6 Bijlage 2 Concept jaarrekening 2022 VRZL.pdf
Tekst van het document
Het Intern Controleplan geeft een beeld van de toetsing van de financiële beheersing en is een leidraad voor de organisatie om te waarborgen dat financiële beheer handelingen getrouw en rechtmatig door de daartoe bevoegde personen worden uitgevoerd. Het is van belang dat deze interne controles worden vastgelegd, intern voor het management én extern voor de accountant. De accountant maakt bij haar controlewerkzaamheden ook gebruik van het intern controleplan. De resultaten uit interne controles geven informatie over in hoeverre de activiteiten van VRZL op een beheerste wijze plaatsvinden, ofwel in hoeverre VRZL “in control’’ is. Daarnaast zijn alle relevante (financiële) processen beschreven. Naast de interne controle werkzaamheden die eerder al werden uitgevoerd, zijn deze werkzaamheden in 2022 verder uitgebreid om te komen tot een deugdelijke grondslag voor de rechtmatigheidsverantwoording.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 39/78
2.4.5 Verbonden partijen 2.4.5.1 Definitie Een verbonden partij is een rechtspersoon waarin de gemeenschappelijke regeling zowel bestuurlijk als financieel een belang heeft. VRZL is een samenwerkingsverband op grond van de Wet veiligheidsregio’s, waaraan de 16 Zuid-Limburgse gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd zijn. 2.4.5.2 Lijst van verbonden partijen De Veiligheidsregio Zuid-Limburg participeert in de gemeenschappelijke regeling ICT Parkstad-IT als verbonden partij. Verbonden partij Belang GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN (GR) Gemeenschappelijke • Bestuurlijk verbonden regeling ICT Parkstad-IT via het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling. • Financieel verbonden via de bijdrage in de gemeenschappelijke kosten voor circa € 1,0 miljoen op jaarbasis.
Doel
Ontwikkelingen
Het leveren van ICTbasisvoorziening door middel van technisch beheer.
VRZL neemt vanaf 2015 deel aan deze regeling en draagt naar rato van de afname van ICT-diensten bij aan de kosten van de gemeenschappelijke regeling ICT ter ondersteuning van de bedrijfsvoering.
Deze kosten betreffen: • Kosten van accounts en werkplekken • Kosten van opslag Overige diensten worden afgerekend op basis van overeenkomst.
Vanuit financieel perspectief zijn de volgende cijfers relevant: Verbonden partij GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN (GR) Gemeenschappelijke regeling ICT Parkstad-IT Eigen vermogen Vreemd vermogen Verwacht resultaat Risico’s
31 december 2021
31 december 2022
-
Parkstad-IT functioneert zonder winstoogmerk. De kosten worden naar rato van afname van de dienstverlening verdeeld over de deelnemers. De bijdrage van de deelnemers op rekeningbasis is gelijk aan de geraamde bijdrage tenzij het resultaat in de jaarrekening van Parkstad-IT met meer dan € 250.000 afwijkt. In dat geval vindt verrekening met de deelnemers naar rato plaats. Resultaten binnen de bandbreedte van € 250.000, positief of negatief, lopen via de balans over naar een volgend exploitatiejaar. De bijdrage aan Parkstad-IT wordt jaarlijks in de begroting van de VRZL geraamd.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 40/78
2.4.5.3 Overige aspecten samenwerking Naast de verbonden partijen, zijn de volgende zaken van belang. • • • • •
•
Met de Politie is een convenant afgesloten waarin afspraken over de bijdrage van de politie aan de gezamenlijke risicobeheersing, Crisisbeheersing en Rampenbestrijding staan benoemd; Met de GGD Zuid-Limburg is een bestuursovereenkomst afgesloten waarin de afspraken rond de uitvoering van de GHOR-taken staan benoemd. De GHOR maakt organisatorisch deel uit van de afdeling Acute Zorg van de gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Limburg; In 2013 is met de colleges van de deelnemende gemeenten een overeenkomst gesloten waarin de taakoverdracht is geregeld rondom bevolkingszorg (voorbereiding en coördinatie). Deze is in 2021 geactualiseerd en opnieuw bestuurlijk bekrachtigd.; Verder is er een overeenkomst tot levering van diensten met Chemelot/Sitech. Dit betreft een samenwerking op het gebied van ongevalsbestrijding met gevaarlijke stoffen (gaspakkeninzet en schuimblussing). Door deze overeenkomst (per 1-1-2014) wordt voldaan aan de Wet veiligheidsregio’s. In 2022 is het startsein gegeven voor de meerjarige campagne Samen Veilig Rondom Chemelot. Onder deze benaming laten Chemelot, VRZL, gemeente Beek, gemeente Sittard-Geleen, gemeente Stein, provincie Limburg, brandweer, GGD Zuid Limburg en politie de komende jaren zien wat de risico’s zijn van wonen in de omgeving van een chemisch industrieterrein. En wat Chemelot, overheden en hulpdiensten doen om die risico’s te beperken.
Ook is er uitgebreide aandacht voor wat omwonenden zelf kunnen doen bij incidenten. De veiligheidsbeleving van omwonenden verschilt van die van de bovengenoemde partijen. Daarom wordt de communicatie-inhoud in lijn gebracht met de communicatiebehoeften van specifiek omwonenden. Het LINKS-traject maakt deel uit van een Europees subsidieprogramma voor onderzoek en ontwikkeling. Daardoor kunnen Europese instellingen en overheidsorganisaties van elkaar leren en samen oplossingen zoeken voor vergelijkbare problemen. VRZL en Chemelot participeren in dit traject.
2.4.6 Wet open overheid (WOO) De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 (deels) in werking getreden. Het doel van de Woo is overheden en semi-overheden transparanter te maken om zo het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter te dienen. De wet wil bereiken dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Naast de Woo is er sprake van ‘aanpalende’ informatiewetgeving, reeds geldend of in behandeling, zoals de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en de Archiefwet. De Woo (en andere i-wetten) brengt voor de veiligheidsregio een aantal verplichtingen met zich mee die zowel een juridische en technische opgave zijn, maar ook nopen tot een cultuurverandering. Met de implementatie van deze wetgeving hangen een aantal andere discussies/opgaven samen zoals het invoeren van elektronische handtekeningen, anonimiseren in openbaar te maken documenten en digitaal toegankelijk maken van documenten.
Binnen Veiligheidsregio Zuid-Limburg is een groep collega’s vanuit de teams Kaderstelling, Kwaliteitszorg/C&R, IA&F, BDO en communicatie in de eerste helft van 2022 samengekomen om een eerste verkenning te doen van de huidige stand van zaken binnen Veiligheidsregio Zuid-Limburg met betrekking tot de implementatie van de Woo en welke acties acuut dienen te worden uitgezet. In de komende periode, zal door middel van een implementatieproject Woo, verder werk worden gemaakt van de opgaven die de Woo met zich meebrengt.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 41/78
2.5 FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG (FLO) Het Algemeen Bestuur heeft in de bestuursvergadering van 6 december 2019 de nota reserves en voorzieningen vastgesteld. In deze nota is o.a. aangegeven dat de FLO-kosten (tot en met 2044) een grillig verloop hebben en dat deze moeten worden geëgaliseerd om de gemeentelijke bijdrage stabiel te houden. Om de kosten die samenhangen met het FLO te kunnen dragen heeft VRZL in 2021 op advies van de accountant een voorziening getroffen. De herijking FLO die in 2021 heeft plaatsgevonden heeft ertoe geleid dat er een forse extra dotatie is gedaan aan deze voorziening om te voorkomen dat deze voorziening negatief zou worden, iets dat niet mag bij een voorziening. Er heeft in 2021 o.a. een extra dotatie plaatsgevonden met een omvang van € 560.000 die toen met incidentele middelen is gefinancierd. In 2022 is geconstateerd dat deze extra kosten structureel zijn voor de komende jaren en niet uit de staande begroting gefinancierd kunnen worden. De FLO overgangsregeling is sinds 2019 aangepast naar een gegarandeerd netto loon van 75%. Dit loon bestaat uit de uitkering levensloop aangevuld met bijdrage van de werkgever tot aan de pensioendatum. Door een recente wetswijziging stopt de levensloopregeling landelijk in 2022. In 2022 start de regeling “netto FLOspaartegoed”.
Medewerkers kunnen door deze wetswijziging zelf kiezen wanneer zij de FLO laten ingaan. Dat kan een verschuiving van kosten tot gevolg hebben waardoor bestuurlijk is afgesproken de FLO in het jaar 2022 en 2023 nogmaals te herijken en te monitoren op inhoud en effecten. De herijking in 2022 liet zien dat er een extra bijdrage van de gemeenten noodzakelijk was in de omvang van € 560.000. In de vergadering van het AB d.d. 14 oktober 2022 heeft VRZL door middel van een memo inzicht gegeven in de casus FLO en de extra dotatie aan de FLO voorziening, en dat heeft ertoe geleid dat het AB een voorgenomen positief besluit heeft genomen over een structurele reguliere bijdrage van deelnemende gemeenten VRZL met een omvang van in totaal € 560.000 met ingang van 2023. Een verhoging van de structurele reguliere bijdrage raakt het budgetrecht van gemeenteraden en derhalve is dit voorgenomen positief besluit voor zienswijze naar de gemeenten gestuurd. In afwachting van de zienswijzen van deelnemende gemeenten VRZL zal in het AB van 13 en 14 april 2023 een definitief besluit worden genomen. VRZL zal de kosten FLO jaarlijks herijken en hierover het bestuur informeren.
2.6 COVID-19 Bij een terugblik op 2022 en de financiële verantwoording die daarbij hoort kunnen we nog steeds niet om COVID-19 heen gezien de meerkosten die VRZL heeft gemaakt in het jaar 2021 in relatie tot COVID-19, en waar wij in afwachting waren van toekenning door het Ministerie van VWS. In de maand december van 2022 hebben wij vanuit het Ministerie van VWS bericht ontvangen dat de door ons ingediende meerkosten volledig zullen worden vergoed. Daarmee heeft er een definitieve afronding plaats gevonden ten aanzien van onze claim. VRZL blijft alert op mogelijke veranderingen ten opzichte van de huidige situatie en daar waar nodig op acteren.
2.7 HOOGWATERRAMP In de maand juli 2021 is Zuid-Limburg getroffen door een Hoogwaterramp van exceptionele proporties. Vijf dagen lang is onze organisatie op de proef gesteld en waren we maximaal opgeschaald. VRZL is verantwoordelijk geweest voor de coördinatie van de hulpverlening. Samen met onze vertrouwde partners, met hulp van velen uit andere veiligheidsregio’s en uit andere organisaties hebben we een gigantische klus geklaard. De nasleep duurt nog voort. Het is belangrijk om te leren van de werkzaamheden die we uitvoeren. Daarom hebben we er óók op ingezet dat de ramp goed geëvalueerd wordt. In 2022 hebben wij op basis van de aanbevelingen uit de COTrapportage een plan van aanpak opgesteld om concreet met verbeteringen aan de slag te gaan. Gezien de omvang en impact is sprake van forse financiële consequenties. Volgens artikel 55 lid 2 van de Wet veiligheidsregio’s verleent de Minister een bijdrage voor de kosten die voor een veiligheidsregio voortvloeien uit de uitoefening van haar taken. VRZL heeft een claim ingediend bij zowel de wet tegemoetkoming schade (WTS) alsook bij de wet veiligheidsregio’s (WVR). Er heeft in 2022 regelmatig overleg plaats gevonden met de schade-expert van het Nivre, die de schadeclaim beoordeelt, waarna uiteindelijk een taxatierapport werd opgesteld. In de maand januari 2023 hebben wij de beslisbrief ontvangen van RVO inzake onze claim.
Onze kosten die wij geclaimd hebben zijn daarmee volledig vergoed in het kader van de WVR. We zijn nog in afwachting van afhandeling van onze WTS claim. De doorlooptijd is erg lang ten aanzien van deze beoordeling en we hopen dat dit in 2023 zal worden afgehandeld. Deze claim heeft VRZL als vordering op de balans opgenomen en heeft daarmee geen resultaateffect.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 42/78
2.8 OEKRAÏNE / CRISIS NOODOPVANG ASIELZOEKERS Oekraïne: Op 24 februari 2022 is door het oorlogsgeweld in Oekraïne een grote stroom van ontheemden ontstaan. Vanwege de mogelijke komst van vele ontheemden uit Oekraïne naar Nederland, is de noodzaak ontstaan om op korte termijn voldoende opvangplekken te creëren. De toestroom van ontheemden uit Oekraïne is dermate hoog dat Nederland niet in staat is om binnen de bestaande structuren opvang te bieden. Om die reden heeft het kabinet in het Veiligheidsberaad van 7 maart 2022 de opdracht gegeven aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s om samen met gemeenten opvanglocaties te realiseren en te exploiteren voor 50.000 opvangplekken. Tijdens het Veiligheidsberaad van 25 april 2022. heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvullend verzoek voor noodopvang van Oekraïense vluchtelingen gedaan. De veiligheidsregio’s hebben hun bereidheid uitgesproken zich in te zetten om nog eens 25.000 opvangplekken te realiseren bovenop de reeds toezegde 50.000 opvangplekken. Het Veiligheidsberaad heeft wel randvoorwaarden gesteld waaraan voldaan moet zijn om de extra 25.000 noodopvangplekken te kunnen realiseren. Een van die randvoorwaarden is het aanpassen van het verdeelmodel van een verdeling van een vast aantal noodopvangplekken per regio naar een verdeling naar absorptievermogen, een verdeling op maat derhalve.
In het Veiligheidsberaad van 7 juni 2022 is besloten het verdeelmodel naar rato inwoners en oppervlakte te gebruiken. Voor VRZL betekent dit een inspanningsverplichting voor in totaal 2.663 opvangplekken. In de brief aan de Tweede Kamer van 8 maart 2022 heeft het kabinet toegezegd dat de kosten die worden gemaakt vanwege de realisatie en exploitatie van deze opvang van rijkswege worden vergoed. Dit besluit van de Staatsecretaris van Justitie en Veiligheid voorziet in de vergoeding van de kosten die worden gemaakt door de veiligheidsregio’s, gemeenten en de GGD-en/GHOR en die toezien op de coördinerende werkzaamheden en de eerste opvang in hun regio. Het besluit voorziet in een incidentele bijdrage aan veiligheidsregio’s voor de daadwerkelijk gemaakte kosten (meerkosten) die aanvullend worden gemaakt ten behoeve van de coördinatie en eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne voor de periode vanaf 1 maart 2022 tot en met 31 december 2022. Op 14 juli 2022 heeft VRZL een aanvraag inzake een voorschotbijdrage eerste opvang ontheemden uit Oekraïne ingediend bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor een bedrag van € 3,0 miljoen. Op 7 oktober 2022 ontvingen wij het bericht dat deze aanvraag was goedgekeurd, echter duurde het tot 1 december 2022 voordat het subsidieloket de beschikking en uitbetaling had verwerkt.
De aangevraagde voorschotbijdrage is bij lange na niet toereikend voor de gemaakte kosten door VRZL. De gemaakte kosten bedragen inmiddels ruim € 4,7 miljoen en VRZL zal deze kosten onder aftrek van het verstrekte voorschot claimen na vaststelling van de jaarrekening voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. Dit dient voor 15 juli 2023 plaats te vinden. De meerkosten in het kader van de opvang ontheemden Oekraïne heeft VRZL als vordering op de balans opgenomen en heeft daarmee geen resultaateffect.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 43/78
Kostensoort Overige meerkosten Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten Subtotaal Minder opbrengsten (verrekend met minder kosten) Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten Subtotaal Totale kosten 2022
Opgave kosten 4.720.782 4.720.782 4.720.782
Crisisnoodopvang asielzoekers (CNO) In het Veiligheidsberaad van 23 mei jl. heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een dringend beroep gedaan op de veiligheidsregio’s om te helpen bij het ontlasten van het aanmeldcentrum in Ter Apel door middel van het realiseren van tijdelijke crisisnoodopvang van asielzoekers. In lijn met hiertoe gemaakte afspraken met de operationeel directeur COA, is door de RCDV een aflosschema crisisnoodopvang voor de veiligheidsregio’s opgesteld, waar het Veiligheidsberaad op 7 juni jl. mee heeft ingestemd. Volgens dit aflosschema spannen telkens vier veiligheidsregio’s zich in om gedurende 14 dagen 150 crisisnoodopvangplekken voor asielzoekers uit Ter Apel te realiseren, leidend tot een continue beschikbaarheid van 600 crisisnoodopvangplekken gedurende een periode van 12 weken. De inkt van deze afspraak was nog niet droog, toen duidelijk werd dat het aantal van 600 crisisnoodopvangplekken om Ter Apel te ontlasten onvoldoende is. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit tijdens de vergadering van het Veiligheidsberaad van 7 juni al kenbaar gemaakt. Het Veiligheidsberaad heeft vervolgens de RCDV verzocht om een plan te maken om te komen tot een continue beschikbaarheid van 6x150 crisisnoodopvangplekken, 900 plekken in totaal derhalve, met inachtneming van prognoses van het COA.
In de praktijk vangen veiligheidsregio’s en gemeenten overigens ook nu al meer asielzoekers op in crisisnoodopvang dan de gevraagde 900. Ook de gevraagde 900 zal onvoldoende zijn als er geen structurele aanpassing van de huidige werkwijze komt en een doorbraak geforceerd wordt in de asielketen in Nederland. Tot nu toe blijven de toegezegde middellange en lange termijn oplossingen uit. Bijna elke dag worden de veiligheidsregio’s benaderd om nog meer opvangplekken beschikbaar te stellen. De ambtelijke organisaties van gemeenten zijn niet in staat om nog meer inzet te leveren. In de praktijk is dit wel nodig bij crisisnoodopvang, omdat het COA geen of maar een heel klein deel van de benodigde inzet kan leveren en onvoldoende personeel heeft om haar afspraken ten aanzien van de crisisnoodopvanglocaties na te komen. Het COA is in de praktijk niet bij machte om, zoals afgesproken, de medische zorg op de opvanglocaties te organiseren, zodat ook deze taak bij de gemeenten en/of veiligheidsregio’s landt.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 44/78
Aan veel afspraken die door de RCDV, met instemming van het Veiligheidsberaad (Veiligheidsberaad 7 juni jl.), met het COA zijn gemaakt, wordt door het COA (nog) niet voldaan. Daarbij is er nog steeds geen beeld hoe het COA ervoor zorgt dat asielzoekers, na de crisisnoodopvang, naar (semi)permanente opvangplekken worden gebracht. Sterker nog, nu worden asielzoekers van de ene crisisnoodopvang naar de volgende gebracht (van sporthal naar sporthal). Na twee jaar COVID-19 en enkele maanden opvang van Oekraïners komen veiligheidsregio’s nauwelijks nog aan de eigen taken toe. Ondanks eerdere toezeggingen vanuit andere overheidsorganisaties is van personele bijstand nog geen sprake. De veiligheidsregio’s lossen steeds meer uitvoeringsproblemen van het COA op. Strakke coördinatie en prognoses vanuit het COA ontbreken. De inspanningen van de veiligheidsregio’s zijn niet alleen gericht op het ondersteunen en faciliteren van de gemeenten, maar ook op het bereiken van maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Wat is naar de samenleving toe verantwoord en hoe blijf je als overheid betrouwbaar? Het ontbreken van heldere prognoses van het COA en de steeds wisselende vraag richting veiligheidsregio’s en gemeenten, maken dit niet eenvoudiger. Goede afspraken met COA en Rijk zijn voor ons van groot belang. Voor deze activiteiten worden kosten gemaakt.
Tot voor kort was er geen duidelijkheid inzake vergoeding van gemaakte kosten door VRZL met betrekking tot CNO. Het gaat hierbij om zowel kosten voor de opvang als om coördinatiekosten die worden gemaakt. Eind november 2022 ontvingen wij het bericht dat afgesproken is dat de veiligheidsregio’s de daadwerkelijke kosten kunnen declareren en dat deze door het COA worden uitbetaald. Het is vervolgens aan het ministerie dat er voldoende budget voor COA beschikbaar is om deze betalingen te kunnen verrichten. De gemaakte kosten bedragen inmiddels ruim € 6 miljoen en VRZL zal deze kosten declareren bij het COA. Inmiddels is gebleken dat dit dossier ons ook in 2023 nog volop bezig zal houden. De kosten samenhangend met de CNO inzake de doorbelasting naar het COA heeft VRZL als vordering op de balans opgenomen en heeft daarmee geen resultaateffect.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 45/78
2.9 BESTUURLIJKE DIALOOG BRANDWEERZORG Afgelopen jaar is samen met het algemeen bestuur intensief gesproken over een aantal thema’s uit de bestuurlijke dialoog verantwoorde brandweerzorg 2024-2030. Benadrukt is het belang van de vrijwilligheid; vanuit het oogpunt van betaalbaarheid maar zeker ook vanuit inwoner-betrokkenheid. Daarbij heeft het algemeen bestuur aangegeven dat zij binnen de huidige financiële kaders wensen te blijven. Ten aanzien van het mogelijk veranderend beleid inzake huisvesting, zullen de financiële effecten en risico’s apart worden beschouwd. Het jaar 2022 is vooral gebruikt om enerzijds de op ons af komende wettelijke ontwikkelingen te doorgronden en anderzijds het bestuur in positie te brengen om te kunnen onderzoeken welke vernieuwing gewenst en haalbaar is. In 2022 zijn ook de eerste deelproducten opgeleverd, te weten: visie op inrichting risicobeheersing, (statisch) brandweerrisicoprofiel en het brandweerdekkingsplan / materieelspreidingsplan 2022 (“foto van nu”). Gestart is met het opstellen van een nieuw brandweerdekkingsplan 2024-2027. De belangrijkste uitgangspunten rondom incidentbestrijding zijn daarmee: behoud vrijwilligheid (mede voor de slagkracht), het vasthouden aan de backbone van de huidige beroepskazernes (o.a.
voor de paraatheid), het blijven invullen van de bestaande specialismen en het inrichten van het nieuwe dekkingsplan via de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. De belangrijkste uitgangspunten rondom risicobeheersing zijn dat bevestigd werd dat de brandweer de adviseur blijft van de gemeente in het kader van fysieke veiligheid en de niet wettelijke taken blijft uitvoeren. Daarnaast zal de gemeente in overleg gaan met de brandweer over de risico’s op basis van een op te leveren dynamisch brandweerrisicoprofiel. Uitkomsten daarvan worden vastgelegd in het integraal veiligheidsplan van de gemeente. Afgelopen jaar zijn we ook de dialoog gestart over het thema huisvesting. Al eerder was afgesproken dat, daar waar nieuwbouw aan de orde is, dit in eigendom van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL) komt. Gedurende dit gehele proces zijn de gemeenteraden regelmatig en actief geconsulteerd. Middels “tafelgesprekken” op gemeenteniveau hebben wij afgelopen najaar tijdens een 3-tal fysieke bijeenkomsten circa 75 gemeenteraadsleden bijgepraat over de bestuurlijke dialoog, het meerjarenbeleidsplan en hun specifieke rol daarin. De opbrengst van de bestuurlijke dialoog brandweerzorg zal worden verankerd in het nieuwe meerjarenbeleidsplan Veiligheidsregio Zuid-Limburg 2024 t/m 2027. De voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels gestart.
Het meerjarenbeleidsplan richt zich hoofdzakelijk op de ambities c.q. doorkijk naar de periode 2024 t/m 2027 voor onze twee hoofdprogramma’s: Crisisbeheersing & Rampenbestrijding en Brandweerzorg. Voornoemd beleidsplan zal medio 2023 ter besluitvorming aan het algemeen bestuur worden voorgelegd.
2.10 WET GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Met deze wijziging krijgen volksvertegenwoordigers, zoals gemeenteraadsleden en statenleden, meer invloed op de besluitvorming van dit soort samenwerkingen en kunnen ze die beter controleren. Het deel van de wet dat rechten geeft aan volksvertegenwoordigers, bijvoorbeeld met betrekking tot termijnen, is per 1 juli 2022 in werking getreden. Voor het andere deel (verplichtingen om bestaande gemeenschappelijke regelingen aan te passen, om zo scherpere afspraken te maken over bijvoorbeeld uittreding of evaluatie) geeft de wet een implementatieperiode van twee jaar. Aangezien deze wet voor alle gemeenschappelijke regelingen geldt, staan alle gemeenschappelijke regelingen voor dezelfde opdracht: actualisatie van de GR vóór 1 juli 2024. In 2022 is daarom besloten om gezamenlijk met andere regelingen in (Zuid) Limburg op te trekken in het formuleren van wijzigingsvoorstellen maar ook in procesgang middels raadsinformatiesessies. Tijdens deze informatiesessies worden de raden bijgepraat over het initiatief en worden zij in de gelegenheid gesteld om input te leveren. De eventuele input van de raden tijdens deze informatiesessies zal worden meegenomen in de concreet op te stellen wijzigingsvoorstellen.
Om ervoor te zorgen dat de wijzigingen echt per 1 juli 2024 in werking zullen treden, is het streven om de conceptteksten voor de gewijzigde gemeenschappelijke regeling VRZL in het voorjaar van 2023 in procedure te brengen.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 46/78
3
DEEL C – JAARREKENING
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 47/78
3.1 BALANS (VOOR RESULTAATBESTEMMING) Activa
31 december 2022
31 december 2021
Materiële vaste activa met economisch nut Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Inventaris en inrichting Installaties ICT en automatiseringsapparatuur Voer- en vaartuigen en haakarmbakken Brandweermaterialen Kleding Totaal materiële vaste activa met economisch nut
1.779.749 13.040.640 872.271 1.118.679 355.959 17.658.509 1.982.435 810.416 37.618.658
1.679.749 11.643.398 760.678 1.311.313 283.792 16.055.446 1.647.819 1.066.527 34.448.722
Totaal vaste activa
37.618.658
34.448.722
10.811.984 13.953.230 253.082 25.018.296
2.121.708 23.043.087 244.667 25.409.462
Liquide middelen
139.623
149.068
Overlopende activa
996.469
190.382
Totaal vlottende activa
26.154.389
25.748.912
Totaal activa
63.773.047
60.197.634
VASTE ACTIVA
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd <1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzetting in ’s Rijks schatkist Overige vorderingen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd <1 jaar
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 48/78
31 december 2022
31 december 2021
Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat Totaal reserves
1.436.273 3.352.676 -401.920 4.387.029
1.556.346 3.204.929 -120.073 4.641.202
Voorzieningen
8.057.280
7.255.826
Vaste schulden Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal vaste schulden
25.379.018
27.496.504
25.379.018
27.496.504
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar
14.179.838
4.107.588
Overlopende passiva
11.769.881
16.696.514
Totaal passiva
63.773.047
60.197.634
Passiva VASTE PASSIVA
VLOTTENDE PASSIVA
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 49/78
3.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Hieronder is het recapitulerend financieel overzicht weergegeven. De bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Veiligheidsregio Zuid-Limburg (totaal)
Rekening 2021
Begroting 2022 voor wijziging
Begroting 2022 na wijziging
Rekening 2022
Baten Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten (FLO) Bijdrage Rijk (BDuR) Overige inkomsten Totaal
42.610 1.852 6.079 2.939 53.480
45.118 5.939 630 51.687
45.327 1.880 6.288 6.180 59.675
45.371 1.880 6.288 13.094 66.633
Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Totaal
31.899 1.525 1.348 646 3.440 1.060 1.000 4.599 45.517
32.634 3.389 2.810 2.069 3.912 44.814
29.230 1.854 1.009 486 7.710 959 849 4.356 46.453
29.537 1.678 11.231 507 3.452 1.050 1.179 4.356 52.990
Overhead Onvoorzien Totaal
9.196 9.196
8.004 10 8.014
9.689 9.689
10.312 10.312
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
3.691 3.888 -197
-
3.385 3.385
3.586 3.586
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
3.369 4.285 -916
4.520 5.661 -1.141
4.333 4.185 148
4.332 4.185 147
Resultaat
-120
-
-
-402
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 50/78
Toelichting op de balans 3.2.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Hierna wordt per categorie aangegeven welke grondslagen zijn gehanteerd. In de jaarrekening is de Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) als integraal onderdeel van VRZL verantwoord. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaatsvindt.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 2.500 of een levensduur van > 2 jaar worden conform de financiële verordening geactiveerd. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegen duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Afschrijvingen De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de financiële verordening zoals vastgesteld door het algemeen bestuur in haar vergadering van 24 september 2021. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en starten op 1 januari van het jaar ná ingebruikname van het actief.
De afschrijvingstermijnen worden bepaald op basis van de verwachte gebruiksduur rekening houdend met een restwaarde die nihil is. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate verwerkt in de jaarrekening. De volgende afschrijvingstermijnen, zoals vastgelegd in de financiële verordening, zijn van toepassing: Activa
Afschrijvingstermijnen in jaren
Gronden en terreinen Gebouwen en renovaties Installaties Inventaris en inrichting ICT en automatiseringsapparatuur Voer-, vaartuigen en haakarmbakken Brandweermaterieel Kleding
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
Niet over afschrijven 10 - 40 5 - 20 5 - 10 3-8 3 - 20 3 - 20 5 - 10
pagina 51/78
Vlottende activa De vlottende activa worden onderverdeeld in: • • •
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa
Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar De uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Vaste passiva Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van het algemeen bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het algemeen bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een besluit van het algemeen bestuur voor het einde van het betreffende begrotingsjaar.
De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van VRZL. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde of het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd indien sprake is van: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatig verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren • De onderhoudsvoorzieningen hebben betrekking op diverse beheerprogramma’s en dienen voornamelijk tot gelijkmatige verdeling van lasten over een reeks van jaren, afhankelijk van de onderhoudscyclus. De vorming van een voorziening, dan wel dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als last in het betreffende boekjaar verantwoord.
Onttrekkingen aan de voorziening worden rechtstreeks op de voorziening verantwoord en lopen niet via de exploitatie. Aan de voorziening ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 52/78
Vaste schulden De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden onderverdeeld in: • •
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar De netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Resultaatbepaling Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de ontvangen gemeentelijke en rijksbijdragen alsmede de overige inkomsten en alle aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. Hierbij wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd, met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel, het toerekeningsbeginsel en het realisatiebeginsel. Vennootschapsbelasting VRZL heeft geen activiteiten die vallen onder de vennootschapsbelasting en is derhalve niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 53/78
3.2.2 Vaste activa 3.2.2.1 Materiële vaste activa met economisch nut Per einde boekjaar 2022 bedraagt de boekwaarde van de materiële vaste activa € 37,6 miljoen (ultimo 2021 € 34,5 miljoen). Voor de opbouw naar activasoort wordt verwezen naar het onderstaande overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven. Overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven Omschrijving
Materiële activa met economisch nut a. Gronden en terreinen b. Bedrijfsgebouwen c. Inventaris en inrichting d. Installaties e. ICT en automatiseringsapparatuur d. Voer- en vaartuigen en haakarmbakken e. Brandweermaterialen f. Kleding Totaal materiële vaste activa
Boekwaarde 31 december 2021
Vermeerderingen 2022
Afschrijvingen 2022
Boekwaarde 31 december 2022
1.679.749 11.643.398 760.678 1.311.313
100.000 2.020.813 285.088 19.056
623.571 173.495 211.690
1.779.749 13.040.640 872.271 1.118.679
283.792
168.469
96.302
355.959
16.055.446
3.466.167
1.863.104
17.658.509
1.647.819 1.066.527 34.448.722
832.742 174.440 7.066.775
498.126 430.550 3.896.838
1.982.435 810.416 37.618.658
Overzicht kapitaallasten Omschrijving Materiële activa met economisch nut a. Gronden en terreinen b. Bedrijfsgebouwen c. Inventaris en inrichting c1. Inventaris en inrichting (oud) c2. Inventaris en inrichting (nieuw) d. Installaties d1. Installaties (oud) d2. Installaties (nieuw) e. ICT en automatisering d. Voer- en vaartuigen en haakarmbakken e. Brandweermaterialen f. Kleding Totaal materiële vaste activa
Afschrijvingen 2022
Rente 2022
623.571 173.495 80.956 92.539 211.690 165.254 46.436 96.302 1.863.104 498.126 430.550 3.896.838
22.405 155.301 10.146 1.355 8.791 17.491 12.873 4.618 3.785 214.149 21.979 14.225 459.481
Toelichting mutaties materiële vaste activa met economisch nut 2022 Alle investeringen die in 2022 zijn gedaan, passen binnen het door het algemeen bestuur goedgekeurde meerjarig investeringsplan. Gronden en terreinen Saldo per 31.12.2022 is € 1.779.749. In 2022 is met de aankoop van de kazerne Simpelveld grond aangekocht voor een bedrag van € 100.000. Gebouwen en renovaties Saldo per 31.12.2022 is € 13.040.640. Het saldo van de vermeerderingen bedraagt € 2.020.813 en betreft de aankoop van kazerne Vaals € 1.271.418, aankoop kazerne Simpelveld € 534.743 en de investering in de nieuwbouw kazerne Sittard Oost € 137.945.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 54/78
Installaties Saldo per 31.12.2022 is € 1.118.679. In 2022 is er voor € 19.056 in installaties geïnvesteerd. Inventaris en inrichting Saldo per 31.12.2022 is € 872.271. In 2022 is er voor € 285.088 nieuwe inventaris aangeschaft. Het betreft voornamelijk vervanging van bestaande inventaris. ICT- en automatiseringsapparatuur Saldo per 31.12.2022 is € 355.959. De investeringen in 2022 bedroegen € 168.470 en hebben o.a. betrekking op: • • •
iPhone Videoconference (teams) Laptops
€ € €
35.779 106.967 14.320
Voer-, vaartuigen en haakarmbakken Saldo per 31.12.2022 is € 17.658.509. De investeringen in 2022 bedroegen € 3.466.167 en betreffen o.a.: • • • • •
Tankautospuiten Redgereedschap Redvoertuigen AED Korf voertuig
€ € € € €
1.329.723 118.166 1.616.790 56.204 84.755
Brandweermaterialen Saldo per 31.12.2022 is € 1.982.435. De investeringen in 2022 bedragen totaal € 832.742 en hebben betrekking op onder meer: • • • • • • • •
Heftruck Ademluchttoestellen Bereikbaarheidskaarten Oefenkarren MDT Communicatiesets Hefbruggen Duikcilinders
€ € € € € € € €
40.414 284.576 77.462 155.998 179.115 32.221 14.115 13.552
Kleding Saldo per 31.12.2022 is € 810.416. In 2022 is voor € 174.440 aan kleding aangeschaft en betreft met name bluskleding en operationeel uniformen. 3.2.3 Vlottende activa 3.2.3.1 Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar Saldo per 31.12.2022 is € 25.018.296. De vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2022 betreft met een vordering opgenomen op basis van art. 55 lid 1 van de Wet veiligheidsregio inzake de Hoogwaterramp groot € 1.109.540. Daarnaast bestaat het saldo uit een de vordering op het Ministerie van Justitie en Veiligheid welke betrekking heeft op de noodopvang vluchtelingen groot € 7.740.138. Tevens bestaat de vordering uit de afrekening met de Veiligheidsregio Limburg-Noord inzake de gezamenlijke meldkamer groot € 277.127. Tenslotte bedraagt de vordering op de Zuid-Limburgse gemeenten € 1.618.799. De overige vorderingen op openbare lichamen bedragen € 66.380. Conform artikel 39 van BBV is de rekening-courantverhouding met het Rijk, het Schatkistbankieren, ad € 13.953.230, onder uitzettingen in ’s-Rijksschatkist met een rente typische looptijd < 1 jaar gepresenteerd. Het verschil tussen de boekjaren 2021 en 2022 wordt voornamelijk veroorzaakt door het voorfinancieren van de kosten inzake noodopvang vluchtelingen. De overige vorderingen betreffen vorderingen op derden. De afwikkeling van deze vorderingen heeft een normaal verloop.
Het eindbedrag bestaat voor € 197.660 uit de rekening-courantverhouding die de Veiligheidsregio Zuid-Limburg met de GHOR heeft.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 55/78
Specificatie uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar Omschrijving Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Overige vorderingen Totaal
31 december 2022 10.811.984 13.953.230 253.082 25.018.296
31 december 2021 2.121.708 23.043.087 244.667 25.409.462
3.2.3.2 Overzicht Schatkistbankieren De Wet Schatkistbankieren schrijft voor dat de decentrale overheden, waaronder ook de Veiligheidsregio, al hun overtollige liquide middelen en beleggingen aanhouden bij het Ministerie van Financiën. In 2022 is een drempelbedrag bij de bank gehanteerd van € 1.191.000. Er zijn geen overschrijdingen geweest in 2022. Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Berekening benutting drempelbedrag Schatkistbankieren (1)
Drempelbedrag
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*0,02 + Drempelbedrag (4c)*0,002 met een minimum van € 1,0 miljoen
Verslagjaar 1.191 Kwartaal 1 121
Kwartaal 2 122
Kwartaal 3 110
Kwartaal 4 119
1.070 -
1.069 -
1.081 -
1.072 -
Verslagjaar 59.527 59.527
-
1.191
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 (5a) Som van de per dag buiten 's 10.890 11.102 10.120 Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
90 121
91 122
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
92 110
Kwartaal 4 10.948
92 119
pagina 56/78
3.2.3.3 Liquide middelen Saldo per 31.12.2022 is € 139.623. De liquide middelen laten per ultimo 2022 een positieve stand zien van € 0,14 miljoen (2021: € 0,15 miljoen) en bestaan uit € 6.406 aan contante middelen en uit € 133.217 aan tegoeden bij bankinstellingen. Specificatie liquide middelen Omschrijving Kas Bank Totaal
31 december 2022 6.406 133.217 139.623
31 december 2021 5.113 143.955 149.068
Rondom de liquide middelen zijn de regels van Schatkistbankieren van toepassing. In paragraaf 3.3.3.2 is het desbetreffende overzicht ingevoegd. Per ultimo 2022 is sprake van een kredietfaciliteit bij de Rabobank ter grootte van € 10.000.
3.2.3.4 Overlopende activa Specificatie overlopende activa Omschrijving Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
31 december 2022 996.469
31 december 2021 190.382
996.469
190.382
De overlopende activa groot € 996.469 bestaat voor € 27.279 nog te ontvangen creditrente met betrekking tot Schatkistbankieren. Het overige deel groot € 969.190 bestaat voornamelijk uit diverse reeds vooruitbetaalde kosten, licentiekosten, verzekeringspremies en abonnementen die betrekking hebben op 2023.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 57/78
3.2.4 Vaste passiva 3.2.4.1 Reserves overzicht van reserves Omschrijving
Stand 31 december 2021
Resultaatbestemming
Vermeerderingen 2022
Verminderingen 2022
Stand 31 december 2022
1.488.241 68.105 1.556.346
-139.894 19.821 -120.073
-
-
1.348.347 87.926 1.436.273
1.396.246
-
4.332.105
3.294.605
2.433.746
99.087 1.064.962
-
-
99.087 514.000
550.962
331.500
-
-
82.000
249.500
-
-
-
-
-
219.286
-
-
194.666
24.620
93.848
-
-
-
93.848
3.204.929
-
4.332.105
4.184.358
3.352.676
Totaal
4.761.275
-120.073
4.332.105
4.184.358
4.788.949
Rekeningsaldo Nog te bestemmen resultaat Totaal
-120.073
120.073
-
401.920
-401.920
-120.073
120.073
-
401.920
-401.920
Totaal reserves
4.641.202
-
4.332.105
4.586.278
4.387.029
Algemene reserve Algemene reserve Algemene reserve GHOR Totaal Bestemmingsreserves Ingroeireserve kapitaallasten Reserve sociaal plan Reserve frictiekosten Bestemmingsreserve uitgestelde activiteiten COVID-19 Bestemmingsreserve schattingswijzigingen Reserve doorontwikkeling VB Bestemmingsreserves GHOR Totaal
Algemene reserve Saldo per 31.12.2022 is € 1.348.347. De algemene reserve is een reserve waaraan geen specifieke bestemming is gegeven. De daarin vastgelegde middelen dienen als weerstandscapaciteit. De stand van de weerstandscapaciteit per ultimo 2021 is € 1.488.241. Aan de Algemene Reserve is vanuit de resultaatbestemming 2021 een bedrag ad € 139.894 onttrokken. Algemene reserve GHOR Saldo per 31.12.2022 is € 87.926. Het resultaat 2021 (€ 19.821 positief) is conform besluit van het algemeen bestuur toegevoegd aan de algemene reserve GHOR. Ingroeireserve kapitaallasten Saldo per 31.12.2022 is € 2.433.746. Het algemeen bestuur heeft in oktober 2022 de notitie reserves en voorzieningen vastgesteld. Hierin is de eerder vastgestelde systematiek van de ingroeireserve door het bestuur herbevestigd. Verder heeft het algemeen bestuur besloten om het jaarlijks genormeerd bedrag aan kapitaallasten te verhogen met € 400.000. Daarnaast heeft het algemeen bestuur in december 2022 besloten om de ingroeireserve in 2022 eenmalig te verhogen met € 300.000 ter compensatie voor de hogere (toekomstige) kapitaallasten als gevolg van de fors hogere inflatiecijfers. Het genormeerd bedrag aan kapitaallasten wordt jaarlijks geïndexeerd met de prijsindex om schommelingen in de kapitaallasten te voorkomen.
De ingroeireserve kapitaallasten is bepaald voor de kapitaallasten inventaris (nieuw), voertuigen, beroepskleding en machines, apparaten en installaties (dus exclusief kapitaallasten inventaris (oud), grond/terreinen en gebouwen). Jaarlijks worden de werkelijke kapitaallasten onttrokken aan de ingroeireserve kapitaallasten. Het genormeerd bedrag aan kapitaallasten wordt jaarlijks gedoteerd aan de ingroeireserve
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 58/78
kapitaallasten. De dotatie aan de ingroeireserve kapitaallasten bedraagt voor 2022 € 4.332.105. De onttrekking aan de ingroeireserve kapitaallasten bedraagt € 3.294.605. Reserve Sociaal Plan Saldo per 31.12.2022 is nihil. Op basis van de besluitvorming door het algemeen bestuur is er ten laste van het resultaat van het dienstjaar 2013 een reserve sociaal plan ad € 640.000 gevormd. Ten laste van deze reserve worden vergoedingen voor woon- werkverkeer en piket Maastricht onttrokken. Het algemeen bestuur heeft in oktober 2022 de notitie reserves en voorzieningen vastgesteld, waarin is besloten om de resterende reserve sociaal plan voor een bedrag van € 99.087 vrij te laten vallen. Reserve frictiekosten Saldo per 31.12.2022 is € 550.962. Uit de herschikking van de reservepositie is in 2020 een bestemmingsreserve frictiekosten gevormd voor een bedrag van € 2,3 miljoen. In 2018 is een traject van organisatieontwikkeling ingezet waarbij in 2019 de verdere aanpak van de noodzakelijke reorganisatie is vormgegeven. De reorganisatie brengt personele verschuivingen met zich mee welke in 2020 en verder vorm hebben gekregen. Om de hiermee samenhangende frictiekosten op te vangen is een bestemmingsreserve frictiekosten gevormd. Het algemeen bestuur heeft besloten om voor 2022 € 514.000 te onttrekken aan de reserve frictiekosten.
Reserve uitgestelde activiteiten COVID-19 Saldo per 31.12.2022 is € 249.500. Het algemeen bestuur heeft bij vaststelling van de jaarrekening 2020 ingestemd met de vorming van een bestemmingsreserve uitgestelde activiteiten COVID-19 voor een bedrag groot € 592.792. Een deel van de uitgestelde activiteiten COVID-19 (voor een totaalbedrag van € 261.292) is in 2021 ingehaald waardoor een deel van deze bestemmingsreserve is vrijvallen. De overige activiteiten (deel opleidingen en trainingen warm) zijn deels ingehaald in 2022 (€ 82.000) en worden deels ingehaald in 2023 (€ 249.500). Reserve doorontwikkeling Veiligheidsbureau Saldo per 31.12.2022 is € 24.620. Deze reserve is gevormd uit de reserves van het programmabureau, Bevolkingszorg en GHOR conform besluit van het algemeen bestuur van 15 juni 2018. Bestemmingsreserves GHOR In deze reserves is in 2022 niet gemuteerd. Het totaal ervan bedraagt ultimo 2022 € 93.848. Een bedrag van € 72.848 hiervan betreft een reserve voor netcentrisch werken; de overige € 21.000 betreft een reserve voor huisvesting van de GHOR. Nog te bestemmen resultaat Saldo per 31.12.2022 is - € 401.920 negatief (Veiligheidsregio Zuid-Limburg - € 416.957 negatief en de GHOR € 15.037 positief). De resultaatbestemming van het rekeningsaldo 2021 is verwerkt conform besluit van het algemeen bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening 2021.
Voorzieningen Overzicht van de voorzieningen Omschrijving
Voorzieningen Voorziening Verlofsparen Voorziening FLO Voorziening onderhoud panden Voorziening WW-verplichtingen Totaal voorzieningen
Stand 31 december 2021
Dotatie 2022
Onttrekking 2022
Stand 31 december 2022
2.242.211 4.870.478 143.137 7.255.826
201.830 1.879.454 1.504.100 3.585.384
2.496.511 248.058 39.361 2.783.930
201.830 1.625.154 6.126.520 103.776 8.057.280
Voorziening verlofsparen Saldo per 31.12.2022 is € 201.830. Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantieuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het vitaliteitsbeeld.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 59/78
Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw kennen, moet hier een voorziening voor gevormd worden. Deze vakantie-uren verjaren niet. De bronnen van verlofsparen zijn: • het verlof uit de overwerkvergoeding • de bovenwettelijke vakantie-uren gekocht uit het IKB • de bovenwettelijke vakantie-uren • de bovenwettelijke vakantie-uren bij onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst • het verlof uit de voormalige verlofspaarmogelijkheid. Het totaal saldo uren spaarverlof bedraagt per 31 december 2022 4.571 uren. Deze uren zijn financieel gemaakt met het uurloon per medewerker inclusief werkgeverslasten. De werknemer met een voltijdsdienstverband mag op 31 december van een kalenderjaar maximaal 3600 uren verlof hebben. Hieronder vallen de verlofspaaruren, de wettelijke vakantie-uren, de bovenwettelijke vakantieuren en andere (compensatie)verlofuren. Voorziening FLO Saldo per 31.12.2022 is € 1.625.154. Functioneel leeftijdsontslag geeft medewerkers die voor 2006 in dienst waren het recht op een vorm van vroegpensioen, het functioneel leeftijdsontslag (FLO). In 2020 is geconstateerd dat er geen sprake is van gelijkblijvende toekomstige lasten in de meerjarenbegroting. Derhalve is met ingang van 2020 een voorziening gevormd.
De voorziening bestaat uit een inschatting van de toekomstige verplichtingen naar rato toegerekend van het aantal gewerkte jaren per balansdatum. Daarop is in mindering gebracht de geschatte bijdrage van de deelnemende gemeentes van het uitgangspunt van budgetneutraliteit. Dat betekent dat de hoogte van de voorziening op dit moment gelijk is aan de reeds beschikbaar gestelde middelen via het besluit van de bestemmingsreserves. De voorziening FLO is gevormd ten laste van het resultaat over 2020 (stand 1 januari 2020 € 4,1 miljoen). De last wordt onttrokken aan de voorziening FLO. De FLO-overgangsregeling is sinds 2019 aangepast naar een gegarandeerd netto loon van 75%. Dit loon bestaat uit de uitkering levensloop aangevuld met bijdrage van de werkgever tot aan de pensioendatum. Door een recente wetswijziging stopt de levensloopregeling landelijk in 2022. In 2022 start de regeling “netto FLOspaartegoed”. Conform afspraak met het algemeen bestuur heeft er derhalve in oktober 2022 een herijking plaatsgevonden van de FLO-kosten door een extern bureau, voor de periode 2022-2044. Uit deze herijking blijkt dat een deel van de FLO-kosten t.o.v. eerdere berekeningen fors naar voren wordt gehaald. De totale FLO-lasten voor de periode 2023 tot en met 2044 worden per 31 december 2022 ingeschat op 26,2 miljoen.
Naar periode zijn deze FLO-lasten als volgt toe te wijzen: < 1 jaar 2,6 miljoen, 1-5 jaar 10,9 miljoen en > 5 jaar 12,7 miljoen. In 2022 is een reguliere toevoeging van € 1,88 miljoen (2021: € 1,85 miljoen) en een onttrekking voor de werkelijke FLO-lasten 2022 van € 2,5 miljoen verantwoord. De reguliere toevoeging, die gefinancierd wordt uit de bijdrage gemeente FLO, wordt jaarlijks geïndexeerd met 1,5 %. Doordat de toekomstige gemeentelijke bijdragen meegerekend kunnen worden, kan de voorziening lager uitkomen. Om die reden is het deel van de gemeentelijke bijdrage dat we gebruiken voor de FLO-regeling expliciet zo benoemd in de begroting en is transparant gemaakt voor gemeenten dat een gedeelte van de gemeentelijke bijdrage wordt gebruikt als dekking voor de FLO kosten. Daarbij is expliciet opgenomen dat deze bijdrage niet voor een ander doel kan worden aangewend. Impliciet was dit altijd al het geval. Als we het geld van de FLO kosten aan iets anders zouden uitgeven, is de begroting niet langer reëel in evenwicht. Het bedrag dat we reserveren voor de FLO-regeling sluit aan bij de meerjarig begrote kosten voor de FLO-regeling. Wanneer de FLO-regeling is afgewikkeld in 2044 dan wordt dit in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Naar verwachting is het mogelijk de jaarlijkse bijdrage al eerder te verlagen.
Voorziening onderhoud panden Saldo per 31.12.2022 is € 6.126.520. De onderhoudsplannen zijn in 2019 geactualiseerd. Gebaseerd op de geactualiseerde meerjarige onderhoudsplannen is in 2021 de jaarlijkse dotatie van € 822.600 verricht ten gunste van de voorziening groot onderhoud gebouwen.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 60/78
Het Algemeen Bestuur heeft op 14 oktober 2022 met het vaststellen van de nota reserves en voorziening ingestemd met het toepassen van een indexering op de voorziening groot onderhoud gebouwen. Deze indexering is noodzakelijk om de voorziening groot onderhoud gebouwen in lijn te brengen met de fors gestegen kosten voor onderhoud en materialen als gevolg van de torenhoge inflatie. De voorziening groot onderhoud gebouwen is daarom, conform besluit algemeen bestuur, in 2022 eenmalig geïndexeerd met een bedrag van € 681.500 door een extra dotatie in de voorziening. De voorziening is gevormd ten behoeve van de egalisatie van het groot onderhoud van de kantoor- en opleidingsgebouwen in Margraten en de kazernes in Beek, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Maastricht Zuid, Margraten, Bocholtz en Sittard Middenweg. In 2022 zijn uitgaven gedaan voor het groot onderhoud voor een bedrag van totaal € 248.058. Voorziening WW-verplichtingen Saldo per 31.12.2022 is € 103.776. Een voorziening WW-personeel is in 2015 gevormd om de WWverplichtingen van ontslagen werknemers op te kunnen vangen. In deze voorziening worden ook individuele overeenkomsten met medewerkers gecalculeerd/gestort op het moment dat de verplichting ontstaat.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 61/78
3.2.4.2 Vaste schulden Saldo per 31.12.2022 is € 25.379.018. In 2022 zijn geen nieuwe langlopende leningen afgesloten. Ter financiering van de Kazerne Sittard Middenweg zijn op 28 december 2010 vier geldleningen bij de BNG aangegaan voor een totaalsom van € 7.500.000 met opnamedata tussen 1 april 2011 en 1 oktober 2012. Ultimo 2016 is een geldlening ad € 10.000.000 afgesloten voor de consolidatie van vlottende schuld en de vaste financiering van onderhanden zijnde en van nieuwe investeringen. In 2020 zijn twee nieuwe geldleningen aangetrokken voor een totaalbedrag van € 16.000.000 ter financiering van de aankoop kazernes Beek, Vaals en Maastricht Zuid en voor de revitalisering stookhuis. De aflossingsverplichting < 1 jaar bedraagt € 2.126.938. Specificatie onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Omschrijving
Oorspronkelijke Einde hoofdsom looptijd
Rente %
Pro resto Aflossingen hoofdsom 2022 per 31 december 2021
Rente 2022
Pro resto hoofdsom per 31 december 2022
Geldleningen Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40.0082517 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 91398 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106275 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106276 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106277 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106278 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40110848 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40113445 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40113446 Totaal
384.631
2034 5,040%
235.540
13.264
11.331
222.276
1.043.695
2040 6,250%
783.130
22.617
48.589
760.513
1.500.000
2026 4,690%
1.500.000
-
70.350
1.500.000
2.000.000
2051 4,890%
1.787.196
27.412
87.056
1.759.784
2.000.000
2051 4,990%
1.791.345
27.009
89.056
1.764.336
2.000.000
2032 4,990%
1.332.626
93.851
65.318
1.238.775
10.000.000
2026 0,580%
5.000.000
1.000.000
28.476
4.000.000
10.000.000
2050 0,625%
9.666.667
333.333
58.345
9.333.334
6.000.000
2030 0,020%
5.400.000
600.000
961
4.800.000
34.928.326
27.496.504
2.117.486 459.481 25.379.018
3.2.5 Vlottende passiva 3.2.5.1 Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar Saldo per 31.12.2022 is € 14.179.838. In december 2022 is kasgeldlening aangetrokken groot € 5.000.000. Deze kasgeldlening is aangetrokken ter financiering van de kosten inzake opvang Oekraïne en voor de kosten noodopvang asielzoekers. De kasgeldlening is in januari 2023 afgelost en kent daarom een kortlopend karakter.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - 20230309 Concept jaardocument 2022 VRZL DEFINITIEF
pagina 62/78
De afwikkeling van de crediteuren van € 1.870.184 heeft een normaal verloop. Dat geldt ook voor schulden op openbare lichamen, groot € 2.488.479. Onderdeel hiervan is het af te dragen bedrag aan ontvangen CTBgelden, groot € 848.880. Verder betreft dit de te betalen loonheffing december € 2.247.939 en de consolidatierekening Burgernet en EMRIC groot € 405.567.Het saldo betalingen onderweg bedraagt € 2.167.669. Specificatie netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar Omschrijving Overige kasgeldleningen Overige schulden Totaal