CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

7 24-36 Bijlage 3 Voorlopige jaarrekening 2023 RUD Zuid-Limburg_181555

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel RUD Zuid-Limburg ontwerpbegroting 2025, meerjarenraming 2026-2028, ontwerp-begrotingswijziging 2024 en voorlopige jaarstukken 202320.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Doelstelling gehaald

Kwaliteit

termijn. 2.

Tijdigheid

Uitvoering werkprogramma opdrachtgever zoals onderling afgesproken 100%

90% van planning gerealiseerd

3.

Uniformiteit

Hanteren van vastgesteld handhavingsbeleid opdrachtgever

Is gerealiseerd

Ad 2. In totaliteit is 90% van het geprogrammeerde toezicht gerealiseerd. Het planmatige toezicht is grotendeels gerealiseerd. Een deel van de controles moet nog administratief worden verwerkt ten tijde van het opmaken van dit verslag. In totaliteit zijn er in het verslagjaar meer bedrijven bezocht dan geprogrammeerd/gepland. Dit heeft met name te maken met niet planbare controles zoals klachtcontroles, ongewoon voorval controles, adhoc-controles (extra opdrachten). In totaliteit bedraagt het niet geplande toezicht circa 20% van de totaal geplande werkvoorraad.

20

Bijzonderheden In het verslagjaar 2023 hebben we te maken gehad met een aantal dossiers die om meer toezichtsinzet hebben gevraagd en/of dossiers die meer bestuurlijke aandacht hebben gevraagd. Het betreft onder andere onderstaande bedrijven: AsfaltNu te Stein: klachtenafhandeling (circa 86) en verdere afhandeling van bestuursrechtelijk -

-

handha vingstraject; Meens B.V. te Schinnen: extra inzet in verband met overtredingen/tekortkomingen ammoniakkoelinstallatie; Maastricht-Aachen Airport te Beek: klachtenafhandeling (circa 98) geluidoverlast; Dogstar V.O.F. in Meerssen: klachtenafhandeling (circa 14) geuroverlast; Koninklijke Mosa B.V.: bestuursrechtelijk handhavingstraject in verband met niet vergunde activiteiten; . Mts. Ploumen in Gulpen en Simpelveld: bestuurlijk handhavingstraject (o.a. dwangsomcontrole); B&R Premium Logistics Heerlen: afhandeling bestuursrechtelijk handhavingstraject; Poppies Bakeries Bom B.V: klachtenafhandeling (circa 102) ten aanzien van geur en geluid; Cedo Recycling te Sittard-Geleen: afhandeling van geurklachten (circa 196 stuks); Van de Weijer B.V. te Peel en Maas: afhandeling van geurklachten (circa 91 stuks); Walkro Blitterswijck B.V te Venray: afhandeling handhavingsverzoek, bestuursrechtelijke handhaving alsmede de afhandeling van binnengekomen klachten (circa 100); L.R.E. B.V. te Brunssum en Maastricht: controles in het kader van de handhavingstrajecten op de illegale opslag van gevaarlijk afval op de locaties in Maastricht (op voormalige ENCI-terrein) en Brunssum (Kranenpool 2); Wormdal Vastgoed B.V. te Kerkrade: afhandeling klachten, beantwoording van raads- en statenvragen, ad-hoccontrole en hercontroles; Willems America B.V.

te Horst aan de Maas: bestuursrechtelijke handhaving en bezwarenprocedures en de hiermee gepaard gaande extra controles; Broekman Logistics Venlo B.V.: bestuursrechtelijke handhaving (zowel Wabo als Brzo) en de hiermee gepaard gaande extra controles. Het bedrijf is ook aangemerkt als een zorgbedrijf zoals bedoeld in het “Implementatieplan zorgbedrijven Brzo+”.

2.5.1.2

Realisatie aantallen

Voor wat betreft Toezicht en Handhaving zijn in 2023 de volgende producten gereed c.q. in behandeling genomen: Producten Toezicht & Handhaving 2023 1250

P'.jrvnitJK RUO

J’ljr/nirs Wibo

Contro*M fcouwwn

HmoatetaisSw

Ovnigf rontrain

XUchtm

Mrftfingpo crterronr

BrihiurwixMcty*»

21

Planmatig toezicht (milieu en Brzo) Voor het planmatig toezicht (milieu en Brzo) zijn er in het verslagjaar 843 controles uitgevoerd, onder te verdelen in: • 35 planmatige Brzo-inspecties en 1 extra onaangekondigde Brzo-inspecties bij Broekman Logistics Venlo B.V. op basis van een geconstateerd naleefgedrag; • 807 planmatige milieu/Wabo-inspecties bij inrichtingen (RIE-4, RIE-overig, Type C, Type B, basis­ en niet-basistaakinrichtingen). Milieu hercontrotes De regulier (planmatig) uitgevoerde (milieu)controles resulteerden in 240 hercontroles. Dit komt neer op circa 30% van het totaal aantal regulier geplande controles. Overige milieucontroles (ad-hoc controles) Naast regulier geplande controles zijn ook controles uitgevoerd die niet vooraf zijn in te plannen. In 2023 zijn in totaal 215 ad-hoc controles uitgevoerd. Het betreft hier controles naar aanleiding van klachten, meldingen ongewone voorvallen, controles n.a.v. bestuursrechtelijke handhavingsprocedures (dwangsomcontroles, controles n.a.v. handhavingsverzoek), controles naar aanleiding van vuurwerkevenementen en overige ad-hoc situaties. Afhandeling klachten en meldingen ongewone voorvallen/incidentenonderzoeken De Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg behandelt alle klachten en meldingen ongewone voorvallen van bedrijven die door het bevoegd gezag zijn ingebracht.

De meldingen hiervan kunnen zowel administratief als fysiek worden afgehandeld door middel van controles ter plekke. In het verslagjaar zijn circa 1.244 klachten ontvangen en geregistreerd. De klachten kunnen worden onderverdeeld in onderstaande milieuthema’s:

Circa 47% van deze klachten heeft betrekking op bedrijven waar een gemeente bevoegd gezag voor is. Daarnaast zijn 131 incidentmeldingen (meldingen ongewone voorvallen) ontvangen. De aard van de incidentmeldingen is zeer divers. Circa 100 van de ontvangen incidentmeldingen hebben betrekking op provinciale inrichtingen. De meest voorkomende klachten over gemeentelijke bedrijven zijn hieronder weergegeven: • Cedo Recycling (gemeente Sittard-Geleen; circa 196 klachten over geurhinder); • Poppies Bakeries Born B.V. (gemeente Sittard-Geleen; circa 102 klachten over geluid en geur); • Maastricht Aachen Airport (gemeente Beek; circa 98 klachten met name over geluid); 22

•

AsfaltNu (Asfaltcentrale gemeente Stein; circa 86 klachten over geur).

De meest voorkomende klachten over provinciale bedrijven zijn: • De Heus Voeders B.V. (gemeente Maasbracht, circa 131 klachten over geurhinder); o Walkro Blitterswijck B.V. (gemeente Venray, circa 100 klachten over geurhinder); • Van de Weijer B.V. (gemeente Peel en Maas, circa 91 klachten over geurhinder); • Ashorst B.V. (gemeente Horst aan de Maas, circa 50 klachten over geurhinder); • CNC grondstoffen B.V. (gemeente Gennep, circa 42 klachten over geurhinder). De verdeling van de aard van de klachten zijn in onderstaand overzicht grafisch weergegeven.

Doorlooptijd klachten De doorlooptijd van de afhandeling van klachten in het verslagjaar bedraagt gemiddeld 4 werkdagen. De doorlooptijd van de afhandeling van klachten is wel sterk afhankelijk van de aard van de klachten (moet er bijvoorbeeld wel of niet een geluidmeting of een geuronderzoek plaatsvinden). Hierdoor kan de doorlooptijd langer in beslag nemen. Toezicht bestaande bouw/nieuwbouw In 2023 zijn de volgende aantallen bouwtoezichtzaken behandeld: • Controles brandveiligheid In 2023 hebben 127 controles brandveiligheid plaatsgevonden. • Controles constructieve veiligheid In het kader van constructieve veiligheid hebben 74 controles plaatsgevonden. Bestuursrechtelijke handhaving Overtredingen-naieefgedrag (milieu-Wabo toezicht) Naar aanleiding van de in het verslagjaar uitgevoerde milieucontroles zijn 476 overtredingen geconstateerd (2022: 400). De top 5 van de meest voorkomende overtredingen zijn hieronder weergegeven: 23

Grafiek: Top 5 overtredingen 2023

Top 5 milieuovertredingen

■ A IL - Illegale activiteiten ■ B1 - Bodem ( + grond- en hulpstoffen) - Voorziening ■ B3 - Bodem ( + grond- en hulpstoffen) - Keuringen ■ 11 - Installaties - Keuringen ■ I2 - Installaties - Onderhoud

Het gemiddelde, spontane, naleefgedrag van de gecontroleerde bedrijven op het gebied van Wabo/milieu bedraagt 75% (geen overtredingen geconstateerd). Overtredingen/naleefgedraci Brzo-bedrijven Het Brzo-toezicht ziet erop toe of een bedrijf in voldoende mate zelf de verantwoordelijkheid neemt voor het borgen van de veiligheid van de eigen activiteiten. Naar aanleiding van de in 2023 uitgevoerde Brzo-inspecties (samen met de partners van de Veiligheidsregio en de Nederlandse Arbeidsinspectie zijn in totaal 79 overtredingen geconstateerd. Bij 62 van deze overtredingen is sprake van een lichte overtreding (categorie 3 van de landelijke Brzo-handhavingsstrategie), waarvoor een waarschuwingsbrief is verzonden. Bij 17 overtredingen is sprake van een zogenaamde middelzware overtreding (categorie 2 van de landelijke Brzo-handhavingsstrategie) waarvoor een vooraankondiging voor een bestuursrechtelijke maatregelen (dwangsom / zienswijzebrief) is verzonden. Het gemiddelde, spontane naleefgedrag van de gecontroleerde Brzo-bedrijven bedraagt 25% (geen overtredingen geconstateerd). Speerpunten en projecten Toezicht en Handhaving Deelname/ bijdrage aan landelijke Brzo-proiecten . Onze organisatie heeft input geleverd aan diverse landelijke projecten, vallende onder Impuls Omgevingsveiligheid (IOV), Meer-Jaren-Agenda Brzo (MJA), BRZO+ en de Brzo-OD’s (Omgevingsdiensten).

De uitvoering van de projecten wordt gefinancierd door een bijdrage van het Ministerie van Infrastrüctuur & Waterstaat via het lOV-programma en een bijdrage vanuit de twaalf provincies voor de realisatie van de provinciale ambities vanuit het uitvoeringsprogramma MJA Brzo. Hieronder worden de belangrijkste werkzaamheden weergegeven die in het rapportagejaar zijn uitgevoerd én een directe relatie hebben met Toezicht en Handhaving: •

•

Project Landelijke Benadering Risico Bedrijven (LBR) Het betreft hier de implementatie en optimalisatie van de nieuwe inspectiemethodiek voor Brzoinspecties. Opstellen landelijke Brzo-Monitor Het BRZO+ bureau stelt jaarlijks de BRZO-monitor op. Deze monitor geeft inzicht in de resultaten van het Brzo-toezicht door alle betrokken partijen (landelijk). De monitor wordt, tezamen met de 24

o

o

•

o

o

rapportage over “de staat der Veiligheid”, aangeboden voor de Tweede Kamer. Binnen onze omgevingdienst worden de resultaten van de Brzo-inspecties continu geregistreerd om op een adequate wijze input te leveren voor de jaarlijkse landelijke Brzo monitor, Project Melden ongewone voorvallen (TZ4) Landelijk wordt alle data met betrekking tot ongewone voorvallen bij Brzo en RIE-4 bedrijven geregistreerd en gemonitord. Wij hebben, conform een landelijk format, gegevens aangeleverd over ongewone voorvallen die mede input zijn voor de jaarlijkse analyse, Project Bestuurlijke boete Bij de invoering van de Omgevingswet krijgen de provincies de bestuurlijke boete als nieuw instrument voor overtredingen van de Brzo-regels. Het opleggen van de bestuurlijke boete is gemandateerd aan de directeuren van de 6 Brzo-OD’s. Implementatie van de bestuurlijke boete binnen onze organisatie is gepland in 2024. Project permanente educatie en structurele opleidingen Medewerkers die toezicht uitvoeren bij Brzo- en RIE-4 bedrijven moeten voldoen aan specifieke opleidingsvereisten. Om ervoor zorg te dragen dat het kennisniveau van de VTH-medewerkers op peil blijft, zijn sinds 2018 meerdere projecten gestart voor Kennis, Opleidingen en Kwaliteit.

In 2023 lag de focus enerzijds op consolideren van de huidige praktijk door het op peil houden van het kennisniveau door permanente educatie en het opleiden van nieuwe VTH-medewerkers via de huidige opleiding aan de Hogeschool. Het project dóórontwikkeling Brzo+ academie is in 2022 gestart en doorgezet in 2023. Eenduidige risicomethodiek Wabo-inspecties In 2022 heeft een eerste evaluatie binnen de Brzo-omgevingsdiensten plaatsgevonden. In 2023 is dit project gecontinueerd en zal nog een vervolg krijgen in 2024. Brzo+ project "innovatie bij verouderde ontwerpen” Onze organisatie zit namens de omgevingsdiensten in de begeleidingscommissie van dit project. Voor uitvoering van dit project is opdracht gegeven aan Royal Haskoning DVH (RHDHV). Het definitieve rapport is in september 2023 door RHDHV opgeleverd.

Programmatische aanpak milieutoezicht bij provinciale inrichtingen De Provincie Limburg heeft in 2023 aan de dienst een opdracht verstrekt en deze betreft het intensiveren van het toezicht op (afval)bedrijven. Hiervoor is een structurele programmatische en planmatige aanpak nodig waarbij de scope van de aanpak niet beperkt wordt tot één specifieke branche of één specifiek thema binnen een branche, maar zich richt op het totale bedrijvenbestand dat onder de bevoegdheid van de Provincie Limburg valt. In het kader van dit project zal een evaluatie van de huidige situatie worden gedaan: een grondige analyse van ons huidige toezichtproces/model en de huidige toegepaste (toezicht)instrumenten alsmede een analyse van de best-practices van het toezicht bij andere omgevingsdiensten. In 2024 krijgen we de ruimte om onze toezichtaanpak te intensiveren. Op basis hiervan zal de projectleider aanbevelingen doen voor een structurele aanpak. Afronding van het project wordt verwacht in 2024.

25

2.5.1.3

Realisatie aantallen (trends)

Hieronder volgt een overzicht van de realisatiecijfers per (hoofd)product over de jaren 2021-2023.

Grafiek: Aantallen milieutoezicht 2021-2023

Toezicht en handhaving realisatie 2021-2023 1615

1607

Bovenstaande aantallen zijn in onderstaande tabel nader uitgewerkt: Tabel: Gerealiseerde aantallen producten Toezicht & Handhaving 2023 Gerealiseerde aantallen 2023 2021 2022 Toezicht en handhaving 843 793 689 Planmatige controles 240 313 253 Hercontroles 215 245 141 Ad hoe controles 7 9 12 Beoordeling (IVR’en) 1244 1615 1607 Klachten 103 131 101 Meldingen ongewone voorvallen 129 90 48 Bestuursrechtelijke handhaving 2809 3124 2895 Totaal De inzet van het planmatig toezicht is toegenomen ten opzichte van de afgelopen jaren. Dit heeft met name te maken met de invulling van langdurig openstaande vacatures waardoor meer planmatig toezicht is gerealiseerd.

26

In onderstaande tabel zijn de milieuklachten/soort over de jaren 2021-2023 weergegeven. Tabel: Aantallen milieuklachten/soort 2021-2023 2021 2022 Soort klacht 11 3 Bodem 1.006 1.071 Geur 449 347 Geluid 17 32 Stof 117 169 Overig 1.615 1.607 Totaal

2023 5 815 255 26 143 1.244

Pilot BOA's Medio 2023 is de pilot geëindigd en heeft er een evaluatie plaatsgevonden, die aan het algemeen bestuur ter kennisname is aangeboden. Inmiddels heeft de Provincie Limburg besloten 2 FTE aan BOA-capaciteit structureel gerealiseerd te willen zien ter versterking van het strafrechtspoor. Nu de financiering geschiedt door de Provincie zal deze BOA-capaciteit ingezet worden behoeve van toezicht en handhaving bij provinciale inrichtingen en taken. In het kader van de pilot zijn twee werknemers opgeleid die ieder een deel van hun tijd besteed hebben aan BOA-taken. Volgens de vigerende kwaliteitscriteria dienen er minimaal 3 medewerkers te zijn die BOA-taken structureel kunnen vervullen. Dit betekende dat er minimaal nog 1 werknemer de BOA-opleiding moest volgen. Een incompany-opleidingstraject voor in totaal 7 werknemers heeft in het laatste kwartaal plaatsgevonden. Het werven van BOA’s is daarnaast in gang gezet om de twee FTE beschikbaar te hebben in 2024.

27

2.6.

Specialistische advies- en toezichtswerkzaamheden

Onze specialistische medewerkers beschikken over gedegen en gespecialiseerde kennis op het gebied van milieuaspecten zoals asbest, bodem, energie, geluid, lucht, en externe veiligheid (ook bekend als omgevingsveiligheid). Hierdoor zijn zij in staat om de vaak complexe en integrale milieuvraagstukken van zowel gemeenten als provincies grondig te analyseren en te voorzien van helder advies. Bij het opstellen van deze adviezen, zowel intern als extern, wordt veelvuldig gebruik gemaakt van toetsingen en controles. Bovendien worden regelmatig onderzoeken en/of metingen uitgevoerd. Daarnaast spelen de medewerkers een actieve rol in de ontwikkeling, uitvoering, en evaluatie van beleid binnen de bevoegde gezagsorganen op de genoemde taakgebieden. Hierbij houden zij rekening met mogelijke innovaties in de uitvoering van geleverde producten en toegepaste werkwijzen. 2.6.1.1

Prestatie-indicatoren uitvoering werkzaamheden specialisten

In de begroting van 2023 zijn bepaalde prestatie-indicatoren vastgesteld voor de specialistische werkzaamheden van de afdelingen Advies en Onderzoek en Specialistisch en Juridisch Toezicht. Hieronder worden de specifieke indicatoren en hun realisatie weergegeven: Speerpunt Kwaliteit

Prestatie indicator De adviezen bevatten heldere conclusies en zijn transparant in de afwegingen

Tijdigheid

95% van de adviezen is voor de afgesproken termijn aan de opdrachtgever verzonden

2.6.1.2

Gerealiseerd De tevredenheid van onze opdrachtgevers wordt periodiek besproken tijdens accountoverleggen, waarbij blijkt dat de adviezen voldoen aan de verwachtingen van deze opdrachtgevers. Interviews met onze opdrachtgevers tonen brede waardering voor de kennis en kunde van onze medewerkers. Met uitzondering van enkele gevallen (minder dan 5%) zijn alle gevraagde adviezen binnen de afgesproken termijn verzonden, waarmee de doelstelling wordt behaald.

Realisatie aantallen

In 2023 is de omvang van de werkzaamheden voor het verstrekken van milieuadviezen door onze "milieuspecialisten" (zonder verdere groei) redelijk gestabiliseerd in vergelijking met het voorgaande jaar. Als we gaan kijken naar de aantallen blijkt dat er in 2023 in totaal 1125 verzoeken voor specialistische milieuadvisering zijn behandeld en meer dan 95% van deze verzoeken zijn ook tijdig afgehandeld. Het merendeel daarvan (508 situaties) betrof het milieuaspect bodem. Daarnaast waren er 116 verzoeken gerelateerd aan de beoordeling en advisering over integrale en dus meerdere milieuaspecten als gevolg van bepaalde mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen. 28

De overige afgehandelde verzoeken hadden specifiek betrekking op de milieuaspecten: -

geluid (in 310 situaties); externe veiligheid (in 39 situaties); lucht (in 31 situaties); energie (in 89 situaties); asbest (in 32 situaties).

Aantal zaken Specialistische advies- en toezichtswerkzaamheden 2023 32 ■ geluid

.

■ ruimtelijke ontwikkeling » externe veiligheid ■ lucht

'

■ energie ■ asbest ■ bodem

Nu alle opdrachtgevers de basistaak voor de uitvoering van asbestgerelateerde sloopwerkzaamheden bij onze Omgevingsdienst hebben ingebracht, kan ons asbestteam in volle omvang en sterkte zorgen voor een optimale uitvoering van deze toegewezen werkzaamheden. Bij de beoordeling van ontvangen meldingen voert ons team aan de voorkant een uitgebreide en zo volledig mogelijke controle uit op alle ingediende stukken. Op basis van geregistreerde zaken wordt, indien nodig geacht, risicogericht toezicht uitgevoerd. Een belangrijk uitgangspunt in deze werkwijze is de focus op risico's, waarbij zaken met weinig of geen risico's worden losgelaten, met het duidelijke doel de bescherming van mens en milieu te waarborgen. Over het afgelopen jaar kunnen we bevestigen dat er een 100% controle heeft plaatsgevonden van de (asbest)sloopmeldingen die door de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg zijn ontvangen. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de behandeling van 3050 meldingen met betrekking tot asbestsloopwerkzaamheden, inclusief de beoordelingen van de asbestinventarisatierapporten. Naast de behandeling van de meldingen wordt er nog steeds gestreefd naar ongeveer 10% fysiek toezicht op locatie. In de praktijk blijkt dat dit streven niet bij elke opdrachtgever even goed kan worden behaald.

Daarom wordt bij de planning van controles ook rekening gehouden met de daaraan gekoppelde ureninzet per controle dan wel per individuele opdrachtgever. In totaal zijn er gedurende 2023 282 fysieke controles uitgevoerd voor, tijdens of na de uitvoering van asbestverwijderingswerkzaamheden.

29

In 2023 hebben onze bodemspecialisten in totaal 2034 bodemgerelateerde zaken behandeld. De bijbehorende werkzaamheden kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën: het be- en afhandelen van 840 meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit; het uitvoeren en rapporteren van 38 zogenaamde 'vrije veldcontroles'; het verstrekken van 91 bodemgerelateerde adviezen; het geven van adviezen met betrekking tot historische bodeminformatie over 403 locaties; het begeleiden en toezicht houden bij 10 tanksaneringen; het beoordelen, begeleiden en afhandelen van 25 incidenten met bodemproblematiek; het toetsen, beoordelen en adviseren over 14 bodemonderzoeken; het houden van toezicht op 10 locaties tijdens het gebruik van een mobiele puinbreker; het houden van toezicht in 603 gevallen in het kader van de Wet bodembescherming. Voor de provincie Limburg, als bevoegd gezag, betrof het toezicht in het kader van de Wet bodembescherming 433 gevallen. Voor de gemeenten Maastricht en Heerlen, als bodembevoegd gezag, ging het respectievelijk om 138 situaties en 32 situaties waarbij toezicht werd gehouden. Bodem 2023

■ vrije veldcontroles adviezen ■ verstrekken historische bodeminformatie ■ begeleiden en toezicht tanksanering ■ incidenten bodemproblematiek ■ bodemonderzoeken 10 toezicht mobiele puinbreker

14 ■ meidingen Besluit bodemkwaliteit

25 toezicht Wet bodembescherming

30

2.6.1.3

Trends, prestaties en ontwikkelingen

Stand van zaken herinrichting meetnet luchtkwaliteit Limburg Binnen de discipline Lucht zijn onze medewerkers voortdurend bezig met het meten en beoordelen van de luchtkwaliteit in Limburg. Deze activiteiten worden voornamelijk uitgevoerd in opdracht van de Provincie Limburg, maar inmiddels ook voor een aantal gemeenten. Ons doel is om zowel op lokaal niveau (rondom inrichtingen en bedrijven) als op algemeen niveau (permanente meetstations) de ' luchtkwaliteit in Limburg middels deze manier van werken vast te stellen. Wat betreft lokale situaties bevatten onze werkzaamheden alle vormen van advisering en metingen met betrekking tot bedrijven en inrichtingen die impact hebben op de luchtkwaliteit in hun directe omgeving (emissie-onderzoek). Daarnaast beheren we het Limburgse luchtkwaliteitsmeetnet in opdracht van de Provincie en enkele gemeenten. Deze metingen zijn geïntegreerd in het landelijke luchtkwaliteitsmeetnet, verzorgd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en verplicht gesteld door de Europese Unie (www.luchtmeetnet.nl). De uitvoering van deze metingen wordt door onze dienst gecoördineerd en in samenwerking met organisaties als RIVM, DCMR, GGDAmsterdam en twee andere omgevingsdiensten landelijk afgestemd en uitgevoerd.

Als aanvulling op het nationale meetnet voeren we in Limburg ook nog bepaalde extra luchtmetingen uit op enkele relevante locaties in Limburg. Normering voor luchtkwaliteit Sinds de jaren '90 is er een aanzienlijke verbetering zichtbaar in de luchtkwaliteit (zie afbeelding). Om deze verbetering visueel te onderbouwen, presenteren we hieronder een overzicht van de jaargemiddelden van PM10 (fijnstofdeeltjes met een diameter < 10 micrometer) die gedurende deze periode zijn gemeten. .

Concentratieverloop jaargemiddelde fijn stof (PM10) pér type RIVM en RUD-ZL station in Limburg

1903 1994 i«m 1996 1997 1998 1999 7000 2001 200? 2001 2004 2009 2006 200/ 2008 2009 2010 2011 2017 2013 2014 2019 2016 201/ 2018 2019 2070 7021 202? —— Grensv/aarde (EU), jaargemiddeld

-Advieswaarde WHO 2021 jaargemiddeld

—•—jaargemiddelde per type fUVM regionaal station —jaargemiddelde per type Rft/M sfedehji; station

Advieswaarde WMO(2GOS), jaargemiddeld 'jaargemiddelde per type prcvinciaal/RUO station

31

Met de introductie van het Schone Lucht Akkoord (SLA) in 2020 zijn niet meer de wettelijke grenswaarden, maar de gevolgen van de luchtkwaliteit voor de gezondheid leidend. Daarnaast zijn de advieswaarden van de World Health Organization (WHO) nu richtinggevend, en die zijn een stuk lager dan de wettelijke grenswaarden. Dankzij deze nieuwe inzichten heeft de Provincie Limburg, met een specifieke uitkering van het SLA, gekozen voor een forse investering en verbetering van het luchtmeetnet in Limburg wat betreft locaties en componenten. Daarbij zal o.a. op een 4-tal locaties ultrafijnstof (< 0,1 micrometer fijnstofdeeltjes) gaan worden gemeten. Uniek voor Nederland! De stoffen die verder (gaan) worden gemeten zijn stikstofdioxide, fijnstof, roet en ozon. Door de herinrichting vari het meetnet worden er in aanvulling op de reeds aanwezige meetstations een aantal nieuwe meetstations geopend in de gemeenten Gulpen-Wittem (monitoring schoonste lucht), Nederweert (monitoring veehouderij), Ulestraten (monitoring verkeer en luchtvaart) en EijsdenMargraten (invloed buitenlandse emissies bij provinciegrens). De nieuwe metingen van ultrafijnstof starten op de bestaande meetlocaties in Geleen (monitoring industrie) en Maastricht (monitoring verkeer) en op de nieuwe meetlocaties Gulpen-Wittem en Ulestraten.

Afsluiting van de regeling 'Versterkte uitvoering enerqiebesparinqs- en informatieplicht’ De Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg heeft de afgelopen 4 jaren actief zorg gedragen voor de afstemming en daadwerkelijke uitvoering van de regeling met de titel 'Versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht', ook bekend als 'VUE'. Deze regeling startte in 2020 en is na drie rondes op 1 december 2023 succesvol afgerond. Met als doel de landelijke energiebesparingsdoelstelling versneld te naderen, besloot de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in 2019 om ondernemers extra te ondersteunen bij het realiseren van energiebesparing. Het betrof extra toezicht op de verplichtingen in de Wet milieubeheer, die stellen dat elk bedrijf of elke instelling die meer dan 50.000 kWh elektra of 25.000 m3 gas verbruikt, maatregelen moet uitvoeren die voldoende energie besparen om de investering binnen vijfjaar terug te verdienen. De gemeenten fungeerden in hun rol als het bevoegd gezag in deze regeling en maakten veelal gebruik van de landelijke omgevingsdiensten voor de noodzakelijke coördinatie en afstemming van de werkzaamheden. Om de uitvoering goed te laten plaatsvinden heeft Rijkswaterstaat externe (gekwalificeerde) specialisten aangetrokken en deze beschikbare capaciteit voor het toezicht aan de omgevingsdiensten ter beschikking gesteld.

Ten behoeve van de afstemming op lokaal niveau werd een keuzemenu gecreëerd met mogelijke inkoopactiviteiten, elk met een eigen 'stuksprijs'. Omgevingsdiensten werd gevraagd plannen op te stellen in samenwerking met de gemeenten, waarbij het budget voor de regio Zuid-Limburg werd verdeeld op basis van het aantal gevestigde bedrijven. In het kader van de 'informatieplicht energiebesparing' hadden bedrijven en instellingen in 2019 al gemeld wat hun energiegebruik was en welke energiebesparende maatregelen ze al dan niet hadden genomen. De Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg heeft deze gegevens voor haar gemeenten geanalyseerd. Mede op basis van die ervaring is besloten om in de regio een aanzienlijk deel van de capaciteit te besteden aan informatiegestuurd toezicht. In samenwerking met de betreffende gemeente werden bedrijven of instellingen geselecteerd voor een controlebezoek, voornamelijk op basis van de ingediende meldingen in het kader van de informatieplicht. Vervolgens ontvingen de gemeenten de resultaten van de controlebezoeken van de 'externe specialisten', inclusief een brief als basis voor een waarschuwingsbrief. Zo konden de gemeenten het energietoezicht aanpassen aan hun 32

eigen lokale situatie. Daarnaast hebben een aantal gemeenteambtenaren ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid om tijdens een controle mee te gaan als een vorm van 'training-on-the-job'. Momenteel heeft Rijkswaterstaat nog een online monitoringinstrument zichtbaar van de VUEondersteuningsregeling. Deze VUE-monitor toont de aangevraagde werkzaamheden en de voortgang van de uitvoering voor iedere gemeente en omgevingsdienst via de link: (https://vue.databank.nl/dashboard/dashboard-vue/). Inhaalslag Energiebesparing bij Provinciale bedrijven Naast de uitvoering van de diverse VUE-regelingen in de verschillende gemeenten in Zuid-Limburg, zijn er in de jaren 2022 en 2023 eveneens energie gerelateerde werkzaamheden verricht in het kader van de zogenaamde inhaalslag Energiebesparing bij Provinciale bedrijven. Dit project werd uitgevoerd om via het VTH-instrumentarium een inhaalslag te bewerkstelligen op het gebied van energiebesparing en verduurzaming bij alle provinciale bedrijven in Limburg. Het project werd geïnitieerd in opdracht van de Provincie Limburg en uitgevoerd door de discipline Energie van de afdeling Advies en Onderzoek van de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg.

De uitvoering van dit project was noodzakelijk omdat de zogenaamde "Informatieplicht Energiebesparing" (dat wil zeggen het toepassen van erkende maatregelenlijsten met een terugverdientijd van 5 jaar of minder) alleen van toepassing was op bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag (type A- en B-bedrijven). Voor provinciale bedrijven (type C-bedrijven) was deze regelgeving niet van toepassing, maar er waren wel energievoorschriften opgenomen in hun omgevingsvergunningen. In 2022 hadden nog niet alle provinciale bedrijven (verdergaande) energievoorschriften opgenomen in hun omgevingsvergunningen. Om die C02-uitstoot toch verder te minimaliseren werden de betreffende vergunningen herzien en uitgebreid met energie- en verduurzamingsmaatregelen. Bovendien zijn alle provinciale bedrijven in 2022 en 2023 bezocht door de energiespecialisten van de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg. Tijdens deze bedrijfsbezoeken werden niet alleen de diverse activiteiten van het bedrijf geïnventariseerd en beoordeeld, maar werd ook het actuele energieverbruik (aardgas, elektra, warmte) met bijbehorende C02-uitstoot bepaald. Daarbij richtte zich het toezicht tijdens de bedrijfsbezoeken voornamelijk op de naleving van energiemaatregelen, waarbij'daarnaast ook advies werd gegeven met betrekking tot mogelijke energiebesparingen en duurzame energieopwekking in de toekomst, zoals het gebruik van restwarmte.

Alle bevindingen en adviezen van de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg werden vastgelegd in rapportages, die werden gedeeld met de bedrijven. Deze bedrijven hebben over het algemeen dankbaar gereageerd op de ontvangen informatie en adviezen met betrekking tot energiemaatregelen en de inmiddels veranderende landelijke energiewetgeving. Omaevinqsveiliqheid Met de invoering van de Omgevingswet en de daarmee samenhangende introductie van het register externe veiligheidsrisico's (REV), hebben de specialisten externe veiligheid/omgevingsveiligheid van de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg opnieuw afgelopen jaar in verband met de definitieve vervanging van het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) bepaalde werkzaamheden (o.a. actualisatie en aanvulling) moeten uitvoeren. Inmiddels is gebleken dat zo goed als alle gegevens over milieubelastende activiteiten in ons werkgebied nu zijn ingevoerd in het REV. Vanaf nu kan het verzamelen en ontsluiten van gegevens over milieubelastende activiteiten enkel nog plaatsvinden in het REV. Dit betekent dat het bevoegde gezag een aansluiting op het REV moet hebben. Voor de werkzaamheden die volledig door het bevoegde gezag aan de Omgevingsdienst 33

RUD Zuid-Limburg zijn toevertrouwd, fungeert deze organisatie als bronhouder voor het desbetreffende bevoegde gezag. Hiermee voldoet dat bevoegde gezag aan de huidige registratieverplichting voor risicovolle activiteiten. Kwetsbare objecten waren voorheen opgenomen in de Risicokaart via de ISOR-database. Het REV daarentegen structureert gebouwen en locaties volgens het informatiemodel, waarbij ze worden ingedeeld in de categorieën beperkt kwetsbaar, kwetsbaar en zeer kwetsbaar. Dit betekent dat gemeenten zelfde indeling van kwetsbare gebouwen en locaties in het REV periodiek moeten valideren. Hiervoor is een service ontwikkeld in de zogenaamde Bevoegd Gezag Module. Deze service wordt gebruikt voor het aanmelden van nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties, of indien nodig bij wijzigingen. De gemeenten zijn hierover geïnformeerd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (lenW) in het najaar van 2023. Voor verschillende LPG-tankstations heeft de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg analyses uitgevoerd om te beoordelen of er knelpunten ontstaan door het toepassen van nieuwe veiligheidsafstanden. Aanleiding hiervoor was een uitspraak van de Raad van State, waardoor de afstanden uit de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) niet meer toepasbaar zouden zijn voor LPG-tankstations. Vervolgens is per gemeente een rapportage opgesteld over de analyse.

Deze is in voorkomende gevallen gedeeld met de desbetreffende gemeenten en het ministerie van lenW. Met de invoering van de Omgevingswet gaan de aandachtsgebieden voor externe veiligheid een rol spelen in de verantwoording van hët groepsrisico. In 2019 en 2020 zijn de aandachtsgebieden van bedrijven reeds bepaald in opdracht van het Ministerie van lenW. Na overleg tussen het bedrijfsleven, IPO, VNG, Ministerie van Justitie en Veiligheid, Veiligheidsregio’s en Ministerie van lenW is de wijze waarop de aandachtsgebieden worden berekend in 2023 echter gewijzigd. Het Ministerie van lenW heeft in november 2023 de omgevingsdiensten opdracht gegeven de herberekening van de gewijzigde aandachtsgebieden uit te gaan voeren. Dit project is inmiddels gestart en zal naar verwachting eind 2024 worden afgerond.

34

2.7.

Paragrafen

2.7.1.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Ons vastgestelde beleid betreffende het weerstandsvermogen komt samengevat neer op de volgende pijlers: • Het beleid van de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg is erop gericht om te beschikken over een weerstandsvermogen dat voorziet in dekking van de gepercipieerde en gekwantificeerde risico’s.

• •

•

Dit bepaalt de ondergrens van het weerstandsvermogen. Er wordt gestreefd naar een weerstandsvermogen van 1,0 dat wil zeggen dat de middelen die beschikbaar zijn om tegenvallers op te vangen (de weerstandscapaciteit) precies voldoende van omvang zijn om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De bandbreedte is bepaald op tussen 0,8 en 1,2 en de bovengrens wordt gevormd door de in de Gemeenschappelijke Regeling opgenomen begrenzing van 10% van de exploitatiebegroting van het volgende jaar. Weerstandscapaciteit wordt gevormd uit de resultaten. Voor zover noodzakelijk om de gewenste omvang te bereiken worden de reserves aangevuld. Indien het weerstandsvermogen lager is dan gewenst op basis van de risico-inventarisatie wordt er een plan voorgelegd aan het algemeen bestuur hoe het weerstandsvermogen op het gewenste niveau kan worden gebracht. Indien het weerstandsvermogen groter is dan de afgesproken bandbreedte wordt voorgesteld het surplus uit te keren aan de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling.

In 2023 zijn er een risicosessie, samen met enkele ambtelijk vertegenwoordigde deelnemers geweest onder begeleiding van een extern accountskantoor. Kengetallen met betrekking tot weerstandsvermogen en risicobeheersing

!■! verloop van de kengetallen Kengetallen netto schuldquote

-1,2

0

12,6

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle

-1,2

0

12,6

solvabiliteitsratio

33,9 %

40%

32,6 %

structurele exploitatieruimte

nvt

nvt

nvt

grondexploitatie

nvt

nvt

nvt

belastingcapaciteit

nvt

nvt

nvt

verstrekte leningen

Algemene reserve

Volgens de bepalingen van de gemeenschappelijke regeling zijn de deelnemers verantwoordelijk voor een eventueel overschot of tekort van de omgevingsdienst in een bepaald jaar. Als er sprake is van een negatief rekeningresultaat wordt dit in eerste instantie verrekend met de weerstandscapaciteit. Indien er sprake is van een positief rekeningresultaat, dan wordt dit toegevoegd aan de algemene reserve, aan een bestemmingsreserve dan wel uitgekeerd aan de deelnemers conform hetgeen daarover bepaald is in de gemeenschappelijke regeling in artikel 29. 35

2.7.2.

Overzicht baten en lasten per taakveld

Vanaf het boekjaar 2017 is het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van kracht. Deze aanpassing was nodig om verbeteringen in de sturingsinformatie aan de raad (algemeen bestuur) door te voeren en om de vergelijkbaarheid tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen te vergroten. De voor onze organisatie belangrijkste wijzigingen die in het BBV zijn doorgevoerd hebben betrekking op de invoering van uniforme taakvelden (producten), verbonden partijen en overhead. Alle activiteiten van onze dienst bevinden zich volledig in het domein Milieubeheer. Dit betreft taakveld 7.4 uit de Overzichtslijst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Overhead is tevens inbegrepen in dit taakveld. 2.7.3.

Financiering

Algemeen Gegeven de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) is elke gemeente, provincie of gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven over de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente en risiconorm, de verwachte toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid over treasury. De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen zijn geformuleerd in het treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader, zoals gesteld door de Wet FIDO. In 2023 is de financieringssystematiek als volgt geweest: Alle deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling RUD Zuid-Limburg ontvangen voorschotnota's op basis van de vastgestelde begroting. Deze voorschotnota's zijn volledig voldaan door de deelnemers. Rentevisie De dienst heeft geen leningen.

Koers- en valutarisico De dienst bezit geen derivaten of vreemde valuta en is er dus geen sprake van koersrisico en ook niet van een valutarisico. Rente- en risiconorm Aangezien de dienst geen schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk renterisico. Liquiditeitenplanning De planning van de facturering per kwartaal aan de deelnemers voor de in het werkprogramma afgesproken dienstverlening, heeft ertoe geleid dat er steeds voldoende liquiditeiten aanwezig waren. Financieringsrisico's Omdat de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van de Gemeenschappelijke Regeling RUD Zuid-Limburg en zich verplicht hebben de tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen, zijn er hier geen financieringsrisico’s te melden. Kasgeldlimiet De dienst heeft na de loonbetaling van januari gedurende een maand behoefte gehad aan korte termijn financiering. Hierbij is de kasgeldlimiet van 8,5% van de begroting niet overschreden. 36

2.7.4.

Bedrijfsvoering

Organisatiestructuur De organisatiestructuur van de dienst is een platte structuur met een minimum aan overhead. Het managementteam van de organisatie bestaat uit de directeur, vier afdelingshoofden en de controller. Daarnaast is er een directieadviseur, een concernjurist, HR-functionarissen, een HR-medewerker, een managementassistent, een ambtelijk secretaris voor de Ondernemingsraad en een secretariaat. Verdere ondersteunende diensten zoals op het gebied van financiën, salarisadministratie, ICT, archivering en postverwerking zijn afgenomen van de provincie Limburg. Huisvesting Per 1 juli 2020 is het nieuwe huurcontract met de Provincie Limburg ingegaan, voor een periode van 10 jaar. Naast een contract voor huisvesting (inclusief gebouw-gebonden faciliteiten) is er een separate overeenkomst voor ondersteunende diensten en ICT. In 2023 is een evaluatie naar de feitelijke behoefte aan huisvesting gedaan, op basis van de daartoe in het huurcontract opgenomen bepaling. Deze bepaling vindt zijn oorsprong in de begin 2020 ontstane coronapandemie en de destijds geldende coronamaatregelen, zoals het zoveel mogelijk thuiswerken. Sindsdien is het hybride werken ingevoerd.

Uit de evaluatie is gebleken dat de medewerkers op hun kantoordagen een werkplek kunnen hebben en dat het aantal beschikbare werkplekken nog voldoet, ook al zijn er meer werknemers bij de organisatie gekomen sinds 2020. 2.7.4.1

Informatievoorziening

In 2023 is het SGIV-project ‘gezamenlijke informatievoorziening VTH’, waarbij 30 overheden in Limburg met een gezamenlijke VTH-informatiesysteem gaan werken afgerond. Voor onze dienst betekende dit dat in de eerste helft van 2023 nog een omzetting van het VTH-pakket Squit 20/20 naar Rx.Mission plaats moest vinden. Na afloop van deze werkzaamheden is gestart met het geschikt maken van dit nieuwe pakket voor de invoering van Omgevingswet op 1 januari 2024. Omdat de rapportage-functionaliteiten van het VTH-pakket door het merendeel van de deelnemers als onvoldoende wordt ervaren is samen met de Provincie Limburg en een aantal gemeenten in de tweede helft van het jaar een externe rapportage-omgeving ontwikkeld om de benodigde stuurinformatie beschikbaar te maken. Verder is in 2023 een aanvang gemaakt met de professionalisering van databeheer en data-analyse. Twee young professionals hebben hieraan invulling gegeven op basis van de hiertoe beschikbare formatieruimte in de begroting. 2.7.5.

Verbonden partijen

De Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg heeft zelf geen verbonden partijen in de zin dat zij financieel zeggenschap heeft over andere organisaties. Omgekeerd is de organisatie wel middels de gemeenschappelijke regeling verbonden aan de Provincie en alle gemeenten in Zuid-Limburg. Onze dienst was in 2023 verbonden aan de gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, EijsdenMargraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, SittardGeleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal en de Provincie Limburg. 37

2.7.6.

Overhead

Overhead omvat alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren in ieder geval de kosten van het management en ondersteunende functies (in loondienst dan wel ingehuurd) en de overige kosten die hiermee die niet zijn toe te delen aan het primaire proces. De totale kosten van onze omgevingsdienst bedroegen in 2023 € 15,3 mln. De hierin begrepen overhead bedroeg € 3,4 mln (22 %). De overhead is opgebouwd uit personele overhead (kosten van leiding) € 1,5 mln, inkoopondersteuning, financiële administratie, salarisadministratie en automatisering € 0,6 mln, overige (huisvesting en andere kosten) € 1,3 mln.

38

3.

Jaarrekening

3.1.

Balans per 31 december 2023

(in euro's) Activa vaste activa vervoermiddelen, machines, apparaten en installaties

31 december 2023

31 december 2022

€

337.430

€

551.870

Totaal vaste activa

€

337.430

€

551.870

vlottende activa vorderingen op openbare lichamen overlopende activa

€ €

231.043 1.461.099

€ €

346.376 1.003.198

Liquide middelen banksaldi

€

3.794.085

€

1.556.037

Totaal vlottende activa

€

5.486.227

€

2.905.611

Totaal activa

€

5.823.657

€

3.457.481

vaste passiva eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve ICT Bestemmingsreserve juridische ondersteuning Bestemmingsreserve BOA

€ € € €

609.000 373.098 10.000 32.500

€ € € €

534.000 470.000 10.000 132.500

Onverdeeld resultaat

€

785.606

€

-18.219

Totaal vaste passiva

€

1.810.204

€

1.128.281

vlottende passiva Schulden aan openbare lichamen Overige schulden Overlopende passiva Totaal vlottende passiva

€ € € €

165.420 3.848.033 4.013.453

€ € € €

219.122 2.110.079 2.329.200

Totaal passiva

€

5.823.657

€

3.457.481

Passiva

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Besluit Begroting en Verantwoording De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het BBV en de Financiële verordening van de RUD Zuid-Limburg. . Vaste activa De vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de daarop toegepaste afschrijvingen. Vlottende activa De vorderingen, overlopende activa en liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de noodzakelijk geachte voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 39, 40 en 40a van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening baten en lasten. Vlottende passiva De vlottende schulden en de overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, zoals bedoeld in artikel 48 en 49 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. 3.2.

Toelichting op de balans

Activa Materiële vaste activa

(in euro's)

31-12-2022 Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

31-12-2023

Vervoermiddelen, machines, apparaten en installaties

€551.870

€

€

€ 337.430

€

-

51.122

163.318

Het afschrijvingspercentage wordt bepaald conform de geldende Financiële verordening. Automatiseringsapparatuur en software worden in drie jaar afgeschreven, voor overige kapitaalgoederen bedraagt de afschrijvingsduur tussen de vijf en vijfentwintig jaar. Vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen De meeste vorderingen op openbare lichamen zijn afgewikkeld in 2023. Overlopende activa Onder overlopende activa zijn opgenomen vooruitbetaalde kosten en nog niet gefactureerde in 2023 geleverde prestaties. Liquide middelen De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de dienst.

40

Passiva Vaste Passiva Eigen Vermogen

(in euro's) Algemene reserve Bestemmingsreserve ICT aansluitingen Bestemmingsreserve BOA inzet Bestemmingsreserve juridische ondersteuning Resultaat uit bedrijfsvoering Verdeeld resultaat Totaal reserves en onverdeeld resultaat

Resultaat31 december 2022 bestemming 2022 € € € € €

534.000 470.000 132.500 10.000 -18.219

€

1.128.281

€ € € € € € €

75.000 -96.902 -100.000 18.219 103.683 -

31 december 2023

resultaat 2023 _

€ € € € €

€ - € • - € - € 785.606 €

€

785.606

•

€

609.000 373.098 32.500 10.000 785.606 1.810.204

Overzicht eigen vermogen

Het onverdeeld resultaat van 2023 bedraagt € 785.606 vóór aanwending bestemmingsreserves. Overige schulden De overige schulden per 31 december 2023 hadden volledig betrekking op crediteuren. Overlopende passiva Dit betreft verplichtingen die in 2023 zijn aangegaan, waarvoor wij in 2023 geen factuur hebben ontvangen. 3.3. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen De Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan de volgende, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen. Kredietfaciliteit Bij de huisbankier heeft de rechtspersoon een kredietfaciliteit van € 250.000. Huurovereenkomst Per 1 juli 2020 heeft de omgevingsdienst een nieuw huurcontract voor huur kantoorruimte bij de provincie Limburg. Het huurcontract van deze ruimten loopt tot en met 30 juni 2030.

41

3.4.

Overzicht Baten en Lasten 2023

■—BW PERSONELE LASTEN € 11.816.868

€12.101.470

€847.926

€642.516

€1.067.179

€842.955

KAPITAALLASTEN

€ 165.797

€ 163.318

Verbruikskosten en onderhoudskosten materieel

€252.513

€324.336

€ 1.374.377

€ 1.278.697

€154.381

€0

€ 15.676.774

€15.353.292

Salarissen en inhuur Overige personele kosten PERSONEEL DERDEN (incl. omzetting MBA)

INDIRECTE KOSTEN ONVOORZIEN

Onvoorzien 5% (incl afronding)

w

Totale af te dekken begroting

€ 15.353.292

Inkomsten uitvoering werkprogramma's

€ 15.093.495

€ 15.473.592

€414.610

€665.306

€15.508.105

€16.138.898

Overige inkomsten Totaal inkomsten Resultaat 2023

o

€ 159.000 € 15.517.774

taakstelling RUD 2022

€785.606

Grondslagen voor de resultaatbepaling Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het BBV en de Financiële verordening. Ten behoeve van het inzichtvereiste wordt in het overzicht Baten en Lasten afgeweken van het door de BBV voorgeschreven model programmarekening. Baten worden verantwoord in het jaar dat zij gerealiseerd zijn. Lasten worden verantwoord in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Exploitatieresultaat De afrekening met de deelnemers wordt uitgevoerd conform de hierover gemaakte afspraken in de gemeenschappelijke regeling. De systematiek houdt voor de deelnemende gemeenten en provincie in, dat de kosten van dienstverlening vanuit de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg worden doorbelast op basis van de vastgestelde tarieven in de outputbegroting. Deze tarieven vermenigvuldigd met de uit te voeren taken in het werkprogramma, leiden tot het te factureren bedrag per deelnemer. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Alle baten en lasten die betrekking hebben op het boekjaar en ten tijde van het opstellen van de jaarrekening bekend waren, zijn in het betreffende jaarverslag verwerkt. Onder de opbrengsten wordt verstaan: de bijdragen van de afnemers van de diensten van de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg. Zij worden verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn 42

verricht. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin ze voorzienbaar zijn. Winsten worden slechts genomen wanneer ze zijn gerealiseerd. De afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de verwachte levensduur. Als startmoment van de afschrijving geldt de datum van in gebruik neming van het actief. 3.5.

Toelichting op de baten en lasten 2023

De werkelijke lasten zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. De grootste overschrijding zit met name in (inhuur van) personeel. Deze inhuur wordt gerechtvaardigd door extra opdrachten. Tegenover de €.284.602 meer aan kosten van salarissen en inhuur staan € 380.097 meer aan inkomsten vanuit deelnemers door toename van de vraag ten opzichte van eerdere werkprogramma's. Opvallend is dat de rente dit jaar een positief effect heeft gehad op de resultaten. De hoge post vooruit ontvangen subsidies (SPUK THE en SPUK IBP) hebben gezorgd voor een positief banksaldo en met de rente van 2023 is er in totaal € 88.962 aan rente ontvangen. Daarnaast is er een aantal onderschrijdingen op kosten met name overige personeelskosten en lagere kosten personeel derden. Uit bovenstaand overzicht blijken de verschillen per kostencategorie.3 Overzicht overige inkomsten De overige inkomsten bestaan met name uit incidentele baten: Overige incidentele inkomsten betreffen voornamelijk inkomsten uit extra werkzaamheden buiten het reguliere werkprogramma en resultaten uit voorgaande boekjaren. Onder deze incidentele inkomsten valt ook de post rente die voor het eerst sinds de start van de Gemeenschappelijke Regeling een inkomstencomponent is. Toelichtingen met betrekking tot de verschillen ten aanzien van de lasten Personeelskosten (in euro's)

Salarissen en inhuur personeel

Begroting

Werkelijk

2023

2023

11.816.868

12.101.470

Afwijking V/N

284.602 (N)

De personele lasten zijn hoger dan begroot (5%). Ten aanzien van de personele lasten geldt dat hierin begrepen zijn de kosten van de BOA-pilot. In het winstbestemmingsvoorstel is opgenomen een voorstel om deze bestemmingsreserve in te zetten. De totale bestemmingsreserve bedraagt € 32.5Ö0.

3 Bij de overzichten betekent V een voordeel ten opzichte van de begroting (opbrengsten hoger, dan wel lasten lager dan begroot) en N een nadeel ten opzichte van de begroting (opbrengsten lager dan wel lasten hoger dan begroot)

43

Overige personele kosten (in euro's)

Overige personele kosten

Begroting

Werkelijk

2023

2023

847.926

642.516

Afwijking V/N

205.410(V)

Hieronder bevinden zich kosten van scholing en vorming en kosten van persoonlijke uitrusting. Deze zijn in 2023 achtergebleven, ze zijn 14% lager dan begroot. We zien bij de opleidingskosten in 2023 een stijging. Lagen deze in 2022 nog 50% onder begrotingsniveau, in 2023 lagen ze nog 20% onder begrotingsniveau. De verwachting is dat deze kosten in de toekomst, waarbij (zelf) opleiden van medewerkers belangrijker wordt verder zullen toenemen tot op het begrote niveau. Personeel derden (in euro's)

Personeel derden

Begroting 2023 Werkelijk 2023

Afwijking V/N

842.955

224.224(V)

1.067.179

Onder inhuur dienstverlening staan de kosten voor ingekochte dienstverlening op het gebied van ondersteuning op het vlak van informatie advies, financiën en personeels- en salarisadministratie en kosten kwaliteitssysteem. In 2023 is er minder van personeel derden gebruik gemaakt dan vooraf begroot. Indirecte kosten (in euro's)

Overige goederen en diensten

Begroting 2023 Werkelijk 2023

Afwijking V/N

1.346.632

27.745(V)

1.374.377

Onder indirecte kosten wordt het merendeel van de materiële uitgaven verstaan die verband houden met de organisatie. De grootste post is huur en ICT en verder valt te denken aan bureaukosten, verzekeringen , telefonie en kosten dienstauto’s ten behoeve van toezichttaken. Afschrijvingen (in euro's)

Afschrijvingen

Begroting 2023 Werkelijk 2023

165.797

163.318

Afwijking V/N

2.479(V)

Het betreft hoofdzakelijk afschrijvingen op kapitaalgoederen van de meetdienst lucht en geluid. Deze worden voor het grootste deel (96%) doorbelast naar de Provincie Limburg en zijn voor de overige deelnemers van in de Gemeenschappelijke Regeling budgettair- en resultaat-neutraal. De vraag naar metingen van lucht, geur, geluid neemt echter al een aantal jaren toe bij overige deelnemers.

44

Mutaties reserves

Resultaat31 december 2022 bestemming 2022

(in euro's) Algemene reserw Bestemmingsreserw ICT aansluitingen Bestemmingsreserw BOA inzet Bestemmingsreserve juridische ondersteuning Resultaat uit bedrijfswering Verdeeld resultaat Totaal reserws en onwrdeeld resultaat

€ € € € €

534.000 470.000 132.500 10.000 -18.219

€

1.128.281

€ € € € € € €

75.000 -96.902 -100.000 18.219 103.683 -

resultaat 2023

31 december 2023 .

€ € € € €

785.606

€ € € € €

609.000 373.098 32.500 10.000 785.606

€

785.606

€

1.810.204

Toelichtingen met betrekking tot de verschillen ten aanzien van de Baten

(in euro's)

Begroting 2023

Werkelijk 2023

Afwijking V/N

Bijdrage deelnemers

15.093.495

15.473.592

380.097(V)

Overige inkomsten

414.610

665.306

250.696(V)

15.508.105

16.138.898

630.793 (V)

Totaal boekjaar:

Baten: verschil tussen raming en werkelijkheid In 2023 waren de werkelijke baten uit de bijdrage van de deelnemers hoger dan de geraamde baten. Dit komt doordat sommige deelnemers hun werkprogramma hebben verhoogd ten opzichte van eerdere werkprogramma’s die de basis vormden voor de begroting. Ook de overige inkomsten zijn hoger dan geraamd. Er is een positief resultaat geboekt met name als gevolg van uitgevoerde projecten en als gevolg van rente. Mutaties in reserves Conform de besluitvorming bij de vaststelling van de jaarrekening 2022 zijn de mutaties in de reserves verwerkt.

45

Ontwikkeling EMU saldo

Omschrijving 1 2 3 4 5

6

7 8 9 10

11

Exploitatie vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit andere bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet in de exploitatie zijn verantwoord en niet in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: baten uit desinvesteringen in imjmateriële vaste activa (tegen verkoopprijs) voor zover niet op exploitatie Aankoop van grond en uitgaven aan bouw- en woonrijp maken Baten bouwgrondexploitatie: baten voor zover transacties niet op exploitatie Lasten op balanspost voorzieningen voor zover deze met derden betreffen Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet onder de post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van reserves worden gebracht Verkoop van effecten a. Voornemen van verkoop van effecten b. Verwachte boekwinst Berekend EMU saldo

Realisatie 2023 X€ 1.000,-

Begroting 2023 X€ 1.000,-

785,6

0

163,3 0

165,8 0

-51,1

PM

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

nee

nee

1.000

165,8

46

3.6.

Gegevens 2023 in het kader van WNT

Sinds 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Deze wet regelt onder meer dat overheidsinstellingen jaarlijks bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoeding van hun functionarissen dienen te publiceren. Voor topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen worden deze gegevens ongeacht de hoogte gepubliceerd. Voor het jaar 2023 is de generieke maximum bezoldigingsnorm vastgesteld op € 223.000. Dit is inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioen. De WNT is op de RUD Zuid-Limburg van toepassing. Publicatie van bezoldigingsgegevens dienen onder meer openbaar te worden gemaakt via het financieel jaarverslag. Bij de definiëring van topfunctionarissen gaat het om personen die tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling behoren en/of hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon of instelling. Hieronder vallen de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en de directeur. Leidingge vende topfunctionarissen Leidinggevende topfunctionaris van de RUD Zuid-Limburg is de directeur.

47

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking, vanaf de dertiende maand van de functievervulling. Gegevens 2023 bedragen x C 1

L.M. Kobes

Functiegegevens

directeur

Aanvang en einde functievervulling in

01/01 -31/12

2023 Omvang dienstverband (als

1,0

deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare

118.134

onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

19.605

Subtotaal

137.739

Individueel toepasselijke

223.000

bezoldigingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet

N.v.t.

terugontvangen bedrag

Bezoldiging

137.739

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan

N.v.t.

N.v.t.

niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2022 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in

L.M. Kobes Directeur 01/01-31/12

2022 Omvang dienstverband (als

1,0

deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

113.196

Beloningen betaalbaar op termijn

20.198

Subtotaal

133.394

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

Bezoldiging

216.000

133.394

48

Toezichthoudende topfunctionarissen Onderstaand volgen de gegevens van de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Vermeld zijn de personen die in 2023 lid waren van het algemeen bestuur en/of het dagelijks bestuur. Daar waar niet anders vermeld waren de genoemde personen het hele jaar lid. De toezichthoudende topfunctionarissen ontvangen geen bezoldiging of andere financiële vergoeding van de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg. Er bestaan vanuit de organisatie geen financiële verplichtingen naar personen die eerder als toezichthoudend topfunctionaris verbonden zijn geweest aan de organisatie.

Gegevens 2023 NAAM TOPFUNCTIONARIS

FUNCTIE

R. de Boer

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

M. van Caldenberg

Lid Algemeen Bestuur / lid Dagelijks Bestuur

N.J.M.M. Dauven

Lid Algemeen Bestuur

M.M.L. van Drunen

Lid Algemeen Bestuur

W. Dreessen

Lid Algemeen Bestuur

P.H.J. Franssen

Lid Algemeen Bestuur

C. Gelderblom

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

M.J.G. Gerritsen

Lid Algemeen Bestuur

E. Geurts

Lid Algemeen Bestuur

D.M.M. Hendrix

Lid Algemeen Bestuur/ Lid Dagelijks Bestuur Voorzitter Algemeen en Dagelijks Bestuur

V. Hermans

Lid Algemeen Bestuur

A.L.W.G. Houtakkers

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

H.M.H. Leunessen

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

H. Mackus

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

V. de Rond

Lid Algemeen Bestuur

S.C.J. Scheepers (vanaf 13-07-2023)

Lid Algemeen Bestuur

D.W.J. Schneider (tot 12-07-2023)

Lid Algemeen Bestuur

M.M.R. Schwlllens

Lid Algemeen Bestuur

M.M. van Toorenburg (tot 23-06-2023)

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Bijlagen 3.7.

Voorstel tot resultaatbestemming en resultaatverdeling

Artikel 29 lid 5 letters a en b van de gemeenschappelijke regeling van de RUD Zuid-Limburg (N.B. Na wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling naar gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg artikel 30.5) zijn leidend. Het Algemeen Bestuur neemt in de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld een besluit omtrent de resultaatbestemming en resultaatverdeling.

Onverdeeld resultaat 2023

€

785.606

voorstel inzet reserves . bestemmingsreserve BOA voor dekking kosten tm 31-12-2023

€

32.500

€ €

-180.000 638.106

voorstel weerstandsvermogen verhoging weerstandsvermogen op basis risico-inventarisatie Overig te bestemmen resultaat

50

3.8

Geactualiseerde risico-inventarisatie Risico beschrijving

Toelichting risico

D 1. 1.1

Algemeen/

Kans (in %)

O specifiek risicfl!

D

Impact (in €) Kans* Impact Mitigerende maatregelen □ O

Q

Specifiek restrisico Q

Risico's samenhangend met invoering van de nieuwe omgevingswet De uitleg van de (aanvullende) taken volgens de nieuwe Omgevingswet leidt tot onduidelijke en/of niet uniforme uitleg bij de implementatie.

Het risico bestaat dat er interpretatieverschillen zijn over welke

Specifiek

10

€

1.000.000

€

100.000 Takenpakket in de basis onderdeel van de reguliere begroting

€

100.000

Onzeker is extra financiering indien de taken zouden toenemen.

aanvullende taken bij de RUD ZL moeten liggen danwel bij de deelnemers. Als gevolg hiervan kan mogelijk de budgettering en bezetting bij de RUD ZL onjuist zijn. De gevolgen hiervan kunnen zijn dat er verstoringen in de bedrijfsvoering ontstaan en/of meer kosten worden gemaakt voorde uitvoering van de taken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=7e5c3468-cbb4-4b34-ada8-bdcc062533b3