pagina 114 onderaan. Antwoord: Bij de rioolheffing wordt geen rekening gehouden met het aantal personen van een huishouden omwille van de eenvoud in de uitvoering. Deze keuze is in het verleden gemaakt. Bij de afvalstoffenheffing zijn de variabele tarieven voor 2024 verhoogd onder het door u genoemde motto ‘de vervuiler betaalt’. Binnen het werkgebied van Rd4 streven wij zo veel mogelijk uniforme tarieven na. Dit is helder voor de inwoners, maakt communicatie makkelijker en voorkomt het shoppen met afval. Er is echter ook een verband tussen het verhogen van de variabele tarieven en het aangetroffen zwerfvuil en de kwaliteit van de aangeboden grondstoffen. Deze afweging maakt dat voor 2025 voorgesteld zal worden de variabele tarieven ongewijzigd te laten. BELEIDSBEGROTING Hoofdstuk2: Programmaplan Programma 0: Bestuur 33
Vraag 1: pagina 27 We zien dat bijna alle indicatoren gedaald zijn dan wel lager dan de score “Hoogste Parkstad.” Wat is de verklaring hiervoor? Antwoord: Het Burgeronderzoek is gebaseerd op enquêteonderzoek waarin de inwoners over allerlei onderwerpen zijn bevraagd. Dit betekent dat niet per se de feitelijke situatie, maar de beleving/perceptie ervan door de burger in beeld is gebracht. Het gaat hierbij dus om opvattingen, meningen en gerapporteerd gedrag, of anders gezegd: de werkelijkheid gezien door de ogen van de burger. Het is derhalve lastig hiervoor een verklaring te geven. De inspanningen zijn er uit op gericht de dienstverlening verder te optimaliseren. Programma 1: Veiligheid Vraag 1: pagina 39 Het aantal Zwaar verkeersongevallen zijn in 2023 9 maal. U geeft aan in de tabel dat niet te herleiden is of het (zwaar)gewonden of een dodelijk ongeval betreft.
Is er wel te herleiden welke locatie een gevaarlijke situatie is? Of welke oorzaken ten grondslag liggen voor deze ongevallen? Of dat het wandelaars/fietsers of motoren betreft? Zijn de knelpunten binnen onze gemeente bekend en zijn deze te verhelpen? Antwoord: Navraag bij de Brandweer Zuid Limburg heeft uitgewezen dat er over 4 ongevallen specifiekere informatie bekend is, te weten: 20-01-2023 HV Auto Stevensweg Bocholtz/ (wellicht te hoge snelheid, Avantis) → Heerlen 4-4-2023 Auto-ongeval Stevensweg Bocholtz/ geen beknelling (wellicht te hoge snelheid, ter hoogte Lisar) → Heerlen 28-5-2023 Auto bestelbus 3500 kg ongeval N281 Nijswillerweg Bocholtz ter hoogte van het tankstation → Provinciale weg N281 (Provincie). 11-9-2023 Ongeval St. Remigiusstraat Simpelveld gekantelde vrachtwagen geen beknelling De overige 5 zware verkeersongevallen zijn uit de beschikbare rapportage niet te herleiden naar een zwaar/gewonden/dodelijk ongeval. De ongevallen hebben derhalve geen betrekking op specifieke locaties binnen onze dorpskernen.
Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat Vraag 1: pagina 41 U geeft aan dat het voor zich spreekt dat een goede infrastructuur van cruciaal belang is voor de bereikbaarheid van Simpelveld en vanuit de omliggende gemeenten, maar ook voor de verbinding tussen de verschillende locaties binnen de gemeente (van toeristische elementen naar kernen en vica-versa). Spreekt het dan ook voor zich dat het buitengebied goed bereikbaar is voor het breder landbouwverkeer om te zorgen dat het beeldbepalende karakter van ons landschap die de toeristen trekt ook van cruciaal belang is? Waar kunnen we uit herleiden dat de wegen geschikt zijn/worden (en aangewezen gaan worden) voor het breder landbouwverkeer? Antwoord: Het spreekt voor zich dat wegen binnen de bebouwde kom van een hogere orde zijn dan wegen in het buitengebied. Bereikbaarheid van kernen zit vooral in het, daar waar mogelijk, aanleggen/onderhouden van wegen waar een bepaald aantal intensiteiten kunnen rijden in combinatie met beschikbare wegbreedtes. Voor landbouwvoertuigen geldt dat zij de afgelopen jaren veel breder zijn geworden. Elke agrariër kan ervoor kiezen om met bredere voertuigen te gaan rijden, echter dit houdt niet in dat de gemeentelijke wegen daarom verbreed dienen te worden. Wegen in het buitengebied hebben veelal een wegbreedte overeenkomend met de kadastrale grenzen die eigendom zijn van de gemeente.
Mocht er al een wens zijn om wegen in het buitengebied te verbreden, de aangelegen percelen zijn veelal geen eigendom van de gemeente en is verbreding derhalve ook niet mogelijk. Voor het kunnen onderhouden van (bestaande) wegen binnen de bebouwde kom, is veel geld noodzakelijk. Het onderhouden van wegen in het buitengebied, is conform het wegenbeheerplan, lager geprioriteerd. Kortom de wegen in het buitengebied zullen niet worden verbreed voor het (breder geworden) landbouwverkeer. Vraag 2: pagina 42 Wegbeheer. Uitvoering MUP-wegenbeheerplan 2020-2024 “Voor 2025 is de reconstructie van de Stampstraat, Puntelstraat, Kanthuisstraat, Nijswillerweg, Sint Nicolaasbergweg, Stevensweg en Pr. Hendrikstraat voorzien” In hoeverre betreft het onderhoud, en in hoeverre betreft het reconstructie? Wat houden deze in, en zijn er inmiddels al ontwerptekeningen van reconstructies bekend? Antwoord: Alle voornoemde wegen worden volledig gereconstrueerd. Dit houdt in dat de fundering en asfalt 34
volledig worden vervangen. Ook alle trottoirs worden vervangen. Daarnaast zal in een aantal straten het riool worden vervangen en zal er worden afgekoppeld (aanvullend regenwater riool aangelegd). Eind oktober 2024 wordt het bestek aanbesteed aan een aannemer. Daarna zijn de tekeningen via de griffier in te zien. Vraag 3: pagina 43 Uitvoering MUP “In 2024 is een integraal onderzoek in gang gezet naar de utilitaire en recreatieve fiets- en wandelnetwerken binnen de gemeente Simpelveld”. Zijn er inmiddels al eerste resultaten van het onderzoek bekend? Antwoord: Een ingenieursbureau heeft opdracht ontvangen om aan de slag te gaan met het Mobiliteitsplan. Een van de onderwerpen is de recreatieve fiets- en wandelnetwerken. De eerste resultaten zijn nog niet bekend en worden pas in 2025 verwacht. Programma 3: Economie Vraag 1: pagina 47 Vorige jaar gaf u aan in het Programmabegroting dat er onderzocht werd naar een ondernemersvereniging in Simpelveld. We lezen er in 2025 niets over. Kan dit vermeld worden bij het kopje “Stimuleren lokaal ondernemerschap?” Antwoord: Het onderzoek naar het oprichten van een nieuwe ondernemersvereniging in de kern Simpelveld is een particulier initiatief van twee lokale ondernemers. Over de stand van zaken van dit voornemen hebben wij van de initiatiefnemers nog geen formele terugkoppeling gehad.
Mocht blijken dat dit initiatief kansrijk is, zijn wij bereid dit in de berap voorjaar 2025 op te nemen onder het kopje ‘Stimuleren lokaal ondernemerschap’. Vraag 2: pagina 47 “Stimuleringsfonds startende ondernemers: Het aantrekken van nieuw ondernemerschap wordt daarnaast gestimuleerd met het aanbieden van actieve begeleiding van ondernemers, het soepel laten verlopen van diverse procedures en trajecten, die vaak een barrière vormen voor ondernemers om een zaak te openen en …..” Wat is het verschil tussen bestaande, vertrouwde ondernemers in relatie tot startende ondernemers? En is het mogelijk om deze regeling ook op te nemen om ondernemers te laten vernieuwen binnen hun onderneming? Antwoord: Aan de inhoudelijke uitwerking van het zogenaamde ‘Stimuleringsfonds startende ondernemers’ moet nog invulling worden gegeven. Zoals reeds eerder aangegeven, wordt het opstellen van de regeling als actiepunt in het uitvoeringsprogramma van de centrumvisie kern Simpelveld opgenomen. Vraag 3: pagina 48/49 Er is een vierde dimensie toegevoegd aan het focusgebied: transformatie Kloosterstraat en Dorpstraat. In de Dorpstraat en een deel van de Kloosterstraat zijn verschillende leegstaande winkelpanden. Deze straten behoren niet meer tot het toekomstige kernwinkelgebied. Er is in opdracht van de gemeente gesprekken gevoerd met diverse pandeigenaren in deze straten.
Betreffen dit pandeigenaren van leegstaande winkels? Zijn er ook gesprekken gevoerd met de huidige betrouwbare pandeigenaren die een zaak nog steeds (en willen) runnen? Immers de huidige pandeigenaren van bestaande winkels willen graag toekomst in hun straat. Antwoord: Met de eigenaren van een groot aantal panden in de Dorpstraat en Kloosterstraat zijn op initiatief van de gemeente gesprekken gevoerd. De gesprekken zijn niet alleen met pandeigenaren van leegstaande winkelpanden gevoerd, maar ook met eigenaren van panden, waar nog een winkel in is gevestigd. De transformatie van de Dorpstraat en (een deel van de) Kloosterstraat wordt alleen doorgevoerd als de pandeigenaren hiermee instemmen en hieraan hun medewerking verlenen. Vraag 3: pagina 49 Dit met als doel om te stimuleren dat leegstaande winkelpanden in een afgebakend gebied van de Dorpstraat en Kloosterstraat transformeren naar andersoortige functies. Wat is dan het effect op de huidige actieve winkelpanden/ondernemers? In welke mate/hoedanigheid vindt burgerparticipatie plaats (wat wilt burger)? Antwoord: De aanpak is drieledig: 1.Pandeigenaren een mogelijkheid bieden om aan hun vaak langjarig leegstaande pand een nieuwe (mogelijk) waardevollere bestemming te geven, door het winkelpand te transformeren in een woon- of kantoorpand; 35
2.Ondernemers meer kansen bieden om in een voor hun rendabelere omgeving hun zaak voort te zetten. 3.Klanten/burgers de mogelijkheid bieden in een prettige en compacte winkelomgeving hun boodschappen te doen. Zoals reeds aangegeven zal het wijzigen van de functie uitsluitend met instemming en medewerking van de pandeigenaren plaatsvinden. Vraag 4: pagina 49 In welke mate zou een ondernemersvereniging relevant zijn in deze transformatie? Antwoord: Een ondernemersvereniging kan een belangrijk klankbord voor de gemeente zijn. Zij kan optreden als intermediair tussen ondernemer en gemeente. Voorts kan een ondernemersvereniging een belangrijke rol spelen bij het toekomstbestendig houden en maken van het lokaal ondernemersveld. Programma 4: Onderwijs Vraag 1: pagina 53 De scholen zijn veranderd van leerscholen naar leefscholen. Bedoelt u hiermee aan te geven dat de leerdoelen minder relevant zijn en zelfs lagere/mindere leerdoelen zijn ten opzichte van voorheen? Of geeft u met deze zin aan dat naast het doel van leerschool ook leefschool een gelijkwaardige leerdoel heeft? Verklaar graag nader. Antwoord: De primaire functie van het onderwijs is om kinderen een brede basis te geven in kennis en vaardigheden die nodig zijn voor verdere ontwikkeling. Het doel is om leerlingen voor te bereiden op een toekomstige educatie en hun rol in de samenleving.
Dit wordt bereikt door cognitieve ontwikkeling (lezen, schrijven, rekenen) en sociale en emotionele ontwikkeling waarbij een gezonde leefstijl wordt gestimuleerd. Het één sluit het ander dus niet uit. Vraag 2: pagina 53 Het lukt de scholen echter niet om de lunches voor de leerlingen te verzorgen vanwege een tekort aan vrijwilligers en pedagogisch medewerkers. Is het niet mogelijk om via re-integratie-trajecten/andere projecten (stages) arbeidskrachten te realiseren? We hebben ook vernomen dat via de TGO in de gemeente Voerendaal zelfs vacatures zijn gevuld voor de buitendienst. Blijft de gemeente Simpelveld wel zoeken naar mogelijkheden of is het een gelopen race? Antwoord: Bij de nieuwe aanbesteding is met dit tekort rekening gehouden. Het eten wordt kant en klaar afgeleverd zodat er zo min mogelijk vrijwilligers aan te pas hoeven te komen. Programma 5: Sport, cultuur en recreatie Vraag 1: pagina 58, 2e tabel Hoe is het mogelijk dat 51% van de inwoners vindt dat in 2023 weinig cultuuraanbod is? Antwoord: Dit heeft uiteraard te maken met de vraagstelling. Verschillende culturele voorzieningen zoals bijv. een theater, een bioscoop etc. hebben wij niet in onze gemeente. Daarnaast zijn we vanaf 2023 gestart met nieuwe culturele activiteiten, zoals het Zomerfestival en Cultura Nova. Deze activiteiten zijn nog niet meegenomen in de cijfers over 2023.
Vraag 2: pagina 60 Casus Roekenkolonie Is er momenteel enige positieve ervaringen te melden van de bewoners? Wordt dit gemeten kwalitatief en kwantitatief? het voornemens is om de diverse werkzaamheden en ontmoedigingsmaatregelen conform ontheffing te continueren in 2025. Het is voornemens? Wanneer kan men van dit voorstel afgeweken worden? Antwoord: Afgelopen informatiebijeenkomst (7 mei jl.) hebben verscheidene bewoners van de Sterflat aangegeven minder overlast te ervaren. Dit wordt niet expliciet gemeten. De fractie van het CDA zou dit middels een initiatiefvoorstel ter discussie kunnen stellen. Voor verdere informatie omtrent het onderwerp ‘afwijken voorstel’ kunt u contact opnemen met de griffie. Compliment pagina 61: mooi de flora- en fauna mengsels. Antwoord: Bedankt voor uw compliment! Programma 6: Sociaal domein Vraag 1: pagina 66 Het aantal banen per 1.000 in de leeftijd 15-74 is een stuk lager in SPV tov NL. Het aantal personen met een bijstandsuitkering is daarnaast ook een stuk lager in SPV tov NL Het aantal lopende re-integratie voorzieningen is daarentegen een stuk hoger in SPV tov NL 36
Kunt u dit bovenstaande verklaren? Is dit niet tegenstrijdig? Antwoord: Dit is inderdaad tegenstrijdig en zal verder onderzocht moeten worden. Alleen op basis van de cijfers kunnen wij dit nu niet verklaren. Het betreft overigens verplichte indicatoren die we overnemen van www.waarstaatjegemeente.nl. Programma 7: Volksgezondheid en milieu Vraag 1: pagina 76 Door steeds meer mensen van buitenaf (zonder een oordeel te vellen), is de kans groter dat er andere en/of meer soorten infectieziektes zoals virussen/bacteriën/ed. komen. We missen volledig in deze begroting welke kosten gemaakt zouden worden om preventieve maatregelen te nemen om infectieziektes te voorkomen. Op welke wijze is de GGD of het Rijk (via algehele gezondheidsbevordering) hierbij betrokken? Antwoord: De corona-pandemie, de invasieve Groep A-streptokokken infectie en het monkeypox virus maken duidelijk dat infectieziektenuitbraken steeds vaker voorkomen. De GGD moet hier goed op voorbereid zijn. Om minder kwetsbaar te zijn bij een volgende grootschalige uitbraak bouwt de GGD met gemeenten en partners aan de pandemische paraatheid. Het ministerie van VWS geeft sinds 2023 extra financiële middelen aan GGD’en om de regionale infectieziektebestrijding (IZB) te versterken en beter toegerust te zijn op mogelijke toekomstige grote infectieziekte-uitbraken.
Middels deze VIP-financiering (Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische paraatheid) is de afgelopen 2 jaar gewerkt aan het versterken van de infectieziektebestrijding, verbetering van de monitoring en surveillance, uitbreiden van het wetenschappelijk onderzoek, meer bovenregionale samenwerking en het versneld opleiden van IZBprofessionals zoals artsen, VPK en Deskundige Infectieziektebestrijding. Vanaf 2025 worden deze extra financiële middelen vanuit het VIP programma structureel toegekend aan GGDZL. Dit is onderdeel van het meerjarenbeleidsplan 2024-2027 van de GGD Zuid-Limburg. Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Vraag 1: pagina 87 Mogen we concluderen dat we in de gemeente Simpelveld goedkopere woningsegment hebben en tevens hogere lasten? Kunt u verklaren? Antwoord: De waarde van woningen binnen onze gemeente ligt onder het landelijke gemiddelde. Dit zal deels te maken hebben met de samenstelling van de woningvoorraad. Maar dat heeft zeker ook te maken met de geografische ligging. De waardes van vergelijkbare woningen liggen elders, bijvoorbeeld in de Randstad, immers aanmerkelijk hoger. De gemeentelijke woonlastendruk is hoger dan het landelijk gemiddelde. Vraag 2: pagina 87 Er is slechts een score van 19% mbt tevredenheid voorzieningen jongeren.
Is deze score vanuit de jongeren zelf gegeven of ook andere geënquêteerde personen (bijvoorbeeld door ouderen/ouders vinden dat)? Hebben de jongeren zelf gereageerd op de enquête “Missen we voorzieningen in Simpelveld?” welke jongstleden in dr Troebadoer gepubliceerd (24/9/24 onder andere)? Hoe komen we aan een hogere score? Antwoord: Het burgeronderzoek is ingevuld door 309 inwoners van Simpelveld waaronder niet enkel jongeren. Op dit moment zijn we bezig met een inventarisatie van de voorziening die we missen. Zodra het overzicht compleet is zullen wij hier op terugkomen. Hoofdstuk 3: Paragrafen Paragraaf: Bedrijfsvoering Vraag 1: pagina 101 De post onvoorzien bedraagt slechts €1.000 per jaar. Is dit niet erg weinig? Was dit in het verleden voldoende begroot met €1.000 per jaar? Antwoord: In het verleden is ervoor gekozen om, in het kader van een strikt en bewust uitgavenbeleid, de ‘post onvoorzien’ af te schaffen. De Provincie verplicht echter het hebben van een ‘post onvoorzien’. Naar aanleiding hiervan is besloten om een beperkte ‘post onvoorzien’ van € 1.000 te ramen. Vraag 2: pagina 101/102 De incidentele weerstandscapaciteit, waaronder de Algemene reserve, staat wel heel erg summier omschreven. Dit terwijl een heel erg groot verloop is naar 2028.
Kunt u dit (nogmaals) verklaren? Antwoord: Het negatieve verloop van de incidentele weerstandscapaciteit wordt veroorzaakt door de negatieve begrotingssaldi vanaf 2026. Zoals onder het resumerend overzicht op pagina 102 staat vermeld is hierbij geen rekening gehouden met de uitkomsten van de ombuigingsoperatie. Hierdoor zal de algemene reserve en in het verlengde hiervan de weerstandscapaciteit gunstig worden beïnvloed. 37
Paragraaf: Weerstandsvermogen en risicobeheersing geen vragen Paragraaf: Financiering Vraag 1: pagina 112 Wanneer vinden er nieuwe rentepercentages plaats, met name leningnummer 40.00093508 met een rentepercentage van 5,130%. (Wanneer) kan deze lager? Antwoord: Rentepercentages zijn vast en kunnen niet tussentijds worden aangepast. Op de betreffende lening vindt in 2027 de laatste aflossing plaats. Paragraaf: Lokale heffingen Vraag 1: pagina 114 Zie onze eerder gestelde vraag bij Hoofdstuk 1, Vraag 4: pagina 20: Antwoord: Zie de beantwoording aldaar. Vraag 2: pagina 115 Welke beweegreden(en) liggen ten grondslag om gratis gft-afval op te halen, terwijl ook kosten vanuit de gemeente gemaakt worden (arbeid, machine-uurtarief, benzine, enz enz). Is deze post niet kostenneutraal? Waarom? Antwoord: De totale heffing van de afvalstoffenheffing dient als geheel kostenneutraal ofwel kostendekkend te zijn. Dat hoeft dus niet naar soort afval of afvalinzamelmiddel. Behalve Voerendaal en Eijsden-Margraten, heeft geen enkele deelnemer van Rd4 een tarief voor de lediging van een gft-container. De achterliggende gedachte is dat gft een grondstof voor compost is en daarmee zichzelf (grotendeels) terugverdient als bodemverbeteraar voor de Limburgse grond.
Door deze grondstofstroom gratis te houden voorkomen we dat er organisch materiaal in het restafval verdwijnt (ter vergelijk: in Voerendaal zit er +/- 10% meer organisch afval in het restafval dan in de gem. Simpelveld). Vergelijk dit ook met de gratis inzameling van oud papier en PMD. Vraag 3: pagina 115 De heffing wordt geheven op basis van een vast bedrag per perceel en dient ter dekking van de kosten die gemoeid zijn met de aanleg en het onderhoud van de riolering. Is dit per perceel of per huisnummer of kadastrale nummer? Kunt u me de verschillen uitleggen/beweegreden? Antwoord: De heffing wordt geheven per perceel. Dat is in de verordening vastgelegd in artikel 4. Elk perceel heeft weliswaar een eigen kadastraal nummer, maar niet altijd een huisnummer (bijv. indien onbebouwd). Als perceel kan worden aangemerkt een gebouwd maar ook een ongebouwd eigendom, maar ook samenstellen hiervan die bij elkaar horen. Dit is een heel praktische toepassing die goed uitvoerbaar is. Vraag 4: pagina 118 U geeft aan dat voor het jaar 2025 een bedrag van €115.000 is geraamd voor kwijtschelding (2024: € 115.000). Hoeveel personen en hoeveel huishoudens betreft dit? Wat is het verschil in euro’s als onze gemeente de landelijke richtlijnen volgt? Antwoord: Een verschil in euro’s als onze gemeente de landelijke richtlijnen zou volgen is niet te geven.
Immers, dat zou een studie op dossierniveau vergen om te kijken welke personen dan niet langer voor kwijtschelding in aanmerking zouden komen. Het aantal kwijtscheldingen (lees: aantal huishoudens) die voor kwijtschelding in aanmerking kwamen varieert jaarlijks rond 650 – 700. Een actueel cijfer over 2024 is nog niet te geven. Paragraaf: Onderhoud kapitaalgoederen Vraag 1: pagina 121 De kapitaalgoederen die onze gemeente beheert zijn rioleringen, (civieltechnische) kunstwerken, wegen, straatverlichting, groen en gebouwen. Valt onroerend goed er niet hieronder? Waarom? Antwoord: Onroerend goed komt ons inziens overeen met gebouwen en is derhalve in deze paragraaf benoemt. Indien u doelt op (landbouw)gronden dan zijn deze hier inderdaad niet benoemd, omdat deze in 1e instantie niet dienen voor het uitvoeren van gemeentelijke taken. De gemeentelijke landbouwgronden zijn langdurig verpacht. Paragraaf: Grondbeleid Paragraaf: Verbonden partijen Paragraaf: Wet Open Overheid FINANCIELE BEGROTING 38
Hoofdstuk 4: Overzicht van baten en lasten Hoofdstuk 5: Uiteenzetting van de financiële positie Hoofdstuk 6: Overige
39
Fractie Lokaal Actief.
Raadsvoorstel Aanbieding aan Raad Hoofdstuk 1: Algemeen Vraag 1: pagina 15. U vermeld een sluitende begroting voor het jaar 2025. Wat niet wordt vermeld is het feit dat de begroting slechts sluitend is door een onttrekking van €.791.000 aan de Algemene reserve. Waarom dit, zoals andere jaren gebruikelijk, niet hier vermeld maar pas op pagina 157 ? Antwoord: De uitname uit de algemene reserve van € 513.000 (korting algemene uitkering) is reeds besloten via de berap voorjaar 2024. De provincie Limburg heeft in haar aanvulling op de begrotingscirculaire 2025 aangegeven dat de eenmalige korting van het gemeentefonds op basis van de voorjaarnota, als een negatieve incidentele baat door gemeenten kan worden aangemerkt. Dit betreft een landelijke afspraak tussen Rijk, Provincies en gemeenten. Derhalve is de post van € 513.000 als incidenteel aan te merken. Ook de cofinanciering van het project De Baan van € 278.000 is eenmalig en derhalve incidenteel. Samen vormen zij het genoemde bedrag van € 791.000. Het zou voor het inzicht inderdaad beter zijn geweest om dit bij ‘Begroting in een opslag’ te vermelden. Vraag 2: pagina 18. Investerings - projectsubsidies. U stelt dat beschikbare budgetten kunnen worden beperkt. Welke projecten betreft dit, en welke bedragen zijn hiermee gemoeid.
Antwoord: Dit zijn 2 soorten subsidies waar verenigingen aanspraak op kunnen maken als zij voldoen aan de voorwaarden die aan deze subsidies gesteld worden. In de praktijk blijkt dat de aanvragen voor beide subsidies beperkt zijn. Derhalve is voor 2025 eenmalig een verlaging van het budget toegepast. Vraag 3 : pagina 18 OZB niet woningen. We verhogen tot het tarief van de Gemeente Voerendaal, maar welk tarief is dat ? Antwoord: Het tarief van de gemeente Voerendaal bedraagt momenteel 0,275487%. In een separaat voorstel zal hierop nog worden teruggekomen. BELEIDSBEGROTING Hoofdstuk2: Programmaplan Programma 0: Bestuur Vraag 1: pagina 29. Instellen Jeugdraad. Hoe is in 2024 vorm gegeven aan jeugdparticipatie / jeugdraad, en wat zijn de plannen voor 2025 ? Antwoord: Op dit moment is de jeugdraad in de opstartfase. Zodra er verbeterpunten uit de jeugdraad komen zal dit breed worden gecommuniceerd. Vraag 2: pagina 30. Meldingen openbare ruimte. Waarom komt het communicatieplan niet gelijktijdig met de implementatie van de nieuwe applicatie, om zodoende hiervan optimaal gebruik te kunnen maken om het aantal telefoontjes te verlagen ? Antwoord: Van andere gemeentes die zijn overgestapt op een nieuw meldingen openbare ruimte systeem hebben we vernomen dat na communicatie hierover een piek ontstaat in het aantal meldingen.
Een nieuw systeem is daarnaast, ondanks het eenvoudige gebruik, voor medewerkers wennen. Mogelijk zitten er ook nog kinderziektes in de applicatie of het ingerichte proces, die bij het in gebruik nemen aan het licht komen. Om de 40
piek niet tijdens de opstartperiode te creëren, starten we in eerste instantie met de aanpassing op onze website. Hier wordt de inwoner bij het doen van een melding in de openbare ruimte vanaf livegang doorgeleid naar de nieuwe applicatie. Tevens worden de meldingen die telefonisch, aan de balie of via e-mail worden gemeld in de nieuwe applicatie opgevoerd. Naar verwachting na 1-2 maanden zullen we actief communiceren over de nieuwe app om zo inwoners te stimuleren hiervan gebruik te maken. Daarna monitoren we de wijze van binnenkomst van meldingen en zullen we gericht blijven communiceren om het aantal telefoontjes steeds verder te verlagen. Programma 1: Veiligheid Vraag 1: pagina 38. BIBOB beleid. Wat is de streefdatum om het BIBOB beleid te hebben geactualiseerd ? Antwoord: Het streven is tweede helft van 2025. Hierin zijn we ook afhankelijk van de samenwerking en afstemming met de omliggende gemeenten. Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat
Programma 3: Economie Vraag 1: pagina 48. SpUK IW 2022. We hebben een aanvraag ingediend voor 1,8 miljoen euro. Is er al iets bekend over de toezegging hiervan ? Antwoord: Vanwege het groot aantal aanvragen heeft de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland de behandelingstermijn van de aanvraag met drie maanden verlengd. De beslissing op de aanvraag zal uiterlijk op 31 december 2024 bekend worden gemaakt. Vraag 2: pagina 49. Stratenaanpak Parkstad Limburg. Welke ander soortige functies worden bij de transformatie bedoeld. Antwoord: Behalve een woonfunctie kan aan de betreffende panden in de Dorpstraat en (een deel van de Kloosterstraat) ook een kantoorfunctie worden toegekend. Programma 4: Onderwijs Vraag 1: pagina 54. IKC Bocholtz. Realisatie zou al in augustus 2024 afgerond zijn, welke stappen worden er nu ondernomen ? Onderstaand treft u de huidige planning aan:
Programma 5: Sport, cultuur en recreatie
41
Programma 6: Sociaal domein Vraag 1: pagina 70. Project kleinschalige opvang. Wanneer worden de eerste bewoners geplaatst ? Antwoord: Op dit moment vindt geen kleinschalige opvang binnen onze gemeente plaats. Met betrekking tot deze vorm van opvang is afgesproken om de reeds gerealiseerde plekken voorlopig niet uit te breiden. In 2025 wordt deze afspraak geëvalueerd. Programma 7: Volksgezondheid en milieu Vraag 1: pagina 81. Isolatieproject Parkstad. Hoeveel personen hebben tot nog toe van deze regeling gebruik gemaakt ? Antwoord: In het voorjaar zijn we gestart met de pilot fase van het Isolatieproject Parkstad. Als onderdeel van de pilot zijn 47 woningen benaderd om deel te nemen aan het project. Een twintigtal eigenaar-bewoners hebben zich ingeschreven voor de eerste stap, namelijk het laten uitbrengen van een energiebespaarplan. Er zijn nog geen subsidies voor de uitvoering van maatregelen verstrekt (d.d. 02-10-2024). Vraag 2: pagina 82. Grootschalige energieopwekking. Stand van zaken ? Antwoord: De stand van zaken van de drie meest relevante opgaven op het gebied van grootschalige opwek: Zonne-energie In het kader van de energietransitie en het behalen van de RES doelstellingen heeft de gemeente Simpelveld de ambitie om 2x 5 ha zonneweide te realiseren. Er zijn enkele initiatieven voor mogelijke zonneweides binnen de gemeente, allen op landbouwgrond.
Echter heeft het kabinet in de kamerbrief 'Aangescherpte voorkeursvolgorde zon' van 26 oktober 2023, nieuwe richtlijnen gepubliceerd voor het vergunnen van zonneparken op landbouwgrond. In deze brief staat dat zonneparken op natuur- en landbouwgrond worden uitgesloten, tenzij zij voldoen aan een van de drie uitzonderingen. Voor de gemeente Simpelveld betekent dit dat de mogelijkheden voor grootschalige zonne-opwek op land nihil zijn. Momenteel wordt onderzocht of het mogelijk is dat een specifieke locatie binnen één van de drie uitzonderingen valt. Voor de grootschalige opwek van zonne-energie op grote daken binnen de gemeente lopen verschillende gesprekken over mogelijke initiatieven. Veel initiatieven lopen echter vast vanwege netcongestie. Doordat er onvoldoende capaciteit is op het elektriciteitsnet is het momenteel namelijk niet mogelijk om op grote schaal energie terug te leveren. Om de realisatie van zonnepanelen op daken toch te blijven stimuleren wordt momenteel gekeken naar andere mogelijkheden (zoals bijvoorbeeld de terug levering van energie middels een kleinverbruikaansluiting of de realisatie van energiehubs). Daarnaast wordt in Parkstad verband een stimuleringsaanpak voor zon op dak opgesteld. Windenergie Met de mogelijke komst van de Einsteintelescoop is in 2022 besloten dat Windproject Windenergie Parkstad Zuid niet gerealiseerd kan worden.
De gehele gemeente Simpelveld ligt binnen het uitsluitingsgebied van de Einsteintelescoop, waardoor grootschalige opwek van windenergie uitgesloten is. Echter wordt door zowel RWTH als Nikef onderzocht of er mitigerende maatregelen kunnen worden toegepast om de trillingen van een windturbine te beperken, zodat de trillingen geen invloed hebben op de Einsteintelescoop. De komende periode worden gesprekken met de Provincie ingepland om de kansen over de voorzetting van het project te bespreken. Energiebedrijf Parkstad heeft de ambitie om een Publiek Coöperatief Energiebedrijf (PCE Parkstad) op te richten met als doel om lokaal duurzame energie op te wekken en te leveren, tegen eerlijke en transparantie condities (“kostprijs+”), waarbij de lokale inwoners en bedrijven zelf kunnen meeprofiteren van de
42
opwek en levering van die duurzame energie. Er is een kwartiermaker aangesteld om te onderzoeken of een Energiebedrijf in Parkstad levensvatbaar is en welke condities hiervoor nodig zijn. Juli 2025 zal de haalbaarheid, budgettering en financiering van PCE Parkstad gerapporteerd worden en besloten worden over het vervolg. Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Vraag 1: pagina 90. Starterslening. Stand van zaken in deze, en de hoogte van het nog beschikbare budget ? Antwoord: Sinds de verhoging van de maximale aankoopsom naar € 245.00 en daarmee de verhoging van het maximale leenbedrag naar € 49.000 begin 2024, hebben wij 5 aanvragen voor een starterslening ontvangen. Hiervan zijn na zorgvuldige beoordeling door SVn uiteindelijk 2 toegekend. Het resterende budget bedraagt op het moment van schrijven ca. €30.000 (nb. Het bedrag is circa omdat tussentijds ook aflossingen plaatsvinden van de reeds verstrekte leningen). Vraag 2: pagina 90. Blijverslening. Hoeveel mensen hebben onder de huidige voorwaarden de afgelopen twee jaar gebruik gemaakt van deze lening. Antwoord: De gemeente Simpelveld maakt geen gebruik van het instrument ‘blijverslening’. Daarmee is het aantal mensen dat hiervan gebruik heeft gemaakt 0.
Hoofdstuk 3: Paragrafen Paragraaf: Bedrijfsvoering Paragraaf: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf: Financiering Paragraaf: Lokale heffingen Paragraaf: Onderhoud kapitaalgoederen Vraag 1: pagina 124. Onderhoud kapitaalgoederen gebouwen. Heeft de finetuning 2024 geresulteerd in onderhoud dat is doorgeschoven naar andere jaren ? Zo ja welke betreft dit dan. Antwoord: Het Mjop (meerjaren onderhoudsplanning) is een planning over 10 jaar. Het is en blijft een dynamisch proces. Er zijn diverse posten doorgeschoven naar 2025, omdat de onderhoudstoestand van het betreffende onderdeel nog in goed is, waardoor er op dit moment geen noodzaak is om het te onderhouden. Paragraaf: Grondbeleid Paragraaf: Verbonden partijen Paragraaf: Wet Open Overheid FINANCIELE BEGROTING Hoofdstuk 4: Overzicht van baten en lasten Hoofdstuk 5: Uiteenzetting van de financiële positie Hoofdstuk 6: Overigen
43