VII-7 Bijlage 1 RUD Aanbiedingsbrief ontwerpbegroting 2022, meerjarenraming 2023-2025.pdf
Tekst van het document
daarmee volgend op de
strategische (beleids)cyclus bij
strategische cyclus die
de latende organisaties blijft.
extern ligt. Het gevolg kan
Structureel
• Het DB zal een actieve rol moeten nemen bij bestuurlijk overleg.
Q
ciccQun*:<-mc'/
zijn dat beleid gemaakt wordt dat in de uitvoering risicovol of kostbaar is en niet kostendekkend kan * In het opdrachtgeversoverleg
worden uitgevoerd door
gezamenlijk bespreken KPI's
RUD.
b.Infor latie risico's
Indien vertrouwelijke
l
Wob
• De RUD zal zeer zorgvuldig moeten
Het risico van onvolledige
informatie publiek wordt
anonimisering in het kader van
gemaakt kan dit leiden tot
een Wob-verzoek.
schadeclaims van de
procesbeschrijvingen en de uitvoering
betrokken partijen.
van het proces moeten kloppen.
zijn in de informatie die zij verstrekt in Structureel
het kader van een WOB verzoek. De
5%
€ 20.000
€ 1.000
5%
€ 540.000
€ 27.000
• De RUD zal zeer zorgvuldig moeten omgaan met de verwerking van persoonsgevens Indien niet voldaan wordt
Medewerkers instrueren hoe om te
aan deAVG kan de risico van bestuurlijke
2
AVG
aansprakelijkheid bij niet voldoen
gaan met verwerken persoonsgegevens
Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen tot 4% van de omzet met een maximum van €20 miljoen
De RUD zal zeer zorgvuldig moeten Structureel
omgaan met de verwerking van persoonsgevens Bewerkersovereen komsten sluiten met harde garanties met eenieder die data in opdracht van de RUD Zuid-Limburg bewerkt, verwerkt of opslaat . Impact analyse privacyrisico's laten uitvoeren
Q
46
occountrancy
Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
3
Gezamenlijk gebruik database
Fouten in milieu belastende activiteiten (classificatie)
Onjuiste facturering
Structureel
20%
€ 100.000
€ 20.000
20%
€ 100.000
€ 20.000
5%
€ 100.000
€ 5.000
c. Imago risico's
l
Het risico dat de kwaliteit van
Onjuiste advisering kan
Onvoldoende kwaliteit
de producten niet voldoet aan
aanleiding zijn voor
geleverde producten
de verwachtingen van de
schadeclaims en/of
afnemers.
verminderde omzet.
• De RUD werkt met een Structureel
kwaliteitssysteem om te blijven voldoen aan de geldende wettelijke kwaliteitsnormen.
• Zie hierboven onder kwaliteitssysteem. Belangrijk is met name
2
Onjuiste advisering en besluitvorming RUD
Het risico dat adviezen en besluiten van de RUD niet juist blijken.
Onvoldoende kwaliteit kan aanleiding zijn voor schadeclaims en/of verminderde omzet.
de zorg voor het kapitaal van de RUD dat Structureel
bestaat uit deskundige medewerkers. Strategische personeelsplanning, individuele begeleiding personeel en voldoende aandacht voor met name opleidingsplannen.
47
Externe perceptie van
3
verantwoordelijkheid bij toezicht-taken
Indien RUD (ten onrechte)
• Communicatie met deelnemers in
Het risico dat RUD in zijn
wordt geassocieerd met
de GR over de verantwoordelijkheden en
toezichthoudende taak wordt
slechte kwaliteit en falend
bevoegdheden van elkaar en de risico's
gepercipieerd als
toezicht, kan dit
verantwoordelijk terwijl de
imagoschade tot gevolg
Structureel
en aansprakelijkheden die hieruit voortvloeien. Heldere communicatie naar
verantwoordelijkheid bij het
hebben. Dit kan aanleiding
bevoegd gezag ligt.
zijn voor schadeclaims
bevoegdheden en verantwoordelijkheden
en/of verminderde omzet.
van de RUD.
20%
€ 20.000
€ 4.000
20%
€ 10.000
€ 2.000
5%
€ 10.000
€500
5%
€ 10.000
€500
derden over de (grenzen aan) taken,
d. Materiële risico's
Het risico dat activa van RUD
l
Ongevallen activa
betrokken raken bij ongevallen waardoor het materieel beschadigd wordt.
• Zorgvuldige bewaring, transport,
Risico van herstelkosten
gebruik en administratie van kostbare
c.q. investeringen waarvoor geen
Structureel
begrotingsruimte
de toepassing hiervan. Nagaan of risico
ingecalculeerd is.
verzekerbaar is.
Risico van herstelkosten
2
Schade aan activa als gevolg van agressie
Het risico dat activa van RUD
c.q .investeringen
beschadigd wordt door
waarvoor geen
agressie bij klanten/relaties.
begrotingsruimte
apparatuur. Opstellen gebruikershandleidingen en toezicht op
• Instructie medewerkers om te gaan Structureel
met agressie de-escalerend te kunnen
optreden en altijd de eigen veiligheid voorop te stellen.
ingecalculeerd is.
• Zorgvuldige bewaring, transport, Risico van investeringen
3
Diefstal van activa
Het risico dat activa van RUD
waarvoor geen
worden ontvreemd.
begrotingsruimte ingecalculeerd is.
gebruik en administratie van kostbare Structureel
apparatuur. Opstellen gebruikershandleidingen en toezicht op de toepassing hiervan. Nagaan of risico verzekerbaar is.
e. Procedure risico's
concepts accaunrancy
Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
48
De arbeidsintensieve WOB-verzoeken en mogelijke dwangsommen
l
Term ijnoversch rijding procedures
Risico dat een procedure niet
• De RUD zal zeer zorgvuldig moeten
kunnen leiden tot
zijn in de termijnen die zij in acht neemt
binnen de gestelde wettelijke
onvoldoende dekking op
termijn kan worden afgerond
de begrote kostprijs van
procesbeschrijvingen en de uitvoering
het product met
van het proces moeten kloppen.
Structureel
in het kader van een WOB verzoek. De
50%
€ 1.260
€630
5%
€ 10.000
€500
20%
€20.000
€4.000
20%
€ 10.000
€ 2.000
exploitatieverlies voor RUD als gevolg.
De externe advieskosten Het risico dat specialistische
2
Procedure leidt tot duur
(juridische) kennis vereist is
juridisch advies
waarvoor extern advies ingewonnen moet worden.
kunnen leiden tot onvoldoende dekking op de begrote kostprijs van
• Kwaliteitssysteem, dat zorgvuldig Structureel
het product met
werken bevordert en waardoor fouten geminimaliseerd worden.
exploitatieverlies voor RUD als gevolg.
* Afspraken over uit te voeren
Het niet naleven van de Niet naleven afspraken
3
dienstverleningsovereenkomst a. RUD b. Deelnemers
Het risico dat naleving van de DVO's niet is geborgd.
werkzaamheden duidelijk vast leggen en
DVO's kan leiden tot imagoschade,
Structureel
schadeclaims en mogelijk
overeenstemming bereiken over werkprogramma. Via kwaliteitssysteem uitvoering borgen. * DVO van onbeperkte
verlies aan omzet
duur
Het risico dat geschillen
4
ontstaan inzake
Onvoldoende borging van
verantwoordelijkheid voor
de verantwoordelijkheid
• Heldere scheidslijnen proberen aan te brengen in de processen. Met name
Gedeelde
onregelmatigheden doordat
kan leiden tot
procesverantwoordelijkheid
de verantwoordelijkheden
imagoschade,
gedeeld worden tussen RUD
schadeclaims en mogelijk
gezag) en RUD. Hierover goede afspraken
en het betrokken bevoegd
verlies van omzet.
maken en deze ook vastleggen.
Structureel
rond de knip waar verantwoordelijkheden overgaan tussen deelnemer (het bevoegd
gezag.
iconcepts OCCOunTGnc-/
49
5
Registratie werk
Het risico dat de
Onvoldoende
dossiervorming en logboeken
dossiervorming en
onvoldoende zijn geborgd
kwaliteit kan leiden tot
waardoor de kwaliteit van
schadeclaims en/of
RUD in het geding komt.
verminderde omzet.
• Kwaliteitssysteem, dat zorgvuldig Structureel
werken ook op vlak dossiervorming bevordert en waardoor fouten
5%
€ 50.000
€ 2.500
5%
€40.000
€ 2.000
5%
€ 10.000
€500
50%
€40.000
€ 20.000
geminimaliseerd worden.
f. Aansprakelijkheidsrisico's
• Belangrijk is met name de zorg voor het kapitaal van de RUD dat bestaat uit
l
Optreden personeel
Het risico dat RUD
Het mogelijke gevolg is
aansprakelijk wordt gesteld
aansprakelijkheid die kan
naar aanleiding van
leiden tot imagoschade,
onzorgvuldig handelen van
schadeclaims en mogelijk
personeel.
verlies van omzet.
deskundige medewerkers. Strategische personeelsplanning, individuele Structureel
begeleiding personeel en voldoende aandacht voor met name opleidingsplannen. Ook met betrekking tot communicatie en integriteit. Verzekering tegen aansprakelijkheidsrisico's
Het risico dat rechtsgedingen
2
Claims uit rechtsgedingen
leiden tot een schadeclaim voor RU D.
Het gevolg kan een schadeclaim zijn die niet gedekt wordt door de
• Kwaliteitssysteem, dat zorgvuldig Structureel
verzekering van RUD.
werken bevordert (waaronder een goede dossieropbouw) en waardoor fouten geminimaliseerd worden.
g. Financiële risico's
Het risico dat de werkprogramma's qua
l
Uren in werkprogramma's niet
tijdsbesteding onjuist zijn
betrouwbaar
ingeschat waardoor de grondslag van de begroting van RUD onjuist is.
De exploitatie van RUD is
Incidenteel
niet kostendekkend. De
meerjarig in
werkorganisatie van RUD
eerste Jaren
zal hierop moeten worden
output
aangepast.
financiering
• Met behulp van het tijdschrijfsysteem nog beter in beeld brengen hoe de verdeling van de inrichtingen is. Met behulp van zaakgericht tijdschrijven inzicht verhogen ter verbetering werkprogramma's.
iconcepts occounrnncy
Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
50
Het risico dat de kosten van de ontwikkeling van
2
Kosten ontwikkeling ICT
noodzakelijke ICT-
voorzieningen
voorzieningen (voornamelijk software) groter zijn dan thans begroot.
Het risico dat de (vaste) kosten
3
Toenemende (vaste) kosten
van RUD toenemen tot een hoger niveau dan thans begroot.
Risico dat externe bureaus
4
Kostprijs versus verkooptarief
organisatie van RUD zal
organisatie van RUD zal
RUD, bijvoorbeeld inzake automatisering.
Structureel
hierop moeten worden
€ 125.000
€ 25.000
brengen en in volgende begroting
20%
€ 200.000
€ 40.000
20%
€ 10.000
€ 2.000
20%
€ 40.000
€ 8.000
20%
€ 100.000
€20.000
opnemen.
aangepast.
Werkprocessen zo efficiënt mogelijk
Het gevolg kan zijn dat de
van omzet als gevolg.
oplopende kosten voor de
20%
Vaste kosten periodiek in beeld
niet kostendekkend. De
klanten wegkapen bij de RUD
rijksoverheid
opstellen. Aansluiten bij regionale
De exploitatie van RUD is
concurrentie-positie
rijksoverheid leidt tot
voor komende 4jaar en actieplan aanbestedingen.
aangepast.
verslechtert met verlies
regeldruk vanuit de
Structureel
hierop moeten worden
beperktere dienstverlening)
Wijziging in regeldruk vanuit de
• Strategische ICT planning maken
niet kostendekkend. De
door lagere tarieven (voor
Het risico dat toenemende
5
De exploitatie van RUD is
vormgeven. Letten op personele omvang Structureel
optimaliseren.
De exploitatie van RUD is
• Veranderingen goed communiceren
niet kostendekkend. De organisatie van RUD zal
in relatie tot taakomvang. Werken met
flexibele schil om piek en dalbezetting te
Structureel
hierop moeten worden
naar de deelnemers en verwerken in de begroting. Opnemen in strategische ICT planning voor komende 2 jaar.
aangepast.
h. Letsel en veiligheidsrisico's/Arbo en arbeidsrisico's
Het risico dat werknemers
l
Risicodrager
arbeidsongeschikt raken met
arbeidsongeschiktheid
financiële gevolgen voor RUD inzake het eigen risico.
De exploitatie van RUD is
• Goede ziekteverzuimbegeleiding.
niet kostendekkend. De werkorganisatie van RUD zal hierop moeten worden aangepast.
Structureel
Bepalen hoe de werknemer kan blijven functioneren binnen de organisatie. Eventueel verzekering (stop loss).
concepts ciccaun'anc-.'
51
Het risico dat werknemers
2
Letselschade door arbeid
letselschade oplopen als gevolg van arbeid
Het mogelijke gevolg zijn schadeclaims of eigen risico's voor rekening en
• Instructie personeel, ter beschikking Structureel
stellen veiligheidsmiddelen voor
5%
€ 20.000
€ 1.000
20%
€ 80.000
€ 16.000
5%
€ 50.000
€ 2.500
5%
€ 80.000
€4.000
persoonlijke bescherming. Verzekeren.
risico van RUD.
i. Personeelsrisico's
Het risico van onvoldoende
l
Niet voldoende herkenbaar zijn
bekendheid en herkenbaarheid door matige communicatie.
Onvoldoende
• De RUD dient aandacht te besteden
herkenbaarheid en bekendheid kan leiden tot
Structureel
verlies aan mogelijke
aan haar communicatie om haar tot een vanzelfsprekende kandidaat werkgever te maken op haar expertise gebied.
omzet.
• Door betrokkenheid personeel Het risico van ziekteverzuim
2
Ziekteverzuim en doorbetaling loonkosten
De exploitatie van RUD is
zorgen voor laag ziekteverzuim. Door middel van goede
met doorbetaling van
niet kostendekkend. De
loonkosten en kosten van
werkorganisatie van RUD
mogelijke tijdelijke vervanging
zal hierop moeten worden
mogelijk beperken en re-integratie
(inhuur).
aangepast.
bevorderen. Opvangen middels inhuur als
Structureel
ziekteverzuimbegeleiding ziekteproces zo
andere mogelijkheden zijn uitgeput.
De opleidingskosten zijn Het risico dat de kosten van
3
Bijscholing medewerkers
hoger dan begroot en
bijscholing en opleiding hoger
kunnen niet betaald
zijn dan de begrote
worden uit de reguliere
(norm)kosten van 2% van de
exploitatie of
loonsom.
ontwikkelbegroting van
Structureel
• Jaarlijks opstellen opleidingsplan
RUD.
iconcepts occounrancy
Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
52
• Op basis van strategisch opleidingsplan nagaan hoe opleidingen zo voordelig mogelijk gerealiseerd kunnen
worden (bijvoorbeeld middels in huis trainingen)
Het gevolg kan zijn dat
bijscholing en/of inhuur noodzakelijk is om de verloren kennis op te • Middels strategische
vangen.
personeelsplanning zoveel mogelijk vooruitkijken naar natuurlijke uitstroom
Het risico dat RUD essentiële
4
Kennisverlies als gevolg van
en waardevolle kennis verliest
uitstroom van medewerkers
als gevolg van uitstroom van medewerkers.
en opvolgers klaarstomen via persoonlijk Structureel
ontwikkelplan. Hierdoor verminderen
De kosten van deze
kennis uitstroom. Bij jonge medewerkers
opleiding of inhuur
is dit moeilijker te voorzien. Middels goed
kunnen niet gedekt
personeelsbeleid mensen binden aan de
worden uit de reguliere
organisatie.
20%
€20.000
€4.000
50%
€ 40.000
€20.000
€ 2.636.260
€ 524.630
exploitatie van RUD.
Het risico dat substantiële kosten verbonden zijn aan het aantrekken van nieuwe
4 Vervangbaarheid medewerkers
medewerkers in relatie tot de verwachte hoge gemiddelde
leeftijd van het personeelsbestand van RU D.
De wervings- en opleidingskosten zijn hoger dan begroeten kunnen niet gedekt
Structureel
• zie vorige
worden uit de reguliere exploitatie van RUD.
Qconcepts
53
concepts Q-Concepts Accountancy B.V.
.',:'
1-.
;,,,
[^
'.l
y..'^
.
l\,
.,
.
.'-1-11'..,
^..p.^i.1
—l
••—.•,.,:|
^„
.
_
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT i L , i LU !.l . l .'l - H l ^L'L: L. 'T...' ^,CS ' Lr
Aan: het algemeen bestuur van RUD Zuid-Limburg
A. Verklaring over de in het jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020 Ons oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2020 van RUD Zuid-Limburg te Maastricht gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van RUD
Zuid-Limburg op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder de verordeningen van RUD Zuid-Limburg, zoals opgenomen in het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur. De jaarrekening bestaat uit:
l. de balans per 31 december 2020; 2. het overzicht van baten en lasten over 2020; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; en 4. de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door de het algemeen bestuur van RUD Zuid-Limburg en het
Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2020 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'.
Wij zijn onafhankelijk van RUD Zuid-Limburg zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht
relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
concepts -icr-t.n-K it-cji ir-v. int [--'('il n ^) l . n-K/iL'^
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met de Regeling Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid l, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen
als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op EUR 125.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid l Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteits-
voorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in de Regeling Controleprotocol WNT 2020. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde materiële afwijkingen rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn. B. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie,
die bestaat uit: het jaarverslag, waaronder de programmarekening en de paragrafen. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV.
ep neepts accaunl-ancy, mt.er'iin eri <3L)vi^l=>
Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder de verordeningen van RUD Zuid-Limburg, zoals opgenomen in het controleprotocol dat is vastgesteld door de algemeen bestuur.
In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico's vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico's kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van
financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het
mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fouten of fraude en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur, de Regeling Controleprotocol WNT 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: • het identificeren en inschatten van de risico's
o dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, o dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico's bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij
fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
concepts .-iLC-uunt ,K icv, ir ti ui'nu (-n ,)f)vii_"-,
• het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van
de interne beheersing van uw gemeenschappelijke regeling; • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving,
de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; • het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeen-
schappelijke regeling in staat is de risico's vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico's kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe
leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico's niet kan opvangen; • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen. Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. 's-Hertogenbosch, 26 maart 2021 Q-Concepts Accountancy B.V.
Origineel getekend door drs.E.E.T.M.KalnenekRA
Programmabegroting 2022 Meerjarenraming 2023-2025
RUD Zuid-Limburg
Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
Zm'i/Limburg
Begroting 2022
Inhoud 1.
Inleiding
3
1.1. Begroting en koers in 2022 in één oogopslag.......................................................................... 3 1.2. Opgaven RUD Zuid-Limburg.................................................................................................... 4
1.3. Omgevingswet.......................................................................................................................... 7
1.4. Ontwikkelingen RUDZuid-Limburg.......................................................................................... 9 1.5. De financiële effecten in één oogopslag................................................................................ 13
2. Beheer van de RUD Zuid-Limburg 13 2.1. Vergunningen......................................................................................................................... 14
2.2. Milieutoezicht en Veiligheid.................................................................................................... 15 2.3. Specialistisch en Juridisch toezicht........................................................................................ 16 2.4. Advies en onderzoek.............................................................................................................. 16
3.
Financieel
16
3.1.
Lasten.....................................................................................................................................
18
3.2.
Baten......................................................................................................................................
19
4.
Verplichte
paragrafen
21
4.1. Lokale heffingen..................................................................................................................... 21
4.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing............................................................................ 21 4.3. Onderhoud Kapitaalgoederen................................................................................................ 23 4.4. Financiering............................................................................................................................ 24
4.4.1. Algemene ontwikkelingen ...................................................................................................... 24
4.4.2. Risicobeheer.......................................................................................................................... 24
4.4.3. Renterisicobeheer.................................................................................................................. 24
4.4.4. Kasgeldlimiet.......................................................................................................................... 24
5.
Bedrijfsvoering
26
5.1. Capaciteitsbeleid.................................................................................................................... 26
5.2. Personeel-en organisatiebeleid............................................................................................. 26 5.3. Kwaliteitsbeleid......................................................................................................................^?
5.4. Huisvesting............................................................................................................................^/ 5.5. Verbonden partijen................................................................................................................. 27
5.6. Het financieel kader voor 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025 .............................. 28 5.7. Geplande investeringen in de periode 2022-2025................................................................. 29
6.
Bijlagen
30
6.1. Tarievenoverzicht................................................................................................................... 30
6.2. Bijdrage per deelnemer.......................................................................................................... 31
6.3. Overzicht werkprogramma's 2021 ......................................................................................... 32 6.4. Lijst met afkortingen............................................................................................................... 49
Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
g' 3
(Q
BEGROTING EN KOERS 2022 IN ÉÉN OOGOPSLAG
73
c o N c Q. l—
m (D
CHMO Zuld-Umburg buixtoH k«nnll. taind» «n up.duH. Dit dom «n In opdracht —n d< pnvlnd* Umburg •n I» a«m««nfn In d» ZuM-UmbuiB- llto.W. vo.r.n In opdracht van du» partl^n wtflljke ukm voor r ut en •dvlrnn d—maut owr
3
(Q
(O
3 (D (D
(Q
n.lll.uuken. Dit do«n w 10 «nidtnt mog.lljk. Otn »hu«l a«rft ««n mwilcht »«n
a.
ont wrk In 2022 «n mn de koïten wnn.
0-
c
(O
N o N
y ö (D
w
Het totaalbedrag van de begroüng [t € 13.6 miljoen. Het grootrte de<l bestaat uit personeelskosten: € 11.8 miljoen.
N o M ho
Verdeeld over de activiteiten gaat de begroting naar:
Specialistisch en Juridisch toezicht 3.0
m' (D< In 2020 is een
tiessasiv»aKis\^
o o (Q
project BOA
(induslefluipltaalkisten, onderhoudslatten en verbrulksgoederen).
gestart (0,5 fte).
o m M
De BOA houdt
•p
toezicht op en
Bijdragen (in miljcxïncn) zijn gebaseerd op
handhaaft in
afgesproken werkprogramma's. Er is dus
milieuzaken. Het
zoveel mogelijk sprake van maatwerk.
<Q
Deze bijdfagw zijn exclusief de kapHaallosten. onderhoudslasren kopitaaigoeüeren en kositn van verbrulksgocderen deze worden één op één doorbelast
M Q. O
Q (D 'P M o- Ü. CD Q.
II Ko
ii
3 CQ 3 53' (ö " 3 CD Q) 01
(Q
s
(Q
ZniiiUmbuTQ
Begroting 2022
1.2. Opgaven RUD Zuid-Limburg Ten tijde van het opstellen van deze begroting beheerst het coronavirus ons nieuws. Er zijn diverse maatregelen van kracht om de - verdere - verspreiding van het virus een halt toe te roepen. Positief is dat het vaccineren van de bevolking is begonnen. De landelijke vaccinatiestrategie voorziet in een tijdschema tot aan het vierde kwartaal 2021. Voor het jaar 2022 gaan wij er daarom van uit dat onze mobiliteit weer op het niveau als van voor de coronacrisis is. Gehoor gevend aan de oproep van het - demissionaire - kabinet, werken wij sinds maart 2020 tot nu toe zoveel mogelijk thuis. Onze toezichthouders blijven toezicht houden, waar mogelijk digitaal en administratief, maar fysieke inspecties blijven ook nodig. Deze fysieke controles worden op een verstandige en veilige manier gedaan, met inachtneming van de landelijke regels en RIVM-richtlijnen.
Onze opgaven voor de periode 2021 - 2025 heeft het Algemeen Bestuur vastgesteld op 9 december 2020 in de 'Toekomstagenda'. In deze agenda zijn strategische doelen en de weg er naar toe gekoppeld. De agenda is in 2020 tot stand gekomen aan de hand van documentstudie en ruim 50 interviews met leden van het algemeen en dagelijks bestuur, gemeenteraden, een delegatie van Provinciale Staten, ambtelijke contactpersonen, managementteam, medewerkers, ondernemingsraad en onze overige stakeholders. Vastgesteld is dat er een aantal onderwerpen is, die overal worden herkend en erkend als dé thema's die van groot belang zijn voor de ontwikkeling van de dienst. De zeven thema's zijn: 1. Het voeren van een strategische discussie over koers: uitvoeringsdienst of omgevingsdienst; 2. Een verkennende pilot verdergaande samenwerking gemeenten - RUD Zuid-Limburg starten, op voorwaarde van voldoende interesse; 3. Groeien naar partnerschap, met als instrumenten: a. een programma om de politiek-bestuurlijke sensitiviteit te vergroten voor alle niveaus binnen de
dienst; b. het inrichten en inbedden van een communicatiefunctie gericht op stakeholders, met als speciale doelgroep gemeenteraadsleden en leden Provinciale Staten; c. het versterken van relatiemanagement;
4. Positionering/zichtbaarheid van de dienst; 5. Interne ontschotting, om de organisatie nog integraler, efficiënter en effectiever te maken, ook richting invoering van de Omgevingswet; 6. Het zijn van een aantrekkelijke werkgever; 7. RUD Zuid-Limburg als Kenniscentrum.
Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
Znii/Limburg
Begroting 2022
De planning om deze zeven thema's op te pakken, uit te werken en te implementeren is in onderstaand schema opgenomen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de meer strategische onderdelen en een aantal tactisch-uitvoerende thema's, waarbij tevens het eigenaarschap van een thema is aangegeven Eigenaarschap bij het bestuur
2021 Ql
Thema's
Q2
2022
Q3 | 04
2023
Q1 l Q2|Q3 l Q4
Q1 | Q2 | Q3
2024 Q4
01
Q2
Q4
Ql
Q2
Q3
Q4
Discussie koers RUD Pilot verdergaande samenwerking Positionering en zichtbaartieid RUD als kenruscentnjm
Eigenaarschap bij de organisatie
2022
2021 Ql
Thema's
Q2
Q3
Q4
Q1
02
Q3
2023 Q4
Ql
Q2
Q3
2024 03
04
Groeien naar partnerschap Politieke sensitiviteit Communicatie Relaïemanagement Interne ontschotting Aantrekkelijk werkgeverschap
•
Voorberei di ngsf.ssé
Start Implementaüe Geïniplementêitrd ftn
vraagt blijvende aandacht Evaluatie
A/.B. Het Onderwerp Bestuurlijke/politieke sensitiviteit is ten opzichte van de planning in de Toekomstagenda, naar voren gehaald.
Naast deze meerjarige opgaven geldt dat wij blijvend ons optimaal en betrouwbaar inzetten voor de uitvoering van de ingebrachte VTH-taken (VTH: Vergunningen, Toezicht en Handhaving). Een werkveld waar de digitale ontwikkelingen snel zijn en ook veel kansen bieden om te transformeren naar een breed inzetbare dienst. In 2022 zullen wij de aanbevelingen van het onderzoeksrapport Assessment interne organisatie en beheersinstrumentarium RUD Zuid-Limburg van EY verder implementeren. Dit onderzoeksrapport van
oktober 2020 is het eindproduct van de beslissing van het dagelijks bestuur tot het laten uitvoeren van een operational audit op het proces van dejaarstukken. De onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat het gezamenlijk beheersinstrumentarium van de organisatie afdoende is om een tijdige en betrouwbare informatievoorziening mogelijk te maken. De informatievoorziening is de afgelopen jaren steeds verder verbeterd. Dit betekent echter niet dat er geen verbeteringen meer mogelijk zijn. Deze verbeteringen richten zich met name op de communicatie van de financiële informatievoorziening en dienstverlening. De doorontwikkeling van de informatievoorziening richting onze opdrachtgevers is ingezet en zal in 2021 en 2022 verder zijn beslag krijgen. Voor zover wij nu kunnen inschatten zijn er geen financiële consequenties als gevolg van het opvolgen van de aanbevelingen. Waar enerzijds bijvoorbeeld het rapportageproces met hulp
van IT efficiënter moet worden gemaakt, staat anderzijds daar tegenover dat de vrijgemaakte tijd en middelen worden aangewend voor verhoging van de kwaliteit en informatiewaarde van de (overige) rapportages.
Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
.Zuid imburg
Begroting 2022
De aanbevelingen voor de bedrijfsvoering zijn gerubriceerd weergegeven in het navolgende schema.
2021
2022
2024
2023
Onderwerp |Q1 |Q2 |Q3|Q4|Q1 | Q2 | Q3 | Q4 |Q1 |Q2
Q3
Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
Doelstellingen RUD i.r.l naco's
Risico-brainstormsessie/ nslcomatnx
Versterken kwalitatieve informatie werkprogramma's Kwaliteit rapportages, ind. interne toets/input controller
•
Rapportageproces, i.r.t IT Productcatalogus (uren,
(gediffereniteerde tarieven, Ow) Uitdiepen mutaties begrotingen en verschillen resultaat en begroting
Referentiekader meten effectiviteit Arbeidsmarktcommunicatie i.rt. aantr. weritgeverschap Verhogen organisatiesensrtivitert en samenwerking Lrt groeien naar partnersch3p
Voorbereidingsfase
Start Overieg deelnemers ImplementaUe
•
Geïmplementeerd en vraagt blijvende aandacht Evaluatie
Begin 2021 is het artikel 217a Provinciewet-rapport 'Op afstand maar in verbinding' aan het dagelijks bestuur gezonden. Een dergelijk artikel 217a Provinciewet-rapport is een schriftelijk verslag van gedeputeerde staten aan provinciale staten over de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door gedeputeerde staten gevoerde bestuur met betrekking tot een bepaald onderwerp. In dit rapport is de focus gelegd op de opdrachtgeveropdrachtnemerrelatie van de provincie Limburg en de RUD Zuid-Limburg. De provincie Limburg concludeert dat deze relatie door beide organisaties, in nauwe samenspraak en met een gezamenlijke verantwoordelijkheid, verder geprofessionaliseerd moet worden. Voorde professionalisering van deze relatie zijn verschillende aanbevelingen gedaan voor de provinciale organisatie, en enkele richten zich, via dialoog, tot de RUD Zuid-Limburg. Deze aanbevelingen zijn waardevol en deze gaan wij ook opvolgen. De aanbevelingen uit het provinciale rapport hebben raakvlakken/overlap met de thema's uit de Toekomstagenda en de ontwikkelpunten uit het EY-rapport.
Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
Zini/Limburg
Begroting 2022
Raakvlakken aanbevelingen 'Op afstand maar in verbinding' met de Toekomstagenda en het EY-rapport.
2021 Onderwerp
2022
Q1 l Q2 | Q3 l Q4 | Ql | Q2|Q3 l Q4
2023 Q1
Q2
Q3
2024 Q4
Ql
Q2
Q3
Q4
Herortëntaüe taak- en rolopvatting in relatie tot de Toekomstagenda (relatie Toekomstagenda: discussie koers RUD) Investeer in ontwikkeling competenties bestuurlijke sensiüviteit en omgevingsbewustzijn (relatie Toekomstagenda: groeien naar partnerschap en interne ontschotting) In beeld brengen kwalitatieve personele vervanglngsbehoefte en kwaliteit, kennis, kunde (relaBe Toekomstagenda: aantrekkelijk werkgeverschap) Ontwikkelen voortgangsspecificaties (relaüe EY: versterken kwalitatieve infonnaüe) Standaardisatie verantwoordingslnformatie (relatie EY: kwaliteit rapportages) Agenderen versterken positie PS en raden op basis van wetsvoorstel Wijziging Wgr democratische legitimatie
•
Nog te plannen, de Tweede Kamer moet nog over het wetsvoorstel spreken.
Voorbereidingsfase
Start (In) Overteg deelnemers Implementatie GeTmplementeenj en vra3gt blijvende aandacht Evaluatie
Voor een concrete uitwerking van de aanbeveling van het verkennen van de mogelijkheden tot versterking van de positie van provinciale staten en gemeenteraden ingevolge de voorgestelde wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is het nog te vroeg. Over het wetsvoorstel moet nog in de Tweede Kamer worden gesproken. Wel is in het kader van de Toekomstagenda, 'Groeien naar partnerschap', instrument communicatie, als speciale doelgroep gemeenteraadsleden en Provinciale Staten aangewezen. Wij willen het belang van de milieutaak onderstrepen en onze positionering en zichtbaarheid steviger verankeren. De acties die uit de hiervoor genoemde drie documenten volgen, hebben wij in overall-planning opgenomen. Zodat er één gecombineerd uitvoeringstraject volgt.
1.3.
Omgevingswet
De belangrijkste verandering op onze manier van werken en op de relatie met onze partners, zal de Omgevingswet zijn. Deze wet zal naar verwachting per 1 januari 2022 na een uitgebreid voorbereidingstraject
inwerkingtreden. Wij gaan hierbij ervan uit dat aan de vijf minimale criteria die de minister van Binnenlandse 7 Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
//nï(<Limburg
Begroting 2022
Zaken en Koninkrijksrelaties heeft geformuleerd op 26 februari 2021, kan worden voldaan. De Omgevingswet betekent een volledige stelselherziening voor de wet- en regelgeving en dus ook voor de VTH-taken die de RUD Zuid-Limburg voor zijn partners uitvoert. Onze organisatie verwacht tegen die tijd voorbereid te zijn op de nieuwe werkwijze en de daarvoor nodige implementatie werkzaamheden grotendeels te hebben afgerond. Desalniettemin zal de nieuwe wet ook na inwerkingtreding onverminderd veel inzet vergen van onze organisatie, zijn medewerkers en onze opdrachtgevers en keten partners. In 2020 hebben we de opdrachtgevers met onze kennis en ervaring in relatie tot milieubescherming
bijgestaan in het ontwikkelen van hun omgevingsvisie. Dit betreft een langdurig traject waar zij tot 2024 de tijd voor hebben. Onze ondersteuning willen we tot die tijd beschikbaar houden en desgewenst uitbreiden tot de omgevingsplannen waar men tot 2029 de tijd voor heeft. De opdrachtgevers beamen op dit vlak de meerwaarde van een nauwe samenwerking, waarin hun lokale regels evengoed leiden tot efficiënte en effectieve uitvoering van de VTH-taken in lijn met de Omgevingswet. De provincie Limburg beschikt per 1 januari 2022 al over een vastgestelde omgevingsvisie en omgevingsverordening. Een volgende implementatie werkzaamheid die tot na inwerkingtreding aandacht zal vereisen is de omzetting van het inrichtingenbestand. Waar onder de huidige wetgeving bedrijven worden gecategoriseerd als een bepaald type inrichting, wordt er onder de Omgevingswet gesproken van - losse - milieubelastende activiteiten (mba's). Deze omzetting heeft als voornaamste doel om regels beter, en waar nodig minder, te kunnen toepassen. Een classificatie als inrichting brengt namelijk een heel set aan eventueel onnodige milieuregels met zich mee, wat met de invoering van de mba's kan worden losgelaten. Deze omzetting wordt in 2021 gestart, en zal vanaf 2022 gaandeweg bij het behandelen van vergunningaanvragen en het uitvoeren van controles verder worden opgepakt.
Gezien de omvang van het inrichtingenbestand en de uren die ermee gemoeid zijn, is dit de meest efficiënte aanpak. De omzetting heeft eveneens gevolg voor de productencatalogus, zijn kengetallen, en voor de werkprogramma's. Een uitzondering wordt gemaakt voor het
begrip Seveso-inrichting (BRZO-inrichting) - hier blijft het begrip inrichting voor bestaan - omdat dit begrip een Europeesrechtelijke basis heeft. Aangezien de productencatalogus en de werkprogramma's beide berusten op de classificatie van inrichtingen, en de omzetting pas na inwerkingtreding zal worden afgerond, dient hier rekening gehouden te worden met een overgangsperiode.
Met de Omgevingswet wijzigt het basistakenpakket van omgevingsdiensten in zeer beperkte mate. Uitgangspunt is namelijk dat het basistakenpakket beleidsneutraal overgaat naar de regelgeving behorend bij de Omgevingswet (in casu het Besluit activiteiten leefomgeving). Gelet op het overgangsrecht zal er sprake zijn van een geleidelijke overgang naar volledige toepassing van de nieuwe wetgeving. Veel activiteiten zullen op 1 januari 2022 onder dit overgangsrecht vallen. Het overgangsrecht bestaat van rechtswege uit alle vigerende bestemmingsplannen, de set aan landelijke regels die in de vorm van de 'bruidsschat' zijn overgegaan naar de lokale overheid en de vigerende gemeentelijke verordeningen. Vergunningaanvragen die voor 1 januari 2022 zijn ingediend, dienen nog onder het oude regime afgehandeld te worden. In het eerste jaar moeten we daarom tegelijk nog met het oude recht en het nieuwe recht werken.
De verwachting is dat als gevolg van de Omgevingswet minder activiteiten vergunningplichtig zullen zijn. Daar staat tegenover dat de wettelijke proceduretermijn voor complexe inrichtingen, die vóór inwerkingtreding
nog 26 weken bestrijkt, naar 8 weken gaat, tenzij de wet aangeeft dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure moet worden gevolgd. Dat vergt meer aandacht voor vooroverleg, waarin 8 Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
y
j
/'Kii/Limburg
Begroting 2022
participatie een belangrijk onderdeel wordt. De Omgevingstafel wordt daarom in de regio als belangrijk instrument gezien om initiatieven te verkennen en begeleiden middels een proces waarin de ketenpartners samenwerken.
De Omgevingswet dwingt ook meer interbestuurlijke afstemming af, waardoor voor en tijdens vergunningverlening meer afstemmingsmomenten zijn. Ook is de verwachting dat vanwege het vergunningsvrij worden van verschillende activiteiten er meer inzet nodig zal zijn voor het afwikkelen van meldingen alsmede voor toezicht en handhaving. De precieze impact op het totaal van de verwachte inzet en de kosten is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de wijze waarop gemeenten om zullen gaan met de grotere afwegingsruimte en de invloed die dat heeft op het meer of minder uniform zijn van de werkprocessen. De vuistregel hierbij is: hoe meer maatwerk, hoe meer kosten. Tegenover hogere kosten staat overigens wel de mogelijkheid die de Omgevingswet voor bevoegde gezagen introduceert, om voor milieu-vergunningaanvragen leges te heffen. In de eerste jaren dat de Omgevingswet van kracht wordt, zal
gemonitord worden welke factoren op welke wijze invloed hebben op de bedrijfsvoering en wat dit betekent voor de kosten.
De intensere samenwerking met opdrachtgevers en ketenpartners, waarbij een initiatiefnemer wordt bijgestaan in het opzetten van projecten die in lijn staan met het gewenste niveau van omgevingskwaliteit en fysieke leefomgeving, wordt door alle betrokkenen als positief ervaren. Waar mogelijk wordt nu al geoefend met de nieuwe werkprocessen en instructies, net als met het digitaal stelsel omgevingswet (DSO). De praktische uitvoering van deze zaken stelt ons echter voor structurele uitdagingen. De cultuurverandering die in de geest van de Omgevingswet van alle betrokken organisaties wordt verlangd, vergt bovendien de komende jaren tijd en inspanning om door te voeren. 1.4. Ontwikkelingen RUDZuid-Limburg In het jaar dat deze begroting 2022 voorligt, 2021, start de voorbereiding en uitvoering van een groot aantal thema's uit de Toekomstagenda. Alle thema's zijn in 2022 volgens planning in uitvoering gebracht en vervolgens kan implementatie volgen. Van belang zijnde, aanpalende ontwikkelingen in deze zijn: a. Onze nieuwe VTH-applicatie Squit 20/20, die in 2021, samen met bijna alle deelnemers in Zuid-Limburg, volgens planning in gebruik zal worden genomen; b. Hieraan gekoppeld: het informatie-gestuurd en risicogericht werken met behulp van Inspectieview Milieu; c.
Het verder implementeren van de benodigde acties om voorbereid te zijn op de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor onszelf en ter ondersteuning van onze deelnemers. Essentieel is dat de VTHapplicatie ook in gebruik kan worden genomen ten behoeven van de werkprocessen; d. Strategisch personeelsbeleid (ook relatie met het thema 'Aantrekkelijk werkgeverschap' uit de
Toekomstagenda); e. Het ontwikkelen van meer programmatisch en/of meer projectmatig werken en het ontwikkelen van werken in (omgevings)teams. Ontwikkelingen zijn gaande binnen, buiten en rondom de uitvoering van VTH-taken door omgevingsdiensten. Wij noemen de volgende.
Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
Znii/Limburg
Begroting 2022
Circulaire economie De lineaire economie heeft haar beste tijd gehad. Produceren, consumeren en afval weggooien - het is een onhoudbaar systeem. Steeds luider is de roep om hergebruik van het brede palet aan grondstoffen centraal te stellen en stappen te zetten in de transitie naar een circulaire economie.
Het onderwerp Circulaire Economie (duurzaamheid) staat dan ook hoog op de agenda van het Rijk, het IPO en deVNG. Afval scheiden (om grondstoffen vervolgens opnieuw te kunnen gebruiken) is daarbij een concreet onderdeel, waar gemeenten en provincie mee aan de slag zijn. In een circulaire economie zijn kringlopen gesloten waarin grondstoffen en producten hun waarde zo weinig mogelijk verliezen en waardoor er geen sprake meer is van afval. Een gezonde circulaire economie is het verdienmodel van duurzaamheid. Incidentele investeringen op de korte termijn betalen zich op de lange termijn terug met economische en maatschappelijke winst. De circulaire economie kent een beleidsmatige kant en een uitvoerende kant. Voor zover het de VTH-taken
betreft kan de RUD Zuid-Limburg een rol spelen bij het verder invulling geven aan de ambities van onze partners op het gebied van circulaire economie. Samenwerking is hier dus het sleutelwoord. Eén en ander
sluit ook uitstekend aan bij een ontwikkeling van de RUD Zuid-Limburg als kenniscentrum en beleidsadviseur als aangeduid als zevende thema van de Toekomstagenda. De RUD Zuid-Limburg kan met zijn expertise op het gebied van afval, preventie, ver- en bewerking,
hergebruik en milieuaspecten bij uiteenlopende inrichtingen een belangrijke rol spelen in de lokale en regionale circulaire economie. Zo kunnen wij een rol spelen bij het in beeld brengen van de kansen voor circulaire economie en inzicht verkrijgen in de vrijkomende (aangeboden) afvalstromen bij bedrijven. Kunnen
bijvoorbeeld afvalstoffen van bedrijf A weer worden ingezet bij bedrijf B, zodat voorkomen wordt dat virgin grondstoffen gewonnen moeten worden? Gezien het overkoepelende en integrale karakter van circulaire economie zijn er altijd meerdere organisaties nodig om het geheel aan mogelijkheden in beeld te brengen. Een grondige analyse van de kansen voor de circulaire economie kan dus alleen uitgevoerd worden in samenwerking met andere partijen; zowel overheidals marktpartijen. Knelpunten in wet- en regelgeving kunnen mogelijk ook samen worden gesignaleerd en geanalyseerd. Voor deze knelpunten kunnen we samen met onze deelnemers oplossingen initiëren en uitwerken, zoals ruimte voor experimenten en snellere vergunningverlening bij circulaire initiatieven. Bodemtaken Bodem is de discipline waar het meest voor gaat veranderen met de komst van de Omgevingswet. Niet alleen de Provincie, gemeenten Heerlen en Sittard-Geleen, maar alle gemeenten worden onder het regiem van de Omgevingswet bevoegd gezag bodem. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de
bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze bevoegdheidswijziging komen alle taken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de provincie.
Het landelijke beleid voor bodembeheer blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Het Rijk stelt afhankelijk van het bodemgebruik omgevingswaarden vast, zoals voor PFAS. Binnen deze waarden krijgen gemeenten wel
bestuurlijke afwegingsruimte of bijvoorbeeld nog sanering nodig is afhankelijk van het bodemgebruik, of wanneer een bodemonderzoek vereist is bij bouwen en bestemmen. De vertaling van deze afwegingsruimte 10 Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
l*
/«.'(/Limburg
Begroting 2022
dient in het Omgevingsplan plaats te vinden. Maatschappelijke opgaven zoals de klimaatadaptatie, de energietransitie, maar ook de achteruitgang in kwaliteit (organische stofgehalten, verdroging, vernatting en bodemleven) van de landbouwgronden in onze regio, kunnen voor inhoudelijke verschuivingen in de aanpak van bodembeheer door gemeenten zorgen. Dit vraagt om een andere benaderingswijze en specifieke kennis van de bodem en ondergrond, uitgaande van het natuurlijke bodem- en watersysteem, inclusief haar potenties en kwetsbaarheden. De Provincie heeft een proces in gang gezet om de bevoegd gezag taken die nu onder de Wet bodembescherming (Wbb) en de provincie vallen door middel van een 'warme' overdracht over te dragen van provincie naar gemeenten. Het uitfaseren van de Wbb heeft tot gevolg dat de bodemwerkzaamheden op een andere wijze ingericht moeten gaan worden. Binnen de regio is nu de noodzakelijke bodemkennis aanwezig. Het is belangrijk dat deze specifieke bodemkennis voor de regio behouden blijft en dat de toekomstige bodemwerkzaamheden op het juiste schaalniveau ingericht worden. De uitvoering van deze bodemtaken zou een onderwerp kunnen zijn voor de verkennende pilot verdergaande samenwerking uit de Toekomstagenda. Modernisering VTH-instrumentarium De RUD Zuid-Limburg werkt samen met alle andere omgevingsdiensten aan het moderniseren van het VTHinstrumentarium.
Onderwerpen zoals data-analyse, gedragsbeïnvloeding, outcome-effectmeting, vergunningverlening zijn hierin belangrijke onderwerpen. Collega-omgevingsdienst DCMR heeft inmiddels ervaring en deskundigheid rondom dit onderwerp opgebouwd in hun 'Toezichtslab'. Met de DCMR hebben wij hierover goed contact. De transitie van taakgericht naar probleem/outcome gericht handhaven met instrumenten als informatiegestuurd, risicogericht handhaven en ketentoezicht is effectiever dan het traditionele handhaven en zal tot meer resultaten leiden. Deze aanpak vergt van alle betrokken partijen een andere inzet en prioritering, met name op het gebied van eerder genoemde instrumenten
Uitwisseling van data/lnspectieview Milieu Het gebruik van en de analyse van data zal een steeds belangrijkere rol innemen bij toezicht en handhaving. Inspectieview Milieu is een landelijke centrale voorziening die informatie over (milieu)inspecties uitwisselt. (Rijks)inspectiediensten, omgevingsdiensten en andere organisaties binnen handhaving en toezicht kunnen met Inspectieview hun werk gerichter uitvoeren. Het doel van Inspectieview is om toezicht en handhaving door de overheid te verbeteren. De uitwisseling van inspectiegegevens loopt via de uitwisseling van het VTHsysteem met de landelijke voorziening DSO. Inspectieview biedt onder andere informatie over onder meer inspecties, meldingen, overtredingen, maatregelen, toestemmingen (vergunningen) en signalen van bedrijven. Wij hebben een aansluitovereenkomst gesloten met de Inspectie Leefomgeving en Transport t.b.v. Inspectieview Milieu, maar een technische koppeling tussen onze nieuwe VTH-applicatie Squit 20/20 en Inspectieview Milieu moet in 2021 nog worden gemaakt. De Inspectie Leefomgeving en Transport is over de technische belemmeringen met betrekking tot de aansluiting steeds geïnformeerd. Om verder uitstel te
voorkomen is het essentieel dat Squit 20/20 in 2021 ook in gebruik kan worden genomen en de koppeling met Inspectieview Milieu kan worden gemaakt.
Belangrijk voor de uitwisseling, is dat de kwaliteit van de data op orde is in Inspectieview Milieu. Aan de aansluiting met Inspectieview zijn kosten verbonden. Recent zijn wij geïnformeerd dat deze € 25.000 per jaar gaan bedragen vanaf 2022. Dit leidt tot een structurele toename in onze begroting van € 15.000 per jaar.
11 Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
/'«ii/Limburg
Begroting 2022
AADV: Altijd Actuele Digitale Vemunninfl Met het verder digitaliseren van onze processen, waaronder het vergunningverleningsproces, kan de informatie die in omgevingsvergunningen opgesloten zit beter worden ontsloten voor verschillende gebruikers, zoals vergunningverleners, toezichthouders, bedrijven en burgers.
Hierdoor wordt het mogelijk: 1. De dynamiek in bedrijfsactiviteiten beter op te vangen in het wettelijk bepaalde statische vergunningverleningsproces; 2. De transparantie, de actualiteit en de informatiepositie van het bevoegd gezag sterk te verbeteren; 3. Het proces van vergunningverlening efficiënter te maken door onder andere de aanvraag verder te digitaliseren en af te stemmen op de vergunning. Het huidige wettelijke vergunningverleningsproces is een complex en statisch proces, waar in de loop van de
tijd door wijzigingen allerlei aanpassingen op de basisvergunning gestapeld worden. Bij dynamische bedrijfsactiviteiten ontstaat hierdoor een opeenstapeling van 'bevroren momenten' in de vorm van aanvragen
en beschikkingen die ieder voor zich juridisch bindend zijn, maar als geheel steeds minder overzicht geeft over welke activiteiten aangevraagd en vergund zijn en welke voorschriften daarbij horen. Voor alle betrokkenen een onoverzichtelijke (papieren) stapel vergunningen.
Door digitalisering van de vergunningverlening is het mogelijk de tekorten in transparantie, actualiteit en informatiepositie te lijf te gaan. En voor iedereen steeds inzichtelijk te maken aan welke regels een bepaald bedrijf moet voldoen. Daartoe dient informatie in aanvragen en vergunningen te worden ontsloten in een geschikte database.
De provincie Zuid-Holland en de DCMR zijn in 2019 gestart met het programma Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). Het programma richt zich nu nog primair op de BRZO-bedrijven, maar wil op termijn ook de vergunningen voor minder complexe bedrijven digitaliseren. In 2021 zal worden onderzocht of de problematiek waar AADV probeert oplossingen voor aan te reiken, ook een geschikte vorm is om in te bedden door alle provincies. Onze dienst staat positief tegenover de ontwikkelingen van AADV en zal gevraagd een bijdrage leveren aan het onderzoek naar de vorm, inhoud en
consequenties van landelijke inbedding van de AADV. Een inbedding kan dan mogelijk in 2022 volgen. Energie(besparingsplicht) De doelen van het landelijke Klimaatakkoord zijn primair geformuleerd als COz-reductiedoelen, maar moeten in de praktijk veelal beschouwd worden als instrumenten om te komen tot verbreding en verbetering van de
huidige energiebesparingsplicht. Om die reden wordt de huidige energiebesparingsplicht de komende jaren gecontinueerd en aangevuld met de verplichting voor bedrijven om ook andere C02-reducerende maatregelen te nemen waarvan de terugverdientijd binnen de vijf jaar valt. Met enkele aanvullingen op de energiebesparingsplicht kan er meer energiebesparing worden gerealiseerd. Zo wordt de verplichting tot het doen van doelmatig beheer en onderhoud, ofwel DBO-maatregelen,
duidelijker opgenomen in de energiebesparingsplicht, want technische maatregelen behalen namelijk hun besparingspotentieel vaak alleen met de juiste instellingen en het juiste onderhoud. De verduidelijking van de verplichting tot het nemen van DBO-maatregelen verbetert de handhaafbaarheid van deze maatregelen en leidt tot meer energiebesparing. Daarnaast wordt de energiebesparingsplicht direct opgelegd aan ca. 14.000
milieuvergunningplichtige bedrijven. 12 Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
l "i !
»!.n/Limburg . '/MUt
Begroting 2022
1.5. De financiële effecten in één oogopslag
De wijzigingen van de begroting 2022 ten opzichte van de begroting 2021 zijn onderstaand op een rij gezet:
Afname begrote kosten
Verlaging begrote kapitaallasten
-36
Toename begrote kosten
Toename begroting agv inflatie
136 50 10 15 175
Taakstelling RUD Zuid-Limburg
-160
Loonindex Index materiële kosten Overige personele kosten gekoppeld aan lonen Toename aansluitkosten Inspectieview milieu
15
Totale wijziging begroting 2022 tov 2021
De bovenstaande wijzigingen worden nader uitgewerkt in de paragrafen van hoofdstuk 3 van deze begroting.
2.
Beheer van de RUD Zuid-Limburg
Taken De taken van de RUD Zuid-Limburg zijn het in opdracht van gemeenten en Provincie, individueel en collectief, uitvoeren van wettelijke taken en adviestaken op het terrein van milieu, op een zo efficiënt mogelijke wijze en op een goed kwaliteitsniveau. De RUD Zuid-Limburg heeft daartoe werknemers in dienst en verwerft op contractbasis personele capaciteit en/of specifieke kwaliteit van extern personeel.
Activiteiten RUD Zuid-Limburg-breed Op dienstniveau worden afspraken gemaakt met de opdrachtgevers over inhoudelijke en financiële verantwoording. Naast het rapporteren van gegevens als zodanig, is ook het tijdig bespreken en tussentijds communiceren met de opdrachtgevers een belangrijk aspect. De activiteiten worden opgenomen in een jaarlijks werkprogramma dat besproken en afgestemd wordt met de opdrachtgevers, waarna door hen het werkprogramma wordt vastgesteld. Van de dienst kunnen de opdrachtgevers verwachten dat de taakuitvoering conform de vastgestelde kwaliteitscriteria is.
Speerpunt
Prestatie indicator
Proactief informeren van opdrachtgever
3 maal per jaar voortgangsrapportage conform planning in werkprogramma
Periodiek overleg opdrachtgever
Per kwartaal overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (contracthouders en accountmanagers)
Uitvoeringskwaliteit op landelijk niveau
Werken conform kwaliteitscriteria 13
Begroting RUD Zuid-Limburg 2022
riV!
ïi/Limburg .Zuid
Begroting 2022
VTH-taken De RUD Zuid-Limburg voert voor ca 3.000 inrichtingen, waarvan ruim 1.300 basistaak-inrichtingen, verschillende (vuurwerk)evenementen en het buitengebied de volgende werkzaamheden uit:
• Behandeling van jaarlijks circa 600 vergunningaanvragen (inclusief vooroverleg) • Beoordeling van circa 1.500 meldingen (activiteitenbesluit, bodemmeldingen en overige). • Behandeling en afhandeling van circa 1.550 klachten en incidentmeldingen • Uitvoering van circa 2.100 controles (o.a. milieucontroles, bouw- en bodemtoezicht) Uit bovenstaande zaken ontstaan ook vaker bezwaar- en beroepsprocedures, zienswijzen,
bestuursrechtelijke handhavingszaken (circa 150).
2.1. Vergunningen Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. Beide procedures moeten geïntegreerd worden behandeld in