CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage - onderzoek gemeente Simpelveld (definitieve versie, incl. zienswijzen) DEF

Raadsvergadering 28 april 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Borging integriteit gemeenteraad Simpelveld23.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.4.2. Beroep tegen beslissing op bezwaar en nieuw verzoek voorlopige voorziening Mw. S. Honings gaat in beroep tegen beslissing op bezwaar Op 16 september tekent de gemachtigde van mw. S. Honings namens haar beroep aan tegen de beslissing op bezwaar. Het beroepschrift herhaalt de gronden die tijdens de fase van bezwaar naar voren zijn gebracht. Ter ondersteuning is aan het beroepschrift is opnieuw de statische berekening van de dakconstructie van 6 mei 2024 toegevoegd. Aan de statische berekening is ditmaal een brief van 4 oktober 2024 toegevoegd

41.

van het adviesbureau dat de berekening heeft gemaakt. In de brief staat dat het bureau dhr. Honings voorafgaand aan de werkzaamheden aan het dak van Pastoor Neujeanstraat heeft geadviseerd om de houten constructieonderdelen van de kapconstructie te vervangen door nieuwe. De bestaande houten constructieonderdelen waren door houtrot aangetast, waardoor de constructieve veiligheid van de kapconstructie niet meer te garanderen was. Vervolgens heeft het bureau voor de plaatsing van de nieuwe constructieonderdelen een statische berekening en bijbehorende schets gemaakt. Het bureau merkt op dat daarin ook een vergelijking is gemaakt van de bestaande en de nieuwe situatie voor wat betreft de gewichtsafdracht van de kapconstructie op de ondergelegen constructie. Daaruit volgt dat het gewicht toeneemt met 0,3 kg/m2. Deze toename is volgens het bureau te verwaarlozen en zou geen invloed hebben op de ondergelegen constructie. Het beroepschrift stelt dat er geen vergunning nodig is voor de bouwactiviteiten en merkt op dat door de bouwstop het pand aanzienlijke schade opgelopen heeft. Naarmate de tijd vordert en de bouwstop voortduurt, kan het pand hoogstwaarschijnlijk niet meer hersteld worden, aldus het beroepschrift. Mw. S. Honings doet nieuw verzoek om voorlopige voorziening Op 16 oktober 2024 dient de gemachtigde van mw. S.

Honings namens haar opnieuw een verzoek in om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoekschrift stelt dat mw. S. Honings van mening blijft dat zij geen vergunningen nodig heeft voor de bouwwerkzaamheden in kwestie. Ter onderbouwing van dit standpunt worden dezelfde gronden aangedragen als in het beroepsschrift in het beroep tegen de beslissing op bezwaar. Wat betreft het spoedeisend belang stelt het verzoekschrift dat het dak van de woning provisorisch is dichtgemaakt met plastic, en dat de bouwstop inmiddels zes maanden duurt. Volgens het verzoek is de woning gedurende deze maanden onderhevig geweest aan regenval en andere weersomstandigheden, en heeft de woning ernstige schade opgelopen. Als de werkzaamheden nu niet verder mogen gaan, en het dak niet dicht gemaakt mag worden, dan moet het pand gesloopt worden. Verweerschrift college in beroepsprocedure Op 23 oktober 2024 dient het college een verweerschrift in bij de beroepsprocedure tegen de beslissing op bezwaar. In het verweerschrift stelt het college dat mw. S. Honings zonder vereiste omgevingsvergunning een bouwactiviteiten verricht en dat dat voor haar eigen rekening en risico komt. Het gegrond verklaren van het beroep en het intrekken van het bestreden besluit zou leiden tot opheffing van de bouwstop, en dat zou afbreuk doen aan dit instrument en een gedegen vergunningsprocedure ondermijnen.

Daarnaast stelt het college dat toekenning ertoe zou leiden dat een onrechtmatigheid wordt toegestaan. Vervolgens loopt het college de gronden van het beroep langs. Het verweer van het college bouwt voort op de eerdere beslissing op bezwaar en op het verweer in de voorlopige voorzieningsprocedure. Op een paar punten heeft het college zijn onderbouwing uitgebreid. Het college bestrijdt opnieuw de bewering dat het bouwvolume niet zou toenemen en stelt dat de sporen die gebruikt gaan worden groter zijn dan de originele sporen. Wanneer deze grotere sporen gebruikt worden zal het dak, volgens het college, ten minst 2 centimeter hoger komen te liggen. Verder bestrijdt het college de bewering dat het pand schade oploopt door de bouwstop. Het college stelt dat het dak is afgedekt met dekzeilen maar dat deze op plekken beschadigd zijn. Het college heeft toestemming gegeven de dekzeilen aan te brengen en te vervangen. Het niet vervangen van de dekzeilen is voor risico van mw. S. Honings en dit is niet het gevolg van de bouwstop.

42.

Verweerschrift college in procedure voorlopige voorziening Op 23 oktober 2024 dient het college ook een verweerschrift in voor de procedure voor de voorlopige voorziening. Het college herhaalt de standpunten uit de eerste procedure voor een voorlopige voorziening. Verder stelt het college dat er geen sprake is van spoedeisend belang. Het college stelt dat mw. S. Honings maatregelen heeft genomen om schade aan het pand te voorkomen, en dat het de eiseres is toegestaan om de dekzeilen die op het dak liggen te repareren of te vervangen. Volgens het college zullen er daarom geen onomkeerbare gevolgen optreden en kan er gewacht worden op de behandeling van het geschil in de beroepsprocedure. Bovendien is er volgens het college geen sprake van relevante wijzigingen van de feiten en omstandigheden ten opzichte van de eerdere beslissing over een voorlopige voorziening. Zitting voorzieningenrechter Op 7 november 2024 behandelt de voorzieningenrechter het tweede verzoek van mw. S. Honings om een voorlopige voorziening. Aanwezig zijn mw. S. Honings, haar gemachtigde, dhr. Storms van adviesbureau Storms (als deskundige), dhr. Honings en mw. T. Honings. Ook namens de gemeente is er een vertegenwoordiging aanwezig. Dhr. Robert Honings en mw. T. Honings nemen plaats op de publieke tribune, achter mw. S. Honings en haar gemachtigde.

Op de eerste vraag van de rechter wordt antwoord gegeven door dhr. Honings. Hij doet dat uit eigen initiatief, niet omdat de rechter hem aanspreekt of het woord geeft. Gedurende de zitting is het vooral dhr. Honings die het woord voert namens mw. S. Honings. Dhr. Honings geeft tijdens de zitting aan dat hij de belangenbehartiger van zijn dochter is, en dat hij betrokken is bij het bouwproject. Tijdens de zitting voert dhr. Honings zeven keer het woord, de gemachtigde drie keer en mw. S. Honings ook drie keer. Opgemerkt moet worden dat dhr. Honings in tegenstelling tot de eerdere procedure voor een voorlopige voorziening ditmaal door de gemeente niet is aangemerkt als derde-belanghebbende.

Uitspraak voorzieningenrechter met een onmiddellijke uitspraak in de beroepsprocedure Op 5 december 2024 doet de voorzieningenrechter uitspraak in zowel de beroepsprocedure als het verzoek om de voorlopige voorziening. De rechter verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen. In de beschrijving van het procesverloop geeft de rechtbank aan dat mw. S. Honings ter zitting verschenen is en werd bijstaan door haar gemachtigde en dhr. Honings.

De rechter concludeert dat de gemeente ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwvolume zal toenemen. Ten tijde van de controle en de stillegging was volgens de rechter nog geen sprake van uitbreiding van het bouwvolume en op basis van wat de toezichthouder heeft aangetroffen, kan ook niet worden gesteld dat er een gevaar voor overtreding dreigde. De constatering dat het formaat van sommige van de als sporen te gebruiken balken groter waren dan de originele sporen, is volgens de rechter onvoldoende voor het vaststellen van een dreigende overtreding. De rechter merkt ook op dat vaststaat dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de betreffende omgevingsplanactiviteit (het vernieuwen van het dak) niet geweigerd kan worden. Dit roept voor de rechter de vraag op hoe evenredig het handhavend optreden van de gemeente is.

43.

Niettemin oordeelt de rechter dat de gemeente terecht en op goede gronden het besluit tot een bouwstop met last onder dwangsom heeft gehandhaafd. Het besluit kan worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde overtreding van het verrichten van een bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning. De rechter onderschrijft het standpunt van de gemeente dat de draagconstructie van het pand wordt gewijzigd en dat met de vernieuwing van onderdelen van de draagconstructie was begonnen. Ter zitting heeft dhr. Honings herhaald dat geen sprake is van een wijziging van de draagconstructie omdat de bestaande constructieonderdelen voor zover nodig worden vervangen door nieuwe onderdelen die nagenoeg hetzelfde zijn. De rechter volgt de redenering niet. In de uitspraak staat dat dhr. Honings ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat geen formele vergunningsaanvraag wordt ingediend wegens de hoogte van de leges. Verder stelt hij dat de gemeente uit coulance, nu een oud pand met historische waarde wordt opgeknapt, niet meteen handhavend had moeten optreden. Volgens de rechter kan in dit betoog geen grond gevonden worden voor het oordeel dat de gemeente had moeten afzien van handhaving.

Bovendien merkt de rechter op dat de gemeente ter zitting meermaals herhaald heeft dat een aanvraag met voorrang zal worden behandeld en dat er op voorhand geen beletselen lijken te zijn om een vergunning te verlenen. Of dat daadwerkelijk zo is en of de bouwstop kan worden beëindigd moet echter uit de beoordeling van een ontvankelijke aanvraag blijken, aldus de rechter.

44.

4. Conclusies Inleiding Dit onderzoek richt zich op het handelen van dhr. Honings als raadslid van de gemeente Simpelveld. Onderzocht is of er sprake is van overtredingen van normen die verbonden zijn aan het raadslidmaatschap. Om die vraag te kunnen beantwoorden is het noodzakelijk om alle gebeurtenissen te betrekken die zijn beschreven in de feitenreconstructie en de context mee te nemen waarin die gebeurtenissen plaatsvonden. Bijzonder aan de verhouding tussen de gemeente en dhr. Honings is dat dhr. Honings raadslid is. Als raadslid ben je deel van het bestuur van de gemeente en heb je een bijzondere positie. Door deze bijzondere positie ben je als raadslid naast de normale wetten en regels ook gehouden aan de door de gemeenteraad vastgestelde gedragscode en de bepalingen uit de Gemeentewet die gaan over het handelen van raadsleden. Met de ontwikkeling van de Groeneboord en later de Pastoor Neujeanstraat heeft dhr. Honings sinds 2021 veelvuldig in contact gestaan met de gemeente Simpelveld en de in mandaat handelende RUD. Dit contact heeft betrekking op verschillende vergunningaanvragen, bouwactiviteiten, sloopmeldingen, sloopwerkzaamheden, bezwaar- en beroepsprocedures. Bepalend voor het verloop van het contact tussen de gemeente en dhr. Honings is niet alleen het handelen van dhr. Honings, maar ook dat van de gemeente. In de interactie tussen de gemeente en dhr.

Honings hebben beide rechten en plichten. De gemeente heeft met haar beginselplicht tot handhaving de taak om te zorgen voor de handhaving van alle geldende wetten en regels, maar heeft ook de opdracht om zich dienstbaar op te stellen en te onderzoeken op welke manier tegemoetgekomen kan worden aan initiatieven of wensen vanuit de samenleving. Dhr. Honings heeft als inwoner op zijn beurt de plicht om te handelen in lijn van de wetten en regels, de gemeente naar waarheid te informeren en zich aan afspraken te houden. Dhr. Honings heeft echter ook het recht om (bouw)initiatieven te ontplooien en daarbij een dienstbare, onbevooroordeelde en een naar evenredigheid optredende gemeente naast zich te vinden. Dhr. Honings heeft als inwoner initiatief genomen voor de ontwikkeling van de Groeneboord en de Pastoor Neujeanstraat en de gemeente reageert op deze initiatieven door eisen te stellen aan de initiatieven en te vragen om de informatie die nodig is om de juridische procedures te doorlopen. Op deze manier is er een interactie tussen dhr. Honings en de gemeente ontstaan waarin telkens nieuwe juridische vraagstukken opkomen en waarin beide partijen steeds verder verwikkeld zijn geraakt. De feitenreconstructie die is opgenomen in de voorgaande hoofdstukken beschrijft een proces waarin de spanning tussen deze rechten en plichten tot uitdrukking komt.

De conclusies betrekken dit perspectief in de beantwoording van de onderzoeksvragen.

1. Het handelen van dhr. Honings past niet bij de rol en positie van raadslid Als raadslid ben je onderdeel van het bestuur van de gemeente en heb je een voorbeeldfunctie. Dat betekent dat je je onthoudt van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt schaden, ook in de privésfeer. Daarbij maakt een raadslid geen gebruik van door het ambt verkregen informatie voor zichzelf of voor derden.2

2 Gedragscode gemeenteraad gemeente Simpelveld.

45.

A. Gebruik contacten vanuit hoedanigheid van raadslid past niet bij de rol van raadslid In de ontwikkeling van de Groeneboord en de Pastoor Neujeanstraat zoekt dhr. Honings op verschillende momenten contact met de burgemeester, de gemeentesecretaris en de griffier. Het contact dat dhr. Honings heeft met hen komt voort uit het feit dat hij raadslid is, andere inwoners hebben deze ingang niet. Hoewel het op sommige momenten in de feitenreconstructie begrijpelijk is dat dhr. Honings naast het ambtelijk contact ook op bestuurlijk niveau contact zoekt, past deze inzet niet bij de te doorlopen procedures. Andere inwoners beschikken niet over het directe contact met de leden van de bestuurlijke driehoek en hebben niet de mogelijkheid om hun vraag of probleem direct bij hen onder de aandacht te brengen. B. De wijze van bejegening van de burgemeester door dhr. Honings is ongepast Op 26 april 2024 appt dhr. Honings de burgemeester met de tekst: "Laatste bericht van mij Susanne. Of je grijpt nu in of je laat alles gebeuren wat er nu gaande is. Voor mij is het einde oefening bij de gemeente Simpelveld, dus ik heb niks meer te verliezen!" De manier van bejegening is door de burgemeester als intimiderend ervaren. De burgemeester heeft daarvan melding gemaakt bij de politie.

De wijze van schrijven aan de burgemeester is in strijd met de gedragscode die stelt dat raadsleden zich correct, fatsoenlijk, en respectvol gedragen. De toon en inhoud van de tekst van dhr. Honings is terecht te kwalificeren als intimiderend en is ongepast voor iemand die invulling geeft aan het ambt van raadslid. C. De ambtenaren van de gemeente hebben de ontwikkelingen rond de Groeneboord en Pastoor Neujeanstraat als onprettig ervaren. Dit is dhr. Honings slechts gedeeltelijk aan te rekenen. Mede aanleiding voor het instellen van dit onderzoek was de melding die is gedaan over dhr. Honings. Deze melding had betrekking op de opstelling van dhr. Honings jegens medewerkers van de gemeente. In de melding worden twee voorvallen aangedragen, van beide is een agressiemelding gedaan. Deze twee voorvallen hebben echter geen betrekking op gedragingen van dhr. Honings zelf. De twee agressiemeldingen kunnen dhr. Honings dan ook niet aangerekend worden. Wat dhr. Honings wel verweten kan worden is de sfeer en dynamiek die is ontstaan tussen de VTHambtenaren van de gemeente en dhr. Honings. De ambtenaren hebben de dossiers van dhr. Honings als onevenredig belastend en de interactie met de dhr. Honings als intimiderend ervaren. Als voorbeelden daarvan wordt aangegeven dat dhr. Honings ambtenaren heeft proberen te vragen naar hun persoonlijke mening in plaats van die als ambtenaar, dat dhr.

Honings afspraken niet nakomt en een van de toezichthouders heeft laten weten niet meer te willen dat deze toezichthouder op zijn locatie komt. Dit past niet bij de respectvolle omgang met ambtenaren die de gemeentelijke gedragscode vraagt van raadsleden. D. De opstelling van dhr. Honings in de verwijdering van asbesthoudende materialen is verwijtbaar Begin 2022 start dhr. Honings met de ontwikkeling van de Groeneboord. Een belangrijk deel van de ontwikkeling van de Groeneboord bestaat uit het uitvoeren van sloopwerkzaamheden, ook aan asbesthoudende onderdelen van het schoolgebouw. Het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden verloopt niet vlekkeloos. Het kan dhr. Honings aangerekend worden dat tot tweemaal toe (op 12 en 15 mei 2023) de verzegeling van de Groeneboord is verbroken. Hoewel bij het verbreken van de verzegeling en het betreden van het pand op 15 mei 2023 duidelijk was dat het pand veilig betreden kon worden, is het zonder overleg met de gemeente verbreken van een verzegeling niet toegestaan. Dhr. Honings had hier contact over moeten zoeken.

46.

Ook het uitvoeren van sloopwerkzaamheden op 14 juli 2023 aan de asbesthoudende gevelplaten zonder geaccepteerde sloopmelding, is dhr. Honings te verwijten. Dat zijn overtredingen die in beginsel vragen om handhavend optreden van de gemeente. E. Het optreden van dhr. Honings in geschillen tussen gemeente en derden is strijdig met de gemeentewet Het raadslidmaatschap doet niet af aan de mogelijkheden die je als inwoner hebt om je eigen belangen te behartigen in bezwaar- en beroepsprocedures. De Gemeentewet geeft echter wel wettelijke grenzen voor de mate waarin raadsleden onderdeel mogen zijn van geschillen tussen de gemeente en derden. Meer specifiek stelt artikel 15 van de Gemeentewet dat een lid van de raad niet als gemachtigde werkzaam mag zijn ten behoeve van een wederpartij in geschillen met de gemeente of het gemeentebestuur. Dit verbod volgt logisch uit het gegeven dat je als raadslid zelf onderdeel bent van het gemeentebestuur. Het verbod uit artikel 15 van de Gemeentewet vormt een waarborg voor de zuiverheid in de verhoudingen tussen raadsleden en het gemeentebestuur. Dit is een fundamenteel beginsel dat gericht is het op beschermen van het rechtsstatelijk functioneren van het bestuur van de gemeente. Het optreden van dhr. Honings zoals dat naar voren komt uit de feitenreconstructie lijkt geen rekening te houden met het verbod uit artikel 15 van de Gemeentewet.

Op verschillende momenten is dhr. Honings betrokken bij bezwaar- en beroepsprocedures van geschillen tussen de gemeente en derden. Het meest specifiek is dit het geval in de juridische procedures rond de Pastoor Neujeanstraat. Tijdens de zittingen van de voorzieningenrechter op 27 juni en 7 november 2024 voert dhr. Honings verschillende keren het woord, voert argumentatie aan en neemt standpunten in namens mw. S. Honings. Naar het oordeel van de onderzoekers is er daarmee sprake van overtreding van artikel 15 van de Gemeentewet.

2. De gemeente is tekortgeschoten in het onbevooroordeeld tegemoet treden van de ontwikkelingen op beide locaties In de feitenreconstructie staan de ontwikkelingen rond twee locaties centraal, eerst de Groeneboord en daarna de Pastoor Neujeanstraat. In de gevoerde gesprekken is op verschillende momenten gerefereerd aan de ontwikkeling van eerdere panden en de interactie rond die ontwikkelingen tussen de gemeente en dhr. Honings. Het verloop van deze andere ontwikkelingen was geen onderdeel van dit onderzoek. Daar doet dit onderzoek geen uitspraak over. Wel kan gesteld worden dat het verloop van de ontwikkeling van de Pastoor Neujeanstraat niet helemaal los gezien kan worden van de eerdere ontwikkeling van de Groeneboord, en ook voor de Groeneboord geldt dat de eerdere wederzijdse ervaringen een rol spelen. De interactie tussen dhr. Honings en de gemeente is daardoor te zwaar beladen geraakt, waardoor de gemeente heeft nagelaten de initiatieven onbevooroordeeld tegemoet te treden. A. De dossiers van dhr. Honings hebben een aparte status gekregen. Een 'gewone' behandeling zoals bij iedere andere inwoner is daardoor lastiger geworden. In het onderzoek kwam naar voren dat de dossiers van dhr. Honings binnen de gemeente een aparte status hadden gekregen, ze werden, wanneer dat kon, met voorrang en extra aandacht opgepakt.

Om te voorkomen dat er gedoe zou ontstaan in een dossier van dhr. Honings zorgde de gemeente voor extra spoed en extra aandacht in zijn dossiers. Dat betekende dat ambtenaren ander werk lieten vallen om zich te kunnen richten of een vraag of verzoek van dhr. Honings. Op deze manier zouden vragen of verzoeken nooit (te) lang blijven liggen en wilde de gemeente voorkomen dat dhr. Honings hen verwijten zou kunnen maken. Daarnaast heeft de gemeente tijdens de ontwikkelingen rond de Pastoor

47.

Neujeanstraat besloten dat toezichthouders, in tegenstelling tot de gebruikelijke werkwijze, niet langer alleen naar de locatie gaan. Door te zorgen dat er altijd twee getuigen waren bij afspraken die werden gemaakt of verklaringen die gegeven werden wilde de gemeente ambtenaren beschermen. De intenties van de gemeente zijn gericht op het beschermen van medewerkers en het snel van dienst kunnen zijn van dhr. Honings. Deze opstelling en handelswijze van de gemeente komt voort uit de ervaring van de gemeente. Hoewel de intenties van de gemeente goed zijn, dragen de opstelling en handelswijze niet bij aan het behandelen van dhr. Honings zoals iedere andere inwoner. De dienstverlening voor en het toezicht op het handelen van dhr. Honings is mede hierdoor onder hoogspanning komen te staan en onder een vergrootglas komen te liggen. B. De aanname van een toename van het bouwvolume op basis van de nieuwe sporen was prematuur De ontwikkelingen rond de Pastoor Neujeanstraat draaien hoofdzakelijk om de wijzigingen aan het dak. Op 18 april 2024 bespreken een toezichthouder van de gemeente en dhr. Honings de werkzaamheden. Als blijkt dat de constructiedelen in een slechtere toestand zijn dan verwacht, blijken er meer werkzaamheden nodig. Wanneer de toezichthouder constateert dat er meer werkzaamheden zijn uitgevoerd dan besproken neemt hij contact op met dhr. Honings. Dhr.

Honings geeft aan waarom er meer werkzaamheden nodig zijn en geeft tevens aan dat de houten balken die zich naast het pand bevinden gebruikt zullen worden voor het dak. Op basis van deze informatie stelt de gemeente dat er een toename van het bouwvolume zal zijn door de werkzaamheden aan het dak. Deze redenering komt tot stand op basis van de afmeting van de nieuwe sporen waarvan dhr. Honings heeft aangegeven dat ze gebruikt zullen worden. De toezichthouder stelt dat deze nieuwe sporen groter zijn dan de oude sporen en dat het dak daardoor ten minste 2 centimeter hoger zal komen te liggen. Hierdoor zou er een toename van het bouwvolume optreden en er daarmee een overtreding ontstaan. De voorzieningenrechter gaat in zijn uitspraak van 5 december 2024 niet mee in deze redenering. Dit moet de gemeente zich aantrekken. C. Met het vasthouden aan de bouwstop stelt de gemeente zich strikter op dan nodig Ten aanzien van de bouwwerkzaamheden aan het dak van de Pastoor Neujeanstraat is het standpunt van de gemeente dat er sprake is van een constructieve wijziging. Door de werkzaamheden aan het dak wijzigt de draagconstructie en is volgens de gemeente een omgevingsvergunning nodig. Vanwege het ontbreken van deze vergunning legt de gemeente een bouwstop op.

De voorzieningenrechter stelt in zijn uitspraak van 5 december 2024 dat de gemeente zich terecht op het standpunt stelt dat er een wijziging van de draagconstructie is en dat er een omgevingsvergunning nodig is. De voorzieningenrechter werpt wel de vraag op in hoeverre het opleggen van de bouwstop evenredig is. Ondanks dat de gemeente bij het opleggen van de bouwstop geen verplichting had om de legalisatiemogelijkheden te onderzoeken, vraagt de rechter zich af of de inzet van de bouwstop evenredig is, omdat een formele aanvraag voor een omgevingsvergunning volgens de rechter niet geweigerd zou kunnen worden. Ook met het uitgangspunt dat er een omgevingsvergunning nodig was, had een route naar legalisatie gezocht kunnen worden waarin de bouwstop bijvoorbeeld na het aanleveren van de constructieve berekeningen was opgeheven zodat het dak dichtgelegd kon worden. Dan had later een omgevingsvergunning kunnen volgen. Op deze manier was er ruimte geweest om de situatie die is ontstaan, met ernstige schade aan het pand, te voorkomen. Met het opleggen en vervolgens vasthouden aan de bouwstop stelt de gemeente zich strikter op dan nodig was geweest. Er was hier voor de gemeente ruimte geweest om, in ieder geval in tweede instantie, naar evenredigheid te kiezen voor een andere route en een minder zware handhavende inzet.

48.

Voorwaarde voor die route is de bereidheid om een aanvraag voor een omgevingsvergunning in te dienen, die bereidheid is tot dusver niet getoond. D. De gemeente is streng als het gaat om het handhavend optreden naar aanleiding van de boorgaten Zoals reeds gesteld is de opstelling van dhr. Honings ten aanzien van de verwijdering van asbest uit het schoolgebouw niet constructief. Tegelijkertijd moet op sommige punten ten aanzien van het handhavend optreden van gemeente de vraag naar proportionaliteit gesteld worden. Wanneer de toezichthouder op 19 december 2023 constateert dat er drie boorgaten in de vloer zijn gemaakt waarvan er één per ongeluk de asbesthoudende lijmlaag heeft geraakt, constateert de toezichthouder dat er sloop aan asbesthoudende materialen is uitgevoerd zonder toestemming en legt een last ter voorkoming van herhaling op. Hoewel de bezwaarschriftencommissie het eens is met de gemeente, is het voor de onderzoekers de vraag of het optreden van de gemeente hier proportioneel is. Wat de onderzoekers betreft ontbreekt hier de juiste afweging ten aanzien van proportionaliteit. Ook hier dringt de vraag zich op of de gemeente dit bij ieder andere inwoner ook zo had gedaan, en of hier niet een striktere norm aan het handelen van dhr. Honings als raadslid wordt gesteld. E.

De gemeente heeft weinig oog voor de praktijk De inzet van handhavende instrumenten kan ver ingrijpen in het leven van inwoners. Verbouwingen kunnen vertragen, er kunnen kosten ontstaan en handhaving kan boosheid oproepen. Boosheid van dhr. Honings – al dan niet (on)redelijk – zou bij de gemeente tot reflectie moeten leiden op het eigen handelen dat ten grondslag ligt aan die boosheid. In die reflectie zou er naast de juridische handhavingslogica ook ruimte moeten zijn voor een bredere blik op het praktische vraagstuk. De onderzoekers zien deze reflectie op het handhavend optreden niet terug bij de gemeente. In de gehele ontwikkeling rond de Groeneboord en de Pastoor Neujeanstraat is er weinig gebruik van deescalerende of lichtere handhavingsmiddelen. F. De gemeente had zich voor de Pastoor Neujeanstraat moeten wenden tot mw. S. Honings Wanneer zich ontwikkelingen voordoen rond het nieuw aangekochte pand aan de Pastoor Neujeanstraat neemt de gemeente al snel contact op met dhr. Honings. Het is logisch dat de gemeente contact zocht met dhr. Honings, hij stelde zich op als aanspreekpunt voor zaken rond het pand en gaf opdrachten aan de aannemer. Dhr. Honings was echter niet de eigenaar van het pand. Dat is mw. S. Honings. Het was beter geweest, voor de gemeente en dhr. Honings, als het contact over de Pastoor Neujeanstraat beperkt was gebleven tot mw. S. Honings. G.

In de handhaving rond de Pastoor Neujeanstraat spelen eerdere ervaringen een rol De werkzaamheden aan het pand aan de Pastoor Neujeanstraat stonden vanaf het begin onder scherp toezicht van de gemeente. Wanneer er veranderingen zichtbaar waren ging de toezichthouder direct ter plaatse. De gemeente heeft daarbij willen voorkomen dat er onrechtmatigheden ontstonden. De onderzoekers kunnen zich echter niet aan de indruk onttrekken dat de eerdere ervaringen met dhr. Honings een rol gespeeld hebben in de scherpte van het toezicht. Deze handelswijze past niet bij de neutrale houding van de gemeente.

49.

5. Zienswijzen Zienswijze gemeente Simpelveld

Zienswijze gemeente Simpelveld Inzake het integriteitsonderzoek Simpelveld door Necker

Op de eerste plaats willen we dankzeggen voor het uitvoerige rapport dat nu, na een gedegen en zorgvuldig onderzoek, voorligt. Een dergelijk integriteitsonderzoek is geen sinecure en de overweging om hiervoor daadwerkelijk opdracht te geven, vergt meer dan over één nacht ijs gaan. Het zeer uitvoerige feitenrelaas en de daaropvolgende conclusies geven voldoende aan dat een dergelijk onderzoek noodzakelijk was en bekrachtigen derhalve de overweging voor het opdracht geven van voorliggend onderzoek. De conclusie dat de gemeente is tekortgeschoten in het onbevooroordeeld tegemoet treden wordt grotendeels herkend, hetzij met enige nuancering. Deze nuancering betreft het gegeven dat de gemeente juist meer uren aan de genoemde vergunningstrajecten heeft besteed dan aan vergelijkbare vergunningstrajecten. Dit volgt uit het uitgebreide feitenrelaas van de projecten Pastoor Neujeanstraat en -met name- de Groeneboord, waarin een aaneenschakeling van (vergunnings)incidenten wordt beschreven. Vanwege het stroeve verloop van de vergunningstrajecten en de gekozen externe handelswijze, heeft de gemeente een meer dan gemiddelde tijdsduur aan deze casussen besteed. Bijkomend onderdeel van deze extra tijdsbesteding is het vanuit de kant van de gemeente actief zoeken en meedenken naar praktische mogelijkheden en oplossingen, uiteraard binnen de grenzen van de wettelijke kaders.

Niet onbevooroordeeld handelen staat in dit specifieke geval niet gelijk aan benadelend handelen. Mogelijk wel vanuit de visie van een burger met een gelijktijdig lopende vergunningsaanvraag. Echter zoals ook in de conclusies is verwoord, houdt het oog hebben voor de praktijk op wanneer de wederpartij niet bereid is om mee te werken. Bijvoorbeeld door geen omgevingsvergunning aan te vragen of niet te voorzien in de juiste benodigde stukken. Zowel voor de gemeenschap Simpelveld, het bestuur en de organisatie, is het goed dat een neutraal onderzoek is uitgevoerd. De conclusies geven weer dat integriteit vraagt om het nemen van verantwoordelijkheid en om een zorgvuldige rolinvulling. Daar waar het de dienstverlening betreft, dient er naast de juridische handhavingslogica zeker voldoende, of wellicht meer, ruimte te zijn voor een bredere pragmatische aanpak.

50.

Zienswijze dhr. Honings

A. Excuses en Context Allereerst wil ik mijn excuses aanbieden voor de situaties die in de punten A en B van de conclusies zijn genoemd. De emotionele druk die mijn familie en ik in deze periode hebben ervaren, heeft ongetwijfeld invloed gehad op mijn communicatie en gedrag. Het is nooit mijn intentie geweest om respectloos of intimiderend over te komen en dit is ook niet representatief voor mijn gebruikelijke manier van communiceren. B. Agressiemeldingen en ervaringen met de ambtelijke organisatie Ik verzoek u de agressiemeldingen niet in de conclusies op te nemen, omdat deze geen verband houden met mijn gedrag. Mijn intentie is altijd geweest om constructief samen te werken. Daarnaast heb ik het handelen van de gemeente als opzettelijk intimiderend en treiterend ervaren, wat mogelijk mijn communicatie heeft beïnvloed (zie punt A). Het verhoogde toezicht en de verscherpte handhaving zijn niet proportioneel ten opzichte van de situatie rondom de projecten. Dit handelen is op mij persoonlijk overgekomen vanwege mijn rol in de oppositie en heeft naar mijn mening bijgedragen aan een onplezierige sfeer. C. Derde-belanghebbende Als vader van de dochter die eigenaar is van het pand aan de Pastoor Neujeanstraat, ben ik van mening (eigenlijk ervan overtuigd) dat ik artikel 15 van de Gemeentewet niet heb overtreden.

Mijn betrokkenheid is niet alleen logisch, maar ook essentieel, gezien de hechte familieband en het feit dat mijn dochter en haar kinderen (al bijna 5 jaar) deel uitmaken van ons huidige huishouden. Onze gezamenlijke belangen vereisen een nauwe samenwerking en betrokkenheid bij deze kwestie. D. Reactie op de beschuldigingen over de verwijdering van asbesthoudende materialen In dit verband verzoek ik u vriendelijk om de beschuldigingen omtrent mijn rol in de verwijdering van asbesthoudende materialen uit de conclusies te verwijderen. Deze conclusies zijn niet relevant voor mijn functie als raadslid en hebben geen invloed op mijn verantwoordelijkheden en gedragingen als volksvertegenwoordiger. Ik waardeer de gelegenheid om deze zienswijze in te mogen dienen en verder ben ik ervan overtuigd dat met een heldere en constructieve communicatie veel onnodige ellende, frustratie en kapitaalvernietiging voorkomen had kunnen worden.

51.

Nawoord De onderzoekers hebben kennisgenomen van de aan dit rapport toegevoegde zienswijzen van de gemeente en dhr. Honings. Dit nawoord zal kort ingaan op hetgeen naar voren gebracht in beide zienswijzen. In zijn zienswijze vraagt dhr. Honings om de agressiemeldingen die genoemd worden in conclusie 1C en de beschrijvingen van de ontwikkelingen rond asbest in de feitenreconstructie, niet op te nemen in de conclusies. In reactie benadrukken de onderzoekers dat zij de agressiemeldingen zien als relevante context in de interactie tussen de gemeente en dhr. Honings. Wel is expliciet opgenomen dat deze agressiemeldingen geen betrekking hebben op gedragingen van dhr. Honings en hem niet aan te rekenen zijn. Waar het gaat om het asbestdossier stelt dhr. Honings dat deze ontwikkeling niet relevant is voor zijn rol als raadslid. De afweging van de onderzoekers is geweest dat het verloop van de ontwikkelingen in het asbestdossier juist bepalend is geweest voor het verloop van de interactie tussen dhr. Honings en de gemeente. In de zienswijze van de gemeente stelt de gemeente dat er met oog voor de praktijk gezocht is naar praktische oplossingen in de handhavings- en vergunningstrajecten van dhr. Honings. Uit de conclusies van het rapport blijkt wat de gemeente betreft dat deze verantwoordelijkheid stopt op het moment dat dhr. Honings niet bereid is om mee te werken.

Wat de onderzoekers betreft is dit een omkering van de conclusies. De conclusies stellen dat de gemeente met de bouwstop strikter is geweest dan nodig was. De mate waarin de gemeente oog moet hebben voor de praktische mogelijkheden is daarbij niet afhankelijk van de opstelling van een inwoner.

52.

Bijlage 1. Tekeningen planvoornemen bestemmingsplan Groeneboord

53.

Bijlage 2. Bouwtekeningen omgevingsvergunning Groeneboord

Tekening 1 sloop begane grond - vergunningaanvraag 10-01-2023

54.

Tekening 2 sloop eerste verdieping – vergunningaanvraag 10-01-2023

Tekening 3 sloop dak – vergunningaanvraag 10-01-2023

55.

56.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=d34fa748-9a56-4c77-a883-7d2a6d30fc77