CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage - onderzoek gemeente Simpelveld (definitieve versie, incl. zienswijzen) DEF

Raadsvergadering 28 april 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Borging integriteit gemeenteraad Simpelveld23.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De RUD besluit tot verhalen toepassing zeer spoedeisende bestuursdwang van 12 en 15 mei 2023 Op 31 januari 2024, meer dan een half jaar na de toepassing van de zeer spoedeisende bestuursdwang, besluit de RUD om de kosten verbonden aan de uitvoering van de bestuursdwang op 12 en 15 mei 2023 te verhalen. Op 20 december 2023 heeft de RUD hiervan een voornemen met dhr. Honings gedeeld. Op 23 december 2023 heeft dhr. Honings via een mail zijn zienswijze kenbaar gemaakt. Bij de toepassing van beide lastgevingen zijn kosten gemaakt. Omdat dhr. Honings geen bezwaar heeft gemaakt tegen de spoedeisende bestuursdwangbesluiten zijn de beschikkingen onherroepelijk geworden. Het college besluit tot kostenverhaal van een totaalbedrag van €4.560,-. Procedure bezwaar en beroep verhalen kosten zeer spoedeisende bestuursdwang Op 21 februari 2024 tekent dhr. Honings bezwaar aan tegen het besluit van 31 januari 2024 om over te gaan tot het verhalen van de kosten verbonden aan de uitvoering van bestuursdwang. Op 2 april 2024 stuurt de RUD, vanwege het uitblijven van betaling, een betalingsherinnering. De RUD geeft dhr. Honings daarom nog een laatste termijn van 2 weken om aan de betaling te voldoen. Voldoet dhr. Honings niet binnen de gestelde termijn dan wordt de invordering door een deurwaarder overgenomen. Op 10 april 2024 stuurt de dhr.

Honings het college een verzoek tot opschorting van het invorderingsbesluit. In een brief gericht aan het college wordt aangegeven dat er tegen het besluit van 31 januari 2024 bezwaar is

24.

ingediend (21-02). Op dit bezwaar is nog geen reactie ontvangen. Om deze reden wordt het college daarom verzocht het invorderingsbesluit op te schorten tot na de beslissing op bezwaar. Advies bezwaarschriftencommissie: herroep besluit gedeeltelijk Op 16 augustus 2024 adviseert de bezwaarschriftencommissie over de behandeling van het bezwaar van 21 februari. Het bezwaar is gericht tegen het verhaal van de kosten van de toepassing van de zeer spoedeinde bestuursdwang. De commissie concludeert dat de overtredingen in eerste instantie ernstig waren maar dat uit het asbestinventarisatierapport van 13 mei 2023 bleek dat er geen veiligheidsrisico’s waren. Het betreden van het gebouw op 15 mei was daarom zonder gevaar. Hoewel dhr. Honings het verwijt gemaakt kan worden het rapport van 13 mei 2023 niet direct in te hebben gebracht acht de commissie het buitenproportioneel om de volledige kosten op hem te verhalen. Gelet op de gemiddelde gangbare kosten in dit soort zaken ziet de commissie voldoende redenen om het bedrag te matigen op basis van evenredigheid. Beslissing op bezwaar Op 3 oktober 2024 volgt de beslissing op bezwaar van de gemeente. Het college besluit in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie om het bezwaar volledig ongegrond te verklaren en het gehele bedrag in rekening te brengen.

In de beslissing staat dat de gemaakte kosten noodzakelijk, daadwerkelijk gemaakt en ook redelijk zijn. Het college is, anders dan de bezwaarschriftencommissie, van opvatting dat de uitkomst van het asbestinventarisatierapport dat dhr. Honings op 25 mei 2023 met het college heeft gedeeld geen rol speelt bij het uitvoeren van de zeer spoedeisende bestuursdwang op 12 en 15 mei 2023. Op 11 novemer 2024 stelt dhr. Honings pro forma beroep in tegen de beslissing op bezwaar om de kosten van de toepassing van de bestuursdwang te verhalen. Op 21 november 2024 vult dhr. Honings zijn beroepsgronden aan. De beroepszaak is nog niet afgehandeld.

De RUD zet verder in op handhaving met last ter voorkoming van herhaling Op 31 januari 2024 besluit de RUD ook ter voorkoming van herhaling tot het opleggen van een nieuwe last onder dwangsom. Aanleiding hiertoe is een controle op 19 december 2023 waarbij geconstateerd is dat er sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden aan asbesthoudende materialen. Voor eenzelfde overtreding was op 20 juli 2023 een sloopstop in combinatie met een last onder dwangsom opgelegd. Deze last is naar aanleiding van de geconstateerde overtreding verbeurd. Om te voorkomen dat er toch sloopwerkzaamheden aan asbesthoudende materialen plaatsvinden zonder een daartoe vereiste goedgekeurde melding, legt de RUD een last ter voorkoming van herhaling op. Het gaat hierbij om een last onder dwangsom van €16.000,-. Bij het bepalen van dit bedrag is in overweging genomen dat de eerdere last onder dwangsom van 20 juli 2023 niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Om deze reden is gekozen om dat bedrag te verdubbelen om de financiële prikkel om overtredingen na te laten te verhogen. Bezwaar en beroep tegen besluit oplegging last onder dwangsom Op 21 februari 2024 tekent dhr. Honings ook bezwaar aan tegen het besluit van 31 januari 2024 om een last ter voorkoming van herhaling op te leggen. Het bezwaar wordt onderbouwd met de volgende punten: -

Er is wel conform de last van 20 juli 2023 gehandeld. Er is namelijk geen sprake geweest van sloopwerkzaamheden. De geboorde gaten werden gemaakt ten behoeve van het maken van afvoeren voor toiletten en leidingen. Dat ziet dus niet toe op het slopen of saneren van asbesthoudend materiaal.

-

De opgelegde dwangsom van 20 juli 2023 is daarom ook niet verbeurd. Het bezwaar mag daarom ook als zienswijze aangemerkt worden tegen het voornemen om een besluit tot invordering te nemen van 1 februari 2024.

25.

-

De beschadiging van de asbesthoudende laag is minimaal waardoor er geen sprake kan zijn geweest van enig gezondheidsrisico. De RUD heeft dit ook bevestigd aan dhr. Honings.

-

Omdat de last niet is overtreden betekent het dat de last van 20 juli 2023 nog van kracht is. De last van 31 januari 2024 is daarmee in strijd met artikel 5:6 Awb, omdat deze betrekking heeft op dezelfde overtreding.

Op 16 augustus 2024 adviseert de bezwaarschriftencommissie over de behandeling van het bezwaar van tegen het opleggen van de last ter voorkoming van herhaling. Het advies van de commissie is om het bezwaar ongegrond te verklaren. Het opleggen van een last tot voorkoming van herhaling is gerechtvaardigd volgens de commissie omdat een nieuwe overtreding aannemelijk is. Bovendien is er, zoals aangedragen, geen sprake van strijdigheid met het cumulatieverbod volgens de commissie. Op 7 november 2024 stelt dhr. Honings beroep in tegen de beslissing op bezwaar inzake de opleggen van de last onder dwangsom. De beroepsprocedure is nog niet afgehandeld.

Vervolg - Procedure dwangsommen afwijking vergunning en plaatsing keermuren Besluit RUD oplegging twee dwangsommen Op 1 december 2023 besluit de RUD tot het daadwerkelijk opleggen van de twee dwangsommen. De dwangsommen komen voort uit de constateringen van 11 september 2023 over de afwijking van de verleende vergunning en het oprichten van de keermuren zonder vergunning. Op het voornemen tot het opleggen van de dwangsommen is een zienswijze ingediend met in de bijlage een aantal foto’s. Deze zienswijze en de foto’s doen het aantal overtredingen toenemen, schrijft de RUD. Op basis van het toezicht op 11 september 2023 en de foto’s stelt de RUD de volgende overtredingen vast: 1.

Het wijzigen van een voorgevel ten opzichte van de vergunde situatie;

2.

Behoud bestaand, doorlopend, dak en twee pilaren voorzijde panden;

3.

Het uitbreiden van de woningen aan de achterzijde door deze over twee bouwlagen aan elkaar te verbinden;

De RUD geeft aan dat is vastgesteld dat de woningen aan de achterzijde door een dichte wand met gevelopeningen over twee bouwlagen met elkaar verbonden zijn (gebleven). Het vergunde bouwplan beschrijft twee vrijstaande woningen die slechts met een dak (open overkapping) aan elkaar verbonden zijn. De verbinding in de achtergevel doet afbreuk aan de bouwaanduiding ‘vrijstaand’. Bovendien ontstaat er een ander aangezicht en een andere ruimtelijke uitstraling. 4.

Het (doen) oprichten van drie keermuren zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

Verder schrijft de RUD in de aangedragen zienswijze geen reden te zien om de ingezette handhavingsprocedure te staken. De RUD geeft aan geen medewerking te willen verlenen aan het behouden van het bestaande dak tussen de twee woningen, het behouden van de betonnen pilaren en de afwijkende achtergevel. In stedenbouwkundige voorwaarden in de verleende vergunning is aangegeven dat de verbinding tussen beide woningen teruggebracht moet worden tot maximaal één bouwlaag om zo het vrijstaande karakter te waarborgen. Ter onderbouwing wordt er verwezen naar een mail van 30 juni 2022, waarin is aangegeven dat er niet van deze voorwaarde zal worden afgeweken. De verbinding in de achtergevel doet afbreuk aan het vergunde vrijstaande karakter. Ondanks de aanvraag van een omgevingsvergunning op 7 november 2023 is er geen concreet zicht op realisatie. De RUD is wel bereid om medewerking te verlenen aan de legalisatie van de afwijking van de gevelopeningen. Ten aanzien van de geplaatste keermuren geeft de RUD aan dat de zienswijze wat betreft keermuur 3 slaagt. Vastgesteld is dat hiervoor de vereiste omgevingsvergunning is verleend. Voor keermuur 1 en 2 geldt dat er met de aanvraag van de omgevingsvergunning op 7 november 2023 concreet zicht op legalisatie bestaat.

26.

Daarmee komt de RUD tot het besluit om twee dwangsommen op te leggen. Eén voor het behouden van het bestaande doorlopende dak en de twee pilaren aan de voorzijde van het pand en één voor het uitbreiden van de woningen aan de achterzijde door deze over twee bouwlagen te verbinden. Procedure dwangsommen: bezwaar en beroep Op 22 december 2023 maakt dhr. Honings bezwaar tegen het opleggen van de twee dwangsommen. In het bezwaar stelt dhr. Honings onder andere dat zijn constructeur erop gewezen heeft dat de betonconstructie van de school niet doorbroken mag worden vanwege het verlies van constructieve stevigheid. Ook draagt dhr. Honings aan dat hij op 7 november 2023 een vergunningaanvraag tot legalisatie heeft ingediend en dat daarmee legalisatie niet uitgesloten is. In het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom schrijft de RUD dat er naar hun mening geen zicht op legalisatie is. In bezwaar wordt aangedragen dat de gemeente gaat over de beoordeling van de vergunningsaanvraag en niet de RUD. Op 16 augustus 2024 adviseert de bezwaarschriftencommissie over het bezwaar van 22 december 2023 tegen het opleggen van de twee dwangsommen. De commissie adviseert om het bezwaar tegen de oplegging van de twee dwangsommen ongegrond te verklaren.

Er is afgeweken van de verleende vergunning, het besluit is voldoende gemotiveerd en er bestond voldoende noodzaak tot het opleggen van de dwangsommen. Op 3 oktober 2024 volgt het college de bezwaarschriftencommissie in haar beslissing op bezwaar. Op 11 november 2024 stelt dhr. Honings pro forma beroep in tegen de beslissing op bezwaar in zake de invordering van de verbeurde dwangsommen. Op 21 november 2024 vult dhr. Honings zijn beroepsgronden aan. De beroepsprocedure is nog niet afgehandeld. Procedure dwangsommen: Verzoek verlenging begunstigingstermijn, bezwaar en beroep Op 19 februari 2024 doet dhr. Honings het verzoek om de begunstigingstermijn van de twee dwangsommen van 1 december 2023 op te schorten vanwege zijn ingediende bezwaar. Op 1 maart 2024 besluit de RUD het verzoek om de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom te verlengen af te wijzen. De begunstigingstermijn is er om de vastgestelde overtredingen op te heffen. Er is volgens de RUD geen sprake van concreet zicht op legalisatie ten aanzien van twee overtredingen omdat al vroegtijdig door de gemeente aangegeven is daaraan geen medewerking te willen verlenen. Op 10 april tekent dhr. Honings bezwaar aan tegen het besluit van 1 maart 2024 om het verzoek tot verlenging van de vergunningstermijn af te wijzen.

Op 7 september 2024 adviseert de bezwaarschriftencommissie over het bezwaar van 10 april tegen het afwijzen van het verzoek tot verlenging van de vergunningstermijn. De commissie adviseert om het bezwaar ongegrond te verklaren. De begunstigingstermijn strekt ertoe een overtreder in de gelegenheid te stellen een overtreding te beëindigen zonder hiervoor een dwangsom te verbeuren. De termijn richt zich niet op het verkrijgen van meer tijd om overtredingen te legaliseren. Op 7 oktober 2024 volgt het college in de beslissing op bezwaar het advies van de bezwaarschriftencommissie. Op 7 november 2024 stelt dhr. Honings beroep in tegen de beslissing op bezwaar inzake de afwijzing van het verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn. Deze beroepsprocedure is nog niet afgehandeld.

2.4.9. Vervolg vergunningaanvraag Gemeente verzoekt om aanvullende stukken vergunningaanvraag Op 1 februari 2024 verzoekt de gemeente dhr. Honings om aanvullende informatie bij de legalisatieaanvraag voor de afwijkende bouwwerkzaamheden van 7 november 2023. De aanvraag bevat onvoldoende informatie voor beoordeling. Het gaat daarbij om het volgende: er ontbreken plattegronden van alle bouwlagen met een functie-indeling, de aangeleverde tekeningen bevatten fouten of zijn onduidelijk en er ontbreekt informatie over de keerwanden.

27.

Omdat de aanvraag niet compleet is besluit de gemeente de beslistermijn te verlengen met acht weken en vraagt dhr. Honings om de ontbrekende gegeven uiterlijk 28 maart 2024 aan te leveren, anders zal de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. Dhr. Honings stuurt aanvullende gegevens vergunningaanvraag Per mail stuurt dhr. Honings op 17 februari 2024 aan de gemeente aanvullende documenten. In aanvulling geeft dhr. Honings aan dat er enkele balken en dragende muren gehandhaafd zijn om de betonconstructie die in/door het hele pand loopt niet te onderbreken. Dit is besloten na overleg met de constructeur. De gemeente verzoekt opnieuw om aanvullende informatie vergunningaanvraag en geeft aan dat de legalisatieaanvraag niet voldoet aan de stedenbouwkundige uitgangspunten Op 1 maart 2024 schrijft de gemeente dhr. Honings opnieuw met het verzoek om aanvullende informatie bij de vergunningaanvraag. De later ontvangen stukken zijn getoetst en de gemeente concludeert dat nog niet volledig tegemoetgekomen is aan de vraag. Het gaat daarbij om het volgende: de aangeleverde tekeningen bevatten fouten of zijn onduidelijk en er ontbreekt informatie over de keerwanden. Omdat de aanvraag niet compleet is, besluit de gemeente de beslistermijn te verlengen met 6 weken en vraagt dhr.

Honings om de ontbrekende gegeven uiterlijk 12 april 2024 aan te leveren, anders zal de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. In aanvulling op het verzoek om aanvullende informatie laat de gemeente weten dat de vergunningaanvraag niet voldoet aan de stedenbouwkundige uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn opgenomen in het bestemmingsplan, verwoord tijdens het vooroverleg en gehanteerd tijdens de vergunningsprocedure. De gemeente wil daarom geen medewerking verlenen aan het bouwplan zoals opgenomen in de vergunningaanvraag. De gemeente geeft aan dat het bestemmingsplan vereist dat de twee woningen als ‘vrijstaande’ eenheden worden gebouwd. Doordat de legalisatieaanvraag afbreuk doet aan de stedenbouwkundige opzet wil de gemeente geen medewerking verlenen. Dat betekent dat de gemeente de verbinding tussen de twee woningen aan de achterzijde, bestaande uit een gevelvlak dat de twee woningen op de eerste verdieping met elkaar verbindt, en de verbinding aan de voorzijde niet zal vergunnen. De gemeente geeft de gelegenheid om binnen twee weken een zienswijze kenbaar te maken tegen dit standpunt. Dhr. Honings dient zienswijze in tegen het voornemen om niet te vergunnen Op 14 maart 2024 stuurt dhr. Honings de griffier zijn eigen zienswijze en die van zijn vrouw ten aanzien van het voornemen om niet te vergunnen zoals gesteld in de brief van 1 maart 2024.

Hij vraagt de griffier deze onder de aandacht van het college te brengen. Dhr. Honings spreekt in zijn zienswijze zijn ongenoegen uit over de manier van communiceren naar aanleiding van de vergunningaanvraag. Hij schrijft dat hij telkens weer om aanvullende informatie gevraagd wordt waarbij de beslistermijn telkens verlengd wordt. Verder stoort hij zich aan de juridische brieven. Hij vraagt zich af waarom er niet een afspraak gemaakt wordt en waarom de afdeling bouwzaken niet op locatie langskomt. Ook snapt hij niet waarom er pas na enkele maanden aan correspondentie de conclusie wordt getrokken dat enkele aspecten niet aan de gestelde stedenbouwkundige uitgangspunten voldoen. Ten aanzien van die stedenbouwkundige uitgangspunten stelt hij het volgende: • •

Het behoud van een klein deel van de tweede bouwlaag aan de achterzijde is al vergund. Dhr. Honings snapt niet wat er wordt bedoeld als er gesteld wordt dat het “het hoog-laag karakter van de stedenbouwkundige opzet moet worden behouden en het middelste stuk moet

28.

•

•

worden teruggebracht tot maximaal 1 bouwlaag.” Hij geeft aan dat de bouwmassa niet is uitgebreid. De gemeente geeft aan dat alleen het platte dak als enige schakel tussen de woningen aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig oogpunt. De bouwblokken aan de voorzijde ter hoogte van 3 meter zijn echter ook vergund waardoor de open constructie sowieso gefrustreerd is. De twee pilaren aan de voorzijde zijn constructief noodzakelijk vanwege de monolithische bouw. Het weghalen hiervan levert een gevaar op voor de veiligheid. Dit is bevestigd door zijn constructeur die hiervan verslag zal doen.

Hij sluit zijn zienswijze af met het voorstel een second opinion uit te laten voeren om te kijken naar de constructieve veiligheid van het gebouw. Zijn voorstel is dat de gemeente hiervoor een constructeur aanwijst. De zienswijze van mw. T. Honings gaat verder in op de constructie van het gebouw. Ze schrijft dat bij de bouw van het gebouw gebruik gemaakt is van een integrale draagconstructie. Deze kan daarom niet eenvoudig worden gewijzigd. Het goedkeuren van de gewijzigde tekeningen zou beter zijn met het oog op de constructieve veiligheid van het gebouw. Op 18 maart 2024 voert mw. T. Honings een gesprek met de burgemeester, de gemeentesecretaris en een ambtenaar VTH. Het gesprek gaat over het bouwplan en de handhavingsprocedures die lopen. In het gesprek wordt afgesproken dat er een gesprek volgt met vergunningverlening en handhaving om toelichting te geven op het vergunde bouwplan, de voorschriften, de handhavingskwesties en het proces van vergunningverlening. Bij dit gesprek zal de constructeur van mw. T. Honings aansluiten. Dit gesprek vindt plaats op 4 april 2024. Aanwezig zijn dhr. Honings, mw. T. Honings, de constructeur en drie ambtenaren VTH. In het gesprek heeft dhr. Honings toegelicht waarom hij de constructieve verbinding tussen beide panden wil behouden.

De gemeente heeft toegelicht waarom de eerder aangeleverde stukken onvoldoende zijn voor beoordeling en waarom de stedenbouwkundige opzet belangrijk is voor de gemeente. Door de gemeente is aangegeven dat dhr. Honings de wand in de achterzijde niet wil afbreken vanwege de kosten die daaraan verbonden zijn. Doordat het geheel een constructieve-eenheid vormt zou het loskoppelen een constructieve versteviging vragen van de vloeren en mogelijk andere bouwdelen. Dit brengt kosten met zich mee. Dhr. Honings heeft aangegeven het gedeelte van de achtergevel niet te willen verwijderen vanwege de stabiliteit van de constructie en de onveilige situatie die zou ontstaan.

Mailwisseling dhr. Honings en gemeente: afpraak om op locatie te kijken Tussen 9 en 19 april 2024 is er een mailwisseling tussen dhr. Honings en een ambtenaar VTH. Dhr. Honings stuurt daarin twee foto’s en vraagt de mening van de ambtenaar. De ambtenaar geeft aan op basis daarvan niet te kunnen adviseren maar graag tekeningen te ontvangen. Dhr. Honings en de ambtenaar komen overeen dat de ambtenaar samen met een collega op locatie komt kijken. De ambtenaar geeft aan dat het belangrijk is om het vrijstaande karakter met openheid tussen beide panden te waarborgen maar dat gezocht kan worden naar een compromis op de bouwtechnische aspecten. Honings laat weten daar blij mee te zijn en stuurt ter aanvulling tekeningen toe.

29.

Gemeente verzoekt opnieuw om aanvullende informatie vergunningaanvraag Op 24 april 2024 vraagt de gemeente opnieuw om aanvullende informatie bij de vergunningaanvraag. Na de vraag om aanvullende informatie op 1 maart 2024 en de boodschap dat de gemeente niet zal vergunnen, heeft dhr. Honings met een zienswijze gereageerd. De gemeente concludeert dat de voorliggende aanvraag niet te beoordelen is en vraagt daarom nogmaals op dezelfde punten als in de brief van 1 maart 2024 om aanvulling. Omdat de aanvraag niet compleet is besluit de gemeente de beslistermijn te verlengen met 4 weken en vraagt dhr. Honings om de ontbrekende gegeven uiterlijk 23 mei 2024 aan te leveren, anders zal de aanvraag buiten behandeling gelaten worden. In aanvulling op het verzoek om aanvullende informatie laat de gemeente nogmaals weten dat de vergunningaanvraag niet voldoet aan de stedenbouwkundige uitgangspunten. Dhr. Honings draagt zienswijze aan tegen verzoek om aanvullende informatie vergunningaanvraag Op 8 mei 2024 dient dhr. Honings een zienswijze in tegen het verzoek om aanvullende informatie van 24 april 2024. Dhr. Honings geeft aan dat ten tijde van de eerste vergunningsvraag niet duidelijk was dat er sprake was van een monolithische bouw met een bijbehorende betonconstructie en er daarom geen rekening mee gehouden is.

De afgegeven vergunning is nu niet uitvoerbaar omdat de veiligheid dan in het geding zou komen. Opgemerkt moet worden dat de kennis van de aanwezigheid van een monolithische constructie de verantwoordelijkheid van de eigenaar is. De gemeente was daar niet van op de hoogte, ook vanwege het feit dat dhr. Honings, ondanks de voorwaarde in de omgevingsvergunning om dat binnen weken voor de start van e werkzaamheden te doen, geen constructiegegevens heeft aangeleverd.

Brief constructeur bij zienswijze Ter aanvulling op zijn zienswijze stuurt dhr. Honings op 16 mei 2024 een brief van zijn constructeur aan de ambtenaar VTH. In brief zijn verschillende foto’s en tekeningen toegevoegd van de huidige constructieve situatie. Opgemerkt staat dat de vloer van de eerste verdieping is uitgevoerd als een volledige doorgestorte gewapende betonvloer. Onder de dakvloer is daarnaast een betonbalk aanwezig die over de lengte volledig doorloopt van de linkerzijgevel naar de rechterzijgevel. In de achtergevel zijn onder deze betonbalk betonkolommen aangebracht die steunen op een betonbalk op het niveau van de vloer van de eerste verdieping. In de brief schrijft de constructeur dat indien het middenstuk van het gebouw vanaf de voorgevel tot en met de achtergevel volledig wordt gesloopt er een controle berekening dient plaats te vinden. Met deze berekening moet worden gecontroleerd of de gehandhaafde bestaande constructie nog voldoet aan de constructieve veiligheid. Om deze berekening te kunnen maken zijn de gegevens van de bestaande constructie vereist. Van bijna alle constructieve onderdelen zijn deze echter niet meer terug te vinden. De constructeur geeft aan dat door het onderbreken van de dakvloer, de eerste verdieping en de betonconstructie in de achtergevel, de momentenlijnen van de bestaande vloeren en betonnen balken zullen veranderen.

Ook de stabiliteit van de overgebleven bebouwing zal moeten worden gecontroleerd. Voor beiden geldt echter dat dit door de ontbrekende gegevens niet mogelijk is. Wanneer er toch gesloopt wordt zal een externe stabiliteitsvoorziening, namelijk stalen portalen in de bebouwing een mogelijke stabiliserende voorziening kunnen zijn. Daarnaast zullen er om deze te kunnen bevestigen nieuwe funderingen moeten

30.

worden aangebracht. Ook de opbouw van de bestaande funderingen zijn echter niet bekend door de ontbrekende gegevens.

Dhr. Honings levert aanvullende stukken aan Op 21 mei 2024 mailt dhr. Honings de ambtenaar VTH met aanvullende stukken. Op 29 mei 2024 vraagt dhr. Honings aan de ambtenaar VTH om een ontvangstbevestiging van zijn mails van 16 en 21 mei 2024. De ambtenaar VTH geeft hierop aan dat het tekenwerk in goede orde ontvangen is en op het programma staat om die week beoordeeld te worden. Hij schrijft dat hij dhr. Honings zo snel mogelijk laat weten of de stukken compleet zijn. Gemeente verzoekt opnieuw om aanvullende informatie vergunningaanvraag Op 5 juni 2024 verzoekt de gemeente opnieuw om aanvullende informatie bij de vergunningaanvraag. De aanvraag is getoetst en de gemeente concludeert dat de gedeelde documenten nog onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Het gaat daarbij om het volgende: de aangeleverde tekeningen bevatten fouten of zijn onduidelijk en in de laatste gegevens staan twee warmtepompbuitenunits terwijl in de vergunning vier airco-buitenunits zijn opgenomen. Bij een wijziging van type moeten daarbij horende specificaties en indieningsvereisten worden aangeleverd. Verder wordt aangegeven dat het project niet voldoet aan het besluit bouwwerk leefomgeving en ook nog niet aan de welstandseisen. Het plan van dhr. Honings is geagendeerd voor de welstandsvergadering van 19 juni 2024.

Omdat de aanvraag niet compleet is, besluit de gemeente de beslistermijn te verlengen met 6 weken en vraagt dhr. Honings om de ontbrekende gegevens uiterlijk 17 juli 2024 aan te leveren, anders zal de aanvraag buiten behandeling gesteld worden. Gemeente laat second opinion uitvoeren Op 10 juni 2024 laat dhr. Honings weten dat hij en zijn vrouw graag deelnemen aan de welstandsvergadering van 19 juni 2024. Dhr. Honings vraagt de ambtenaar VTH om het tijdstip van de bijeenkomst. Op 17 juni krijgt dhr. Honings reactie. De gemeente laat weten dat er een second opinion loopt naar de constructieve veiligheid en de haalbaarheid van de bouwplannen. Bespreking bij welstand is daarom voorbarig. Ook laat de ambtenaar weten nog aanvullende stukken nodig te hebben omdat het nog niet mogelijk is om de definitieve constructieberekening te maken. Op 17 juni laat dhr. Honings weten het niet te snappen en zich aan het lijntje gehouden te voelen. In de brief van 5 juni had gestaan dat het plan op de welstandsvergadering van 19 juni besproken zou worden en dat aanvullende stukken uiterlijk 17 juli aangeleverd moest worden. Bovendien heeft hij de gewenste aanvullende stukken aangeleverd. Hij snapt niet waar de second opinion vandaan komt.

Hij geeft aan alle medewerking te verlenen maar tegen een ambtelijke muur aan te lopen en te hopen alsnog bij de welstandsvergadering van 19 juni te kunnen aansluiten. Gemeente voert bouwtoezicht uit Op 10 juni 2024 vindt bouwtoezicht van de gemeente plaats op de Groeneboord naar aanleiding van een ontvangen handhavingsverzoek. De toezichthouder constateert dat de tuinmuur aan de voorzijde van het perceel op enkele delen een paar centimeter te hoog is. Daarnaast staat de muur voor een paar centimeter op gemeentegrond. Op 11 juni mailt mw. T. Honings de coördinator VTH met de vraag van wie het handhavingsverzoek afkomstig was. De coördinator VTH laat in reactie weten zij de naam van de indiener van het handhavingsverzoek niet kan geven. Wel laat de coördinator VTH weten dat het handhavingsverzoek zich richt op de tuinmuur maar ook op de verbinding tussen de twee woningen aan de achterzijde. De coördinator vraagt om te stoppen met het afwerken van de tuinmuur omdat daar waarschijnlijk geen vergunning voor komt.

31.

In reactie vraagt mw. T. Honings nogmaals om de naam van de indiener van het handhavingsverzoek. Als de coördinator laat weten enkele dagen niet beschikbaar te zijn mailt mw. T. Honings de gemeentesecretaris en burgemeester (cc) met de vraag wie de indiener was. De gemeentesecretaris verwijst naar het antwoord van de coördinator. Op 18 juni laat de coördinator opnieuw weten dat zij de naam niet kan geven. Er volgt een mailwisseling over waarom de gemeente de naam niet kan geven.

Dhr. Honings levert aanvullende gegevens, gemeente stelt aanvraag buiten behandeling Op 9 juli 2024 voert de gemeente een gesprek met dhr. Honings en zijn vrouw mw. T. Honings. In het gesprek worden de standpunten uitgewisseld maar komt het niet tot concrete afspraken. Op 16 juli 2024 levert dhr. Honings opnieuw aanvullende gegevens aan voor de vergunningaanvraag. Op 14 augustus 2024 besluit de gemeente om de vergunningaanvraag van dhr. Honings buiten behandeling te stellen. Met een opschortingstermijn is dhr. Honings in de gelegenheid gesteld om tot 17 juli 2024 de ontbrekende gegevens van de aanvraag aan te vullen. Op 16 juli 2024 heeft dhr. Honings per mail stukken toegezonden. Deze stukken zijn beoordeeld. Geconstateerd werd dat niet alle gevraagde gegevens zijn aangeleverd. De gemeente is daarom genoodzaakt de aanvraag buiten behandeling te stellen. Dit betekent dat er geen sprake is van de legalisatie van de afwijking van de verleende vergunning. In het geval hij het project alsnog in afwijking van de vergunning wil uitvoeren moet dhr. Honings een nieuwe complete aanvraag indienen. De brief besluit met de mededeling dat dhr. Honings voor het in behandeling nemen van de aanvraag leges verschuldigd is. Dit betreft een bedrag van € 2.579,85. De volgende dag (15 augustus 2024) stuurt de gemeente de opgevraagde second opinion toe.

De second opinion bestaat uit schriftelijke vragen die de ambtenaar VTH gesteld heeft over de mogelijkheid om de constructie van de Groeneboord aan te passen conform het vergunde plan. Het document bevat de antwoorden van een ingenieur. De ambtenaar vraagt of het mogelijk is het verbindingsstuk uit de achtergevel te verwijderen en of de betonnen randbalk de last van het dak dan kan dragen. De ingenieur geeft aan dat het mogelijk lijkt om het verbindingsstuk uit de achtergevel te verwijderen maar dat de bestaande betonbalk onder het dak dan ondersteund moet worden door een kolom in het midden van de doorbraak. Dat geldt ook voor de voorgevel. Ook daar moet in het midden van de doorbraak een ondersteuningskolom komen. De betonbalk onder het dak zou als alternatief verstevigd kunnen worden door een stalen ligger. Dit zal het gevelbeeld echter wijzigen. Tot slot vraagt de ambtenaar ook of de vrijstaande kolommen en de horizontale balk in de voorgevel behouden moeten blijven. Volgens de vergunning moeten deze gesloopt worden maar volgens Honings zijn ze noodzakelijk voor het stabiliseren van de bouwblokken links en rechts van de ingang. Daarover geeft de ingenieur aan dat vrijstaande kolommen en de horizontale balk in de voorgevel inderdaad een stabiliserende functie hebben.

Wanneer de vrijstaande kolommen en de horizontale balk in de voorgevel gesloopt worden, moeten er aanvullende maatregelen getroffen worden om de stabiliteit te garanderen. Op 16 augustus 2024 mailt dhr. Honings de ambtenaar van de gemeente die verantwoordelijk is voor zijn vergunningaanvraag. Dhr. Honings geeft aan dat hij de gevraagde stukken tijdig heeft ingediend en schrijft dat hij niet weet wat er buiten deze stukken nog meer nodig zou zijn. Dat hoort hij graag van de betreffende ambtenaar. Verder geeft hij in een tweede mail aan dat hij al legeskosten betaald heeft. Dhr. Honings geeft aan dat hij niet begrijpt waarop de legeskosten uit de brief van 14 augustus 2024 betrekking hebben en waarom hij die zou moeten betalen.

32.

Op 19 augustus 2024 reageert de betreffende ambtenaar van de gemeente op de mails en verwijst naar de gestuurde brieven over ontbrekende informatie. De gemeente heeft meermaals later weten dat de aangeleverde informatie tekortschoot. Daarnaast benadrukt hij dat ook meermaals gecommuniceerd is welke gegevens nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen. Om deze reden is besloten om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Over de legeskosten schrijft hij dat de bouwkosten op basis waarvan de legeskosten zijn berekend volgen uit een herberekening van de bouwactiviteiten. Op 24 oktober 2024 dient dhr. Honings bezwaar in bij de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg (hierna: BsGW) tegen de legesaanslag van de gemeente. Op 6 december 2024 stelt de BsGW dat dit bezwaar niet ontvankelijk is. Daarna heeft dhr. Honings contact opgenomen met de gemeente over de hoogte van het bedrag. Deze gemeente heeft aangegeven dat dit bedrag tot stand is gekomen op basis van eigen berekening maar dat dhr. Honings met offertes kan aantonen dat de bouwkosten lager liggen.

Dhr. Honings gaat in bezwaar tegen het besluit tot het buiten behandeling laten van de aanvraag Dhr. Honings tekent op 20 september 2024 (ontvangen op 23 september) pro forma bezwaar aan tegen het besluit om de vergunningaanvraag buiten behandeling te stellen. Hij doet het verzoek aan de gemeente om een termijn van vier weken te geven om bezwaargronden in te kunnen dienen. Daarnaast wordt het verzoek gedaan alle stukken die op de zaak betrekking hebben toe te sturen alsook expliciet aan te geven welke concrete gegevens er volgens de gemeente nu nog ontbreken. Op 24 oktober 2024 vult dhr. Honings zijn bezwaar aan met inhoudelijke bezwaargronden. Voordat het bezwaar de inhoudelijke gronden aandraagt, stelt dhr. Honings dat hij graag in gesprek of mediation gaat met het college maar dat hij het jammer vindt dat de bereidheid van het college daarvoor ontbreekt. Inhoudelijk draagt het bezwaar de volgende gronden aan: 1. Het bezwaar stelt dat het voor dhr. Honings onvoldoende duidelijk was welke stukken ontbraken in de aanvraag. 2. Verder stelt het bezwaar dat de gemeente dhr. Honings verboden heeft om de second opinion van 15 augustus 2024 te gebruiken voor de behartiging van zijn eigen belangen. De bezwaarmaker is in de veronderstelling dat deze second opinion ten grondslag ligt aan de besluitvorming. Dit zou in strijd zijn met het fair play beginsel dat stelt dat de gemeente dhr.

Honings geen mogelijkheden mag ontnemen om op te komen voor zijn belang. 3. Tot slot stelt het bezwaar dat het college de gehele aanvraag buiten behandeling heeft gesteld maar dat het dossier op onderdelen compleet was en dat de gemeente op die onderdelen wel had kunnen beslissen. In het verweerschrift voor de bezwaarschriftprocedure gaat de gemeente in op de bezwaargronden van dhr. Honings maar stelt eerst dat de gemeente heeft verschillende pogingen gedaan om het gesprek met dhr. Honings te voeren en afspraken te maken. Volgens de gemeente werden de gemaakte afspraken telkens niet nagekomen door dhr. Honings. Daarin heeft de gemeente zich dienstbaar opgesteld, stelt het verweer. Vervolgens draagt de gemeente de volgende punten aan: 1. Cruciale informatie ontbreekt in de aanvraag. De aangeleverde stukken zijn aangeleverd binnen de gestelde termijn maar geven geen inzicht in de gevraagde informatie. 2. Ten aanzien van het gebruik van de second opinion door dhr. Honings blijft de gemeente bij het standpunt dat het document niet voor andere doeleinden gebruikt mag worden. Dit hangt

33.

samen met het intellectuele eigendomsrecht op het document. Bovendien was het onderliggende stuk geen onderdeel van de belangenafweging voor besluitvorming. 3. De gemeente is niet bevoegd om de aanvraag ambtshalve te wijzigen. Het is aan de bezwaarmaker om aan te geven wat wel en niet onderdeel moet zijn van de aanvraag. Op 16 december 2024 volgt de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie met de behandeling van het bezwaar van dhr. Honings. Op 2 januari 2025 heeft dhr. Honings opnieuw aanvullende stukken aangeleverd. Opnieuw bevatten deze stukken niet de informatie die de gemeente nodig heeft. Op 12 januari 2025 adviseert de bezwaarschriftencommissie om het bezwaar ongegrond te verklaren. De commissie stelt dat de gemeente de aanvraag niet inhoudelijk heeft kunnen behandelen vanwege het ontbreken van de benodigde gegevens. Dhr. Honings is in de gelegenheid gesteld om dit tekort aan te vullen maar heeft deze mogelijkheid niet gebruikt. De aanvraag is volgens de commissie daarom op juiste gronden buiten behandeling gesteld. De commissie vult aan dat er verschillende gesprekken hebben plaatsgevonden en de gemeente ruimhartig is geweest in het verlenen van hersteltermijnen.

34.

3. Ontwikkeling Pastoor Neujeanstraat 3.1.

Aankoop Pastoor Neujeanstraat

In 2023 koopt mw. S. Honings, dochter van dhr. Honings, het pand aan de Pastoor Neujeanstraat 15 te Bocholtz. Het pand is een oud patronaat dat onder de vorige eigenaar in vervallen staat is geraakt. Renovatie was daardoor noodzakelijk. Voor het renoveren van het pand maakt dhr. Honings een plan van aanpak en treedt hij op als begeleider. Voor de uitvoering van de werkzaamheden schakelt hij een aannemer in en verstrekt opdrachten. Gemeente merkt dhr. Honings aan als aanspreekpunt voor de Pastoor Neujeanstraat Op 10 juli 2023 voert een toezichthouder van de gemeente een controle uit bij het pand, nadat de gemeente een bericht ontvangen had dat er activiteiten plaatsvonden. De toezichthouder gaat ter plaatse en voert een controle uit. In het verslag van deze controle noteert de toezichthouder dhr. Honings als contactpersoon voor de Pastoor Neujeanstraat 15.

3.2.

Werkzaamheden dak en toezicht van de gemeente

3.2.1. Toezicht op aangeleverde bouwsteigers Uitvoering toezicht vanwege aanleveren bouwsteigers Een jaar na de eerder vermelde controle voert een toezichthouder van de gemeente op maandag 15 april 2024 een nieuwe controle uit op de Pastoor Neujeanstraat 15. Aanleiding voor het uitvoeren van de controle is dat de toezichthouder begrepen heeft dat er bouwsteigers geleverd zijn. In zijn verslag van de controle merkt de toezichthouder op dat er een aluminium steiger in de tuin van het pand ligt en dat er ongeveer 20 zakken poederlijm geleverd zijn die gebruikt worden voor het lijmen van isolatieplaten aan de gevel. Volgens de toezichthouder duidt dit erop dat er op korte termijn bouwwerkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Op het moment van controle zijn er twee personen aanwezig op het perceel. Een van de aanwezigen geeft aan dat de steiger gebruikt gaat worden voor de werkzaamheden aan het dak. Een van de aanwezigen spreekt vervolgens de volgende woorden tegen de toezichthouder: ‘Is het plaatsje op het kerkhof al uitgezocht? Omdat je nooit kunt weten hoe snel je op het kerkhof terechtkomt.’ De toezichthouder vat dit op als een intimidatie/bedreiging en heeft van dit voorval een agressiemelding gedaan. Op 5 juli 2024 verstuurt de burgemeester over het voorval een brief aan mw. S. Honings.

De burgemeester duidt degene tegen wie de agressiemelding zich richt aan als een van de medewerkers van mw. S. Honings. In de brief schrijft de burgemeester dat de gemeente de identiteit van de medewerker niet kent. De gemeente houdt mw. S. Honings verantwoordelijk voor het gedrag van haar medewerker, maar vindt het ‘voor nu […] te ver gaan om u persoonlijk een sanctie op te leggen.’ Ook schrijft de burgemeester dat van dit voorval melding zal worden gedaan bij de politie. Uitvoering toezicht vanwege het opbouwen bouwsteigers Op woensdag 17 april 2024 voert de toezichthouder van de gemeente opnieuw een controle uit op de Pastoor Neujeanstraat 15. Aanleiding voor de controle is het opbouwen van bouwsteigers aan de vooren rechterzijde van het pand. Tijdens de controle constateert de toezichthouder geen overtredingen. De toezichthouder neemt wel telefonisch contact op met dhr. Honings omdat hij van de aanwezigen bij het pand begrepen heeft dat er werkzaamheden aan het dak uitgevoerd gaan worden. Telefonisch

35.

probeert de toezichthouder een afspraak voor een informatief gesprek over de bouwplannen met dhr. Honings te maken. Afspreken is op korte termijn wegens drukte niet mogelijk. Er wordt afgesproken later opnieuw contact te hebben. De volgende dag, op donderdag 18 april, belt dhr. Honings de toezichthouder en geeft aan dat de planning voor de werkzaamheden aan het dak gewijzigd is en dat hij voornemens is de aanstaande zaterdag te starten met de werkzaamheden aan het dak. Omdat de toezichthouder onder andere de bestaande draagconstructie wenst te zien en te documenteren, maakt hij met dhr. Honings een afspraak voor later die dag. Ter plaatste geeft dhr. Honings een toelichting op de voorgenomen bouwactiviteiten, waaronder die aan het dak. Dhr. Honings geeft onder meer aan dat de dakpannen en de panlatten vervangen zullen worden en benadrukt dat het volume van het gebouw niet gewijzigd zal worden, en dat er geen constructieve wijzigingen zullen plaatsvinden. De toezichthouder spreekt met dhr. Honings af dat hij de draagkracht van de dakconstructie door een constructeur laat controleren. Reden hiervoor is de mogelijk toegenomen belasting op de draagconstructie door het plaatsen van isolering en afwerking met gipsplaten. Afgesproken wordt dat de gemeente over deze controle op korte termijn geïnformeerd zal worden. Ook wordt afgesproken dat dhr.

Honings het telefoonnummer en mailadres van mw. S. Honings doorgeeft, zodat zij op de hoogte kan worden gehouden van hetgeen besproken is. Naar aanleiding van het toezicht concludeert de toezichthouder dat er geen overtredingen zijn en dat een vervolgcontrole zal worden uitgevoerd. In gesprek met de onderzoekers heeft de toezichthouder aangegeven de contactgegevens van mw. S. Honings niet ontvangen te hebben. De toezichthouder is de communicatie daarom aan dhr. Honings blijven sturen. Met dhr. Honings zijn verder geen afspraken gemaakt over wie het aanspreekpunt was ingeval van vragen of problemen. De toezichthouder ging ervan uit dat dat dhr. Honings zou zijn.

Op 19 april verstuurt de toezichthouder het controlerapport per mail naar dhr. Honings, met het verzoek om het rapport door te sturen naar mw. S. Honings of haar contactgegevens aan te leveren.

3.3.

Handhavend optreden van de gemeente

Gemeente besluit tot het opleggen van een bouwstop Op 23 april 2024 voert de toezichthouder van de gemeente opnieuw een controle uit op de Pastoor Neujeanstraat. Het gaat daarbij om het uitvoeren van een reguliere controle in verband met de voortgang van de werkzaamheden. Ter plaatste constateert de toezichthouder dat de werkzaamheden anders worden uitgevoerd dan was afgesproken op 18 april 2024. De toezichthouder neemt telefonisch contact op met dhr. Honings. Die laat weten dat de omvang van de werkzaamheden groter is dan aanvankelijk gedacht. Een groot aantal houten constructiedelen van de kap blijkt in een slechtere toestand. Verder geeft dhr. Honings desgevraagd aan dat de houten balken die naast het pand liggen, gebruikt zullen worden voor herstel van de kapconstructie. Verder geeft dhr. Honings aan dat hij nog steeds niet van plan is constructief iets te wijzigen aan de draagconstructie van de kap. In zijn verslag van de controle merkt de toezichthouder op dat de nieuwe sporen groter zijn dan de sporen in de oude dakconstructie. De conclusie van de toezichthouder is dat er bouwwerkzaamheden aan het dak worden uitgevoerd. De dakpannen en panlatten zijn verwijderd, de gordingen en spanten zijn er nog. Daarover schrijft de toezichthouder het volgende in zijn verslag:

36.

“Op de dakvloer aangekomen stel ik vast dat de pannen en panlatten zijn verwijderd en bovendien is de complete kapconstructie gesloopt met uitzondering van de spanten en de gordingen. Meneer Honings geeft toe dat de omvang van de werkzaamheden groter is dan aanvankelijk gedacht. Een groot aantal houten constructie delen van de kap zijn zoals nu zichtbaar geworden is in een slechte toestand.”

De toezichthouder concludeert dat er gebouwd wordt zonder benodigde omgevingsvergunning. Een vergunning is volgens hem noodzakelijk, “omdat de draagconstructie gewijzigd wordt en het isoleren van het dak en het toevoegen van een gipskartonnen afwerklaag voor extra lasten op de draagconstructie zorgen. Als onderdeel van de vergunningaanvraag dient een constructieberekening van de nieuwe situatie gemaakt worden.” Later die dag neemt de toezichthouder telefonisch contact op met dhr. Honings en deelt dhr. Honings mee dat de gemeente per direct een bouwstop oplegt vanwege het ontbreken van een omgevingsvergunning. De bouwstop zal worden opgeheven op het moment dat er een vergunning is. Dhr. Honings geeft aan teleurgesteld te zijn in de gemeente, en in het bijzonder in de toezichthouder. Hij geeft aan de toezichthouder niet meer aan de Groeneboord 25 te willen zien. Gemeente informeert mw. S. Honings over opleggen bouwstop en dwangsom Na het telefoongesprek op 23 april 2024 stopt de toezichthouder dezelfde dag een schriftelijke verklaring voor het opleggen van de bouwstop in de brievenbus bij mw. S. Honings. Op 24 april 2024 laat de toezichthouder de brief mw. S. Honings opnieuw doen toekomen, ditmaal per aangetekende post. Aanleiding voor het opleggen van de bouwstop is de constatering dat er werkzaamheden aan het dak plaatsvinden.

De gemeente schrijft: “De dakpannen en de panlatten zijn verwijderd. De gehele dakconstructie is verwijderd met uitzondering van de spanten en de gordingen.” Bovendien heeft dhr. Honings de toezichthouder telefonisch laten weten dat de houten balken die zich naast het pand bevinden, zullen worden gebruikt voor de kapconstructie. De toezichthouder heeft geconstateerd dat deze balken groter zijn dan de balken in de oude dakconstructie. Daaruit volgt, zo schrijft de gemeente, dat het bouwwerk gedeeltelijk wordt vernieuwd of verandert en de draagconstructie wijzigt. Daarvoor is een omgevingsvergunning nodig. De gemeente koppelt de bouwstop aan een last onder dwangsom. De last houdt in dat mw. S. Honings van rechtswege een dwangsom verbeurt van €500,- per dag dat geconstateerd wordt dat in strijd met deze lastgeving wordt gehandeld, met een maximum van €3.000,-. Op 25 april 2024 stuurt de gemeente de brief over de oplegging van de bouwstop en dwangsom ook naar dhr. Honings. Dhr. Honings appt de burgemeester en de griffier Op 24 april vraagt dhr. Honings de burgemeester via Whatsapp wat de toegevoegde waarde is van een bouwstop. Volgens hem is de bouwstop onterecht. Hij stelt dat aan de dakconstructie niets wijzigt en dat het huis in verval raakt en mogelijk gesloopt moet worden. Een dag later appt de burgemeester terug dat zij een gesprek laat inplannen. Op dezelfde dag stuurt dhr.

Honings tevens een whatsappbericht aan de griffier. Hij laat hem weten dat hij en zijn dochter ten einde raad zijn. ‘Wanneer stopt dit, waar is het meedenken menselijk aspect? Susanne schijnt gewoon de toestemming gegeven te hebben.’

37.

3.3.1. Mw. S. Honings doet conceptaanvraag/vraag om vooroverleg Op 25 april 2024 doet mw. S. Honings een verzoek tot vooroverleg door een conceptaanvraag toe te sturen voor de omgevingsvergunning die nodig is voor de werkzaamheden aan het dak, de gevel en de kozijnen aan de Pastor Neujeanstraat 15. De bestuurlijke driehoek gaat in gesprek met dhr. Honings en mw. T. Honings Naar aanleiding van het opleggen van de bouwstop vindt er op 26 april 2024 een gesprek plaats tussen dhr. Honings, mw. T. Honings, de burgemeester, de gemeentesecretaris en de griffier. In het gesprek wordt vanaf de kant van de gemeente aangegeven dat er voor de werkzaamheden aan het dak een vergunning nodig is. Dhr. Honings is van mening dat dat niet nodig is. Dhr. Honings verlaat het gesprek voortijdig. Tijdens het gesprek doet de gemeentesecretaris een toezegging over het oppakken van de kwestie door de gemeente. Over de precieze inhoud van deze toezegging verschillen dhr. Honings en de gemeente van mening. De gemeentesecretaris heeft in gesprek met de onderzoekers aangegeven de toezegging te hebben gedaan dat de vergunning snel doorgang zou kunnen vinden. Hij is naar aanleiding van deze toezegging langsgegaan bij de afdeling om te informeren over het proces. Dhr.

Honings is echter van mening dat de gemeentesecretaris de toezegging heeft gedaan dat een kappenplan voldoende was, dat hij zou zorgen dat het project binnen twee weken verder kon en dat een omgevingsvergunning niet nodig zou zijn. Ook mw. T. Honings heeft de toezegging opgevat als dat het niet noodzakelijk was om een omgevingsvergunning aan te vragen. Op de avond van 26 april 2024 appt dhr. Honings aan de burgemeester:”Laatste bericht van mij Susanne. Of je grijpt nu in of je laat alles gebeuren wat er nu gaande is. Voor mij is het einde oefening bij de gemeente Simpelveld, dus ik heb niks meer te verliezen!” De burgemeester heeft dit als intimiderend ervaren en hiervan een melding gemaakt bij de politie. Eerder op die dag, om iets voor 16 uur, appt dhr. Honings aan de griffier dat hij “helemaal klaar is met de organisatie gemeente Simpelveld.” Hij schrijft dat er volgens zijn vrouw, mw. T. Honings, een mogelijkheid is om snel te beginnen en dat er geen omgevingsvergunning nodig is. “Hoe kan dit opeens, was toch eerst onmogelijk? Ik wil precies weten wat er nodig is en dat via mail. Ook wanneer er gestart kan worden. Het enige dat ik kan/wil aanreiken is een verklaring van de constructeur dat ons beoogde plan van aanpak constructief aan de eisen voldoet.” Dhr. Honings schrijft dat hij uiterlijk de komende maandag antwoord op deze vragen wil hebben.

Gemeente vraagt om aanvullende informatie voor de beoordeling van de conceptaanvraag Op 30 april 2024 verzoekt de gemeente mw. S. Honings om aanvullende gegevens aan te leveren voor de behandeling van het verzoek tot vooroverleg op basis van de conceptaanvraag. In de brief wordt mw. S. Honings erop gewezen dat een conceptaanvraag alleen is bedoeld voor een vooroverleg om te beoordelen of een bouwplan haalbaar is. Een conceptaanvraag betreft geen formele vergunningsprocedure, en kan niet leiden tot opheffing van de bouwstop. Op 3 mei 2024 appt dhr. Honings de griffier en schrijft: “Ik ben vandaag in het pand van S. [red.] geweest en kreeg de tranen in de ogen, daar kan ik niet meer tegen. […] Hier kan ik op geen enkele wijze begrip voor tonen.’’ Op 6 mei vraagt dhr. Honings aan de griffier of hij notulen heeft gemaakt van het gesprek van 26 april 2024 met de burgemeester en de gemeentesecretaris. De griffier reageert dat hij dat niet heeft gedaan. Vervolgens vraagt dhr. Honings of hij rechten kan ontlenen aan hetgeen daar gezegd en beloofd is.

De door dhr. Honings aangeleverde berekening en kappenplan zijn onvoldoende voor de gemeente Op 6 mei 2024 stuurt dhr. Honings de burgemeester en de gemeentesecretaris een constructieberekening en de bijbehorende schets van het kappenplan voor de Pastoor Neujeanstraat.

38.

Dhr. Honings merkt op dat er constructietechnisch en qua volume niets zal veranderen. Hij hoopt direct verder te kunnen gaan met de werkzaamheden. Diezelfde dag reageert een ambtenaar van de gemeente. De ambtenaar verwijst naar de brief van 30 april 2024 en schrijft dat voor een conceptaanvraag of formele vergunningsaanvraag aanvullende gegevens nodig zijn, waaronder bouwkundige tekeningen. De aanvullende gegevens zijn nodig omdat de gemeente anders niet kan beoordelen of er constructie- of bouwtechnisch iets zal wijzigen en of het bouwvolume zal toenemen. In reactie laat dhr. Honings weten dat zijn mail bedoeld was voor de gemeentesecretaris, en dat met hem afspraken zijn gemaakt omtrent de verbouwing van Pastoor Neujeanstraat. De volgende dag (07-05) laat de gemeentesecretaris weten de mail te hebben doorgestuurd naar de afdeling VTH omdat deze afdeling de verdere afhandeling zal doen. Vervolgens verwijst ook de gemeentesecretaris naar de brief van 30 april, en herhaalt hij welke aanvullende gegevens nodig zijn voor een conceptaanvraag of formele vergunningsaanvraag. De gemeentesecretaris benadrukt dat het doorlopen van de concept-aanvraagprocedure geen omgevingsvergunning oplevert. Daar is een formele aanvraag voor nodig. Pas bij de aanvraag van een omgevingsvergunning kan er concreet zicht op legalisatie ontstaan. Op 8 mei 2024 mailt mw. T.

Honings de gemeentesecretaris en de burgemeester. Zij schrijft dat de gemeente een vergunning verlangt, volgens haar in strijd met hetgeen is afgesproken op 26 april. De afspraak was, volgens mw. T. Honings, dat een kappenplan en constructietekening voldoende waren en dat een omgevingsvergunning niet nodig was. Op 14 mei 2024 brengt mw. T. Honings haar mail van 8 mei 2024 nogmaals onder de aandacht van de gemeentesecretaris.

3.4.

Juridische procedures tegen bouwstop en vraag om voorlopige voorziening

Mw. S. Honings tekent bezwaar aan tegen de bouwstop en last onder dwangsom Op 16 mei 2024 tekent mw. S. Honings bezwaar aan tegen het besluit tot het opleggen van de bouwstop en de last onder dwangsom op 24 april 2024. Het bezwaarschrift stelt dat de draagconstructie van het gebouw niet wijzigt en er daarom geen vergunningsplicht is. Ter onderbouwing levert het bezwaar statische berekeningen aan die op 6 mei 2024 door adviesbureau Storms zijn gemaakt. In aanvulling stelt het bezwaar dat er geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume is. Volgens het college is er sprake van een uitbreiding van het bouwvolume doordat de nieuw te gebruiken balken groter zijn dan de originele balken. Het bezwaar stelt dat de balken die gebruikt gaan worden dezelfde omvang hebben als de originele balken en op dezelfde plek geplaatst worden. Hierdoor is er geen sprake van een uitbreiding van het bouwvolume. Mw. S. Honings vraagt de rechtbank om een voorlopige voorziening Op dezelfde datum (16-05) dient de advocaat van mw. S. Honings een verzoekschrift in bij de rechtbank Limburg. Aan de rechter wordt gevraagd om het besluit van 24 april 2024 te schorsen. Gesteld wordt dat cliënte meent dat er geen vergunningen nodig zijn en dat het besluit van het college onterecht is.

Verder stelt het verzoekschrift dat tijdens het inspectiebezoek van 18 april door de toezichthouder is aangegeven dat alles in orde is en dat cliënte kan beginnen met bouwwerkzaamheden. Ten slotte stelt het verzoekschrift dat de bouwstop grote gevolgen heeft voor de bewoonbaarheid van de woning doordat het dak niet afgesloten is. Aan het verzoekschrift is onder meer een toelichting van dhr. Honings toegevoegd. Daarin stelt dhr. Honings dat het de bedoeling is om enkel het dak te herstellen en de gevels en kozijnen te moderniseren. Dhr. Honings stelt dat de toezichthouder van de gemeente toestemming zou hebben

39.

gegeven voor de werkzaamheden en dat de gemeentesecretaris de toezegging gedaan heeft het vervolg van de bouwactiviteiten binnen twee weken te regelen. Na het indienen van het verzoekschrift door mw. S. Honings vraagt de rechtbank de gemeente of zij het genomen besluit (opleggen bouwstop en dwangsom) willen opschorten tot na de uitspraak in de voorlopige voorzieningenprocedure of van kracht wil laten blijven. Na intern overleg besluit de gemeente om het besluit van kracht te laten omdat dat anders zou betekenen dat de bouwactiviteiten hervat zouden kunnen worden. Op 22 mei 2024 laat dhr. Honings de griffier weten dat hij afwezig is en dat mw. Deborah Honings zijn taken als fractievoorzitter zal waarnemen.

Verweerschrift van de gemeente Op 23 mei 2024 dient het college naar aanleiding van het verzoekschrift van mw. S. Honings in de voorlopige voorzieningenprocedure een verweerschrift in bij de rechtbank. Het college bestrijdt dat door de toezichthouder de toezegging zou zijn gedaan dat de bouwwerkzaamheden konden starten. Toegezegd is enkel dat gestart kon worden met het vervangen van de dakpannen en panlatten. Ook bestrijdt het college het standpunt dat de draagconstructie niet wijzigt en stelt dat uit de aangeleverde statische berekeningen niet kan worden afgeleid of er wijzigingen aan de draagconstructie uitgevoerd worden. Bovendien, zo stelt het college, zal het bouwvolume uitbreiden bij het plaatsen van de sporen waarvan dhr. Honings heeft aangegeven dat ze gebruikt zullen worden. Deze nieuwe sporen zijn groter dan de originele sporen. Tot slot weerspreekt het college dat het dak ‘volledig open’ ligt. Het college wijst erop dat het dak, met toestemming van het college, geheel dichtgemaakt is door middel van dekzeilen en dat daardoor schade aan het pand wordt voorkomen. Volgens het college ontbreekt hierdoor een spoedeisend belang, en is er evenmin sprake van financiële gevolgen die niet te overzien zijn. Op 21 mei 2024 voert de gemeente opnieuw toezicht uit aan de Pastoor Neujeanstraat. De toezichthouder controleert of de bouwstop nageleefd wordt. Op het perceel is mw. T.

Honings aanwezig, bezig met opruimwerkzaamheden. Volgens de toezichthouder maakt mw. T. Honings in zijn richting gebruik van verbaal geweld, krachtige stemverheffing en schelden. De toezichthouder maakt hier een melding van. Op 5 juli stuurt de burgemeester hierover een brief aan mw. T. Honings.

Dhr. Honings en mw. Honings vragen naar toezegging Op 12 juni 2024 mailt mw. T. Honings de burgemeester en de gemeentesecretaris en geeft aan dat zij nog geen terugkoppeling heeft ontvangen over de afspraak/toezegging die zij van de burgemeester en gemeentesecretaris heeft gehad over het proces rond de Pastoor Neujeanstraat. Mw. T. Honings stelt dat er kosten zijn gemaakt voor de constructieberekening en wil een persoonlijke reactie van de burgemeester en de gemeentesecretaris, zonder daarbij de ambtelijke organisatie te betrekken. Op 19 juni stuurt dhr. Honings een bericht aan de griffier, waarin hij aangeeft dat hij het idee heeft “dat er totaal niets is veranderd in de organisatie”. Hij vraagt de griffier naar het gesprek van 26 april 2024 met de burgemeester en gemeentesecretaris. Hij wil weten wat er toen besproken is, en wat de toezegging is die de gemeentesecretaris gedaan zou hebben. Diezelfde avond stuurt hij een bericht aan de griffier en stelt dat de gemeentesecretaris de toezegging had gedaan dat ze binnen twee weken verder konden met de

40.

werkzaamheden als zij een kappenplan zouden aanleveren. Dhr. Honings vraagt de griffier of dat klopt. Daarop krijgt dhr. Honings geen reactie.

3.4.1. Behandeling verzoek voorlopige voorziening en bezwaarschrift Zitting voorzieningenrechter Op donderdag 27 juni behandelt de voorzieningenrechter het verzoek van mw. S. Honings. Aanwezig zijn mw. S. Honings, dhr. Honings en mw. T. Honings. Ook namens de gemeente is er een vertegenwoordiging. De gemachtigde van mw. S. Honings, haar advocaat, is verhinderd en niet aanwezig op de zitting. Het is hoofdzakelijk dhr. Honings die het woord voert namens mw. S. Honings. Opgemerkt moet worden dat dhr. Honings door de gemeente is aangemerkt als derde-belanghebbende in de procedure om een voorlopige voorziening.

Voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af Op 11 juli 2024 doet de voorzieningenrechter uitspraak en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Dat betekent dat de bouwstop en dwangsom van kracht blijven. De rechter oordeelt dat de gemeente terecht stelt dat uit de controles blijkt dat de draagconstructie van het pand wordt gewijzigd. Uit de aangedragen gegevens blijkt dat de sporen zijn verwijderd en deels zijn vervangen, dat de nok- en middengording is verwijderd en deels vervangen evenals de hoekkepers. Alleen de gebinten zijn intact gebleven. Ook oordeelt de rechter dat uit de door mw. S. Honings overgelegde statische berekening niet kan worden afgeleid dat de draagconstructie niet wordt gewijzigd. Volgens de rechter volgt uit het voorgaande dat er sprake is van een wijziging van de draagconstructie en dat de wijziging vergunningplichtig is. Dat er na het verwijderen een identieke uitvoering terugkomt en dat er naar alle waarschijnlijkheid geen toename van het bouwvolume zal zijn, doet hieraan niet af. Advies bezwaarschriftencommissie: verklaar bezwaar ongegrond Op 15 juli 2024 behandelt de bezwaarschriftencommissie het bezwaar van mw. S. Honings tegen de oplegging van de bouwstop en dwangsom. De commissie adviseert het college om het bezwaar ongegrond te verklaren en het besluit in stand te laten.

De commissie volgt het standpunt van het college en de voorzieningenrechter, en stelt dat is gebleken dat de draagconstructie wijzigt. Anders dan de voorzieningenrechter is de commissie van oordeel dat er ook sprake is van een wijziging van het bouwvolume. Op basis van de aanwezige stukken is volgens de commissie duidelijk zichtbaar dat de nieuw te gebruiken sporen grotere afmetingen hebben dan de verwijderde sporen. Op 7 augustus 2024 volgt het college het advies van de bezwaarschriftencommissie door het bezwaar ongegrond te verklaren en het besluit in stand te laten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=d34fa748-9a56-4c77-a883-7d2a6d30fc77